CConstaterende datBeemster
Koppel je AI →
Document · PDF

voorontwerp bp Buitengebied Beemster 2012 - partiele herziening 2021, toelichting, bijlage 4 ovz aanpassingen in de regels.pdf

Raadscommissie 18 mei 2021, gemeente BeemsterBij agendapunt: 7: Bespreken voorontwerp partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012 (ter meningsvorming).34.563 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 Partiële herziening 2021 voorontwerp

bestemmingsplan Regels

Buitengebied Beemster 2012 Partiële herziening 2021 voorontwerp 31-03-2021

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Inhoudsopgave

Regels

5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

7 7 17

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29

Bestemmingsregels Agrarisch Agrarisch - Glastuinbouw Agrarisch - Hulpbedrijf Agrarisch - Intensieve veehouderij Agrarisch - Paardenhouderij Bedrijf Bedrijf - Nutsvoorziening Cultuur en ontspanning - Seksinrichting Detailhandel - Tuincentrum Dienstverlening Groen Horeca Maatschappelijk Natuur Recreatie Sport Tuin Verkeer Water Wonen Leiding - Gas Leiding - Hoogspanningsverbinding Leiding - Riool Leiding - Water Waarde - Archeologie Waarde - Cultuurhistorie Waterstaat - Waterkering

19 19 29 35 39 43 49 53 55 57 59 61 63 65 67 69 71 73 75 77 79 85 87 89 91 93 95 97

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 30 Vrijwaringszone - molenbiotoop Artikel 31 Anti-dubbeltelregel Artikel 32 Algemene bouwregels Artikel 33 Algemene gebruiksregels Artikel 34 Algemene aanduidingsregels Artikel 35 Algemene afwijkingsregels Artikel 36 Algemene procedureregels Artikel 37 Algemene regels omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden

99 99 101 103 105 107 109 111

Hoofdstuk 4 Artikel 38 Artikel 39

115 115 117

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

3

113

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

4

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Regels

5

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

6

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1

plan:

het bestemmingsplan 'Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021' met identificatienummer NL.IMRO.0370.BPBUITEN2012HERZ21-VO01 van de gemeente Beemster; 1.2

bestemmingsplan:

de geometrisch bepaalde planobjecten met bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3

de verbeelding:

de verbeelding bestaande uit het blad met het nummer NL.IMRO.0370.BPBUITEN2012HERZ21-VO01 opgedeeld in 7 verbeeldingsbladen en een blad met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven; 1.4

aanbouw:

een gebouw met een primaire woonfunctie dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.5

aanduiding:

een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6

aanduidingsgrens:

de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7

aan-huis-verbonden bedrijf:

een bedrijf dat in, aan of bij een woning wordt uitgeoefend door een (mede)bewoner van de op het bouwperceel gesitueerde woning, waarbij de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt en dat is gericht op het verlenen van diensten; de bedrijfsuitoefening dient een ruimtelijke uitwerking en uitstraling te hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.8

aan-huis-verbonden beroep:

een beroep dat in, aan of bij een woning wordt uitgeoefend door een (mede)bewoner van de op het bouwperceel gesitueerde woning, waarbij de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt en dat is gericht op het verlenen van diensten; de beroepsuitoefening dient een ruimtelijke uitwerking en uitstraling te hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.9

achtererfgebied:

erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 m van de voorkant, van het hoofdgebouw;

7

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

1.10

agrarisch bedrijf:

een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of het houden van dieren, daaronder niet begrepen een productiegerichte paardenhouderij, houtteelt, zaadveredeling en de teelt van watergebonden organismen als planten, algen, weekdieren, schelpdieren en vissen; een aan het buitengebied gebonden bedrijf waar uitsluitend of in hoofdzaak door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren producten worden voortgebracht, waaronder mede wordt verstaan de met die activiteiten qua aard vergelijkbare activiteiten zoals paarden fokken/melken; 1.11

agrarisch hulpbedrijf (of agrarisch loonbedrijf):

een bedrijf dat uitsluitend of in overwegende mate gericht is op het verrichten van werkzaamheden voor en/of de levering van diensten aan agrarische bedrijven en verder ook als agrarisch bedrijf kan functioneren; 1.12

bebouwing:

één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.13

bebouwingspercentage:

het in de regels of op de kaart aangegeven percentage van een bouwvlak, of indien geen bebouwingsgrenzen zijn aangegeven het percentage van het bestemmingsvlak, dat ten hoogste bebouwd mag worden met gebouwen, tenzij in de regels anders is bepaald; 1.14

bed and breakfast:

een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie zonder eigen kookvoorziening die zich met name richt op de trekkende toeristen, die voor één of enkele nachten een onderkomen zoeken; de indeling en invulling van de kamers is sterk afhankelijk van de bestaande bebouwing; 1.15

bedrijfswoning:

een woning liggend op een erf of terrein van een (agrarisch) bedrijf, uitsluitend bestemd voor de huisvesting van één of meer personen wiens/wier huisvesting daar, gelet op de bestemming en bedrijfsvoering van het bedrijf, noodzakelijk is. 1.16 a. b.

1.17 1.

2. 1.18

bestaand: bij bouwwerken: bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; bij gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; bestaande situatie (stikstofdepositie): de activiteit die is toegestaan ten tijde van het vaststellen van dit bestemmingsplan op grond van: a. een vergunning als bedoeld in artikel 2.7, lid 2 van de Wet Natuurbescherming, of b. een omgevingsvergunning waarbij de toestemming op grond van artikel 2.2aa onderdeel a van het Besluit omgevingsrecht is aangehaakt, of indien een vergunning als bedoeld onder 1a ontbreekt: het feitelijke en planologisch legale gebruik; bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.19

bestemmingsvlak:

een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

8

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

1.20

bijbehorend bouwwerk:

uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk met een dak; 1.21

bijgebouw:

een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door zijn vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.22

bouwen:

het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.23

bouwgrens:

de grens van een bouwvlak; 1.24

bouwperceel:

een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.25

bouwperceelgrens:

de grens van een bouwperceel; 1.26

bouwvlak:

een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten; 1.27

bouwwerk:

elke constructie van enige omvang, van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.28

detailhandel:

het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.29

dienstverlening:

het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden; 1.30

erker:

een uitbouw aan een woning, die zich bevindt aan de voor- of zijgevel of beide, en ondergeschikt is aan de woning; 1.31

escortbedrijf:

de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;

9

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

1.32

gebouw:

elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.33

gebruiksgerichte paardenhouderij;

een paardenhouderij waar het rijden met paarden primair gericht is op de ruiter/amazone, uitgezonderd maneges; 1.34

gevellijn:

aanduiding van de achtergevel en de verlengde lijn van de (bedrijfs)woning; 1.35

glastuinbouwbedrijf:

een (agrarisch) bedrijf gericht op het telen van groente, fruit-, tuin- en kasvruchten, sierteeltgewassen en (tuinbouw)zaden, waarvan de exploitatie geheel of grotendeels gebonden is aan ter plaatse aanwezige kassen; 1.36

golfbaan:

een perceel waarop de sport golf wordt gespeeld; de baan bestaat uit een reeks holes; 1.37

groepsaccommodatie:

een (deel van) een (agrarisch bedrijfs)gebouw bedoeld voor recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij wordt overnacht in slaapzalen en/of slaapkamers en waar een dagverblijf beschikbaar is, inclusief sanitaire voorzieningen en gezamenlijke keukenfaciliteiten; 1.38

grondgebonden agrarisch bedrijf:

een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf; 1.39

hoofdgebouw:

gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is, zoals de bedrijfsgebouwen, bedrijfswoning of woning; 1.40

horecabedrijf:

een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies worden verstrekt, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.41

huishouden:

een alleenstaande, dan wel twee of meer personen, die een duurzame (gemeenschappelijke) huishouding voer(t)(en) of wil(len) voeren, waar bij een gemeenschappelijke huishouding sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan (kamerverhuur wordt daaronder niet begrepen); 1.42

huiskavel:

de gronden behorende bij een agrarisch bedrijf voor zover deze gronden direct grenzen aan het agrarisch bouwvlak waarop de bedrijfswoning zich bevindt en daarmee direct in verbinding staan;

10

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

1.43

intensieve veehouderij:

een agrarisch bedrijf, niet zijnde een grondgebonden agrarisch bedrijf, dat slacht-, fok-, leg-, pels- of melkdieren houdt, zonder of nagenoeg zonder weidegang of vrije uitloop, met uitzondering van veehouderij waarin producten worden vervaardigd die gecertificeerd zijn volgens in Nederland geldende regelgeving van de Europese Unie voor biologische producten en met uitzondering van viskwekerij; 1.44 a.

b. 1.45

kamperen: het houden van recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel of in een bouwwerk dat ter beschikking is gesteld voor het houden van een recreatief nachtverblijf, niet zijnde een hotel, een pension of een woning anders dan een recreatiewoning; het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen; kampeermiddelen:

tenten, tentwagens, kampeerauto's of caravans dan wel andere onderkomens of andere voertuigen, gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voor zover niet als bouwwerk aan te merken, alsmede trekkershutten en demontabele verblijfsaccommodaties; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.46

kas:

een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, groenten, bloemen of planten, zoals reguliere kassen in de glastuinbouw en kleine teeltondersteunende kassen in de vollegrondstuinbouw; 1.47

keukentafeloverleg:

methode van overleg via één of meerdere gesprekken op locatie met als doel om met de initiatiefnemer(s) van een nieuwe ontwikkeling, die afwijkt van het bestemmingsplan, overeenstemming te bereiken over de landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing van bebouwing en/of het gebruik; 1.48

kopergravuresloot:

een als zodanig op de verbeelding aangegeven waterloop met cultuurhistorische waarde; 1.49

maatschappelijke voorzieningen:

voorzieningen inzake welzijn, volksgezondheid, cultuur, religie, sport, onderwijs, openbare orde en veiligheid en daarmee gelijk te stellen sectoren; 1.50

manege:

een bedrijf dat gericht is op de beoefening van de paardensport in combinatie met één of meer van de navolgende activiteiten of voorzieningen: het in pension houden van paarden en pony's, horeca-activiteiten (kantine, foyer en dergelijke), logies en/of verenigingsaccommodatie en het houden van wedstrijden of andere evenementen; 1.51

nutsvoorzieningen:

voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie;

11

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

1.52

omgevingsaspecten:

de omgevingsaspecten omvatten in ieder geval natuurwaarden, erfgoedwaarden, bodemkwaliteit, waterkwantiteit en -kwaliteit, luchtkwaliteit, externe veiligheidsbelangen, bedrijfshinder en andere hinderaspecten, verkeersbelangen en parkeren. 1.53

omgevingsvergunning:

een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo); 1.54

omgevingsvergunning voor het bouwen:

omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk als bedoeld in de Wabo; 1.55 omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, als bedoeld in de Wabo; 1.56

omgevingsvergunning voor het afwijken:

omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met dit plan met toepassing van de in dit plan opgenomen regels inzake afwijking, als bedoeld in de Wabo; 1.57

ondergeschikte nevenactiviteiten:

bedrijfs- of beroepsmatige activiteiten die in ruimtelijk en functioneel opzicht duidelijk ondergeschikt is aan de hoofdfunctie op een bouwperceel; 1.58

onderkomen:

voor verblijf geschikte - al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken - voertuigen, vaartuigen, arken, toercaravans, voor zover deze niet als bouwwerk zijn aan te merken, alsook tenten; 1.59

overkapping:

een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste een wand; 1.60

paardenbak:

een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining; 1.61

paddock:

een ruimte waar één of meerdere paarden ter ontspanning en naar eigen inzicht vrij kunnen bewegen en al dan niet (deels) overkapt; 1.62

permanente bewoning:

het gebruik van een (bedrijfs-)woning als vaste woonplaats; 1.63

plattelandswoning:

een agrarische bedrijfswoning die is gelegen binnen een agrarisch bouwperceel en die gebruikt mag worden door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf;

12

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

1.64

productiegerichte paardenhouderij:

een paardenhouderij waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan en/of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten en trainen en verhandelen van paarden; 1.65

prostitué/prostituee:

degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.66

prostitutie:

het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.67

raamprostitutie:

een seksinrichting waarbij de prostitué/prostituee vanachter de ramen door handeling, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie beweegt, uitnodigt dan wel aanlokt; 1.68

reëel agrarisch bedrijf:

een agrarisch bedrijf groter dan 40 NGE, waarvan de continuïteit gewaarborgd is, met een arbeidsomvang van niet minder dan 0,5 arbeidskracht van wie de agrarische bedrijfsuitoefening het hoofdberoep vormt; 1.69

recreatie-eenheid:

een recreatie-eenheid is een zelfstandige verblijfsruimte in een gebouw die bestemd is voor recreatief verblijf door een persoon, een (deel van een) gezin of een daarmee gelijk te stellen groep mensen en die niet fungeert als permanent of hoofd-woonverblijf; 1.70

recreatiewoning:

een zelfstandig gebouw, dat geen woonkeet, geen caravan en geen bouwsel op wielen is, bestemd voor recreatief verblijf door een persoon, een (deel van een) gezin of een daarmee gelijk te stellen groep mensen en dat niet fungeert als permanent of hoofdwoonverblijf; 1.71

seksinrichting:

een voor het publiek toegankelijke gebouw dan wel onderkomen waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.72

sekswinkel:

de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd; 1.73

goederen

van

statische opslag:

binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven en geen onevenredige verkeersaantrekkende werking hebben, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto's, boten, caravans, campers en dergelijke; 1.74

stolpwoning:

van oorsprong voor agrarisch doel (inclusief wonen) opgericht gebouw op een vierkante plattegrond, bestaande uit één bouwlaag met pyramidaal dak, dat rust op een constructie van poeren en dwarsbalken;

13

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

1.75

straatmeubilair:

de op of bij de weg behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals verkeerstekens, wegbebakening, bewegwijzering, verlichting, halteaanduiding, parkeerregulerende constructies, brandkranen, informatieen reclameconstructies, rijwielstandaards, afvalcontainers, zitbanken, plantenbakken, communicatievoorzieningen, gedenktekens, telefooncellen en abri's; 1.76

straatprostitutie:

op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke plaats, door handeling, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken; 1.77

teeltondersteunend glas:

kassen, deel uitmakende van een grondgebonden agrarisch bedrijf vollegrondstuinbouwbedrijf of bollenteeltbedrijf, waarvan de productieomvang in ondergeschikte mate onderdeel uitmaakt van de totale productieomvang van het bedrijf; 1.78

thuiswerk:

degene die thuis prostitutie bedrijft en voldoet aan de volgende voorwaarden: het werk vindt uitsluitend plaats in de eigen woning, waar hij of zij ook volgens het bevolkingsregister staat ingeschreven; werving van klanten gebeurt uitsluitend langs informele weg, adverteren mag slechts incidenteel; aan de buitenkant van het perceel mag niet blijken dat er prostitutie wordt bedreven; er mag door anderen of andere bewoners van de woning geen prostitutie worden bedreven; er mag geen sprake zijn van overlast of aantasting van het woon- of leefklimaat; 1.79

trekkershut:

een trekkershut is een houten blokhut met een maximale grootte van 30 m2 , die dient als periodiek verblijf voor wisselende groepen van recreanten; 1.80

uitbouw:

een gebouw met een primaire woonfunctie dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.81

vaste woonplaats:

het gebruiken van woonruimte als hoofdverblijf zoals bedoeld in de Wet basisregistratie personen dan wel diens rechtsopvolger. Als criterium voor de vaststelling of iemand een woonruimte als hoofdverblijf in gebruik heeft, geldt dat hij of zij op het betreffende adres staat ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie, terwijl tevens uit het geheel van feiten en omstandigheden blijkt dat het betreffende adres als zijn of haar hoofdverblijf fungeert; 1.82

veredelingsbedrijf:

een bedrijf waar door toevoeging van arbeid en andere productiemiddelen plantaardige en/of dierlijke productie plaatsvindt, mits geheel of grotendeels niet gebonden aan de grond als productiemiddel; 1.83

vollegrondstuinbouwbedrijf:

een agrarisch bedrijf gericht op het telen van groenten, tuinvruchten, sierteeltgewassen, tuinzaden en bloembollen door (nagenoeg) geheel gebruik te maken van de bij het bedrijf behorende open gronden;

14

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

1.84

volwaardig agrarisch bedrijf:

een agrarisch bedrijf groter dan 70 NGE, waarvan de continuïteit gewaarborgd is, met een arbeidsomvang van ten minste één volledige arbeidskracht van wie de agrarische bedrijfsuitoefening het hoofdberoep vormt; 1.85

voorerfgebied:

erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.86

vrij beroep:

een beroep in verband met iemands individuele, persoonlijke kwaliteiten, die in het algemeen op artistiek, academisch of HBO-niveau liggen; 1.87

webwinkel:

het bedrijfsmatig via internet te koop aanbieden, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit of het vanuit een bedrijf verkopen van goederen via internet, waarbij de goederen elders worden bezorgd en er geen sprake is van een voor publiek toegankelijke (winkel)ruimte of showroom; 1.88

wonen:

het huisvesten van één (afzonderlijke) huishouden in een (bedrijfs-)woning, waarbij deze woning uitsluitend mag worden gebruikt voor permanente bewoning; 1.89

woning:

een gebouw of gedeelte van een gebouw, bestaande uit een complex van ruimten, dat is bedoeld en dient voor de huisvesting van één huishouden.

Waar in deze regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, wordt geduid op de wettelijke regelingen, zoals die luidden op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan.

15

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

16

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Artikel 2

Wijze van meten

Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1

de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens:

de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.2

de dakhelling:

langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.3

de goothoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk:

vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5

de inhoud van een bouwwerk:

tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6

de breedte en diepte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van scheidingsmuren; 2.7

de oppervlakte van een bouwwerk:

tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, nederwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.8

het peil:

de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang van een gebouw of, indien de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst, de door het bevoegd gezag vastgestelde hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 2.9

de hoogte van een windturbine:

vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine. Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 m bedraagt.

17

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

18

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Agrarisch

Bestemmingsregels

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

grondgebonden agrarische bedrijven; ondergeschikte neventak in de vorm van een intensieve veehouderij, met een maximale bedrijfsvloeroppervlakte van 750 m2; c. de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf; d. horecavoorzieningen in de categorieën I, II en III zoals genoemd in de bij dit plan behorende 'Lijst van toegelaten horecatypen' ter plaatse van de aanduiding 'horeca'; e. caravanstalling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling'; f. hoveniersbedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'hovenier'; g. kampeerterrein met 30 standplaatsen, waarbij voor het overige wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in lid 3.5.3, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein'; (Volgerweg 86) h. agrarisch kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'kinderdagverblijf'; (Jisperweg 134) i. erfpad met bijbehorende beplanting ter plaatse van de aanduiding 'pad'; j. fruitboomverkoop, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarsich fruitboomverkoop'; (Noorddijk 25) k. agrarisch hulpbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - hulpbedrijf'; l. transportbedrijf ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - transportbedrijf'; m.

delfstofwingebied, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf delfstofwingebied'; n. oorlogsmonument, ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - oorlogsmonument'; o. wonen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een woning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'; alsmede voor: p. q.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding – rijksmonument' het behoud en bescherming van rijksmonumenten; ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristiek bouwwerken.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemene bouwregels

a. b.

c. d. e.

Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming en aanduidingen worden gebouwd. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen. ter plaatse van de aanduiding 'relatie' is sprake van één agrarisch bedrijf;

3.2.2

Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen

De volgende hoofdgebouwen mogen worden gebouwd: a.

bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;

19

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

2.

b.

indien de afstand van bedrijfsgebouwen tot de gevellijn niet meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: de goothoogte mag niet meer dan 3 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; de bouwhoogte is niet hoger dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 3. indien de afstand van bedrijfsgebouwen tot de gevellijn meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: de goothoogte mag niet meer dan 5,5 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 12 m bedragen; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 15° en niet meer dan 30° mag bedragen; 4. indien een bouwwerk zowel binnen als buiten de afstand van 18 m van de aangegeven gevellijn, als bedoeld onder 2 en 3 is gelegen, gelden de regels als genoemd onder 2; 5.

teeltondersteunende kassen mogen mag worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: teeltondersteunende kassen zijn is alleen toegelaten bij vollegrondstuinbouwbedrijven; op een agrarisch bouwvlak van tenminste 1 ha is maximaal 2.000 m2 aan teeltondersteunende kassen toegestaan; de goothoogte en bouwhoogte van teeltondersteunende kassen mag niet meer dan respectievelijk 4 en 6 m bedragen; per bouwvlak één bedrijfswoning, tenzij anders is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' en ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', met inachtneming van de volgende regels: 1. de bedrijfswoning mag uitsluitend vooraan binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 5,5 m; 3. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 12 m; 4. de bedrijfswoning moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen; 5. de inhoud van een bedrijfswoning, niet zijnde een stolp, inclusief aan- en uitbouwen mag niet groter zijn dan 750 m3; 6.

de bedrijfswoning mag in afwijking van het gestelde onder b2, b4 en b5 als een stolpwoning worden gebouwd, waarbij de volgende regels gelden: de oppervlakte mag niet minder dan 225 m2 (15 x 15 m) en niet meer dan 400 m2 (20 x 20 m) bedragen; de goothoogte mag niet meer dan 3,5 m bedragen; de dakhelling van de piramidekap mag niet minder dan 45º en niet meer dan 52º bedragen; 7. de afstand van een vrijstaande of aan één zijde aangebouwde bedrijfswoning tot de zijdelingse perceelsgrens mag niet minder bedragen dan 9 m; 8. als de bestaande afstand minder dan 9 m bedraagt, dan geldt deze mindere afstand als minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens; 9. de bedrijfswoning mag niet eerder worden gebouwd, dan nadat of tegelijkertijd de bedrijfsgebouwen met een gezamenlijke inhoud van niet minder dan 1.500 m3 zijn of worden gerealiseerd.

3.2.3

Aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen

Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. b.

c.

aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen worden gebouwd binnen bestemmingsvlakken; de hoogte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, met een maximum van 4 m, onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m3 als bedoeld onder 3.4 b5; de diepte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan 3 m loodrecht gemeten vanuit de gevel

20

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

d.

e. f. g.

h. i.

waaraan wordt aangebouwd onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m3; aan de zijgevel van de woning gebouwde aan- of uitbouwen mogen tot maximaal 3 m achter het verlengde van de achtergevel van de woning worden gebouwd onverminderd het bepaalde wat betreft de max. omvang van 750 m3; de goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 m en 6 m; bijgebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het voor bebouwing aangewezen erf van de woning , met voor bijgebouwen en overkappingen een maximum van 48 m2, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' de oppervlakte niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van het aanduidingsgebied. de zijdelingse afstand tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; deze bepaling is wel belangrijk. de zijdelingse afstand tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen.

3.2.4

Pronkgevels

Uitsluitend bij een stolpwoning en ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is een verbijzondering van de voorgevel in de vorm van een pronkgevel toegestaan met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f.

de goothoogte mag niet meer dan tweemaal de bestaande goothoogte van de stolpwoning bedragen; de breedte mag niet meer dan 1/3 van de voorgevel van de stolpwoning bedragen; de bouwdiepte vanaf de voorgevel mag niet meer dan 0,5 m bedragen; het aantal bouwlagen mag niet meer dan 2 bedragen; het midden van de pronkgevel mag uitsluitend op het midden van de voorgevel van het hoofdgebouw liggen; de dakhelling van de kap van de pronkgevel mag niet meer bedragen dan die van het hoofdgebouw.

3.2.5

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

3.3

de bouwwerken mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd met uitzondering van landhekken als bedoeld onder f; de bouwhoogte van een voedersilo mag niet meer dan 15 m bedragen en de bouwhoogte van een mestsilo mag niet meer dan 6 m inclusief afdekking, 5 m bedragen; de bouwhoogte van erf- of terreinafscheidingen in het achtererfgebied mag maximaal 2 m bedragen; de bouwhoogte van antennes en vlaggenmasten mag niet meer dan 6 m bedragen; de bouwhoogte van overige bouwwerken, waaronder overkappingen, mag niet meer dan 5 m bedragen; de zijdelingse afstand tot de aanwezige sloten mag niet minder bedragen dan 3,6 m; de zijdelingse afstand tot een aanwezige kopergravuresloten mag niet minder bedragen dan 7,2 m; buiten het bouwvlak mogen uitsluitend landhekken met een bouwhoogte van niet meer dan 1,5 m worden gebouwd; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'pad' is een toegangspoort toegestaan, waarbij de volgende regels gelden: 1. de toegangspoort mag alleen in het voorerfgebied gebouwd worden; 2. de bouwhoogte van de poort mag niet meer dan 4 m bedragen. Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in: a.

b.

lid 3.2.1 sub b, indien de woning ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' door een calamiteit teniet is gegaan en/of handhaving van het in dat lid bepaalde, niet in redelijkheid kan worden gevergd van de eigenaar en/of gebruiker van de woning; lid 3.2.2 sub a onder 1, voor het bouwen buiten het bouwvlak, mits: de oppervlakte van de denkbeeldige rechthoek waarvan het bestaande bouwvlak deel uitmaakt, niet meer dan 2 ha bedraagt;

21

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

er geen m.e.r.-plichtige activiteiten mogelijk worden gemaakt; en tevens is voldaan aan de volgende voorwaarden: 1.

c. d.

e. f.

g. h.

i. j.

voor de concrete situatie moet zijn aangetoond dat er binnen het bestaande bouwvlak onvoldoende ruimte is; 2. er moet sprake zijn van een grondgebonden agrarisch bedrijf óf van een niet-grondgebonden (intensief) veehouderijbedrijf dat moet uitbreiden in verband met wettelijke eisen op het gebied van milieu en/of dierenwelzijn en/of -gezondheid; 3. er moet sprake zijn van een goede landschappelijke/stedenbouwkundige inpassing die uitgevoerd en duurzaam in stand wordt gehouden conform het verslag van het keukentafeloverleg, waarvan de werkwijze is opgenomen in artikel 35 'Algemene procedureregels'; 4. bij de inpassing van nieuwe bouwwerken moet rekening worden gehouden met de belangen van de omgevingsaspecten en moeten de volgende kernkwaliteiten worden behouden of versterkt: de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in bijlage 4 zijn aangegeven; de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 5 zijn aangegeven.

lid 3.2.2 sub a onder 2, voor het bouwen in overeenstemming met het gestelde in 3.2.2 sub a onder 3; lid 3.2.2 sub a onder 3, voor het bouwen tot een goothoogte van maximaal 7 m, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; lid 3.2.2 sub a onder 3, wat betreft het overschrijden van de bouwhoogte met 10%; lid 3.2.2 sub a onder 5, ten behoeve van de bouw van teeltondersteunende kassen bij niet vollegrondstuinbouwbedrijven met inachtneming van de volgende regels: 1. per agrarisch bedrijf mag maximaal één kas worden gebouwd; 2. de oppervlakte van de kas mag niet meer dan 100 m2 bedragen; 3. de kas dient noodzakelijk te zijn voor de uitoefening van het ter plaatse gevestigde agrarische bedrijf; 4.

de goothoogte en bouwhoogte van een kas mag niet meer bedragen dan respectievelijk 4 m en 6 m; lid 3.2.2 sub b onder 7 en 8, wat betreft het bouwen tot op de zijdelingse perceelsgrens; lid 3.2.2 sub a onder 3 en 4 of b onder 4 voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits met deze afwijking de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster, zoals die in de bijlage 4 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.openheid van het landschap niet wordt aangetast. lid 3.8 sub d (kap), voor het plat afdekken of voor een kap niet haaks op de weg, mits de openheid van het landschap niet wordt aangetast. lid 3.2.5 onder b voor het buiten het bouwvlak oprichten van een mestsilo met een maximale inhoud van 3.000 m3 mits: 1. wordt aangetoond dat daarvoor binnen het bouwvlak geen ruimte is of vanwege milieuhygiënische redenen niet mogelijk is; 2. de afstand tot het bouwperceel niet meer bedraagt dan 50 m; 3. de bouwhoogte van een mestsilo mag niet meer dan 5 m bedragen en de landschappelijke waarden van de droogmakerij niet onevenredig worden aangetast.

3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a.

b.

het gebruik van gronden en bebouwing binnen het agrarisch bouwperceel voor het houden van vee, indien dit leidt tot een toename van de stikstofdepositie ten opzichte van de bestaande situatie (zie 1.17 bestaande situatie (stikstofdepositie)) vanaf het betreffende agrarisch bouwperceel op de maatgevende voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden; het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen van welke soort dan

22

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

c.

d. e. f. g. h.

i. j. k. l.

ook, anders dan ter plaatse noodzakelijk voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf; het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen voor statische opslag, voor zover deze opslag meer ruimte inneemt dan 1.000 m2 , alsmede het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan; het gebruik voor verblijfsreatie, met uitzondering van het kampeerterrein ter plaatse van de aanduiding 'kampeerterrein'; als kampeerterrein; het geplaatst hebben van mobiele kampeermiddelen buiten de periode van 1 maart tot en met 31 oktober; het gebruik als manege; het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf; het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf tot een oppervlakte van maximaal 50 m2 ; het gebruik van gronden ten behoeve van bosbouw; het gebruik van de gebouwen ten behoeve van veredelingsactiviteiten voor zover de veredelingsactiviteiten meer ruimte innemen dan 750 m2; het aanleggen of aanwezig hebben van een paardenbak; het aanleggen of

aanwezig hebben van een paddock buiten het bouwvlak.

3.4.2

Ondergeschikte nevenactiviteiten

Binnen de bestemming 'Agrarisch' is de uitoefening van ondergeschikte nevenactiviteiten een aan-huis-verbonden beroep of aan-huis-verbonden bedrijf in de vorm van een aan huis verbonden beroep of bedrijfsactiviteiten toegestaan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c.

d. e.

f. g. h. i.

de genoemde ondergeschikte nevenactiviteiten mag mogen alleen plaatsvinden in de bestaande gebouwen; bedrijfswoning de gezamenlijke vloeroppervlakte mag niet meer bedragen dan 50% 30% van het bruto vloeroppervlak van de bestaande gebouwen; betreffende bedrijfswoning en de bijbehorende aan-, uit- en bijgebouwen aan huis verbonden beroepen en bedrijven ondergeschikte nevenactiviteiten zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van bedrijven die als ze zijn genoemd in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regels of daarmee wat betreft de milieuhinder vergelijkbare activiteiten. Daarbij zijn in ieder geval de volgende functies (ook) toelaatbaar: 1. veeartsenpraktijk; 2. hoefsmederij; 3. ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, etc.); 4. agrarisch natuur- en landschapsbeheer; 5. hoveniersactiviteiten; 6. kinderboerderij; 7. kano-, roeiboot- en fietsenverhuur; 8. sociale functie, zoals een kinderopvang of een zorgboerderij; 9. milieueducatie / rondleidingen; 10.

musea/ tentoonstellingsruimte/ atelier; detailhandel is niet toegestaan, met uitzondering van de verkoop van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf tot een oppervlakte van maximaal 50 m2 ; horeca is niet toegestaan, met uitzondering van kleinschalige horeca in de vorm van een theeschenkerij, een proeverij, een boerderijcafé, of vergelijkbare functie met aan maximale oppervlakte van 100 m2 ; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gevoelige objecten en/of bedrijven mogen niet onevenredig worden aangetast; er vindt geen opslag en/of stalling van goederen en materiaal plaats buiten de bedrijfsgebouwen; parkeren vindt plaats op eigen erf; het gebruik mag niet leiden tot een geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van het verkeer en de parkeerbehoefte veroorzaken;

23

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

j.

de activiteit mag uitsluitend worden uitgeoefend door de bewoner.

3.4.3

Caravanstalling

Binnen de bestemming 'Agrarisch' zijn ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling' bestaande caravanstallingen toegestaan, met dien verstande dat de oppervlakte voor het stallen van caravans niet meer mag bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding '(cs)'. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1

Intensieve veehouderijactiviteiten

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.1 sub b, voor zover het vergroten van de bedrijfsvloeroppervlakte voor intensieve veehouderijactiviteiten deze meer dan 750 m2 innemen, mits de activiteiten: a. b. c. d. e.

als neventak worden uitgevoerd bij een volwaardig grondgebonden agrarisch bedrijf; slechts uitsluitend plaatsvindenhebben in reeds bestaande agrarische bebouwing; niet m.e.r.-plichtig zijn; niet leiden tot een uitbreiding van de bestaande bebouwing; niet meer dan 1.300 m2 aan bedrijfsoppervlakte in gebruik nemen.

3.5.2

Plattelandswoning

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.1 sub i, voor het gebruik van een agrarische bedrijfswoning door derden die geen binding hebben met het agrarisch bedrijf, mits er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 3.5.3

Kleinschalig kamperen

Het bevoegd gezag kan, indien geen onevenredige schade wordt toegebracht aan landschappelijke en agrarische belangen , een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.4.1 sub c, ten behoeve van een kleinschalig kampeerterrein, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster of van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in de bijlage 4 en 5 zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt; b. het kampeerterrein mag uitsluitend worden gebruikt gedurende de periode van 1 maart tot en met 31 oktober; c. het aantal standplaatsen voor kampeermiddelen mag niet meer bedragen dan 20; d. een standplaats dient minimum oppervlakte te hebben van 120 m2 ; e. per standplaats mogen maximaal één kampeermiddel en maximaal twee bijzettentjes worden geplaatst; f. per kampeerterrein mogen niet meer dan zes standplaatsen worden ingenomen door demontabele verblijfsaccommodaties; g. per kampeerterrein mag niet meer dan één standplaats worden ingenomen door één trekkershut; h. de oppervlakte van het kampeerterrein mag niet meer bedragen dan 5.500 m2 ; i. het kampeerterrein dient binnen het bouwvlak gesitueerd te zijn. Indien daar onvoldoende ruimte beschikbaar is, mag ten hoogste 1.500 m2 buiten het bouwvlak worden gesitueerd, waarbij het aanvullende kampeerterrein zijdelings direct aansluit op de grens van het agrarische bouwvlak; j. sanitaire en andere voorzieningen ten behoeve van het kleinschalig kampeerterrein mogen uitsluitend worden gerealiseerd binnen de bestaande bedrijfsgebouwen in het agrarische bouwvlak; k.

het inrichten of hebben van een kleinschalig kampeerterrein mag niet gepaard gaan of gevolgd worden door uitbreiding van het bouwvlak vanwege de oorspronkelijke bestemming; l. het kleinschalig kampeerterrein en de daarbij behorende parkeervoorzieningen dienen gesitueerd te zijn achter de achtergevelrooilijn van de agrarische bedrijfswoning; m. de afstand van een trekkershut vanaf de gevellijn mag niet meer dan 18 m bedragen; n. de inrichting van het kampeerterrein dient plaats te vinden conform een door de gemeente goedgekeurd erfinrichtingsplan; o. gedurende de periode van 1 november tot en met 28 of 29 februari 1 maart mogen geen

24

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

kampeermiddelen of demontabele verblijfsaccommodaties worden geplaatst en/of geplaatst worden gehouden. 3.5.4

Bed and breakfast

Het bevoegd gezag kan, indien geen onevenredige schade wordt toegebracht aan landschappelijke en agrarische belangen, een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van bepaalde in lid 3.4.1 sub c, ten behoeve van een bed and breakfast, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

b. c. d.

e.

f.

de bed and breakfast mag uitsluitend worden gerealiseerd in de bestaande bedrijfswoning en/of de bestaande bedrijfsgebouwen; een bedrijfswoning die permanent is en blijft bewoond door de hoofdgebruiker van het perceel en/of in de daarbij behorende bijgebouwen; de bed and breakfast verschaft aan niet meer dan 8 personen gelijktijdig nachtverblijf ; parkeren ten behoeve van de bed and breakfast vindt plaats op eigen terrein; indien de bed and breakfast (deels) wordt gerealiseerd in een bijgebouw, er mag geen onaanvaardbare verkeerssituatie optreden, waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met parkeerplaatsen, maar ook met de capaciteit van de weg; een bed and breakfast in de bedrijfswoning is uitsluitend toegestaan in combinatie met de woonfunctie. het gebruik van de bedrijfswoning als bed and breakfast moet ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming; de afstand van bijbehorende bouwwerken, gebouwen zijnde, tot de gevellijn mag niet meer dan 18 m bedragen, tenzij sprake is van een bestaand bijbehorend bouwwerk.

3.5.5

Recreatie-eenheden en groepsaccommodatie

Het bevoegd gezag kan, indien geen onevenredige schade wordt toegebracht aan landschappelijke en agrarische belangen, een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.4.1 sub c, ten behoeve van het realiseren van recreatie-eenheden of een groepsaccommodatie in bestaande bedrijfsgebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h.

de afstand tot de gevellijn mag niet meer dan 18 m bedragen, tenzij sprake is van een bestaand bedrijfsgebouw; het aantal recreatie-eenheden per agrarisch bedrijf mag ten hoogste 6 bedragen; de vloeroppervlakte van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 75 m2 bedragen of de inhoud van een recreatie-eenheid mag ten hoogste 200 m3 bedragen; parkeren ten behoeve van de recreatie-eenheden dient op eigen terrein plaats te vinden; per agrarisch bedrijf mag één groepsaccommodatie worden gerealiseerd; de realisering van een groepsaccommodatie/recreatie-eenheden in een bedrijfsgebouw mag niet leiden tot noodzakelijke uitbreiding van de agrarische bedrijfsbebouwing; de recreatieve activiteiten dienen voor wat betreft inkomsten, oppervlakte en tijdsbesteding ondergeschikt te zijn aan de agrarische hoofdfunctie van het bedrijf; de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen.

Het bevoegd gezag kan, indien geen onevenredige schade wordt toegebracht aan landschappelijke en agrarische belangen, een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.4.1 sub c, ten behoeve van het realiseren van een recreatiewoning in bestaande bedrijfsgebouwen of bijgebouwen bij de bedrijfswoning, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

b. c. d. e. f.

de recreatiewoning mag uitsluitend worden gerealiseerd in een bijgebouw bij een bedrijfswoning die permanent is en bewoond blijft door de hoofdgebruiker van het perceel; 1. de goothoogte van een recreatiewoning mag niet meer dan 2,5 m bedragen; de oppervlakte van een recreatiewoning mag niet meer dan 75 m2 bedragen de inhoud van de recreatiewoning mag niet meer dan 200 m3 bedragen; de gezamenlijk oppervlak van bergingen bij een recreatiewoning mag niet meer dan 8 m2 bedragen; de recreatieve activiteiten dienen voor wat betreft inkomsten, oppervlakte en tijdsbesteding ondergeschikt te zijn aan de agrarische hoofdfunctie van het bedrijf; de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen.

25

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

3.5.6

Verbrede landbouw

3.17. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.1 ten behoeve van activiteiten in het kader van de verbrede landbouw , mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

de afstand van de gebouwen waarin de activiteiten plaatsvinden tot de gevellijn mag niet meer dan 18 meter bedragen; b. de activiteit dient voor wat betreft oppervlakte ondergeschikt te zijn aan de agrarische hoofdfunctie van het bedrijf (tot 50% van de oppervlakte); c. de verkeersaantrekkende werking mag niet onevenredig toenemen; d. er mag geen strijd ontstaan met geldende milieuwetgeving; e. de afwijking mag slechts worden verleend voor de hieronder genoemde activiteiten: f. veeartsenpraktijk; g. hoefsmederij; h. ambachtelijke be- en verwerking van agrarische producten (kaasmakerij, imkerij, etc.); i. agrarisch natuur- en landschapsbeheer; j. hoveniersactiviteiten; k. kinderboerderij; l. kano-, roeiboot- en fietsenverhuur; m. kleinschalige horeca: een theeschenkerij, een proeverij, een boerderijcafé, of vergelijkbare functie met aan maximale oppervlakte van 100 m2; n. sociale functie, zoals een kinderopvang of een zorgboerderij; o. Milieueducatie / rondleidingen; p. musea/ tentoonstellingsruimte/ atelier. 3.5.7

Huisvesting tijdelijke seizoensarbeiders/arbeidsmigranten

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 3.1 sub j voor de huisvesting van max. 16 seizoensarbeiders/arbeidsmigranten in bestaande agrarische bedrijfsgebouwen, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.

b. c. d. e.

de agrarische noodzaak dient te worden aangetoond door middel van een bedrijfsplan dat ter advisering wordt voorgelegd aan een commissie of instantie van deskundigen er moet sprake zijn van een volwaardig agrarisch bedrijf; de maximale gebruiksoppervlakte mag niet meer dan 200 m2 exclusief recreatieruimten bedragen (i.c. 12,50 m2 p.p.); de kwaliteit van de huisvesting in bestaande agrarische bedrijfsgebouwen moet voldoende hoog zijn voor een acceptabel woon- en leefklimaat; het parkeren vindt plaats op eigen erf; met het gebruik de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed Droogmakerij de Beemster en/of de kernkwaliteiten van UNESCO-werelderfgoed De Stelling van Amsterdam, zoals die in bijlage 4 en 5 bij deze regels zijn aangegeven, worden behouden en/of versterkt.

3.5.8

Paardenbakken

a.

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 sub h, voor het aanleggen van een paardenbak binnen het bouwvlak, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: waarbij de volgende regels gelden: 1. per bouwvlak is maximaal één paardenbak toegestaan; 2. de bouwhoogte van de omheining mag niet meer bedragen dan 1,5 m; 3. de bouwhoogte van lichtmasten ten behoeve van de paardenbak mag niet meer bedragen dan 5 m.

b.

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 sub h en i, voor het (deels) aanleggen van een paardenbak en/of paddock buiten het bouwvlak ten behoeve van de aangrenzende bestemming 'Wonen', mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:

26

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

1. 2. 3. 4. 5.

3.5.9

uitsluitend eigendomspercelen groter dan 5.000 m2 komen voor deze afwijking in aanmerking; de oppervlakte van een paardenbak mag niet meer bedragen dan 800 m2 ; de paardenbak en/of paddock dienen in het verlengde van de bestaande bebouwing te worden gesitueerd; de paardenbak mag van een omheining worden voorzien waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 1,5 m; in een inrichtingsplan dient de ruimtelijke en landschappelijke inpassing van de paardenbak en/of paddock te worden vastgelegd.

Caravanstalling

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.1 en lid 3.9 onder b, voor het gebruik van vrijkomende agrarische bebouwing voor de stalling van caravans, waarbij de volgende regels gelden: a. b. c. d. e. f. g.

h. i.

de oppervlakte aan caravanstalling mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 5.000 m2; de opslag van caravans en andere vergelijkbare objecten mag geenszins leiden tot noodzakelijke uitbreiding van de agrarische bedrijfsbebouwing; de opslag mag niet leiden tot een onevenredige vergroting van de verkeersaantrekking; er mag geen (structurele) buitenopslag van caravans en dergelijke plaatsvinden; het (agrarische) karakter van de betrokken gronden en/of de omgeving daarvan mag door de ter plaatse aanwezige caravanstallingen niet onevenredig worden aangetast; de gebouwen waarin wordt opgeslagen, mogen geen uiterlijke wijziging ondergaan; de opslag van caravans e.d. mag in ieder geval niet gepaard gaan met of leiden tot het bedrijfsmatig herstellen of vervaardigen van goederen en materialen en/of het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van de betrokken goederen en materialen ter plaatse; het gebruik mag niet leiden tot onevenredige afbreuk van de landschappelijke kwaliteiten; het gebruik mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de belangen van derden.

3.5.10

Extra caravanstalling

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 3.1 sub h, voor het gebruik van een groter oppervlak voor de stalling van caravans dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling', waarbij de volgende regels gelden: a. b. c. d. e. f.

g. h.

de opslag van caravans en andere vergelijkbare objecten mag geenszins leiden tot noodzakelijke uitbreiding van de agrarische bedrijfsbebouwing; de opslag mag niet leiden tot een onevenredige vergroting van de verkeersaantrekking; er mag geen (structurele) buitenopslag van caravans en dergelijke plaatsvinden; het (agrarische) karakter van de betrokken gronden en/of de omgeving daarvan mag door de ter plaatse aanwezige caravanstallingen niet onevenredig worden aangetast; de gebouwen waarin wordt opgeslagen, mogen geen uiterlijke wijziging ondergaan; de opslag van caravans e.d. mag in ieder geval niet gepaard gaan met of leiden tot het bedrijfsmatig herstellen of vervaardigen van goederen en materialen en/of het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van de betrokken goederen en materialen ter plaatse; het gebruik mag niet leiden tot onevenredige afbreuk van de landschappelijke kwaliteiten; het gebruik mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de belangen van derden.

27

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

28

bestemmingsplan Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021

Artikel 4 4.1

Agrarisch - Glastuinbouw

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

glastuinbouwbedrijven; de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf; kassen ter plaatse van de aanduiding 'kas'; caravanstalling, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'caravanstalling'; wonen ten behoeve van het bedrijf, tenzij staat aangegeven dat een woning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten';

met de daarbij behorende: f. g. h. i. j. k. l.

bouwwerken waaronder bedrijfswoningen, agrarische bedrijfsgebouwen en kassen; warmtesilo's en overige bouwwerken, geen gebouw zijnde; onbebouwde agrarische gronden; wegen en paden; groen- en watervoorzieningen; open terreinen, zoals parkeer-, opslag-, laad- en losplaatsen; waterberging en waterbassins.

alsmede voor: m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - rijksmonument' het behoud en bescherming van rijksmonumenten; n. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' het behoud en bescherming van karakteristiek bouwwerken. 4.2

Bouwregels

4.2.1 a. b.

c. d. e.

Algemeen

Op deze gronden mag uitsluitend ten behoeve van de bestemming worden gebouwd. Indien een bouwwerk nader is aangeduid als karakteristiek bouwwerk ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' dient de uitwendige hoofdvorm van het betrokken bouwwerk, bepaald door de goothoogte, bouwhoogte, nokrichting, dakvorm, dakhelling, gevelindeling en grondoppervlakte gehandhaafd te worden. Indien een bouwwerk zowel aan te merken is als een bouwwerk in overeenstemming met lid 4.5 sub a onder 2 als lid 4.5 sub a onder 3 gelden de bouwmaten genoemd in lid 4.5 sub a onder 2. de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige sloten mag niet minder dan 3,6 m bedragen; de zijdelingse afstand van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot de aanwezige kopergravuresloten mag niet minder dan 7,2 m bedragen.

4.2.2

Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen

De volgende hoofdgebouwen mogen worden gebouwd: a.

bedrijfsgebouwen, met inachtneming van de volgende regels: 1. er mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; 2. ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m), maximum bouwhoogte (m), maximum bebouwingspercentage (%)' mogen de goothoogte, de bouwhoogte en het bebouwingspercentage niet meer bedragen dan is aangegeven; 3. indien de afstand vanaf de gevellijn niet meer dan 18 m bedraagt, gelden de volgende regels: de goothoogte mag niet meer dan 4 m bedragen; de bouwhoogte mag niet meer dan 10 m bedragen; de bouwhoogte is niet hoger dan de bouwhoogte van de bedrijfswoning; gebouwen moeten zijn voorzien van een kap haaks op de weg waarvan de dakhelling van de kap niet minder dan 30° en niet meer dan 60° mag bedragen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://beemsterraadsinformatie.purmerend.nl/api/v1/meetings/1255/documents/17813