60b. Ontwerp Programma van Eisen Z-W 2024 - versie 8 juli 2021.pdf
Tekst van het document
OPBOUW OV-NETWERK
4.2.1 Referentienetwerk De Concessieverlener heeft een Referentienetwerk (zie figuur 3) gedefinieerd dat in de basis vergelijkbaar is met het netwerk uit Dienstregelingjaar 2019. Het Referentienetwerk omvat Trajecten waaraan Haltes liggen die de Concessiehouder in ieder geval in het Dienstregelingjaar 2024 met ten minste 1 Vaste Lijn moet bedienen. Deze Haltes zijn opgenomen in Bijlage C (Haltes behorend tot het Referentienetwerk). Deze verplichtingen gelden niet voor de gestippelde Uitlopers in Amsterdam en Hoorn: het staat de Concessiehouder vrij om deze al dan niet te bedienen. Haltes die alleen door Buurtbuslijnen bediend (hoeven te) worden, behoren niet tot het Referentienetwerk.
4.2.1.1 Knooppunten Binnen het Referentienetwerk heeft de Concessieverlener een aantal Knooppunten benoemd waar Reizigers kunnen overstappen tussen Verbindende Lijnen, Ontsluitende Lijnen en waar relevant op trein, metro en andere Mobiliteitsdiensten, waaronder eventuele Basismobiliteitsvormen. Het gaat om de volgende Knooppunten: a. Zaandijk Zaanse Schans, Station 13
De Concessieverlener baseert zich hierbij op algemeen toegankelijke informatie die de status van de woningbouwplannen beschrijft. Woningbouwplannen dienen te zijn vastgesteld. Als voorbeeld kan de website https://www.plancapaciteit.nl/ worden genomen, waarbij bouwplannen in de categorie 1 en 2 betrekking hebben op de in lid 7 van Artikel 3 beschreven Woongebieden.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 26 van 154
b. c. d. e. f. g. h.
Wormerveer, Station Zaandam, Station Purmerend, Tramplein Edam, Busstation Amsterdam, Centraal Station Amsterdam, Station Noord Amsterdam, Station Sloterdijk
4.2.1.2 Directe verbindingen met een Knooppunt De Concessiehouder krijgt de ruimte om zelf een samenhangend lijnennet te ontwikkelen dat aansluit bij de behoefte van (potentiële) Reizigers. Hij mag daarbij zelf bepalen welke Trajecten hij met Verbindende Lijnen dan wel Ontsluitende Lijnen bedient met inachtneming van het bepaalde in Artikel 4 lid 1 en onder de voorwaarde dat alle (conform Artikel 3) te ontsluiten Woongebieden direct, dus zonder overstap, verbonden zijn met een Knooppunt. Dit mag ook ingevuld worden met een treinverbinding.
Figuur 3 Referentienetwerk
4.2.1.3 Bedieningsperioden en Dagdelen Binnen de Dienstregeling voor het Openbaar Vervoer onderscheidt de Concessieverlener de bedieningsperioden en Dagdelen zoals weergegeven in tabel 1.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 27 van 154
Tabel 1 Bedieningsperioden en Dagdelen Openbaar Vervoer
Dagdeel Vroege Ochtend: Ochtendspits: Dal: Avondspits: Avond: Nacht
Werkdagen 06:00 – 07:00 uur 07:00 – 09:00 uur 09:00 – 16:00 uur 16:00 – 19:00 uur 19:00 – 24:00 uur 0:00 – 6:00 uur
Zaterdag 07:00 – 18:00 uur
Zondag 08:00 – 18:00 uur
18:00 – 24:00 uur 0:00 – 7:00 uur
0:00 – 08:00 uur
4.2.2 Verbindende Lijnen De kern van het busnetwerk in het Concessiegebied wordt gevormd door een aantal Verbindende Lijnen die qua snelheid, bedieningstijden, frequenties en uitvoering voldoen aan de Productformule R-net. De Concessieverlener heeft daarbij de ambitie om samen met de betreffende Wegbeheerders een traject te starten gericht op kwaliteitsverbetering van de routes en haltevoorzieningen van Lijnen die onder de Productformule R-net vallen. Eventuele versnelling van de betreffende Lijnen, bijvoorbeeld door het treffen van doorstromingsmaatregelen of het heroverwegen van de locaties van Haltes, gebeurt in overleg met de Concessiehouder en de betreffende Wegbeheerder(s), waarbij uitgangspunt is dat de voordelen van de versnelling moeten opwegen tegen de nadelen (zie ook Artikel 17: Dienstregelingprocedure). Artikel 4 1
Verbindende Lijnen
De Concessiehouder biedt in Dienstregelingjaar 2024 uitsluitend op onderstaande Trajecten ten hoogste één Verbindende Lijn aan die hij uitvoert overeenkomstig de eisen die vanuit de Productformule R-net gesteld worden; vanaf Dienstregelingjaar 2025 biedt de Concessiehouder ten minste op onderstaande Trajecten een of, in overleg met de Concessieverlener, meerdere Verbindende Lijnen aan die hij uitvoert overeenkomstig de eisen die vanuit de Productformule R-net gesteld worden: a. Amsterdam14 – Edam, Busstation; b. Amsterdam14 – Monnickendam, Swaensborch; c. Amsterdam14 – Volendam, Centrum; d. Amsterdam14 – Purmerend, Korenstraat; e. Amsterdam14 – Purmerend, Station Overwhere – Purmerend, P+R N24415; f. Amsterdam14 – Purmerend, Tramplein; g. Amsterdam14 – Purmerend, Neckerstraat; h. Amsterdam, Station Sloterdijk – Zaandam, De Vlinder (optioneel doortrekken; Zaandam, Zaans Medisch Centrum of Zaandam, Zaanse Schans of P+R A7 Wormerland); i. Amsterdam14, 16 – Zaandam De Vlinder (direct, niet via Oostzaan) – Zaandam, Station; j. Amsterdam14, 15 – Zaandam De Vlinder (direct, niet via Oostzaan) – Zaandam, Zaans Medisch Centrum.
14
Met de locatie ‘Amsterdam’ wordt in dit Artikel bedoeld Amsterdam Station Noord, Amsterdam Noorderpark en/of Amsterdam Centraal Station. 15 De halte Purmerend, M.L. Kingweg fungeert als Begin-/Eindpunt van dit Traject tot het moment dat hetgeen beschreven in Artikel 21, lid 5 in werking treedt. 16 Halte Amsterdam, Noorderpark dient bediend te worden de Concessiehouder besluit dat Amsterdam, Noorderpark een Eindpunt is.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 28 van 154
2
3
4 5
De Concessiehouder bedient in ieder geval in het Dienstregelingjaar 2024 met de Verbindende Lijnen alle Haltes gelegen aan Trajecten die onderdeel uitmaken van de desbetreffende Lijn en die onderdeel zijn van het Referentienetwerk. In afwijking van het bepaalde in lid 2 hoeft de Concessiehouder met de Verbindende Lijnen geen Haltes te bedienen die gelegen zijn in een Woon- dan wel Werkgebied dat de Concessiehouder gelet op het bepaalde in Artikel 3 (Ontsluitingsnormen) niet hoeft te ontsluiten, onder de voorwaarde dat de Concessiehouder deze Haltes bedient met een Ontsluitende Lijn. Het is de Concessiehouder niet toegestaan Routevarianten aan te bieden op de Verbindende Lijnen zoals genoemd in lid 1. De Concessiehouder biedt de in lid 1 genoemde Verbindende Lijnen in ieder geval tijdens de in onderstaande tabel weergegeven perioden aan: Werkdagen Zaterdag Zondag 06:00 –24:00 uur
6
08:00 –24:00 uur
De tijdstippen in bovenstaande tabel moeten als volgt gelezen worden, waarbij voor elke Verbindende Lijn geldt: • De eerste volledige Rit naar Amsterdam komt op Werkdagen uiterlijk om 06:00 uur, op zaterdag uiterlijk om 07:00 uur en op zondag uiterlijk om 08:00 uur aan op het Eindpunt van de betreffende Lijn; • De eerste volledige Rit vertrekt vanuit Amsterdam op Werkdagen uiterlijk om 06:00 uur, op zaterdag uiterlijk om 07:00 uur en op zondag uiterlijk om 08:00 uur vanaf het Beginpunt van de betreffende Lijn; • De laatste volledige Rit, in beide richtingen, vertrekt op maandag tot en met zondag niet eerder dan om 24:00 uur vanaf het Beginpunt van de betreffende Lijn. De Concessiehouder biedt de in lid 1 genoemde Verbindende Lijnen in ieder geval met de in onderstaande tabel genoemde frequenties (in Ritten per uur) aan: Dagdeel Werkdagen Zaterdag Zondag Vroege Ochtend Ochtendspits Dal Avondspits Avond
7
07:00 –24:00 uur
2 6 4 6 2
4
2
2
2
De frequenties in bovenstaande tabel gelden in beide richtingen. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat Ritten zo gelijkmatig mogelijk over het uur verdeeld zijn (6 Ritten per uur komt dus overeen met een Interval van 10 minuten) waarbij hij beperkt (dat wil zeggen een afwijking in het interval tot maximaal 2 minuten) mag afwijken om Aansluiting te bieden op Amsterdam, Station Noord op de Noord/Zuidlijn. De genoemde minimale frequentie voor de Ochtendspits op Werkdagen geldt enkel voor de spitsrichting (dat wil zeggen richting Amsterdam). Voor de tegenspitsrichting in de Ochtendspits op Werkdagen (dat wil zeggen richting Zaanstreek en Waterland) dient de Concessiehouder tussen 7.00-8.00 uur een frequentie van in ieder geval 4 keer per uur aan te bieden en van 8.00 – 9.00 uur een frequentie van in ieder geval 6 keer per uur aan te bieden. In afwijking van het bepaalde in lid 5 en 6 hoeft de Concessiehouder in de Avond en het weekend geen Verbindende Lijn tussen Amsterdam, Station Sloterdijk en Zaandam, De Vlinder aan te bieden.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 29 van 154
8
De Concessieverlener betrekt de Concessiehouder bij aanpassingen van de Beschikbare Infrastructuur in het kader van de Productformule R-net en verwacht van de Concessiehouder een actieve en constructieve rol bij het uitwerken en uitvoeren van deze aanpassingen.
4.2.3 Ontsluitende Lijnen Naast de Verbindende Lijnen onderscheidt de Concessieverlener Ontsluitende Lijnen. De Ontsluitende Lijnen hebben een belangrijke functie als het gaat om de ontsluiting van het Concessiegebied. Tezamen met de Verbindende Lijnen zorgen de Ontsluitende Lijnen ervoor dat inwoners van de verplicht te ontsluiten Woongebieden een directe verbinding met ten minste 1 Knooppunt hebben. De Concessieverlener heeft de eisen die aan de Ontsluitende Lijnen gesteld worden afgestemd op de vervoerbehoefte in de verschillende gebieden. Zo gelden gelet op de hoge vervoervraag voor Oostzaan en Landsmeer hogere eisen, maar is de doorstroming en snelheid op de routes van en naar deze kernen onvoldoende om hier Verbindende Lijnen te eisen. Op andere verbindingen is de vervoervraag beperkt en kiest de Concessieverlener er daarom voor om de eisen aan te laten sluiten op de huidige situatie. Dit geldt voor de Trajecten Monnickendam – Purmerend via de Oosterweg in de Purmer (route huidige lijn 103), Purmerend – Amsterdam via Purmerland, Den Ilp en Landsmeer (route huidige lijn 125) en Purmerend – Wormer via Jisp en Neck (route huidige lijn 121). Artikel 5 1
2
3
Ontsluitende Lijnen naar Woongebieden
De Concessiehouder biedt vanuit de verplicht te ontsluiten Woongebieden die niet, zoals beschreven in lid 4 van Artikel 3 (Ontsluitingsnormen), bediend worden door een Verbindende Lijn of door een treinverbinding een Ontsluitende Lijn die het betreffende Woongebied direct, dat wil zeggen zonder overstap, met ten minste 1 Knooppunt verbindt. De Concessiehouder bedient met de Verbindende Lijnen en de Ontsluitende Lijnen tezamen in ieder geval in het Dienstregelingjaar 2024 alle Haltes (zoals opgenomen in Tabel 1 (Haltes, behorend tot het Referentienetwerk) in Bijlage C). De Concessiehouder biedt de in lid 1 bedoelde Ontsluitende Lijnen in ieder geval tijdens de in onderstaande tabel weergegeven perioden aan: Werkdagen Zaterdag Zondag 07:00 –23:00 uur
4
08:00 –23:00 uur
09:00 –23:00 uur
De tijdstippen in bovenstaande tabel moeten als volgt gelezen worden, waarbij voor elke Ontsluitende Lijn geldt: • De eerste volledige Rit, in beide richtingen, komt op Werkdagen uiterlijk om 07:00 uur, op zaterdag uiterlijk om 08:00 uur en op zondag uiterlijk om 09:00 uur aan op het Eindpunt van de betreffende Lijn; • De laatste volledige Rit, in beide richtingen, vertrekt op maandag tot en met zondag niet eerder dan om 23:00 uur vanaf het Beginpunt van de betreffende Lijn. De Concessiehouder biedt de Ontsluitende Lijnen in ieder geval met de in onderstaande tabel genoemde frequenties (in Ritten per uur) aan: Periode Werkdagen Zaterdag Zondag Vroege Ochtend Ochtendspits Dal
8 juli 2021 | INT/2021/9156
0 1 1
1
1
pagina 30 van 154
Avondspits Avond (tot 23:00 uur)
5 6
8
1
1
De frequenties in bovenstaande tabel gelden in beide richtingen. De Concessiehouder mag op Ontsluitende Lijnen Routevarianten aanbieden mits hij voldoet aan de bepalingen in dit Artikel. In afwijking van het bepaalde in lid 3 en 4 biedt de Concessiehouder een Ontsluitende Lijn, maar geen Verbindende Lijn: a. tussen Oostzaan en Amsterdam, Station Noord (route huidige lijn 392), en b. tussen Landsmeer en Amsterdam, Station Noord (route huidige lijn 319), in ieder geval aan met de in onderstaande tabel genoemde bedieningstijden en frequenties (in Ritten per uur) aan: Periode Werkdagen Zaterdag Zondag Vroege Ochtend Ochtendspits Dal Avondspits Avond (tot 24:00 uur)
7
1 1
2 4 2 4 2
2
2
2
2
De frequenties in bovenstaande tabel gelden in beide richtingen. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat Ritten zo gelijkmatig mogelijk over het uur verdeeld zijn (4 Ritten per uur komt dus overeen met een Interval van 15 minuten) waarbij hij beperkt mag afwijken, dat wil zeggen een afwijking in het interval tot maximaal 2 minuten, om Aansluiting te bieden op Amsterdam, Station Noord op de Noord/Zuidlijn. In afwijking van het bepaalde in lid 3 en 4 biedt de Concessiehouder in ieder geval een Ontsluitende Lijn: i. tussen de halte Monnickendam, Kloosterdijk en Purmerend, Purmerbuurt, waarbij (i) op Werkdagen de eerste Rit op dit deeltraject niet later dan 07:30 vanaf de halte Monnickendam, Kloosterdijk en/of Purmerend, Purmerbuurt vertrekt, en (ii) op Zaterdag de eerste Rit op dit deeltraject niet later dan 08:30 vanaf de halte Monnickendam, Kloosterdijk en/of Purmerend, Purmerbuurt vertrekt, en (iii) op Zondag de eerste Rit op dit deeltraject niet later dan 09:30 vanaf de halte Monnickendam, Kloosterdijk en/of Purmerend, Purmerbuurt vertrekt, en (iv) de laatste Rit op Werkdagen, Zaterdag en Zondag op dit deeltraject niet eerder dan om 19:00 uur vanaf de halte Monnickendam, Kloosterdijk en/of Purmerend, Purmerbuurt vertrekt, en j.
tussen de halte Purmerland, Melkweg Nr 21 en Amsterdam, Station Sloterdijk via Landsmeer op alle dagen van de week, waarbij (i) de eerste Rit op dit op dit deeltraject niet later dan 07:30 uur vanaf de halte Purmerland, Melkweg Nr 21 en Amsterdam, Station Sloterdijk aankomt en vertrekt en (ii) de laatste Rit op dit deeltraject niet eerder dan 19:00 uur vanaf de halte Purmerland, Melkweg Nr 21 en Amsterdam, Station Sloterdijk aankomt en vertrekt. In afwijking van het bepaalde in lid 3 en 4 geldt voor de verplichte bediening in de Avond op het Traject tussen Wormer en Purmerend via Jisp en Neck het volgende: a. de Concessiehouder biedt de verbinding ten minste in de Dienstregelingjaren 2024 en 2025 conform de eisen in lid 3 en 4 aan, en b. indien de Concessiehouder ten genoegen van de Concessieverlener aantoont dat per Rit in de Avond gemiddeld 2 Reizigers of minder worden vervoerd, is het de
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 31 van 154
9
10
Concessiehouder toegestaan de bediening gedurende de Avond vanaf het Dienstregelingjaar 2026 deels of niet voort te zetten. De Concessiehouder volgt hierbij het bepaalde in Artikel 17 (Dienstregelingprocedure). Wanneer een Lijn of een combinatie van Lijnen behorend tot een andere concessie voorziet in een voorgeschreven verbinding of de ontsluiting van een Woon- of Werkgebied en met het aanbod op deze Lijn of combinatie van Lijnen voldaan wordt aan de eisen ten aanzien van bedieningstijden en minimumfrequenties zoals gesteld in het Programma van Eisen, dan is de Concessiehouder niet verplicht om – zolang die Lijn of combinatie van Lijnen geëxploiteerd wordt – deze verbinding of ontsluiting te bieden. In afwijking van het bepaalde in dit Artikel is het de Concessiehouder toegestaan Ontsluitende Lijnen die tijdens alle Dagdelen ten hoogste 1 keer per uur rijden, vanaf Dienstregelingjaar 2025 te vervangen door een Basismobiliteitsvorm. De Concessiehouder volgt hierbij het bepaalde in Artikel 12 (Basismobiliteitsvorm) en Artikel 17.
Om zo goed mogelijk in de vraag van Reizigers te voorzien is het de Concessiehouder in een aantal gevallen toegestaan om Ontsluitende Lijnen te koppelen aan Verbindende Lijnen om zo meer directe verbindingen aan Reizigers te kunnen bieden.
Artikel 6 1
2
Koppeling Verbindende Lijnen en Ontsluitende Lijnen
Het is de Concessiehouder toegestaan Ontsluitende Lijnen op de volgende Trajecten te koppelen aan een Verbindende Lijn wanneer hij de toegevoegde waarde van deze koppeling voor de kwaliteit van het lijnennet kan aantonen: • Purmerend – Zuidoostbeemster – Middenbeemster – Graft/De Rijp; • Purmerend – Edam; • Edam – Hoorn; • Volendam – Edam; • Monnickendam – Marken; • Zaans Medisch Centrum – Zaanse Schans; • Amsterdam, Station Noord – Buiksloterwegveer of Hagedoornplein, en • Halte Splitsing, Schouw –- Purmerend. De Concessiehouder biedt de uitlopers van de Verbindende Lijnen als bedoeld in lid 1 in ieder geval met de in onderstaande tabel genoemde frequenties (in Ritten per uur) aan: Dagdeel Werkdagen Zaterdag Zondag Vroege Ochtend Ochtendspits Dal Avondspits Avond
1 2 2 2 1
2
2
1
1
De frequenties in bovenstaande tabel gelden in beide richtingen. De Concessiehouder zorgt er daarbij voor dat Ritten gelijkmatig over het uur verdeeld zijn (2 Ritten per uur komt dus overeen met een Interval van 30 minuten) waarbij hij beperkt mag afwijken, dat wil zeggen een afwijking in het interval tot maximaal 2 minuten, om Aansluiting te bieden op Amsterdam, Station Noord op de Noord/Zuidlijn.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 32 van 154
3
4
In afwijking van het bepaalde in lid 2 hoeft de Concessiehouder de uitloper Amsterdam, Station Noord – Buiksloterwegveer of Hagedoornplein alleen in de Spitsperioden te bedienen, in dat geval met een frequentie zoals genoemd in de tabel in lid 2. Het is de Concessiehouder onder de voorwaarden zoals benoemd in dit Artikel toegestaan op deze gekoppelde Lijnen Materieel in te zetten dat voldoet aan de eisen die vanuit de Productformule R-net gesteld worden.
Naast de Ontsluitende Lijnen naar Woongebieden vindt de Concessieverlener het belangrijk dat de Concessiehouder ook een verbinding biedt tussen Purmerend en de Werkgebieden in Amsterdam Zuidoost. Artikel 7 1
2
3
Lijnen naar Werkgebieden
De Concessiehouder biedt op Werkdagen ten minste één Lijn aan tussen Purmerend en de Werkgebieden in Amsterdam Zuidoost die aan de volgende eisen ten aanzien van minimale bedieningstijden en frequenties voldoet: a. a. de Concessiehouder biedt de betreffende Lijn(en) in ieder geval tussen 7:00 uur en 19:00 uur aan, en b. b. de Concessiehouder biedt de tijdens de in sub a genoemde periode in beide richtingen ten minste 2 Ritten per uur aan, hetgeen overeenkomt met een Interval van 30 minuten. Ingeval de Concessiehouder naast de in lid 1 bedoelde Lijn(en) extra Lijnen naar Werkgebieden aanbiedt zorgt de Concessiehouder ervoor dat deze Lijnen aan de volgende eisen ten aanzien van bedieningstijden en frequenties voldoen: a. de Concessiehouder biedt de extra Lijn(en) in ieder geval op Werkdagen tussen 7:00 uur en 9:00 uur en tussen 16:00 en 19:00 uur aan, en b. de Concessiehouder biedt tijdens de onder sub a genoemde perioden ten minste 2 Ritten per uur aan in de spitsrichting, hetgeen overeenkomt met een Interval van 30 minuten.
Het is de Concessiehouder toegestaan om op een Lijn zoals bedoeld in dit Artikel Materieel conform de Productformule R-net in te zetten tussen de Haltes Splitsing, Schouw en Amsterdam-ZO, Station Holendrecht indien in de Spitsperioden op deze Lijn minimaal 6 Ritten per uur rijden in beide richtingen en op deze Lijn in de dal ten minste 2 Ritten per uur rijden in beide richtingen. Indien de Lijn in dit lid is gekoppeld zoals bedoeld in Artikel 6 (van/naar de Halte Splitsing, Schouw) en in de Spitsperioden op de doorkoppeling ten minste 4 Ritten per uur rijden in beide richtingen, dan mag ook op de doorkoppeling Materieel conform de Productformule R-net worden ingezet.
4.2.4 Verdeling van Ritten naar Amsterdam De door de Concessieverlener in het kader van de ingebruikname van de Noord/Zuidlijn vastgestelde Lijnennetvisie 201817 in combinatie met de huidige vervoerstromen bepalen het aantal Ritten dat mag doorrijden naar Amsterdam Centraal Station. De insteek daarbij is om zoveel mogelijk Reizigers die baat hebben bij (dan wel geen onevenredig nadeel ondervinden van) een overstap op de Noord/Zuidlijn bij Station Noord of Noorderpark, deze overstapmogelijkheid te bieden. De Concessieverlener heeft daarbij
17
Lijnennetvisie 2018 zoals op 17 september 2015 vastgesteld door het dagelijks bestuur
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 33 van 154
de wens dat, zodra de vervoersvraag dit toelaat, het aantal Ritten naar Amsterdam Centraal Station zowel absoluut als relatief afneemt. Artikel 8 1
2
3
Verdeling van Ritten naar Amsterdam
Het is de Concessiehouder toegestaan om: a. maximaal 40% van alle Ritten per week vanuit het Concessiegebied richting Amsterdam, Station Noord, Noorderpark en Amsterdam Centraal Station door te laten rijden naar Amsterdam Centraal Station, waarbij op een individuele dag het betreffende maximum maximaal 10 percentiel mag afwijken van het gemiddelde per week; b. vanaf de drie corridors Ilpendam (N235), Broek in Waterland (N247) en Zaanstad (Oostzanerdijk) maximaal twee Lijnen (d.w.z. Daglijnen) per corridor aan te bieden naar Amsterdam Centraal Station (waarbij de Ritten van deze Lijnen meetellen om het percentage onder sub a te bepalen), en c. één directe non-stop Toeristenlijn aan te bieden vanaf Amsterdam Centraal Station naar de Zaanse Schans en één directe non-stop Toeristenlijn aan te bieden vanaf Amsterdam Centraal Station naar Edam-Volendam. De Ritten van deze Toeristenlijnen tellen mee om het percentage in sub a te bepalen. De Concessiehouder biedt in ieder geval in de Dienstregelingjaren 2024 tot en met 2026 twee directe Lijnen aan vanuit Gemeente Edam-Volendam via corridor N247 (Broek in Waterland) naar Amsterdam Centraal Station.
Vanaf het Dienstregelingjaar 2027 mag de Concessiehouder een voorstel doen tot een andere lijnvoering tussen Edam-Volendam en Amsterdam, rekening houdend met de vervoervraag naar Amsterdam Centraal Station, met inachtneming van het bepaalde in Artikel 17 (Dienstregelingprocedure). De Ritten van deze Lijnen tellen mee om het percentage in lid 1 sub a te bepalen. De Concessiehouder hanteert voor Lijnen vanuit het Concessiegebied naar Amsterdam en vice versa binnen Amsterdam de gehele dag hetzelfde Eindpunt/Beginpunt. Deze verplichting geldt niet voor eventuele uitlopers naar het Hagedoornplein en/of Buiksloterwegveer in Amsterdam als bedoeld in Artikel 6 (Koppeling Verbindende Lijnen en Ontsluitende Lijnen).
4.2.5 Nachtlijnen De 24-uurs economie van de Metropoolregio Amsterdam stelt extra eisen aan het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied. De Concessieverlener eist daarom dat de Concessiehouder in ieder geval tijdens een aantal Nachten Openbaar Vervoer aanbiedt, maar biedt de Concessiehouder tegelijkertijd de ruimte om het aanbod aan Openbaar Vervoer gedurende de Nacht af te stemmen op de behoefte van Reizigers. Artikel 9 1
Nachtlijnen
De Concessiehouder biedt tijdens de Nacht ten minste Nachtlijnen op de volgende verbindingen aan, en wel op een zodanige wijze dat Reizigers zonder overstap van het vermelde Beginpunt naar het vermelde Eindpunt kunnen reizen: a. Amsterdam Centraal Station – Landsmeer, Van Beekstraat – Oostzaan, De Kunstgreep – Zaandam, Station; b. Amsterdam Centraal Station – Zaandam, Station – Koog aan de Zaan, Station – Zaandijk Zaanse Schans, Station – Wormerveer, Station – Krommenie-Assendelft, Station;
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 34 van 154
2
3
c. Amsterdam Centraal Station – Purmerend, Neckerstraat – Purmerend, M.L. Kingweg; d. Amsterdam Centraal Station – Purmerend, Korenstraat; e. Amsterdam Centraal Station – Monnickendam, Swaensborch – Edam, Busstation, en f. Amsterdam Centraal Station – Volendam, Centrum – Edam, Busstation. In afwijking van het bepaalde in lid 1 mag de Concessiehouder Nachtlijnen vanaf Amsterdam, Station Noord laten vertrekken indien volgens de dienstregeling van de concessie Amsterdam tijdens de Nacht openbaar vervoer met de Noord/Zuidlijn wordt verricht en de Concessiehouder een Aansluiting biedt tussen de Nachtlijnen en de Noord/Zuidlijn. De Concessiehouder biedt de in lid 1 genoemde Nachtlijnen in ieder geval tijdens de in onderstaande tabel genoemde Nachten met de in onderstaande tabel genoemde frequentie aan: Periode Frequentie Nacht van donderdag op vrijdag Nacht van vrijdag op zaterdag Nacht van zaterdag op zondag
4
1x/uur 1x/uur 2x/uur
De Concessiehouder zorgt ervoor dat: d. de eerste Rit van een Nachtlijn binnen één uur vertrekt nadat de laatste Rit van de Verbindende en/of Ontsluitende Lijn op dezelfde verbinding vanaf zijn Beginpunt is vertrokken, en e. de laatste Rit van een Nachtlijn maximaal één uur vertrekt voordat de eerste Rit van de Verbindende en/of Ontsluitende Lijn op dezelfde verbinding vanaf zijn Beginpunt vertrekt.
4.2.6 Buurtbuslijnen Buurtbuslijnen vervullen weliswaar een bescheiden, maar belangrijke rol bij het invullen van de vervoersbehoeften van Reizigers in het Concessiegebied. De Concessieverlener verwacht daarom dat de Concessiehouder buurtbusverenigingen van de door de Concessiehouder goedgekeurde Buurtbuslijnen faciliteert, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van een Buurtbus (onderwerp van Artikel 39) en ondersteuning bij het opstellen van een Dienstregeling voor de Buurtbuslijn. Na overleg met Gemeenten en de Concessiehouder kan de Concessieverlener tijdens de looptijd van de Concessie aanpassingen in het aanbod van Buurtbuslijnen doorvoeren. Artikel 10 Buurtbuslijnen 1
De Concessiehouder faciliteert alle door de Concessieverlener goedgekeurde Buurtbuslijnen. Vanaf de ingangsdatum van de Concessie gaat het om de volgende Buurtbuslijnen: a. Krommeniedijk – Krommenie – Assendelft – Wormerveer – Wormer – Oost-Knollendam (huidige lijn 414); b. Zaandam – Nauerna – Assendelft – Krommenie-Assendelft (huidige lijn 456); c. Purmerend – Kwadijk/Middelie – Oosthuizen – Warder – Schardam – Beets (huidige lijn 413); d. De Rijp – Westbeemster – Middenbeemster – Beemster – Zuidoostbeemster – Purmerend (huidige lijn 416), en e. Ilpendam – Overleek – Monnickendam – Zuiderwoude – Uitdam – Zuiderwoude – Broek in Waterland (huidige lijn 419).
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 35 van 154
2
3
4
Al dan niet op verzoek van de desbetreffende buurtbusvereniging, kan de Concessieverlener na overleg met betrokken Gemeente(n) en de Concessiehouder besluiten om, met inachtneming van het bepaalde in lid 10 van Artikel 4 (Hoogte van de Subsidie) van de Subsidiebeschikking, de in lid 1 genoemde Buurtbuslijnen uit te breiden of te beëindigen. De verplichting om Woon- en Werkgebieden met Openbaar Vervoer te ontsluiten, zoals bedoeld in Artikel 3 (Ontsluitingsnormen), geldt niet op het moment dat een Woon- of Werkgebied door een Buurtbuslijn wordt bediend, ongeacht de bedieningstijden, route of frequentie van de Buurtbuslijn. De Concessiehouder stelt jaarlijks als onderdeel van de vervoerplanprocedure zoals beschreven in Bijlage Dverhou (Vervoerplanprocedure) in overleg met de desbetreffende buurtbusvereniging de Dienstregeling voor Buurtbuslijnen op en voegt deze Dienstregeling toe aan het Vervoerplan voor het betreffende Dienstregelingjaar.
4.2.7 Toeristenlijnen Toeristen vormden voor de uitbraak van de COVID-19-pandemie een belangrijke en groeiende groep Reizigers in de Metropoolregio Amsterdam. In de toekomst ziet de Concessieverlener deze groep wederom als belangrijke groep Reizigers. Daarom verwacht de Concessieverlener dat de Concessiehouder initiatief neemt tot het (door)ontwikkelen van producten voor toeristen, waaronder in ieder geval een Toeristenlijn tussen Edam/Volendam en Zaanse Schans, bijvoorbeeld door samen te werken met andere bedrijven. Daarnaast daagt de Concessieverlener de Concessiehouder uit om in zijn inschrijving een voorstel te doen m.b.t. additionele voorzieningen in het Materieel dat hij inzet op Toeristenlijnen, zoals bijvoorbeeld het aanbieden van Wifi. Door de impact van de COVID-19-pandemie is het mogelijk dat in de eerste jaren van de Concessie er ontheffingen zullen worden afgegeven voor deze initiatieven. De Concessieverlener heeft in Artikel 8 (Verdeling van Ritten naar Amsterdam) aangegeven dat EdamVolendam middels twee directe Lijnen met Amsterdam Centraal Station bediend moet worden en dat het is toegestaan één directe non-stop Toeristenlijn aan te bieden tussen Amsterdam Centraal Station en Zaanse Schans en één tussen Amsterdam Centraal Station en Edam-Volendam. Artikel 11 Toeristenlijnen 1
2
3 4
De Concessiehouder biedt een Toeristenlijn aan op de verbinding Edam/Volendam – Zaanse Schans die aan de volgende eisen ten aanzien van minimale bedieningstijden en frequenties voldoet: a. De Concessiehouder biedt de Toeristenlijn in ieder geval in juli en augustus aan; b. De Concessiehouder biedt de Toeristenlijn in de onder sub a genoemde maanden op alle dagen van de week in ieder geval tussen 11:00 uur en 16:00 uur aan, en c. De Concessiehouder biedt tijdens de onder sub b genoemde periode in beide richtingen ten minste 2 Ritten per uur aan, hetgeen overeenkomt met een Interval van 30 minuten. De Concessiehouder onderzoekt, eventueel met Derden, mogelijkheden om het aanbod aan Toeristenlijnen uit te breiden naar andere toeristische trekpleisters en neemt voorstellen daartoe op in zijn Vervoerplan. Het is de Concessiehouder toegestaan op Toeristenlijnen Bussen in te zetten die voldoen aan de eisen die vanuit de Productformule R-net gesteld worden. Voor de Dienstregelingjaren 2024 en 2025 van de Concessie kan de Concessieverlener een ontheffing verlenen voor de bepalingen uit dit Artikel.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 36 van 154
4.2.8 Scholierenlijnen De Concessieverlener stelt geen specifieke eisen ten aanzien van Scholierenlijnen. De Concessieverlener wil zo stimuleren dat deze reizigersstromen zo veel als mogelijk geïntegreerd worden met de overige reizigersstromen in het Concessiegebied. Het is de Concessiehouder wel toegestaan Scholierenlijnen aan te bieden.
4.2.9 Basismobiliteitsvorm Gedurende de looptijd van de Concessie is het de Concessiehouder toegestaan Ontsluitende Lijnen die tijdens alle Dagdelen ten hoogste 1 keer per uur rijden, te vervangen door een Basismobiliteitsvorm. Voorwaarde is wel dat dit leidt tot een substantiële toename van het aantal reismogelijkheden en kortere reistijden voor de meeste Reizigers. Artikel 12 Basismobiliteitsvorm 1
2
Na goedkeuring door de Concessieverlener is het de Concessiehouder toegestaan om vanaf het Dienstregelingjaar 2025 voor de bediening van Woongebieden en Werkgebieden Basismobiliteitsvormen aan te bieden in aanvulling op of in plaats van een Vaste Lijn. Bij het aanbieden van een Basismobiliteitsvorm in plaats van een Vaste Lijn draagt de Concessiehouder er zorg voor dat: a. het aantal vertrekmogelijkheden binnen, naar en vanuit de desbetreffende Woon-/ Werkgebieden op Werkdagen en Zaterdagen ten minste twee keer zo groot is als het minimaal vereiste aantal vertrekmogelijkheden met een Vaste Lijn zoals dat volgt uit de eisen ten aanzien van minimale bedieningsperioden en frequenties in Artikel 5 (Ontsluitende Lijnen naar Woongebieden); b. een gelijkmatige spreiding van het aantal vertrekmogelijkheden over de dag; c. indien geen vaste route wordt gevolgd: i. de Reistijd van het opstappunt naar een Knooppunt of een Halte van een Verbindende Lijn niet meer dan anderhalf keer de Reistijd volgens de kortst mogelijke route via de weg bedraagt; ii. het Omrijden geen gevolgen heeft voor de hoogte van het Tarief dat de Concessiehouder bij Reizigers in rekening brengt, dat wil zeggen een vast Tarief per Rit of een kilometerafhankelijk Tarief dat niet hoger is dan het Tarief gebaseerd op de kortst mogelijke route via de weg, en iii.
de Concessiehouder op een Knooppunt een Gegarandeerde Aansluiting biedt; d. indien geen sprake is van Haltes: ten minste 90% van de adressen in het desbetreffende Woongebied dan wel Werkgebied binnen een afstand van 400 meter (hemelsbreed) van een opstappunt ligt; e. indien een Rit alleen na een daartoe strekkend verzoek van een Reiziger wordt uitgevoerd, Reizigers in ieder geval: i. op een eenvoudige en gebruiksvriendelijke wijze hun Rit via internet, een mobiele applicatie, telefoon en andere tijdens de duur van de Concessie gangbare communicatiekanalen kunnen reserveren; ii. tot één uur voor het beoogde vertrekmoment hun Rit kunnen reserveren, en iii. ten hoogste 15 minuten eerder of later dan het bij de reservering kenbaar gemaakte gewenste vertrektijdstip worden opgehaald, onder de voorwaarde dat de Concessiehouder een Gegarandeerde Aansluiting biedt op het Knooppunt;
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 37 van 154
f.
3
4.3
in de Dienstregeling op eenduidige wijze is aangegeven welke vervoersvorm hij in de Woon- en Werkgebieden aanbiedt; g. Voertuigen die hij hiervoor inzet voldoen aan de eisen zoals gesteld in Hoofdstuk 7 (Materieel); h. Reizigers met alle door de Concessieverlener vastgestelde Vervoerbewijzen, waaronder begrepen Persoonlijke en Anonieme OV-Chipkaarten, Bijzondere Vervoerbewijzen en Interoperabele Wegwerpchipkaarten, dan wel Nieuwe Betaalwijzen, met de alternatieve vervoersvorm kunnen reizen, en i. bij Reizigers die van de Basismobiliteitsvorm op een andere vorm van Openbaar Vervoer per Bus, Auto, tram of metro overstappen en vice versa, ten hoogste éénmaal de Vaste Voet in rekening wordt gebracht. Ingeval gedurende de looptijd van de Concessie blijkt dat de Concessiehouder de Prestaties die hij met een Basismobiliteitsvorm nastreeft, zoals genoemd in zijn Vervoerplan, in de praktijk niet weet te realiseren, kan de Concessieverlener de Concessiehouder verplichten om de desbetreffende Woon-/Werkgebieden alsnog met een Vaste Lijn te ontsluiten.
DIENSTREGELING
Een onderscheidend kenmerk van openbaar vervoer is dat deze vervoersvorm volgens een Dienstregeling moet worden uitgevoerd. De Dienstregeling geeft Reizigers inzicht in de locaties waarvan en de tijdstippen waarop zij van het Openbaar Vervoer gebruik kunnen maken. Daarnaast vormt de Dienstregeling voor de Concessieverlener een belangrijk referentiekader om de kwaliteit van het Openbaar Vervoer te beoordelen. De Concessieverlener hecht er daarbij veel waarde aan dat de Concessiehouder belanghebbenden zoals Gemeenten en de Reizigers Advies Raad nauw betrekt bij het opstellen van de Dienstregeling.
4.3.1 Algemene eisen aan de Dienstregeling De Concessieverlener verlangt van de Concessiehouder dat zijn Dienstregeling bijdraagt aan de herkenbaarheid van het Openbaar Vervoer voor Reizigers en het gemak waarmee zij van het Openbaar Vervoer gebruik kunnen maken, bijvoorbeeld door het afstemmen op en laten aansluiten van Lijnen en het hanteren van vaste vertrektijden. Artikel 13 Opzet Dienstregeling 1 2
3
4
De Concessiehouder verricht Openbaar Vervoer volgens een Dienstregeling. De Dienstregeling is in overeenstemming met de eisen gesteld bij of krachtens het Concessiebesluit, het Programma van Eisen en het door de Concessieverlener goedgekeurde Vervoerplan. De Concessiehouder draagt er zorg voor dat de Dienstregeling in overeenstemming is met de werkelijke rijtijden. De Concessiehouder vergelijkt hiertoe de gerealiseerde rijtijden met de rijtijden zoals opgenomen in de Geldende Dienstregeling. De Concessiehouder mag per Dienstregelingjaar maximaal twee Dienstregelingen onderscheiden, te weten een Basisdienstregeling en een Vakantiedienstregeling. De Vakantiedienstregeling beslaat geen andere dan de volgende perioden:
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 38 van 154
a.
5
de Zomervakantie van het voorgezet onderwijs in het Concessiegebied, tenzij de Concessiehouder in zijn Vervoerplan heeft aangegeven dat tijdens de Zomervakantie de Basisdienstregeling van kracht is, en b. de Kerstvakantie van het voorgezet onderwijs in het Concessiegebied, tenzij de Concessiehouder in zijn Vervoerplan heeft aangegeven dat tijdens de Kerstvakantie de Basisdienstregeling van kracht is. In afwijking van het bepaalde in lid 4 hoeft de Concessiehouder (extra) Ritten van Scholierenlijnen gedurende schoolvakanties van het voortgezet onderwijs in het Concessiegebied niet aan te bieden.
4.3.1.1 Aansluitingen en Afstemming Voor de kwaliteit van het Openbaar Vervoernetwerk is het belangrijk dat Lijnen op Knooppunten op elkaar aansluiten, maar ook dat vertrektijden van Lijnen die vergelijkbare verbindingen bieden op elkaar zijn afgestemd. Op die manier krijgen Reizigers meer reismogelijkheden met kortere reistijden. Artikel 14 Aansluiting en Afstemming 1 2
3
4
5
6
De Concessiehouder zorgt ervoor dat Lijnen op Knooppunten zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. De Concessiehouder biedt waar dit meerwaarde voor Reizigers heeft op de volgende stations Aansluiting op de treinverbinding met Schiphol en/of Amsterdam Centraal Station: a. Purmerend; b. Purmerend Overwhere; c. Zaandam NS; d. Krommenie-Assendelft, en e. Wormerveer. Ingeval Lijnen die bij de metrostations Amsterdam Noord dan wel Noorderpark vertrekken, halteren en/of eindigen met een frequentie lager dan 8 keer per uur rijden, dient de Concessiehouder Aansluiting te bieden op de Noord/Zuidlijn. De Concessiehouder geeft in het Vervoerplan en vervolgens in de Dienstregeling aan waar en wanneer hij Aansluitingen biedt, in hoeverre daarbij sprake is van Gegarandeerde Aansluitingen en hoe hij daarbij rekening houdt met loopafstanden voor overstappende Reizigers op Aansluitpunten. De Concessiehouder draagt er zorg voor dat in alle gevallen waarin volgens de Geldende Dienstregeling een Aansluiting wordt geboden, dan wel in gevallen waarbij Reizigers er gelet op de aankomst- en vertrektijden van Ritten op een Halte uit de Geldende Dienstregeling kunnen afleiden dat sprake is van een overstapmogelijkheid tussen de desbetreffende Ritten, in ieder geval de laatste Aansluiting/overstapmogelijkheid die op de laatste Rit van een Daglijn geboden wordt een Gegarandeerde Aansluiting is.
De Concessiehouder stemt de vertrektijden van Lijnen die (gedeeltelijk) dezelfde route volgen op elkaar af zodat de vertrektijden gelijkmatig over het uur gespreid worden, met dien verstande dat de Concessiehouder met alle betreffende Lijnen (met uitzondering van Lijnen die alleen rijden tijdens de Spitsperiode) Aansluiting biedt op de eerst vertrekkende Rit van de Noord/Zuidlijn en de laatste vertrekkende en aankomende Rit van de Noord/Zuidlijn van de dag. Het is de Concessiehouder toegestaan om op de Trajecten Ilpendam - Amsterdam en Broek in Waterland - Amsterdam in de Spitsperiode de vertrektijden van de Lijnen onderling
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 39 van 154
7
8
niet af te stemmen. Buiten de Spitsperiode dienen de Lijnen die (gedeeltelijk) hetzelfde Traject volgen op elkaar te zijn afgestemd, tenzij onderlinge afstemming tot gevolg heeft dat de Ritten van een individuele Lijn niet gelijkmatig over het uur zijn verdeeld of indien tezamen meer dan acht Ritten per uur worden aangeboden op hetzelfde Traject. Waar relevant, stemt de Concessiehouder de vertrektijden van zijn Lijnen af op de vertrektijden van grensoverschrijdende lijnen die gedeeltelijk dezelfde route volgen maar niet tot de Concessie behoren. Indien als gevolg van een aanpassing van de Geldende Dienstregeling van een Lijn de in de tot het moment van de aanpassing Geldende Dienstregeling opgenomen Aansluitingen en/of Afstemmingen geheel of gedeeltelijk zouden komen te vervallen, past de Concessiehouder tevens de Dienstregeling van andere Lijnen zodanig aan dat deze Aansluitingen en/of Afstemmingen behouden blijven, tenzij de Concessieverlener en de Concessieverlener anders overeenkomen.
4.3.1.2 Lijnnummering Een logische Lijnnummering draagt bij aan de herkenbaarheid van het Openbaar Vervoer. De Concessieverlener biedt de Concessiehouder ruimte om binnen bepaalde kaders voorstellen te doen voor (wijzigingen in) de Lijnnummering. Artikel 15 Lijnnummering 1
2
3 4
De Concessiehouder hanteert een nummering van de Lijnen ten behoeve van het verrichten van Openbaar Vervoer in overeenstemming met een door de Concessieverlener goedgekeurde Lijnnummering. De Concessiehouder hanteert de volgende systematiek bij de nummering van de Lijnen: a. de Ontsluitende lijnen kennen een nummer bestaande uit 2 of 3 cijfers; b. de Buurtbuslijnen kennen een nummer bestaande uit 3 cijfers beginnend met het cijfer 4; c. de Scholierenlijnen kennen een nummer bestaande uit 3 cijfers beginnend met het cijfer 6; d. de Toeristenlijnen kennen een nummer bestaande uit 3 cijfers beginnend met het cijfer 8; e. de Nachtlijnen kennen een nummer bestaande uit een “N” gevolgd door 2 cijfers, en f. de Lijnen uitgevoerd overeenkomstig de eisen vanuit de Productformule R-net kennen een nummer zoals door de Concessieverlener toegedeeld aan de Concessie18. De Concessiehouder neemt in het ontwerp-Vervoerplan een voorstel op voor de nummering van Lijnen, waaronder begrepen wijzigingen in de tot dan toe geldende Lijnnummering. De kosten van wijzigingen van de Lijnnummering, waaronder begrepen de eventuele kosten voor aanpassing van het OV-Betaalsysteem, zijn voor rekening en risico van de Concessiehouder en komen op generlei wijze ten laste van de Concessieverlener.
4.3.1.3 Feestdagen
18
Aan de R-netlijnen behorend tot de concessies Zaanstreek en Waterland zijn de volgende nummers toegekend: de series 301 tot en met 319, 370 tot en met 379 en 390 tot en met 399 met uitzondering van 397.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 40 van 154
De ervaring leert dat de vervoervraag op feestdagen afwijkt van die op reguliere dagen. Op veel feestdagen is de vervoervraag minder groot; op bepaalde feestdagen juist groter. Artikel 16 Feestdagen 1
2
3
Op Koningsdag biedt de Concessiehouder minimaal de Zaterdagdienstregeling aan. In de Nachten voorafgaand aan en volgend op Koningsdag geldt minimaal de Dienstregeling voor de nacht van vrijdag op zaterdag. Rond de overgang van Oudejaarsdag naar Nieuwjaarsdag mag de Concessiehouder het Openbaar Vervoer tussen 22:00 en 23:00 afbouwen en tussen 23:00 en 01:00 uur stilleggen. In de Nacht volgend op Oudejaarsdag geldt de Dienstregeling voor de Nacht van zaterdag op zondag, waarbij de Nachtlijnen volgens Dienstregeling rijden. Op de overige algemeen erkende feestdagen biedt de Concessiehouder ten minste de Zondagdienstregeling aan.
4.3.2 Totstandkoming Dienstregeling Hoewel het vaststellen van de Dienstregeling wettelijk gezien een bevoegdheid van de Concessiehouder is, stelt de Concessieverlener hieraan een aantal eisen, zowel wat betreft de opzet als de totstandkoming van de Dienstregeling. De Dienstregeling dient in overeenstemming te zijn met het Concessiebesluit, het Programma van Eisen en het Vervoerplan. De Concessieverlener stelt het Vervoerplan vast. Artikel 17 Dienstregelingprocedure 1
2
3
De Concessiehouder wijzigt de Dienstregeling niet meer dan éénmaal per Jaar, waarbij de ingangsdatum van de wijziging gelijk is aan de ingangsdatum van de wijziging van de Dienstregeling van het Hoofdrailnet conform de Europese afspraken (op dit moment de zondag volgend op de tweede zaterdag in december). De Concessiehouder dient jaarlijks overeenkomstig de procedure en bijbehorende planning in Bijlage D (Vervoerplanprocedure) een ontwerp-Vervoerplan voor het volgende Dienstregelingjaar ter goedkeuring in bij de Concessieverlener. De Concessiehouder voegt aan het ontwerp-Vervoerplan de informatie genoemd in Bijlage F (Informatieprofiel Vervoerplan) toe. De Concessiehouder zorgt ervoor dat het ontwerp-Vervoerplan aan de volgende eisen voldoet: a. het ontwerp-Vervoerplan bevat gemotiveerde voorstellen voor wijzigingen van het vervoeraanbod in het volgende Dienstregelingjaar en een doorkijk naar de beoogde wijzigingen voor het daaropvolgende Dienstregelingjaar, in ieder geval voor zover voor deze wijzigingen substantiële infrastructurele wijzigingen nodig zijn; b.
de motivering van de voorstellen is gebaseerd op kwalitatief en kwantitatief onderzoek waaronder, maar niet beperkt tot, de analyse gegevens van de OV-Chipkaart dan wel Nieuwe Betaalwijzen, klachten, onderzoek onder Reizigers, infrastructurele, demografische, sociaaleconomische en ruimtelijke ontwikkelingen, voertuigbezettingen, actuele rijtijden en wensen van de Concessieverlener en/of Gemeenten en omvat in ieder geval de volgende onderdelen: i. de effecten van de wijzigingsvoorstellen voor de kwantiteiten (Dienstregelingkilometers) en Reizigers, per voorstel en in een totaaloverzicht, waarbij de Concessiehouder in ieder geval aangeeft hoeveel Reizigers voor- en
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 41 van 154
c.
d.
e.
f.
g.
h.
nadeel ondervinden, onderscheiden naar de diverse doelgroepen zoals forenzen, scholieren, recreatieve Reizigers en Reizigers met een mobiliteitsbeperking, alsmede de cumulatieve reistijdverandering voor deze groepen Reizigers, Uitgangspunt daarbij is dat de voordelen van wijzigingsvoorstellen voor Reizigers in beginsel substantieel groter zijn dan de nadelen; ii. de gevolgen voor de ontsluiting van Woon- en Werkgebieden, bediening van Haltes, frequentie, fijnmazigheid, lijnvoering, Aansluitingen, lokale fiets- en loopnetwerken, fietsenstallingen, toegankelijke Haltes en Afstemming tussen Lijnen op gezamenlijke Trajecten; iii. in geval Haltes niet meer (door een andere Lijn) bediend worden, een zorgvuldige afweging van de gevolgen voor de onder i en ii beschreven aspecten, en iv.
in geval van een wijziging in de lijnvoering, een zorgvuldige afweging van de gevolgen voor verkeersveiligheid en leefbaarheid (inpassing in en overlast voor de omgeving), beperkingen van de Beschikbare Infrastructuur en de eisen aan de ontsluiting van Woon- en Werkgebieden; het ontwerp-Vervoerplan beschrijft of, en zo ja, op welke wijze de wensen/input van de Concessieverlener, de Reizigers Advies Raad en Gemeenten, zoals bedoeld in lid 3 in Bijlage D (Vervoerplanprocedure) zijn meegenomen; de Concessiehouder voldoet met de voorstellen als bedoeld onder sub a aan de eisen gesteld bij of krachtens het Concessiebesluit en het Programma van Eisen, waaronder de Vervoerkundige Uitgangspunten. Indien één of meerdere wijzigingsvoorstellen in strijd zijn met het bepaalde in het Concessiebesluit en het Programma van Eisen, waaronder de Vervoerkundige Uitgangspunten, voegt de Concessiehouder bij het ontwerpVervoerplan een schriftelijk verzoek tot aanpassing/ontheffing van de betreffende eis toe.
De Concessiehouder voorziet zijn verzoek van een overzicht van de afwijkingen, verwijzingen naar de betreffende Artikelen en een uitgebreide onderbouwing waarom het verzoek in het belang van Reizigers en/of de Concessieverlener is; het ontwerp-Vervoerplan omvat een omschrijving van de omvang van het vervoeraanbod (uitgedrukt in het aantal Dienstregelingkilometers) en is ten minste vergelijkbaar met de omvang zoals die volgt uit de Inschrijving van de Concessiehouder, tenzij de Concessieverlener in het kader van Meer- of Minderwerk anders beschikt; het ontwerp-Vervoerplan omvat een omschrijving van de uitvoerbaarheid gelet op, en optimaal gebruik van, de capaciteit van de Beschikbare Infrastructuur, met inbegrip van tijdelijk niet of verminderde beschikbaarheid van de Beschikbare Infrastructuur waarvan de Concessiehouder wordt geacht op de hoogte te zijn, de aanpassingen van de Beschikbare Infrastructuur die hiervoor nodig zijn, met inachtneming van het bepaalde in Artikel 19 (Beschikbare Wegen) en Artikel 20 (Beschikbare Haltes), en de capaciteit en inzetbaarheid van de Voertuigen; het ontwerp-Vervoerplan omvat een omschrijving van de realiseerbaarheid van bijvoorbeeld aanpassingen van de Beschikbare Infrastructuur, zonder dat hiervoor een financiële bijdrage van de Concessieverlener nodig is, tenzij de Concessieverlener vooraf expliciet met deze aanpassingen heeft ingestemd;
het ontwerp-Vervoerplan omvat een omschrijving van de afstemming met aangrenzende concessies, met name de afstemming met de concessie Amsterdam, waaronder frequentieafstemming en aansluitingen op de Noord/Zuidlijn en de gezamenlijke
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 42 van 154
4
5
6
bediening van een deel van Amsterdam Noord, en met de op dat moment bekende voorstellen voor het Hoofdrailnet; i. de wijze waarop rekening is gehouden met het advies van de Adviescommissie Zaanstreek-Waterland en de Reizigers Advies Raad zoals aangeboden aan de Concessiehouder. Indien onderdelen van adviezen niet of niet geheel zijn overgenomen in het ontwerp-Vervoerplan, motiveert de Concessiehouder waarom van de desbetreffende onderdelen van de adviezen is afgeweken, en j. het ontwerp-Vervoerplan omvat het percentage van het aantal Ritten dat per dag en per week vanuit het Concessiegebied richting Amsterdam Centraal Station rijdt als percentage van het totaal aantal Ritten naar Station Noord, Noorderpark en Amsterdam Centraal Station. De Concessieverlener beoordeelt of het ontwerp-Vervoerplan in overeenstemming is met het Concessiebesluit en het Programma van Eisen, waaronder de Vervoerkundige Uitgangspunten, en voldoet aan het bepaalde in dit Artikel, in welk geval de Concessieverlener het Vervoerplan vaststelt. De Concessiehouder bespreekt voorstellen voor grootschalige gewenste wijzigingen in de lijnvoering en haltebediening, bijvoorbeeld als gevolg van infrastructurele wijzigingen, tijdig in het concessiebeheeroverleg met de Concessieverlener, de betreffende Wegbeheerders(s) en Concessiehouder, waarbij: a.
de regiefunctie bij dergelijke voorstellen bij de Concessieverlener ligt, tenzij die anders bepaalt, en b. vrijgevallen Dienstregelingkilometers dan wel Dienstregelinguren in beginsel, indien zinvol, geherinvesteerd worden op de verbindingen in, van en naar Gemeenten waar ze vrijvallen. De Concessiehouder houdt hier in zijn voorstellen rekening mee. Voor de Dienstregeling ingaande op 10 december 2023 vormen het Vervoerplan en de ontwerp-Dienstregeling zoals die deel uitmaken van de Inschrijving het uitgangspunt voor de procedure beschreven in Bijlage D (Vervoerplanprocedure).
4.3.3 Eisen aan tussentijdse wijzigingen en aanpassingen van de Dienstregeling Artikel 18 Tussentijdse wijzigingen en aanpassing Dienstregeling 1
2
3
4
Indien in fase 1 van de opbrengstgarantstellingsregeling een vermindering van het vervoervoeraanbod nodig blijkt, kan de Concessiehouder een tussentijdse wijziging van de Dienstregeling, na voorafgaande toestemming van de Concessieverlener, doorvoeren. Naast het bepaalde in lid 1 kan uitsluitend in bijzondere gevallen, onder meer bij een ingrijpende wijziging van de Beschikbare Infrastructuur of aanzienlijke wijzigingen in rijtijden, en met voorafgaande toestemming van de Concessieverlener, de Concessiehouder een tussentijdse wijziging van de Dienstregeling doorvoeren. De Concessiehouder legt een voorstel tot tussentijdse wijziging van de Dienstregeling ter toetsing aan de Concessieverlener voor. De Concessieverlener behandelt dit voorstel overeenkomstig de procedure beschreven in Bijlage D (Vervoerplanprocedure). De Concessieverlener kan na overleg met de Concessiehouder besluiten tot een verkorting van de termijnen zoals genoemd in Bijlage D. Indien de Concessieverlener constateert dat de Geldende Dienstregeling in strijd is met het bepaalde bij of krachtens het Concessiebesluit en het Programma van Eisen, kan de
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 43 van 154
5
Concessieverlener de Concessiehouder een Aanwijzing geven om binnen een door de Concessieverlener gestelde redelijke termijn de Dienstregeling in overeenstemming te brengen met het bepaalde bij of krachtens het Concessiebesluit. De Concessiehouder draagt er zorg voor dat gedurende de gehele looptijd van de Concessie de Geldende Dienstregeling voldoet aan de eisen zoals deze worden gesteld bij of krachtens het Concessiebesluit en het Programma van Eisen, waaronder de Vervoerkundige Uitgangspunten, en het aantal Dienstregelingkilometers ten minste vergelijkbaar is met het aantal Dienstregelingkilometers zoals bij zijn Inschrijving, tenzij de Concessieverlener anders besluit.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 44 van 154
5
INFRASTRUCTUUR
De kwaliteit van Openbaar Vervoer kan niet los worden gezien van de kenmerken en kwaliteit van de wegen en Haltes (= infrastructuur) waarvan het Openbaar Vervoer gebruik kan maken. Wegbeheerders, te weten Gemeenten, het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de provincie Noord-Holland en Rijkswaterstaat, spelen hierbij een belangrijke rol. Zij bepalen welke infrastructuur voor de uitvoering van de Concessie beschikbaar is en zorgen voor vervanging, vernieuwing en duurzame instandhouding van wegen en voor aanleg, beheer en onderhoud van Haltes. De Concessiehouder voorziet alle Haltes van een Haltebord en van informatie over het Openbaar Vervoer dat van de Haltes gebruik maakt (onderwerp van Artikel 45: Reisinformatie op Haltes). De regioraad van de Vervoerregio Amsterdam heeft in 2018 de ambitie en strategische opgave ‘naar een CO2-neutraal mobiliteitssysteem in 2050’ omarmd en de visie en ambities om te komen tot een CO2neutraal OV-systeem vastgesteld. Op basis hiervan heeft de Concessieverlener zich tijdens de aanbesteding Zaanstreek-Waterland 2022 reeds ingespannen om de introductie van ZeroEmissievoertuigen mogelijk te maken.
Daartoe heeft de Concessieverlener destijds gezamenlijk met de Gemeenten locaties in de openbare ruimte aangewezen die gezien de beschikbare ruimte en de ligging ten opzichte van Knooppunten kansen boden voor een efficiënte uitvoering van de Dienstregeling met Zero-Emissievoertuigen. Zo wilde de Concessieverlener de Concessiehouder ondersteunen bij het realiseren van Laadinfrastructuur. In de voorbereiding op de aanbesteding van deze Concessie is de noodzaak van deze aangewezen locaties opnieuw bekeken. Op basis van nieuwe ontwikkelingen in de techniek rond Zero Emissievoertuigen is besloten dat de Concessieverlener zich inspant om de netaansluiting tijdig aan te leggen op de stallingen in Purmerend en Zaandam, opdat de Concessiehouder voor de ingangsdatum van de Concessie Laadinfrastructuur kan realiseren.
5.1
WEGINFRASTRUCTUUR
De aanbesteding van de Concessie zal niet leiden tot een wijziging in de verdeling van taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de weginfrastructuur. De Concessiehouder kan voor de uitvoering van de Concessie gebruik maken van de wegen die zijn opgenomen in Bijlage L (Convenant Beschikbare Infrastructuur). De Concessiehouder wordt geacht zijn Openbaar Vervoeraanbod af te stemmen op de beschikbaarheid, capaciteit en kenmerken van de Beschikbare Wegen, waaronder vrije Busbanen en busstations. Het beheer en onderhoud van de Beschikbare Wegen maakt geen deel uit van de Concessie: dit is de verantwoordelijkheid van de Wegbeheerder. Artikel 19 Beschikbare Wegen 1
2
De Concessiehouder gebruikt voor de uitvoering van de Concessie uitsluitend de Beschikbare Wegen en stemt het Openbaar Vervoer aanbod af op de capaciteit en kenmerken (o.a. boogstralen, breedte, hoogte en toegestane aslast) van de Beschikbare Wegen. De Concessiehouder benut alle in het Concessiegebied en op de Uitlopers aanwezige Busbanen (zie Bijlage L ‘Convenant Beschikbare Infrastructuur’), tenzij de Concessieverlener hiervoor op verzoek van de Concessiehouder ontheffing heeft verleend.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 45 van 154
3
De Concessiehouder houdt er rekening mee dat Derden gebruik mogen maken van de Busbanen wanneer de desbetreffende Wegbeheerder een Derde hiervoor toestemming heeft verleend. De Concessiehouder wordt geacht bij zijn Inschrijving rekening te hebben gehouden met de informatie bij het Bestek over relevante infrastructurele ontwikkelingen.
4
5.2
HALTES
Haltes, en dan met name Knooppunten en overstaphaltes, vervullen een belangrijke rol binnen een OVnetwerk. De Concessiehouder heeft er belang bij dat Haltes op de juiste plaats liggen en goed zijn ingericht. Tegelijkertijd leidt de mogelijkheid dat Haltes worden gewijzigd of opgeheven tot onzekerheid en daarmee onrust bij inwoners en bezoekers van het Concessiegebied. Bij start van de Concessie gelden de bestaande Haltes daarom als uitgangspunt voor de Concessiehouder. Tijdens de looptijd van de Concessie kan de Concessiehouder met voorstellen komen om Haltes aan te passen, te verplaatsen of op nieuwe plekken te realiseren, waaronder voorstellen in het kader van een verdere ontwikkeling van R-net (zie ook paragraaf 4.2). De Concessiehouder kan geen rechten aan deze voorstellen ontlenen (zie ook paragraaf 5.3). De kosten voor aanpassing of verplaatsing van Haltes zijn voor rekening van de desbetreffende Wegbeheerder, die hiervoor subsidie van de Concessieverlener kan krijgen. Artikel 20 Beschikbare Haltes 1 2
3
5.3
De Concessiehouder gebruikt voor de uitvoering van de Concessie uitsluitend de Beschikbare Haltes. De Concessiehouder doet aan de desbetreffende Wegbeheerder voorstellen om Haltes bij belangrijke toeristische attracties in het Concessiegebied te voorzien van herkenbare namen. De Concessiehouder draagt zorg voor het plaatsen, beheer en onderhoud van Halteborden en informatiedragers dan wel andere tekens die voldoen aan de wettelijke eisen voor het aanmerken van een locatie als Halte bij alle Beschikbare Haltes in het Concessiegebied, waaronder begrepen de Haltes van Buurtbuslijnen. De Concessiehouder neemt daarbij de aanwijzingen van de Wegbeheerder met betrekking tot welstandseisen alsmede een eventuele Aanwijzing van de Concessieverlener met betrekking tot de vormgeving van een Halte in acht.
SAMENWERKING CONCESSIEHOUDER – WEGBEHEERDERS
Gelet op de verdeling van taken en verantwoordelijkheden als het gaat om de exploitatie van het Openbaar Vervoer en het beheer en onderhoud van de Beschikbare Infrastructuur is een goede samenwerking tussen de Concessiehouder en de Wegbeheerders essentieel. In het Convenant Beschikbare Infrastructuur (Bijlage L) heeft de Concessieverlener met de Wegbeheerders afspraken gemaakt over hun taken en verantwoordelijkheden, terwijl het Programma van Eisen de taken en verantwoordelijkheden van de Concessiehouder bevat.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 46 van 154
Artikel 21 Afstemming met Wegbeheerders 1
2
3
4
5
De Concessiehouder zorgt dat de Concessieverlener de bestuurlijke afspraken kan nakomen die de Concessieverlener met de Wegbeheerders heeft gemaakt inzake de beschikbaarheid van de infrastructuur zoals beschrijven in Bijlage L (Convenant Beschikbare Infrastructuur). De Concessiehouder en de Wegbeheerders wonen ten minste 2 keer per Dienstregelingjaar een door de Concessieverlener georganiseerd overleg bij, te weten één keer tijdens de voorbereiding van het Vervoerplan en één keer tijdens de voorbereiding van de Dienstregeling. Deze overleggen hebben onder meer tot doel voorgenomen aanpassingen van de Beschikbare Infrastructuur en de gevolgen daarvan voor het Openbaar Vervoer te bespreken. De Concessiehouder stelt een vertegenwoordiger aan die als contactpersoon voor de Wegbeheerders fungeert en die bevoegd is namens de Concessiehouder met de Wegbeheerders bindende afspraken te maken met betrekking tot het gebruik van de Beschikbare Wegen ten behoeve van de uitvoering van de Concessie. De Concessiehouder is verantwoordelijk voor het realiseren van voorzieningen voor het Rijdend Personeel, indien en voor zover deze voorzieningen niet door de Wegbeheerder(s) zijn gerealiseerd. De Wegbeheerder is voornemens een voorziening voor het Rijdend Personeel te realiseren bij de Halte Purmerend, P+R N244 zodra hiervoor ruimte beschikbaar is gesteld.
Tijdens de looptijd van de Concessie kan de Concessiehouder voorstellen doen voor aanpassingen van de infrastructuur. De Concessiehouder kan aan deze voorstellen geen rechten ontlenen: een besluit tot aanpassing van de Beschikbare Infrastructuur wordt door de desbetreffende Wegbeheerder in samenspraak met de Concessieverlener en de Concessiehouder genomen. Omgekeerd verwacht de Concessieverlener dat de Concessiehouder Wegbeheerders adviseert over aanpassingen van de Beschikbare Infrastructuur, waaronder wegomleidingen en wijzigingen van Haltes, die de belangen van het Openbaar Vervoer raken. Artikel 22 Permanente en tijdelijke wijzigingen Beschikbare Infrastructuur 1
2
3
4
De Concessiehouder kan in het Vervoerplan voorstellen opnemen om Beschikbare Haltes aan te passen, niet aan te doen, te verplaatsen of op nieuwe locaties te realiseren, mits de Concessiehouder blijft voldoen aan de Vervoerkundige Uitgangspunten. De Concessiehouder neemt hierbij het bepaalde in Artikel 17 (Dienstregelingprocedure) en Bijlage D (Vervoerplanprocedure) in acht. De Concessieverlener beoordeelt, gehoord hebbende het advies van de Reizigers Advies Raad en de Adviescommissie, welke van de in lid 1 bedoelde voorstellen worden goedgekeurd en volgt hierbij de procedure zoals beschreven in Artikel 17 en Bijlage D. De Concessiehouder adviseert de Wegbeheerder uiterlijk binnen 15 Werkdagen na ontvangst van een verzoek daartoe, omtrent de (mogelijke) consequenties van een door de Wegbeheerder voorgenomen permanente wijziging aan de Beschikbare Infrastructuur voor het Openbaar Vervoer, ook wanneer het verzoek betrekking heeft op openbaar vervoer dat na beëindiging van de Concessie verricht zal worden. De Concessiehouder reageert uiterlijk binnen 15 Werkdagen op een door de Wegbeheerder schriftelijk aan de Concessiehouder aangekondigde tijdelijke wijziging aan de Beschikbare