Motivering 'Evenwichtige toedeling van functies aan locaties'
Tekst van het document
7 BLEVE is een afkorting voor “Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion” (kokende vloeistof-gasexpansie-explosie). Er bestaat een koude en een warme BLEVE. Bij een koude BLEVE explodeert de tank meteen. Bij een warme BLEVE explodeert de tank als gevolg van een
brandhaard.
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |
Pagina | 48
De beheersbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om haar taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen maar ook de brandweerzorgnorm wordt hier onder geschaard. Hierbij hanteert de brandweer richtlijnen zoals beschreven in de publicatie ‘Handreiking bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019’ van Brandweer Nederland. ,
Uit voorgenoemde handreiking volgt het advies dat het projectgebied goed bereikbaar moet zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvalswegen waardoor in geval van calamiteiten het projectgebied bereikbaar is. In casu is het projectgebied zelf via drie van elkaar onafhankelijke aanvalswegen bereikbaar voor de hulpverleningsdiensten ; Rijksweg (N271) Julianastraat en KeulsewegEmmastraat. ,
,
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Binnen het onderhavige woningbouwplan worden geen functies voorzien specifiek voor minder zelfredzame personen zoals zeer hulpbehoevende ouderen gehandicapten kleine kinderen e. d. Het plan omvat realisatie van 10 woningen voor jongeren (starters) (jonge) gezinnen en senioren die zelfstandig kunnen wonen. Indien toch minder zelfredzame personen aanwezig zijn zullen deze personen bij een calamiteit met hulp van zelfredzame personen en de hulpverlening in veiligheid gebracht worden. ,
,
,
,
.
,
,
Binnen het explosieaandachtsgebied is vluchten het uitgangspunt waarbij gerealiseerd dient te worden dat indien daadwerkelijk een explosie dreigt de vluchttijd bijzonder kort is. Feit blijft dat in geval van een calamiteit een vroegtijdige alarmering van levensbelang is om ervoor te zorgen dat de aanwezigen veilig kunnen vluchten. De mogelijkheden om te kunnen vluchten nemen toe door (nood)uitgangen en vluchtroutes zoveel mogelijk loodrecht van de risicobron af te richten. ,
Deze vluchtwegen zijn aanwezig. Via de Julianastraat en de Rijksweg (N271) kunnen bewoners en bezoekers uit het projectgebied in zowel noordelijke – als zuidelijke richting vluchten en snel voldoende afstand creëren tot de risicobron (calamiteitslocatie). In de planuitwerking is zorggedragen voor voldoende vluchtdeuren c. q. vluchtmogelijkheden binnen de woningen om deze - ook afzijdig van de risicobron – snel te kunnen verlaten. Verdere bouwkundige maatregelen ter beperking van schade en slachtoffers is het toepassen van zodanige beglazing ter plaatse van de naar de risicobron gerichte gevels dat scherfwerking voorkomen wordt. Er wordt gekozen voor gelaagd glas (voorzien van een folie tussen de glasplaten) waarmee scherfwerking wordt voorkomen. Dit is verwerkt in het definitief ontwerp van de woningen en is ook in de omgevingsvergunningaanvraag en technische melding meegenomen op tekening BG B1 (situatie). ,
,
,
Gifwolkaandachtsgebied (spoor) Zoals reeds genoemd in paragraaf 7. 8. 2 ligt het projectgebied tevens binnen het gifwolkaandachtsgebied van de railverbinding Nijmegen-Roermond (Maaslijn RS11). Onderstaand worden de aspecten beheersbaarheid bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid nader beschouwd. ,
Bestrijding calamiteit Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen op de weg kan de brandweer afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn. De aanwezigheid van bluswatervoorzieningen binnen het projectgebied is met het oog op een toxisch scenario niet relevant. Ook ten aanzien van de bereikbaarheid is bij een toxisch scenario met name de bereikbaarheid van de risicobronnen in dit geval de spoorlijn maatgevend. De inrichting van het projectgebied heeft geen invloed op de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen ter plaatse van de risicobron. ,
,
,
,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |
Pagina | 49
Zelfredzaamheid Reeds gebleken is dat het plan de realisatie betreft van 10 woningen ten behoeve van jongeren (starters) (jonge) gezinnen en senioren die zelfstandig kunnen wonen. Indien minder zelfredzame personen aanwezig zijn is het uitgangspunt dat zij met hulp van de aanwezige zelfredzame personen en de hulpverlening in veiligheid gebracht worden bij een calamiteit. ,
,
Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Of mensen daadwerkelijk komen te overlijden is afhankelijk van de dosis die bestaat uit de blootstellingsduur en de concentratie waaraan de persoon is blootgesteld. Aangenomen wordt dat personen die zich binnen in een van de buitenlucht afgesloten ruimte bevinden een 10 keer zo lage kans hebben te overlijden als personen die zich buiten bevinden (PGS 3). ,
Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk als gevolg van een incident op het spoor is te schuilen mits ramen deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Aangezien het nieuwbouw betreft is het uitgangspunt dat op grond van de vigerende bouwregelgeving voldoende aandacht geschonken wordt aan naad- en kierdichting zodat de ruimten zo goed als mogelijk luchtdicht zijn. Gezien de ligging binnen het gifwolkaandachtsgebied zal - op grond van artikel 4. 124 van het Besluit bouwwerken leefomgeving - een mechanisch ventilatiesysteem toegepast worden dat handmatig uitgeschakeld kan worden. ,
,
,
,
Indien desalniettemin bij een toxische wolk wordt besloten het gebied te ontruimen is het van belang dat personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Hiervoor is het nodig dat er haaks op elkaar staande vluchtwegen beschikbaar zijn die van de risicobron af gericht zijn. Deze wegen zijn aanwezig. ,
,
Risicocommunicatie In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident gebaseerd op de eerder genoemde scenario’s). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Informatie aan bewoners hoe te handelen bij calamiteiten (wanneer schuilen sluiten van ramen en deuren uitschakelen mechanische ventilatie en wanneer vluchten en waar naartoe) kan via de reguliere overheidsinformatie bij calamiteiten via een NL-Alert worden versterkt dan wel via een veiligheidsprotocol (folder/kaart) die per woning wordt verstrekt. ,
,
,
De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio’s door het bestuur van de Veiligheidsregio’s uitgevoerd te worden. De Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorbereiding op een alarmering bij rampen. Advies veiligheidsregio Limburg-Noord Bij brief van 8 januari 2026 (kenmerk: Z2026-00001336) heeft de veiligheidsregio Limburg-Noord positief geadviseerd over dit project. Wel verzoekt de veiligheidsregio - indien er zaken als zonnepanelen EOS of andere alternatieve en energiebronnen worden toegepast – om dan in een zo vroeg mogelijk stadium in overleg te treden om nadere eisen/uitgangspunten te bespreken. Het advies is als bijlage 6 bij deze motivering ,
opgenomen.
7. 8. 4
Conclusie
Ondanks het treffen van bovenstaande risicoreducerende maatregelen kan een incident met grote aantallen gewonden of doden nooit volledig uitgesloten worden. Dat is het restrisico. Dit soort incidenten zijn voor hulpdiensten niet bestrijdbaar. Hoewel een restrisico blijft bestaan wordt gezien de zeer kleine kans op het ontstaan van de voornoemde incidenten in combinatie met de te treffen voorzieningen (vluchtmogelijkheden gelaagd glas uitschakelbare mechanische ventilatie) het restrisico als acceptabel en voldoende verantwoord geacht. ,
,
,
,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |
,
Pagina | 50
In deze paragraaf zijn elementen aangedragen die het bevoegd gezag kan gebruiken bij de oordeelsvorming inzake de omgevingsveiligheid voor het aspect externe veiligheid ten aanzien van het beoogde woningbouwproject. De gemeente Beesel heeft advies ingewonnen bij de veiligheidsregio Limburg-Noord. Er is door de veiligheidsregio een positief advies afgegeven. Vanwege het aspect omgevingsveiligheid is er geen belemmering ten behoeve
7. 9
Verkeer
7. 9. 1
Algemeen
en
van de
realisatie van dit project.
parkeren
De toename aan functies zorgen voor verkeer. Bij het toelaten van een nieuwe functie moet daarom worden aangetoond wat het effect is op de bereikbaarheid en verkeersafwikkeling. Daarbij dient in beeld te worden gebracht of er sprake is van een (extra) parkeerbehoefte voor auto’s fietsen en/of scooters. Er mag geen onaanvaardbaar effect zijn. ,
Het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt berekend op basis van de Parkeerbijdrageregeling Beesel 2013 (vastgesteld april 2015). In de Parkeerbijdrageregeling wordt benoemd dat de parkeernormen berekend dienen te worden conform de meest recente versie van de landelijke parkeernormen van het CROW. Het betreft hier de CROW publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024-Basis voor parkeernormering’.
7. 9. 2
Toetsing
Ontsluiting en verkeersveiligheid Het woongebied zal worden ingericht met 16 parkeerplaatsen op eigen terrein aan de voorzijde zodat er een autovrij binnenhofje bij de woningen ontstaat. Via dat binnenhof zijn alle woningen bereikbaar. Het woongebied wordt op één punt ontsloten namelijk via de Julianastraat. De Julianastraat is een woonstraat die de verbinding vormt tussen Rijksweg en de Keulseweg. Verkeerskundig heeft de Julianastraat de functie van erfontsluitingsweg. Er geldt ter plaatse een 30 km/uur-snelheidsregime. Het projectgebied wordt met name via de Rijksweg (N271) verder lokaal en regionaal ontsloten. ,
Het treinstation in Reuver – gelegen aan de railverbinding tussen Nijmegen en Roermond (Maaslijn RS11) - is verder vanaf het projectgebied zowel voor auto- als fietsverkeer binnen enkele minuten bereikbaar. Op grond van de verkeersgeneratiekencijfers zoals opgenomen in de CROW publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024-Basis voor parkeernormering’ kan de verkeersaantrekkende werking van het project bepaald worden. ,
Er worden 10 aaneengebouwde koopwoningen gerealiseerd. Voor het berekenen van het aantal verkeersbewegingen dient uit te worden gegaan van ‘weinig stedelijk’ en ‘rest bebouwde kom’. Voor de verschillende woningtypes resulteert dit in het volgend aantal verkeersbewegingen: Aaneengebouwde woning maximaal 78 verkeersbewegingen per etmaal per woning. Dit resulteert in 10 x 78 = 78 verkeersbewegingen per etmaal. ,
,
Gezien de bestaande verkeersstructuur in Reuver kan er vanuit gegaan worden dat het gegenereerde verkeer voornamelijk via de Julianastraat en de Rijksweg (N271) zal rijden. Beide wegen zullen derhalve naar verwachting een zeer beperkt aantal extra verkeersbewegingen per etmaal te verwerken krijgen. Gelet op de verkeersfunctie van beide wegen de bestaande wegprofielen de bestaande verkeersintensiteiten en de autonome toename van deze verkeersintensiteiten in de periode 2025-2035 wordt geconcludeerd dat de omliggende infrastructuur geen hinder zal ondervinden ten gevolge van het relatief beperkte extra verkeer vanwege dit project. ,
,
,
,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |
Pagina | 51
Parkeren In de Parkeerbijdrageregeling Beesel 2013 is bepaald dat een bouwplan dient te voorzien in voldoende parkeermogelijkheden op eigen terrein. In de Parkeerbijdrageregeling wordt benoemd dat de parkeernormen berekend dienen te worden conform de meest recente versie van de landelijke parkeernormen van het CROW. Het betreft hier de CROW publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers 2024-Basis voor parkeernormering’. Op grond van de bovengenoemde CROW-publicatie 744 kan de volgende parkeerbalans voor het project worden opgesteld: functie aaneengebouwde woningen (senioren koop)
aantal 10
gebiedstypering weinig
benodigde pp 16 pp
norm
16 pp/woning ,
stedelijk/rest
,
bebouwde kom Afbeelding 17: tabel parkeerbalans
Als onderdeel van het stedenbouwkundige plan is de realisatie van parkeerplaatsen binnen het beoogde woongebied vormgegeven. Het woongebied wordt ingericht met 16 parkeerplaatsen op eigen terrein (waarvan 2 openbare parkeerplaatsen voor bezoekers) aan de voorzijde zodat er een autovrij binnenhofje bij de woningen ontstaat. Hierdoor voldoen initiatiefnemers aan de gemeentelijke parkeereis.
7. 9. 3
Conclusie
Vanwege de aspecten verkeer en parkeren zijn er geen belemmeringen ten behoeve van de realisatie van dit project.
7. 10
Natuur
7. 10. 1 Algemeen In deze paragraaf komt aan de orde op welke wijze bij de activiteit rekening wordt gehouden met het aspect natuur en de gevolgen voor de natuur door stikstofdepositie. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Deze regels komen grotendeels overeen met de regels die zijn opgenomen in de huidige Wet natuurbescherming. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn (92/43/EEG). ,
,
,
Gebiedsbescherming De Europese Vogel- en Habitatrichtlijn beschermt Natura 2000-gebieden. De minister van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit wijst de Natura 2000-gebieden aan. Op grond van artikel 2. 43 Omgevingswet legt hij ook de instandhoudingsdoelstellingen vast. Dit gebeurt in een aanwijzingsbesluit. Als er naar aanleiding van projecten plannen en activiteiten afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten mogelijkerwijs significante effecten optreden dienen deze bij de voorbereiding van een omgevingsplan in kaart te worden gebracht en beoordeeld. Natura 2000-gebieden hebben een externe werking zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden en verstoring kunnen veroorzaken moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. ,
,
,
,
,
,
,
Een ruimtelijk plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied kan alleen worden vastgesteld indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen kan het plan worden vastgesteld indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: ,
,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |
Pagina | 52
1.
Alternatieve oplossingen zijn niet voorhanden ;
2.
Het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang met inbegrip van redenen van sociale of economische aard ; en
3.
De noodzakelijke compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft.
,
In afdeling 8. 6 Bkl staat het beoordelingskader voor de omgevingsvergunning voor Natura 2000-activiteiten. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving maar ook van fysieke maatregelen die bescherming vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie stimuleren. Op grond van artikel 2. 18 lid 1 sub f Omgevingswet zijn in beginsel de provincies hiervoor verantwoordelijk. Echter ook decentrale overheden kunnen hierover actief beleid voeren. Hierbij kan worden gedacht aan het vaststellen van bijvoorbeeld een programma voor soortenbescherming. ,
,
,
,
,
Door strikte formulering van een flora- en fauna-activiteit moet bij vrijwel alle activiteiten in de fysieke leefomgeving nagegaan worden of: •
er soorten
aanwezig zijn ; en
•
welke soorten dat zijn.
In hoofdstuk 11 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wordt bepaald wanneer is.
een vergunning
nodig
7. 10. 2 Toetsing Gebiedsbescherming Het projectgebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Reuver. Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van het Nationaal Natuurnetwerk het Natuurnetwerk Limburg (voorheen Ecologische HoofdStructuur (EHS)) Natura 2000-gebieden of beschermde natuurmonumenten. Er zijn geen bomen met een beschermde status. Er is geen sprake van lichtvervuiling of het inbrengen van vervuil water in de bodem en het grondwater. ,
,
De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn: ‘Swalmdal’ – 58 kilometer Leudal' - 84 kilometer ‘Meinweg’ – 115 kilometer 'Roerdal'- 13 kilometer ,
,
,
Stikstof Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Na de uitspraak van de Raad van State (d. d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten die stikstof uitstoten worden gebruikt. Daarom moet per activiteit duidelijk worden gemaakt dat beschermde natuurgebieden daardoor niet worden aangetast. Het beoogde project mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. ,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |
Pagina | 53
Berekening Voor de berekening van de planbijdrage voor de depositie van NOx en NH3 in Natura 2000-gebieden is gebruik gemaakt van de AERIUS CALCULATOR (versie 2025). In de bijlage zijn de AERIUS rapportages bijgevoegd van de invoergegevens en het berekeningsresultaat. De volledige rapportage is als bijlage 7 bij deze motivering opgenomen.
Zowel voor de bouw- als de gebruiksfase van het project bedraagt het effect van het project op alle rekenpunten ten hoogste 000 mol/ha/jaar. Bij een dergelijke planbijdrage treedt er geen stikstofdepositie op binnen omliggende Natura 2000-gebieden. Derhalve treden er geen significant negatieve effecten op binnen de omliggende Natura 2000-gebieden. ,
Soortenbescherming Er is quickscan flora en fauna uitgevoerd i. v. m. de sloop van een loods en de nieuwbouw van 10 woningen binnen het projectgebied. De uitvoering van de quickscan is een eerste stap om te vermijden dat soorten verstoord of vernietigd kunnen worden bij de uitvoering van nieuwe ontwikkelingen. Met een bureauonderzoek en veldwerkonderzoeken wordt vastgesteld of er bij de plannen sprake kan zijn op overtreding van de Omgevingswet of dat deze met eenvoudige maatregelen zijn te voorkomen. Hieronder is de conclusie van het onderzoek opgenomen. De volledige rapportage is als bijlage 8 bij deze motivering ,
opgenomen.
Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie NDFF en soortenindicator BeSi). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens de veldbezoeken echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten (waaronder jaarrond beschermde soorten zoals bijvoorbeeld Huismussen (nesten van) Gierzwaluwen uilen en vleermuissoorten. ,
,
,
,
Het veldonderzoek uitgevoerd in de dagperiode op 22 september 2025 is buiten het broedvogelseizoen uitgevoerd. Daarom is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten achtergebleven nestmaterialen en vraatsporen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. Bij de inventarisaties is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen keutels en vraatsporen. ,
,
,
,
De afstanden tot de ecologische verbindingszones en percelen van het NNL zijn voldoende groot om te kunnen stellen dat de ontwikkelingen in het plangebied geen negatieve invloed zullen hebben op de beschermde natuurgebieden. Door de sloop van het gebouw en de hierop volgende nieuwbouw van woningen op het perceel verandert het karakter van het gebied. Er verdwijnen echter geen verblijfs- of broedmogelijkheden gezien de resultaten van de veldonderzoek. ,
,
Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de bouwwerkzaamheden wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden. De zorgmaatregelen bestaan in elk geval uit de volgende aspecten: ,
1. Voor algemeen voorkomende broedvogels (waarvan het nest gedurende broedperiode beschermd is) dienen de volgende mitigerende maatregelen getroffen te worden: Voer eventuele snoeiwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden te worden totdat de werkzaamheden zijn afgerond. Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen dienen de aanbevelingen in deze rapportage in acht te worden genomen. ,
,
,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |
Pagina | 54
2. Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: Indien verstoring plaatsvindt dient een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels) maar ook voor vogels om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo zodat dieren kunnen vluchten. Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken en groenelementen zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen). ,
,
,
,
,
,
,
3. Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. Ook voor mogelijke aanwezigheid van egel en vestiging van de rugstreeppad dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein dient gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april) te worden voorkomen. Als deze soorten worden waargenomen dienen zij zichzelf in veiligheid te kunnen brengen. ,
,
4. Indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen zodat de wet niet wordt overtreden. ,
,
Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.
7. 10. 3
Conclusie
Vanwege het aspect natuur is er geen belemmering ten behoeve van de realisatie van dit project.
7. 11
Weging
van
het waterbelang
Algemeen
7. 11. 1
Nederland leeft met water. Dat betekent dat bij bouwen rekening gehouden moet worden met water. Bij de vaststelling van het omgevingsplan moet de gemeente voor het waterbelang de opvattingen van de waterbeheerder betrekken. Dit volgt uit een instructieregel (artikel 5. 37) die is opgenomen in paragraaf 5. 1. 3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Op basis van artikel 5. 37 Bkl vervalt de term ‘watertoets’. Met ingang van de Omgevingswet vervangt het begrip 'weging van het waterbelang' deze term. Er gelden geen regels voor hoe de gemeente de waterbeheerder hierbij betrekt. De gemeente is vrij om hier zelf invulling aan te geven. In de kamerbrief ’water en bodem sturend’ van 25 november 2022 formuleert het Rijk een aantal uitgangspunten om water en bodem sturend te laten zijn in de ruimtelijke ordening. Dat zorgt ervoor dat de inwoners ook in een Nederland met een veranderend klimaat kunnen blijven leven wonen en werken. Naast de keuze ‘waar’ te bouwen is er ook invulling gegeven aan de vraag ‘hoe’ een gebied klimaatbestendig kan worden ingericht of bebouwd. Daartoe hebben de samenwerkende overheden en externe partijen een landelijke maatlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving opgesteld. Hierbij wordt gekeken naar de thema’s wateroverlast droogte hitte gevolgbeperking overstromingen biodiversiteit en bodemdaling bij nieuwbouw.
Voor de juridische borging van de groene maatlat denkt het Rijk aan een instructieregel in het Bkl of meer specifieke regelgeving in het Bbl. ,
,
,
,
,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |
Pagina | 55
7. 11. 2
Toetsing
Afvoerend verhard oppervlak Het projectgebied kent een oppervlakte van circa 2120 m.2 Daarvan is circa 1297 m 2 (circa 61 %) uitgeefbaar terrein. Er wordt circa 855 m 2 gereserveerd als openbaar gebied waarvan circa 561 m 2 voor verhardingen (voorerf en parkeerplaatsen) en circa 294 m 2 voor groenvoorzieningen. ,
Voor de bepaling van het toekomstig afvoerend verhard oppervlak wordt van de volgende aannames uitgegaan: Voor de verhardingen ter plaatse van het uitgeefbaar terrein (woonpercelen) wordt van een aanname van 50% uitgegaan. Voor de verharding ter plaatse van het voorerf en parkeerplaatsen wordt van een aanname van 100% uitgegaan. Voor de verhardingen van het overige deel van het openbaar gebied wordt van een aanname van 50% uitgegaan.
Bodemopbouw
en geohydrologie
Het projectgebied ligt op een hoogte van circa 245 m +NAP. Voor het bepalen van de bodemopbouw en geohydrologische situatie zijn primair gegevens uit het DINO-loket geïnterpreteerd en verwerkt. In onderstaande tabel is de geohydrologische indeling van de bodem tot 100 m-mv weergegeven. ,
Afbeelding 18: bodemopbouw en geohydrologie
Het freatisch grondwater bevindt zich naar verwachting op circa 30 m-mv. Op basis van het isohypsenpatroon van de grondwaterkaart wordt aangenomen dat de stromingsrichting van het freatisch grondwater noordelijk gericht is. Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermings- of grondwaterwingebied. ,
Er is een specifiek bodemdoorlatendheidsonderzoek worden verricht om de doorlatendheid van de bodem (Kwaarden) - en daarmee de geschiktheid van de locatie voor waterberging en waterinfiltratie - definitief vast te stellen. Onderstaande tabel bevat de gemeten doorlatendheden en mogelijkheden voor infiltratie.
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |
Pagina | 56
Afbeelding 19: bodemopbouw
Onderstaande afbeelding bevat verder de locaties van de boringen.
Afbeelding 20: locatie boringen
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |
Pagina | 57
De doorlatendheid van de geroerde bodem kan als slecht tot matig doorlatend worden geclassificeerd. Bij de keuze van het type de dimensionering en de locatie van het infiltratiesysteem zal rekening gehouden worden met de wisselende bodemopbouw en de aanwezige bodemverontreiniging met cyanide. ,
Het volledige bodemdoorlatendheidsonderzoek is als bijlage 9 bij deze ruimtelijke motivering gevoegd. Waterbergingsopgave Vanuit de gemeente Beesel gelden voor het planvoornemen de navolgende uitgangspunten: Bestaande bebouwing → geen toename → geen eis m. b. t. bergingsopgave ; Nieuwbouw (uitbreiding) → ongeacht wel of geen toename verhard oppervlak → compensatie 60
mm/m.2 Duurzame verwerking hemelwater Algemeen Water wordt bij de verdere planuitwerking expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en op een duurzame wijze verwerkt. In de toekomstige situatie wordt het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer ; HWA) gescheiden van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer ; DWA) ingezameld en binnen de planlocatie verwerkt. Waterbergingsvoorzieningen De voorzieningen die - op basis van de locatiespecifieke kenmerken en de beslismethodiek – geschikt zijn voor de onderhavige situatie zijn: 1. wadi greppel infiltratievijver ; 2. infiltratiekratten-putten -koffers -sleuf -riool ; 3. infiltratie door waterpasserende verharding. ,
,
,
,
,
,
De initiatiefnemer kiest voor de aanleg van infiltratieputten. De gedetailleerde technische uitwerking van deze waterinfiltratievoorziening zal bij de aanvraag om de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit – ruimtelijk bouwen worden gevoegd. Bij de dimensionering en de locatie van deze infiltratieputten zal rekening gehouden worden met de bovengenoemde wisselende bodemopbouw en de aanwezige bodemverontreiniging met cyanide. Een volledige berekening van de benodigde en te realiseren bergingscapaciteit alsmede een berekening van de leeglooptijd en verder een tekening met daarop de locaties van de infiltratieputten op die plaatsen binnen het projectgebied waar de K-waarden de bodem geschikt maken voor infiltratie is als bijlage 10 bij deze ruimtelijke motivering gevoegd. ,
Structurele grondwateronttrekking is niet aan de orde. Mocht er toch grondwater worden onttrokken dan mag dat – volgens het instemmingsbesluit met de bodemsanering van de provincie Limburg - alleen na een melding aan de provincie met daarin een onderbouwing waaruit blijkt dat er geen sprake is van een negatief effect op de eventuele verspreiding van de grondwaterverontreiniging. Lediging De ledigingscapaciteit of ledigingstijd wordt naast de doorlatendheid van de bodem mede bepaald door het infiltratieoppervlak van een voorziening. De ledigingstijd is de tijd die nodig is om een hemelwatervoorziening te ledigen wanneer het volledig gevuld is. Op basis van de bodemopbouw textuur en de resultaten van het doorlatendheidsonderzoek worden geen problemen verwacht met de lediging van het toekomstige systeem. ,
Geadviseerd wordt om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van 045 m/dag. Bij het definitieve ontwerp en de keuze voor het type (infiltratie)voorziening dient wel voldoende rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van de leemlaagjes in de ondergrond. ,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |
Pagina | 58
Calamiteit Het beschreven systeem is dusdanig robuust dat een situatie waarbij 60 mm neerslag valt geborgen kan worden. In een situatie waarbij in een korte tijd meer regen valt kan tijdelijk een water-op-straat situatie ontstaan. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient te worden voorkomen. Kwaliteit Uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling is dat de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater ten opzichte van de huidige situatie niet mag verslechteren. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en het gebruik van bouwmaterialen. Om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen (koper zink lood). De emissies vanuit bouwmaterialen worden beperkt door gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. ,
,
,
Riolering Hemelwater en afvalwater dient gescheiden ingezameld verwerkt en aangeleverd te worden. Als gevolg van de ontwikkeling zal het aanbod van vuilwater wijzigen. Vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer ; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden. ,
7. 11. 3
Conclusie
Vanwege het aspect water is er geen belemmering ten behoeve van de realisatie van dit project.
7. 12
Cultureel erfgoed
7. 12. 1
Algemeen
Wat onder cultureel erfgoed wordt verstaan is opgenomen in bijlage A (begrippen) van de Omgevingswet. Het gaat hierbij om monumenten archeologische monumenten stads- en dorpsgezichten cultuurlandschappen en voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan ander cultureel erfgoed als bedoeld in artikel 1. 1 van de Erfgoedwet. ,
,
,
,
,
De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren De gemeente moet bij het vaststellen van het omgevingsplan rekening houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed. Hieronder vallen ook bekend of aantoonbaar te verwachten archeologische monumenten. Dit staat in artikel 5. 130 lid 1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Archeologie De gemeente kan in het belang van archeologische monumentenzorg regels stellen in het omgevingsplan over archeologisch onderzoek. Voor archeologie dient de gemeente projecten kleiner dan 100 m 2 in beginsel vrij te stellen van de archeologische onderzoeksplicht (artikel 5. 130 lid 4 Bkl). De gemeente kan in een omgevingsplan echter grotere of kleinere vrijstellingsgrenzen vastleggen bijvoorbeeld in historische binnensteden waar de kans op het aantreffen van archeologische sporen heel groot is. Archeologisch onderzoek kan in dergelijke gevallen ook al bij projecten kleiner dan 100 m 2 vondsten opleveren.
In gebieden met een lage verwachtingswaarde kan de gemeente kiezen om een grotere vrijgestelde oppervlakte vast te leggen in het omgevingsplan. Dit om te voorkomen dat de gemeente een initiatiefnemer belast met het doen van archeologisch onderzoek dat naar verwachting niet of nauwelijks zinvol is. ,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |
Pagina | 59
Cultuurhistorie De verplichting om ook cultuurhistorische waarden te beschermen is in de Omgevingswet meegenomen. De instructieregels uit artikel 5. 130 lid 2 van het Bkl geven aan voor welke punten onder meer bescherming benodigd is (o. a. ontsiering beschadiging of sloop van monumenten en aantasting van de omgeving of karakteristieke stadsgezichten dorpsgezichten en cultuurlandschappen). In het omgevingsplan zal hiertoe een toereikend beschermingsregime moeten worden opgenomen. ,
,
7. 12. 2
Toetsing
Archeologie De gemeente Beesel heeft een archeologische waardenkaart (ABK) voor haar grondgebied opgesteld. Volgens deze archeologische beleidskaart van de gemeente Beesel is het projectgebied gelegen in een gebied met de status ‘hoge archeologische verwachting’. Voor deze gebieden geld dat er een onderzoeksplicht is bij werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 500 m 2 en die dieper gaan dan 40 cm. Daarnaast kent het vigerende bestemmingsplan nog de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologie 1’ toe aan het projectgebied. Ook hier is de bovengenoemde onderzoeksplicht opgenomen bij een verstoringsoppervlak en – diepte van respectievelijk 500 m 2 en 40 cm -mv. De planregels van deze dubbelbestemming schrijven verder ook dat archeologisch onderzoek ook verplicht is ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - AMK terreinen' en binnen een straal van 50 m rondom deze aanduiding. Het projectgebied ligt op circa 30 meter van het AMK-terrein aan weerszijde van de Rijksweg waardoor een archeologische onderzoeksplicht ontstaat. ,
Afbeelding 21: archeologische waarden
Er is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Doel van het bureauonderzoek is een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het projectgebied is. Het uitgevoerde bureauonderzoek toont aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in een gedeelte van het projectgebied zouden kunnen bevinden. Een deel van het projectgebied heeft een zeer lage archeologische waarde door een voormalig tankstation die diepgaande bodemverstoringen heeft achtergelaten. Het overige gedeelte waarvoor een hoge archeologische verwachting geldt is deels bebouwd tot 1 m- mv diepgaand verstoord en is aan de noordzijde van het projectgebied verontreinigd met cyanide. Op basis van deze gegevens wordt de kans op het aantreffen van potentiële archeologische resten miniem geacht en derhalve geadviseerd om het projectgebied vrij te geven. Het volledige onderzoek is als bijlage 11 bij deze motivering gevoegd. ,
,
,
,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |
Pagina | 60
Meldingsplicht Ook al wordt het projectgebied vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden dan blijft er volgens artikel 5. 10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap c. q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Het is verder raadzaam om ook de gemeente Beesel op de hoogte te stellen. ,
,
,
,
,
De Omgevingswet regelt dat in het geval van archeologische toevalsvondsten van algemeen belang niet alleen de minister van OCW maar ook de gemeente bevoegd is om bodemverstorende werkzaamheden stil te leggen. ,
,
Cultuurhistorie Het projectgebied ligt binnen bestaand stedelijk gebied van Reuver. Er zijn geen rijks-of gemeentelijke monumenten aanwezig. Het projectgebied ligt ook niet binnen een beschermd stads-of dorpsgezicht of een molenbiotoop. Er gelden voor het projectgebied dus geen specifieke cultuurhistorische waarden.
7. 12. 3
Conclusie
Vanwege het aspect cultureel erfgoed is er geen belemmering ten behoeve van de realisatie van dit project.
7. 13 7. 13. 1
Niet gesprongen explosieven (NGE) Algemeen
Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers) granaten mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Beesel heeft – evenals andere gebieden in Midden-Limburg - in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het projectgebied dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van een explosievenonderzoek kan de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. ,
,
,
,
7. 13. 2
Toetsing
Om vast te stellen of er mogelijk NGE’s uit de Tweede Wereldoorlog in het projectgebied aanwezig zijn is een aantal publicaties geraadpleegd.8 Tijdens de oorlog hebben rondom het projectgebied gevechtshandelingen plaatsgevonden. Volgens de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) valt het projectgebied binnen de Duitse verdedigingslinie langs de oostoever van de Maas. Hetgeen was bedoeld om aanvallen van de geallieerden uit het westen en zuiden tegen te houden. ,
Binnen een straal van 300 m van het projectgebied is geen munitie aangetroffen echter daarbuiten zijn redelijk wat munitieruimingen door de EODD gedaan. Met name richting het zuidwesten is een gebied gemarkeerd waar de geallieerden luchtaanvallen hebben uitgevoerd. Tevens zijn er mijnenvelden aangetroffen op ongeveer 500 m ten noorden en zuiden van het projectgebied. Resten uit de Tweede Wereldoorlog kunnen binnen het projectgebied nog worden verwacht. ,
8 Amersfoort & Kamphuis , 1990/Indicatieve kaart Militair Erfgoed/Jong , 1969 – 1994/ Klep & Schoenmaker , 1995/Ruimingskaart/VEO Bommenkaart/Zwanenburg , 1990/Luchtfoto’s RAF.
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |
Pagina | 61
Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het projectgebied dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar ontplofbare oorlogsresten (OO). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Beesel adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. ,
Dit onderzoek dient primair plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de BOPA-omgevingsvergunningprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijde de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.
7. 13. 3
Conclusie
Vanwege het aspect NGE is er geen belemmering ten behoeve
7. 14 7. 14. 1
van
de realisatie van dit project.
Bedrijfsmatige activiteiten Algemeen
Op grond van artikel 4. 2 Omgevingswet zorgt de gemeente in het Omgevingsplan voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit kan de gemeente onder andere bereiken door: De ordening van de locaties van activiteiten ten opzichte van elkaar ; hierbij kan worden gedacht aan de afstand tussen een woning en een bedrijf. Het stellen van regels aan activiteiten op een locatie ; hierbij kan worden gedacht aan normen voor geluidimmissies of preventieve maatregelen. De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingswet zijn het ruimtelijk spoor en het milieuspoor verder geïntegreerd. In de nieuwe systematiek onder de Omgevingswet wordt gebruikgemaakt van milieuwaarden in plaats van vaste afstanden. Niet met een vaste richtafstand voor iedere activiteit ongeacht of de activiteit die afstand wel nodig heeft maar met een concrete waarde per activiteit met daarbij een zo reëel mogelijk ruimtebeslag. Hiermee wordt beoogd discussie over de toewijzing van bedrijven aan milieucategorieën en onnodig grote gebruiksruimte te voorkomen. ,
,
Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige functies of gebieden. Om deze milieuzonering hanteerbaar te maken wordt door de gemeente Beesel nog steeds gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' van maart 2009. Voor de beoordeling inzake de toelaatbaarheid van ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid kan onder de Omgevingswet ook gebruik gemaakt worden van de meest recente Handreiking van de VNG ‘Activiteiten en milieuzonering 2024’. Dit is juridisch echter niet verplicht. De Handreiking van de VNG is een hulpmiddel voor gemeenten om deze beoordeling uit te voeren. De nieuwe VNG-Handreiking is dan ook een alternatief naast de ‘oude’ VNG Handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’.
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |
Pagina | 62
7. 14. 2
Toetsing
Met de beoogde toevoeging van de beoogde levensloopbestendige woning wordt een gevoelig object toegevoegd aan de omgeving. Daarom moet in de omgeving worden nagegaan of er mogelijk bedrijven of inrichtingen aanwezig zijn die invloed hebben op de ontwikkelingen. Onderstaande tabel geeft de bedrijven in de omgeving weer inclusief richtafstanden voor de verschillende relevante milieuaspecten. ,
Voordat bepaald kan worden of de beoogde woningen binnen de richtafstanden van bedrijven of inrichtingen in de omgeving zijn gelegen dient bepaald te worden tot welk gebiedstype het projectgebied behoort ; rustige woonwijk of gemengd gebied. ,
Rustige woonwijk en rustig buitengebied: Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie) een stiltegebied of een natuurgebied. ,
Gemengd gebied: Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. ,
Hoewel het projectgebied zelf nu nog formeel een bedrijfsfunctie heeft en is gelegen nabij twee belangrijke verkeersverbindingen (Rijksweg (N271) en spoorverbinding Venlo-Roermond (Maaslijn RS11) ligt het binnen een gebied waarin de woonfunctie verreweg dominant is waardoor de directe omgeving van het projectgebied gezien kan worden als een rustige woonwijk. ,
,
De volgende bedrijven in de omgeving van het projectgebied dienen beschouwd te worden: Bedrijf en omschrijving
Bedrijventerrein ‘Molenveld’ spoor/Keulseweg
milieucategorie
grootste afstand rustige
afstand tot
woonwijk
woongebied
3. 1
50 meter
ca. 135 meter
1
10 meter
ca. 104 meter
nieuwe
,
‘bedrijven tot en met milieucategorie 3. 1’ zone
Rijksweg 89-89b Kledingwinkel/detailhandel Afbeelding 22: tabel milieuzonering
De afstand tussen de nabijgelegen bedrijven en het nieuwe woongebied is zodanig ruim dat redelijkerwijs niet gevreesd hoeft te worden dat de bedrijfsvoering zal leiden tot zodanig milieuhinder dat een goed woon- en leefklimaat niet gegarandeerd is.
7. 14. 3
Conclusie
Vanwege de aspecten activiteiten en milieuzonering zijn er geen belemmeringen ten behoeve van de realisatie van dit project.
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |
Pagina | 63
8.
FINANCIELE HAALBAARHEID
8. 1
Financieel-economische uitvoerbaarheid
Als op voorhand duidelijk is dat de toegedachte functie om financiële redenen op langere termijn niet zal worden gerealiseerd behoort de functie niet mogelijk te worden gemaakt. In plaats van een uitvoerbaarheidstoets bevat het Omgevingsplan eigenlijk een onuitvoerbaarheidstoets. Het omgevingsplan mag namelijk geen regels bevatten die op voorhand onuitvoerbaar zijn. Ten eerste zal worden beoordeeld of een ontwikkeling binnen een redelijke termijn uitvoerbaar is gelet op de aard en omvang van de voorziene ontwikkeling en het gebied waar deze ontwikkeling is voorzien. Ten tweede zal worden beoordeeld of deze ontwikkeling binnen die redelijke termijn financieel haalbaar is en zo ja hoe de gemeenteraad dat inzichtelijk heeft gemaakt. ,
,
,
,
De realisatie van het project geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. Deze heeft voldoende private financiële middelen voor de planrealisatie. De gemeentelijke financiën zijn hierbij niet in het geding.
8. 2
Kostenverhaal
Publiekrechtelijk kostenverhaal vindt in het concrete geval niet langer plaats via de omgevingsvergunning maar door middel van een kostenverhaalsbeschikking (artikel 13. 18 Ow). Ook wel de beschikking bestuursrechtelijke geldschuld genoemd.
,
Kostenverhaal geldt voor kostenverhaalplichtige activiteiten. Dat zijn: • •
aangewezen aangewezen
bouwactiviteiten activiteiten vanwege gebruikswijzigingen
Het Omgevingsbesluit bevat relevante regels over (verplicht) kostenverhaal (zie artikel 8. 13 Ob voor aangewezen activiteiten waarvoor kostenverhaal verplicht is artikel 8. 14 Ob voor de mogelijkheden om af te zien van kostenverhaal en artikel 8. 15 Ob voor de kostensoortenlijst). Pas nadat is betaald is het toegestaan de activiteiten uit te voeren (zie artikel 13. 12 Ow). Eén van de bouwactiviteiten waarvoor kosten verhaald worden is de bouw van een of meer hoofdgebouwen met een woonfunctie (zie artikel 8. 13 aanhef en sub a Ob). Het project betreft de realisatie van 10 nieuwe woningen waardoor verplicht kostenverhaal door de gemeente in principe aan de orde is. ,
,
Artikel 8. 14 Ob bevat een regeling om af te zien van kostenverhaal. Het bevoegd gezag kan beslissen kosten niet te verhalen als: a.
het totaal van de verschuldigde geldsommen dat op grond van artikel 13. 18 Ow kan worden verhaald minder bedraagt dan € 10.000- ; er geen verhaalbare kosten als bedoeld in de onderdelen A3 tot en met A9 van bijlage IV Ob zijn ; of de verhaalbare kosten alleen de aansluiting van een locatie op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen. ,
b. c.
De gemeente Beesel en de initiatiefnemer hebben echter besloten om een anterieure overeenkomst met elkaar af te sluiten waarin het gemeentelijke kostenverhaal is verzekerd. De ontwikkeling heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen.
8. 3
Nadeelcompensatie
Als er een omgevingsvergunning verleend wordt en als op grond daarvan schade wordt veroorzaakt dan is artikel 4. 5 Awb van toepassing. De vergoeding van eventueel uit te keren nadeelcompensatie komt voor rekening van de initiatiefnemer. Dat is eveneens in de anterieure overeenkomst geregeld. ,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |
,
,
Pagina | 64
9.
PROCEDURE BOPA
9. 1
Algemeen
Voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) geldt meestal de reguliere procedure en soms de uitgebreide procedure. Meestal reguliere procedure Op de onderhavige aanvraag is conform artikel 16. 62 Omgevingswet de reguliere procedure van titel 4. 1 Algemene wet bestuursrecht van toepassing. Dit sluit aan bij het uitgangspunt van de Omgevingswet dat bij de verlening van omgevingsvergunningen zoveel mogelijk de reguliere procedure wordt gevolgd. De beslistermijn voor de reguliere procedure is maximaal 8 weken met een mogelijkheid van verlenging met 6 weken en eventueel verlenging van 4 weken wanneer advies en instemmingsrecht van de provincie van toepassing is. Daarna is er bezwaar en beroep mogelijk. Soms uitgebreide procedure In onderstaande gevallen geldt voor de BOPA de uitgebreide procedure: 1. 2. 3. Ad 1.
als dit is aangewezen in de Omgevingswet en/of het Omgevingsbesluit ; op verzoek van de aanvrager ; als het bevoegd gezag deze van toepassing verklaart. Aangewezen in Omgevingswet en Omgevingsbesluit
In afdeling 16. 3 van de Omgevingswet over de totstandkomingsprocedures en in artikel 10. 24 van het Omgevingsbesluit staat wanneer de uitgebreide procedure geldt. Ad 2.
Uitgebreide procedure op verzoek aanvrager
De uitgebreide procedure is van toepassing op de BOPA als de aanvrager hierom heeft verzocht of heeft ingestemd met het toepassen van de uitgebreide procedure (artikel 16.65 lid 1 onder b Omgevingswet). ,
Ad 3.
Bevoegd
gezag verklaart
,
,
uitgebreide procedure van toepassing
Het bevoegd gezag kan de uitgebreide procedure van toepassing verklaren op de BOPA (artikel 16.65 lid 4 Omgevingswet). In de uitgebreide procedure beslist het bevoegd gezag binnen 6 maanden na een aanvraag. Het bevoegd gezag mag niet van tevoren beslissen op welke gevallen zij afdeling 3. 4 Awb van toepassing zal verklaren. Die beslissing moet zij per aanvraag nemen. Het bevoegd gezag kan wel beleidsregels opstellen over hoe zij de wettelijke criteria van artikel 16. 65 lid 4 onder a en b Omgevingswet uitlegt. In de beleidsregel kan het bevoegd gezag activiteiten benoemen die in ieder geval aanzienlijke gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving en waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. ,
,
9. 2
,
,
Advies en instemming GS
Met haar advies- en instemmingsbevoegdheid kan de provincie voorkomen dat de gemeente een omgevingsvergunning voor een BOPA verleent als die provinciale belangen doorkruist. Deze bevoegdheid is geregeld in artikel 4.25 lid 1 onder g en lid 3 Ob. ,
,
,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |
Pagina | 65
Gedeputeerde Staten (hierna ook: GS) moeten vooraf aangeven in welke gevallen een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan hen voor advies en instemming moet worden voorgelegd. Ze mogen alleen gevallen aanwijzen waarbij sprake is van een provinciaal belang. Dit provinciaal belang moet ook blijken uit een door de provincie openbaar gemaakt document. Dit volgt uit de verwijzing in artikel 4.25 lid 1 onder g Ob. jo. artikel 16.15a onder d Ow. ,
,
,
GS hebben via het Besluit advies en instemming bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten provincie Limburg invulling gegeven aan deze bevoegdheid. In artikel 1 onder o. van dit besluit is vastgelegd dat advies en instemming van GS met betrekking tot projecten waarvoor de instructieregels nieuwe woningen (artikel 12. 1 Omgevingsverordening Limburg) gelden alleen nodig is bij het toevoegen van één of meerdere woningen buiten stedelijk gebied of landelijke kernen zoals aangegeven in de Omgevingsverordening Limburg. Omdat het huidige project de bouw van 10 nieuwe woningen binnen stedelijk gebied betreft is advies en instemming van GS van Limburg niet noodzakelijk. ,
,
Advies gemeenteraad
9. 3
De gemeenteraad kan gevallen aanwijzen waarin een bindend advies nodig is van de gemeenteraad om af te wijken - via een BOPA - van het omgevingsplan. Deze bevoegdheid is geregeld in artikel 16. 15a Ow. Voor de niet-aangewezen gevallen vervalt dat adviesrecht. Het adviesrecht van de gemeenteraad onder de Omgevingswet is van toepassing voor activiteiten waarvoor de gemeenteraad echt directe regie wenst te houden zoals ontwikkelingen met een grote maatschappelijke impact en/ of activiteiten die niet overeenkomstig de bestaande beleidskaders zijn. ,
,
De gemeenteraad van Beesel heeft de zogenaamde ‘Lijst adviesrecht van de raad’ vastgesteld. Daarop zijn ontwikkelingen aangewezen waarvoor een bindend advies van de raad nodig is bij aanvragen omgevingsvergunning die afwijken van het omgevingsplan. Advies van de raad is nodig voor aanvragen omgevingsvergunning in afwijking van het omgevingsplan bij toevoegingen van 10 of meer woningen binnen de kernen of direct aansluitend daaraan of meer dan 5 woningen in het buitengebied (niet direct aansluitend aan de kern). ,
Het onderhavige project betreft de toevoeging van 10 woningen zodat B&W van Beesel advies aan de raad dient te vragen alvorens zij kan beslissen op de aanvraag om een BOPA-omgevingsvergunning. ,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |
Pagina | 66
10.
BELANGENAFWEGING EN CONCLUSIE
10. 1
Is er sprake van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties?
Voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit wordt de omgevingsvergunning alleen verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL artikel 8.0a lid 2 Bkl). ,
,
Naast de regel dat omgevingsvergunningen slechts kunnen worden verleend met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gelden de beoordelingsregels in artikel 8. 0b tot en met 8. 0e van het Bkl. ,
De vraag bij de vergunningverlening is of het initiatief – de gevraagde activiteit - leidt tot een situatie waarbij er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Anders gezegd: is er – na een zorgvuldige belangenafweging - met het toestaan van de activiteit nog steeds of weer sprake van een evenwichtige toedeling? ,
Om dit te kunnen beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving relevante aspecten (voor zover betrekking hebbend op de gevraagde activiteit) nader onderzocht en afgewogen (zie de hoofdstukken 5 6 en 7). ,
10. 2
Conclusie
Uit deze ruimtelijke motivering blijkt dat het project niet strijdig is met rijks- provinciaal- regionaal- en gemeentelijk ruimtelijk beleid. Het project is wel strijdig met het (tijdelijke deel van het) Omgevingsplan Beesel. ,
,
Door het project en gelet op de aard en waarden binnen het projectgebied worden er geen natuurlandschaps- en cultuurhistorische waarden en beschermde flora en fauna aangetast. Ook zijn er geen milieuplanologische en/of veiligheidsbeperkingen met betrekking tot de realisatie van het project. Gelet op de inhoud en omvang van dit project heeft dit project uitsluitend positieve milieu-en ruimtelijke gevolgen. ,
,
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel)| status: definitief |
Pagina | 67
BIJLAGEN Bijlage 1: Participatieverslag Bijlage 2: Akoestisch onderzoek weg- en spoorweglawaai Bijlage 3: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4: Aanvullend bodemonderzoek Bijlage 5: Besluit instemming deelsanering Bijlage 6: Advies omgevingsveiligheid VRLN Bijlage 7: Stikstofonderzoek Bijlage 8: Quickscan flora en fauna Bijlage 9: Bodemdoorlatendheidsonderzoek Bijlage 10: Hemelwaterbergingscapaciteit , leegloopberekening en locatie infiltratieputten Bijlage 11: Archeologisch onderzoek (BO)
| Ruimtelijke motivering BOPA woningbouw Julianastraat 4a Reuver (gemeente Beesel) | status: definitief |