bijlage bij vraag 9 VVD, voorverkenning agenda agrarische toekomst Beemster 17-2-2020.pdf
Tekst van het document
Hoofdlijnen voor Beemster • Duurzaamheid is een grote uitdaging voor de komende 30 jaar: circulaire economie en landbouw, energietransitie en klimaatadaptatie. • Aansluiten bij landelijke afspraken landbouw, CO2 en biodiversiteit: spanningsveld van de economische situatie en de milieueisen. • Energietransitie. Uitkomsten regionale energiestrategie? Opstellen warmtetransitieplan. Elektriciteitsnet aanpassen.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
48
Bestaande beleidsambities
2.3.7. Uitvoeringsplan Duurzaamheid gemeente Beemster 2015-2018 (2015) Het Uitvoeringsplan Duurzaamheid 12 beschrijft de doelstellingen en activiteiten op het gebied van duurzaamheid voor de periode 2015 – 2018. De algemene doelstellingen zijn nog steeds actueel. Algemene uitgangspunten Opgave Duurzaamheid 1 Volgt de ontwikkelingen in de samenleving en de markt en zal waar zinvol en mogelijk deze ontwikkelingen ondersteunen en faciliteren. 2 Vindt burgerparticipatie en samenwerking belangrijk. 3 Geeft ruimte aan ontwikkelingen en initiatieven op het gebied van duurzaamheid, waar deze passen binnen de werelderfgoedstatus en de overige vastgestelde kaders. 4 Zet in op verduurzaming en energiebesparing met inzet van zoveel mogelijk lokale (Beemster)bronnen. 5 Wil dat de gemeentelijke organisatie een voorbeeld is / wordt op de gekozen duurzaamheidsthema’s. Uiteraard gaat het hier ook om de haalbaarheid, maar voorbeeldgedrag blijft een belangrijk punt voor de opgave. 6 Ontplooit alleen activiteiten die vallen binnen de geselecteerde thema’s of met een zeer groot draagvlak. Voor successen is focus belangrijk. De gemeente Beemster doet liever 3 dingen goed, dan 10 dingen half. 7 Heeft beperkte financiële mogelijkheden en zet die bij voorkeur in op ontwikkelingen en initiatieven met een hoge mate van efficiency.
Gaat daarnaast actief op zoek naar additionele middelen voor het realiseren van doelen op de thema’s (bijvoorbeeld: regio, provincie of rijk) 8 Neemt actief deel aan relevante lokale, regionale, provinciale en landelijke initiatieven en in netwerken. Hoofdlijnen voor Beemster • Ontwikkelingen en initiatieven op het gebied van duurzaamheid zijn mogelijk als ze passen binnen de werelderfgoedstatus en de overige vastgestelde kaders. • Zet in op verduurzaming en energiebesparing met inzet van zoveel mogelijk lokale (Beemster)bronnen.
2.4.
Regionaal beleid en programma’s
2.4.1. Regiovisie Waterland (2009)
In de Regionale structuurvisie 13 is voor de Beemster het beleid gericht op instandhouding van het authentieke en open karakter van het cultuurlandschap met een accent op schaalvergroting. Planologische rust houdt de landbouw in de droogmakerijen in de benen. Verder is er aandacht voor voedselproductie en meer biologische teelt. Ook is de afronding van het vierde kwadrant opgenomen als nieuwe woningbouwlocatie in het kader van ‘Waterlands wonen’.
12 13
https://duurzaam.beemster.net/sites/default/files/Uitvoeringsplan%20Duurzaamheid%20Beemster%202015-2018.pdf https://www.beemster.net/sites/default/files/Regiovisie%20Waterland%202040%20januari%202009.doc.pdf
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
49
Figuur Strategische visiekaart Hoofdlijnen voor Beemster • Instandhouding open cultuurlandschap met aandacht voor schaalvergroting in de agrarische sector. • Rekening houden met afronding kern Middenbeemster.
2.4.2. Economische visie en agenda Zaanstreek-Waterland (2018)
Zaanstreek-Waterland, een deelregio van de Metropoolregio Amsterdam (MRA), wil het onderscheidende profiel als “de makers van de MRA” uitbouwen en versterken. Kenmerken Beemster De gemeente Beemster heeft zo’n 9.000 inwoners. Er zijn in de Beemster 3.606 banen in totaal, het aandeel binnen Zaanstreek-Waterland is hiermee 3%. De agrarische sector is binnen ZaanstreekWaterland relatief gezien erg klein met een aandeel van 1,4%, maar in de Beemster zijn – logischerwijs relatief veel bedrijven te vinden in de landbouw. Het aandeel van agrarisch bedrijven uit de Beemster binnen Zaanstreek-Waterland is 27% en dat is 9 maal groter dan gemiddeld in Zaanstreek-Waterland. Voorbeelden van prominente bedrijven zijn CONO (kaas) en Van ’t Hek (funderingsbedrijf). De totale werkgelegenheid is in 2016 ten opzichte van 2007 met 4% gegroeid. De sectoren vervoer en opslag en zakelijke dienstverlening kennen beiden in 2016 de grootste relatieve daling in werkgelegenheid ten opzichte van 2007, met respectievelijk 74% (daling van 373 banen t.o.v. 502 in 2017) en 47%. De sectoren gezondheidszorg en groot- en detailhandel zijn het hardste gestegen, met respectievelijk 66% (van 313 naar 520) en 32% (515 naar 682).
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
50
Bestaande beleidsambities
Toeristische hotspots Binnen Zaanstreek-Waterland is toerisme relatief groot in Waterland, Edam-Volendam, Zaanstad en de Beemster. Dit vanwege de toeristische hotspots Volendam, Marken, de Zaanse Schans en – voor het gehele gebied - het aantrekkelijke landschap, industrieel erfgoed en de goede routenetwerken voor fietsen, varen en wandelen. De regio richt zich primair op de binnenlandse bezoeker en daarnaast op de nabije buitenlandse markten Belgen en Duitsers. Hierbinnen richt Zaanstreek-Waterland zich met name op de doelgroep ouderen vanwege het (kwaliteit)verblijfstoerisme. Ouderen zijn vooral geïnteresseerd in het landschap en de cultuurhistorie en hebben een relatief hoog bestedingsniveau. Desalniettemin is het aandeel buitenlandse bezoekers in de regio ook groot en neemt – vanwege de toeristische druk op Amsterdam en spreiding binnen de regio - dat toe. Met name Volendam, Marken en de Zaanse Schans ervaren de stijgende toeristische druk. Binnen de MRA wordt gekeken naar het rebranden van de regio, wat de aantrekkingskracht van de regio rondom Amsterdam moet vergroten en moet leiden tot een betere toeristische spreiding over de regio (o.a. via Amsterdam bezoeken Holland zien en HollandCity). Zo valt het gebied ook onder de noemer ‘Old Holland’ van Amsterdam Marketing (de marketingorganisatie achter ‘I Amsterdam’).
De buitenlandse bezoeker, met name in de leisure leefstijlen ‘ingetogen aqua’ en ‘rustig groen’ vormen voor Zaanstreek-Waterland een aantrekkelijke groeimarkt. Toeristische trekkers van de gemeente Beemster zijn: werelderfgoed Beemster, Stelling van Amsterdam, agrarisch landschap. Het landschap, waarvan de agrarische sector een belangrijke drager is, vormt een aantrekkelijke basis voor tal van recreatieve activiteiten. Overigens zit er wel enige spanning tussen de groei van toerisme enerzijds en de eveneens belangrijke agrarische bedrijvigheid anderzijds. Als onderscheidende karakteristiek zet deze visie in op: het versterken en uitbouwen van het onderscheidende profiel van Zaanstreek-Waterland als “de makers van de MRA” in combinatie met het benutten van haar sterke landschap en potentie voor interessante verstedelijking voor het aantrekken van talent en het uitbouwen van toerisme en recreatie. Maken wordt hierin breed opgevat en loopt van landbouw/ Agri Food, bouw, industrie – inclusief moderne, duurzame smart industry – en ICT-producten en -diensten. Het omvat dus ook kennisintensieve, innovatieve en duurzame/circulaire maakindustrie en diensten. Doelen Het sterker maken van de sectoren/clusters waar Zaanstreek-Waterland onderscheidend in is: • industrie: smart industry; • bouw: woningbouwopgave MRA plus verduurzaming woningvoorraad;
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
•
51
Agri Food, van primaire productie tot verwerking, lokale consumptie (stad-land-relatie) en distributie.
Het inzetten en aanhaken op sterke trends • voortgaande digitalisering en ICT: moderne en kennisintensieve makers als aanvulling op de andere sterke maaksectoren; • verduurzaming en circulaire economie, met bijzondere aandacht voor de kansen voor de sterke sectoren in Zaanstreek-Waterland; • de groei van het toerisme. Het streven naar een goede aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs, waarbij de gemeenten de dialoog tussen bedrijfsleven, onderwijsaanbieders en overheden mede vormgeven. Het benutten van de kracht van de MRA, bijvoorbeeld in de vorm van: • het aanhaken op de kenniscentra van de MRA, waaronder de universiteiten (UvA, VU, AMS) en diverse researchorganisaties, onder meer in de zorg; • intensiever samenwerken met de arbeidsmarkt van de MRA; • het benutten van de kracht van het merk Amsterdam in de acquisitie van (in-ter)nationale bedrijvigheid in aansluiting op het profiel van Zaanstreek-Waterland alsmede waar het de toeristische aantrekkingskracht betreft; • het bieden van ruimte aan uit te plaatsen bedrijven uit Amsterdam; • actief participeren in de Amsterdam Economic Board. Het creëren van onderscheidende woonmilieus ter versterking aantrekkingskracht op hoger opgeleiden voor Zaanstreek-Waterland zelf en het faciliteren van talent voor de MRA.
Het aantrekkelijke landschap en de kracht van trekkers als Volendam, Marken en Zaanse Schans benutten voor versterking van recreatie & toerisme en als extra kwaliteit voor het vestigingsklimaat voor bedrijven en inwoners • ook in toerisme is er ruimte om het ‘makers’-beeld te benutten en uit te dragen, bijvoorbeeld door het benutten van aanwezige industrieel en cultuurhistorisch erfgoed (polders, molens, industrieel erfgoed, werelderfgoederen, handelsstadjes, etc); • werken aan meer bekendheid, meer bezoekers en een betere spreiding van bezoekers in plaats en tijd, langere verblijfsduur, meer bestedingen en groei van werkgelegenheid; • spreiden van toeristische druk op Amsterdam (niet primaire doelgroep), als recreatieve tuin van Amsterdam; • het benutten van de potenties van het havengebied en van waterrecreatie. Het verbeteren en op peil houden van de bereikbaarheid • voor wonen en werken, bijvoorbeeld om voor werkzoekenden uit Zaanstreek-Waterland, relatief dichtbij binnen de MRA (Schiphol, Zuidas, centrum van Amsterdam of het Westelijk Havengebied) werk te vinden. • alsook voor de bezoekers van Zaanstreek-Waterland. Innovatie is een belangrijke ‘driver’ achter economische groei. Juist in ‘maak’-bedrijven, waar Zaanstreek-Waterland sterk in is, is innovatie van belang.
Zaanstreek-Waterland wil het innovatieproces in de sterke sectoren – bouw, Agri Food en ICT – aanjagen door samenwerking onderling en met kennisinstellingen te bevorderen en een innovatieagenda opstellen voor deze sectoren. De sector Agri Food wordt in de actie onder dit thema als eerste opgepakt. In Zaanstad is hierbij vooral de voedselverwerking relevant, maar in de meer landelijke gemeenten vormt juist de agrarische bedrijvigheid een belangrijk onderdeel van het Agri Food cluster. Oprichten Agri Food agenda Zaanstreek-Waterland Samen met het Ministerie van Economische Zaken en Greenport Noord-Holland Noord (Greenport NHN) is Zaanstad bezig om een MRA-agenda Food te formuleren. Hiermee wordt aangesloten op de challenges van de Amsterdam Economic Board: zo worden roadmaps opgesteld (health & circulair
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
52
Bestaande beleidsambities
economy) die worden uitgewerkt in onderzoeksprogramma’s en projecten (talent voor de toekomst & mobility). Zaanstreek-Waterland wil hierop goed zijn aangehaakt en neemt het voortouw in de op te richten voedselagenda. De foodsector moet hierbij breed worden genomen: niet alleen de voedselverwerking en primaire productie behoort tot de afbakening, ook visserij en visverwerking, zuivel, kaas en akkerbouw behoort hiertoe. Daarmee wordt de foodagenda relevant voor alle gemeenten in Zaanstreek-Waterland. De agrarische sector speelt een belangrijke rol in deze actie. Boerenorganisaties worden betrokken bij het opstellen van de foodagenda. Er komt een programmabureau dat bedrijven in contact brengt met onderzoeksinstellingen met als doel innovatie aan te jagen. Zaanstreek-Waterland vormt samen met de Greenport NHN en Seed Valley een sterk foodcluster. Hoofdlijnen voor Beemster • Beemster valt economisch op. De agrarische sector is binnen Zaanstreek-Waterland relatief gezien erg klein maar in de Beemster zijn juist relatief veel bedrijven te vinden in de landbouw. • Beemster kan een belangrijke rol vervullen in Agri Food, van primaire productie tot verwerking, lokale consumptie (stad-land-relatie) en distributie. Werk mee aan de Foodagenda om te komen tot een sterk foodcluster. • Haak aan op de kenniscentra in de MRA.
• Benut de kracht van het merk Amsterdam en Zaanstreek-Waterland voor de toeristische aantrekkingskracht.
2.4.3. Programma Voedsel Verbindt (2019, niet bindend)
Voedsel Verbindt is een samenwerkingsverband van verschillende organisaties 14 die het voedselnetwerk in de Metropoolregio Amsterdam en omliggende agrarische gebieden wil versterken. Met als doel de regio meer robuust, duurzaam en gezond te maken. Het is een activerend platform dat een overzicht biedt van relevante Agri & Food initiatieven, ontwikkelingen, projecten en partijen uit de regio. Er zijn al veel initiatieven gericht op een beter voedselsysteem in de Metropoolregio Amsterdam en omliggende agrarische gebieden. Maar hoe zorg je ervoor dat we nog meer en sneller vooruitgang boeken? Het platform heeft de overtuiging dat we versnellen als meer partijen betrokken worden, elkaar weten te vinden, kennis en ervaring delen en waar mogelijk samenwerken. Doel is een duurzaam, regionaal en circulair voedselsysteem. Voedsel Verbindt biedt overzicht, agendeert, activeert én verbindt. Met als resultaat een robuuste en gezonde Metropoolregio Amsterdam en omliggende agrarische gebieden. Thema’s 1. Onze circulaire voedseleconomie: Overgebleven brood naar de voedselbank, sinaasappelschillen als grondstof voor zeep of niet-eetbare delen van suikerbieten gebruiken in de chemiesector. Wat onvermijdbaar is zetten we om in groene brandstoffen als groengas en warmte voor de energietransitie en rijke compost voor gezonde landbouwbodems.
In een circulaire voedseleconomie zetten we grondstoffen maximaal in, kiezen we vaker voor hergebruik en voorkomen we zoveel mogelijk voedselverspilling. 2. Gezond eten is gezond leven: In de regio heeft bijna de helft van de volwassenen overgewicht en in de binnensteden zelfs 1 op de 5 kinderen. Dit heeft ernstige gevolgen voor ieders gezondheid, op korte en lange termijn. Gezond en duurzaam eten is dus belangrijk voor onze eigen gezondheid – en ook voor die van de planeet.
14 de provincie Flevoland, provincie Noord-Holland, gemeente Zaanstad en Rabobank, gemeente Almere, gemeente Beemster, gemeente Purmerend, LTO Noord, Greenport Noord-Holland Noord, Foodcouncil MRA, Inholland, VU Amsterdam, Amsterdam Green Campus, Meerlanden Holding N.V., Amsterdam Institute for Advanced Metropolitan Solutions, Hogeschool van Amsterdam, Aeres Hogeschool, Anmec en het Slow Food Youth Network.
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
3.
4.
5.
6.
53
Slimmere voedselstromen, schoner transport: Schattingen geven aan dat ongeveer 30% van alle vervoerde goederen in Nederland agri-food gerelateerd zijn. Door de groei van het aantal inwoners en van horeca, online bestellen en het aantal kleinere verkooppunten neemt de vraag naar logistiek in de agri-food sector alleen maar verder toe. Om deze groei aan te kunnen én onze regio leefbaar, veilig en bereikbaar te houden, is een logistieke systeeminnovatie nodig die we alleen door samenwerking bereiken. Voedsellandschappen: voedsel uit eigen regio: We hebben de meest hoogwaardige, veilige en efficiënte voedselproductie ter wereld. Nederland is mondiaal de tweede exporteur van agrarische producten, terwijl we ook veel van onze producten importeren. Wat nu als we een gedeelte van die stroom naar het buitenland meer naar ons eigen land kunnen krijgen. Zeker belangrijk in deze tijd waar duurzaamheid zo ontzettend belangrijk is. Enerzijds moeten we hiervoor boeren en consumenten meer met elkaar in contact krijgen. Anderzijds moeten we ook goed kijken waar onze supermarktketens hun producten vandaan halen. Ons doel een voedsellandschap met duurzame bodems, goede waterkwaliteit en gevarieerde biodiversiteit. Talent boeien en binden voor de voedseleconomie: Digitalisering en automatisering veranderen elke baan in onze voedseleconomie.
Hoe leid je talent op voor de banen van morgen? Hoe zorg je ervoor dat ze een baan in de voedselverwerkende industrie of kas overwegen? Passende scholing, bijscholing en loopbaanplanning zijn superbelangrijk. Alleen dan kunnen we de vele openstaande vacatures invullen en ervoor zorgen dat jongeren kiezen voor een lange loopbaan in de sector én huidige medewerkers behouden blijven. Leren van eigen data: We gaan data binnen het netwerk beter delen en benutten. Dat versnelt de ontwikkeling van een robuust en duurzaam regionaal voedselsysteem. Dit is een voorwaarde voor alle ambities, plannen en projecten die nu en de komende jaren plaatsvinden binnen de scope van Voedsel Verbindt.
De beleidsmatige koers moet nog worden uitgewerkt. Hoofdlijnen voor Beemster De Beemster heeft van oudsher een belangrijke rol in de voedselproductie. Voor Beemster zijn alle speerpunten relevant om die positie te behouden en een voorbeeldfunctie te vervullen: • naar een circulaire voedseleconomie: ontwikkeling van een robuust en duurzaam regionaal voedselsysteem. • stimuleer gezond eten. • ontwikkeling naar voedsellandschappen met voedsel uit eigen regio. • talent boeien en binden voor de voedseleconomie: onder andere door passende scholing, bijscholing en loopbaanplanning. • Er is een concept uitvoeringsagenda die aangeeft met welke concrete zaken het platform vanuit de zes invalshoeken aan de slag gaat (nog niet openbaar).
2.4.4. Manifest Landbouw en Landschap in de Metropoolregio Amsterdam (2018, niet bindend)
Dit manifest 15 is een gezamenlijke uitgave van LTO Noord, Regio West, Vereniging voor agrarisch natuuren landschapsbeheer Water, Land & Dijken, CONO Kaasmakers en Royal FrieslandCampina. De Metropoolregio herbergt unieke landschappen, die voor een belangrijk deel door boeren worden beheerd. Die landschappen willen de partijen koesteren en versterken, zodanig dat het ‘levende’ landschappen blijven. Dit manifest geeft handvatten voor versterking van de bijzondere betekenis voor economie en ecologie. Sterkere prikkels voor ‘natuurinclusieve’ landbouw steunen ondernemers in het maken van groenere bedrijfsbeslissingen. Daarmee gaat de Metropoolregio een blijvend fraaie toekomst tegemoet voor ondernemers, recreanten en natuurbeschermers.
15 https://cdn.nieuws.nl/media/sites/389/2019/01/15131346/MRAManifest-mei-2018.pdf
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
54
Bestaande beleidsambities
Doel is een duurzame toekomst voor veehouderij en akkerbouw. Waar staan we in 2040 Het landelijk gebied vormt - nog steeds - een hoog gewaardeerd onderdeel van de Metropoolregio. De landbouw is vitaal en er is voldoende bedrijfsovername. Hij produceert nog wel ook voor de wereldmarkt, maar in toenemende mate voor de lokale markt. De bedrijven produceren meer eiwitgewassen, waardoor de soja-importen zijn teruggedrongen. De veehouderij is grondgebonden en overal lopen de koeien buiten. Door een versterkte inzet op ‘natuurinclusieve landbouw’ is de biodiversiteit op landbouwgrond toegenomen. In nauwe samenwerking tussen landbouw en natuurbescherming is de achteruitgang van de weidevogels tot staan gebracht. Biodiversiteit, bodem en water De sloten en slootkanten bloeien, de akkerbouwgebieden zoemen weer van de insecten door natuurvriendelijk beheer van akkerranden, bermen en dijken. Bodemdaling en CO2-emissie worden beperkt door een door een sterke inzet op duurzaam grasland, onderwaterdrainage en plaatselijk ‘natte landbouw’. De akkerbouw gaat zorgvuldig met zijn bodem om (minder grondbewerking, verhogen organische-stofgehalte), maar past zich in Flevoland tegelijk aan een dalende bodem en vochtiger omstandigheden aan. De waterkwaliteit is sterk verbeterd en waar nodig wordt waterbergingscapaciteit gecreëerd.
De gemeenten zijn terughoudend in het plannen van extra bebouwing in het landelijk gebied. Door een uitgekiend beleid van zonering en ontsluiting ontvangt het gebied een grotere stroom recreanten en toeristen, die in toenemende mate ook bijdragen aan de gebiedseconomie. Stimulansen voor groen ondernemerschap De maatschappelijke waardering voor het gebied is verder toegenomen. Die waardering is - deels via de markt, deels via de overheid - vertaald in adequate prikkels voor ‘groen ondernemerschap’, waardoor de levering van groene diensten concurrerend is geworden met voedselproductie. Daarbij zijn bovenwettelijke wensen consequent vertaald in aantrekkelijke(r) verdienmodellen: voor natuur- en landschapsbeheer, voor koolstofopslag, voor boeren met hoger peil, voor schoon water, voor duurzame energie en voor recreatie en toerisme. Een groeiend deel van die verdiencapaciteit komt uit de markt: de keten betaalt in toenemende mate voor maatschappelijke prestaties, steeds vaker ook door regionale vermarkting van producten uit de Metropoolregio. Synergie tussen overheid en markt De markt zorgt voor een solide ‘basiskwaliteit’ van het landelijk gebied, de overheid betaalt voor collectieve waarden die niet door marktwerking kunnen worden versterkt. Overheid en keten stimuleren bovendien productinnovatie, marktinnovatie en ‘groene’ innovatie.
Zo werken sector, politiek, markt en maatschappij constructief samen om de ambities werkelijkheid te laten worden. Door een uitgekiende combinatie van private en publieke stimulansen en duurzame koppelingen tussen landschap en ondernemerschap is in 2040 een solide economische basis ontstaan voor een regio die zijn internationale allure verder heeft versterkt. De uitdagingen en doelen De koe in de wei, de akkerbouw duurzamer • verhogen van het reeds hoge aandeel weidegang. Het streven is: alle koeien in de wei; • koesteren en versterken van de grondgebondenheid van bedrijven: de balans tussen voer- en mestproductie wordt - zowel op bedrijfs- als gebiedsniveau - verder versterkt. Daartoe wordt de samenwerking tussen veehouderij en akkerbouw (nu nog sterk gescheiden werelden) bevorderd, zodanig dat een “gemengd bedrijf op MRA-niveau” ontstaat. Ook de kwaliteit van de geproduceerde mest wordt verbeterd; zo wordt sterker ingezet op de productie van stromest (gunstig voor de bodem en op grasland bovendien gunstig voor weidevogels. Grondgebondenheid vormt een sterke maatschappelijke troef van het gebied;
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
• • •
•
55
sterker inzetten op ‘dubbelslagen’ zoals kringlooplandbouw, waarbij kostenbesparing samengaat met emissieverlaging; betere benutting van organische reststromen, zoals maaisel uit natuurgebieden en van bermen en dijken; drastisch terugdringen van soja-importen uit andere werelddelen. Langs twee sporen: betere benutting van zelf geproduceerd eiwit en betrekken van eiwitgewassen uit de directe omgeving (andere delen van Nederland, buurlanden). Teelt van eiwitgewassen (anders dan gras) in de graslandgebieden van de MRA zelf staat op gespannen voet met de landschappelijke kwaliteit; de akkerbouw verbruikt aanzienlijk minder én minder schadelijke bestrijdingsmiddelen, en levert een substantiële bijdrage aan koolstofopslag door verhoging van het organischestofgehalte.
Wat is hier voor nodig? • Verhoging van de weidemelktoeslag en uitbreiding van het werk van de bestaande ‘weidecoaches’. Deze sporen zijn effectief gebleken om de koe in de wei te houden en zelfs niet-weiders weer tot weiden aan te zetten. • Verbeteren van de verkaveling door kavelruilprojecten (bevorderen werk Stivas). Een betere verkaveling zorgt voor kostenbesparing en komt de weidegang ten goede. • Het areaal landbouwgrond binnen de MRA blijft zoveel mogelijk behouden. Dit is een belangrijke randvoorwaarde om de landbouw grondgebonden te houden en extensief waar hij nu extensief is, zoals in de veenweiden. • Het grondbeleid van provincies, gemeenten en natuurorganisaties wordt selectiever gericht op grondgebonden bedrijven. Gronduitgifte gebeurt op basis van duurzame (minimaal zesjarige) overeenkomsten. • De bestaande studiegroepen kringlooplandbouw worden uitgebreid en er komt een stimulerend beloningssysteem voor bovenwettelijke milieuprestaties. • De overheid zet sterker in op (financiële) stimulansen voor samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij (bijv. een pilot “gemend bedrijf op gebiedsniveau”), op innovaties voor een hogere eiwitbenutting uit gras, op stimulering van eiwitgewassen in delen van de MRA die zich daarvoor lenen en op de productie van stromest.
• De overheid schept in de mestwetgeving betere mogelijkheden om overige organische meststoffen (reststromen) uit te rijden op landbouwgrond. • De overheid slecht de regelingstechnische barrières (toelatingsbeleid) voor toepassing van ‘groenere middelen’ in de akker- en tuinbouw. Een vitaal landschap van hoge kwaliteit De boeren willen graag inzet plegen om het landschap te beheren en te versterken. Om open landschap (cruciaal voor weidevogels) open te houden, om de koe in de wei te houden, om uniek vaarland te blijven beheren en om eeuwenoude verkavelingspatronen in droogmakerijen en veenweidegebieden te handhaven en grasland langjariger in stand te houden. Elk gebied heeft daarbij zijn eigen mogelijkheden voor landschapsversterking. Cruciaal daarbij: het landschap moet wel ‘levend’ blijven en er moet soms geld bij. Wat is hier voor nodig • In graslandgebieden, met name de veenweiden, wordt sterker ingezet op behoud van langjarig grasland. Dit is ook van groot belang voor bodem en klimaat. Overheid en keten zetten hiervoor een adequaat financieringsmechanisme op. • De gemeenten zijn zeer terughoudend en selectief in het toekennen van extra bebouwing in het buitengebied. Ruimte voor extra bebouwing wordt vooral gezocht binnen de bebouwde kom en in de minst kwetsbare delen van het buitengebied. • De financiering van landschappen is al jaren een ondergeschoven kindje.
Dit terwijl er veel studies zijn die aantonen dat het beheer van het veenweidelandschap duur is. In sommige delen van de Metropoolregio (Vechtstreek, Waterland) zijn wel landschapsfondsen opgericht, maar die bevatten een fractie van wat er nodig is om het landschap duurzaam te beheren. Daarom juichen we het idee toe van een MRA-breed landschapsfonds.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
56
•
Bestaande beleidsambities
Dat fonds wordt niet alleen gevuld met de opbrengsten uit ‘schadecompensatie’, maar ook met een groter deel van de opbrengsten uit toeristenbelasting en OZB. De Metropoolregio is het uitgelezen samenwerkingsverband om zulke ideeën in praktijk te brengen.
Nieuwe impulsen voor biodiversiteit • De achteruitgang van de weidevogels wordt omgebogen naar stabilisatie of zelfs groei. De afstemming van weidevogelbeheer binnen en buiten natuurgebieden wordt verbeterd. • In de akkerbouw streven we naar pakweg 7% ‘groenblauwe dooradering’: ecologische verbindingen voor plant en dier in de vorm van natuurvriendelijke beheerde akkerranden, bermen en dijken. • In de graslandgebieden wordt een vergelijkbaar potentieel aan ecologische verbindingen in en langs waterlopen benut. Hiermee wordt niet alleen de biodiversiteit versterkt, maar ook de waterkwaliteit verbeterd. Daarmee voldoet de Metropoolregio beter aan de eisen van de Kaderrichtlijn water. • Daartoe wordt de animo voor agrarisch en particulier natuurbeheer vergroot, komen er aantrekkelijker afspraken voor duurzaam boerenbeheer van natuurgebieden en komen er meer prikkels voor concrete natuurresultaten. Wat is hier voor nodig • Voor de weidevogels komt er een groter accent op maatregelen als kruidenrijk grasland en plasdras, worden predatieverliezen verminderd (op basis van gedegen predatiebeheerplannen) en vindt een betere afstemming van beheer plaats met terreinbeheerders. • De provinciale begrenzing en de budgetten voor natuur in de akkerbouw worden vernieuwd met het oog op een effectieve groenblauwe dooradering.
Het budget voor groenblauwe dooradering in graslandgebieden wordt verhoogd. Daartoe wordt ook het beheer aangepast van onderdelen van de groenblauwe dooradering waarvoor andere partijen zoals gemeenten en waterschappen verantwoordelijk zijn (bijv. bermen, dijken, kaden). • Er komt een drastische vernieuwing van het beheerinstrumentarium: - de contracten- en vergoedingensystematiek van het agrarisch natuurbeheer wordt vernieuwd. Er worden sterkere resultaatprikkels ingebouwd en de verdiencapaciteit wordt vergroot door het loslaten van het principe dat alleen opbrengstderving mag worden gecompenseerd. Er komen mogelijkheden (via het agrarisch natuurbeheer of via kwalitatieve verplichtingen) voor langjarige beheerovereenkomsten; - particulier natuurbeheer wordt weer aantrekkelijker en daarmee populairder gemaakt door een hoger percentage van de grondwaardedaling uit te betalen. Zo kan het Nationaal Natuurnetwerk (NNN) sneller worden voltooid; - boerenbeheer van natuurgebied (zoals dat in de MRA op vele duizenden hectares plaatsvindt) krijgt een veel duurzamer karakter. Er komen overal zesjarige contracten die het boeren mogelijk maken om hun bedrijf op een meer natuurgerichte leest te schoeien. Anders dan nu komt een deel van de beheervergoeding voortaan bij de boer terecht.
Zo ontstaat een beter verdienmodel voor natuurbeherende bedrijven; • Er komt een operationeel beleid voor natuurinclusieve landbouw, dat naast ‘zichtbare’ natuur ook zaken als bodemleven en genetische diversiteit omvat. Dat wil zeggen: het begrip wordt van een werkbare definitie voorzien en het beleid van overheden (EU, rijk, provincies) en ketenpartijen (zie hierna) wordt sterker op natuurinclusieve bedrijven gericht. • Het beleid voor natuurcompensatie (“rood voor groen”) wordt consequent en royaal toegepast voor alle activiteiten die schadelijk zijn voor de natuur. De opbrengsten komen bij voorkeur terecht in het MRA-brede landschapsfonds. • De zuivelbedrijven breiden de verdiencapaciteit uit natuurbeheer uit. Natuurbeheer wordt niet alleen een verplicht onderdeel van de duurzaamheidsprotocollen, maar levert ook een substantiële meerprijs op. Daarnaast wordt versterkt ingezet op regionale vermarkting van ‘natuurzuivel’, zoals recent (met steun van FrieslandCampina) is gebeurd in Amstelland. • Voor de akkerbouw, waar sectorinitiatieven met betrekking tot biodiversiteit nog pril zijn (bijv. Stichting Veldleeuwerik), zet de keten biodiversiteit hoger in het vaandel.
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
57
Minder bodemdaling en CO2, betere waterkwaliteit • bodemdaling en CO2-emissie uit veengrond worden drastisch gereduceerd. De bodemdaling is in 2040 minimaal 50% minder dan hij zou zijn geweest bij ongewijzigd beleid, c.q. zonder praktijkmaatregelen. De inzet van die maatregelen (blijvend grasland, onderwaterdrainage, ‘natte landbouw’) verschilt per gebied; • daarnaast zet de veehouderij in op maximale reductie van methaanemissies, landelijk gezien een tweemaal zo grote ‘boosdoener’ als de CO2-emissie uit veenbodems. Recent startte hiertoe in West-Nederland de Proeftuin Methaan; • de akkerbouw zet volop in op vastlegging van koolstof in de bodem en verbetering van bodemkwaliteit (structuur, organische-stofgehalte) in zijn algemeenheid; • een sterke impuls voor afzet in de regio. Ook dit levert een belangrijke bijdrage aan emissiebeperking (minder transport); • veehouderij en akkerbouw versterken hun inzet voor een betere waterkwaliteit, zodat straks overal wordt voldaan aan de eisen van Nitraatrichtlijn en Kaderrichtlijn water. Wat is hier voor nodig • In de akkerbouw komen betere stimulansen voor maatregelen om koolstofemissie te beperken en koolstofvastlegging te bevorderen. Er komen aantrekkelijke beloningen voor bijv. het toepassen van niet-kerende grondbewerking en het verhogen van het organische-stofgehalte.
Bodemcoaches kunnen hier - net als trouwens in andere gebieden - zegenrijk werk doen. • Er wordt een effectief beloningssysteem van carbon credits geïntroduceerd, waarbij de betalingen aanzienlijk hoger liggen dan nu. Dit systeem kan privaat of publiek-privaat worden vormgegeven, waarbij andere sectoren betalen voor koolstofopslag in landbouwgrond. Met alle scheepvaart en luchtvaart binnen de MRA-grenzen zijn de potentiële betalers in de directe omgeving aanwezig. Inspiratie kan worden gehaald uit systemen in Oostenrijk en Australië, of uit Duitse veenweidecertificaten voor de particuliere markt (Moor-Klima-Milch). De provincie Friesland experimenteert hiermee nu als eerste (pilotproject Valuta uit Veen), maar introductie in de MRA ligt eigenlijk veel meer voor de hand. • Er komen steviger impulsen voor het verbeteren van de waterkwaliteit. Twee prioriteiten daarbij: beperken van oeverafslag in het veenweidegebied. Hier zijn al vele hectares land afgebrokkeld en als bagger in het water beland. Stevige oevers (bijv. natuurvriendelijke oevers) dienen de waterkwaliteit en de instandhouding van het cultuurlandschap en beperken de baggeropgave; aanleg van bufferzones langs waterlopen. Deze zijn met name in de akkerbouw zeer effectief.
Ze kunnen hier uitstekend worden gecombineerd met groenblauwe dooradering maar ze kunnen - in een goedkopere variant - ook als zelfstandige rand worden aangelegd. Stad en land nog beter verbinden. Een tijdlang waren stad en land van elkaar vervreemd. Daarin is een belangrijke kentering gaande. Amsterdam heeft het belang van regionaal en duurzaam geproduceerd voedsel herontdekt. Een streekproduct als de Beemsterkaas is een internationaal succes geworden. • een zo klein mogelijke, zeer selectieve en ‘geleide’ implementatie van de bouwopgave in het landelijk gebied; • een betere geleiding van recreatie en toerisme en een groter ‘rendement’ van gebiedsbezoek voor landbouw en landschap; • stevige inzet op afzet van MRA-producten in de Metropoolregio (korte ketens); • meer en structurele(re) stimulansen voor vormen van verbrede landbouw zoals stadslandbouw, logies bij de boer en boerderijeducatie. Wat is hier voor nodig • De overheden zetten primair in op verdichting en concentratie van extra bebouwing binnen de bebouwde kom. Is bouwen in het landelijk gebied onontkoombaar, dan bepalen zij zorgvuldig hoeveel van de extra bouwopgave buiten de bestaande bebouwing terecht komt en wáár die dan
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
58
•
•
•
Bestaande beleidsambities
terecht komt. Er komt een duidelijke zonering, zodat speculatie met toekomstige bouwgrond tot een minimum wordt beperkt. Een scherp onderscheid (incl. ruimtelijke zonering) tussen massatoerisme, dat zich bij voorkeur snel naar de toeristische hotspots verplaatst, en kleinschalig toerisme en natuurrecreatie. Het massatoerisme draagt sterker bij aan het landschap door een groter deel van de toeristenbelasting ten goede te laten komen aan landschap. De landbouw speelt nog sterker dan nu in op de kleinschaliger vormen van toerisme en recreatie (logies, huisverkoop etc.). De ketenpartijen zetten sterker in op korte ketens: afzet van MRA-voedsel in de MRAregio. Niet per se als gecertificeerd streekproduct, maar gewoon als product van regionale herkomst. Vanuit de markt is hiernaar een duidelijke vraag, gezien de opkomst in en rond de steden van diverse soorten ‘landwinkels’. Voor de zuivel betekent dit aparte productielijnen zoals CONO met Beemsterkaas en Amstelland waar (met steun van FrieslandCampina) onlangs ‘weidevogelmelk’ in de markt is gezet. Er komen nieuwe impulsen voor Waterlandvlees en andere regionale producten. De Food Council, die nu nog in de kinderschoenen staat, kan hier wellicht verbindingen leggen. De gemeentelijke budgetten voor boerderijeducatie, die nu veelal incidenteel en bescheiden zijn, worden structureel en stevig.
Er wordt een eenduidige keuze gemaakt om deze neventak professioneel te organiseren met een professionele betaling aan de agrariër. Daarbij hoort ook een uitbreiding van het aanbod (vooral in termen van lesmateriaal) aan middelbare scholen. Het aanbod aan ‘bezoekboerderijen’ is al in ruime mate aanwezig.
Het MRA-landschap als energielandschap • De landbouw in de Metropoolregio is in 2040 energieneutraal, minimaal voor het directe energieverbruik. De ontwikkeling naar een geringer energieverbruik wordt onverkort voortgezet en er wordt volop ingezet op productie van duurzame energie, vooral zonne-energie. Streven is dat in 2040 minimaal 80% van het geschikte agrarisch dakoppervlak is bedekt met zonnepanelen. • Hoewel projectontwikkelaars hiervoor hoge bedragen bieden, vinden wij zonneparken op landbouwgrond een ongewenste nevenverdienste voor de landbouw, die op veel plekken in de Metropoolregio op gespannen voet staat met ons landschappelijk streefbeeld. • Zonneparken kunnen hooguit - in een kleinschalige uitvoering – een plek krijgen op plaatsen waar dat het landschap niet aantast. Wel wordt innovatie gestimuleerd die combinaties van landbouw en zonneinstallaties kan opleveren met een kleiner landschappelijk effect. Wat is hier voor nodig • De stimuleringsregelingen voor duurzame energie worden voortgezet; voorlichting en bedrijfsadvisering worden geïntensiveerd. Wellicht kan het werk van de Amsterdamse Zoncoalitie (doel: 1 miljoen zonnepanelen op de Amsterdamse daken) worden uitgebreid naar de gehele Metropoolregio.
• Aanvragen voor grondgebonden zonneparken worden zeer kritisch beoordeeld en alleen gehonoreerd op plekken waar het landschappelijk effect positief, gering of afwezig is (bijv. langs bestaande bebouwing). • Het elektriciteitsnet in de MRA wordt aangepast aan grote(re) hoeveelheden geleverde stroom. • Er wordt ingezet op innovatieve concepten die landbouw en zon kunnen combineren met een geringer landschappelijk effect. • Er wordt geld en energie gestoken in de ontwikkeling van hoogrenderende kleine windturbines, die landschappelijk beter inpasbaar zijn. Hoofdlijnen voor Beemster De koe in de wei en de akkerbouw duurzamer, een vitaal landschap van hoge kwaliteit, minder bodemdaling en CO2, betere waterkwaliteit, stad en land beter verbinden, duurzame energie. • Verhoging van de weidemelktoeslag en uitbreiding van het werk van de bestaande ‘weidecoaches’. • Verbeteren van de verkaveling door kavelruilprojecten. • Het areaal landbouwgrond zoveel mogelijk behouden. • Het grondbeleid selectiever richten op grondgebonden bedrijven. • Inzet op kringlooplandbouw.
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
•
• • • • • • • • • • • • • •
59
Sterker inzetten op samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij, op innovaties voor een hogere eiwitbenutting uit gras, op stimulering van eiwitgewassen in delen van de MRA die zich daarvoor lenen en op de productie van stromest. In de mestwetgeving betere mogelijkheden bieden om overige organische meststoffen (reststromen) uit te rijden op landbouwgrond. Maak ‘groenere middelen’ in de akker- en tuinbouw mogelijk. Zet in op herstel van de biodiversiteit. Verbeter de waterkwaliteit door bufferzones langs waterlopen. De veehouderij zet in op maximale reductie van methaanemissies. Beemsterkaas is een internationaal merk. Breng stad en land weer dichter bij elkaar. Zet in op korte ketens (afzet producten in de regio). Geen woningbouw in het agrarisch gebied. Faciliteer dat de landbouw sterker in kan spelen op de kleinschaliger vormen van toerisme en recreatie (logies, huisverkoop etc.). Stimuleer stadslandbouw, logies bij de boer en boerderijeducatie. Wees voorzichtig met zonnepanelen in agrarisch gebied. Gebruik vooral de daken. Past het elektriciteitsnet aan. Maak kleine windturbines mogelijk.
2.4.5. Gebiedsaanpak Zon op Agrarische Daken (2019)
LTO Noord, provincie Noord-Holland en de gemeenten Drechterland, Beemster en Hollands Kroon hebben een samenwerkingsverklaring ondertekend voor een gebiedsaanpak zon op agrarische daken 16. Agrariërs kunnen energietransitie versnellen De provincie Noord-Holland ziet een belangrijke rol voor de agrarische sector in het versnellen van de energietransitie. Samen met de gemeenten Drechterland, Beemster en Hollands Kroon worden agrarisch ondernemers gestimuleerd en gefaciliteerd om zonnepanelen op hun daken te laten installeren. Hiermee wordt bijgedragen aan de energietransitie zonder dat daarvoor landbouwgrond wordt opgeofferd aan zonneparken. Energiescan Schuren, stallen en bedrijfsgebouwen hebben grote daken en zijn uitermate geschikt om een substantiële hoeveelheid duurzame energie op te wekken. Agrariërs met plannen voor zonnepanelen op hun vastgoed kunnen een energiescan voor hun bedrijf aanvragen. LTO Noord verzorgt deze energiescans, zodat de ondernemers onafhankelijk advies krijgen over de optimale businesscase voor hun bedrijf. Rol van netbeheerder De lokale netbeheerder Liander en de Rabobank zijn ook betrokken. Door de investeringsplannen in zonne-energie van agrariërs in de drie gemeenten in beeld te brengen, weet netbeheerder Liander of de aansluitcapaciteit voldoende is en waar het elektriciteitsnet om aanpassing en uitbreiding vraagt.
De (on)mogelijkheden tot netaansluiting vormen in het advies een belangrijk aspect. Niet alle geïnteresseerde agrariërs zullen op korte termijn ook daadwerkelijk kunnen worden aangesloten. Over deze mogelijkheid worden de agrariërs aan de voorkant geïnformeerd. Daarmee krijgt men inzicht in de mogelijkheden op korte termijn of zij krijgen te horen wanneer het netwerk ook voor hen geschikt is om in een dergelijke project te participeren. Het is belangrijk om wat dit betreft de verwachtingen te managen. Haalbaarheid op korte termijn is mede afhankelijk van het totaal van de benodigde capaciteit voor de ondernemer.
16 https://www.beemster.net/content/agrarische-ondernemers-uitgenodigd-voor-informatieavond-zon-op-agrarische-daken
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
60
Bestaande beleidsambities
In gebieden waar te weinig capaciteit is op het moment 17 (een groot deel van de Beemster) zal kunnen worden aangegeven wanneer deze capaciteit wel beschikbaar zal zijn. Geïnteresseerde particulieren die eveneens beschikken over een bedrijfspand in het buitengebied kunnen ook meedraaien in de aanpak als hiervoor een sluitende businesscase kan worden gemaakt. Ook de Cono wordt hierbij betrokken. Zij hebben een eigen verduurzamingsopzet. Hoofdlijnen voor Beemster • De agrarische sector kan een grote rol spelen in de verduurzaming door plaatsing van zonnepanelen (vooral op daken). • Het elektriciteitsnet is hier in Beemster nog niet geschikt voor.
17 https://www.liander.nl/transportschaarste/noord-holland/driehoek-purmerend-beemster-edam
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
3. Wensen, opgaven en ontwikkelingen
Om een goed beeld te krijgen van de wensen, opgaven en ontwikkelingen die spelen met betrekking tot de Beemster zijn telefonische interviews gehouden met tien belangrijke omgevingspartijen in het gebied. Deze gebiedspartijen weten bij uitstek wat er op het gebied afkomt en wat er voor een duurzame toekomst van De Beemster nodig is. De tien interviews geven een goede eerste indruk van wat er speelt in het gebied, maar uiteraard nog geen compleet beeld. Er is bijvoorbeeld nog geen input van enkele andere gebiedspartijen en inwoners uit het gebied. Ook de gebiedskennis van de gemeente en de ambities van college en raad zijn nog niet in beeld gebracht. De gesprekken zijn gevoerd aan de hand van de volgende hoofdvragen: • Wat speelt er in de Beemster (trends en ontwikkelingen)? • Wat is de stip op de horizon/wat wil de organisatie bereiken? • Wat is daarvoor nodig en wie doet wat?
3.1.
Vereniging Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Water, Land & Dijken
Vereniging Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Water, Land & Dijken 18 is een collectief van ruim 500 boeren, 600 vrijwilligers en een groep betrokken burgers die zich inzet voor waardevolle plattelandsnatuur in combinatie met agrarisch ondernemerschap. Wat speelt er (trends en ontwikkelingen) • De vereniging was vooral actief voor weidevogelbescherming in veenweidegebieden, maar is nu ook actief in droogmakerijen. Sinds 2014 wordt akkernatuur gestimuleerd bij akkerbouwers en hier zit groei in. De vereniging wil het liefst de veehouders hier ook bij betrekken. Maar is afhankelijk van projecten en subsidies. • De Provincie wijst Weidevogelkerngebieden aan. De veehouderij is in de Beemster echter behoorlijk intensief. • Zuivelketenorganisaties zijn ook bezig met agrarisch natuurbeheer. Het is goed om de veehouders hier veel meer bij te betrekken, bijvoorbeeld voor het realiseren van kruidenrijk grasland. Dicht bij de boeren staan is de kracht. • Er is een duurzaamheidsprogramma. Het programma gaat er van uit dat de zuivelsector natuur en landschap versterkt. Cono en FrieslandCampina zijn daarbij betrokken. Ze geven een cent meer voor de melk als ze aan doelen voldoen. Doelen zijn weidegang en kringlooplandbouw. De zuivelverwerking verwacht van boeren dat ze hieraan voldoen. • Sterke bodemdaling speelt niet in het gebied.
Bij sloten in kleigrond is wel sprake van steile taluds, weinig plantengroei en afkalving, maar geen bagger. • Als je bij het bemesten bijvoorbeeld twee meter uit de slootkant blijft, komen er minder nutriënten in het water. Dat is goed voor de waterkwaliteit en hierdoor ontstaan ook botanische weideranden. Het verschralen van de grond is goed voor de biodiversiteit. Wat is de stip op de horizon/wat wil de organisatie bereiken • Doel is uitbreiding van agrarisch natuurbeheer in de Beemster. 18 https://waterlandendijken.nl/
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
62
• •
Wensen, opgaven en ontwikkelingen
Doelen voor de weidevogelgebieden zijn een betere habitat voor akkervogels en het stimuleren van de insectenrijkdom. Doel voor het agrarisch gebied is gezonder en meer kringloop, vooral door het grasland extensiever te beweiden en meer ruimte te geven voor grasmengsel.
Wat is daarvoor nodig en wie doet wat • Voor de veehouderij kunnen de natuurdoelen vooral via samenwerking met zuivelorganisaties worden bereikt. Voor akkerbouw vooral via subsidies van de provincie. Er komt wel een groot projectplan voor veehouders aan. Het plan is in vergevorderd stadium, maar nog niet definitief. Laat de boeren de ambities uitspreken en ga het niet van bovenaf bedenken of opleggen. • Agrarisch natuurbeheer moet passen binnen de toekomstvisie van het bedrijf. • De rekensom staat voorop bij de boer. Of een bloeiende akkerrand wordt ingezaaid is afhankelijk van wat hij op dat moment wil met het perceel. Biodiversiteit is wel belangrijk, maar als opbrengst voor bepaald gewas goed is, dan zullen ze dat eerst doen. • Per bedrijf is geïnventariseerd en samen bekeken wat het bedrijf al doet en wat het bedrijf al doet en wat mogelijk is. Boeren moeten niet meedoen, het is vrijwillig.
3.2.
Stichting Plattelandsvernieuwing Beemster
Cono 19 wil het beste voor boeren en koeien. Om haar boeren een eerlijke melkprijs te kunnen uitbetalen maken ze de lekkerste kaas op de beste manier. Op haar eigen ambachtelijke wijze, met echte aandacht voor mens, dier en milieu. Wat speelt er (trends en ontwikkelingen) • Cono maakt Beemster kaas. De kaasmakerij is goed ingepast in het landschap. Cono voelt zich verbonden met de polder. Andersom kan Beemster kan ook niet zonder Cono. • Ongeveer 440 melkveehouders zijn lid van de coöperatie. Ze zitten voor een groot deel in NoordHolland (ca 360). In de Beemster zitten circa 40 melkveehouders. • Cono maakt Beemster kaas, en heeft belang bij blije boeren en blije koeien. Dat betekent dat er wel voldoende ruimte moet zijn om boer te kunnen zijn in de Beemster en dat staat onder druk. Er speelt van alles op landelijk tot gemeentelijk niveau. Er is draagvlak nodig voor transitie van de agrarische sector. • Een extra problematiek is de UNESCO werelderfgoedstatus. Tegenwoordig worden agrariërs getoetst op Des Beemsters. Des Beemsters wordt als toetsing gebruikt en niet als richtlijn. Dat houdt ontwikkelingen tegen. Schaalvergroting, vernieuwing en renovatie is steeds moeilijker geworden. Ondernemers krijgen lastig vergunningen. Er lijkt weinig ruimte te zijn. • Cono is altijd aan het verduurzamen en kijken waar het beter kan qua kwaliteit of duurzaamheid of meer onderscheidend.
• We moeten de doelstelling uit het RES halen. Er is discussie over zonnepanelen en wind. Zon op agrarische grond is niet wenselijk. Er is wel draagvlak voor zon op daken en kleine windturbines. • Landschap en verduurzaming staat soms haakt op elkaar, bijvoorbeeld bij windmolens. Hoe regel je de energie en warmtetransitie in de Beemster? Hoe kan je groene energie opwekken en wat zijn de alternatieven voor gas? Cono wil vooral groene stroom inkopen bij haar leden en denkt aan kleine windturbines op boerenerven. De boeren kunnen ook stroom opwekken op de daken van de stallen. • De toegevoegde waarde strategie van Cono is gericht op het zo goed mogelijk verwaarden van de melk. Toegevoegde waarde zit in de pijlers kwaliteit, smaak en duurzaamheid. 10 jaar geleden is het duurzaamheidsprogramma geïntroduceerd. De markt is nu klaar voor duurzaamheid: gezonder, kringlooplandbouw, agrarisch natuurbeheer, etc. • De grondprijzen zijn hier zeer hoog, zodat er zo veel mogelijk opbrengst uit iedere cm land gehaald moet worden. Dat staat haaks op meer kringlooplandbouw en meer agrarisch natuurbeheer.
19 https://www.cono.nl/
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Wensen, opgaven en ontwikkelingen
•
•
63
Een aantal bedrijven heeft wel langs slootkanten bijenlinten aangelegd en daarmee is een mooie stap gezet met biodiversiteit. Bedrijven mogen meedoen, maar dat hoeft niet. Er zitten geen invasieve soorten in het grasmengel en de bijenlinten zorgen voor een positieve blik op boeren en daarmee voor een betere verbinding. Er zijn veel positieve reacties. Leden bieden ook zorg, boerderijeducatie en open dagen. Cono draagt en steunt dat omdat het een basispijler is en het draagvlak vergroot.
Wat is de stip op de horizon/wat wil de organisatie bereiken • De ideale inrichting van de Beemster polder is de koe in de wei, natuurbeheer, open landschap en een mooie uitwisseling met akkerbouwmatig gebruik. De akkerbouwer heeft dierlijke mest nodig. Door samenwerking is er een mooie wisselwerking en geen mestoverschot. • De Beemster moet een agrarische polder blijven met niet alleen maar hele grote agrarische bedrijven. Bedrijven hoeven niet altijd groter, er is ook ruimte nodig voor de middengroep met opvolging. Het is bovendien belangrijk om de weidegang te bewaken. Als er teveel dieren op 1 locatie komen, dan komt de weidegang in de problemen. • Zorg voor een toekomstperspectief voor de jonge generatie boeren. Jaag de jonge generatie niet weg maar koester deze. Burgers in Beemster zijn over het algemeen positief over boeren in het gebied. Zorg voor een zo groot mogelijk draagvlak voor boeren. Wat is daarvoor nodig en wie doet wat • De toetsing aan het erfgoed is te stringent. Er moet ondernemersruimte overblijven. Laat ondernemers ondernemer zijn. Zet ze niet volledig vast maar zoek de middenweg. • De huidige afspraak is om de grond van de oude kaasmakerij weer agrarische grond (gras) te maken. Cono heeft een nieuw plan waarin veel wordt afgebroken, maar het cultureel erfgoed behouden blijft.
Hierin kan een kaasexperience worden gerealiseerd over de geschiedenis van kaasmaken, van kleinschalig naar huidige methode. Hiermee kan het Beemster merk worden versterkt, beleving worden toegevoegd, bezoekers worden ontvangen, en het verhaal van het werelderfgoed worden verteld. Ook zijn er ideeën voor een dakterrassas zodat je de Beemster polder in kan kijken. Recreatie en maatschappelijk gebruik neem ook toe. Een experience past goed bij recreatie.
3.3.
Cono Kaasmakers
Cono 20 wil het beste voor boeren en koeien. Om haar boeren een eerlijke melkprijs te kunnen uitbetalen maken ze de lekkerste kaas op de beste manier. Op haar eigen ambachtelijke wijze, met echte aandacht voor mens, dier en milieu. Wat speelt er (trends en ontwikkelingen) • Cono maakt Beemster kaas. De kaasmakerij is goed ingepast in het landschap. Cono voelt zich verbonden met de polder. Andersom kan Beemster kan ook niet zonder Cono. • Ongeveer 440 melkveehouders zijn lid van de coöperatie. Ze zitten voor een groot deel in NoordHolland (ca 360). In de Beemster zitten circa 40 melkveehouders. • Cono maakt Beemster kaas, en heeft belang bij blije boeren en blije koeien. Dat betekent dat er wel voldoende ruimte moet zijn om boer te kunnen zijn in de Beemster en dat staat onder druk. Er speelt van alles op landelijk tot gemeentelijk niveau. Er is draagvlak nodig voor transitie van de agrarische sector. • Een extra problematiek is de UNESCO werelderfgoedstatus. Tegenwoordig worden agrariërs getoetst op Des Beemsters. Des Beemsters wordt als toetsing gebruikt en niet als richtlijn. Dat houdt ontwikkelingen tegen. Schaalvergroting, vernieuwing en renovatie is steeds moeilijker geworden. Ondernemers krijgen lastig vergunningen. Er lijkt weinig ruimte te zijn. • Cono is altijd aan het verduurzamen en kijken waar het beter kan qua kwaliteit of duurzaamheid of meer onderscheidend.
20 https://www.cono.nl/
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
64
• •
•
• •
•
Wensen, opgaven en ontwikkelingen
We moeten de doelstelling uit het RES halen. Er is discussie over zonnepanelen en wind. Zon op agrarische grond is niet wenselijk. Er is wel draagvlak voor zon op daken en kleine windturbines. Landschap en verduurzaming staat soms haakt op elkaar, bijvoorbeeld bij windmolens. Hoe regel je de energie en warmtetransitie in de Beemster? Hoe kan je groene energie opwekken en wat zijn de alternatieven voor gas? Cono wil vooral groene stroom inkopen bij haar leden en denkt aan kleine windturbines op boerenerven. De boeren kunnen ook stroom opwekken op de daken van de stallen. De toegevoegde waarde strategie van Cono is gericht op het zo goed mogelijk verwaarden van de melk. Toegevoegde waarde zit in de pijlers kwaliteit, smaak en duurzaamheid. 10 jaar geleden is het duurzaamheidsprogramma geïntroduceerd. De markt is nu klaar voor duurzaamheid: gezonder, kringlooplandbouw, agrarisch natuurbeheer, etc. De grondprijzen zijn hier zeer hoog, zodat er zo veel mogelijk opbrengst uit iedere cm land gehaald moet worden. Dat staat haaks op meer kringlooplandbouw en meer agrarisch natuurbeheer. Een aantal bedrijven heeft wel langs slootkanten bijenlinten aangelegd en daarmee is een mooie stap gezet met biodiversiteit. Bedrijven mogen meedoen, maar dat hoeft niet.
Er zitten geen invasieve soorten in het grasmengel en de bijenlinten zorgen voor een positieve blik op boeren en daarmee voor een betere verbinding. Er zijn veel positieve reacties. Leden bieden ook zorg, boerderijeducatie en open dagen. Cono draagt en steunt dat omdat het een basispijler is en het draagvlak vergroot.
Wat is de stip op de horizon/wat wil de organisatie bereiken • De ideale inrichting van de Beemster polder is de koe in de wei, natuurbeheer, open landschap en een mooie uitwisseling met akkerbouwmatig gebruik. De akkerbouwer heeft dierlijke mest nodig. Door samenwerking is er een mooie wisselwerking en geen mestoverschot. • De Beemster moet een agrarische polder blijven met niet alleen maar hele grote agrarische bedrijven. Bedrijven hoeven niet altijd groter, er is ook ruimte nodig voor de middengroep met opvolging. Het is bovendien belangrijk om de weidegang te bewaken. Als er teveel dieren op 1 locatie komen, dan komt de weidegang in de problemen. • Zorg voor een toekomstperspectief voor de jonge generatie boeren. Jaag de jonge generatie niet weg maar koester deze. Burgers in Beemster zijn over het algemeen positief over boeren in het gebied. Zorg voor een zo groot mogelijk draagvlak voor boeren. Wat is daarvoor nodig en wie doet wat • De toetsing aan het erfgoed is te stringent. Er moet ondernemersruimte overblijven. Laat ondernemers ondernemer zijn. Zet ze niet volledig vast maar zoek de middenweg. • De huidige afspraak is om de grond van de oude kaasmakerij weer agrarische grond (gras) te maken. Cono heeft een nieuw plan waarin veel wordt afgebroken, maar het cultureel erfgoed behouden blijft.
Hierin kan een kaasexperience worden gerealiseerd over de geschiedenis van kaasmaken, van kleinschalig naar huidige methode. Hiermee kan het Beemster merk worden versterkt, beleving worden toegevoegd, bezoekers worden ontvangen, en het verhaal van het werelderfgoed worden verteld. Ook zijn er ideeën voor een dakterrassas zodat je de Beemster polder in kan kijken. Recreatie en maatschappelijk gebruik neem ook toe. Een experience past goed bij recreatie.
3.4.
Stichting Landzijde
Landzijde 21 is het centrale loket voor Landbouw, zorg en welzijn in Noord-Holland. Het doel van Landzijde is om mensen een prettige leerzame dagbesteding c.q. zorgarrangement aan te bieden op de boerderij. Daarmee krijgt de boerderij een maatschappelijke betekenis en de boer(in) verbreding van functie en inkomen.
21 https://www.landzijde.nl/
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Wensen, opgaven en ontwikkelingen
65
Wat speelt er (trends en ontwikkelingen) • Landzijde vertegenwoordigt op dit moment ongeveer 110 zorgboerderijen voor dagbesteding, waarvan ongeveer 9 in de gemeente Beemster. • De kracht van dagopvang op de boerderij is dat je onderdeel bent van de gewone gang van zaken op de boerderij: tuinonderhoud, dieren verzorgen, groenten verbouwen, actief bezig zijn in een mooie omgeving. Dat werkt beter dan in kantoor en knutselschuur. Er is van alles te doen en te zien en het geeft meer voldoening. • Het gaat op dit moment om dagbesteding voor cliënten uit een grote regio. De cliënten worden ’s ochtends opgehaald en ’s avonds weer thuisgebracht. Er komen bijvoorbeeld cliënten uit Amsterdam en Purmerend. • Er zijn ook andere organisaties actief die zich richten op zorgwonen en of crisisopvang. Er is ook een familie die dagbesteding organiseert voor kinderen die niet meer naar school kunnen. • Het ruimtebeslag voor dagopvang is niet groot: een ruimte om binnen te kunnen zitten en een ruimte voor fysieke activiteiten is vaak voldoende. • De capaciteit aan dagopvangplekken is nu is net aan. Boerderijen lopen vol en soms worden cliënten naar andere gemeenten gestuurd. • Er wordt nagedacht over verbreding van de activiteiten. Er is bijvoorbeeld door de vergrijzing steeds meer vraag naar opvang voor ouderen en dementie/alzheimerpatiënten.
Om mantelzorgers te ontlasten is logeeropvang noodzakelijk. Bij nachtopvang moet de verzorger ook erbij kunnen blijven. De regelgeving hiervoor is nu streng. • Verbreding is goed. Zorg en recreatieve nevenactiviteiten moeten mogelijk zijn op de boerderij. • Beemster Erfgoed is ‘Haarlemmer olie’: de ene keer is het fijn, de andere keer werkt het tegen je. Wat is de stip op de horizon/wat wil je bereiken • Stip op de horizon voor Landzijde is groei naar 200 zorgboerderijen, ieder een eigen bedrijf en zorgboeren die zelf hun cliënten ophalen. Doel is opvang zo dicht mogelijk bij de cliënt en zo weinig mogelijk vervoersbewegingen. • Inspelen op de vergrijzing. Er moeten in het buitengebied ook mogelijkheden komen voor opvang van ouderen en alzheimer/dementie patiënten. Mantelzorgers kunnen worden ontlast als mensen een paar dagen naar de boerderij gaan. Wat is daarvoor nodig en wie doet wat • Agrariërs moeten lekker door kunnen boeren, maar er worden veel regels door Den Haag opgelegd. • Het landelijk gebied verkoopt zichzelf. Zorg dat dit agrarisch blijft en ook nevenactiviteiten mogelijk zijn gericht op zorg en recreatie. • Het is belangrijk om te laten zien waarom de Beemster zo bijzonder is. Het is goed dat de oude melkfabriek wordt ingericht als museum. Laat de bezoeker laten zien waarom de Beemster erfgoed is geworden.
Dit is namelijk vooral van bovenaf goed te zien, maar minder beleefbaar in het gebied. Het huidige bezoekerscentrum is maar tijdelijk open.