CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering Barneveld dd 13 november 2024

Gemeenteraad 13 november 2024, gemeente Barneveld35.365 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Maatschappelijke onrust die er nu toch ontstond in de afgelopen week. Want natuurlijk wil Lokaal Belang dat wij zorgvuldig omgaan met ons cultureel erfgoed. Dit hebben wij in de recente geschiedenis volgens mij vaak gezegd en wij hebben er vaak op gewezen. Denk hierbij aan de vele momenten dat er gesproken is over het Pastoriebos in Voorthuizen. Daarom dienen wij samen met ChristenUnie en SGP motie 24-111 Erfgoedbeleid in. Het is vaker gezegd, maar ook van onze zijde applaus voor de tegenbegroting van de VVD, onze waardering voor de grote hoeveelheid werk die hier verzet is. Inhoudelijk vinden wij het toch wat minder. Het wegstrepen van de beleidstoevoegingen met daar tegenover wat losse ideeën is volgens hem wat willekeurig neergezet. Dat vinden we jammer en lastig. De inhaalslag bomen en onderhoud wordt geschrapt door de VVD en hier tegenover komt de verlichting van fietspaden. Ik stel mij dan zo voor dat ik ergens fiets in het buitengebied, dat ik een tak op mijn hoofd krijg en dat het in de filosofie van de VVD een goed punt is dat de ambulance goed licht bij het werk heeft. Lokaal Belang meent dat het handiger is om ervoor te zorgen dat die tak niet valt. Daarin hebben wij wat andere ideeën. Wat de andere moties betreft: over motie 24-107 Behoud voorzieningen, sport, Bewegen, Cultuur en Preventie heb ik in een interruptie al iets gezegd.

Wij zien een grote overlap met motie 24-86 die wij op 10 juli jongstleden indienden en die het CDA opmerkelijk genoeg niet steunde. Omwille van consequente keuzes en omdat wij geloven in de kracht van sport, cultuur en evenementen zouden wij deze motie willen steunen. Maar het opvangen van alle landelijke overheidsbezuinigingen op deze onderwerpen is wat ons betreft een open eind. Daarom kan Lokaal Belang niet meegaan in de motie. Wel heeft hij begrepen van de heer De Vries dat hier nog over gesproken gaat worden. Daar komen 15

we misschien nog uit. Wat de beide wegenmoties van CDA en Burger Initiatief, motie 24-105 Aansluiting A30 en motie 24106 Rondweg, betreft: ‘Zo snel mogelijk de genoemde wegen realiseren’ is iets wat wij delen met het CDA, maar ik denk dat hier vrij snel een meerderheid voor is te vinden. Dus ja, we zijn het eens met het CDA. Maar het CDA plaatst ook hier zeer stellige zinnen in de motie en met name bij de data die worden genoemd vragen wij ons af hoe reëel die zijn. Wij zijn nog in afwachting van een planning, op ons verzoek toegezegd door de wethouder. Pas daarna kunnen wij oordeel geven. De nog door de ChristenUnie in te dienen motie 24-97 Capaciteit woningbouw hebben wij met plezier meegetekend. De heer Wiesenekker gaat daar vast en zeker een mooi verhaal over vertellen. Wij gaan daarachter staan. Afsluitend wil ik graag nog een paar woorden wijden aan de SGP-motie 24-109 Herziening OZBverhoging. Wij tekenen de motie mee. Wij stellen hierbij alvast dat het gewenste voorzieningenniveau niet mag lijden onder een wel voorgenomen maar eventueel niet doorgevoerde OZB-verhoging. Dus als wij de OZB-verhoging niet gaan doorvoeren, dan mag dat niet ten koste gaan van gewenste voorzieningen. U hoort hier een duidelijk voorbehoud. Het is daarom dat wij niet voor zullen stemmen bij amendement 24-104 Schrappen OZB van CDA en anderen om nu de voorgenomen verhoging helemaal te schrappen.

Het is wat ons betreft te vroeg. Wij danken het college voor de voorliggende begroting. Dank u.’ De heer Mulder werd getriggerd door het gedeelte over het erfgoedbeleid. Hij vraagt of de heer Kevelam hiermee ook ruimte wil creëren voor bijvoorbeeld nieuw erfgoed en hier eventueel financiële middelen aan wil verbinden. De heer Kevelam antwoordt dat Lokaal Belang vooral wil dat erfgoed een plaats krijgt in het beleid. Het is eigenlijk volledig verdwenen vanaf ongeveer 2011. Hij vindt dat een slechte ontwikkeling. Sinds de oprichting van Lokaal Belang pleit de fractie ervoor dat dit onderwerp een plaats hoort te hebben in gemeentelijk beleid. Dat is vooralsnog een mooie ambitie. Nieuw erfgoed: ja, natuurlijk. In ieder geval beleid hieromtrent. De voorzitter wijst erop dat de moties 24-110 en 24-111 onderdeel uitmaken van de beraadslaging. De voorzitter geeft het woord aan de heer Van Schaik. Ongetwijfeld zal in diens bijdrage de eigen tegenbegroting naar voren komen. Als voorzitter van de raad spreekt hij op voorhand zijn waardering uit voor dit initiatief en voor het werk dat de heer Van Schaik hiervan gemaakt heeft. Het is mooi als er ook voorstellen vanuit het midden van de raad naar voren komen.

De heer Van Schaik voert het woord in eerste termijn namens de fractie van de VVD: ‘Laat ik beginnen met u te danken voor deze woorden, ook voor de woorden van waardering van alle andere fracties die ik deze week of deze avond ontving. Ik zal ingaan op mijn inhoudelijke bijdrage. Politiek is keuzes maken. Keuzes maken waar je het geld aan uitgeeft, welke prioriteiten je stelt en welke investeringen je doet. Je kunt elke euro maar één keer uitgeven en daarom is het belangrijk dat je de juiste keuzes maakt. Als gemeenteraad moeten we de grip op onze centen terugpakken, andere keuzes durven maken, lef tonen, de mouwen opstroppen en de problemen oplossen. Het leven van onze hardwerkende inwoners en ondernemers een stukje beter maken. Vanavond draait het voor de Barneveldse VVD dus om het oplossen van de problemen. Dat doe je niet door aan de zijlijn te blijven staan. Nee. Dat doe je door aan de slag te gaan, te laten zien dat het wel kan. In onze tegenbegroting laten wij zien dat het ánders kan. We maken scherpe keuzes met uitgestoken hand. We hebben de volgende drie prioriteiten. - Prioriteit 1: Wonen

16

Duizenden woningzoekenden schrijven zich massaal in op nieuwbouwwoningen die in de verkoop gaan. Als doorstromers is het al moeilijk om een woning te bemachtigen, laat staan als jongeren. Zij springen een gat in de lucht als ze een woning hebben gevonden. Volkomen begrijpelijk. Fantastisch. Tegelijkertijd realiseren we ons in deze zaal dat er bij elke verkochte nieuwbouwwoning duizenden woningzoekenden opnieuw op zoek moeten gaan. Met buikpijn openen zij diezelfde avond weer Funda. Daarom is het belangrijk dat iedereen een passende woning kan vinden. Maar de realiteit is anders. Op dit moment is de woningnood in Barneveld hoog. Veel mensen komen er bijna niet tussen. Het is daarom belangrijk dat we de aankomende jaren heel veel woningen gaan bijbouwen. Als gemeente moeten we samen met alle betrokken organisaties en partijen keihard aan de slag om dat te realiseren. Bouwen willen we allemaal. Alleen voordat we gaan bouwen heb je geschikte locaties en bouwplannen nodig. Laten we vanavond even kijken waar we komen. Zullen we een nieuwe grote woonwijk realiseren? Nee, dat is niet nodig volgens het college. Oké, zullen we dan kijken of we de ambitie iets kunnen verhogen? Nee, dat is ook niet nodig. Zullen we dan kijken of we de plancapaciteit kunnen verhogen? Nee, dat is eigenlijk ook niet nodig, gaat u maar vooral weer rustig slapen.

College, willen we dan überhaupt wel versnellen? Ja natuurlijk wel, maar plannen maken, dat is allemaal op orde. Dat is niet meer nodig. Ga maar weer rustig slapen. Dat is precies waar het fout gaat. Dit college denkt er met de huidige plannen wel te komen. Maar de afgelopen jaren is het eerder een toevalstreffer geweest dan een zekerheid dat we de doelen halen. We weten immers allemaal dat er ook plannen tegen zitten of niet lukken. Het is juist dan fijn om ver boven je doelstellingen te werken. Daarnaast moeten we plannen maken voor de toekomst. Plannen voor na 2027 en verder. - Prioriteit 2: Veiligheid Het afgelopen half jaar is het aantal meldingen van enkelvoudige diefstallen uit onder meer bedrijven, garages en busjes bijna verdubbeld. We moeten samen er met alle betrokken partijen voor zorgen dat Barneveld veiliger wordt. Het is cruciaal dat we ons veilig voelen in onze eigen buurt en ons huis. Zo willen we aankomend jaar meer straatverlichting plaatsen op plekken waar overlast op de loer ligt. Daarom willen wij het college, samen met de wijkplatforms, aan de slag laten gaan om tenminste de vijf onveiligste fiets- en voetpaden in onze gemeente aan te pakken.

Daarbij willen we onze handhavingscapaciteit versterken en doorontwikkelen om extra toezicht te realiseren op basis van informatie zoals meldingen, enquêtes en incidenten, zodat we het gevoel van veiligheid laten toenemen en kleine criminaliteit en vandalisme kunnen aanpakken. Als Barneveldse VVD maken we ons ook zorgen over de lage vaccinatiegraad. Daar moeten we mee aan de slag. Daarom willen we extra geld vrijmaken voor vaccineren en voor campagnes waarbij objectieve informatie wordt gegeven over vaccinaties. Hierbij is en blijft het een vrije keuze om je wel of niet te laten vaccineren. We willen daarvoor de komende jaren extra geld vrijmaken. - Prioriteit 3: Bereikbaarheid Het is tijd voor politieke lef. Van lange optielijstjes naar kiezen en prioriteiten stellen. Als Barneveldse VVD willen we de oostelijke rondweg een stap dichterbij brengen. Daarbij realiseren we ons goed dat deze weg nog meer geld vraagt. Wij vinden het zeer onverstandig om dat geld allemaal alleen maar op te halen bij onze inwoners en ondernemers. We willen daarom gaan inzetten op drie punten namelijk: 1. De volledige oostelijke rondweg vol bouwen met meer woningen en meer woningbouwlocaties. Wij denken aan minstens 5.000 woningen. Dat vereist dat we gaan kiezen voor een rondweg die ver van de kern af ligt. 2.

Meer woningen betekent meer OZB-inkomsten zonder dat we bij inwoners en ondernemers extra OZB-verhogingen dienen op te halen. We schrappen concreet de OZB-verhoging voor komend jaar van 2,5%. 3. De wethouder dient een actieve lobby in te zetten richting de provincie en het Rijk om geld los te krijgen voor woningbouw en de rondweg.

17

Onze ondernemers zijn de motor van de economie. Ook de ondernemers in het centrum. Een aantrekkelijk centrum is cruciaal voor de middenstand en de bezoeker. Veel inwoners komen met de auto naar het centrum voor een boodschap, het aanschaffen van nieuwe kleding of een bezoek aan de lokale horecaondernemer. Die auto moet ergens geparkeerd worden. Wat ons betreft is het tijd om te stoppen met parkeerplaatsen op te offeren, want elke parkeerplaats draagt bij aan onze lokale economie. Inwoners en bezoekers kunnen zo makkelijk terecht bij onze winkeliers en horeca. We verlagen daarom concreet de parkeertarieven en verhogen tegelijkertijd de parkeerboetes voor mensen die zich niet aan de regels houden. Wij laten met deze tegenbegroting zien dat het anders kan in Barneveld. Het is tijd voor een eerste stap in de liberale richting. Het is aan u om onze uitgestoken hand aan te nemen of niet. En laat ik de keuze nog wat scherper maken. We moeten immers keuzes durven maken. Na 4 jaar tegen de begroting te hebben gestemd is de VVD vanavond bereid om verantwoordelijkheid te nemen. De keuze is aan u. Kiest u als coalitie voor het eigen gelijk of bent u bereid om slechts 1,50 procent te wijzigen en om samen te werken met de VVD? De keuze is aan u. Dank u.’ De heer Top laat weten dat de SGP zeker bereid is om de uitgestoken hand aan te nemen. Daar is ook over gesproken.

De heer Van Schaik heeft zijn bijdrage uiteraard van tevoren geschreven. Hij heeft ongetwijfeld gehoord wat spreker in zijn bijdrage over de tegenbegroting heeft gezegd. Hij vraagt hem daarop te reageren. De heer Van Schaik heeft meegeschreven bij de eerdere bijdragen. De fracties hebben zojuist of eerder in de week hun waardering uitgesproken. De heer Top gaf aan dat zijn fractie zich op de inhoud, op de thema’s, kon vinden in de tegenbegroting. Hij had moeite met de ‘misleidende teksten’. Spreker is het daar natuurlijk niet mee eens. Hij gaf al tijdens de commissievergadering aan niet blij te zijn met de teksten die de heer Top hem gaf en dit geldt vice versa. De fracties moeten elkaar in het midden treffen op de inhoud en niet op de titels van documenten. De heer Top merkt op dat dit een reactie is op een deel van zijn opmerking. Hij blijft achter zijn opmerking over ‘misleidende teksten’ staan en vindt het jammer dat de heer Van Schaik zich daar niet in herkent. De kop van het onderwerp is ‘Geen OZB-verhoging’ maar vervolgens wordt de OZBverhoging geen 10% maar 7,5%. Volgens hem is dan de duiding ‘Geen OZB-verhoging’ niet goed. ‘Gedeeltelijke verlaging’ zou beter passen. De heer Van Schaik durft nog steeds te beweren het hier niet mee eens te zijn. De heer Van Schaik is het hier niet mee eens.

Het gaat uiteindelijk om de concrete maatregelen en niet om titels van documenten. Dat gaat de burger niet voelen. Dat is wat hij deze avond ziet: een aantal oppositiepartijen die het volledig willen schrappen. De heer Top wil de keuze doorschuiven naar 2026 en dan naar lastenverlichting kijken. Volgens spreker moet deze avond gesproken worden over wat de raad voor de portemonnee van de inwoner en de ondernemer gaat doen voor het komende jaar: welke tekst, welke titel en met welk label. Hij is bereid om alles in te leveren, maar niet bereid om in te leveren dat het daadwerkelijk om de inwoner en ondernemer op straat gaat. Daar wil hij de SGP treffen. Hij stelt voor om dat voor het volgende jaar te doen, de heer Top stelt voor om dat voor 2026 te doen en dat is iets wat spreker niet wil. Hij hoopt de heer Top uit te dagen om voor het komende jaar iets te doen. De heer Top meent dat er inhoudelijk misschien niet eens een groot verschil ligt tussen de fracties. Hij herhaalt dat in het document het daadwerkelijke verhaal moet worden verteld, daar moet niet omheen gedraaid worden. Zelfs de krant heeft de kop ’Geen OZB-verhoging in de tegenbegroting van de VVD’ gebruikt. Dat is kwalijk, de burger wordt daarmee op het verkeerde been gezet. Namens de SGP-fractie heeft hij aangegeven dat de fractie zou kunnen instemmen met de keuze voor de drie onderwerpen.

Maar als men dan naar de voorstellen kijkt, dan zijn die matig onderbouwd. Het gaat over een bepaald aantal lantarenpalen op een aantal plaatsen, maar men weet niet waar, dat moet nog worden bedacht. Het gaat over een extra boa, dan gaat de gemeente van elf naar twaalf boa’s. Wat gaat die extra persoon doen? Dat is allemaal niet onderbouwd. Het is wensdenken zonder onderbouwing. Veel beleidstoevoegingen worden geschrapt uit de voorliggende 18

Programmabegroting 2025, zonder dat de consequenties daarvan worden aangegeven. Dat is makkelijk. Hij vraagt de heer Van Schaik op het gebrek aan onderbouwing te reflecteren. De heer Van Schaik licht toe dat met inwoners wordt besproken waar de vijf nieuwe lantarenpalen geplaatst worden, de coalitie vindt participatiebeleid immers ook van belang. Hij dacht zelf aan het fietspad in Bloemendal, aan de Ceram bij De Burght. Ook zijn locaties onderzocht door de Fietsersbond die opgepakt kunnen worden. De Fietsersbond heeft een aantal jaar geleden beoordeeld dat 26% matige verlichting heeft en heeft een lijstje opgesteld. Op de vraag wat de extra boa concreet gaat doen verwijst hij naar de Veiligheidsrapportage van het college. Daar staat duidelijk in dat er in 2023 van januari tot april 138 meldingen zijn geweest en in 2024 in de periode van januari tot april 268 meldingen, dat is bijna een verdubbeling. Het gaat over enkelvoudige diefstallen, onder meer bij bedrijven, garages en busjes. Meer meldingen betekent meer capaciteit. Hij zou nog een aantal concrete punten daaromtrent kunnen noemen. Daarnaast wil spreker de heer Top nadrukkelijk wijzen op de doorontwikkeling van het team. Hij meent hiermee vrij concreet te zijn. De heer Top vindt het verrassend dat dit momenteel naar voren komt.

Hij wil wel wijzen op de beantwoording van het college bij monde van de burgemeester als het gaat om veiligheid: er is een Integraal VeiligheidsPlan. Daarbinnen is voldoende ruimte om de zaken aan te pakken. Hij vraagt wat de heer Van Schaik er extra mee wil bereiken. De heer Van Schaik wil het volgende naar voren brengen. Hij was tijdens de commissievergadering bereid om alle vragen te beantwoorden. Van de heer Top hoorde hij alleen opmerkingen over de titel van een aantal regels in het document. Nu komt de heer Top met een aantal inhoudelijke vragen, spreker beantwoordt ze allemaal, daar heeft hij geen moeite mee. Hij is twee tot drie weken bezig geweest met het schrijven van het stuk. Daarbij heeft hij geprobeerd het enigszins te comprimeren. Alles wat hij zojuist heeft opgesomd staat in mindere of meerdere mate ook in de teksten. Hij heeft het stuk niet enorm groot gemaakt om het compact en leesbaar te houden. De heer Top vraagt wat er allemaal achter zit en spreker kan een aantal dingen vlot benoemen. Hij komt terug op wat hij eerder aangaf: de heer Top en hij kunnen lang blijven discussiëren over wat er allemaal achter zit, welke cijfers erachter zitten. Er zitten ook rapporten van het college achter. Al de informatie is uit het veiligheidsbeeld van 2024 gehaald.

Daar baseert de VVD zich op en in de bronvermelding van de tegenbegroting staat waar de informatie vandaan gehaald is: uit de begroting, uit de Kadernota, uit de context van beleidsdocumenten. Zojuist is gezegd dat er geen visie is maar er zijn wel allerlei uitvoeringsdocumenten en ook daar komt informatie uit. Hij wil de heer Top teruggeven dat de VVD hard gewerkt heeft om met inhoud een aantal belangrijke punten voor de fractie weer te geven. Tegelijkertijd zijn het ook politieke keuzes, dat realiseert spreker zich. De heer Top licht toe dat hij deze vragenronde zo heeft ingevuld om meer duiding te krijgen van hoe de VVD dit aangepakt heeft. De SGP-fractie gaf al aan dat er hard aan gewerkt is. Daarover is geen twijfel. Hij blijft erbij dat veel zaken in de tegenbegroting weinig onderbouwd zijn waardoor het lastig is om de effectiviteit ervan te beoordelen. De fractie zal bezien hoe zij daarmee om zal gaan. De heer Van Schaik heeft geprobeerd uit te leggen wat er allemaal achter de tekst in de tegenbegroting zit. Het stuk moest op tijd aangeleverd worden. Het had tweemaal de grootte kunnen krijgen, maar dan had spreker meer tijd moeten hebben. Hij benadrukt dat de VVD zich bij een aantal dingen nadrukkelijk heeft gebaseerd op cijfers van de uitvoering in combinatie met dingen die zijn fractie belangrijk vindt.

Hij vindt het jammer te hebben gemist dat de SGP-fractie de onderbouwing voor haar gevoel niet heeft gekregen. Hij had dit graag anders gezien. De heer Wiesenekker voert het woord in eerste termijn namens de fractie van de ChristenUnie: ‘Voorzitter, Ik begon afgelopen vrijdagavond met het schrijven deze tekst. Toen verschenen ook de vreselijke beelden van de rellen in Amsterdam. Een incident dat begon met vreselijk voetbalgeweld, is verworden tot een afgrijselijk situatie waarin Israëlische supporters en mensen met een joodse afkomst werden opgejaagd, mishandeld en bedreigd. Er vond en vindt Jodenjacht plaats, waarbij we nog elke dag en avond ons hart vasthouden in onze hoofdstad. Antisemitisme is pijnlijk aanwezig. Het 19

is om stil van te worden. ‘Nooit meer’, is ‘nu’. Deze situatie maakt verdrietig en kan leiden tot gevoelens van wanhoop. De vrijdagmiddag ervoor maakte ik kennis met Marc Brunekreeft die een mooi interview had gegeven aan een journalist van de Barneveldse Krant over zijn werk bij stichting Gave. Een stichting die zich inzet voor het welzijn en de integratie van asielzoekers. Ik heb hem uitgenodigd voor een gesprek en samen maakten we een wandeling in het Schaffelaarse bos. Marc vertelde dat hij zich geroepen voelt tot dit werk waarin vluchtelingen zichzelf gezien en geliefd mogen voelen. Juist daardoor ziet hij verbindingen ontstaan waardoor vluchtelingen vertrouwen krijgen en bijdragen aan de samenleving. Het voorbeeld van Marc laat zien dat er ook veel goeds is in onze samenleving. Marc benadrukt niet het verschil, maar zoekt overeenkomsten. Zoekt naar een samenleving waarin mensen zich geliefd, gewaardeerd en gezien voelen. Als ChristenUnie hebben we vertrouwen in die kracht van de samenleving. Zorg dat mensen zich geliefd en gewaardeerd voelen en hoop ervaren. Bovenal vertrouwen wij op God. Onze hulp is van Hem, juist ook als verdriet en wanhoop ons kunnen overmannen. Juist dan willen wij ons inzetten in een samenleving vol van hoop. Vanuit dat vertrouwen zal ik nu overgaan op de inhoud. De begroting geeft een positief beeld.

Het college is erin geslaagd om een sluitende meerjarenbegroting te presenteren. En dat is knap in een periode waarin veel gemeenten nog met rode cijfers het rampjaar tegemoet treden. Dit college voert een gedegen financieel beleid. En dat beleid is niet alleen maar leuk, maar wel noodzakelijk. Natuurlijk zijn ook wij niet blij met de benodigde lastenverhoging voor ondernemers, inwoners en toeristen. En natuurlijk zijn wij ook niet blij met de beschreven scenario’s voor bezuinigingen. Dit kan fors impact hebben op bijvoorbeeld inwoners die afhankelijk zijn van minimabeleid en pleeggezinnen in gezinshuizen, die dagelijks te maken hebben met jeugdhulp. Maar het is noodzakelijk om financieel gezond te blijven. Noodzakelijk om de basisvoorzieningen op orde te houden zoals veilige wegen, mooie scholen én een voortdurende inzet op het voorkomen dat kinderen in armoede leven. Ik vervolg met motie 24-97 Capaciteit Woningbouw en motie 24-98 Versnellen procedure woningbouwvergunning ten aanzien van de woningbouw in onze gemeente. In de tussenrapportage lezen we dat het gewenste aantal woningen van 600 per jaar niet gehaald is. We zien een steeds hoger percentage betaalbare koopwoningen, sociale huur- en betaalbare koopwoningen én initiatieven voor levensloopbestendige woningen. Daar is zijn fractie blij mee.

De ChristenUnie pleit voor het toevoegen van woningen juist aan het begin en het einde van de woningmarkt: starterswoningen en seniorenwoningen dus. Juist dat zorgt voor lokale doorstroom. De wethouder heeft aangegeven dat capaciteit vooralsnog niet het grootste probleem is, maar dit wordt nog wel steeds genoemd in de tussenrapportage. En capaciteit is een factor waarop de raad wel kan sturen. Daarom dienen we met Lokaal Belang motie 24-97 in die het college oproept om zodra capaciteit voor het uitvoeren van de Woonvisie wel een probleem vormt, hiertoe uitbreiding voor te stellen aan de raad.’ De heer De Vries memoreert dat de vraag in de commissievergadering, of de raad iets kan doen om uit de problematiek te komen en het tempo te verhogen, terecht was. Het antwoord was dat het niet veel zou helpen. In de motie stelt de ChristenUnie dat het college de raad tijdig informeert als het wel gebeurt. Hij vraagt of de heer Wiesenekker meent dat dit zonder de motie niet zou gebeuren. De heer Wiesenekker wijst erop dat de motie eigenlijk zegt dat er op dit punt een verschil te zien is in wat er in de Tussenrapportage genoemd wordt en de reflectie van het college. Capaciteit kan op verschillende manieren worden uitgelegd. Misschien is er wel genoeg capaciteit op de loonlijst, maar kan de gemeente te weinig mensen vinden, is de arbeidsmarkt te karig.

De motie roept op om er in een dergelijk geval voor te zorgen dat de middelen er komen, misschien kan het college wervingsbonussen beschikbaar stellen voor de belangrijke functies. Capaciteit kan ook betekenen dat er weliswaar voldoende mensen zijn, maar dat die het werk niet aankunnen. De motie vraagt het college om in een dergelijk geval meteen met een voorstel richting raad te komen om het aantal mensen uit te breiden. De fractie wil ervoor zorgen dat het college zich steviger toegerust voelt om met het argument ‘capaciteit’ aan de slag te gaan. 20

De heer De Vries vindt dit goede voorbeelden. Hij vraagt of de heer Wiesenekker het idee heeft dat het college momenteel te veel een drempel ervaart om bij de raad aan te geven dat er problemen zijn qua capaciteit op de genoemde voorbeelden en dat de motie die drempel weghaalt. De heer Wiesenekker weet niet of hij dat voelt, of het college dat voelt. Voor de ChristenUnie is de Woonvisie erg belangrijk, de fractie wil woningen toevoegen aan de voor- en achterkant van de woonmarkt. De fractie wil dat het college de volledige ruimte voelt om capaciteit, waar het daar invloed op heeft, niet het probleem te laten zijn. De heer Top constateert dat de heer Wiesenekker ervoor pleit dat, als er capaciteit nodig is, de raad de beschikbaarheid zou moeten geven. Hij hoorde van het college in de beantwoording dat geld of het aantal vacatures niet zozeer het probleem is. Maar de mensen zijn niet altijd te krijgen. Een tweede vraag: gaat de raad met de voorstellen niet te veel op de stoel van het college zitten? Bijvoorbeeld door welkomstbonussen voor te stellen. Alsof het college dergelijke dingen niet zelf kan bedenken. De heer Wiesenekker constateert dat de vraag in het verlengde ligt van de vraag van de heer De Vries. Hij heeft hierop doorgevraagd, ook naar aanleiding van het voorstel van de heer Van Schaik. Wellicht kunnen de fracties elkaar op dit onderwerp vinden.

De ChristenUnie dacht eerst aan een motie voor incidentele toevoeging maar de wethouder gaf aan dat dat geen oplossing zou zijn. Het structureel uitbreiden van capaciteit zou dat ook niet zijn. Maar toch wordt capaciteit voortdurend genoemd in de voortgangsrapportages, ook in de Tweede Tussenrapportage die voorligt. Zijn fractie wil elke drempel die het college zou kunnen ervaren om er invulling aan te geven, wegnemen. Misschien helpt een stevige wervingsbonus, misschien heeft men wel het aantal mensen dat men mag hebben maar lukt het nog niet, dan wil de fractie dat het college niet schroomt om meteen naar de raad te gaan en uitbreiding te vragen. Hij meent dat het sterk is als de raad zich daar over uitspreekt. De heer Top is, met de heer Wiesenekker, benieuwd naar het antwoord van het college. Ook bij de heer Mulder klinkt dit als dingen die het college of de ambtenaren zelf kunnen weten en doen. Hij vraagt wat de ChristenUnie de overtuiging gaf om de moties toch in te dienen, heeft de fractie het idee dat het college het dan wel doet? Niemand in de raad denkt dat het niet uitmaakt als het aantal van 600 woningen niet gehaald wordt. De heer Wiesenekker herkent hier de vraag van de heer Top in. In elke opvolgende voortgangsrapportage ziet zijn fractie bij woningbouw ‘capaciteit’ staan als een van de argumenten waarom het doel niet gehaald wordt.

De fractie wil het college maximale slagruimte geven om, waar het te beïnvloeden is, dat te beïnvloeden. De heer Wiesenekker vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Wij krijgen ook signalen dat de interne samenwerking voor het realiseren van initiatieven beter zou kunnen. De behandeling van bijvoorbeeld de stedenbouwkundige en welzijnscommissie lijkt meer simultaan te kunnen plaatsvinden. Daarmee voorkomen we teleurstellingen na lange procedures en versnellen we die procedures. Daartoe dient zijn fractie motie 24-98 Versnellen procedure woningbouwvergunning in. Na twee initiatieven voor de woningmarkt, volgt een initiatief om netcongestie tegen te gaan. Netcongestie vormt een groot probleem voor het realiseren van bouwprojecten en uitbreiding van bedrijventerreinen. Daarom verzoeken we het college, samen met de SGP, met motie 24-99 Netcongestie stroomlijnen met innovatie om in overleg te treden met Zonneplan en Liander om de proef met geautomatiseerd aansturen van zonnepanelen, laadpalen en thuisbatterijen uit te breiden naar Barneveld. De OZB in onze gemeente stijgt percentueel flink. De netto kosten vallen nog altijd mee en de woonlasten liggen ten opzichte van andere gemeenten nog altijd laag. Toch is de stijging hoog. De ambitie voor het structureel verhogen van de inkomsten met €2 miljoen én het structureel bezuinigen van €3 miljoen onder ‘Verantwoord groeien’ is fors.

Nu de financiële situatie in de begroting 21

positiever lijkt dan verwacht, mede door de septembercirculaire en door het herhaalde positieve incidentele resultaat, denken wij dat de ambitie voor kostenbesparing en opbrengstenverhoging wellicht hoger is gesteld dan nodig. Wij willen daarom afwachten wat de eerste bezuinigingsronde oplevert voordat we ook in de programmabegroting van 2026 de extra 2,5% OZB gaan heffen. Dan pas zijn de uitkomst en impact van de bezuinigingsronde duidelijk. Juist ook bezuinigingen kunnen pijn doen. Daarover heb ik ook gesproken in de commissievergadering. Over dit punt is motie 24-109 Herziening OZB-verhoging al ingediend door de heer Top van de SGP. Niet voor niets dienden wij bij de Kadernota al moties in om terughoudend te zijn in het bezuinigen op minimabeleid en de bijzondere bijstand én het behouden van jeugdzorg voor de meest kwetsbare jongeren en gezinnen in het scenario bezuinigingen op de Hervormingsagenda. Ten aanzien van de jeugdzorg dienen we vanavond motie 24-100 Een andere kijk op groeiend jeugdzorggebruik in om zelfzorg en onderlinge zorg een centrale plek te geven in het Barneveldse jeugdhulpbeleid en de ambulante jeugdhulp en met name individuele trajecten zoveel mogelijk te vervangen door zelfzorg en initiatieven uit de samenleving. Dit geeft meer zekerheid dat jongeren die de jeugdhulp echt nodig hebben, die blijvend kunnen krijgen.

Toeristenbelasting: de verhoging naar aanleiding van de Kadernota kwam onverwacht voor de branche. Het is een voorstel geweest van de raad in een motie. Veel ondernemers hebben geen rekening gehouden met deze verhoging, terwijl er kennelijk eerder toezeggingen door een wethouder zijn gedaan dat dergelijke mogelijk verhogingen zo snel mogelijk gedeeld zouden worden. Hoe kijkt de portefeuillehouder aan tegen deze communicatie? Kan dit de volgende keer zo snel mogelijk gebeuren, ook na het bespreken van de Kadernota? Verder wil ik het college vragen om in het nieuwe beleidskader huisvesting arbeidsmigranten ook nadrukkelijk aandacht te besteden aan de bijdrage die arbeidsmigranten leveren aan gemeenschappelijke voorzieningen. In de verdieping op dit thema werd duidelijk dat het nu niet helder is hoe arbeidsmigranten bijdragen aan de gedeelde voorzieningen. In de voorbereiding trof ik ook gemeenten aan die er bewust voor kiezen om migranten niet te laten bijdragen om daarmee te bevorderen dat arbeidsmigranten zich in ieder geval inschrijven en er meer zicht is op hun woonplaats. Kortom, vanuit ons nu geen voorstel maar wel het verzoek om de toezegging dit uit te werken. De komende maanden zullen veel gesprekken plaatsvinden met stakeholders over de gewenste bezuinigingsmaatregelen. Dat vinden wij een spannend proces.

Wij vrezen ook pijnlijke gevolgen door bezuinigingen in het sociaal domein en de jeugdzorg. Daarom hebben we specifiek benadrukt om terughoudend te zijn met bezuinigingen in het sociaal domein; specifiek als het gaat om het minimabeleid én als het gaat om kwetsbare jongeren. Laat die groep niet het kind van de rekening zijn. Een reactie op de tegenbegroting van de VVD: complimenten voor het opstellen hiervan. Het is heel knap hoe u uw eigen politieke kleur heeft laten spreken met de inhoudelijke voorstellen van dit plan. Vooral in de woningbouw hebben we vergelijkbare ideeën en voorstellen die wellicht bij elkaar kunnen komen vanavond. Ook staan wij net als u achter het belang van een veilige woonomgeving. Maar gezien de uitbreiding van de boa’s die al voorgesteld wordt en dat daarmee het huidig Integrale VeiligheidsPlan getackeld kan worden, voelen wij geen noodzaak om die uitbreiding nu verder te realiseren. De impact van de gekozen posten waarmee u de tegenbegroting dekt is onduidelijk gebleven en is wat ons betreft contrair met de ontwikkelingen van een toekomstbestendige organisatie en bijvoorbeeld de proeftuin Jeugdbescherming. Wij zullen niet voor deze tegenbegroting stemmen. We hebben vanavond al kort gesproken over motie 24-107 Behoud Voorzieningen Sport, Bewegen, Cultuur en Preventie van het CDA omtrent het afwachten van de betreffende bezuinigingen.

De motie gaat voor zijn fractie wel heel ver omdat het echt onduidelijk is welke gevolgen dit gaat hebben. Daarom wil hij het college vragen om de toezegging te doen dat het stevig rekening houdt met een verdere afwaardering door het Rijk en voorkomt dat dit extra bezuinigingen gaat geven, bovenop die in het voorliggende plan onder het pakket ‘Verantwoord groeien’.

22

Ik sluit af met het begin. Mijn partij bedrijft politiek vanuit vertrouwen, vertrouwen op een hoopvolle samenleving met draagkracht en perspectief. De draagkracht van de samenleving om naar elkaar om te zien, zorgzaam te zijn. Bestaanszekerheid voor al onze inwoners is dan cruciaal. Wij bedrijven politiek die een dienstbare overheid en economie nastreeft. Verantwoord groeien van een wereld die veel moois te bieden heeft. Het programma Duurzaamheid is dan hoopgevend. En tot slot vertrouwen wij in een rechtvaardige overheid, als bondgenoot van vrijheid en recht. Daarmee is bijvoorbeeld de aanpak van zorgcriminaliteit een onmisbare schakel en voelen wij verantwoordelijkheid voor het opvangen van asielzoekers en het bieden van perspectief aan hen. Ik begon met het toelichten van de context waarin we nu leven. In deze roerige, bewogen en soms beangstigende tijd mogen wij ons als fractie afhankelijk weten van God. Wij geloven niet in een volledig maakbare wereld, maar in een wereld die in Gods hand ligt. Dat mag rust geven, vertrouwen en hoop. ‘Schenk ons uw trouw, Heer, op U is al onze hoop gevestigd’. En met die woorden uit Psalm 33 wil ik het college Gods zegen meegeven in de uitvoering van uw belangrijke taak. College, u kunt opnieuw het verschil maken. Veel wijsheid daartoe.

Dank u.’ Mevrouw Van den Wildenberg voert het woord in eerste termijn namens de fractie van Burger Initiatief: ‘Voorzitter, Alles draait helaas om geld, je hebt het altijd nodig. Als je je idealen wilt verwezenlijken, als je een visie wilt uitwerken naar de werkelijkheid en zelfs als je simpelweg verder wilt groeien. Om met dat laatste te beginnen: het gaat gewoon niet simpelweg. Elke keuze die wij maken heeft gevolgen voor andere keuzes. We hebben een aantal jaren terug besloten dat Barneveld moet groeien naar ongeveer 85.000 inwoners, deels om onze eigen aanwas te kunnen huisvesten, deels omdat er een enorm woningtekort is in ons land, in de provincie, in FoodValley. Daar zijn we allemaal onderdeel van en daar willen we ook verantwoordelijkheid in nemen. Maar groei is meer dan alleen huizen bouwen, het is ook infrastructuur, groen, voorzieningen als scholen en sportmogelijkheden, culturele voorzieningen, sociale cohesie, jeugdzorg en dan heb ik nog niet de helft opgenoemd. Kortom, het is nogal veelomvattend. Wij groeiden ook al voordat wij besloten naar 85.000 inwoners te gaan en de toenmalige gemeentesecretaris vertelde ons dat daar eigenlijk nooit geld voor opzij was gezet. Tot onze verbazing en die van hem ook, trouwens. Wij zijn heel blij dat er nu wel een post is voor ‘Verantwoord groeien’.

Hoewel we daar de onderbouwing voor de hoeveelheid een beetje missen want de dotatie lijkt nu gebaseerd op een vinger in de lucht steken om te zien of het regent of niet, alsof dat dus de uitkomst bepaalt. Met het besef dat er geld nodig was voor het Verantwoord groeien, groeide ook de kennis dat behalve geld ook menskracht nodig is voor de groei. Maar ook dat kost natuurlijk geld. We gingen toen ook kijken naar wat voor soort gemeente we eigenlijk wilden zijn. Daaruit volgde het programma Blij met Barneveld. In dat programma werden vier kernwaarden genoemd: gastvrij, wendbaar, ondernemend en betrouwbaar. Onze inwoners mochten en mogen nog steeds blij zijn met Barneveld, hopen we. Ondertussen is er in 2022 een nieuw college gekomen en dat probeert deze vier waarden inhoud te geven. Tegelijkertijd komt er van alles op ons af: - Het ravijnjaar, waarvan de gevolgen niet duidelijk zijn maar waar je je wel op moet voorbereiden - Allerlei onduidelijkheden over de toekomst van de boeren, met alle gevolgen voor ons landelijk gebied en - De Hervormingsagenda voor de jeugdzorg, om er maar eens drie te noemen. Allemaal zaken die behoorlijk onze eigen begroting kunnen beïnvloeden. Het gaat zo’n beetje als met de portemonnee van onszelf, gewone mensen.

Hoge btw op groente en fruit, hogere btw op lezen en cultuur, hoge energieprijzen, hogere zorgpremie, hogere OZB, hogere bijdrage waterschapsbelasting en hogere leges. Voor je het weet is je budget op als je niet heel erg oppast.

23

Het college moet roeien met de riemen die het heeft en ook de riemen die het krijgt van de rijksoverheid. Als dat niet voldoende is, dan moet het geld ergens anders vandaan komen, uit bezuinigingen en uit belastingen en leges. Nu kan men natuurlijk twisten over de gekozen koers met dat roeien en dat gaan we dan ook wel doen. Al lezende in de begroting kwamen wij wel tot de conclusie dat het college schaakt op enorm veel borden. Wij kregen de behoefte aan focus. Neem bijvoorbeeld eens vijf onderwerpen, richt je daarop, maak die af en kijk welke mogelijkheden er dan nog zijn. Wat dat betreft vonden wij, en vinden wij, de tegenbegroting van de VVD een verademing om te lezen. De heer Van Schaik heeft al bedankt voor de complimenten, maar die had ik nog niet gegeven. Dit is het goede moment om onze waardering voor de tegenbegroting van de VVD uit te spreken. Het vele werk, het lef ook om het te doen, petje af. De drie hoofdpunten zijn uiteraard wel VVD-punten en dat past nu net niet helemaal bij ons. Maar de OZB-aanpak spreekt ons zeer aan. Want de OZB-verhoging zit ons echt dwars. Het is een spaarpotje voor de toekomst maar het belast onze inwoners wel.

Kunnen we dat spaarpotje niet over meerdere jaren vullen zodat wij de OZB een fractie minder kunnen verhogen? Of kunnen we het voorstel uit de tegenbegroting overnemen en alleen de inflatieverhoging nemen en dus de 2,5% extra verhoging over 2025 schrappen? Dit begrijpt zij overigens goed: alleen over 2025 en daarna gaan wij verder kijken. Wij van Burger Initiatief willen wel graag de eventuele verhoging over meer jaren uitstrijken. Waar wij namelijk moeite mee hebben is dat elk jaar een bezorgde negatieve boodschap in de publiciteit komt (bezorgd in de zin van ‘wij hebben zorgen’, het gaat allemaal niet zo goed) over de begrotingsmogelijkheden. En elke keer blijkt het weer mee te vallen. Zo leest men in de aanbiedingsbrief bij voorliggende begroting dat de inkomsten van het Rijk weer teruglopen, maar er staat niet dat de cijfers in de meerjarenplanning er aanzienlijk beter uitzien dat die van vorig jaar, met name beter in de jaren 2026 en 2027. Er is steeds veel incidenteel geld over. Wat ons betreft kan dat in de pot voor ‘Verantwoord groeien’ worden gestopt in plaats van de OZB extra te verhogen voor dotatie aan deze reserve. Wij stellen daarom voor om beslispunt 5 te schrappen uit het raadsvoorstel, daar heeft het CDA amendement 24-104 Schrappen OZB voor ingediend dat wij mede hebben getekend. Een ander punt is de rondweg.

Dat is een punt waar wij ook heel graag een focus op zouden willen leggen. Daar moet tempo in komen, want we praten er al jaren over en er is niet eens een voorkeurstracé. Een fractie bracht naar voren dat de tussenruimte moet worden ingevuld met 5.000 woningen. Daar zie ik wat tegenop, dat zijn er heel veel. Ik meen dat de gronden allemaal al gekocht zijn door ontwikkelaars en ik vermoed dat daar ook allemaal woningen komen. In de tegenbegroting wordt de rondweg ook genoemd en ook in motie 24-106 Rondweg van het CDA, die wij mede hebben ondertekend. Ook motie 24-105 Aansluiting A30 van het CDA hebben wij medeondertekend. Burger Initiatief ondersteunt ook motie 24-107 Behoud Voorzieningen Sport, Bewegen, Cultuur en Preventie. Die punten moeten worden ontzien bij bezuinigingen. Waarom doen wij dat? Omdat sociale cohesie iets is waar we in Barneveld prat op gaan. Zoveel vrijwilligers die zich inzetten voor de medemens, bij sportverenigingen, koren, Floralia, schaatsen, skeeleren, toneel, dammen, schaken, scouting, Buurtkamer, dorpshuizen: daar moeten we eigenlijk allemaal op blijven investeren vanwege de sociale cohesie. Want met al deze activiteiten bestrijdt je eenzaamheid, het uitgesloten gevoel, en bevorder je het welzijnsgevoel en geef je onze inwoners de ruimte om zich te ontplooien en elkaar te ontmoeten.

En dat laatste, die sociale cohesie, is essentieel voor Barneveld groeit. Dank u.’ De heer Bos voert het woord in eerste termijn namens Lid Bos. ‘Voorzitter, De begroting ligt voor. In het verleden was het altijd de discussie: wat is het belangrijkste moment in het jaar, kadernota of begroting? De conclusie was snel gemaakt: het is de kadernota. Deze begroting is eigenlijk een rechte lijn vanuit de Kadernota. Maar dat maakt de begroting geen hamerstuk. Ik wil er toch een paar dingen over zeggen.

24

We komen toch weer bij de keuzes die gemaakt moeten worden. Dan is het zo dat het college een keuze heeft gemaakt, de vraag is of het de juiste keuzes zijn en of het voldoende is. Samengevat: is er voldoende geld gegenereerd en is er voldoende kapitaal aanwezig om de keuzes in de toekomst te betalen? Er ligt een begroting voor van ongeveer €190 miljoen en er is een schuld van ongeveer €250 miljoen. Met de investeringen die de komende jaren komen gaat dat oplopen tot een kleine €300 miljoen. Dan is de oostelijke rondweg daar nog niet bij opgeteld en ik laat de investeringen die in het MIP zijn opgenomen even achterwege. Het is de vraag of we het daarmee halen. Dan hoor ik de wethouder Financiën al zeggen: wat is uw oplossing dan, mijnheer Bos? Daar heb ik over nagedacht, anders had ik hier niet gestaan. Met bezuinigingen van €5 miljoen, met een OZBverhoging, is er in mijn beleving niet voldoende. Ik neem u even mee naar de Tussenrapportage. Daar heeft hij in de commissievergadering over gesproken, de extra leges van €1 miljoen, eigenlijk voortkomend uit de invoering van de Omgevingswet. Voordat de wethouder het me zo gaat vertellen: ja, het is kostendekkend en het zijn geen inkomsten. Maar dat is ten dele waar want uiteindelijk geeft het wel een generatie aan woningbouw, wat bijdraagt in de OZB, maar ook bijdraagt vanuit het gemeentefonds. Dus daar zit wel een multiplier.

Ik begin met een begin van een antwoord en dat antwoord heet: wij moeten ons uit de schulden werken. Ik heb motie 24-112 Bouwlocaties Visie op Inbreiding ingediend om te kijken hoe wij de inbreidingslocaties in beeld kunnen brengen, dat sluit voor een deel aan bij de vraag van de ChristenUnie hoe de woningbouw gestimuleerd kan worden. Er zijn verschillende locaties in het bezit van particulieren en die hebben er ook plannen voor. Die zijn hem, hij neemt aan voor een deel, bekend. Dit is voor een deel meer in kaart te brengen en op die manier wordt ervoor gezorgd dat de belemmeringen, want daar gaat het om, worden weggenomen. Het resultaat daarvan kan zijn dat er meer woningen worden gebouwd en dat lost het woningtekort op. Door de Omgevingswet zal de inzet van arbeid bij de aanvrager vallen en niet bij de gemeente, dan is daar natuurlijk het capaciteitsprobleem wat minder aan de orde. Op termijn is er weer de multiplier als het gaat om de uitkering van het gemeentefonds en de OZB. Op die manier valt daar dus inkomen te genereren waardoor we weer andere delen kunnen financieren.’ De heer Top vraagt wat voor soort belemmeringen de heer Bos kan noemen. De heer Bos licht toe dat dat er verschillende zijn. Hij kan de locaties noemen, voor een deel zijn die bij de wethouder bekend. De heer Top zegt naar belemmeringen te informeren en niet naar locaties.

De heer Bos noemt voorbeelden van belemmeringen. Er staat een boom en die wil men niet opofferen voor 15 appartementen. Of er is in de nabijheid een leegstaand complex aan industrie waardoor er wordt gezegd dat men in die richting niet wil bouwen. Echter, dat deel van de industrie wil eigenlijk zelf al stappen maken, maar dat ligt ook in een procedure want dan moet er een bestemmingsplanwijziging komen. Zo volgt het een het ander waardoor er niets gebeurt. Misschien moet hij niet in het openbaar maar achter de schermen toelichten wat de locaties zijn om de mensen en locaties niet in verlegenheid te brengen. Maar dat is aan de orde, een boom, de herontwikkeling van een gebied, waardoor het proces steeds niet vooruitkomt. De heer Van Schaik vraagt of de heer Bos iets verder kan ingaan op de inbreiding en kan duiden over wat voor aantallen woningen hij spreekt. Hij noemde zojuist een aantal van 15; men kan heel veel tijd met inbreidingen kwijt zijn. Hij heeft het idee dat het aantal klein is. De heer Bos laat weten dat het, als hij bij elkaar optelt waarover mensen hem hebben benaderd de laatste tijd, richting de 100 á 200 woningen gaat. Dat betreft het hele palet aan woningen en appartementen. De heer Van Schaik vindt het een mooi aantal. Maar hij vindt het heftig om daar een visie voor op te stellen. Hij had het idee dat het meer woningen zouden zijn.

De 100 á 200 woningen zijn 30% van wat er op jaarbasis gebouwd moet worden. Daar gaat men het niet mee halen. Hij zou graag over meer

25

woningen spreken en vraagt de heer Bos of hij ook bereid is om naar uitbreidingen te kijken en zo op een hoger aantal dan 200 woningen te komen. De heer Bos is daartoe zeker bereid. Hij heeft niet alle plannen, hij heeft er nu ongeveer 10. Hij schat dat dit, als het maximaal wordt ingezet, 200 woningen kunnen zijn. Maar aan ondernemers moet gevraagd worden om naar de gemeente te komen met hun plannen en die kenbaar te maken, dat is zijn oproep. Het mooiste is als het college uiteindelijk met de plannen die zijn ingediend naar de raad toe komt. Dan kan de raad zeggen welke belemmeringen opgelost kunnen worden, de boom kan mogelijk verplaatst worden. Dan kan er veel meer en kan men misschien wel naar 1.000 woningen toe gaan. Dat is luchtfietserij, de 200 kan hij redelijk concreet maken. De heer Kevelam begrijpt het idee van de heer Bos. Hij vindt het echter juist mooi dat kleine kernen door uitbreiding, bijvoorbeeld in Terschuur en Zwartebroek en Stroe, heel mooi gefaseerd kunnen bouwen. Bij inbreiding is dit veel ingewikkelder omdat het niet te betalen is, dan sloopt men een gedeelte en moet men in één keer door met bouwen. Hij informeert hoe de heer Bos daarnaar kijkt. Vindt hij het handig om bij kleine kernen gefaseerd te kunnen bouwen? Daar zou dan uitbreiding voor nodig zijn.

De meeste locaties die de heer Bos kent zijn stukjes groen of inbreidingslocaties die beter tot hun recht zouden kunnen komen. Uitbreiden is mooi, maar waar kan worden ingebreid, moet die capaciteit ook gebruikt worden. Hij heeft dat meerdere keren gehoord in de laatste jaren. Het mooie is dat door de nieuwe Omgevingswet de aanvrager het meeste werk moet doen en dat de raad het aan de achterkant kan toetsen, maar dan moeten wel de belemmeringen weggehaald worden. Ook is hierin diversiteit aan te geven. Ook wordt voldaan aan de Woonvisie. De heer Kevelam informeert of het idee in eerste instantie niet te rigoureus is. Inbreiding ja, maar uitbreiding moet er gewoon naast. Hij las dat er sprake zou zijn van eerst inbreiding en dan uitbreiding, maar het zou samen op moeten gaan. Anders is het voor bepaalde groepen en in bepaalde dorpen onbetaalbaar. De heer Bos sluit met de motie uitbreiding niet uit. De heer Wiesenekker memoreert dat meestal, als spreker over betaalbare woningen begint, de heer Bos naar voren haast. Dat deed hij deze keer niet, spreker had wel verwacht dat hij een vraag zou stellen over de dekking van zijn motie. Hij had dan ook een reactie voorbereid: de heer Bos had een mooi inzicht gegeven, namelijk dat als er meer woningen zijn, er ook meer opbrengsten zijn. Misschien kan daar de dekking gevonden worden.

Hij is benieuwd waar de heer Bos de capaciteit voor inbreiding vandaan haalt. Dat zou maar zo bij de motie van de ChristenUnie kunnen zijn. Hij vraagt of dit klopt. De heer Bos gaf zojuist al aan dicht bij de ChristenUnie te zitten op dit gebied. Bij de Omgevingswet zit het meeste werk bij de aanvrager en voor de gemeente ligt er meer een toetsend kader. De capaciteit zal meer buiten dan binnen het huis nodig zijn. De heer Bos vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Wat de tegenbegroting van de VVD betreft: het is een mooie stap en er worden mooie keuzes gemaakt. Keuzes die het college achterlaat. Het college zou hier eigenlijk een voorbeeld aan moeten nemen. Meer nog: de drie partijen die het college vormen. Een reflectie: in de commissievergadering van de vorige week waren het toch vooral die drie partijen die de aanval kozen richting VVD. Het typische was dat dit juist is wat de drie partijen de laatste tijd de oppositie verweten als die de plannen van het college en de collegepartijen aanvielen.’ De heer Kevelam vraagt of hij het goed begrijpt dat de heer Bos verwacht van Lokaal Belang dat die fractie het volgende jaar een tegenbegroting indient tegen het college. De heer Bos meent dat hij wat creativiteit van een lokale partij mag verwachten. Dat de partij niet alleen maar zegt de belastingen omhoog te doen.

Er wordt wat bezuinigd, maar in de basis is het toch wel de burger die het hardste gelag betaalt. Dan vraagt hij zich af of dat het lokale belang is. 26

De heer Top memoreert dat in de commissievergadering van de week ervoor verschillende partijen opmerkingen hebben gemaakt. Hij spreekt voor de SGP als hij zegt dat de fractie de VVD niet heeft bekritiseerd, maar het plan dat er ligt, de inhoud. Dat heeft de heer Bos ook gedaan, dat hebben anderen gedaan. Daar gaat het om, debatteren over de inhoud. Hij begrijpt de opmerking van de heer Bos niet dat de SGP-fractie de VVD zou hebben bekritiseerd en vraagt de heer Bos om hierop te reflecteren. De heer Bos heeft gezegd wat hij gezegd heeft. Hij heeft het goed kunnen waarnemen. Hij is van mening dat drie partijen gezamenlijk optrokken richting de tegenbegroting van de VVD. Zo heeft hij het ervaren. De heer Top kan zeggen dat dit is gebeurd op de inhoud, dat is dan een interpretatie van dat debat. Misschien zouden de mensen die digitaal hebben meegekeken eens geënquêteerd moeten worden over de vraag hoe zij het debat geïnterpreteerd hebben. De heer Top laat dit punt verder rusten. Hij wijst op amendement 24-108 Grafrechten van SGP en Burger Initiatief waarin gezorgd wordt voor lastenverlichting voor de burger die het overkomt. Hij rekent van harte op de steun van de heer Bos voor het amendement. De heer Bos antwoordt dat daarvoor de stemming afgewacht moet worden.

De heer Van Schaik heeft veel moties en amendementen gezien die in meer of mindere mate dicht bij de tegenbegroting van de VVD komen. Iedereen heeft zijn uiterste best gedaan om met de eigen overtuiging te zoeken naar hetgeen in de tegenbegroting stond. Hij blijft daar zelf natuurlijk achter staan. Hij meent dat de VVD deze avond flink de agenda gezet heeft en daar is hij blij mee. De heer Bos is dit met de vorige spreker eens. Hij heeft er zelf ook gebruik van kunnen maken en kreeg reactie. Hij dankt de heer Van Schaik daarvoor. De heer Bos vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Ik heb nog één punt en dat is de portefeuilleverdeling van het college. Het is belangrijk om te weten wie binnen de voorliggende begroting de komende tijd het werk gaat verrichten. Dit is vooral voortgekomen uit het feit dat na verplaatsing de Oranjevereniging in de portefeuille van de heer Oosterwijk is gekomen. Dan is de vraag die daaruit volgt of dit ook de portefeuille is voor de aanvraag van de voetbalvereniging De Kievieten en of hij dit kan doortrekken als het gaat om de sportaccommodatie in Kootwijkerbroek. Ik zou graag een verdelingsoverzicht ontvangen van het college van hoe het momenteel is ingevuld. Mevrouw Van den Wildenberg herinnert me eraan dat ik een gedeelte vergeten ben.

Het huidige kabinet gaat natuurlijk verder met de opkoopregeling in kleinere vorm, maar er komt een groter beleid als het gaat om innovatie. Daarvoor heeft hij motie 24-113 Agrarische Accountmanager van Lid Bos opgesteld. Het gaat om de ondersteuning van agrarische bedrijven in de vorm van een accountmanager. De heer Kevelam was nog een reactie verschuldigd op de teksten die zojuist werden uitgesproken. Zijn verbijstering is niet afgenomen. Er is ook verbijstering over de rest van de bijdrage van de heer Bos. Lokaal Belang vindt een goed idee belangrijk, ongeacht waar het vandaan komt. Naar aanleiding van motie 24-113 Agrarische Accountmanager vraagt hij of hierbij een vorm van dekking te bedenken is. De heer Bos sprak over het ontbreken van creativiteit bij Lokaal Belang, hij neemt aan dat de heer Bos daar wel over beschikt. Het idee is op zichzelf charmant. De heer Bos verwijst naar pagina 26 van de begroting. Daar wordt over waardevol landelijk gebied gesproken. De raad heeft dat stuk nog niet ontvangen maar het staat dus wel genoemd in de begroting, het zal een dezer dagen aan de raad worden voorgelegd. Vanuit het Rijk wordt bij stoppende bedrijven, dat is wel in de begroting meegenomen, een bedrag uitgekeerd aan de gemeente. Misschien dat de wethouder hierop terug kan komen, spreker dacht te weten dat dit een bedrag van €12.500 per stoppend bedrijf is.

Voor innovatie moet hij het schuldig blijven. Dit is 27

allemaal recent beleid. Spreker loopt wel een beetje voor de muziek uit maar er zijn veel bedrijven in Barneveld die een opgave hebben, zeker ook de blijvers. Hij durft niet het percentage te noemen dat zal moeten worden gereduceerd op bepaalde stoffen. Dat de agrarische sector aan de lat staat, daarvan is hij overtuigd. Dan is het belangrijk dat de mensen ermee geholpen worden zodat zij verder kunnen. Ook moet ervoor worden gezorgd dat de blijvers een kans krijgen om te blijven. De heer Kevelam meent dat in elk dorp wel iemand voor de muziek uitloopt en dat is goed. Hij is erg benieuwd naar het antwoord van de wethouder, hij staat hier open voor. De heer Top komt terug op motie 24-113 Agrarische Accountmanager. Hij vraagt of dit al niet gebeurt door het college. Al een tijd lang wordt hiervoor veel capaciteit ter beschikking gesteld, er is regelmatig overleg met boeren. Hij vraagt wat de motie toevoegt en of de motie niet overbodig is. De heer Bos bevestigt dat er momenteel al een team van mensen is dat volop op die manier werkt. Dat team heeft het stuk Waardevol landelijk gebied geschreven. Met het recente beleid uit Den Haag, vooral richting innovatie, voorziet hij een behoorlijke opgave voor veel agrarische bedrijven. Hij denkt dat het kan zijn dat het team zoveel werk krijgt de komende tijd dat het niet voldoende is en dat daar aandacht aan geschonken moet worden.

Ook moet aan blijvers de kans worden gegeven en daar moet ook capaciteit op worden gezet. De voorzitter wijst erop dat de moties 24-112 en 24-113 onderdeel uitmaken van de beraadslaging. 04.2

Pauze (schorsing)

04.3

Meningsvorming (vervolg)

De voorzitter geeft het woord aan de collegeleden voor hun reactie op de eerste termijn. Wethouder Oosterwijk reageert op de eerste termijn. Hij dankt voor alle bijdragen in de eerste termijn. De heer De Vries refereerde er al aan, er is wel wat gebeurd de afgelopen maanden in de verhouding tussen raad en college. Er zijn discussies en gesprekken gevoerd, iedereen heeft daar zijn eigen ongemak bij gevoeld. Spreker is blij met hoe deze avond de discussie met elkaar gevoerd wordt, met de toonzetting en vooral met dat alle bijdragen laten zien dat men met elkaar probeert het goede voor de gemeenschap van Barneveld te zoeken. Daarbinnen ziet hij verschillen van inzicht, verschillen in accenten et cetera. De tegenbegroting van de heer Van Schaik van de VVD zegt: besturen is keuzes maken. Terecht. Soms maakt men andere keuzes. Maar de slogan ‘bestuur is keuzes maken’ vindt hij mooi en hij wil die graag overnemen. Het college heeft ervoor gekozen om de teruggang in de financiële bijdrage van het Rijk op te vangen, vooral door realistisch begroten. Het college heeft ervoor gekozen om, boven op die opgave, structureel ruimte in de begroting vrij te maken voor lange termijn investeringen, ‘Verantwoord groeien’. Verantwoord groeien is in de optiek van het college niet een soort luxe, ook niet een vaag iets voor de toekomst maar is integrale noodzaak nu en in de toekomst.

Het is belangrijk dat raad en college dat nu en in de toekomst willen, maar hij proeft dat ook. Het is de keuze van het college om ‘Verantwoord groeien’ breed in te zetten, het beperkt zich niet tot alleen de rondweg maar, mevrouw Van den Wildenberg verwoordde het prima, daar zitten alle elementen in die meegroeien met het toenemend aantal inwoners van Barneveld. Het integrale betekent ook dat men zich niet kan beperken tot één aspect ervan. Het is de keuze van het college om een mix te vinden van enerzijds bezuinigingen en anderzijds lastenverhogingen om zo de ruimte in de begroting te vinden. De visies verschillen over of het het juiste bedrag is, of het uit de goede pot gehaald wordt, of het in de goede volgorde wordt gedaan et cetera. Dat mag ook, het is prima om daar het gesprek over te voeren. Tot hiertoe heeft hij het gevoel dat de meningen van college en raad niet zo veel verschillen van elkaar. Hij ziet eigenlijk brede steun om toch structureel ruimte in de begroting vrij te maken voor 28

verantwoord groeien, maar er is wel discussie over hoe het college dat precies ingevuld heeft. Spreker is blij met de steun die hij daarin proeft omdat hij ook van mening is dat college en raad in totaal verantwoordelijk zijn voor een begroting die niet alleen gaat over de dingen waarover raad en college het oneens zijn, maar die voor 90% en misschien wel 95% gaat over het werk dat iedere dag in het gemeentehuis gebeurt in 2024, maar hopelijk ook in 2025. Hij zou het fijn vinden als dat met elkaar gedeeld kan worden. De kunst van het besturen is om binnen de verschillen die er ook zijn, een richting te kiezen. Dan is onvermijdelijk dat uiteindelijk niet iedereen tevreden is, maar het mooie is dan om de gemeenschappelijkheid vast te houden. Het college probeert dat te doen in de voorliggende begroting. Ondertussen doet het er alles aan om realistisch te begroten, is het kritisch op beleidstoevoegingen en probeert het stapje voor stapje de voorspelbaarheid groter te maken. Meerdere malen hoorde hij de opmerking dat er ieder jaar wel weer een incidentele meevaller is en dat men vraagt wat daarmee gedaan moet worden. Spreker vindt dit terecht, het college mag daar kritisch op bevraagd worden. Er is nu weer een stap genomen in realistisch begroten en hij hoopt dat de incidentele meevaller die bij de jaarrekening is te zien, kleiner gaat worden.

Het college is er nog niet, dat geeft hij toe. Er zijn diverse opmerkingen gemaakt over de bezuinigingen. Ook voor 2025 is een bezuiniging ingeboekt naast de lastenverhoging. Het college heeft aangegeven de €3 miljoen structureel te willen bezuinigen als invulling van de €5 miljoen die gezocht wordt, heeft daar scenario’s voor aangegeven en hij begrijpt het ongemak dat de inhoud nog niet helemaal duidelijk is. Die discussie komt nog, hij hoopt dat daar te zijner tijd goed over gediscussieerd wordt. De opmerkingen over de diverse groepen begrijpt hij, de besluiten die daar genomen moeten worden kunnen pijnlijk zijn. De €3 miljoen in de begroting is een fors bedrag maar is ook niet alles: er is jarenlang niet bezuinigd. Het is wel gezond om van tijd tot tijd kritisch door alle posten heen te gaan en te kijken of het relevant is om het uit te voeren. In die zin vindt hij bezuinigen niet alleen een vrees die men heeft. Geprobeerd moet worden om het op te vatten als iets positiefs: er wordt kritisch gekeken naar wat men aan het doen is. Diverse opmerkingen, moties en amendementen gaan natuurlijk over de lastenverhoging. Ook dat is begrijpelijk. Er moet een noodzaak zijn. Hij meende dat het in de bijdrage van het CDA werd genoemd en dat is op zich een terecht punt: als er geen noodzaak is om de lasten te verhogen omdat er ruimte is in de begroting, dan moet men dat ook niet willen.

Zo zwart-wit als de CDA-fractie ziet hij het niet, maar daar kan een goed gesprek over gevoerd worden omdat de wethouder van mening is dat, als er structureel geld over blijft, er iets gedaan moet worden, ofwel aan de bezuinigingen ofwel aan de lastenverhoging. De gemeente is geen spaarbank, als ze op nul uitkomt is dat prima. Wel met de lange termijn in het oog, dat wil hij vasthouden. De heer Bos hoort van de wethouder dat er €3 miljoen en mogelijk straks €5 miljoen bezuinigd wordt én er wordt gesproken over 2,5% OZB. Hij vindt het bijzonder dat het college van de burger verwacht dat die volgend jaar 2,5% weet te vinden maar dat de gemeente zelf amper in staat is om in een begroting van €190 miljoen een paar procent te vinden. Dat is een contrast. Hij vraag of hij dat verkeerd ziet. Wethouder Oosterwijk meent inderdaad dat de heer Bos dat verkeerd ziet. In de voorliggende begroting wordt aan lastenverhoging ongeveer €500.000 doorgevoerd, voor 2025 staat er ook minimaal €500.000 aan bezuinigingen op de eigen organisatie in. Ook heeft het college ten opzichte van de Kadernota, in het kader van realistisch begroten, niet €1,5 miljoen maar €2,4 miljoen gevonden. Daar vaart het college sterker aan de wind. Hij is van mening dat het goed gelijk op gaat. Het is niet zo dat met de lastenverhoging vooruitgelopen wordt op de bezuinigingen, ze lopen redelijk parallel op.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=2782fb2c-6205-485f-aa03-15b3c536e1b8