bijlage bij vraag 9 VVD, voorverkenning agenda agrarische toekomst Beemster 17-2-2020.pdf
Tekst van het document
De hooggelegen en beplante snelweg A7 is aangelegd langs de Oostersloot en volgt daardoor deels het raster van de polder en is als zodanig beeldbepalend.
6
https://leidraadlc.noord-holland.nl/
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
22
Bestaande beleidsambities
Figuur Overzichtskaart Dynamiek De verstedelijkingsdruk vanuit de Metropoolregio Amsterdam MRA veroorzaakt, mede door de goede bereikbaarheid, dynamiek in dit ensemble. Dit uit zich in een vraag naar woningen maar ook in bedrijvigheid en toeristisch recreatief medegebruik in het hele gebied. In kernen als Zuidoostbeemster, Middenbeemster en Stompetoren resulteert deze druk in woningbouwuitbreidingen en de bouw van steeds groter wordende, niet-agrarische bedrijfshallen (vooral in de nabijheid van de A7). Door schaalvergroting en verbreding van de bedrijfsvoering verandert het gebruik van boerderijen en erven. Deze ruimtelijke ontwikkelingen zijn van invloed op het landelijk karakter en de open structuur van het gehele ensemble. Drukte op de wegen en daarmee samenhangende maatregelen voor verkeersveiligheid tasten al snel de karakteristieke structuur van de Beemster aan. Ambities en Ontwikkelprincipes De algemene ambitie is om ruimtelijke ontwikkelingen: • bij te laten dragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek • bij te laten dragen aan het versterken van (de beleving van) openheid en • helder te positioneren ten opzichte van de ruimtelijke dragers. Onderstaande ambities en de bijbehorende ontwikkelprincipes zijn vertrekpunt bij het streven naar ruimtelijke kwaliteit.
De Beemster: Werelderfgoed en droogmakerij met raster van vierkanten Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: Beemster als geheel • behoud van het vierkante raster (grid) van waterlopen, wegen en rechthoekige poldervlak Het raster is gevormd door klassieke en renaissance ordeningsprincipes en werkt door in de erfinrichting en plattegrond van de stolpboerderij. Door deze opzet vormt de Beemster een samenhangend geheel.
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
•
•
•
23
> Behoud voorsloten en kavelsloten (‘Kopergravure-sloten’). > Behoud en herstel van de beplanting van de wegen. behoud van de gelijkwaardigheid van de polderwegen en het transparant houden van (lint)bebouwing langs de wegen. > Voorkom hiërarchie in polderwegen. Richt ze steeds gelijkwaardig in, ook in verkeerstechnische zin. > Ontwikkel bebouwing alleen aan de kopse kanten van percelen. > Handhaaf op het erf de naar achterliggende rooilijn, plaats de bebouwing op vaste afstand van de weg.
een eenduidige verschijningsvorm van ringdijk en ringvaart. Kenmerkend zijn een grillig verloop, een steil talud, een smalle kruin, een brede boezem en bomen aan de polderzijde. De dijk manifesteert zich als autonoom element. > Houd het zicht op de ringdijk vanuit de droogmakerij open, zodat deze goed zichtbaar blijft. > Handhaaf de bomen op de dijk. > Plaats enkel individuele bebouwing aan de dijksloot, niet op kruinhoogte. Hanteer bij grotere bebouwingseenheden meer afstand tot de dijk. het herkenbaar houden van het waterhuishoudingssysteem De oude 19e-eeuwse gemalen en molengangen horen bij de hoofdstructuur van de droogmakerij. > Zorg dat de gemalen en restanten van molenplaatsen en -gangen herkenbaar blijven in het landschap.
Niveau Beemster kamer • het behouden van de openheid van de Beemster, gekenmerkt door transparante kamers. De Beemster wordt gekenmerkt door een zeer grote openheid, onderverdeeld in open kamers van 1800 bij 1800 meter. > Behoud de openheid in de kamers. > Houd het zicht vanaf de wegen op het landschap in de kamers open. Houd bij lintbebouwing in het buitengebied een zichthoek van minimaal 75 graden aan.
> Versterk de beleving van deze omlijste polderkamers door behoud en herstel van de laanbeplanting.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
24
•
Bestaande beleidsambities
het ontwikkelen aan het raster of ter versterking van het kruisdorpprincipe. > Behoud het kleinschalige en groene karakter van de zuidoost Beemster. Bouw in de maat van het burgergrid. > Verdicht het raster volgens het burgergrid-principe. Het burgergrid is een verfijning van het boerengrid. Zorg bij nieuwe invulling dat de hoofdstructuur van het boerengrid helder en herkenbaar blijft. > Houd hierbij bij voorkeur de maatvoering van de open tussenruimte tussen wegen en sloten in de Kopergravure aan.
Niveau Beemster erf • behoud van monumentale en typerende (stolp)boerderijen en de groene erven. Het traditionele erf heeft een opzet in kwadranten, net als de Beemster zelf, en is vaak bebouwd met een stolp. > Houd (stolp)boerderijen beeldbepalend (zie structuur Stolpenstructuren). > Bebouwing op afstand van de wegsloot creëert een royaal karakter. Houd de rooilijnprincipes aan voor de bebouwing en plaats nieuwe agrarische bebouwing achter de stolp. > Handhaaf het ordeningsprincipe van een raster van vierkanten en handhaaf het onderscheid in representatief voorerf en functioneel achtererf. > Beplanting van het erf is een essentieel onderdeel van het weelderige beeld. Voeg nieuwbouw in met beplanting op de erfranden. > De oevers van het traditionele voorerf zijn begroeid met gras en lopen door tot aan de slootkant. Voorkom het gebruik van hoge beschoeiingen.
Stelling van Amsterdam: verdedigingslinie en Werelderfgoed Ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: • Behoud van het contrast tussen de vijf forten van de Stelling van Amsterdam en de Beemster. > De forten vormen met hun verhoogde golvende wallen en beplanting een verrijking door hun afwijkende vorm en ligging ten opzichte van het grid van de Beemster. > Koester het contrast tussen de dicht beplante forten en de lijnen van het poldergrid.
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
25
> Behoud de openheid van de schootsvelden binnen het grid. > Sluit bij ruimtelijke ingrepen aan bij de vormentaal van het militair erfgoed.
Overige ontwikkelprincipes De ruimtelijke kwaliteit is gebaat bij: • het behouden en het zichtbaar/beleefbaar blijven van de huidige verkavelingsstructuur (inclusief sloten) bij (semi-)tijdelijke functies en opstellingen in het landschap, zoals voor zonne-energie. Zorg voor een ruime landschappelijke begrenzing van het terrein, die aansluit op het bestaande omringende landschap; vermijd hoge hekken in het landschap. Streef ernaar dat de opstelling kwaliteit toevoegt aan het bestaande landschap. • het behouden van de vrije ruimte (molenbiotopen) rond historische windmolens, in verband met de windvang en de zichtbaarheid van de molens in het landschap Hoofdlijnen voor Beemster • Ontwikkelingen worden getoetst aan de leidraad landschap en cultuurhistorie. • Ruimtelijke ontwikkelingen moeten bijdragen aan het zichtbaar en herkenbaar houden van de landschappelijke karakteristiek, aan het versterken van (de beleving van) openheid en helder worden gepositioneerd ten opzichte van de ruimtelijke dragers. • Er gelden ontwikkelprincipes op het niveau van de Beemster als geheel, de polder en het erf. • Voor de Stelling van Amsterdam, zonne-energie en windmolens gelden extra ontwikkelprincipes.
• Verkeersaantrekkende werking en verkeersveiligheid, schaalvergroting en steeds groter wordende, niet-agrarische bedrijfshallen zijn een bedreiging voor de kenmerkende openheid en het neutrale wegennet.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
26
Bestaande beleidsambities
2.2.4. Ruimtelijke beleidskader De Beemster & De Stelling van Amsterdam (2012)
Bij de ontwikkeling van de landbouw zijn een aantal trends zichtbaar, zoals vergroting van de bedrijven, verbreding en in een aantal gevallen zie je nieuw vestiging van een bedrijf. Verbreding betekent dat er agrarisch aanverwante functies in het buitengebied verschijnen, zoals paardenhouderij of de verkoop van streekproducten. Vergroting en nieuw vestiging van het agrarisch bedrijf komt ook in De Beemster voor en past in principe in de beleidsuitgangspunten van De Beemster. Voor het gebied waar de Stelling en De Beemster elkaar overlappen geeft dit ruimtelijk kader aan waar nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen passen. Beleidsuitgangspunten Beemster Voor De Beemster zijn diverse plannen ontwikkeld waar de kernkwaliteiten zijn vastgelegd en waarin is aangegeven hoe in de toekomst met ontwikkelingen omgegaan moet worden in dit unieke landschap. Voor dit onderzoek zijn de belangrijkste (ruimtelijk relevante) beleidsuitgangspunten weergegeven. Beemster als geheel: Als ruimtelijk kader geldt dat De Beemster van groot (de hele polder) tot klein (het erf met de bebouwing, hekken, bruggen en beplanting) een samenhangend geheel vormt. Spanning ontstaat bij veranderingen, dan moet bepaald worden hoe om te gaan met die samenhang.
In de diverse beleidskaders is gezocht naar manieren om de kwaliteiten te gebruiken bij toekomstige ontwikkelingen, waardoor de identiteit van De Beemster behouden blijft of zelfs wordt versterkt. In de ontwikkelingsvisie ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit speelt De Beemstermaat een belangrijke rol. ‘De Beemster Bouwdoos’ biedt Beemsterse spelregels die geënt zijn op de Beemstermaat. De Beemster is een hulpmiddel om te begrijpen dat iedere ingreep, groot of klein, van invloed is op het totale ruimtelijke beeld van de polder, en daarmee van invloed is op de kwaliteit van het UNESCO-erfgoed’ (Bron ontwikkelingsvisie Des Beemsters). Beemster grid: De ruimtelijke kernkwaliteiten op structuurniveau kennen een cultuurhistorische oorsprong, vastgelegd in de Kopergravure. De structuurwaarden van de Kopergravure zijn nog grotendeels bewaard en gaaf gebleven. De kopergravure wordt door de gemeente als uitgangspunt gehanteerd voor de bescherming en ontwikkeling van De Beemster. In het systeem van de vierkanten is een om-en-om patroon van afwateringssloten en wegen aangelegd. De wegen zijn beplant met laan beplanting, waarlangs de erven zijn gelegen. De oriëntatie van de blokken is noord-zuid of oost-west gericht. Dit levert een afwisselend beeld op in de aan de kop van kavels gelegen bebouwingslinten.
Mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen, zoals nieuwe bebouwing, worden gezocht aan de kopse kanten van de kavels. Beemster erven: Langs de lanen, vooral op de kopse kanten van de kavels, kunnen nieuwe (agrarische) erven ontwikkeld worden. Ook is schaalvergroting van erven mogelijk, het beleid is gericht op de instandhouding van de (grondgebonden) landbouw ten behoeve van het beheer van de open weiden. Voor de ontwikkelingen van de erven in De Beemster is een onderzoek gedaan naar veranderingsprocessen op de erven. Deze visie bevat aanbevelingen waarmee de kwaliteiten van De Beemster als richtinggevende principes kunnen worden Ontwikkelingen: • schaalvergroting en schaalverbreding in de agrarische sector; • nieuw vestiging in de linten; • invloed van stedelijke functies; • niet-agrarische functies, zoals wonen, recreatie. Beleidsuitgangspunten Stelling van Amsterdam In het deelgebied van De Beemster voegt de stelling zich naar het unieke symetrische patroon van het monumentale geometrische landschapspatroon van de Droogmakerij de Beemster. Er is geen aparte liniedijk gemaakt. De hoofdverdedigingslijn wordt gevormd door de boezemkade langs de ringvaart en door onderdelen van het wegenpatroon van De Beemster. De forten zijn markante elementen die als afwijkende objecten in het open landschap liggen alsof ze daar toevallig zijn geland. Bij nieuwe
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
27
ontwikkelingen moet het cultuurlandschap van De Beemster het belangrijkste aanknopingspunt vormen; het patroon van de Stelling is daaraan ondergeschikt (bron Beeldkwaliteitsplan Stelling van Amsterdam). Stelling of liniezone: De stellingzone vormt het samenhangend geheel tussen de verdedigingswerken en het landschap. Voormalige inundatiegebieden maken hier deel van uit. De stellingzone wordt begrensd door het Nationaal Landschap Stelling van Amsterdam. Het beleid is gericht op de bescherming van de kernkwaliteiten van het gebied. Deze kernkwaliteiten zijn; een samenhangend systeem van forten, dijken, kanalen en inundatiekommen; een groene en relatief stille ring rond Amsterdam en een relatief grote openheid. In deze zone geldende volgende beleidskaders: • gehele stelling als samenhangend geheel; • behoud door ontwikkeling; • ruimtelijke processen toetsen. Schootscirkels, verbodenkring: De hoofdverdedigingslijn en de schootscirkels rond de forten zijn belangrijke elementen in het stellinglandschap. De “Verboden kringen” van markeren het gedeelte van de schootscirkel, dat niet bebouwd mocht worden. Hiervoor geldt: • schootscirkel van1000 meter; • te behouden open gebied; • ruimtelijke en planologische regie. Kernzone: De kernzone is de invloedzone van de Stelling van Amsterdam. De hoofdverdedigingslijn markeert de grens aanval‐verdediging en tevens de grens van de inundaties.
In de kernzone kunnen nieuwe ontwikkelingen alleen plaatsvinden, als zij bijdragen aan de kwaliteit van het monumentale landschap. • directe belevingsomgeving, met een variabele afstand van 300 meter; • ruimtelijke en planologische regie. Ontwikkelingen: • toenemende recreatie; • nieuwe functies in en om de forten; • veranderingen in de stedelijke en landelijke zone rondom de stelling. Het kaartbeeld geeft een overzicht waar wel en geen verdichting mogelijk is in het gebied. Verdichting binnen de schootcirkels is alleen mogelijk, daar waar de zichtlijnen en het ritme van open/dicht niet wordt aangetast.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
28
Bestaande beleidsambities
Figuur Overzichtskaart en erfprincipes Hoofdlijnen voor Beemster • Het patroon van de stelling is ondergeschikt aan dat van de Beemster. • In het gebied is sprake van schaalvergroting en schaalverbreding in de agrarische sector, nieuwvestiging in de linten, toenemende druk van stedelijke functies, zoals wonen, recreatie. • Verdichting binnen de schootcirkels is alleen mogelijk, daar waar de zichtlijnen en het ritme van open/dicht niet wordt aangetast.
2.3.
Gemeente Beemster
2.3.1. Structuurvisie Beemstermaat (2012)
De structuurvisie 7 is het strategisch document over de (verwachte) ruimtelijke en functionele ontwikkeling in de gemeente in de periode 2012 - 2037. De Beemster bewijst al vierhonderd jaar over een ijzersterk ruimtelijk concept te beschikken. In vier eeuwen heeft het landschap van de droogmakerij vele ruimtelijke en economische veranderingen in zich op weten te nemen zonder dat er ingeleverd is op kwaliteit en schoonheid. Het imago en de identiteit van De Beemster vallen vrijwel helemaal samen. Kernbegrippen zijn weidsheid, ruimte, landschappelijke schoonheid en een hechte samenleving. De gemeente is (samen met het waterschap) vanaf het moment van aanwijzing als UNESCO werelderfgoed in 1999 siteholder voor het duurzaam in stand houden en beschermen van de werelderfgoedstatus. De gemeente doet dit door in haar (ruimtelijke) plannen regels te stellen voor instandhouding en versterking van de kernkwaliteiten conform de provinciale omgevingsverordening met de SoOUV als basis en het Barro. Omdat de droogmakerij geen statisch maar een dynamisch gebied is waarin zich steeds weer veranderingen voltrekken in het gebruik, heeft de gemeente de structuurvisie Beemstermaat opgesteld. De kaart op de kopergravure van Balthasar Florisz van Berkenrode uit 1644 geldt als basis voor de bescherming van het werelderfgoed.
Deze kaart laat de strakke geometrie zien aan de hand waarvan de droogmakerij direct na de droogmaking werd ingericht. Twee gebieden binnen de droogmakerij onttrekken zich aan het karakteristieke, geometrische inrichtingspatroon. Het zuidoosten van De Beemster kent een afwijkende, meer gesloten structuur. De kleinschalige structuur leende zich vanaf het ontstaan van De Beemster voor vestiging van tuinders, die zich voornamelijk richtten op de Amsterdamse en Purmerendse markt. Het gevolg was een fijnmaziger structuur, minder strak, met meer bebouwing langs de wegen en verspreide kassen op het land. In deze hoek van de polder lag ook het merendeel van de buitenplaatsen en lusthoven.
7
https://www.beemster.net/sites/default/files/Structuurvisie%20Beemstermaat%2010-7-12.pdf
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
29
Ook Kruisoord, een ouder veenpoldertje aan de noordrand van De Beemster, wijkt af van het mathematische systeem. Het heeft een kleinschaliger, brokkelig verkavelingspatroon. Het poldertje is van oorsprong een niet weggeslagen veengebiedje uit de tijd van het Beemstermeer. De Beemster bevolking vormt een hechte gemeenschap, die zich hier thuis voelt, een sterke betrokkenheid en verenigingsleven kent en een gezonde portie ondernemerschap bezit. De Beemster heeft een goed voorzieningenniveau en de gemeente is actief in haar omgeving en de regio als het gaat om gemeentegrens overstijgende zaken zoals recreatie, woon- en werkmilieu en een duurzame toekomst. De Beemster is ook een florerend en hoogwaardig agrarisch productiegebied. De droogmakerij ligt gemiddeld 3,5 meter onder NAP en heeft een goed en modern bestuurde waterhuishouding die ook ten dienste staat van het agrarisch cultuurlandschap. Voor de toekomst van de droogmakerij is het van belang de veelgeroemde ruimtelijke identiteit van De Beemster concreet te benoemen en hanteerbaar te maken voor de opgaven die nu en in de toekomst spelen. De Beemster is immers geen gebied onder een kaasstolp, maar een dynamische droogmakerij waarin verschillende opgaven en tendensen zoals agrarische schaalvergroting, waterberging, woningbouw en uitbreiding van bedrijven aan de orde van de dag zijn.
Kernwaarden De kernwaarden van De Beemster zijn de openheid van het polderlandschap, het historisch sloten- en wegenpatroon met beplanting, de ringvaart met ringdijk, de structuur en ligging van de dorpen, het raster van de bebouwing, de indeling van de erven, het functionele, agrarische gebruik van deze droogmakerij en de originele maatvoering en verkaveling. Op basis van de rijks- en provinciale criteria en kernkwaliteiten zijn de volgende kernkwaliteiten specifiek voor De Beemster geformuleerd en uitgewerkt in Structuurvisie, Omgevingsnota en bestemmingsplan Buitengebied: • De grote openheid van het landschap. • De inrichting van het cultuurhistorische wegen- en waterpatroon. • De bufferzone: dijk en ringvaart. • Het beschermd dorpsgezicht van Middenbeemster. • De wegen met laanbeplanting. • Monumentale stolpen en archeologische waarden. Ambities • Behoud en herstel van het landschapspatroon. • Tegengaan van verrommeling. • Behouden en versterken van de ruimtelijke structuur en karakteristiek. • Recreatie en duurzaamheid versterken. • Oplossen mobiliteitsdruk binnen neutraal raster. Gouden regels 1. De Beemster is werelderfgoed en daarom moeten alle nieuwe ontwikkelingen voldoen aan de criteria van ‘Des Beemsters’.
Dat houdt in dat elk ruimtelijk initiatief (bebouwing, water, wegen, landschap) opgevat moet worden als ontwerpopgave met de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van De Beemster als uitgangspunt. 2. De Beemster is een werkpolder: binnen de historisch bepaalde hoofdstructuur moet (ruimtelijke en functionele) verandering mogelijk zijn. 3. De hiërarchie in de ruimtelijke structuur is van groot naar klein: van De Beemster als geheel naar het architectonisch detail. 4. De landschappelijke openheid is een belangrijke, maar kwetsbare kwaliteit van De Beemster. De droogmakerij bestaat visueel-landschappelijk uit een aantal ‘kamers’, begrensd door randen met bebouwing en opgaande beplanting: de dorpen, de beboomde wegen met agrarische erven en de
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
30
Bestaande beleidsambities
ringdijk. Eventuele verdichting in het buitengebied vindt alleen plaats in dezelfde zones en langs dezelfde wegdelen waar nu bebouwing staat. De openheid van de kamers blijft zo gewaarborgd. 5. Het hiërarchisch opgebouwde watersysteem, lopend vanaf de kavelsloten via het grid van de hoofdafwatering tot de Beemsterringvaart, is de blauwdruk voor de structuur. Dit watersysteem, zoals in kaart vastgelegd op de Kopergravure (1644), moet gerespecteerd worden, zowel het tracé als het dwarsprofiel. 6. De wegen vormen de functionele ontsluitingsstructuur van De Beemster en begrenzen de ‘landschappelijke kamers’ van de polder. De wegprofielen zijn van essentieel belang: de weg zelf, bermen en eventuele taluds, de doorgaande boomstructuur, flankerende sloten. 7. Het erf is de ordenende bouwsteen van het buitengebied. Erfinrichting en bebouwing zijn onlosmakelijk verbonden met De Beemster als geheel. 8. Bebouwingsstructuren worden vanuit het grotere geheel benaderd: vanuit het landschap naar de bebouwing. De randen van de dorpskernen zijn van groter belang dan de binnengebieden. 9. Middenbeemster is vanuit cultuurhistorisch oogpunt de belangrijkste bebouwde structuur en moet letterlijk als middelpunt van De Beemster herkenbaar blijven. 10. Forten en stolpen worden als gestolde cultuurhistorische artefacten in stand gehouden. 11.
Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is intensief waar het moet: namelijk op alles wat ‘Des Beemsters’ is en raakt aan deze Gouden Regels; en neutraal waar het kan: op alle overige aspecten. Ambities De gemeentelijke ambitie voor De Beemster is tweeledig: • De Beemster als werelderfgoed instandhouden en toegankelijk en beleefbaar maken. • De Beemster ontwikkelen als hoogwaardig agrarisch productiegebied en woon- en werkgebied. Recreatie en duurzaamheid versterken De mogelijkheden om de droogmakerij te beleven zijn nog niet sterk ontwikkeld en De Beemster vervult de functie die hij ooit had, als lusthof voor Amsterdam, niet meer. De gemeente zet zich in om die recreatieve functie te versterken. Duurzame energiewinning kan prima gecombineerd worden met landbouw. Zo levert het land meer op. Wel stelt de gemeente als voorwaarde dat het typisch des Beemsters manieren zijn van energieopwekking. Dat betekent dat zij moeten passen in het landschapsbeeld en aansluiten bij het agrarisch gebruik. Agrarische sector De gemeente gaat uit van een ruimtelijk tweesporenbeleid voor de agrarische sector, namelijk: • Het bieden van voldoende ruimte voor passende schaalvergroting en innovatie. • Het bieden van voldoende ruimte voor mogelijkheden tot verbreding.
Meervoudig gebruik van grond en gebouwen (duurzame energiewinning, recreatief medegebruik) Vooral binnen de agrarische sector bestaat grote belangstelling en ook economische noodzaak tot verduurzaming van het bedrijf. De gemeente wil in De Beemster, waar de landbouw een primaire functie heeft, ruimte geven aan agrarische ondernemers om in te kunnen spelen op trends en ontwikkelingen op het gebied van duurzaam energiegebruik, met name biovergisting en zonne-energie. Dat kan alleen als het past binnen de verhouding tussen volume, ruimtelijke kwaliteits- en welstandseisen, ligging in het bouwvlak en het erf als ruimtelijke drager in het open Beemsterlandschap. Geen groei woonfunctie Tweede bedrijfswoningen zijn niet toegestaan. Niet meer dan 1 woongebouw, met uitzondering van de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten en mantelzorgfuncties in mobiele/ingebouwde woonfuncties op het - agrarisch - erf, binnen de eerste of tweede zone uit de Beemster Bouwdoos. Nieuwe burgerwoningen in het buitengebied zijn niet toegestaan, met 2 uitzonderingen: • Bij sanering van een agrarisch bedrijf kan, afhankelijk van de verkavelingsmogelijkheden aan het lint ter compensatie een of meer woningen in het bouwvlak worden geplaatst.
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
•
31
Binnen het gebied Nekkerzoom kan als gevolg van de sanering/verplaatsing van glastuinbouw de mogelijkheid ontstaan ter compensatie woningen te plaatsen.
Nekkerzoom De Nekkerzoom ontwikkelt zich tot een multifunctioneel, groen landschap waar overwegend in gewoond wordt. Sanering glasopstallen. Gaswinning en duurzame energiewinning Het gebruik van andere (duurzame) energiebronnen wordt niet uitgesloten (brongas en aardwarmte). Duurzame energieopwekking in de vorm van grote windmolens(parken) is niet toegestaan in het Beemster landschap. Agrofood De gemeente streeft naar een verdere profilering van de gemeente in de agrofood sector. De nietagrarische bedrijfs- en kantoorfuncties moeten ook aan deze sector gelieerd zijn. Culinair genot kan een goede aanvulling zijn. Plukvers en rijpgeoogste producten van het land en de boomgaarden binnen De Beemster kunnen direct worden bereid en opgegeten. Net van het land, nu op het bord. Ook verkoop aan huis hoort hierbij. Dit alles sluit aan bij het concept van het gezonde buiten leven. Complementair aan de agrofoodfuncties stimuleert de gemeente, behalve de ontwikkeling van nieuwe buitens, ook functies als wellness, sport en leisure. Een goed voorbeeld hiervan is de ontwikkeling (herbestemming) van het Fort Nekkerweg. Zo ondersteunen deze complementaire functies de agrofoodsector en versterken zij het merk Beemster. Tegelijkertijd zorgen zij voor een welkome verbreding van de lokale economie.
Schaalvergroting agrarische sector In het bestemmingsplan Buitengebied 2012 wordt rekening gehouden met continuering en groei van agrarische bedrijvigheid. Zo kan een agrariër op basis van een bedrijfsplan zijn bouwvlak uitbreiden tot maximaal 2 hectare. Grotere uitbreiding acht de gemeente niet verantwoord binnen de schaal van het Beemster grondgebied en zijn kernkwaliteiten. De Ervenstudie en het bestemmingsplan Buitengebied gaan uit van een sturing op positionering, locatie op het erf en volume. Schaalvergroting kan tot een maximum van 2 hectare bouwvlak, met 4 meter goothoogte en 12 meter bouwhoogte. Daarbij is nog een ontheffing van de goothoogte mogelijk naar 7 meter. Mede daardoor kunnen alsnog enorme volumes ontstaan. De gemeente zal daarom een kwaliteitstoets uitvoeren die een beoordeling mogelijk maakt van de wenselijkheid op basis van volume, locatie en positionering in samenhang. Verbrede landbouw/combinatiefuncties Verbreding van landbouwbedrijven is niet alleen belangrijk voor de versterking van landbouwbedrijven zelf maar ook bij functieverandering. Van verbrede landbouw is sprake als: • De nevenfunctie een bijdrage levert aan het inkomensniveau • De nevenfunctie ondergeschikt is aan de hoofdfunctie • De nevenfunctie verbonden is aan het agrarisch perceel Bij verbreding maakt de gemeente geen onderscheid in de functie landbouw en de andere functie.
Het is aan de agrariër zelf te bepalen in welke mate de ene functie meer opbrengt dan de andere functie. De gemeente stelt bij toepassing van verbrede landbouw, het respecteren van cultuurhistorische- en landschappelijke waarden als voorwaarde. Westbeemster Binnen de bebouwde kom bevinden zich zes agrarische bedrijven, die als gevolg van steeds verder aanscherpende stankwetgeving zouden worden beperkt in hun eventuele groei. Door de aanwezigheid van agrarische bedrijven in de bebouwde kom zijn eventuele woningbouwplannen tot mislukken gedoemd. Boer en burger “gijzelen” elkaar.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
32
Bestaande beleidsambities
Kernkwaliteiten zichtbaar maken De Beemster laat zich als werelderfgoed moeilijk “lezen” als men in het gebied zelf staat. Dit beeld wil ze verbeteren. Hoofdlijnen voor de Beemster • De Beemster als werelderfgoed instandhouden en toegankelijk en beleefbaar/leesbaar maken. • De Beemster ontwikkelen als hoogwaardig agrarisch productiegebied en woon- en werkgebied. •
De Beemster bestaat in grote lijnen uit drie gebieden: het gebied met de strakke geometrie, het meer gesloten zuidwestelijk deel (tuindersgebied) en een oud veenweidegebied Kruisoord (het enige gebied binnen de ringdijk dat al land was.
Kernkwaliteiten • De grote openheid van het landschap. • De inrichting van het cultuurhistorische wegen- en waterpatroon. • De bufferzone: dijk en ringvaart. • Het beschermd dorpsgezicht van Middenbeemster. • De wegen met laanbeplanting. • Monumentale stolpen en archeologische waarden. Ambities • Behoud en herstel van het landschapspatroon. • Tegengaan van verrommeling. • Behouden en versterken van de ruimtelijke structuur en karakteristiek. • Recreatie en duurzaamheid versterken. • Oplossen mobiliteitsdruk binnen neutraal raster. • De recreatieve ‘lusthof’ functie van het gebied vergroten. • Mogelijkheden voor passende duurzame energiewinning. • Verdere profilering van de gemeente in de agrofood sector. • Schaalvergroting agrarische sector onder voorwaarden tot 2 hectare toestaan. • Mogelijkheden voor verbreding. • Geen groei woonfunctie in het buitengebied. • Agrarische bedrijven uit kernen uitplaatsen. Gouden regels toepassen bij initiatieven • De Beemster is werelderfgoed en daarom moeten alle nieuwe ontwikkelingen voldoen aan de criteria van ‘Des Beemsters’. Dat houdt in dat elk ruimtelijk initiatief (bebouwing, water, wegen, landschap) opgevat moet worden als ontwerpopgave met de cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten van De Beemster als uitgangspunt.
• De Beemster is een werkpolder: binnen de historisch bepaalde hoofdstructuur moet (ruimtelijke en functionele) verandering mogelijk zijn. • De hiërarchie in de ruimtelijke structuur is van groot naar klein: van De Beemster als geheel naar het architectonisch detail. • De landschappelijke openheid is een belangrijke, maar kwetsbare kwaliteit van De Beemster. De droogmakerij bestaat visueel-landschappelijk uit een aantal ‘kamers’, begrensd door randen met bebouwing en opgaande beplanting: de dorpen, de beboomde wegen met agrarische erven en de ringdijk. Eventuele verdichting in het buitengebied vindt alleen plaats in dezelfde zones en langs dezelfde wegdelen waar nu bebouwing staat. De openheid van de kamers blijft zo gewaarborgd. • Het hiërarchisch opgebouwde watersysteem, lopend vanaf de kavelsloten via het grid van de hoofdafwatering tot de Beemsterringvaart, is de blauwdruk voor de structuur. Dit watersysteem, zoals in kaart vastgelegd op de Kopergravure (1644), moet gerespecteerd worden, zowel het tracé als het dwarsprofiel.
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
•
• • • • •
33
De wegen vormen de functionele ontsluitingsstructuur van De Beemster en begrenzen de ‘landschappelijke kamers’ van de polder. De wegprofielen zijn van essentieel belang: de weg zelf, bermen en eventuele taluds, de doorgaande boomstructuur, flankerende sloten. Het erf is de ordenende bouwsteen van het buitengebied. Erfinrichting en bebouwing zijn onlosmakelijk verbonden met De Beemster als geheel. Bebouwingsstructuren worden vanuit het grotere geheel benaderd: vanuit het landschap naar de bebouwing. De randen van de dorpskernen zijn van groter belang dan de binnengebieden. Middenbeemster is vanuit cultuurhistorisch oogpunt de belangrijkste bebouwde structuur en moet letterlijk als middelpunt van De Beemster herkenbaar blijven. Forten en stolpen worden als gestolde cultuurhistorische artefacten in stand gehouden. Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid is intensief waar het moet: namelijk op alles wat ‘Des Beemsters’ is en raakt aan deze Gouden Regels; en neutraal waar het kan: op alle overige aspecten.
2.3.2. Bestemmingsplan Buitengebied 2012 (2013)
Vrijwel het gehele buitengebied is in 1 bestemmingsplan opgenomen 8. Het gebied kent de volgende waarden op structuurniveau: • assenkruis van Middenweg en Middensloot; • orthogonaal patroon van wegen en water (inclusief profielen, o.a. twee dijken); • stelsel van tochten, sloten en ringvaart (water/bemaling); • bomenlanen en perspectiefwerking; • blokmodules, grid van 926 x 926; • neutraal ruimteschema, zonder hiërarchie; • blokken van 1852 x 1852 tot 185 x 926 (perceel) en aanpassingen richting amorfe vorm van dijk/ringvaart (mantel). Harmonisch, modulair vierkant; • oriëntatie van percelen; • occupatiepatroon op de koppen van de percelen, als gevolg van de oriëntatie van de percelen; • openheid en weidsheids (ruimtelijk patroon); • kruispunten en plein(en).
Afbeelding Ruimtelijk patroon van de Beemster en de gebiedsindeling
8 https://www.beemster.net/content/bestemmingsplan-buitengebied-2012-0
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
34
Bestaande beleidsambities
Waarden op erfniveau In de huidige inrichting en opzet van de agrarische erven in de Beemster is een samenhangende (beeld)karakteristiek waarneembaar. In hoofdzaak (nog) herleidbaar vanuit historische inrichtingsprincipes, mede gebaseerd op de renaissance idealen. De karakteristieke wijze van het inrichten van het Beemster erf is terug te voeren op negen kernkwaliteiten of spelregels. Gezamenlijk bepalen zij de samenhangende en unieke ruimtelijke beleving en identiteit van de Beemster op erfniveau. Kernkwaliteiten op erfniveau zijn vastgelegd in de rapportage “Beemster ervenis WereldERFgoed, Ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf.” 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
8. 9.
mathematische organisatie: De relatie tussen mens/gebruik en ruimte wordt via een geometrisch matenstelsel afgewikkeld. Kenmerkend voor de droogmakerij, maar ook bruikbaar voor de inrichting en de organisatie van het erf. open representatieve voortuin: Het voorerf wordt tot aan de achtergevel van de woning vrij gehouden van (bij)gebouwen. Over een representatieve tuin, hét visitekaartje van de bewoners, heeft men vrij zicht op de woning. zonering in gebruik: Het voorste gedeelte van de erf wordt gebruikt als tuin. Di-rect achter de achtergevel is een zone waarin het arbeidsintensieve en gemengde gebruik plaatsvindt. Vervolgens staan achterop het erf de grotere bedrijfsgebouwen. erfpad, brug, entreemarkering en bomenlaan: Uniek voor de Beemster is het ensemble van toegangsbrug, poort (met hek), poortwachters (bomen) en een recht erfpad met zicht op het achterliggende landschap. afbakening erf: Erven worden duidelijk afgebakend. Dit gebeurt met een sloot en streekeigen erfbeplanting vaak bestaand uit in ieder geval een enkele bomenrij op de rand van het erf. Alle bouwwerken zijn compact gesitueerd binnen het bouwvlak. stolp (of woning) met pronkgevel: Karakteristiek is de stolp (of woning) in een vooruitgeschoven positie voor op, en historisch gezien midden op, de kavel.
Vaak hebben de stolpen een verbijzonderde ‘stadse’ voorgevel, met een verbijzondering centraal in de gevel (symmetrie). kleine bijgebouwen direct achter achtergevel: In een zone direct achter de woning staan de kleinere bijgebouwen en/of bedrijfsgebouwen. In sommige gevallen is er sprake van een aangebouwde schuur (staart). In andere gevallen zijn het vrijstaande bouwwerken. Wel zijn zij ruimtelijk in balans met de woning. grote bijgebouwen achter op het erf: De, vaak vrij recent gebouwde, grote bedrijfsgebouwen zijn op enige afstand van de woning gesitueerd. Het zijn gebouwen ten behoeve van de (moderne) bedrijfsvoering in directe verbintenis met het (productie)landschap. boomgaard en solitaire bomen: Verspreid in de Beemster komen erven voor met een fraaie boomgaard voor op het perceel. Soms zelfs met sloot omrand. Vaker nog zijn prachtige monumentale bomen op het voorerf geplaatst. Soms zelfs bloeiend en niet streekeigen.
Waarden op gebouwniveau of bebouwingsensemble Het gebied kent de volgende waarden op gebouwniveau of bebouwingsensemble: • molengangen/molens; • buitens; • forten; • monumentale of beeldbepalende stolpboerderijen. Van zowel de molens als de buitens zijn slechts nog restanten aanwezig of in de ondergrond leesbaar. Wellicht dat vanuit historisch perspectief op deze plekken nieuwe initiatieven ontplooid zullen worden die teruggrijpen op deze cultuurhistorisch waardevolle plekken. Op dit moment is dit niet aan de orde. De forten van de Stelling van Amsterdam zijn bijzondere historische relicten die onderdeel uitmaken van een militair-landschappelijke stelsel. Stolpen zijn voor de Noord-Holland en specifiek voor de Beemster kenmerkende bouwwerken. Zij passen in de renaissance-idealen, zo is het grondvlak vierkant, is de opbouw symmetrisch en gaat het symmetrische piramidedak op in de hemel. Daarmee vertaalt het grote vierkantspatroon in de polder zich rechtstreeks naar de maat van het erf en de daarop geplaatste stolp.
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
35
Bescherming op structuurniveau • waterlopen en wegenpatroon van de Kopergravure zijn direct bestemd; • zichten worden behouden doordat bebouwingsmogelijkheden strikt zijn vastgelegd en beperkt. Verhouding open – gesloten blijft, ten opzichte van bestaande rechten, minimaal behouden en waar mogelijk verkleind; • water, wegen (lanen) en dijken worden gekoppeld aan vastgelegde profielen; • ringvaart en ringdijk : bestemming Groen en dubbelbestemming Waterkering; • in de dubbelbestemming ‘Waarde - Cultuurhistorie’ is de bescherming en het vastleggen van de bestaande situatie het uitgangspunt, gecombineerd met: • erkenning van de bijzondere waarden; • toets aan landschappelijk en cultuurhistorische waarden; • ontwikkelingsruimte alleen mogelijk via ontheffing; • specifieke bestemmingen voor de afwijkende functies in het gebied (niet agrarische of wonen); • zonder aanlegvergunning niet afgraven/ ophogen. • dwarsdoorsneden voor het merendeel van de wegen, legt het kenmerkende profiel vast.
Figuur Vereenvoudigde weergave verbeelding, verbeeldt de bescherming op structuurniveau Bescherming op erfniveau In het beleidskader “Beemster ervenis WereldERFgoed, Ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf” is een integrale leidraad ontwikkeld gemaakt en zijn de verschillende voorgaande studies gebundeld tot één integrale waardebepaling en vervolgens concreet ruimtelijk ontwikkelingskader voor de agrarische erven. Voor zover mogelijk en als harde randvoorwaarde opgenomen, zijn de kernkwaliteiten van de agrarische Beemster-erven in het bestemmingsplan vastgelegd. Dit ter bescherming van de bestaande kwaliteiten op structuur en erfniveau. De stringente regelingen hebben hoofdzakelijk betrekking op het voorerf. Op het achtererf wordt juist de ruimte geboden voor de agrarische bedrijfsvoering. In het ruimtelijk beleidskader is de ruimtelijke kwaliteit voor het Beemster-erf ook uitgewerkt voor de tendensen van schaalvergroting en schaalverkleining in de agrarische sector, waarin ook aandacht voor
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
36
Bestaande beleidsambities
eventuele verbreding (recreatie, zorg, kantoor-aan-huis, hobbyboer e.d.) of functieverandering naar wonen (bij bedrijfsbeëindiging). Zowel bij wijzigingsbevoegdheden als bij ontheffingen zitten aanvrager en gemeente in een vroegtijdig stadium aan tafel om gezamenlijk de inrichting van het erf te bepalen. Om voor wijzigingsbevoegdheden (schaalvergroting) of ontheffingen in aanmerking te komen is een goedgekeurd inrichtingsplan vereist. Dit inrichtingsplan zal, evenals de benodigde omgevingsvergunning, worden getoetst op de in ontwikkeling zijnde omgevingsnota (herziening en verbreding welstandsnota). Het ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster-erf wordt, naast de juridische regelingen in het bestemming ook in de Omgevingsnota verankerd. Zo vormen bestemmingsplan en omgevingsnota het gezamenlijk beoordelingskader bij deze en andere initiatieven waarvoor een omgevingsvergunning is vereist. De gemeente Beemster heeft sterk gestuurd op een nauwe relatie van beide planinstrumenten, zij vormen gezamenlijk het ruimtelijk kwaliteitsinstrumentarium van de gemeente. Drie verschillende situaties worden onderscheiden: bestaande situaties, veranderingen op het bestaande erf met behoud van functie en bouwvlak/bedrijfsgrootte en nieuwvestiging of schaalvergroting, schaalverkleining of verbreding.
In alle drie de gevallen geldt dat bestaande waarden het uitgangspunt vormen bij verandering. De erfinrichtingsprincipes gelden voor het gehele buitengebied van de Beemster, uitgezonderd de polder Kruisoord. Daarnaast wordt voor de Nekkerzoom, rekening houdend met deze erfinrichtingsprincipes, een verbijzonderd (beeld)kwaliteitskader opgesteld.
Figuur Bestemmingsplan Buitengebied 2012 Hoofdlijnen voor Beemster • De ruimtelijke structuur is beschermd, daarbinnen zijn mogelijkheden onder voorwaarde van ruimtelijke kwaliteit. • De stringente regelingen hebben hoofdzakelijk betrekking op het voorerf. Op het achtererf wordt juist de ruimte geboden voor de agrarische bedrijfsvoering. • Het is hoofdzakelijk een rationeel agrarisch gebied met uitzondering van Kruisoord. • De A7, N244, N243 en een hoogspanningsleiding houden zich niet aan de structuur van de Beemster. Ook valt een groengebied aan de zuidwestkant van Middenbeemster met ronde randweg op • Er is voorgesorteerd op afronding vierde kwadrant Middenbeemster. Dit past binnen de structuur
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
• •
37
Er zijn meer kleinschalige en gemengde functies in de Nekkerzoom. Dit past binnen de structuur (tuindersgebied) De molens en buitens weer zichtbaar/leesbaar/beleefbaar maken?
2.3.3. Omgevingsnota Beemster 2012 (2012)
Het doel van de Omgevingsnota 9 (welstandsnota) is het behouden en stimuleren van de ruimtelijke kwaliteit. De Beemster is werelderfgoed. De Gemeente Beemster is als lokale overheid samen met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier eerst verantwoordelijke voor het behoud van die uitzonderlijke kwaliteiten. Uiteindelijk is de Staat eindverantwoordelijke voor de Nederlandse werelderfgoederen. Maar De Beemster is geen museum, het gebied moet ook blijven functioneren in deze tijd. In dialoog met bewoners en ondernemers maakt het gemeentebestuur bij elke gewenste of noodzakelijke ingreep in de ruimte een afweging: kan het voorgestelde plan op die plek gerealiseerd worden zonder schade aan het werelderfgoed, en zo ja, hoe moet het dan worden uitgevoerd. Dit vraagt een zorgvuldig proces. Geen twee ingrepen zijn aan elkaar gelijk omdat de context altijd anders is. Ieder plan moet specifiek ontworpen, ontwikkeld en beoordeeld worden. De gemeente voert daarbij de regie, en dat is de essentie van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. Er worden drie regieniveaus onderscheiden: Beschermend: bij veranderingen en ontwikkelingen aan of nabij aangewezen monumenten of in het beschermde gezicht, is de regie gericht op het beschermen van die waarde. Nieuwe ontwikkelingen zijn mogelijk mits ze de te beschermen waarden ondersteunen.
Bij beschermende regie is vaak – maar niet altijd – sprake van bescherming via de Monumentenwet. Bijzonder: bij veranderingen en ontwikkelingen op plekken die primair ‘Des Beemsters´ zijn, is de regie gericht op het accentueren van de bijzonderheid: de betekenis van de ingreep voor de omgeving en zelfs voor De Beemster als geheel. Licht: bij veranderingen of ontwikkelingen in de binnengebieden is de regie gericht op het voorkomen van ingrepen die ernstig afbreuk zouden doen aan de ruimtelijke kwaliteit. In deze woon- en werkgebieden is de vrijheid voor burgers en ondernemers groter. Omdat de meerderheid van de inwoners van de gemeente in deze binnengebieden woont, betekent deze indeling voor de meerderheid van de bevolking meer vrijheid dan de huidige welstandsnota biedt.
9
https://www.beemster.net/sites/default/files/Omgevingsnota%20Beemster%202012%20%28welstandsnota%29_0.pdf
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
38
Bestaande beleidsambities
Figuur Overzicht gebieden en regieniveaus Hoofdlijnen voor Beemster • De Beemster is werelderfgoed. De Gemeente Beemster is als lokale overheid samen met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier verantwoordelijk voor het behoud van die uitzonderlijke kwaliteiten. Maar De Beemster is geen museum, het gebied moet ook blijven functioneren in deze tijd. • In dialoog met bewoners en ondernemers maakt het gemeentebestuur bij elke gewenste of noodzakelijke ingreep in de ruimte een afweging: kan het voorgestelde plan op die plek gerealiseerd worden zonder schade aan het werelderfgoed, en zo ja, hoe moet het dan worden uitgevoerd. Dit vraagt een zorgvuldig proces. Geen twee ingrepen zijn aan elkaar gelijk omdat de context altijd anders is. Ieder plan moet specifiek ontworpen, ontwikkeld en beoordeeld worden. De gemeente voert daarbij de regie, en dat is de essentie van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid. • Alleen in binnengebieden geldt een licht welstandsregime, voor de rest gelden kopergravure, gouden regels, erfregels en regels voor het beschermd dorpsgezicht Midden Beemster.
2.3.4. Beemster ervenis WereldERFgoed, 2010
In de rapportage Beemster ervenis WereldERFgoed, Ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf 10, worden de kernkwaliteiten van het Beemster Erf benoemd en verbeeld. De Beemster is een duidelijk begrensd en authentiek voorbeeld van een ontworpen en geregisseerd landschap volgens de klassieke en Italiaanse 17e eeuwse stijl-idealen. Het droogmakerijlandschap illustreert een belangrijk stadium van de ontginningsgeschiedenis van Nederland. Het is een internationaal voorbeeld van het tegengaan van overstromingen, creëren van nieuwe landbouwgrond én een veilige investering voor Amsterdamse kooplieden. Om deze redenen is de Droogmakerij de Beemster UNESCO werelderfgoed. De borging van de kernkwaliteiten van de Beemster, naast UNESCO werelderfgoed ook Nationaal Landschap en Belvedèregebied, verdient aandacht en versteviging.
10
https://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=1&cad=rja&uact=8&ved=2ahUKEwi5dLv_qvmAhXB0aQKHXEPC_4QFjAAegQIAhAC&url=https%3A%2F%2Fgemeentebestuur.beemster.net%2FVergaderingen%2FRaadsc ommissie%2F2011%2F23-maart%2F19%3A30%2FBehandelen-voorontwerpbestemmingsplan-Buitengebied-2011%2FRuimtelijkKwaliteitskader-Beemster-Erven.pdf&usg=AOvVaw05tl_--KeCi7p6CogR3H5z
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
39
Tot kort geleden heeft het krachtige structurele raamwerk de dynamiek van moderne trends en ontwikkelingen kunnen absorberen. In de afgelopen decennia is er spanning ontstaan tussen de, diversiteit en intensiteit van de, actuele dynamiek en het raamwerk. Duidelijk is geworden dat ook de kwaliteiten op onderliggende schaalniveaus hun invloed hebben op de waardering van ruimtelijke (structuur)kwaliteit van de Beemster. Op structuurniveau zijn de kernkwaliteiten in verschillende documenten en nota’s benoemd en vastgelegd. Op onderliggende niveaus zijn zij minder eenduidig. Ook de relatie tussen structuur en erfniveau wordt gemist. Juist op deze niveaus vindt de (economische) dynamiek plaats. Voor de bescherming en ontwikkeling van waarden op erf- en perceelsniveau bestaat nu nog geen kwaliteitsinstrumentarium. Kernkwaliteiten van het Beemster Erf De huidige Beemstererven hebben een eigen karakteristiek beeld en erfinrichting. Dit komt door enkele erfinrichtingsprincipes die regelmatig voorkomen en vaak vanuit het verleden al werden toegepast. Gezamenlijk geven zij vorm aan het samenhangende beeld en identiteit in de Beemster. Het kader richt zich op de agrarische erven. Zij zijn in de Beemster dominant en beeldbepalend. Het is kenmerkend dat gebruik en erfinrichting onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Bij ander gebruik dan de agrarische functie, gelden eigen wetmatigheden met eigen organisatie, bebouwing en inrichting van het erf tot gevolg. Op dit moment is geen eenduidig kwaliteitskader opgesteld voor ander gebruiksvormen en wordt daarom bij het inrichten van niet-agrarische erven gevraagd om maatwerk. De huidige bedrijfsvoering heeft ca. 1 hectare bouwvlak en een erfbreedte van ongeveer 90 meter (60120 m.) breed. Bij schaalverkleining zal terug worden gepakt op de historische erfbreedte van 45 meter (30-60 m.) Bij schaalvergroting is de Kopergravure maat van 180 meter de maximale erfbreedte.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
40
Bestaande beleidsambities
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
41
De ruimtelijke structuurwaarden zijn; • rationele ordening (grid) in een vastgesteld systeem van regels met betrekking tot verhoudingen en vormkeuzen; • perspectief van lange lijnen (waterlopen, laanbeplanting en iets verhoogd liggende wegen) in het landschap en de invloed daarvan op de ruimtelijke ervaring; • klassieke elementen en symmetrie; • assenkruis met Middenbeemster op kruising van wegen; • openheid en weidsheid van het landschap;
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
42
Bestaande beleidsambities
• • •
gebruik als agrarisch productielandschap; gemalen en molengangen; ringvaart en ringdijk.
Een deel van de structuurwaarden vraagt om borging op perceelsniveau. In onderstaand kaartbeeld wordt dit ruimtelijk kader verbeeld; • vrije zicht ruimte ter hoogte van de tochtsloten (926 m lijnen); • doorzichten ter hoogte van Kopergravure sloten (185 m lijnen); • behoud en ontwikkeling van het slotenpatroon van de Kopergravure; • van bebouwde erven is alleen sprake op de koppen van de percelen; • verdichting met kleinere, intensievere percelen ter hoogte van de kruispunten; • langs wegen aan de lengterichting van de percelen mogen ter hoogte van de kruispunten alleen ondiepe erven (max. 90 m) (her)ontwikkeld worden. Dit geldt voor de eerste 90 meter, voor de daarop volgende 90 meter, mag het erf maximaal 180 meter diep zijn.
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
43
Hoofdlijnen voor Beemster • De relatie tussen structuur en erf is vastgelegd. Zowel de structuur als de erfinrichting zijn waardevol (figuur gebiedsindeling en ruimtelijke structuur en figuur kernkwaliteiten Beemster erf). De ruimtelijke structuurwaarden zijn: • rationele ordening (grid) in een vastgesteld systeem van regels met betrekking tot verhoudingen en vormkeuzen; • perspectief van lange lijnen (waterlopen, laanbeplanting en iets verhoogd liggende wegen) in het landschap en de invloed daarvan op de ruimtelijke ervaring; • klassieke elementen en symmetrie; • assenkruis met Middenbeemster op kruising van wegen; • openheid en weidsheid van het landschap; • gebruik als agrarisch productielandschap; • gemalen en molengangen; • ringvaart en ringdijk. Een deel van de structuurwaarden is geborgd op perceelsniveau: • vrije zicht ruimte ter hoogte van de tochtsloten (926 m lijnen); • doorzichten ter hoogte van Kopergravure sloten (185 m lijnen); • behoud en ontwikkeling van het slotenpatroon van de Kopergravure; • van bebouwde erven is alleen sprake op de koppen van de percelen; • verdichting met kleinere, intensievere percelen ter hoogte van de kruispunten;
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
44
Bestaande beleidsambities
•
langs wegen aan de lengterichting van de percelen mogen ter hoogte van de kruispunten alleen ondiepe erven (max. 90 m) (her)ontwikkeld worden. Dit geldt voor de eerste 90 meter, voor de daarop volgende 90 meter, mag het erf maximaal 180 meter diep zijn.
• •
Er zijn mogelijkheden voor schaalvergroting en verkleining in agrarisch gebruik. Functiewijziging is altijd maatwerk. De ruimte is namelijk specifiek ingericht voor agrarisch gebruik.
2.3.5. Beleidsnota zonnepanelen in Beemster 2019
De mogelijkheden voor zonne-energie zijn in de Beleidsnota zonnepanelen 11 vastgelegd. De cultuurhistorische waarde van de droogmakerij is nauw verbonden met de agrarische functie. De Beemster is 400 jaar geleden drooggelegd ten behoeve van de voedselproductie en heeft die hoofdfunctie altijd behouden. Zonder landbouw zou het landschap betekenisloos zijn. Bestuurlijk is er de ambitie om een moderne agrarische bedrijfsvoering te verbinden met het cultuurhistorisch uiterst waardevolle landschapsbeeld. Daar zijn soms concessies over en weer voor nodig. Concessies aan het landschapsbeeld komen altijd op een zeer zorgvuldige wijze tot stand, en vinden hun legitimatie in een voortgezet agrarisch gebruik. Tot 'agrarische activiteiten' wordt gerekend de voedselproductie en de sierteelt. Energiewinning valt daarbuiten, tenzij de gewonnen energie direct bedoeld is voor het agrarische bedrijf. Bij een gezond toekomstperspectief op de lange termijn voor de agrarische sector, hoort verduurzaming van de bedrijfsvoering. Gebruik van hernieuwbare energie is daar onderdeel van. Specifiek voor agrarische bedrijven worden de volgende beleidsregels gehanteerd in het kader van een afwijking van het bestemmingsplan. Beleidsregel 1: De mogelijkheid voor grondgebonden zonnepanelen in het agrarische buitengebied wordt beperkt tot de agrarische bouwvlakken zoals opgenomen in het bestemmingsplan.
Beleidsregel 2: Plaatsing van grondgebonden zonnepanelen wordt toegestaan indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: • de verwachte energieopbrengst komt ten goede aan de energiebehoefte van het betreffende agrarische bedrijf; • de daken van stallen, schuren en andere agrarische bedrijfsgebouwen bieden geen of onvoldoende mogelijkheden; • de plaatsing van zonnepanelen volgt de ontwerprichtlijnen die zijn geformuleerd voor Beemstererven. Beleidsregel 3: 'Duurzame agrarische bedrijfsvoering' wordt benoemd tot mogelíjk motief om over te gaan tot uitbreiding van een bouwvlak. Acceptatie van zonnepanelen als agrarische bedrijfsbebouwing (onder de genoemde voorwaarden), betekent dat het in principe mogelijk moet zijn om een agrarisch bouwvlak van ongeveer één hectare uit te breiden om zonnepanelen te plaatsen. Gelet op provinciale regelgeving, begrenst het bestemmingsplan Buitengebied 2012 de maximale omvang van een bouwvlak tot 1,5 hectare" ln beroep is de wijzigingsbevoegdheid tot vergroting van het bouwvlak tot 1,5 hectare in het bestemmingsplan Buitengebied 2012 op formele gronden vernietigd. Echter gelet op de provinciale regelgeving blijft ínhoudelijk (materieel) een vergroting tot maximaal 1,5 hectare in het kader van een projectafwijking of een bestemmingsplan een reële mogelijkheid.
11
https://www.beemster.net/sites/default/files/Zonnepanelen%20in%20Beemster%20beleidsnota%2Bbijlagen%20vastgesteld.pdf
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
45
Nadat het bestemmingsplan Buitengebied 2012 is vastgesteld, is de provincíale regelgeving bovendien verruimd. Bestemmingsplannen mogen in gebieden voor gecombineerde landbouw', waaronder Beemster, nu bouwvlakken van 2 hectare toestaan, als er een goed bedrijfsplan ligt dat de noodzaak van de uitbreiding aantoont. De energiebehoefte van het bedrijf kan deel uitmaken van een bedrijfsplan. Deze 2 hectare, die ook het uitgangspunt van de ervenstudie was, kan voor dit doel wenselijk zijn. Uit de huidige regelgeving blijkt niet dat verduurzaming van de agrarische bedrijfsvoering een argument kan zijn om tot uitbreiding van het bouwvlak over te gaan. De gemeente maakt dat expliciet, omdat de landbouw een wezenskenmerk van de Beemster is en verduurzaming de toekomstige positie van de landbouw structureel verbetert. Hoofdlijnen voor Beemster • Zonder landbouw zou het landschap betekenisloos zijn. De landbouw moet verduurzamen. Het raamwerk moet daarvoor ruimte bieden. • Zonnepanelen worden toegestaan binnen agrarische bouwpercelen. Op stolpen is nu nog niet mogelijk (wacht op geïntegreerde oplossingen). • Vergroting van bouwpercelen tot 2 ha is mogelijk ten behoeve van duurzame energieopwekking voor de eigen energiebehoefte van het agrarisch bedrijf.
2.3.6. Uitvoeringsagenda Duurzaamheid Beemster 2019-2022 (2019)
In het coalitieakkoord 2018 - 2020 en in de programmabegroting 2018 zijn concrete acties en doelstellingen ten aanzien van duurzaamheid benoemd over de volgende onderwerpen: • Opstellen warmtetransitieplan. • Klimaatadaptatie. • Circulaire economie. • Duurzame nieuwbouw. • Afval wordt grondstof. • Duurzaam gemeentelijk beheer en inrichting. • Benutten subsidiemogelijkheden. • Energietransitie • Regionale Energiestrategie. In dit ‘Uitvoeringsplan Duurzaamheid’ 2019 – 2022 zijn de kaders uit het coalitieakkoord en de programmabegroting uitgewerkt in 6 strategische thema’s. Bij elk thema zijn concrete doelstellingen en activiteiten geformuleerd. Regionale Energiestrategie Regio Zaanstreek Waterland De gemeente Beemster ligt in de deelregio Zaanstreek Waterland. Eerste stap die nu wordt doorlopen is het opleveren van een ‘deel RES’ Zaanstreek-Waterland. De gemeente Beemster neemt deel aan dit proces dat inzicht moet leveren hoe de regio kan voorzien in haar eigen aanbod, wat zij nodig heeft van de gemeente en wat zij kan betekenen voor de gemeente op het gebied van niet-fossiele energievoorziening. Landbouw en landgebruik, biodiversiteit Dit thema heeft in de Beemster raakvlakken met het Werelderfgoed, de agrarische sector, buitengebied, openbare (buiten)ruimte, duurzaamheid en economische zaken. Bij de aanpak hebben daarom vele partijen een rol.
Dan gaat het om de boeren, tuinders en terreinbeheerders. Het gaat ook om voedselverwerkers, toeleveranciers, supermarkten en maatschappelijke organisaties (ngo’s). Die gaan aan de slag om de uitstoot van broeikasgas te verminderen en de opslag van CO2 te vergroten. Dan zijn er ook nog randvoorwaarden. Er moet genoeg voedsel en gewassen geproduceerd worden met behoud van de biodiversiteit. Ook moet de sector economisch gezond blijven.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
98004.20191860
46
Bestaande beleidsambities
Beemster wil ten minste aansluiten bij de afspraken zoals die inmiddels op landelijk niveau zijn gemaakt. Vanuit het college is overleg gestart met LTO om met elkaar te bezien wat mogelijk is binnen het spanningsveld van de economische situatie en de milieueisen. De belangrijkste zijn: • Er komen in 2019 plannen om mest van koeien, varkens, geiten en kippen anders te verwerken. Mest zorgt namelijk voor het krachtige broeikasgas methaan. Dit begint in de stal waar mest anders wordt verwerkt. Ook aangepast diervoer zorgt voor minder methaanuitstoot. • Stallen en landbouwmachines worden zuiniger. • De landbouw moet meer circulair worden. • De glastuinbouw gaat van het gas af. Verwarming gebeurt met aardwarmte of restwarmte van de industrie. De CO2 voor het groeien kasplanten komt van fabrieken die hun CO2 afvangen in plaats van uitstoten. Dit is een vorm van het zogenoemde Carbon Capture and Usage (CCU). • Bedrijven nemen zelf het voortouw met maatregelen, en zullen daarop ook worden afgerekend. Er zijn afspraken gemaakt over financiering van maatregelen. • Ook anders met land omgaan scheelt CO2-uitstoot. • Veen moet natter blijven, dan komt er minder broeikasgas vrij. • Met andere manier van bewerken kan landbouwgrond meer CO2 opslaan. • Met minder ontbossing zijn er meer bomen om CO2 op te nemen. • Bedrijven en organisaties gaan mensen stimuleren minder voedsel te verspillen.
• Minder vlees eten ten gunste van plantaardige eiwitten helpt ook. • De landbouw kan ook biomassa produceren. Ten eerste om daar grond vruchtbaar mee te houden. Het kan gebruikt worden als diervoer of ander voedsel. De volgende toepassing is als grondstof voor de chemie. Tenslotte kan je het verbranden voor warmte of om er stroom mee op te wekken.
Figuur Infographic landbouw en landgebruik Naast genoemde punten blijven de Algemene uitgangspunten opgave Duurzaamheid van de gemeente Beemster zoals opgenomen in het Uitvoeringsplan Duurzaamheid Beemster 2015-2018 van kracht.
98004.20191860
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
Bestaande beleidsambities
47
Strategische Thema’s
Relevante activiteiten • Circulaire economie is uitgangspunt bij het gemeentelijk beheer en inrichting (o.a. slimme energiebesparende straatverlichting en goed onderhoud van het openbare groen). • De biodiversiteit wordt bevorderd en de openbare ruimte wordt ecologisch beheerd. • Onderzoek naar lokale stromen van afval/grondstoffen bedrijven t.b.v. circ. economie, gevolgd door ‘van grondstof naar markt’ en de daarbij passende meest efficiënte vorm van afvalscheiding. • Tegengaan verarming landbouwgronden. • De omschakeling naar circulaire economie en landbouw wordt gestimuleerd. • Jaarlijks wordt in samenwerking met de Beemster ondernemers een duurzaamheidsevenement (energiemarkt, workshop, themabijeenkomst, e.d.) georganiseerd. De biodiversiteit wordt bevorderd en de openbare ruimte wordt ecologisch beheerd. • Sanering asbestdaken landbouwbedrijven. • Stimulering zonnepanelen op bedrijfspanden. • Opstellen van een warmteplan • Beemster sluit aan bij de ambitie van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptie. • Opstellen klimaatadaptieplan. • Circulaire economie is uitgangspunt bij het gemeentelijk beheer en inrichting (o.a. slimme energiebesparende straatverlichting en goed onderhoud van het openbare groen). De biodiversiteit wordt bevorderd en de openbare ruimte wordt ecologisch beheerd.