jaarstukken 2020 incl erratum en aanpassingen nav technische vragen.pdf
Tekst van het document
-288.930
8.682
0
0
5.851
5.851
-913.912
-846.376
-843.703
-1.126.782
-283.079
BV082 Bestuurlijke samenwerking Lasten
-112.649
-133.832
-133.832
-143.289
-9.457
-112.649
-133.832
-133.832
-143.289
-9.457
Lasten
Baten
Lagere onderzoeks- en adviseringskosten m.b.t. het fusiebudget
45.000
Extra dotatie aan de voorziening wachtgeld ex-bestuurders
-280.000
Reïntegratiekosten ex-bestuurder
-15.000
Hogere kosten college van B&W
-39.000
Diversen
-9.000
6.000
Totaal
-298.000
6.000
AFWIJKINGEN BELEIDSVELD BESTUUR EN CONCERN Van het beschikbare budget van € 50.000 voor de kosten van de bestuurlijke fusie is in 2020 slechts € 5.000 uitgegeven, het restant van € 45.000 valt vrij. Door het vertrek van 1 bestuurder moet de voorziening wachtgeld aangevuld worden met een bedrag van € 280.000 om de verwachte maximale verplichtingen te kunnen dekken. Daarnaast bedragen de kosten voor reïntegratie van de voormalig bestuurder € 15.000. Deze kosten waren niet opgenomen in de bijgestelde begroting. Ten slotte zijn er enkele andere kosten die een afwijking veroorzaken. Dit betreft onder andere extra lasten door inhuur bij het bestuurssecretariaat. AFWIJKINGEN BELEIDSVELD BESTUURLIJKE SAMENWERKING De hogere kosten van het college van B&W worden voornamelijk veroorzaakt door hogere salariskosten, representatiekosten (o.a. uitvoering duurzaam loket) en contributies / lidmaatschapkosten. RESERVES Bestemmingsreserve voornemens collegeprogramma In 2020 is een bedrag van € 244.000 gedekt ten laste van deze reserve. € 68.000 voor de kosten m.b.t. de dorpsontwikkelingsvisie Middenbeemster en € 176.000 voor de dorpsontwikkelingsvisie Zuidoostbeemster. Het saldo van deze reserve bedraagt eind 2020 € 251.000.
51
Jaarstukken 2020 | Programmaverantwoording
VOORZIENINGEN Voorziening wachtgeld ex-bestuurders In 2020 is er een bedrag van € 127.000 aan wachtgeldkosten onttrokken aan de voorziening. Daarnaast is er een extra bedrag van € 280.000 gestort in de voorziening i.v.m. het vertrek van een bestuurder. Het saldo van de voorziening is per einde 2020 € 465.000. INVESTERINGEN In 2020 zijn er geen afwijkingen op de investeringen. INCIDENTELE BATEN EN LASTEN Onderwerp
Lasten
Baten
Vrijval van het fusiebudget
-45.000
0
Dotatie aan de voorziening wachtgeld + reïntegratiekosten voormalig bestuurder
295.000
0
Totaal
250.000
0
52
Jaarstukken 2020 | Programmaverantwoording
2 A L G E M E N E �D E K K I N G S M I D D E L E N ALGEMEEN De algemene middelen van de gemeente dekken de kosten van de programma's. Dit betreft middelen waar geen voorafgaand specifiek bestedingsdoel aan ten grondslag ligt. De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijkste, vrij besteedbare inkomstenbron voor de gemeente. Het Rijk bepaalt de hoogte van deze algemene uitkering. De gemeente kan ook zelf inkomsten genereren door het heffen van belastingen, waarvan de onroerendezaakbelasting de belangrijkste is. De opbrengst van belastingen kent, in tegenstelling tot heffingen als het rioolrecht en afvalstoffenheffing, geen vooraf bepaald bestedingsdoel en behoort tot de algemene dekkingsmiddelen. Overige vrij besteedbare middelen zijn de dividenden van deelnemingen en het renteresultaat, verbonden aan de financieringsfunctie. Tot de algemene dekkingsmiddelen behoren de baten en lasten van: • Lokale belastingen en heffingen; • Nog te bestemmen middelen; • De algemene uitkering uit het gemeentefonds; • Eigen financieringsmiddelen; • De baten en lasten die verbonden zijn aan financiële deelnemingen; • Incidentele baten en lasten. BELEIDSKADERS Volgens artikel 8, lid 1 en 5 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) hoort in het programmaplan een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen.
Wet- en regelgeving: • Wet financiering decentrale overheden (FIDO) • Financiële verhoudingswet 1997 • Gemeentewet • Verordening onroerendezaakbelastingen • Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten • Verordening toeristenbelasting FINANCIELE TOELICHTING Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2020 primitief bijgesteld
Realisatie 2020
Afwijking
Lasten
-82.042
15.869
-159.952
-184.949
-24.997
Baten
14.369.397
14.356.292
15.555.627
15.591.066
35.439
Saldo
14.287.355
14.372.161
15.395.675
15.406.117
10.442
De belangrijkste onderdelen zijn:
53
Jaarstukken 2020 | Algemene dekkingsmiddelen
Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2020 primitief bijgesteld
Realisatie 2020
Afwijking
1 Lokale heffingen Lasten
-129.701
-122.708
-120.958
-146.201
-25.243
Baten
2.365.617
2.543.057
2.627.917
2.562.958
-64.959
2.235.916
2.420.349
2.506.959
2.416.757
-90.202
60.201
89.264
-68.069
-77.570
-9.501
2 Nog te bestemmen middelen Lasten Baten
11
0
0
0
0
60.211
89.264
-68.069
-77.570
-9.501
11.825.042
11.683.274
12.770.570
12.826.865
56.295
11.825.042
11.683.274
12.770.570
12.826.865
56.295
Lasten
32.958
60.157
43.676
55.821
12.145
Baten
23.019
9.737
9.673
12.988
3.315
55.977
69.894
53.349
68.809
15.460
Lasten
-13.418
-10.844
-14.601
-15.750
-1.149
Baten
102.346
70.224
72.467
78.792
6.325
88.928
59.380
57.866
63.042
5.176
Lasten
-32.082
0
0
-1.249
-1.249
Baten
53.363
50.000
75.000
109.463
34.463
21.281
50.000
75.000
108.213
33.213
3 Gemeentefonds Baten 4 Eigen financieringsmiddelen
5 Deelnemingen
6 Incidentele baten en lasten
TOELICHTING PER PRODUCT Lokale heffingen In 2020 is er een dotatie geweest aan de voorziening dubieuze debiteuren van € 13.000. Hiermee komt de voorziening uit op € 23.000. De voorziening was te laag omdat de verwachting is dat de Beemster over de jaren 2016-2019 niet de gehele vordering op de belastingdebiteuren zal ontvangen. De OZB opbrengsten op niet woningen gebruikers en eigenaren zijn lager dan begroot, in totaal € 32.000. De inkomsten aan toeristenbelasting is in 2020 € 20.000 achtergebleven t.o.v. de begroting. Dit wordt veroorzaakt door de impact van het COVID-19 virus. Door het virus hebben er fors minder toeristen Beemster bezocht en een overnachting geboekt. Vanuit het rijk heeft er een compensatie plaatsgevonden voor het lagere bezoek van toeristen aan de Beemster van € 17.000. Deze middelen zijn opgenomen in de algemene reserve. De overige afwijkingen zitten onder de toelichtingsgrens van € 25.000 en worden daarom niet verder toegelicht. Nog te bestemmen middelen De afwijkingen op nog te bestemmen middelen blijven onder de € 25.000 en worden daarom niet toegelicht. Gemeentefonds De baten van het gemeentefonds zijn € 56.295 hoger dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door de uitkering in de decembercirculaire 2020 van het derde coronasteunpakket door het Rijk. Deze compensatie betreft 2020 en deels 2021.
Hierbij is de lijn gevolgd dat de coronamaatregelen/effecten worden gedekt uit de algemene reserve en de compensatie van het Rijk vloeit rechtstreeks naar de algemene reserve. Hieronder is de totale financiële verdeling door het Rijk aan Beemster aan coronacompensatie voor 2020 uiteengezet.
54
Jaarstukken 2020 | Algemene dekkingsmiddelen
Onderwerp
Circulaire
Bedrag 2020
Lokale culturele voorzieningen
Juni
21.938
Jeugd
Juni
15.461
Wmo
Juni
6.183
Toeristenbelasting
Juni
17.000
Eigen bijdrage Wmo
Juni
7.400
Noodopvang kinderen van ouders met cruciaal beroep
Juni
22.688
Voorschoolse voorziening peuters
Juni
4.221
Opschalingskorting 2020/2021
september
107.633
Lokale culturele voorzieningen
september
22.269
Buurt- en dorpshuizen
september
6.387
Vrijwilligers organisaties
september
4.578
Toezicht en handhaving
september
22.617
Extra kosten verkiezingen 2021
september
31.518
Precario belasting en markten evenementenleges
september
3.207
Continuïteit van zorg (COVID 19) 2020
december
10.774
Compensatie quarantainekosten
december
1.469
Aanvullende pakket reintegratiekosten 2020/2021
december
6.483
Gemeentelijk schuldenbeleid 2020/2021
december
11.306
Bijzondere bijstand 2020/2021
december
3.844
Impuls re-integratie 2021
december
2.413
Cultuurmiddelen 2021
december
25.856
Totaal
355.245
EIGEN FINANCIERINGSMIDDELEN De afwijkingen op de eigen financieringsmiddelen blijven onder de € 25.000 en worden daarom niet toegelicht. DEELNEMINGEN De afwijkingen op deelnemingen blijven onder de € 25.000 en worden daarom niet toegelicht. INCIDENTELE BATEN EN LASTEN Door de particuliere verkoop van een woning met overwaarde in de Nieuwe Tuinderij waarop nog het antispeculatiebeding van toepassing is heeft de Beemster € 56.000 ontvangen. Dit bedrag was niet begroot. RESERVES EN VOORZIENINGEN Algemene reserve De algemene reserve is het vrij besteedbaar vermogen van de gemeente. De reserve heeft als belangrijkste functie het vormen van een buffer voor financiële tegenvallers. Tekorten en overschotten op de jaarrekening komen ten laste, respectievelijk ten gunste van de algemene reserve. Egalisatiereserve renteresultaten
55
Jaarstukken 2020 | Algemene dekkingsmiddelen
Met ingang van 2017 is rekening gehouden met de wijziging van de BBV in verband met de nieuwe regelgeving conform de notitie Rente 2017 van de Commissie BBV. Hierdoor daalden de renteresultaten vanaf 2017 sterk en mede als gevolg hiervan ook de onttrekking aan de reserve. In verband hiermee wordt vanaf 2017 het renteresultaat niet meer toegevoegd aan de reserve. Tevens wordt van 2017 tot en met 2020 jaarlijks 1/4e deel van het saldo per 31 december 2016 onttrokken aan de reserve ten gunste van de exploitatie. In 2020 is het saldo van de reserve afgebouwd naar € 0 en wordt de reserve opgeheven. Voorziening wachtgelden personeel Aan deze voorziening is in 2020 een bedrag onttrokken van € 35.000. In 2020 is er een bedrag van € 76.000 aan de voorziening toegevoegd (niet begroot) i.v.m. een actualisatie van de verwachte verplichtingen. Het saldo per eind 2020 bedraagt € 201.000. INCIDENTELE BATEN EN LASTEN Onderwerp (-/- is lagere baten / lasten)
Lasten
Verkoop particulier huis met anti-speculatiebeding
Baten 56.000
Coronacompensatie van het Rijk
56.300
Dotatie voorziening dubieuze debiteuren
13.000
Totaal
13.000
112.300
Werkelijk 2018
Werkelijk 2019
Werkelijk 2020
7.020
7.020
7.020
KENGETALLEN Onderdeel Aantal aandelen Bank Nederlandse gemeenten (BNG) Aantal aandelen HuisVuilCentrale (HVC) Aantal aandelen NV Alliander
56
Jaarstukken 2020 | Algemene dekkingsmiddelen
11
11
11
69.651
69.651
69.651
3 O V E R Z I C H T � O V E R H E A D , V P B � E N � O N V O O R Z I E N ALGEMEEN De indirecte kosten (overhead) worden begroot en verantwoord in het overzicht overhead. Indirecte kosten zijn kosten die niet rechtstreeks samenhangen met een product. Voorbeelden van overheadkosten zijn managementkosten, huisvestingskosten, automatiseringskosten, personeelsgebonden kosten. WAT HEEFT HET GEKOST Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2020 primitief bijgesteld
Realisatie 2020
Afwijking
BV100 Overhead Lasten Baten
-2.902.350
-2.825.157
-2.838.220
-2.982.756
-144.536
183.426
71.668
73.378
78.873
5.495
-2.718.923
-2.753.489
-2.764.842
-2.903.882
-139.040
Het overzicht overhead heeft per saldo een nadeel van € 139.000. Dit komt door € 145.000 hogere lasten en € 5.000 hogere baten. De belangrijkste verschillen worden hieronder toegelicht. AFWIJKINGEN OVERHEAD Lasten Hogere lasten i.v.m. detacheringskosten van een medewerker bestuurssecretariaat (0,89fte)
-60.000
Hogere lasten huisvesting gemeentehuis + gemeentewerf
-66.000
Hogere communicatie- en voorlichtingskosten
-9.000
Hogere kosten juridische procedures
-6.000
Totaal
Baten
141.000
VENNOOTSCHAPSBELASTING Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2020 primitief bijgesteld
Realisatie 2020
Afwijking
BV111 Vennootschapsbelasting Lasten
0
-10
-10
-215.730
-215.720
0
-10
-10
-215.730
-215.720
In de aangiften 2017, 2018 en 2019 is een fiscaal verlies opgenomen. Deze wordt verrekend met toekomstige winsten. De aangiften vennootschapsbelasting 2018 en 2019 zijn in 2020 gedaan. Tevens is er een correctie op de voorlopige, ambtshalve, aanslag 2020 van de belastingdienst gedaan. In de resterende voorlopige aanslag 2020 zijn de verliezen over de eerder jaren verrekend. Deze (voorlopige) aanslag is in de exploitatie 2020 verwerkt.
Realisatie 2019 Begroting 2020 Begroting 2020 primitief bijgesteld
Realisatie 2020
Afwijking
BV121 Onvoorzien Lasten
57
0
-25.000
-25.000
-5.461
19.539
0
-25.000
-25.000
-5.461
19.539
Jaarstukken 2020 | Overzicht overhead, vpb en onvoorzien
OVERZICHT INCIDENTELE BATEN EN LASTEN Dit programma heeft geen incidentele baten en lasten.
58
Jaarstukken 2020 | Overzicht overhead, vpb en onvoorzien
4 H E T �F I N A N C I E E L �R E S U L T A A T �2 0 2 0 ALGEMEEN In het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is bepaald dat alle toevoegingen en onttrekkingen aan reserves altijd gebeuren in het kader van resultaatbestemming. Daardoor worden ze niet als baten of lasten gekwantificeerd. Dit betekent dat het resultaat vóór bestemming bestaat uit de resultante van het totaal van baten en lasten volgens de diverse programma’s, de algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien (= resultaatbepaling). Daarna worden hierop de toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves verwerkt, waarna het uiteindelijke resultaat na bestemming volgt (= resultaatbestemming). Aangegeven moet worden voor welke programma’s deze toevoegingen en onttrekkingen zijn. Resultaatbestemming is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Alle stortingen in en onttrekkingen aan de reserves vereisen dus de goedkeuring van de raad. Dit kan expliciet bij de resultaatbestemming in het kader van de rekening of vooraf bij de vaststelling van de begroting. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves (algemene, egalisatie- en bestemmingsreserves) en het gerealiseerd resultaat, volgend uit de rekening (artikel 42 BBV).
Het gerealiseerd resultaat is in feite het saldo van het resultaat vóór bestemming en de werkelijke toevoegingen en onttrekkingen aan reserves, op grond van eerdere besluitvorming. In de huidige terminologie is dit dan een rekeningresultaat, waaraan nog geen bestemming is gegeven en waarvoor in de aanbiedingsbrief een voorstel is gedaan voor de bestemming ervan in de programmarekening. Op de balans wordt dit tot uitdrukking gebracht als 'gerealiseerd resultaat' en behoort dus tot het eigen vermogen. De feitelijke bestemming van dit saldo vindt pas plaats nadat de gemeenteraad heeft besloten over een voorstel tot de bestemming ervan. In de programmarekening kunnen de toevoegingen en onttrekkingen aan elk van de bestemmingsreserves worden verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting(swijzigingen) door de gemeenteraad is goedgekeurd voor de betreffende bestemmingsreserve. Dit kan leiden tot een begrotingsonrechtmatigheid. Voor 2020 zijn de bijstellingen door een tussentijdse bestuursrapportage tijdig aan de raad voorgelegd en geaccordeerd. VERMOGENSPOSITIE In het kader van een gezonde financiële positie zijn twee randvoorwaarden van belang. De eerste is het voeren van een gezond financieel beleid, waarbij niet op onverantwoorde wijze lasten naar de toekomst worden geschoven.
De tweede voorwaarde is het handhaven van een goede vermogenspositie om onverwachte situaties het hoofd te kunnen bieden, zodat onze gemeente in staat is om haar activiteiten ook onder minder gunstige omstandigheden te continueren, althans niet op een onbeheersbare wijze moet afbouwen. Op de vermogenspositie gaan wij in deze paragraaf nader in. Bij de vermogenspositie spelen de volgende factoren een rol: • het weerstandsvermogen; • het geïnvesteerde vermogen en de daarbij gebruikte financieringsstructuur; • de reserves en voorzieningenpositie. Weerstandsvermogen Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen om haar taken te kunnen voortzetten. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen weerstandscapaciteit (zijnde de middelen waarover de gemeente beschikt/kan beschikken om niet begrote kosten te dekken) en de risico's waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten. Het weerstandsvermogen is van belang voor het bepalen van de gezondheid van de financiële positie van de gemeente voor het begrotingsjaar, maar ook voor de meerjarenraming.
59
Jaarstukken 2020 | Het financieel resultaat 2020
Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) verstaan we onder weerstandsvermogen de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico's. Deze weerstandscapaciteit kan weer worden onderverdeeld in een incidenteel en een structureel deel. In de paragraaf weerstandsvermogen en risico's onderbouwen we dit beleidsmatig verder. Incidentele weerstandscapaciteit Onder incidentele weerstandscapaciteit wordt verstaan het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te vangen, zonder dat dit invloed heeft op de voortzetting van de taken op het geldende niveau. Hierbij moet men denken aan de algemene reserve, de bestemmingsreserves die eigenlijk een algemeen karakter hebben en eventuele stille reserves. Structurele weerstandscapaciteit Onder structurele weerstandscapaciteit verstaan we de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de bestaande taken. Hierbij kunt u denken aan de mogelijkheden om extra belastinginkomsten te genereren en de post voor onvoorziene uitgaven. Voor nadere informatie over het weerstandsvermogen van de gemeente verwijzen wij u naar de in deze jaarstukken opgenomen paragraaf weerstandsvermogen.
Geïnvesteerd vermogen / financieringsstructuur Het geïnvesteerd vermogen per 31 december 2020 bedraagt op basis van de jaarrekening 2020 € 20,4 miljoen. Het gaat hierbij om de totale boekwaarde van de geactiveerde kapitaaluitgaven (vaste activa). Het vreemd vermogen (opgenomen langlopende geldleningen) bedroeg op 31 december 2020 € 9,7 miljoen. Aan eigen financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) was er op 31 december 2020 € 6,3 miljoen.De gemiddelde rentelast van het met vreemd vermogen gefinancierde deel bedraagt per 31 december 2020 1,62%. Reserves en voorzieningenpositie Voor het verkrijgen van een getrouw beeld van de financiële positie is het van belang een goed inzicht te krijgen van het eigen vermogen van de gemeente Beemster. Het eigen vermogen bestaat uit het saldo van de rekening van baten en lasten na bestemming en de reserves. In 2015 is de beleidsnota reserves en voorzieningen vastgesteld. De reserves zijn als volgt onder te verdelen: Algemene reserve Doel van de algemene reserve is het opvangen van risico's waarvoor geen bestemmingsreserve of voorziening is gevormd. Het voor- en/of nadelig resultaat van de programmarekening wordt verrekend met de algemene reserve. Voor deze reserve is geen specifieke bestemming, anders dan dat een deel van de algemene reserve is aangemerkt als weerstandsvermogen.
In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is de actuele inschatting gegeven. In 2015 is een nieuwe beleidsnota reserves en voorzieningen opgesteld en door de gemeenteraad goedgekeurd. Hierbij wordt een ondergrens van de algemene reserve aangehouden van € 1,5 miljoen, die slechts een signaalfunctie heeft en is de 8,5% norm (van de totale lasten) verlaten. Als de algemene reserve lager is dan de ondergrens, dan moeten er maatregelen worden overwogen om deze aan te vullen tot het niveau van de ondergrens. Egalisatiereserves Deze reserves gebruiken we om schommelingen in de tijd en de uitvoering in de resultaten voor specifieke onderdelen te egaliseren. Egalisatiereserves worden expliciet door de gemeenteraad ingesteld en de onttrekkingen en dotaties worden vanuit de resultaten voorgesteld. In principe zijn de egalisatiereserves niet aan een termijn gekoppeld. Bestemmingsreserves
60
Jaarstukken 2020 | Het financieel resultaat 2020
Voor bestemmingsreserves geldt dat deze voor concrete, in principe binnen vooraf bepaalde tijd te realiseren, voor een door de gemeenteraad vast te stellen doel zijn ingesteld. Reservevorming moet hiervoor gemotiveerd noodzakelijk zijn. Blijft realisatie binnen de gestelde termijn uit, dan vindt opnieuw afweging door de raad plaats. Dit kan betekenen dat de reserve kan worden gehandhaafd voor het doel waarvoor deze is gevormd, of dat de bestemming wordt veranderd en de reserve om die reden kan worden opgeheven. Voorzieningen De voorzieningen maken deel uit van het vreemd vermogen. In de voorschriften is geregeld in welke gevallen een voorziening wordt gevormd. Daaruit vloeit voort dat het vormen van een voorziening, dan wel een dotatie aan een al bestaande voorziening, als een last in het betreffende begrotingsjaar moet worden beschouwd.De aanwending van een (gedeelte van een) voorziening wordt rechtstreeks ten laste van de voorziening geboekt. De aanwending is dus geen last en loopt niet via de exploitatie. RESULTAAT 2020 De programmarekening 2020 sluit met een positief saldo van de rekening van baten en lasten ná bestemming van € 4.372.843.
Resultaat vóór bestemming Het resultaat vóór bestemming wordt veroorzaakt door het feitelijk saldo van baten en lasten op de afzonderlijke programma's (1 t/m 8) en de onderdelen algemene dekkingsmiddelen (inkomsten van de gemeente zonder vooraf bepaald bestedingsdoel), overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien. Er is daarbij een verband tussen de mutaties op de reserves en de baten en lasten in de programma's. Het resultaat vóór bestemming is toegelicht in de hoofdstukken per programma en bij de onderdelen algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien. Uit onderstaande tabel 1 blijkt dat het gerealiseerde resultaat vóór mutaties op reserves € 100.000 nadelig is. Dit is een voordeel van € 434.000 ten opzichte van de bijgestelde begroting 2020. Tabel 1 Totaaloverzicht baten en lasten per programma
Bedragen (x € 1.000)
Prinmitieve begroting 2020
Programma
Lasten
PGR01 Publieksdiensten voor Beemster
Baten
saldo
Begroot primitief bijgesteld 2020 Lasten
Baten
Realisatie 2020
saldo
Lasten
Baten
saldo
-764
208
-556
-757
204
-553
-761
185
-576
PGR02 De Beemster samenleving
-8.331
1.530
-6.801
-10.921
4.255
-6.666
-9.540
2.926
-6.614
PGR03 Wonen en ruimtelijke kwaliteit Beemster
-1.473
557
-916
-2.033
1.282
-752
-1.675
1.718
44
PGR04 Duurzaamheid en milieu in Beemster
-1.722
1.281
-440
-1.712
1.246
-466
-1.678
1.305
-373
PGR05 De Beemster omgeving
-3.069
836
-2.233
-3.175
836
-2.339
-3.187
898
-2.289
PGR06 Veilig in Beemster
-1.157
10
-1.147
-1.211
10
-1.200
-1.181
6
-1.175
PGR07 Werken in Beemster
-202
17
-185
-203
15
-188
-142
15
-127
-
-980
-978
-
-978
-1.276
6
-1.270
PGR08 Beemster Bestuur en Staf Resultaat programma's Algemene dekkingsmiddelen Overhead Vennootschapsbelasting Onvoorzien Gerealiseerd resultaat voor bestemming Resultaat bestemming Gerealiseerd resultaat na bestemming
61
Jaarstukken 2020 | Het financieel resultaat 2020
-980 -17.698
4.440 -13.258 -20.988
7.848 -13.140 -19.440
7.060 -12.381
16
14.356
14.372
-160
15.556
15.396
-185
15.591
15.406
-2.825
72
-2.753
-2.838
73
-2.765
-2.983
79
-2.904
0
0
0
0
0
0
-216
0
-216
-25
-25
-25
0
-25
0
-5
0
-5
-20.532
18.868
-1.664 -24.011
23.477
-534 -22.829
22.730
-100
50
4.588
4.638
-208
4.878
4.670
-208
4.680
4.473
-20.482
23.457
2.974 -24.219
28.355
4.136 -23.037
27.410
4.373
Resultaat ná bestemming Het verschil tussen het resultaat vóór bestemming en het resultaat ná bestemming (gerealiseerd resultaat) wordt veroorzaakt door tussentijdse resultaatbestemmingen. Deze bestaan uit in de loop van het jaar gedane toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Deze stortingen en onttrekkingen aan de reserves vinden plaats op basis van de door de gemeenteraad genomen besluiten. Het gerealiseerd resultaat is dus mede het gevolg van politieke besluitvorming. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van het totaal gerealiseerd resultaat, rekening houdend met de mutaties op de bestemmings-, egalisatie- en dekkingsreserves. De afzonderlijke reserves en mutaties zijn toegelicht in de programma's en in de bijlage 'overzicht reserves'. Uit onderstaande tabel 2 blijkt dat in 2020 in afwijking van de bijgestelde begroting per saldo € 197.788 minder onttrokken is aan de egalisatie- en bestemmingsreserves. Tabel 2 Gerealiseerd resultaat inclusief mutaties op egalisatie- en bestemmingsreserves Begroting bijgesteld 2020
Rekening 2020
Resultaat programma's 1 t/m 8 (saldo van de baten en lasten)
-13.140.229
-12.380.720
Saldo Algemene dekkingsmiddelen
15.395.675
15.406.117
Saldo Overhead
-2.764.842
-2.903.882
(-/- = nadeel exploitatie en +/+ = voordeel exploitatie)
Programmanummer en omschrijving
Saldo Vennootschapsbelasting
-10
-215.730
Saldo Onvoorzien
-25.000
-5.462
A. Gerealiseerd resultaat voor bestemming
-534.406
-99.677
Resultaatbepaling via egalisatiereserves: Reserve afvalstoffenheffing
04. Duurzaamheid en milieu
16.500
16.500
Reserve renteresultaten
Algemene dekkingsmiddelen
112.294
112.294
128.794
128.794
B. Totaal mutaties egalisatiereserves Resultaatbepaling via bestemmingsreserves: Reserve Stelsel basisregistraties
01. Publieksdiensten Beemster
22.800
22.800
Reserve gronden ZOB II
03. Wonen en Ruimtelijke kwaliteit
46.981
35.236
Reserve uitvoeringsagenda duurzaamheid
04. Duurzaamheid en milieu
-257.500
-257.500
Reserve Recreatie en toerisme
07. Werken in Beemster
50.000
50.000
Reserve uitvoering voornemens collegeprogramma
08. Bestuur en Staf
430.455
244.412
Reserves bruto waardering vaste activa
Diverse programma's
4.248.779
4.248.779
C. Totaal mutaties bestemmingsreserves
4.541.515
4.343.727
Gerealiseerd resultaat 2020 na bestemming (=A+B+C)
4.135.903
4.372.843
Toelichting Het resultaat vóór bestemming bedraagt € 99.677 nadelig. Na de mutaties op de egalisatie- en bestemmingsreserves bedraagt het gerealiseerde resultaat € 4.372.483 voordelig. Het verwachte resultaat 2020 na bestemming was geraamd op € 4.135.903 voordelig (2e tussenrapportage 2020). De cijfermatige verschillen ten opzichte van de begroting 2020 (na bijstelling) zijn in de afzonderlijke programma's toegelicht. In de aanbiedingsbrief is een overzicht gegeven van de belangrijkste afwijkingen. VOORGESTELDE RESULTAATBESTEMMING Voorgesteld wordt om het voordelig gerealiseerd resultaat 2020 van € 4.372.843 als volgt te bestemmen: > € 30.000 toevoegen aan het budget 2021 invoeringskosten omgevingswet; > € 130.000 toevoegen aan het budget 2021 dorpsontwikkelingsvisie Noordbeemster en Westbeemster; > € 71.000 toevoegen aan het budget 2021 beheer wegen t.b.v. asfaltreparaties en aanbrengen van belijning; > € 55.000 toevoegen aan het budget 2021 project onderhoud kunstwerken Beemster; > € 66.000 toevoegen aan het budget 2021 openbaar groen t.b.v. natuuronderzoek ecologische zones;
62
Jaarstukken 2020 | Het financieel resultaat 2020
> € 10.000 toevoegen aan het budget 2021 verkeerstechnisch onderzoek dependance Bloeiende Perelaar; > € 58.000 toevoegen aan het budget 2021 revitaliseringsplan bedrijventerrein Insulinde; > € 3.952.843 als restant van het resultaat 2020 toevoegen aan de algemene reserve. NA BALANSDATUM GEBLEKEN GEBEURTENISSEN Eind februari 2020 is Nederland getroffen door het COVID-19 (corona) virus. Het coronavirus heeft behoorlijke impact gehad op de financiële gevolgen op veel beleidsterreinen voor de jaarrekening 2020. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. De gemeente loopt geen risico ten aanzien van de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren. Verder blijkt dat de financiële compensatie voor diverse maatregelen voor 2020 uit het nieuwe aanvullende pakket zal worden verwerkt in 2021, nadat het ministerie BZK de bedragen per gemeente heeft bepaald en beschikt. Ook zal een eindafrekening over 2020 in 2021 afgerekend worden m.b.t. de rijkscompensatie. INCIDENTELE BATEN EN LASTEN Onderwerp Onttrekking (dekking uitgaven) aan de bestemmingsreserev Stelsel basisregistraties
Lasten
Baten
0
22.800
257.500
0
Onttrekking (dekking uitgaven) egalisatiereserve afvalstoffenheffing
0
16.500
Vrijval conform begroting 2020 van de bestemmingsreserve Recreatie en toerisme
0
50.000
Onttrekking (dekking uitgaven) bestemmingsreserve uitvoering voornemens collegeprogramma
0
244.400
0
4.076.700
257.500
4.360.400
Toevoeging conform begroting 2020 aan de bestemmingsreserve uitvoeringsagenda duurzaamheid
Vrijval (conform begroting 2020) dekkingsreserves bruto waardering vaste activa Totaal
63
Jaarstukken 2020 | Het financieel resultaat 2020
5 D E �
P A R A G R A F E N
5.1 Lokale heffingen ALGEMEEN Overeenkomstig zoals vermeld in artikel 26 BBV bevat deze paragraaf de verantwoording van hetgeen in de paragraaf Lokale heffingen bij de begroting is opgenomen. DE GERAAMDE INKOMSTEN De baten met betrekking tot de lokale heffingen bedragen: Soort
Begroting 2020
Begroting 2020
voor wijziging
na wijziging
Realisatie 2020
Onroerende zaakbelasting (OZB): - eigenaren woning
1.827.000
1.827.020
1.814.221
- eigenaren niet woning
409.542
409.542
393.172
- gebruikers (alleen bedrijven)
313.310
313.310
296.880
Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten (RWB)
7.670
7.670
8.648
Afvalstoffenheffing
1.215.703
1.215.703
1.218.893
Rioolheffing
822.546
822.546
810.906
Begraafrechten
55.000
55.000
52.749
Liggeld woonschepen
2.720
2.720
0
Toeristenbelasting
70.375
70.375
50.037
Leges omgevingsvergunning (bouwen)
469.433
992.000
1.335.980
Secretarieleges (inclusief rijksleges)
32.761
32.761
32.993
Leges rijbewijzen en reisdocumenten (inclusief rijksleges)
47.035
47.035
53.784
Leges inschrijving woningzoekende
19.060
19.060
145
Overige leges (APV, marktgelden, Wmo)
15.588
15.588
37.051
5.307.743
5.830.330
6.105.459
Totaal lokale heffingen
HET BELEID TEN AANZIEN VAN DE LOKALE HEFFINGEN De heffing en inning heeft plaatsgevonden overeenkomstig het vastgestelde beleid. Bezwaarschriften tegen de hoogte van de WOZ-waarden In 2020 zijn er 323 bezwaarschriften (dossiers) ingediend naar aanleiding van de jaarlijkse herwaardering van de woningen en niet-woningen. De WOZ waarde is in 40% van de gevallen verlaagd. In 2019 zijn er 300 bezwaarschriften (dossiers) ingediend.
64
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
KWIJTSCHELDING In 2020 zijn in totaal 84 kwijtscheldingverzoeken geheel of gedeeltelijk toegekend voor een totaalbedrag van € 22.880. In 2019 zijn er 93 kwijtscheldingsverzoeken geheel of gedeeltelijke toegekend voor een totaalbedrag van € 22.652.
5.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing INLEIDING Deze paragraaf gaat in op de vraag hoe de gemeente Beemster haar financiële risico’s opvangt, zonder dat dit betekent dat het beleid aangepast moet worden. Hiervoor is inzicht nodig in het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is om niet begrote kosten te dekken. Door het weerstandsvermogen hoeft bij een financiële tegenvaller in de begrotingsuitvoering niet direct tot een bezuiniging te worden overgegaan. Onderscheid wordt gemaakt tussen incidenteel en structureel weerstandsvermogen. Het eerste is bedoeld voor eenmalige tegenvallers en het tweede voor structurele tegenvallers. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: • De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt, of kan beschikken, om niet begrote kosten te dekken; • Alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. WEERSTANDSCAPACITEIT De weerstandscapaciteit bestaat uit: • De algemene reserve; • Stille reserves (en voorzieningen); • Bezuinigings-/ombuigingsmogelijkheden; • De onbenutte belastingcapaciteit; • Post voor onvoorziene uitgaven.
In geld uitgedrukt berekenen wij de weerstandscapaciteit als volgt: In de exploitatie (structurele weerstandscapaciteit): Post onvoorziene uitgaven Onbenutte belastingcapaciteit
€ 25.000 € 1.300.000
Bezuinigings-/ombuigingsmogelijkheden
nihil
Weerstandscapaciteit in de exploitatie
€ 1.325.000
In het vermogen (incidentele weerstandscapaciteit): Algemene reserve (stand 31-12)
€ 4.136.592
Stille reserves, niet bedrijfsgebonden activa
€ 2.158.992
Stille reserves, aandelenbezit
€-
Weerstandscapaciteit in het vermogen
€ 6.295.584
Totale weerstandscapaciteit
€ 7.620.584
TOELICHTING Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit van de gemeente Beemster is het verschil tussen het werkelijke tarief (on-)roerendezaakbelastingen dat de gemeente heeft vastgesteld en het tarief dat de gemeente minimaal zou moeten hanteren om in aanmerking te komen voor extra steun van het Rijk (de zogenaamde artikel 12-status). Daarnaast telt het verschil tussen kostendekkende tarieven en de werkelijk gehanteerde tarieven mee.
65
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
Beemster heeft besloten vanaf 2016 naar kostendekkende tarieven te groeien en dit is inmiddels het geval. Hiertoe zijn de kosten van het veegvuil en de kwijtschelding in de tarieven ondergebracht en resteert als onbenutte belastingcapaciteit alleen de OZB. Algemene reserve De gemeente Beemster kent één algemene reserve. Deze is bedoeld als buffer om onvoorziene risico's op te vangen. De algemene reserve is een belangrijk onderdeel van het weerstandsvermogen van de gemeente. Bij de behandeling van de beleidsnota reserves, voorzieningen en risicomanagement, in de raadsvergadering van 30 juni 2015, is besloten om de ondergrens van de algemene reserve te stellen op € 1,5 miljoen. Met deze ondergrens kan worden gesignaleerd wanneer de algemene reserve niet (langer) toereikend is om onvoorziene risico's op te vangen. Het gehele saldo van de algemene reserve wordt meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Stille reserves Bij stille reserves gaat het om: • Niet-bedrijfsgebonden activa. Deze activa kunnen worden verkocht zonder dat de bedrijfsvoering van de gemeente daardoor wordt belemmerd. Het voordelig verschil tussen de actuele waarde en de boekwaarde hoort onder de stille reserves. Bij de bepaling van de actuele waarde is de WOZ-waarde van het belastingjaar 2019 gehanteerd.
De werkelijke actuele waarde kan lager zijn dan de vermelde WOZ-waarde, omdat na de waardepeildatum de prijzen nog zijn gedaald. Wij geven er de voorkeur aan toch van de WOZ-waarde uit te gaan, omdat deze waarde een vast gegeven is; • Het aandelenbezit van de gemeente. De gemeente Beemster bezit aandelen van de BNG, Alliander (EZW), VOF Beemster Compagnie en de HVC. Het verschil tussen boekwaarde en actuele waarde is de stille reserve. Bij stille reserves is het wel altijd de vraag in hoeverre dit gelden zijn die direct opneembaar zijn. Als het gaat om panden dan zou dit lastig kunnen zijn, zeker als het gaat om een pand met maatschappelijke bestemming en lopende contracten. RISICO’S Een risico is de kans op een gebeurtenis met een negatief gevolg voor de gemeente Beemster. De organisatie heeft de belangrijkste risico’s/categoriën van risico’s in kaart gebracht. Om de risico’s te kwantificeren, zijn zowel de kans als het gevolg benoemd. Het betreft: • De (financiele) impact dat het coronavirus zal hebben. • Overdracht bodemsanering. • Vastgoed: diverse plannen voldoen (nog) niet. • Uitvoering geven aan hetgeen vastgelegd in de woonvisie. • Omgevingswet, onder andere derving van leges. • Bij het gebruikmaken van gegevens voor dienstverlening op maat, nemen de risico‘s toe voor informatieveiligheid en de privacy voor inwoners.
• Het niet in exploitatie kunnen nemen van Zuidoostbeemster fase 2. • Het niet behalen van de landelijke taakstelling om 75% afvalscheiding te realiseren. • Het niet kunnen realiseren van aardgasloze aansluitingen bij bestaande bouw. • Het niet behalen van de opgave om alle asbest te saneren voor 2024. • De methode om onkruid te verwijderen moet aangepast worden. • De risico’s die spelen bij HVC. • Overdracht van wegen die nu door het Hoogheemraadschap beheerd worden. • Uitvoering van het interbestuurlijke programma (IBP). • Nog enkele risico’s die niet expliciet opgenomen zullen worden in deze paragraaf in verband met de gevoeligheid.
66
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
WEERSTANDSVERMOGEN Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de gekwantificeerde risico’s. Uitgangspunt voor de gemeente Beemster is om een weerstandsvermogen aan te houden met een ratio tussen de 1,4 en 2,0. Dit waarderingscijfer vormt een goed uitgangspunt voor een gemeente waarbij geen volledige risicoinventarisatie heeft plaatsgevonden en waarbij het investeringsprofiel voor de komende jaren vergelijkbaar is aan de huidige situatie. Om schommelingen op te kunnen vangen, wordt een minimum- en maximumratio aangehouden. Door middel van de zogenaamde Monte Carlo simulatie wordt op basis van het uiteindelijke risicoprofiel het benodigde weerstandsvermogen berekend. Deze bedraagt per september 2020 € 3,6 miljoen. Afgezet tegen de totale weerstandscapaciteit van € 7,6 miljoen bedraagt de ratio momenteel 2,1. Dit betekent dat in 90 % van de gevallen de gemeente Beemster voldoende weerstandsvermogen heeft opgebouwd om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen. KENGETALLEN Gemeenten zijn sinds enkele jaren verplicht om de hierna volgende vijf kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing op te nemen. De invoering van deze kengetallen heeft louter tot doel een beter inzicht te verschaffen in de financiële positie van de gemeente voor de vergelijking met andere gemeenten.
Deze getallen dienen niet om te komen tot een normering (wat is goed, wat is slecht). Het gaat om de volgende kengetallen: Omschrijving kengetal
Rekening 2019
Begroting 2020
Rekening 2020
1A. Netto schuldquote
49,5%
79,2%
41,9%
1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
45,5%
74,8%
38,4%
2. De solvabilitetsratio
38,0%
24,6%
35,1%
3. Grondexploitatie
0,0%
0,0%
0,0%
4. Structurele exploitatieruimte 5. Belastingcapaciteit
3,8%
-14,9%
0,8%
127,2%
125,1%
127,1%
TOELICHTING 1A. Netto schuldquote De netto schuld weerspiegelt het niveau van de totale schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. 1B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De berekeningswijze van de netto schuldquote, gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, is identiek aan de berekeningswijze van de netto schuldquote zonder correctie, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen (zie artikel 36 lid b en c BBV). Bij de berekening van dit kengetal is ook de waarde van het aandelenkapitaal van de gemeente meegerekend. 2. De solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio verstaan we het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal.
Het eigen vermogen van een gemeente bestaat volgens artikel 42 BBV uit de reserves (zowel de algemene reserve als de bestemmingsreserves) en het resultaat uit het overzicht van baten en lasten.
67
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
3. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale baten. Voor de berekening van dit kengetal wordt de waarde van de niet in exploitatie genomen gronden en van de bouwgrond in exploitatie bij elkaar opgeteld en gedeeld door de totale baten uit de programmabegroting of jaarstukken (volgens artikel 17, onderdeel c BBV) en uitgedrukt in een percentage. De boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop. De accountant moet ieder jaar beoordelen of de gronden tegen een actuele waarde op de balans zijn opgenomen. 4. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting maken we onderscheid tussen structurele en incidentele lasten. Bij incidentele lasten of baten gaat het om eenmalige zaken die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen.Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten, is meer flexibel dan een begroting waarbij structurele baten en lasten in evenwicht zijn. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves gedeeld door de totale baten en uitgedrukt in een percentage. 5.
Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om haar belastingen te verhogen, wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het COELO publiceert deze lasten ieder jaar in de Atlas van de lokale lasten. Onder de woonlasten verstaan we de OZB en de rioolheffing en reinigingsheffing voor een woning met de gemiddelde WOZwaarde in de gemeente. De belastingcapaciteit van de gemeente wordt daarom berekend door de totale woonlasten van een meerpersoonshuishouden in jaar t te vergelijken met het landelijk gemiddelde in jaar t-1 en uit te drukken in een percentage.
5.3 Onderhoud kapitaalgoederen ALGEMEEN Onder onderhoud kapitaalgoederen wordt verstaan: het geheel aan klein (dagelijks) onderhoud, planmatig (niet levensduur verlengend) onderhoud en levensduur verlengend(e) onderhoud/investeringen aan gemeentelijke eigendommen. De volgende categorieën worden hierin onderscheiden: wegen, riolering, openbare verlichting, kunst- en waterwerken, groen, gebouwen en speelvoorzieningen. De totale oppervlakte van de gemeente Beemster is 7.208 ha. In 2017 is het areaal geïnventariseerd en zijn we begonnen met het opstellen van de integrale beheerplannen. Uitgangspunt in het beheer is het voorkomen van achterstallig onderhoud en werken volgens vastgestelde kwaliteitsnormen. Het gewenste beeldkwaliteitsniveau van de openbare ruimte is door de raad vastgesteld. Om het beheer en onderhoud van het areaal adequaat te kunnen uitvoeren, worden jaarlijks in de gemeentebegroting budgetten beschikbaar gesteld. Per kapitaalgoed wordt ingegaan op het vastgestelde kwaliteitsniveau, de actualiteit van het onderhoudsplan, aanwezigheid van achterstallig onderhoud en de beschikbare middelen, alsmede eventuele reserves of voorzieningen. Bedragen die worden genoemd zijn exclusief btw. WEGBEHEER De gemeente Beemster heeft ongeveer 360.000 m2 verhardingen in haar beheer.
Conform de landelijke CROW systematiek wordt de verharding eens in de twee jaar aan een globale visuele inspectie onderworpen. De meest recente inspectie heeft plaats gevonden in 2019 en het areaal zal in 2021 aan een nieuwe inspectie worden onderworpen. De inspectieresultaten vormen samen met de gegevens in het beheersysteem en indien noodzakelijk aanvullende onderzoeken input in de meerjarenplanning. Op basis van deze meerjarenplanning worden de noodzakelijk geachte budgetten bepaald.
68
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
KUNST- EN WATERWERKEN (BRUGGEN, DAMMEN, BESCHOEIINGEN) Het aantal kunstwerken bedraagt 349 stuks. Het merendeel van de kunstwerken is van relatief eenvoudige aard. De basisgegevens zijn opgenomen in een excel-draaitabel. Dagelijks onderhoud, groot onderhoud en vervangingsinvesteringen worden gedekt vanuit de exploitatie. OPENBARE VERLICHTING Als wegbeheerder heeft de gemeente Beemster circa 1.850 lichtmasten in beheer. Maandelijks worden de lichtmasten gecontroleerd en waar nodig gerepareerd. Per reparatieronde worden vervolgens de bevindingen en verrichtingen in de database van geregistreerde lichtmasten vastgelegd. Tevens worden onaanvaardbare situaties doorgegeven aan de opzichter. Aankoop en vervanging van lichtmasten geschiedt vanuit de exploitatiebegroting. Er zijn geen reserves of voorzieningen. De intentie is dat bij nieuwbouwwijken en grootschalige projecten wordt gekeken of een uitvoering op duurzaamheid mogelijk is. WEGMEUBILAIR Het aantal verkeersborden bedraagt circa 1.700 stuks, er zijn 2 verkeersregelinstallaties en circa 1855 lichtmasten. Uitgaven voor wegmeubilair worden vanuit de jaarlijkse exploitatiebegroting bekostigd. Bij grootschalige vervanging is er veelal sprake van een combinatie met een werk en valt een en ander in de kapitaalsfeer. Er zijn geen reserves of voorzieningen. Maandelijks worden de lichtmasten gecontroleerd en waar nodig gerepareerd.
Per reparatieronde worden vervolgens de bevindingen en verrichtingen in de database van geregistreerde lichtmasten vastgelegd. Tevens worden onaanvaardbare situaties doorgegeven aan de opzichter. Aankoop en vervanging van lichtmasten geschiedt vanuit de exploitatiebegroting. GEMEENTELIJKE WATERTAKEN (RIOLERING) We beheren en onderhouden circa 83 km riolering waarvan 50 km vrijverval riolering en 33 km mechanische riolering, 9 rioolgemalen en 317 drukunits. De belangrijkste functies van de riolering zijn zorgen voor volksgezondheid, droge voeten en de bescherming van het milieu. Het beleid, de strategie en de kostendekking zijn vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan Beemster (Zaanstreek-Waterland) 2018-2023 . De gemeente Beemster, het Hoogheemraadschap (HHNK), PWN en de gemeenten in de regio ZaanstreekWaterland hebben de afgelopen jaren in het kader van het landelijk Bestuursakkoord Water uit 2011 intensief samengewerkt bij het invullen van de watertaken: het inzamelen, transporteren en zuiveren van stedelijk afvalwater en het produceren en leveren van drinkwater, het verwerken van afvloeiend hemelwater en het aanpakken van grondwaterproblemen. We hebben mede daardoor de verwachte kostenstijging fors beperkt, de kwaliteit van het beheer verhoogd en de personele kwetsbaarheid verlaagd.
Deze samenwerking in de waterketen is eind 2020 verlengd met 10 jaar om samen verder te verbeteren en effectief in te spelen op de vele nieuwe ontwikkelingen. GROENBEHEER Naar aanleiding van de motie ‘Ambitieus plan om zoveel mogelijk nieuwe bomen te planten’ (10-11-2020), is er hard gewerkt aan de totstandkoming van de mogelijke uitwerking hiervan. Het plan is om 409 bomen te planten, één voor ieder jaar dat de Beemster heeft bestaan. Tevens is in navolging van Purmerend ook een bomenplan opgesteld voor het cyclisch onderhoud van bomen en het verlengen van de levensduur van bomen. Voor beide plannen geldt dat de raad in Q1 2021 een besluit zal nemen of deze daadwerkelijk tot uitvoering gebracht zullen worden. Er is een begin gemaakt met het omvormen van heestervakken die aan het eind van hun levensduur zijn. De vakken zijn onderhoudtechnisch afgeschreven, het onderhoudsniveau C is niet of nauwelijks nog te onderhouden. Als de vakken die omgevormd zijn vanaf de aanleg goed worden bijgehouden, dan leidt dit ook tot een hoger niveau van onderhoud (minimaal B-niveau). Tevens zijn een aantal vakken omgevormd naar bloemrijke bermen om ook de biodiversiteit te verhogen. De arealen breiden nog steeds uit (de Keyser, de Tuinderij) en er is inmiddels een betere samenwerking op kwaliteitsniveau met de Beemster Compagnie.
Zij werken bijvoorbeeld met dezelfde inhuurkracht/ specialist als de gemeente.
69
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
WAGENPARK Het Wagenpark van de gemeente Beemster bestaat uit 1 Kraanpikker, 3 Pick-up’s, 1 bestelauto en een aantal voertuigen zonder kenteken die ingezet worden voor het groen onderhoud en de gladheidsbestrijding. De vervanging van het wagenpark wordt jaarlijks volgens een meerjarig investeringsplan geraamd, waarbij wordt afgeschreven op basis van de economische levensduur. Het moment van vervangen gebeurt waar mogelijk op basis van een langere technische levensduur. GEBOUWENBEHEER De gemeente heeft meerdere panden in eigendom. De verschillende panden zijn in eigengebruik (zoals het gemeentehuis en de gemeentewerf), in gebruik van scholen, welzijnsinstellingen of verhuurd aan derden. De invulling van de panden kan ook tijdelijk zijn tot dat deze een nieuwe bestemming krijgen. Dit zou ook kunnen betekenen dat het gesloopt wordt of dat er gezocht wordt naar een geschikte verkooppartij. De panden worden onderhouden naar mate de functievervulling. Hierbij wordt de gebruiker nauw betrokken. SPORTFACILITEITEN EN SPEELTOESTELLEN De Beemster heeft een ijsbaan, handbal- en meerdere voetbalverenigingen. De sportcomplexen worden verhuurd aan de verenigingen. In samenwerking met de gebruikers werken wij aan het dagelijks onderhoud, dat uitgevoerd wordt door Spurd.
Daarnaast zijn er drie speeltuinen (waarvan één natuurspeeltuin), 18 speelveldjes en twee voetbalkooien waarvan 1 voetbalkooi verdwijnt i.v.m. de uitbreiding van de school. Vervanging en onderhoud van speelvoorzieningen wordt voornamelijk gedaan vanuit de jaarlijkse exploitatiebegroting, tenzij er projectmatig wordt gewerkt zoals bij de totstandkoming van ‘de Nieuwe Spelemei’. Het beleid voor speelvoorzieningen bestaat uit de volgende onderdelen: • Er is een voorziening voor vervanging en groot onderhoud van speeltoestellen; • Een bedrag voor onderhoudskosten van speelplekken. Dit budget wordt vooralsnog toereikend geacht om een minimaal voldoende (en veilig) kwaliteitsniveau te handhaven, zonder achterstallig onderhoud te veroorzaken. Jaarlijks worden de toestellen driemaal gekeurd door onze eigen dienst en éénmaal door een extern bureau. Daarbij wordt gekeken of ze nog voldaan aan het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen. Deze wettelijke keuring leidt er soms toe dat een toestel wordt afgekeurd. Het beleid is dat afgekeurde toestellen worden verwijderd en worden vervangen als het saldo van de voorziening dit toelaat.
5.4 Grondbeleid ALGEMEEN Grondbeleid is een instrument om ruimtelijke doelstellingen van de gemeente te realiseren. Hierbij kan worden gedacht aan doelstellingen op allerlei terreinen: volkshuisvesting, (maatschappelijke) voorzieningen, economische ontwikkeling, openbare ruimte, infrastructuur, cultuur en recreatie. De wijze waarop die doelstellingen kunnen worden bereikt met het grondbeleid en binnen welke uitgangspunten en randvoorwaarden, is vastgelegd in de Nota Grondbeleid. Grondbeleid is daarmee geen doel op zich, maar dienstbaar aan het gemeentelijk beleid, in het bijzonder de Structuurvisie.
70
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
KEUZE GRONDBELEID De gemeente kiest voor een maatwerkbenadering. Op projectniveau zal een afweging worden gemaakt aan welk grondbeleid (actief of faciliterend) invulling wordt gegeven en of, en zo ja hoe, met (een) marktpartij(en) wordt samengewerkt. De gemeente neemt in haar afweging voor de keuze tussen actief en faciliterend grondbeleid in ieder geval mee met welk beleid beter aan (één of meer van) deze prioriteiten invulling kan worden gegeven: • Bescherming UNESCO werelderfgoed; • Maatschappelijke betrokkenheid; • Programmatische toevoeging; • Kwaliteit publieke ruimte; • Financieel inverdienmodel; • Urgentie; • Innovatie en duurzaamheid. BELEIDSREGELS • De gemeente handelt transparant en in beginsel op voet van gelijkwaardigheid met grondeigenaren en marktpartijen; • Voor kleinere projecten tot 3 woningen volstaat voor het kostenverhaal de legesverordening. Voor projecten van grotere omvang, die meer begeleiding en regie vragen van de gemeente, is kostenverhaal op de initatiefnemer het uitgangspunt. Voorkeur gaat daarbij uit naar een anterieure overeenkomst; • De gemeente is terughoudend ten aanzien van het verwerven van grond en vastgoed, maar sluit het op voorhand niet uit.
De inzet van instrumenten zoals onteigening en het vestigen van een voorkeursrecht is daarbij mogelijk; • De gemeente verwerft (grond)eigendom als dat voor het bereiken van haar doelstellingen en/of ruimtelijk(e)plan(nen) noodzakelijk is, maar is hierin terughoudend; • Verwervingen worden in elk geval ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Het college zal de raad regelmatig in vertrouwen informeren over de voortgang van onderhandelingen inzake verwerving(en) indien aan de orde; • De uitgifte van gronden vindt plaats tegen marktconforme prijzen die objectief en transparant worden vastgesteld; • Indien de keuze voor de partij waar gronden aan worden uitgegeven wordt gemaakt op basis van een selectieproces, dan worden hierbij tenminste de volgende selectiecriteria in acht genomen: verkrijgen beste prijs,optimaliseren kwaliteit (gouden regels uit de Structuurvisie), optimaliseren prijs/kwaliteitverhouding, verkrijgen van nieuwe ideeën en visies voor een gebied, maatschappelijke betrokkenheid en duurzaamheid. De weging van deze criteria is per project afhankelijk van de geldende prioriteiten voor de locatie; • Indien gekozen wordt voor een actief grondbeleid is een gedegen risicomanagement noodzakelijk. Risico’s omtrent verwerving, realisatie en afzet worden geïnventariseerd en continu gemonitord.
De gemeenteraad wordt periodiek meegenomen in de risicoanalyse en de daarbij behorende beheersmaatregelen; • Per grondexploitatie heeft de gemeenteraad een zo volledig mogelijk beeld van de planeconomische en financiële aspecten. In de begroting en jaarrekening wordt actuele informatie opgenomen over de grondexploitatie(s) en lopende projecten. De gemeenteraad stelt de geactualiseerde grondexploitatie(s) jaarlijks vast (BBV). Bij tussentijdse wijzigingen wordt de raad bovendien geïnformeerd. Indien de gemeenteraad meerdere grondexploitaties geopend heeft, kan jaarlijks een projectrapportage aan de gemeenteraad ter vaststelling worden voorgelegd. PLANCAPACITEIT De provincie Noord-Holland voert samen met de Metropoolregio Amsterdam jaarlijks een monitor woningbouwcapaciteit uit. De monitor heeft als doel om een actueel beeld te krijgen van de capaciteit in woningbouwplannen. Het gaat hierbij om zowel harde (vastgestelde) als zachte (potentiële) woningbouwplannen. De gepresenteerde gegevens zijn niet gelijk aan het aantal nieuwbouwwoningen die er in werkelijkheid gebouwd
71
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
worden. Het geeft slechts een indicatie van de capaciteit in woningbouwplannen die er op dit moment zijn. In de plancapaciteit (status 2020) is voor de gemeente Beemster opgenomen:
Plan
Aantal woningen
De Nieuwe Tuinderij Oost
300
Terrein Jonk
90
Zuidoostbeemster II
690
De Keyser, fase 2
63
De Keyser, fase 2
350
Jisperweg 112c
10
STAND VAN ZAKEN VOF De Beemster Compagnie VOF De Beemster Compagnie (hierna: DBC) is in 2011 opgericht door de gemeente Beemster en Bouwfonds Ontwikkeling (thans BPD Ontwikkeling). De afgesproken verhouding binnen DBC is 50/50. De doelstelling van DBC is het produceren van bouw- en woonrijpe grond en het verkopen van bouwrijpe kavels. Binnen DBC worden De Nieuwe Tuinderij West, De Nieuwe Tuinderij Oost en De Keyser ontwikkeld. Zuidoostbeemster: De Nieuwe Tuinderij (West en Oost) De grondexploitatie van dit gebied gebeurt onder verantwoordelijkheid van De Beemster Compagnie. Door het ontbreken van een onherroepelijk bestemmingsplan is de ontwikkeling circa anderhalfjaar vertraagd. De Raad van State heeft in het najaar van 2014 een positieve uitspraak gedaan over twee bestemmingsplannen voor de bouw van 65 woningen in het westelijke deel. Alle woningen zijn verkocht, in totaal 178 stuks. Hierbij is circa 31% aan te merken als sociale koop (von prijs onder de € 225.000). Het westelijke deel is inmiddels volledig afgerond. In 2018 is gestart in het oostelijke deel. Het bestemmingsplan is in januari 2018 vastgesteld en er liep een Raad van State procedure, waarvoor begin september een positieve uitspraak is ontvangen. De bouw vordert gestaag, de eerste woningen zijn eind 2020 opgeleverd.
In totaal betreft het 100 woningen in fase 2, waarvan 24 sociale huurwoningen in de vorm van zogenaamde 'benenden-boven-woningen' (bebo's). Ten slotte heeft onwikkelaar Zondag 63 woningen verkocht in 2020 en zal deze woningen in 2021 gaan realiseren. De Keyser Voor plangebied De Keyser in Middenbeemster is voor de gehele De Keyser een nieuw bestemmingsplan opgesteld voor in totaal 590 woningen en een ruimtelijke inpassing van 5.000 m2 welke ingezet kan worden voor maatschappelijke doeleinden. Dit bestemmingsplan is inmiddels onherroepelijk. In De Keyser zijn alle gronden in bezit van DBC. De gronden die benodigd waren voor de uitbreiding van het plangebied zijn aangekocht en ondergebracht bij DBC. Op een gedeelte van de gronden wordt er door een andere ontwikkelaar (AM) ontwikkeld. AM heeft alle woningen verkocht en is in 2020 gestart met de realisatie. Ook is er met een partij overeengekomen dat zij appartementen kunnen realiseren in dit gebied. Het betreft in totaal 18 appartementen, verdeeld over 2 gebouwen in de huursector (middelduur/duur). De overige gebieden moeten nog ingevuld worden, waarbij het besluit over de school in Middenbeemster van belang is. De intentie is om het resterende gebied in te vullen met een mix van huur, koop en maatschappelijke voorzieningen.
5.5 Financiering ALGEMEEN Doel van deze paragraaf is om te informeren over het treasurybeleid en de beheersing van financiële risico’s. Treasury is het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Dit moet plaatsvinden binnen de kaders van de
72
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Het doel van deze wet is onder andere om op een verantwoorde, prudente en professionele wijze de inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie (financieringsactiviteiten) van de gemeente te regelen. In de Financiële verordening gemeente Beemster 2020 (artikel 14) zijn de uitgangspunten, de doelstellingen en de beleidsmatige en organisatorische kaders van de financieringsfunctie bepaald. De voor onze gemeente relevante uitvoeringsregels zijn hierin opgenomen. Het bevat met name protocollen voor de dagelijkse uitvoering. De onderwerpen die hierbij aan de orde komen zijn het kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de administratieve organisatie. Het treasurybeleid is erop gericht binnen de financiële mogelijkheden van onze gemeente een zo optimaal mogelijk rendement te verkrijgen, dan wel de lasten zoveel mogelijk te reduceren. Hierbij moeten de risico's zo goed mogelijk worden beheerst. GEMEENTEFINANCIERING De financieringsmiddelen van de gemeente worden uitsluitend ingezet voor de uitoefening van de publieke taak. Het tot nu toe gehanteerde beleid bij de gemeente Beemster is dat de financiering met externe financieringsmiddelen (kort- en langlopende leningen) zoveel mogelijk wordt beperkt door primair de beschikbare interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken.
Tevens wordt er geen gebruik gemaakt van rente-instrumenten. Dit beleid is in 2020 voortgezet. De Financieringsovereenkomst (Krediet- en Depotarrangement) met de N.V. Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG) biedt voldoende mogelijkheden om eventuele tijdelijke financieringsoverschotten of -tekorten tegen een zo gunstig mogelijk rentepercentage uit te zetten c.q. aan te trekken. SCHATKISTBANKIEREN Eind 2013 is de Wet verplicht schatkistbankieren van kracht. Voor decentrale overheden betekent dit dat zij verplicht zijn hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Om te kunnen schatkistbankieren is een rekeningcourant tussen de gemeente en de Staat afgesloten. Het is toegestaan een relatief klein bedrag aan overtollige middelen buiten de schatkist aan te houden (drempelbedrag). De hoogte van het drempelbedag is 0,75% van de begrotingsomvang van de decentrale overheid met een minimum van € 250.000. Voor Beemster was in 2020 het minimumbedrag van toepassing, waardoor er gedurende het jaar 2020 tijdelijk overtollige middelen in de schatkist zijn aangehouden. Conform de vereisten in het BBV (art. 52c), vermelden we in de toelichting op de balans het drempelbedrag en, per kwartaal, het bedrag aan middelen dat Beemster buiten ’s Rijks schatkist heeft aangehouden.
RENTEBELEID (RENTERISICO'S) In de notitie Rente 2017 van de Commissie BBV (in het kader van de vernieuwing BBV) wordt ingegaan op de verwerking van de rentelasten en -baten in de begroting en jaarstukken. Doelstelling van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige handelswijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). De bepalingen en richtlijnen van deze notitie zijn in werking getreden met ingang van het begrotingsjaar 2018. De rente die direct verband houdt met een taakveld betreft de (omslag)rente die moet worden toegerekend aan investeringen binnen dat taakveld. De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa (investeringen) die integraal zijn gefinancierd. De activa die integraal zijn gefinancierd betreffen de materieel vaste activa en de deelnemingen (financieel vaste activa).