voorkeurscenario Omgevingsvisie Barneveld 2040
Tekst van het document
Nabijheid en betaalbaarheid van dit soort voorzieningen helpen dan. Grotere en aanvullende sport- en cultuurvoorzieningen concentreren we in Barneveld. Barneveld beschikt over een mooi geheel aan voorzieningen, zoals het theater. Met deze voorzieningen stimuleert de gemeente gezondheid en versterkt zij de leefbaarheid en sociale cohesie. De gemeente streeft naar versterking van het aanbod en een breder gebruik van bestaande voorzieningen voor diverse maatschappelijke doelen. Samenvattend • Sturen op vitale en inclusieve wijken. • Ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in elke wijk, ruimte voor winkels in de grotere wijken van de kern Barneveld. • Actief sturen op passende basisvoorzieningen in elke wijk en kern. • Toegankelijke voorzieningen voor sport en cultuur, bewegen en ontmoeten die passend zijn bij de inwoners van de wijk/kern. • Kwalitatieve versterking van het aanbod grotere voorzieningen.
Een toekomstbestendige openbare ruimte Het openbaar gebied speelt een belangrijke rol voor een goed functionerende samenleving. Het biedt ruimte om te ontmoeten, voor sport, spel en cultuur in de buurt, voor een groene, klimaatbestendige en dorpse invulling. In de openbare ruimte worden derhalve doelstellingen bereikt, die bijdragen aan een goed functioneren van de samenleving. De gemeente Barneveld streeft ernaar de openbare ruimte toekomstbestendig en inclusief in te richten. Ten eerste om tegemoet te komen aan de verduurzamingsopgave en de klimaatverandering. Daarnaast om de doelstellingen te halen voor de gezondheid van de inwoners, en tot slot om gelijke pas te houden met de demografische ontwikkelingen, zoals de komst van meer ouderen Dat is een grote opgaaf en deze vraagt aanzienlijk meer inzet dan de huidige koers. De opgave richt zich niet eens zozeer in de ontwikkeling van nieuwe wijken, maar juist op de uitdagingen van bestaande wijken, en dan vooral de kwetsbare. Ook hier het streven de verschillen tussen de wijken te verkleinen, maar de mogelijkheden zijn tegelijkertijd financieel begrensd. Bij een verdere uitwerking staat de omgevingsvisie voor de keuze waar we wel en waar niet inzet plegen.
Om buurten en wijken gezond en toekomstbestendig te maken, heeft de gemeenschap meer openbare ruimte nodig, zodat mensen elkaar kunnen ontmoeten, kunnen bewegen, en zodat er ruimte is voor biodiversiteit en klimaatadaptatie. Barneveld wil daarvoor meer ruimte bieden en meer voorzieningen ontwikkelen om tegemoet te komen aan de behoefte bij onze inwoners en om inwoners aan te zetten tot gezond gedrag. Ter illustratie: in de gemeente Barneveld zijn relatief weinig inwoners lid van een sportvereniging, maar ze bewegen relatief veel. Sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte zijn daarom belangrijk, en werken aanvullend op sportverenigingen. De insteek zuinig om te gaan met onze ruimte vraagt meervoudig ruimtegebruik, waarbij de schaarse ruimte meerdere functies tegelijk vervult. De gemeente streeft naar een nieuwe ruimtelijke mix, met minder ruimte
20
voor de auto, zodat er plaats komt voor andere invulling, zoals sport, bewegen en ontmoeten. Dit binnen de grenzen van wat realistisch is. De auto vervult een belangrijke rol in onze samenleving en blijft dat zeker doen in de kleine kernen en het buitengebied. Tegelijk verandert mobiliteit en de gemeente gaat daar bewust mee om. (zie paragraaf Bereikbaar nu en in de toekomst). Andere vormen van mobiliteit zoals de fiets worden belangrijker en daar richt de gemeente de omgeving ook op in. Dat vergt een gebiedsgerichte aanpak: niet voor iedereen en niet overal bestaat immers een realistisch en betaalbaar alternatief, zeker niet in de kleine kernen. Waar nodig blijft Barneveld dus zorgen voor adequate parkeergelegenheid in de openbare ruimte. Binnen de grotere kernen benutten we de mogelijkheden andere vormen van mobiliteit uit te breiden of te optimaliseren. Daarnaast kijkt de gemeente naar verdere bundeling van parkeervoorzieningen (auto op afstand), om de ruimte efficiënter te gebruiken voor functies als groen, wateropvang, sport en spelen, ontmoeting. Samenvattend • Vitale, duurzame en klimaatbestendige inrichting openbare ruimte. • Uitgangspunten gezonde wijk vertrekpunt voor inrichting openbare ruimte. • Inzetten op meervoudig ruimtegebruik. • Voldoende sport-, beweeg-, cultuur en ontmoetingsmogelijkheden in de openbare ruimte.
• Lagere parkeernormen waar alternatieven zijn voor de auto, bijvoorbeeld nabij hoogbouw of bij ontwikkelingen rond stationsomgevingen. • Parkeervoorzieningen bundelen waar mogelijk, en meer uit het zicht brengen.
3.4.
Ruimte voor ondernemerschap
De gemeente Barneveld straalt ondernemerschap uit, met een arbeidsethos waarin hard werken centraal staat. De gemeente speelt een belangrijke rol in de regionale economie en huisvest bedrijven die internationaal actief zijn. De ondernemingsgeest leidt tot een voortdurende behoefte aan ruimte voor
kleine en grote bedrijven, om uit te breiden of om zich te vestigen. Met werkgelegenheid als resultaat. En daarmee groeit de vraag naar toegewijde werknemers. Naast de interne dynamiek ervaart de gemeente externe druk van bedrijven buiten de gemeente Barneveld die zich in onze gemeente willen vestigen. Barneveld is immers heel strategisch gelegen. De ruimte is echter schaars en we kunnen niet aan alle vraag voldoen. Bovendien roept uitbreiding van bedrijvigheid vragen op over bereikbaarheid, geluidsoverlast, toekomstbestendigheid en het behoud van onze leefomgeving. De congestie op het elektriciteitsnet en de stikstofproblematiek is voor de korte termijn (2030) ook een beperkende factor. Een gezond evenwicht tussen ondernemerschap en het welzijn van onze omgeving is essentieel. Dit werken we uit voor de volgende onderdelen: • werkgelegenheid • vestigingsklimaat • werklocaties toerisme en recreatie • centrumgebieden.
Werkgelegenheid Een groot deel van de arbeidsplekken in de gemeente Barneveld bevindt zich op een bedrijventerrein. De werkgelegenheidskansen zitten in verschillende sectoren, maar vooral in de industrie, zakelijke dienstverlening en de bouwsector. De concurrentiekracht van deze sectoren en een hoog arbeidsethos leiden tot een laag werkloosheidspercentage en een hoge vraag naar arbeidskrachten. Het gemeentebeleid focust op bedrijven die veel werkgelegenheid opleveren per eenheid ruimtebeslag. Barneveld zet deze lijn voort, ook gelet op ons streven zuinig om te gaan met de ruimte. Dit betekent geen nieuwe arbeidsextensieve bedrijvigheid met een groot ruimtebeslag. Onder het motto doen waar je sterk in bent sluit de gemeente Barneveld aan bij een beroepsbevolking met een praktische opleiding als achtergrond en de bedrijvigheid die daarmee samenhangt. Daarnaast streeft de gemeente ernaar de werkgelegenheid voor hoger opgeleiden te stimuleren. De
21
maakindustrie in de gemeente vertoont een trend naar werkgelegenheid voor werknemers met een hoger opleidingsniveau. Deze trend is reeds decennia zichtbaar in de maakindustrie en hij hangt samen met de structurele noodzaak tot product- en procesinnovatie. Om te kunnen concurreren op lokaal of internationaal niveau worden de bedrijven in de maakindustrie steeds meer kennisintensief. De gemeente Barneveld zet zich in voor een optimaal functionerende arbeidsmarkt door onderwijs en werkgelegenheid beter op elkaar af te stemmen, talent in de regio te behouden en zorg te dragen dat meer kan worden voldaan aan de vraag naar personeel met een steeds zwaarder praktijkgericht opleidingsniveau. Regionale en lokale initiatieven, zoals de Barneveldse Techniek Opleiding (BTO) en het Poultry Expertise Centre (PEC) worden gewaardeerd. In de gemeente Barneveld zijn goede voorbeelden van samenwerking tussen onderwijs, onderzoek, en bedrijfsleven, om gezamenlijk een goed functionerende arbeidsmarkt te bevorderen. Samenvattend • Focus op bedrijven die veel werkgelegenheid opleveren. • Focus op een beroepsbevolking met een praktische opleiding en hoger beroepsonderwijs als achtergrond en de daarmee samenhangende bedrijvigheid. • Gericht bredere hogere bedrijvigheid en kenniswerkers vooral in de centrumgebieden. • Evenwicht in het pendelverkeer.
• Passende kleinschalige werkmogelijkheden in de wijken.
Vestigingsklimaat Bij de aanpak van gemeente Barneveld staat de groei van arbeidsplaatsen voorop. De bedrijventerreinen zijn regionaal. Ze zorgen voor werkgelegenheid vanuit de lokale behoefte, en bedienen daarnaast de regionale vraag naar bedrijfsruimte. Lokale ondernemers krijgen voorrang bij hun vestigings- en uitbreidingsvraag. De gemeente Barneveld streeft ernaar grootschalige logistieke centra en bedrijven met een hoge CO2 of fijnstofuitstoot te vermijden. Barneveld legt de nadruk op versterking van wat ons lokaal al
kenmerkt, want daar zijn we goed in. Met een focus op de maakindustrie en met een hoog innovatievermogen. In Barneveld bestaat behoefte aan experimenteer- en innovatieruimte, en aan broedplaatsen voor nieuw en innovatief ondernemerschap. Daarbij kan bijvoorbeeld de primaire sector agro-food van nut zijn om innovaties in de praktijk te toetsen. Het buitengebied kan ruimte bieden aan innovatieve broedplaatsen voor nieuwe bedrijven met een omvang kleiner dan 1.000 m2. De bedrijven in de gemeente Barneveld die op internationaal niveau een toppositie innemen moeten aantrekkelijk blijven voor hoogopgeleid personeel. Dit stelt hogere eisen aan de kwaliteit van de werkomgeving. De gemeente Barneveld draagt bij aan een aantrekkelijke werkomgeving door aandacht te schenken aan de kwaliteit van de openbare ruimte op de bedrijventerreinen. Dit betekent dat de bestaande bedrijventerreinen worden gerevitaliseerd als dat nodig is om te voldoen aan het vereiste kwaliteitsniveau en dat Barneveld voor nieuwe terreinen streeft naar een kwalitatief hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte. Denk daarbij aan groenvoorziening, ruimte voor wateropvang, ruimte voor kinderopvang en voor horeca. De gemeente Barneveld wil voorkomen dat nieuwe veel fijnstof uitstotende bedrijven van buiten de gemeente zich in de gemeente vestigen.
Daarbij streeft de gemeente naar een gezond evenwicht in het pendelverkeer tussen wonen en werken. Kansen om de pendel te verkleinen willen we benutten. Kleinschalige initiatieven om te werken binnen de woonwijken horen daarbij. Voor de versterking van het vestigingsklimaat stelt de gemeente Barneveld overkoepelend beleid vast, zodat de ontwikkeling op een doordachte manier plaatsvindt en op plaatsen waar dat past. In lijn met het toekomstscenario Verder met Barneveld bouwt Barneveld zo voort op de sterke punten en faciliteert de gemeente de groeiambities van bestaande bedrijven. Een stimulans voor de economische ontwikkeling, en ook voor onze eigen lokale gemeenschappen. Railterminal Voor een railterminal in de gemeente Barneveld stelde de gemeenteraad kaders vast. Deze vormen het vertrekpunt voor dit voorkeursscenario. De
22
gemeente ziet economische kansen voor het lokale en regionale bedrijfsleven en positieve effecten voor het milieu. De komst van een railterminal mag anderzijds niet gepaard gaan met een onevenredige belasting voor het leefklimaat en de gezondheid (geluid, verkeer, etc.). De infrastructuur dient op orde te zijn, om afwenteling op het lokale wegennet te voorkomen. Met vooral aandacht voor mogelijk extra verkeer door de dorpen Stroe en Kootwijkerbroek. Bij de beoordeling van een eventueel initiatief van een exploitant of investeerder neemt de gemeente de effecten op de omgeving nadrukkelijk mee in de planologische afweging. Samenvattend • De groei van arbeidsplaatsen staat voorop (regionaal bedrijventerrein). • Geen nieuwvestiging van logistieke bedrijven met een groot ruimtebeslag, en tegengaan van nieuwe fijnstof uitstotende bedrijven. • Versterk de lokale kracht. • Ruimte voor experiment, innovatie en broedplaatsen. • Zorgdragen voor een kwalitatief hoogwaardige inrichting van openbare ruimte om de kwaliteit van de werkomgeving te kunnen waarborgen.
Werklocaties Regionaal worden afspraken gemaakt over de verdeling en aard van werklocaties. Op weg naar 2040 is de vraag ernaar groot, terwijl de mogelijkheden beperkt zijn. De prognose wijst uit dat de groei van de Barneveldse bedrijven van de laatste 10 jaar zich voortzet in het komende decennium. Naar verwachting stagneert de bedrijfsgroei niet op de lange termijn. Deze verwachting is gebaseerd op de kenmerkende dynamiek van het bedrijfsleven in Barneveld: het merendeel betreft familiebedrijven die al meerdere generaties binnen één familie worden doorgegeven, met een reeds geplande opvolging door een volgende generatie. Op dit moment ligt de vraag naar bedrijventerrein tussen de 30 en 35 hectare, waarvan 25 tot 28 hectare afkomstig is van bedrijven uit Barneveld zelf.
Voor deze groei is het essentieel dat er voldoende ruimte beschikbaar is. Gezien de intensieve bezetting van de bestaande terreinen en het feit dat de meeste bedrijven hun eigen ruimte intensief benutten, kan de groei alleen worden gerealiseerd als er nieuwe bedrijventerreinen bijkomen. Bedrijventerrein Harselaar is regionaal belangrijk en goed ontsloten via de A1 en A30. Dit terrein krijgt op weg naar 2030 een uitbreiding van ongeveer 40 ha in het deelgebied Harselaar- Zuid. Naar verwachting heeft de gemeente Barneveld tot 2040 minimaal 66 hectare nieuw bedrijventerrein nodig om de groei van de bestaande bedrijven mogelijk te maken. Dat is de lokale behoefte. Daarnaast is er ook ruimte nodig voor de opwek van duurzame energie. Als regionale behoefte is de benodigde oppervlakte nieuw bedrijventerrein uitgerekend op ongeveer 100 hectare netto. Dat is ongeveer 140 ha bruto. Nagegaan moet worden of hierin kan worden voorzien, gelet op zorgvuldig ruimtegebruik. De gemeente Barneveld streeft ernaar in en nabij de kleine kernen ruimte te scheppen voor kleinschalige en lichte werklocaties, ook als broedplaatsen voor vernieuwing en innovatie. Het voorkeursscenario kiest hier voor spreiding, door bij de kleine kernen werklocaties aan te bieden voor de eigen lokale vraag.
Daar zit een duidelijke proportionaliteit in: wordt een bedrijf te groot of gaat het om zware bedrijvigheid, dan komt het bedrijventerrein Harselaar in beeld. Het is belangrijk dat de kwaliteit en de veiligheid van de bedrijventerreinen voldoen aan de eisen van de tijd. De gemeente Barneveld bewaakt veiligheid op haar bedrijventerreinen met collectieve maatregelen, publiekprivate samenwerking, en technologische investeringen om criminaliteit te verminderen. In het buitengebied stelt de gemeente beperkt ruimte beschikbaar voor ondernemerschap, in overeenstemming met het functieveranderingsbeleid. Dat betekent ruimte voor start ups met een beperkte uitstraling en impact. Dit draagt bij aan het behoud van de lokale ruimtelijke en sociale structuur,
23
regulering van bedrijfslocaties om overlast te voorkomen en sluit aan op regionale afspraken.4 De verduurzamingsopgave, de energietransitie, klimaatadaptatie en circulariteit spelen een rol bij de inrichting van de werklocaties. Al deze opgaven doen een beroep op de schaarse ruimte. Dit kan gevolgen hebben voor het aandeel uitgeefbare m2 per hectare. Ook dat pleit voor de verdere inzet op arbeidsintensieve bedrijvigheid. Samenvattend • Uitbreiding van het bedrijventerrein De Harselaar tot 2030 met zo’n 40 ha in het deelgebied Harselaar-Zuid. • Tot 2040 minimaal kunnen voldoen aan de groeivraag van bestaande bedrijven en zo mogelijk aan de regionaal berekende groeivraag. • In en nabij kernen ruimte voor kleinschalige en lichte werklocaties. • Waar mogelijk verdichting van bestaande bedrijventerreinen. • Borgen van veiligheid bedrijventerreinen. • Beperkte mogelijkheden voor bedrijvigheid via functieverandering.
Verduurzaming bedrijventerreinen Ook onze bedrijventerreinen wil de gemeente verduurzamen. Meer groen in de werkomgeving, zuinig gebruik van duurzame energie, vasthouden van water en stimuleren van circulariteit zijn hier uitgangspunten. Een concreet voorstel is pauzegroen aan te leggen op de bedrijventerreinen, zodat medewerkers in hun pauze gebruik kunnen maken van het aanwezige groen. De gemeente geeft hierin het goede voorbeeld, bijvoorbeeld bij de inrichting van bedrijventerreinen. Daarnaast stimuleert Barneveld het bedrijfsleven ambitieuze stappen te zetten op het gebied van verduurzaming. Voor verdere stappen en initiatieven, zie het Programma Duurzaamheid, dat de leidraad vormt voor dit thema in de omgevingsvisie.
Samenvattend • Barneveld streeft verduurzaming na van de bedrijventerreinen.
Toerisme en recreatie Barneveld ontvangt jaarlijks veel toeristen en recreanten. Het is een belangrijke economische pijler, vooral in de omgeving van Voorthuizen en op de Veluwe. Om de kwaliteit van parken en recreatiegebieden te borgen zet gemeente Barneveld het beleid Vitale Vakantieparken voort, onder het thema de juiste kwaliteit op de juiste plaats. Tegelijkertijd bewaakt de gemeente voortdurend de kwaliteit van de recreatievoorzieningen, ook voor onze eigen inwoners. Barneveld zet niet in op massatoerisme, maar streeft ernaar juist de bezoeker te trekken die past bij de rust en uitstraling van onze mooie gemeente en de rijke natuur ervan, de kwaliteitstoerist. Bij het doel toerisme te bevorderen houdt de gemeente nauwlettend rekening met natuurbehoud. Barneveld benoemt gebieden die geschikt zijn voor recreatieve doeleinden en zorgt ervoor dat deze plekken worden geïntegreerd in de omringende natuurlijke omgeving. Het kan nodig zijn betredingsgevoelige terreinen minder toegankelijk te maken, of de stroom toeristen te spreiden, in overeenstemming met de draagkracht van een gebied. Een interessant aspect van het toerismebeleid van Barneveld is het strategische doel het aanbod van lokale voorzieningen en de winkelcentra te versterken: als we onze gasten weten te verleiden de dorpscentra te bezoeken, vergroten we de draagkracht onder de voorzieningen.
Goede voorzieningen in de centra dragen tegelijkertijd bij aan het verlengen van het toeristenseizoen. Samenvattend
4
Ook bij deze alinea moet de kanttekening worden gemaakt dat deze wens moet worden afgewogen in het geheel van het nog lopende gesprek over de opgave Waardevol landelijk gebied.
24
• • • • • • •
Voortzetten beleid Vitale Vakantieparken. Vakantieparken: juiste kwaliteit op de juiste plaats. Inzetten op de kwaliteitstoerist Spreiding van toerisme over de verschillende gebieden. Balans tussen betreding en natuurbehoud. Gasten verleiden centra te bezoeken. Seizoen verlengen.
Centrumgebieden Ieder toekomstscenario gaat ervan uit dat elke kern in de gemeente Barneveld beschikt over essentiële basisvoorzieningen, passend bij de omvang ervan, zoals een supermarkt en een drogisterij, en mogelijkheden tot publieke ontmoeting. Deze basis zorgt voor vitale kernen waarin het prettig wonen is.
• • • •
Basisvoorzieningen in elk kern, passend bij de omvang. Hoog niveau voorzieningen in grotere kernen, ook voor bezoekers. Stimuleren combinatie wonen en werken. Werk- en ontmoetingslocaties kenniswerkers nabij stations.
3.5.
Waardevol Landelijk Gebied
Naar aanleiding van de behandeling in de commissie grondgebied van 12 oktober 2023 van het Streefbeeld en Toetsingskader Landelijk Gebied is dit onderdeel nog niet opgenomen in deze conceptversie van het voorkeursscenario. Zodra het beleidsonderdeel Waardevol Landelijk Gebied opnieuw is overwogen, zal dit onderdeel worden ingevlochten in het voorkeursscenario en aansluitend in de ontwerp omgevingsvisie.
De grotere kernen gaan een stap verder en bieden een hoog niveau van basisvoorzieningen, voor eigen inwoners en voor bezoekers van buitenaf. Gemeente Barneveld faciliteert ondernemingen die extra toeristen trekken, zoals kwalitatief goede horeca. Dergelijke omstandigheden dragen bij aan een levendige sfeer in de grotere centra. (zie Omgevingsvisie Barneveld Centrum uit 2021 en de Dorpsvisie Voorthuizen). Barneveld stimuleert de combinatie van wonen en werken, wat leidt tot een bruisende dynamiek. De wisselwerking tussen woon- en werkruimte bevordert het gemak voor bewoners, en brengt bovendien levendigheid en interactie in de dorpen. De gemeente houdt rekening met kenniswerkers op kantoor door werklocaties te plannen nabij openbaarvervoersknooppunten, zoals de stations. Dit draagt bij aan de bereikbaarheid en maakt het voor werknemers gemakkelijker hun werkplek te bereiken. Als gemeente streven we er bovendien naar ontmoetingsplekken en verblijfsplekken te creëren in de omgeving van deze openbaarvervoerslocaties. Deze ruimtes dienen als sociale hubs waar mensen kunnen samenkomen, of kunnen werken. Samenvattend:
25
3.6.
Bereikbaar nu en in de toekomst
Voor werken, leren, zorgen en recreëren is het belangrijk dat we ons ook in de toekomst goed kunnen verplaatsen. Volwassenen zonder rijbewijs en kinderen zullen zich vaak lopend, op de fiets of met het openbaar vervoer (ov) blijven verplaatsen. Als het ov tenminste in voldoende mate aanwezig is, anders dreigt er vervoerarmoede. En voor werknemers en ZZP’ers die met materiaal en materieel bij klanten langs moeten zal de auto onmisbaar blijven. Voor een deel van ons is autobezit en autogebruik minder onmisbaar dan we denken en zijn er wel degelijk alternatieven. Bijvoorbeeld verplaatsen op een ander tijdstip, op een andere manier, of met een deelauto. Er zijn diverse redenen waarom we ons moeten voorbereiden op verandering in verplaatsing, ook wel mobiliteitstransitie genoemd. Productie, bezit en gebruik van de auto gaat gepaard met het gebruik van veel grondstoffen, openbare ruimte, geld en met de uitstoot van CO2, fijnstof en stikstofoxiden. De overheid heeft een grote rol in verduurzaming van onze planeet en daarmee ook in verduurzaming van mobiliteit. De gemeente Barneveld gaat bij toekomstige plannen uit van het STOMPprincipe. STOMP is de afkorting van Stappen (lopen), Trappen (fietsen), Openbaar vervoer, Mobiliteitsdiensten en Privéauto. Dat betekent dat prioriteit aan duurzame vormen van mobiliteit.
Naar verwachting voorkomt een verandering in verplaatsingen niet dat het de komende jaren drukker op de wegen wordt dan nu. Dat komt enerzijds omdat het inwoneraantal groeit en anderzijds omdat veel andere manieren van vervoer nog onvoldoende aantrekkelijk worden gevonden. Dat heeft gevolgen voor de kwaliteit van de leefomgeving, en daarnaast voor zaken als bereikbaarheid en doorstroming. Verandering heeft tijd nodig maar soms ook een duwtje in de rug. Dat duwtje kunnen we zelf geven maar ook ontwikkelingen buiten onze gemeente kunnen van invloed zijn. Bovenstaande ontwikkelingen leiden tot centrale vragen, waarop dit voorkeursscenario vervolgens een antwoord formuleert. De beantwoording betrekt de inbreng uit de tweede participatieronde.
De centrale vragen zijn de volgende: • Welke mobiliteitstransitie is er in welk tempo mogelijk, gelet op de kenmerken van de Barneveldse samenleving? • Willen we autobezit en -gebruik doen afnemen door het aanbod van aantrekkelijke alternatieven (stimuleren/pull) of door in te grijpen op parkeernormen en -tarieven (straffen/push)? • Welke verkeersdruk op het onderliggend wegennet vinden we toelaatbaar uit oogpunt van leefbaarheid, verkeersveiligheid, bereikbaarheid en kosten? De beantwoording van deze vragen, zit in de volgende deelopgaven: • Bereikbaarheid via het onderliggend wegennet (OWN) • Verbetering verkeersveiligheid (inrichting en aanpassing gedrag) • Inzet op mobiliteitstransitie • Vergroten capaciteit hoofdwegennet (HWN) • De Oostelijke rondweg • Verbetering ov-aanbod • Voorzieningen in wijken • Schoner en duurzamer vervoer
Bereikbaarheid via het onderliggend wegennet (OWN) Om het huidige wegennet optimaal te gebruiken en onnodige ingrepen in de leefomgeving te voorkomen, plant gemeente Barneveld ruimtelijke ontwikkelingen waar het huidige wegennet nog voldoende capaciteit heeft of waar optimalisatie mogelijk is. Waar optimalisatie van wegen een grote impact heeft op de omgeving overweegt de gemeente de aanleg van nieuwe infra. Als verder gebruik van een weg dus niet meer mogelijk is en de aanpassing ervan ook niet of als deze leidt tot een grote aantasting van de ruimtelijke inpassing, dan onderzoekt de gemeente uitbreiding van het wegennet. Kortom, een nieuwe buitenplanse weg moet wel een aanzienlijke meerwaarde hebben. Bij deze afwegingen nemen we de aanrijdtijden van de hulpdiensten mee. Deze tijden komen verder onder druk te staan naarmate de wachtrij bij kruispunten toeneemt. De afwegingen gelden voor de rondwegen, radialen
26
en andere interne wegen. Bij filevorming op deze wegen staat behalve de auto ook de bus vast. Dit draagt niet bij aan het aantrekkelijk maken van het ov. Tenzij we fors investeren in vrijliggende infrastructuur voor ov, zoals busbanen. Voor Barneveld vinden wij dit een te forse ingreep. Samenvattend • Ruimtelijke ontwikkelingen bij voorkeur daar plannen waar het wegennet nog capaciteit heeft. • Pas als optimalisatie van het bestaande wegennet een te grote impact heeft, komt de aanleg van nieuwe infrastructuur aan de orde. • Bij onze afwegingen letten we op de aanrijdtijden voor de hulpdiensten.
Verbetering verkeersveiligheid (inrichting en aanpassing gedrag) Wat betreft de verkeersveiligheid, voor met name de kwetsbare weggebruiker, hanteert de omgevingsvisie de volgende uitgangspunten: • Waar mogelijk optimaliseert de gemeente fietsroutes naar voorzieningen. • Barneveld maakt straten autoluw waar het kan en investeert in een completer en aantrekkelijker fietsnetwerk. Naast de locaties waar veel ongevallen gebeuren gaat de gemeente aan de slag met locaties een verhoogde risico op ongevallen met een ernstige afloop. Dit heet risicogestuurd werken. Een van de maatregelen is de maximumsnelheid van 30 km per uur op wegen binnen de bebouwde kom waar fietsers en auto’s gebruik maken van dezelfde ruimte. Naast de bekende woonstraten (erftoegangswegen) gaat het om wegen met suggestiestroken of te smalle fietsstroken. Een snelheid van 50 km per uur in de bebouwde kom acht Barneveld alleen verantwoord als fietser een vrijliggende fietsvoorziening ter beschikking heeft met voldoende ruimte. Straten op bedrijventerreinen vormen mogelijk een uitzondering, omdat daar vooral individuele fietsers rijden uit de minst kwetsbare leeftijdsgroepen. Ook wijkontsluitingswegen waar fietsers een goed alternatief hebben krijgen mogelijk een uitzonderingspositie.
Waar dit meerwaarde heeft richt de gemeente schoolzones in, zodat het weggebruikers duidelijk is waar zich een locatie bevindt met veel kwetsbare
verkeersdeelnemers. Nieuwe wijken richt Barneveld zo in dat verkeer of zoekverkeer door woonstraten wordt geminimaliseerd. Niet elke straat in een woonwijk hoeft geschikt te worden gemaakt voor alle soorten verkeersdeelnemers. Zo kunnen parkeerclusters straten autoluw maken. Zulke parkeerclusters dragen bovendien mogelijk bij aan een optimale inrichting van de openbare ruimte. Samenvattend • Risicogestuurde aanpak ongevallen. • 30 km/u in de bebouwde kom is uitgangspunt. • Inrichten schoolzones waar dit meerwaarde heeft. • Voorkomen zoekverkeer. • Inzet op parkeerclusters.
Inzet op mobiliteitstransitie De auto blijft in ons gebied voorlopig een belangrijke rol spelen. Dit vanwege het landelijke karakter, het geringe aanbod van Ov en de aard van de beroepen van een groot deel van de inwoners (praktisch en dienstverlenend). Gebruik van Ov is voor veel inwoners niet een aantrekkelijk alternatief omdat vertrekpunt en bestemming zelden binnen korte loop- en fietsafstand liggen en omdat de totale reistijd en kosten boven die van autogebruik liggen. Op lange termijn streeft Barneveld naar meer Ov-gebruik (zie ook hierna de paragraaf over OV) maar wij zijn daarbij sterk afhankelijk van andere overheden en van vervoerders. Voor de omvorming van auto naar Ov is een sterke verdichting nodig van het Ov-netwerk. Binnen de gemeente, maar ook bij de plaats van bestemming. Daarnaast streeft gemeente Barneveld naar meer deelmobiliteit, vooral in de kernen Barneveld en Voorthuizen. De kans dat deelautoconcepten in de kleine kernen aanslaan is nu eenmaal kleiner: ze missen vooralsnog volume om zulke concepten rendabel te maken. Op dit moment voorziet Barneveld geen fundamentele wijziging van de huidige situatie. In de eerste plaats omdat de aanleg van nieuwe infrastructuur en voorzieningen stokt vanwege de stikstofproblematiek.
27
Daarnaast is de ontwikkeling van meer Ov vaak een zaak van lange adem. En het is bovendien de vraag of meer aanbod leidt tot meer reizigers. Dat geldt zeker voor de kleinere kernen in onze gemeente: de marktwerking zorgt ervoor dat afname van de vraag leidt tot verdere verschraling van het aanbod aan OV. Gelet op deze ontwikkelingen blijft gemeente Barneveld in de meeste gebieden dezelfde parkeernormen hanteren. In sommige delen van Bloemendal gaat de gemeente na of we in afwijking van de Nota Parkeernormen wat lagere parkeernormen kunnen hanteren, vanwege de ligging nabij station Barneveld-Noord. Daarnaast onderzoeken we of het mogelijk is ook bij station Barneveld-Zuid lagere parkeernormen te hanteren. Deze deelgebieden zijn bij uitstek geschikt voor de huishoudens die bewust kiezen voor een laag autobezit. Het is voorstelbaar dat bij een lage parkeernorm een strenge regulering nodig is om ongewenst parkeergedrag te voorkomen. En daarbovenop extra maatregelen om andere vervoerwijzen te stimuleren. Een lagere parkeernorm levert dus minder kosten op in aanleg en onderhoud van parkeerruimte, maar brengt wel kosten met zich mee voor alternatieven. Verlaging van parkeernormen vraagt een zorgvuldige afweging. Samenvattend • De auto blijft een onverminderd belangrijk in Barneveld, mede gelet op de samenstelling van de werkende bevolking en de ligging van de kernen.
• Streven naar verbetering van het openbaar vervoer, en kansen benutten voor alternatieve vormen van (duurzamere) mobiliteit. • Een fundamentele verschuiving van autogebruik naar het openbaar vervoer is voorlopig niet te verwachten. • De huidige parkeernormen handhaven, zolang er geen kansrijke alternatieven zijn voor persoonlijk autobezit en -gebruik. Met mogelijke uitzondering van de parkeernorm in stationsomgevingen.
gemeente dat onze inwoners en ondernemers zonder forse vertraging bij hun school, werk of klanten moeten komen. Voor een robuust wegennet investeert de gemeente in een structuur van rondwegen en radialen in en rond de kern Barneveld. Om wijken en dorpscentra te ontzien van doorgaand vrachtverkeer en omleidings- en sluipverkeer bij wegwerkzaamheden en incidenten, is een verkeerssysteem van rondwegen en radialen wenselijk bij de grote kernen. Radialen zijn de wegen tussen de rondweg en het centrum waar de wijken op aansluiten. Deze visie is een voortzetting van bestaand beleid. Zie kern Barneveld, afbeelding pagina 29). Hierin is te zien dat in de rondwegstructuur een aantal schakels ontbreekt. De rondwegstructuur van Voorthuizen werd een aantal jaren geleden gerealiseerd en is voltooid. Om doorgaand verkeer door de kern te ontmoedigen, rest hier nog de herinrichting van enkele radialen. De Hoofdlijnennotitie 2040 vermeldt dat gemeente Barneveld samen met Rijk, provincie en overige partners willen investeren in een goede externe bereikbaarheid om onze strategische ligging te benutten. Dat betekent dat we de capaciteit van onze infrastructuur in de kernen en in het buitengebied benutten, binnen grenzen van veiligheid, leefbaarheid en barrièrewerking, en daarnaast dat we streven naar een robuuste infrastructuur van rondwegen en radialen rond de grote kernen.
Samenvattend • Regionaal en bovenregionaal verkeer afwikkelen op snelwegen en hoofdwegen, die daarvoor over voldoende capaciteit moeten beschikken. • Benutten bestaande capaciteit wegennet binnen acceptabele grenzen. • Streven naar een robuuste infrastructuur van rondwegen en radialen.
Vergroten capaciteit hoofdwegennet (HWN) Barneveld wil zo veel mogelijk doorstroming op de snelwegen en de hoofdwegen, om de leefbaarheid in kernen te bevorderen. Woonkernen en ondergeschikte wegen in het buitengebied moeten niet belast worden met doorgaand regionaal en bovenregionaal verkeer. Daarnaast vindt de
28
De oostelijke rondweg Barneveld Gelet op de groei van Barneveld en de prognoses voor de ontwikkeling van het verkeer, ziet gemeente Barneveld dat die groei niet verantwoord kan worden opgevangen, met de huidige infrastructuur. Zelfs niet met forse investeringen. Dit geldt in het bijzonder voor de verkeersafwikkeling van en naar de zuidelijke helft van de kern Barneveld. Op de uitvalswegen is nu al sprake van fors oponthoud. Investeringen in de bestaande doorgaande route door het dorp hebben vergaande gevolgen voor de leefbaarheid in de wijken (denk aan geluid, luchtkwaliteit, verkeersveiligheid) en forse ruimtelijke effecten. Een wegverbreding zou veel woonpercelen treffen, soms beperkt maar soms ook fors. Ook gaat een wegverbreding ten koste van een deel van de bomen langs de route waardoor het groene karakter wordt aangetast. Wil Barneveld de groene laanbeplanting behouden, dan is er nog meer grond nodig waardoor het effect op de woonpercelen nog groter wordt. Uit de participatietrajecten voor de omgevingsvisie en voor de oostelijke rondweg blijkt dat dit vermoedelijk leidt tot veel weerstand. Daarnaast draagt alleen een opwaardering van de wegen niet bij aan het duurzame en robuuste wegennet dat de gemeente voor ogen heeft.
Er is sprake van steeds meer verkeer dat in het geval van wegwerkzaamheden en incidenten op zoek zal gaan naar alternatieve routes, die op hun beurt ook al druk worden belast. Deze omstandigheden maken in onze visie de aanleg van een oostelijke rondweg onvermijdelijk en in principe randvoorwaardelijk voor een verdere groei van Barneveld. Samenvattend • Mede gelet op de groei van de gemeente Barneveld is de aanleg van een oostelijke rondweg noodzakelijk.
29
Toelichting Oostelijke Rondweg Een oostelijke rondweg om Barneveld is al langere tijd in studie. In 2021 is een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Daarin is uitgelegd welke knelpunten ontstaan op de route door de bebouwde kom als Barneveld nog verder groeit. En waarom wij vinden dat de aanleg van een oostelijke rondweg de voorkeur heeft boven het opwaarderen van de route door de kom. Vervolgens zijn de effecten onderzocht van meerdere mogelijke liggingen van de rondweg in het gebied (tracévarianten). Hieruit bleek dat de tracévarianten niet sterk onderscheidend zijn vanuit milieustandpunt. Om een goede afweging te maken zijn ook de effecten onderzocht van het opwaarderen van de route door het dorp (het nulplusalternatief). Het gaat hierbij om de milieueffecten en het doelbereik. Met doelbereik wordt bedoeld of de doelen worden behaald die vooraf zijn vastgesteld. De onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (of kort Commissie Mer) gaf op verzoek van de gemeente advies naar aanleiding van de ‘eerste fase MER’. Daarin staat dat de milieueffecten en het doelbereik van de alternatieven en varianten overwegend goed in beeld zijn gebracht.
De Commissie constateert dat nut en noodzaak van ingrepen in de infrastructuur goed en uitgebreid zijn beschreven, maar signaleert ook dat er nog informatie ontbreekt om een volwaardige afweging te maken tussen het nulplusalternatief en het alternatief rondweg. Naar aanleiding van het advies hebben wij onder andere meer onderzoek gedaan naar de effecten van beide alternatieven op de omgeving. Voorafgaand aan het milieueffectrapport ontbrak het aan een visie op de groei van Barneveld na 2040. Om in het MER op groei te kunnen anticiperen, is uitgegaan van drie denkbeeldige groeiscenario’s langs de oostrand van Barneveld, variërend van lichte (1.000) tot forse toename (3.000) van het aantal woningen. Door voortschrijdend inzicht is inmiddels meer duidelijk over het aantal woningen dat waarschijnlijk tot 2040 aan de oostkant van Barneveld zal verrijzen om te kunnen voldoen aan de groeiopgave binnen de regio. Dit aantal zal waarschijnlijk maximaal 1.000 zijn, met de verwachting dat een groot deel ervan gerealiseerd wordt in het gebied tussen het spoor en de Hessenweg ten oosten van Station Barneveld-Zuid.
De verwachte lichte groei aan de oostkant van Barneveld (zie paragraaf….)ov, maakt het eerder gebruikte argument om de rondweg ver van de kern af te leggen vanwege de mogelijke groei van Barneveld minder sterk. Zou worden gekozen voor de meest oostelijke tracés, dan is het denkbaar dat de rondweg decennialang of nog langer veel verder van de kern ligt dan noodzakelijk. Daarbij geldt, zo blijkt uit de MER, dat hoe verder het tracé van de kern wordt aangelegd, des te minder er gebruik van zal worden gemaakt. Vanuit de huidige woonwijken is het immers niet aantrekkelijk om eerst een fors eind naar het oosten te rijden om uiteindelijk via de rondweg naar een bestemming in het noorden, westen of zuiden van Barneveld te rijden. De wegen binnen de bebouwde kom worden daarentegen meer ontlast naar mate de rondweg dichter bij de kern ligt. Uit een landschappelijke studie van 2023 blijkt dat impact op het landschap beperkt kan blijven als wordt gekozen voor een combinatie van de tracés die dichter bij de kern liggen. Alles meewegend voorzien wij dat het tracé voor de oostelijke rondweg gevonden moet worden in een kleiner zoekgebied dan voorafgaand aan de MER is vastgesteld. Het betreft het deel van het zoekgebied dat het dichtste bij de kern Barneveld ligt. Zie de afbeelding op pagina 41 waarin we dit kleinere zoekgebied focusgebied hebben genoemd.
We vinden het belangrijk dat de nieuwe rondweg zich voegt naar het landschap. We respecteren aanwezige (beplantings)structuren en passen de bestaande beken zichtbaar en met respect in. Door deze beter toegankelijk te maken vanuit de kern dragen we bij aan een groene en recreatief aantrekkelijke overgangszone rondom de kern. De belangrijkste voordelen van een grotere nabijheid bij de kern van Barneveld zijn samengevat: • een optimaal gebruik van de rondweg en minder verkeer door de kern. • er blijft een groter aaneengesloten stuk buitengebied over. • grotere meekoppelkansen voor andere vormen van grondgebruik in het stedelijk uitloopgebied waarin de rondweg komt te liggen, zoals vasthouden van water (klimaatmantel) en recreatieve mogelijkheden.
Hoewel er voor de oostelijke rondweg nog een volwaardige tracékeuzenotitie wordt opgesteld, gaat deze omgevingsvisie op hoofdlijnen al wel kort in op de onderzochte tracés. Dit omdat de Commissie Merons heeft verzocht n bij de afweging voor het voorkeursalternatief en de tracékeuze rekening te houden met de andere ontwikkelingen in het gebied.
30
Toelichting Oostelijke Rondweg (vervolg) Om tot een definitieve tracékeuze te kunnen komen is eerst aanvullende studie nodig, en een uitgebreid participatietraject met de omgeving. Zoals in het proces oostelijke rondweg is gecommuniceerd wordt na het besluit op de omgevingsvisie een tracékeuzenotitie opgesteld en krijgen inwoners de gelegenheid te reageren. De reacties worden verwerkt in een nota en samen met de concept-tracénotitie aan de gemeenteraad voorgelegd ter besluitvorming. Dit proces wordt vervolgd als er duidelijkheid is over de financiering van de rondweg. We realiseren ons dat de kosten van de aanleg van een oostelijke rondweg aanzienlijk zijn en hoger dan het nulplusalternatief. De ongelijkvloerse kruising die nodig is bij het spoor bij de woonwijk Veller is hiervan de grootste kostenpost. Gelet op de cijfers van enkele jaren geleden, gaat de gemeente met het huidige prijspeil uit van een investering van indicatief 80 miljoen euro. Het zal daarom vermoedelijk een flink aantal jaren duren om de financiering te regelen. De eerste vraag is echter of de gemeente Barneveld de oostelijke rondweg wil. En die vraag kan met ja worden beantwoord. Sterker nog: de oostelijke rondweg is noodzakelijk, gezien de groei van Barneveld.
Voor de goede orde: ook als de oostelijke rondweg er komt , blijven investeringen in de bestaande infrastructuur nodig op een aantal locaties in de kern Barneveld.
31
Verbetering ov-aanbod
Voorzieningen in wijken
Ongeacht de verwachting dat de auto voorlopig dominant blijft in onze omgeving, wil gemeente Barneveld het gebruik van het openbaar vervoer zeker stimuleren. Dit doet Barneveld door bij het Rijk te lobbyen voor een halte op het spoor Amersfoort-Apeldoorn bij Barneveld-Noord en een halte bij Stroe, met aantrekkelijke voorzieningen.
Basisvoorzieningen -bijvoorbeeld supermarkten in woonwijken en de kernen leiden tot een afname van autogebruik en van de behoefte aan parkeerareaal in het centrum van met name Barneveld. De bespaarde ruimte kan daar dan voor andere centrumvoorzieningen worden benut. Ook kunnen basisvoorzieningen in de wijken worden gecombineerd met pakketkluizen voor bezorgers. Het gevolg is dat het aantal verkeersbewegingen in de wijk door bezorgdiensten afneemt.
In het belang van klimaattransitie en mobiliteitstransitie investeerde Barneveld in het verleden al flink in treinstations en snelle fietsroutes. We blijven lobbyen voor het verbeteren van de voorzieningen en blijven investeren in fietsroutes (zie ook hiervoor onder verkeersveiligheid), zeker voor hen die daarvan afhankelijk zijn, zoals scholieren en senioren. Om het OV, vooral de bus, maar ook de trein, echt aantrekkelijker te maken moetende frequentie van de dienstregeling en de dichtheid van het net flink omhoog. Ook moet voorkomen worden dat wegen in de kernen dichtslibben. Filevorming voor kruispunten leidt niet alleen tot vertraging voor de automobilist maar ook voor de bussen, wat het ov niet aantrekkelijk maakt. De aanleg van busbanen wordt in onze gemeente niet als realistisch gezien. Als kanttekening geldt dat Barneveld voor de realisatie van stations – en meer specifiek mobiliteitshubs en andere ov-voorzieningen afhankelijk is van hogere overheden, concessieverleners en vervoerders. Het duurt soms decennia vanaf de start van een lobbytraject voordat een voorziening daadwerkelijk is gerealiseerd. Het is daarom realistisch ervan uit te gaan dat er tot 2040 weinig verbetering van het ov-aanbod verwacht mag worden. Dat is een belangrijke oorzaak waardoor het autogebruik tot 2040 in onze gemeente niet of nauwelijks afneemt.
Samenvattend • Om het gebruik van het ov te stimuleren streeft de gemeente haltes na op de spoorlijn Amersfoort – Apeldoorn bij station BarneveldNoord en bij Stroe. • Barneveld blijft lobbyen voor verbetering van ov-voorzieningen en de toegankelijkheid ervan voor alle doelgroepen.
Samenvattend • Minder verkeersbewegingen door voldoende basisvoorzieningen in de wijken en kernen. • Basisvoorzieningen combineren met pakketkluizen.
Schoner en duurzamer vervoer Het programmaplan Duurzaamheid vermeldt als doel de uitstoot van broeikasgassen met 55 procent te verminderen in 2030 en een klimaatneutrale mobiliteit te bereiken in 2050. Bijna alle vervoersmiddelen zijn dan emissievrij. Dit doel is overgenomen uit het Regionaal Mobiliteitsprogramma Foodvalley. De gemeenteraad het programmaplan Duurzaamheid vast in 2022 en dit doel blijft onverminderd van kracht. Dit doel wil de gemeente behalen met concrete acties die bijdragen aan alternatief reizen, gedragsbeïnvloeding, schoner rijden met deelvervoersmiddelen, elektrisch rijden en door het stimuleren van minder (woon-werk) reizen. Voorbeelden van deze concrete acties: vergroening van parkeerterreinen, uitbreiding van fietsvoorzieningen en oplaadstations voor e-bikes in de gemeente. Daarnaast stimuleren we elektrisch rijden door deel te nemen aan de provinciale concessie voor laadpalen, waarin ruimte komt voor proactieve plaatsing van laadpalen. Verder kijkt gemeente Barneveld naar haar werkgeversrol, bijvoorbeeld door medewerkers de e-bike aan te bieden voor het werk-werkverkeer Uiteraard dragen de eerder genoemde mobiliteitstransitie en verbetering van OV-aanbod ook bij aan een schoner en duurzamer vervoer.
32
Samenvattend • Verminderen uitstoot broeikasgassen met 55% per 2030 en volledig emissievrij per 2050, conform bestaand beleid. • Stimuleren elektrisch rijden.
4. Verantwoording Dit voorkeursscenario komt niet uit de lucht vallen. Voor elke hoofdopgave is intern een werkgroep aan de slag geweest om de inhoud van het scenario voor die opgave samen te stellen. Zij hebben daarbij gebruik gemaakt van diverse bronnen. De belangrijkste bronnen worden in dit hoofdstuk behandeld. Daarmee leggen we via dit hoofdstuk verantwoording af van de keuzes die in het voorkeursscenario zijn opgenomen. We binnen met het proces dat voorafging.
4.1.
Proces van totstandkoming
In deze paragraaf gaan we in op het proces waarvan dit voorkeursscenario het resultaat is. Dit bestond uit de volgende stappen. Stap 1: Voorbereidende fase In 2020 – 2021 stelde de gemeente een Vertrekpuntennotitie op voor de omgevingsvisie. Een volgende mijlpaal was de vaststelling van de Hoofdlijnennotitie in juli 2021 door de gemeenteraad. Deze Hoofdlijnennotitie is een antwoord op de vraag welke positie Barneveld inneemt in de verstedelijkingsopgaaf van de regio’s Foodvalley en Amersfoort, bevat keuzes voor de groei van de gemeente en is daarmee op meerdere onderdelen het vertrekpunt voor de volgende stappen en dit voorkeursscenario. Stap 2: De eerste participatieronde In het najaar van 2021 vond een eerste participatieronde plaats. Met de Hoofdlijnennotitie en de verschillende dorpsvisies haalde de gemeente bij
5
Een milieueffectrapportage (MER) maakt voor de Omgevingswet verplicht deel uit van een omgevingsvisie. Veelal, ook in Barneveld, wordt dit tegenwoordig verbreed
de samenleving input op voor de omgevingsvisie . Deze inbreng is gebruikt voor de Toekomstscenario’s. Stap 3: de toekomstscenario’s Aansluitend ontwikkelde de gemeente twee toekomstscenario’s. Het eerste heet Vooruit met Barneveld. Dit gaat uit van de noodzaak de zaken in de toekomst zaken anders aan te pakken. Het andere scenario, Verder met Barneveld, gaat ervan uit dat we in grote lijnen kunnen blijven werken zoals we het altijd hebben gedaan, vanuit de opvatting dat dit tot nu goed ging. De beide Toekomstscenario’s zijn in november 2022 door het college vastgesteld. (Bijlage A) Stap 4: Onderzoek en de tweede participatieronde In de tweede participatieronde legde de gemeente beide toekomstscenario’s voor aan inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven. We zijn daarover de dialoog aangegaan: wat spreekt aan, en wat niet? Wat vindt de samenleving belangrijk? Wat moet in een voorkeursscenario komen? Deze ronde bevatte een enquête met vragen aan de samenleving. Deze participatieronde speelde in februari tot en met april 2023. (Bijlage B) In stap 4 stelde de gemeente een omgevingseffectrapportage (OER) op, een onderzoek naar de gevolgen voor de leefomgeving van beide toekomstscenario’s. Dit OER is een tussenstap naar de volledige omgevingseffectrapportage voor de ontwerp omgevingsvisie. 5 De omgevingseffectrapportage is als bijlage C aan dit voorkeursscenario gehecht.
Verder vonden twee sessies plaats, waarin is nagedacht over de uitvoerbaarheid. Stap 5:voorkeursscenario Na de tweede participatieronde stelde de gemeente het voorkeursscenario op, met bij elke opgave een nieuwe afweging welk van beide toekomstscenario’s de voorkeur heeft. In sommige gevallen met de keuze voor een van beide toekomstscenario’s, soms voor een mengeling van
tot een omgevingseffectrapportage (OER) Naast de milieugevolgenonderzoekt de OER , ook de gevolgen voor de leefomgeving als geheel.
33
beide scenario’s en soms een tussenweg. Bovendien gaat het voorkeursscenario in op meer onderdelen dan de beide toekomstscenario’s. Trends en ontwikkelingen We verdiepten ons in de vraag waar Barneveld nu staat. Wat gaat er goed en wat kan beter? Op velerlei aspecten van de leefomgeving zijn we dat nagegaan. Dat hebben we gedaan via het opstellen van een zogeheten leefomgevingsfoto (LOF). Met het in beeld brengen van de huidige situatie, wordt ook duidelijk wat er op ons af komt en welke aspecten in ieder geval in de omgevingsvisie een plaats moeten krijgen. De leefomgevingsfoto maakt onderdeel uit van de bijlagen bij het voorkeursscenario. In de tekst (paragraaf 2.2.) is een samenvatting opgenomen. Participatie In de aanloop naar het voorkeursscenario heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden. Dit via een groot aantal bijeenkomsten en een enquête. Het volledige verslag is bij de bijlagen gevoegd. De samenvatting is in dit hoofdstuk opgenomen. Omgevingseffectrapportage De beide toekomstscenario’s zijn uitgebreid beoordeeld in een omgevingseffectrapportage (o.e.r.). Deze is opgesteld in de aanloop naar een definitieve omgevingseffectrapportage, welke moet worden gevoegd bij de ontwerp omgevingsvisie. De o.e.r. geldt als milieueffectrapportage in de zin van de Omgevingswet. Bij het opstellen van een omgevingsvisie is een milieueffectrapportage verplicht.
De inhoud van het huidige o.e.r. is meegewogen bij het voorkeursscenario. In dit hoofdstuk geven we de belangrijkste uitkomsten weer. Het volledig o.e.r. is bij de bijlagen gevoegd. Bestaand beleid Het bestaande beleid is meegewogen bij de voorkeursscenario’s. In dit hoofdstuk gaan we kort in op de vraag hoe dat is gegaan Uitvoerbaarheid We kunnen veel mooie plannen maken, maar plannen moeten wel realiseerbaar zijn. De uitvoerbaarheid hangt met veel aspecten samen, juridisch, financieel, ruimtelijk, capaciteit, etc. In twee sessies hebben we de (on)mogelijkheden verkend. Daarvan doen we kort verslag.
4.2.
Participatie
Onderstaand hebben we de samenvatting opgenomen van de 2e participatieronde voor de omgevingsvisie. Deze heeft tussen februari en april 2023 plaatsgevonden. In deze participatieronde werden de beide toekomstscenario’s aan de samenleving voorgelegd. “Begin dit jaar zijn we op tournee gegaan. Twaalf gesprekken in dorpen, scholen, gemeentehuis en online. Speciaal voor deze bijeenkomsten is een serious game ontwikkeld: het Toekomstspel Barneveld, groeten uit 2040. In de eerste plaats als hulpmiddel om met Barnevelders over twee toekomstscenario’s en vijf verschillende thema’s in gesprek te gaan. Bovendien is het ook nog eens leuk om te doen. In dit participatieverslag leest u wat inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties over de toekomst van Barneveld in vijf thema’s zeggen. Als we weten wat Barnevelders belangrijk vinden en waarom, kunnen we als gemeente beter de belangen afwegen en keuzes maken voor de toekomst. Doel is per thema het beste uit twee scenario’s te halen om uiteindelijk tot één (voorkeurs)scenario te komen.
Dit vinden Barnevelders belangrijk voor 2040 Prettig leven in vitale dorpen De nadruk ligt op vitaliteit in álle kernen. Dat betekent voldoende bouwen in alle kernen, en ook voldoende voorzieningen in alle kernen. Basisvoorzieningen in de kleine kernen, grotere voorzieningen meer centraal in de twee grotere kernen, Barneveld en Voorthuizen. Nieuwbouw moet een goede mix vormen en alle doelgroepen bedienen. Hoe groter de kern, hoe hoger er gebouwd mag worden. Het dorpse karakter behouden, vinden Barnevelders belangrijk. Ruimte voor ondernemen Zet in op waar je als gemeente sterk in bent, dus vooral op de maakindustrie. We zijn meer doeners dan denkers. Er moet ruimte zijn om aan de vraag naar bedrijventerrein te voldoen, met voorrang voor de lokale behoefte. Biedt ook in de kleinere kernen ruimte voor ondernemerschap. Faciliteer vooral daar en in het buitengebied ‘broedplekken’. De verdere ontwikkeling van de centrumgebieden is belangrijk: goede horeca, voldoende
34
parkeermogelijkheden, openbaar gebied.
goede
fietsverbindingen,
optimale
inrichting
Topregio toekomstgerichte landbouw Er wordt veel waarde gehecht aan het voortbestaan van de landbouw als voedselproducent en als (economische) drager van het agrarisch cultuurlandschap. Ruimte voor verandering is wenselijk om de slag te kunnen maken naar een omgevingsgerichte landbouw, circulair, innovatief en natuur inclusief. Kijkend naar de uitkomsten van de omgevingstafels wijst de richting hoofdzakelijk naar het scenario Verder met Barneveld. Gezond en natuurlijk Barneveld De deelnemers willen een groene en gezonde gemeente, met een goed wandel- en fietsnetwerk en voldoende beweegmogelijkheden. De landbouw moet meer natuur inclusief werken, boeren moeten daarbij geholpen worden. Zij worden gezien als een wezenlijk onderdeel van de gemeente. In het stimuleren van een gezonde leefstijl heeft de gemeente een faciliterende rol. De kernen mogen wel meer autoluw worden. Veilig en bereikbaar De auto blijft belangrijk. Men verwacht niet dat in Barneveld het OV zo aantrekkelijk wordt, dat dit een reëel alternatief biedt. Dit geldt al helemaal voor de kleine kernen. Niettemin moet er wel ruimte komen voor alternatieve vervoersvormen. Doorgaand en zoekverkeer moet worden geweerd uit de woonwijken. Dit vinden jongeren Jongeren vinden wonen één van de belangrijkste thema’s. Ook in Barneveld ontbreekt het aan (betaalbare) woningen voor starters en jongeren.
Daarnaast zijn duurzaamheid, hoe we omgaan met de natuur en klimaatverandering belangrijke issues, hoewel dat niet voor alle jongeren geldt. Dit vinden ondernemers Voor ondernemers zijn thema’s als bedrijvigheid en bereikbaarheid vooral van belang. Zij willen dat Barneveld vooral inzet op de maakindustrie. Ook vinden ze dat bedrijventerreinen vooral in de lokale behoefte moeten voorzien en niet in meer distributiecentra. Naast winkels en een prettige winkelbeleving vindt deze groep voldoende parkeergelegenheid in het
centrum belangrijk. Net als een doordachte aanpak voor mobiliteit en een bereikbare regio.”
Wat is er overgenomen in het voorkeursscenario? Bij vergelijking van hoofdstuk 3, waarin het voorkeursscenario is beschreven met dat wat de samenleving belangrijk blijft te vinden, blijkt dat de inbreng vanuit de samenleving voor een groot deel een plaats heeft gekregen in het voorkeursscenario. Voorbeelden daarvan zijn bouwen in alle kernen en werken aan een passend niveau van basisvoorzieningen in elk kern. Ook dat er in de grotere kernen soms best iets hoger gebouwd mag worden met het oog op de juiste woningvoorraad, of met het oog op zorgvuldig ruimtegebruik, komt uit de participatie. Blijven inzetten op bedrijvigheid in sectoren waar de gemeente Barneveld vanouds sterk is, met het bieden van ruimte voor nieuwe bedrijvigheid is een ander voorbeeld. Verder hebben voor de samenleving belangrijke thema’s als een groene en gezonde leefomgeving een belangrijke plaats gekregen.
4.3.
Omgevingseffectrapportage
Ten behoeve van het vaststellen van de omgevingsvisie voeren we een omgevingseffectrapportage (OER) uit. In de OER vergelijken we de alternatieven met de bestaande situatie, rekening houdend met de autonome ontwikkelingen en ontwikkelingen waarover al is besloten. Dit laatste ligt vast in de leefomgevingsfoto. Voor het opstellen van deze Visie op hoofdlijnen zijn de twee scenario’s uit het scenariodocument bekeken op hun effecten. Als de visie op hoofdlijnen definitief is, dan is de volgende stap het beoordelen van de effecten van het (uitgewerkte) voorkeursscenario (de omgevingsvisie). Voor het vergelijken van beide alternatieven “Vooruit met Barneveld” en “Verder met Barneveld” is een lijst van tien aspecten opgesteld, die ieder weer uiteenvallen in meerdere criteria. • Bodem, water , ondergrond • Natuur • Klimaatbestendigheid • Ruimtelijke kwaliteit • Energie en grondstoffen • Gezonde leefomgeving
35
• • • •
4.4.
Gezondheid en welzijn Vitale woonomgeving Mobiliteit Economie en werk
Kort samengevat komt de vergelijking van de beide scenario’s op deze aspecten op het volgende neer. Aspect
Verder met Barneveld
Bodem, ondergrond Natuur
water
Vooruit met Barneveld
en
Klimaatbestendigheid Ruimtelijke kwaliteit Energie en grondstoffen Gezonde leefomgeving Gezondheid en welzijn Vitale woonomgeving Mobiliteit Economie en werk Positief Licht positief Neutraal Licht negatief Negatief Uit deze vergelijking lijkt “Vooruit met Barneveld” een beter alternatief te zijn dan Verder met Barneveld. Deze scenario’s zijn echter neergezet als uitersten en omvatten niet alle aspecten die voor de vergelijking nodig zijn, zoals de financiële aspecten en de uitvoerbaarheid.
Bestaand beleid
Bij het opstellen van de tekst van het voorkeursscenario heeft elke werkgroep bij elk van de 5 hoofdopgaven zich rekenschap gegeven van het bestaande beleid. Al voorafgaand aan het opstellen van beide Toekomstscenario’s was er een compleet overzicht gemaakt van al het bestaande beleid in de gemeente Barneveld. Dit is betrokken in de gesprekken en bij het opstellen van de teksten en daarbij gewogen op actualiteit. Actueel beleid is meegenomen in het voorkeursscenario, waarbij soms nieuwe inzichten zijn verwerkt.
4.5.
Verkenning uitvoerbaarheid
In de voorbereiding op dit voorkeursscenario hebben tweemaal een bijeenkomst met medewerkers georganiseerd om de uitvoerbaarheid te toetsen van wat we opschrijven in dit voorkeursscenario. Met de uitkomsten van die gesprekken hebben we rekening gehouden. Daarbij moet worden gezegd dat er vaak nog weinig echt concrete uitspraken gedaan konden worden op zaken als financiële en juridische uitvoerbaarheid. Daarvoor is het voorkeursscenario nog te abstract. Ook zegt het voorkeursscenario nog niets over rolopvatting en rolneming van de gemeente, noch over prioriteitstelling van de ambities. Het gesprek daarover moet later nog worden gevoerd. Als het voorkeursscenario gebiedsgericht is uitgewerkt in de ontwerp omgevingsvisie zullen naar verwachting meer gerichte uitspraken gedaan kunnen worden. Bijvoorbeeld zal bij de gebiedsgerichte uitwerking meer zicht ontstaan op de dilemma’s die zullen voortvloeien uit de diverse claims die vanuit de ambities van de gemeente Barneveld op hetzelfde gebied zullen blijken te liggen. Daarin zullen keuzes gemaakt moeten worden. Bij een nadere verkenning naar de uitvoerbaarheid zullen we ons ook rekenschap moeten geven van (mogelijk) beperkende factoren die geheel of gedeeltelijk buiten de invloedssfeer van de gemeente liggen. Een belangrijk voorbeeld betreft de congestie op het elektriciteitsnet.
De mogelijkheden voor nieuwe aansluitingen lijken vooralsnog beperkt en dat kan aanzienlijk gevolgen hebben voor de uitvoering van de omgevingsvisie. In de omgevingsvisie zal ook een hoofdstuk over de uitvoering en de uitvoerbaarheid worden opgenomen. Een financiële paragraaf en een paragraaf over kostenverhaal zal daar onderdeel van uitmaken.
36
5. De route naar omgevingsvisie 5.1.
een
volledige
Hoe verder?
Met de vaststelling van het voorkeursscenario ligt de richting vast waarin de uitwerking naar een volledige ontwerp omgevingsvisie kan plaatsvinden. Wat we per opgave willen is beschreven. De uitwerking naar het “kunnen” is de volgende stap. Binnen de vijf hoofdopgaven is verdere verdieping nodig op de doelen en de ambities van de gemeente op lange termijn voor de fysieke leefomgeving. Met het oog op de op te stellen omgevingsprogramma’s en het formuleren en vastleggen van regels in het omgevingsplan zijn ook nadere afwegingskaders nodig. Deze moeten ook de praktijk voldoende handvat bieden om initiatieven en besluiten te kunnen motiveren op basis van de omgevingsvisie. Het voorkeursscenario behandelt niet alle voor een omgevingsvisie belangrijke onderwerpen. Een voorbeeld daarvan is het onderwerp “veiligheid”. Een ander voorbeeld betreft de zorg voor monumenten, erfgoed en archeologie. Dat is in dit document onderbelicht gebleven. In de uitwerking naar de omgevingsvisie moeten dergelijk onderwerpen ook een plek krijgen.
doorvertaling naar wijken en buurten. Voor sommige deelgebieden willen we echt een uitgewerkte deelvisie in de omgevingsvisie opnemen. Een voorbeeld daarvan is het deelgebied tussen de bebouwde kom van Barneveld en de A30. Bij andere deelgebieden zullen we de kaders formuleren. De vervolgstap is dan uitwerking in bijvoorbeeld een gebiedsprogramma. Zeker in de gebiedsgerichte uitwerking van de omgevingsvisie op hoofdlijnen gaat nog veel tijd en energie zitten. Als de inhoudelijke uitwerking gereed is wordt ook duidelijk wat de inhoud van de op te stellen omgevingsprogramma’s moet worden. Er ligt al een besluit om voor elk van de 5 hoofdopgaven die in dit document worden behandeld een omgevingsprogramma op te stellen. Hoewel deze voor het landelijk gebied al in ontwikkeling is, willen we in de omgevingsvisie helder de opdracht formuleren voor de uitwerking van de visie in de verschillende omgevingsprogramma’s. Daarmee stelt de gemeenteraad meteen de kaders voor deze omgevingsprogramma’s vast en kan het college ermee verder. Omgevingsprogramma’s worden volgens de Omgevingswet door het college vastgesteld. Voordat we zover zijn dat de ontwerp omgevingsvisie ter inzage kan worden gelegd, moeten er nog een flink aantal stappen worden gezet. Onderstaand zijn deze stappen in een planningsoverzicht opgenomen.