voorkeursscenario OER Omgevingsvisie Barneveld
Tekst van het document
3.3
Klimaatbestendigheid
3.3.1 Inleiding, beoordelingskader en beleid Klimaatverandering is meer en meer zichtbaar in de omgeving om ons heen. Klimaatverandering leidt tot droogte en hitte in de zomer, terwijl er op momenten ook sprake is van extreme neerslag. In de winter liggen de temperaturen ook hoger, waardoor echte koude dagen minder en minder voorkomen. In deze paragraaf staat de klimaatbestendigheid van de gemeente Barneveld centraal. Beoordelingskader Aspect Klimaatbestendigheid
Criterium Wateroverlast
Streefwaarde Schade en overlast door extreme buien voorkomen.
Droogtestress
Overlast door voorkomen Overlast door voorkomen
Hittestress
droogte hitte
Gewenste beweging Vermindering van kwetsbaarheid voor extreme buien. Minder overlast na een lange periode van droogte. Minder overlast na een lange periode van hitte.
Beleid Kader
Belangrijkste uitgangspunten
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Klimaatadaptatie heeft een prominente plek binnen de omgevingsvisie van Gelderland. In 2050 wil de provincie Gelderland optimaal beschermd zijn en mee kunnen bewegen met het veranderende klimaat. Hierbij wordt rekening gehouden met de verschillende landschappen die in de provincie Gelderland aanwezig zijn. De concrete ambitie is dat in 2050 Gelderland klimaatbestendig is. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar.
Strategische Visie Barneveld 2030
Barneveld kiest ervoor om een energieneutrale en klimaatbestendige gemeente te worden. Zowel de bebouwde omgeving als de onbebouwde omgeving moet in de hele gemeente klimaatbestendiger worden. Barneveld treft maatregelen om water vast te houden om de wateroverlast, droogte en hitte te beperken. Via het waterloket zorgt de gemeente voor de informatievoorziening.
Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026
In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026 zet de gemeente Barneveld haar visie op de waterketen uiteen. Deze visie heeft verschillende speerpunten. Ten aanzien van het thema klimaatbestendigheid zijn de volgende speerpunten van belang: Klimaatadaptatie: We werken samen op regionaal niveau en pakken lokaal aan. In het Regionaal Adaptatie Plan (RAP) zijn vier speerpunten benoemd: 1. prettig wonen en werken; 2. aangenaam recreëren; 3. basisfuncties veiligstellen; 4. natuurlijk bodem- en watersysteem. Duurzaamheid: Knelpunten bij het inrichten van de waterketen op het vlak van waterkwantiteit of -kwaliteit worden niet afgewenteld op aangrenzende gebieden of toekomstige generaties. De gemeente kan jaarlijks 1,2 miljoen euro aan klimaatadaptieve maatregelen kunnen nemen.
Hemelwaterplan Barneveld 20172020
Barneveld streeft naar een waterbestendige inrichting van de openbare ruimte, zodat de gemeente bestand is tegen klimaatverandering. Dit doet de gemeente onder andere door hemelwater op een voor mens en natuur duurzame wijze te verwerken, zonder overlast. Er zijn verschillende oplossingsrichtingen onderscheiden. Dit zijn hier enkele voorbeelden van, door bewoners en bedrijven: ontstenen en vergroenen van tuinen (bronmaatregel, zeer effectief); afkoppelen van daken en verhardingen; aanleggen van groene daken (bronmaatregel: effectief bij beperkte neerslag).
blad 35 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
De gemeente kan ook maatregelen treffen. Dit zijn voorbeelden van maatregelen door de gemeente: beperken nieuwe verharding: enkel noodzakelijke, functionele verharding; afkoppelen bestaande verharding: actief afkoppelen van kansrijke locaties; klimaatbestendig inrichten van kansrijke woonwijken i.c.m. grootschalige herinrichting. Plan van Aanpak Klimaatadaptatie
In oktober 2019 heeft het college van Barneveld ingestemd met het Plan van Aanpak Klimaatadaptatie “Klimaatadaptief in ons normale werk” (PvA). Dit plan bevat 19 acties variërend van het beoordelen van de lokale effecten van klimaatverandering (op basis van stresstesten), beleidsvorming (Groenstructuurplan, Beleidsplan Vastgoed) tot concrete acties (klimaatadaptatie in planvorming, opstellen communicatieplan en Groene Schoolpleinen). Met deze acties zouden de lokale klimaatopgaven eind 2020 in de vorm van een uitvoeringsprogramma in beeld worden gebracht. Tegelijkertijd zou invulling worden gegeven aan de opgave uit het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken in de normale werkprocessen met het doel om in 2050 klimaatbestendig te zijn.
Manifest Regio Vallei en Veluwe
De gemeente Barneveld heeft als lid het manifest ondertekend. Hier staat onder andere in dat de gemeente iedere kans aangrijpt om klimaatadaptieve maatregelen te treffen.
3.3.2 Huidige situatie Wateroverlast Wateroverlast kan op meerdere manieren ontstaan, zowel door overstroming als door regenval. De gemeente Barneveld is niet erg gevoelig voor de invloed van een mogelijke overstroming. De volgende kaart toont de invloed van een overstroming waarvoor de kans bestaat dat deze één keer in de duizend jaar optreedt. Het gaat hierbij om een overstroming door een breuk van de Grebbedijk, die beschermt tegen hoge waterstanden in de Nederrijn. In de gemeente Barneveld treedt hierbij alleen lichte wateroverlast (een waterlaag van minder dan 0,5 meter) in de omgeving van het dorp de Glind en in het oostelijke deel tegen de gemeentegrens aan. Het waterschap Vallei en Veluwe maakt samen met de omgeving van de Grebbedijk plannen om de dijk te versterken.
Figuur 3.20: Waterlaag na een overstroming (kleine kans) (bron: Klimaateffectatlas)
Naast de invloed van een mogelijke overstroming kan wateroverlast ook optreden door regenval. In de afgelopen 100 jaar is de hoeveelheid neerslag met ongeveer 20 procent toegenomen. Dit komt voornamelijk omdat het op
blad 36 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
de dagen dat het regent veel meer regent. In de winter en (tot op zeker hoogte) de zomer regent het meer, terwijl het in de lente en herfst minder regent. De verwachting dat deze trend zich naar de toekomst toe voortzet. De hoeveelheid neerslag per jaar neemt toe. Voornamelijk doordat het aantal buien met heftige neerslag toeneemt. Figuur 3.21 toont de wateroverlast in de gemeente Barneveld na extreme regenval (74 mm in twee uur). Om twee verschillende redenen treedt er op diverse plekken in de gemeente wateroverlast op. Allereerst treedt er wateroverlast op door verharding in de omgeving. Dit beeld komt naar voren in de kernen Barneveld en Voorthuizen en op bedrijventerrein Harselaar. In de kernen en op het bedrijventerrein bestaat een relatief hoog aandeel verharding. Water kan door de verharding niet infiltreren en blijft deels op de verharding liggen, waardoor er een waterlaag ontstaat. De tweede factor die invloed uitoefent op de mate van overlast is de capaciteit van het riool. Als de capaciteit van het riool niet aansluit bij de hoeveelheid water die afgevoerd moet worden, ontstaat wateroverlast op straat.
Figuur 3.21: Waterlaag na een bui van 74/mm in 2 uur (bron: Klimaateffectatlas Vallei en Veluwe)
In hoeverre kans op wateroverlast tot ingrijpen noodzaakt, is afhankelijk van (nog op te stellen) acceptatieniveaus. Binnen de Klimaateffectatlas Vallei en Veluwe is in beeld gebracht welke wegen en panden kwetsbaar zijn bij een regenbui van o.a. 74 mm per uur (Figuur 3.22). Het water dat in eerste instantie niet afgevoerd wordt met de riolering (of andere voorzieningen zoals wadi’s of waterberging onder de weg) zich beweegt naar de lager gelegen delen in de directe omgeving. Met name het centrum van Barneveld en verschillende panden op bedrijventerrein Harselaar zijn kwetsbaar door een diepe waterlaag. Ook zijn verschillende wegen binnen voornamelijk de kernen Voorthuizen en Barneveld verminderd tot niet begaanbaar door water.
blad 37 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.22: Kwetsbaarheid panden en wegen (bron: Klimaateffectatlas Vallei en Veluwe)
Droogtestress De temperatuurtoename in de zomer zorgt voor veranderingen in de neerslagpatronen. Warme lucht kan meer water bevatten, waardoor de verdamping van planten toeneemt. De verandering in neerslagpatronen zorgt voor een groter neerslagtekort in het groeiseizoen – er is dus meer sprake van droogte. Droogte heeft negatieve gevolgen op verschillende gebieden, zoals de landbouw, het stedelijk groen, de natuur en de biodiversiteit. Het neerslagtekort is het verschil tussen de verdamping en de hoeveelheid neerslag die valt, en geeft daardoor aan hoe erg de droogte is. Door hogere temperaturen en meer zonuren neemt de verdamping toe. Het neerslagtekort aan het einde van de lente is in de afgelopen tien jaar met acht procent toegenomen. De verwachting is dat het neerslagtekort in de toekomst groter wordt. In de gemeente Barneveld bestaat op dit moment een neerslagtekort tussen 120 en 150 mm. Dat neemt naar verwachting dus toe. In een deel van de gemeente is het gemiddelde neerslagtekort 150 tot 180 mm, terwijl delen van de gemeente ook te maken krijgen met een neerslagtekort van 180 tot 210 mm (Figuur 3.23). Droogte kan leiden tot schade aan natuur en biodiversiteit. Planten kunnen minder goed groeien of gaan dood. Dieren hebben er vervolgens last van omdat er minder water en voedsel beschikbaar is. In de landbouw leidt droogtestress tot een afname van de gewasopbrengst.
Tot slot wordt de neerslag die wel valt in een droge periode minder goed opgeslagen in de bodem omdat droogte de sponswerking van de bodem aantast.
blad 38 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.23: Potentieel maximaal neerslagtekort (gemiddeld over 10 jaar) (2050 – scenario klimaatverandering: hoog) (bron: Klimaateffectatlas)
Droogte en warme temperaturen zijn, naast menselijke impact en de karakteristieken van het gebied, factoren die het natuurbrandrisico bepalen. In de huidige situatie is het natuurbrandrisico in het grootste deel van de gemeente gemiddeld. Op de Veluwe bestaat er een hoog risico op een natuurbrand (Figuur 3.24).
Figuur 3.24: Kans op natuurbrand (huidig) (bron: Klimaateffectatlas)
Hittestress Hittestress is de lichamelijke reactie op een te warme omgevingstemperatuur. Door hittestress kan iemand zijn of haar lichaamstemperatuur niet langer goed reguleren. Gezondheidsproblemen die hiermee gepaard gaan zijn
blad 39 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
huiduitslag, oververmoeidheid, nierfalen, beroertes en ademhalingsproblemen. Ook kan het zorgen voor agressief gedrag en verminderde arbeidsproductiviteit. Hittestress kan vooral voor oudere mensen met een kwetsbare gezondheid dodelijk zijn. Door klimaatverandering zullen er vaker zomerse (temperatuur hoger dan 25 graden Celsius) en tropische (temperatuur hoger dan 30 graden Celsius) voorkomen. Dit kan zorgen voor meer gezondheidsschade door hittestress. Het stedelijk hitte-eiland effect, waarbij door o.a. lage windsnelheid, donkere, absorberende materialen en warmte door menselijke activiteiten, de temperatuur in stedelijk gebied een paar graden hoger ligt dan in het buitengebied, is hierbij ook van belang. Figuur 3.25 toont het stedelijk hitte-eiland van de gemeente Barneveld. Met name de kernen Voorthuizen en Barneveld en het bedrijventerrein Harselaar hebben te maken met temperatuurtoename t.o.v. het buitengebied. Op een zomerdag kan het centrum van de kern Barneveld tot ongeveer 1,5 graden Celsius warmer worden dan de temperatuur in het buitengebied. In de andere kernen is de opwarming beperkter. Zo stijgt de temperatuur in Garderen tot 0,4 graden Celsius boven de temperatuur van het buitengebied. De pieklocaties van hittestress (stedelijk hitte-eilandeffect) komen overeen met de plaatsen waar een hogere gevoelstemperatuur wordt ervaren (Figuur 3.26).
De gevoelstemperatuur in de gemeente ligt het laagste in de Veluwe. De hoogste gevoelstemperaturen liggen in Barneveld en Voorthuizen. Tot op heden bestaan er geen ingrijpmaatstaven.
Figuur 3.25: Stedelijk hitte-eilandeffect (bron: RIVM, 2017)
blad 40 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.26: Hittekaart gevoelstemperatuur (bron: Witteveen en Bos, 2021)
3.3.3 Trends en ontwikkelingen In de gemeente Barneveld spelen verschillende ontwikkelingen die een invloed hebben op het thema ‘Klimaatbestendigheid’. De volgende ontwikkelingen spelen: -
Klimaatverandering Klimaatverandering ontvouwt zich meer en meer. Naar de toekomst toe tekenen de ontwikkelingen zich meer en meer af. Dit betekent dat het warmer, droger of juist natter wordt. Dit heeft ook effecten in de omgeving, zoals wateroverlast op straat, een hoger natuurbrandrisico of meer hittestress in de stad. Van deze trend is wereldwijd sprake.
-
Klimaatadaptatie Om klaar te zijn voor de gevolgen van het veranderende klimaat zet de overheid, waaronder de gemeente Barneveld, in op klimaatadaptatie. In de landbouw vinden onder ander ontwikkelingen plaats zoals toevoegen organische stoffen om water vast te houden. In het buitengebied wordt meer water vastgehouden. In de openbare ruimte wordt meer ruimte voor groen en blauw gemaakt. Verstening wordt tegengegaan en vergroening wordt gestimuleerd. Hiernaast is een verhoogde mate van bewustwording en activiteit waarneembaar. Deze trends zijn de laatste jaren landelijk zichtbaar. Klimaatadaptatie wordt ook tegenwoordig meegenomen in het gemeentelijk vastgoedbeleid, het Masterplan Onderwijs, het regionale project Vitale Vakantieparken. Hierdoor is een duidelijke verbreding van het thema naar andere beleidsvelden te zien. Verder wordt in navolging op het PvA klimaatadaptatie in 2023 een Klimaatadaptatieplan opgesteld door een interne multidisciplinaire werkgroep (Programmabegroting 2023). Ook werkt de gemeente Barneveld aan (een actualisatie van) de rioleringsmodellen van de verschillende kernen. Deze modellen geven op basis van de werkelijke situatie qua riolering en waterberging een nauwkeuriger beeld van de mate van wateroverlast en de locaties. Er is al met al een duidelijke verbreding van het thema klimaatverandering op allerlei beleidsvelden te zien.
-
Woningbouwontwikkeling en hittestress Hoewel de trend van klimaatadaptatie en vergroening zichtbaar is, kan woningbouwontwikkeling lokaal in Barneveld bijdragen aan hittestress door het beïnvloeden van drie oorzaken ervan: • Geslotenheid: Door bebouwing te realiseren wordt het landschap meer gesloten, waardoor de wind afneemt en de gevoelstemperatuur toeneemt.
blad 41 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
•
•
Afwezigheid van groen: Een groene omgeving heeft een verkoelend effect door onder andere beschaduwing. Doordat er door de realisatie van bebouwing minder ruimte voor groen ontstaat, kan de hittestress in de omgeving toenemen. Stenen materialen: Stenen materialen worden zowel gebruikt voor bebouwing als voor wegen en paden. Stenen materialen houden warmte vast en stralen deze weer uit. Dit betekent dat nachten minder sterk afkoelen. Door de realisatie van bebouwing neemt de hoeveelheid stenen materialen toe. Hierdoor wordt de temperatuur mogelijk verhoogd.
Klimaatadaptatie is hiernaast een uitgangspunt bij de ontwikkeling van woongebieden en bedrijventerreinen en bij projecten (Programmabegroting 2023).
3.3.4 Beoordeling Het klimaat verandert. De eerste tekenen hebben zich de afgelopen jaren laten zien. Het wordt vaker warmer, droger, of juist veel natter. De verwachting is dat de gemeente Barneveld niet snel te maken krijgt met zware overstromingen. Wateroverlast door regenval is wel een aandachtspunt. Door klimaatverandering wordt neerslag, als die valt, intenser. Dit betekent dat in lage gebieden, versteende gebieden of gebieden met onvoldoende (riool)afvoercapaciteit wateroverlast een groot aandachtspunt is. Klimaatverandering zorgt ook voor droogte. De toename in droogte zorgt ervoor dat het natuurbrandrisico toeneemt en planten en dieren vaker te maken krijgen met droogtestress. Warmte kan ook te veel worden, en leiden tot hittestress. Op dit moment bestaat er binnen verschillende kernen een licht hitte-eiland: een verhoging in temperatuur. Door een toename in warme en hete dagen, en een bebouwde stedelijke omgeving binnen kernen kan de hittestress verder toenemen. Op verschillende bestuurlijke niveaus wordt actie genomen om de klimaatverandering te beperken (klimaatmitigatie) of aan te passen aan het veranderende klimaat (klimaatadaptatie). Door onzekerheid over de mate waarin de maatregelen effectief zijn en worden doorgevoerd, bestaat er een marge van onzekerheid naar de toekomst toe.
Hoewel het doel klimaatadaptiviteit is, is de uitdaging van de komende decennia groot en lijken aanvullende beleidskeuzes nodig te zijn. Hoewel de verwachte toekomstige ontwikkeling (licht) positief is, is er méér beleidsinzet nodig om op een (zeer) positieve beoordeling in 2040-2050 uit te komen.
blad 42 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3.4
Ruimtelijke kwaliteit
3.4.1 Inleiding, beoordelingskader en beleid In dit hoofdstuk Ruimtelijke kwaliteit is ingegaan op cultuurhistorische en landschappelijke waarden in de gemeente Barneveld. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed [RCE] onderscheidt drie categorieën, waarop het beoordelingskader is gebaseerd: 1. Landschappelijke elementen, gebieden en ruimtelijke patronen waarin de historische wisselwerking tussen mens en maatschappij enerzijds en de fysieke omgeving anderzijds tot uitdrukking komt: het historische landschap; 2. Historische gebouwen, erven, tuinen, parken en stedenbouwkundige structuren; 3. In de bodem (op land en onder water) bewaarde sporen en resten van menselijke bewoning vanaf het eerste begin van de menselijke bewoning. Beoordelingskader Aspect Ruimtelijke kwaliteit
Criterium Landschap
Streefwaarde Zuinige omgang met de gebruikswaarde, beeldwaarde en toekomstwaarde van de ruimtelijke omgeving.
Cultuurhistorie
Instandhouding cultuurhistorische waarden. Erfgoed een volwaardige plek geven in ruimtelijke ontwikkelingen. Instandhouding archeologische waarden.
Archeologie
Gewenste beweging Verbetering en behoud van de kernkwaliteiten: stedelijk landschap en architectonische kwaliteit, niet-stedelijk landschap, (groen)structuren, verrommeling tegengaan. Verbetering en behoud van de kernkwaliteiten.
Behoud aandacht archeologie.
voor
Beleid Kader
Belangrijkste uitgangspunten
Structuurvisie kernen Barneveld 2022
De ruimtelijke kwaliteit is van groot belang voor de woonkwaliteit. Dat betekent enerzijds dat nieuwbouw van woon- en werklocaties zorgvuldig moet gebeuren, maar tegelijk is aansluiting zoeken bij bestaande kwaliteiten belangrijk. Uitgangspunten voor de ruimtelijke kwaliteit in Barneveld zijn: Herkenbaar houden van historische lintbebouwing als dragers van de dorpse structuur. Veel aandacht voor inbreiden binnen de dorpse structuur. Accentueren van de entrees met aansprekende bebouwing en/of groen. Aandacht voor groen en blauw in de uitbreidingswijken. Aandacht voor groene overgangen tussen dorp en buitengebied, het behouden van zichtlijnen en het accentueren van contrasten. In de kern Barneveld komt ruimte voor stedelijke accenten (grotere bouwblokken, meer hoogte) in een dorpse sfeer.
Coalitieakkoord Gemeente Barneveld 2022-2026
De coalitie hecht veel waarde aan het landschap van Barneveld en staat pal voor onder andere de grote natuurgebieden, de kenmerkende beken en het kleinschalige coulisselandschap. De gemeente gaat het landschap versterken door toe te werken naar 10 procent uitbreiding aan landschapselementen (onder andere heggen, hagen en houtwallen) richting 2030. Daarmee sluit Barneveld aan bij het landelijk Aanvalsplan versterking landschappelijke identiteit via landschapselementen. Zo draagt de gemeente bij aan de opname van stikstof, CO2 en fijnstof, wordt de biodiversiteit verhoogd en het landschap mooier en meer divers. Bij natuurherstel of versterking van het landschap zoekt de gemeente ook de combinatie met de bekenstructuur.
blad 43 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Barneveld gaat de komende periode aan de slag met het formuleren van een integrale visie op cultuur, met aandacht voor alle cultuurwaarden in de gemeente. Daarbij onderzoeken zij hoe cultuurbeleving en cultuureducatie verder bevorderd kunnen worden. Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (2005)
Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) stemt het landschapsbeleid van acht (voormalige) gemeenten in de Gelderse Vallei op elkaar af. Landschaps- en natuurontwikkeling in het buitengebied wordt gestimuleerd. Het behouden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit en haar groenblauwe structuur staan hierbij voorop. In het LOP zijn vier kenmerkende gebieden onderscheiden, waarvan er twee binnen de gemeente Barneveld vallen: de Vallei en de Veluwe. In de Vallei is de versterking van het landschappelijk raamwerk de belangrijkste ambitie. Op de Veluwe is het verbeteren van het recreatienetwerk een ontwikkeling die aandacht verdient. Ook de versterking van het ecologische netwerk is hier belangrijk.
Ontwikkelbeeld Amersfoort
De landschappelijke aantrekkelijkheid wordt benoemd als dé troef van de regio Amersfoort. In het Ontwikkelbeeld Amersfoort is Barneveld als focusgebied aangewezen, waar wonen, werken en hoogwaardige openbare ruimte samenkomen. Het is van belang om de verbinding van de kern Barneveld met het omliggende landschap te versterken.
Erfgoedverordening 2016
De erfgoedverordening is in juli 2016 geactualiseerd en is gericht op het behouden en beschermen van de bestaande monumenten.
Notitie Cultuurhistorisch beleid 2018
De Notitie Cultuurhistorisch beleid bepaalt de cultuurhistorische waarden en hoe de gemeente daarmee wil omgaan binnen de kaders die de wet stelt. Deze notitie wordt gebruikt bij het opstellen van bestemmingsplannen. In het kader van dit document zijn verschillende basiskaarten opgesteld: archeologie (geomorfogenetische kaart en archeologische waarden- en verwachtingenkaart8); cultuurlandschap (inventarisatiekaart9 en waarderingskaart10); stedenbouw (ontwikkelingskaart en waarderingskaart11). De bescherming van erfgoed en archeologie is verankerd in de bestemmingsplannen, waarbij ook de Omgevingswet wordt geïntegreerd via een paraplu-bestemmingsplan. De regioarcheoloog speelt een cruciale rol in het waarborgen van het erfgoed en archeologisch beleid, en neemt beslissingen op basis van de richtlijnen uit het beleid en de bestemmingsplannen. De gemeente heeft (beperkte) financiële middelen ter ondersteuning van onderhoud aan gemeentelijke monumenten. De gemeente heeft voor de monumenten die in eigen bezit zijn een lidmaatschap bij de Monumentenwacht afgesloten. De gemeente verstrekt actief en passief adviezen aan monumenteneigenaren; daarbij vult ze de actieve rol in door het organiseren van een periodieke informatieavond en de passieve rol door bij verbouwingswensen mee te denken met de initiatiefnemer.
De ambtelijke organisatie van de gemeente Barneveld neemt de cultuurlandschappelijke inventarisatie en waardering als vast onderdeel op in haar eigen werkproces. Datzelfde geldt voor de stedenbouwkundige inventarisatie en waardering. Daarnaast gebruikt de ambtelijke organisatie van de gemeente Barneveld de cultuurhistorische inventarisatie en waardering bij haar toeristisch-recreatieve projecten. In de tabel historische stedenbouwkundige waardenkaarten zijn veertien stedenbouwkundig waardevolle gebieden aangewezen, die op de ‘historisch stedenbouwkundige waardenkaarten’ van Barneveld, Garderen en Voorthuizen zijn weergegeven. In dit beleidsdocument is een toetsingskader met betrekking tot deze gebieden opgesteld.
8
Naar een zinvol archeologiebeleid; Toelichting op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart voor de gemeente Barneveld. P.A.C. Schut & P. Kloosterman. 9 Historische landschappen van de gemeente Barneveld. Jan Neefjes (Overland), 2015. 10
Historische landschapselementen; Toelichting op de historische landschapselementen in de gemeente Barneveld. P.A.C. Schut.
11
Bouwen en groeien; Stedenbouwkundige historie van de 9 dorpen in de gemeente Barneveld. H. van de Top & W.J. Nijboer.
blad 44 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Barneveld in Beeld, Ruimtelijke atlas en Welstandsnota (2012)
In de Barneveldse welstandsnota wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende welstandsregimes: • Welstandsvrij: voor deze gebieden geldt geen beoordeling (meer) door de dorpsbouwmeester. • Beperkt welstandsregime: het gebouw of het object wordt beoordeeld in relatie tot haar omgeving (de zogenoemde stedenbouwkundige benadering). • Regulier welstandsregime: het gebouw of het object wordt beoordeeld in relatie tot haar omgeving, maar ook als zelfstandig object (de zogenoemde architectonische benadering). • Bijzonder welstandsregime: het gebouw of het object wordt beoordeeld in relatie tot haar omgeving, als zelfstandig object en voor wat betreft de details van het gebouw (de zogenoemde esthetische benadering). Het verschil tussen de welstandsregimes heeft te maken met een beoordeling op één, twee of maximaal drie schaalniveaus: omgeving, gebouw en detail.
3.4.2 Huidige situatie Landschap De geschiedenis van de gemeente Barneveld gaat ver terug. Al in de twaalfde eeuw werd Barneveld voor het eerst op schrift genoemd. De eerste boeren die zich er vestigden gaven de voorkeur aan de wat hogere gronden, waarbij een hoogteverschil van enkele decimeters al een verschil kon maken. In de nattere, lager gelegen gebieden, hoogden boeren hun akkers op. Zo zijn honderdduizenden kubieke meters grond verzet. Het ontginningslandschap is vandaag de dag nog steeds kenmerkend voor delen van de gemeente (de paarse gebieden in Figuur 3.27).
Figuur 3.27: Landschapstructuur gemeente Barneveld (bron: Groenstructuurplan Barneveld, 2011)
Er zijn verschillende typen landschappen te herkennen. In het uiterste oosten van de gemeente wordt het bosen heidelandschap van de Veluwe aangetroffen. Rondom de kern Barneveld is het landschap aangeduid als
blad 45 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
‘kampenlandschap en oude hoeven’. Dit deel van de gemeente kent een hoog Valleigehalte: gemengde verschijningsvormen, met een accent op een besloten cultuurlandschap. Tussen dit deel van de gemeente en de Veluwe is het ontginningslandschap gelegen. Op verschillende plekken, verspreid over de gemeente, is sprake van een coulisselandschap, met kleinschalige afgebakende cultuurgronden. De plaats Barneveld vervult als vanouds een marktfunctie in de Gelderse Vallei. De historische kern van het dorp Barneveld wordt gevormd door het knooppunt van de huidige Schoutenstraat-Langstraat, Amersfoortsestraat en Jan van Schaffelaarstraat. In de loop van de 18e eeuw is het gebied rond de huidige Nieuwstraat-Raadhuisplein een wezenlijk onderdeel van de dorpskern gaan vormen. Tot de Tweede Wereldoorlog vindt de ontwikkeling van Barneveld vooral plaats langs en tussen deze straten. Na de oorlog zijn hele wijken projectmatig gebouwd. Zo groeide de kern flink. In Figuur 3.28 is de ontwikkeling van Barneveld tussen 1960 en nu (2020) te zien.
Figuur 3.28: Ontwikkeling kern Barneveld (bron: topotijdreis.nl)
Aanvankelijk ontwikkelde de bebouwing zich vooral langs de huidige Langstraat en Jan van Schaffelaarstraat. In de loop van de 19e eeuw ontstond er ook bebouwing langs de huidige Nieuwstraat. Hierdoor werd de min of meer driehoekige kern van het dorp gevormd, die nog steeds goed herkenbaar is. In het centrum van Barneveld zijn twee ringstructuren te onderscheiden. In de historische kern ligt het winkelachtje, dat vanuit de historie op organische wijze gegroeid is. Daaromheen is een centrumring gelegen. Deze twee structuren onderscheiden zich van elkaar in het gebruik en in de uitstraling. Het winkelachtje is ingericht voor de voetganger; de centrumring heeft een doorstroomfunctie en verbindt het centrum met enkele parkeerplaatsen.
blad 46 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
De kernen in de gemeente Barneveld zijn sterk verschillend en hebben hun eigen kwaliteiten. Wel is er een aantal bindende elementen te noemen, zoals het dorpse karakter, de historische agrarische linten, de nabijheid van het agrarische en natuurlijke buitengebied.
Figuur 3.29: Te onderscheiden ringstructuren in het centrumgebied (bron: visie Barneveld-centrum)
Figuur 3.30 is de visiekaart die in de Structuurvisie kernen Barneveld 2022 opgenomen is. Hierin is de historische lintbebouwing als drager van de dorpse structuur weergegeven. Ook zijn er enkele te verbeteren dorpsentrees aangegeven.
Figuur 3.30: Visiekaart (bron: Structuurvisie kernen Barneveld 2022)
blad 47 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
De cultuurhistorische waardenkaart van provincie Gelderland laat ook verschillende elementen in de gemeente Barneveld zien die van cultuurhistorische waarde zijn. Nabij de kern Barneveld ligt historische buitenplaats Kasteel De Schaffelaar, een rijksmonument.
Figuur 3.31: Cultuurlandschappelijke waardenkaart (bron: gemeente Barneveld, 2018)
Op de welstandskaart (Figuur 3.32) is het welstandsbeleid van de gemeente weergegeven. Met dit beleid geeft de gemeente aan op welke plekken de ruimtelijke kwaliteit een algemeen belang vertegenwoordigt. Op andere plekken wordt daarentegen meer ruimte gegeven aan het particuliere belang van bewoner en eigenaar. De toelichting van de verschillende welstandsregimes is in de tabel van het beleidskader (paragraaf 3.4.1) te vinden.
blad 48 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.32: Welstandskaart (bron: Welstandsnota Barneveld in Beeld, 2012)
Cultuurhistorie In de gemeente Barneveld liggen 48 rijksmonumenten (Monumentenregister cultureel erfgoed). De rijksmonumenten liggen verspreid over de gemeente en zijn van diverse origine (Figuur 3.33). In het noordoosten van de gemeente liggen diverse archeologische rijksmonumenten, zoals grafheuvels of plekken met resten van bewoning. Ook enkele kerken, boerderijen en een kasteel zijn beschermd als rijksmonument. Naast rijksmonumenten telt de gemeente ook 155 gemeentelijke monumenten. In de gemeente liggen geen beschermde stads- en dorpsgezichten.
Figuur 3.33: Rijksmonumenten (bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed)
blad 49 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Archeologie In het gebied ten oosten van de provinciale weg (N310) en ten noorden van de Apeldoornsestraat (N344) ligt de archeologische verwachting hoger dan in de rest van de gemeente. In dit gebied liggen ook verschillende archeologische rijksmonumenten. De archeologische verwachting is in deze regio middel tot hoog. In het westen van de gemeente is de archeologische verwachtingswaarde over het algemeen laag tot middel. Al liggen in dit gebied verspreid veel kleine gebieden met een hoge archeologische verwachting.
Figuur 3.34: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart (bron: gemeente Barneveld, 2018)
Naast archeologische waarden zijn er ook aardkundige waarden in de gemeente aanwezig. Archeologische waarden komen voort uit menselijke sporen uit het verre verleden, zoals de aanwezigheid van gebruiksvoorwerpen. Aardkundige waarden zijn sporen in het landschap van hoe het landschap zich gevormd heeft door natuurlijke processen (zoals wind, water en ijs). Het oostelijk deel van de gemeente behoort tot een gebied dat van internationale waarde is door de aanwezige aardkundige waarden. Ten westen van de kern Voorthuizen ligt een aardkundig waardevol gebied dat van regionaal belang is. Rondom de kern Kootwijk is de aardkundige waarde van provinciaal belang. Het gaat hier om een stuwwalopduiking, omringd door stuifzand en grotendeels met dekzand bedekt.
Figuur 3.35: Aardkundige waarden in de gemeente Barneveld
blad 50 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3.4.3 Trends en ontwikkelingen In de gemeente Barneveld spelen verschillende ontwikkelingen die een invloed hebben op het thema ‘Ruimtelijke kwaliteit’. De volgende ontwikkelingen spelen: -
Ontwikkeling ruimtelijke kwaliteit De landschappelijke en cultuurhistorische waarden kunnen onder druk komen te staan door ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan stedelijke vernieuwing, nieuwe woonlocaties en de groei van (het aantal) vakantieparken. Tegelijkertijd staan landschap en cultuurhistorie steeds meer in de aandacht en, is er juist meer behoefte aan de beleving van het landschap en worden landschappelijke en cultuurhistorische waarden steeds meer als meerwaarde gezien voor ontwikkelingen.
-
Verduurzaming van het landschap Duurzaamheid speelt een prominente rol, met bijvoorbeeld de opkomst van zonneparken, windturbines en windwokkels als hernieuwbare energiebronnen. Deze ontwikkelingen hebben een impact op het landschap.
3.4.4 Beoordeling Kijkend naar landschap, cultuurhistorie en archeologie heeft de gemeente Barneveld een rijke ruimtelijke kwaliteit. Over tijd zijn bestaande cultuurhistorische waarden aangetast en nieuwe waarden geïntroduceerd. De groei van Barneveld in de twintigste eeuw en de daarbij horende nieuwe infrastructuur zijn ontwikkelingen die hun sporen in het landschap hebben nagelaten. In de gemeente Barneveld bestaan verschillende opgaven die om ruimte vragen, zoals de woningbouwopgave en de energietransitie. Dit kan er in theorie voor zorgen dat landschappelijke waarden verloren gaan. De manier waarop de opgaven worden ingevuld beïnvloeden de mate waarin nieuwe kwaliteiten aan het landschap worden toegevoegd of juist verloren gaan. Zonder duidelijke kaders en visie kan de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente afnemen. Echter, het behoud van ruimtelijke kwaliteit staat op de Barneveldse agenda. Archeologie en cultuurhistorie zijn verankerd in bestemmingsplannen (gebaseerd op beleid en gemeentelijk kaartmateriaal). Op die manier wordt aan de bescherming van deze aspecten gewerkt. Bovendien wordt er gekeken op welke manier het beleid aanpassing behoeft in het kader van de aanstaande Omgevingswet.
blad 51 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3.5
Energie en grondstoffen
3.5.1 Inleiding, beoordelingskader en beleid ‘Energie en grondstoffen’ is een breed thema. Het gaat om de omgang met verschillende bronnen. Zo is er naar het gebruik en de opwekking van energie gekeken, naar de uitstoot van CO2 en naar de mate waarin grondstoffen hergebruikt worden. Dat maakt het thema relevant met het oog op klimaat en duurzaamheid. Beoordelingskader Aspect Energie en grondstoffen
Criterium Energiegebruik
Streefwaarde Energieneutraal in 2050.
Duurzame energieopwekking
0,214 TWh opwekking gerealiseerd in 2030. Klimaatneutraal in 2050. 55% broeikasgasreductie in 2030 (t.o.v. 1990). Barneveld als ‘afvalloze’, circulaire gemeente.
CO2-uitstoot
Circulariteit
Gewenste beweging Beperking en verduurzaming energiegebruik. Toename zonneen windenergieopwekking. Afname CO2-uitstoot.
Het gebruik van primaire grondstoffen moet in 2030 met 50 procent zijn teruggebracht.
Beleid Kader
Belangrijkste uitgangspunten
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de ontwikkeling van de Nederlandse leefomgeving, tot 2050. Ruimte voor de energietransitie wordt een prioriteit van nationaal belang genoemd. Het Rijk, de provincies en de gemeenten zijn samen verantwoordelijk voor de invulling hiervan.
Provinciale Omgevingsvisie (POVI) Gelderland
Gelderland stelt klimaatdoelen in de POVI. De provincie streeft naar volledige klimaatneutraliteit in 2050. Voor 2030 heeft de provincie een tussendoel: de realisatie van 55 procent broeikasgasreductie (ten opzichte van 1990). Dat betekent dat Gelderland in 2030 verder wil zijn dan landelijk is afgesproken (reductie van 49 procent). De provincie wil dit bereiken door grootschalige energiebesparing en energieopwekking uit verschillende duurzame bronnen, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Daarnaast wil Gelderland de eerste afvalloze provincie van Nederland zijn. Het is daarvoor van belang dat grondstoffen blijvend hun waarde behouden in de Gelderse industrie. Het gebruik van primaire grondstoffen moet in 2030 met 50 procent zijn teruggebracht.
Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 Foodvalley
De gemeente Barneveld is één van de acht gemeenten in Regio Foodvalley. In dit regionale visiedocument is gesteld dat de Regio Foodvalley in 2050 energieneutraal moet zijn. Dat betekent dat er evenveel energie opgewekt als gebruikt wordt. Energiebesparing is ook in de RES 1.0 als eerste belangrijke stap genoemd. Regio Foodvalley streeft ieder jaar naar minimaal 1,5 procent meer energiebesparing. Daarnaast stelt de regio zich maximaal in te spannen om in 2030 voor 0,75 TWh aan duurzame opwekking van elektriciteit te realiseren. Dan draagt Regio Foodvalley naar vermogen bij aan het landelijke doel van 35 TWh. Echter, de ambitie in de RES gaat een stap verder: 1 TWh in Regio Foodvalley in 2030. Samenvattend zijn dit de uitgangspunten voor de uitwerking van de strategie tot 2030: Energieclusters: • Duurzame opwekking zoveel mogelijk concentreren in energieclusters. • Bij voorkeur nabij infrastructuur en/of bedrijventerreinen. • Daken en restgronden in nabijheid van clusters maximaal benutten voor zon. Landelijk gebied: • Restgronden en daken waar mogelijk maximaal benutten voor zon. • Bestaand beleid zon op land is vertrekpunt. • Zon op agrarische grond regionaal begrenzen. • Voorkeur voor minder waardevolle landbouwgrond. • Natuurwaarden en -gebieden beschermen.
blad 52 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
-
Gebouwde omgeving: • 1,5 procent energiebesparing per jaar. • Zon op geschikte daken, investeren in netcapaciteit. • Warmtetransitie in RES 2.0 verder uitwerken op basis van transitievisies warmte. • Bedrijventerreinen: kansen op daken benutten en evt. kleine windmolens.
De totale nog te realiseren duurzame opwekkingsopgave in Barneveld bedraagt 0,214 TWh. Deze opgave moet in 2030 zijn behaald. In de Structuurvisie Wind en de Barneveldse Zonneladder zet de gemeente Barneveld uiteen hoe zij omgaat met het ontwikkelen van wind- en zonenergie in de gemeente. Structuurvisie Wind (2021)
Deze visie is gericht op nieuwe windturbines. De ‘windopgave’ is op 0,038 TWh per jaar gesteld. Deze opgave moet in 2030 zijn behaald. Dit zijn de uitgangspunten: Tijdig en voldoende windenergie. Omgevingseffecten minimaliseren en goede landschappelijke inpassing. Proces met ruimte voor (financiële) participatie.
De Barneveldse Zonneladder (2021)
Algemene doelstelling is dat er in 2030 650.000 zonnepanelen in Barneveld liggen (12 tot 15 procent van de energiebehoefte). Met name zon op dak wordt door de gemeente actief gestimuleerd.
Strategische Visie Barneveld 2030
De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een besparingsdoel vastgesteld dat hoger ligt dan het landelijke doel/RES-doel: 2 procent energiebesparing per jaar (in plaats van 1,5).
Concept: Programmaplan Duurzaamheid: Duurzaam Barneveld
In dit beleidsdocument uit 2022 kiest de gemeente er onder andere voor om de circulaire economie en bio based kringlopen leidend te laten zijn bij nieuwe ontwikkelingen. Dat betekent dat het gebruik van nieuwe grondstoffen minimaal is en dat Barneveld maximaal inzet op (waardevast) hergebruik.
Warmtevisie Barneveld (2021)
De gemeente vindt het belangrijk dat de nieuwe warmte-/energievoorziening betrouwbaar, veilig, betaalbaar en duurzaam is. Barneveld zet eerst in op isoleren en energie besparen. In verkenningsgebieden gaat de gemeente kijken of en hoe het gebied van het gas af kan. Vanaf 2030 gaan gebieden van het gas af.
Strategieplan Grondstoffen 2020-2024
Barneveld streeft naar maximaal 70 kilo restafval per inwoner in 2024. Daarnaast stelt Barneveld de ambitie om de kwaliteit van grondstoffen te verbeteren naar minder dan 5 procent vervuiling. De gemeente zet daarvoor in op afval voorkomen en afvalscheiding.
3.5.2 Huidige situatie Energiegebruik Het gemiddeld gasverbruik van woningen is de afgelopen jaren afgenomen. Die trend is zowel in Nederland in zijn geheel als in Barneveld te zien (Figuur 3.36). Wel lag het gemiddeld gasverbruik van woningen in Barneveld boven het nationaal gemiddelde.
blad 53 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.36: Gemiddeld gasverbruik woningen (donkerblauw: Barneveld, lichtblauw: Nederland) (bron: CBS)
Kijkend naar de gegevens van heel Nederland, zijn de energielabels in Barneveld over het algemeen vrij gunstig (Figuur 3.37). De woningvoorraad is namelijk relatief jong. Het gemiddelde bouwjaar is namelijk 1984, t.o.v. 1970 gemiddeld in Nederland. Het hoge gemiddelde gasverbruik kan veroorzaakt worden door het feit dat de woningen in Barneveld relatief groot zijn: gemiddeld 133 m 2 t.o.v. 116 m2 gemiddeld in Nederland.
Figuur 3.37: Energielabel woningen (bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland)
Duurzame energieopwekking Figuur 3.38 toont het percentage bekende hernieuwbare elektriciteit in Barneveld ten opzichte van Nederland. In Barneveld lag het percentage in 2019 met 8,5 relatief laag. Wel is er de afgelopen jaren een groei zichtbaar.
blad 54 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.38: Percentage bekende hernieuwbare elektriciteit (Klimaatmonitor, 2019)
De tabel hierboven toont de percentages tot en met 2019. De Barneveldse data over 2020 zijn echter al bekend. Het percentage hernieuwbare elektriciteit in de gemeente bedroeg toen 14,6%. De stijgende lijn is dus verder ingezet. Het aandeel woningen met zonnepanelen stijgt en ligt relatief hoog in Barneveld. In 2020 was ongeveer één op vijf woningen bedekt met zonnepanelen (Figuur 3.39). Mede daardoor ligt de hoeveelheid opgewekte zonneenergie in kWh per inwoner in Barneveld hoger dan gemiddeld (Figuur 3.40).
Figuur 3.39: Woningen met zonnepanelen (bron: CBS - Zonnestroom)
blad 55 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.40: Opgewekte zonne-energie in kWh per inwoner (bron: NetAnders)
CO2-uitstoot In Figuur 3.41 is te zien dat de totale CO2-uitstoot in Nederland en in Barneveld de afgelopen jaren is afgenomen. De afname die in Barneveld te zien is, volgt de nationale trend.
Figuur 3.41: CO2-uitstoot in tonnen (blauw: Barneveld, rood: Nederland) (bron: Klimaatmonitor)
Figuur 3.42 toont de CO2-uitstoot uitgesplitst naar hoofdsectoren. Hier is te zien dat het deel dat door de sector ‘verkeer en vervoer’ uitgestoten wordt, in Barneveld relatief groot is. De sector ‘bedrijven en instellingen’ stoot ten opzichte van het Nederlands gemiddelde weinig uit.
blad 56 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.42: Verdeling CO2-uitstoot per hoofdsector (2019) (bron: Klimaatmonitor)
Bureau Over Morgen heeft de broeikasgas-voetafdruk van Barneveld inzichtelijk gemaakt (Figuur 3.43). Te zien is dat 45 procent van de emissies energetisch zijn. Dat betekent dat 55 procent niet energetisch is. Niet-energetische uitstoot is uitstoot als gevolg van grondstofgebruik – en niet van energiegebruik. Het aandeel niet-energetische emissies is in heel Nederland is slechts 17 procent. Het grootste deel van de niet-energetische uitstoot in Barneveld is afkomstig van de landbouw en de afvalverwerking.
Figuur 3.43: Broeikasgas-voetafdruk Barneveld (bron: Over Morgen)
blad 57 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Circulariteit Om het doel van 70 kg restafval per jaar in 2024 te bereiken, moet het gemiddelde omlaag. In 2020 lag het totale restafval per persoon gemiddeld op 125,4 kg (Figuur 3.44). Dit is wel lager dan het Nederlands gemiddelde. In 2018 is namelijk een forse daling ingezet. De afvalscheidingsdoelstelling van 75 procent (2016-2020) is namelijk gehaald, blijkt uit de Evaluatie Strategienota Huishoudelijk Afval.
Figuur 3.44: Totaal huishoudelijk restafval (bron: CBS) (rood: NL, blauw: Barneveld. De CBS-cijfers vanaf 2017 zijn ‘voorlopig’)
Momenteel staat er één windturbine in Barneveld. Het gaat om een kleine windturbine (ashoogte < 50 m) ten zuidwesten van bedrijventerrein Harselaar. Sinds 2021 lopen er onderzoeken en gesprekken, met het doel om meer windenergie rondom bedrijventerrein Harselaar te realiseren.
3.5.3 Trends en ontwikkelingen In de gemeente Barneveld spelen verschillende ontwikkelingen die een invloed hebben op het thema ‘Energie en grondstoffen’. De volgende ontwikkelingen spelen: -
Opwekking van duurzame energie en besparing Er zijn nationale en internationale klimaatdoelen gesteld en er is een sterke trend van verduurzaming zichtbaar. In het kader hiervan daalde de totale CO2-uitstoot de afgelopen jaren – die trend wordt naar verwachting voortgezet. Voor de productie van elektriciteit worden bijvoorbeeld meer duurzame bronnen en minder fossiele brandstof verbruikt. Hiervoor dient overal op een besparing van het energiegebruik ingezet te worden. Ook groeit het aandeel duurzaam opgewekte energie. Die energie wordt voor een groot deel opgewekt door zonnepanelen en windturbines. Maar ook andere duurzame vormen van opwekking zijn in opkomst, zoals waterkracht en bodemenergie.
-
Verduurzaming mobiliteit Het gebruik van duurzame mobiliteitsvormen neemt toe. Vanaf 2030 worden in Nederland alleen nog maar emissieloze nieuwe personenauto’s verkocht. Ook op het vlak van openbaar vervoer en vrachtwagens worden stappen gezet naar verduurzaming. De groei van het aantal elektrische voertuigen vraagt om een passende laadinfrastructuur. Daarnaast is het belangrijk om andere opties te blijven verkennen, zoals (vracht)verkeer op waterstof.
blad 58 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
-
Warmtetransitie De warmtetransitie houdt in dat de afhankelijkheid van aardgas wordt afgebouwd. In 2050 moeten alle woningen en andere gebouwen aardgasloos zijn. Het doel is dat voor het verwarmen van gebouwen dan gebruikt wordt van duurzame warmtebronnen, zoals groene stroom en duurzaam gas. In aanloop naar een aardgasvrije bebouwde omgeving is er een trend van isolatie en energiebesparing zichtbaar.
-
Netcongestie Netcongestie vormt ook in de gemeente Barneveld een probleem. Hiermee wordt bedoeld dat het elektriciteitsnet vol is. Het brengt uitdagingen met zich mee om nieuwe projecten die duurzame energie opwekken aan te sluiten, maar bijvoorbeeld ook grote energievragers van voldoende energie te voorzien. Voor aansluiting (invoeding) is er binnen de hele gemeente sprake van (aangekondigde) structurele congestie. Met name rond Kootwijkerbroek zit het elektriciteitsnet nu al structureel vol. Kijkend naar de afname van elektriciteit, is er ten noorden en oosten van de kern Barneveld sprake van congestie. Voor de rest van de gemeente dreigt transportschaarste.
3.5.4 Beoordeling Ook in Barneveld is de energietransitie inmiddels ingezet. Het gasverbruik daalt, er wordt meer duurzame energie opgewekt en de CO2-uitstoot neemt af. De situatie omtrent energie verbetert dus. Het is de verwachting dat deze positieve trend doorgezet wordt. Dat moet ook, om de gestelde energie- en klimaatdoelen te behalen. Er blijft de komende jaren veel werk aan de winkel op dit thema. In de toekomst komt ook circulariteit meer centraal te staan. Hoewel de hoeveelheid restafval in Barneveld krimpt, liggen er nog uitdagingen in bijvoorbeeld circulair bouwen. Circulaire materialen moeten meer en meer beschikbaar worden en worden toegepast. Ook het isoleren van (verouderde) woningen vormt een uitdaging in de komende jaren. Netcongestie is op verschillende plekken al een belemmerende factor, en kan dat in het komende decennium nog meer worden. Hoewel de trendgrafiek voor de afgelopen jaren een stijgende lijn toont, is de huidige situatie vrij negatief beoordeeld. De reden daarvoor is de grote en urgente energieopgave die in de komende decennia volbracht moet worden. Er is wereldwijd nog onvoldoende gedaan om een duurzame toekomst veilig te stellen. Er zullen de komende jaren forse stappen gezet moeten worden om blijvende negatieve effecten van klimaatverandering zoveel mogelijk in te perken.
De lijn in de trendgrafiek heeft betrekking op Barneveld, maar komt sterk overeen met de nationale trend.
blad 59 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3.6
Gezonde leefomgeving
3.6.1 Inleiding, beoordelingskader en beleid Het milieu is van grote invloed op de gezondheid van mensen. Gezondheidsbescherming is relevant omdat de gezondheid van de mens onder druk staat door de aantasting van de milieukwaliteit. Blootstelling aan verschillende milieufactoren veroorzaakt naar schatting zo'n twee tot vijf procent van de totale ziektelast in Nederland. Beoordelingskader Aspect Gezonde leefomgeving
Criterium Luchtkwaliteit Geluid
Geur Omgevingsveiligheid
Streefwaarde WHO-advieswaarde fijnstof en stikstofdioxide. WHO-advieswaarde geluidsniveau.
Afwezigheid van klachten van geurhinder. Aanvaardbaar veiligheidsrisico.
Gewenste beweging Afname concentraties van fijnstof en stikstofdioxide. Afname geluidsniveau op plekken met (hoge) geluidsbelasting; terugdringen van ernstige hinder en slaapverstoring. Verminderen van bronnen van geurhinder. Terugdringen van fysieke veiligheidsrisico’s.
Beleid Kader
Belangrijkste uitgangspunten
Schone Lucht Akkoord
Barneveld heeft in januari 2021 het nationale Schone Lucht Akkoord ondertekend. Het akkoord beoogt door een schonere lucht in 2030 een gezondheidswinst van 50 procent te bereiken in vergelijking met 2016. Een belangrijk deel van het akkoord voert Barneveld samen met de regio en de regiogemeenten uit.
Strategische Visie Barneveld 2030
Barneveld gaat meer sturen op het behoud van aanvaardbare achtergrondconcentraties van geur en fijnstof en verlaging waar deze concentraties nu (te) hoog zijn. Dit kan invloed hebben op keuzes voor de ontwikkeling van bestaande en nieuwe functies. Samen met de buurgemeenten, neemt Barneveld initiatief voor een plan van aanpak met betrekking tot het beheersen van achtergrondconcentraties van geur en fijnstof. Bij het opstellen en uitvoeren van het plan van aanpak hebben de agrarische belangenorganisaties ook een rol.
Hoofdlijnennotitie Barneveld 2040
Waar mogelijk, verbetert de gemeente de luchtkwaliteit. De gemeente pakt dit aan via het Manifest Gezonde Leefomgeving Veehouderij, met de oprichting van het Praktijkcentrum Emissiereductie en de toepassing van het Interimbeleid vergunningverlening (extra emissiereductie). Daarnaast houdt Barneveld rekening met een verdergaande emissiereductie van ammoniak/stikstof.
Coalitieakkoord Gemeente Barneveld 20222026
Barneveld wil voorkomen dat nieuwe veel fijnstof uitstotende bedrijven van buiten de gemeente Barneveld zich vestigen in de gemeente. De gemeente actualiseert het geurbeleid en onderzoekt daarbij aanvullende maatregelen op het gebied van geur, inclusief de financierbaarheid daarvan.
3.6.2 Huidige situatie Luchtkwaliteit Luchtvervuiling is een grensoverschrijdend probleem. Gezondheidsverlies door luchtkwaliteit komt voor 40 procent door bronnen uit Nederland, terwijl 36 procent van over de grens komt. Binnen Nederland veroorzaakt de landbouw 11 procent van het gezondheidsverlies (oftewel afname van levensverwachting) door luchtverontreiniging (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, 2020). Deze percentages kunnen niet direct overgenomen worden voor de gemeente Barneveld, omdat luchtverontreiniging sterk beïnvloed is door de ligging van een gebied (bijvoorbeeld: de NO2-emmissie is door verkeer sterk verhoogd naast snelwegen).
blad 60 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Er bestaan verschillende bronnen voor de emissie van fijnstof en stikstofdioxide. Met fijnstof worden alle stofdeeltjes in de lucht bedoeld. Het is een verzamelnaam van deeltjes van verschillende grootte. De twee belangrijkste ‘maten’ voor fijnstof zijn PM10 (Particulate Matter met een grootte tot 10 micrometer) en PM2,5. Figuur 3.45 toont een overzicht van de bronnen van deze stoffen voor de gemeente Barneveld. Voor fijnstof (PM10) is de landbouw is verantwoordelijk voor ongeveer een derde van de uitstoot; de industrie is verantwoordelijk voor de helft van de uitstoot. Daarnaast dragen verkeer/vervoer en consumenten bij aan de emissie van PM10. De grootste emissie van NO2 gebeurt door de sector ‘verkeer en vervoer’. Daarna draagt de landbouwsector het meest bij aan de emissie van NO2. Voor de uitstoot van PM2,5 zijn consumenten, de industrie, verkeer en vervoer en de landbouw verantwoordelijk. Tussen de verschillende luchtvervuilende stoffen is ook verschil in de bron binnen de landbouwsector. Fijnstof (PM10 en PM2,5) wordt voor een groot deel gegenereerd door het houden van pluimvee of varkens. De uitstoot van NO2 gebeurt met name door de aanwending van mest en compost, gevolgd door aardgasverbranding om te voldoen in het energiegebruik.
Figuur 3.45: Bronnen NO2, PM2,5 en PM10 in de gemeente Barneveld (bron: Emissieregistratie).
Blootstelling aan stikstofdioxide is nadelig voor de volksgezondheid. Voor fijnstof en stikstofdioxide zijn de grenswaarden van de EU en de World Health Organization (WHO) van toepassing. Deze zijn in Tabel 3.3 opgenomen. De afgelopen jaren zijn de gemiddelde concentraties fijnstof en stikstofdioxide gedaald in Nederland. Tabel 3.3: Normen voor luchtverontreinigende stoffen (jaargemiddelden) Stof
EU-grenswaarde
WHO-advieswaarde
PM2,5
25 µg/m3
5 µg/m3
PM10
40 µg/m3
15 µg/m3
NO2
40 µg/m3
10 µg/m3
Concentraties fijnstof zorgen ook voor gezondheidsschade. Er is geen bekende volledig veilige grenswaarde voor de hoeveelheid fijnstof in de lucht. In figuur 3.20 is de concentratie PM2,5 in Barneveld weergegeven. In de gehele gemeente ligt de waarde tussen 7 en 10 µg/m3. Ver onder de EU-grenswaarde van 25 µg/m3 dus. Richting de Veluwe is de concentratie het laagst. Wel ligt de concentratie PM2,5 overal boven de WHO-advieswaarde. Echter, de WHO-advieswaarde is op geen enkele plek in Nederland gehaald (RIVM, 2020).
blad 61 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.46: Concentratie PM2,5 (bron: RIVM, 2020)
De concentratie PM10 ligt in de gemeente Barneveld op een paar plekken hoger dan 20 µg/m3 (figuur 3.21). Op de meeste plekken ligt de concentratie echter tussen 15 en 20 µg/m3. Overal wordt ruimschoots aan de EUgrenswaarde voldaan (40 µg/m3). In het uiterste oosten van de gemeente, op de Veluwe, wordt zelfs aan de WHOadvieswaarde voldaan. De concentratie ligt daar lager dan 15 µg/m3.
Figuur 3.47: Concentratie PM10 (bron: RIVM, 2020)
Ook de score van de NO2-concentratie in Barneveld is over het algemeen goed. Een groot deel van de gemeente heeft een waarde tussen 14 en 10 µg/m3. Rondom de snelwegen (met name de A1 in het westen van de gemeente) is de concentratie verhoogd – zeer lokaal met gemiddelden van ongeveer 25 µg/m3. In het oosten van de gemeenten scoort een flink stuk van de gemeente zeer goed. Daar wordt aan de WHO-advieswaarde voldaan.
blad 62 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.48: Concentratie NO2 (bron: RIVM, 2020)
Houtstook vormt een bron van luchtverontreiniging en is schadelijk voor de gezondheid. De uitstoot van fijnstof door houtstook is bijna half zo groot als die van wegverkeer. De impact van houtkachels en barbecues in Barneveld is niet goed generiek inzichtelijk te maken. Ongeveer 14% van de Nederlandse huishoudens bezit een met hout gestookte installatie, maar het is aannemelijk dat het percentage in Barneveld, gezien het landelijke karakter van de gemeente, hoger ligt. Geluid Het geluidsniveau is een belangrijke factor in de kwaliteit van de leefomgeving. Geluidhinder kan niet alleen zorgen voor overlast, maar kan ook leiden tot een negatieve impact op de volksgezondheid. Het gaat daarbij om stress, concentratieproblemen, slaapverstoring en daardoor zelfs hart- en vaatziekten. In Nederland zijn wegverkeer en buren de belangrijkste bronnen van geluidhinder. De Wet geluidhinder (Wgh) hanteert een voorkeurswaarde en een maximale ontheffingswaarde. Toetsing vindt alleen plaats op het moment van aanbouw of wijziging van geluidgevoelige bestemmingen, (spoor)wegen en industrieterreinen. Latere groei van bijvoorbeeld verkeersbewegingen kan ervoor zorgen dat deze waarden alsnog overschreden worden. De voorkeurs- en maximale ontheffingswaarden zijn weergegeven in Tabel 3.4. Deze waarden worden uitgedrukt in Lden. Dit is het tijdgewogen jaargemiddelde geluidsniveau in een etmaal.
De WHO-advieswaarden voor maximaal geluidniveau voor het hele etmaal en ’s nachts (Lnight) zijn gegeven in Tabel 3.5. Tabel 3.4: Voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarde Wgh (Lden) Bron
Voorkeurswaarde
Maximale ontheffingswaarde
Weg > 70km/u
48 dB
53 dB
Weg, overig
48 dB
63 dB
Rail
55 dB
68 dB
Tabel 3.5: WHO-advieswaarden geluidniveau Bron
Lden
Lnight
Weg
53 dB
45 dB
Rail
54 dB
44 dB
Vliegtuigen
45 dB
40 dB
Windturbines
45 dB
-
blad 63 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
In de tabellen hierboven zijn de voorkeurs- en maximale ontheffingswaarde per bron uiteengezet. Om een compleet beeld te tonen, is op Figuur 3.49 het cumulatieve jaargeluidsniveau van wegverkeer, treinverkeer, vliegtuigen, industrie en windturbines te zien. Om de geluidsbelasting te berekenen zijn gegevens van de volgende geluidsbronnen gebruikt: • rijkswegen, gemeentelijke wegen en provinciale wegen (gegevens uit 2019-2021); • railverkeer (gegevens uit 2019); • luchtvaart (gegevens uit 2016); • industrie (kentalraming uit 2008); • windturbines (gegevens uit 2021). Voor ieder van deze bronnen is eerst een aparte geluidskaart gemaakt. Die zijn daarna gecombineerd tot Figuur 3.49. De figuur geeft een globaal beeld van de hoeveelheid geluid op een bepaalde plek. Hieruit blijkt dat er vooral sprake is van omgevingsgeluid op en nabij de snelwegen A1 en A30. Wegverkeer veroorzaakt het grootste deel van het geluid. Ook op bedrijventerrein Harselaar West is het geluidsniveau hoog; de beoordeling is ‘zeer slecht’. Verder is het geluidsniveau in de kern Barneveld op enkele plekken verhoogd en bevindt zich een cluster dat ‘slecht’ beoordeeld wordt aan de Wesselseweg, ten westen van Kootwijkerbroek. De maximale ontheffingswaarde van wegverkeerslawaai wordt op de doorgaande wegen overschreden.
De kern Barneveld voldoet enkel op sommige plekken in de wijken aan de WHO-advieswaarde voor wegverkeerslawaai. De geluidsbelasting is het laagst rondom het dorp Kootwijk.
Figuur 3.49: Omgevingsgeluid (bron: RIVM)
Geur Matige tot ernstige geurhinder kan op verschillende manieren ontstaan. Veelgenoemde bronnen zijn de BBQ/vuurkorf (20 procent), open haard/allesbrander (18 procent), landbouw/veeteelt (11 procent), Riolering/zuivering (9 procent), bedrijven/industrie (6 procent) en vliegverkeer (2 procent) (GGD Monitor Midden-Gelderland). Lokaal kan de achtergrondbelasting van geur leiden tot (ernstige) hinder of misselijkheid, hoofdpijn, prikkeling van slijmvliezen, irritatie van ogen en neus, verstoring van dagelijkse activiteiten en slaapproblemen. In de gemeente Barneveld liggen meerdere niet-agrarische bedrijven die bijdragen aan een geurbelasting van de omgeving: Givaudan Nederland B.V., Afvalverwerking Vink B.V. en PFW Aroma Chemicals B.V. Deze bedrijven zijn
blad 64 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
overwegend op bedrijventerrein Harselaar gelegen, maar ook in de nabijheid van de kern van Barneveld. De contouren om deze bedrijven zijn op Figuur 3.50 weergegeven.