Notulen raadsvergadering Barneveld dd 13 november 2024
Tekst van het document
Nogmaals: het is een keuze van het college om het in die mix te doen en het in de tijd continu vol te houden. De heer Bos benadrukt nogmaals dat de 2,5% die bij de burger komt, morgen gevonden gaat worden. Maar het college en de raad hebben een heel proces nodig en proberen alles in het werk te stellen
29
om in de buurt van dat percentage te komen. Hij vindt het vreemd dat college en raad veel moeite moeten doen terwijl de burger die stap gewoon in één keer moet maken. Wethouder Oosterwijk meent dat de heer Bos niet goed heeft geluisterd, want de stap die in 2025 wordt gezet bij de burger is ook intern gezet. Zo moeilijk is dat niet. De heer Wiesenekker gaat kort in op de laatste zin. De wethouder zegt dat in het pakket gezocht wordt naar de €5 miljoen, daarin zitten het verhogen van de opbrengsten en het verlagen van de kosten. Hij noemt dat een mix. De motie 24-109 Herziening OZB-verhoging van SGP, Lokaal Belang en ChristenUnie heeft ook beoogd om er een mix in te houden en pas aan het eind van de bezuinigingsronde de keuze te maken of een nieuwe verhoging nodig is. Hij vraagt of dit betekent dat het zo kan zijn dat het college, gedurende het zoeken in de bezuinigingsronde, tot de conclusie komt dat er wel heel pijnlijke keuzes gemaakt moeten worden om de €3 miljoen te halen en dat het zo kan zijn dat het college een iets lager bedrag van €3 miljoen voorstelt. Spreker sluit zich deels aan bij wat de heer Mulder stelde, de bezuinigingen kunnen wel eens heel pijnlijk zijn. Wat dat betreft verraste hem de steun voor de eigen OZB-motie. Spreker kon niet interrumperen omdat de heer Mulder dit niet in zijn bijdrage noemde. Hij hoort graag hoe de heer Mulder hierop reflecteert.
Wethouder Oosterwijk vindt het lastig om vooruit te lopen op een proces dat nog komt. Het zal in dat proces beoordeeld moeten worden met elkaar. Hij is er nog niet van overtuigd dat alle maatregelen heel pijnlijk zullen zijn, het is ook gezond om af en toe, na jarenlang toevoegingen gedaan te hebben, te reflecteren op of alles wat wordt gedaan nog steeds nuttig is en waarde toevoegt aan de samenleving. Hij begrijpt de vrees, maar heeft weinig behoefte om vooruit te lopen op die vrees. De heer Wiesenekker vindt juist de kracht van het verhaal de mix die zojuist genoemd werd. Hij stelt voor elkaar op dat punt de hand te reiken en het proces nauw te gaan volgen. De heer Mulder reageert op de opmerking van de heer Wiesenekker. ‘Vooruitlopen op de vrees’ was precies de overweging van zijn fractie bij waarom die de OZB nog niet wilde verhogen. De fractie wilde de OZB-verhoging afwegen in combinatie met de maatregelen die vanaf 2026 bekend zijn. De overweging ‘lasten verhogen om bezuinigingen te voorkomen’ ligt bij de fractie op tafel. Hij bemerkt dat dit breder gedeeld wordt in de raad. Omdat de concrete voorstellen voor bezuinigingsmaatregelen nog niet bekend zijn, vond spreker geen draagvlak om de OZB-verhoging al toe te passen. Hij begrijpt het idee erachter, maar voor zijn fractie is dit te vroeg. De heer Wiesenekker begrijpt de uitleg.
De motie zegt echter dat alle vier termijnen geschrapt worden, wat de indruk wekt dat de OZB-verhoging er dan dus niet komt. De heer Mulder zegt nu echter dat het kan zijn dat zijn fractie in 2026 instemt met een OZB-verhoging. De heer Mulder bevestigt dit. De fractie heeft besloten om beslispunt 5 te schrappen. Amendement 24-104 Schrappen OZB van het CDA is ook gedekt, vandaar dat Pro’98 dat steunt. In wat voor vorm de fractie dit in 2026 eventueel voor wil stellen of mee akkoord wil gaan, weet hij nog niet. Vandaar: geen beslispunt 5 en in 2026 bekijken wat er nodig is, welk percentage en hoeveel jaar. De heer De Vries herinnert eraan dat wethouder Oosterwijk bij dit onderwerp het woord ‘noodzaak’ noemde. Dat is de reden van amendement 24-104; de fractie ziet momenteel nog niet de noodzaak voor het amendement als ze naar de financiële situatie kijkt. In het amendement staat dat zonder de OZB-verhoging en met nog een storting in uiteindelijk het potje om te kunnen investeren, wat uiteindelijk natuurlijk een pot moet worden, het gewoon uit kan. Men kan dan in gezamenlijkheid, in een totaalpakket met de bezuinigingen en uiteindelijk misschien een OZB-verhoging - vandaar dat hij in zijn bijdrage sprak over ‘het vooralsnog schrappen’ - bepalen of het wel of niet nodig is.
Hij is benieuwd wat het college ervan vindt om te zeggen dat de OZB-verhoging geschrapt wordt en dat bij de kadernota het gesprek alsnog gevoerd wordt. Het gaat erom waar de pijn uiteindelijk neergelegd wordt en dan is er een totaalbeeld nodig. Wethouder Oosterwijk vraagt of hij dit punt mag bewaren.
30
Wethouder Oosterwijk vervolgt zijn reactie op de eerste termijn. Hij gaat in op amendementen en moties. De heer Van Schaik heeft al veel lof gekregen voor zijn initiatief tot het opstellen van een tegenbegroting. Spreker vindt oprecht dat dit ook in de commissie tot een goed gesprek heeft geleid. De heer Van Schaik heeft gehoord welke bezwaren het college heeft opgevoerd. Het is helder welke accenten de VVD legt; veiligheid, wonen et cetera. Het valt niet mee om dit in twee, drie weken tijd op te stellen, spreker heeft er begrip voor dat de heer Van Schaik er alleen voor stond om dit voor elkaar te krijgen. Het valt dan ook niet mee om dan echt te onderbouwen wat met het geld gedaan wordt en hoe het effectief wordt gemaakt (de uitgaven). Waar de heer Van Schaik in zijn bijdrage niet op ingegaan is maar waar het college echt zorgen over heeft, is het feit dat hij vrij radicaal een aantal beleidstoevoegingen, deels incidenteel maar ook een aantal structureel, schrapt die horen bij verantwoord groeien. Als men de organisatie niet mee laat groeien, en soms zelfs wettelijke taken niet meer doet - bijvoorbeeld het archief - dan kan de wethouder dat niet rijmen met de insteek van het college om verantwoord te groeien. Hij vindt het jammer dat de heer Van Schaik daar geen rekenschap van aflegt; er vallen niet alleen mensen weg maar ook taken.
Dit is de reden waarom het college toch bezwaar heeft tegen de tegenbegroting, met alle waardering die de begroting ook bij de discussie in de raadszaal opgeleverd heeft. De heer Van Schaik heeft begrip voor de wethouder, voor zijn punt dat de keuzes die de VVD maakt pijn doen en dat er een aantal taken is dat het college graag wil uitvoeren. In de commissie heeft hij aangegeven bereid te zijn om te kijken waar het anders kan. Binnen de organisatie is er natuurlijk ook bestaande capaciteit, misschien moeten er andere keuzes worden gemaakt om die dingen te kunnen doen. Hij voelt het ongemak maar er is ook wat ruimte aan zijn kant. Spreker is vooral op zoek, dat hoort hij bij meer fracties, naar een klein beetje ruimte. Het college heeft een fors pakket, ook qua verhogingen en de wethouder zegt een aantal bezuinigingen door te voeren. Wat hij telkens hoort terugkomen is de 2,5% OZB voor het komende jaar. Maar dan wordt vergeten dat er veel minder discussie is over de grafrechten en alle andere opgevoerde posten. Hij zoekt een klein stukje ruimte om aan de hardwerkende inwoner en ondernemer te geven. Hij vraagt wat voor ruimte er is aan de kant van het college, of er ruimte is om het kleine stukje van de 2,5% te bediscussiëren. Wethouder Oosterwijk merkt op dat het bezuinigen en lasten verhogen vervelend is en niet is wat men wil.
Hij heeft geprobeerd aan te geven dat hij dit noodzakelijk vindt. Het is geen luxe, het is om in te spelen en vooruit te lopen op de investeringen die de gemeente nodig heeft. Van de baten van de investeringen die gedaan gaan worden gaat de totale gemeenschap profiteren. Hij wil vasthouden aan dit uitgangspunt. Op de vraag of er ergens ruimte is licht hij toe waar voor hem die ruimte zit, waarbij hij bijna bij het amendement van het CDA komt: als de bezuinigingen zijn doorgevoerd, de €3 miljoen lukt en de lastenverhoging lukt, dan houdt de gemeente structureel geld over. Als dat zo zou zijn en men dat ziet aankomen, zou de wethouder zeggen: nee, dan moet óf de lastenverhoging óf de bezuiniging naar beneden. Daar zit voor hem de ruimte omdat hij wel vast wil houden aan de €5 miljoen ruimte in de begroting die hij nodig heeft om het investeringspakket, eigenlijk nog maar het eerste deel, te kunnen financieren. Dit is de motivatie van het college hierachter omdat het denkt dat daarmee de toekomst niet steeds vooruitgeschoven maar aangepakt wordt. De heer Van Schaik begrijpt de redeneerlijn die de wethouder continu opvoert, die zit ook in de stukken. Wat hij het college mee wil geven is, dat zit vooral bij hem, dat er draagkracht in de samenleving is. Mensen hebben een portemonnee vast en die portemonnee raakt leeg, steeds leger. Alle kosten stijgen.
Hij vraagt de wethouder om een klein stukje waar misschien een klein beetje verlichting gegeven kan worden. Hij vraagt of VVD en wethouder het daarover eens kunnen zijn. Spreker bekritiseert niet alle verhogingen, ook niet in de tegenbegroting. Maar hij wil beginnen met een klein stukje, voor het komende jaar de 2,5%. Dan leest de wethouder ook, wat de heer Top zegt, dat spreker misleidend zou zijn. Voor het jaar 2026, 2027 en 2028 volgt spreker het college tot nu toe. Dat is de discussie die hij in 2026 wil voeren met het college. Hij vraagt met klem of de wethouder bereid is om ook naar de draagkracht van de samenleving te kijken. Is er iets wat gedaan kan worden voor de ondernemer, voor de inwoner, de huizenbezitter? 31
Wethouder Oosterwijk stelt dat de raad er uiteindelijk over beslist. Hij heeft zijn motivatie toegelicht. In amendement 24-104 Schrappen OZB van het CDA staat een keurig overzicht en daarin staat bij prognose/resultaat dat de gemeente in 2025 €500.000 over heeft. En dan moet er nog gestort worden. Dan houdt men niet veel over. De wethouder wil echt niet bagatelliseren wat dit doet in de samenleving, laat dat helder zijn. Hij ziet ook dat, naast de gemeente, de rijksoverheid wat in btw’s doet: het telt allemaal op. Dat is de tijd waarin men leeft. Hij wil ook de noodzaak om echt de koe bij de horens te vatten en om vooruit te lopen op de toekomstige investeringen serieus nemen. Het college heeft dit gemaakt als een redelijk voorstel. Hij begrijpt dat men daar politiek over van mening kan verschillen. Dat is de motivatie achter het voorstel. Zeker voor 2025 ziet hij niet veel ruimte. De septembercirculaire heeft in die zin voor 2025 niet of nauwelijks iets veranderd. In het memo heeft het college ook aangegeven dat men bijvoorbeeld een tegenvaller op het BUIG-budget ziet, niet in de inkomsten maar wel in de uitgaven. Laat men zich niet te snel rijk rekenen met incidentele meevallers. Daarbij wil hij aangeven dat de gemeente er in de huidige bestuursperiode aan gewend is geraakt dat iedere circulaire een plus was.
Hij heeft tijden meegemaakt waarin drie van de vier circulaires minnen waren. Hij weet niet wat er gaat gebeuren met het huidige kabinet, daarin ligt ook zijn voorzichtigheid. Misschien is het te voorzichtig, dat kan. De heer Van Schaik constateert dat de wethouder de vraag bij de raad neerlegt. Die vraag wordt deze avond beantwoord. Maar de stem van de wethouder is ongelooflijk belangrijk om de mensen in de bankjes een beetje mee te krijgen. Hij wil echt een beroep op de wethouder doen. Die komt met een stevig pakket, ook met verhogingen. Hier gaan veel partijen in mee, die hebben daar geen vragen over of accepteren dat. De VVD is ook aanwezig om te horen hoeveel er nog gedaan kan worden, of er niet een klein stapje terug gedaan kan worden. Dat is wat hij de wethouder vraagt. Hij hoort die ruimte niet en dat vindt hij jammer. Wethouder Oosterwijk merkt op dat, als het college een voorstel doet, dit niet wordt gedaan met het idee: als 10% hoger wordt ingezet dan is er nog wisselgeld of iets dergelijks. Het college probeert dit al op het scherpst van de snede te doen. Van de beleidstoevoegingen heeft het college een fors aantal niet geaccepteerd. Dat ziet men terug in de begroting. De heer Van Schaik vraagt nu om scherp te zijn op iets dat in de beleving van het college al scherp is.
De afweging waar de heer Van Schaik om vraagt, heeft het college geprobeerd in te bouwen aan de voorkant. Hij begrijpt het ongemak daarover. Dat heeft niets met partijpolitiek te maken, dat heeft te maken met hun verantwoordelijkheid als bestuurders om een begroting neer te leggen die verantwoord is zowel naar de burger toe als naar de toekomst toe van de gemeenschap van Barneveld. De heer Top voelt namens de SGP-fractie de behoefte te reageren op de collega-raadsleden die zojuist aan het woord geweest zijn. Met name de heer Mulder en de heer Wiesenekker zeggen vrees te hebben voor de bezuinigingsronde. Nogmaals: spreker begrijpt dit. Maar hij wil er toch toe oproepen om het te doen, want als dit niet serieus gebeurt, is er nog meer OZB-verhoging nodig om financieel degelijk te blijven en om de toekomstige groei van de gemeente te faciliteren. De heer Mulder laat weten dat Pro’98 dit ziet. Hij vond het een sterk argument van de wethouder dat er een tijd niet bezuinigd is en dat het dan goed is om te kijken wat wel of niet meer werkt. Voor de bezuinigingen wil zijn fractie niet weglopen. Het gaat erom dat de fractie niet de totale afweging heeft kunnen maken. Hij wil akkoord gaan met een OZB-verhoging om pijnlijke bezuinigingen te voorkomen, maar dan moet hij wel weten welke bezuinigingen het betreft.
Misschien zijn sommige bezuinigingen heel goed en wil hij daar de OZB niet extra voor verhogen. Wethouder Oosterwijk vervolgt zijn reactie op de eerste termijn. Hij gaat in op de amendementen en moties. Amendement 24-104 Schrappen OZB van CDA, Pro’98 en Burger Initiatief: spreker is blij dat er staat dat men de ‘Verantwoord groeien’-reservering in stand wil houden. Dat is voor hem een belangrijk onderdeel van de begroting. Hij gaf eerder al aan dat er echt een noodzaak moet zijn om lasten te verhogen of te bezuinigen. De fracties hanteren de redenering dat er geld over is en dat er dus geminderd kan worden. Zo kan men ernaar kijken. Het gaat niet over fout of goed maar het gaat over 32
het maken van keuzes. Als de wethouder dan ziet in de redeneerlijn van het amendement dat men uiteindelijk toch een aantal keren fors in de min komt in 2026, de keuze in 2025 heeft gevolgen voor 2026, dan vindt hij het jammer dat hij op een dergelijk moment een greep in de algemene reserve moet doen om weer op een nullijn te eindigen. Dat is de motivatie waarom de wethouder adviseert dit nog niet te doen. Houd vast aan het voorstel over 2025. Maar hij begrijpt, gegeven ook wat in de septembercirculaire staat, dat men zegt (zeker in 2027 en 2028 maar misschien zelfs ook al in 2026, al ziet dat jaar er nog niet zo positief uit) dat als de noodzaak er niet is, het ook niet doorgevoerd hoeft te worden. Met als gegeven dat nog wel de storting in ‘Verantwoord groeien’ wordt gedaan. Daar proeft hij wel steun voor. Hier komt zijn advies tot ontraden vandaan terwijl hij wel begrijpt wat de redenering erachter is. De heer De Vries bevestigt dat het een keuze is. Over 2025 hoort hij de wethouder zeggen dat het gewoon gedaan moet worden en bij de andere jaren is dit nog te bezien. Maar het staat natuurlijk wel in de boeken en in de begroting. Hij vraagt of het niet wijs is om dit te schrappen en uiteindelijk bij de kadernota met elkaar te bepalen of het nog noodzakelijk is omdat dan het totaalbeeld er is. In de motie staat: ‘overwegen’, maar het blijft wel in de boeken staan.
Wethouder Oosterwijk wil iets zeggen waarvan hij niet zeker is of het technisch juist is. Volgens hem wordt deze avond alleen de begroting voor 2025 vastgesteld en niet de reeks 2,5% in 2026, 2,5% in 2027 en 2,5% in 2028. Die staan wel aangegeven in de Kadernota maar ieder jaar opnieuw besluit de raad wat er het jaar daarop gedaan wordt. Spreker is het wat dit betreft eens met de heer De Vries maar volgens hem hoeft het technisch gezien niet. Spreker ziet instemmend geknik van de tribune en concludeert dat het niet hoeft omdat het deze avond niet vastgesteld wordt. Het beleid is zo wel doorberedeneerd om de sluitende begrotingen voor de jaren erna aan te tonen, maar als men door allerlei wijzigingen daar fors boven komt, dan begrijpt hij dat wordt gezegd dat het niet nodig is. De heer De Vries verwijst naar beslispunt 5 waar staat ‘de OZB extra te verhogen, met de bij de Kadernota 2025 voorgestelde verhoging van 2,5% per jaar voor de jaren 2025 tot en met 2028’. Hij begrijpt het idee dat dit elk jaar weer vastgesteld wordt, maar met beslispunt 5 zegt de raad toch dat het gedaan wordt voor die jaren. Dat vindt hij ver gaan. Wethouder Oosterwijk kan hem daar geen ongelijk in geven. Hij zegt toe hierover advies te vragen tijdens de schorsing. Hij wil het percentage voor het jaar 2026 en daarna variabel houden.
De heer Bos zegt misschien weer voor de muziek uit te lopen als hij vraagt naar motie 24-109 Herziening OZB-verhoging van de SGP. De wethouder zegt dat alleen voor het jaar 2025 wordt besloten. Maar de SGP stelt voor om dit voor 2025 te doen en de jaren erna te kijken of het nodig is. Het lijkt hem of de motie overbodig is geworden. Hij vraagt of hij die conclusie kan trekken. Wethouder Oosterwijk wijst erop dat men in de kadernota wel vier jaar doorrekent - al is hij bang zich hiermee op glad ijs te begeven. Dan is wel dit uitgangspunt nodig, daar is de reeks van vier keer 2,5% voor nodig. Momenteel is er de fase van de begroting, dan heeft men de laatste drie keer 2,5% niet nodig om de begroting 2025 vast te stellen. Dat is evident. Anderzijds is dit het signaal in de motie om, teruggrijpend op de Kadernota, het indertijd vastgestelde uitgangspunt ter discussie te stellen. In feite zegt de heer De Vries dit ook, misschien net niet in amendement 24-104 maar in het gesprek van zojuist ging het wel die kant op. De heer Top meent dat de motie niet overbodig is. Hiermee wordt het college meegegeven de komende twaalf maanden met dit uitgangspunt aan de slag te gaan. Dat is wat voorligt na deze dag. Het document heet Programmabegroting 2025. Hij vindt het verrassend dat de heer De Vries en hijzelf hier aardig op één lijn beginnen te komen.
Hij geeft aan dat de jaren erna op deze avond niet worden vastgesteld en dat is precies wat de SGPfractie vraagt: kijk over een jaar of de jaren erna anders kunnen. De heer De Vries is benieuwd of de heer Top, als het gaat om het beslispunt, daarin een verandering wil aanbrengen voor de jaren 2025 tot en met 2028. Het CDA laat dit gedeelte bij voorkeur weg, maar als ervoor gekozen kan worden om alleen 2025 te doen en de verdere jaren te schrappen en daar later op terug te komen, dan vindt hij dat een bespreking waard. 33
Volgens de heer Top is dat de vraag die aan het college is gesteld: hoe moet dit geduid worden. Het jaar 2025 wordt vastgesteld maar in het beslispunt staan vier jaren. Dat lijkt met elkaar in tegenspraak. Hij vraagt hoe dit in elkaar zit. De heer De Vries hoort graag de reactie van het college. De voorzitter stelt dat het voor de zorgvuldige besluitvorming nodig is dat dit wordt nagegaan door de wethouder. Hij zal hier in tweede termijn op terugkomen, waarna het debat hierover hervat kan worden. Wethouder Oosterwijk vervolgt zijn reactie op de eerste termijn. Hij gaat in op de amendementen en moties. Amendement 24-24-104 Schrappen OZB en motie 24-109 Herziening OZB-verhoging zijn volgens de wethouder voldoende besproken, tenzij hier meer reacties op komen. Motie 24-101 Budgetoverhevelingen van Pro’98 en Burger Initiatief: is een vraag van de fractie van Pro’98. De bedoeling erachter is dat men kritisch moet zijn bij de vraag of alles wel moet worden overgeheveld, begrijpt de wethouder. Hij denkt dat de fractie zichzelf tekortdoet met de motie omdat daarmee eerder vastgesteld beleid, namelijk het budget dat aan iets is toegekend om het uit te voeren, te makkelijk geschrapt zou worden. Hij begrijpt waar de fractie kritiek op heeft, dat is wat hem betreft ook terecht. De budgetoverhevelingen komen altijd in januari en februari in de raad.
Hij adviseert om dan heel kritisch te zijn, dan bereikt de fractie waarschijnlijk meer dan met de motie. De heer Mulder bevestigt kritisch te zijn op de budgetoverhevelingen, het zijn allemaal kleine potjes die steeds worden doorgeschoven. Zijn fractie zou willen dat die vrijvallen in het resultaat en dat men bij de begroting voor het volgende jaar opnieuw de afweging maakt. Binnen de domeinen kan geschoven worden met de potjes. Makkelijk gezegd: de raad geeft straks vier grote potten met geld weg voor alle vier de programma’s. Die worden per programma vastgesteld, meent hij. Binnen de programma’s kan geschoven worden met de budgetten. Stel dat er van 2024 op 2025 op punt 1 €30.000 over is. Dat laat de raad vrijvallen. Het jaar erop begroot men die niet, misschien heeft men het toch nodig of een gedeelte ervan, dan kan dat eerst binnen het programma opgelost worden. Lukt dat niet, dan kan men altijd nog, als het echt nodig is, bij bijvoorbeeld een tussenrapportage de raad om extra geld vragen. Op die manier wil hij ervoor zorgen dat er wat strakker op gezeten wordt. De raad wordt momenteel met budgetoverhevelingen geconfronteerd. De afgelopen twee jaar heeft er €2,2 miljoen op de plank gelegen waar niets mee is gedaan. Het jaar ervoor was het €600.000. Hij heeft niet verder teruggekeken, hij kan niet in de toekomst kijken.
Maar hij zou dit graag willen voorkomen, zeker met alle uitdagingen die op de gemeente afkomen. Wethouder Oosterwijk moet eerst de illusie weghalen dat er geld op de plank ligt, was het maar zo. Het is een technisch verhaal maar dan zouden er minder leningen zijn. Hij zal hier verder niet op ingaan. Hij deelt de oproep van de vorige spreker om er kritischer in te zijn. Hij meent dat het niet zo is dat een overgeheveld budget vrij beschikbaar is voor dat programma. Het is ergens voor geoormerkt en er is een reden geweest waarom het daarvoor geoormerkt is. Om het zomaar weg te halen met één criterium uit de motie vindt hij geen recht doen aan het besluit dat de raad eerder genomen heeft. Hij zou kritisch zijn over de budgetoverheveling: als het voor de derde keer overgeheveld wordt en gezegd wordt ‘dan hoeft het niet meer’, dan is dat een nieuw besluit. Het is niet een soort geautomatiseerd besluit: het is minder dan €250.000 dus weg ermee. De heer Mulder wil dit nuanceren. Het is niet zo dat, als het geld overblijft, men het kwijt is, de rest van het potje vrijvalt en er andere dingen mee worden gedaan. In het daaropvolgende jaar kan men het budget dat vrijvalt opnieuw voor dezelfde post begroten. Er blijft elke keer binnen de domeinen, binnen de programma’s geld over.
Het kan strakker gezet worden, mocht er dan op één aspect van het programma geld tekortkomen, dan kan men kijken naar de andere deelprogramma’s binnen het programma, naar welke wel geld overhoudt en dan kan dat potje gebruikt worden. Er is nog veel 34
creativiteit maar daar zitten ook nadelen aan. Hij voelt er weinig voor om bij de tussenrapportages kritisch naar elk potje te kijken omdat de raad dan veel op de stoel van de uitvoering gaat zitten. Wethouder Oosterwijk constateert dat de heer Mulder en hijzelf in herhalingen vallen. Hij zit er met dezelfde intentie, namelijk om heel kritisch met budgetoverheveling om te gaan, maar net iets anders in. Voor hem zijn het geoormerkte potjes die hun loop hebben. De raad zou zichzelf tekortdoen als iets wat heel belangrijk gevonden wordt min of meer automatisch geschrapt wordt. De heer Mulder is ook van mening dat Pro’98 een ander standpunt heeft. Maar het statement ‘als het potje vrijvalt in het resultaat schrapt men eigenlijk het beleid’ is niet juist. Het kan het jaar erna opnieuw begroot worden. Het idee dat beleid stopt als het resterende van het potje vrijvalt, is niet juist. Wethouder Oosterwijk meent dat dit in de tijd wat ingewikkeld is. Het vrijvallen aan het eind en het begroten wordt deze avond gedaan. De wethouder zou dan verplicht zijn om in januari een nieuwe begrotingswijziging door te voeren. De heer Mulder antwoordt dat daar dan tevoren rekening mee gehouden moet worden. Maar hij realiseert zich dat het te ingewikkeld wordt. Hij begrijpt wat de wethouder bedoelt en de fractie van Pro’98 zal hierover nadenken.
Wethouder Oosterwijk vervolgt zijn reactie op de eerste termijn. Hij gaat wederom in op de amendementen en moties. Amendement 24-108 Grafrechten van de SGP pleit voor twee dingen. Allereerst om de verhoging voor het lopende jaar van 25% niet door te voeren. Een van de argumenten daarvoor is dat er al kosten zitten in het geheel van grafrechten die ten onrechte onder die noemer geschaard worden, volgens de SGP. De wethouder kan een eind meegaan met het laatste, maar het is uiteindelijk een keuze welke kosten men onder welke posten laat vallen. Het argument dat het onderhoud van hele oude graven, meer historische en monumentale graven, niet per se op het product begraven hoeft te vallen kan hij goed volgen. Tegelijkertijd is gezegd dat grafrechten kostendekkend zouden moeten zijn. De raad vindt dit belangrijk. Er is nog geen sprake van kostendekkendheid, ook niet met de verhoging. Om dit te dekken heeft de SGP-fractie een greep uit de algemene reserve nodig. De argumentatie waarmee de wethouder bij het CDA-amendement zegt dat hij het niet zo prettig vindt omdat er een greep uit de begroting moet worden gedaan, geldt ook hier.
Hij wil vragen om niet het amendement door te voeren maar het college wel de opdracht te geven om te kijken hoeveel kosten gemoeid zijn met graven die eigenlijk niet onder de noemer graven zouden moeten vallen en het college het volgende jaar de opdracht te geven om dat te verdisconteren in de tarieven van het begraven. Dat is zijn suggestie. Hij omarmt het idee maar stelt een andere uitvoering voor. De heer Top vraagt of dat kan betekenen dat de grafrechten over een jaar weer naar beneden gaan. Volgens wethouder Oosterwijk zou het dit kunnen betekenen maar het lijkt hem niet heel waarschijnlijk gezien de kostendekkendheid percentages die er momenteel zijn. De heer Wiesenekker herinnert aan zijn vraag over het verlengen van de graven. Hij vraagt of dit betekent dat men meegaat in de nieuwe regeling, in de nieuwe kosten. Dan worden de kosten door de tijd heen meer dekkend. Wethouder Oosterwijk vindt dit een technische vraag, hij weet niet precies hoe de regelingen voor verlenging precies in elkaar zitten. Hij stelt voor om hier op een ander moment op terug te komen. Hij begrijpt de redenering erachter. De heer Wiesenekker weet niet wat er met het amendement gaat gebeuren, wat de SGP ermee gaat doen. Zijn fractie heeft gerede twijfel hierbij. De wethouder deed zojuist een voorstel en spreker vraagt of hij ervan uit kan gaan dat de wethouder dit punt daarin meeneemt.
Wethouder Oosterwijk antwoordt dat als de SGP een beetje tegemoet komt aan zijn vraag, dan geeft het amendement het college de opdracht om voor volgend jaar met een tariefvoorstel te komen. Dan kan dit element daarin meegenomen worden.
35
Wethouder Oosterwijk vervolgt zijn reactie op de eerste termijn. Hij gaat in op de gestelde vragen in eerste termijn. De heer Wiesenekker vroeg naar de toeristenbelasting en de timing daarvan. Dat signaal heeft spreker ook meegekregen en hij neemt dat serieus. Hij spreekt de ondernemers binnenkort en zal hier zeker een kort gesprek over aangaan. Op zich is het geen verrassing dat het aanpassen van de tarieven van de toeristenbelasting in november plaatsvindt. In die zin is het niet anders dan in andere jaren, ook communicatief is er niets anders dan in andere jaren. Vooralsnog denkt de wethouder dat de ondernemers de ruimte en de plicht hebben om de toeristenbelasting door te berekenen aan hun gasten. Dat kunnen ze het hele jaar 2025 doen. De heer Wiesenekker heeft ook een vraag over arbeidsmigranten gesteld, of die niet op een of andere manier kunnen bijdragen aan het voorzieningenniveau van de gemeente. De gemeente heeft veel moeite om arbeidsmigranten op een nette manier gehuisvest te krijgen. Of ze wonen in een particuliere woning, dan betaalt de eigenaar OZB, of ze verblijven in vakantieparken en dan geldt het regime dat voor vakantiehuizen geldt, of men weet niet dat ze bestaan en dan betalen ze niets maar dan kent de gemeente hen ook niet.
De vraagt geldt vooral in het geval dat de gemeente meer grootschalige voorzieningen heeft voor het huisvesten van arbeidsmigranten, onder welk regime vallen die dan? Dat is een goede vraag. Er is er nog geen, de vraag loopt wat voor de muziek uit. De vraag is wel relevant en als dit wel opgeld doet, zal hij beantwoord moeten worden. De heer Wiesenekker laat weten dat er gemeenten zijn die er bewust voor kiezen om arbeidsmigranten niet te laten bijdragen op het moment dat zij zich inschrijven om ervoor te zorgen dat er in ieder geval zicht is op waar de mensen wonen. In de commissie was spreker nog van mening dat de lasten zo breed mogelijk belegd moesten worden. Dit is een andere visie. Hij vraagt of het college in de herziening beleid huisvesting arbeidsmigranten, waarvoor pilots gestart gaan worden dus die grootschalige opvang komt er wel, een visie opneemt op de lasten. Wethouder Oosterwijk kan dit toezeggen. Hij wijst erop dat het niet alleen arbeidsmigranten betreft maar ook de werkgevers van de arbeidsmigranten. Misschien zoekt spreker het meer in die hoek. Wethouder De Heer reageert op de eerste termijn. De raadsleden hebben meerdere vragen gesteld over het sociaal domein en daar is zij blij mee. Een substantieel deel van de begroting betreft het sociaal domein. Daar zitten veel mensen achter die het werk doen.
Zij vindt het fijn dat duidelijk is dat de raadsleden dat zien, dat waarderen en dat daar hun belangstelling naar uitgaat. Er wordt niet vaak over gesproken, maar de casuïstieken waar de medewerkers dagelijks mee bezig zijn, zijn casuïstieken met een hoge belasting op inhoud. Het is fijn dat de raad als hoogste orgaan oog heeft voor het belangrijke werk dat de medewerkers verrichten in de levens van jongeren, ouderen, gezinnen et cetera. De wethouder zal de vragen en moties per onderwerp doornemen. Jeugdhulp: over dit onderwerp zijn verschillende punten aangedragen. Pro’98 constateert terecht dat er een discrepantie is tussen de stijgende trend in kosten en de forse bezuinigingsopgave die deze begroting in zich bergt. Daarover is eerder gesproken, dat is ook een discrepantie en daar zitten tal van dilemma’s in. Desondanks wil het college, zonder penny wise, pound foolish te zijn, zoeken naar besparingsmogelijkheden door een andere manier van organiseren, door een andere manier van monitoren en dus sneller kunnen acteren daar waar het mis dreigt te gaan. Die opgave heeft het college zich opgelegd in de begroting en daarvoor zal het zijn uiterste best gaan doen. De winstwaarschuwing van de fractie is terecht, het moet ook niet erger gemaakt worden dan het is. Zij heeft dit goed gehoord. Barneveld is een Zelf, Samen, Gemeente.
Verschillende fracties hebben aangekaart dat er meer genormaliseerd moet worden. Daarover is een motie ingediend. De wethouder is daar een groot voorstander van. Het is het huidige beleid en daar moet de gemeente mee doorgaan. Dat wil het Centrum voor Jeugd en Gezin ook, dat willen partners in het veld ook en zij denken hier ook al volop over na. Men hoeft niet overal voor naar een hulpverlener, soms is een vraag stellen aan een buurvrouw ook voldoende om een stapje verder te komen. Mensen moeten meer leren problemen 36
te dragen en te verdragen in plaats van dat men alles wil oplossen. Het normale leven leiden met ondersteuning van gezinnen en netwerken is belangrijk. Daarnaast hoopt het college natuurlijk op een rol die het Rijk gaat pakken in aanvullende regels. Deze dag kwam Den Haag nog met iets naar buiten over de reikwijdte van de jeugdhulp. Gekeken wordt of de gemeente daar iets mee kan. De Hervormingsagenda Jeugd is aangekaart. Het college is daar volop mee bezig, de raad krijgt in december daarover een voortgangsrapportage en er komt een bijeenkomst. In januari zal een plan van aanpak aan de raad worden voorgelegd. Motie 24-100 Een andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik van ChristenUnie en Lokaal Belang: het college wordt gevraagd om zelfzorg en onderlinge zorg een centrale plek te geven. Daar kan de wethouder van harte ja opzeggen, het college wil dit graag en bekijkt hoe dit mogelijk gemaakt kan worden en ook dat is een puzzel. Zij zegt erbij dat het natuurlijk niet altijd kan. Het zal de kunst zijn om te beoordelen wanneer wel en wanneer niet. Het is net als in de gewone gezondheidszorg, als iemand hoofdpijn heeft en hoest, loopt diegene niet meteen naar de huisarts. Je neemt een pijnstiller, gaat wat vroeger slapen, vraagt aan de buurvrouw of zij nog iets weet. Zelfzorg, netwerk.
Maar als het erger is, moet je wel naar de huisarts en moet je ook in de jeugdhulp naar een professionele hulpverlener. Er moet op tijd geschakeld worden naar andere zorg die nodig is en die de gemeente moet blijven kunnen betalen. Hetzelfde geldt voor waar de motie om vraagt: individuele trajecten versus collectief aanbod. Ook dat vindt de wethouder een goede richting. Als dingen collectief worden aangeboden dan kan dat kosten effectiever zijn en door de dynamiek in de groep misschien wel effectiever. Maar dat kan niet overal. Zij moest zelf denken aan een muziekdocent. Als die een groepje blokfluitleerlingen heeft, kunnen die misschien prima in een groep les krijgen. Maar als het een docent is op het gebied van kerkorgels, dan wordt een groepsles tamelijk ingewikkeld. Het is maatwerk bij het kijken wanneer het wel en wanneer het niet kan. Als men dat gezonde verstand volgens de indiener van de motie erbij mag houden, dan kan zij op dit gebied ja zeggen. Zij merkt dat de fractie instemmend knikt. De motie vraagt ook om de raad te informeren. Uiteraard zal dit gebeuren. Gevraagd wordt om dit bij de kadernota te doen, maar de wethouder vraagt of dit kan gebeuren op het moment dat het college rapporteert over de brede aanpak voor de Hervormingsagenda. Dat lijkt het college een logischer moment. Zij merkt dat ook hier de fractie instemmend knikt.
De heer Wiesenekker vermoedt dat de wethouder over een oude versie van de motie beschikt. In de nieuwe versie wordt verwezen naar de Hervormingsagenda. Zijn fractie het kan van harte eens zijn met de punten die de wethouder noemde omdat die al voorgesteld zijn. Wethouder De Heer vervolgt haar reactie op de eerste termijn. Schuldhulpverlening: het college noemt dit zelf tegenwoordig schulddienstverlening. Het wil mensen niet in de hulpverleningsstand krijgen maar in de stand van zelf sterker worden en zelf de boel weer op de rit krijgen. De vraag is of het college dit breder onder de aandacht wil brengen. Daar zal het zijn best voor doen maar er wordt al veel gedaan, zowel in preventieve als curatieve zin. Dit gebeurt vooral via het netwerk van verwijzers, het juridisch steunpunt maar ook via de website. Op de website geldvraagbarneveld.nl is van alles te vinden. Het gebeurt op meer manieren, te veel om op te noemen. Het is belangrijk want het is een groot probleem. Het is goed dat dit door de SGP-fractie wordt ondersteund. De fractie vraagt ook naar de link met het programma Bestaanszekerheid. Daar heeft de schulddienstverlening absoluut een prominente plek in. De raad kan dit binnenkort zien, het college heeft de afgelopen week gekozen voor het programma Bestaanszekerheid en zal dit de raad voorleggen. In het programma wordt de raad gevraagd om een aantal zaken te besluiten.
Woonzorgvisie: de SGP vroeg of hierbij niet alleen naar de fysieke aspecten maar ook naar de sociale aspecten kan worden gekeken. De wethouder antwoordt bevestigend. Het programma is een uitvloeisel van Omgevingsvisie en Woonvisie en als uitvoering is er de Woonzorgvisie. Daar is ook de sociale kant te vinden. Het in praktijk brengen hiervan gaat geld kosten, de raad moet zich dat realiseren. In een vergrijzende samenleving waar mensen langer thuis wonen, wil men in de wijken 37
gelegenheid hebben tot ontmoeting et cetera. Als daar ruimte voor gereserveerd wordt, doet dat een op een iets met de grondexploitatie. De wethouder is van mening dat de gemeente het daarvoor over moet hebben, de SGP geeft dat ook aan. Maar het kan niet vrijblijvend gezegd worden. Onderwijs: de CDA-fractie vraagt of er actie is in het Integraal HuisvestingsPlan. Er is volop actie. Er zijn vertragingen opgetreden, dat is haar bekend. Er zijn omstandigheden aan te wijzen die dit verklaren. Op het ogenblik ligt het bij scholen om te bekijken wat zij vinden van de input die tot nu toe is opgebouwd, want zij moeten er overeenstemming over bereiken. Dat proces is in volle gang. De heer De Vries maakte zich wat zorgen over de timing van nieuw beleid in het sociaal domein. De wethouder wijst erop dat de raad een paar jaar geleden in zijn wijsheid heeft besloten tot een beleidskader Sociaal Domein voor onbepaalde tijd. Dat is vigerend. De wethouder heeft desondanks gemeend, gezien een aantal ontwikkelingen en gezien de vraag naar integraliteit, om een nieuw beleidskader Sociaal Domein op te zetten. Dat staat op de rol voor 2025 op de lange termijn agenda. Duurzaamheid: Motie 24-99 Netcongestie stroomlijnen met innovatie van ChristenUnie en SGP: zij meent dat hierin een aanpassing is aangebracht.
Het college wordt opgeroepen om innovatieve technieken te stimuleren om te helpen netcongestie tegen te gaan. De wethouder antwoordt hierop volmondig ja. Netcongestie is een groot probleem. Er is eerder in de commissievergadering over gesproken, ook toen gaf zij aan dat het een groot probleem is. Het college werkt er hard aan maar er moeten meer nieuwe wegen worden gevonden om het te lijf te gaan. Gelukkig is ook het Barneveldse bedrijfsleven van harte bereid om daarin mee te denken. De vorige week zat de raadszaal vol met ondernemers op het gebied van duurzaamheid. Die constateerden dat zij met elkaar ‘duurzame gemeente Barneveld’ zijn omdat zoveel bedrijven hier iets in doen en met de gemeente meedenken. Er werd enthousiast gesproken over een energy hub met een complete energiemix van tal van elementen waar men de schouders onder wil zetten. De motie vraagt ten slotte om overleg rond de pilot van Zonneplan en Liander in Arnhem. In de laatste versie van de motie wordt het college gevraagd zich daarover te laten informeren en er eventueel elementen uit te halen. Het college is daartoe bereid, op een geïnteresseerde manier.
De wethouder wil er ook kritisch naar kijken, want het probleem van netcongestie kan erdoor verminderd worden, maar het doet ook iets met de individuele zonnepanelen, laadpalen et cetera die dan misschien op een andere manier door iemand zelf aan en uit gezet kunnen worden. Het doet ook iets met de vrijheid van de inwoner. Er zijn mogelijkheden maar ook kritische kanttekeningen waar goed op gelet moet worden. De heer Bos merkt op dat er al technische oplossingen worden gesuggereerd. Hij vraagt in hoeverre de gemeente daar invloed op heeft. Het moet wel vrijwillig zijn, hij neemt aan dat het geen verplichting kan zijn vanuit de gemeente om dergelijke technieken toe te passen. Wethouder De Heer herinnert eraan dat zij zojuist aangaf dat velen staan te trappelen om met nieuwe technieken te beginnen. Het college kijkt hoe dit mogelijk gemaakt kan worden. De heer Bos constateert dat hierbij de focus ligt op het elektriciteitsnetwerk. Hij komt terug op motie 24-113 Agrarische Accountmanager. Overijssel zet zich ervoor in om 50% van de mest te vergisten en er biogas van te maken. Hij vraagt of er niet veel breder gekeken kan worden, of motie 24-99 niet te eng is. Er wordt alleen naar de kabel gekeken. Wethouder De Heer is van mening dat het een het ander niet uitsluit.
De motie vraagt hier specifiek om, maar tegelijkertijd is het college bezig met een totale aanpak waar effectiviteit en de inschatting van biogas ook in zitten. Gekeken wordt wat dat voor Barneveld kan doen, samen met LTO wordt onderzoek gedaan. In de Regio wordt onderzoek gedaan. In De Glind loopt een experiment, juist op dit punt. Barneveld heeft én-én-én nodig en daar hoort dat ook bij. Wethouder Pluimers reageert op de eerste termijn. De wethouder zal op de onderwerpen ingaan, meestal gekoppeld aan een motie of amendement. Motie 24-102 Participatie rond het pakket aan bezuinigingen van Pro’98: het oordeel is aan de raad, maar het college wil daarbij het volgende meegeven. In het kader van goed bestuur is het belangrijk 38
en zorgvuldig om de stem van inwoners en organisaties die mogelijk geraakt worden door bezuinigingen mee te nemen. De raad heeft een plan ontvangen waarin een uitleg staat en een planning van wanneer het een en ander plaatsvindt. Het college vindt het belangrijk om met partijen te spreken die mogelijk geraakt worden en het wil inwoners een stem geven. Het college wil dit graag doen via een inwonerspanel, via de digitale snelweg. De heer Mulder hoort de wethouder zeggen dat het college graag in samenspraak met de samenleving de bezuinigingen vast wil stellen, om daar een goede overweging in te maken. De motie van Pro’98 roept niet op om dat vooral niet te doen, hij zou het graag willen aanmoedigen. Maar dan niet volgens het participatiebeleid want dat wordt niet correct gevolgd. Het is wat raar als er willekeurig wordt geshopt in maatregelen in een beleid. Hij geeft ook aan in de motie dat spoor 1 voor omgevingsplanactiviteiten is. Veel van de bezuinigingen hebben daar niet iets mee te maken. Hij begrijpt dat het college, aangezien het een groot pakket is, een soort projectplan wil opstellen om dat in een goed vat te gieten en het geordend en goed te doen. Het is alleen niet volgens het participatiebeleid. Dat is waar voor Pro’98 de pijn zit. Het beleid is de fractie dierbaar, dat moet nog vaak ingezet worden.
Als de geloofwaardigheid van dat beleid stuk gaat, zou dat een verlies zijn. Wethouder Pluimers constateert dat de fractie het belang van participatie met haar deelt. Er zit inderdaad een foutje in het plan dat zij zojuist noemde: er stond een 1 waar een 2 (spoor 2, trede 2) had moeten staan. Het college is wel van mening dat het participatiebeleid, dat de raad heeft vastgesteld en waarin aangegeven staat dat college en raad inwoners willen laten meedenken en raadplegen, passend is bij ontwikkelingen en beleid. ‘De manier waarop de gemeente met inwoners wil samenwerken bij ontwikkelingen, uitvoeringen, evaluatie en beleid.’ Het college vindt het juist bij spoor 2 passen om het op die manier vorm te geven. In zijn bijdrage gaf de heer Mulder aan dat de bedoelingen van het college waarschijnlijk goed zijn en die zijn ook oprecht goed bedoeld. De wethouder zou de motie aan het oordeel van de raad willen laten. De heer Mulder bevestigt dat er is gekozen voor trede 2, maar in het participatiebeleid zit een participatiethermometer en die wordt aan verschillende tredes getoetst. Als men kijkt naar wat het belang voor de samenleving is, dan staat er bij trede 2 weinig. Politieke of media-aandacht: trede 2 zegt weinig. Als men de tredes aan houdt, moet trede 5 gekozen worden. Maar dan komt men uit op cocreatie en dat kan met dit pakket natuurlijk niet.
Het participatiebeleid kan hierbij niet gevolgd worden. Hij zou het oordeel willen laten aan de raad, maar als de gemeente doet alsof het participatiebeleid wordt gevolgd terwijl dat niet het geval is, dan doet zij haar eigen beleid tekort. Dat zou jammer zijn. Wethouder Pluimers benadrukt dat het college participatie belangrijk vindt, het wil zeker op het thema horen wat organisaties en inwoners vinden. Dat er een fout in het stuk voorkomt is een vergissing geweest. Maar de participatiethermometer is een optelsom van een aantal aspecten. Zij wil het niet te technisch maken, de bedoeling van het college is echt meedenken, raadplegen en informatie ophalen om zo een goed voorstel neer te leggen. Wethouder Pluimers vervolgt haar reactie op de eerste termijn. Motie 24-107 Behoud Voorzieningen Sport, Bewegen, Cultuur en Preventie van CDA en Burger Initiatief betreft het belang rond sport, bewegen en cultuur. Het college kan niet anders dan dit belang onderstrepen. Ook onderstreept het van harte de sociale cohesie die ermee samenhangt en wat die voor de samenleving en de inwoners betekent. Echter, hier wordt gesteld dat landelijk gemaakte keuzes niet lokaal doorgevoerd moeten worden.
Dat is ingewikkeld, want als de motie zou worden aangenomen dan zou dat betekenen dat wat wordt bezuinigd in gelden, waardoor bepaalde dingen op gebied van sport en cultuur niet gedaan kunnen worden, automatisch op dat niveau bijgepast moet worden. Dat is voor het college een stap te ver. Het is zorgvuldig om dit een plek te geven in het kader van het bezuinigingspakket dat met elkaar samengesteld gaat worden. De heer Wiesenekker heeft de toezegging gevraagd of het college de landelijke maatregelen die genomen worden, waarvan de impact nog niet bekend is, zorgvuldig wil wegen als het gaat om lokale
39
maatregelen. De wethouder zegt toe dat dit in goede samenhang wordt bekeken zodat stapeling wordt voorkomen. De heer De Vries memoreert dat de heer Wiesenekker de suggestie meegaf om de motie zo te veranderen dat er staat ‘zoveel mogelijk’ of ‘zoveel mogelijk voor in te zetten om ervoor te zorgen dat de pijn niet echt bij de groepen terechtkomt’. Hij vraagt hoe de wethouder er tegenaan kijkt als de motie op die manier wordt aangepast. Wethouder Pluimers zou graag de nieuwe tekst voor zich hebben. De motie is momenteel in de huidige vorm niet passend, het college kan daar niet achter staan. Als praktisch voorbeeld gaf zij de euro’s die er landelijk af gaan en die het college blanco zou moeten bijpassen. Zij denkt erover na. De heer De Vries zegt toe de aanpassing van de motie te zullen delen met de wethouder. Hij vraagt of het ‘momenteel’ dat de wethouder noemde een belangrijke randvoorwaarde is. Dan zou een aanpassing niet nodig zijn, de motie wordt op dat punt niet veranderd. Wethouder Pluimers bedoelde daarmee dat raad en college hebben afgesproken dat er een bezuinigingspakket wordt samengesteld waarbij er geen heilige huisjes zijn en dus eerlijk naar alle onderdelen gekeken wordt. Dat raakt niet alleen haar portefeuille maar dat raakt iedereen. Dit moet in goede samenhang met elkaar gewogen worden. Er kunnen oproepen zijn als ’let op’ en ‘wees voorzichtig’.
Dat kan zij meenemen in het overleg met het college. Zij kan niet op voorhand zeggen dat sport en cultuur er buiten gelaten worden. Dat zou niet zorgvuldig zijn. In de Kadernota staat een lijstje van zaken dat het college echt wil uitsluiten, zwembad De Glind schiet haar als eerste te binnen. Voor de rest gaat het college netjes en zorgvuldig alle scenario’s af. De heer De Vries vraagt of, als hij de motie wat afzwakt en de formulering laat zien aan de wethouder, nog steeds het punt blijft staan dat de wethouder het ‘op dit moment niet handig’ vindt. Dan zou een wijziging weinig zin hebben. De wethouder gaf aan dat de bezuinigingsronde momenteel plaatsvindt en dat er geen heilige huisjes zijn. Spreker kan de tekst gaan aanpassen maar dan heeft dat mogelijk weinig zin. Volgens wethouder Pluimers sluit de toezegging die zij deed aan de heer Wiesenekker aan bij wat ze de heer De Vries wil meegeven: zij zal natuurlijk zorgvuldig dat wat landelijk op de gemeente af komt en waarvan de impact nog niet duidelijk is, meenemen in de besprekingen met het college. Dan worden de afwegingen in hun totaliteit gemaakt. De heer De Vries dient een motie in en kan de oproep doen die hij wenst te doen, dat is zijn goed recht. De wethouder kan momenteel niet zeggen dat geheel bijgepast wordt wat de landelijke overheid wegneemt.
Zij is bereid om naar de formulering te kijken als die wordt aangepast. Wethouder Pluimers vervolgt haar reactie op de eerste termijn. Motie 24-105 Aansluiting A30 van CDA en Burger Initiatief: het college deelt uiteraard de ambitie. Er is vaker gesproken in commissie en raad over de wens dingen zo snel mogelijk te doen. Zij is de laatste die zou zeggen dat het niet zo zou moeten zijn. De motie is helaas niet haalbaar en realistisch in het tijdvak dat wordt gesteld, namelijk 2026. Er is nog veel werk te doen, bijvoorbeeld het aanpassen van het bestemmingsplan, het bestek, de marktuitvraag, de aanbesteding, de contractering, de werkvoorbereiding en dan heeft men ook te maken met bezwaartermijnen waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan. Het signaal is helder. Zij zet zich dagelijks in voor het zo snel mogelijk realiseren van dingen rond de A1/A30. De termijn is niet haalbaar. De heer Top laat weten dat de SGP-fractie het een sympathieke motie vindt en het antwoord gehoord heeft. Hij vraagt of ook niet meespeelt dat dit in samenwerking met Rijkswaterstaat gebeurt en dat dat een belangrijk aspect is in het geheel. Wethouder Pluimers bevestigt dit. De heer De Vries vraagt of hij goed begrijpt dat ‘we verzoeken het college om de definitie- en ontwerpfase in 2026 af te ronden’ niet haalbaar is. Wethouder Pluimers bevestigt dat het niet haalbaar is om dit in 2026 af te ronden. 40
Wethouder Pluimers vervolgt haar reactie op de eerste termijn. Motie 24-106 Rondweg van CDA en Burger Initiatief: een onderwerp dat het college dagelijks bezighoudt. Het college omarmt de wens en de ambitie en heeft er alle begrip voor. Ook het college wil de rondweg zo snel mogelijk. De heer Kevelam attendeerde haar op een toezegging die zij in de commissie deed: de raad heeft een planning van de stand van zaken tegoed van de wethouder. De planning is in ontwikkeling, zij meent dat hij binnen enkele dagen naar de raad toe komt. Om dan de relatie met de motie te leggen: dit is niet realistisch en niet haalbaar. In de planfase moet van alles gebeuren, de tracékeuze, de afstemming met ProRail, de participatie met de omgeving, het ophalen van eisen en wensen, de ontwerpfase en de afstemming met derden en de cofinanciering. Het signaal is helder, het college doet zijn uiterste best om dingen zo snel mogelijk voor elkaar te krijgen. Het college hoopt Q1 2025 een plan van aanpak te hebben. Zij vindt de motie niet verstandig. De heer De Vries wijst erop dat de fracties vragen om in 2025 te starten met de plan- en vergunningsfase. Hij begrijpt dat dit pas in 2026 of later gebeurt. Wethouder Pluimers stelt dat het, zoals het in de motie staat, niet haalbaar en dus niet realistisch is. De heer De Vries herhaalt zijn vraag.
De fracties vragen de plan- en vergunningsfase te starten in 2025. Hij concludeert dat de start na 2025 en dus op zijn vroegst in 2026 zal zijn. Wethouder Pluimers refereerde al aan de toezegging aan Lokaal Belang voor een planning. Zij ontvangt deze dag het definitieve concept, ze heeft de informatie niet paraat. Zij is bereid hier in tweede termijn op terug te komen. De heer Top laat weten dat zijn fractie de motie sympathiek vindt. Hij vraagt of het zo is dat hier een relatie ligt met de Omgevingsvisie. Wethouder Pluimers bevestigt dit. Er is vaker in de raad en de commissie gesproken over dat dit moet worden vastgesteld. Men is daarvan afhankelijk. Er is al een voorkeursscenario vastgesteld, de contouren zijn helder. Wethouder Pluimers vervolgt haar reactie op de eerste termijn. De VVD vraagt naar het verleggen van de oostelijke rondweg naar de buitenzijde. Uit onderzoek blijkt dat, als de oostelijke rondweg meer van de kern af gelegd wordt, er minder afname is op de Lunterseweg. Het gevolg daarvan gaat zijn dat zowel de oostelijke rondweg moet worden aangelegd, de VVD-fractie heeft in beeld wat dat ongeveer kost, én de hele Lunterseweg op zijn kop gezet moet worden. Dat is ingrijpend voor de omgeving, op alle manieren: tuinen, bomen, grond van mensen, enzovoort. Maar ook financieel is dat zeer ingrijpend. Het is belangrijk dat men zich dat realiseert.
Motie 24-111 Erfgoedbeleid van Lokaal Belang, ChristenUnie en SGP: het college onderschrijft het belang van erfgoed van harte. De elementen behoud, beschermen en beheer van erfgoed staan op het lijstje. Het college voelt de motie als een steun in de rug op weg naar de cultuurvisie die bijna afgerond wordt. Waarschijnlijk kan het college nog in 2024 de concept cultuurvisie vaststellen. Hij zal in de cyclus meegaan richting de raad, januari staat daarvoor op de rol. De voorzitter wijst erop dat de agendacommissie over de agendering zal gaan. Wethouder Wijnne reageert op de eerste termijn. De wethouder dankt de heer De Vries voor zijn complimenten over het goede werk dat verricht wordt op het gebied van Wonen en Landelijk gebied. De heer Van Schaik meent dat het college niet voldoende ambitie heeft, niet wil versnellen en zegt dat men rustig kan gaan slapen omdat het allemaal goed komt - maar na 2027 is er niets. De wethouder weerspreekt dit met klem. Het college verhoogt niet de ambitie, die opdracht heeft hij namelijk niet van de raad. De raad heeft de Woondeal vastgesteld en daarin staat 5.380 woningen tot 2030. Er is een Woonvisie en de raad krijgt een voortgangsrapportage. Daarin staat wat het college doet en wat het kader is waarbinnen gewerkt wordt. Het is geen toeval als die 600 woningen per jaar gehaald worden, er wordt iedere dag in het huis keihard aan gewerkt.
Dit gebeurt in alle 41
kernen: de wijk Bloemendal, de wijk De Burght, in Voorthuizen-zuid, Kootwijkerbroek, Garderen, Terschuur en Stroe. In alle kernen wordt hard gewerkt aan plannen om daaraan te voldoen. Als er al iemand slaapt, dan is het niet in het huis op die onderwerpen. De VVD-fractie zal vragen wat het college doet om het doel te bewerkstelligen. Als de wethouder kijkt naar wat er in het verleden niet was en nu wel, dan is inmiddels in het huis een programmamanager aangesteld voor de fysieke opgaven, die keihard aan alle touwtjes trekt om iedereen te laten lopen waar hij moet lopen. Er is een portfoliomanager die beoordeelt of een aangemeld project voldoende bijdraagt aan de opgave. Spreker kijkt hierbij met een schuin oog naar de heer Bos. Er komen allerlei zaken naar voren die misschien belangrijk zijn maar die niet bijdragen aan de grote opgave. Dan zegt het college soms dat iemand niet aan de beurt is. Hij zou nog enkele zaken kunnen opnoemen. Deze dag heeft de wethouder op twee niveaus gesproken in de organisatie. Hij sprak op directieniveau over wat er nodig is. Er is een programmamanager en er zijn op managementniveau allerlei mensen die eraan werken. Hij sprak ook eens met een projectleider en heeft hem gevraagd wat er moet gebeuren en waar mensen bij moet komen om te versnellen of om ervoor te zorgen dat de opgave gehaald wordt.
Diegene zei tegen de wethouder dat er bij een groot project als de wijk Bloemendal of De Burght een projectteam wordt samengesteld. Daar wordt gekeken en daar zijn de leidinggevenden bij betrokken. Zit er voldoende capaciteit op? Als dat niet zo is, dan worden daar mensen voor ingehuurd. Dan wordt er gelijktijdig met welstand, met stedenbouw, met de afdeling Water geschakeld zodat er voldoende capaciteit over de hele linie is. Er wordt niet gestopt wanneer het bestemmingsplan en de planologie klaar zijn, dan wordt alvast aan de omgevingsvergunning gewerkt, hoewel die nog niet kan worden afgegeven omdat het bestemmingsplan niet onherroepelijk is. In de keten wordt op die manier gewerkt. In de commissievergadering heeft de wethouder gezegd dat, als men heel snel werkt, het nog steeds zo kan zijn dat bouwers en ontwikkelaars zeggen dat ook zij een capaciteitsprobleem hebben. Dat kan simpel liggen aan de levering van materialen. Het kan ook te maken hebben met de capaciteit die zij hebben aan menskracht. Als men werkelijk sterk wil versnellen, wat overigens niet het kader is dat de wethouder van de raad heeft meegekregen, dan zou men in de hele keten tien mensen erbij moeten zetten, er zou een aparte lijn bij gemaakt moeten worden. Een of twee mensen erbij helpt niet.
De raad vraagt dan: waarom zegt het college in de voortgangsrapportage dat er sprake is van een capaciteitsprobleem? Er wordt wel geprobeerd om mensen in te huren, maar het komt voor dat er geen mensen zijn om in te huren, ook niet bij bureaus. Het capaciteitsprobleem kan ook ergens in de lijn zitten. Het college moet ook wel eens ontwikkelaars stimuleren om echt te beginnen. Het is een taai vraagstuk waar hard op geschakeld wordt en waar de raad over gerapporteerd wordt in de voortgangsrapportage en in de normale cycli. Motie 24-97 Capaciteit woningbouw van ChristenUnie en Lokaal Belang en Motie 24-98 Versnellen procedure woningbouwvergunning van de ChristenUnie. Beide moties en de reactie van de heer Van Schaik geven de zorg bij de raad aan over dit onderwerp. Het college onderschrijft dit. De grote woningnood en de vele mensen die teleurgesteld worden geven aan dat daar een groot vraagstuk zit waar met zijn allen aan gewerkt wordt. In beide moties leest de wethouder steun vanuit de raad en de opmerking: als er knelpunten zijn, kom er dan mee naar de raad. Het college doet dit echter al op alle terreinen. De motie is aan de ene kant ondersteuning maar aan de andere overbodig. Als het gaat om capaciteit, de heer Wiesenekker noemde dat ook, is het zo dat het college al werkt met arbeidsmarktbonussen. In het voorjaar wordt weer een wervingsdag gehouden.
Via de regio worden trainees geworven om ervoor te zorgen dat de gemeente mensen op alle niveaus binnen krijgt. Spreker laat het oordeel over de motie aan de raad. De heer Wiesenekker vindt het goed om dit zo nadrukkelijk te horen. College en raad erkennen dat de woningbehoefte groot is. Het is breed een teleurstelling dat het aantal van 600 woningen niet wordt gehaald. Daar zijn meerdere redenen voor te noemen. Hij denkt dat het belangrijk is dat de 42
raad als hoogste orgaan het duidelijke signaal afgeeft dat hij het college steunt. Zo mag de wethouder de motie ook zien. Maar de motie komt ook voort uit hoe het beschreven staat in de voortgangsrapportage: ‘Voor deze vertraging zijn meerdere oorzaken aan te wijzen waaronder genoemde bezwaar- en beroepsprocedures, het realisatietempo van marktpartijen maar ook de hoeveelheid beschikbare ambtelijke capaciteit.’ Daar worden dus marktpartijen en ambtelijke organisatie naast elkaar gezet. Dat geeft een ander beeld dan hoe de wethouder het zojuist schetste. Hij vraagt de wethouder om bij de volgende voortgangsrapportage specifiek te kijken naar hoe het wordt verwoord. Het wekt verwarring. Wethouder Wijnne zegt toe ernaar te kijken. Gebrek aan ambtelijke capaciteit kan ook zijn dat de mensen er niet zijn en niet in te huren zijn, met die realiteit heeft het college soms te maken. Wethouder Wijnne vervolgt zijn reactie op de eerste termijn. Spreker heeft met het voorgaande ook motie 24-98 Versnellen procedure woningbouwvergunning van de ChristenUnie, over het verbeteren van interne procedures, geduid. In het kader van de komst van de Omgevingswet worden de procedures herijkt en soms geïmplementeerd omdat de wet nieuwe procedures vergt. Hij heeft zojuist toegelicht dat het naast elkaar loopt en dat er goed wordt samengewerkt tussen de afdelingen.
Het is niet zo dat stedenbouw op welstand zit te wachten en vervolgens planologie moet afwachten om te kunnen beginnen. Dat wordt geïntegreerd aangepakt. Motie 24-112 Bouwlocaties Visie op Inbreiding van Lid Bos: zoals de motie voorligt, gaat de wethouder hem ontraden. De raad heeft gezien wat het kost aan inzet en reuring als een visie voor een kern als Garderen wordt gemaakt en plekken aanwijst waar inbreiding wel of niet mogelijk is. Dat is een heel proces. Het college stelt voor om in de Omgevingsvisie iets op te nemen over inbreiding. In de uitwerking zou het prima kunnen om daar een plan van aanpak op te maken. Dit is eerder gebeurd met de eigen locaties. Daar zouden dan kaders voor gesteld worden. De andere kant is, de heer Bos noemde dat, dat de gemeente veel aanmeldingen krijgt. Het is vaak zo dat de gemeente een plan van 20 woningen mooi vindt, maar dat de planoloog daarvoor een bestemmingsplan in Bloemendal of De Burght voor een paar honderd woningen aan de kant moet leggen. Inbreiding kost vaak veel inzet omdat het een behoorlijke impact heeft op de omgeving. Dan wordt gezegd dat de aanmelder niet aan de beurt is omdat hij op dat moment niet bijdraagt aan de opgave van de gemeente voor 2025, 2026 en 2027. Dat is de realiteit die dan gecommuniceerd wordt.