bestemmingsplan Zuiderweg 20 - Zuiddijk tussen 6 en 7.pdf
Tekst van het document
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
26
Door de afwezigheid van risicovolle activiteiten met gevaarlijke stoffen in de directe omgeving (bron: www.risicokaart.nl) van het bouwplan, voldoet de ontwikkeling aan de eis voor het plaatsgebonden risico (artikel 5 van het BEVI). Het plangebied ligt op ongeveer 830 meter vanaf de A7 en ligt derhalve ruim buiten het invloedsgebied van dit wegtracé. Uit het oogpunt van externe veiligheid is er geen belemmering voor de realisatie van het plangebied.
4.6.
Ecologie Per 1 januari 2017 is de Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). De natuur in Nederland wordt door de Wnb beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. In de Wnb blijft de bescherming van Natura 2000-gebieden vrijwel hetzelfde. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten komt te vervallen. Wel kunnen provincies ervoor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan de Ecologische hoofdstructuur (EHS) / het Natuurnetwerk Nederland (NNN) of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. Onder de Wet natuurbescherming vervallen de voormalige tabellen 1, 2 en 3 (Flora- en faunawet) waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kunnen voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten.
Om te bepalen of kan worden voldaan aan de Wet natuurbescherming is ecologisch onderzoek2 uitgevoerd. Gebiedsbescherming Voor de gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen met een hoge wettelijke bescherming. Hiervoor zijn Natura 2000-gebieden en gebieden onderdeel uitmakend van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) opgenomen. Het Natura 2000 netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en aangemeld onder de Habitatrichtlijn. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt
2
Blom Ecologie B.V., Quickscan Wet natuurbescherming Zuiderweg 20 te Zuidoostbeemster, BE/2020/876/r, Waardenburg, 10 december 2020
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
27
bescherming nodig hebben. De overkoepelende naam voor deze gebieden is "Natura 2000gebied". Het plangebied maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland en de Bijzondere Provinciale Landschappen. Op een afstand van circa 120 meter ligt het Natura 2000-gebied 'Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder'. Op een afstand van circa 650 meter ligt het Natuurnetwerk Nederland en op een afstand van circa 40 meter ligt het dichtstbijzijnde Bijzonder Provinciaal Landschap. Ondanks dat de beoogde ontwikkeling buiten die beschermd gebieden uitgevoerd wordt, kunnen er nog steeds effecten optreden. Voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) kan, gezien de ligging van de Zuiddijk aan de zuidzijde van het perceel tussen Zuiddijk 6 en Zuiddijk 7, op voorhand worden uitgesloten. De Zuiddijk vormt namelijk een barrière voor zulke verstoringen. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland en de Bijzonder Provinciale Landschappen geldt dat externe werking geen toetsingskader is. Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect sorteren op kwetsbare en gevoelige habitattypen. Derhalve is een Aerius-berekening3 uitgevoerd. Daarbij is als uitgangspunt gehanteerd dat ten opzichte de huidige situatie de beoogde ingreep niet leidt tot een netto toename van het aantal verkeersbewegingen.
De nieuwbouw zal zonder gasaansluiting in de gebruiksfase geen stikstofuitstoot hebben. Gedurende de aanlegfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en transportbewegingen (het 'projecteffect'). In de handreiking 'woningbouw en AERIUS' (Rijksoverheid januari 2020) wordt uitgegaan van de volgende kengetallen: emissie woning tijdens gebruiksfase: geen; emissie uit verkeer tijdens gebruiksfase: 0,27 kg NOx per woning; emissie uit de aanlegfase (mobiele werktuigen en transport): 3 kg NO x per woning. Uit de berekeningen is gebleken dat in de tijdelijke sloop- en aanlegfase de stikstofdepositiewaarde niet hoger zal liggen dan 0,00 mol/ha/jaar. Uit de berekening blijkt ook dat in de gebruiksfase de depositie niet meer dan 0,00 mol/ha/jaar zal bedragen. Stikstofemissie vormt derhalve geen belemmering voor de planontwikkeling. De wettelijke gebiedsbescherming vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Soortenbescherming Bij het onderzoek in verband met de soortenbescherming is alleen geconstateerd dat de woning aan de Zuiderweg 20 mogelijk een functionele betekenis heeft voor vleermuizen (als verblijfplaats). Derhalve wordt een aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd (voorjaar 2021), dat te zijner tijd zal worden gebruikt bij het verlenen van de sloopvergunning van de bestaande wo-
3
Blom Ecologie B.V., AERIUS berekening Zuiderweg 20 te Zuidoostbeemster, BE/2020/876/n/1, Waardenburg, 9 december 2020
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
28
ning. Indien er sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming kan het bevoegd gezag onder voorwaarden een ontheffing verlenen. De voorwaarden betreffen: er is geen andere bevredigende oplossing er is sprake van een wettelijk belang (vleermuizen: er is sprake van een reden van sociale of economische aan te voeren); en er wordt geen afbreuk gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de soort (een robuust en ruim maatregelenpakket van tijdelijke en permanente voorzieningen wordt hiertoe voorgesteld en uitgevoerd). Gezien de resultaten van de quickscan is er geen reden om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen, mits de juiste maatregelen worden getroffen, er sprake is van een gedegen alternatievenafweging en een wettelijk belang kan worden aangevoerd, niet verkregen zouden kunnen worden. De eventuele aanwezigheid van vleermuizen staat de realisatie van de vervangende woning aan de Zuiddijk in ieder geval niet in de weg. Voor de overige soortgroepen hebben beide planlocaties geen te beschermen waarde. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient uiteraard rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van foeragerende vleermuizen, rugstreeppadden en algemene broedvogels (in het kader van Algemene Zorgplicht). Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen.
Te treffen maatregelen Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (Zorgplicht). Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. Alle aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) gefaseerd verwijderen. Dit om bodembewonende dieren de kans te bieden in de nabijgelegen omgeving een ander leefgebied te benutten. Ook wordt aan andere dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, gelegenheid gegeven te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. De planlocatie wordt tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur minimaal verlicht; hierbij dient een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze te worden toegepast (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel) en de werkzaamheden dienen in de periode april - oktober tussen zonsopgang en zonsondergang uitgevoerd te worden (buiten schemerperiodes). De werkzaamheden opstarten/uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (medio maart tot en met medio juli). Indien de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een ter zake deskundige gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.
Indien dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties buiten het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden.
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
29
Conclusie In het onderzoek wordt geconcludeerd dat de sanering van de bebouwing en groenelementen aan de Zuiderweg 20 en de realisatie van een woning met toegangsweg, een schuur en een paardenbak aan het perceel tussen Zuiddijk 6 en Zuiddijk 7 uitvoerbaar is zoals bepaald in de Wro ( (artikel 3.1.6 Bro).
4.7.
Milieuzonering Algemeen In het bestemmingsplan staat het begrip "een goede ruimtelijke ordening" centraal. Ook het milieubeleid beoogt handhaving en bevordering van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Om dit te realiseren wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Milieuzonering heeft met name betrekking op milieuaspecten die een ruimtelijke dimensie hebben, te weten geur, stof, geluid en gevaar. Om de gemeenten een handreiking te bieden voor een verantwoord inpassen van bedrijvigheid of van gevoelige functies nabij bedrijven, heeft de VNG de handreiking 'Bedrijven en milieuzonering' opgesteld, die voor het eerst in 1986 verscheen en voor het laatst in 2009 is geactualiseerd. De milieuzonering wordt bepaald aan de hand van de richtafstandenlijst en omgevingstypen. In de richtafstandenlijst zijn bedrijven op grond van hun potentiële milieubelasting ingedeeld in zes categorieën. De categorie 1 staat voor de laagste potentiële milieubelastingen en de categorie 6 staat voor de hoogste potentiële milieubelasting.
Uit het vigerende bestemmingsplan blijkt dat er geen bedrijven in de omgeving van de Zuiddijk aanwezig, waarvan de richtafstand tot de bouwlocatie reikt. Onderzoek voor bedrijven en milieuzonering is derhalve niet noodzakelijk. Milieuzonering is daarom niet van invloed op het woon- en leefklimaat van de toekomstige bewoners van het plangebied.
4.8.
Water
4.8.1. Algemeen Sinds 1 november 2003 is de watertoets verplicht bij ruimtelijke plannen. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer en onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater.
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
30
Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn. 4.8.2. Vooroverleg HHNK Uit een e-mail4 van 2 mei 2019 van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) blijkt dat het perceel op dit moment onderdeel is van een zogenaamde bebouwingsvrije dijkstrekking, oftewel een gedeelte van de dijk met een aaneengesloten lengte van 50 meter of meer waar geen bebouwing aanwezig is. De Beleidsnota Waterkeringen 2012-2017 schrijft in hoofdstuk 6.4.2 voor dat bebouwingsvrije dijkstrekkingen onbebouwd blijven, omdat bouwwerken in het waterstaatswerk (de waterkering) en het profiel van vrije ruimte een nadelige invloed kan hebben op de veiligheid, beheer en onderhoud. Daarnaast kunnen ze toekomstige dijkverbeteringen bemoeilijken. Voor de geplande nieuwbouw houdt dit concreet in dat deze minimaal 5 meter uit de insteek van de dijksloot dient te worden geplaatst.
De berm van de waterkering (het gedeelte tussen de waterkering en de dijksloot) is naar het oordeel van HHNK voldoende breed voor een eventuele toekomstige versterking van de waterkering. De geplande nieuwbouw ligt hiermee binnen beschermingszone A van de waterkering. Hiervoor geldt dat een waterwetvergunning moet worden aangevraagd. Geadviseerd wordt met de volgende punten rekening te houden bij de nadere uitwerking van de plannen: het vloerpeil wordt bij voorkeur zo hoog mogelijk gekozen maar dient minimaal gelijk te zijn aan het bestaande maaiveldniveau; indien bebouwing wordt gefundeerd op palen dienen deze trillingsvrij en zonder verbrede voet te worden aangebracht; wanneer er plannen zijn om een kelder toe te passen kunnen hiervoor aanvullende voorwaarden worden gesteld. Indien dit het geval is nader overleg met HHNK gewenst; ontgravingen van het bestaande maaiveld dienen zoveel mogelijk beperkt te worden. voor het toepassen van bemaling kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld. Geadviseerd wordt om zoveel mogelijk gebruik te maken van een open bemaling. De nieuw te realiseren inrit valt binnen de kernzone, Beschermingszone A en het Profiel van Vrije Ruimte van de waterkering. Omdat een inrit een constructie is die relatief makkelijk te beheren en onderhouden is en een mogelijke dijkverbetering niet hoeft te bemoeilijken wordt dit
4
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, E-mail Vraag initiatiefnemer; nw. huis aan Zuiddijk, Zuidoostbeemster, Heerhugowaard, 2 mei 2019
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
31
door HHNK toegestaan. Ten behoeve van het realiseren van een aansluiting van het perceel op de Zuiddijk dient er rekening mee te worden houden dat er een watergang (de dijksloot) wordt gekruist die in het beheer van HHNK is. Het dijklichaam en de weg zijn eveneens in het beheer van HHNK. Voor het kruisen van de watergang, het medegebruik van het dijklichaam dient een watervergunning en inritvergunning te worden aangevraagd. Voor het realiseren van een inrit op de Zuiddijk dient een inritvergunning te worden aangevraagd. Voorwaarden voor beide zaken worden mede door de weg- en waterbeheerder van HHNK gesteld. HHNK stelt voor om bij de nadere uitwerking van de plannen hierover in overleg te gaan. De initiatiefnemers zullen de adviezen van HHNK opvolgen en waar nodig vroegtijdig met HHNK overleggen over de planontwikkeling.
4.9.
Verkeer en parkeren De realisatie van één woning extra aan de Zuiddijk leidt niet tot een onaanvaardbare toename van het verkeer. Uit paragraaf 6.3.3.2 van de ASVV2012 blijkt dat vrijstaande woningen in weinig stedelijk gebied in de het buitengebied 7,8 tot 8,6 autobewegingen per woning per etmaal genereren. Wanneer uitgegaan wordt van de worst case situatie betekent dit voor 1 woningen 8,6 autobewegingen per etmaal. Bij een spitsuurintensiteit van 10% betekent dit 0,9 auto's op het drukste uur van de dag oftewel minder dan één auto per uur. In het Parapluplan Parkeernormen Beemster 2018 wordt voor de te hanteren parkeernormen voor parkeren naar de meest recente parkeerkencijfers van ASVV (Aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom), om te bepalen of sprake is van voldoende parkeergelegenheid. In de genoemde kencijfers is een range aangegeven. Hierbij wordt uitgegaan van het gemiddelde (afronding naar boven). Parkeren vindt plaats op eigen terrein. Het perceel biedt daartoe genoeg ruimte. Zowel in de bestaande als de toekomstige situatie is dan ook voldoende parkeerruimte beschikbaar. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.10. Vormvrije mer-beoordeling Het Besluit ruimtelijke ordening stelt in artikel 3.1.1, onder f dat inzicht dient te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Bovendien dient het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit (tot vaststelling van het bestemmingsplan) de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (artikel 3.2 Algemene Wet Bestuursrecht). In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van het onderzoek dat is verricht ten behoeve van de in dit plan mogelijk gemaakte ontwikkelingen, zodat voldaan wordt aan de onderzoeksverplichtingen van het Besluit ruimtelijke ordening. Voorheen kon worden volstaan met de conclusie dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven.
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
32
De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aandacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. Sinds 16 mei 2017 is het op basis van artikel 7.17 Wet milieubeheer verplicht een aanmeldnotitie op te stellen wanneer sprake is van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. De aanmeldnotitie dient door het bevoegd gezag (in het onderhavige geval dus het college van burgemeester en wethouders voorafgaand aan de procedure van het ruimtelijke plan te worden vastgesteld.
Derhalve is ten behoeve van de verplaatsing van de woning van de Zuiderweg naar de Zuiddijk een aanmeldnotitie5 vervaardigd, die op datum door Burgemeester en Wethouders van Beemster is vastgesteld. Deze beschrijft of er (mogelijk) sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Aan de vormgeving van deze notitie wordt slechts één belangrijke randvoorwaarde gesteld: er moet aandacht besteed worden aan de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn "betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten". Conclusie De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het in de voorgaande paragrafen beschreven onderzoek naar milieuaspecten geeft aan dat belangrijke nadelige milieugevolgen, als gevolg van de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen, zijn uitgesloten. Geconcludeerd kan worden dat er geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is.
5
buRO, Aanmeldnotitie m.e.r. Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7, 0370-11-N02, Amersfoort, 18 februari 2021
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
33
5.
Uitvoerbaarheid van het plan
5.1.
Economische uitvoerbaarheid Ingevolge artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient er in het kader van het bestemmingsplan een onderzoek te worden gedaan naar de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan. In deze paragraaf wordt ingegaan op de financiële haalbaarheid van het plan. In artikel 6.12 van de Wro is voorgeschreven dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt voor de grond waarop een bouwplan is voorgenomen. In artikel 6.2.1 van het Bro is de definitie van bouwplan gegeven, waarbij de bouw van één of meerdere woningen als bouwplan wordt gedefinieerd. Met het tweede lid van artikel 6.12 Wro kan worden afgeweken van die verplichting om een exploitatieplan vast te stellen, mits het verhaal van kosten anderszins is verzekerd. Voor de onderhavige ontwikkeling wordt een planschadeovereenkomst afgesloten, waardoor de gemeente planschadeclaims bij de initiatiefnemer kan verhalen. Op grond van deze gegevens kan de financiële uitvoerbaarheid van het plan in voldoende mate gewaarborgd worden geacht. De kosten zijn hierdoor anderszins verzekerd. Derhalve zal geen exploitatieplan worden vastgesteld.
5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid De initiatiefnemer heeft omwonenden persoonlijk geïnformeerd over de planontwikkeling. Deze hebben te kennen gegeven geen bezwaren te hebben tegen de beoogde ontwikkeling. Het ontwerpbestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7 wordt gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegd. Eventuele zienswijzen worden te zijner tijd in een Nota zienswijzen samengevat en beantwoord.
5.3.
Overleg artikel 3.1.1 Bro Het ontwerp van het bestemmingsplan is in het kader van het overleg volgens artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening aan Provincie Noord-Holland de toegezonden. De provincie Noord-Holland is in haar reactie met name ingegaan op de ligging van de nieuwe bouwlocatie in de UNESCO-erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden Beemster en Stelling van Amsterdam. Uit het Ruimtelijk Beleidskader De Beemster en Stelling van Amsterdam, dat in samenwerking tussen gemeente en provincie is gemaakt, blijkt dat de locatie aan de Zuiddijk in aanmerking komt voor verdichting en ook is aangeduid als een bijzondere plek met ontwerpmogelijkheden. Verder heeft de provincie de wens uitgesproken dat de bestaande schuur wordt verkleind. Het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier is al in de voorbereidingsfase geconsulteerd.
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
34
6.
Juridische planbeschrijving
6.1.
Algemeen Op 1 juli 2008 zijn de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (en het Besluit ruimtelijke ordening) in werking getreden. Daarnaast heeft het ministerie VROM het rapport Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP-2012) gepresenteerd, dat als uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is gebruikt. Vanaf 1 januari 2010 is het toepassen van de digitale standaarden verplicht. De bestemmingen in het voorliggende bestemmingsplan passen binnen die standaard. De planologisch-juridische regeling in dit bestemmingsplan sluit -met inachtneming van het vorenstaande- zoveel mogelijk aan bij het bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 - Partiële herziening 2021" van de gemeente Beemster.
6.2.
Bestemmingsplan Het digitale bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7 is de verzameling geometrisch bepaalde planobjecten dat is vervat in een GML-bestand (NL.IMRO.0370.BPZuiderw20Zuidd6e-on01) met bijbehorende regels. Dit bestemmingsplan is via elektronische weg uitwisselbaar en raadpleegbaar. Het geeft de bestemming en de bebouwingsmogelijkheden van de gronden aan.
6.3.
Plansystematiek Voor het plangebied is gekozen voor een gedetailleerde plansystematiek. Burgemeester en wethouders hebben voor een aantal ondergeschikte onderdelen de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van het plan, dan wel nadere eisen te stellen. De maximale goot- en bouwhoogten zijn op de verbeelding aangegeven.
6.4.
Regels De regels van het voorliggende bestemmingsplan zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Deze hoofdstukken zijn: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs-, en slotregels. Inleidende regels In de Inleidende regels worden de gebruikte begrippen beschreven (artikel 1) en worden regels gesteld ten aanzien van de wijze waarop gemeten moet worden (artikel 2).
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
35
Bestemmingsregels artikel 3 Agrarisch De gronden aan de Zuiderweg krijgen de bestemming "Agrarisch". Op de verbeelding is geen bouwvlak aangegeven. Ten opzichte van de regels van het vigerende bestemmingsplan zijn alle bouwregels enz. geschrapt. artikel 4 Tuin Het voorerf van woning aan de Zuiddijk heeft de bestemming "Tuin". Onder bepaalde voorwaarden is de bouw van erkers in deze bestemming toegestaan. De bestemming bevat een wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van het van vorm veranderen en/of vergroten van het bouwvlak van de aanliggende woning naar de bestemming "Wonen". Deze mag uitsluitend worden toegepast in combinatie met de afwijkingsbevoegdheid in lid 6.3. De afstand van de voorste bouwgrens van het bouwvlak tot aan de voorste bestemmingsgrens van de bestemming "Tuin" mag daarbij niet worden verkleind. artikel 5 Water De watergang aan de voorzijde van het perceel aan de Zuiddijk heeft de bestemming "Water". Deze bestemming is in het onderhavige bestemmingsplan opgenomen omdat de bestemming "Water" in het vigerende bestemmingsplan alleen bestaande bruggen toestaat. In het onderhavige bestemmingsplan wordt ten behoeve van de ontsluiting van het perceel één nieuwe brug toegestaan. artikel 6 Wonen De woning in het plangebied heeft de bestemming "Wonen". Binnen de bouwvlakken mag uitsluitend een vrijstaande woning worden gebouwd.
De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het voor bebouwing aangewezen erf van de woning, met voor bijgebouwen en overkappingen een maximum van 48 m². Omdat de initiatiefnemer nu over 260 m² aan bijgebouwen beschikt en de verplaatsing van de woning vanwege gezondheidsrisico's in verband met de hoogspanningsleiding noodzakelijk is, is in de bouwregels een afwijking opgenomen, op grond waarvan ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' een paardenstal worden gebouwd, waarvan de goothoogte niet meer dan 4 meter mag bedragen de dakhelling niet minder dan 15º en niet meer dan 30º mag bedragen. De gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 260 m² bedragen. Een bed and breakfast is alleen na toepassen van een afwijkingsbevoegdheid toelaatbaar. Daarnaast is bij (bedrijfs)woningen beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis onder voorwaarden toegestaan. In de gebruiksregels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die verplicht dat de bestaande bebouwing aan de Zuiderweg 20, binnen een half jaar na gereedmelding van de nieuwe woning, wordt gesloopt. Als niet binnen deze termijn aan deze voorwaarde is voldaan, levert dit een strijdig gebruik op.
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
36
artikel 7 Leiding – Hoogspanning In de bestemming "Leiding – Hoogspanning" is bepaald dat alleen bouwwerken ten behoeve van de dubbelbestemming gebouw mogen worden tot een hoogte van 12 meter. Afwijken van dit artikel is mogelijk na goedkeuring van de leidingbeheerder. artikel 8 Waarde - Cultuurhistorie De gronden hebben de primaire dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie". Daardoor zijn ze bestemd voor de bescherming en de veiligstelling van de cultuurhistorische waarden die samenhangen met het Unesco Werelderfgoed. Bij het toepassen van afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden kunnen nadere eisen worden gesteld. Ook voor bepaalde werkzaamheden is een omgevingsvergunning (aanlegvergunning) noodzakelijk. artikel 9 Waterstaat – Waterkering De belangen van de aanwezige waterstaatkundige werken worden in de bestemming "Waterstaat – Waterkering" gewaarborgd. Het oprichten van bouwwerken is alleen mogelijk als overleg heeft plaats gevonden met de beheerder van de betreffende gronden. Algemene regels In artikel 10 is een antidubbeltelregel opgenomen. De antidubbeltelregel strekt ertoe dat gronden die al eens in aanmerking zijn genomen bij het verlenen van omgevingsvergunningen, niet nogmaals meegeteld kunnen worden. De algemene bouwregels staan in artikel 11.
Deze omvatten een bepaling dat het verboden is op een terrein of bouwperceel zodanig te bouwen, dat daardoor op een aangrenzend terrein of bouwperceel een toestand zou ontstaan, die ter plaatse niet meer met de regels zou overeenstemmen, of voor zover al daar een afwijking van de regels bestaat, zodanig te bouwen, dat deze afwijking nog zou worden vergroot. Artikel 2.1, lid 1, onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht omvat een verbod om gronden in strijd met hun bestemming te gebruiken. De algemene gebruiksregels in artikel 12 omvatten daarom een verbod om gronden en bouwwerken voor prostitutiebedrijven te gebruiken en om bijgebouwen te bewonen. De algemene afwijkingsregels (artikel 13) hebben betrekking op afwijkingen van regels ten aanzien van maten en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten en percentages, op utilitaire gebouwen en op vervangende nieuwbouw. In artikel 14 is bepaald dat waar in de regels wordt verwezen naar andere wettelijke regelingen, de wettelijke regelingen worden bedoeld, zoals die luidden op het moment van het ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan.
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
37
Overgangs- en slotregels De verplichte overgangsregels voor bouwwerken en gebruik zijn conform het bepaalde in artikel 3.2.2 van het Bro opgenomen (artikel 15). Tenslotte bevat het plan een slotregel (artikel 16).
Gemeente Beemster - Bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
Regels
2
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
3
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
5 5 11
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Bestemmingsregels Agrarisch Tuin Water Wonen Leiding - Hoogspanning Waarde - Cultuurhistorie Waterstaat - Waterkering
12 12 13 14 16 19 20 21
Hoofdstuk 3 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
22 22 23 24 25 26
Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
27 27 28
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
4
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
5
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
plan: het bestemmingsplan "Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7" met identificatienummer NL.IMRO.0370.BPZuiderw20Zuidd6e-on01 van de gemeente Beemster;
1.2
bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen;
1.3
de verbeelding: de verbeelding bestaande uit het blad met het nummer NL.IMRO.0370.BPZuiderw20Zuidd6e-on01 met bijbehorende verklaring, waarop de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangegeven;
1.4
aanbouw: een gebouw met een primaire woonfunctie dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.5
aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.
1.6
aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.
1.7
aan-huis-gebonden bedrijf: een bedrijf dat in, aan of bij een woning wordt uitgeoefend door een (mede)bewoner van de op het bouwperceel gesitueerde woning, waarbij de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt; de bedrijfsuitoefening dient een ruimtelijke uitwerking en uitstraling te hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is;
1.8
aan-huis-gebonden beroep: een beroep dat in, aan of bij een woning wordt uitgeoefend door een (mede)bewoner van de op het bouwperceel gesitueerde woning, waarbij de woning in hoofdzaak haar woonfunctie behoudt en dat is gericht op het verlenen van diensten; de beroepsuitoefening dient een ruimtelijke uitwerking en uitstraling te hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is;
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
6
1.9
achtererfgebied: erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant, van het hoofdgebouw;
1.10
agrarisch bedrjif: een aan het buitengebied gebonden bedrijf groter dan 10 NGE, waar uitsluitend of in hoofdzaak door middel van het telen van gewassen of het houden van dieren producten worden voortgebracht, waaronder mede wordt verstaan de met die activiteiten qua aard vergelijkbare activiteiten zoals paarden fokken/melken;
1.11
bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
1.12
bebouwingspercentage: het in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage van een bouwvlak, of indien geen bebouwingsgrenzen zijn aangegeven het percentage van het bestemmingsvlak, dat ten hoogste bebouwd mag worden met gebouwen, tenzij in de regels anders is bepaald;
1.13
bed and breakfast: een kleinschalige vorm van verblijfsrecreatie zonder eigen kookvoorziening die zich met name richt op de trekkende toeristen, die voor één of enkele nachten een onderkomen zoeken; de indeling en invulling van de kamers is sterk afhankelijk van de bestaande bebouwing;
1.14
bedrijf: een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en verhandelen van goederen dan wel op het bedrijfsmatig verlenen van diensten;
1.15
bestaand: a. bij bouwwerken: bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; b. bij gebruik: bestaand ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan;
1.16
bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;
1.17
bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.18
bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk met een dak;
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
7
1.19
bijgebouw: een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door zijn vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch en functioneel opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.20
bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats;
1.21
bouwgrens: de grens van een bouwvlak;
1.22
bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.23
bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel;
1.24
bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, zijn toegelaten;
1.25
bouwwerk: elke constructie van enige omvang, van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;
1.26
cultuurhistorische waarden: de aan een bouwwerk of een gebied toegekende waarden in verband met ouderdom en/of historische gaafheid, gekenmerkt door het beeld, dat is ontstaan door het gebruik, dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied;
1.27
dakkapel: een constructie ter vergroting van een gebouw, welke zich tussen de dakgoot en de nok van een dakvlak bevindt, waarbij deze constructie onder de noklijn is gelegen en de onderzijde van de constructie in het dakvlak is geplaatst;
1.28
detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
8
1.29
erker: een uitbouw aan een woning, die zich bevindt aan de voor- of zijgevel of beide, en ondergeschikt is aan de woning;
1.30
escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;
1.31
gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.32
hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is, zoals de bedrijfsgebouwen, bedrijfswoning of woning;
1.33
kamperen: a. het houden van recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel of in een bouwwerk dat ter beschikking is gesteld voor het houden van een recreatief nachtverblijf, niet zijnde een hotel, een pension of een woning anders dan een recreatiewoning; b. het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen;
1.34
kampeermiddelen: tenten, tentwagens, kampeerauto’s of caravans dan wel andere onderkomens of andere voertuigen, gewezen voertuigen of gedeelten daarvan, voor zover niet als bouwwerk aan te merken, alsmede trekkershutten en demontabele verblijfsaccommodaties; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of ingericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;
1.35
manege: een bedrijf dat gericht is op de beoefening van de paardensport in combinatie met één of meer van de navolgende activiteiten of voorzieningen: het in pension houden van paarden en pony‘s, horeca-activiteiten (kantine, foyer en dergelijke), logies en/of verenigingsaccommodatie en het houden van wedstrijden of andere evenementen;
1.36
nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie;
1.37
omgevingsvergunning: een vergunning voor het uitvoeren van een project dat invloed heeft op de fysieke leefomgeving, op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
9
1.38
onderkomen: voor verblijf geschikte - al dan niet aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken voertuigen, vaartuigen, arken, toercaravans, voor zover deze niet als bouwwerk zijn aan te merken, alsook tenten;
1.39
overkapping: een bijbehorend bouwwerk in de vorm van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder dan wel met ten hoogste één wand;
1.40
paardenbak: een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining;
1.41
prostitué/prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
1.42
prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding;
1.43
raamprostitutie: een seksinrichting waarbij de prostitué/prostituee vanachter de ramen door handeling, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie beweegt, uitnodigt dan wel aanlokt;
1.44
seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke gebouw dan wel onderkomen waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub of een prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.45
sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te worden verkocht of verhuurd;
1.46
statische opslag: binnenopslag van goederen die geen regelmatige verplaatsing behoeven en geen onevenredige verkeersaantrekkende werking hebben, zoals (seizoens)stalling van (antieke) auto’s, boten, caravans, campers en dergelijke;
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
10
1.47
straatprostitutie: op of aan de weg of op een andere voor het publiek toegankelijke plaats, door handeling, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken;
1.48
thuiswerk: degene die thuis prostitutie bedrijft en voldoet aan de volgende voorwaarden: a. het werk vindt uitsluitend plaats in de eigen woning, waar hij of zij ook volgens het bevolkingsregister staat ingeschreven; b. werving van klanten gebeurt uitsluitend langs informele weg, adverteren mag slechts incidenteel; c. aan de buitenkant van het perceel mag niet blijken dat er prostitutie wordt bedreven; d. er mag door anderen of andere bewoners van de woning geen prostitutie worden bedreven; e. er mag geen sprake zijn van overlast of aantasting van het woon- of leefklimaat;
1.49
trekkershut: een houten blokhut met een maximale grootte van 30 m², die dient als periodiek verblijf voor wisselende groepen van recreanten;
1.50
uitbouw: een gebouw met een primaire woonfunctie dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw;
1.51
voorgevel: de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt, mede gezien de situering van het huisnummer, brievenbus, voordeur en uitrit;
1.52
voorgevelrooilijn: denkbeeldige lijn die strak langs de voorgevel van een woning alsmede het verlengde daarvan en vanaf de hoeken van de woning evenwijdig aan de weg loopt;
1.53
woning: een gebouw of gedeelte van een gebouw, bestaande uit een complex van ruimten, dat is bedoeld en dient voor de huisvesting van één huishouden.
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
11
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
Meten Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: a. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; b. de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; c. de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; d. de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; e. de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; f. de breedte, lengte en diepte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken of het hart van scheidingsmuren; g. de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; h.
het peil: de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang van een gebouw of, indien de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst, de door het bevoegd gezag vastgestelde hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw en voor bouwwerken, geen gebouw zijnde de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld.
2.2
Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,5 meter bedraagt.
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
12
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving De voor "Agrarisch" aangewezen gronden zijn bestemd voor agrarische bedrijven.
3.2
Bouwregels
3.2.1
Algemene bouwregels Ten behoeve van de in lid 3.1 genoemde doeleinden mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gerealiseerd.
3.2.2
Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, geldt dat uitsluitend landhekken met een bouwhoogte van niet meer dan 1,5 meter mogen worden gebouwd.
3.3
Specifieke gebruiksregels Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval verstaan: a. het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen van welke soort dan ook, anders dan ter plaatse noodzakelijk voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf; b. het opslaan of opgeslagen hebben, in enigerlei vorm, van stoffen en materialen voor statische opslag, voor zover deze opslag meer ruimte inneemt dan 1.000 m², alsmede het aanwezig of opgeslagen hebben van één of meer aan hun gebruik onttrokken, gerede dan wel onklare machines, voer-, vaar- of vliegtuigen, dan wel onderdelen daarvan; c. gebruik als kampeerterrein; d. het geplaatst hebben van mobiele kampeermiddelen buiten de periode van 1 maart tot en met 31 oktober; e. gebruik als manege; f. het bedrijfsmatig ten behoeve van derden vervaardigen of herstellen van goederen, uitgezonderd het verwerken van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf; g. het bedrijfsmatig verkopen of ten verkoop aanbieden van goederen bestemd en gereed voor onmiddellijk gebruik of verbruik, uitgezonderd de verkoop of het ten verkoop aanbieden van producten afkomstig van het betrokken agrarisch bedrijf tot een oppervlakte van maximaal 50 m²; h. het gebruik van gronden ten behoeve van bosbouw.
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
13
Artikel 4 4.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving De voor "Tuin" aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen.
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemene bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend erkers aan aanliggende woningen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd.
4.2.2
Bouwregels voor bijbehorende bouwwerken (erkers) Voor het bouwen van een erker gelden de volgende regels: a. de diepte niet meer mag bedragen dan 1,5 meter; b. de breedte niet meer mag bedragen dan 2/3 van de gevelbreedte van de woning.
4.2.3
Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde gelden de volgende regels: a. de hoogte van een erf- of terreinafscheiding mag 1 meter achter de voorgevel of het verlengde daarvan niet meer dan 2 meter en daarvoor niet meer dan 1 meter bedragen; b. overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend op het achtererfgebied worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 meter; 2. de oppervlakte van een overkapping mag niet meer bedragen dan 15 m².
4.3
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming "Wonen" voor het aanpassen van het bouwvlak van de op hetzelfde perceel aanwezige woning, met inachtneming van de volgende regels: a. de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend worden toegepast in combinatie met de afwijkingsbevoegdheid in lid 6.3, ten behoeve van het van vorm veranderen en/of vergroten van het bouwvlak van de aanliggende woning; b. de afstand van de voorste bouwgrens van het bouwvlak tot aan de voorste bestemmingsgrens van de bestemming "Tuin" mag niet worden verkleind.
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
14
Artikel 5 5.1
Water
Bestemmingsomschrijving De voor "Water" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. waterhuishouding; b. waterberging; c. waterlopen; d. bruggen en dammen, met de voor de hiervoor en voor het verkeer in en over het water noodzakelijke bouwwerken, geen gebouw zijnde.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen Ten behoeve van de in lid 5.1 genoemde doeleinden mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gerealiseerd.
5.2.2
Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, geldt dat: a. maximaal 1 brug of dam is toegestaan; b. de breedte van bruggen en dammen mag niet meer bedragen dan 3 meter en ter plaatse van het landhoofd 5 meter; c. een dam dient te worden voorzien van een duiker, waarvan de doorsnede tenminste 1 meter bedraagt; d. de hoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m, gemeten ten opzichte van de hoogte van de aangrenzende oever.
5.3
Specifieke gebruiksregels Tot een verboden gebruik van deze gronden wordt in ieder geval gerekend het gebruik als ligplaats voor woonschepen of recreatie- of pleziervaartuigen.
5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1
Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, sloten en andere watergangen te vergraven en/of te dempen.
5.4.2
Uitzonderingen Het in lid 5.4.1 bedoelde verbod is niet van toepassing op: a. werken of werkzaamheden die het normale onderhoud, gebruik en beheer betreffen of die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan;
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
15
b. bouwwerkzaamheden zoals de aanleg van een dam met duiker overeenkomstig lid 5.2.2, sub a. 5.4.3
Toelaatbaarheid De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden wordt geweigerd indien door de uitvoering van de in lid 5.4.1 bedoelde werken of werkzaamheden, dan wel door de daarvan direct of indirect te verwachten gevolgen, de natuurwaarden en cultuurhistorische waarden in onevenredige mate kunnen worden aangetast.
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
16
Artikel 6 6.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving De voor "Wonen" aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis, met daarbij behorende parkeervoorzieningen.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemene bouwregels Ten behoeve van de in lid 6.1 genoemde doeleinden mogen de daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde en werken, geen bouwwerk zijnde worden gerealiseerd.
6.2.2
Bouwregels voor woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. er mag uitsluitend een vrijstaande woning binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de goothoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter; c. de dakhelling mag niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; d. de inhoud van het woning inclusief aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan 750 m³.
6.2.3
Bouwregels voor aanbouwen, uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. de hoogte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van de woning, met een maximum van 4 meter, onverminderd het bepaalde wat betreft de maximum inhoud van 750 m³; b. de diepte van aan- of uitbouwen mag niet meer bedragen dan 3 meter loodrecht gemeten vanuit de gevel waaraan wordt aangebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de maximum inhoud van 750 m³; c. aan de zijgevel van de woning gebouwde aan- of uitbouwen mogen tot maximaal 3 meter achter het verlengde van de achtergevel van de woning worden gebouwd, onverminderd het bepaalde wat betreft de maximum inhoud van 750 m³; d. de goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3 meter en 6 meter; e. bijgebouwen moeten zijn voorzien van een kap waarvan de dakhelling niet minder dan 30º en niet meer dan 60º mag bedragen; f. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer bedragen dan 50% van het voor bebouwing aangewezen erf van de woning, met voor bijgebouwen en overkappingen een maximum van 48 m²; g.
in afwijking van het bepaalde sub e en f mag ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' een paardenstal worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen van het gehele voor bebouwing aangewezen erf van de woning, niet meer dan 260 m² mag bedragen; 2. de goothoogte niet meer dan 4 meter mag bedragen;
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
17
3. de dakhelling niet minder dan 15º en niet meer dan 30º mag bedragen. 6.2.4
Bouwregels voor bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van een erf- of terreinafscheiding mag 1 meter achter de voorgevel of het verlengde daarvan niet meer dan 2 meter en daarvoor niet meer dan 1 meter bedragen; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouw zijnde, mag niet meer bedragen dan 5 meter.
6.3
Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag is bevoegd op grond van het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, sub c van de Wet ruimtelijke ordening, bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 6.2.2, sub a ten behoeve van het bouwen buiten het bouwvlak en/of het vergroten van de woning met inachtneming van de volgende regels: a. de afwijking mag uitsluitend worden toegepast op gronden aansluitend aan het bestaande bouwvlak; b. de goothoogte van de woning mag niet meer bedragen dan de bestaande goothoogte.
6.4
Specifieke gebruiksregels
6.4.1
Strijdig gebruik Als strijdig gebruik wordt aangemerkt het aanleggen of aanwezig hebben van een paardenbak.
6.4.2
Beroep- en bedrijfsuitoefening aan huis Een woning en de daarbij behorende aan-, uit- en bijgebouwen op gronden als bedoeld lid 6.2.3 mogen worden gebruikt voor beroeps- en bedrijfsuitoefening aan huis, mits: a. de gezamenlijke vloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van het bruto vloeroppervlakte van de betreffende woning en de bijbehorende aan-, uit- en bijgebouwen; b. het beroeps- en/of bedrijfsuitoefening aan huis betreft die niet vergunningplichtig is op grond van de Wet milieubeheer; c. het geen detailhandel of horeca betreft; d. op de bij de betreffende woning behorende gronden geen buitenopslag plaatsvindt van goederen ten behoeve van het aan huis gebonden beroep en bedrijf; e. in de omgeving van de betreffende woning geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk optreedt.
6.4.3
Paardenbak In afwijking van lid 6.4.1mag een paardenbak worden aangelegd onder de volgende voorwaarden: a. uitsluitend eigendomspercelen groter dan 5.000 m² komen voor deze afwijking in aanmerking; b. per perceel mag slechts één paardenbak worden aangelegd op gronden binnen het bestemmingsvlak en buiten het bouwvlak; c. de oppervlakte van een paardenbak mag niet meer bedragen dan 800 m²; d. de paardenbak dient in het verlengde van de bestaande bebouwing te worden gesitueerd;
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
18
e. lichtmasten mogen worden gebouwd waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 5 meter, mits zij niet leiden tot lichtoverlast; f. de paardenbak mag van een omheining worden voorzien waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 1,5 meter. 6.4.4
Voorwaardelijke verplichting Het gebruik van de woning als bedoeld in lid 6.2.2, is uitsluitend toegestaan als de op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan bestaande bebouwing op Zuiderweg 20 binnen een half jaar na gereedmelding van de woning als bedoeld in lid 6.2.2 is gesloopt.
6.5
Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1
Bed and breakfast Het bevoegd gezag is bevoegd op grond van het bepaalde in artikel 3.6, lid 1, sub c van de Wet ruimtelijke ordening, bij omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 6.1 ten behoeve van een bed and breakfast, mits voldaan wordt aan de volgende regels: a. de bed and breakfast mag uitsluitend worden gerealiseerd in een woning die permanent is en blijft bewoond door de hoofdgebruiker van het perceel en/of in de daarbij behorende bijgebouwen; b. de bed and breakfast aan niet meer dan 8 personen gelijktijdig nachtverblijf verschaft; c. parkeren ten behoeve van de bed and breakfast plaats heeft op eigen terrein; d. indien de bed and breakfast (deels) wordt gerealiseerd in een bijgebouw, mag er geen onaanvaardbare verkeerssituatie optreden, waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met parkeerplaatsen, maar ook met de capaciteit van de weg; e. het gebruik van de woning als bed and breakfast moet ondergeschikt zijn aan de hoofdbestemming.
6.6
Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming "Wonen" wijzigen in de bestemming "Tuin" voor het aanpassen van het bouwvlak van de op hetzelfde perceel aanwezige woning, met inachtneming van de volgende regels: a. de wijzigingsbevoegdheid mag uitsluitend worden toegepast ten behoeve van het van vorm veranderen van het bouwvlak van de aanliggende woning; b. de afstand van de voorste bouwgrens van het bouwvlak tot aan de voorste bestemmingsgrens van de bestemming "Wonen" mag niet worden verkleind.
ontwerp gemeente Beemster - bestemmingsplan Zuiderweg 20 / Zuiddijk tussen 6 en 7
19
Artikel 7 7.1
Leiding - Hoogspanning
Bestemmingsomschrijving De voor "Leiding - Hoogspanning" aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van een bovengrondse hoogspanningsleiding, met de daarbij behorende bouwwerken geen gebouwen zijnde.
7.2
Bouwregels Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde worden gebouwd ten behoeve van de betreffende leiding waarvan de hoogte niet meer mag bedragen dan 12 meter.
7.3
Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het bepaalde in lid 7.2 voor bebouwing ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemmingen, mits: a. vooraf toestemming is verkregen van de verantwoordelijke leidingbeheerder; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de leiding.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1
Vergunningplicht Het is verboden op of in de in lid 7.1 bedoelde gronden, zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, uit te voeren, te doen of te laten uitvoeren, zijnde: a. het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; b. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden; c. het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; d. het graven van sloten evenals het aanleggen van een drainage; e. het verrichten van graafwerkzaamheden; f. het aanbrengen van ondergrondse of bovengrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en de daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur, het planten, vellen, rooien of beschadigen van bomen anders dan bij wijze van verzorging van het aanwezige houtgewas; g. het maken van dammen, kaden en oeververzwaringen; h. het graven, uitdiepen, verbreden en dempen van watergangen.