Programmabegroting 2025
Tekst van het document
Beleidskader Het bezit van vastgoed is geen doel op zichzelf. Het vastgoed dat de gemeente bezit en/of beheert moet een maatschappelijk of strategisch doel dienen, zoals gebiedsontwikkeling. Het dient om gemeentelijke taken en doelen te bereiken. Strategisch vastgoedbeleid dient om de vraag naar ruimte vanuit de verschillende beleidsvelden en het aanbod vanuit het gemeentelijke vastgoed zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen, waarbij we rekening houden met bestaand beleid en geldende wet- en regelgeving op bijvoorbeeld het gebied van duurzaamheid. In 2024 is de start gemaakt van strategisch vastgoedbeleid. Dit vormt het kader van de verschillende integrale huisvestingsplannen (onderwijs, binnensport, buitensport, cultuur en dorps- en buurthuizen). Het strategische vastgoedbeleid en de integrale huisvestingsplannen worden in 2025 aan de gemeenteraad voorgelegd.
Technisch beheer Door goed onderhoud, en rekening houdend met de technische kwaliteitsaspecten voor veiligheid & gezondheid, wordt de levensduur verlengd en de waarde van het vastgoed geborgd. Technisch onderhoud is dan ook een kerntaak van het team Vastgoed. Wanneer we spreken over technisch
49
onderhoud wordt het onderscheid gemaakt tussen: 1- Planmatig onderhoud (ook wel ‘meerjarig onderhoud’) 2- Niet planmatig onderhoud (ook wel ‘jaarlijks onderhoud’), dit betreft correctief, preventief en dagelijks onderhoud Het minimale onderhoudsniveau voor het gemeentelijk vastgoed is conditiescore 3 uit de NEN2767. Dit is het laagste onderhoudsniveau waarbij er geen achterstallig onderhoud optreedt.
Rapportage planmatig onderhoud De rapportage planmatig onderhoud 2024-2043 geeft een prognose van de benodigde financiële middelen voor het uitvoeren van het meerjarig onderhoud. Hierbij zit jaarlijks een actualisatie van de uit te voeren onderhoudswerkzaamheden. Daarnaast worden mutaties op het gebouwenbestand, de gewijzigde wetgeving en de meest omvangrijke werkzaamheden toegelicht. Het efficiënt uitbesteden van planmatige onderhoudswerkzaamheden is een doorlopend aandachtpunt. Met het aanvullend beschikbaar gestelde budget door de raad voor de 1e fase verduurzamen en de financiële middelen uit het meerjarig onderhoud, wordt op logische vervangingsmomenten de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed uitgevoerd. Dit volgens de landelijke richtlijn en de aanvullende doelstellingen van Barneveld. Door de verduurzamingsmaatregelen op te nemen in het MJOP wordt in de toekomst gewerkt naar een (D)MJOP. Ook wordt onderzocht in hoeverre onderdelen van klimaat adaptief bouwen kunnen worden meegenomen bij het uitvoeren van technisch onderhoud. Bij de keuze voor het wel of niet uitvoeren van planmatig onderhoud wordt rekening gehouden met de termijn waarop het vastgoedobject in de toekomst nog in gebruik zal zijn.
Vastgoedportefeuille De gemeente Barneveld heeft medio 2024 140 maatschappelijke vastgoed (deel)objecten, waarvan voor 55 (deel)objecten het juridisch eigendom is overgedragen aan scholen, buurthuizen of verenigingen. Voor 85 (deel)objecten wordt het planmatig onderhoud gedekt uit de Voorziening Onderhoud Gebouwen. Dit betreft objecten voor onder andere gemeentelijke diensten, kleedruimten op buitensportcomplexen, binnensportaccommodaties, zwembaden, de Veluwehal, buurthuizen, opstallen bij begraafplaatsen, monumentale kerktorens, parkeergarage (Transferium Noord) en brandweergarages waaronder het hulpverleningscentrum. Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen bedragen x € 1.000 Voorziening Onderhoud gemeentelijke gebouwen Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december
Begroting 2025
MJR 2026
MJR 2027
MJR 2028
4.976 1.641 - 5.292 1.325
1.325 1.641 - 1.428 1.538
1.538 1.641 - 2.463 716
716 1.641 - 1.830 527
De Voorziening Onderhoud Gebouwen zorgt voor de dekking van de kosten over de komende 20 jaar, 2024-2043. In lijn met de bepalingen uit de Nota reserve en voorzieningen, wordt over de eerste 10 jaar een dekking van 100% aangehouden en voor de volgende jaren een dekking van 75%. Jaarlijks wordt getoetst of de voorziening voldoende is om het toekomstige planmatige onderhoud te dekken. Op basis van het uitvoeringsplan per object wordt bepaald welke onderhoudsactiviteiten de komende 20 jaar uitgevoerd gaan worden. Deze onderhoudsplanning wordt jaarlijks geactualiseerd. De jaarlijkse kosten van de uit te voeren activiteiten vormen de onttrekking aan de voorziening. Op basis van de onttrekkingen en de stand van de voorziening per 1-1 wordt bepaald welke jaarlijkse storting minimaal benodigd is om te voldoen aan de gestelde norm. Op basis van de actuele onderhoudsplannen (prijspeil 2024) is de verwachting dat er de eerstvolgende 10 jaar onvoldoende financiële middelen zijn ter dekking van het planmatig onderhoud. Er wordt een extra storting in de voorziening gedaan van jaarlijks € 200.000 om te voldoen aan de uitgangspunten van de nota reserves en voorzieningen.
3.6 Water
Beleid Het onderdeel water omvat onder meer beheer en onderhoud van afkoppelvoorzieningen (deze voorzieningen zorgen er voor dat regenwater niet in het riool terecht komt maar in de bodem zakt), ecozones, moerassen, sloten, paddenpoelen én oppervlaktewater(bodems). Ook het onderhoud aan civieltechnische water gerelateerde werken, zoals beekriolen, duikers, beschoeiingen en fonteinen hoort in deze categorie. De ambitie is: het watersysteem op orde brengen en houden; met de (water)partners de water gerelateerde opgaven oplossen door zoveel mogelijk voor ruimtelijke oplossingen te kiezen waarbij het water tegelijk een rol kan spelen in het vergroenen en verkoelen van de stad. Samen met het waterschap wordt gewerkt aan een verdere verduurzaming van de afvalwaterketen. Een reguliere taak is het dagelijks beheer en groot onderhoud van de riolering door vervanging en reparatie. Binnen het programma worden diverse projecten uitgevoerd. De belangrijkste zijn: maatregelen
50
tegen wateroverlast, waterkwaliteitsmaatregelen, groot onderhoud en verbeteringen in de riolering, beekherstel en diverse afkoppel projecten. Financiën Het beheer van de oppervlaktewater(bodems) wordt nu nog projectgewijs vormgegeven en wordt, na deze inhaalslag, omgevormd tot een systematische aanpak.
51
Paragraaf 4 Financiering 4.1 Inleiding
Onder financiering wordt het aantrekken van geldleningen verstaan. Behalve voor investeringen wordt er geld aangetrokken (of uitgezet) voor de exploitatie. Als de inkomsten van de gemeente (vanuit de algemene uitkering en de belastingen) niet gelijk lopen met de uitgaven wordt er zogenoemd 'kort geld' aangetrokken. Dit zijn geldleningen met een looptijd die korter is dan één jaar. In de meeste gevallen wordt een kasgeldlening met een looptijd van één of enkele maanden aangetrokken. Conform het treasurystatuut worden in deze paragraaf de kansen en risico’s rond financiering in beeld gebracht. Om de financieringsbehoefte zo goed mogelijk in te schatten wordt een liquiditeitsprognose gemaakt die in de reguliere processen wordt ingebed.
4.2 Beleid
In 2018 is het treasurystatuut voor het laatst geactualiseerd. De actualisatie betrof wijzigingen vanuit gewijzigde wet- en regelgeving en aansluiting bij de actuele inrichting van de treasuryorganisatie. De eerstvolgende actualisatie start in het najaar 2024 en de vaststelling is gepland voor 2025. Een algemeen uitgangspunt voor de treasury is om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Uiteraard passend binnen de kaders die in het treasurystatuut staan, die weer gebaseerd zijn op onder andere de Wet Fido. Bij het aantrekken of uitzetten van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen bij het oversluiten (consolideren) van kasgeldleningen. Daarom worden vaste geldleningen voor (grote) investeringen aangetrokken op momenten dat de rente gunstig is en wordt het tijdelijk overschot aan liquide middelen zo beperkt mogelijk gehouden. In het kader van het schatkistbankieren bij het ministerie van Financiën zijn met de bank afspraken gemaakt voor het dagelijks afromen van overbodige saldi op de rekeningen-courant bij de bank. Overtollige middelen dienen verplicht te worden aangehouden op de rekening schatkistbankieren. Wij ontvangen een rentevergoeding van het Rijk die is gebaseerd op de depositorente van de ECB. De rentevergoeding is nooit negatief, ook niet als het Rijk met een negatieve rente wordt geconfronteerd.
4.3 Financiële aspecten
De rentevisie is gebaseerd op de actuele ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de renteprognose en berichtgeving van een aantal banken. De tijd van de lage, zelfs negatieve rentes, is voorbij. Om de hoge inflatie te beteugelen worden momenteel door de ECB meerdere renteverhogingen in korte tijd doorgevoerd. Onzeker is tot welk niveau. Het gemiddelde gewogen rentepercentage van de langlopende leningen zal naar verwachting in 2025 rond de 2,25% liggen. Dit is gebaseerd op de huidige leningenportefeuille plus de nieuw aan te trekken leningen. Dit percentage is vergelijkbaar met 2024. Voor 2025 is uitgegaan van een aanvullende langlopende financiering van € 55 miljoen (zie de tabel financieringsbehoefte). Daarnaast is er rekening gehouden met het aantrekken van een kasgeldlening van € 12 miljoen en een kortlopende lening in het eerste halfjaar van € 10 miljoen. Na renteopbrengsten op uitstaande geldleningen en het saldo schatkistbankieren komen we op een omslagrentepercentage van 1,5%. Het omslagpercentage is bepalend voor de berekening van de kapitaallasten en vanaf 2025 ook voor de rentetoerekening aan de grondexploitaties.
In 2023 heeft de commissie BBV een nieuwe Notitie rente uitgebracht waaruit volgt dat vanaf 2025 de eerder geldende afwijkende rentetoerekening voor grondexploitaties komt te vervallen en vanaf dan de reguliere renteomslagberekening gehanteerd moet worden. Het hieronder opgenomen renteschema is hierop aangepast (advies uit de Notitie rente 2023 van de commissie BBV). De toerekening aan facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) is nog wel separaat in het renteschema opgenomen, omdat hiervoor volgens de Omgevingswet nog wel een ander rentepercentage moet worden gehanteerd. In de begroting 2025 is echter geen sprake van renteopbrengsten voor facilitaire grondexploitaties
Renteschema bedragen x € 1.000 Begroting 2025
Renteschema a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering b. Externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten
(-) (+)
- 6.262 743 - 5.519
52
c1. Rente die aan de facilitaire grondexploitatie (kostenverhaal) moet worden doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
(+)
-
(+)
-
(-)
-
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen (contante waarde)
- 5.519 (-) (-)
-
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
- 5.519 (-)
6.277
f. Renteresultaat op het taakveld treasury
758
Financieringsbehoefte bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte
Begroting 2025
Stand van de opgenomen leningen per 1 jan. Aflossingen in de loop van het jaar Aan te trekken nieuwe leningen Stand van de opgenomen leningen per 31 dec.
217.044 18.930 55.427 253.541
4.4 Risicobeheer
In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). Renterisico’s kunnen ook met behulp van derivaten afgedekt worden, maar de gemeente Barneveld maakt hier geen gebruik van. Daarnaast kan nog sprake zijn van een kredietrisico van aan derden verstrekte leningen. Renterisiconorm Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is dat gemeenten in geval van herfinanciering en renteherziening van geldleningen hun leningenportefeuille zodanig spreiden dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid. De renterisiconorm geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente. De renterisiconorm wordt afgezet tegen de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen. De renterisiconorm bedraagt in 2025: € 191,8 miljoen (omvang begroting 2025 incl. mutatie reserves)) x 20% € 38,4 miljoen en moet afgezet worden tegen onze aflossingen van circa € 23,7 miljoen. Bij deze aflossingen houden we rekening met de aflossingen op de bestaande portefeuille en de verwachte aflossingen op nieuw af te sluiten leningen. Onze gemeente blijft in 2025 binnen de norm. Ook de komende jaren blijven wij binnen de norm.
Bij nieuw af te sluiten leningen kunnen wij hier indien nodig nog nader op te sturen als onderdeel van onze treasuryfunctie door leningen met langere looptijden af te sluiten. De keuze voor een bepaalde looptijd hangt, binnen de kaders van het Treasurystatuut, af van de verwachte benodigde duur van de financieringsbehoefte, actuele rente, renterisiconorm waarbij we uiteraard ook naar de langere termijn kijken.
bedragen x € 1.000 Begroting 2025
MJR 2026
MJR 2027
MJR 2028
Renterisico op vaste schulden Renteherziening o/g Renteherziening u/g Netto saldo herziening Aflossingen Renterisico vaste schulden (3+8)
23.668 23.668
29.163 29.163
27.752 27.752
28.697 28.697
Toegestane renterisiconorm Omvang begroting (= grondslag) Renterisiconorm (in % van de grondslag) Minimumbedrag (wettelijk bepaald) Toegestane renterisiconorm
191.810 20,0% 2.500 38.362
180.629 20,0% 2.500 36.126
180.850 20,0% 2.500 36.170
183.889 20,0% 2.500 36.778
14.694
6.963
8.418
8.081
Renterisico
Toets renterisiconorm Onderschrijding renterisiconorm Overschrijding renterisiconorm
Kasgeldlimiet
Om het risico van kortlopende financiering te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgesteld. De kasgeldlimiet is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting. Zodra de kortlopende financiering (rekening-courant en kasgeldleningen) boven
53
dit bedrag uitkomt dient de gemeente over te gaan tot consolidatie. De kortlopende schuld kan dan omgezet worden in een langlopende geldlening (zodat de rente alsnog 'vast' komt te staan). In 2025 blijven we onder de kasgeldlimiet van circa € 16 miljoen. Gedurende het jaar verwachten wij wel fluctuaties in de stand. Dit heeft, naast een onvermijdbare ongelijke verdeling over het jaar van uitgaven en inkomsten, vooral te maken met de teruggave uit het BTWcompensatiefonds over het afgelopen jaar die rond 1 juli plaatsvindt (tot die tijd zijn wij compensabele btw aan het voorfinancieren).
bedragen x € 1.000 Kasgeldlimiet Netto vlottende schuld Omvang vlottende schulden - Bankschulden - Kasgeldleningen (looptijd < 1 jaar) Omvang vlottende schulden Omvang vlottende middelen - Liquide middelen - Overige uitstaande gelden (looptijd < 1 jaar) Omvang vlottende middelen Netto vlottende schuld Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting (=grondslag) Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) Toegestane kasgeldlimiet Toets kasgeldlimiet Onderschrijding Overschrijding
Begroting 2025
17.000 17.000
351 10.632 10.983 6.017
191.810 8,5% 16.304
10.286
4.5 Garantieverplichtingen
De gemeente verstrekt geen garanties, tenzij de gemeenteraad besluit om hiervan af te wijken. Dit kan de raad doen om een publiek doel te dienen, waarbij aan randvoorwaarden wordt voldaan. De mogelijkheden om deze garanties af te geven, bepaald in de wet Fido en het treasurystatuut, zijn beperkt. In 2010 is in de nota Garantstellingen uitgewerkt welke beleidsregels hierbij gehanteerd worden.
Ontwikkeling garantstellingen Per 1 januari 2024 staat de gemeente Barneveld garant voor een bedrag van € 96 miljoen. Een forse daling wordt voorzien vanaf 2025 door het wegvallen van de garantstelling voor de vernieuwbouw van het Johannes Fontanus College. Overige dalingen worden veroorzaakt door de aflooop van ca. € 0,5 miljoen per jaar op de garantstellingen als gevolg van aflossingen op de onderliggende leningen. Waarborgfonds Sociale Woningbouw De achtervangpositie van de gemeente in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw vormt, samen met het aandeel van het Rijk, de derde zekerheid in de achtervangstructuur. De zekerstellingen zijn namelijk als volgt georganiseerd: de eerste zekerheid zijn de financiele middelen van de woningbouwcorporatie zelf. De tweede zekerheid bestaat uit de borgstellingreserve van het waarborgfonds. En als derde en laatste staan de overheden garant. Onderstaand is in grafiekvorm het globale verloop van de garantstellingen weergegeven voor de komende jaren. Uiteraard is deze grafiek een momentopname, omdat (zeker vanuit het Waarborgfonds Sociale Woningbouw) de kans aanwezig is, dat er nieuwe garantstellingen zullen ontstaan.
Verloop garantstellingen
Paragraaf 5 Grondbeleid 5.1 Inleiding
54
Inleiding In de huidige Nota Grondbeleid staan de kaders waarbinnen de gemeente werkt. Actief en behoedzaam zijn daarin de kernbegrippen. Dat betekent dat de gemeente enerzijds zelf ontwikkelt maar ook ruimte biedt aan zelfrealisatie door derden en deze faciliteert. Om sturing te kunnen geven aan de gewenste invulling van projecten en waar mogelijk te kunnen delen in de winsten van ontwikkelingen, blijven eigen grondposities voor de gemeente van belang. De baten en lasten van de gemeentelijke grondexploitaties worden verantwoord onder programma 2 en 3 (respectievelijk Bedrijvigheid en Bereikbaarheid en Woon- en leefomgeving). Een nadere toelichting is opgenomen in de actuele Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG 31 december 2023). Een grondexploitatie wijkt qua systematiek duidelijk af van de overige producten in het ‘gemeentelijke huishoudboekje’. Toekomstige lasten en baten op het project worden meegenomen in een saldo op eindwaarde. De baten en lasten worden geactiveerd en in de balans opgenomen onder ‘voorraden’. De afgelopen jaren zijn diverse projecten waar de gemeente zelf gronden in eigendom heeft verder ontwikkeld en in uitvoering genomen. Woningbouwlocatie Bloemendal neemt hierbij een belangrijke plaats in.
Ontwikkelingen / toekomstperspectief Na de bijzondere ontwikkelingen in 2022 (onder andere energiecrisis, oorlog in Oekraïne, forse prijsstijgingen, omslag woningmarkt) was er in 2023 nog steeds onzekerheid hoe één en ander zich verder zal ontwikkelen in de toekomst en hoe zich dit vertaalt in prijsontwikkelingen op de woningmarkt en in de grond-, weg- en waterbouw. Daarnaast is de rente de afgelopen jaren in stappen verhoogd, met als gevolg dat zowel de financiering voor de realisatie van woningen (kapitaalmarktrente) als de betaalbaarheid van koopwoningen (hypotheekrente) onder druk zijn komen te staan. De Europese Centrale Bank verwacht dat de inflatie binnen de Eurozone de komende tijd weer zal gaan dalen. De inflatie is echter nog niet op het langjarige ECB-streefpercentage van 2%. Daartegenover staat dat de krapte op de woningmarkt groot blijft. In combinatie met een aanzienlijke stijging van de lonen en een stabiliserende hypotheekrente zorgt dit ervoor dat na een korte periode van daling, de huizenprijzen weer zijn gaan stijgen tot of zelfs boven het prijsniveau van voor de crisis. Dit wordt versterkt door het tekort aan (betaalbare) woningen, waardoor concurrentie tussen kopers optreedt.
Een belangrijk aandachtspunt hierbij is het aandeel betaalbare woningen dat vanuit de Woondeal gerealiseerd dient te worden, wat nieuwe (financiële) uitdagingen met zich meebrengt voor de haalbaarheid van projecten. De wereld van gebiedsontwikkeling is al jaren flink in beweging: het stikstofdossier blijft een onzekere factor bij projectontwikkeling. Afgelopen jaren werd duidelijk dat ook de aanlegfase stikstofruimte vereist. De ontwikkelingen op het stikstofdossier worden nauwgezet gevolgd. Daarnaast zorgt de aanwezigheid van geitenhouderij(en) in de nabijheid van te ontwikkelen woningbouwlocaties binnen gemeenten voor onzekerheid in projecten. Daar is landelijk nog het probleem van verstopping van het netwerk (netcongestie) bij gekomen, wat kan leiden tot flinke vertraging op oplevering van toekomstige projecten. Via de werkgroep netcongestie wordt de impact zo veel als mogelijk in beeld gebracht en gaan we ook capaciteit inzetten om dit risico, voor zover mogelijk, te beheersen. De invloed hiervan op de resultaten is op dit moment nog niet concreet te maken.
Verliesvoorziening Het actieve maar behoedzame grondbeleid van de afgelopen jaren biedt de gemeente de mogelijkheid om actief te sturen op gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Niet elk project leidt tot een positief resultaat. Een ontwikkeling kan om diverse redenen een negatief resultaat kennen, bijvoorbeeld als gevolg van de wens om bepaalde (maatschappelijke) doelstellingen te behalen, het effect van tegenvallers zoals hoge(re) kosten voor een bodemsanering of een historische boekwaarde die hoog is als gevolg van (dure) verwervingen, planwijzigingen of tegenvallers in het project. Indien een project verlieslatend is dient hiervoor een verliesvoorziening getroffen te worden. De verliesvoorziening zal bij het afsluiten van een project met een negatief resultaat vrijvallen ter dekking van het tekort. Bijstelling van de verliesvoorziening gebeurt éénmaal per jaar in de P&C-cyclus bij de actualisatie van de grondexploitaties in het MPG bij de jaarrekening. Indien er tussentijds aanleiding is om de verliesvoorziening bij te stellen wordt een afzonderlijk besluit hiervoor gevraagd. Het saldo van de verliesvoorziening per 1 januari 2024, zoals opgenomen in de MPG bij de jaarrekening 2023, was € 8,9 miljoen. In de 2e tussenrapportage van 2024 hebben we wijzigingen gemeld in het resultaat (op eindwaarde) van twee grondexploitaties (HarselaarZuid Fase 1B-2 en Verbindingsweg).
De wijziging in het resultaat van Harselaar-Zuid 1B-2 heeft geen effect op de verliesvoorziening (verwachting blijft positief), maar het negatieve resultaat op eindwaarde van de Verbindingsweg is verbeterd met bijna € 2,5 miljoen (van circa € 5,5 miljoen negatief naar afgerond € 3,0 miljoen negatief). Hierdoor is het saldo van de verliesvoorziening na deze wijziging, gedaald naar afgerond € 6,5 miljoen. Bij de komende actualisatie van de grondexploitaties voor de jaarrekening 2024 wordt het saldo van de verliesvoorziening definitief bepaald en ter vaststelling voorgelegd aan de gemeenteraad.
5.2 Beleid
Grondbeleid gemeente Barneveld Voor alle projecten waar de jaarverslaggeving melding van maakt, voert de gemeente een
55
actief grondbeleid, waarbij sprake is van een door de gemeente te ontwikkelen eigen grondpositie. Een actief grondbeleid betekent dat de gemeente de benodigde gronden verwerft, bouw- en woonrijp maakt en uitgeeft. In dit beleid zijn een actief grondaankoopbeleid, het vestigen van het voorkeursrecht en het zo nodig toepassen van de onteigening de uitvoeringsinstrumenten. Het concept faseren en doseren van woningbouwontwikkelingen wordt voortgezet. We onderzoeken of het aanbod voldoende aansluit bij de behoefte, waarbij we ook rekening houden met woningtrends. De resultaten nemen we mee in de nieuwe Woonvisie Barneveld en vertalen we door naar prestatieafspraken met Woningstichting Barneveld. In de komende periode zetten wij ook in op de huisvesting van kwetsbare groepen, starters en senioren met een accent op sociale huur en middeldure huur. Hierbij houden we rekening met demografische ontwikkelingen (zoals aantal inwoners, leeftijd en inkomen), inclusief de (toekomstige) vraag naar mantelzorgwoningen in en buiten de bebouwde kom. Jongeren en ouderen willen graag in de eigen gemeente kunnen blijven wonen; we bouwen met name om te voorzien in de eigen woningbehoefte. Om een goed beeld te hebben van de woonwensen is dit voorjaar een onderzoek uitgezet in de gemeente. De resultaten zijn in het najaar van 2024 beschikbaar.
Wat bedrijventerrein betreft richten we ons, gelet op de blijvende dynamiek en de vraag van de markt, op de ontwikkeling van de bedrijventerreinen Harselaar-Zuid Fase 1b en 2 (Barneveld), Verbindingsweg (woon-werk kavels te Voorthuizen) en Tolnegenweg West (Stroe). Dit leidt ook tot samenwerking met marktpartijen, daar waar dat gewenst c.q. noodzakelijk is. Randvoorwaarde bij dit beleid is dat terughoudend wordt aangekocht in gebieden waarvoor nog geen omgevingsplanprocedure is gestart, tenzij sprake is van een strategische noodzaak. De verantwoording voor strategische verwervingen vindt plaats op grond van de kaders uit de Nota Grondbeleid. Een actief grondbeleid maakt sturing door de gemeentelijke overheid op realisatie, de categorisering van woningen en de wijze van exploiteren van terreinen en gebouwen eenvoudiger. Bij een passief (faciliterend) grondbeleid laat de gemeente de gewenste ruimtelijke ontwikkeling over aan de markt. Voor ontwikkellocaties waar de gemeente niet alle gronden in eigendom heeft, zoals Harselaar-Zuid, Thorbeckelaan-Noord, Bloemendal, Holzenbosch II, Verbindingsweg en Oostbroek is het van belang dat deze grote gebieden integraal worden ontwikkeld om een goede ruimtelijke ordening te borgen.
Per ontwikkelingslocatie is een masterplan (structuurvisie) opgesteld waarin de functies, het voorgenomen programma en hoofdstructuur van wegen, groen en water zijn vastgelegd. Deze planfiguren hebben betrekking op het gehele, in de structuurvisie aangewezen, gebied. Aanvragen van derden worden hierop getoetst. De hoofdstructuur betreft bovenwijkse voorzieningen die door de gemeente worden voorgefinancierd. Deze kosten, en andere kosten die de gemeente maakt, zullen worden verhaald op de betrokken ontwikkelaars van de deellocaties (en dus ook deels ten laste van de gemeente voor haar aandeel van de gronden). In de onlangs geactualiseerde Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) 2024 wordt hier uitgebreid op ingegaan.
Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) Sinds 2015 wordt jaarlijks een Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) opgesteld. Deze wordt tegelijk met de jaarverslaggeving aan de raad aangeboden. In de jaarrekening, onder de toelichting op de voorraden, staat het jaarlijks overzicht grondexploitaties. Deze sluit aan op het MPG. In het MPG staat een uitgebreid overzicht van alle grondexploitaties, inclusief visualisaties, risico’s en een korte beschrijving van de projecten. De grondexploitaties zoals aangeboden bij de jaarrekening 2023 zijn voor de begroting 2025 grotendeels ongewijzigd. Alleen bij de projecten Harselaar-Zuid fase 1B en 2 en Verbindingsweg hebben wijzigingen plaatsgevonden die we toegelicht hebben in de 2e tussenrapportage van 2024. Deze wijzigingen leiden tot (per saldo) een positieve ontwikkeling van het resultaat van beide projecten en worden bij de komende actualisatie (jaarrekening 2024) meegenomen. 5.3 Financiële aspecten
Jaarlijks worden bij het opmaken van de jaarrekening en de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) de definitieve resultaten vanuit de grondexploitatie opgemaakt, verwerkt en vastgesteld. In de tussentijdse rapportages worden indien nodig de te verwachten wijzigingen in de resultaten gemeld. Bij de projecten Harselaar-Zuid 1B en 2 en Verbindingsweg is hier sprake van en voor deze twee projecten is het resultaat gewijzigd ten opzichte van de cijfers bij de jaarrekening 2023. In de loop van 2024 kan naar verwachting alleen project Harselaar-Zuid Fase 1A worden afgesloten met een positief resultaat. Indien dit project volgens prognose (financieel en einddatum) wordt afgesloten komt het positieve resultaat ten gunste van het jaarrekeningresultaat. Naast een resultaat uit af te sluiten projecten met een positief eindresultaat zijn er ook doorlopende projecten met een positief resultaat op eindwaardedatum, waarbij tussentijds winst genomen dient te worden op basis van de wet- en regelgeving vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies en gemeenten. Voorafgaand aan of uiterlijk bij het aanbieden van de jaarrekening zal op basis van nacalculatie en de actuele boekwaarden (geboekte kosten en opbrengsten) het definitieve eindresultaat van deze projecten via een afzonderlijk raadsvoorstel of bij de jaarrekening worden aangeboden aan de gemeenteraad.
Hierbij zal ook een voorstel worden gedaan voor de resultaatbestemming. Indien een resultaat verlieslatend is, is voor de betreffende grondexploitatie een verliesvoorziening opgenomen. In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de
56
geactualiseerde grondexploitaties op eindwaarde weergegeven en tevens de stand van de totaal benodigde verliesvoorziening. Hierbij geldt dat de cijfers bij de projecten Harselaar-Zuid fase 1B en 2 en Verbindingsweg inschattingen zijn (op basis van de toegelichte wijzigingen bij de 2e tussenrapportage 2024) en afwijken van de vastgestelde resultaten bij de jaarrekening 2023.
bedragen x € 1.000 Verliesvoorziening Thorbeckelaan Zuid Harselaar-Zuid Fase 1A Thorbeckelaan Noord Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal Verbindingsweg Oostbroek De Eendracht Tolnegenweg West Totaal verliesvoorziening
Prog
Resultaat op eindwaarde
Eindwaarde datum
Verliesvoorziening
2 2 2 2 3 3 3 3 3 3 2
- 1.324 709 - 964 10.063 1.286 1.412 5.937 - 2.990 1.136 - 1.183 2.072
31-12-2026 31-12-2024 31-12-2027 31-12-2031 31-12-2025 31-12-2028 31-12-2032 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029 31-12-2028
1.324 964 2.990 1.183 6.461
5.4 Risicomanagement
Risico’s en beheersmaatregelen Door het ingezette grondbeleid heeft de gemeente een steeds grotere grondportefeuille gekregen. De risico’s die gepaard gaan met het bezit van gronden en de ontwikkeling daarvan worden door de gemeente op de juiste waarde geschat.
Risico’s De belangrijkste risico’s zijn: Renteschommelingen (stijgingen) op de leenportefeuille; Afname marktbehoefte. Dit leidt tot kostenverhogingen wegens plan- en programmaaanpassingen, lagere opbrengsten en/of verlate opbrengsten. Toename kosten door tegenvallende resultaten bij de uitvoering van werken en werkzaamheden. Dit kan betrekking hebben op een aanbesteding en/of de omvang van een bodemsanering (grond, grondwater, asbest). Aanwezigheid van belemmerende milieucirkels en/of richtlijnen door bestaande en/of veranderende wet- en regelgeving. Het ontwikkelpotentieel komt hiermee onder druk te staan (deelgebied zit op slot). De aanwezigheid van derden die niet geïnteresseerd zijn in de beoogde gebiedsontwikkeling. Dit kan resulteren in oplopende (rente)kosten op de gemeentelijke grondpositie en verlate opbrengsten. Bij een verschuiving van actief naar facilitair grondbeleid wordt dit risico belangrijker. Beheersmaatregelen Om genoemde risico’s te beperken zijn diverse beheersmaatregelen getroffen: Het actieve grondbeleid is vervangen door een behoedzame houding op het gebied van grondverwerving. De gemeente zal hiertoe vaker dan voorheen samenwerken met andere partijen en proberen overeenkomsten te sluiten met belanghebbenden. De behoedzame houding blijkt uit de boekwaarden van de grondportefeuille. Deze neemt sinds 2009 substantieel af.
Het totaal van de opbrengsten (voornamelijk verkopen) overstijgt het totaal van de kosten (waaronder de kosten voor grondverwerving). Het risico wat de gemeente loopt wegens grondbezit neemt in gelijke mate af. De gemeente volgt de rente-ontwikkelingen op de voet om voor de gehele leenportefeuille een aantrekkelijke meerjarige rente te realiseren. Rondom het ontwikkelen van de gemeentelijke grondposities is een projectorganisatie ingericht. Grondeigenaren en andere marktpartijen worden in een vroeg stadium benaderd om deel te nemen aan een ontwikkeling. Specialisten van de gemeente houden zich bezig met het monitoren van de behoefte voor woningbouw en bedrijventerreinen. Specialisten van de gemeente onderzoeken omgevingsaspecten (geluid, geur, verkeer, archeologie, flora en fauna, bodemkwaliteit, etc.) in relatie tot de beoogde planologische regeling. Ondanks de geïmplementeerde beheersmaatregelen is dit geen garantie dat genoemde risico’s niet optreden. Dit is in het recente verleden ook gebleken. Om de financiële gevolgen hiervan af te dekken maakt de gemeente gebruik van verliesvoorzieningen en vrije reserves. Deze houden verband met voorzienbare respectievelijk onvoorziene risico’s. Deze worden hieronder nader toegelicht.
Voorzienbare risico’s De voorzienbare risico’s zijn meegenomen bij het actualiseren van de grondexploitaties. Het gaat daarbij om voorzienbare tegen- en meevallers met betrekking tot kosten en opbrengsten en de
57
fasering hiervan in de tijd. De meest recente inzichten met betrekking tot planologie en planvorming (voorbereidingsprocedure en omgevingsaspecten) spelen hierbij ook een rol. De omvang van de voorzienbare risico’s worden in overleg met de projectleider en overige interne specialisten bepaald en verwerkt in de grondexploitatie. Het saldo op eindwaarde van een specifiek project kan hierdoor positief of negatief wijzigen. Een verdienlocatie kan overgaan in een verlieslocatie (of andersom). Voor zover sprake is van een verlieslocatie (en een bijbehorend voorzienbaar tekort) wordt, volgens de systematiek uit het ‘Besluit begroting en verantwoording’ (BBV), een verliesvoorziening getroffen. Deze verliesvoorziening wordt eenmaal per jaar, bij de jaarrekening, aangepast aan de geactualiseerde eindwaarde. De verliesvoorziening dient ter dekking van het tekort op het moment dat het project wordt afgesloten.
Onvoorziene risico’s Naast de beschreven voorzienbare risico’s zijn er ook onvoorziene risico’s (onbenoemde en onbekende risico’s). Bij het bepalen van het saldo van een grondexploitatie is hier nog geen rekening mee gehouden. Om de onvoorziene risico’s af te dekken maakt de gemeente gebruik van haar reserves, in lijn met het beleid. De onvoorziene risico’s van de (gehele) grondportefeuille worden meegenomen bij het bepalen van het risicoprofiel voor het totaal van activiteiten van de gemeente. Hierbij wordt tweemaal per jaar een risico-inventarisatie uitgevoerd. Het benodigd weerstandsvermogen wordt bepaald en afgezet tegen het beschikbare weerstandsvermogen. Bij het bepalen van het beschikbare weerstandsvermogen wordt gekeken naar de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen om financiële tegenvallers, die niet zijn begroot, op te vangen. Deze werkwijze vormt sinds enige jaren de prakijk. Jaarlijks wordt hierover gerapporteerd in de programmabegroting en jaarverslaggeving. Dit beleid is vastgelegd in de ‘Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen’ (raadsbesluit 16-3, d.d. 27 januari 2016). Recent is de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen voor het afdekken van de onvoorziene risico’s die gemoeid zijn met de grondportefeuille via de IFLO-methode geactualiseerd.
Bij deze actualisatie wordt rekening gehouden met de balanswaarde, nog te maken kosten van alle grondexploitaties en grondprijsdalingen (10% wordt meegenomen voor het benodigde weerstandsvermogen). Tevens wordt rekening gehouden met lagere opbrengsten. Hiervan wordt de helft (50%) meegenomen in de berekening van het benodigde weerstandsvermogen.
5.5 Kaderstelling / beslispunten
Het grondbeleid is uitgewerkt in de Nota Grondbeleid. Dit beleid is door de raad op 14 december 2016 vastgesteld. Samenvattend zijn in de Nota Grondbeleid twee beslispunten opgenomen die jaarlijks door de raad worden geactualiseerd en het college machtigen tot uitgaven: 1. Voorbereidingskredieten (Kaders Procesgang grondexploitaties 2016) Het college wordt door de raad gemandateerd om in het jaar 2025 voorbereidingskredieten in te stellen tot een maximum van € 500.000 per complex. Het gaat hierbij om complexen die op de nominatie staan om binnen korte tijd in exploitatie te worden genomen. 2. Strategische grondaankopen (Grondbeleid 2016) Het college wordt door de raad gemachtigd om in het jaar 2025 grond aan te kopen tot een bedrag van maximaal € 5 miljoen ten behoeve van strategische verwervingen buiten de in de Structuurvisie aangewezen zoekgebieden voor woningbouw en bedrijventerreinen. Overigens is het college, op grond van de Gemeentewet (artikel 160), bevoegd tot het plegen van aankopen binnen de in de Structuurvisie aangewezen zoekgebieden voor woningbouw en bedrijventerreinen.
58
Paragraaf 6 Verbonden partijen 6.1 Inleiding
In deze paragraaf geven we inzicht in de relaties van de gemeente met haar verbonden partijen. Verbonden partijen dienen een publiek belang. De raad ziet erop toe dat de verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen uit de programma’s. Definities Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarbij de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Bestuurlijk belang: zeggenschap via een vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht. Als geen sprake is van bestuurlijke zeggenschap, worden eventuele risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen beschreven en is geen sprake van een verbonden partij. Financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat of het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Er zijn twee soorten verbonden partijen: 1. Publiekrechtelijk: de gemeenschappelijke regeling. Afhankelijk van de aard van samenwerking kan wel of geen rechtspersoon worden gecreëerd. Wordt geen rechtspersoon gecreëerd dan bestaat de samenwerking vooral uit overleg. Wordt wel een rechtspersoon in het leven geroepen, dan is sprake van verlengd lokaal bestuur; 2. Privaatrechtelijk: rechtspersoon, zoals een vennootschap (bv, nv of cv), stichting of vereniging.
6.2 Beleid
De gemeente wil de afgesproken doelen uit de Kadernota en Programmabegroting zo goed mogelijk realiseren. In een sommige gevallen is hiervoor een samenwerking met andere partijen zinvol, hiervoor dienen de voordelen van de samenwerking op te wegen tegen de nadelen. De visie en kaders van verbonden partijen moeten geen belemmering zijn, maar een werkbaar en helder instrument. De afweging van voor- en nadelen is slechts beperkt in geld uit te drukken. De beoordeling en weging van factoren is iets wat bij elke verbonden partij zorgvuldig dient te gebeuren. Voor het aangaan van een verbinding met een partij zijn kaders geformuleerd in de nota Verbonden Partijen (uit 2018).
6.3 Verbonden partijen Overzicht verbonden partijen bedragen x € 1.000 Financiële gegevens verbonden partijen
Eigen Eigen Vreemd Vreemd Verwacht vermogen vermogen vermogen vermogen resultaat
01-01-202531-12-202501-01-202531-12-2025 Gemeenschappelijke regelingen Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) 6.302 6.077 58.539 54.319 Valleihopper n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Leisurelands Regio de Vallei 120 113 Omgevingsdienst de Vallei (OddV) 506 506 1.569 1.250 Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwaterketen en n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Grondwater Vallei en Veluwe Regio FoodValley 4.904 4.904 1.895 1.985 Totaal gemeenschappelijke regelingen 11.832 11.600 62.003 57.554
- 232
Vennootschappen en coöperaties Coöperatie Parkeerservice UA Ontwikkelingsmaatschappij Vitale vakantieparken (OMVV) Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO) PPS De Burgt Muziektheater Barneveld BNG Bank Alliander Totaal vennootschappen en coöperaties
6.088 n.b n.v.t. n.v.t. 11.089 6.877 24.054
122 n.b. n.v.t. n.v.t. - 97 106 179 310
68.835 2.771.239 3.336.830 68.835 2.771.239 3.336.830
5.967 5.967
2.025 n.b n.v.t. n.v.t. 4.765 4.615 4.570 15.975
Stichtingen en verenigingen Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten 62.868 Totaal stichtingen en verenigingen 62.868
2.147 n.b n.v.t. n.v.t. 4.668 4.721 4.749 16.285
5.505 n.b n.v.t. n.v.t. 107.459 6.106 119.070
2025 - 225 n.v.t. -7 n.v.t.
Overige verbonden partijen Totaal Overige verbonden partijen Totaal verbonden partijen
90.675
-
-
-
-
96.720 2.952.312 3.418.438
6.045
59
Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)
Openbaar belang
Financieel belang
Bestuurlijk belang
Risico's
De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) voert voor de gemeenten Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar wettelijke taken uit rond brandweerzorg, publieke gezondheid, rampen en crisis. VGGM levert een bijdrage aan het behalen van gemeentelijke doelstellingen op programma 1 voor gezondheidszorg en programma 3 voor brandweerzorg. Barneveld betaalt € 7.673.705 als inwonersbijdrage (8,8% van de inbreng van gemeenten). In het Algemeen Bestuur van VGGM wordt de gemeente Barneveld vertegenwoordigd door burgemeester van der Tak. Burgemeester van der Tak neemt deel aan de bestuurscommissie veiligheid en wethouder de Heer neemt deel aan de bestuurscommissie gezondheid. De besluiten in het Algemeen Bestuur worden genomen met gewone meerderheid van stemmen (één stem per gemeente). Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Besluiten betreffende de begroting en de jaarrekening, alsmede de aan de begrotingen ten grondslag liggende beleidsplannen worden genomen op basis van gewogen stemrecht, waarbij de gemeente Barneveld (op basis van het inwoneraantal) 3 stemmen heeft. De risico's zijn beperkt en liggen voor een belangrijk deel op het terrein van bedrijfsvoering. Daar waar ook de komende jaren in geïnvesteerd gaat worden bij VGGM.
We signaleren geen risico’s die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van Barneveld.
Valleihopper Valleihopper
Openbaar belang
Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's
De Valleihopper verzorgt het geïndiceerd Wmo-vervoer voor de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen. Het vervoer wordt verzorgd in opdracht van de deelnemende gemeenten. De organisatie is ondergebracht in de Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) Valleihopper. Voor de drie Utrechtse gemeenten wordt in opdracht van de Provincie Utrecht nog het aanvullend openbaar vervoer verzorgd. De bijdrage voor 2025 bedraagt naar verwachting € 400.000. Eventuele voor- en nadelen worden verrekend met de aangesloten gemeenten. ertegenwoordiging vanuit alle colleges in het bestuur van BVO Valleihopper. Geen.
Leisurelands Leisurelands
Openbaar belang
Financieel belang
Bestuurlijk belang Risico's
Leisurelands beheert 19 recreatiegebieden in Gelderland (en één in Limburg), waaronder Zeumeren. De inzet van Leisurelands is gericht op het verbeteren en exploiteren van de verschillende terreinen. De recreatiebranche is de afgelopen jaren in beweging. De consument wordt veeleisender en investeringen in de sector staan onder druk. Recreatieterrein Zeumeren is de komende jaren een proeftuin voor Leisurelands als het gaat om de toepassing van alternatieve energie (zonnepanelen en biovergassingsinstallatie) op recreatieterreinen. Tevens zet Leisurelands in op een kwalitatieve verbetering van het recreatiegebied. De gemeente Barneveld is samen met nog 22 andere gemeenten aandeelhouder van Leisurelands. De gemeente Barneveld heeft op basis van haar inwoneraantal 4,6% van de aandelen in bezit. De gemeente Barneveld verstrekt aan Leisurelands geen subsidie en Leisurelands keert geen dividend uit over de aandelen. Portefeuillehouder toerisme (economie) is gemandateerd om in de aandeelhoudersvergaderingen namens de gemeente Barneveld het woord te voeren en stemrecht uit te brengen op de door de gemeente Barneveld gehouden aandelen in het kapitaal van Leisurelands. Niet van toepassing.
Regio de Vallei Regio de Vallei
Openbaar belang
Financieel belang Bestuurlijk belang
Risico's
Regio De Vallei is een samenwerkingsverband op regionaal niveau dat bestaat uit de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen. Binnen deze regio worden twee hoofdactiviteiten uitgevoerd: het beheren van het contract voor de inzameling van huishoudelijk afval en het gezamenlijk coördineren van beleid en inkoop op het gebied van GFT, PMD en huishoudelijk afval. De bijdrage van de gemeente Barnveld in 2025 bedraagt circa € 12.600 (gebaseerd op inwoneraantal 01-01-2023, 22,02%). De verdeling kan iets anders worden, omdat de inwoneraantallen kunnen wijzigen. De portefeuillehouder Groen en Openbare Ruimte vertegenwoordigt de gemeente in het bestuur van Regio De Vallei. Het wijzigen of stopzetten van de GR kan juridische en/of financiële consequenties hebben. In de GR is voorzien in de mogelijkheid van uittreding. Daartoe moet het college een uittredingsplan opstellen en de regio moet worden gecompenseerd voor het nadeel dat de andere deelnemende gemeente lijden door het uittreden van een lid. De raad moet het uittredingsplan goedkeuren.
Omgevingsdienst de Vallei
60
Omgevingsdienst de Vallei (OddV)
Openbaar belang
Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's
De Omgevingsdienst de Vallei is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Ede, Barneveld, Scherpenzeel, Nijkerk, Wageningen en de provincie Gelderland. De gemeenschappelijke regeling voert voor de deelnemers de taken Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving op grond van de Omgevingswet uit met als doel een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. De deelnemersbijdrage van Barneveld voor 2025 is € 5.321.650. Wethouder Oosterwijk is lid van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur. De taak vergunningverlening valt in de portefeuille van wethouder Wijnne (RO) en het toezicht en de handhaving inde portefeuille van wethouder Oosterwijk. Het weerstandsvermogen op 31 december 2023 bedraagt € 506.000 en is voldoende om de risico's op te vangen.
Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwaterketen Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwaterketen en Grondwater Vallei en Veluwe De Centrumregeling Meten en Monitoren legt de samenwerking vast tussen de gemeente Barneveld, diverse andere gemeenten in de regio en het Waterschap Vallei en Veluwe voor het verzamelen van data over de afvalwaterketen, het stedelijk oppervlaktewatersysteem en het grondwater. Een uitvoeringsteam (UVT) voert de taken uit.
Openbaar belang
Financieel belang
Bestuurlijk belang
Risico's
De gemeente is verplicht om het functioneren van ons rioolstelsel, oppervlaktewater en grondwater te monitoren. Data, inzicht en advies zijn belangrijk voor inzicht in de systemen en om onderbouwde keuzen te maken voor maatregelenpakketten en strategieën. Ook als de omstandigheden wijzigen (bijvoorbeeld klimaatveranderingen). De gemeenschappelijke regeling staat garant voor kwaliteit, continuïteit, duurzaamheid en innovatie van de informatievoorziening tegen lage kosten. In opdracht wordt ook aanvullend advies uitgebracht. De Centrumregeling levert een bijdrage aan het behalen van de gemeenschappelijke doelen in programma 3 Woon- en Leefomgeving, 3.2 Aantrekkelijke leefomgeving. Het Waterschap draagt een derde van de kosten. De gemeenten dragen tweederde van het totaal waarbij elke gemeente een vast bedrag van € 2.000 bijdraagt vermeerderd met een percentage van de resterende som naar rato van haar inwoneraantal. De Barneveldse bijdrage voor 2023 bedroeg ca. 60.000 n bestond uit de vaste bijdrage en de kosten van specifieke (aanvullende) verzoeken voor de gemeente Barnveld. De deelnemende gemeenten en het waterschap behouden hun eigen bestuurlijke structuur, bevoegdheden en verantwoordelijkheden (Art 2 lid 6 van de Centrumregeling). Wethouder Treep – van Hoeckel van de gemeente Soest is voorzitter van het bestuurlijk overleg.
Wethouder Wijnne is lid van dat overleg, dat ten minste tweemaal per jaar plaatsvindt. De financiële gevolgen en risico’s zijn beperkt. De gemeente Barneveld levert vanuit het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) een bijdrage aan deze centrumregeling.
Regio FoodValley Regio FoodValley
Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang
Risico's
Regio Foodvalley is een samenwerkingsverband van meerdere gemeenten dat zich richt op regionale samenwerking en het realiseren van gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen. Deze samenwerking omvat diverse programma's en projecten die bijdragen aan de strategische agenda van de regio. De bijdrage van Barneveld aan Regio Foodvalley in 2025 is € 783.300. De vertegenwoordiging in het bestuur van Regio Foodvalley wordt verzorgd door de portefeuillehouder Regionale samenwerking Foodvalley. De ondersteuning door de gemeente Ede aan Regio Foodvalley wordt intensiever door de toenemende complexiteit van werkveld, regelgeving en processen. Momenteel worden de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) geactualiseerd. De financiële impact hiervan op de begroting 2025 is nog onbekend, maar een stijging van huur- en energiekosten is al gemeld.
Coöperatie Parkeerservice UA Coöperatie Parkeerservice UA Ondersteuning bij het ontwikkelen, implementeren en uitvoeren van parkeerbeleid, zonder winstoogmerk. De deelnemende gemeenten (leden) zorgen samen voor inkoopkracht, schaalvoordeel en bundeling van kennis.
Openbaar belang
Coöperatie Parkeerservice UA ondersteunt de gemeente Barneveld in de uitvoering van het parkeerbeheer. Op projectbasis wordt gewerkt aan het realiseren van activiteiten en maatregelen uit het Parkeerplan.
Parkeerservice zoekt nieuwe leden. Tevens is het uitbreiden van het pakket aan diensten bij bestaande leden een belangrijk speerpunt.
Financieel belang
Bestuurlijk belang
De bijdrage voor het afsluiten van het raamcontract (beheer en onderhoud ‘straatparkeerapparatuur’, één Slagboomterrein, één Cameraparkeerterrein en nacalculatie geleverde diensten zoals beheer parkeervergunningen) is conform opdracht gefactureerd. Portefeuillehouder verkeer vertegenwoordigt de gemeente in de Algemene Leden Vergadering (ALV).
61
Risico's
Uitgangspunt van Coöperatie Parkeerservice UA is om kostendekkend te opereren. Er wordt gewerkt met een overeenkomst die jaarlijks wordt vastgesteld. Het lidmaatschap wordt daarmee jaarlijks verlengd. Voor opzegging geldt een opzegtermijn van één kalenderjaar.
Ontwikkelingsmaatschapppij VitaleVakantieparken (OMVV) Ontwikkelingsmaatschappij Vitale vakantieparken (OMVV)
Openbaar belang
Financieel belang
Soms lopen lokale ontwikkelingen vast door complexe eigendomssituaties en/of problemen met de financiering. Als de markt het niet oplost en voor gemeenten het publiekrechtelijke spoor doodloopt, kan stevig ingrijpen nodig zijn. De elf Veluwse gemeenten en de provincie Gelderland, verenigd in het programma Vitale Vakantieparken, hebben daarvoor gezamenlijk de besloten vennootschap (bv) OMVV opgericht. In overleg met de betrokken gemeente kan de OMVV een rol spelen bij het aankopen en/of (tijdelijk) beheren van parken. € 2.959 aan aandelen. Dat is 6,58% van de aandelen.
Bestuurlijk belang
Portefeuillehouder financiën is gemandateerd om de gemeente in de aandeelhoudersvergadering te vertegenwoordigen.
Risico's
De risico's zijn beperkt, omdat het aandeel van de gemeente Barneveld relatief klein is.
Gemeente Barneveld Ontwikkeling Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO) Openbaar belang
Financieel belang
Bestuurlijk belang Risico's
Het participeren in ontwikkelingen in de regio en met name de woonwijk De Burgt. De gemeente heeft een geldlening uitstaan op GBO BV. Deze is grotendeels afgelost. Er staat nog voor € 0,4 miljoen uit. Daarnaast heeft de gemeente kosten voorgeschoten middels een rekening-courantverhouding met GBO BV. Deze vordering op GBO BV is momenteel € 2,1 miljoen. Over beide bedragen wordt een rente in rekening gebracht aan GBO BV. Het maatschappelijk kapitaal bedraagt € 90.000; hiervan is € 18.151 geplaatst en volgestort. Voor de financiële resultaten wordt binnen de gemeente een voorziening aangehouden die jaarlijks muteert met het vaststellen van de jaarrekening van GBO BV. De Gemeente Barneveld is aandeeelhouder en bestuurder. Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO) is 100% 'dochter' van de gemeente en dient slechts als hulpstructuur tot participatie. Voor de financiële risico's heeft de gemeente een voorziening getroffen die jaarlijks muteert op basis van de resultaten van GBO BV. Zodoende zijn de risico's nihil.
PPS De Burgt PPS De Burgt Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's
Het ontwikkelen van nieuwbouwwijk de Burgt. De gemeente heeft geen direct financieel belang. Het financiële belang (deelnemingen en verstrekte leningen) loopt via GBO BV. De financiële resultaten vertalen zich jaarlijks in de jaarrekening van GBO BV. De Gemeente Barneveld is aandeelhouder en bestuurder van de beherende vennoten. De risico’s worden beperkt ingeschat als gevolg van afspraken rondom De Burgt die door de raad bekrachtigd zijn.
Muziektheater Barneveld Muziektheater Barneveld Openbaar belang Financieel belang
Bestuurlijk belang
Risico's
Het beschikbaar stellen van vastgoed om openbaar toegankelijke culturele voorstellingen en evenementen mogelijk te maken. Deelneming in geplaatst maatschappelijk kapitaal van € 6,1 miljoen. Het aandeel van de gemeente is 78,25%. De exploitatie van het Muziektheater is in handen van MTB BV. College van B&W is samen met Stichting Fonds 1845 eigenaar van het theatergebouw. Beide maken deel uit van de Algemene vergadering van aandeelhouders MTB BV. Wethouder Pluimers vertegenwoordigt de gemeente in de Algemene vergadering van aandeelhouders. MTB BV heeft één huurder, te weten Schaffelaartheater BV. De mate waarin de huurder zijn huur kan betalen is een risico. Aankomende jaren zal er meer onderhoud van het vastgoed nodig zijn. De bijdrage in de VVE zal hoger worden.
BNG Bank BNG Bank Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang
Lage tarieven, laagdrempelige toegang tot de geld- en kapitaalmarkt, dividend en overige bancaire faciliteiten. 24.570 aandelen van totaal 55.690.720 aandelen, in casu 0,04%. Als aandeelhouder is er geen sprake van een gespecificeerde contractduur. Onder voorwaarden zou het aandeelbezit vervreemd kunnen worden.
62
Risico's
BNG Bank voldoet aan de Europese minimumeis ten aanzien van de zogenoemde leverage ratio van 3%. Deze ratio is in 2023 13%
Alliander Alliander Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang
Risico's
Zorgen voor een betrouwbaar en bestendig netwerk ten behoeve van transport energie. 557.962 aandelen in bezit van de in totaal 136.795.000. College treedt namens raad op bij onder andere aandeelhoudersvergaderingen. Als aandeelhouder is er geen sprake van een gespecificeerde contractduur. Onder voorwaarden zou het aandelenbezit vervreemd kunnen worden. Als aandeelhouder is er geen sprake van een gespecificeerde contractduur. Onder voorwaarden zou het aandelenbezit vervreemd kunnen worden. Solvabiliteit is goed.
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten
Openbaar belang
Financieel belang
Bestuurlijk belang
Risico's
Zorgen voor de verbetering van de kwaliteit van de volkshuisvesting en de gebouwde omgeving in brede zin. Doelstelling wordt nagestreefd door het verstrekken van leningen. De gemeente heeft via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) lopen: - garantstelling Woningstichting Barneveld; - VROM-starterslening; - duurzaamheidslening / stimuleringsregeling toekomstbestendig wonen. Het saldo van de uitstaande leningen (uitgaven minus inkomsten) was per 31 december 2023 € 6,141 miljoen voor 538 starters- en 326 duurzaamheidsleningen en 393 Toekomst Bestendig Wonen Leningen (TBWL) Lidmaatschap van gemeente Op 31 december 2023 bedroeg het SVn-vermogen 69 miljoen. Een deel daarvan reserveert SVn sinds 2014 voor het 10% eigen risico op verliezen bij NHG-hypotheken voor startersleningen. SVn neemt dit risico over van gemeenten, provincies en samenwerkingspartners en belast deze bij eventuele verliesdeclaraties niet door. De niet door NHG gegarandeerde verliesdeclaraties op de combinatielening (die samen met de starterslening wordt verstrekt) bekostigt SVn tijdens deze periode eveneens uit het SVnvermogen. Ook SVn-plusleningen (€ 0,1 miljoen) en de eerste honderd verzilverleningen (€ 1,3 miljoen) financierden we uit het SVn-vermogen. Deze voldoen echter beide aan de voorwaarden van NHG. SVn betaalt de 10%
Paragraaf 7 Bedrijfsvoering 7.1. Inleiding
De afgelopen jaren is stevig ingezet op het versterken van de bedrijfsvoering van de organisatie. Voor het grootste deel werd dat belegd binnen het programma Barneveld Groeit! In 2025 zal het grootste deel van de opbrengst van het programma worden geborgd in de staande organisatie. Het doel is en blijft de opgaven waar de gemeente voor staat integraal te benaderen en ook de benodigde kaders en ondersteuning vanuit de bedrijfsvoeringsteams hierop in te richten.
7.2. Organisatie-ontwikkeling
Ook in 2024 is verder gewerkt aan de doelen van het programma 'Barneveld groeit!', dat is opgezet om de taken waar we voor staan, goed op te kunnen pakken en om kwetsbaarheid weg te nemen bij onderdelen van de organisatie. In 2025 zal een groot deel van de opbrengsten van het programma worden belegd in de lijnorganisatie. Het gaat dan om de volgende doelen:
Versterken strategisch vermogen en regie. Het nieuw gevormde team zal verder invulling geven aan concernstrategie, het werken in netwerken en het structureler organiseren van public affairs en lobby. Binnen het team worden ook het programmamanagement binnen de organisatie georganiseerd. Sturingsmodel Het sturingsmodel van de organisatie is definitief gemaakt. In 2025 zal dit model als leidraad gelden voor alle functies, rollen en besluitvorming in de organisatie. Implementatie portfolio- en capaciteitsmanagement Met het opzetten van portfoliomanagement is in 2024 een start gemaakt. Dit moet de organisatie beter in staat zijn te sturen op prioriteiten en capaciteit. Facilitaire zaken Eind 2024 zal er een nieuw team facilitaire zaken worden gevormd. Naast het blijven leveren van goede facilitaire diensten zal dit team ook als speerpunt hebben het uitwerken van facilitair beleid en het opzetten van een vervangings- en investeringsagenda met betrekking tot facilitaire
63
zaken. Richtinggevend daarbij zal de nog uit te werken huisvestingsvisie van eigen organisatie zijn.
Contractbeheer- en management We willen als gemeente graag die kwaliteit inkopen die we nodig hebben. Daarom investeren we in contractmanagement. Dit moet er voor zorgen dat de contracten op tijd, binnen het budget en in overeenstemming met de afgesproken voorwaarden worden nagekomen, waardoor risico’s worden verminderd, geschillen worden geminimaliseerd en de algehele efficiëntie wordt verbeterd. 7.3 Digitalisering en informatievoorziening
In 2024 is de door de CIO opgestelde visie op informatievoorziening vastgesteld en gestart met het uitwerken van de uit de visie volgende kaders en uitgangspunten. Doelstelling is om de besturing van de informatievoorziening (de I-Governance: structuur, processen, verantwoordelijkheden) verder te verankeren. Het ingerichte I-portfoliomanagement zal daar als structureel proces ondersteunend in zijn door inzicht en overzicht in de (deel)projecten en helpt om te kiezen en prioriteren op basis van ambities, randvoorwaarden, het beschikbare budget en de (adoptie)capaciteit. We werken als gemeente steeds meer data-geïnspireerd. Dit staat wat ons betreft voor: werken met betrouwbare data als startpunt van een goed gesprek. We bouwen door aan goede informatieproducten en dashboards, ook ter ondersteuning van de lijnorganisatie én programma’s. Het informatiebeveiligingsbeleid toont de kaders en verantwoordelijkheden waarbinnen de gemeente de informatiebeveiliging inricht en onderhoudt. Daarbij geldt de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) als leidend normenkader en hier zijn de ’10 bestuurlijke principes voor informatiebeveiliging’ aan toegevoegd. De informatiebeveiliging draagt actief bij aan de vereisten voor een veilige verwerking van persoonsgegevens (waaronder AVG en Wpg) waarbij security by design wordt toegepast.
Verantwoording over de stand van de informatiebeveiliging wordt jaarlijks afgelegd middels ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit).
7.4 Financieel beleid en in-control-zijn
Belangrijk is dat de financiële functie aansluit op de wensen en behoeften van bestuur en organisatie. Dit vraagt om goed ingerichte systemen die aansluiten op de gewenste ontwikkelingen, efficiënter rapporteren en adviseren en het goed in beeld hebben van (groei)opgave. Veel aandacht zal ook in 2025 gaan naar de bemensing van de financiële functies. Dit is uiterst lastig omdat er krapte op de arbeidsmarkt is, maar ook omdat we in een groeiopgave zitten die specifieke kennis en kunde vraagt (denk aan strategische businesscontrol, MIP, projectcontrol, I-control). In 2024 zijn goede resultaten behaald met het zelf aannemen en opleiden van eigen betrokken medewerkers; die lijn willen we voortzetten.