CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Ontwerp Programmabegroting 2022 d.d. 15 oktober 2021.pdf

Gemeenteraad 10 november 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ontwerp-Programmabegroting 202250.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

48

elkaar om zaken met ons te regelen en verschillen ook steeds meer van elkaar in hun kanaalvoorkeuren en (digitale) vaardigheden. We willen dat al deze mensen het liefst in één keer eenvoudig, persoonlijk en zo goed mogelijk geholpen worden via het kanaal van hun eigen keuze. Organisatieontwikkeling We willen een toekomstbestendige en robuuste organisatie. Het groeiplan helpt ons de gezamenlijke richting te zien in de ontwikkeling waar we voor staan, geeft de interne en externe opgaven weer, net als de doelen en benodigde activiteiten die nodig zijn. De stip op de horizon, waar we naar toe gaan bewegen. In de praktijk zijn we al begonnen met een andere manier van (samen)werken, zoals resultaatgerichte participatie, oplossingsgerichte gespreksvoering, gebiedsgericht werken, dorpenbeleid, klantgerichte dienstverlening zoals 'Kern van de zaak', handelen volgens de kernwaarden “gastvrij”, “ondernemend”, “verbindend” en “wendbaar”, zoals geformuleerd in 'Blij met Barneveld' en het faciliteren van 'Werken waar je nodig bent'. In het groeiplan zijn de stappen beschreven om de ingezette beweging kracht bij te zetten, gekoppeld aan een concrete uitvoeringsagenda voor de komende jaren.

De onderwerpen worden geconcretiseerd in de volgende speerpunten:

4.1 Bestuur 411 Raad Speerpunt bewoners- en overheidsparticipatie in een netwerksamenleving

Doel (lange Het verbeteren van de kwaliteit en samenhang van beleid over participatie termijn) Het traject bestaat uit het ontwikkelen van een eenduidige aanpak (beleid, verordening en inspiratiegids, zie ook programma 3, ‘Woon en leefomgeving’onderdeel Omgevingswet) van participatie en het trainen van betrokken ambtenaren en raadsleden hoe er gewerkt kan worden met het nieuwe beleid. Daarvoor start een traject dat bestaat uit het ontwikkelen van een eenduidige aanpak van participatie, wat wordt vastgelegd in een participatiebeleid, participatieverordening en een Inhoud inspiratiegids. Voor beleidsadviseurs, programmamanagers, projectleiders en raadsleden zal er een training plaatsvinden, waarbij ze zich het werken met het nieuwe participatiebeleid eigen kunnen maken. Hierdoor ontstaat er meer transparantie over hoe Barneveld omgaat met participatie en wat inwoners van de gemeente kunnen verwachten. En andersom biedt de gemeente initiatiefnemers uit de samenleving handvatten hoe ze participatie in hun leefomgeving kunnen vormgeven. Financiën Planning Risico’s

Binnen begroting: kosten van dit traject zijn € 25.000,- (training) vanuit bestaande budgetten. Budget voor het opstellen van het participatiebeleid is begroot in het budget van de Omgevingswet. Traject: najaar/winter 2021 tot en met najaar/winter 2022. Daarna onderbrengen in het jaarlijkse opleidingsprogramma van de organisatie Te weinig interne capaciteit van medewerkers die mee moeten schrijven aan het participatiebeleid.

Speerpunt Dorpenbeleid

Doel (lange termijn)

Inhoud

Financiën Planning

Het komen tot een passende vorm van samenwerking vanuit de dorpen bij maatschappelijke vraagstukken. De gemeente wil samen met de dorpen een integraal kader ontwikkelen om te komen tot een dorpenbeleid 2.0. Hierbij wordt aangesloten bij het participatietraject in het kader van de Omgevingsvisie. In 2022 zullen daarvoor de volgende stappen worden gezet om te komen tot het dorpenbeleid: verkenning samenwerkingsmogelijkheden met de verschillende dorpen, verkenning wensen en behoefte ten aanzien van de participatie in de verschillende dorpen. Op basis van beide verkenningen zullen de contouren van het nieuwe dorpenbeleid worden voorbereid. Voor het opstellen van het dorpenbeleid is een budget van € 30.000,-- beschikbaar. Begin 2022: startnotitie Eind 2022: Contouren dorpenbeleid 2.0 gereed Uitvoering in 2022

49

Risico's

De provincie Gelderland heeft een bedrag van € 300.000,-- toegezegd aan de totstandkoming van het dorpenbeleid. Dit bedrag zit opgenomen in de door de provincie vastgestelde perspectiefnota.

Speerpunt Gebiedsgericht werken

Doel (lange Het verbeteren van de kwaliteit van beleid en interactie tussen bestuur, inwoners en ondernemers termijn) in specifieke gebieden van de gemeente. De gemeente wil samen met de diverse partners de leefbaarheid in wijken en dorpen vergroten. Daarom wordt gebiedsgericht werken ingevoerd als nieuwe werkvorm. Per 1 januari 2022 zal er met drie gebiedsregisseurs invulling gegeven worden aan een gemeentebrede invoering van gebiedsgericht werken. De nadruk zal daarbij liggen op het inrichten van het buitenen het binnenproces als structuur voor het faciliteren van gebiedsgericht werken. Tevens zullen de Inhoud eerste effecten van het gebiedsgericht werken in de pilotgebieden (Kootwijkerbroek, Oldenbarneveld, De Glind en Garderen) zichtbaar worden in 2022. We faciliteren het zelfinitiatief met een impulsbudget, bedoeld voor co-financiering, waar wijken en dorpen aanspraak op kunnen maken om de centrum- en gebiedsplannen op basis van zelfwerkzaamheid uit te kunnen voeren. Personele invulling gebiedsregie: * Structurele middelen ter dekking van huidige gebiedsregisseur : €100.000,-- (via eerder verstrekte beleidstoevoeging van € 20.000 vanaf 2019 en via structurele beleidstoevoeging van € 80.000 per januari 2022).

* Aanstellen van twee gebiedsregisseurs vanaf januari 2022 : via incidentele beleidstoevoeging Financiën van € 200.000 voor twee jaar en daarna verder in te verdienen. *Uitvoeringsbudgetten gebiedsregie. * In het bestaande begroting is structureel budget van € 30.000 beschikbaar voor gebiedsgericht werken. * Daarnaast via incidentele beleidstoevoeging voor het jaar 2022 € 250.000,-- beschikbaar als Impulsbudget Wijken en Dorpen. Planning Uitvoering in 2022 Borging gebiedsgericht werken bij staande organisatiestructuur (= onderdeel Risico’s organisatieontwikkeling/opgavegericht werken). Onvoldoende tijd in lijnorganisatie om te implementeren en werkwijze te borgen.

Speerpunt Eigentijdse dienstverlening

Doel (lange termijn)

Betere dienstverlening voor inwoners, bedrijven en instellingen waarbij zij in het contact met de gemeente ervaren: “Ik ben blij met Barneveld”.

50

De dienstverlening ontwikkelen we door langs de pijlers: Uw vraag centraal (klant gericht werken) Digitaal waar het kan; Persoonlijk waar het moet Om dit mogelijk te maken richten we ons niet langer op het organiseren van de verschillende kanalen afzonderlijk, maar op het samenspel van website(s), balie, post, telefonie, social media en e-mail. Door deze kanalen bij elkaar te brengen, slimmer in te richten en goed op elkaar af te stemmen, realiseren we een betere, naadloze, inclusief klantcontact (= omnichannel strategie); ook met het oog op de toekomst van onze gemeente. De gemeente hanteert hiervoor een doelgerichte werkwijze onder de noemer programma Dienstverlening. Daarbij zoeken we altijd aansluiting bij regionale en landelijke ontwikkelingen en initiatieven. Het programma dienstverlening is een meerjarige opgave en kent een jaarlijkse uitvoeringsagenda. Inhoud

De inspanningen in 2022 zijn gericht op Vervolgen implementatie van klantgericht werken; onder andere door: Het vervolgen van de inrichting van een zaaksysteem. Ontsluiten van een integraal klantbeeld voor burger en medewerker (uiteraard met inachtneming van privacy). Implementeren van een persoonlijke internetpagina voor burgers, waarmee de voorgang van zaken actief gevolgd kan worden. Digitaliseren van werkprocessen waarmee de afhandeltijden voor de inwoner kunnen worden verkort. Inrichten kennisbank om over alle kanalen een eenduidig antwoord te bieden aan de inwoner Verbeteren van de bereikbaarheid voor burgers en partners op alle contactkanalen en voorkomen ‘van kastje naar de muur’. Toekomstbestendig maken van de contactkanalen (website, telefonie, chat/whatsapp, e-mail, post, balie/gesprek). Gebruik begrijpelijke taal in externe correspondentie.

Voor 2022 zijn voor het bereiken van de doelen en prestaties de volgende middelen in de begroting opgenomen: Uitvoering programma dienstverlening 2022: eerder is bij de begroting van 2020 via een incidentele Financiën beleidstoevoeging een programmabudget van € 375.000 toegekend voor de periode 2020-2022. Deze middelen zijn nodig voor het aanjagen en realiseren van inspanningen zoals hiervoor geduid. Het ondersteunen en implementeren van klantgericht werken: Hiervoor is een incidentele beleidstoevoeging van € 175.000 opgenomen voor de implementatie van het zaaksysteem. De planning volgt de uitvoeringsagenda van programma dienstverlening, waaronder: Implementeren klantgericht werken (2020-2023) Proefdraaien chat/whatsapp (2021/2022) Planning Versterken omnichannel bereikbaarheid (2021-2022) Stimuleren Begrijpelijke taal (2020-2022) Start uitrol Persoonlijke Internet Pagina: eerste helft 2022 De operationeledienstverlening wordt beïnvloed door seizoensgebonden producten en kan mede door het ontbreken van een flexibele schil aan capaciteit daar onvoldoende op inspelen. Dit kan, zeker bij onverwachte externe invloeden op seizoensproducten, leiden tot vertraging in ontwikkeltrajecten.

Risico’s Geplande koppelingen tussen systemen binnen de projectstartarchitectuur voor dienstverlening moeten in 2022 voorzien worden uit de middelen toegekend in de structurele beleidstoevoeging van I&A. Deze koppelingen (gezamenlijk € 17.500) zijn niet inhoudelijk voorzien in de betreffende beleidstoevoeging.

412 B&W 4.2 Interne dienstverlening 422 Ondersteuning organisatie Speerpunt Organisatieontwikkeling Doel (lange termijn)

We werken aan een toekomstbestendige en robuuste organisatie. De manier waarop we als organisatie (samen)werken sluit aan op de groei en schaalsprong van de gemeente naar regionale speler, de veranderende rol naar netwerkpartner, dienstverlening conform de ambitie ‘Blij met Barneveld’ en alle andere huidige en toekomstige (verander)opgaven.

51

Inhoud

Financiën Planning Risico’s

In het groeiplan zijn de volgende grote veranderopgaven voor de komende jaren opgenomen: 1. Door-ontwikkeling opgavegericht werken: de vraag vanuit onze omgeving (gebied/inwoners/ondernemers /partners) is leidend voor de manier waarop we ons werk organiseren. 2. We versterken onze strategische slagkracht. 3. De basis bedrijfsvoering is op orde (slimmer en efficiënter inrichten van processen en systemen, portfoliomanagement, betrouwbare managementinformatie, data-gedreven werken, implementatie thuiswerkregeling, de nieuwe digitale werkplek). 4. We weken doelgericht samen conform onze kernwaarden en ontwikkelen nieuwe competenties (zoals digitale vaardigheden, leiderschap op afstand en procesregie). 5. We werken waar we nodig zijn (implementatie ‘werken in de toekomst’). Kaders, doelen en acties voor de organisatie zijn vastgelegd in het groeiplan. Voor digitalisering is in de Kadernota 2022 o.a. extra geld toegekend voor in gebruikname en adoptie Microsoft 365 € 175.000 en inrichten data gedreven werken € 150.000. Voor het groeiplan is incidenteel 1 miljoen opgenomen. Hiervoor is ‘groei voor groei’ ad 100.000 euro ter dekking. Het betreft hier investeringen in extra capaciteit, begeleiding en systemen. Uitvoering gestart in 2021 en doorlopend tot 2025 Onvoldoende capaciteit bij medewerkers (kwalitatief en kwantitatief) en/of hoge werkdruk (implementatie van deze veranderingen).

Wat gaat het kosten? Financiële tabel bedragen x € 1.000 Begroting 2022 4. Bestuur en interne dienstverlening Saldo van baten en lasten 4.1 Bestuur 411 Raad 412 B&W 413 Bestuurlijke samenwerking

Beleidstoevoegingen Lasten Baten

Overig Lasten

Baten

Saldo

-

-

- 2.849 - 1.288 - 1.022 - 539

244 244 -

- 2.605 - 1.044 - 1.022 - 539

- 3.651 - 3.651

-

- 21.142 - 1.963 - 19.179

1.847 1.046 801

- 22.947 - 917 - 22.029

-

-

2.791 2.923 - 1.239 - 220 490 837

105.430 785 18.501 85.849 4 292

108.221 3.708 17.262 85.629 494 1.129

Saldo van baten en lasten

- 3.651

-

- 21.201

107.521

82.669

Mutatie reserves 4.4 Resultaatbepaling 441 Mutaties reserves

-

-

- 3.141 - 3.141

8.276 8.276

5.135 5.135

Mutatie reserves

-

-

- 3.141

8.276

5.135

- 3.651

-

- 24.342

115.797

87.804

4.2 Interne dienstverlening 421 Beheer overige eigen gebouwen en gronden 422 Ondersteuning organisatie 4.3 Algemene dekkingsmiddelen 431 Treasury 432 Belastingen 433 Algemene uitkering 434 Overige baten en lasten 436 Werken voor derden

Resultaat

Lasten en baten per beleidsproduct

52

Paragrafen Paragraaf 1 Lokale heffingen 1.1 Inleiding

Na de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn de gemeentelijke heffingen (belastingen, leges en rechten) de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Deze heffingen zijn de enige inkomstenbronnen waarop de gemeenteraad invloed kan uitoefenen. Met name voor de zuivere belastingen, de heffingen waar geen direct aanwijsbare tegenprestatie van de overheid tegenover staat, is er geen maximum bedrag of opbrengst aangegeven. Voor leges en andere betalingen voor overheidsdiensten is bepaald dat er geen winst mag worden gemaakt. De opbrengst van de heffing mag dan totaal niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente moet maken om de diensten te verlenen. De opbrengsten van de gemeentelijke heffingen zijn geraamd onder de verschillende producten. Het (meerjaren)beleid ten aanzien van de lokale belastingen is opgenomen in de op 16 december 2014 door de raad vastgestelde Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2014. Voor zover het beleid van specifieke belastingen afwijkt van de in de nota opgenomen uitgangspunten, is dat hieronder bij die belasting aangegeven. In deze paragraaf komen de volgende zaken aan de orde: het beleid ten aanzien van de verschillende heffingen en de tarieven; de lokale lastendruk; gegevens over kwijtschelding.

Diagram belastingsoorten

1.2 Beleid

Algemeen Het beleid voor de lokale belastingen is vastgelegd in de verschillende verordeningen en in de Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2014. Het tarievenbeleid wordt jaarlijks geformuleerd bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten in de kadernota. Wij constateren dat de kosten van de gemeente zich ontwikkelen (o.a. door cao-afspraken) en dat mede hierdoor de verschillende heffingen niet volledig kostendekkend zijn. Net als voorgaande jaren wordt voorgesteld om de verschillende tarieven te verhogen. Voor 2022 komt de verhoging uit op 1,50%. Dit geldt voor de onroerendezaakbelastingen (exclusief groei), de hondenbelasting, toeristen- en forensenbelasting en de meeste tarieven van de leges. Uitzonderingen zijn de rioolheffing (4% conform vastgesteld GRP), de grafrechten (7%), de afvalstoffenheffing (geen verhoging) en de reclame- en precariobelasting (beide 0,0%) en de leges voor de bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen (beiden geen verhoging). Het tarief van de precariobelasting mag niet worden verhoogd. Voor enkele producten van de leges burgerzaken gelden landelijke maximumtarieven (bijv. rijbewijs, paspoort). Deze worden daarom binnen de mogelijkheden verhoogd met de inflatie van 1,50%. Zoals bij de Kadernota is afgesproken is voor leges voor legalisatie naar aanleiding van handhavingszaken een tarief ingesteld.

Onroerendezaakbelastingen Voor de OZB is in de Kaderbrief 2022-2025 afgesproken dat deze naast inflatie worden aangepast met 2% vanaf 2023. Er is afgezien van een extra verhoging voor 2022. Voor 2022 betekent dit, afgezien van de groei, een stijging van de opbrengst met 1,50% inflatie voor eigenaren-woningen en voor de eigenaren en gebruikers van niet-woningen. De groei betreft de toename van de waarde en daarmee de opbrengst door nieuw- en verbouw. Na het afronden van de hertaxatie, doen wij een voorstel waarbij de tarieven voor 2022 definitief worden vastgesteld en ook rekening wordt gehouden met de gemiddelde waardeontwikkeling van de objecten.

53

Forensenbelasting Bij de Kadernota van 2022-2025 is afgesproken de tarieven voor de forensenbelasting met ingang van 2022, naast de inflatiecorrectie, te verhogen om een totaal meeropbrengst te genereren van € 10.000 (1%). Het basisbedrag voor deze heffing sluit weer aan bij het forfaitaire tarief voor vaste onderkomens op jaarplaatsen voor de toeristenbelasting. Hondenbelasting Bij de Kadernota van 2022-2025 is afgesproken de tarieven voor de hondenbelasting met ingang van 2022, naast de inflatiecorrectie, te verhogen met 20%, om een totaal meeropbrengst te genereren van € 35.000. Dit is ongeveer € 10 per hond. De inflatiecorrectie is nog niet in onderstaande tabel 'tarieven lokale heffingen' verwerkt. Afvalstoffenheffing De kosten en opbrengsten die toe te rekenen zijn aan het product afval fluctueren sterk. Voor 2022 blijven de tarieven per huishouden gelijk aan de tarieven voor 2021. De kostendekkendheid is 99%. De verwachting is dat de kosten van de afvalinzameling gaan stijgen. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door verhoogde kosten voor de inzameling van GFT en de beoogde aanpassingen aan de milieustraat. Om dergelijke fluctuaties in de toekomst beter te beheersen kan overwogen worden om een egalisatievoorziening in te stellen.

Leges Kabels en Leidingen Door de gemeente Barneveld wordt instemming verleend voor werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van ondergrondse infrastructuren (kabels en/of leidingen), conform de vigerende Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren (AVOI). Als beheerder van de openbare ruimte voert de gemeente de regie en coördinatie bij de aanleg van kabels en/of leidingen van netbeheerders. De leges voor het in behandeling nemen van een aanvraag stijgen met 35%. Deze actualisatie van de tarieven draagt bij aan de kostendekkendheid en zijn in lijn met gemiddeld gehanteerde tarieven. Rioolheffing In het in mei 2021 vastgestelde GRP is een jaarlijkse stijging met 4% voorzien om kostendekkend et zijn. Dit komt mede door de ambities om de klimaatadaptatie ook vorm te geven. In 2022 willen we tot een nieuwe verordening komen op grond van de nieuwe Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing van de VNG. Grafrechten Bij de Programmabegroting 2018 is geconstateerd dat de opbrengsten uit de grafrechten niet volledig de kosten dekken, waarbij gesteld is dat de tarieven naar volledige kostendekkendheid moeten groeien. Dit overeenkomstig het algemene uitgangspunt van "de gebruiker betaalt".

In de notitie 'kostendekkendheid grafrechten', bij de ingekomen stukken van de raad van juli 2018, heeft het college aangegeven de komende jaren te kiezen voor een geleidelijke tariefontwikkeling om gefaseerd te groeien naar een kostendekkende situatie. Uit deze notitie blijkt dat een verhoging van de tarieven van grafrechten met 7%, voor een periode van 6 jaar (2019-2024), volstaat om tot kostendekkende tarieven te komen. Besluitvorming over de tarieven vindt plaats bij de Programmabegroting en de belastingverordening. Vanaf de Programmabegroting 2019 worden de tarieven jaarlijks met 7% verhoogd.

1.3 Tarieven en inkomsten Tarieven begrotingsjaar

Tarieven lokale heffingen

2020

2021

2022

0,0968 0,1975 0,1558

0,0980 0,2093 0,1651

0,0916 0,2132 0,1681

Afvalstoffenheffing - éénpersoonhuishoudens - meerpersoonshuishoudens

€ 187,50 € 312,50

€ 196,80 € 328,00

€ 196,80 € 328,00

Rioolheffing - vastrecht tot 350 m3 afvalwater

€ 179,25

€ 186,40

€ 193,85

Hondenbelastingen - voor de 1e hond - voor de 2e hond - voor elke volgende hond

€ 42,80 € 59,60 € 73,40

€ 43,30 € 60,35 € 74,30

€ 52,00 € 72,00 € 89,00

Onroerende zaakbelastingen - eigenaren woningen, in % van de waarde - eigenaren niet-woningen, in % van de waarde* - gebruikers niet-woningen, in % van de waarde

54

- kennels

€ 102,40

€ 103,65

€ 124,00

Toeristenbelasting - per overnachting - per seizoenplaats - per jaarplaats

€ 0,93 € 173,90 € 174,10

€ 1,08 € 202,00 € 202,20

€ 1,10 € 205,70 € 205,95

€ 185,30 € 185,30

€ 202,20 € 202,20

€ 207,25 € 207,25

€ 966,00

€ 994,00

€ 1.018,00

€ 185,30

€ 202,20

€ 207,25

Forensenbelasting - bij een WOZ-waarde van € 70.000 of minder - bij een WOZ-waarde van meer dan € 70.000 vermeerderd met 0,91% van het bedrag waamee de heffingsmaatstaf een bedrag van € 70.000 te boven gaat. Met dien verstande dat per woning een maximumbedrag geldt van: - voor woningen/onderkomens waarvoor geen waarde is vastgesteld op grond van de WOZ bedraagt het tarief:

*De tarieven voor de OZB van de niet woningen zijn voorlopig verhoogd met 6% omdat de uitkomsten van de herwaardering nog niet beschikbaar zijn. Na de afronding van de jaarlijkse hertaxatie zal uiterlijk januari 2022 een voorstel worden gedaan om de tarieven voor 2022 definitief vast te stellen.

Inkomsten uit heffingen bedragen x € 1.000 Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen) 01. Onroerende zaakbelastingen woningen 02. Onroerende zaakbelastingen niet-woningen 03. Hondenbelasting 04. Toeristenbelasting 05. Forensenbelasting 06. Rioolheffing 06. Rioolheffing - kwijtschelding 07. Reclamebelasting 08. Precariobelasting Totaal Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen)

7.061 6.321 166 515 982 4.854 - 114 117 2.969 22.871

7.052 6.434 173 585 950 4.939 - 120 120 2.910 23.043

7.052 6.434 208 585 960 5.279 - 120 170 2.755 23.323

Rechten (Tariefsgebonden) 09. Begrafenisrechten 10. Afvalstoffenheffing 10. Afvalstoffenheffing - kwijtschelding 11. Parkeergelden 12. Parkeerboetes 13. Marktgelden 14. Leges burgerlijke stand 15. Leges dienstverlening 16. Leges Wabo vergunningen 17. Leges bestemmingsplannen 18. Overige leges Totaal Rechten (Tariefsgebonden)

691 6.175 - 159 568 46 37 108 477 2.243 929 138 11.254

924 6.429 - 155 720 100 40 130 897 2.316 1.097 140 12.638

983 6.429 - 155 695 100 35 145 856 2.266 1.097 186 12.637

Totaal lokale heffingen

34.124

35.681

35.960

Lokale heffingen

*De voorgestelde inflatiecorrectie van 1,5% voor 2022 is nog niet in deze cijfers per belastingsoort verwerkt, maar staat op een aparte stelpost begroot.

1.4 Kostendekkendheid

Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt hieronder een uitgebreidere kostendekkendheid weergegeven. Gerekend wordt met een opslag van de overhead ten opzichte van de salariskosten die toegerekend worden aan de betreffende heffing (50%). In de paragraaf bedrijfsvoering is de opbouw van dit percentage weergegeven. In de verzameltabel is de kostendekkendheid van de verschillende leges op hoofdlijnen weergegeven en een totaal kostendekkendheidspercentage (rekening houdend met de in deze programmabegroting voorgestelde tariefsaanpassingen).

Afvalstoffenheffing

55

bedragen x € 1.000 Begroting 2021

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

Begroting 2022

Bedrag

%

Bedrag

%

5.434 - 640 4.793

83% -10% 73%

5.385 - 698 4.688

83% -11% 72%

765 338 666 1.769

12% 5% 10% 27%

655 363 794 1.812

10% 6% 12% 28%

Totale kosten

6.562

100%

6.500

100%

Totale opbrengsten heffingen

6.429

Tekort Dekkingspercentage opbrengsten

- 132

Kosten Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten product Overhead Aandeel straatreiniging (m.i.v. 2021: 50%) BTW Toe te rekenen kosten product

6.429 - 70 98%

99%

Rioolheffing bedragen x € 1.000 Begroting 2022

Begroting 2021

Kostendekkendheid rioolheffing

Bedrag

%

Bedrag

%

3.965 - 58 3.907

80% -1% 79%

4.075 - 44 4.031

79% -1% 78%

436 338 258 1.032

9%

10%

9%

507 363 258 1.128

Totale kosten

4.938

88%

5.159

93%

Totale opbrengsten heffingen

4.819

Overschot, te verrekenen met voorziening VGRP Dekkingspercentage opbrengsten

- 119

Kosten Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten product Overhead Aandeel straatreiniging (m.i.v. 2021: 50%) BTW Toe te rekenen kosten product

5% 15%

5.159 0 98%

100%

Leges en heffingen bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Grafrechten Leges omgevingsvergunning Leges burgerzaken

Lasten taakveld

Overhead incl. rente

5.385 4.075 1.131 4.002 976 15.568

1.018 870 221 778 216 3.102

BCF Totaal lasten /BTW 794 258 - 100 952

7.197 5.202 1.352 4.680 1.191 19.622

Leges

Andere inkomsten

Dekkings %

6.429 5.159 982 3.363 1.029 16.961

698 44 1 612 1.354

99% 100% 73% 83% 86% 93%

1.5 Lokale lastendruk

Om een indruk te hebben wat de "lokale lastendruk" is, wordt berekend wat de huishoudens aan belasting moeten betalen. Daarbij worden de voor huishoudens gebruikelijke heffingen betrokken bestaande uit de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen wordt jaarlijks een atlas van de lokale lasten opgesteld. Deze atlas geldt voor de VNG als een officiële publicatie die de lokale lasten in beeld brengt. De bruto woonlasten van meerpersoonshuishoudens lopen, volgens de COELO Atlas voor2021, uiteen van € 598 tot € 1.517 per jaar. Uitgedrukt voor een gemiddeld huishouden in Barneveld bedroeg de stijging 3,4%. Landelijk gezien bevindt Barneveld zich op plaats 175 van de 370 gemeenten en is Barneveld nog altijd een gemeente met een gemiddelde lastendruk.

56

Lokale lastendruk

2020

2021

Lastenstijging (%)

- Barneveld (meerpersoons huishoudens)

€ 796

€ 823

3,4%

Hoogste tarieven - Landelijk - Gelderland

€ 1.440 € 1.011

€ 1.517 € 1.090

5,3% 7,8%

Gemiddelde tarieven - Landelijk - Gelderland

€ 776 € 785

€ 811 € 808

4,5% 2,9%

Laagste tarieven - Landelijk - Gelderland

€ 573 € 573

€ 598 € 618

4,4% 7,9%

Bron: COELO Atlas van de lokale lasten (www.coelo.nl/digatlas/index)

1.6 Kwijtschelding

Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslag van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de onroerende-zaakbelasting. Bij de beoordeling van het verzoek vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau. Mensen die duurzaam een laag inkomen hebben, hoeven geen verzoek om kwijtschelding in te dienen. Hun aanslagen worden automatisch kwijtgescholden. Naar verwachting wordt er in 2021 ongeveer 700 keer geheel of gedeeltelijk kwijtschelding verleend tot een totaal bedrag van € 275.000. Voor 2022 blijft dit ongeveer gelijk.

Tabel ontwikkeling kwijtschelding bedragen x € 1.000 Kwijtscheldingen Kwijtschelding afvalstoffenheffing Kwijtschelding rioolheffing Totaal

Rekening 2020

Begroting 2021

Begroting 2022

- 159 - 114 - 273

- 155 - 120 - 275

- 155 - 120 - 275

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen 2.1 Inleiding

Informatie over het weerstandsvermogen is van belang om te weten of en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Deze tegenvallers kunnen incidenteel en structureel van aard zijn, maar hebben altijd invloed op de financiële positie van de gemeente. Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn, is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. De mate van flexibiliteit van de gemeentebegroting speelt een belangrijke rol bij de bepaling van het weerstandsvermogen: hoe snel kunnen tegenvallers worden opgevangen door ombuigingen van bestaand beleid al dan niet in combinatie met belastingverhogingen. Ook de omvang van de vrij aanwendbare reserves is daarbij van belang. Vanuit het provinciaal toezicht zijn geen directe normen voor het weerstandsvermogen aangegeven; wel wordt bewaakt dat de algemene reserve een bepaalde minimum omvang heeft. Begrippenkader Onder het weerstandsvermogen wordt een kengetal verstaan, namelijk de verhouding tussen de direct beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit : Benodigde weerstandscapaciteit

57

Met de direct beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. Onder benodigde weerstandscapaciteit verstaan we alle risico’s waarvoor nog geen maatregelen zijn getroffen, die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Tot het treffen van dergelijke maatregelen behoren onder andere het instellen van voorzieningen, het afdekken van risicogebieden met verzekeringen dan wel andere risicobeperkende acties.

2.2 Beleid

Eind 2020 is de Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2020 - 2024 geactualiseerd en daarin zijn de hoofdlijnen van beleid ongewijzigd. Het weerstandsvermogen wordt concernbreed twee maal per jaar bepaald, ten tijde van de begroting en de jaarrekening, in paragraaf 2 (programmabegroting en jaarverslaggeving). Risico's en reserves zijn continu aan verandering onderhevig, zo is ook het weerstandsvermogen in deze paragraaf een momentopname. In de paragraaf weerstandsvermogen wordt er daarom gewerkt met streefwaardes en bandbreedtes in plaats van met exacte getallen. Met ingang van de begroting 2021 hanteren we een meer uitgebreide set van indicatoren waarmee een bredere weging van de balanswaarden als weerstandsvermogen, schuldenpositie en/of exploitatieruimte mogelijk wordt gemaakt. De bandbreedtes van het weerstandsvermogen zijn gehandhaafd als in onderstaande tabel.

Weerstands vermogen

Effect

Maatregel

< 1,0

onder minimale streefwaarde

1,0 – 1,2

minimale streefwaarde optimale bandbreedte maximale streefwaarde boven maximale streefwaarde

College neemt maatregelen om binnen twee jaar > 1,0 te komen. Deze zijn gericht op het verlagen van de benodigde weerstandscapaciteit en/of het verhogen van de beschikbare weerstandscapaciteit. college maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan.

1,2 – 1,6 1,6 – 2,0 > 2,0

n.v.t. college maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan. n.v.t.

2.3 Beschikbare weerstandscapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet-begrote kosten te dekken door structurele middelen vrij te maken. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. In het kader van het weerstandsvermogen binnen deze paragraaf, houden wij slechts rekening met de incidentele weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel is een vergelijkend overzicht gegeven van de geprognosticeerde weerstandscapaciteit per begin/einde van het boekjaar 2022. Hierbij zijn de incidentele uitgaven verwerkt. Eventuele winstnemeningen grondexploitaties zijn niet in deze prognose opgenomen.

Tabel weerstandscapaciteit bedragen x € 1.000 Weerstandscapaciteit 1. Algemene reserves 2. Stille reserves Totaal weerstandscapaciteit

Prognose 1 jan 2022

Prognose 31 dec 2022

26.698 p.m. 26.698

23.550 p.m. 23.550

Algemene reserves (a) Voor de berekening van de weerstandscapaciteit worden alleen de vrij besteedbare reserves meegenomen. Deze vrij besteedbare reserves treffen wij aan bij de groep van algemene reserves. Voor de bestemmingsreserves geldt dat voor wijziging van de bestemming een raadsbesluit nodig is zodat er dus geen

58

sprake is van een vrij besteedbare reserve. Voorzieningen zijn niet vrij besteedbaar en behoren daarom niet tot de weerstandscapaciteit. Stille reserves (b) Stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarden bij verkoop en de boekwaarden van de diverse activa. Hierbij kan worden gedacht aan panden, aandelen en bedrijfsmiddelen. De directe opbrengstwaarde dient bekend te zijn en bovendien moeten de betreffende activa direct verkoopbaar of verhandelbaar zijn. Dit is met de gemeentelijke activa zelden het geval. Mede daarom zijn de stille reserves als een p.m. post opgenomen.

2.4 Benodigde weerstandscapaciteit

Voor de begroting 2022 zijn risico’s onlangs geactualiseerd. Waar mogelijk zijn maatregelen getroffen om risico's te beperken. Vervolgens is een risicosimulatie uitgevoerd. Deze risicosimulatie resulteerde in een een totaal risicobedrag van € 15,9 miljoen. Dit bedrag is daarmee € 0,6 miljoen hoger dan de risico's in de jaarverslaggeving 2020 (15,3 miljoen). De top 5 van belangrijkste risico's is niet gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening, wel is de stikstofproblematiek en de gevolgen van de instroom statushouders nieuw in de top 10 opgenomen. De belangrijkste tien risico's (mix van omvang/geld en kans) in volgorde van grootte van impact: 1. onvoorziene risico's grondexploitaties (planfase 2 en 3) 2. kosten jeugd maatschappelijke ondersteuning en Participatiewet nemen toe 3. corona 4. beheerkwaliteit van de nieuwe wijken blijft achter 5. het niet of niet tijdig aantrekken van (voldoende) kwalitatief personeel 6. stikstofproblematiek in relatie tot planvorming 7. instroom statushouders 8. vertraging in het transformatieplan jeugd 9. cyberrisico 10. onvoldoende managementinformatie voor adequate sturing. Risico’s zijn ook inzichtelijk bij (en integraal onderdeel van) alle speerpunten van de vier programma’s. De risico’s van verbonden partijen zijn in paragraaf 6 in beeld gebracht.

2.5 Weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit

De ontwikkeling van onze reserves (beschikbare weerstandscapaciteit) en risicobedrag (benodigde weerstandscapaciteit) sinds de invoering van risicomanagement ziet er als volgt uit: (NB: beschikbare weerstandscapaciteit: de cijfers van augustus/september hebben betrekking op prognoses (begroting); die van februari geven de werkelijkheid weer (jaarverslaggeving)).

Weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen

=

26,7 --------- = 1,68

59

15,9 Het weerstandsvermogen is ten opzichte van de stand van een half jaar geleden (bij de jaarrekening 2020) afgenomen met 0,6 tot een waarde van 1,68. Het weerstandsvermogen blijft boven de maximale streefwaarde. De lichte afname is als gevolg van een lichte afname van de algemene reserve en het gelijk blijven van de risico's. Het weerstandsvermogen moet mede worden beoordeeld in het licht van desolvabiliteit. De beschikbare weerstandscapaciteit maakt hier onderdeel van uit. De solvabiliteit (zie paragraaf 2.6) bevindt zich boven de minimale streefwaarde, maar nog onder de optimale streefwaarde. Het is daarom verstandig geen specifieke besluiten te nemen die het weerstandsvermogen en de solvabiliteit omlaag brengen.

2.6 Balansprognose en financiële kengetallen

Vanaf 2013 geeft de gemeente aandacht aan balansratio's in de P&C documenten. Dit zijn verhoudingsgetallen op basis van de balans en/of exploitatietotalen. Vanaf de begroting 2017 hebben wij een balansprognose en kengetallen opgenomen conform de voorgeschreven berekeningssytematiek. De gegevens zijn geactualiseerd en aangesloten op de stand van de jaarrekening 2020.

Meerjarenbalans Realisatie Ultimo 2020

Begroting Ultimo 2021

Begroting Ultimo 2022

MJR Ultimo 2023

bedragen x € 1.000 MJR MJR Ultimo Ultimo 2024 2025

Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa

390 263.189 13.878 277.457

844 276.478 13.145 290.467

1.013 274.050 13.130 288.193

1.024 275.698 13.121 289.843

831 280.497 13.111 294.439

531 280.439 13.108 294.078

Vlottende activa Voorraden Vorderingen Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa

62.182 9.522 -0 10.978 82.682

65.994 9.522 -0 10.978 86.494

26.219 9.522 -0 10.978 46.719

19.723 9.522 -0 10.978 40.223

14.672 9.522 -0 10.978 35.172

3.943 9.522 -0 10.978 24.443

Totaal activa

360.139

376.961

334.912

330.066

329.611

318.521

Vaste passiva Eigen vermogen Reserves Onverdeeld resultaat

89.608 1.514

88.865 65

83.730 197

80.404 52

78.366 3

78.054 386

Vreemd vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Totaal vaste passiva

17.302 206.046 314.471

8.514 204.549 301.993

9.078 203.020 296.025

9.794 199.990 290.239

11.609 194.460 284.438

13.102 190.294 281.836

Vlottende passiva Kortlopende schulden Liquide middelen Overlopende passiva

20.775 1.920 22.973

51.994 22.973

15.914 22.973

16.854 22.973

22.200 22.973

13.712 22.973

Prognose meerjarenbalans

60

Totaal vlottende passiva Totaal passiva

45.668

74.968

38.887

39.827

45.173

36.685

360.139

376.961

334.912

330.066

329.611

318.521

In bovenstaande balans wordt een verkorte omschrijving gebruikt voor de diverse posten. De terminologie volgens BBV is als volgt: Balanspresentatie:

Terminologie BBV:

- Vorderingen (activa) - Langlopende schulden (passiva) - Kortlopende schulden (passiva) - Liquide middelen (passiva)

- Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Banksaldi (deze zijn onderdeel van de netto-vlottende schulden)

Toelichting meerjarenbalans

Als uitgangspunten voor de meerjarenbalansprognose hebben wij ons gericht op de belangrijkste en grootste posten. Daarbij hebben wij een aantal uitgangspunten gehanteerd ten aanzien van: - de materiële vaste activa: hierin is een toename opgenomen op basis van de bestaande beleidstoevoegingen, vervangingsinvesteringen en een afname op basis van de vaste, toekomstige afschrijvingen; - de financiële vaste activa: er is een inschatting gemaakt op basis van gemaakte afspraken en het historisch verloop van de portefeuille; - de grondvoorraad (incl. voorziening) is gebaseerd op het actuele Meerjarenplan Grondexploitaties (MPG). Er is, net als in voorgaande jaren, nog geen rekening gehouden met (verwachte) winsten; - de reserves: er is een inschatting gemaakt op basis van vaste en incidentele stortingen en onttrekkingen; - de langlopende schulden: op basis van het verloop gebaseerd op de huidige vaste leningenportefeuille en een inschatting van aan te trekken nieuwe geldleningen. De post 'kortlopende schuld' is de sluitpost en geeft een indicatie voor de aan te trekken financiering in de betreffende jaren. Dit kan kortlopend dan wel langlopend afgesloten worden.

Financiële kengetallen

Bij het beoordelen van de hoogte en de ontwikkeling van de ratio’s moet gekeken worden naar de samenhang tussen ratio’s en ontwikkeling ervan in de tijd. De uitkomst van een individuele ratio biedt een beperkt inzicht. Conform de actualisatie van de schuldennotitie nemen wij een breder aantal kengetallen op de volgende kengetallen: Netto schuldquote: Netto schuld als aandeel van de inkomsten. Als streefwaarde hanteert de VNG een netto schuldquote van 130% als bovengrens. Effectieve netto schuldquote: De effectieve netto schuldquote is de netto schuldquote minus uitleenquote en minus de voorraadquote. Grondvoorraadquote: Het totaal van voorraad bouwgrond (in exploitatie genomen gronden en niet-in exploitatie genomen gronden) afgezet tegenover de inkomsten van de gemeente. Uitleen quote Dit kengetal geeft aan welk deel van het financiële beslag wordt ingezet voor het verstrekken van leningen aan derden. Solvabiliteit: Het procentuele aandeel van het eigen vermogen op het totaal van het vermogen. Deze ratio geeft aan in hoeverre een organisatie aan de lange termijn financiële verplichtingen kan voldoen. Algemeen gehanteerde streefwaarde is minimaal 20% (eigen vermogen/totale vermogen), maar liever meer dan 30% (streefwaarde).

Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is het structurele exploitatieresultaat uitgedrukt in de totale baten voor de mutatie op reserves. Onbenutte belastingcapaciteit OZB

61

Dit kengetal geeft aan hoeveel een gemeente zijn inkomsten kan verhogen bij een slechtweerscenario.Een positieve uitkomst geeft aan dat een gemeente ruimte heeft om OZB-tarieven te verhogen. Netto investeringsquote: De netto investeringsquote is geschikt om te beoordelen of een gemeente voldoende investeert voor het behoud van een aanvaardbaar voorzieningenniveau. Gemeenten kunnen op de investeringen bezuinigen om de schuldquote door exploitatietekorten niet te laten oplopen. Schuld/primair surplus Dit verhoudingsgetal geeft aan hoeveel jaar het duurt om de schulden volledig terug te betalen uit de vrije kasstroom (primair surplus). DSCR (Debt Service Coverage Ratio) De Debt Service Coverage Ratio (DSCR) is een kengetal dat wordt gebruikt om een beeld te krijgen van de betalingscapaciteit van een onderneming in verhouding tot de financiële verplichtingen, ook wel Debt Service genoemd. Kort gezegd is de DSCR de betalingscapaciteit gedeeld door de financiële verplichtingen. De betalingscapaciteit wordt gevormd door de vrije geldstroom binnen een onderneming, in dit geval het primair surplus. De financiële verplichtingen betreffen het totale saldo van rente en aflossingen.

62

Tabel kengetallen Realisatie Kengetallen

Begroting

MJR

2016

2017

2018

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

Balans kengetallen 1. Netto schuldquote 2a. Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen 2b. Effectieve netto schuldquote 3. Grondvoorraadquote 4. Uitleenquote 5. Solvabiliteit

184% 165% 90% 75% 19% 20%

188% 175% 108% 67% 13% 21%

131% 121% 78% 43% 9% 23%

146% 136% 97% 38% 10% 27%

146% 137% 98% 39% 9% 25%

183% 174% 127% 47% 9% 24%

156% 147% 128% 19% 9% 25%

159% 149% 135% 14% 9% 24%

158% 148% 138% 11% 9% 24%

147% 138% 135% 3% 9% 25%

Exploitatie kengetal 6. Structurele exploitatieruimte

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

1,8%

0,0%

0,0%

0,2%

Belasting kengetal 7. Gemeentelijke belastingcapaciteit 8. Onbenutte belastingcapaciteit (% v/d inkomsten)

101% 0%

103% 5%

104% 6%

105% 6%

101% 5%

105% 5%

105% 5%

105%

104%

103%

Kasstroom kengetallen 9. Investeringsquote 10. Schuld / Primair surplus 11. DSCR (Debt Service Coverage Ratio)

38% 16 0,7

42% 19 0,7

36% 7 1,8

44% 9 0,6

17% 14 0,5

20% 27 0,4

20% 16 0,9

18% 15 1,1

3% 14 1,1

1% 11 1,4

Toelichting financiële kengetallen

Toelichting De kengetallen zijn op basis van de jaarrekening 2020, aangevuld met de gegevens uit de Meerjarenbegroting en -perspectief, tot stand gekomen. 1a Netto schuldquote De verbetering van de schuldquote wordt veroorzaakt door een daling van de omvang van de schuld (lang en kort). Deze ontwikkelt zich naar verwachting van € 206 miljoen (in jaarrekening 2020) naar € 190 miljoen in 2025, door onder meer een afname van de grondvoorraad. Daarnaast zien we een afnemend investeringsvolume, waardoor de materiële vaste activa licht dalen.

63

2a Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit kengetal geeft het effect aan als alle aan derden verstrekte leningen buiten beschouwing worden gelaten. Mede door een afname van het investeringsvolume en aflossingen van de verstrekte leningen daalt deze schuldquote. 2b Effectieve netto schuldquote Een hoge netto schuldquote hoeft niet te betekenen dat een gemeente relatief gezien hoge schulden heeft. Mogelijk heeft de gemeente tegenover de schulden hoge voorraden onderhanden werk grondexploitatie staan, die op korte termijn worden verkocht. Daarmee daalt de schuld. Ook kan het aandeel uitgeleende gelden in de netto schuldquote laag zijn, zodat de gemeente maar een zeer beperkt wanbetalingsrisico op deze uitzetting loopt. Uit de netto schuldquote kan tezamen met de uitleenquote en de voorraadquote het kengetal effectieve netto schuldquote worden gedefinieerd. Deze waarde ontwikkelt zal de komende jaren dalen, doordat het investeringsvolume afneemt en de voorraden grondexploitatie de komende jaren eveneens afnemen. 3 Grondvoorraadquote Dit kengetal is te lezen als een verbijzondering van de balansratio '1 Netto schuldquote'. In dit kengetal worden de bouwgronden (in exploitatie + niet in exploitatie) gedeeld door de totale inkomsten van de gemeente. Dit kengetal verbetert van 18,5% in 2022 naar circa 3% in 2025.

Dit wordt veroorzaakt doordat de komende jaren diverse voorraden bouwgrond in exploitatie afgesloten zullen worden. 4. Uitleenquote De uitleenquote is het percentage van de netto schuldquote dat is uitgeleend aan derden. Het grootste aandeel hierin zijn de hypotheken verstrekt aan ambtenaren en de verstrekte leningen die SVN namens de gemeente verstrekt aan inwoners voor starterleningen en duurzaamheidsleningen. 5. Solvabiliteit De solvabiliteit blijft de komende jaren stabiel en schommelt rond de 25%. Dit is ruim boven de minimale streefwaarde van 20%. 6 Structurele exploitatieruimte In deze begroting is de structurele exploitatieruimte procentueel weergegeven. De structurele exploitatieruimte houdt rekening met het structurele resultaat (zie meerjarenprognose in de financiële begroting) en de structurele stortingen en onttrekkingen in de reserves. 7 Gemeentelijke belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit laat de ontwikkeling van de lokale belastingen en heffingen voor een gemiddeld gezin zien afgezet tegen de gemiddelde belastingdruk van gemiddeld Nederland. Bij een score onder de 100% is de belastingdruk lager dan gemiddeld Nederland. Barneveld kent een licht hoger gemiddelde. 8. Onbenutte belastingcapaciteit.

Dit is het verschil tussen hetgeen de gemeente aan OZB kan verhogen tot het 'redelijke' tarief ten opzichte van het tarief dat nu in rekening wordt gebracht. Uitgedrukt in een percentage van de totale baten van de gemeente Barneveld is dat zo'n 5%. Als de gemeente de belastingen daartoe (in stapjes) zou verhogen, dan zou dat een verhoging van de belastingopbrengst betekenen met zo'n € 7,5 miljoen. 9. Netto investeringsquote De gemeente Barneveld heeft afgelopen jaren relatief veel geïnvesteerd. In de komende jaren wordt nog steeds geïnvesteerd. De groei van de investeringen lag en ligt daarmee hoger dan de verwachte inkomstenstijging. De in de kadernota en begroting opgenomen investeringen nemen met name in 2025 in volume af, waardoor de investeringsquote daalt. In de meerjarenbegroting 2022 bedragen de gemiddelde investeringen over de periode 2022-2025 gemiddeld circa € 12 miljoen per jaar. Zoals in de paragraaf bedrijfsvoering onder 7.5 is vermeld gaan we in het komende jaar werken aan een meerjareninvesteringsplanning, zodat er ook voor de toekomstige meerjarenschijven een beter beeld ontstaat van het verwachte investeringsvolume. 10. Schuld/primair surplus Het verhoudingsgetal daalt naar verwachting de komende jaren van 15% naar circa 11%. 11. DSCR De Debt Service Coverage Ratio begeeft zich boven de 1.

Dit betekent dat de rente en aflossingen betaald kunnen worden uit de vrije kasstroom.

64

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.1 Inleiding

Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt beslag op een aanzienlijk deel van de financiële middelen. Kapitaalgoederen zijn verdeeld naar de categorieën wegen, water en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beheerplannen legt de gemeenteraad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Met de vaststelling van de programmabegroting machtigt de raad het college van burgemeester en wethouders om de uitgaven ten laste van de betreffende onderhoudvoorzieningen te brengen. Deze voorzieningen worden gevuld door een jaarlijkse storting vanuit de diverse programma's. De kosten van het onderhoud worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht.

3.2 Wegen

Beleidskader De gemeente heeft op dit moment ongeveer circa 4,24 miljoen m² aan wegen, fiets- en voetpaden in beheer en eigendom. De gemeente is, als wegbeheerder, verantwoordelijk voor deze verhardingen. De in mei 2016 door de gemeenteraad vastgestelde, beleidsvisie Beheer en Onderhoud wegen gemeente Barneveld 2017-2026 geeft hiervoor de juiste kaders. Vanaf de Kadernota 2017-2020 is het hieraan gerelateerde benodigde onderhoudsbudget opgenomen. Kwaliteitsniveau verhardingen Door de raad is besloten dat het totale verhardingsareaal binnen de gemeente dientte voldoen aan kwaliteitsniveau Basis. De cijferrange van niveau Basis is 5,5 - 7,4. Het huidige gemiddelde kwaliteitsniveau heeft een lager cijfer. In de Rapportage kwaliteitsontwikkeling 2020 is dit verder uitgewerkt en is aangeven wat de oorzaken zijn van de te lage kwaliteit. Deze rapportage komt in het 4e kwartaal 2021 ter kennisname naar de raad. We stellen een beheerplan wegen op en brengen de vervangingsopgaven en de integrale opgaven in beeld. De financiële gevolgen daarvan brengen we in beeld bij de Kadernota 2023-2026. Daarnaast herijken we de Beleidsvisie Beheer en Onderhoud wegen. Beheerplan In de tweede helft van 2021 wordt een meerjarig beheerplan opgesteld met daarin een voorstel om in de aankomende jaren het kwaliteitsniveau op peil te brengen. Uitvoeringsplan incl.

meerjarige onderhoudsplanning Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan opgesteld. Hierin zijn de onderhoudslocaties voor het komende jaar opgenomen, inclusief een financiële onderbouwing. Daarnaast wordt verslag gedaan van de resultaten van het voorgaande jaar. Het uitvoeringsplan wordt door het college vastgesteld en gaat ter kennisname naar de raad. De meerjarige onderhoudsplanning (5 jaar) van het wegenonderhoud maakt onderdeel uit van het uitvoeringsplan. Deze planning wordt jaarlijks geactualiseerd. Tevens schuift de planperiode een jaar door. De meerjarige onderhoudsplanning van het wegonderhoud vormt, samen met de planningen van de andere vakdisciplines, de input voor de integrale meerjarige planning. Integrale meerjarige planning (IMP) Een Integrale Meerjarige Planning (IMP) maakt vroegtijdige afstemming mogelijk, zodat er een stevige basis ontstaat voor het integraal, project- en planmatig werken. Om die reden is de ambitie om, op een zo kort mogelijke termijn, te komen tot een integraal (gedragen) meerjarige planning. Vanaf 1 juli is de nieuwe functie projectadviseur Fysiek Domein ingevuld. Kerntaak binnen deze functie is de IMP verder te professionaliseren en te ontwikkelen.

Voorziening groot onderhoud wegen bedragen x € 1.000 Voorziening Groot onderhoud wegen Stand per 1 januari

Begroting 2022

MJR 2023

MJR 2024

MJR 2025

561

910

1.055

1.950

65

Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december

4.158 - 3.809 910

3.536 - 3.391 1.055

3.536 - 2.641 1.950

2.356 - 2.141 2.165

3.3 Water

Beleidskader Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) en vigerende beleidsplannen Het Gemeentelijk Rioleringsplan geeft invulling aan de verplichting vanuit de Wet Milieubeheer om de water- en riooltaken en de bekostiging hiervan vast te leggen. Het GRP 2021-2026 is op 26 mei 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. De kern van het GRP is de invulling van de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Daarnaast is er extra aandacht voor oppervlaktewater, klimaatadaptatie, duurzaamheid en samenwerking. Dit nieuwe GRP past in de structuur van de Omgevingswet. Jaarlijks wordt aan de raad het uitvoeringsplan voor het komende jaar en een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en maatregelen gepresenteerd. Platform Water Vallei & Eem (PWVE). Het Platform Water Vallei & Eem is een netwerkorganisatie die succesvol samenwerkt door actief kennis en kunde te delen. De komende jaren staan we als regio Vallei en Eem voor grote uitdagingen zoals meer en hevige neerslag en langere periodes van droogte. Samenwerken is noodzakelijk om deze uitdagingen aan te kunnen. Door kennis en ervaringen te delen dragen we bij aan klimaatrobuuste, duurzame en prettige leefomgeving.

Het Platform richt zich de komende jaren op de inhoudelijke opgaven rond de waterketen, waaronder de uitdagingen uit het (nieuwe) Bestuursakkoord Water en de afspraken uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Het Programmaplan 2021-2022 beschrijft de opgaven met bijbehorende capaciteit en middelen. Opgaven zijn gekoppeld aan de 5 thema's Klimaatadapatie, Netwerken, Mens & Organisatie, Beleid, kennis & innovatie en Informatievoorziening. Financiële consequenties De genoemde inkomsten en uitgaven komen overeen met de bedragen genoemd in het GRP 2021-2026. De meerjarenbegroting in het GRP geeft een prognose tot het jaar 2026, waarbij er vanuit wordt gegaan dat de voorziening voldoende op peil is om de benodigde maatregelen uit te kunnen voeren. Vanaf 2019 worden de financiële lasten van het GRP geëgaliseerd door gebruik te maken van een voorziening.

Voorziening riolering GRP bedragen x € 1.000 Voorziening riolering GRP Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december

Begroting 2022

MJR 2023

MJR 2024

MJR 2025

2.321 190

2.511 545

3.056 883

3.939 1.237

2.511

3.056

3.939

5.176

3.4 Gebouwen

Beleidskader De uitgangspunten voor de uitvoering van het planmatig onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen zijn opgenomen in de rapportage planmatig onderhoud 2020-2039. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt welke structurele onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn, gekoppeld aan de toekomstvisie voor het gebruik en het beheer van de gebouwen. Daarnaast zijn mutaties op het gebouwenbestand en de meest omvangrijke werkzaamheden toegelicht. Het efficiënt uitbesteden van planmatige onderhoudswerkzaamheden is een doorlopend aandachtpunt.

66

Door maatschappelijke en economische ontwikkelingen wordt er steeds meer gekeken naar de mogelijkheden van duurzame oplossingen binnen het vastgoed. Niet alleen bij nieuwbouw, maar juist bij bestaande bouw worden strengere eisen gesteld. Er wordt momenteel gewerkt aan het voorstel voor een duurzaam meerjarenonderhoudsplan (DMJOP) voor ons gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. Verder wordt bekeken in hoeverre onderdelen van klimaatadaptief bouwen ingezet kunnen worden bij bestaand bezet- en nog te realiseren projecten. De verdere professionalisering van de organisatie rondom vastgoed wordt in 2022 voortgezet o.a. met behulp van het vastgoedbeleid en het definiëren en verder uitwerken van de kritieke prestatie indicatoren. Stapsgewijs worden kosten en inkomsten van vastgoed transparant en wordt invulling gegeven aan het sturen op vastgoed. Nu de uitgangspunten voor accommodatiebeleid voor sport- en cultuur door de raad zijn vastgesteld, worden deze met clubs, verenigingen en instellingen besproken. Na deze participatiefase wordt het accommodatiebeleid Sport & Cultuur opgesteld (begin 2022). In 2022 krijgen de dorpshuizen extra aandacht onder andere door inzet op het meer benutten van de accommodatie en eventueel het aanvullen van het beleid. Beheer en onderhoudsplan Het meerjarig onderhoudsplan gebouwen wordt jaarlijks door het college vastgesteld.

De gemeente Barneveld heeft ongeveer 85 gemeentelijke gebouwen waarop planmatig onderhoud plaatsvindt. Dit varieert van huisvesting van gemeentelijke diensten, kleedruimten op sportcomplexen, opstallen bij begraafplaatsen, monumentale kerktorens, parkeergarage Transferium Noord en brandweergarages waaronder het hulpverleningscentrum tot overige eigendommen, zoals woningen. De objecten worden periodiek geïnspecteerd op de onderhoudsconditie volgens de NEN 2767. De eerst volgende inspecties staan gepland voor 2022, de verwachting is dat er geen noemenswaardige kostenverhogende gebreken bij de objecten zullen worden geconstateerd. De huidige gemiddelde staat van onderhoud van de objecten is ten minste conditiescore 3 wat wil zeggen sober, maar doelmatig. Wel worden er op middellange termijn grotere uitgaven verwacht. Sinds 1 januari 2015 zijn de binnensportaccommodaties, zwembaden en de Veluwehal in exploitatie aan de firma Optisport overgedragen. Op basis van een overeengekomen demarcatielijst worden deze accommodaties planmatig door de gemeente Barneveld onderhouden.Tevens zijn voor enkele andere gemeentelijke accommodaties zoals Ontmoetingscentrum de Eng en Dorpshuis de Wardborg exploitatieovereenkomsten gesloten Ook hier worden op basis van een overeengekomen demarcatie, de accommodaties planmatig door de gemeente Barneveld onderhouden.

Financieel verloop voorzieningen De onttrekkingen komen overeen met de bedragen genoemd in het onderhoudsplan gebouwen 2021-2040. Op basis van deze meerjarenbegroting is de voorziening voldoende op peil om de benodigde maatregelen uit te kunnen voeren. Voorzien is dat vanaf 2021 de onttrekkingen oplopen, waarmee het bestaan van de voorziening gerechtvaardigd is.

Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen bedragen x € 1.000 Voorziening Onderhoud gemeentelijke gebouwen Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december

Begroting 2022

MJR 2023

MJR 2024

MJR 2025

3.309 1.438 - 1.400 3.347

3.347 1.438 - 1.400 3.385

3.385 1.438 - 1.400 3.423

3.423 1.438 - 1.400 3.461

Paragraaf 4 Financiering 4.1 Inleiding

Onder financiering wordt het aantrekken van geldleningen verstaan. Behalve voor investeringen wordt er geld aangetrokken (of uitgezet) voor de exploitatie. Als de inkomsten van de gemeente (vanuit de algemene

67

uitkering en de belastingen) niet gelijk lopen met de uitgaven wordt er zogenaamd kort geld aangetrokken. Dit zijn geldleningen met een looptijd korter dan één jaar. In de meeste gevallen wordt een kasgeldlening met een looptijd van één of enkele maanden aangetrokken. Conform het treasurystatuut worden in deze paragraaf de kansen en risico’s rond financiering in beeld gebracht. Om de financieringsbehoefte zo goed mogelijk in te schatten wordt een liquiditeitsprognose gemaakt die periodiek wordt geactualiseerd.

4.2 Beleid

Algemeen In 2018 is het treasurystatuut uit 2014 geactualiseerd. De actualisatie betrof wijzigingen vanuit gewijzigde weten regelgeving en aan te sluiten bij de actuele inrichting van de treasury-organisatie. Een algemeen uitgangspunt voor de treasury is om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Uiteraard passend binnen de kaders die in het treasurystatuut staan, die weer gebaseerd zijn op onder andere de Wet Fido. Bij het aantrekken of uitzetten van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen bij het oversluiten (consolideren) van kasgeldleningen. Daarom worden vaste geldleningen voor (grote) investeringen aangetrokken op momenten dat de rente gunstig is en wordt het tijdelijk overschot aan liquide middelen zo beperkt mogelijk gehouden. De treasuryklankbordgroep overlegt periodiek en geeft mandaat voor het aantrekken van geldleningen. Voor het liquiditeitsbeheer zijn afspraken met de bank gemaakt voor het dagelijks afromen van overbodige saldi op de rekeningen-courant bij de bank.

4.3 Financiële aspecten

Renteontwikkeling / rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de actuele ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de renteprognose en berichtgeving van een aantal banken. Voor 2022 lijkt nog steeds sprake van, net als voorgaande jaren, zeer lage rentequotes op de kapitaalmarkt. Ondanks de landelijk positieve economische ontwikkeling blijven de rentestanden aanhoudend laag. Dit is te verklaren door de onzekere tijden binnen en buiten de eurozone. Niet duidelijk is hoe lang de ECB haar monetaire beleid blijft continueren om de ECB-rente laag gehouden. Onze verwachtingen zijn dat de rente vooralsnog rond dit lage niveau aanhoudt. Het gemiddelde gewogen rentepercentage van de langlopende leningen zal naar verwachting in 2022 rond de 1,75% liggen. Dit is gebaseerd op de huidige leningenportefeuille en wordt ook als omslagrente gebruikt. Dit percentage ligt ruim 1% lager dan 2021. Dit is mogelijk omdat eind 2021 en in 2022 respectievelijk € 20 miljoen en € 10 miljoen kan worden geherfinancierd tegen aanzienlijk lagere rente. Ook voor de aanvullende financiering van circa € 10 miljoen zal naar verwachting tegen een laag rentepercentage kunnen worden aangetrokken. Dit leidt tot een rentevoordeel van zo'n € 1,375 miljoen.

Renteschema

bedragen x € 1.000 Begroting 2022

Renteschema a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering b. Externe rentebaten (idem)

(-)

- 3.658

(+)

285

Saldo rentelasten en rentebaten c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

- 3.373 (+)

865

(+)

-

68

c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

(-)

-

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen (contante waarde)

- 2.508 (-) (-)

- 1.556 - 149

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

- 4.213 (-)

5.081

f. Renteresultaat op het taakveld treasury

869

Renteontwikkeling van de vaste leningportefeuille

Renteontwikkeling van de markt meerjarig

Financieringsbehoefte bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte Stand van de opgenomen leningen per 1 jan. Aflossingen in de loop van het jaar Aan te trekken nieuwe leningen Stand van de opgenomen leningen per 31 dec.

Begroting 2022 204.549 - 11.530 10.000 203.020

4.4 Risicobeheer

69

In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). Renterisico’s kunnen ook met behulp van derivaten afgedekt worden, de gemeente Barneveld maakt hier geen gebruik van. Daarnaast kan nog sprake zijn van een kredietrisico van aan derden verstrekte leningen. Renterisiconorm Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is, dat gemeenten hun leningenportefeuille zodanig spreiden, dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid ingeval van herfinanciering en renteherziening van geldleningen. De renterisiconorm geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente. De renterisiconorm wordt afgezet tegen de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen. De renterisiconorm bedraagt in 2022 omvang begroting 2022 x 20% € 30 miljoen en moet afgezet worden tegen onze aflossingen van circa € 11,5 miljoen. Dit betekent dat onze gemeente in 2022 binnen de norm blijft.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=e0a6d8a9-0363-4c64-9c56-48f427075e2f