jaarstukken 2020 incl erratum en aanpassingen nav technische vragen.pdf
Tekst van het document
73
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
In onderstaand schema wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening: Renteschema
%
a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering
Bedrag 181.903
b. Externe rentebaten over de korte en lange financiering
-13.011
Saldo rentelasten en rentebaten
168.892
c1. Doorberekende rente grondexploitaties
0
c2. Projectfinanciering (nvt)
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
0
d1. Rente over eigen vermogen (nvt)
0
d2. Rente over voorzieningen (nvt)
5.044
Totaal aan de taakvelden toe te rekenen rente
1,08%
173.936
e. *) De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
1,50%
242.745
f. Renteresultaat op het taakveld treasury
0,42%
68.809
*) De netto boekwaarde van de activa die integraal zijn gefinancierd per 1 januari bedraagt bijna € 16,3 miljoen. Uit bovenstaande tabel blijkt dat er aan de taakvelden 1,5% wordt toegerekend aan rente. Het deel dat mag worden toegerekend aan rente bedraagt 1,08%. Hierdoor ontstaat een renteresultaat van 0,42%. KASGELDLIMIET EN RENTERISICONORM De Wet fido geeft twee concrete richtlijnen voor gemeenten voor het beheersen van renterisico’s. Het gaat daarbij om de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. De kasgeldlimiet heeft betrekking op leningen met een looptijd tot maximaal één jaar en de renterisiconorm op leningen met een looptijd vanaf één jaar. Kasgeldlimiet Aan de totale omvang van de gemiddelde netto vlottende schuld (looptijd < één jaar) per kwartaal wordt door de Wet fido een maximum gesteld, ook wel kasgeldlimiet genoemd. De netto vlottende schuld mag de kasgeldlimiet niet overschrijden; hiermee wordt voorkomen dat het totaal aan korte schulden van een gemeente bepaalde grenzen overschrijdt. De kasgeldlimiet is voor 2020 berekend op € 1,994 miljoen. Het gevoerde beleid is om de kasgeldlimiet zo volledig mogelijk te benutten, zodat optimaal gebruik gemaakt wordt van de lagere korte rente. In onderstaande tabel is de kasgeldlimiet over 2020 weergegeven Kwartaal
Maximaal % o.b.v. actuele regeling
Berekend Vlottende maximaal limiet middelen -/- Vlottende schuld
Onderschrijding of -/- overschrijding
I
8,5 %
-/- € 1.993.817
€ 1.658.419
€ 3.652.236
II
8,5 %
-/- € 1.993.817
€ 2.174.976
€ 4.168.793
III
8,5 %
-/- € 1.993.817
€ 1.483.902
€ 3.477.719
IV
8,5%
-/- € 1.993.817
€ 3.180.547
€ 5.174.364
Renterisiconorm Het doel van de renterisiconorm is om tot een zodanige opbouw van de leningenportefeuille te komen, dat het renterisico uit hoofde van rente-aanpassing en herfinanciering van leningen in voldoende mate wordt beperkt. De renterisiconorm houdt in dat maximaal 20% van het begrotingstotaal per jaar (met een minimum van € 2,5 miljoen) afgelost kan worden. De norm beoogt een evenwichtige opbouw van de leningen in de tijd. Als de jaarlijks te herfinancieren bedragen onder deze norm blijven, is er sprake van een beheerste en overzienbare situatie. Tabel renterisiconorm
74
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
Renterisiconorm en renterisico's vaste schuld (bedragen x €1.000 (1a) Renteherziening op vaste schuld o/g
2020 -
(1b) Renteherziening op vaste schuld u/g
-
(2 )
-
Renteherziening op vaste schuld (1a-/- 1b)
(3a) Nieuw aangetrokken vaste schuld
-
(3b) Nieuw verstrekte lange leningen
-
(4 )
Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-/- 3b)
-
(5 )
Betaalde aflossingen
(6 )
Herfinanciering (laagste van 4 en 5)
-
(7 )
Renterisico op de vaste schuld (2+6)
-
(8 )
Renterisiconorm
(9a ) Ruimte onder renterisiconorm (8 -/- 7) (9b ) Overschrijding renterisiconorm (7 -/- 8)
1.551
4.691 4.691 -
Berekening renterisiconorm (10 ) Begrotingstotaal
23.457
(11 ) Het bij ministeriële regeling vastgesteld percentage
20%
(12 ) Renterisiconorm (10 x 11) / minimum € 2,5 mln
4.691
FINANCIERINGSBEHOEFTE EN LENINGENPORTEFEUILLE Financieringsbehoefte Om eventuele ongewenste renterisico's af te dekken, is het van belang te weten wanneer eventueel een vaste geldlening moet worden aangetrokken en voor welk bedrag. Voor de bepaling van de financieringsbehoefte maken we gebruik van een liquiditeitsplanning. In deze planning nemen we alle inkomsten- en uitgaven op (verwachte kasstromen). Op basis van de nieuwste gegevens en ontwikkelingen wordt de liquiditeitsplanning regelmatig geactualiseerd. De berekening van de financieringsbehoefte (financieringstekort of -overschot) geeft slechts indicatief aan of het aangaan van vaste geldleningen al dan niet noodzakelijk wordt. De uiteindelijke financieringsbehoefte voor 2020 werd vooral bepaald door het tempo waarin voorgenomen investeringen werden gerealiseerd en door incidentele baten of lasten. In 2020 zijn geen langlopende leningen aangetrokken. Op 1 januari 2020 bedroeg het schuldrestant van de vaste langlopende (> één jaar) geldleningen ruim € 11,3 miljoen. Aan het eind van het jaar 2020 bedroeg de vaste schuld, na reguliere aflossingen bijna € 9,8 miljoen. De gemiddelde rentevoet op 31 december 2020 is 1,62%. Leningenportefeuille De huidige leningenportefeuille bestaat uitsluitend uit leningen aangegaan met de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten.
Het verloop van onze leningenportefeuille in 2020 is als volgt (x € 1.000): rekening 2020 Stand leningen per 1 januari Vervroegde aflossingen Reguliere aflossingen Nieuw aangetrokken lening Stand leningen per 31 december
75
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
€ 11.298 -/- € 1.551 € 9.747
5.6 Bedrijfsvoering ALGEMEEN De bedrijfsvoering betreft de wijze waarop de gemeente haar werkzaamheden, zowel bestuurlijk als ambtelijk, heeft georganiseerd. De inwoner mag van de gemeente verwachten dat de beschikbare middelen rechtmatig, doelmatig en doeltreffend worden besteed. Samenwerking met gemeente purmerend Met Purmerend is een Samenwerkingsovereenkomst gesloten, waarin afspraken zijn gemaakt over de uit te voeren taken en de daarmee gemoeide middelen. Ook over het kwaliteitsniveau van de dienstverlening zijn afspraken gemaakt. De uitwerking van de Samenwerkingsovereenkomst is vastgelegd in acht dienstverleningsovereenkomsten (DVO's). De Beemster organisatie De eigen Beemster organisatie bestaat naast de griffier en de gemeentesecretaris, uit een controller/ bestuursadviseur en een bestuurssecretariaat. Voor de advisering op gebied van Werelderfgoed wordt deskundige capaciteit ingehuurd van/via Purmerend. Informatie en automatisering Informatie en automatisering wordt voor de Beemster organisatie verzorgd door Purmerend. Naast een solide beheer van de systemen is een Datalab ingericht zodat we, waar mogelijk, onze gegevens kunnen openstellen voor het gebruik door derden en ook efficiënter onze eigen systemen kunnen benutten. De systemen voor het maatschappelijk domein zijn effectiever ingericht voor de samenwerking met instellingen en andere ketenpartners.
Voor het ruimtelijk domein is de informatie voor het beheer van de buitenruimte nauwkeuriger en beter te benutten. Huisvesting en facilitair beheer Het gemeentebestuur, de ambtelijke staf en het loket Burgerzaken zijn nog steeds gevestigd in het gemeentehuis aan de Rijn Middelburgstraat. Ook de vergaderingen van de gemeenteraad vinden daar plaats. Het beheer van de gebouwen en de facilitaire dienstverlening wordt vanuit Purmerend verzorgd. Financiën beheer Er wordt gewerkt conform de vastgestelde planning & control-cyclus: kadernota (of meerjarenperspectief), begroting, 2 tussenrapportages en een jaarrekening. Deze producten worden door Purmerend verzorgd. Het budgetbeheer ligt ook bij de diverse teams van de gemeente Purmerend, met uitzondering van de budgetten van de raad en het college. Fusie Beemster en Purmerend In 2020 zijn veel voorbereidende werkzaamheden verricht voor de bestuurlijke fusie per 1 januari 2022.
5.7 Verbonden partijen ALGEMEEN Doelstelling Gemeente Beemster is verbonden aan een aantal partijen. Deze paragraaf geeft inzicht met welke. We streven ernaar om de partijen mee te laten lopen in onze reguliere Planning en Control-cyclus. Dat betekent dat de begroting en de rekening van de partijen, tijdig beschikbaar moeten zijn. Wat is een verbonden partij Een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en financieel belang heeft (artikel 1Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten).
76
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
Hoe kijken wij aan tegen inhoudelijke aansturing verbonden partijen? Gemeente Beemster heeft om diverse redenen een belang in verbonden partijen. Dit kan diverse oorzaken hebben: • Vanuit het verleden ontstaan: gemeentelijk belang beperkt, maar financieel interessant vanwege dividendinkomsten. • Strategisch belang: de gemeente heeft er belang bij of is wettelijk verplicht om via gemeenschappelijke regelingen of besturen invloed te hebben in bepaalde meer inhoudelijke zaken. Door deze verbonden partijen wordt het mogelijk bepaalde voorzieningen voor (inwoners van) de gemeente beschikbaar te hebben en daarbij ook bestuurlijke invloed uit te oefenen. • Verzelfstandigde gemeentelijke onderdelen: qua bestuur en organisatie zijn er voormalige gemeentelijke onderdelen op afstand gezet. Door financiële relaties of bestuurlijke vertegenwoordiging heeft de gemeente nog invloed op de koers van deze verzelfstandigde onderdelen. Al deze samenwerkingsverbanden hebben als overeenkomst dat het bestuur van de gemeente Beemster via deze samenwerkingsverbanden een bijdrage kan leveren aan het behalen van de verschillende programmadoelstellingen. Als dit wijzigt, moet de gemeente stilstaan bij de wijze van betrokkenheid in de betreffende partij.
Begrotingscriterium in relatie tot verbonden partijen Het begrotingscriterium houdt in dat binnen de spelregels van de raad geen overschrijdingen op programmaniveau mogen plaatsvinden. Een belangrijk dilemma in het kader van de verbonden partijen is dat de uitkomsten van de begroting en jaarverslag van de verbonden partijen en de gemeentelijke bijdrage uiteen kunnen lopen. Gemeente Beemster hanteert hierbij de lijn: • Financieel effect gebaseerd op nieuw beleid van verbonden partij: alleen opnemen in de begroting en de budgetten na instemming van de raad, passende binnen de (financiële) spelregels voor nieuw beleid van de gemeente. • Financieel effect gebaseerd op bestaand beleid van verbonden partij: beschouwen als onvermijdelijke wijziging en deze als zodanig behandelen in de begroting en begrotingsaanpassingen. DE VERBONDEN PARTIJEN De gemeente Beemster heeft een relatie met veel participanten. In deze paragraaf vermelden we dan ook niet alle participanten. Het criterium voor vermelding is een aanmerkelijk financieel belang (> € 15.000). Informatie over de verbonden partijen is om een aantal redenen van belang. De partijen voeren taken uit die in feite tot het gemeentelijke takenpakket behoren. Om bepaalde redenen is de uitvoering bij de verbonden partij belegd. De taakuitvoering door de verbonden partijen heeft wel financiële consequenties.
Hieronder worden per programma de verbonden partijen benoemd.
77
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
PROGRAMMA 2 DE BEEMSTER SAMENLEVING Verbonden partij
Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Zaanstreek/ Waterland
Vestigingsplaats
Zaandam
Bestuurlijke vertegenwoordiger
Dhr. J.R.P.L. Dings
Openbaar belang
In stand houden gezondheidsdienst
Aard
Gemeenschappelijke regeling met 8 andere gemeenten
Ontwikkeling
Dit betreft een gemeenschappelijke regeling (GR) van de gemeenten in Waterland, Zaanstad en Oostzaan. Gemeenten zijn verplicht om alleen, of samen met anderen, een gezondheidsdienst in stand te houden. Bestuurlijk is de gemeente vertegenwoordigd in het dagelijks bestuur.
Eigen vermogen ultimo 2019
€ 1.186.642
Vreemd vermogen ultimo 2019
€ 7.030.985
Eigen vermogen ultimo 2020
€ 959.319
Vreemd vermogen ultimo 2020
€ 10.721.629
Resultaat 2020
€ 143.823
Realisatie dividend 2020
nvt
Begroot dividend 2020
nvt
Geraamde bijdrage 2021
€ 369.730
PROGRAMMA 6 VEILIG IN DE BEEMSTER Verbonden partij
Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland
Verstigingsplaats
Zaanstad
Bestuurlijke vertegenwoordiger
Mevr. H.C. Heerschop
Openbaar belang
Ja, verplicht in deze vorm georganiseerd
Aard
Gemeenschappelijke regeling met 7 andere gemeenten
Ontwikkeling
Bij de vorming van de GR is overeengekomen dat de lasten via een groeimodel worden verdeeld van historische gegevens naar objectieve verdeelmaatstaven, waarbij de Veiligheidsregio in dezelfde periode een taakstelling op de totale begroting moet realiseren.
Risico's
De door de GR geïdentificeerde risico's betreffen met name de bedrijfsvoering. Daarnaast zullen kosten gemaakt worden in geval van calamiteiten die de normale uitoefening van taken te boven gaan. Risico's zijn uiteindelijk voor rekening van de deelnemende gemeenten.
Eigen vermogen ultimo 2019
€ 2.187.000
Vreemd vermogen ultimo 2019
€ 16.200.000
Eigen vermogen ultimo 2020
€ 2.932.000
Vreemd vermogen ultimo 2020
€ 16.812.000
Resultaat 2020
€ 1.288.039
Realisatie dividend 2020
nvt
Begroot dividend 2020
nvt
Geraamde bijdrage 2021
€ 822.554
78
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
Verbonden partij
Omgevingsdienst IJmond
Vestigingsplaats
Beverwijk
Bestuurlijke vertegenwoordiger
mevr. A. Zeeman
Openbaar belang
Ja, verplicht in deze vorm georganiseerd
Aard
Gemeenschappelijke regeling met 6 andere gemeenten en de provincie
Ontwikkeling
Van rechtswege is toetreding van 8 gemeenten in voorbereiding per 1 april 2017. De GR is hiertoe gewijzigd.
Risico's
De door de GR geïdentificeerde risico's betreffen met name de bedrijfsvoering. Daarnaast zullen kosten gemaakt worden in geval van calamiteiten die de normale uitoefening van taken te boven gaan. Risico's zijn voor rekening van de deelnemende gemeenten
Eigen vermogen ultimo 2019
€ 419.248
Vreemd vermogen ultimo 2019
€ 8.287.440
Eigen vermogen ultimo 2020
€ nnb
Vreemd vermogen ultimo 2020
€ nnb
Resultaat 2020
€ nnb
Realisatie dividend 2020
nvt
Begroot dividend 2020
nvt
Geraamde bijdrage 2021
€
PROGRAMMA 7 WERKEN IN BEEMSTER Verbonden partij
Recreatieschap Twiske-Waterland
Vestigingsplaats
Velsen
Bestuurlijke vertegenwoordiger
Dhr. D.J. Butter
Openbaar belang
Gebiedsbeheer landschappen Twiske en Waterland
Aard
Beheer van landschappen Twiske en Waterland
Ontwikkeling
Sinds 2013 zijn Twiske en landschap Waterland samengegaan in het recreatieschap Twiske-Waterland.
Risico's
Het benodigde weerstandsvermogen van € 560.000 is afgedekt met een weerstandscapaciteit van € 2.170.000.
Eigen vermogen ultimo 2019
€ 2.238.964
Vreemd vermogen ultimo 2019
€ 37.612
Eigen vermogen ultimo 2020
€ nnb
Vreemd vermogen ultimo 2020
€ nnb
Resultaat 2020
€ nnb
Realistatie dividend 2020
nvt
Begroot dividend 2020
nvt
Geraamde bijdrage 2021
€
79
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
PROGRAMMA 8 BESTUUR EN STAF Verbonden partij
Waterlands archief
Vestigingsplaats
Purmerend
Bestuurlijke vertegenwoordiger
Mevr. H.C. Heerschop
Openbaar belang
De regeling is getroffen met het doel de belangen van de colleges bij alle aangelegenheden betreffende de archiefbescheiden en collecties die berusten in de archiefbewaarplaatsen van de gemeenten in gezamenlijkheid te behartigen. Het Waterlands archief is mede ingesteld met het doel om in beperkte omvang diensten aan derden te leveren ten aanzien van het beheer van archiefbescheiden en collecties.
Aard
Gemeenschappelijke regeling met 5 andere gemeenten
Ontwikkeling Risico's
De door de GR geïdentificeerde risico's betreffen met name de bedrijfsvoering. Risico's zijn uiteindelijk voor rekening van de deelnemende gemeenten.
Eigen vermogen ultimo 2019
€ 419.686
Vreemd vermogen ultimo 2019
€ 204.942
Eigen vermogen ultimo 2020
€ 377.157
Vreemd vermogen ultimo 2020
€ 78.596
Resultaat 2020
€ 2.746
Realisatie dividend 2020
nvt
Begroot dividend 2020
nvt
Geraamde bijdrage 2021
€ 97.601
ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN Verbonden partij
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)
Vestigingsplaats
Den Haag
Bestuurlijke vertegenwoordiger
Aandeelhouderschap
Openbaar belang
Ja
Aard
BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de inwoner.
Ontwikkeling
De BNG heeft zich in 2016 sterker gericht op nieuwe producten (o.a. energietransitie financieringsfaciliteit) en verduurzaaming van de balans.
Risico's
Het resultaat financiële transacties zal ook in de nabije toekomst gevoelig blijven voor politieke, economische en monetaire ontwikkelingen.
Eigen vermogen ultimo 2019
€ 4.887 miljoen
Vreemd vermogen ultimo 2019
€ 144.802 miljoen
Eigen vermogen ultimo 2020
€ 5.097 miljoen
Vreemd vermogen ultimo 2020
€ 155.262 miljoen
Resultaat 2020
€ 221 miljoen
Dividend 2020
€ 101 miljoen
80
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
Verbonden partij
Huisvuilcentrale Alkmaar (HVC)
Vestigingsplaats
Alkmaar
Bestuurlijke vertegenwoordiger
Aandeelhouderschap
Openbaar belang
Ja
Aard
HVC is verantwoordelijk voor het duurzaam afvalbeheer van haar aandeelhouders. Daarnaast produceert en levert HVC duurzame energie aan gemeenten, waterschappen, bedrijven en particulieren. De kerntaken van HVC zijn grondstoffenmanagement en opwekking en levering van duurzame energie. Bovendien ondersteunt HVC haar aandeelhouders bij het in kaart brengen van maatregelen voor lokale verduurzaming. HVC is actief in Nederland en binnen Nederland de grootste niet-commerciële afvalinzamelaar. HVC heeft 46 aandeelhoudende gemeenten en 6 waterschappen uit Noord-Holland, Zuid-Holland, Flevoland en Friesland.
Ontwikkeling
HVC heeft ambities voor een duurzame toekomst.
Risico's
De bedrijfsvoering staat op grote afstand van de aandeelhouders.
Eigen vermogen ultimo 2019
€ 126.469.000
Vreemd vermogen ultimo 2019
€ 799.677.000
Eigen vermogen ultimo 2020
€ 141.702.000
Vreemd vermogen ultimo 2020
€ 769.686.000
Resultaat 2020
€ 15.233.000
Realisatie dividend 2020
Geen
Verbonden partij
V.O.F. De Beemster Compagnie
Vestigingsplaats
Middenbeemster
Bestuurlijke vertegenwoordiger
Dhr. D.J. Butter
Openbaar belang
Ja
Aard
V.O.F. De Beemster Compagnie is in 2011 opgericht door de gemeente Beemster en Bouwfonds Ontwikkeling (thans BPD ontwikkeling) op basis van een verhouding van 50/50. De doelstelling is het produceren van bouw- en woonrijpe grond en verkopen van bouwrijpe kavels.
Ontwikkeling
De komende jaren zal de nieuwbouw gestaag verder ontwikkeld worden.
Risico's
De gemeente Beemster staat als vennoot van V.O.F. De Beemster Compagnie bij het aan de V.O.F. verstrekte krediet door BNG van maximaal € 40.000.000 garant voor dit bedrag. Tevens heeft de BNG bedongen dat eventuele vorderingen van de gemeente op de V.O.F. achtergesteld zijn bij het niet nakomen van de betalingsverplichting door de V.O.F. aan de BNG. De gemeente Beemster kan in dat geval van inwerkingtreding van de garantie 50% verhalen op de andere vennoot.
Eigen vermogen ultimo 2019
€ - 1.186.239
Vreemd vermogen ultimo 2019
€ 23.683.236
Eigen vermogen ultimo 2020
€ 3.240.078
Vreemd vermogen ultimo 2020
€ 9.994.302
Resultaat 2020
€ nnb
Realisatie dividend 2020
nvt
Begroot dividend 2020
nvt
Geraamde bijdrage 2021
nvt
81
Jaarstukken 2020 | De paragrafen
J
82
A
A
Jaarstukken 2020 | Jaarrekening
R
R
E
K
E
N
I
N
G
6 BALANS�EN�TOELICHTING 6.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling A. INLEIDING De programmarekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Dit is een nadere uitwerking van de financiële verordening en ex artikel 2012 van de gemeentewet. Met ingang van 1 januari 2004 trad het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in werking. De voornaamste uitgangspunten zijn: • eenheid van programmabegroting- en rekening; • het opnemen van een balans waaruit de financiële positie van de gemeente blijkt. Algemene grondslagen voor het opstellen van de programmarekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico's die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen als zij voor het opmaken van de programmarekening bekend zijn geworden.
De algemene uitkering is opgenomen conform de in het jaar laatst gepubliceerde acresmededeling, die is opgenomen in de septemberciculaire van het boekjaar. Dividendopbrengsten van deelnemingen zijn als baten verantwoord in het jaar waarin het dividend ontvangen en/of het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt. Met betrekking tot de eigen bijdrage die het CAK int en aan de gemeenten afdraagt, geldt op basis van de Kadernota rechtmatigheid 2018 van de commissie BBV het volgende: gemeenten kunnen op basis van de overzichten van het CAK wel de aantallen personen, soort en omvang van de zorgverlening beoordelen met de eigen Wmo-administratie. Probleempunt is dat door het ontbreken van inkomensgegevens op deze overzichten, de informatie over de eigen bijdrage ontoereikend is om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdrage als geheel te kunnen vaststellen. Door de systematiek te kiezen voor het vaststellen van de eigen bijdrage door het CAK, bepaalt de wetgever in feite dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dat betekent dat door de gemeenten geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen door het niet kunnen vaststellen van de juistheid op persoonsniveau, zoals hiervoor is toegelicht.
In de jaarstukken worden alleen de werkelijk ontvangen bedragen verantwoord. Binnen het beleidsveld jeugd zijn de lasten opgenomen inzake de ‘’Segment Profiel Intensiteit Combinatie (SPIC’S)‘’. Dit betreft de lasten van de niet-duurzame Jeugdzorg. Contractueel is afgesproken dat er sprake is van een financiering van 70% van de trajectkosten bij aanvang van de zorg en 30% bij afronding van de zorg. Gezien jeugdzorgkosten conform het BBV toegerekend moeten worden aan het jaar waarin de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt, is op basis van ervaringscijfers is bepaald welk deel van de voorgefinancierde zorgtrajecten toegerekend moet worden aan 2020 en welk deel toeziet op 2021. Van de financieringen die plaatsgevonden hebben vanaf januari tot en met december 2020 is 71% van de trajectkosten toegerekend aan boekjaar 2020 en de overige 29%
83
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
aan boekjaar 2021. De opgenomen kosten 2020 zijn gebaseerd op de via het berichtenverkeer verwerkte declaraties en aangesloten op de voorlopige productieverantwoordingen. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Door het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Daarbij kunt u denken aan componenten zoals ziektekostenpremie voor gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming: vier jaar. Als er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties), moet wel een verplichting worden gevormd. B. BALANS 1. Vaste activa Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 1.1. Immateriële vaste activa De immateriële vaste activa wordt gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn.
De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in vijf jaar afgeschreven. Alleen kosten van onderzoek en ontwikkeling die leiden tot een materieel vast actief mogen als immaterieel vast actief worden geactiveerd. Bijdragen van derden De bijdragen aan activa in eigendom van derden worden onder de immateriële vaste activa verantwoord. Bijdragen aan activa van derden zijn gewaardeerd op het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. 1.2. Materiële vaste activa In erfpacht uitgegeven gronden De in erfpacht uitgegeven percelen zijn gewaardeerd tegen de eerste uitgifteprijs (i.c. de waarde die bij eerste uitgifte als basis voor de canonberekening in aanmerking is genomen). Materiële vaste activa met economisch nut Alle investeringen met economisch nut worden geactiveerd en dus afgeschreven. Een investering is van economisch nut als activum verhandelbaar is of wanneer er opbrengsten mee kunnen worden gegenereerd. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt er op het saldo afgeschreven. Materiële vaste activa met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Alle activa met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven worden geactiveerd en afgeschreven.
Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Het gaat hierbij om investeringen die grotendeels worden gedaan voor begraafplaatsen, riolering of het verzamelen van huishoudelijk afval. Materiële vaste activa met maatschappelijk nut De investeringen met een meerjarig maatschappelijk nut in de openbare ruimte worden geactiveerd en afgeschreven. Hierop worden alleen bijdragen van derden die direct gerelateerd zijn aan het actief in mindering gebracht. In de balans worden deze investeringen afzonderlijk tot uitdrukking gebracht. In de toelichting op de
84
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
balans is een uitsplitsing aangebracht tussen investeringen met maatschappelijk nut vanaf 2017 geactiveerd en voor 2017 geactiveerd. Afschrijvingsmethoden- en termijnen Slijtende investeringen schrijven we vanaf het moment van ingebruikneming lineair af, tenzij de gemeenteraad voor een andere wijze van afschrijving heeft gekozen. Op grondbezit met economisch nut wordt niet afgeschreven. Moment van eerste jaar afschrijving Als ingangsdatum van de afschrijving geldt het jaar volgend op het jaar na oplevering c.q. vervaardiging. De gehanteerde afschrijvingstermijnen bedragen in jaren: Materiele vaste activa met economisch nut
Afschrijvingstermijn
A. Gronden en terreinen - Gronden en terreinen
geen
B. Gebouwen en inrichting: - Verharding/terreininrichting
40 jaar
- Gebouwen
50 jaar
- Schoolgebouwen
40 jaar
- Inrichting / renovatie sport-, spel en schoolterrein
20 jaar
- Noodgebouwen
20 jaar
- Gebouw gebonden technische installaties
20 jaar
- Functieverbeterende verbouwingen
20 jaar
- Inrichting schoolgebouwen
20 jaar
- Inrichting gymnastiekgebouwen/sporthallen
20 jaar
- Kunststof sportveld onderlaag
20 jaar
- Kunststof sportveld gemengde activering
15 jaar
- Kunststof sportveld bovenlaag
10 jaar
C. Rioleringswerken en waterinvesteringen: - Riolering
45 jaar
D. Inventaris, meubilair en installaties: - Containers anders dan glas-, papier- en rolcontainers
20 jaar
- Gebouw inrichting (w.o. stoffering / meubilair)
10 jaar
- Installaties / machines en overige materiële vaste activa
10 jaar
- Glas-, papier- en rolcontainers
15 jaar
- Speeltoestellen
15 jaar
- ICT software
6 jaar
- ICT hardware
4 jaar
E. Transportmiddelen: - Bijzondere voertuigen
15 jaar
- Zware voertuigen (tractors, veegauto's, vrachtwagens)
10 jaar
- Lichte voertuigen en bijbehorende apparaten
8 jaar
- Maaimachines
6 jaar
85
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
Materiele vaste activa met maatschappelijk nut
Afschrijvingstermijn
F. Wegen en straten: - Asfalt (wegen)
25 jaar
- Elementen (wegen)
30 jaar
- Rotondes
25 jaar
G. Bruggen en overige grote kunstwerken: - Stalen/beweegbare-/stenen bruggen/kunstwerken
50 jaar
- Houten bruggen
25 jaar
- Composiet bruggen
75 jaar
- Betonnen bruggen / tunnels / viaducten
75 jaar
H. Waterbeheer - Dijken en kades
40 jaar
- Stedelijk waterplan
45 jaar
- Oeverbeschoeiing
20 jaar
- Composiet beschoeiing
30 jaar
- Kademuren / metselwerk / beton / stalen- en kunststof damwanden
50 jaar
I. Openbare verlichting en verkeersinstallaties - Verkeerslichten en lantaarnpalen
25 jaar
Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 25.000 worden niet geactiveerd. Levensduurverlengende investeringen Dit betreft uitgaven voor groot onderhoud, zoals vervanging van (delen van) daken, dakbedekking, elektrische installaties, vloeren e.d. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: • Kosten van klein onderhoud worden in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie gebracht. • Kosten van groot onderhoud komen ten laste van een hiervoor gevormde voorziening (o.b.v. een actueel beheersplan). • Levensduurverlengende investeringen worden geactiveerd en afgeschreven (eventueel via de componentenbenadering). 1.3. Financiële vaste activa Onder financiële activa vallen de kapitaalverstrekkingen, verstrekte leningen en overige uitzettingen (verstrekkingen) met een looptijd langer dan een jaar. De waardering van de kapitaalverstrekkingen en verstrekte leningen is tegen nominale waarde (verstrekte waarde, verminderd met aflossingen en andere terugontvangsten). Participaties (kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen) Participaties in het aandelenkapitaal zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Gemeente Beemster heeft de volgende participaties: a. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Het aantal aandelen BNG bedraagt 6.371. Deze zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van € 15.928; b.
De kapitaalverstrekking vof De Beemster Compagnie bedraagt € 500; c. Deelneming NV huisvuilcentrale Alkmaar N-H (HVC). In 2011 zijn 11 aandelen tegen € 45,45 per aandeel in HVC verworven. Het totale aandelenbelang bedraagt € 500; d. Deelneming NV Alliander. Het aantal aandelen bedraagt 69.651. Deze zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van € 212.923. Verstrekte langlopende geldleningen
86
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
De verstrekte langlopende geldleningen zijn opgenomen tegen nominale waarde, verminderd met de ontvangen aflossingen. Onder deze balanspost per 31 december 2020 zijn voornamelijk opgenomen de verstrekte startersleningen en een verstrekte hypothecaire geldlening. 2. Vlottende activa 2.1 Voorraden De overige grond- en hulpstoffen (gereed product en handelsgoederen) zijn gewaardeerd tegen vaste verrekenprijzen die gebaseerd zijn op de gemiddelde betaalde inkoopprijs. De als 'onderhanden werken' opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde verminderd met de opbrengsten wegens gerealiseerde verkopen en ontvangen (rijks)subsidies.De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, zoals grondaankopen, kosten van bouw- en woonrijpmaken en een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerkosten. Winsten uit de grondexploitatie worden alleen genomen als die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden (realisatieprincipe). Voor de winstneming geldt de percentage of completion methode; voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd wordt tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst genomen.
De verantwoording van de grondexploitatie verloopt via de exploitatie, als onderdeel van programma 3 Wonen en ruimtelijke kwaliteit in Beemster. Bij deze methode worden jaarlijks in de programmarekening van baten en lasten zowel de werkelijke lasten van het bouwrijp maken als de werkelijke verkopen getoond. Het (positieve dan wel negatieve) saldo daarvan is de mutatie onderhanden werk (OHW). Daarnaast komt de post voorraden terug in de paragraaf grondbeleid. Een voorziening voor verwachte verliezen in de grondexploitaties en gebiedsontwikkelingen wordt gepresenteerd onder de post'bouwgronden in exploitatie'. 2.2. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. 2.3. en 2.4 Liquide middelen en overlopende activa Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen. De liquide middelen zijn opgenomen volgens de laatste dagafschriften van het jaar 2020. In de overlopende activa zijn opgenomen de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen, die zijn ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel. 3.
Vaste passiva 3.1 Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit reserves en het saldo van de rekening van baten en lasten. De waardering vindt plaats tegen nominale waarden. De reserves worden onderscheiden in een algemene reserve, egalisatiereserves, reserves voor bruto activering vaste activa en de overige bestemmingsreserves. De algemene reserve dient als algemeen financieel weerstandsvermogen, waarbij op grond van de notitie reserves en voorzieningen minimaal een bedrag van € 1.500.000 wordt aangehouden. De algemene reserve kwam tot stand dankzij (batige) saldi. De algemene reserve ontwikkelt zich in 2020 positief en staat op ongeveer € 8,5 miljoen (ná resultaatbestemming). 3.2. Voorzieningen
87
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies en zijn getroffen voor op de balansdatum bestaande risico's, verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar redelijkerwijs in te schatten. Daarnaast zijn onderhoudsen egalisatievoorzieningen getroffen ter gelijkmatige verdeling van de lasten over een aantal boekjaren en mede gebaseerd op meerjarige onderhoudsplannen. De onderhoudsegalisatie voorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen. In de paragraaf 'onderhoud kapitaalgoederen' zetten we het beleid verder uiteen. Voor een volledig overzicht van de voorzieningen verwijzen we naar de bijlagen 3. 3.3 Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. De afschrijvingstermijn voor kosten verbonden aan het sluiten van nieuwe geldleningen en (dis)agio loopt parallel aan de looptijd van de nieuw aangetrokken geldlening. 4. Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Onder de overlopende passiva zijn opgenomen de meerjarige uitkeringen.
Deze uitkeringen zijn beklemd door de voorwaarden die zijn gesteld door een geldgever (bijvoorbeeld rijksbijdrage, subsidies) en waarvan de hoogte van de opgenomen bedragen overeenkomstig is met de door de geldgevers verstrekte subsidies en/of bijdragen. Borg- en Garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten telling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. Overigens is in de toelichting op de balans nadere informatie opgenomen. C. NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE RECHTEN/PLICHTEN C1. Plichten Dit betreft langlopende verplichtingen die samenhangen met opdrachten voor leveringen of opdrachten voor dienstverleningen. De kosten van dergelijke opdrachtverleningen worden op basis van de jaarlijkse presentaties als (exploitatie)lasten aan de jaren toegerekend. Hieronder lichten we de belangrijkste verplichtingen toe. a. Onderhoudsovereenkomsten en licenties De gemeente sloot diverse meerjarige overeenkomsten af voor het uitvoeren van onderhoud en licenties. Deze overeenkomsten zijn niet apart gekwantificeerd. De lasten zijn opgenomen in de begroting. Voor vrijval van deze lasten moeten opzegtermijnen in acht worden genomen. b. Periodieke subsidies Door de gemeente wordt een aantal periodieke subsdies verleend. Voor het beëindigen en wijzigen hiervan moeten termijnen van redelijkheid in acht worden genomen.
Hieruit kan een overbruggingsperiode vloeien. De periodieke subsidies zijn opgenomen in de programmabegroting. C2. Rechten Nabetalingsregeling Wooncompagnie Er is een verlaging van de grondprijs voor de sociale huurwoningen in Leeghwater gerealiseerd. De verleende korting is in het grondcontract opgenomen met een nabetalingsverplichting bij verkoop binnen 15 jaar met de corporatie Wooncompagnie. Deze nabetalingsregeling valt buiten de samenwerking in vof De Beemster Compagnie en komt ten goede aan gemeente Beemster.
88
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
Participatie gemeenschapscentrum De Kerckhaen In 2005 is de koop van het voormalige cafe De Kerckhaen te Westbeemster (€ 660.000) door de Stichting Beheer Kerckhaen gefinancierd door het afsluiten van een hypothecaire lening bij de Rabobank en de gemeente Beemster (€ 330.000). Het restant van € 330.000 is als contanten bijeengebracht in de vorm van participaties van particulieren en bedrijven. Deze participaties zijn niet rentegevend en loten de eerste vijf jaar niet uit. De gemeente participeerde voor een bedrag van € 75.000, waarbij de aankoopkosten van de participaties in één keer ten laste van de exploitatie zijn gebracht. In geval van uitloting na vijf jaar, komen deze baten ten gunste van de exploitatie. GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM Eind februari 2020 is Nederland getroffen door het COVID-19 (corona) virus. Het coronavirus heeft behoorlijke impact gehad op de financiële gevolgen op veel beleidsterreinen voor de jaarrekening 2020. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend. De gemeente loopt geen risico ten aanzien van de continuïteit. We bewaken onze liquiditeitspositie goed en nemen zo nodig maatregelen om onze taken gedurende deze crisis zo goed mogelijk te blijven uitvoeren.
Verder blijkt dat de financiële compensatie voor diverse maatregelen voor 2020 uit het nieuwe aanvullende pakket zal worden verwerkt in 2021, nadat het ministerie BZK de bedragen per gemeente heeft bepaald en beschikt. Ook zal een eindafrekening over 2020 in 2021 afgerekend worden m.b.t. de rijkscompensatie.
89
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
6.2 Balans per 31 december 2020 bedragen in euro's
2020
2019
Activa
1.
Vaste activa
1.1 Immateriële vaste activa Bijdrage aan activa in eigendom van derden
0 0
1.2 Materiële vaste activa In erfpacht uitgegeven gronden
0 0
19.388.487 111.700
19.476.678 111.700
Investeringen met een economisch nut - waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
3.723.312
3.723.312
- overige investeringen met economisch nut
13.338.095
13.340.673
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
2.215.380
2.300.994
1.3 Financiële vaste activa
1.021.202
1.046.831
Kapitaalverstrekkingen aan: - deelnemingen
229.851
229.851
Overige langlopende leningen u/g
791.351
816.980
Totaal vaste activa
2.
20.409.689
20.523.509
0
0
Vlottende activa
2.1 Voorraden: Grond- en hulpstoffen: Onderhanden werk, bouwgronden in exploitatie
0
0
Gereed product en handelsgoederen
0
0
2.2 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijksschatkist met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Overige vorderingen
3.581.633 2.294.967
2.018.178
0
139.490
1.286.666
1.499.206
2.3 Liquide middelen
117.479
1.588
Kassaldi
96
86
Banksaldi
117.383
1.502
2.4 Overlopende activa - De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
2.151.530
579.974
1.504.268
1.939
647.262
578.035
Totaal vlottende activa
5.850.642
4.238.437
Totaal generaal
26.260.331
24.761.946
0
0
Recht op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting 1969
90
3.656.875
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
bedragen in euro's
2020
2019
Passiva
3.
Vaste passiva
3.1 Eigen vermogen
9.230.445
9.330.123
- Algemene reserve
4.136.591
3.156.999
- Gerealiseerd resultaat
4.372.843
979.592
- Bestemmingsreserves
721.011
5.193.532
3.2 Voorzieningen
1.420.422
1.187.600
3.3 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
9.746.875
11.297.549
Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen
9.746.875
Totaal vaste passiva
4.
11.297.549
20.397.743
21.815.272
Vlottende passiva
4.1 Netto vlottende schulden met rente typische looptijd korter dan één jaar Overige schulden Banksaldi Overige kasgeldleningen
2.678.114
935.394
1.164.246
322.970
13.867
612.424
1.500.000
0
4.2 Overlopende passiva
3.184.474
2.011.280
- Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten grelateerde verplichting van vergelijkbaar volume
1.421.326
1.795.249
- De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
1.732.516
198.176
- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
30.632
17.855
Totaal vlottende passiva
5.862.588
2.946.674
Totaal generaal
26.260.331
24.761.946
2020
2019
5.
Waarborgen en garanties
2.440.780
2.502.425
91
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
Toelichting op de balans per 31 december 2020 ACTIVA (bedragen in euro's)
1.
Vaste activa
1.1
Immateriële vaste activa
Bijdrage aan activa van derden:
1.2
Boekwaarde Investe01-01-2020 ringen
Desinves- Afschrijteringen vingen
Bijdragen van Afwaarderden dering
Boekwaarde 31-12-2020
Geen
0
-
-
-
-
-
0
Totalen
0
-
-
-
-
-
0
Materiële vaste activa De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen:
In erfpacht uitgegeven gronden
Boekwaarde 31-12-2020
Boekwaarde 31-12-2019
111.700
111.700
Investeringen met economisch nut: - waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
3.723.312
3.723.312
- overige investeringen met economisch nut
13.338.095
13.340.673
Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut
2.215.380
2.300.994
Totaal
19.388.487
19.476.678
Het onderstaand overzicht geeft het verloop van de investeringen weer:
Activasoort
Desinves- Afschrijteringen vingen
Bijdragen van Afwaarderden dering
Boekwaarde 31-12-2020
Gronden en terreinen
3.292.728
-
-
-
-
-
3.292.728
Bedrijfsgebouwen
8.805.989
102.999
-
400.805
-
-
8.508.183
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken (economisch nut)
4.512.877
637.963
-
392.703
-
-
4.758.137
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken (maatschappelijk nut) voor 2017
1.752.121
-
-
217.238
-
-
1.534.883
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken (maatschappelijk nut) vanaf 2017
538.024
33.529
-
1.365
-
-
570.188
Vervoersmiddelen
-
-
-
-
-
-
-
Machines, apparaten en installaties
160.106
46.535
-
29.904
-
-
176.738
Overige materiële vaste activa (economisch nut)
403.984
62.781
-
29.444
-
-
437.321
4.700
-
-
4.700
-
-
-
6.149
104.160
-
-
-
-
110.309
19.476.678
987.967
- 1.076.159
-
-
19.388.487
Overige materiële vaste activa (maatschappelijk nut) voor 2017 Overige materiële vaste activa (maatschappelijk nut) vanaf 2017 Totalen
92
Boekwaarde Inves01-01-2020 teringen
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
1.3
Financiële vaste activa Het verloop van de financiële vaste activa gedurende het jaar 2020 wordt in onderstaand overzicht weergegeven: Boekwaarde Vermin01-01-2020 deringen
Afwaardering
Aflossingen
Afschrij- Boekwaarde vingen 31-12-2020
Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen:
229.851
-
-
-
-
-
229.851
- Alliander NV ( 69.651 aandelen)
212.923
-
-
-
-
-
212.923
- NV Bank voor Nederlandse Gemeenten
15.928
-
-
-
-
-
15.928
500
-
-
-
-
-
500
- Kapitaalverstrekking vof De Beemster Compagnie - NV H.V.C. Alkmaar (11 aandelen A x € 45,45)
500
-
-
-
-
-
500
Overige langlopende leningen aan:
816.980
34.636
-
30.241
30.024
-
791.351
- Hypothecaire geldlening Stichting De kerckhaen
165.000
-
-
-
-
-
165.000
- Verstrekte BBZ-leningen
30.241
-
-
30.241
-
-
0
- SVN-starterslening rc 13613
224.761
-
-
-
30.024
-
194.738
396.978
34.636
-
-
-
-
431.614
1.046.831
34.636
-
30.241
30.024
-
1.021.202
- SVN-rekening-courantovereenkomst Totalen
93
Vermeerderingen
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
2.
Vlottende activa
2.1
Voorraden De in de balans opgenomen voorraden worden uitgesplitst naar de volgende categorieën: 2020
2019
Grond- en hulpstoffen, gespecificeerd naar: - Onderhanden werk: bouwgronden in exploitatie genomen
0
0
- AF: Voorziening verwachte verliezen grondexploitaties
0
0
Subtotaal
0
0
- Gereed product en handelsgoederen
0
0
Totalen
0
0
Van de bouwgronden in exploitatie kan van het verloop in 2020 het volgende overzicht worden weergegeven: Bouwgronden in exploitatie:
Boekwaarde Herrubri01-01-2020 cering
Geen
-
Totaal
0
Vermeerderingen
Vermin- Boekwaarde deringen 31-12-2020
-
-
-
-
0
0
0
0
Nog te maken kosten
2.2
Nog te verwachten opbrengsten
-
Geraamd eindresultaat
0
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd ven één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden: 2020
2019
2.294.967
2.018.178
Soort vordering: Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische looptijd < 1 jaar
-
139.490 *)
Overige vorderingen
1.422.157
1.682.636
AF: Voorziening dubieuze debiteuren
135.491-
183.429-
Totalen
3.581.633
3.656.875
*) Het overzicht van het drempelbedrag schatkistbankieren is opgenomen onderaan de toelichting op de balans.
De overige vorderingen zijn ultimo 2020 als volgt samengesteld: Gemeentelijke belastingen
812.685
Bijstandsdebiteuren
163.017
Overige vorderingen Totaal
446.455 1.422.157
De voorziening dubieuze debiteuren is als volgt opgebouwd: Bijstandsdebiteuren
94
111.999-
Overige debiteuren (waaronder belastingdebiteuren)
23.492-
Totaal
135.491-
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
-
2.3
Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: 2020
2.4
2019
Kassaldi
96
86
Banksaldi
117.383
1.502
Totalen
117.479
1.588
Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden:
- Overige nog te ontvangen bedragen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen
2020
2019
647.262
578.035
- De nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkering met een specifiek bestedingsdoel van: - Europese overheidslichamen
-
-
1.939
1.939
- overige Nederlandse overheidslichamen
1.502.329
-
Totalen
2.151.530
579.974
- het Rijk
Het verloop van de nog te ontvangen voorschotbedragen voor een specifiek bestedingsdoel gedurende het jaar 2020 is als volgt: Saldo 01-01-2020 - Ministerie van SZW: Bbz 2004 / aanvullende uitkering 2019 (nog te ontvangen) - Halte Werk / vordering op basis BVDU 22-02-2021 Totaal
95
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
Toevoegingen
Ontvangsten
1.939
-
1.939
Saldo 31-12-2020 -
1.939
1.502.329
-
1.502.329
1.502.329
-
1.504.268
PASSIVA (bedragen in euro's)
3.
Vaste passiva
3.1
Eigen vermogen Het in de balans opgenomen Eigen Vermogen bestaat uit de volgende posten:
Agemene reserve Bestemmingsreserves
2020
2019
4.136.591
3.156.999
721.011
5.193.532
Totaal
4.857.602
8.350.531
Gerealiseerd resultaat
4.372.843
979.592
Totaal eigen vermogen
9.230.445
9.330.123
Het verloop van de algemene reserves en bestemmingsreserves in 2020 wordt in onderstaand overzicht weergegeven: Saldo Bestemming Toevoe01-01-2020 resultaat gingen Algemene reserve
3.156.999
979.592
Egalisatiereserves (tarieven)
197.294
Bestemmingsreserves
747.459
Reserves in verband met bruto activering vaste activa Totalen
Vermind. tdv afschrijv.
Onttrekkingen
Saldo 31-12-2020
-
-
-
4.136.591
-
-
128.794
-
68.500
-
257.500
352.448
-
652.511
4.248.779
-
-
4.076.754
172.025
-
8.350.531
979.592
257.500
4.557.996
172.025
4.857.602
De uitgebreide specificatie en het verloop is opgenomen in de bijlage reserves en voorzieningen. Onder "Bestemming resultaat" staan de toevoegingen of onttrekkingen vermeld uit hoofde van de bestemming van het resultaat van het voorgaand boekjaar. Onder de "Verminderingen ter dekking van afschrijvingen" staan de verminderingen vermeld in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevomd. Het bedrag van de verminderingen is gebaseerd op de afschrijvingstermijnen van de aan de specifieke reserve gerelateerde vaste activa (investering).
96
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
3.2
Voorzieningen Het in de balans opgenomen Voorzieningen bestaat uit de volgende posten: 2020
2019
- Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's
666.498
472.078
- Onderhoudsegalisatie voorzieningen
665.881
625.055
- Door derden beklemde middelen met een specifieke aanwendingsrichting Totaal
88.044
90.467
1.420.422
1.187.600
Het verloop van de voorzieningen in 2020 wordt in onderstaand overzicht weergegeven: Saldo 01-01-2020
Dotatie
Aanwending
Vrijval
Saldo 31-12-2020
Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico's - Voorziening wachtgelden bestuurders
312.168
280.365
-
127.035
465.498
- Voorziening wachtgelden personeel
159.910
75.729
-
34.639
201.000
625.055
421.304
-
380.478
665.881
90.467
5.509
7.932
-
88.044
1.187.600
782.907
7.932
542.152
1.420.422
Onderhoudsegalisatie voorzieningen - Voorziening groot onderhoud vastgoed Door derden beklemde middelen met een specifieke aanwendingsrichting - Voorziening afkoopsommen onderhoud graven Totalen
De uitgebreide specificatie en het verloop is opgenomen in de bijlage reserves en voorzieningen.
3.3
Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar. De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt: 2020
2019
Binnenlandse banken en overige financiële instellingen
9.746.875
11.297.549
Totaal vaste schuld
9.746.875
11.297.549
In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden over het jaar 2020: Saldo 01-01-2020
Vermeerderingen
Aflossingen
Saldo 31-12-2020
Opgenomen onderhandse leningen: - overige binnenlandse sectoren
-
-
-
-
- binnenlandse banken en overige financiële instellingen
11.297.549
-
1.550.674
9.746.875
Totalen
11.297.549
-
1.550.674
9.746.875
De totale rentelasten over het jaar 2020 met betrekking tot de vaste schulden bedroeg € 182.782 Per 31 december 2020 was de gemiddelde rentelast 1,62%.
97
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
4.
Vlottende passiva
4.1
Netto vlottende schulden met rente typische looptijd korter dan één jaar Onder de vlottende passiva zijn opgenomen:
Overige schulden Banksaldi
4.2
2020
2019
1.164.246
322.970
13.867
612.424
Overige kasgeldleningen
1.500.000
-
Totalen
2.678.114
935.394
2020
2019
Overlopende passiva De specificatie van de overlopende passiva is als volgt:
- Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen - Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume
30.632
17.855
1.421.326
1.795.249
-
-
- De van overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren - Europse overheidslichamen - het Rijk - overige Nederlandse overheidslichamen Totaal
1.526.439
3.577
206.077
194.599
3.184.474
2.011.280
1) Het verloop van de meerjarige uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel in 2020 wordt in onderstaand overzicht weergegeven
Saldo 01-01-2020
Aanwending
Saldo Terugbetaald 31-12-2020
- Ministerie van SZW: BBZ 2004 declaratiedeel 2017 + aanvullende uitkering (terug te betalen)
890-
-
-
-
890-
- Ministerie van SZW: BBZ 2004 declaratiedeel 2019 (terug te betalen)
4.467
-
-
4.467
-
- Prov. N-H: subsidie project haalbaarheidsonderzoek kerktoren Keyserkerk
-
-
5.000
5.000
-
- Vervoerregio Amsterdam: subsidie bushaltes Middenbeemster
167.647
-
-
-
167.647
- OAB / vooruitontvangen subsidie 2019
21.952
-
21.952
-
-
- OAB / vooruitontvangen subsidie 2019
-
33.430
-
-
33.430
- Min VWZ / uitkering Regeling Sportakkoord 2020
-
25.000
-
-
25.000
- Min VWZ / voorschot TOZO
-
2.940.014
1.437.685
-
1.502.329
198.176
2.998.444
1.459.637
4.467
1.732.516
Totaal
98
Toevoeging
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
5. Waarborgen en garanties Het onder de balans opgenomen bedrag voor verstrekte waarborgen aan rechtspersonen kan als volgt naar de aard van de geldlening gespecificeerd worden:
Geldnemer:
Aantal Perc. Oorspronkelij- Hoofdsom leningen Borgstelling ke hoofdsom 01-01-2020
Hoofdsom 31-12-2020 Gewaarborgd
- Wooncompagnie / leningen t.b.v. sociale woningbouw
1
0%
3.200.000
3.200.000
3.200.000
-
- Woonzorg Nederland / leningen t.b.v. sociale woningbouw
3
0%
14.082.000
12.085.000
11.930.000
-
- Huisvuilcentrale Alkmaar (HVC) /diverse geldleningen
1
0,38%
628.389.000
628.389.000
628.389.000
2.387.878
- Beemster Ruiters LR&PC / lening ABN-Amro
1
100%
325.000
59.536
52.902
52.902
645.996.000
643.733.536
643.571.902
2.440.780
In januari 1998 zijn de uit het waarborgen van de woningbouwleningen van St. Volkshuisvestingsgroep Wooncompagnie en St. Woonzorg Nederland voortvloeiende risico's overgedragen aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Het Rijk en de gemeenten vervullen (ieder voor de helft) bij de door het WSW gewaarborgde geldleningen een achtervangpositie. Van deze achtervang wordt pas gebruik gemaakt als het risicovermogen van het WSW m.b.t. tot deze leningen daalt beneden 0,25% van de gegarandeerde uitstaande schuldrestanten. In dat geval zullen het Rijk en de gemeenten het risicovermogen van WSW verhogen door het verstrekken van renteloze leningen tot die grens.
99
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
Schatkistbankieren verslagjaar Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (1)
Drempelbedrag (verslagjaar)
250 Kw 1 Kw 2 Kw 3 Kw 4
(2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
35
108
120
129
(3a) = (1) > (2)
Ruimte onder het drempelbedrag
215
142
130
121
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
(1) Berekening drempelbedrag (verslagjaar) (4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
28.355
(4b)
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
28.355
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van Drempelbedrag €250.000
250
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Kw 1 Kw 2 Kw 3 Kw 4 (5a)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil)
(5b)
Dagen in het kwartaal
90
91
92
92
(2) - (5a) / (5b)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
35
108
120
129
100
Jaarstukken 2020 | Balans en toelichting
3.180 9.838 11.037 11.825