Notulen raadsvergadering Barneveld dd 28 juni 2023
Tekst van het document
met betrekking tot forensenbelasting. De hondenbezitter krijgt het financieel gezien vol voor de kiezen terwijl de kattenbezitter zijn dier mag laten rondhuppelen. Het is geenszins de bedoeling van de heer Wiesenekker om hier grappig over te doen. De heer Van den Born ging echter niet in op zijn vraag of de overlast van hondenpoep niet enorm zou toenemen als hier niet meer op gecontroleerd wordt. Slechts weinig onderzoeken geven overlast van kattenpoep aan, het kenmerk daarvan is dat het op donkere plekken gebeurt. Hondenpoep wordt veel op wandelpaden achtergelaten. De heer Van den Born meent dat hondenbelasting geen relatie heeft met de gemeentelijke kosten die door hondenbezitters worden gemaakt. Volgens de heer Wiesenekker zei de vorige spreker zojuist iets anders, namelijk dat er dan geen kosten meer gemaakt hoeven te worden voor degene die controleren. Juist daar maakt hij zich zorgen over, het controleren is belangrijk. De heer Van den Born merkt op dat de meeste hondenbezitters die hij kent een keurig zakje bij zich hebben waarmee de drol netjes wordt opgeraapt. De heer Top brengt naar voren dat de hondenbelasting niet direct een doelbelasting is in die zin dat men precies weet wat de kosten zijn. Forenzenbelasting en toeristenbelasting zijn andere voorbeelden van een dergelijke belasting. Zelfs de ozb is niet één op één toe te passen.
Hij vraagt of die ook allemaal afgeschaft worden. De heer Van den Born antwoordt dat die niet in de motie zijn opgenomen. De motie gaat specifiek over de hondenbelasting. De heer Van den Born vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn. 2. ‘Bij de tweede motie, motie 14 Sloopafval, gaat het over het bevorderen van circulair slopen en hergebruik van bouwmaterialen. Er is op dit gebied nog geen beleid. Lokaal Belang vindt het belangrijk dat het circulair slopen gestimuleerd wordt in de gemeente. Men moet zuinig zijn op de grondstoffen en, waar het kan, hergebruik bevorderen.’ De heer Korevaar vindt dit een interessante motie. Hij verdiepte zich erin en zag dat dit vanaf 2030 rijksbeleid is, dan is men verplicht dit te doen. Er zijn gemeenten die dit vanaf 2023 verplicht stellen bij aanbestedingen die worden gedaan. De motie zou interessanter worden als Lokaal Belang het college zou vragen om circulair slopen onderdeel te laten uitmaken van de aanbestedingen per 2024. In de motie staat weer het woord ‘analyse’. De heer Van den Born zegt toe in zijn tweede termijn terug te komen op de motie. De heer Van den Born vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn. 3. ‘De derde motie is motie 15 Statiegeld-ring en betreft doneringen.
Veel mensen gooien hun blikjes in de prullenbak, daarom experimenteren gemeenten met doneerrekjes zodat anderen de blikjes met waardigheid kunnen meenemen en inleveren. Eén van de fractieleden zag, ook bij Barneveld bij het station, al iemand in prullenbakken graaien op zoek naar blikjes. Voorkomen moet worden dat prullenbakken worden omgegooid, wat nu in steden en grote dorpen gebeurt. Vandaar het voorstel om te kijken naar een doneerring. 4. De vierde motie is motie 16 Handhaven verkeersverbod Barneveld centrum. Deze motie spreekt voor zich. Ondernemers en winkelpubliek ergeren zich na coronatijd groen en geel aan een enorme toename van busjes, scooters, fietsers, elektrische fietsen. Dit komt de prettige, gastvrije sfeer niet ten goede en kan zelfs gevaarlijke situaties opleveren. 5 Motie 17 Temporiseren groei gemeente Barneveld komt terug in mijn bijdrage. Lokaal Belang is blij dat de gemeente zich de komende jaren hard gaat inzetten voor een gezonde en positieve ontwikkeling van jeugdigen en gezinnen. Zij vormen een belangrijke basis voor de gezonde en positieve gemeente. Daarbij hoort beleid waarbij rekening wordt gehouden met het verdubbelen van het aantal 75-plussers de komende twintig jaar.
16
Aandacht voor een waardevol landelijk gebied en veiligheid zijn belangrijke prioriteiten. Er staat veel te gebeuren in ons buitengebied de komende jaren. Er moet aandacht zijn voor veranderingen daar, voor schone lucht, een schone bodem, schoon water in harmonie met gezonde en duurzame voedselproductie. Wij zien regelmatig de opmerking voorbijkomen dat er gebrek is aan capaciteit bij de gemeente. Daar maakt de fractie zich grote zorgen over. Ze heeft daarover technische vragen gesteld. Deze zorg wil Lokaal Belang benoemen in de vergadering. Wij zien een kadernota waarin wij bijzondere zaken aantreffen. Allereerst zien wij de komende twee jaar nagenoeg geen tekorten. In het vaak genoemde rampjaar, het ravijnjaar 2026 is er geen sluitende begroting en zijn er enorme tekorten, tekorten die direct te maken hebben met het kabinetsbeleid. Het is daarom verstandig dat het college het advies van de VNG heeft opgevolgd om voor deze jaren niet met oplossingen te komen om deze tekorten weg te werken, om op die manier druk te zetten op het kabinet. Wij vragen het college of bij u bekend is of er veel gemeenten zijn die nu al anticiperen op mogelijke zwarte rook uit Den Haag. U was onlangs bij het VNG-congres en wij lazen gisteren in het AD dat bijvoorbeeld de gemeente Amersfoort afstevent op een tekort van €20 miljoen en al denkt aan ingrijpen. Dan komen wij bij de beleidstoevoegingen.
Daarover is veel gesproken en geschreven in de aanloop naar deze vergadering. Die zijn niet opgenomen in de Kadernota en ik ben eerlijk, ik heb het al gezegd tegen collega Korevaar, dat ook onze fractie even moest wennen aan het idee dat wij voor het eerst een kadernota zien waarin geen beleidstoevoegingen ter vaststelling zijn opgenomen. Het argument van het college is helder: geen nieuwe zaken oppakken voordat je de oude hebt opgelost. Dat klinkt niet alleen verstandig maar dat is het ook. Ook onze fractie is geschrokken van de wake-up call die MIP heet en vooral de consequenties indien de investeringen uitgevoerd gaan worden bij ongewijzigd beleid. Dan begint het serieus te piepen en te kraken in de ruimte tussen investeringsplafond en reële investeringen.’ De heer Van den Born sprak uit dat het wennen was voor zijn fractie. De heer Korevaar vraagt of er gewenning mag optreden voor komende kadernota’s, met betrekking tot de ‘kadernood’ in de huidige Kadernota. De heer Van den Born meent dat alles went. Als het college goed kan beargumenteren waarom het een verandering doorvoert, dan went de fractie daar ook wel aan. De heer Van den Born vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn. ‘Onze fractie is geschrokken van de wake-up call met betrekking tot de consequenties van de investeringen die genoemd zijn in het MIP.
Zo las de fractie op pagina 19 dat ‘strategische wensen mobiliteit’ alleen al 26% van het totale bedrag aan investeringen uitmaakt, €142 miljoen. Bij de beslispunten op pagina 7 vraagt het college de raad om opdracht te geven om onderzoek te doen naar mogelijke ‘ruimte’ in het MIP door scenario’s en/of keuzes in het ambitieniveau door bijvoorbeeld herziening van Masterplannen. Die handschoen moet de raad zelf oppakken, daarom komt de fractie met een kader. Wij hebben motie 17 Temporiseren groei gemeente Barneveld om te onderzoeken wat de financiële effecten zijn van de explosieve groei van de gemeente Barneveld, waartoe de raad besloten heeft bij het aannemen van de Hoofdlijnennotitie Koers Barneveld 2040. Bij een groei naar mogelijk 85.000 inwoners in 2040 zijn op redelijk korte termijn veel woningen nodig. De eerste prioriteit bij woningbouw is de eigen bevolking, de eigen jeugd en eigen ouderen. Nu de overheid beleid ontwikkelt dat het mogelijk maakt om een groter deel van de te bouwen woningen toe te wijzen aan eigen inwoners, zal er met een kleiner aantal te bouwen woningen voldaan worden aan de behoefte van de eigen bevolking.
Een snellere groei dan noodzakelijk voor de eigen bevolking leidt tot grote financiële risico’s en heeft tot doel het oplossen van de woningnood in de Randstad.’ Wat de heer Korevaar intrigeert aan de motie is dat de heer Van den Born zegt dat het een doel op zich is om mensen uit de Randstad te gaan huisvesten. Het is misschien geen doel, maar een gegeven waar de gemeente momenteel al mee dealt, mensen uit de Randstad en uit Woudenberg komen al 17
naar Barneveld. Daar sorteert de gemeente met haar beleid op voor en daar heeft de raad unaniem ‘ja’ tegen gezegd. Omdat het financieel ingewikkeld wordt, zegt de heer Van den Born aan de noodrem te willen gaan hangen. Maar als het een gegeven is, dan kan hij wel aan de noodrem gaan hangen maar dan wordt de gemeente gewoon met de consequenties geconfronteerd, namelijk dat er straks geen huizen zijn voor Barnevelders. De heer Van den Born leest niet in de motie dat het een doel is om mensen uit de Randstad te huisvesten. Hij heeft het niet genoemd in de motie. Hij heeft in zijn toelichting wel gezegd dat de overheid beleid ontwikkelt om woningen toe te wijzen aan de eigen mensen. Lokaal Belang wil niet met de motie zeggen: gij zult temporiseren. Maar het moet inzichtelijk zijn wat de financiële consequenties zijn bij ongewijzigd beleid indien alle investeringen worden uitgevoerd. In de motie wordt gevraagd wat de financiële consequenties op lange termijn zijn indien wordt vertraagd, indien wordt gezegd dat er niet naar 85.000 inwoners in 2040 wordt gegaan maar in 2050. De heer Korevaar herhaalt de woorden van de vorige spreker: gij zult niet gaan temporiseren. Hij citeert uit de motie: ‘daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan het temporiseren van de groei’. Dan begrijpt hij het niet. De heer Van den Born stelt dat het een voorbeeld is.
De heer Korevaar concludeert dat de heer Van den Born dit als een sturingsinstrument ziet. Spreker gaf eerder aan dat dit neergezet kan worden als een doel of een gegeven. Als de realiteit is dat mensen naar Barneveld komen, dan gaat Lokaal Belang met dat verhaal misschien Barnevelders de dupe laten worden die in Barneveld wil blijven wonen en ook een nieuw huis wil. Volgens de heer Van den Born wordt dit niet gezegd in de motie. In het MIP zijn de financiële consequenties te zien voor de gemeente. Daar gaat het de fractie om. Die zijn ondraagbaar op het moment dat het beleid ongewijzigd wordt uitgevoerd richting 2040 met als doel 80.000 tot 85.000 inwoners. Dat heeft het college laten zien, heel rauw. De heer De Vries citeert weer de voorzitter: ‘Barneveld is te groot om klein te denken’. De motie doet hem daaraan denken. Er werd zojuist gesproken over de hondenbelasting, daarbij is het standpunt van Lokaal Belang wat gewijzigd. Een half jaar geleden gaf de fractie aan dat als het gaat om investeren, dit hoort bij de groei van Barneveld. In de constatering staat dat er in het MIP wat kritische punten staan en dat daar goed naar gekeken moet worden. Maar Lokaal Belang gaat niet met het MIP aan de slag om daar ambities uit te halen, maar gaat aan de ambities sleutelen.
Hij vraagt waarom de fractie ervoor kiest om niet aan het MIP te sleutelen en daarin eventueel moeilijke keuzes te maken, maar ervoor kiest om de ambities in het MIP ter discussie te stellen. De heer Van den Born benadrukt niet ‘wat’ financiële consequenties te zien in het MIP, maar enorme financiële consequenties. Voor het eerst heeft een college inzichtelijk gemaakt wat de consequenties zijn van de enorme groei die de raad wil. Daar is hij van geschrokken en hij hoopt dat de heer De Vries daar ook van geschrokken is. Dan kan men in paniek raken en kijken wat er gebeurt. Maar Lokaal Belang vraagt naar de financiële consequentie als de enorme groei getemporiseerd wordt, of dat betekent dat er geen risico gelopen wordt dat de kwaliteit van het voorzieningenniveau achteruitgaat. De raad wordt gevraagd om met een scenario te komen. Dat is precies het scenario waar het college over spreekt in de Kadernota. De heer De Vries wijst erop dat in zijn bijdrage te beluisteren was dat hij vindt dat snel actie genomen moet worden op het MIP. Het duurt nu tot de begroting om daar meer duidelijkheid over te krijgen. Dat duurt te lang, zijn fractie wil meer snelheid.
Hij had verwacht dat Lokaal Belang zich daar vooral op zou richten: wat is er nodig en niet nodig om de ambitie wel te kunnen halen? Dan is het jammer dat Lokaal Belang ook de ambitie ter discussie gaat stellen, terwijl er is niet eens is begonnen met kijken of alles wel nodig is op de MIP-lijst. De heer Top begrijpt de strekking van de motie, namelijk dat gekeken moet worden naar wat de consequenties zijn van groei op investeringen. Toch staan er teksten in, de heer Van den Born sprak ze ook uit, die ervan uitgaan dat veel investeringen direct te maken hebben met de groei. Spreker bestrijdt dit. Veel investeringen zullen evenwel gedaan moeten worden, bijvoorbeeld achterstand 18
onderhoud wegen, scholenbouw en vervanging. Hij roept in herinnering dat het college bezig is met de Omgevingsvisie en dat het daarbij twee scenario’s zal uitwerken met verschillende aantallen inwoners. De raad kan dus wel degelijk sturen op het toekomstig aantal inwoners van Barneveld. Hij vraagt of de heer Van den Born het met hem eens is dat het niet zo is dat veel zaken direct met de groei te maken hebben. De heer Van den Born licht toe dat daarom in de motie staat dat het college dit verder zal uitwerken in het kader van de Omgevingsvisie. De fractie hoopt dat het college de motie ook zo ziet. De heer Bos constateert iets bijzonders bij twee partijen die samen het bestuur vormen. De SGP spreekt over investeren in inkomsten, bij woningbouw is het in het verleden altijd zo geweest in Barneveld dat investeren uiteindelijk inkomsten genereert, waardoor de gemeente weer verder kan. Maar hier wordt de investering opgeschoven naar de toekomst, wat betekent dat er een vertraging is en dat het boekhoudkundig boekje van Barneveld er mogelijk nog slechter uit gaat zien. Hij vraagt of de heer Van den Born mee wil met zijn coalitiepartner om te investeren richting inkomsten. Of wil hij een groter gat in de begroting? De heer Van den Born verwijst naar pagina 19 van de Kadernota waar staat dat de strategische wens qua mobiliteit de komende tien jaar €142 miljoen gaat kosten.
Dat zijn bijna twee rondwegen oost. Als men kijkt naar dergelijke bedrage en kijkt naar het investeringsplafond, dan is het niet ongezond om het college te vragen naar een scenario, een financiële berekening, van als er getemporiseerd wordt. Unaniem is besloten tot de Hoofdlijnennotitie, daar is Lokaal Belang ook verantwoordelijk voor. Maar toen was er nog geen MIP waarin stond: beste raad van Barneveld, u bent ambitieus en hebt goede plannen, maar dat gaat u rond de €500 miljoen kosten terwijl er €150 miljoen in kas is. Dan moet men met elkaar kijken of het leed misschien verzacht kan worden als het verschoven wordt naar enkele jaren verder. De heer Bos merkt op dat de focus vooral wordt gelegd op infrastructuur. Maar die hoort bij groeien. Het betekent dat als de groei vertraagd wordt, het aantal inwoners van 85.000 later bereikt zal worden. Maar de infrastructuur moet in fases komen. De inkomsten liggen dus later in de tijd en het gat wordt in het begin groter. Het gat is al groot in 2026 en dan wordt het nog groter. Hij vraagt wanneer het huishoudboekje van Barneveld weer sluitend wordt. De heer Van den Born vraagt om een toelichting op de berekening. De heer Bos licht toe dat op het moment dat er trager gebouwd wordt, er geen verdiensten zijn aan woningbouw, wat in het verleden de ‘milking cow’ is geweest van de gemeente Barneveld en waarmee afgelost kon worden.
Er moeten vijf woonwijken gebouwd worden. Deel één wordt momenteel gebouwd. Maar infrastructuur moet er wel zijn want de wijk moet wel ontsloten worden. De volgende vier wijken worden later gebouwd, dus kan de dekking moeilijker gerealiseerd worden door de inkomsten uit de woningbouw. De heer Van den Born is het hiermee eens. Dit is de insteek van de motie. Er is €142 miljoen nodig voor strategische wensen. Dat geld is er niet de komende tien jaar. Zo simpel is het. Zijn fractie wil dus kijken of het geld wel beschikbaar komt als de explosieve groei van Barneveld enigszins vooruitgeschoven kan worden. De heer Top komt terug op de opmerking van de heer Bos dat de twee coalitiepartijen er verschillend in zitten. Dat is ook zo. Er zijn zelfs drie partijen die wat verschil van inzicht hebben. Dat maakt het juist veelkleurig. Toch kunnen de partijen elkaar goed vinden en zij vragen uiteindelijk aan het college om met al die meningen, van coalitie en oppositie, een goed verhaal te maken. Hij vraagt of de heer Bos het ermee eens is dat dit een meerwaarde is. De heer Bos stelt dat diversiteit altijd vooruitgang betekent. De heer Korevaar wijst erop dat bij groei ook extra inkomsten horen, de ozb levert straks meer op, de uitkering uit Den Haag gaat omhoog. De heer Van den Born koppelt de groei van Barneveld volledig aan het MIP.
Spreker vraagt zich af of hij hier een beetje paniekvoetbal aan het spelen is.
19
Volgend de heer Van den Born is dat geenszins het geval. Het MIP is een glashelder verhaal dat laat zien wat de gemeente zal moeten investeren, het gaat niet alleen om de groei, in aanloop naar 2040. Lokaal Belang heeft de component groei eruit gehaald om te kijken wat voor invloed die heeft. Natuurlijk zullen er ook vrachtwagens vervangen moeten worden zonder de groei, masten bij sportverenigingen geplaatst worden. Het gaat niet alleen om de groei. Maar de component groei, dat is ook in de Kadernota te lezen, heeft een belangrijk effect op de kosten in de toekomst. De heer Korevaar vraagt hoe groot het percentage groei in de volledige MIP is. De heer Van den Born kan dat niet inschatten. Volgens de heer Korevaar geeft dat de waarde van het standpunt van Lokaal Belang weer. Hij vraagt het college wat de blootstelling van het MIP is als het gaat om groei. De heer Wiesenekker wijst erop dat zijn fractie de motie mede heeft ondertekend. Er wordt in de vergadering gesteld dat er weinig kaders zijn, maar hiermee wordt een kader toegevoegd, namelijk om bij de onderzoeken die gedaan worden ook te kijken naar wat het scenario doet op het moment dat de groei wordt vertraagd. Het is algemeen bekend dat groeiende gemeenten ook een hoge schuldquote hebben, juist omdat in groeigemeenten veel investeringen worden gedaan.
Hij denkt dat het ook om die reden wijs is om te kijken of het niet zo is dat de groei die beoogd wordt niet zoveel investeringen vraagt en juist dat zou kunnen helpen bij het opstellen van een goed lange termijn MIP. De heer Korevaar stelt dat groei pijn doet. Met elkaar is besloten om de stap te zetten. Op het moment dat er nog geen sprake van is, wordt de vraag al gesteld hoe getemporiseerd kan worden omdat het pijn kan gaan doen. De heer Wiesenekker herinnert eraan dat er ook gekozen is voor investeringen in wegen. Ook daarbij wordt in de vergadering de suggestie gedaan of dat niet heroverwogen moet worden. De lange termijn geeft een nieuw inzicht waardoor ook de ChristenUnie voorstelt om dat te heroverwegen. Overwogen moet worden of de groei niet te groot is, of de gemeente dat wel aankan. De heer Korevaar meent dat het probleem is dat niet hardgemaakt kan worden dat de investering die in het MIP wordt genoemd, gekoppeld wordt aan de groei van Barneveld. Hij kan om die reden niet meegaan in de redenering. De heer Van den Born herinnert eraan dat de strategische mobiliteit 26% is van het MIP. Dat heeft alles te maken met de groei. De heer Van den Born vervolgt zijn bijdrage in de eerste termijn. ‘Lokaal Belang is erg blij met de motie Houtstook die zojuist is ingediend.
Ondanks alle financiële uitdagingen en alle andere uitdagingen die voor ons liggen mogen wij ons gelukkig prijzen in de mooiste gemeente van Nederland te wonen. Een gemeente waar het goed toeven is, waar de voorzieningen uitstekend zijn. Een gemeente die volop in beweging is en een gemeente waar wij sinds kort een burgemeester hebben die het ritme van de gemeente goed aanvoelt. Onze fractie stemt in met de beslispunten op pagina 6 en 7 in de Kadernota. Dank u wel.’ De voorzitter wijst erop dat moties 13, 14, 15, 16 en 17 worden toegevoegd aan de beraadslaging. De heer Bos voert het woord namens de fractie van de VVD. ‘Voorzitter, Hoeveel geld zit er in uw portemonnee? De hardwerkende inwoner en ondernemer in onze samenleving vindt dat zijn portemonnee onder druk staat. Door de aanhoudende inflatie wordt alles duurder, van de boodschappen tot de volle tank. In een krantenartikel van een paar weken geleden was de gemeente op zoek naar tientallen miljoenen euro’s. Dat heeft bij veel inwoners zorgen en vragen opgeroepen. Waar stopt dit? Dat is heel begrijpelijk, want de eigen portemonnee staat al onder druk. 20
Om de geldzorgen op te lossen, is er een besluitvaardig en daadkrachtig college nodig. Een college dat verstandige keuzes maakt om Barneveld vooruit te laten gaan. In het belangrijkste debat van het jaar wordt een stevige discussie gevoerd over de voorgestelde oplossingen en maatregelen voor de langere termijn. Dat wij als liberale volkspartij daarin mogelijk andere keuzes maken dan de coalitiepartijen is niet gek. Het probleem in de Kadernota is echter dat het college geen keuzes maakt, er is geen visie voor de lange termijn. Dat is problematisch. Want dat hoort men wel te doen. Het bestuur van een gemeente is eigenlijk hetzelfde als een theorie-examen voor de auto. Tijdens de vragen vindt gevaarherkenning plaats en moeten in enkele seconden keuzes worden gemaakt. Men rijdt bijvoorbeeld met de auto en dan is de vraag of men moet remmen, gas moet geven of niets doen. Laat ik een voorbeeld geven. Dit college rijdt met een snelheid van 120 tot 130 kilometer per uur af op de A1/A30. Wat moeten ze doen? Het college moet kiezen in een paar seconden. Het wordt waarschijnlijk optie 3, niets doen. Al kunnen wij de standvastigheid van het college op dat punt misschien respecteren, maar als het met die snelheid doorgaat, wordt wel een probleem. Er is namelijk wel een mogelijkheid dat er een verkeersongeluk zal plaatsvinden en dat betekent dat er geremd moet worden.
Zo is het ook met de portemonnee. We verwachten keuzes, voor onze inwoners en ondernemers. Remmen is misschien niet de makkelijkste keuze, maar het zorgt er wel voor dat er geen ongelukken plaatsvinden met onze schatkist. Remmen is nodig. In het houdbaarheidsonderzoek van de VNG scoort de gemeente Barneveld over 2023 een 5. Het is niet de eerste keer dat de gemeente laag scoort. In 2021 scoorde de gemeente een 4 en in 2022 een 4,5. Als dit een rapport zou zijn, was u drie keer blijven zitten. Volgens mij had u dan van school gestuurd moeten zijn. Je zou bijna de vraag kunnen stellen: wat doet u hier nog? Om dit in de toekomst te kunnen voorkomen, dienen wij motie 19 Sluitend financieel meerjarenperspectief 2024-2027 in. Het streven van het college om een sluitende begroting 2024 maar ook een financieel meerjarenperspectief voor 2024-2027 aan te leveren is voor ons te vrijblijvend. Daarom willen een resultaatafspraak maken. We dienen een motie in voor een sluitende begroting.’ De heer Top herinnert aan zijn bijdrage, ook de SGP is voor een vierjarige sluitende begroting. Maar er is iets speciaals aan de hand. Er is een kabinet, waar de VVD de grootste partij van is, dat dit bewerkstelligt. Het is wellicht tijd om te lobbyen bij de partij van de heer Bos in Den Haag. De heer Bos legt de opmerking terug.
Hij maakt geen deel uit van het college, hij heeft de taak om te controleren of het college zijn werk goed doet. Zojuist trok hij de conclusie dat het onvoldoende is. Een ander punt is dat er een lokale partij aanwezig is die geen lijnen naar Den Haag heeft. Hij vraagt waarom de heer Top zijn collegepartijen hier niet op aanspreekt, wat doen zij in Den Haag? De heer Top stelt dat er geen sprake is van een sluitende meerjarenbegroting. Het college kiest daar bewust voor omdat dat enerzijds tactisch is richting de rijksoverheid en anderzijds de VNG dit aangeeft bij alle gemeenten. Hij vraagt waarom de gemeente dit zou moeten negeren. De heer Bos vindt dit bijzonder. Als iedereen wordt geadviseerd om een sloot in te springen, springt Barneveld er dan ook in? Hij denkt dat het anders ligt. Als het bestuur van Barneveld serieus in de spiegel kijkt en zich afvraagt wat het gaat doen voor de burgers, dan gaat het ervoor zorgen dat de lasten laag zijn en dat het geld dat bij de burgers is opgehaald, maximaal wordt ingezet. Dat betekent ook dat het niet een ravijnjaar laat zijn in 2026-2027, nee dan wil het bestuur de burger ontzorgen want die heeft al voldoende zorgen. De heer Top meent dat de heer Bos om de hete brij heen draait. Het kardinale punt is dat de rijksoverheid in 2026 en verder minder aan gemeenten geeft.
Als de gemeente dat zelf oplost, gaat die zeker geen extra geld krijgen van de rijksoverheid. Dit is verkeerd beleid van de rijksoverheid. De heer Bos zegt dat men daar gewoon in mee moet gaan. Spreker is blij dat het college hier anders tegenaan kijkt. Het is natuurlijk wel nodig om daarop te anticiperen, maar niet op voorhand. De heer Bos hoort een aanname in de vraag. Er wordt aangenomen dat de overheid Barneveld in 2026 komt redden. Hij vraagt hoe zeker de heer Top daarvan kan zijn. De heer Top antwoordt dat het nog geen 2026 is. Heel vaak blijkt het in de praktijk zo dat de rijksoverheid eerst niet over de brug komt maar uiteindelijk wel. Hij denkt dat het college scherp aan 21
de wind zal varen en zal bijhouden hoe dit zich ontwikkelt in de komende tijd. Het lijkt hem onverstandig beleid om dit op voorhand weg te geven. De heer Wiesenekker vindt dat de heer Bos terecht aangeeft dat, als er één schaap over een sloot springt, men dit niet met zijn allen moet doen. In dit geval wordt er stevig geadviseerd vanuit de VNG om voor 2026 en 2027 niet alles op alles te zetten omdat het er dan op lijkt dat de gemeenten geen pijn hebben. Het is juist goed om te laten zien dat er pijn is en dat er een gat in de begroting ligt op het moment dat het Rijk niets doet. Is de heer Bos niet bang dat, op het moment dat Barneveld het gat gaat vullen, het Rijk denkt dat er helemaal geen probleem bij de gemeenten is en niets extra geeft? De heer Bos gaat terug naar de avond ervoor over het Perspectief Landelijk Gebied. Wethouder Wijnne bracht daar naar voren dat de ‘kaas gestolen’ was. De heer Bos meent dat de kaas tot gisteren, eergisteren voldoende was in Den Haag. Tot voor kort zei D66 niet te gaan bezuinigen. Nu zegt de minister van Financiën van D66-huize dat er bezuinigd gaat worden. De kaas is op in Den Haag. Dat betekent dat het uiteindelijk een aanname is dat de situatie wel gered wordt. De gemeenten worden waarschijnlijk niet gered en zullen het toch zelf moeten oplossen. Hij vraagt hoe de heer Wiesenekker dan de burger in de ogen kijkt.
De heer Wiesenekker constateert dat de heer Bos zijn vraag niet beantwoordt. De heer Bos is van mening dat de gemeenten niet gered worden. Als de gemeenten niet zeggen dat zij gered moeten worden, worden ze zeker niet gered. Hij vraagt of het dan niet goed is om te laten zien dat de gemeenten pijn hebben, in lijn met het advies van de VNG. De heer Bos constateert een verschil in inzicht waar zij tijdens de vergadering niet uit komen. Het bestuur van Barneveld is aan zet, de raad is gekozen door burgers en moet hier verantwoording voor afleggen. Alleen maar kijken en ‘hopen dat’ is geen oplossing. Dat is wegkijken van de werkelijkheid. De heer Korevaar snapt de lobby-strategie van het VNG maar hij voelt ook mee met de heer Bos. Of het geld nu uit Den Haag gehaald wordt of in Barneveld bezuinigd wordt, uiteindelijk is het vestzakbroekzak. Als het uit Den Haag moet komen, zal men het ook samen moeten betalen. Het is een beetje te makkelijk om achteroverleunend op het geld te wachten. Hij vraagt of de heer Top denkt dat er gratis geld te halen valt in Den Haag. De heer Top meent dat dit mooi zou zijn maar dat dit in Den Haag niet zo is en in Barneveld niet zo is. Het gaat erom dat er in Den Haag wel degelijk geld is. Het is een kwestie van waar het aan besteed wordt. Het is niet zo dat er over een paar jaar helemaal geen geld in Den Haag is.
Er wordt nog steeds belasting betaald dus er is wel degelijk geld. Maar gaat dit geld naar gemeenten, waar steeds meer werk naar toe gaat? Daar zal geld bij moeten. Of wordt het aan andere dingen besteed? Hij hoopt dat de heer Bos zijn invloed binnen het kabinet aanwendt. De heer Bos meent dat de heer Top te veel verwacht van een kleine partij uit Barneveld. De heer Top merkt op dat het begrotingsjaar 2024 sluitend is, de heer Bos had daar zojuist twijfels over. Het is het belangrijkst dat het eerste jaar sluitend is. Dat is ook waar de provincie op toetst. Hij vraagt of de heer Bos dit met hem eens is. De heer Bos beaamt dat 2024 sluitend is, daar is geen discussie over. Maar er wordt niet verder gekeken dan de neus lang is. Daar past zijn fractie voor. De heer Bos vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn. ‘We staan voor vijf opgaves als Barneveld. 1. Passende ontwikkeling van Barneveld. De komende 6,5 jaar hebben we met elkaar ruim 5.400 woningen te bouwen. We zorgen ervoor dat starters, gezinnen en ouderen een betaalbare woning kunnen kopen in al onze dorpskernen. Het is belangrijk om dat te stellen. Door de stijgende kosten van bouwmaterialen en personeelskrapte moeten we creatiever met onze plannen durven om te gaan en ze ook aanpassen hier en daar.
In de commissie heeft zijn fractie het al aangegeven: er is een kosten opdrijvend effect als het gaat om natuurinclusief bouwen en minder 22
biodiversiteitseisen. De wethouder heeft de toezegging gedaan in de commissie dat hij een doorkijk wil geven in de opbouw van bouwkosten van een woning. We wachten af of dit in september of oktober bij de stukken zal liggen. 2. Een duurzaam Barneveld. Als dit college stelt dat de gemeenteraad te hoge ambities heeft, is het misschien goed om te kijken naar uw openingszin. Die luidt: ‘We gaan voluit door op de ingeslagen weg met de reeds gestelde ambitieuze duurzaamheidsdoelen’. Verduurzamen vinden wij een goede zaak, maar we moeten wel slim met het middel omgaan en draagvlak zoeken bij onze inwoners. Wij zouden willen zien dat dit college vooral tot haalbare en realistische duurzaamheidsdoelen komt die onze inwoners en ondernemers kunnen betalen en kunnen terugverdienen. Concreet stellen we voor de uitgestelde windenergie-plannen definitief uit de RES te amenderen of dit per motie 20 Windenergie te doen zodat die niet meer aan de RES worden toegevoegd. 3. Waardevol landelijk gebied. Om de transitie mee te kunnen maken en te komen tot een waardevol landelijk gebied is verdraagzaamheid hard nodig. Geduld tonen. Dit is geen korte sprint, dit is een marathon waarin we elkaar niet uit het oog mogen verliezen. Ook boeren moeten daar langer de tijd voor hebben. Iedereen moet meedoen. Het zijn namelijk belangrijke, ingrijpende besluiten die aan de keukentafel genomen moeten worden.
Nederland kijkt vooral naar de Veluwe voor de oplossingen van meerdere crises. Dat kan maar één ding betekenen in onze ogen: Barneveld moet bijdragen aan deze oplossingen. Daarvoor is geld nodig. Dat dient opgehaald te worden bij de minister en niet van onze spaarrekening afgehaald te worden. Ons huishoudboekje laat dit simpelweg niet toe. We dienen hiervoor amendement 18 Barneveld wil eerst een aanbetaling van het Rijk in. Als het gaat om het landelijk gebied en de transitie daarvan moet het kapitaal eerst bij de minister gezocht worden.’ De heer Top merkt op dat de heer Bos zaken wil schrappen uit de Kadernota. Hij vraagt of de heer Bos wel van plan is om al aan de slag te gaan met de programma’s. De heer Bos laat weten dat de VVD instemt met het landelijk gebied en de stappen die gemaakt moeten worden, maar de financiële middelen eruit wil halen. De VVD wil hier geen financiële verantwoordelijkheid nemen. De plannen komen uit Den Haag en Arnhem. Spreker wil het vergelijken met de jeugdzorg: die werd ook gedecentraliseerd en over de schutting bij de gemeenten neergelegd. Het is bekend wat dat Barneveld heeft gekost. Bij het vorige punt wilde de heer Top wachten tot het jaar 2026 want dan zou het Rijk betalen, op dit punt wil de heer Bos kijken of het Rijk daadwerkelijk levert bij de plannen. De fracties zitten dicht op de discussie die zojuist is gevoerd.
De heer Top vindt dit iets te snel geconcludeerd. De heer Bos zegt met de plannen aan de slag te willen, maar er nog geen geld voor beschikbaar te stellen. Dat lijkt de heer Top ingewikkeld. Het is alsof de heer Bos, als hij voer bestelt voor zijn kippen, zegt dat er geleverd moet worden maar dat hij niet betaalt. Hij wacht tot er iemand langs komt met geld. Maar dan kan hij het ook niet bestellen. Of de gemeente stelt geld beschikbaar en er wordt begonnen, of er is nog geen geld en er wordt dus niet begonnen. De heer Bos stelt dat er een plan ligt in het landelijk gebied. Dat is een invulling zoals Arnhem en Den Haag voor ogen hebben bij de omgeving van een Natura 2000-gebied. Daar vindt een transitie plaats, functieverandering, bestemmingsplannen. Als één agrariër zou stoppen, dan kan Barneveld dat zelf organiseren. Maar Barneveld heeft meer dan 500 piekbelasters. Stel dat een derde daarvan meegaat in de transitie. Dan betekent dat dat de plannen voor al die bedrijven, voor al die locaties onder de lamp worden moeten gehouden, er moet een bestemmingsplanwijziging plaatsvinden, er moet functieverandering plaatsvinden. Er moet bekeken worden welke activiteiten er wel en welke er niet mogen worden ontwikkeld. Dat kan de Barneveldse gemeente en haar apparaat helemaal niet aan.
In de Kadernota was te lezen dat er een capaciteitsprobleem is, als er dan nog 200 locaties van bedrijven bij komen, dan is het bedrag dat genoemd wordt, €1,3 miljoen voor 2 jaar en nog een keer 23
€700.000, bij lange na niet dekkend voor de opgave. Dat moet aan de wethouder meegegeven worden naar alle tafels die gehouden worden. Hij kan dan aangeven dat de gemeente mee wil, mee wil denken en open staat voor de transitie maar dan moet er wel boter bij de vis komen. De heer Top begrijpt dat de heer Bos wel wil beginnen maar geen geld ter beschikking wil stellen. Dan gaat het niet werken. Spreker constateert dat de heer Bos hiermee de boeren in de gemeente in de kou laat staan. De heer Bos vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn. 4. Een open en bereikbare gemeente. Onze inwoners en ondernemers staan centraal. Immers, de gemeente is er voor onze Inwoners en ondernemers en niet andersom. Dat feit moeten wij ons elke dag opnieuw realiseren. Het terugdringen van regeldruk en bureaucratie en groei van de ambtelijke organisatie is nodig om doelgericht te kunnen blijven handelen. De groei mag niet uitgebreid doorgaan. 5. Iedereen doet mee. Regie houden over je eigen leven is belangrijk voor je waardigheid als mens. Als gemeente denken we al snel in groepen en generieke aanpakken. Wij willen kijken naar wat een individu nodig heeft om mee te kunnen doen. Het is niet nodig om alleen maar stickers te blijven plakken. We moeten op die manier de zorg passend en dicht bij huis weten aan te bieden.
De motie van de ChristenUnie over alternatieve huisvesting kan hier misschien wel bij aansluiten. Daarnaast investeren we ook in sport. Door te sporten zorgen we bovendien goed voor een gezonde, duurzame en weerbare samenleving. Concreet willen we in Kootwijkerbroek een sporthal realiseren. We dienen hiervoor samen met CDA, Pro'98 en ChristenUnie een motie in. Om het huishoudboekje op orde te brengen, verwachten wij van de wethouder dat hij het volgende doet: een kadernota leveren met voorgesteld beleid en keuzes. Van dit college vragen we één ding: maak keuzes en toon visie. Als het college dat niet doet, dan moeten wij tot de conclusie komen: los het op of stap op. Dank u.’ De voorzitter wijst erop dat amendement 18 en moties 19 en 20 worden toegevoegd aan de beraadslaging. De heer Wiesenekker voert het woord namens de fractie van de ChristenUnie. ‘Voorzitter, De ChristenUnie maakt zich hard voor de kwetsbaren in de samenleving. Wij streven naar een samenleving waarin degenen die aan de rand staan, zich gezien en gewaardeerd voelen en mee kunnen doen. Wij kiezen voor een samenleving waarin we samen omzien naar elkaar en samen omzien naar onze kwetsbare leefomgeving. Als ChristenUnie-fractie stellen we ons vertrouwen op God. In het Bijbelboek Psalmen wordt bezongen: ‘God is voor ons een veilige schuilplaats, een betrouwbare hulp in nood.
Daarom vrezen wij niet.’ Daar trekken wij ons aan op. Daar putten we moed en hoop uit. En daardoor worden we geïnspireerd om ons hard te maken voor alle inwoners in onze negen dorpen, juist in deze onzekere tijd. En daarom hebben wij enkele moties opgesteld die wat ons betreft een bijdrage leveren op plekken die kwetsbaar zijn. 1. Samen recht doen aan kwetsbare jongeren. Het is zover: het woonplaatsbeginsel is gerealiseerd. Niet langer hoeft de gemeente de kosten te dragen voor specialistische zorg voor kinderen die voorheen buiten onze gemeente woonden. We kunnen doen waar we goed in zijn, zonder dat dit deze negatieve financiële consequentie heeft. Barneveld is namelijk uniek in haar preventieve aanpak en heeft veel in huis om specialistische zorg te bieden. Juist die preventieve aanpak lijkt vruchten af te werpen, 10% van de gedaalde kosten lijkt hierdoor gerealiseerd te zijn. Dat is compliment waard aan al die gespreksvoerders, hulpverleners, gezinsouders die zich met hart en ziel 24
inzetten voor onze kwetsbare jongeren. Het is voor onze jongeren ook belangrijk om perspectief te hebben. Perspectief op een mooie toekomst waarin ze hun eigen lasten kunnen dragen en op eigen benen kunnen staan. Voor onze fractie is het daarom al lange tijd een streven om meer goedkope koopwoningen en sociale huur te realiseren. We lezen dat de markt onder druk staat. Dat snappen we ook. We hebben de wethouder om daarop te blijven sturen en hierover actief in gesprek te blijven met Den Haag. We waren blij met de toezeggingen daarop in de commissie. In de motie 9 Woningbouw Kadernota 2024-2027 van de SGP zien we facetten terug en daarom kunnen we die steunen. 2. Samen recht doen aan kwetsbare huishoudens. Veel gezinnen in Barneveld verkeren in financiële nood. Het afgelopen jaar hebben 770 huishoudens een beroep gedaan op het lokale impulsbudget. Dat is dus naast de ruim 500 gezinnen die bijstand ontvangen en die van het Rijk een energietoeslag kregen. De verwachting was dat het kon oplopen tot 1.400 gezinnen. Gelukkig bleek dat niet nodig. Daarnaast is er voor 185 kinderen bij het lokale impulsbudget een beroep gedaan en zij konden daardoor meer schoolkosten krijgen. Dat is eenmalig verhoogd. Ook bleken 31 huishoudens aanspraak te maken op de individuele inkomenstoeslag die eenmalig is verdubbeld.
Gezinnen die drie jaar of langer onder de bijstandsnorm van 110% zitten hebben iets extra gekregen het afgelopen jaar. Het is duidelijk: dit impuls armoedebeleid is van betekenis geweest voor veel gezinnen en veel kinderen. We lezen in de Kadernota dat het college vreest dat ook dit jaar gezinnen in financiële nood zullen verkeren door vergelijkbare oorzaken als in 2022. Er is nog altijd sprake van ongekend hoge inflatie en ook de energiekosten zijn nog steeds aanzienlijk, ondanks het plafond, zeker in woningen die minder goed geïsoleerd zijn. Het is daarom goed dat er een breed programma bestaanszekerheid wordt gemaakt, maar dat is er nog niet. Daarom stellen wij voor om ook dit jaar een impuls armoedebeleid uit te voeren, samen met het CDA en Pro’98. Iedereen moet mee kunnen doen, ook inwoners met een lager inkomen. Met elkaar moeten we alles op alles zetten om onnodige schuldenproblematiek en armoede-stress te voorkomen. Daarom dienen we motie 24 Impuls armoedebeleid in.’ Er is momenteel sprake van een energieplafond. Dat was vorig jaar niet zo. De heer Van den Born vraagt of dit het impuls armoedebeleid overbodig maakt of dat er meer belangrijke onderdelen zijn. De heer Wiesenekker licht toe dat de energieprijs nog steeds hoger ligt dan een aantal jaren geleden.
Met name in slecht geïsoleerde woningen, met name als iemand elke euro moet omdraaien is het effect hiervan groot. Er kan lokaal gekozen worden voor de energietoeslag die men toekent. Het kan zo zijn dat in de huidige omstandigheden een lager bedrag wordt toegekend als extra toeslag dan vorig jaar. Daar is variatie in te zien. Er is extreem hoge inflatie, brood kost geen twee maar drie euro. Daarom denkt zijn fractie dat het goed is om juist deze mensen in de huidige tijd te ondersteunen. De heer Korevaar vult aan dat een bijkomend probleem is dat het energieplafond eindig is, eind 2023 is dat voorbij. Juist daarom is het relevant om hiernaar te kijken. De heer Wiesenekker vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn. ‘Motie 22 Giftendrempel bijstandsuitkering richt zich op het vergroten van de optie om giften te kunnen ontvangen door inwoners met een bijstandsuitkering. Hiermee maken we Barneveld socialer en kunnen we nog meer omzien naar elkaar. Met de beantwoording van de schriftelijke vragen van vandaag is de motie misschien overbodig, maar gezien de brede steun verwachten we nog wel een reactie van het college hierop. De motie is mede ingediend door Pro’98, CDA en Burger Initiatief.’ De heer Van den Born vraagt of dit niet zorgt voor een versterking van de armoedeval. De heer Wiesenekker kan zich de vraag goed voorstellen. Hij denkt dat het niet zo is.
Niemand wordt verplicht om een gift te geven. Op het moment dat iemand een gift geeft, gaat hij die niet geven aan
25
iemand waarvan hij denkt dat diegene zou kunnen werken. Hij geeft een gift aan iemand die het echt nodig heeft. De heer Bos meent dat het eigenlijk zo moet zijn dat mensen gemotiveerd zijn om te gaan werken, om een baan te zoeken en op die manier vooruit te komen. Bij deze gift krijgt men misschien toch de indruk dat er wat achterovergeleund kan worden. Dan is de prikkel weg. Hij vraagt of het niet zo is dat mensen dan onvoldoende de prikkel hebben om de stap naar werk te maken. De heer Wiesenekker constateert dat deze vraag vergelijkbaar is met die van de heer Van den Born. Op het moment dat spreker een gift zou geven aan iemand die het volgens hem echt nodig heeft, maar de gift zorgt ervoor dat diegene minder goed zijn best doet om werk te zoeken, is dat de laatste keer dat hij een gift geeft. Op dit punt moet men vertrouwen hebben in de samenleving. De heer Top memoreert dat hierover ook schriftelijke vragen zijn gesteld. Het college gaf als antwoord dat het hiermee aan het werk is en er in september of oktober mee naar buiten komt. Hij vraagt of de motie niet volledig overbodig is als het college hieraan aan werkt. De heer Wiesenekker noemde dit al in zijn bijdrage, wellicht is dit zo. Tegelijkertijd geeft het college aan dat het hiervoor nog beleid moet maken. Als de motie er ligt, hoeft hier geen beleid meer voor gemaakt te worden, dan kan dit gewoon worden uitgevoerd.
De heer Korevaar hoorde nogal wat aannames in het pleidooi van de heer Bos. Ook was het pleidooi wat suggestief, alsof de mensen rustig achteroverleunend zitten te wachten totdat er iemand een gift komt bezorgen. Dat is per definitie onjuist. Iemand die verlegen zit om een gift verkeert in een bepaalde vorm van stress en in stress is het lastig om te bewegen. Dit helpt juist om mensen weer even rust te geven, een moment om op adem te komen. De heer Wiesenekker vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn. ‘Ik hecht er waarde aan om in deze bijdrage waardering uit te spreken voor de inzet van de gemeente en vele particulieren in de opvang van vluchtelingen afgelopen jaar. Dit jaar zijn 85 vluchtelingen opgevangen in de noodopvang in Voorthuizen. Daarnaast worden er 300 Oekraïners opgevangen door de gemeente en ruim 100 Oekraïners particulier. Ik vind dit indrukwekkend. 3. Samen recht doen aan kwetsbare ouderen. Het aantal huishoudens van 75-plus stijgt in een rap tempo. Het is goed dat domein overstijgende samenwerking op gebied van wonen, ondersteuning, zorg als speerpunt is opgenomen in de Kadernota. Ook voor deze kwetsbare groep staan we aan de lat om recht te doen. Daarom dienen we motie 26 Innovatieve woonconcepten van ouderen in om initiatieven voor het realiseren van knarrenhofjes of complexen waar jong en oud samenwonen breed te steunen en te stimuleren.
Dit maakt het voor onze gewaardeerde ouderen mogelijk om langer zelfstandig, gesteund door elkaar of nabij wonende jongeren, te wonen. Onze inwoners kunnen dan meer naar elkaar omzien en de eventuele zorg kan doelmatiger worden verricht. De motie wordt mede ingediend door SGP, Lokaal Belang en Burger Initiatief waarmee wij de motie samen hebben opgesteld. 4. Een andere zorg voor de toenemende groep ouderen is hun digitale weerbaarheid. Om mee te kunnen doen, wordt meer digitale deelname vereist. Deze inwoners zijn heel kwetsbaar. Daarom vragen we de toezegging om juist voor deze groep inwoners te investeren om te voorkomen dat ze slachtoffer wordt van digitale criminaliteit. Kan dit als belangrijk speerpunt in het Integraal Veiligheidsplan worden opgenomen en dus als onderdeel van de uitbreiding op veiligheid worden gezien? Graag een toezegging hierop. 5. Samen recht doen aan voorzieningen in kleinere dorpen. Onze gemeente bestaat uit negen mooie dorpen. Het is belangrijk om de voorzieningen in deze groeiende dorpen op peil te houden en toekomstbestendig te maken. Een belangrijk initiatief daarbij is de sporthal in Kootwijkerbroek. Kootwijkerbroek en Stroe zijn dorpen met in verhouding tot de rest van Barneveld zeer weinig sportvoorzieningen. En de ChristenUnie 26
wil recht doen aan een eerlijke verdeling van sportvoorzieningen over de dorpen en daarom blijft onze fractie het belangrijk vinden om ook voor Kootwijkerbroek en Stroe oplossingen te zoeken die het mogelijk maken om voor hen een sporthal te realiseren die past bij de grootte van deze dorpen. Het investeren in alleen een gymzaal is misschien wel weggegooid kapitaal. Van het college willen we met motie 12 Sporthal Kootwijkerbroek vragen om samen met het dorp te kijken naar een mogelijkheid om toch een sporthal te realiseren. Sta hiervoor open. Communiceer duidelijk met het dorp wat nodig is om dit te kunnen doen. In de commissie leek het of de insprekers dit al wisten. Hierin hebben we actief samengewerkt met het CDA, waarvoor dank. 6. In Barneveld is het al jaren gewoonte dat inwoners gratis compost kunnen afhalen als dank voor het scheiden van GFT-afval. Ook inwoners van onze andere dorpen willen we graag belonen voor het inleveren van GFT-afval en daarvoor deze geste doen. Deze inwoners kunnen het nu ook, maar moeten daarvoor wel een verkeersbeweging maken. Is het dan nog wel zo aantrekkelijk? En is het wel zo milieuvriendelijk? Daarom vragen we het college in motie 21 Compost afhaalpunten om dit ook in andere dorpen mogelijk te maken voor een proefjaar en de ervaringen daarvan te delen met de raad. We vragen niet om een onderzoek, dit moet gewoon gedaan worden.
De motie is mede ingediend door Lokaal Belang, Pro98, CDA en Burger Initiatief. 7. Samen recht doen aan onze leefomgeving. We willen recht doen aan onze leefomgeving. Ik wil starten met motie 23 HelemaalGroen. Weet u wat plandelen is? Ik las het onlangs op een CV en dacht dat het een tikfout was. Ik verwachtte iemand met een padelracket, maar er kwam iemand met een prikstok. Plandelen is wandelen met een prikstok. Prachtig toch? Nog altijd zien we op veel plekken zwerfafval liggen. Als partner van HelemaalGroen kunnen we een app gebruiken waarin inwoners kunnen aangeven op welke plekken al zwerfafval geprikt is. Zo kunnen inwoners actief plandelen. We vragen het college deze app actief te communiceren en partner te worden van de stichting. De motie is mede ingediend door Pro’98 en CDA. 8. Barneveld loopt voorop als het gaat om zonnepanelen. Steeds meer inwoners en bedrijven hebben geïnvesteerd in het opwekken van zonne-energie. Er zijn ook inwoners die graag willen, maar op of nabij het bouwblok van hun woning te veel schaduw van bomen hebben. Deze inwoners hebben ons gevraagd of er niet meer ruimte kan komen om alsnog zonnepanelen te leggen als daarvoor op eigen erf ruimte is en het goed ingepast kan worden. Wij roepen in motie 25 Zonnepanelen in de achtertuin op om dit meer mogelijk te maken. De motie is mede ingediend door Lokaal Belang en Pro’98. 9.
De afgelopen winter is er een forse uitbreiding geweest van het aantal houtkachels. Daarom zijn we blij dat we met Pro’98 en Lokaal Belang daarvoor moties 6 en 7 hebben opgesteld. Het levert een bijdrage aan de luchtkwaliteit. Onze fractie is zeer content met de ambitie om een topsector in de landbouw te blijven. Heel goed dat het college hierin gaat investeren en voorop blijft lopen. Onze unieke landbouwsector verdient het om, binnen de gestelde kaders, een topsector te blijven. Wij zullen de voorstellen hiertoe met interesse blijven volgen. Met onze agrariër in de fractie kunt daarop vertrouwen. Dan nog enkele financiële beschouwingen. Het college heeft inmiddels een vervolg gegeven aan het MIP, een mooi Meerjaren Investeringsprogramma. Hierin staan investeringen genoemd die nodig zijn voor de verdere ontwikkeling van onze gemeente. Het MIP zal ook echt waarde bewijzen als het de raad helpt om keuzes te maken die financieel doorgerekend zijn en waarvan het effect op de langere termijn nog duidelijker is. Het is duidelijk dat we met het investeringsplafond tekort hebben ten aanzien van de eerder door de raad besloten investeringen én benodigde reguliere ontwikkeling en groei van de gemeente.
Eén van de beslispunten is daarom dat u gaat onderzoeken of er mogelijkheden zijn, door bijvoorbeeld een hoger investeringsplafond, meer baten toe te voegen, meer bijdragen van derden aan voorzieningen te vragen, door gerichte keuzes of door het temporiseren van investeringen, om toch ondernemend te kunnen blijven. Dat geeft ruimte om goede keuzes te 27
maken en prioriteiten te stellen bij het doen van de investeringen die het meest noodzakelijk zijn. Daarom dienen we mede motie 17 Temporiseren groei gemeente Barneveld van Lokaal Belang in om te onderzoeken welke financiële ruimte er ontstaat als we onze groeiambities bijstellen.‘ De heer De Vries komt terug op de opmerking over het beslispunt dat het college aan de slag gaat met kijken wat prioriteiten zijn, welke dingen er wel of niet gedaan worden. Hij vraagt de heer Wiesenekker welke ideeën hij hier zelf bij heeft. De heer Wiesenekker refereert aan het voorstel van het college om op een brede manier te kijken naar hoe dit wordt gedaan. Die volgorde houdt de ChristenUnie ook aan. De heer De Vries memoreert een discussie met de heer Van den Born hierover. Dat ging erover dat het college hier nog niet voor kiest, maar dat er een mogelijkheid is om dit wel te doen. De ChristenUnie kan dan juist punten meegeven waar ingegrepen zou moeten worden. Hij informeert of de heer Wiesenekker daartoe bereid is of dat hij eerst de programmabegroting wil afwachten. De heer Wiesenekker laat weten dat de ChristenUnie de programmabegroting wil afwachten. Het college heeft duidelijk aangegeven dat het nog veel realistischer zou kunnen begroten, in brede zin.
Het is heel goed om breed te kijken op welke manier ambities eventueel bijgesteld of verlaagd kunnen worden, om naar bezuinigingen te kijken en te kijken naar wat het oplevert als er realistisch begroot wordt. De heer Wiesenekker vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn. 10. ‘In het MIP worden wel heel veel dingen gedetailleerd benoemd, ook waar het gaat om reguliere bedrijfsvoering. Dat is wat ons betreft niet zozeer nodig. Het MIP maakt op dit moment nog moeilijk keuzes omdat voor- en nadelen nog onvoldoende inzichtelijk zijn. We hopen dat het MIP in de toekomst daarin een verbeterslag kan maken om nog meer waarde te hebben. Hoe gaat het college dit in de toekomst inzichtelijker maken? 11. De Kadernota die voor ons ligt laat een sluitende begroting zien voor 2024. Daarbij is fors geïnvesteerd om toekomstige uitgaven inzichtelijk te maken en in samenhang te brengen tot een gezond investeringsplafond. Het college zal zich inspannen om realistischer te begroten, onderzoeken of er baten verhoogd moeten worden en of oud beleid ingeruild moet worden voor nieuw beleid. Dat is geen eenvoudige klus. Ook afgelopen jaar bleek weer dat veel werk in de pen was en daar gebleven is. Veel projecten zijn helaas niet uitgevoerd. We vragen daarom de toezegging om fors te investeren op de realistische begroting, echt realistisch qua budget én mankracht.
Pas als dat realistisch is, voelt het opportuun om baten te verhogen voor onze inwoners. Het is raar om dat tevoren te doen. Dit was een bijdrage waarin ik een actualisatie gaf op hoe wij samen recht doen. Recht doen aan kwetsbare jongeren, aan kwetsbare huishoudens, kwetsbare ouderen. Recht doen aan voorzieningen in alle dorpen in onze gemeente en recht doen aan de natuur en de omgeving waarin we wonen. Wij komen daarmee actief op voor wat kwetsbaar is en dat blijven we doen. In tijden van recessie vertrouwen wij op God, vertrouwen we dat God zegen biedt aan ons als raad, aan u als college en wensen we u die onmisbare zegen ook van harte toe. Wij doen dat met gevouwen handen en in afhankelijkheid. Dank u.’ De voorzitter wijst erop dat moties 21, 22, 23, 24, 25 en 26 worden toegevoegd aan de beraadslaging. Mevrouw Van den Wildenberg voert het woord namens de fractie van Burger Initiatief. ‘Voorzitter, Wij kregen dit jaar een stevige jaarverslaggeving en een bescheiden kadernota. Helaas kregen wij deze documenten andersom dan ik ze hier noem. Waarom is dat helaas? Omdat wij het jaarverslag een prettig opgewekt stuk vonden, al kan het korter en met minder herhalingen. Maar uit wat wij allemaal gedaan en bereikt hebben, spreekt een zekere trots. Terugkijkend stuwden we Barneveld op 28
in de vaart der volkeren, op een gedegen manier, niet te snel en niet te langzaam. Daarbij hadden en hielden we, ondanks de vele crises die er waren, oog voor onze inwoners. Dat vind ik een heel groot goed. Niet alles lukte, projecten begonnen niet of zijn niet afgemaakt waardoor er geld over is. Dat werd doorgeschoven naar 2023. Dat lijkt logisch, maar volgens Burger Initiatief vertroebelt dat de begroting. Hier komt het realistisch begroten om de hoek kijken. Capaciteit is een grote uitdaging, dat was vorig jaar al zo en nu ook. Dat geldt niet alleen voor onze gemeente. Een half jaar geleden waren er bijvoorbeeld al 12.000 vacatures in gemeenteland, waarvan één op de drie voor ruimtelijke ordening. Dat was vorig jaar nog één op de vier. Gebrek aan capaciteit is daarmee dus een gegeven geworden. Wij hopen dat het college en de organisatie daar op creatieve wijze naar willen en kunnen kijken. Onze fractie denkt dat er ambtelijke samenwerking gezocht moet worden met andere gemeenten. Dat gebeurt al wel, maar dat zou wat ons betreft structureel mogen. Want waarom zou iedere gemeente en iedere ambtenaar zelf het wiel uit moeten vinden? Nu had ik, net als mijn collega’s, eerst de Kadernota gelezen, veel informatie, maar waar waren de kaders? In de krant verschenen artikelen met de wethouder Financiën.
Van de combinatie van die twee dingen werden wij niet vrolijk, wij waren zelfs geschokt. Hoe kan het dat bij de begroting een half jaar geleden de wethouder Financiën op onze zorgen sussende geluiden liet horen? Hoe kan het dat er nu opeens naar tientallen miljoenen euro’s gezocht moet worden? Hoe kan het dat de lastenverzwaring nu tussen de regels door toch op de agenda komt? De gemeente, lees vooral de gemeenteraad, heeft op te grote voet geleefd, volgens de wethouder. Want als raad hebben wij immers al die plannen goedgekeurd. Zomaar, alsof het niets kostte. En dat terwijl wij er wel voor gewaarschuwd werden. Of nee, die waarschuwing zat er niet bij. Dan krijgen we de commissievergadering en daar zegt het college: de eerste twee jaar is er nog geen probleem, dat komt daarna pas. Inderdaad, het is al genoemd vandaag: 2026 is het zogenaamde eerste ravijnjaar, waarbij wij nog niet weten wat wij krijgen uit het Gemeentefonds. Maar met de artikelen in de krant zijn de inwoners de stuipen op het lijf gejaagd. Dat was volgens ons toch niet nodig. Gebruik nu de komende twee jaar om tot een goed beleid te komen voor de tijd daarna. Gebruik die tijd om eindelijk eens realistisch te gaan begroten. Denk daarbij ook aan onze inwoners, want alle problemen waarvan de gemeente herhaaldelijk melding maakt, al die crises, gelden ook voor de individuele inwoners.
Elke crisis grijpt in in het huishoudboekje. Barneveld heeft veel ambities. Maar van wie zijn die ambities, zijn die wel echt van ons? Of worden die door de overheid opgelegd? Hebben we nog wel zelf de regie? Zijn die ambities ook die van onze inwoners? Als dat niet zo is, dan zal men het heel goed moeten uitleggen. Of nog beter: soms aanpassen. Burger Initiatief wil graag dat mensen vooropstaan. Het is nu nog steeds heel goed toeven in de gemeente Barneveld. Mensen kijken naar elkaar om en er zijn onvoorstelbaar veel mensen die zich vrijwillig willen inzetten voor een ander in allerlei varianten. Maar dat kan alleen maar als je zelf een solide financiële basis hebt. Dus dat blijft heel belangrijk. Volgens Burger Initiatief zijn er ook voor de gemeente wel mogelijkheden. Want kijk je grofweg naar de afgelopen jaren, dan zie je over 2021 een overschot van €16 miljoen, over 2022 van €21 miljoen, afgezien van het tekort van €7 miljoen op de grondexploitaties. Bij de 2e Tussenrapportage 2022 was er al €8 miljoen afgeraamd dus blijft er over 2022 eigenlijk €29 miljoen onbesteed. Dan moeten een college en een concernteam samen met een beetje lef toch makkelijk minstens €10 miljoen ruimte in de begroting kunnen vinden? Ik ben heel benieuwd.
Het goede voorbeeld had men al kunnen tonen door zelf in de 1e Tussenrapportage ruimte uit het bestaande budget te halen, maar daar is helaas al €2 miljoen extra geraamd dus het wordt wel een omschakeling voor het college om de financiële ruimte goed te benutten. Mede door al het voorgaande willen wij geen verhoging van lokale heffingen zoals de ozb. Dat is nu nog niet aan de orde, maar dat willen wij in 2026 ook niet. Laten wij uniek blijven in onze gemeente en lage gemeentelijke belastingen hebben. De heer Bos maaide het gras al voor mijn voeten weg: mijn moeder zei vroeger ook dat als iedereen in de sloot sprong, wij dat zelf niet hoefden te doen. Dus 29
als wij gemiddeld minder betalen dan andere Gelderse gemeenten, dan mogen wij daar trots op zijn en dan hoeven we helemaal nog niet gelijk te trekken. Mede door het bovenstaande willen wij ook het anti-armoedebeleid in stand houden. Daarbij helpen wij mensen om hun huis energiezuinig te maken, we maken het leven voor mensen wat gemakkelijker. Het college heeft dat in coronatijd en bij de energiecrisis ook gedaan, maar laten wij dat vooral volhouden. Mede door het bovenstaande willen we graag noodzakelijke en goede voorzieningen in alle dorpen. Dat betekent helemaal niet dat er in elk dorp alles moet zijn, maar een sporthal voor Kootwijkerbroek en Stroe samen vinden wij, zeker gezien de groei van deze dorpen, een heel redelijke wens van de inwoners. Geef deze inwoners, die al zoveel zelf gedaan hebben, de duidelijke kaders waar zij om vragen en investeer hierin. Wij willen ook graag goede huisvesting voor iedereen, voor jong en oud, met of zonder rugzakje, liefst allemaal door elkaar zodat mensen bijna als vanzelf naar elkaar om kunnen kijken. Wij vragen daarom samen met de ChristenUnie om creativiteit in het bedenken van woonconcepten. De Woningstichting kan dat, maar de gemeente moet dat ook kunnen en stimuleren. Wij willen graag in november een zeer realistische begroting voorgeschoteld krijgen met de keuzes die wij als raad bij de Kadernota dus gemist hebben.
Een begroting die duidelijkheid geeft voor onze inwoners: wat kunnen zij verwachten aan ambities, wat kan er werkelijk gerealiseerd worden? En is er dan ook nog ruimte voor hun eigen ideeën? Want Burger Initiatief wil graag dat er geluisterd wordt naar de behoeftes en naar de plannen van de inwoners. Het coalitieakkoord rept van ondernemend, betrouwbaar en zorgzaam. College, ga dat waarmaken. De Kadernota heeft het vertrouwen van de inwoners niet versterkt, ik heb zeer teleurgestelde mensen gehoord. De Kadernota getuigt ook niet van ondernemersgeest, want ondernemen is vooruitkijken en besluiten nemen, wellicht met risico’s. Die besluiten missen wij hier. Zorgzaam, dat zijn wij als gemeente. Maar ik kan u verzekeren dat alle mensen die onze zorg nodig hebben met angst en beven de krantenberichten hebben gelezen. Want hoe lang kan die zorgzaamheid standhouden in het geweld van bezuinigingen? De gemeente is niet de enige die in de portemonnee van inwoners duikt en daarom is het voor de mensen zo angstig. Laten wij met elkaar het goede dat we hebben behouden, laten we met een scherp oog naar de toekomst kijken en laten we creativiteit ontwikkelen om opgewekt en voortvarend de uitdagingen van de komende jaren aan te gaan. Dank u.’ Mevrouw Van den Wildenberg sprak over de beperkte ambtelijke capaciteit en over samenwerking met andere gemeenten.