60b. Ontwerp Programma van Eisen Z-W 2024 - versie 8 juli 2021.pdf
Tekst van het document
Concessieverlening ZaanstreekWaterland 2024 Ontwerp-Programma van Eisen 8 juli 2021 Ontwerp
COLOFON Datum
8 juli 2021
Kenmerk
INT/2021/9156
Opgesteld door
Shirley te Roller
Vastgesteld door
Dagelijks Bestuur
Versie
1
Fotograaf
Wiebke Wilting
Vervoerregio Amsterdam Postbus 626 1000 AP Amsterdam Jodenbreestraat 25 1011 NH Amsterdam T E W
020 527 37 00 info@vervoerregio.nl www.vervoerregio.nl
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding 1.1 Aanleiding en context 1.2 leeswijzer ontwerp-programma van eisen 1.3 Het concessiegebied Zaanstreek-Waterland 1.4 Strategische Visie Mobiliteit en Beleidskader Mobiliteit als vertrekpunt 1.5 Doelstellingen aanbesteding Concessie 1.5.1 Financieel kader 1.5.2 Voldoende implementatietijd 1.6 Doel en inhoud ontwerp Programma van Eisen 1.6.1 Programma van Eisen bevat minimumeisen 1.6.2 Nader uit te werken onderwerpen 1.6.3 Onderwerpen buiten scope ontwerp Programma van Eisen 1.7 Betrokkenheid stakeholders bij het ontwerp Programma van Eisen 1.8 Status Ontwerp Programma van Eisen en verdere procedure
7 7 8 8 9 10 11 11 11 11 12 12 13 13
2
Scope, implementatie en Aanpassing Concessie 2.1 Afbakening concessiegebied Zaanstreek-Waterland 2.2 Te gedogen openbaar vervoer 2.3 Ingangsdatum en duur van de Concessie 2.4 Implementatie Concessie 2.4.1 Implementatieplan 2.5 Flexibiliteit en tussentijdse aanpassing concessie
15 15 16 16 16 16 17
3
Inspelen op de wensen van Reizigers 3.1 Klantwensenpiramide 3.2 Beleving 3.3 Ontwikkelrol bij Concessiehouder 3.4 De Concessiehouder als Mobiliteitsmakelaar
19 19 19 20 22
4
Vervoerkundige Uitgangspunten 4.1 Ontsluiting Concessiegebied 4.2 Opbouw OV-netwerk 4.2.1 Referentienetwerk 4.2.2 Verbindende Lijnen 4.2.3 Ontsluitende Lijnen 4.2.4 Verdeling van Ritten naar Amsterdam 4.2.5 Nachtlijnen 4.2.6 Buurtbuslijnen 4.2.7 Toeristenlijnen 4.2.8 Scholierenlijnen 4.2.9 Basismobiliteitsvorm 4.3 Dienstregeling
24 25 26 26 28 30 33 34 35 36 37 37 38
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 3 van 154
4.3.1 4.3.2 4.3.3
Algemene eisen aan de Dienstregeling Totstandkoming Dienstregeling Eisen aan tussentijdse wijzigingen en aanpassingen van de Dienstregeling
38 41 43
5
Infrastructuur 5.1 Weginfrastructuur 5.2 Haltes 5.3 Samenwerking Concessiehouder – Wegbeheerders 5.4 Laadinfrastructuur
45 45 46 46 48
6
Betrouwbaarheid 6.1 Vervoergarantie en zitplaatskans 6.2 Rituitval 6.3 Punctualiteit en Aansluitingen 6.4 Vergoedingsregeling 6.5 Afwijken van de Dienstregeling 6.5.1 Omleidingen 6.5.2 Alternatieve Reismogelijkheden 6.6 Uitvoeringsplan
50 50 52 53 55 56 56 56 57
7
Materieel 7.1 Algemene eisen 7.2 Leeftijd materieel 7.3 Afstemming Materieel op de Beschikbare Infrastructuur 7.4 Toegankelijkheid 7.5 Uiterlijk voertuigen en reclame 7.6 Comfort 7.7 Buurtbussen 7.8 Milieuprestaties voertuigen
59 59 60 61 61 63 64 65 66
8
Reisinformatie 8.1 Reisinformatie algemeen 8.2 Reisinformatie op Haltes 8.3 Reisinformatie in Voertuigen 8.4 Reisinformatie bij bemande Informatiepunten
68 68 71 73 74
9
OV-Betaalsystemen, Tarieven en distributie 9.1 OV-Betaalsystemen 9.2 Tarieven, Reisproducten en Proposities 9.3 Distributienetwerk
76 76 78 80
10 Personeel 10.1 Concessiehouder als werkgever 10.2 Personeel en Reizigers 10.3 Social Return on Investment (SROI)
84 84 85 86
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 4 van 154
10.4 Personeelsplan
86
11 Duurzame bedrijfsvoering
88
12 Sociale Veiligheid 12.1 Algemeen 12.2 Meerjarenplan en Actieplan Sociale Veiligheid 12.3 Inzet Personeel ten behoeve van Sociale Veiligheid 12.4 Kaartcontrole 12.5 Monitoring sociale veiligheid
89 89 90 91 92 93
13 Veiligheid
95
14 Marketing 14.1 Marketingplan 14.2 Marketingbureau
98 98 99
15 Consumentenbescherming en reizigerinspraak 15.1 Klachtenservice 15.2 Adviesrol Reizigers Advies Raad 15.3 Consultatie Reizigers en andere belanghebbenden
100 100 101 102
16 Relatie Concessieverlener – Concessiehouder 16.1 Overleg Concessieverlener – Concessiehouder 16.2 Verstrekken van gegevens door Concessiehouder 16.3 Openbaarheid en bescherming van (persoons)gegevens 16.4 Financiële verantwoording
103 103 104 107 108
Bijlage A: Uitlopers
109
Bijlage B: Te gedogen Lijnen
110
Bijlage C: Haltes behorend tot het Referentienetwerk
111
Bijlage D: Vervoerplanprocedure
117
Bijlage E: Procedure goedkeuring/toetsing plannen, voorstellen en procedures
119
Bijlage F: Informatieprofiel Vervoerplan
121
Bijlage G: Overzicht Woon- en Werkgebieden
123
Bijlage H: Informatieprofiel uitvoering Concessie
132
Bijlage I: Eisen aan reisinformatie
144
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 5 van 154
Bijlage J: Distributienetwerk
145
Bijlage K: Eisen aan het OV-Betaalsysteem
147
Bijlage L: Convenant Beschikbare Infrastructuur
154
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 6 van 154
1 1.1
INLEIDING AANLEIDING EN CONTEXT
Als OV-autoriteit heeft de Vervoerregio Amsterdam de taak om te zorgen voor goed openbaar vervoer in de Amsterdamse regio. Hiervoor is de regio opgedeeld in verschillende concessies. Een concessie biedt de Vervoerregio de mogelijkheid om het alleenrecht te verstrekken aan een vervoerder om het openbaar vervoer te verzorgen. Dit is geregeld in de Wet Personenvervoer 2000 (Wp2000). De huidige concessies voor de gebieden Zaanstreek en Waterland loopt binnenkort af. Voor de periode daarna moet de Vervoerregio een nieuwe concessie verlenen. In 2018 heeft de Vervoerregio (verder: de Concessieverlener1) besloten om, na afloop van de huidige concessies, beide concessies samen te voegen tot de concessie Zaanstreek-Waterland (verder: de Concessie). Het verstrekken van een concessie gebeurt, in principe, op basis van een Europese aanbesteding. Hierdoor heeft elke vervoerder die interesse heeft en aan de voorwaarden voldoet, gelijke kans om dit alleenrecht te winnen. Voor een Europese aanbesteding zijn diverse documenten nodig, waaronder een Programma van Eisen. In een Programma van Eisen staan de minimale eisen beschreven waaraan de vervoerder moet voldoen. Eind 2019 is de Concessieverlener gestart met een aanbestedingsprocedure om deze Concessie te verlenen.
In de zomer van 2020 is deze aanbesteding vanwege de impact van de COVID-19-pandemie op het gebruik van het openbaar vervoer echter stopgezet. Dit vanuit de verwachting dat er geen inschrijvingen zouden komen. Als gevolg hiervan heeft de Vervoerregio besloten de startdatum van de nieuwe concessie met twee jaar te verschuiven naar december 2023. Voor de periode tussen de huidige concessies en start van de nieuwe concessie Zaanstreek-Waterland zijn de huidige concessies verlengd tot december 2023.2 Om de Concessie per december 2023 aan een vervoerder te kunnen verlenen, zal (opnieuw) een aanbesteding worden gehouden. Voor het Ontwerp-Programma van Eisen dat nu voorligt wordt voortgebouwd op het programma van eisen dat is opgesteld voor de afgebroken aanbesteding. Dat Programma van Eisen is destijds met veel zorg opgesteld. Hiervoor heeft in 2018 en 2019 een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden met gemeenten, reizigersorganisaties en burgers. Het programma van eisen is uiteindelijk anderhalf jaar geleden vastgesteld en gepubliceerd voor de aanbesteding. Ook vervoerders hebben tijdens de aanbesteding vragen kunnen stellen en die hebben geleid tot verdere verbeteringen. Het eerdere Programma van Eisen vormt dus de basis, maar deze is wel geactualiseerd.
Dit heeft te maken met (nieuw) beleid, convenanten en projecten die in de afgelopen anderhalf jaar zijn vastgesteld en uitgevoerd. Daarnaast is het Ontwerp-Programma van Eisen getoetst op de impact van COVID-19-pandemie en de mogelijkheden om te zorgen voor een stapsgewijze uitbreiding van het aanbod naarmate reizigers 1
Kernbegrippen, zoals Concessieverlener, Concessie, Concessiehouder en Openbaar Vervoer, zijn met een hoofdletter geschreven. Een definitie van de kernbegrippen is opgenomen in Bijlage A (Begrippenlijst) bij het Concessiebesluit zodat duidelijk is wat onder een kernbegrip wordt verstaan. 2 De samenvoeging van de concessies Zaanstreek en Waterland is per besluit van 27 mei 2021 verschoven naar december 2023.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 7 van 154
terugkeren naar het OV. De vervoerkundige eisen uit het eerdere programma van eisen zijn hieraan getoetst en blijken nog passend. De vervoerkundige eisen zijn daarom, op wat kleine actualisaties na, gelijk gebleven. Omdat het minimumeisen betreffen, heeft de Concessiehouder de ruimte om zijn product optimaal af te stemmen op de (mogelijk veranderende) behoeften van reizigers.
1.2
LEESWIJZER ONTWERP-PROGRAMMA VAN EISEN
Dit ontwerp Programma van Eisen bevat de (minimum)eisen aan het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied. Het document start in hoofdstuk 1 en 2 met het geven van context en achtergronden waarbinnen het Ontwerp-Programma van Eisen tot stand is gekomen en de aanbesteding plaatsvindt. Het gaat onder andere om de omschrijving van het concessiegebied, de beleidskaders en doelstellingen van de aanbesteding en inzicht in het verdere proces. De eisen zelf zijn per (deel)onderwerp beschreven in verschillende hoofdstukken. Dit is hoofdstuk 3 en verder. Elk hoofdstuk start met een inleidende tekst die op functionele wijze beschrijft wat de Concessieverlener met het betreffende onderwerp wil bereiken. De concrete eisen die hieruit voortvloeien zijn vervolgens opgenomen in Artikelen, weergegeven in tabelvorm. De lezer die op hoofdlijnen wil weten wat de Concessieverlener wil bereiken, kan zich beperken tot de eerste twee hoofdstukken en de inleidende teksten van hoofdstuk 3 en verder. In geval van strijdigheid tussen de tekst van het Artikel zoals weergegeven in de tabel en de inleidende tekst, prevaleert de tekst van het Artikel in de tabel.
1.3
HET CONCESSIEGEBIED ZAANSTREEK-WATERLAND
De Concessie regelt het Openbaar Vervoer voor acht gemeenten in het noordelijk deel van de Vervoerregio, te weten: Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad. Daarnaast omvat de Concessie een aantal Uitlopers naar omliggende concessiegebieden. Per 22 juli 2018 is het lijnennet in het concessiegebied Zaanstreek-Waterland (verder: het Concessiegebied) aangepast als gevolg van de ingebruikname van de Noord/Zuidlijn. Een groot deel van de Lijnen uit Waterland die voorheen op Amsterdam Centraal Station eindigden, heeft nu station Noord als Eindbestemming. Ook vanuit de Zaanstreek wordt Aansluiting geboden op de Noord/Zuidlijn op station Noord. Het Concessiegebied telt meer dan 300.000 inwoners, waarvan velen, in ieder geval voor de uitbraak van de COVID-19-pandemie, dagelijks gebruik van het Openbaar Vervoer maakten om van en naar werk of opleiding te reizen. Vanuit Waterland rijden in de spits directe Lijnen naar de Werkgebieden in Amsterdam Zuidoost. Het werkgebied Amsterdam Riekerpolder is sinds de COVID-19-pandemie zowel vanuit Waterland als Zaanstreek niet meer rechtstreeks bereikbaar. Ook voor de COVID-19-pandemie was het aantal ritten naar deze bestemming beperkt.
Naast de spitslijnen naar Amsterdam Zuidoost rijdt tijdens de spits een groot aantal Lijnen met hoge frequenties van 6 tot 8 ritten/uur naar (’s ochtends) of vanaf (’s middags) Amsterdam Centraal Station, Station Noord en Station Sloterdijk.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 8 van 154
Buiten de spits is het gebruik lager maar is het aantal Reizigers vaak nog zo groot dat veel Lijnen ieder kwartier rijden. Een goede aansluiting op de Noord/Zuidlijn is belangrijk; dit geldt met name buiten de spits wanneer de frequenties lager zijn. Veel Lijnen in Waterland hebben dan ook een frequentie die aansluit op de frequentie van de Noord/Zuidlijn. Een belangrijk onderdeel van het Openbaar Vervoer, althans in de tijd voordat de COVID-19-pandemie uitbrak, in het Concessiegebied was het toeristenvervoer. In het hoogseizoen reisden veel toeristen met de bus vanuit Amsterdam naar de Zaanse Schans (lijn 391), Edam en Volendam (lijnen 314 en 316) en Marken (lijn 315). Daarnaast boden de huidige concessiehouders voor de COVID-19 pandemie, in het hoogseizoen snelle directe verbindingen vanuit Amsterdam naar de Zaanse Schans (lijn 891) en tussen de Zaanse Schans en Edam-Volendam (lijn 817). De Concessieverlener verwacht dat de toeristen in de toekomst weer voor een belangrijk deel zullen terugkeren in het Openbaar Vervoer.
1.4
STRATEGISCHE VISIE MOBILITEIT EN BELEIDSKADER MOBILITEIT ALS VERTREKPUNT
1.4.1 Strategische Visie Mobiliteit3 Op 13 december 2016 heeft de regioraad de Strategische Visie Mobiliteit vastgesteld. Daarin zijn drie ambities geformuleerd met betrekking tot de economische en sociale ontwikkeling, leefkwaliteit en duurzaamheid van de Metropoolregio. Centrale gedachte daarbij is dat mensen in de regio hun activiteiten moeten kunnen ontplooien en de plekken waar zij dit kunnen doen moeten kunnen bereiken, zonder dat dit ten koste gaat van de leefbaarheid en duurzaamheid. De visie zoals opgenomen in de Strategische Visie Mobiliteit luidt: 1. Meer bereikbaarheid met minder ruimtebeslag en hinder Met behulp van nieuwe technieken wordt de regio beter bereikbaar dan nu, maar wel met minder ruimtebeslag en minder hinder. Hierdoor hoeft bereikbaarheid niet ten koste te gaan van leefbaarheid. 2. Reizen wordt aangenaam verblijven Als we altijd online zijn wordt reistijd een vorm van verblijven. Daarbij hoort een aantrekkelijk voertuig, een prettige werkplek of een zorgeloze overstap tussen vervoerwijzen. Maar ook meer aandacht voor de beleving van reizigers en hun behoeften, o.a. als het gaat om informatie en mogelijkheden tot interactie. 3. Een systeem dat iedereen kansen biedt om mee te doen Nieuwe technologie biedt allerlei kansen om een mobiliteitssysteem te ontwikkelen waarin iedereen mee kan doen.
Technologie kan helpen om reizen met het openbaar vervoer gemakkelijker te maken voor ouderen of gehandicapten. Het delen van vervoermiddelen betekent ook dat het reizen voor meer mensen betaalbaar wordt. De Strategische Visie Mobiliteit dient als uitgangspunt voor alle activiteiten van de Vervoerregio in de komende jaren, waaronder de aanbesteding van de Concessie.
3
Strategische Visie Mobiliteit ‘Verbinden, verknopen, verduurzamen en veraangenamen’ voor de Amsterdamse Regio, zoals op 13 december 2016 vastgesteld door de regioraad van de Vervoerregio Amsterdam.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 9 van 154
1.4.2 Beleidskader Mobiliteit4 De ambities uit de Strategische Visie Mobiliteit zijn in het Beleidskader Mobiliteit uitgewerkt in vijf strategische opgaven: • Van modaliteit naar mobiliteit De Vervoerregio voorziet een verschuiving naar één integraal mobiliteitssysteem. Modaliteiten zullen daarom in samenhang moeten worden bekeken: zowel openbaar vervoer, auto, fiets als voetganger, en zowel verplaatsingen over weg, spoor en water. De reis van deur tot deur omvat namelijk in steeds grotere mate een combinatie van vervoerwijzen. Het is in dat kader belangrijk dat openbaar vervoer, auto en fiets elkaar zo goed mogelijk aanvullen. Belangrijke voorwaarde voor het optimaal functioneren van dit mobiliteitssysteem is dat de verschillende verkeersnetwerken sterk met elkaar worden verbonden, zowel fysiek op knooppunten, als op het gebied van data, informatie, en betaalen abonnementsvormen. • Naar een CO2-neutraal mobiliteitssysteem Een grote (inter)nationale opgave is het verminderen van de CO2-uitstoot. Het toepassen van de zogenaamde trias mobilica helpt om de opgave te structureren. Het gaat dan om verminderen (bijvoorbeeld het voorkomen van onnodige ritten), veranderen (bijvoorbeeld het bevorderen van gebruik van fiets en openbaar vervoer) en verduurzamen (bijvoorbeeld door het stellen van eisen aan het materieel) van vervuilende mobiliteit.
• Veilig en prettig van deur tot deur Reizen van deur tot deur moet veilig, prettig en vanzelfsprekend zijn. De beleving van de reis wordt steeds bepalender bij het maken van een keuze voor één of een combinatie van verschillende vervoermiddelen. Zeker nu de Vervoerregio zich meer richt op één integraal mobiliteitssysteem, worden knooppunten belangrijker en wisselen reizigers gemakkelijker tussen auto, openbaar vervoer of deelfiets. • Mobiliteit en omgeving passen bij elkaar In de (metropolitaan) centrumstedelijke gebieden en de mainports zijn ruimtegebrek en ruimtelijke kwaliteit bepalende factoren voor de inrichting van het mobiliteitssysteem. In de minder stedelijke en de landelijke woon- en werkgebieden ligt dat anders. In alle situaties is het van belang dat ontwerp en inpassing van het mobiliteitssysteem en de omgeving op elkaar afgestemd worden. • Nabijheid van dagelijkse activiteiten De toenemende druk op de ruimte maakt het noodzakelijk om ruimtelijke plannen direct aan de mobiliteitsopgaven te koppelen. Daarbij is het van belang dat inwoners van de regio, zowel in stedelijk als in landelijk gebied, hun dagelijkse activiteiten (werk, school, winkels, sport en dergelijke) eenvoudig en snel kunnen bereiken. Verdichting, functiemenging, knooppuntontwikkeling en een goede verkeersstructuur in kernen en wijken zijn hierbij aandachtspunten.
1.5
DOELSTELLINGEN AANBESTEDING CONCESSIE
Reizigers waardeerden het openbaar vervoer dat in het concessiegebied werd aangeboden voordat de COVID-19 pandemie uitbrak met een hoog cijfer. Vanwege de impact van de COVID-19-pandemie op het gebruik van het openbaar vervoer is het aanbod in 2020 en 2021 weliswaar aangepast, maar wel grotendeels gebaseerd op de pré COVID-19 dienstregeling. Daarom legt het Programma van Eisen alleen
4
Beleidskader Mobiliteit zoals op 12 december 2017 vastgesteld door de regioraad van de Vervoerregio Amsterdam.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 10 van 154
nieuwe accenten. De Vervoerregio streeft naar een aanbestedingsresultaat dat voortbouwt op het bestaande aanbod, de ambities en strategische opgaven van de Vervoerregio verwezenlijkt en antwoord geeft op de verwachte ontwikkelingen in de komende jaren. Het doel van de aanbesteding is om de Concessie te gunnen aan de vervoerder die hieraan de grootste bijdrage levert, waarbij (i) zijn aanbieding past binnen het meerjarig financieel kader van de Vervoerregio en (ii) hij voldoende tijd heeft om de Concessie zorgvuldig te implementeren.
1.5.1 Financieel kader Uitgangspunt voor de aanbesteding is dat de huidige exploitatiebijdragen voor de concessies Zaanstreek en Waterland beschikbaar blijven voor de Concessie. In de meerjarenraming van de Vervoerregio is vanaf 2022 jaarlijks € 32,9 miljoen gereserveerd voor de Subsidie aan de Concessiehouder voor de uitvoering van de Concessie (prijspeil 2021). In de lopende concessies is € 1,0 miljoen hiervan gereserveerd voor eventuele bonussen waarvoor vervoerders bij goed presteren in aanmerking komen en € 0,1 miljoen voor het monitoren van deze prestaties. Daarmee is jaarlijks maximaal € 31,8 miljoen jaarlijks beschikbaar als bijdrage in de exploitatiekosten van het openbaar vervoer. Daarnaast is er, naast de exploitatiebijdrage, een bedrag van € 0,1 miljoen beschikbaar voor de exploitatie van de huidige bel-/ buurtbussen.
1.5.2 Voldoende implementatietijd De Concessieverlener hanteert voor deze aanbesteding een doorlooptijd die langer is dan de doorlooptijd van eerdere aanbestedingen van concessies door de Vervoerregio. Doel is de winnende vervoerder meer tijd te bieden om de Concessie te implementeren. Bij de aanbesteding van eerdere concessies bepaalde met name de levertermijn van nieuwe dieselbussen (circa 9 maanden) de benodigde implementatietijd. Vanwege de vereiste inzet van Zero-Emissiebussen zal de implementatie van de Concessie meer tijd vergen. Om een zo vlekkeloos mogelijke start van de Concessie te garanderen, reserveert de Concessieverlener circa 1,5 jaar voor implementatie van de Concessie.
1.6
DOEL EN INHOUD ONTWERP PROGRAMMA VAN EISEN
De hiervoor beschreven ambities en strategische opgaven zijn vertaald naar eisen waaraan de Concessiehouder5 met ingang van het Dienstregelingjaar 2024 moet voldoen. In dit ontwerp Programma van Eisen staan de eisen die de Concessieverlener aan het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied stelt. Daarnaast moet de Concessiehouder voldoen aan de bij of krachtens de wet gestelde eisen bij de uitvoering van de Concessie. Deze wettelijke bepalingen en regelingen zijn niet in dit ontwerp Programma van Eisen opgenomen.
1.6.1 Programma van Eisen bevat minimumeisen Belangrijk is op te merken dat het ontwerp Programma van Eisen minimumeisen beschrijft waaraan de Concessiehouder bij zijn Inschrijving en gedurende de looptijd van de Concessie in ieder geval moet voldoen. Het ontwerp Programma van Eisen beschrijft niet het ambitieniveau dat de Concessieverlener met de Concessie nastreeft. Bij de aanbesteding zal de Concessieverlener vervoerders uitdagen om met
5
Daar waar in dit Programma van Eisen wordt gesproken over een eis aan de Concessiehouder, geldt deze eis ook voor Onderaannemers die namens de Concessiehouder een deel van het Openbaar Vervoer uitvoeren.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 11 van 154
hun Inschrijving maximaal bij te dragen aan de realisatie van de ambities van de Vervoerregio door met hun aanbod invulling te geven aan de strategische opgaven van de Vervoerregio, onder meer door gehoor te geven aan specifieke wensen van de Vervoerregio met betrekking tot het Openbaar Vervoer, zoals opgenomen in de Aanbestedingsleidraad. De minimumeisen vormen de kaders waarbinnen de Concessiehouder gedurende de looptijd van de Concessie zijn aanbod kan doorontwikkelen, de wensen geven de beoogde ontwikkelrichting aan. Onder doorontwikkelen verstaat de Concessieverlener: het aanpassen en uitbreiden van het Openbaar Vervoer en de daaraan gerelateerde diensten om deze goed mogelijk te laten aansluiten bij de veranderende behoeftes van inwoners/Reizigers. Zeker tijdens het eerste deel van de Concessie verwacht de Concessieverlener van de Concessiehouder dat hij snel en flexibel inspeelt op de veranderende vraag naar Openbaar Vervoer.
1.6.2 Nader uit te werken onderwerpen De onderwerpen die zijn beschreven in hoofdstuk 2 zijn van algemene aard en worden nader uitgewerkt in het Concessiebesluit dat onderdeel is van het Bestek dat de Concessieverlener ten behoeve van de aanbestedingsprocedure zal opstellen (zie paragraaf 1.7 voor een toelichting op de verschillende aanbestedingsdocumenten). Daarnaast wordt er momenteel in landelijk verband gewerkt aan een document over wendbaarheid van concessies. De Concessieverlener is voornemens uitkomsten uit dit document in de Concessie te verwerken wanneer deze bij de Concessieverlener bekend zijn. Als zodanig is het mogelijk dat er toevoegingen of aanpassingen in het ontwerp Programma van Eisen worden gedaan op basis van dit document in een later stadium. In NOVB verband wordt gewerkt aan een beschikbaarheidsvergoeding 2022. Afspraken die hier mogelijk uit voortvloeien en nog van toepassing zijn bij aanvang van de Concessie en niet in het ontwerp Programma van Eisen opgenomen zijn, kunnen in een later stadium worden toegevoegd aan dit document. Daarbij gaat de Concessieverlener in het kader van sociale veiligheid sessies houden met betrokkenen, die invloed kunnen hebben op de eisen over sociale veiligheid. In een later stadium kan dit toegevoegd worden aan dit document.
1.6.3 Onderwerpen buiten scope ontwerp Programma van Eisen Het ontwerp Programma van Eisen bevat geen bepalingen met betrekking tot de financiële relatie tussen de Concessieverlener en de Concessiehouder. Deze bepalingen zullen deel uitmaken van de Subsidiebeschikking, die onderdeel van het Bestek is. De Concessieverlener wil via een Bonus de Concessiehouder stimuleren om maximaal in te zetten op het verbeteren van de prestaties. Op het moment dat de Concessieverlener constateert dat de Concessiehouder bepaalde afspraken niet nakomt, staan de Concessieverlener verschillende sturingsinstrumenten (bijvoorbeeld een Malus gekoppeld aan geleverde prestaties en een Boete gekoppeld aan minimumeisen) ter beschikking om naleving van de afspraken af te dwingen. Deze sturingsinstrumenten maken geen deel uit van het ontwerp Programma van Eisen, maar worden in de andere aanbestedingsdocumenten uitgewerkt.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 12 van 154
Ten slotte bevat het ontwerp Programma van Eisen geen afspraken met Derden. De Concessie, en daarmee ook het Programma van Eisen, heeft uitsluitend betrekking op de relatie tussen de Concessieverlener en de Concessiehouder.
1.7
BETROKKENHEID STAKEHOLDERS BIJ HET ONTWERP PROGRAMMA VAN EISEN
Gelet op het grote maatschappelijke belang van het Openbaar Vervoer voor de regio is afstemming met alle stakeholders over de kaders voor de aanbesteding van de Concessie belangrijk. Met het oog op deze afstemming heeft de Concessieverlener tijdens het aanbestedingstraject voor de concessie ZaanstreekWaterland 2022 een proces doorlopen waarbij aan onder meer burgers/Reizigers (= burgerparticipatie) Gemeenten, Consumentenorganisaties en vertegenwoordigers van de regioraad is gevraagd mee te denken over de eisen die aan het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied en aan de Concessiehouder gesteld moeten worden. Hier bouwt, zoals eerder benoemd, dit ontwerp Programma van Eisen op voort. Daarnaast zijn een begeleidingsgroep met betrokken Gemeenten (vanuit zowel het Concessiegebied als vanuit de aangrenzende concessiegebieden), een klankbordgroep van de Consumentenorganisatie (Reizigersadviesraad (RAR)) en de een klankbordgroep van de Regioraad binnen het proces voor het opstellen van dit ontwerp Programma van Eisen betrokken geweest. Een ontwerpversie van het Programma van Eisen wordt ter advisering voorgelegd aan de Reizigersadviesraad van de Vervoerregio Amsterdam, de Adviescommissies van de OV-concessies Zaanstreek, Waterland, Amsterdam en Amstelland-Meerlanden en de provincie Noord-Holland als aangrenzende concessieverlener.
Met de provincie Noord-Holland wordt tevens overleg gevoerd over de afstemming van het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied met dat in de aangrenzende concessiegebieden. Ook wordt het ontwerp Programma van Eisen besproken met de regioraad. Daarnaast heeft de Concessieverlener ervoor gekozen het ontwerp Programma van Eisen, hoewel niet wettelijk verplicht, ter inzage te leggen om alle belanghebbenden de gelegenheid te bieden een reactie op het ontwerp Programma van Eisen te geven voordat het Programma van Eisen definitief wordt vastgesteld.
1.8
STATUS ONTWERP PROGRAMMA VAN EISEN EN VERDERE PROCEDURE
De adviezen en reacties op het ontwerp Programma van Eisen worden opgenomen in een Reactienota. In de Reactienota geeft de Vervoerregio aan of en, zo ja, op welke wijze deze adviezen en reacties in het uiteindelijke Programma van Eisen voor de Concessie zijn verwerkt. Zowel de Reactienota als het uiteindelijke Programma van Eisen worden door de Concessieverlener vastgesteld. Aan het ontwerp Programma van Eisen kunnen derhalve geen rechten worden ontleend. Het besluit tot vaststelling van het Programma van Eisen (en eventuele wijzigingen naar aanleiding van vragen tijdens de aanbestedingsprocedure) staat niet open voor bezwaar en beroep. Parallel aan het opstellen van het Programma van Eisen zal de Concessieverlener de volgende documenten ten behoeve van de aanbesteding opstellen die tezamen het Bestek vormen: • Aanbestedingsleidraad: een beschrijving van de beoordelingsprocedure inclusief de Gunningscriteria en de informatie die Inschrijvers moeten aanleveren. • Concessiebesluit: het besluit tot verlening van de Concessie aan de winnende vervoerder met daarin de eisen waaraan de Concessiehouder moet voldoen. In het Concessiebesluit zijn bepalingen van
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 13 van 154
•
• •
meer algemene aard uitgewerkt zoals onderwerp, duur en gebied van de Concessie en procedures voor onder meer herijking/aanpassing en verlenging van de Concessie. Eén van de Bijlagen bij het Concessiebesluit is Bijlage A (Begrippenlijst) waarin de definities van de in de documenten gehanteerde begrippen zijn opgenomen. Subsidiebeschikking: document met de financiële vergoeding die door de Concessieverlener ter beschikking kan worden gesteld voor de uitvoering van de Concessie. In dit document is aangegeven aan welke financieel-administratieve verplichtingen de Concessiehouder moet voldoen om voor deze vergoeding in aanmerking te komen. Uitvoeringsovereenkomst: document met verplichtingen van de Concessieverlener en de Concessiehouder, onder meer ter voorbereiding (= implementatie) en uitvoering van het Concessiebesluit en de Subsidiebeschikking. Nota’s van Inlichtingen: documenten die gedurende de aanbestedingsprocedure worden opgesteld, met daarin antwoorden op vragen van Ondernemers naar aanleiding van de Aanbestedingsleidraad, het Concessiebesluit, het Programma van Eisen, de Subsidiebeschikking, de Uitvoeringsovereenkomst en (eventueel) voorgaande Nota’s van Inlichtingen.
Na vaststelling van de documenten die tezamen het Bestek vormen start de aanbestedingsprocedure. Doel van deze procedure is om op basis van de criteria die in de Aanbestedingsleidraad zijn vastgelegd die vervoerder te selecteren die aan alle eisen voldoet en die in de ogen van de Concessieverlener het meeste bijdraagt aan de realisatie van de ambities en strategische opgaven van de Vervoerregio genoemd in paragraaf 1.3. Volgens planning stelt de Concessieverlener in december 2021 de definitieve conceptversie van het Programma van Eisen vast. In de aanbestedingsfase die daarna van start gaat, kunnen nog wijzigingen in het Programma van Eisen worden doorgevoerd. Dit in het kader van de inlichtingenrondes waarin vervoerders de gelegenheid krijgen vragen te stellen en opmerkingen te maken over de aanbestedingsdocumentatie. Deze wijzigingen dienen te passen binnen de kaders van de definitieve conceptversie van het Programma van Eisen, zoals door de Concessieverlener vastgesteld. Het Programma van Eisen wordt bij de verlening van de Concessie definitief door de Concessieverlener vastgesteld, tezamen met het Concessiebesluit, de Subsidiebeschikking en de Uitvoeringsovereenkomst.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 14 van 154
2
SCOPE, IMPLEMENTATIE EN AANPASSING CONCESSIE
Dit hoofdstuk beschrijft de inhoud van de concessie Zaanstreek-Waterland 2024. Onderwerpen die daarbij aan bod komen zijn (i) de afbakening van het Concessiegebied alsmede het door de Concessiehouder te gedogen Openbaar Vervoer binnen dit gebied, (ii) de ingangsdatum en duur van de Concessie, (iii) implementatie van de Concessie, en (iv) tussentijdse Aanpassing en Herijking van de Concessie. Het betreft een globale beschrijving van deze onderwerpen, die in het Concessiebesluit nader worden uitgewerkt.
2.1
AFBAKENING CONCESSIEGEBIED ZAANSTREEK-WATERLAND
De Concessie betreft het recht, maar ook de plicht om met uitsluiting van anderen Openbaar Vervoer per Auto en Bus te verrichten binnen het concessiegebied Zaanstreek-Waterland. Het Concessiegebied beslaat het grondgebied van de gemeenten Beemster, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Purmerend, Waterland, Wormerland en Zaanstad, zoals weergegeven in figuur 1. De Concessie omvat tevens het recht, alsmede de plicht voor zover dit uit de Concessie volgt, om grensoverschrijdend Openbaar Vervoer per Auto en Bus naar omliggende concessiegebieden te verrichten via de in Bijlage A (Uitlopers) genoemde routes: de Uitlopers.
Figuur 1 Geografische afbakening Concessiegebied
Onder het recht om Openbaar Vervoer per Auto en/of Bus in het Concessiegebied en op de Uitlopers te verrichten verstaat de Concessieverlener ook een alternatieve invulling van het Openbaar Vervoer per Auto en/of Bus zoals bedoeld in Artikel 12 (Basismobiliteitsvorm).
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 15 van 154
2.2
TE GEDOGEN OPENBAAR VERVOER
Openbaar vervoer per tram, metro en trein en openbaar vervoer over water, waaronder begrepen tijdelijk openbaar vervoer ter vervanging van dit openbaar vervoer, maken geen deel uit van de Concessie en dienen door de Concessiehouder gedoogd te worden. Daarnaast dient de Concessiehouder grensoverschrijdende lijnen vanuit omliggende concessiegebieden naar en vanuit het Concessiegebied te gedogen (zie Bijlage B: Te gedogen lijnen), ongeacht de frequenties en de bedieningstijden van deze lijnen. Ook openbaar vervoer per Bus, waaronder langeafstandsbusvervoer, waarvoor door de Concessieverlener een ontheffing krachtens artikel 29 van de Wet personenvervoer 2000 is of wordt verleend, dient door de Concessiehouder gedoogd te worden.
2.3
INGANGSDATUM EN DUUR VAN DE CONCESSIE
De Concessie start op zondag 10 december 2023 en eindigt in december 2033, in principe op de wijzigingsdatum van de Dienstregeling van het Hoofdrailnet. De looptijd van de Concessie is daarmee 10 jaar. Gelet op de (uitzonderlijk lange) afschrijvingstermijn van investeringen in Zero-Emissievoertuigen en eventueel bijbehorende Laadinfrastructuur die de Concessiehouder voor de uitvoering van de Concessie zal moeten doen, zal de Concessieverlener in het Concessiebesluit een bepaling opnemen die inhoudt dat de Concessie van rechtswege met maximaal 5 jaar wordt verlengd, indien aan de voorwaarden daarvoor wordt voldaan. Deze voorwaarden hebben in elk geval betrekking op reizigerstevredenheid en reizigersgroei. Ook zal de Concessieverlener voorwaarden stellen aan de kwaliteit en onderhoudsstaat van de Zero-Emissievoertuigen die de Concessiehouder voor de uitvoering van de Concessie inzet.
2.4
IMPLEMENTATIE CONCESSIE
Een goed begin is het halve werk. Omdat Concessieverlener met het verlenen van de Concessie nieuwe afspraken met de Concessiehouder maakt, is het mogelijk dat in het begin bij de uitvoering van deze afspraken kinderziektes om de hoek komen kijken. In het belang van Reizigers, die geen last mogen hebben van de overgang van de oude afspraken naar de nieuwe afspraken, stelt de Concessieverlener daarom eisen aan de implementatie van deze nieuwe afspraken. Met deze eisen beoogt de Concessieverlener twee zaken te bewerkstelligen: • de ongestoorde doorgang van de dagelijkse praktijk, en • de soepele invoering van innovaties op basis van de nieuwe afspraken.
2.4.1 Implementatieplan Reizigers zijn erbij gebaat dat het Openbaar Vervoer vanaf het eerste moment goed geregeld is. Daarom voegen vervoerders aan hun Inschrijving een Implementatieplan toe waarin zij beschrijven op welke wijze zij procesmatig invulling zullen geven aan de periode tussen de verlening (gunning) en de ingangsdatum van de Concessie (= implementatieperiode). Het Implementatieplan heeft tot doel ten minste te garanderen dat er geen overgangsproblemen optreden bij de ingangsdatum van de Concessie. De Concessieverlener toetst de kwaliteit van het Implementatieplan bij de beoordeling van de Inschrijvingen.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 16 van 154
En tijdens de implementatieperiode ziet de Concessieverlener er nauwlettend op toe dat de Concessiehouder zijn Implementatieplan adequaat uitvoert.
2.5
FLEXIBILITEIT EN TUSSENTIJDSE AANPASSING CONCESSIE
Het Programma van Eisen geeft Reizigers en de Concessieverlener zekerheid wat zij in ieder geval van de Concessiehouder mogen verwachten en beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de Concessiehouder. Met de vaststelling van het Programma van Eisen liggen de kaders voor het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied in principe voor 10 en in geval van verlenging voor maximaal 15 jaar vast. Tegelijkertijd gaan met name technologische ontwikkelingen zo snel dat niet verwacht kan worden dat de Concessieverlener en de Concessiehouder ten tijde van respectievelijk het opstellen van het Programma van Eisen en de hierop gebaseerde Inschrijving een compleet beeld hebben hoe de wereld erin bijvoorbeeld 2030 exact uitziet. Om tijdens de looptijd van de Concessie op actuele ontwikkelingen te kunnen inspelen, bevat de Concessie herijkingsmomenten, in beginsel na iedere vier jaar, waarbij de Concessieverlener nagaat in hoeverre de eisen waaraan de Concessiehouder moet voldoen en de toezeggingen die de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft gedaan nog aansluiten bij deze ontwikkelingen. Tijdens het eerste herijkingsmoment analyseert de Concessieverlener ook in hoeverre de eisen uit het Programma van Eisen (nog) aansluiten bij de (verwachte) behoeften van Reizigers.
Ook kunnen zich gedurende de Concessie, buiten de invloedssfeer van de Concessiehouder, ontwikkelingen voordoen met een grote (financiële) impact voor de Concessiehouder (zowel positief als negatief). De Concessieverlener kan dan, in overleg met de Concessiehouder, de Concessie aanpassen, maar is hiertoe niet verplicht. In voorkomende gevallen brengen de Concessieverlener en de Concessiehouder gezamenlijk de financiële impact van deze ontwikkelingen op transparante wijze in kaart. Deze ontwikkelingen betreffen in ieder geval substantiële permanente wijzigingen aan de Beschikbare Infrastructuur. Voorbeelden van projecten waarvoor plannen gemaakt worden of projecten die worden gerealiseerd in aanloop naar of na de ingangsdatum van de Concessie zijn: • Bereikbaarheid Waterland, diverse projecten; • Poort van Hoorn; • Werkzaamheden PHS (ter hoogte van de Oosterdokskade, Amsterdam); • Circulatiemaatregelen Agenda Autoluw (Amsterdam); • Studie corridor Amsterdam-Hoorn; • Werkzaamheden PHS (ter hoogte van de Oosterdokskade, Amsterdam); • AVANT • Herinrichting Julianaweg Volendam; • Kruising IJdoornlaan-Zuideinde Landsmeer; • Eindpuntvoorziening P+R N244 Purmerend; • HOV Purmerend; • A8-A9, en • Zaan-IJ Corridor6.
6
In het kader van de Zaan-IJ Corridor heeft onderzoek uitgewezen dat er op deze corridor capaciteitsproblemen worden voorzien in de periode vanaf 2028 dan wel 2030.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 17 van 154
De procedures voor tussentijdse herijking en aanpassing van de Concessie worden uitgewerkt in het Concessiebesluit.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 18 van 154
3
INSPELEN OP DE WENSEN VAN REIZIGERS
3.1
KLANTWENSENPIRAMIDE
Om de doelstellingen van de aanbesteding van de Concessie te kunnen realiseren is het belangrijk dat het Openbaar Vervoer optimaal aansluit bij de wensen van Reizigers. Uit de klantwensenpiramide7 (figuur 2) van NS blijkt dat betrouwbaarheid (onderwerp van hoofdstuk 6) en (sociale) veiligheid (onderwerp van hoofdstuk 12) aan de basis staan van goed Openbaar Vervoer. Reizigers eisen dat deze kwaliteitsaspecten op orde zijn. Daarnaast hebben Reizigers verschillende wensen. Enerzijds wensen Reizigers snelheid (onderwerp van hoofdstuk 4) en gemak (onderwerp van onder andere hoofdstukken 9 en 14). Deze Figuur 2 Klantwensenpiramide wensen kunnen als dissatisfiers worden gezien, ofwel belangrijke kwaliteitsaspecten die leiden tot een negatieve beoordeling van de reis als hieraan niet wordt voldaan. Anderzijds wensen Reizigers comfort (onderwerp van paragraaf 7.8) en een goede (tijd)beleving (onderwerp van paragraaf 3.2). Deze wensen kunnen als satisfiers worden gezien; als de reis positief op deze aspecten scoort, valt dit op en wordt het openbaar vervoer positief beoordeeld. De beoordeling van de satisfiers en dissatisfiers beïnvloedt het (toekomstige) gebruik van het Openbaar Vervoer en daarmee de Vervoeropbrengsten.
Omdat de Concessieverlener ervoor gekozen heeft het opbrengstenrisico in deze Concessie bij de Concessiehouder te leggen, biedt de Concessieverlener de Concessiehouder de ruimte om met zijn aanbod aan Openbaar Vervoer optimaal in te spelen op de wensen van Reizigers (onderwerp van paragraaf 3.3).
3.2
BELEVING
De beleving van hun reis door Reizigers wordt door vele uiteenlopende aspecten bepaald, waaronder aspecten van de Rit met het Openbaar Vervoer zelf, ketenvoorzieningen ten behoeve van voor- en natransport, inrichting en uitrusting van Haltes, de informatievoorziening en de kwaliteit van de omgeving. Door breder te kijken dan de Rit met het Openbaar Vervoer zelf, beoogt de Concessieverlener de ontwikkeling van een integraal mobiliteitssysteem te stimuleren, waarbij het kiezen, combineren, uitproberen van en overstappen tussen verschillende vervoerwijzen als normaal en aangenaam ervaren wordt. Wanneer Reizigers een betere beleving bij hun reis hebben, zal ook de waardering en het imago van het Openbaar Vervoer verbeteren en wordt het Openbaar Vervoer een gelijkwaardiger alternatief voor 7
Hagen, M. van, Bron. P (2013) De emotionele reis van onze klant. Waarom 56 minder is dan 45. NS. Bijdrage aan het Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk 21 en 22 november 2013, Rotterdam.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 19 van 154
bijvoorbeeld de eigen auto. In het Beleidskader Mobiliteit is in relatie tot de beleving van Reizigers als streefwaarde opgenomen dat het algemene reizigersoordeel voor de van-deur-tot-deur-reis minimaal een 7,5 moet zijn. De Concessieverlener maakt onderscheid tussen: • Reisbeleving, ofwel de beleving tijdens de gehele deur-tot-deur-reis, en • Ritbeleving, ofwel de beleving tijdens de Rit met het Openbaar Vervoer, waarbij de verantwoordelijkheid voor de Ritbeleving bij de Concessiehouder ligt en de Reisbeleving een gedeelde verantwoordelijkheid is van in ieder geval de Concessiehouder, de Concessieverlener, Wegbeheerders en aanbieders van Mobiliteitsdiensten aanvullend op het Openbaar Vervoer. De Concessieverlener heeft in 20198 onderzoek naar de Ritbeleving laten verrichten in de concessies Zaanstreek en Waterland. Uit de resultaten van dit onderzoek (Vervoerregio Belevingsmonitor) blijkt dat de aspecten ‘voertuig’ en ‘personeel’ in grote mate bijdragen aan de Ritbeleving. De Concessieverlener maakt daarom de Ritbeleving onderdeel van het klanttevredenheidsonderzoek (OV-Klantenbarometer) dat de Concessieverlener laat uitvoeren onder Reizigers in het Concessiegebied. In de Uitvoeringsovereenkomst stelt de Concessieverlener nadere eisen ten aanzien van de prestaties die de Concessiehouder op het gebied van Ritbeleving.
3.3
ONTWIKKELROL BIJ CONCESSIEHOUDER
De Concessieverlener kiest ervoor de Concessiehouder een grote rol te geven bij de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer in het Concessiegebied. De Concessieverlener verwacht dat op deze wijze de doelstellingen van de Concessie, zoals beschreven in paragraaf 1.4, het beste gerealiseerd kunnen worden. De Concessiehouder heeft immers beter zicht op (i) de wensen van (potentiële) Reizigers, (ii) de samenhang en het relatieve belang van deze wensen, en (iii) methoden om deze wensen op efficiënte wijze in te vullen. Door het aantal eisen waaraan de Concessiehouder in ieder geval moet voldoen beperkt te houden en zoveel mogelijk functioneel te formuleren, krijgt de Concessiehouder ontwikkelruimte. De Concessieverlener verwacht dat de Concessiehouder deze ruimte zodanig benut dat dit leidt tot meer Reizigers op korte en op de lange termijn, die bovendien meer tevreden zijn. Bij de (door)ontwikkeling van het Openbaar Vervoer werkt de Concessiehouder nauw samen met de Concessieverlener en andere stakeholders. Artikel 1 1
2
Ontwikkelrol
De Concessiehouder is, met inachtneming van het bepaalde in het Concessiebesluit, het Programma van Eisen en de Subsidiebeschikking, gehouden, confom zijn Ontwikkelrol, alle aspecten van het Openbaar Vervoer door te ontwikkelen. De Concessiehouder houdt continu (nieuwe) trends en eventuele knelpunten in de gaten en betrekt deze bij de (door)ontwikkeling van het Openbaar Vervoer teneinde zijn aanbod optimaal af te stemmen op de behoeften van Reizigers en Derden, waaronder Gemeenten en Wegbeheerders.
8
Ondanks dat door de COVID-19-pandemie accenten binnen de uitkomsten van dit onderzoek verschoven kunnen zijn, is de verwachting dat de lange termijn de uitkomsten uit dit onderzoek nog steeds van toepassing zijn op de Concessie. Daarom wordt het onderzoek ook in deze Concessie gebruikt.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 20 van 154
3
4
5
De Concessiehouder werkt bij de (door)ontwikkeling van het Openbaar Vervoer intensief samen met de Concessieverlener, Gemeenten (en in geval van Uitlopers ook de betrokken concessieverleners van en gemeenten in de aangrenzende concessiegebieden), de Reizigers Advies Raad, concessiehouders van aangrenzende en inliggende concessies en aanbieders van Mobiliteitsdiensten aanvullend aan het Openbaar Vervoer. De Concessiehouder houdt bij de organisatie en uitvoering van zijn Ontwikkelrol rekening met Gemeenten en andere stakeholders. De Concessiehouder geeft in zijn Inschrijving aan op welke wijze hij de Ontwikkelrol in samenwerking en afstemming met de Concessieverlener, Gemeenten en andere stakeholders invult, zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau. De Concessiehouder stelt in het kader van zijn Ontwikkelrol een Ontwikkelplan met een geldigheidsduur van telkens 4 Dienstregelingjaren op waarin hij in elk geval de volgende onderwerpen behandelt en van onderbouwing voorziet: a. de visie van de Concessiehouder ten aanzien van de ontwikkelingsmogelijkheden van het Openbaar Vervoer; b. per doelgroep waarop de Concessiehouder zich gedurende de Concessie richt, doelstellingen op het gebied van reizigers- en opbrengstengroei alsmede doelstelling(en) op het gebied van onder meer imagoverbetering van het Openbaar Vervoer en de positionering ten opzichte van andere modaliteiten.
De Concessiehouder geeft speciale aandacht aan de doelgroepen (buitenlandse) toeristen en forensen, alsmede aan kwetsbare doelgroepen, waaronder begrepen scholieren, ouderen en mensen met een mobiliteitsbeperking. Daarnaast heeft de Concessiehouder nadrukkelijk ook oog voor het behoud van bestaande Reizigers; c. op hoofdlijnen, de wijze waarop de Concessiehouder de ontwikkeling van het Openbaar Vervoer gedurende de (resterende) looptijd van de Concessie vorm gaat geven om de verschillende doelgroepen waarop hij zich richt te verleiden (vaker) van het Openbaar Vervoer gebruik te maken. De Concessiehouder besteedt daarbij in ieder geval aandacht aan: i. de vervoerkundige doorontwikkeling van de Concessie teneinde de verwachte reizigersgroei te kunnen accommoderen, in ieder geval onderscheiden naar de volgende onderdelen van het Openbaar Vervoer netwerk: (i) Verbindende Lijnen, (ii) Ontsluitende Lijnen, (iii) Basismobiliteitsvormen en, voor zover van toepassing, (iv) Lijnen gericht op specifieke doelgroepen, zoals Toeristenlijnen, Nachtlijnen en Scholierenlijnen, ii.
de invulling van de rol van Mobiliteitsmakelaar, met hierbij aandacht voor: - de partijen waarmee hij gaat samenwerken en de concrete diensten die hij aanbiedt om de Ketenreis voor Reizigers te vergemakkelijken, en - de vraag hoe hiermee een samenhangend aanbod wordt gecreëerd dat gebruiksvriendelijk is en dat door Reizigers als zodanig wordt herkend en erkend; iii. de verschillende Typen Voertuigen die hij gedurende de looptijd van de Concessie inzet, met hierbij aandacht voor: - de capaciteit van de Voertuigen, - het moment waarop hij de Voertuigen in gaat zetten, en - de mate waarin de verschillende Typen Voertuigen bijdragen aan de realisatie van de doelstellingen van de Concessieverlener op het gebied van duurzaamheid;
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 21 van 154
6
7
8
9
3.4
iv. de inzet van marketing- en communicatiemiddelen, en v. de Tarieven en (Bijzondere) Vervoerbewijzen; d. de effecten die de Concessiehouder met de inzet van zijn middelen beoogt te realiseren in relatie tot de Geboden Opbrengstengroei en de overige Prestaties die de Concessiehouder in zijn Inschrijving heeft opgenomen, en e. de mate waarin de beoogde effecten zich verhouden tot de doelen die de Concessieverlener met het Openbaar Vervoer nastreeft; f. de afspraken die voortvloeien uit de tussentijdse herijking van de Concessie. De Concessiehouder baseert zijn Ontwikkelplan op een analyse van de sterke en zwakke punten van en de kansen en bedreigingen voor het Openbaar Vervoer (= SWOT-analyse). De Concessiehouder draagt er daarbij zorg voor dat uit deze analyse naar voren komt wat de belangrijkste kwaliteitscriteria zijn waar zijn aanbod aan Openbaar Vervoer aan moet voldoen om Reizigers te trekken en te behouden, onderverdeeld naar doelgroepen en/of reismotieven. De Concessiehouder legt een ontwerp-Ontwikkelplan uiterlijk op 1 september van het voorlaatste Dienstregelingjaar voorafgaand aan de ingangsdatum van de geldigheidsduur van het Ontwikkelplan ter goedkeuring aan de Concessieverlener voor en neemt daarbij de bepalingen zoals opgenomen in Bijlage E (Procedure goedkeuring/toetsing plannen, voorstellen en procedures) in acht.
Uitzondering is het Ontwikkelplan voor de eerste 4 Dienstregelingjaren van de Concessie: dit Ontwikkelplan vormt een onderdeel van de Inschrijving. De Concessiehouder hanteert het Ontwikkelplan als uitgangspunt voor de (twee)jaarlijks door hem op te stellen plannen, voorstellen en procedures genoemd in Bijlage E (Procedure goedkeuring/toetsing plannen, voorstellen en procedures). De Concessiehouder treedt elk kwartaal in overleg met de Concessieverlener om de voortgang van de uitvoering van het Ontwikkelplan te bespreken.
DE CONCESSIEHOUDER ALS MOBILITEITSMAKELAAR
De Concessieverlener verwacht van de Concessiehouder dat hij bij de uitvoering van zijn Ontwikkelrol oog heeft voor de gehele vervoerketen en zich niet alleen richt op ‘zijn’ busproduct. Weliswaar zal de focus op het busproduct blijven liggen, maar het is belangrijk om het voor- en natransport in samenhang met dit busproduct te verbeteren door de aansluiting op andere (openbaar) vervoersystemen te optimaliseren. De Concessieverlener heeft hierbij een regierol voor de Concessiehouder voor ogen als het gaat om de afstemming van zijn diensten op die van andere concessiehouders, vervoerders en aanbieders van Mobiliteitsdiensten aanvullend op het Openbaar Vervoer. Deze regierol beperkt zich niet tot het (OV-) aanbod zelf, maar omvat ook aspecten als reisinformatie, tarieven, vervoerbewijzen, sociale veiligheid en look & feel. De Concessieverlener verwacht van de Concessiehouder een proactieve en coöperatieve rol bij de integratie van informatie, tarieven en vervoerbewijzen voor het Openbaar Vervoer en Mobiliteitsdiensten aanvullend op het Openbaar Vervoer. Het aanbieden van deze Mobiliteitsdiensten zelf maakt geen deel uit van de Concessie. Artikel 2 1
Invulling rol van Mobiliteitsmakelaar
De Concessiehouder vervult in eerste instantie gedurende de Dienstregelingjaren 2024 t/m 2027 de rol van Mobiliteitsmakelaar.
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 22 van 154
2
3
4
5
In zijn rol van Mobiliteitsmakelaar draagt de Concessiehouder in ieder geval zorg voor: a. het bieden van (Gegarandeerde) Aansluitingen tussen (i) de Vaste Lijnen onderling, (ii) de Vaste Lijnen en Basismobiliteitsvormen als bedoeld in Artikel 12 (Basismobiliteitsvorm), (iii) de Vaste Lijnen en Mobiliteitsdiensten aanvullend op het Openbaar Vervoer, en (iv) de Vaste Lijnen en openbaar vervoer van concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden; b. het beperken van de wachttijd en loopafstand bij Aansluitingen; c. de afstemming van het Openbaar Vervoer met het openbaar vervoer van concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden; d. het bieden van actuele informatie over de beschikbaarheid en tarieven van alle vormen van openbaar vervoer en Mobiliteitsdiensten aanvullend op het Openbaar Vervoer op Haltes/Knooppunten; e. het beschikbaar stellen van informatie over beschikbaarheid, tarieven en voertuigcapaciteit van het Openbaar Vervoer via de NDOV-loketten en DOVA OV-data als open data aan Derden; f. het doorverwijzen van Reizigers naar het reserveringssysteem van door Derden op Haltes/Knooppunten aangeboden Mobiliteitsdiensten aanvullend op het Openbaar Vervoer; g. het bieden van informatie over actuele vertrektijden van en Aansluitingen op ander Openbaar Vervoer in het Voertuig; h.
het accepteren van Interoperabele Wegwerpchipkaarten (of interoperabele Vervoerbewijzen op nieuwe Productdragers, zoals een barcode op de mobiele telefoon) van concessiehouders van aangrenzende concessiegebieden; i. het introduceren en accepteren van concessiegrensoverschrijdende Vervoerbewijzen en Tarieven; j. het initiëren en uitvoeren van (gezamenlijke) marketingacties gericht op het stimuleren van Ketenreizen, en k. het doen van voorstellen aan Wegbeheerders voor verbetering van de inrichting, de bereikbaarheid en het comfort van Knooppunten, Aansluitpunten en Haltes. De Concessiehouder werkt bij de invulling van de rol van Mobiliteitsmakelaar nauw samen met Derden, waaronder MaaS-dienstverleners. Deze samenwerking omvat in ieder geval de eisen zoals opgenomen in het document ‘MaaS-waardige bestekseisen, versie 2.0’9 of diens opvolgers. Uiterlijk op 31 maart 2027 dient de Concessiehouder bij de Concessieverlener een voorstel in voor de invulling van de rol van Mobiliteitsmakelaar gedurende de Dienstregelingjaren 2028 t/m 2031 en neemt daarbij de bepalingen zoals opgenomen in Bijlage E (Procedure goedkeuring/toetsing plannen, voorstellen en procedures) in acht. De Concessieverlener besluit als onderdeel van de tussentijdse herijking ten aanzien van dit voorstel.
De Concessieverlener kan als onderdeel van de tussentijdse herijking en al dan niet naar aanleiding van het in lid 7 genoemde voorstel besluiten de rol van Mobiliteitsmakelaar vanaf Dienstregelingjaar 2028 anders of nader in te laten vullen.
9
Link naar document: https://www.crow.nl/getmedia/6040464c-0236-4a71-bfff-14c798c3bed4/Acht-MaaSwaardige-eisen,-versie-2-0.pdf.aspx
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 23 van 154
4
VERVOERKUNDIGE UITGANGSPUNTEN
Het Beleidskader Mobiliteit onderscheidt vijf gebiedstypen. Per gebiedstype ligt er (deels) een andere mobiliteitsopgave en daaraan gekoppeld een andere rol voor de verschillende vervoerwijzen. In zijn algemeenheid is het uitgangspunt dat hoe stedelijker het gebied is, hoe meer de focus ligt op het vervoer van grote stromen reizigers met vormen van collectief vervoer: dit vanuit het oogpunt van schoon, stil en beperkt vervoer of vermijden van dubbel ruimtebeslag. Hier heeft de auto geen prioriteit. In minder stedelijke gebieden wordt sterker ingezet op individueel, flexibel en kleinschalig vervoer, zoals de auto, de (elektrische) fiets en doelgroepenvervoer dat op Knooppunten aansluit. Collectief en gebundeld vervoer worden hier slim en efficiënt ingezet. In alle gevallen is de ambitie van de Vervoerregio Amsterdam te komen tot acceptabele en betrouwbare reistijden van deur tot deur, ongeacht de vervoerwijze. Om de reistijd van deur tot deur zo kort mogelijk te houden verkiest veruit het grootste deel van de reizigers frequent en snel openbaar vervoer (R-net) boven fijnmazig openbaar vervoer. Hoge frequenties geven reizigers meer zekerheid en gebruiksgemak en zij nemen daarbij een grotere loop- of fietsafstand naar de halte op de koop toe.
Een netwerk bestaande uit frequente, directe lijnen is niet alleen voor de meeste reizigers aantrekkelijker, maar kan ook besparingen opleveren die geïnvesteerd kunnen worden in de kwaliteit van het openbaar vervoer. Voor een beperkte groep (circa 6% van de mensen10) is een fijnmaziger oplossing nodig, omdat deze groep moeite heeft om verder te lopen of te fietsen. Deze fijnmazige oplossing kan een vorm van (vraagafhankelijk) openbaar vervoer zijn maar kan ook een andere vervoerwijze omvatten. Om optimaal bij de verschillende behoeften van specifieke groepen Reizigers te kunnen aansluiten, onderscheidt de Concessieverlener de volgende typen Openbaar Vervoer: • Verbindende Lijnen, uitgevoerd conform de eisen die aan Productformule R-net gesteld worden; • Ontsluitende Lijnen; • Nachtlijnen; • Buurtbuslijnen; • Toeristenlijnen; • Scholierenlijnen, en • Basismobiliteitsvorm. De Concessieverlener biedt de Concessiehouder ruimte om het Openbaar Vervoer (door) te ontwikkelen, maar houdt zelf de regie op bijvoorbeeld de uitrol van R-net. Deze ruimte betekent enerzijds dat de Concessieverlener ruimere ontsluitingsnormen hanteert dan in de huidige concessies Zaanstreek en Waterland het geval is (zie paragraaf 4.1: ontsluiting Concessiegebied).
Daar staat echter de verplichting tegenover dat de Concessiehouder in zijn Inschrijving in ieder geval in het eerste Dienstregelingjaar vrijwel alle Haltes die in het Dienstregelingjaar 2019 in het Concessiegebied aangedaan werden met Vaste Lijnen moet bedienen (zie paragraaf 4.2: opbouw OV-netwerk).
10
Bron: KiM – ‘De keuze van de reiziger’, maart 2018
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 24 van 154
4.1
ONTSLUITING CONCESSIEGEBIED
De Concessieverlener hanteert voor de ontsluiting van het Concessiegebied normen die in lijn zijn met de ontsluitingsnormen die de Concessieverlener in de recent verleende concessies Amsterdam en Amstelland-Meerlanden heeft gehanteerd en die aansluiten op de uitkomsten van de studie ‘HOVbeleid’11 die de Vervoerregio Amsterdam in 2019 heeft laten uitvoeren12. Uitgangspunt is dat in een te ontsluiten Woon- of Werkgebied 90% van de adressen op maximaal 400 meter (hemelsbreed) van een Halte moet liggen. Voor Haltes van Verbindende Lijnen en treinstations hanteert de Concessieverlener echter een maximale afstand van respectievelijk 800 en 1200 meter (hemelsbreed). Ervaring leert namelijk dat Reizigers vanwege de hogere frequenties, snelheid en betrouwbaarheid bereid zijn verder naar Haltes van Verbindende Lijnen en treinstations te lopen of te fietsen, waardoor het invloedgebied van deze Haltes en treinstations veel groter is dan dat van Haltes van andere typen Lijnen. Artikel 3 1
2
3
4 5
Ontsluitingsnormen
De Concessiehouder ontsluit, overeenkomstig Bijlage G (Overzicht Woon- en Werkgebieden), Woon- en Werkgebieden met Openbaar Vervoer indien: a. een Woongebied conform het CBS/BCR Buurtcode Register meer dan 1.000 inwoners en een dichtheid van meer dan 20 inwoners per hectare heeft, en/of b. een Werkgebied meer dan 2.000 werknemers en een dichtheid van 40 werknemers per hectare heeft. In afwijking van het bepaalde in lid 1 hoeft de Concessiehouder, gelet op de Beschikbare Infrastructuur dan wel beperkte vraag naar Openbaar Vervoer, de volgende Woon- en Werkgebieden niet met Openbaar Vervoer te ontsluiten: g. Noorderveld, Wormerveer; en h. Achtersluispolder, Zaandam. Met inachtneming van het bepaalde in lid 1 ontsluit de Concessiehouder, overeenkomstig Bijlage G, de volgende Woongebieden: a. Buurtnr. 127, 129, 130, 131, 132, 133, 137 in Waterland; b. Buurtnr. 49, 50, 54 in Purmerend; c. Buurtnr. 150 in Wormerland; d. Buurtnr. 124 in Zaanstad; e. Buurtnr. 9 in Beemster, en f. Buurtnr. 45 in Oostzaan. In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 3 zijn de buurtnummers 1, 32, 40, 41, 45 en 124 voldoende ontsloten indien de huidige haltes worden bediend. De Concessieverlener beschouwt een Woon- of Werkgebied als ontsloten wanneer ten minste 90% van alle adressen binnen het Woon- of Werkgebied: a.
binnen een straal van 1200 meter ligt van een treinstation vanaf waar tijdens de Spitsperioden en dal (zoals gedefinieerd in tabel 1) minimaal 4 keer per uur een trein vanuit Amsterdam, Station Sloterdijk arriveert en naar Amsterdam, Station Sloterdijk vertrekt, en/of b. binnen een straal van 800 meter ligt van een Halte van een Verbindende Lijn, en/of
11
Bron: Vervoerregio Amsterdam – ‘HOV-beleid’, mei 2019 Naar aanleiding van de motie ‘Bereikbaarheid bushaltes’ die in de vergadering van de regioraad van 15 oktober 2019 is aangenomen, geeft de Concessieverlener aan de HOV-studie een vervolg. 12
8 juli 2021 | INT/2021/9156
pagina 25 van 154
6
c. binnen een straal van 400 meter ligt van een Halte van een Ontsluitende Lijn of van een opstappunt van een Basismobiliteitsvorm. De Concessiehouder ontsluit de volgende zorginstellingen door bediening van de in onderstaande tabel genoemde Haltes. Zorginstelling Te bedienen Halte(s) Zaans Medisch Centrum - Zaanstad Dijklander Ziekenhuis - Purmerend
Dijklander Ziekenhuis - Volendam Dijklander Ziekenhuis - Hoorn Rode Kruis Ziekenhuis - Beverwijk BovenIJ Ziekenhuis - Amsterdam
7
4.2
Zaandam, Zaans Medisch Centrum Purmerend, Dijklander Ziekenhuis (hoofdingang), en/of Purmerend, Waterlandlaan (kruising Gorslaan), en/of Purmerend, Veenwijdestraat/Dijklander Ziekenhuis, en/of Purmerend, Basisveenstraat Volendam, Zeddeweg Hoorn, Station Beverwijk, Station Amsterdam, Oosterlengte
De Concessiehouder zorgt ervoor dat de zorginstellingen Zaans Medisch Centrum – Zaanstad, Dijklander Ziekenhuis – Purmerend en Dijklander Ziekenhuis – Volendam vanuit ieder te ontsluiten Woongebied in de desbetreffende Gemeente met maximaal 1 overstap bereikt kunnen worden. De Concessiehouder ontsluit alle nieuwe Woongebieden in het Concessiegebied waarvan de Concessieverlener op grond van de bouwplannen heeft bepaald dat deze zullen gaan voldoen aan de in lid 1 genoemde norm, overeenkomstig de in dit Artikel genoemde bepalingen, vanaf het moment dat de eerste 250 woningen van het nieuwe Woongebied zijn opgeleverd13.