voorontwerp bp Buitengebied Beemster 2012 - partiele herziening 2021, toelichting, bijlage 4 ovz aanpassingen in de regels.pdf
Tekst van het document
29
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
4.
b.
indien de afstand vanaf de gevellijn meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: de goothoogte mag niet meer dan 5,5 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 12 m bedragen; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van de kap niet minder dan 15°en niet meer dan 30° mag bedragen; 5. indien een bouwwerk zowel binnen als buiten de afstand van 18 m van de gevellijn, als bedoeld onder 3 en 4 is gelegen, gelden de regels als genoemd onder 3; 6. voor kassen geldt dat:, met inachtneming van de volgende regels: deze kassen zijn alleen zijn toegelaten ter plaatse van de aanduiding 'kas'; de goothoogte en bouwhoogte van kassen mag niet meer dan respectievelijk 6 en 8 m bedragen; per bouwvlak één bedrijfswoning, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning er mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m; 4. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meerdan 60° mag bedragen; 5. de inhoud van een bedrijfswoning, niet zijnde een stolp, inclusief aan- en uitbouwen mag niet groter zijn dan 750 m3; 6.
de bedrijfswoning mag in afwijking van het gestelde onder b2, b4 en b5 als een stolpwoning worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: de oppervlakte mag niet minder dan 225 m2 (15 x 15 m) en niet meer dan 400 m2 (20 x 20 m) bedragen; de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen; de dakhelling van de piramidekap mag niet minder dan 45º en niet meer dan 52º bedragen; 7. de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 9 m; 8. als de bestaande afstand minder dan 9 m bedraagt, dan geldt deze mindere afstand als minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens; 9. de bedrijfswoning mag niet eerder worden gebouwd, dan nadat of tegelijkertijd de bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke inhoud van niet minder dan 1.500 m3 zijn of worden gerealiseerd.
4.2.3
Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b.
c. d.
e. f. g.
aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd binnen bestemmingsvlakken; de hoogte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, met een maximum van 4 m, onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m; de diepte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan 3 m loodrecht gemeten vanuit de gevel waaraan wordt aangebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m ; aan de zijgevel van de woning gebouwde aan- of uitbouwen mogen tot maximaal 3 m achter het verlengde van de achtergevel van de woning worden gebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m ; de goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; bijgebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60ºmag bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het voor bebouwing aangewezen erf van de woning, met voor bijgebouwen en overkappingen een maximum van 48 m , met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het aanduidingsgebied;
30
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
h. i.
de zijdelingse afstand tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen.
4.2.4
Pronkgevels
Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw.
4.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. 4.3
de bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd met uitzondering van landhekken als bedoeld onder e; de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag niet meer 2 m bedragen; de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen; de bouwhoogte van landhekken mag niet meer dan 1,5 m bedragen; de zijdelingse afstand tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a.
b.
4.4
lid 4.2.1 sub b indien de woning met de aanduiding als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; lid 4.2.2 sub a onder 3 en 4 en b onder 4 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt. openheid van het landschap niet wordt aangetast. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik van gronden en bouwwerken strijdig met de bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b.
c. d.
e. f.
het opslaan of opgeslagen hebben in enigerlei vorm van stoffen en materialen van welke soort dan ook, anders dan ter plaatse noodzakelijk voor de uitoefening van het glastuinbouwbedrijf; het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen voor statische opslag, voor zover deze opslag meer ruimte inneemt dan 1.000 m2 , alsmede het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, voer-, vaar- en vliegtuigen, en voertuigen, dan wel onderdelen daarvan; het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf; het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik,uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van betrokken glastuinbouwbedrijf tot een oppervlakte van 50 m2 ; het bedrijfsmatig beoefenen of laten beoefenen van de ruiter-, zwem- of tennissport, dan wel het bedrijfsmatig exploiteren of laten exploiteren van zwembaden en sauna's; het bedrijfsmatig stallen of laten stallen van (klein)vee;
31
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
g. h.
het gebruik ten behoeve van intensieve veehouderij dierveredelingsactiviteiten; het gebruik ten behoeve van het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens.
4.4.1
Caravanstalling
Binnen de bestemming "Agrarisch-Glastuinbouw" zijn ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling' bestaande caravanstallingen toegestaan, met dien verstande dat de oppervlakte voor het stallen van caravans niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding '(cs)'. 4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
Plattelandswoning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 4.1 sub d, voor het gebruik van een agrarische bedrijfswoning door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf, mits er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 4.6
Afwijken van de gebruiksregels
4.6.1
Caravanstalling
4.11. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.1 en lid 4.9 onder d, voor het gebruik van vrijkomende agrarische bebouwing voor de stalling van caravans, waarbij de volgende regels gelden: a. b. c. d. e. f. g.
h. i.
de oppervlakte aan caravanstalling mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 5.000 m; de opslag van caravans en andere vergelijkbare objecten mag geenszins leiden tot noodzakelijke uitbreiding van de agrarische bedrijfsbebouwing; de opslag mag niet leiden tot een onevenredige vergroting van de verkeersaantrekking; er mag geen (structurele) buitenopslag van caravans en dergelijke plaatsvinden; het (agrarische) karakter van de betrokken gronden en/of de omgeving daarvan mag door de ter plaatse aanwezige caravanstallingen niet onevenredig worden aangetast; de gebouwen waarin wordt opgeslagen, mogen geen uiterlijke wijziging ondergaan; de opslag van caravans e.d. mag in ieder geval niet gepaard gaan met of leiden tot het bedrijfsmatig herstellen of vervaardigen van goederen en materialen en/of het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van de betrokken goederen en materialen ter plaatse; het gebruik mag niet leiden tot onevenredige afbreuk van de landschappelijke kwaliteiten; het gebruik mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de belangen van derden.
4.6.2
Extra caravanstalling
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.11 voor het gebruik van een groter oppervlak voor de stalling van caravans dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling', waarbij de volgende regels gelden: a. b. c. d. e. f.
g. h.
de opslag van caravans en andere vergelijkbare objecten mag geenszins leiden tot noodzakelijke uitbreiding van de agrarische bedrijfsbebouwing; de opslag mag niet leiden tot een onevenredige vergroting van de verkeersaantrekking; er mag geen (structurele) buitenopslag van caravans en dergelijke plaatsvinden; het (agrarische) karakter van de betrokken gronden en/of de omgeving daarvan mag door de ter plaatse aanwezige caravanstallingen niet onevenredig worden aangetast; de gebouwen waarin wordt opgeslagen, mogen geen uiterlijke wijziging ondergaan; de opslag van caravans e.d. mag in ieder geval niet gepaard gaan met of leiden tot het bedrijfsmatig herstellen of vervaardigen van goederen en materialen en/of het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van de betrokken goederen en materialen ter plaatse; het gebruik mag niet leiden tot onevenredige afbreuk van de landschappelijke kwaliteiten; het gebruik mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de belangen van derden.
32
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
4.7
Wijzigingsbevoegdheid
4.7.1
Vrijkomende agrarische bebouwing
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming "Agrarisch - Glastuinbouw" wijzigen in de bestemming "Wonen" of de bestemming "Recreatie", met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d.
e.
nieuwe niet-agrarische functies mogen geen afbreuk doen aan de bestaande stedenbouwkundige, cultuurhistorische of groenblauwekwaliteiten of karakteristieken van het gebied; nieuwe niet-agrarische functies mogen alleen worden gerealiseerd binnen het (voormalig) agrarische bouwvlak; nieuwe niet-agrarische functies mogen geen beperking betekenen van bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden vanomringende agrarische bedrijven en woonfuncties; voor het wijzigen ten behoeve van "Wonen" gelden aanvullend nog de volgende regels: 1. wijziging is alleen mogelijk bij volledige beëindiging van de glastuinbouwfunctie; 2. karakteristieke boerderijen mogen worden gesplitst in maximaal twee woningen indien wordt aangetoond dat geen afbreuk wordtgedaan aan het oorspronkelijke karakter van de bebouwing; 3. er mag maximaal één vrijstaande nieuwe woning worden gebouwd (bij voorkeur in of tegen bestaand bebouwd gebied), mits minimaal 1.000 m van de voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt (incl. zekerstelling) en dit bijdraagt aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 4. het bepaalde in artikel 22 "Wonen" is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de goothoogte en bouwhoogte vaneen nieuw op te richten woning niet meer mag bedragen dan respectievelijk 4 en 7 m; voor het wijzigen ten behoeve van de bestemming "Recreatie" gelden aanvullend nog de volgende regels: 1.
uitsluitend toegestaan ten behoeve van het realiseren van maximaal 6 recreatie-eenheden of één groepsaccommodatie; 2. de vloeroppervlakte van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 75 m bedragen; 3. de inhoud van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 200 m bedragen; 4. parkeren ten behoeve van de recreatie-eenheden dient op eigen terrein plaats te vinden; 5. de realisering van recreatie-eenheden of een groepsaccommodatie mag uitsluitend plaatsvinden in voormalige bedrijfsgebouwen,niet zijnde kassen; 6. de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen.
33
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
34
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 5 5.1
Agrarisch - Hulpbedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Hulpbedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
de uitoefening van het agrarisch hulpbedrijf, al dan niet in combinatie met een agrarisch bedrijf; wonen ten behoeve van het bedrijf;
met daarbij behorende: c. d. e.
bouwwerken waaronder bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen; open terreinen, waaronder wegen en paden, opslag-, los-, laad- en parkeerplaatsen; groen en watervoorzieningen.
alsmede voor: f.
ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristiek bouwwerken.
5.2
Bouwregels
5.2.1 a. b.
c. d.
Algemeen
Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen.
5.2.2
Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen
De volgende hoofdgebouwen mogen worden gebouwd: a.
b.
bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte en bouwhoogte mogen niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; Ten aanzien Ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; bebouwing binnen het bouwvlak wordt bepaald dat het maximale bebouwingspercentage niet meer mag bedragen dan op de verbeelding staat aangegeven. 3. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van de kap niet minder dan 15° en niet meer dan 60° mag bedragen; 4. de voorgevel van een bedrijfsgebouw is minimaal 10 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning gelegen; per bouwvlak één bedrijfswoning, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven, met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning er mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m; 4. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 5.
de inhoud van een bedrijfswoning, niet zijnde een stolp, inclusief aan- en uitbouwen mag niet groter zijn dan 750 m3; 6. de bedrijfswoning mag in afwijking van het gestelde onder b2, b4 en b5 als een stolpwoning worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden:
35
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
7. 8. 9.
5.2.3
de oppervlakte mag niet minder dan 225 m2 (15 x 15 m) en niet meer dan 400 m2 (20 x 20 m) bedragen; de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen; de dakhelling van de piramidekap mag niet minder dan 45º en niet meer dan 52º bedragen; de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens magniet minder bedragen dan 9 m; als de bestaande afstand minder dan 9 m bedraagt, dan geldt deze mindere afstand als minimale afstand tot dezijdelingse perceelsgrens; de bedrijfswoning mag niet eerder worden gebouwd, dan nadat of tegelijkertijd de bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke inhoud van niet minder dan 1.500 m3 zijn of worden gerealiseerd. Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b.
c. d.
e. f. g.
h. i.
aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd binnen bestemmingsvlakken; de hoogte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, met een maximum van 4 m, onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m; de diepte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan 3 m loodrecht gemeten vanuit de gevel waaraan wordt aangebouwd onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m; aan de zijgevel van de woning gebouwde aan- of uitbouwen mogen tot maximaal 3 m achter het verlengde van de achtergevel van de woning worden gebouwd onverminderd het bepaalde wat betreft de max.
omvang van 750 m; de goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; bijgebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het voor bebouwing aangewezen erf van de woning, met voor bijgebouwen en overkappingen een maximum van 48 m , met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het aanduidingsgebied; de zijdelingse afstand tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen.
5.2.4
Pronkgevels
Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw.
5.2.5
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e.
de bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd met uitzondering van landhekken als bedoeld onder e; de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag niet meer 2 m bedragen; de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; de bouwhoogte van overige bijbehorende bouwwerken mag niet meer dan 5 m bedragen; de bouwhoogte van landhekken mag niet meer dan 1,5 m bedragen;
36
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
f. g. h.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 4 m bedragen; de zijdelingse afstand tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen.
5.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a.
b.
lid 5.2.1 sub b indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; lid 5.2.2 sub a onder 1, voor het bouwen buiten het bouwvlak, mits: de oppervlakte van de denkbeeldige rechthoek waarvan het bestaande bouwvlak deel uitmaakt, niet meer dan 2 ha bedraagt; er geen m.e.r.-plichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt; en tevens is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.
c.
d.
5.4
voor de concrete situatie moet zijn aangetoond dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is; 2. er moet sprake zijn van een grondgebonden agrarisch bedrijf óf van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn en/of -gezondheid; 3. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform het verslag van het keukentafeloverleg, waarvan de werkwijze is opgenomen in artikel 35 'Algemene procedureregels'; 4. bij de inpassing van nieuwe bouwwerken moet rekening worden gehouden met de belangen van de omgevingsaspecten en moeten de volgende kernkwaliteiten worden behouden of versterkt: de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven; de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 5 zijn aangegeven.
lid 5.2.2 sub a onder 2, voor het bouwen tot een goothoogte van maximaal 7 m, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; lid 5.2.2 sub a onder 3 en b onder 4 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. b. c.
het gebruik ten behoeve van het kamperen; het gebruik ten behoeve van het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik; het gebruik van de gebouwen ten behoeve van veredelingsbedrijven.
5.5
Wijzigingsbevoegdheid
5.6
Vrijkomende agrarische bebouwing
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming "Agrarisch-Hulpbedrijf" wijzigen in de bestemming "Wonen" of de bestemming "Recreatie", met inachtneming van de volgende regels: a.
nieuwe niet-agrarische functies mogen geen afbreuk doen aan de bestaande stedenbouwkundige, cultuurhistorische of groenblauwekwaliteiten of karakteristieken van het gebied;
37
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
b. c. d.
e.
nieuwe niet-agrarische functies mogen alleen worden gerealiseerd binnen het (voormalig) agrarische bouwvlak; nieuwe niet-agrarische functies mogen geen beperking betekenen van bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven en woonfuncties; voor het wijzigen ten behoeve van "Wonen" gelden aanvullend nog de volgende regels: 1. wijziging is alleen mogelijk bij volledige beëindiging van het agrarisch hulpbedrijf; 2. karakteristieke boerderijen mogen worden gesplitst in maximaal twee woningen indien wordt aangetoond dat geen afbreuk wordt gedaan aan het oorspronkelijke karakter van de bebouwing; 3. er mag maximaal één vrijstaande nieuwe woning worden gebouwd (bij voorkeur in of tegen bestaand bebouwd gebied), mits minimaal 1.000 m van de voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt (incl. zekerstelling) en dit bijdraagt aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 4. het bepaalde in artikel 22 "Wonen" is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de goothoogte en bouwhoogte vaneen nieuw op te richten woning niet meer mag bedragen dan respectievelijk 4 en 7 m; voor het wijzigen ten behoeve van de bestemming "Recreatie" gelden aanvullend nog de volgende regels: 1. uitsluitend toegestaan ten behoeve van het realiseren van maximaal 6 recreatie-eenheden of één groepsaccommodatie; 2.
de vloeroppervlakte van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 75 m bedragen; 3. de inhoud van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 200 m bedragen; 4. parkeren ten behoeve van de recreatie-eenheden dient op eigen terrein plaats te vinden; 5. de realisering van recreatie-eenheden of een groepsaccommodatie mag uitsluitend plaatsvinden in voormalige bedrijfsgebouwen,niet zijnde kassen; 6. de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen.
38
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 6 6.1
Agrarisch - Intensieve veehouderij
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Intensieve veehouderij' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.
intensieve veehouderijbedrijven; wonen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een woning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten';
met daarbij behorende: c. d. e. f.
bouwwerken waaronder bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen; wegen en paden; groen- en watervoorzieningen; open terreinen, zoals parkeer-, opslag-, laad- en losplaatsen;
alsmede voor: g.
ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristiek bouwwerken.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
a. b.
c. d.
Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen.
6.2.2
Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen
De volgende hoofdgebouwen mogen worden gebouwd: a.
b.
bedrijfsgebouwen, met in achtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. ter plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 15° en niet meer dan 60°; 4. de voorgevel van een bedrijfsgebouw is minimaal 10 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning gelegen; per bouwvlak één bedrijfswoning, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; 3. de inhoud mag inclusief aan- en uitbouwen niet meer bedragen dan 750 m3; 4. gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder mag bedragen dan 30° en niet meer dan 60°; 5. de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde woning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 2,5 m; 6.
de bedrijfswoning mag niet eerder worden gebouwd dan nadat of tegelijkertijd binnen het bebouwingsvak agrarische de bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke inhoud van niet minder dan
39
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
1.500 m3 zijn of worden gerealiseerd. 6.2.3
Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b.
c. d.
e. f. g.
h. i.
aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd binnen bestemmingsvlakken; de hoogte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, met een maximum van 4 m, onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m; de diepte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan 3 m loodrecht gemeten vanuit de gevel waaraan wordt aangebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m; aan de zijgevel van de woning gebouwde aan- of uitbouwen mogen tot maximaal 3 m achter het verlengde van de achtergevel van de woning worden gebouwd onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m; de goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; bijgebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60ºmag bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het voor bebouwing aangewezen erf van de woning, met voor bijgebouwen en overkappingen een maximum van 48 m , met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het aanduidingsgebied.
de zijdelingse afstand tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen.
6.2.4
Pronkgevels
Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw.
6.2.5
Bouwwerken, geen gebouw zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. 6.3
de bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd met uitzondering van landhekken als bedoeld onder e; de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag niet meer 2 m bedragen; de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen; de bouwhoogte van landhekken mag niet meer dan 1,5 m bedragen. de zijdelingse afstand tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a.
b.
lid 6.2.1 sub b indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van hetdat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; lid 6.2.2 sub a onder 1, voor het bouwen buiten het bouwvlak, mits:
40
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
de oppervlakte van de denkbeeldige rechthoek waarvan het bestaande bouwvlak deel uitmaakt, niet meer dan 2 ha bedraagt; er geen m.e.r.-plichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt; en tevens is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.
c.
d.
e.
f.
6.4
voor de concrete situatie moet zijn aangetoond dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is; 2. er moet sprake zijn van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn; 3. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform het verslag van het keukentafeloverleg, waarvan de werkwijze is opgenomen in artikel 35 'Algemene procedureregels'; 4. bij de inpassing van nieuwe bouwwerken moet rekening worden gehouden met de belangen van de omgevingsaspecten en moeten de volgende kernkwaliteiten worden behouden of versterkt: de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven; de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 5 zijn aangegeven. lid 6.4 sub a onder 1 voor het buiten het bouwvlak oprichten van een mestsilo met een maximale inhoud van 3.000 m mits: 1. wordt aangetoond dat daarvoor binnen het bouwvlak geen ruimte is of vanwege milieuhygiënische redenen niet mogelijk is; 2. de afstand tot het bouwperceel niet meer bedraagt dan 50 m; 3.
de bouwhoogte van een mestsilo mag niet meer dan 5 m bedragen en de landschappelijke waarden van de droogmakerij niet onevenredig worden aangetast; lid 6.2.2 sub a onder 2 voor het bouwen tot een goothoogte van maximaal 4 m, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; lid 6.2.2 sub a onder 2, voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een grotere oppervlakte dan op basis van het op de planverbeelding aangegeven 'maximum bebouwingspercentage (%)' is toegestaan, mits dit voortvloeit uit wettelijke bepalingen op het gebied van milieu, dierenwelzijn of diergezondheid en mits dit niet leidt tot het houden van meer dieren; lid 6.2.2 sub a onder 3 en 4 en b onder 4 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; openheid van het landschap niet wordt aangetast. Specifieke gebruiksregels
Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a.
b. c.
het gebruik van gronden en bebouwing binnen het agrarisch bouwperceel voor het houden van vee, indien dit leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de bestaande situatie (zie 1.17 bestaande situatie (stikstofdepositie)) vanaf het betreffende agrarisch bouwperceel op de maatgevende voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden; het gebruik ten behoeve van het kamperen; het gebruik ten behoeve van het plaatsen of geplaatst houden van onderkomens. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf tot een oppervlakte van maximaal 50 m2 .
41
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
6.5
Afwijken van de gebruiksregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 6.1 sub d, voor het gebruik van een agrarische bedrijfswoning door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf, mits er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 6.1 sub d, het op de verbeelding aangegeven bebouwingspercentage voor bestaande bedrijven met maximaal 15% verhogen uitsluitend indien voldaan moet worden aan wettelijke huisvestingseisen als gevolg van milieu en/of dierwelzijn, gebouwd wordt in 1 bouwlaag en waarbij het aantal dieren niet mag toenemen. 6.6
Wijzigingsbevoegdheid
6.6.1
Veranderen vorm bouwvlak
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming "Agrarisch - Intensieve veehouderij" wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak, waarbij de totale oppervlakte van het bouwvlak niet mag worden vergroot. 6.6.2
Wijziging bebouwingspercentage
Burgemeester en wethouders kunnen binnen de bestemming "Agrarisch - Intensieve veehouderij" het op de verbeelding aangegeven bebouwingspercentage voor bestaande bedrijven met maximaal 15% verhogen uitsluitend indien voldaan moet worden aan wettelijke huisvestingseisen als gevolg van milieu en/of dierwelzijn, gebouwd wordt in 1 bouwlaag en waarbij het aantal dieren niet mag toenemen. 6.6.3
Vrijkomende agrarische bebouwing
6.11. Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming "Agrarisch - Intensieve veehouderij" wijzigen ten behoeve niet-agrarische gebruik "Wonen" en "Recreatie", met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d.
e.
nieuwe niet-agrarische functies mogen geen afbreuk doen aan de bestaande stedenbouwkundige, cultuurhistorische of groenblauwekwaliteiten of karakteristieken van het gebied; nieuwe niet-agrarische functies mogen alleen worden gerealiseerd binnen het (voormalig) bouwvlak; nieuwe niet-agrarische functies mogen geen beperking betekenen van bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven en woonfuncties; voor het wijzigen ten behoeve van "Wonen" gelden aanvullend nog de volgende regels: 1. wijziging is alleen mogelijk bij volledige beëindiging van de intensieve veehouderijfunctie; 2. karakteristieke boerderijen mogen worden gesplitst in maximaal twee woningen indien wordt aangetoond dat geen afbreuk wordt gedaan aan het oorspronkelijke karakter van de bebouwing; 3. er mag maximaal één vrijstaande nieuwe woning worden gebouwd (bij voorkeur in of tegen bestaand bebouwd gebied), mits minimaal 1.000 m van de voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt (incl. zekerstelling) en dit bijdraagt aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 4. het bepaalde in artikel 22 "Wonen" is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de goothoogte en bouwhoogte vaneen nieuw op te richten woning niet meer mag bedragen dan respectievelijk 4 en 7 m; voor het wijzigen ten behoeve van de bestemming "Recreatie" gelden aanvullend nog de volgende regels: 1.
uitsluitend toegestaan ten behoeve van het realiseren van maximaal 6 recreatie-eenheden of één groepsaccommodatie; 2. de vloeroppervlakte van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 75 m bedragen; 3. de inhoud van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 200 m bedragen; 4. parkeren ten behoeve van de recreatie-eenheden dient op eigen terrein plaats te vinden; 5. de realisering van recreatie-eenheden of een groepsaccommodatie mag uitsluitend plaatsvinden in voormalige bedrijfsgebouwen,niet zijnde kassen; 6. de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen.
42
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 7 7.1
Agrarisch - Paardenhouderij
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch - Paardenhouderijj' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
productiegerichte paardenhouderij; ondergeschikte neventak in de vorm van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf, met een een maximale bedrijfsvloeroppervlakte van 750 m2 ; gebruiksgerichte paardenhouderij ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch gebruiksgerichte paardenhouderij'; manege voor stalling van paarden en het uitoefenen van de ruitersport ter plaatse van de aanduiding 'manege'. erfpad met bijbehorende beplanting ter plaatse van de aanduiding 'pad'; wonen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een woning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten';
7.2
Bouwregels:
7.2.1 a. b.
c. d.
Algemeen
Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen.
7.2.2
Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen
De volgende hoofdgebouwen mogen worden gebouwd: a.
b.
bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. ter plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m) mogen de goothoogte en de bouwhoogte niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. ter plaatse van van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 4. indien de afstand vanaf de gevellijn niet meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: de goothoogte mag niet meer dan 3 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; de bouwhoogte is niet hoger dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van de kap niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 5. indien de afstand vanaf de gevellijn meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: de goothoogte mag niet meer dan 5,5 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 12 m bedragen; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van de kap niet minder dan 15° en niet meer dan 30° mag bedragen; 6.
indien een bouwwerk zowel binnen als buiten de afstand van 18 m van de gevellijn, als bedoeld onder 4 en 5 is gelegen, gelden de regels als genoemd onder 4; per bouwvlak één bedrijfswoning, tenzij op de verbeelding anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met inachtneming van de volgende regels:
43
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
1. 2. 3. 4. 5. 6.
7. 8. 9.
7.2.3
de bedrijfswoning mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; de inhoud van een bedrijfswoning, niet zijnde een stolp, inclusief aan- en uitbouwen mag niet groter zijn dan 750 m3; de bedrijfswoning mag als een stolpwoning worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: de oppervlakte mag niet minder dan 225 m2 (15 x 15 m) en niet meer dan 400 m2 (20 x 20 m) bedragen; de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen; de dakhelling van de piramidekap mag niet minder dan 45º en niet meer dan 52° bedragen; de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens mag nietminder bedragen dan 9 m; als de bestaande afstand minder dan 9 m bedraagt, dan geldt deze mindere afstand als minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens; de bedrijfswoning mag niet eerder worden gebouwd, dan nadat of tegelijkertijd de bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke inhoud van niet minder dan 1.500 m3 zijn of worden gerealiseerd. Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen
Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b.
c. d.
e. f. g.
h. i.
aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd binnen bestemmingsvlakken; de hoogte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, met een maximum van 4 m, onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m; de diepte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan 3 m loodrecht gemeten vanuit de gevel waaraan wordt aangebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m; aan de zijgevel van de woning gebouwde aan- of uitbouwen mogen tot maximaal 3 m achter het verlengde van de achtergevel van de woning worden gebouwd onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m; de goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; bijgebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het voor bebouwing aangewezen erf van de woning, met voor bijgebouwen en overkappingen een maximum van 48 m , met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het aanduidingsgebied.
de zijdelingse afstand tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen.
7.2.4
Pronkgevels
Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw.
44
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
7.2.5
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h.
de bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; de bouwhoogte van een voedersilo mag niet meer dan 15 m bedragen en de bouwhoogte van een mestsilo mag niet meer dan 5 m 6 m inclusief afdekking bedragen; de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag maximaal 2 m bedragen de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen; de zijdelingse afstand tot de aanwezige sloten mag niet minder bedragen dan 3,6 m; de zijdelingse afstand tot een aanwezige kopergravuresloten mag niet minder bedragen dan 7,2 m. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'pad' is een toegangspoort toegestaan, waarbij de volgende regels gelden:1. de toegangspoort mag alleen in het voorerfgebied gebouwd worden; 2. de bouwhoogte van de poort mag niet meer dan 4 m bedragen.
7.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a.
b.
lid 7.2.1 sub b indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; lid 7.2.2 sub a onder 1, voor het bouwen buiten het bouwvlak, mits: de oppervlakte van de denkbeeldige rechthoek waarvan het bestaande bouwvlak deel uitmaakt, niet meer dan 2 ha bedraagt; er geen m.e.r.-plichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt; en tevens is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.
c.
d.
e. f. g.
voor de concrete situatie moet zijn aangetoond dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is; 2. er moet sprake zijn van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn; 3. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform het verslag van het keukentafeloverleg, waarvan de werkwijze is opgenomen in artikel 35 'Algemene procedureregels'; 4. bij de inpassing van nieuwe bouwwerken moet rekening worden gehouden met de belangen van de omgevingsaspecten en moeten de volgende kernkwaliteiten worden behouden of versterkt: de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven; de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 5 zijn aangegeven.
lid 6.2.2 sub a onder 3, voor het bouwen van bedrijfsgebouwen met een grotere oppervlakte dan op basis van het op de planverbeelding aangegeven 'maximum bebouwingspercentage (%)' is toegestaan, mits dit voortvloeit uit wettelijke bepalingen op het gebied van milieu, dierenwelzijn of diergezondheid en dit niet leidt tot het houden van meer dieren; lid 7.2.2 sub a onder 5 voor het bouwen tot een goothoogte van maximaal 7 m, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; lid 7.4 sub a onder 3 wat betreft het overschrijden van de bouwhoogte met 10%; lid 7.2.2 sub b onder 7 voor het bouwen tot op de zijdelingse perceelsgrens; lid 7.7 onder a voor het buiten het bouwvlak oprichten van een mestsilo met een maximale inhoud van 3.000 m mits: 1. wordt aangetoond dat daarvoor binnen het bouwvlak geen ruimte is of vanwege milieuhygiënische redenen niet mogelijk is; 2. de afstand tot het bouwperceel niet meer bedraagt dan 50 m;
45
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
3. h.
de bouwhoogte van een mestsilo niet meer dan 5 m bedraagt en de landschappelijke waarden van de droogmakerij niet onevenredig worden aangetast; lid 7.2.2 sub b onder 4 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt. openheid van het landschap niet wordt aangetast.
7.4
Specifieke gebruiksregels
7.4.1
Strijdig gebruik
Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a.
b. c.
d. e. f. g. h.
i. j.
het gebruik van gronden en bebouwing binnen het agrarisch bouwperceel voor het houden van vee, indien dit leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de bestaande situatie (zie 1.17 bestaande situatie (stikstofdepositie)) vanaf het betreffende agrarisch bouwperceel op de maatgevende voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden; het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen van welke soort dan ook, anders dan ter plaatsenoodzakelijk voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf; het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen voor statische opslag, voor zover deze opslag meer ruimte inneemt dan 1.000 m2 , alsmede het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, voer-, vaarofvliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan; het gebruik voor verblijfsrecreatie; het geplaatst hebben van mobiele kampeermiddelen buiten de periode van 1 maart tot en met 31 oktober; gebruik als manege, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'manege'; het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van productenvafkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf; het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of
verbruik,uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf tot een oppervlakte van 50 m2 ; het gebruik van gronden ten behoeve van bosbouw; het gebruik van de gebouwen ten behoeve van veredelingsactiviteiten voor zover de veredelingsactiviteiten meer ruimte innemen dan 750 m.
7.4.2
Paardenbak
Binnen de bestemming 'Agrarisch - Paardenhouderij' is de aanleg van een paardenbak toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.
per bouwvlak is maximaal één paardenbak toegestaan; de bouwhoogte van de omheining mag niet meer bedragen dan 1,5 m; de bouwhoogte van lichtmasten ten behoeve van de paardenbak mag niet meer bedragen dan 5 m.
7.5
Afwijken van de gebruiksregels
7.5.1
Plattelandswoning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 7.1 sub f, voor het gebruik van een agrarische bedrijfswoning door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf, mits er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
46
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
7.6
Wijzigingsbevoegdheid
7.6.1
Wijzigingsbevoegdheid
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemmingen "Agrarisch" en "Agrarisch - Paardenhouderij" wijzigen ten behoeve van de vormverandering van het bouwvlak, met inachtneming van de volgende regels: a. b.
totale oppervlakte van het bouwvlak niet mag worden vergroot; de afstand tot aan het verlengde van de voorste bestemmingsgrens van de aangrenzende bestemming "Tuin" mag niet worden verkleind.
7.6.2
Vergroting bouwvlak
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming "Agrarisch" wijzigen ten behoeve van de vergroting van het bouwvlak en het bestemmingsvlak voor de bestemming "Agrarisch - Paardenhouderij", waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e.
de agrarische noodzaak dient te worden aangetoond door middel van een bedrijfsplan dat ter advisering wordt voorgelegd aan een commissie of instantie van deskundigen; de totale oppervlakte van het bouwvlak mag niet meer gaan bedragen dan 1,5 ha; de diepte van een bouwvlak mag niet meer gaan bedragen dan 200 m; de afstand tot aan de voorste bestemmingsgrens van de aangrenzende bestemming "Tuin" mag niet worden verkleind; in een inrichtingsplan dient de ruimtelijke en landschappelijke inpassing van het vergrote bouwvlak te worden vastgelegd.
7.6.3
Vrijkomende agrarische bebouwing
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming "Agrarisch - Paardenhouderij" wijzigen in de bestemming "Wonen" of de bestemming "Recreatie", met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d.
e.
nieuwe niet-agrarische functies mogen geen afbreuk doen aan de bestaande stedenbouwkundige, cultuurhistorische of groenblauwekwaliteiten of karakteristieken van het gebied; nieuwe niet-agrarische functies mogen alleen worden gerealiseerd binnen het (voormalig) agrarische bouwvlak; nieuwe niet-agrarische functies mogen geen beperking betekenen van bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden vanomringende agrarische bedrijven en woonfuncties; voor het wijzigen ten behoeve van "Wonen" gelden aanvullend nog de volgende regels: 1. wijziging is alleen mogelijk bij volledige beëindiging van de agrarische functie; 2. de bebouwing van de karakteristieke boerderijen mag functioneel worden gesplitst in maximaal twee woningen met instandhoudingvan het oorspronkelijke karakter van de bebouwing; 3. er mag maximaal één vrijstaande nieuwe woning worden gebouwd (bij voorkeur in of tegen bestaand bebouwd gebied), mits minimaal 1.000 m van de voormalige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt (incl. zekerstelling) en dit bijdraagt aan de verbetering van de ruimtelijke kwaliteit; 4. het bepaalde in artikel 22 "Wonen" is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de goothoogte en bouwhoogte vaneen nieuw op te richten woning niet meer mag bedragen dan respectievelijk 4 en 7 m; voor het wijzigen ten behoeve van de bestemming "Recreatie" gelden aanvullend nog de volgende regels: 1.
uitsluitend toegestaan ten behoeve van het realiseren van maximaal 6 recreatie-eenheden of één groepsaccommodatie; 2. de vloeroppervlakte van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 75 m bedragen; 3. de inhoud van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 200 m bedragen; 4. parkeren ten behoeve van de recreatie-eenheden dient op eigen terrein plaats te vinden; 5. de realisering van recreatie-eenheden of een groepsaccommodatie mag uitsluitend plaatsvinden in voormalige bedrijfsgebouwen,niet zijnde kassen; 6. de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen.
47
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
7.6.4
Gebruiksgerichte paardenhouderij
Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming "Agrarisch - Paardenhouderij" wijzigen door het bouwvlak te voorzien van de aanduiding 'produktiegerichte paardenhouderij', met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d.
er mag geen afbreuk worden gedaan aan de bestaande stedenbouwkundige, cultuurhistorische of groenblauwe kwaliteiten of karakteristieken van het gebied; de nieuwe functie mag geen beperking betekenen van bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van omringende agrarische bedrijven en woonfuncties; de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen. in een inrichtingsplan dient de ruimtelijke en landschappelijke inpassing van de gebruiksgerichte paardenhouderij te wordenvastgelegd.
48
bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021
Artikel 8 8.1
Bedrijf
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
bedrijven die zijn genoemd in Bijlage 1 Lijst van toegelaten bedrijfstypen; ambachtelijke meubelmakerij, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf ambachtelijke meubelmakerij'; delfstofwingebied, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf delfstofwingebied'; garagebedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - garagebedrijf'; mechanisatiebedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf mechanisatiebedrijf'; waterschapswerf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf waterschapswerf'; wonen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een woning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'; caravanstalling, uitsluitend ter plaatse van de functieaanduiding 'caravanstalling'; recreatiewoning, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning';
met daarbij behorende: j. k.
bouwwerken waaronder bedrijfsgebouwen; woningen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een wonen niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding'bedrijfswoning uitgesloten'; l. wegen en paden; m. groen- en watervoorzieningen; n. open terreinen, zoals parkeer-, opslag-, laad- en losplaatsen; alsmede voor: o. p.
ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' het behoud en bescherming van rijksmonumenten; ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristiek bouwwerken.
8.2
Bouwregels
8.2.1 a. b.
c. d. e.
Algemeen
Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. Ten aanzien van de bebouwing binnen het bouwvlak wordt bepaald dat het maximale bebouwde oppervlak niet meer mag bedragen dan het % dat op de verbeelding staat aangeven.