voorkeursscenario OER Omgevingsvisie Barneveld
Tekst van het document
OER Omgevingsvisie Barneveld
projectnummer 0478907.100 concept 3 augustus 2023
www.anteagroup.nl
OER Omgevingsvisie Barneveld projectnummer 0478907.100 concept 3 augustus 2023
Auteurs Jort Verhoeven Carlien van Dam Lex Runia
Opdrachtgever Gemeente Barneveld Postbus 63 3770 AB BARNEVELD
Gecontroleerd Just Verhoeven
datum 3 augustus 2023
beschrijving
vrijgave
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Inhoudsopgave 1
Inleiding
4
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Proces naar de Omgevingsvisie M.e.r.-plicht Doel van het OER Leeswijzer
4 4 4 5 5
2
Methodiek
6
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Onderzoeksopzet Beoordeling van de referentiesituatie Beoordeling van de toekomstscenario’s Beoordeling van het voorkeursalternatief Wisselwerking OER en omgevingsvisie
6 9 12 13 14
3
Leefomgevingsfoto van Barneveld
15
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
Bodem, water en ondergrond Natuur Klimaatbestendigheid Ruimtelijke kwaliteit Energie en grondstoffen Gezonde leefomgeving Gezondheid en welzijn Vitale woonomgeving Mobiliteit Economie en werk Conclusie
15 27 35 43 52 60 70 79 89 101 109
4
De toekomstscenario’s
110
4.1 4.2 4.3 4.4
Beschrijving toekomstscenario’s Beoordeling van de toekomstscenario’s Conclusie Totstandkoming van het voorkeursalternatief
110 111 124 129
5
Beoordeling voorkeursalternatief
130
5.1 5.2 5.3
Beschrijving van het voorkeursalternatief Effectbeoordeling Eindbeoordeling van de Omgevingsvisie
130 130 130
6
Conclusie
131
Bijlage: tabellen op uitspraakniveau
132
Vooruit met Barneveld Verder met Barneveld
132 158
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
De Omgevingswet komt eraan. Met de invoering van de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ordening vereenvoudigen en samenvoegen. Een van de instrumenten van deze nieuwe wet is de omgevingsvisie, de vervanger van de structuurvisie. De gemeente Barneveld is bezig met het opstellen van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie schetst op hoofdlijnen het beleid ten aanzien van de leefomgeving. De omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst, maar bepaalt wel de koers. Hiermee stelt de gemeente kaders voor toekomstige ontwikkelingen. De gemeente wil bij het opstellen van deze kaders de impact die de visie heeft op de fysieke leefomgeving mee laten wegen. Hiervoor is het voorliggend omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. In dit rapport is de omgevingsvisie van Barneveld beoordeeld op de te verwachten impact op de leefomgeving.
Figuur 1.1: Gemeente Barneveld
1.2
Proces naar de Omgevingsvisie
In het proces naar de omgevingsvisie heeft de gemeente Barneveld twee scenario’s opgesteld, waarin vijf thema’s centraal staan. De twee scenario’s zijn onderscheidend en bieden per thema bouwstenen voor de uiteindelijke omgevingsvisie, als koers voor de ontwikkeling van de gemeente in de komende twintig jaar. Door onderzoek en gesprek is bepaald wat per scenario bijdraagt aan de aanpak van opgaven én hoe zich dat verhoudt tot belangen, wensen en behoeften. Zo is samen met inwoners, ondernemers en andere Barneveldse stakeholders, een richting geformuleerd.
1.3
M.e.r.-plicht
De omgevingsvisie is kaderstellend voor toekomstige ontwikkelingen. In de huidige Wet milieubeheer en de toekomstige Omgevingswet is vastgelegd dat bij kaderstellende plannen voor (mogelijk) m.e.r.-plichtige
blad 4 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
activiteiten de milieueffectrapportage (m.e.r.) 1 doorlopen moet worden. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming mee te nemen, met als resultaat een milieueffectrapport (MER), dat met de ontwerp-omgevingsvisie ter inzage wordt gelegd. Omdat het gaat om een milieueffectrapport over de gehele fysieke leefomgeving wordt dit een omgevingseffectrapport (OER) genoemd. In dit OER worden de gevolgen van de keuzes voor de gehele fysieke leefomgeving onderzocht, in plaats van enkel de gevolgen voor het milieu, zoals in een MER wordt gedaan. In het OER worden bijvoorbeeld ook de effecten van de omgevingsvisie op thema’s zoals economie en sociaal welzijn beschouwd. Het OER sluit daarmee beter aan bij de reikwijdte van de omgevingsvisie dan een MER.
1.4
Doel van het OER
Dit omgevingseffectrapport (OER) heeft als doel om het omgevingsbelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. In het OER zijn de twee toekomstscenario’s en de uiteindelijke keuzes uit de omgevingsvisie beoordeeld en is inzichtelijk gemaakt wat de impact van de visie is op de leefomgeving. Het resultaat is dat het OER aanbevelingen biedt om de omgevingsvisie verder aan te scherpen en handvatten biedt voor de verdere uitwerking van de visie. Op deze manier ondersteunt het OER het besluitvormingsproces rondom de omgevingsvisie.
1.5
Leeswijzer
Dit OER bestaat uit zes hoofdstukken. Naast deze inleiding zijn dat: • Hoofdstuk 2: een toelichting op de aanpak van dit OER • Hoofdstuk 3: de beschrijving en beoordeling van de huidige situatie en de referentiesituatie (Leefomgevingsfoto) • Hoofdstuk 4: de beoordeling van de toekomstscenario’s • Hoofdstuk 5: de beoordeling van het voorkeursalternatief (de omgevingsvisie) (PM Passende beoordeling) • Hoofdstuk 6: conclusie
1
De afkorting m.e.r. staat voor de volledige procedure, de milieueffectrapportage. Het MER staat voor het milieueffectrapport dat normaal gesproken hierbij opgesteld wordt. Voor de gemeente Barneveld is echter dit OER opgesteld. Het OER heeft dezelfde reikwijdte als een MER, maar legt de nadruk niet zozeer op het milieu maar op de gehele (fysieke) leefomgeving.
blad 5 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
2 Methodiek Dit OER bestaat uit drie bouwstenen: 1. De beoordeling van de referentiesituatie (Leefomgevingsfoto). In de leefomgevingsfoto wordt de huidige en toekomstige staat van de leefomgeving inzichtelijk gemaakt. 2. De beoordeling van de twee toekomstscenario’s (strategische impactbeoordeling). 3. De beoordeling van de uiteindelijke keuzes uit de omgevingsvisie. De bouwstenen zijn de hoofdonderdelen van dit OER. In dit hoofdstuk zijn de drie hoofdonderdelen toegelicht. Op Figuur 2.1 zijn de drie bouwstenen verder uitgelicht.
Figuur 2.1: Bouwstenen van het OER
2.1
Onderzoeksopzet
2.1.1 Omgevingsvisie Voor het opstellen van de omgevingsvisie heeft de gemeente Barneveld verschillende stappen doorlopen. Figuur 2.2 geeft globaal de stappen van de totstandkoming van de omgevingsvisie weer.
blad 6 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
DNA van Barneveld Identiteit, cultuur en kernwaarden vormen het startpunt
Thema's Vijf brede thema's, centraal in de structuur van het visietraject
Toekomstscenario's Onderscheidende maar realistische scenario's, beoordeeld in H4 OER
Voorkeursalternatief Beoordeeld in H5 OER Figuur 2.2: Stappen totstandkoming omgevingsvisie Barneveld
DNA van Barneveld De identiteit, cultuur en kernwaarden vormen het DNA van Barneveld. Het DNA bepaalt wat voor gemeente Barneveld is én wil zijn in 2040. De gemeente Barneveld heeft een rijk DNA met negen unieke dorpskernen. Elke kern draagt trots bij aan de veelkleurigheid, actieve mentaliteit en ondernemingsgeest van de gemeente. In 2040 streven de dorpskernen individueel en gezamenlijk naar een bloeiende toekomst. De directe wisselwerking met het Barnevelds DNA staat centraal in het proces, waarbij er zowel aandacht is voor het gemeenschappelijke als het eigen karakter van elke kern. Thema’s De omgevingsvisie volgt uit de aanpak van de opgaven in de leefomgeving, gevormd door diverse ontwikkelingen, zoals economische groei, klimaatverandering en bevolkingsgroei. Hieruit heeft de gemeente Barneveld vijf brede thema’s gedestilleerd. Daarbij wordt de veelzijdige leefomgeving omarmd, inclusief de identiteit van Barneveld. De thema’s vormen de centrale structuur in het proces van de totstandkoming van de omgevingsvisie. Dit zijn de vijf thema’s: • Prettig leven in vitale dorpen • Topregio toekomstgerichte landbouw • Ruimte voor ondernemerschap • Gezond en natuurlijk Barneveld • Bereikbaar nu en in de toekomst Toekomstscenario’s De gemeente Barneveld heeft twee toekomstscenario’s voor 2040 uitgewerkt. Deze toekomstscenario’s laten zien hoe de gemeente met de opgaven om kan gaan.
Het zijn onderscheidende maar realistische scenario’s om het gesprek over te voeren. Scenario 1 is ‘Vooruit met Barneveld’; scenario 2 is ‘Verder met Barneveld’. De toekomstscenario’s zijn in paragraaf X uitgebreider toegelicht. Voorkeursalternatief Het voorkeursalternatief weerspiegelt de keuzes die uiteindelijk in de omgevingsvisie worden gemaakt.
blad 7 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
2.1.2 OER Parallel aan het proces van de totstandkoming van de omgevingsvisie zijn de hoofdstukken van dit OER geschreven. Dat heeft ertoe geleid dat bevindingen van dit OER tijdens het vormen van de omgevingsvisie meegenomen zijn. In Figuur 2.3 is te zien hoe het OER, naast de voor de omgevingsvisie gezette stappen, vorm heeft gekregen.
Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Start m.e.r.-procedure en definiëring inhoud MER
DNA van Barneveld
Beoordelingskader
Identiteit, cultuur en kernwaarden vormen het startpunt
Aspecten en criteria (H2 OER)
Thema's
Leefomgevingsfoto
Vijf brede thema's, centraal in de structuur van het visietraject
Beoordeling huidige situatie en referentiesituatie 2040 (H3 OER)
Toekomstscenario's
Strategische impactbeoordeling
Onderscheidende maar realistische scenario's
Beoordeling van de twee toekomstscenario's (H4 OER)
Voorkeursalternatief
Beoordeling voorkeursalternatief
De basis voor de uiteindelijke keuzes in de omgevingsvisie
H5 OER
Figuur 2.3: Stappen totstandkoming omgevingsvisie Barneveld en relatie OER
De stappen van de omgevingsvisie en het OER bestaan naast elkaar. Er bestaan wel verbanden tussen de verschillende stappen. Zo vallen de vijf thema’s van de omgevingsvisie op hun eigen manier binnen het beoordelingskader. In de laatste twee stappen van beide trajecten is de interactie het grootst. De toekomstscenario’s en het voorkeursalternatief zijn in dit OER beoordeeld. Die beoordelingen hebben geleid tot aanbevelingen en waar nodig aanscherpingen van de omgevingsvisie. Daardoor was er sprake van een iteratief proces. Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De gemeente Barneveld heeft een NRD opgesteld. Het opstellen van een NRD is de eerste stap in de m.e.r.procedure. In de NRD zijn de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek voor het op te stellen MER bepaald. Ook zijn betrokkenen hierdoor geïnformeerd over het uit te voeren milieuonderzoek en is hen de gelegenheid geboden om een reactie in te dienen over de aanpak van de m.e.r. De NRD kan gezien worden als een soort plan van aanpak voor de rest van de m.e.r-procedure. Beoordelingskader Bij de m.e.r. is het gebruikelijk om aan de voorkant aan te geven op welke aspecten de (beoogde) ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving worden beoordeeld. In de NRD zijn de doelstellingen voor het beoordelingskader uiteengezet. Op basis daarvan is het beoordelingskader (zie paragraaf X) van dit MER verder uitgewerkt.
blad 8 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Leefomgevingsfoto De Leefomgevingsfoto vormt de eerste bouwsteen van dit OER (hoofdstuk 3). In de Leefomgevingsfoto zijn de huidige staat en de referentiesituatie (2040, met een doorkijk naar 2050) beschreven. Dat is gebeurd op basis van openbare data. Op basis van de Leefomgevingsfoto kan worden bepaald wat er goed gaat, waar er ruimte voor verbetering is en welke uitdagingen moeten worden aangepakt. Daarnaast zijn trends en ontwikkelingen voor de toekomst uiteengezet. Zo wordt duidelijk waar op termijn knelpunten ontstaan en ontstaat zicht op hoe de gemeente Tiel zich, zonder de invloed van een omgevingsvisie, tot 2040/2050 ontwikkelt. Strategische impactbeoordeling De beoordeling van de twee toekomstscenario’s leidt tot een inzicht in de effecten die de twee uiterste beleidskeuzes hebben. Zo zijn de hoeken van het speelveld van de te maken keuzes voor de omgevingsvisie in beeld gebracht. Op basis hiervan zijn aanbevelingen voor het vormen van een voorkeursalternatief gedaan. Beoordeling voorkeursalternatief PM
2.2
Beoordeling van de referentiesituatie
De eerste stap in het OER is het beoordelen van de referentiesituatie. De referentiesituatie is de toekomstige situatie (2040, met een doorkijk naar 2050), zonder de gevolgen van het beleid van de omgevingsvisie. Door de keuzes en het beleid van de omgevingsvisie af te zetten tegen de referentiesituatie wordt duidelijk wat de impact van de omgevingsvisie is op de leefomgeving. In het referentiekader hieronder zijn tien thema’s uit de (fysieke) leefomgeving opgenomen. Ieder thema kan worden uitgesplitst in enkele aspecten.
blad 9 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Tabel 2.1: Beoordelingsaspecten en -criteria Aspect
Criterium Bodemkwaliteit
Bodem, water en ondergrond
Oppervlaktewater Grondwater Natuurgebieden
Natuur
Biodiversiteit Groene woonomgeving Wateroverlast
Klimaatbestendigheid
Droogtestress Hittestress Landschap
Ruimtelijke kwaliteit
Cultuurhistorie Archeologie Energiegebruik
Energie en grondstoffen
Duurzame energieopwekking CO2-uitstoot Circulariteit Luchtkwaliteit
Gezonde leefomgeving
Geluid Geur Omgevingsveiligheid Sociale cohesie Sociale inclusiviteit
Gezondheid en welzijn
Sociale veiligheid Sport en bewegen Gezonde levensstijl Woningvoorraad
Vitale woonomgeving
Voorzieningenniveau Leefbaarheid Autobereikbaarheid
Mobiliteit
Ov-bereikbaarheid Langzaam verkeer (o.a. fiets- en wandelnetwerk) Verkeersveiligheid Werkgelegenheid Vestigingsklimaat
Economie en werk
Werklocaties Landbouw Toerisme en recreatie
In hoofdstuk 3, de Leefomgevingsfoto, is per thema een overzicht gegeven van het bestaand beleid, de huidige situatie en de trends en ontwikkelingen. Voor ieder thema is vervolgens een beoordeling gegeven in de vorm van een grafiek. Ook in die beoordeling is gekeken naar de huidige situatie en de trend die in de toekomst verwacht wordt. Het gaat bij de beoordeling om een kwalitatieve inschatting, waarbij binnen een thema alle aspecten over het algemeen even zwaar wegen. In de trendgrafiek, die de beoordeling visualiseert, wordt tot 2050 vooruitgekeken. Ontwikkelingen binnen de thema’s en aspecten kennen over het algemeen namelijk een lange doorlooptijd.
blad 10 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
In onderstaand voorbeeld is sprake van een negatieve trend: de situatie is de afgelopen 20 jaar verslechterd. Vervolgens wordt aan de hand van beschikbare data een prognose gemaakt voor de toekomstige situatie van een aspect op basis van autonome ontwikkelingen. Onzekerheden vormen de aanleiding voor het gebruik van een bandbreedte. In onderstaand voorbeeld wordt de trend van de afgelopen jaren tot stilstand gebracht of kan de situatie nog licht verder verslechteren.
Figuur 2.4: Voorbeeld beoordeling trendgrafiek
In de volgende stap is de informatie van de afzonderlijke aspecten samengebracht in een overzicht. Hierin is per aspect de huidige situatie en de toekomstige situatie (met bandbreedte) weergegeven. Op Figuur 2.5 is hiervan een voorbeeld opgenomen. Zowel de huidige situatie als de referentiesituatie is gebaseerd op de analyse uit hoofdstuk 3, de Leefomgevingsfoto. De grafiek geeft de verwachte ontwikkeling tussen nu en 2040 weer, zonder invloed van een Omgevingsvisie.
Figuur 2.5: Voorbeeld samenvattingsgrafiek huidige situatie en referentiesituatie 2040
blad 11 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
2.3
Beoordeling van de toekomstscenario’s
De twee toekomstscenario’s zijn in hoofdstuk 4 ten opzichte van de referentiesituatie (2040) beoordeeld. Dat betekent dat een positief effect niet per se impliceert dat de staat van de leefomgeving bij de keuze voor dat scenario goed is en alle doelstellingen worden bereikt. Het gaat dan enkel om een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. De toelichting op de beoordeling van de referentiesituatie is te vinden in hoofdstuk 3, de Leefomgevingsfoto. De beoordeling van de toekomstbeelden bestaat uit twee stappen. In de eerste stap is de beoordeling uitgevoerd aan de hand van de stoplichtmethode. Dit betekent dat per scenario op het niveau van de uitspraken uit het document ‘De toekomstscenario’s’ 2 is aangegeven hoe de referentiesituatie in het scenario verandert. Alle relevant geachte passages uit de scenario’s zijn in twee omvangrijke tabellen in de bijlage opgenomen. Daarbij is per uitspraak, per aspect met kleuren aangegeven of het om een negatief of positief effect ten opzichte van de referentiesituatie gaat, of dat de passage een neutraal effect of aandachtspunt betreft. Waarom passages positieve of negatieve beoordelingen hebben gekregen, is in de vakken van de tabel beargumenteerd.
Kijkend naar de neutrale beoordelingen zijn er over het algemeen twee typen: beoordelingen die geen positief of negatief effect op het aspect hebben en beoordelingen die zowel een positief als een negatief effect op elkaar hebben. Uitspraken zonder effect zijn in de tabel wit/leeg gelaten. Uitspraken met een positief én een negatief effect zijn als aandachtspunt opgenomen. Deze uitspraken zijn in de tabel geelgekleurd en toegelicht. Ook uitspraken die andere aandachtspunten of risico’s bevatten zijn geel weergegeven. Tabel 2.2: Typen beoordelingen stoplichtmethode
Omdat de uitspraken afkomstig zijn uit het gemeentelijke document, is er in de tabellen in de bijlagen af en toe gebruikgemaakt van de we-vorm. Daar verwijst 'we' dus naar de gemeente Barneveld. Daarnaast zijn alle uitspraken gekoppeld aan de vijf thema’s die in het document ‘De toekomstscenario’s’ centraal staan: • Prettig leven in vitale dorpen • Ruimte voor ondernemerschap • Topregio toekomstgerichte landbouw • Gezond en natuurlijk Barneveld • Bereikbaar nu en in de toekomst Sommige uitspraken zijn aan meer dan één thema te koppelen. Dan is die kanttekening bij de uitspraak geplaatst. In de tabel zijn de uitspraken die bij meerdere thema’s passen maar bij één thema weergegeven, om dubbelingen te voorkomen. Voor de beoordeling maakt dat niet uit. Uiteindelijk is er namelijk op het niveau van de tien beoordelingsaspecten beoordeeld – en niet op het niveau van de vijf thema’s uit ‘De toekomstscenario’s. De tabellen in de bijlage tellen een verschillend aantal uitspraken: 69 en 85. Daarvoor zijn twee redenen: allereerst tellen de twee scenario’s in ‘De toekomstscenario’s’ niet precies evenveel uitspraken. Niet iedere uitspraak uit het ene scenario kent een ‘tegenuitspraak’ in het andere scenario. Ten tweede zijn, wanneer dat de beoordeling niet beïnvloedde, af en toe uitspraken samengevoegd.
Om een vertekend beeld te voorkomen, is in de weergave van de verdeling van uitspraken niet met absolute aantallen, maar met percentages gewerkt. In paragraaf 4.4 zijn samenvattingen van de twee tabellen uit de bijlage opgenomen. In die tabellen zijn niet de uitspraken uit de scenario’s, maar vijf korte samenvattingen opgenomen en beoordeeld. Het gaat om samenvattingen per thema uit ‘De toekomstscenario’s. Zo ontstaat een uitgebreid (bijlage) en een compacter (paragraaf 4.4) beeld van wat de keuze voor een scenario voor de aspecten van de leefomgeving betekent.
2
De toekomstscenario’s, Gemeente Barneveld. November 2022.
blad 12 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
In stap 2 zijn de scenario’s in zijn geheel vergeleken met de referentiesituatie. Kijkend naar het aantal negatieve effecten, positieve effecten en aandachtspunten, is op het niveau van de aspecten bepaald hoe het scenario de referentiesituatie beïnvloedt. Dat leidt per scenario tot een grafiek, zoals die in Figuur 2.6 is weergegeven. In de grafiek zijn per aspect de referentiesituatie en de situatie uit het scenario, met bandbreedte, inzichtelijk gemaakt. Zo ontstaat een helder beeld van hoe het scenario zich tot de referentiesituatie verhoudt.
Figuur 2.6: Voorbeeld samenvattingsgrafiek scenario t.o.v. referentiesituatie 2040
De samenvattingsgrafieken zijn het resultaat van zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve analyse. In de tabellen uit stap 1 zijn de uitspraken uit de scenario’s namelijk kwantitatief inzichtelijk gemaakt. Dat houdt in dat er per aspect te zien is hoeveel positieve effecten, negatieve effecten en aandachtspunten er gemarkeerd zijn. Die aantallen vormen de basis van de argumentatie voor de positionering van het scenario in de samenvattingsgrafiek. Hoe groter het aantal positieve effecten is (ten opzichte van de negatieve), hoe positiever het scenario ten opzichte van de referentiesituatie is beoordeeld. Een groot aantal aandachtspunten kan tot twee zaken leiden. Allereerst bevatten aandachtspunten in veel gevallen risico’s, of indirecte, niet-concrete negatieve effecten. In dat geval beïnvloeden aandachtspunten de beoordeling van het scenario negatief. Ten tweede kunnen aandachtspunten voor onduidelijkheid richting 2040 zorgen. Als dat zo is, leidt dat tot een vergroting van de bandbreedte van de beoordeling van het scenario. Het aantal positieve effecten, negatieve effecten en aandachtspunten is niet één op één te vertalen naar de beoordeling in de samenvattingsgrafiek. Drie keer zoveel positieve effecten betekent dus niet dat de beoordeling drie keer zo goed is.
Hoewel de kwantificering van de effecten tot de eerste aanzet van de beoordeling leidt, is de precieze beoordeling van een aspect in de samenvattingsgrafiek het resultaat van expert judgement. Daarbij is een kwalitatieve duiding aan de uitspraken gegeven.
2.4
Beoordeling van het voorkeursalternatief
PM
blad 13 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
2.5
Wisselwerking OER en omgevingsvisie
Het OER en de omgevingsvisie zijn parallel aan elkaar opgesteld. De inzichten uit het OER hebben bijgedragen aan het maken van keuzes voor de omgevingsvisie. In het OER zijn de milieu- en omgevingseffecten van de alternatieven en beleidsopties namelijk inzichtelijk gemaakt. Door dit parallel aan het participatieproces en de vorming van de omgevingsvisie te doen, snijdt het mes aan twee kanten. Ten eerste helpt het OER bij het maken van goede keuzes op het gebied van milieu en omgeving. Het OER levert namelijk (objectieve) argumentatie voor de keuzes in de omgevingsvisie. Ten tweede is het OER een kritische toets van deze omgevingsvisie. Het OER biedt in alle fasen van beleidsvorming aanbevelingen voor de aanscherping van de omgevingsvisie en geeft inzicht in de impact die de visie op de leefomgeving heeft.
blad 14 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3 Leefomgevingsfoto van Barneveld De eerste stap van het OER is het schetsen van een goed beeld van huidige en toekomstige staat van de leefomgeving in de gemeente Barneveld. Hiervoor dient deze leefomgevingsfoto. Dit hoofdstuk geeft namelijk een overzicht van het bestaand beleid, de huidige situatie en de trends en ontwikkelingen. Dit is per thema en aspect (zoals in hoofdstuk 2 weergegeven) gedaan. Ieder thema is afgesloten met een beoordeling, in de vorm van een trendgrafiek.
3.1
Bodem, water en ondergrond
3.1.1 Inleiding, beoordelingskader en beleid Het bodem en watersysteem vormt de letterlijke basis van alle menselijke activiteiten en het natuurlijk systeem. Het ruimtegebruik in de ondergrond neemt daarnaast ook steeds meer toe. Dit hoofdstuk gaat in op de situatie van de bodem, water en ondergrond van de gemeente Barneveld. Vooral bodem en water krijgen een steeds grotere rol in het Nederlandse beleid. De belangrijkste stukken zijn hier kort aangestipt. Zo moet bijvoorbeeld het beleid Water en bodem sturend ervoor zorgen dat het bodem- en watersysteem leidend is bij de ruimtelijke inrichting.3 Beoordelingskader Aspect Bodem, water en ondergrond
Criterium Bodemkwaliteit
Streefwaarde Een vitale bodem.
Oppervlaktewater
Voldoende beschikbaar water, schoon en gezond water, ruimte voor water.
Grondwater
Voldoende beschikbaar water, schoon water.
Gewenste beweging Tegengaan van verdroging, verzuring, verzilting en bodemdaling. Verhogen van organische stofgehalte van de bodem. Voorkomen van nieuwe verontreinigingen. Waterkwaliteit verhogen. Tekorten en overlast/overstromingen voorkomen. Voorkomen van nieuwe verontreinigingen. Waterkwaliteit verhogen. Tekorten voorkomen.
Beleid Kader
Belangrijkste uitgangspunten
Coalitieakkoord Gemeente Barneveld 2022-2026
Water en bodem worden leidende principes bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze ambitie wordt op dit moment verder uitgewerkt.
Kaderrichtlijn Water
De Kaderrichtlijn Water (KRW, Europees Parlement en de Raad, 2000) is een Europese richtlijn die normeringen stelt voor de kwaliteit van wateren in Europa. De KRW omvat de bescherming van alle soorten water, het herstel van ecosystemen in en rond water, vermindering van vervuiling in waterlichamen en de garantie voor duurzaam watergebruik door particulieren en bedrijven. Het doel van de richtlijn is een ‘goede toestand’ voor alle wateren in Europa.
Ontwerp Nationaal Water Programma 2022-2027
Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021. Hierin zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan omschreven. Het NWP is in maart 2022 vastgesteld. In het NWP zijn de volgende hoofdambities geformuleerd: een veilige en klimaatbestendige delta; een concurrerende, duurzame en circulaire delta; een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.
3
Kamerbrief over rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening, (demissionair) minister van Infrastructuur en Waterstaat, 25 november 2022.
blad 15 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Regionaal waterprogramma 2021-2027
Het Regionaal waterprogramma heeft drie uitgangspunten: Voorkomen is beter dan genezen: De provincie werkt aan herstel en het versterken van het bodem- en watersysteem met nieuwe functies. Bij ontwikkelingen die een negatief effect hebben op het bodem- en watersysteem wordt verwacht dat initiatiefnemers maatregelen nemen om deze te beperken en/of te compenseren. Bij uitdagingen wordt zo nodig gebruik gemaakt van een gebiedsgerichte aanpak. De provincie zet zoveel mogelijk in op samenwerking en het gebruik van nieuwe technieken.
Gemeentelijk Rioleringsplan 20212026
In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026 zet de gemeente Barneveld haar visie uiteen voor de waterketen. Deze visie heeft verschillende speerpunten: Stedelijk afvalwater: Afvalwater wordt afgevoerd uit de stedelijke omgeving. De trits Schoonhouden- Scheiden- Zuiveren wordt gevolgd. Hemelwater: De gemeente, het waterschap en de perceeleigenaren hebben de gezamenlijke plicht om overtollig regenwater een plek te geven. De gemeente zet in op het ontvlechten van hemelwater. Daarbij worden aangelegen bedrijven en burgers betrokken, om doelmatig af te koppelen. De gemeente gebruikt de trits Vasthouden-Bergen-Afvoeren. Grondwater: De gemeente kan en wil grondwater niet sturen. Wanneer er structurele problemen zijn wil de gemeente op lokaal niveau ingrijpen. Stedelijk oppervlaktewater: Water wordt zoveel mogelijk lokaal vastgehouden en geborgen. Water is een belangrijk ordenend principe voor de ruimte. De gemeente streeft naar een goed functionerend en gezond watersysteem met een goede gebruiks- en belevingswaarde. Klimaatadaptatie: We werken samen op regionaal niveau en pakken lokaal aan. In het Regionaal Adaptatie Plan (RAP) zijn vier speerpunten benoemd: (1) prettig wonen en werken, (2) aangenaam recreëren, (3) basisfuncties veiligstellen, (4) natuurlijk bodem- en watersysteem.
Duurzaamheid: Knelpunten bij het inrichten van de waterketen op het vlak van waterkwantiteit of -kwaliteit worden niet afgewenteld op aangrenzende gebieden of toekomstige generaties. Samenwerken: De aanpak van water wordt samen met inwoners en bedrijven gedaan. Ook binnen de gemeentelijke organisatie en met andere overheden wordt samenwerking nagestreefd.
Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050)
Vinding van Waterschap Vallei en Veluwe. En is ontwikkeld in de geest van de nieuwe Omgevingswet. Met deze BOVI2050 zet het waterschap koers naar een duurzame samenleving waarbij water gezien wordt als een ordenend principe. Hierbij wordt er gewerkt vanuit vier thema’s; Waardevolle leefomgeving: Wij willen dat de kwaliteit en waarde van de leefomgeving in 2050 minstens zo goed is als die van nu, anno 2019. Klimaatverandering: De gevolgen van klimaatverandering kunnen we alleen opvangen door de veerkracht van het natuurlijke bodem- en watersysteem te herstellen, evenals de verbinding tussen de stad en het omliggende landelijk gebied. Circulaire economie: Waterschap Vallei en Veluwe wil in 2050 volledig circulair zijn. Energietransitie: Waterschap Vallei en Veluwe wil graag bijdragen aan verduurzaming van de energieproductie- en gebruik in het eigen werkgebied. Hiernaast wil het waterschap in 2025 energieneutraal zijn en wil het de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi) inzetten als hubs voor waterstof, grondstoffen en duurzame energie.
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 (BOP)
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) 2022-2027 van Waterschap Vallei en Veluwe is het waterbeheerprogramma en is in november 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur. Het BOP bevat vier gebiedsprogramma’s voor de gebieden Noord Veluwe, Eemland, IJsselvallei, Eemland en Geldersevallei. Hierbij wordt gewerkt vanuit vijf thema’s; Waardevolle leefomgeving: Werken aan een waardevolle leefomgeving. Klimaatverandering: Zorgen voor een klimaatbestendig watersysteem. Energietransitie: Werken aan een klimaatpositieve samenleving. Circulaire economie: Staan vooraan bij regionale circulaire economie. Biodiversiteit: Versterken en streven naar natuurlijk water.
blad 16 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley
Ook in dit regionale beleidsdocument wordt het belang van het bodem- en watersysteem als leidend principe bij de ruimtelijke inrichting van de regio benadrkut.
3.1.2 Huidige situatie Bodemkwaliteit De kwaliteit van de bovengrond in de gemeente Barneveld voldoet over het algemeen aan de eisen die gesteld worden aan natuur en/of landbouwgrond. De bodemkwaliteit in de kernen Zwartebroek, Terschuur, De Glind, Kootwijkerbroek, Stroe, Kootwijk en Garderen voldoet aan de klasse Wonen. De kernen Barneveld, Voorthuizen en Harselaar hebben als bodemkwaliteit de klasse Landbouw/Natuur. Buitengebied voldoet aan de kwaliteit achtergrondwaarde.
Figuur 3.1: Toepassingskaart bovengrond (0 tot 0.5 meter) (bron: ODDV)4
De bodem van de gemeente Barneveld bestaat uit verschillende bodemprofielen. In (het oostelijke deel van) de gemeente zijn (hogere) zandgronden te vinden (zie Figuur 3.2).
4
https://www.oddevallei.nl/wp-content/uploads/sites/4/2021/03/Toepassingskaart-Bovengrond.pdf
blad 17 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.2. Bodemkaart (groen: beekeerdgronden, lemigi fijn zand; (Bron: Wageningen Environmental research (WENR), 2020))
Bedrijvigheid heeft een directe invloed op de bodemkwaliteit. Als gevolg van industriële activiteiten en bedrijfsprocessen kunnen er potentiële bronnen van bodemverontreiniging ontstaan, zoals chemische stoffen en afvalstoffen. Het bevorderen van duurzame en milieuvriendelijke bedrijfspraktijken speelt een cruciale rol in het behoud van een gezonde bodem en het waarborgen van een leefbare omgeving voor de gemeenschap van Barneveld. In verschillende gebieden verspreid over de gemeente is er reeds sprake van (mogelijke) (ernstige) bodemverontreiniging (als gevolg van bedrijvigheid). Door sanering en onderzoek wordt dit in beeld gebracht. In de gemeente zijn er ook enkele activiteiten (geweest) die een mogelijke impact op de bodemkwaliteit hebben. Figuur 3.3 toont de voormalige stortplaatsen in de gemeente.
blad 18 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.3: Voormalige stortplaatsen (bron: provincie Gelderland)
De bodemkwaliteit dient ook bekeken te worden vanuit het perspectief van ecologie. De koolstofcyclus is van belang voor de koolstof- en energiehuishouding van het ecosysteem. In de bodem is een grote hoeveelheid gereduceerd koolstof opgeslagen die als energiebron dient voor het bodemleven en zorgt voor het functioneren van de bodem. Op Figuur 3.4 is de koolstofdynamiek in Barneveld weergegeven. Te zien is dat er in het westen van de gemeente gebieden zijn met een hogere dynamiek dan gemiddeld. Over het algemeen is de koolstofdynamiek echter beperkt. Dat heeft een negatief effect op het ecosysteem in de bodem.
Figuur 3.4: Koolstofcyclus en -dynamiek in de bovenste bodemlaag (relatief) (bron: RIVM, 2015)
blad 19 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Op onderstaande figuur is het waterbergend vermogen van de ondergrond getoond. Water kan op veel plekken geborgen worden, waaronder in de ondergrond. De onderstaande kaart, berging in grondwater, drukt uit hoeveel water (in mm) nog in de grond geborgen kan worden ten opzichte van een huidige natte situatie. Dit drukt dus uit hoeveel water er kwijt kan in de bodem, wanneer deze tot de rand (het maaiveld) gevuld kan worden. Te zien is dat het water in de hoger gelegen Veluwe dieper in de ondergrond trekt. Het waterbergend vermogen in de rest van de gemeente is klein. Dit betekent dat er weinig ruimte in de bodem is om water kwijt te kunnen totdat het maaiveld bereikt wordt.
Figuur 3.5: Waterbergend vermogen ondergrond (bron: Deltares, 2017)
Oppervlaktewater In de gemeente Barneveld liggen verschillende KRW-oppervlaktewaterlichamen. De beken met een KRW-status zijn de Esvelderbeek, de Hoevenlakense beek, de Barneveldsebeek en de kleine Barneveldse beek.
Figuur 3.6: KRW-oppervlaktewaterlichamen (bron: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland)
blad 20 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
De KRW streeft naar een goede chemische en ecologische oppervlaktewaterkwaliteit. Voor al de beken in de gemeente geldt dat de doelen voor biologie vrijwel zeker behaald worden. De ecologische kwaliteit van de beken is in de afgelopen jaren sterk verbeterd. Tabel 3.1: Ecologische kwaliteit, gemeten in 2021 (bron: Waterschap Vallei en Veluwe)5 Fytoplankton Kleine Barneveldse beek
n.v.t.
Middenloop Barneveldsebeek
n.v.t.
Benedenloop Barneveldsebeek
n.v.t.
Esvelderbeek
n.v.t.
Hoevelakense beek
n.v.t.
Macrofauna
Vis
Waterplanten
Voor de chemische toestand van de waterlopen bestaan bij de beken nog enkele knelpunten. De chemische toestand voor KRW-oppervlaktewaterlichamen wordt bepaald aan de hand van de aanwezigheid van prioritaire stoffen. Prioritaire stoffen zijn stoffen die een groot risico vormen in en via het watermilieu. Voor de chemische toestand bestaan er binnen elk van de beken nog overschrijdingen die zorgen dat het moeilijke wordt om het doel voor 2027 te behalen. Slechts 2 procent van al het water in het waterschap Vallei en Veluwe heeft een KRW-status. Voor de overige 98 procent heeft het waterschap ook doelen opgesteld. Watergangen De gemeente Barneveld heeft verschillende watergangen lopen in de gemeente. De belangrijkste watergangen (A-water en B-water) zijn in onderstaand figuur weergegeven. Het oostelijke deel van de gemeente heeft geen watergangen. Verder stroomt het water in de gangen van oost naar west.
5
Waterschap Vallei en Veluwe
blad 21 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.7. Overzichtskaart belangrijkste watergangen in de gemeente Barneveld (bron: Waterschap Vallei en Veluwe.
Grondwater De gemeente Barneveld ligt binnen het gebied van grondwaterlichaam Zand Rijn midden. De Veluwe vormt een uitgesproken infiltratiegebied van dit grondwaterlichaam. Landbouw vormt een diffuse bron van belasting van het grondwaterlichaam. Ook verschillende puntbronnen dragen bij aan belasting door o.a. organische verontreiniging of pesticiden. Gewasbeschermingsmiddelen en nitraat en fosfaat van bemesting vormen de belangrijkste chemische belasting6. In de gemeente Barneveld liggen nog geen waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden. Echter, een gebied ten zuiden van de kern Barneveld is door de provincie Gelderland aangewezen als zoekgebied voor waterwinning. Dat zoekgebied strekt zich uit van De Glind aan de westkant tot aan Meulunteren in het oosten en Ederveen in het zuiden (beide gemeente Ede). De exacte locatie en omvang zijn nog onduidelijk.
Figuur 3.8: Beoogd zoekgebied waterwinning Barneveld-Zuid (bron: Barneveldsekrant.nl)
Wel ligt een aanzienlijk deel van de gemeente binnen intrekgebied. In de Omgevingsverordening zijn zogenoemde intrekgebieden aangewezen. Dit zijn gebieden waar het grondwater binnen maximaal 1.000 jaar de pompputten van het waterbedrijf bereikt. Ze zijn te zien op Figuur 3.9. 6
Factsheet Zand Rijn midden
blad 22 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.9: Intrekgebieden (bron: provincie Gelderland)
Naast infiltratie is er ook sprake van kwel in de gemeente. Water dat op het Veluwemassief infiltreert komt aan de randen weer naar het oppervlak. Dit leidt op verschillende locaties in de gemeente tot matige tot sterke kwel. Onderstaande kaart toont de mate van infiltratie en kwel in de huidige situatie in de gemeente.
Figuur 3.10: Kwel en infiltratiekaart (bron: Klimaateffectatlas)
In Nederland is het watergebruik per persoon in de afgelopen jaren (licht) toegenomen (Figuur 3.11). Tot 2015 nam het watergebruik per persoon af. In de afgelopen jaren is (voornamelijk in de droge zomers) het drinkwatergebruik toegenomen.
blad 23 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.11: Huishoudelijk drinkwatergebruik vs. bevolkingsgroei7
Onderstaand figuur toont de grondwatertrappen binnen de gemeente Barneveld. Grondwatertrappen wijzen naar de diepte van het grondwater t.o.v. het maaiveld en de fluctuatie van het grondwater. Dit is bepaald aan de hand van de laagste grondwaterstand (over het algemeen in de zomer) en de hoogste grondwaterstand (over het algemeen in de winter). Een groot deel van de gemeente Barneveld heeft grondwatertrap III tot IV. Dit betekent dat het grondwater in de zomer overwegend tussen de 80 en 120 centimeter staat. Dit betekent dat in een gemiddeld jaar het grondwater op geringe diepte ligt. Over het algemeen kunnen planten nog bij het grondwater met hun wortels. In de winter verschilt de diepte van het grondwater tussen de grondwatertrappen. In de overgang naar de Veluwe (de grondwaterfluctuatiezone, zie 3.1.3) ligt het grondwater dieper, in zowel de zomer als in de winter, in vergelijking met het grootse deel van de gemeente. Op de Veluwe ligt de grondwaterstand zowel in de zomer als in de winter zeer diep.
Figuur 3.12: Grondwatertrappen in de gemeente Barneveld (bron: BRO Geo services - PDOK)
7
VEWIN (2022) Drinkwaterstatistieken 2022
blad 24 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3.1.3 Trends en ontwikkelingen In de gemeente Barneveld spelen verschillende ontwikkelingen die een invloed hebben op het thema ‘’Bodem, water en ondergrond’. De volgende ontwikkelingen spelen: -
Grondwaterfluctuatiezone aan de rand van de Veluwe Door de voortzetting van de klimaatverandering zal de grondwaterstand op de Veluwe stijgen. Op de flank van de Veluwe kan er – behalve in bestaand bouwgebied – ook in nieuw in te richten gebied wateroverlast ontstaan als er geen maatregelen tegen worden genomen. In deze zone op de flanken van de Veluwe – de zogenaamde grondwaterfluctuatiezone – is er een verhoogd risico op grondwateroverlast. De noodzaak van maatregelen is over het algemeen afhankelijk van de huidige en voorspelde diepte van het grondwater.
-
Aandacht voor een vitaal bodem- en watersysteem De voordelen van een vitaal bodem- en watersysteem worden steeds belangrijker en explicieter benadrukt (zoals in het streven water en bodem sturend). Zo is in het coalitieakkoord opgenomen dat het bodem- (en water)systeem leidend moet worden bij ontwikkelingen. De bodemkwaliteit is in het verleden achteruitgegaan, en ook klimaatverandering versnelt de afbraak van organische stof in de bodem. Agrariërs kunnen door verandering in bedrijfsvoering in het kader van de landbouwtransitie een grote impact hebben op de vitaliteit van bodems.
-
Druk op het grondwater Het gebruik van drinkwater neemt toe. Met name door de warme, droge perioden is het watergebruik de afgelopen jaren gestegen. Ook neemt het aantal inwoners van de gemeente Barneveld toe, waardoor het drinkwatergebruik stijgt. Ook het watergebruik van bedrijfssector kan toenemen wanneer meer bedrijven zich in de gemeente vestigen. De mate waarin is echter sterk afhankelijk van het type bedrijvigheid. Hiernaast neemt het gebruik van drinkwater ook toe door de gedragscomponenten.
-
Verbetering oppervlaktewaterkwaliteit door de Kaderrichtlijn Water (KRW) Door middel van de KRW stuurt Europa op de kwaliteit van het oppervlaktewater in Europa. Het doel is dat in 2027 alle wateren een goede oppervlaktewaterkwaliteit hebben. In Barneveld staat de ecologische kwaliteit er op verschillende aspecten goed voor. Het is onwaarschijnlijk dat in Nederland de oppervlaktewaterkwaliteit overal op tijd op een goed niveau is. In Barneveld staat de ecologische kwaliteit van de KRW-oppervlaktewateren er matig voor. Het is wel de verwachting dat de kwaliteit de komende jaren verder verbetert.
-
Druk op de ondergrond De druk op de ondergrond gaat toenemen. Deze drukte ontstaat door nieuwe functies in de ondergrond die om ruimte vragen (zoals warmtenet, waterberging, laadinfrastructuur) en toenemende aandacht voor groen in stedelijke gebieden.
-
Water vasthouden in hooggelegen gebied In Nederland is er een opkomende trend om water vast te houden in hoger gelegen gebieden, om droogte te voorkomen. In plaats van watergangen volledig af te voeren, worden waterbergingen gecreëerd. Dit wordt toegepast bij de 'Klimaatmantel' in Barneveld (BOVI), waar meanderende beken met waterbergingen worden gerealiseerd. Lokaal water zuiveren en effluent lokaal lozen verlichten de druk op het watersysteem en bevorderen duurzaam watergebruik.
-
Meer inzet op drinkwaterbesparing Een opkomende trend is de grotere inzet op het besparen van drinkwater, niet alleen door voorlichting, maar ook door lobbywerk om het Bouwbesluit aan te passen en de ontwikkeling van waterbesparende producten voor huishoudelijk gebruik te bevorderen. Bovendien wordt ingezet op het stimuleren van regenwaterhergebruik en het aangaan van samenwerkingen met bedrijven. Deze aanpak richt zich op verschillende niveaus om het gebruik van drinkwater te verminderen en zo een duurzaam en efficiënt waterbeheer te bevorderen.
blad 25 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3.1.4 Beoordeling De bodemkwaliteit is, vanuit het perspectief van natuur, landbouw en wonen in een groot deel van de gemeente Barneveld op orde. Lokaal is sprake van bodemverontreiniging, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van voormalige stortplaatsen. Geen bijzondere autonome ontwikkelingen worden op dit vlak verwacht. Vanuit ecologisch perspectief is er ruimte voor verbetering van de bodem. In de gemeente Barneveld zijn verschillende KRW-oppervlaktewaterlichamen gelegen. De ecologische kwaliteit van deze oppervlaktewaterlichamen is nog niet afdoende. Tot 2027 hebben lidstaten de tijd om een goede status voor deze oppervlaktewaterlichamen te bereiken. Het is aannemelijk dat de ecologische kwaliteit van de oppervlaktewaterlichamen in de gemeente de komende jaren (licht) verder verbetert. Er bestaan wel nog enkele uitdagingen op het vlak van de chemische kwaliteit van de beken. Het drinkwatergebruik is in de afgelopen jaren erg toegenomen. Dit gebeurt voornamelijk door de droge zomers. Het verhoogde gebruik van drinkwater is een trend die zich waarschijnlijk doorzet, omdat het warmer en droger wordt. Daarnaast stijgt het aantal inwoners in Barneveld en daarmee het watergebruik. De grondwaterkwaliteit van de gemeente wordt belast door landbouw. Hiernaast dragen verschillende puntbronnen ook bij aan belasting door onder andere organische verontreiniging of pesticiden.
In de ondergrond wordt het steeds drukker. Nieuwe functies moeten een plek vinden in de ondergrond, zoals waterberging, laadinfrastructuur en duurzame energiebronnen. Ook de vergroening van het bebouwde gebied vraagt om ruimte in de ondergrond. Al met al is de druk op bodem, water en ondergrond de afgelopen jaren toegenomen. Dat leidt tot de negatieve ontwikkeling (2000 – nu) die in de trendgrafiek hieronder weergegeven is. Gezien de beleidsinzet en de trends die in de toekomst worden verwacht, is aangenomen dat de negatieve ontwikkeling gestopt kan worden. De beoordeling ontwikkelt zich naar verwachting neutraal, met een onzekerheidsmarge die groeit naarmate de tijd vordert.
blad 26 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3.2
Natuur
3.2.1 Inleiding, beoordelingskader en beleid De natuurlijke leefomgeving is belangrijk voor de mens, plantaardige productie en een gezonde omgeving. Een natuurlijke leefomgeving kan verschillende vormen aannemen, zoals publiek groen en natuurgebieden. In het natuurbeleid wordt onderscheid gemaakt in beschermde gebieden en beschermde soorten. Onder het aspect biodiversiteit wordt breder gekeken dan alleen naar beschermde soorten. Tot slot wordt ook gekeken naar natuurwaarden in de directe woonomgeving. De aspecten binnen dit thema staan in verbinding met de aspecten van de thema’s in de volgende twee hoofdstukken: ‘Bodem, water en ondergrond’ en ‘Klimaatbestendigheid’. Beoordelingskader Aspect Natuur
Criterium Natuurgebieden
Biodiversiteit
Groene woonomgeving
Streefwaarde Sterk natuurnetwerk met goede natuurverbindingen. Sterke biodiversiteit over de hele gemeente.
De woonomgeving heeft een groen karakter.
Gewenste beweging Behoud en versterking Natura 2000 (Veluwe) en overig natuurnetwerk. Toename en herstel biodiversiteit in de gehele gemeente: natuur, ruraal en stedelijk gebied. Vergroening wijken en centra.
Beleid Kader
Belangrijkste uitgangspunten
Beleidsplan Biodiversiteit (2021)
Met het beleidsplan biodiversiteit draagt Barneveld de komende vijf jaar bij aan herstel van biodiversiteit. De visie bestaat uit de volgende punten: In Barneveld delen we de zorg voor het behoud van leefgebieden van planten dieren vanwege hun intrinsieke waarde. In Barneveld maakt biodiversiteit een essentieel onderdeel uit van ons natuurlijk kapitaal. We werken aan biodiversiteit omdat dit noodzakelijk is voor een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Barneveld werkt aan het behouden en versterken van de grote diversiteit aan landschappen. Deze vormen namelijk de basis voor biodiversiteit en zijn ook belangrijk voor onze identiteit en de beleving van landschappen. Ze zorgen voor een aantrekkelijke woon-, werk- en recreatieve omgeving. In Barneveld benutten we kansen voor het werken aan biodiversiteit als die zich voordoen. In Barneveld werken we samen aan biodiversiteit. De gemeente, inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties voelen zich verbonden en dragen samen bij aan herstel van biodiversiteit. Verder werkt Barneveld met icoonsoorten, om biodiversiteit tastbaar te maken. IJsvogel, weidebeekjuffer, oranjetipje, steenuil, boommarter, weidehommel, gierzwaluw en ringslang zijn typische soorten die de kwaliteit van natuur in stedelijke omgeving en ons buitengebied vertegenwoordigen. Deze soorten worden gemonitord en spelen een rol in communicatie en educatie.
Gebiedsvisie Esvelderbeekzone
De Esvelderbeekzone is het gebied tussen Barneveld-Noord en Harselaar. Het is een groen gebied met een agrarisch karakter. In het plangebied Esvelderbeekzone zijn deze plannen tot inrichtingsplannen uitgewerkt: natuurverevening en -compensatie; waterbergingsopgave; landgoedontwikkeling; vestiging kinderhospice; woningbouw.
blad 27 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Groenstructuurplan Barneveld (2011)
Het uitgangspunt in dit beleidsdocument is het realiseren van een duurzame groenstructuur, die gedurende een lange periode beeldbepalend is voor een straat, wijk of kern. Er dient een kwalitatieve, passende inrichting gerealiseerd te worden. Deze punten vatten de visie samen: 1. De landschappelijke kenmerken zijn medebepalend voor de karakteristiek en inrichting van het groen in de kernen. 2. Centrale groenvoorzieningen in de wijk staan in verbinding met de dorpsrand. 3. Groene randen verbinden het dorp met het landschap waardoor de relatie tussen dorp en landschap wordt versterkt. 4. De inrichting van de groenzones nabij watergangen heeft, indien ruimte beschikbaar is, een ecologische inslag. 5. Door de zichtbaarheid te behouden/vergroten neemt de waarde van de watergangen als element in de woonomgeving toe. 6. De belangrijkste wegenstructuren worden begeleid door een groenstructuur bij voorkeur bestaande uit bomen. 7. Bestaande groenstructuren en -elementen worden zoveel mogelijk behouden en verweven met nieuwe structuren. 8. Nieuwe groenelementen dienen gebruik te bevorderen. 9. Biodiversiteit vergroten door flora en fauna aan de randen en in de kernen kansen te bieden 10. De gemeente combineert functies als waterberging, recreatie en natuurwaarden zodat optimaal gebruik gemaakt wordt van de openbare ruimte. 11.
Bij ruimtelijke ontwikkelingen de groene uitstraling van de kernen behouden, met groen de kern verbinden met het landschap en voldoende recreatieve mogelijkheden realiseren. 12. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling wordt de hoeveelheid groen procentueel bepaald, afgestemd op de locatie, om op lange termijn de groene uitstraling en binding met het landschap te behouden. 13. In centrumgebieden dienen enkele beeldbepalende bomen aanwezig te zijn. 14. Inrichting van groenvoorzieningen vindt dusdanig plaats dat beheervriendelijk groen gerealiseerd wordt.
3.2.2 Huidige situatie Natuurgebieden Barneveld is een natuurrijke gemeente. Een deel van de gemeente valt binnen het Natura 2000-gebied De Veluwe. Dit is te zien op Figuur 3.13. Al het rood-blauw gestreepte gebied behoort tot De Veluwe. De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. Het Natura 2000-gebied De Veluwe kent een habitat- en een vogelrichtlijn en heeft te maken met een overbelasting van stikstof. Ten noorden van Barneveld bevindt zich Natura 2000-gebied Arkenheem, op ca. 6 km afstand van de gemeentegrens. Ca. 8 km ten noorden van Barneveld is de uitloper van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren gelegen.
blad 28 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.13: Natura 2000-gebieden (Natura 2000)
Verspreid over de gemeente liggen verschillende gebieden die onderdeel zijn van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het GNN overlapt met het Natura 2000-gebied De Veluwe. Daarnaast ligt er ten (noord)westen van de kern Barneveld veel natuur die tot het GNN gerekend wordt. Landgoed het Schaffelaarse Bos, dat aan het noordoostelijk deel van de kern Barneveld grenst, hoort ook bij het GNN.
Figuur 3.14: Gelders Natuurnetwerk (GNN) (bron: provincie Gelderland)
Figuur 3.15 toont de Natuur- en landschapskaart, zoals die in de omgevingsvisie van Gelderland is opgenomen. Op deze kaart zijn, naast Natura 2000 en GNN, ook onder andere ecologische verbindingszones en groene ontwikkelingszones te zien.
blad 29 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.15: Natuur- en landschapskaart (bron: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland)
Op Figuur 3.16 is het netwerk van groenstructuren weergegeven. Een brede groene verbinding, die ook op Figuur 3.15 te herkennen is, schermt Voorthuizen en Barneveld af van het gebied ten noordwesten van de kernen. Verder zijn smalle groen(blauwe) verbindingen, voornamelijk in oost-westrichting gelegen, op de kaart weergegeven. Enkele hiervan zijn langs beken, zoals de Esvelderbeek en de Kleine Valksebeek gelegen. Bedrijventerrein Harselaar wordt door deze groen(blauwe) verbindingen van de kern Barneveld afgeschermd. Binnen Voorthuizen is een groene slinger van natuur onderscheiden. Om de kern Barneveld bevinden zich enkele groene scheggen: buffers tussen het dorp en het buitengebied.
blad 30 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.16: Groene netwerk (bron: gemeente Barneveld)
Biodiversiteit De soortendiversiteit verschilt per deel van de gemeente. Wat opvalt is dat waar natuurgebied is, de biodiversiteit – met name wat betreft de rode lijstsoorten – over het algemeen hoog is. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Natuurnetwerk ten westen van de kern Barneveld. Enkel kijkend naar de algemene soortendiversiteit, valt wel op dat de Veluwe relatief ‘laag’ scoort.
Figuur 3.17: Algemene soortendiversiteit (bron: Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), 2017)
blad 31 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.18: Soortendiversiteit o.b.v. rode lijst (bron: NDFF, 2017)
Groene woonomgeving Ook de groenkaart (Figuur 3.19) geeft aan dat Barneveld een zeer groen karakter heeft. Echter, ook weilanden zijn groen weergegeven – dat vertekent het beeld van natuur mogelijk. De kaart geeft dus weer dat een groot deel van de gemeente tot groen of landbouwgebied gerekend kan worden. Natuur is ook in de woonomgeving van groot belang. Wie in een groene wijk woont, voelt zich mentaal en fysiek beter. Binnen de woonkernen is groen afgewisseld met bebouwing. De wijk Rootselaar-West, in de kern Barneveld, is een voorbeeld van een groene wijk. Daar staan namelijk relatief veel bomen. Aan de rand van de kern Barneveld zijn het Schaffelaarse bos en het Oostersebos gelegen. Ook ten zuidoosten van de kern Voorthuizen is een bos gelegen. Deze groene clusters grenzen aan de woonomgeving en zijn gemakkelijk te bereiken. Buiten de woonomgeving valt op dat bedrijventerrein Harselaar relatief versteend is. Daarnaast valt het grote niet-groene oppervlak in het oosten van de gemeente op in Figuur 3.19. Dat is natuurreservaat Kootwijkerzand, een groot woestijnachtig stuifzandgebied. Kootwijkerzand is deel van Natura 2000-gebied de Veluwe.
Figuur 3.19: Groenkaart (bron: RIVM, 2018)
In het Groenstructuurplan van Barneveld is inzicht gegeven in het aantal bomen en het groengehalte (Tabel 3.2).
blad 32 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Tabel 3.2: Groen en bomen (bron: Groenstructuurplan Barneveld, 2011)
3.2.3 Trends en ontwikkelingen In de gemeente Barneveld spelen verschillende ontwikkelingen die een invloed hebben op het thema ‘Natuur’. De volgende ontwikkelingen spelen: -
Natuurwaarden in natuurgebieden staan onder druk Het bos- en natuurgebied in de gemeente Barneveld staat onder druk. Meer en meer soorten hebben moeite met het overleven. Dit heeft verschillende redenen. De heidegebieden hebben te maken met een verzuring en vermesting door een te hoge stikstofdepositie. De komende jaren gaat er veel gebeuren om de stikstofemissie en -depositie te verminderen. Versnippering van leefgebieden zorgt er daarnaast voor dat de overlevingskansen van soorten worden verkleind. Daarnaast leven er in Nederland meer en meer invasieve soorten. Invasieve soorten zijn soorten die niet van oorsprong in Nederland leven, maar hier o.a. door het veranderende klimaat settelen. Ze kunnen inheemse soorten verdringen; dat kan het voortbestaan van de oorspronkelijke flora en fauna belemmeren. Klimaatverandering, zoals extreme regenval of droogte, kan op verschillende manieren een negatieve impact hebben op het voortbestaan van soorten. Door droogte vergroot de kans op natuurbranden. Natuurbranden verkleinen het leefgebied van soorten. Ook zorgen droge perioden voor droogtestress bij plant en dier. Droogte maakt planten meer gevoelig voor ziekten en plagen. Ten slotte neemt de recreatiedruk toe in natuurgebieden. Dat komt o.a. door een toename in de bevolking. In kwetsbare gebieden kan dit negatieve effecten hebben op de planten en dieren.
-
Natuurwaarden in het agrarisch gebied staan onder druk Intensivering van de landbouw heeft in het verleden plaatselijk geleid tot een vermindering van de biodiversiteit in het buitengebied. Dit komt onder andere door schaalvergroting, het verdwijnen van landschapselementen, bestrijdingsmiddelen, verdroging en vermesting. In de komende jaren gaat er veel
blad 33 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
veranderen in het agrarisch gebied, met name om de stikstofdoelen te halen. Dit brengt kansen met zich mee om het buitengebied meer natuurinclusief in te richten. -
Natuurwaarden in het bebouwde gebied Het bebouwde gebied bestaat voor een aanzienlijk deel uit groene ruimte, denk aan tuinen, parken en bermen. Enerzijds staat groen in de stad onder druk door de verstening van tuinen. Dit betekent dat het leefgebied van planten en dieren kleiner wordt. Anderzijds kunnen maatregelen in de openbare ruimte voor klimaatadaptatie kansen bieden om natuurwaarden verder in de stad mee te nemen.
-
Herstelprogramma’s voor de Veluwe De provincie Gelderland werkt momenteel aan zogenoemde herstelprogramma’s om de natuur op de Veluwe te versterken. De programma’s zijn gedetailleerde uitwerkingen van het Natura 2000beheerplan Veluwe. Hier wordt in de programma’s aan gewerkt: • kwaliteit van heide en stuifzanden verbeteren; • de bodem verbeteren door oude eikenbossen’; • vennen en venen herstellen; • de habitats en soorten verbeteren bij beken.
3.2.4 Beoordeling De gemeente Barneveld heeft veel natuurgebieden, zowel GNN als Natura 2000, en een groen karakter. De natuurwaarden in natuurgebieden staan wel onder druk door verschillende autonome ontwikkelingen. Dit zijn de stikstofemissie van verkeer, de industrie- en landbouwsector, versnippering van leefgebieden, klimaatverandering, en recreatiedruk. Ook in het agrarisch gebied bestaan er uitdagingen, zoals de impact van schaalvergroting, het gebruik van bestrijdingsmiddelen, verdroging en vermesting. In de bebouwde omgeving beperkt verstening het stedelijk groen. Door middel van stikstofbeleid zet de overheid zich in op het beschermen en herstellen van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Een omschakeling naar meer duurzame vormen van landbouw, zoals ook door het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de nationale overheid wordt nagestreefd, kan een positieve bijdrage leveren aan de natuurwaarden in het buitengebied. Uitvoering van klimaatadaptieve maatregelen levert ook verschillende kansen om natuurwaarden meet te koppelen. Al met al bestaat er een grote inzet om natuurwaarden te herstellen op bestuurlijk niveau. Het is niet duidelijk wat de uiteindelijke impact van het gevoerde beleid is op de natuurwaarden. Herstel van natuurwaarden en het uitvoeren van herstellingsmaatregelen heeft daarnaast tijd nodig.
Dit brengt onzekerheid met zich mee over de richting waarin natuurwaarden zich ontwikkelen over tijd. Barneveld beschikt dus over veel en bijzondere natuur en zet zich in voor natuurbescherming en -herstel, via beleid en provinciaal bijvoorbeeld door de Herstelprogramma’s voor de Veluwe. Door autonome ontwikkelingen (in Barneveld, maar ook op nationaal niveau) tekent zich toch een achteruitgang van natuurwaarden af. Die kan in de toekomst wel afgewend worden.
blad 34 van 182
datum 3 augustus 2023 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld