CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025

Gemeenteraad 13 november 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ontwerp-Programmabegroting 202541.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Wat willen we bereiken? De gemeente Barneveld heeft nu als ook naar de komende jaren toe te maken met een gestage groei. In de Kadernota 2025-2028 is de visie op 'verantwoord groeien' centraal gesteld. De groei stelt scherpe eisen aan organisatie en bestuur om samen met onze inwoners en partners tijdig de noodzakelijke investeringen te doen in fysieke leefomgeving en te zorgen voor de nodige maatschappelijke voorzieningen. Zeker nu de gemeente zich zo sterk ontwikkelt en groter wordt, is het van nog meer belang om in verbinding te zijn en te blijven. 'Groeien in verbinding', dat is het hoofddoel van programma 4. Via activiteiten vanuit dit programma willen we dit concreet handen en voeten geven. Het is ons streefbeeld om 'een open en bereikbare gemeente te zijn,die goed luistert naar haar inwoners, samenwerkt, uitgaat van de eigen kracht van inwoners en hen ondersteunt waar het nodig is.' Een gemeente, die proactief en voortdurend in contact is met haar omgeving en nog meer extern gericht is om zo de eigen opgaven tot uitvoering te brengen. Dat is wat we willen bereiken en waaraan we via de gekozen speerpunten in 2025 werken. In dat jaar worden veel majeure investeringen voorbereid en werken we aan transities - of dit nu sociale domein betreft ten aanzien van de jeugdzorg dan wel de fysieke leefomgeving voor wat betreft het landelijk gebied en de uitbreiding van onze kernen.

Daarvoor moeten er de benodigde financiële middelen worden vrijgespeeld. Onder andere via bepaalde ombuigingen. Dat alles doen we samen. Programma 4 wil hierbij ondersteunend en stimulerend zijn.'Samenwerken en verbinden' zijn de kernwoorden van dit programma. Samen met onze inwoners, ondernemers en onze partners binnen en buiten de gemeentegrenzen. Om vanuit goed bestuur te komen tot gedragen oplossingen. Oplossingen, die passen bij de specifiek lokale behoeften en die de gemeenschap als geheel versterken. We willen versterken op gebiedsregie en participatie, communicatie en dienstverlening ondersteund door een krachtige bedrijfsvoering. Speerpunt daarbinnen zal de intensivering van

30

de samenwerking met (bestuurlijke) partners. Via een effectief public affairs- en lobbybeleid om zo Barneveldse uitdagingen voor nu en in de toekomst verder te brengen. Het hoofddoel van programma 4 hebben wij nader uitgewerkt naar doelen per subprogramma. Aan deze doelen zijn de speerpunten gekoppeld voor 2025, die verderop in dit programma aan de orde komen.

1. Samenwerken Lange termijn doel Samenwerken in Netwerken Vernieuwing van de samenwerkingsaanpak met inwoners, ondernemers, organisaties en (overheids)partners, waarbij het accent veel meer komt te liggen op het samen vormgeven en uitvoeren van beleid, initiatieven en activiteiten. We doen dit: via Participatiebeleid; via Gebiedsgericht werken; via Afspraken/spelregels met dorpen en wijken aan de voorkant over het reguleren van wederzijdse verwachtingen en behoeften. Lange termijn doel Versterken positie Barneveld in de regio Verstevigen van de positie van de gemeente Barneveld binnen de regio en buiten de regio richting andere overheden en relevante netwerken. We doen dit: vanuit de gedachte wat goed is voor een ander is ook goed voor de gemeente Barneveld; door daarbij steeds na te gaan hoe deelname effectief kan bijdragen aan het realiseren van de eigen Barneveldse strategische (bestuurlijke) opgaven.

2. Dienstverlenen Lange termijn doel Dienstverlening en Communicatie Dienstverlening: Eigentijdse dienstverlening, die zich kenmerkt door dienstbaarheid en meedenken. Onze gemeenschappelijke vertrekpunten zijn: uw vraag centraal; digitaal waar het kan, persoonlijk en betrokken. Communicatie: We ontwikkelen ons verder als informerende en luisterende gemeente. Een gemeente die de samenleving ingaat, proactief is en op de juiste momenten en op een goede manier de samenleving betrekt en het gesprek aangaat; Medewerkers voelen zich geïnformeerd, betrokken en gemotiveerd om samen te werken aan de doelstellingen van de organisatie.

3. Besturen Lange termijn doel Versterken realisatiekracht middels "Barneveld groeit" een gemeentelijke organisatie met meer strategische slagkracht om vroeg aan te kunnen haken bij ontwikkelingen in de gemeente en regio. een organisatie waarop processen en systemen zijn ingericht om in control te zijn een organisatie, die de groei van de gemeente kwantitatief en kwalitatief waar kan maken.

Wat gaan we daarvoor doen? Voor 2025 zijn de prioriteiten, zoals beschreven in Programma 4 van de Kadernota 2025-2028, het vertrekpunt. Deze door uw raad vastgestelde prioriteiten fungeren als inhoudelijk kader voor de Programmabegroting 2025. Aan de hand daarvan werken we deze per subprogramma uit via de speerpunten. De speerpunten zijn tevens gekoppeld aan de per subprogramma geformuleerde lange termijn doelen. Het gaat dan om de volgende speerpunten:

1. Subprogramma 'Samenwerken': - speerpunt "Samenwerken in Netwerken" - speerpunt "Versterken positie gemeente Barneveld binnen en buiten de Regio" 2. Subprogramma: 'Dienstverlenen': - speerpunt "Dienstverlening en Communicatie" 3. Subprogramma: 'Besturen'` - speerpunt "Versterken realisatiekracht middel 'Barneveld groeit' - paragrafen m.b.t.: lokale heffingen weerstandsvermogen en risicobeheersing onderhoud kapitaalgoederen financiering grondbeleid verbonden partijen bedrijfsvoering open overheid

31

4.1 Bestuur Speerpunt samenwerken in Netwerken

Doel

We willen meer resultaat halen door betere samenwerking binnen de gemeente, in de directe regio en via de bredere netwerkwerken daaromheen. We stimuleren de kracht van de samenleving door lokale deskundigheid te koppelen aan professionele deskundigheid, waardoor een breed draagvlak ontstaat door en voor inwoners. Zo ontstaat er ook meer gezamenlijke bestuurs- en uitvoeringskracht en zijn we beter in staat om complexe (maatschappelijke) opgaven met elkaar integraal aan te pakken. Het doel is om nog meer een partner te zijn die: binnen de gemeente samenwerkt met haar inwoners, organisaties en ondernemers (participatie en gebiedsgericht werken); in de directe regio zich onderscheidt en van invloed is (als zelfbewuste partner); zich slim beweegt en van invloed is in de bredere netwerken daaromheen, signalen tijdig oppikt en daarop acteert (Public Affairs en Lobby) We doen dit: via Participatiebeleid; via Gebiedsgericht werken; via Afspraken/spelregels (samenwerkingsaanpak) met dorpen en wijken aan de voorkant over de rollen, verwachtingen en behoeften. Participatie: Uitvoeren van de ontwikkelagenda, die is opgesteld naar aanleiding van de tweede tussentijdse evaluatie.

Activiteiten

Financiën

Risico’s

Beleidsproduct

Gebiedsgericht werken: Het verder uitrollen en borgen van gebiedsgericht werken binnen de gemeentelijk organisatie en werkprocessen, bijvoorbeeld via de implementatie van het sturingsmodel, de samenwerkingsaanpak met dorpen en wijken en de maatschappelijke waarde meer mee te nemen in beleid, programma’s en het meerjareninvesteringsplan; Het opstellen en uitvoeren van gebiedsagenda’s en deze laten aansluiten op de P&C-cyclus. Vanuit de Kadernota 2025-2028: Participatie Beleidstoevoeging 2025 incidenteel: € 150.000: Voortzetting Participatiebeleid.

Participatie en Gebiedsgericht werken: Er zijn hoge verwachtingen ten aanzien van participatie, die niet altijd helemaal waargemaakt kunnen worden binnen de beperkte middelen en korte tijd. Daarom wordt getracht realistische ambities voorgesteld voor 2025, die volgend jaar opnieuw worden herijkt. Implementatie van het participatiebeleid kost hierdoor meer tijd. Verwachtingenmanagement is nodig om de verwachtingen in de gemeente en de samenleving hierbij goed op elkaar te laten aansluiten. 411 Raad

32

Speerpunt versterken positie gemeente Barneveld binnen en buiten de regio

Doel

Verstevigen van de positie van de gemeente Barneveld binnen de regio en buiten de regio richting andere overheden en relevante netwerken. We doen dit: Het actief onderhouden van een goed relationeel netwerk, vanuit de gedachte wat goed is voor andere bestuurlijke stakeholders, is ook goed voor de gemeente Barneveld. Daarbij steeds na te gaan hoe deze netwerken effectief bijdragen aan het realiseren van de eigen Barneveldse strategische (bestuurlijke) opgaven.” We zorgen ervoor goed in positie te zijn als het gaat om de relevante externe netwerken. Door daarbinnen slim mee te bewegen oefen we op de juiste momenten invloed uit. Daarvoor is het Public Affairsbeleid (PA) geactualiseerd aan de hand waarvan organisatie en bestuur bij voortduring,met focus effectief kunnen optreden c.q. lobbyen. 1. Het geactualiseerde PA-beleid leidt tot de volgende hoofdactiviteiten: Meer focus aanbrengen op de lobbythema's voor meer impact Prioritaire thema's: A1-A30 (plus Hoevelaken), oostelijke Rondweg, Landelijk gebied (primair via Foodvalley), Ruimte voor defensie:kazerne.

Creëren van een strategische Lobby en PA-functie: Focus op eigen proactieve lobbyagenda; Aanstellen PA-functionaris: spin in web/aanspreekpunt/externe antenne en monitor voor gemeente; Uitvoeren van PA-activiteiten (interne adviesrol op issues, PA-bijdrage via Foodvalley, werkbezoeken, deelname externe netwerken (halen en brengen). Realiseren van een structurele strategische informatievoorziening Inrichten monitoring en duiding, dossiers inrichten en bewaken; Informeren interne en extern, PA update-bijeenkomsten: informatie-uitwisseling.

Activiteiten

Opzetten van stakeholdermanagement specifiek voor Barneveld gericht op doorlopend contact met andere partners en beïnvloeding vanuit bestaande contacten richting Rijk, provincie; positioning paper gemeente Barneveld onder aandacht brengen en houden. 2. Als het gaat om onze inbreng in de directe regio's als zelfbewuste invloedrijke partner de volgende hoofdactiviteiten: Binnen regio Foodvalley: onze WGR-kernregio: - Barneveldse prioriteiten (Food, Bereikbaarheid, Verbinding Kennisas-WUR met eigen maakindustrie) proactief en via concrete resultaatdoelstellingen borgen in nieuwe Strategische agenda van regio Foodvalley; -Bijdragen aan het beter benutten van het potentieel van regio Foodvalley richting externe partners. Binnen regio Amersfoort: geen WGR, maar wel afstemming via bestuurlijk agendaoverleg - Uitvoering geven aan de herijkte samenwerkingsafspraken: afstemmen op overlappende strategische hoofdthema's m.b.t vervoer, economie en woningbouw. 3. Openstaan voor mogelijke andere samenwerkingen dan wel slimme coalities op voor de gemeente Barneveld belangrijke inhoudelijke thema's.

Financiën

Risico’s Beleidsproduct

Vanuit de Programmabegroting 2024: Beleidstoevoeging 2025 incidenteel: € 100.000: Motie "intensivering lobby" Hoog ambitieniveau m.b.t. uitvoering kan knellen organisatiebrede capaciteit c.q. absorptievermogen. Dit vraagt om monitoring, tijdig betrekken en dosering. 411 Raad

33

Speerpunt Dienstverlening en communicatie

Dienstverlening: Eigentijdse dienstverlening, die zich kenmerkt door dienstbaarheid en meedenken. Onze gemeenschappelijke vertrekpunten: uw vraag centraal (niet 'van kastje naar de muur') digitaal waar het kan persoonlijk en betrokken

Doel

1. 70% van de vragen handelen we bij het eerste contact in de frontoffice af. 2. 80% van (aan)vragen en meldingen komt direct bij de juiste behandelaar terecht. 3. 90% van onze producten is voor inwoners en ondernemers ook via het digitale kanaal te regelen. 4. 80% van onze klantcommunicatie binnen onze dienstverlenings-processen is in begrijpelijke taal. 5. Vragen over statusinformatie per telefoon nemen af met 20%. 6. Gebruik digitale mijn-omgevingen neemt met 25% toe. 7. We stimuleren de uitgangspunten van ‘Barneveld transparant’: actief openbaar, begrijpelijk en digitaal toegankelijk. In het programma dienstverlening zet de gemeente Barneveld het werk aan de volgende prioriteiten in 2025 voort: Uitvoering geven aan de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) die per 1 januari 2025 van kracht wordt. De gemeente Barneveld maakt geen onderscheid tussen officiële en niet officiële berichten bij de implementatie van de Wmebv. De doorontwikkeling van een integrale frontoffice en het verder versterken van de interactie tussen de klantcontactkanalen (website, balie, post, telefonie, WhatsApp, social media, chat). Het doorontwikkelen van de inzet van een intelligente chatbot bij digitale dienstverlening. Het doorontwikkelen en verder stimuleren van het gebruik van de Berichtenbox MijnOverheid en MijnBarneveld.

Verdere inzet van het structureel meten van de klanttevredenheid en aanpassingen in de werkwijzen op basis van de opgehaalde aanbevelingen. Herinrichting van de publieksbalie. De inzet van het inwonerspanel bij actuele vraagstukken in 2025.

Activiteiten

Digitale toegankelijkheid De gemeente werkt continu aan een kwalitatief goede informatievoorziening en digitale toegankelijkheid van haar websites en applicaties.In 2025 gaat bijzondere aandacht en actie uit naar het voldoen aan de nieuwste aangescherpte Europese regelgeving: European Accessibility Act. Digitale toegankelijkheid werkt samen met project Wet open overheid en Begrijpelijke taal onder de noemer Barneveld transparant, in communicatie en bij de vormgeving van een overkoepelend trainings- of kennismakingsprogramma waarin deze 3 thema's worden belicht. Activiteiten 2025: Opleiding: (basis)trainingen en bewustwordingsbijeenkomsten; Handreiking: in de vorm van werkinstructies en sjablonen, informeren en hulp verlenen bij praktische vraagstukken in de organisatie. 5-10 toegankelijkheidsonderzoeken. In ieder geval 4 onderzoeken gepland voor bestaande websites (onderzoeken zijn max. 3 jaar geldig). Het uiteindelijke definitieve aantal onderzoeken is afhankelijk van de planning en lancering van nieuw te onderzoeken websites en applicaties.

Financiën Risico's Beleidsproduct

Doel

Vanuit de Programmabegroting 2024 voor het jaar 2025: Beleidstoevoeging incidenteel 2025: € 75.000: project Kern van de Zaak: ondersteuning ontwikkeling en adoptie n.v.t. 411 Raad

Communicatie: We ontwikkelen ons verder tot een informerende en luisterende gemeente. Een gemeente die de samenleving ingaat, proactief is en op de juiste momenten en op een goede manier de samenleving betrekt en het gesprek aangaat. Medewerkers voelen zich geïnformeerd, betrokken en gemotiveerd om samen te werken aan de doelstellingen van de organisatie.

34

Activiteiten

Financiën

Risico’s Beleidsproduct

Op basis van de communicatievisie die is vastgesteld in februari 2024, zet de gemeente Barneveld in 2025 in op de volgende prioriteiten: Het versterken van een open en luisterende houding in de organisatie door omgevingsanalyses aan te bieden via de newsroom en community managers in te zetten. Door te weten wat er in de samenleving speelt, kunnen medewerkers daarop snel en makkelijk inspelen. In 2025 bouwen we dit verder uit, om zo op het juiste moment en de juiste manier de juiste onderwerpen bij inwoners onder de aandacht te brengen. De rol van community manager is nieuw. Zij zullen social media monitoren en reageren op vragen en opmerkingen van inwoners via de door ons gebruikte social media kanalen. Begrijpelijke taal is onderdeel van team Communicatie. Door Begrijpelijk taal duurzaam verder te integreren in de gehele organisatie, dragen we bij aan een open, transparante en bereikbare gemeente en daarmee aan het herstel van vertrouwen in de overheid. Het versterken van de interne communicatie; Na grondig onderzoek in 2024, gaan we in 2025 aan de slag met de uitkomsten hiervan (resultaten bekend najaar 2024). Goede interne communicatie zorgt voor een goed functionerende organisatie waarbinnen medewerkers geïnformeerd, betrokken en gemotiveerd zijn om samen te werken aan de doelstellingen van de organisatie.

We stellen intern communicatiebeleid op en vernieuwen onder andere het intranet. Daarbij staat onderlinge verbinding centraal. Het verder implementeren van de nieuwe huisstijl en het opzetten van een beeldbank met actuele beelden van Barneveld. Deze beeldbank is onderdeel van de huisstijl en zorgt voor eenheid en herkenbaarheid in uitstraling in al onze communicatie. Vanuit de Kadernota 2025-2028: Beleidstoevoeging 2025 incidenteel: € 30.000: Implementatiekosten Nieuw Intranet. € 30.000: Team communicatie: huisstijl en beeldbank. € 144.000: Team Communicatie : voortzetten project Newsroom. € 23.000: Team Communicatie: Adviseur begrijpelijke taal. € 92.000: Team Communicatie: Adviseur interne communicatie. Beleidstoevoeging 2025 structureel: € 96.000: Team communicatie: senior communicatieadviseur. n.v.t. 411 Raad

35

4.2 Interne dienstverlening Speerpunt Versterken realisatiekracht middels Barneveld groeit

Doel

Activiteiten

Naar een gemeentelijke organisatie met meer strategische slagkracht om vroeg aan te kunnen haken bij ontwikkelingen in gemeente en regio. Naar een organisatie, die de groei van de gemeente kwantitatief en kwalitatief waar kan maken. Organisatieontwikkeling staat nooit stil. Het is een continu proces om mee te bewegen met de alsmaar veranderende omgeving rondom onze organisatie. In 2025 werken we verder aan een sterke en toekomstbestendige organisatie. Dit doen we door: We versterken het opgaven gericht werken verder in onze organisatie. Via het werken in programma's en organisatiebrede projecten met duidelijk opdrachtgever- en opdrachtnemerschap realiseren we op integrale wijze maatschappelijke effecten en projectresultaten. We versterken het strategisch werken in onze organisatie zodat we nog beter vooruit kunnen kijken wat er op de gemeente afkomt en een goede inschatting kunnen maken wat de invloed daarvan is op onze inwoners en organisatie. We werken continu aan het verbeteren van onze interne bedrijfsprocessen, versterken daarbij de financiële functie en de interne beheer en beheercyclus van de gemeente om nodig beter in control te zijn, ontwikkelen nieuwe competenties en versterken onze formatie indien nodig. Zo werken we aan een ondersteunende en professionele organisatie en werkomgeving waarin onze medewerkers optimaal kunnen presteren ten behoeve van de samenleving.

Vanuit de Programmabegroting 2024 voor het jaar 2025: Beleidstoevoeging incidenteel 2025: € 200.000: Inrichten programmatisch werken en concernstrategie € 158.000: Doorontwikkeling team DIV € 35.000: formatie digitaliseren post € 75.000: Digitaliseren onderdelen fysiek archief € 29.000: Personele bezetting secretariële ondersteuning Vanuit Kadernota 2025-2028: Beleidstoevoeging 2025, 2026 incidenteel:

Financiën

€ 125.000: Programmatische werken € 85.000: Toekomstbestendige organisatie € 150.000: Foodvalley trainees, in 2025 en in 2026 € 250.000: Project doorontwikkeling financiële bedrijfsvoering € 75.000: Formatie-uitbreiding belastingen, in 2025 en in 2026 € 90.000: Formatie HRM € 90.000: Project Strategische personeelsplanning €150.000: Formatie contractbeheer en -management € 480.000: Vervanging systemen projectleiding € 100.000: Budget W&S € 100.000: Opzet en ontwikkelen projectcontrol € 90.000: Inhuur projecten Archief € 80.000: Applicatie Archief (E-depot). € 50.000: Digitalisering en inventarisatie collecties gemeentearchief. € 25.000: Formatie uitbreiding bedrijfscatering Beleidstoevoeging structureel vanaf 2025: € 291.000: Toekomstbestendige IV organisatie 0.2 € 110.000: Formatie concerncontrol € 95.000: Informatiebeveiliging (Security Operations Center)

Risico’s Beleidsproduct

Grenzen aan de uitvoeringscapaciteit en absorptievermogen van de organisatie. Dit vraagt monitoring en dosering. 422 Ondersteuning organisatie

36

Wat gaat het kosten? Financiële tabel

4. Bestuur en interne dienstverlening Saldo van baten en lasten 4.1 Bestuur 411 Raad 412 B&W 413 Bestuurlijke samenwerking

bedragen x € 1.000 Begroting 2025 Lasten Baten Saldo - 3.652 - 1.790 - 1.206 - 656

288 244 44 -

- 3.364 - 1.546 - 1.162 - 656

- 32.547 - 2.315 - 30.232

1.657 864 793

- 30.891 - 1.451 - 29.440

626 15 - 1.479 - 36 181 1.944

135.493 1.243 20.409 113.455 19 367

136.118 1.258 18.930 113.419 200 2.311

- 35.574

137.437

101.864

Mutatie reserves 4.4 Resultaatbepaling 441 Mutaties reserves

- 945 - 945

3.155 3.155

2.210 2.210

Mutatie reserves

- 945

3.155

2.210

- 36.519

140.592

104.073

4.2 Interne dienstverlening 421 Beheer overige eigen gebouwen en gronden 422 Ondersteuning organisatie 4.3 Algemene dekkingsmiddelen 431 Treasury 432 Belastingen 433 Algemene uitkering 434 Overige baten en lasten 436 Werken voor derden Saldo van baten en lasten

Totaal

37

Paragrafen Paragraaf 1 Lokale heffingen 1.1 Inleiding

Na de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn de gemeentelijke heffingen (belastingen, leges en rechten) de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Deze heffingen zijn de enige inkomstenbronnen waarop de gemeenteraad invloed kan uitoefenen. Met name voor de zuivere belastingen, de heffingen waar geen direct aanwijsbare tegenprestatie van de overheid tegenover staat, is er geen maximum bedrag of opbrengst aangegeven. Voor leges en andere betalingen voor overheidsdiensten is bepaald dat er geen winst mag worden gemaakt. De opbrengst van de heffing mag dan in totaal niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente moet maken om de diensten te verlenen. De opbrengsten van de gemeentelijke heffingen zijn geraamd onder de verschillende producten. Het (meerjaren)beleid ten aanzien van de lokale belastingen is opgenomen in de op 16 december 2014 door de raad vastgestelde Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2014. Voor zover het beleid van specifieke belastingen afwijkt van de in de nota opgenomen uitgangspunten, is dat hieronder bij die belasting aangegeven. Een actualisatie van deze nota heeft ondertussen plaatsgevonden en zal in het najaar aan de raad worden voorgelegd. In deze paragraaf komen de volgende zaken aan de orde: het beleid ten aanzien van de verschillende heffingen en de tarieven; de lokale lastendruk; gegevens over kwijtschelding.

Diagram lokale heffingen

1.2 Beleid

Algemeen Het beleid voor de lokale belastingen is vastgelegd in de verschillende verordeningen en in de Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2014. Het tarievenbeleid wordt jaarlijks geformuleerd bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten in de Kadernota. In het coalitieakkoord 20222026 is ten aanzien van de inflatieontwikkeling aangegeven dat gewerkt wordt met een driejaarsgemiddelde in plaats van het vijfjaarsgemiddelde dat in de vorige bestuursperiode werd gebruikt. Voor 2025 is het percentage voor de inflatieontwikkeling vastgesteld op 4,7%. Onroerendezaakbelastingen (OZB) Voor de OZB betekent dit, afgezien van de groei, een stijging van de opbrengst met 4,7% inflatie voor eigenaren woningen en voor de eigenaren en gebruikers van niet-woningen. Daarnaast is in de Kadernota 2025-2028 voor “Verantwoord groeien” gekozen om het scenario Verhogen van de OZB toe te passen. Dit betekent dat de OZB naast de indexatie jaarlijks met 2,5% zal worden verhoogd gedurende een periode van vier jaar. Dit komt voor 2025 neer op een OZB stijging van de opbrengst van 7,2%. Los van deze OZB stijging is de hoogte van de opbrengst en het tarief afhankelijk van de uitkomst van de jaarlijkse waardering in het kader van de Wet Waardering Onroerende Zaken (Wet WOZ).

Het uitgangspunt van beleid is dat de totale OZB-opbrengst niet zal veranderen als gevolg van een hogere of lagere taxatiewaarde. De opbrengst van deze belastingen is namelijk het resultaat van de waarde en het tarief. Een dalende waarde betekent dat het tarief verhoogd moet worden om de gewenste opbrengst te genereren, terwijl stijgende waardes leiden tot een minder sterke stijging of zelfs tot een daling van de tarieven. De huidige marktontwikkeling van woningen laat zien dat er nog steeds sprake is van een stijgende markt (gemiddeld ca. 6%). Na het afronden van de hertaxatie, doen wij een voorstel waarbij de tarieven voor 2025 definitief worden vastgesteld en ook rekening wordt gehouden met de gemiddelde waardeontwikkeling van de objecten.

38

Afvalstoffenheffing Als gevolg van inflatie en daarmee stijgende kosten voor personeel en materieel nemen de totale lasten binnen het product Afval toe (stijging van 3.5%). Daarnaast is een belangrijke component in deze toename het toepassen van een hoger overhead-percentage (zie hieronder de aanvullende toelichting op kostendekkendheid). Waar voorheen met 50% werd gerekend, wordt nu 60% toegepast (stijging 3%). Om de kostendekkendheid te behouden is in 2025 een tariefstijging van 6,5% benodigd. In het vierde kwartaal 2024 wordt een notitie met betrekking tot afval/grondstoffen verwacht. De eventuele uitkomsten daarvan worden meegenomen in de kadernota 2026. Rioolheffing In het in mei 2021 vastgestelde Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (VGRP) is een jaarlijkse stijging van 4% voorzien om kostendekkend te zijn. Dit komt mede door de ambities om de klimaatadaptatie ook vorm te geven. De VNG heeft een nieuwe Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing beschikbaar gesteld die voorziet in een brede invulling van de gemeentelijke watertaken en bevat een breed palet van afval- hemel- en grondwaterzorgplichten. Wateroverlast en verdroging vragen steeds meer maatregelen in de publieke ruimte. In de heffing is het hebben van een aansluiting op de riolering niet meer alles bepalend en dit brengt uitvoeringsconsequenties met zich mede.

Gelet op de uitvoeringsconsequenties wordt nog nader bezien of gestalte wordt gegeven aan de nieuwe Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing van de VNG. Naast de in het GRP vastgestelde verhoging volgt een verhoging van 3% als gevolg van het toepassen van een hoger overhead-percentage (zie hieronder de aanvullende toelichting op kostendekkendheid). Per 2025 rekenen we met 60%, waar voorheen 50% werd gebruikt. Samen resulteert het in een tariefstijging in 2025 van 7%. Lijkbezorgingsrechten (grafrechten) De lasten binnen het product Begraven zijn de laatste jaren toegenomen, dit is voornamelijk het gevolg van de lasten die voortvloeien uit de investeringen. Daarnaast bleven de gerealiseerde inkomsten uit de leges achter ten opzichte van de begroting. Om naar een hoger kostendekkendheidspercentage te groeien is een inhaalslag nodig wat betreft de inkomsten uit de grafleges (zie onderaan de aanvullende toelichting op kostendekkendheid). Om invulling te geven aan het in de Kadernota 2025 opgenomen Basispakket Plus wordt in de Programmabegroting 2025 voor de grafrechten een verhoging voorgesteld van het overheadpercentage naar 60%. De leges voor de grafrechten worden daarom voor komend jaar verhoogd met 25%. Vanaf 2025 worden de opbrengsten jaarlijks gemonitord en daar waar nodig worden de tarieven verder bijgesteld om het gewenste kostendekkendheidspercentage te bereiken.

Forensen- en toeristenbelasting Ook voor de forensen- en toeristenbelasting wordt voor 2025 het percentage voor de inflatieontwikkeling van 4,7% toegepast. In de Kadernota 2025-2028 is gekozen voor “Verantwoord groeien” en het scenario van de verhoging van de OZB toe te passen met een jaarlijkse verhoging van 2,5% gedurende een periode van vier jaar. Vanuit de aangenomen motie M24-66 zal deze jaarlijkse verhoging overeenkomstig voor de forensenbelasting worden toegepast. Voor de toeristenbelasting willen wij hier vanaf wijken. Uit de benchmark van de tarieven van de toeristenbelasting met de omliggende gemeenten komt naar voren dat Barneveld het laagste tarief per overnachting heeft (€ 1,19). Gelet hierop stellen wij voor het tarief per overnachting aanvullend te verhogen naar € 1,35 per overnachting. Dit komt neer op een totale verhoging van 14% (inclusief inflatie). Daarnaast wordt begin volgend jaar nader onderzoek gedaan naar een vorm differentiatie die voor 2026 toegepast kan worden met als uitgangspunt een groei van het (hoogste)tarief naar € 1,50 per overnachting. Tevens zal voor komend jaar een actualisatie van de verordeningen forensen- en toeristenbelasting plaatsvinden die dit najaar ter vaststelling worden aangeboden.

Aanvullende toelichting op kostendekkendheid afvalstoffenheffing, rioolheffing en lijkbezorgingsrechten De hierboven genoemde afvalstoffenheffing, rioolheffing en lijkbezorgingsrechten zijn leges en heffingen die maximaal kostendekkend mogen zijn. Met de raad wordt een separaat debat gevoerd over de gemeentelijke heffingen. Hier maakt ook de kostendekkendheid van de leges onderdeel uit. Bij de Kadernota 2026 willen we een besluit nemen over hoe we structureel om willen gaan met de kostendekkendheid van leges en specifiek de toe te rekenen overhead. Om invulling te geven aan het in de Kadernota 2025 opgenomen Basispakket Plus doen we in deze Programmabegroting het voorstel in het jaar 2025 een overheadpercentage van 60% toe te passen en te beginnen met een inhaalslag bij de grafrechten. Overheadkosten zijn organisatiekosten gemaakt als ondersteuning van de uitvoering van taken in brede zin, niet gekoppeld aan een specifiek product. Het werkelijke overheadpercentage ligt rond de 80%. Door te streven naar een hogere kostendekkendheid en door het toepassen van een hoger overheadpercentage ontstaat er structurele financiële dekking voor concernlasten. Deze taakstelling is een voortvloeisel van het Rekenkameronderzoek naar heffingen en leges uit november 2023.

De effecten van het separate debat met de raad kunnen eventueel nog ingebracht worden bij de bespreking van de Programmabegroting 2025, maar zullen naar verwachting vooral leiden tot structurele afweging (of heroverweging) in de Kadernota 2026.

39

1.3 Tarieven en inkomsten Tarieven begrotingsjaar

2024

2025

Lastenstijging

Onroerende zaakbelastingen** - eigenaren woningen, in % van de waarde - eigenaren niet-woningen, in % van de waarde - gebruikers niet-woningen, in % van de waarde

€ 0,0744 € 0,2080 € 0,1641

€ 0,0842 € 0,2355 € 0,1858

13,2% 13,2% 13,2%

Afvalstoffenheffing - éénpersoonhuishoudens - meerpersoonshuishoudens

€ 200,70 € 334,50

€ 213,80 € 356,30

6,5% 6,5%

Rioolheffing - vastrecht tot 350 m3 afvalwater

€ 209,65

€ 224,35

7,0%

Hondenbelastingen - voor de 1e hond - voor de 2e hond - voor elke volgende hond - kennels

€ 55,75 € 77,25 € 95,50 € 133,00

€ 58,50 € 81,00 € 100,00 € 139,50

4,9% 4,9% 4,7% 4,9%

Toeristenbelasting - per overnachting - per seizoenplaats - per jaarplaats

€ 1,19 € 222,50 € 222,80

€ 1,35 € 252,45 € 252,75

13,4% 13,5% 13,4%

€ 222,50 € 222,50

€ 238,50 € 238,50

7,2% 7,2%

€ 1.090,00

€ 1.168,00

7,2%

€ 222,50

€ 238,50

7,2%

Tarieven lokale heffingen

Forensenbelasting - bij een WOZ-waarde van € 87.000 of minder - bij een WOZ-waarde van meer dan € 87.000 vermeerderd met 0,93% van het bedrag waamee de heffingsmaatstaf een bedrag van € 87.000 te boven gaat. Met dien verstande dat per woning een maximumbedrag geldt van: - voor woningen/onderkomens waarvoor geen waarde is vastgesteld op grond van de WOZ bedraagt het tarief:

**De Tarieven voorlopig verhoogd met 6% omdat de uitkomsten van de herwaardering nog niet beschikbaar zijn. Na de afronding van de jaarlijkse hertaxatie zal uiterlijk januari 2025 een voorstel worden gedaan om de tarieven voor 2025 definitief vast te stellen.

Inkomsten uit heffingen bedragen x € 1.000 Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen) 01. Onroerende zaakbelastingen woningen 02. Onroerende zaakbelastingen niet-woningen 03. Hondenbelasting 04. Toeristenbelasting 05. Forensenbelasting 06. Reclamebelasting Totaal Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen)

7.849 7.213 213 1.039 1.230 121 17.665

8.361 7.758 236 850 1.315 125 18.645

9.043 8.189 257 992 1.420 132 20.033

Rechten (Tariefsgebonden) 08. Rioolheffing 08. Rioolheffing - kwijtschelding 09. Afvalstoffenheffing 09. Afvalstoffenheffing - kwijtschelding 10. Begrafenisrechten 11. Parkeergelden 12. Parkeerboetes 13. Marktgelden 14. Leges burgerzaken 15. Leges Wabo vergunningen 16. Leges bestemmingsplannen 17. Overige leges Totaal Rechten (Tariefsgebonden)

5.686 - 128 6.719 - 167 821 807 129 34 788 3.407 983 218 19.299

6.032 - 125 6.961 - 155 851 718 103 36 1.364 3.266 1.097 202 20.349

6.420 - 125 7.772 - 170 1.158 718 103 46 1.297 2.489 1.097 202 21.008

Totaal lokale heffingen

36.964

38.994

41.041

Lokale heffingen

1.4 Kostendekkendheid

Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt hieronder een uitgebreidere kostendekkendheid weergegeven. Gerekend wordt met een opslag van de overhead ten opzichte van de salariskosten die toegerekend worden aan de betreffende heffing (60%). In de verzameltabel is de kostendekkendheid van de verschillende leges op hoofdlijnen weergegeven en een totaal kostendekkendheidspercentage (rekening houdend met de in deze programmabegroting voorgestelde tariefsaanpassingen).

40

Afvalstoffenheffing

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

bedragen x € 1.000 Begroting 2025

Begroting 2024 Bedrag

%

Bedrag

%

5.434 - 640 4.793

83% -10% 73%

6.070 - 586 5.484

77% -7% 70%

765 338 666 1.769

12% 5% 10% 27%

1.219 350 801 2.370

16% 4% 10% 30%

Totale kosten

6.562

100%

7.854

100%

Totale opbrengst heffing

6.429

Tekort Dekkingspercentage opbrengsten

- 132

Kosten Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten product Overhead Aandeel straatreiniging (m.i.v. 2025: 40%) BTW Toe te rekenen kosten product

7.772 - 81 98%

99%

Rioolheffing bedragen x € 1.000 Begroting 2025

Begroting 2024

Kostendekkendheid rioolheffing

Bedrag

%

Bedrag

%

4.369 - 44 4.326

79% -1% 78%

4.719 - 44 4.676

73% -1% 73%

649 306 230 1.185

12%

15%

4% 16%

954 525 272 1.752

4% 19%

Totale kosten

5.511

94%

6.428

92%

Totale opbrengst heffing

5.514

Kosten Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten product Overhead Aandeel straatreiniging (m.i.v. 2025: 60%) BTW Toe te rekenen kosten product

Overschot, te verrekenen met voorziening VGRP Dekkingspercentage opbrengsten

6.420

4

-8 100%

100%

Leges en heffingen bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Grafrechten Leges omgevingsvergunning Leges burgerzaken

Lasten Overhead taakveld incl. rente 6.070 4.719 1.703 6.058 1.506 20.057

1.569 1.480 464 1.476 809 5.797

BCF /BTW

Totaal lasten

Andere Leges inkomsten

801 272 1.073

8.440 6.471 2.167 7.534 2.315 26.927

7.772 6.420 1.157 3.586 1.297 20.233

586 44 1 250 881

Dekkings % 99% 100% 53% 49% 56% 78%

1.5 Lokale lastendruk

Om een indruk te krijgen van de 'lokale lastendruk' wordt berekend wat de huishoudens aan belasting moeten betalen. Daarbij wordt gekeken naar de voor huishoudens gebruikelijke heffingen: de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen wordt jaarlijks een atlas van de lokale lasten opgesteld. Deze atlas geldt voor de VNG als een officiële publicatie die de lokale lasten in beeld brengt. De bruto woonlasten van meerpersoonshuishoudens lopen, volgens de Atlas voor 2024, uiteen van € 675 tot € 1.988 per jaar. Landelijk gezien bevindt de gemeente Barneveld zich op plaats 112 (plaats 1 heeft de laagste woonlastendruk) van de 345 gemeenten en is Barneveld nog altijd een gemeente met een gemiddelde lastendruk.

41

Tabel lokale lastendruk

Lokale lastendruk

2024

2025

Lastenstijging (%)

Barneveld tarieven - Barneveld (meerpersoons huishoudens)

€ 940

€ 1.005

6,9%

€ 1.988 € 1.307

€ 2.057

3,5% 0,0%

Gemiddelde tarieven - Landelijk - Gelderland*

€ 994 € 997

€ 1.029

3,5% 0,0%

Laagste tarieven - Landelijk - Gelderland*

€ 675 € 679

€ 699

3,5% 0,0%

Hoogste tarieven - Landelijk - Gelderland*

Bron: COELO Atlas van de lokale lasten (www.coelo.nl/digatlas/index) * nog niet bekend

1.6 Kwijtschelding

Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslag van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de onroerendezaakbelasting. Bij de beoordeling van het verzoek vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau. Mensen die duurzaam een laag inkomen hebben en in aanmerking zijn gekomen voor kwijtschelding hoeven niet jaarlijks een nieuw verzoek om kwijtschelding in te dienen. Ieder jaar wordt onderzocht of hun aanslagen automatisch kunnen worden kwijtgescholden. Naar verwachting wordt er in 2024 ongeveer 750 keer geheel of gedeeltelijk kwijtschelding verleend tot een totaalbedrag van € 280.000. Voor 2025 wordt een lichte toename verwacht tot € 295.000

Tabel ontwikkeling kwijtschelding bedragen x € 1.000 Kwijtscheldingen Kwijtschelding rioolheffing Kwijtschelding afvalstoffenheffing Totaal

Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

- 128 - 167 - 294

- 125 - 155 - 280

- 125 - 170 - 295

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2.1 Inleiding

Informatie over het weerstandsvermogen is van belang om te weten of en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Deze tegenvallers kunnen incidenteel en structureel van aard zijn, maar hebben altijd invloed op de financiële positie van de gemeente. Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn, is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. De mate van flexibiliteit van de gemeentebegroting speelt een belangrijke rol bij de bepaling van het weerstandsvermogen: hoe snel kunnen tegenvallers worden opgevangen door ombuigingen van bestaand beleid, al dan niet in combinatie met belastingverhogingen? Ook de omvang van de vrij aanwendbare reserves is daarbij van belang. Vanuit het provinciaal toezicht zijn geen directe normen voor het weerstandsvermogen aangegeven; wel wordt bewaakt dat de algemene reserve een bepaalde minimumomvang heeft. Begrippenkader Onder het weerstandsvermogen wordt een kengetal verstaan, namelijk de verhouding tussen de direct beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit.

Weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit : benodigde weerstandscapaciteit.

Met de direct beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. Onder benodigde weerstandscapaciteit verstaan we alle risico’s waarvoor nog geen maatregelen zijn getroffen, die

42

van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Tot het treffen van dergelijke maatregelen behoren onder andere het instellen van voorzieningen, het afdekken van risicogebieden met verzekeringen of andere risicobeperkende acties.

2.2 Beleid

Eind 2020 is de Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2020-2024 geactualiseerd en daarin zijn de hoofdlijnen van beleid ongewijzigd. Het weerstandsvermogen wordt concernbreed twee maal per jaar bepaald, ten tijde van de begroting en de jaarrekening. Risico's en reserves zijn continu aan verandering onderhevig, zo is ook het weerstandsvermogen in deze paragraaf een momentopname. In de paragraaf weerstandsvermogen wordt er daarom gewerkt met streefwaardes en bandbreedtes in plaats van met exacte getallen. De bandbreedtes van het weerstandsvermogen zijn gehandhaafd als in onderstaande tabel.

Weerstands vermogen < 1,0

1,0 – 1,2 1,2 – 1,6 1,6 – 2,0 > 2,0

Effect

Maatregel

onder minimale College neemt maatregelen om binnen twee jaar > 1,0 te komen. Deze zijn streefwaarde gericht op het verlagen van de benodigde weerstandscapaciteit en/of het verhogen van de beschikbare weerstandscapaciteit. minimale college maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan. streefwaarde optimale n.v.t. bandbreedte maximale college maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan. streefwaarde boven n.v.t. maximale streefwaarde

2.3 Beschikbare weerstandscapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet-begrote kosten te dekken door structurele middelen vrij te maken. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. Binnen deze paragraaf houden wij slechts rekening met de incidentele weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel is een vergelijkend overzicht gegeven van de gerealiseerde/geprognosticeerde weerstandscapaciteit per periode . Algemene reserves (1) Voor de berekening van de weerstandscapaciteit worden alleen de vrij besteedbare reserves meegenomen. Deze vrij besteedbare reserves treffen wij aan bij de groep van algemene reserves. Voor de bestemmingsreserves geldt dat voor wijziging van de bestemming een raadsbesluit nodig is en er dus geen sprake is van een vrij besteedbare reserve. Voorzieningen zijn niet vrij besteedbaar en behoren daarom niet tot de weerstandscapaciteit. Stille reserves (2) Stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarden bij verkoop en de boekwaarden van de diverse activa. Hierbij kan worden gedacht aan panden, aandelen en bedrijfsmiddelen.

De directe opbrengstwaarde dient bekend te zijn en bovendien moeten de betreffende activa direct verkoopbaar of verhandelbaar zijn. Dit is met de gemeentelijke activa zelden het geval. Mede daarom zijn de stille reserves als een PM-post opgenomen.

Tabel weerstandscapaciteit bedragen x € 1.000 Prognose Begroting ultimo ultimo 2024 2025

Realisatie ultimo 2021

Realisatie ultimo 2022

Realisatie ultimo 2023

Beschikbare weerstandscapaciteit 1. Algemene reserves 2. Stille reserves Beschikbare weerstandscapaciteit

45.589 p.m. 45.589

34.743 p.m. 34.743

35.049 p.m. 35.049

39.895 p.m. 39.895

38.127 p.m. 38.127

Benodigde weerstandscapaciteit

22.600

29.900

38.400

38.100

38.100

2,02

1,16

0,91

1,05

1,00

Weerstandscapaciteit

Weerstandsratio

43

2.4 Benodigde weerstandscapaciteit

Voor de begroting 2025 zijn de risico’s onlangs geactualiseerd. Waar mogelijk zijn maatregelen getroffen om risico's te beperken. Vervolgens is er een risicosimulatie uitgevoerd. Deze risicosimulatie resulteerde in een een totaal risicobedrag van € 38,1 miljoen. Het benodigde weerstandsvermogen is iets afgenomen als bij de jaarverslaggeving 2023 (38,4 miljoen). De top tien van belangrijkste risico's is gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2023, zodat is het beschikbaar hebben van managementinformatie in de top 10 opgenomen en is het risico kosten jeugdhulp,WMO en participatie gestegen als gevolg van een hogere inschatting van het risico op stijging van de jeugdzorgkosten. De belangrijkste tien risico's (mix van omvang/geld en kans), in volgorde van grootte van impact zijn: 1. Onvoorziene risico's grondexploitaties (ruim 32 miljoen) De onvoorziene risico's grondexploitaties betreffen de onzekerheid over de ingeschatte te maken kosten en te verwachten opbrengsten (prijzen) van lopende grondexploitaties. 2. Juridische claims Met juridische claims wordt het risico bedoeld van (potentiële) claims die betrekking hebben op het niet nakomen van contracten. Hiervan is het verloop nog niet bekend. 3. Cyberrisico Het cyberrisico is het risico dat de digitale omgeving van de gemeente van buitenaf wordt aangevallen of stagneert. 4.

Kosten Jeugdhulp, WMO, Participatiewet nemen toe Hiermee wordt het risico bedoeld dat de kosten voor deze regelingen toenemen en niet in verhouding staan met de rijksmiddelen voor de voorzieningen 5. Stagneren uitvoeren taken als gevolg van arbeidsmarkt en transitie organisatie Dit is het risico dat de ambtelijke organisatie niet kan voldoen aan haar taken als gevolg van onderbezetting of inefficiëntie. 6. Beperkte netcapaciteit voor nieuwe nutsaansluitingen Dit is het risico dat geplande projecten van wegen, netcongestie niet of later doorgang vinden (nieuwbouw, renovatie en/of verduurzaming) 7. Exploitatie van maatschappelijke partners onder druk door economische ontwikkelingen Dit risico is dat door de economische situatie (o.a. inflatie, arbeidsmarkt, CAO stijgingen)maatschappelijke partners niet meer kunnen voldoen aan hun taken met het risico minder toegang voor inwoners. 8. Beheerkwaliteit nieuwe wijken blijft achter Hiermee wordt het risico bedoeld dat voor nieuwe wijken extra beheerkosten moeten worden gemaakt als gevolg van de opgeleverde kwaliteit van de eerste aanleg. 9. Instroom statushouders Hiermee wordt het risico benoemt dat door instroom van statushouders is er meer druk op de woningmarkt komt en er meer gebruik gemaakt wordt van de voorzieningen binnen het Sociaal Domein. 10.

Beschikbaarheid (management)informatie Door onvoldoende beschikbaarheid van (management)informatie niet op tijd kunnen (bij)sturen. De risico’s van verbonden partijen zijn in paragraaf 6 in beeld gebracht.

2.5 Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen

=

38.127 / 38.100 = 1,00

Het weerstandsvermogen komt uit op een factor van 1,00. Dit is net onder de optimale bandbreedte (1,2 - 1,6), maar wel binnen de minimale streefwaarde. Met het oog op het verwachte positieve resultaat 2024 (Tweede Tussenrapportage 2024) doen we in deze programmabegroting nog geen voorstel om de algemene reserve aan te vullen. Bij het opstellen van de nieuwe Nota reserves en voorzieningen en de Nota risicomanagement en weerstandsvermogen in 2025 nemen we een meerjarige analyse mee bij de vorming van (nieuw) beleid. Het weerstandsvermogen moet mede worden beoordeeld in het licht van de solvabiliteit. De beschikbare weerstandscapaciteit maakt hier onderdeel van uit. De solvabiliteit (zie paragraaf 2.6) bevindt zich boven de minimale streefwaarde. Gezien het weerstandsvermogen precies op de minimale streefwaarde zit is het bij aanvullende (niet-begrote) besluiten met financiële consequenties verstandig af te wegen wat de impact is op o.a. het weerstandsvermogen gezien verdere onttrekkingen uit de algemene reserve het weerstandsvermogen laten dalen onder deze minimale streefwaarde.

2.6 Balansprognose en financiële kengetallen

In de begroting en overige P&C documenten wordt aandacht besteed aan balansratio's. Dit zijn verhoudingsgetallen op basis van de balans en/of exploitatietotalen. De begroting bevat ook een balansprognose en kengetallen welke zijn opgesteld conform de voorgeschreven

44

berekeningssystematiek. De gegevens zijn geactualiseerd en aangesloten op de stand van de jaarrekening 2023 en het meerjarenperspectief binnen de exploitatiebegroting.

Meerjarenbalans bedragen x € 1.000 Prognose meerjarenbalans Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa Vlottende activa Voorraden Vorderingen Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa

RealisatiePrognoseBegroting Ultimo Ultimo Ultimo 2023 2024 2025 1.080 1.080 277.742 317.606 14.290 13.970 293.112 332.656

MJR Ultimo 2027

MJR Ultimo 2028

1.080 1.080 1.080 1.080 345.024 387.912 405.161 403.298 13.650 13.330 13.010 12.690 359.754 402.322 419.251 417.068

56.637 23.153 350 17.661 97.801

54.780 39.850 17.996 4.761 23.153 23.153 23.153 23.153 351 350 350 351 17.661 17.661 17.661 17.661 95.945 81.015 59.161 45.926

Totaal activa

387.956 430.457

455.699 483.336 478.412 462.994

Vaste passiva Eigen vermogen Reserves Onverdeeld resultaat

113.939 127.172 21.093 2.684

124.962 124.273 124.567 125.739 3.140 1.658 1.164 228

Vreemd vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Totaal vaste passiva

12.712 13.416 189.779 217.044 337.523 360.316

8.914 8.494 7.215 6.744 253.541 288.769 290.324 277.957 390.558 423.195 423.270 410.668

Vlottende passiva Kortlopende schulden Liquide middelen Overlopende passiva Totaal vlottende passiva Totaal passiva

49.791 27.383 9 17.661 94.844

MJR Ultimo 2026

24.238 293 25.903 50.434

29.238 40.903 70.141

29.238 29.238 29.238 26.423 35.903 30.903 25.903 25.903 65.141 60.141 55.141 52.326

387.957 430.457

455.699 483.336 478.411 462.994

In bovenstaande balans wordt een verkorte omschrijving gebruikt voor de diverse posten. De terminologie volgens BBV is als volgt: Balanspresentatie: - Vorderingen (activa) - Langlopende schulden (passiva) - Kortlopende schulden (passiva) - Liquide middelen (passiva)

Terminologie BBV: - Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Banksaldi (deze zijn onderdeel van de netto-vlottende schulden)

Toelichting meerjarenbalans

Voor het opstellen voor de prognose van de meerjarenbalans zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - materiële vaste activa: hierin is een toename opgenomen op basis van het onderhanden werk 2024 en het 'Meerjaren Investeringsplan 2025-2028' en een afname op basis van de vaste, toekomstige afschrijvingen; - financiële vaste activa: er is een inschatting gemaakt op hoofdlijnen, dit op mede op basis van gemaakte afspraken en het historisch verloop van de portefeuille; - voorraden (grondvoorraad): zijn gebaseerd op het actuele Meerjarenplan Grondexploitaties (MPG).; - reserves en voorzieningen: voor vaste en incidentele stortingen/onttrekkingen zijn nieuwe inschattingen gemaakt (details in 'Bijlage 1. Reserves en voorzieningen'); - onverdeeld resultaat: is gelijk aan de exploitatiebegroting 2025 en de meerjarenraming voor 2026/2028. - langlopende schulden: het verloop is gebaseerd op de huidige vaste leningenportefeuille en op basis van een inschatting van aan te trekken nieuwe geldleningen (financieringsbehoefte). - kortlopende schulden: het verloop is gebaseerd op de huidige korte leningenportefeuille, de vermindering van het saldo in 2028 gedreven door positieve cashflow 2028, per boekjaar blijft het totale saldo binnen de kasgeldlimiet.

Financiële kengetallen

Bij het beoordelen van de hoogte en de ontwikkeling van de ratio’s moet gekeken worden naar de samenhang tussen ratio’s en ontwikkeling ervan in de tijd. De uitkomst van een individuele ratio biedt een beperkt inzicht. Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de schuldenlast en de inkomsten. Op basis van de score kan een oordeel worden gevormd in hoeverre het inkomen van de gemeente toereikend is om de aan de schuldverplichtingen te voldoen. Als streefwaarde hanteert de VNG een netto schuldquote van 130% als bovengrens. Gecorrigeerde netto schuldquote De effectieve netto schuldquote is de netto schuldquote minus uitleenquote (verstrekte

45

geldleningen). Kengetal grondexploitatie Het totaal van voorraad bouwgrond (in exploitatie genomen gronden en niet in exploitatie genomen gronden) afgezet tegenover de inkomsten van de gemeente. Hoe lager het percentage, hoe beter. Solvabiliteit Het procentuele aandeel van het eigen vermogen op het totaal van het vermogen. Deze ratio geeft aan in hoeverre een organisatie op de lange termijn aan financiële verplichtingen kan voldoen. De algemeen gehanteerde streefwaarde is minimaal 20% (eigen vermogen/totale vermogen), maar liever meer dan 30% (streefwaarde). Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is het structurele exploitatieresultaat uitgedrukt in de totale baten voor de mutatie op reserves. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft aan hoeveel een gemeente zijn inkomsten kan verhogen bij een slechtweerscenario. Daartoe worden de gemiddelde woonlasten (OZB, riool en afvalstoffenheffing) van de gemeente vergeleken met het landelijk gemiddelde. Als de gemeentelijke gemiddelde woonlasten onder het landelijk gemiddelde liggen is er ruimte aanwezig om tarieven te verhogen, uiteraard voor zover de kostenonderbouwing bij de riool- en afvalstoffenheffing dit toelaten.

Toelichting financiële kengetallen

De kengetallen zijn tot stand gekomen op basis van de gegevens uit de jaarrekening 2023, begrotingsjaar 2024, begrotingsjaar 2025 en de meerjarenbegroting 2026/2028.

46

1a. Netto schuldquote De schuldquote stijgt met name door de stijging in de investeringsvolumes. Hierdoor is ook een verhoging van het vreemd vermogen noodzakelijk. In de prognose meerjarenbalans is een stijging voorzien van de langlopende en kortlopende geldleningen. 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit kengetal geeft het effect aan als alle aan derden verstrekte leningen buiten beschouwing worden gelaten. Dit kengetal laat dezelfde trend zien als de netto schuldquote. 2. Solvabiliteit De solvabiliteit neemt jaren licht af van 35% in 2023 (realisatie) naar 28% in begroting 2025, in de meerjarenraming zit de waarde gemiddeld op 27%. De waardes in begroting 2025 en de meerjarenraming zijn allen boven de minimale streefwaarde van 20%. 3. Kengetal Grondexploitatie Kengetal 'Grondexploitatie' laat eerst een stijging zien, van 23% in 2023 (realisatie) naar 31% in begroting 2024. Vervolgens zal dit kengetal licht dalen naar 29% in 2025. Vanaf 2025 is er sprake van een dalende trend wat zorgt voor kengetal waarde: 23% in 2026, 10% in 2027 en uiteindelijk 3% in 2028. Dit wordt veroorzaakt doordat de komende jaren diverse voorraden bouwgrond in exploitatie afgesloten zullen worden. 4.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In 2025 heeft het kengetal een waarde van 2,4% welke in de meerjarenraming zakt naar gemiddeld 0,6%. 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit laat de ontwikkeling van de lokale belastingen en heffingen voor een gemiddeld gezin zien afgezet tegen de gemiddelde belastingdruk van gemiddeld Nederland. Bij een score onder de 100% is de belastingdruk lager dan gemiddeld Nederland. In begroting 2025 ligt gemeente onder het landelijk gemiddelde. De stijgingen in de meerjarenraming zijn gebaseerd op constante prijzen en laten de verwachte stijging zien zonder rekening te houden met inflatie. Geraamde landelijke gemiddeldes voor begrotingsjaar 2026 en verder zijn niet beschikbaar en daarom constant gehouden aan 2025.

47

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.1 Inleiding

Het onderhoud van kapitaalgoederen heeft een groot effect op de begroting. Deze kapitaalgoederen zijn ingedeeld in de volgende categorieën: wegen, riool, groen, gebouwen en water. Deze paragraaf behandelt het beleidskader, de beheerplannen en de financiële gevolgen daarvan. De gemeenteraad stelt in de beheerplannen de kaders vast voor het onderhoud van de kapitaalgoederen. Het onderhoudsniveau en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn cruciaal voor het niveau van voorzieningen en de jaarlijkse kosten. Door de programmabegroting goed te keuren, geeft de raad het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om uitgaven te doen uit de onderhoudsvoorzieningen.

3.2 Wegen

Beleidskader

Doel: Wat willen we bereiken en binnen welke kaders? Het beleidskader is bepaald in de Beleidsvisie beheer en onderhoud wegen 2017-2026. Het voornaamste doel is het bereiken van een gemiddeld kwaliteitsniveau Basis voor veilig begaanbare wegen. Op dit moment zijn we nog niet op het gewenste kwaliteitsniveau, maar we komen wel dichterbij. In november 2022 is het Beheerplan wegen 2023-2027 goedgekeurd, waarin de aanpak om dit gemiddelde kwaliteitsniveau Basis te bereiken is uitgewerkt. Inhoud: wat gaan we doen om het gewenste kwaliteitsniveau te bereiken? Het beheer van de gemeentelijke wegen bestaat uit: Kleinschalig onderhoud om onveilige situaties te voorkomen en te verhelpen. Grootschalig onderhoud om de wegen in stand te houden. Elk jaar stelt het college een uitvoeringsplan voor groot onderhoud vast, dat ter informatie aan de raad wordt voorgelegd. Investeringen voor het vervangen van verouderde wegen, Levensduurverlengend Onderhoud (LVO) en de aanleg van bermbeton. De realisatie hiervan gebeurt zoveel mogelijk binnen projecten. Elk jaar stelt de raad een uitvoeringsplan voor investeringen vast. Monitoren kwaliteitsontwikkeling Om het jaar wordt een rapportage kwaliteitsontwikkeling door het college vastgesteld en ter informatie voorgelegd aan de raad. Hierin staat het actuele kwaliteitsniveau van de gemeentelijke wegen en de verhouding tot de voorgaande kwaliteitsmeting.

In de jaren daartussen wordt een prognose gegeven van de verwachte kwaliteitsontwikkeling. Financiën: hoe vindt de financiering plaats? Kleinschalig onderhoud direct vanuit de exploitatie; Grootschalig onderhoud via een structurele stortingen/onttrekkingen vanuit de exploitatie in de voorziening onderhoud wegen, gebaseerd op het Beheerplan wegen. Vanaf de begroting 2025 is een extra storting van structureel € 50.000 opgenomen, zodat de voorziening van voldoende omvang blijft. Investeringen via het Meerjaren Investeringsplan (MIP). Per investering (project) is een krediet beschikbaar. Risico's Financiën: per 1 januari 2025 geldt een nieuwe richtlijn voor het gebruik van lage temperatuur asfalt. Waarschijnlijk stijgt hierdoor de kostprijs van asfalt. Daarnaast zijn ook andere onvoorziene prijsstijgingen denkbaar. Capaciteit: door de krappe arbeidsmarkt is het lastig om goed personeel te werven en vast te houden. Tijd: steeds meer invloed door andere projecten/wegwerkzaamheden (ook die van andere wegbeheerders), waarbij gelijktijdige uitvoering niet mogelijk is. Daarnaast de beperktere periode van uitvoering door de nieuwe richtlijn voor lage temperatuur asfalt. Het advies is dit asfalt na oktober niet meer te verwerken. Voorheen werd asfalt tot eind december verwerkt.

Bereikbaarheid: door het toenemend aantal projecten/wegwerkzaamheden en de toename van de verkeersintensiteit (Barneveld groeit) wordt het bereikbaarheid houden van de gemeente Barneveld steeds lastiger.

Voorziening groot onderhoud wegen bedragen x € 1.000 Voorziening Groot onderhoud wegen Stand per 1 januari Toevoeging

Begroting 2025

MJR 2026

MJR 2027

MJR 2028

2.222 2.581

1.399 2.756

751 2.931

278 3.106

48

Onttrekking Stand per 31 december

- 3.404 1.399

- 3.404 751

- 3.404 278

- 3.404 - 20

3.3 Riool

Beleidskader Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026 is de uitwerking van de verplichting vanuit de Wet Milieubeheer om de water- en riooltaken en de financiering hiervan vast te leggen. De kern van het GRP is de uitwerking van de gemeentelijke zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast is er extra aandacht voor oppervlaktewater, klimaatadaptatie, duurzaamheid en samenwerking. Jaarlijks wordt via het MIP en het bijbehorende uitvoeringsplan een overzicht aan de raad gegeven van de uit te voeren activiteiten en maatregelen.

Financiële consequenties Inkomsten en uitgaven voor riolering worden toegelicht in programma 3 Woon- en Leefomgeving. Alle uitgaven voor de riolering mogen worden doorberekend in de rioolheffing. De begrote inkomsten en uitgaven voor de riolering zijn met elkaar in evenwicht. Een eventueel voor- of nadeel in een jaar wordt verrekend via de voorziening riolering. Voorziening riolering GRP bedragen x € 1.000 Voorziening riolering GRP Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december

Begroting 2025

MJR 2026

MJR 2027

MJR 2028

2.860 -8 2.852

2.852 -8 2.843

2.843 -8 2.835

2.835 -8 2.827

3.4 Groen

Beleidskader

Bomenbeleidsplan: In 2024 zijn we gestart met het opstellen van een Bomenbeleidsplan. Het bevat het beleid rond bomen, het behouden, beschermen en ontwikkelen van (waardevolle)bomen en boomstructuren en het beheer/ onderhoud van bomen. Barneveld wil haar bomen graag op een goede en toekomstgerichte manier beheren om op die manier bomen te behouden. Daarnaast bestaat de wens tot het investeren in herplant en nieuwe aanplant van bomen. Om dit te bereiken, is een heldere visie nodig waarbij we 50 jaar vooruit kijken. Voor het opstellen van dit plan is extra capaciteit gevonden. In het plan van aanpak staat dat de raad in 2025 een visie wordt voorgelegd. Op dit moment heeft de gemeente Barneveld 34.000 bomen in beheer. Dit is exclusief particuliere bomen en bomen in (gemeentelijke) bossen. Na het opstellen van de visie zal gewerkt worden aan het beheerplan. Vooruitlopend hierop is vastgesteld dat er beheerachterstanden zijn. Om die weg te werken zijn er beleidstoevoegingen gedaan voor 2025 en 2026. In het meerjareninvesteringsprogramma zijn verschillende uitbreidingen en vervangingen van het boombestand opgenomen. Biodiversiteit: Als onderdeel van het beheer van het gras willen we biodiversiteit bevorderen. Dat doen we door een steeds groter areaal minder frequent te maaien. 3.5 Gebouwen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=8f06ef2b-4ce1-415c-9ce3-993736ac2640