CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering Barneveld dd 13 november 2024

Gemeenteraad 13 november 2024, gemeente Barneveld35.365 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Notulen van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Barneveld gehouden op 13 november 2024 Aanwezig zijn de raadsleden: de heer A.S. van Amerongen mevrouw E.C. van den Berg mevrouw M.H. Blankenburgh-in ’t Anker de heer T. den Boon de heer T.N. Bos de heer G.W. Boswijk (arriveert later) de heer R. van den Broek de heer A. Flier de heer W. Hazeleger (arriveert later) de heer G.H. Kevelam de heer W.A. Knapen de heer L. de Knegt de heer C.W. de Kool (arriveert later) de heer A.W. Korevaar mevrouw D. de Kwant- van Lagen mevrouw I. Lether mevrouw E. de Man-Rosbergen Voorzitter Griffier De collegeleden Gemeentesecretaris Verslag

de heer H. Mulder de heer E. Pladdet de heer J. van Schaik de heer J.M. Schipper de heer H. Smit mevrouw M.B.A. Tamaela de heer J. van der Tang de heer J. Top de heer J.A. van den Top mevrouw N. van Veen de heer S.P. Velt de heer D.G. de Vries de heer H.W. Wiesenekker de heer L. Wijmenga de heer E. Wijnne mevrouw J.A.G.M. van den Wildenberg

: de heer J. van der Tak, burgemeester : mevrouw M. Bongers : mevrouw J. de Heer- Verheij, de heer W. Oosterwijk, mevrouw M.H.J. Pluimers-Foeken en de heer B. Wijnne : de heer W. Wieringa : mevrouw M.J. Strijbos-Vermeulen

04

Meningsvorming

04.1

Tweede Tussenrapportage 2024; Initiatiefvoorstel Tegenbegroting; OntwerpProgrammabegroting 2025; Belastingverordeningen 2025

De voorzitter geeft gewoontegetrouw eerst het woord aan de grootste fractie van de oppositie. De heer Mulder voert het woord in eerste termijn namens de fractie van Pro’98: ‘Voorzitter, Begroten is taai werk: lappen tekst, mooie voornemens en de cijfers die daarbij horen én een beetje zuur dat nog even vooruit wordt geschoven. Deze begroting is vergeleken met de Kadernota wel een behoorlijke vooruitgang wat betreft leesbaarheid en duidelijkheid, mijn complimenten daarvoor. Er komt een hoop op ons af: bezuinigingen vanuit het Rijk op bijvoorbeeld jeugdzorg en het gemeentefonds. Terwijl we er de laatste jaren toch behoorlijk wat taken bij hebben gekregen. Helaas komen daar traditioneel ook bezuinigingen achteraan, zo ook nu. Het bekende ravijn van het jaar 2026 staat voor de deur. Lang hebben veel gemeenten, ook wij, dit ravijn inzichtelijk gelaten door er niet naar toe te begroten. Zo konden we laten zien wat dit betekent. De hoop was dat het Rijk hierdoor het mes niet in de bijdragen aan de gemeenten zou zetten. Het 1

heeft misschien iets geholpen, maar helaas niet genoeg. We moeten goed beseffen dat dit de samenleving hard zal raken. Want harde bezuinigingen hangen in de lucht, wat kan betekenen dat voorzieningen waar je iedere dag van geniet, voor je neus verdwijnen. Dit dreigt in onze gemeente ook te gebeuren, al wordt dit voor volgend jaar nog wel vermeden. Er gaat helaas nog wel wat verscholen achter het gepresenteerde participatiesprookje. Want een gedeelte van de pijnlijke maatregelen van de voorgestelde pakketten, zoals het verhogen van de gemeentelijke belastingen als OZB, afval en rioolbelasting, is duidelijk in deze begroting opgenomen. Voor het verdere verhogen van de leges en de bezuinigingen die nog moeten komen, wordt voor de begroting van 2026 een participatietraject opgezet. De trajecten die we tot nu toe hebben gedaan, scoorden volgens de evaluatie helaas niet hoger dan een 5.8. Tijdens de vergadering over de Kadernota is er ook al veel over gesproken en dit leidde tot behoorlijk wat verwarring. Maar ik waag hierbij toch een nieuwe poging. Pro’98 is ervan overtuigd dat bij het vaststellen van de begroting dit participatiebeleid niet van toepassing is. Het is dan ook de keuze van het college om dit beleid hiervoor te gebruiken, en het past dat vervolgens ook nog verkeerd toe volgens ons. Een begroting dient in zijn geheel afgewogen te worden en niet als aparte taartpunten.

Een groepje inwoners op één stuk laten kauwen levert ongetwijfeld relevante informatie op. Maar we mogen de inwoner niet met deze verantwoordelijkheid opzadelen, terwijl het college misschien zijn bezuinigingslijstje al bijna rond heeft. Misschien zijn de bedoelingen van dit college goed, maar dit is geen verstandige weg. Blijf in contact met alle inwoners en maatschappelijke partners op wie dit invloed heeft. Luister en haal informatie op. Maak die waarde geladen keuzes als college. Een stukje participatie in de straat als er een dakkapel moet komen, als er meegedacht wordt over de nieuwe inrichting van de weg of bijvoorbeeld bij het Pastoriebos: prima. Een prachtig instrument. Maar hiervoor is dat niet zo. Daarom dienen wij motie 24-102 Participatie in waarin we het college oproepen dit niet te doen. Dan terug naar de twee basispakketten, waarbij ik het college om de toezegging wil vragen om voortaan niet meer te werken met pakketten. Het maakt het echt niet duidelijker, eerder ingewikkelder. De raad heeft het budgetrecht en kan over iedere maatregel en iedere euro iets vinden, of die nu in pakketten zitten of niet. Door het in pakketten te stoppen wordt de illusie gewekt dat we alleen ja of nee kunnen zeggen tegen een compleet pakket en dat we dan ook gelijk maar de gevolgen daarvan moeten accepteren. En dat is niet zo.

Dit had ook bij het behandelen van de Kadernota veel verwarring voorkomen. Bijvoorbeeld de tegenbegroting van de VVD laat zien dat er ook andere keuzes gemaakt kunnen worden dan de voorgestelde pakketten. Mijn complimenten hiervoor. Verschillende bezuinigingen uit deze pakketten zijn ingeboekt als taakstelling. Dat betekent dat we nog niet precies weten hoe deze bezuinigingen uitgevoerd moeten worden. Dat geeft onzekerheid. Eén van die grote onzekerheden is de jeugdzorg. Van 2023 op 2024 zijn de kosten met €2,7 miljoen gestegen. Alles wijst erop dat deze kosten voorlopig nog verder stijgen. Dit wordt ook meegenomen in de analyse van onze weerstandscapaciteit. Ik citeer punt 4 uit deze analyse: ‘Kosten Jeugdhulp, Wmo en Participatiewet nemen toe’. Het doel is om deze €2,7 miljoen weer te besparen, maar voor aankomend jaar is al een taakstelling van €1 miljoen ingeboekt. Maar de jeugdzorg is een openeinderegeling. Pro’98 denkt dat we hier op de muziek vooruitlopen. Het is goed dat er naar de kosten voor jeugdzorg wordt gekeken. Met de Hervormingsagenda wordt er al werk van gemaakt om deze onder controle te krijgen. Maar ik wil hier nogmaals waarschuwen dat te vroeg de geldkraan dichtdraaien de problemen verergert. Problemen die nu al niet opgelost worden, komen daardoor later alsnog terug. Dit zorgt voor extra kosten. Nogmaals: je krijgt het als een boemerang weer terug.

Daarom hebben wij ook via de auditcommissie voorgesteld om de rekenkamer onderzoek te laten doen naar doeltreffendheid in de Jeugdzorg en de Wmo. Welke euro leidt tot vooruitgang en welke euro leidt juist tot meer leed? Denk bijvoorbeeld aan herijking van indicaties, terwijl er indicaties zijn die levenslang zijn. Onnodige bureaucratie die geld kost en voor onnodige stress zorgt. Hierbij wil ik ook graag de tip geven om te kijken naar de gemeente Stede Broec. Het is deze gemeente met 20.000 inwoners gelukt om €1,4 miljoen te bezuinigen, terwijl de kwaliteit van de zorg erop vooruit is gegaan. 2

Dan nog een taakstelling: de grip op arbeidskosten. Een taakstelling tussen €0,5 en € 1 miljoen. Dit wil het college bereiken door minder zzp’ers in te huren en die te vervangen door vaste arbeidskrachten. Maar is dit wel realistisch in de huidige arbeidsmarkt met alle tekorten? Je kunt stug minder zzp’ers inhuren, maar dan haal je je ambities misschien niet, ambities waarvoor het college nu de lasten verhoogt. Deze tegenstrijdigheid ziet Pro’98 als een groot risico. Niet alleen voor de begroting, maar ook voor de uitvoering van alle ambities die wij als gemeente hebben. In de commissie heeft de wethouder al aangegeven niet simpelweg minder zzp’ers in te huren, wat ons al iets geruststelt. Toch vrezen wij dat ook deze taakstelling moeilijk gerealiseerd kan worden volgend jaar. In de begroting staat een verhoging van €1,2 miljoen voor Directie en Management. Misschien valt daar wat betreft deze taakstelling ook wat te halen. En hierbij wil ik mijn favoriete passage uit de begroting citeren: ‘We zien al een aantal jaren de trend van incidentele overschotten, die min of meer een structureel karakter heeft gekregen.’ Ook in de tussenrapportage die we vandaag behandelen is dit het geval. Bij het vaststellen van de begroting van 2024 was het resultaat €3,9 miljoen nadelig, maar we sluiten volgens de Tweede Tussenrapportage €2,68 miljoen voordelig af.

Een positief verschil van €6,58 miljoen. Bij de Jaarrekening 2023 was het resultaat €21 miljoen positief, bij de Jaarrekening 2022 was het resultaat €13,9 miljoen positief. Dus ik ben eens gaan tellen. Over de afgelopen tien jaar gezien, sluit onze begroting gemiddeld per inwoner €123 positief af. Tegelijkertijd wil het college nu de lasten verhogen met gemiddeld €38 per inwoner volgend jaar. Dit is simpel tegenover elkaar gezet: begroten is ingewikkelder, maar toch. Het geeft aan dat er nog lucht in zit. En dat er lucht in zit, zien we ook in de budgetoverhevelingen. Ieder jaar schuiven we potjes met geld door, die we soms het jaar erop nog steeds niet uitgeven. Van de €3.1 miljoen aan overhevelingen van 2022 op 2023 werd uiteindelijk €600.000 niet uitgegeven. Van de €4,8 miljoen budgetoverhevelingen van 2023 op 2024 hebben we €1,2 miljoen niet kunnen uitgeven. Ik zie de bui voor volgend jaar al hangen. Op deze manier blijft er geld op de plank liggen, terwijl we tegelijkertijd moeten bezuinigen. Daarom dienen wij motie 24-101 Budgetoverhevelingen in om budgetoverhevelingen onder de €250.000 niet meer toe te staan en op termijn de financiële verordening hierop aan te passen. Mocht het jaar erop alsnog budget nodig zijn, dan kan die afweging opnieuw gemaakt worden.

Doordat veel geld in budgetoverhevelingen blijft hangen, ontnemen we onszelf als raad de ruimte om de begroting in goede samenhang vast te stellen. Door hier bovenop te zitten, zetten we ons geld efficiënter in.’ De heer Kevelam vraagt hoe hij zich dit praktisch moet voorstellen. Pro’98 zegt in de motie dat de grens wordt gelegd bij €250.000, er worden geen budgetoverhevelingen van €250.000 en minder gedaan. Maar er is een opdracht, een wens die het jaar overschrijdt, die toevallig niet uitgevoerd kan worden in het jaar en het jaar erop moet gebeuren. De heer Mulder zegt dat er altijd wel wat geld is, dus dat er altijd wel geschoven kan worden. Spreker vraagt of hij dit goed gehoord heeft. Volgens de heer Mulder is het niet zo simpel. De potjes worden doorgeschoven en uiteindelijk wordt niet al het geld uitgegeven. Daarom blijft er continu structureel geld vast zitten in de organisatie waarmee andere lasten gedekt zouden kunnen worden. Er is een intern proces waarmee budgetoverhevelingen getoetst worden. Maar door het onder de €250.000 niet meer toe te staan, legt men eerst de uitdaging bij de afdelingen om het zelf op te lossen. Mocht het geld het jaar erna toch nodig zijn, dan kan men het simpelweg weer begroten. Door steeds die afweging te maken, hoopt hij dat de bedragen die steeds op de plank blijven liggen, eruit gehaald wordt.

Er zijn gemeenten die helemaal niet aan budgetoverhevelingen doen. Die begroten en laten het vrijvallen in het resultaat. De heer Kevelam vindt de vraag interessant. Hij is benieuwd naar het antwoord van de wethouder. De heer Van Schaik ziet in de Tussenrapportage twee bedragen die boven de norm van €250.000 uitkomen, dat zijn de Flying Bikes en de digitalisering van de Omgevingswet. Hij vraagt zich af of de grens daadwerkelijk iets oplost.

3

De heer Mulder antwoordt dat bijna de hele lijst, op misschien vier of vijf posten na, zou vrijvallen in het resultaat. Daarvoor moet dan de afweging worden gemaakt of het het volgende jaar weer structureel bij begroot wordt. De grens zou veel hoger gelegd kunnen worden. Hij herhaalt dat er gemeenten zijn die niet aan budgetoverhevelingen doen. Hem leek €250.000 een mooie grens om mee te beginnen. Het scheelt bureaucratie, al die overhevelingen moeten getoetst worden. Het kan het ook makkelijker maken. De heer Wiesenekker memoreert dat de heer Mulder zijn zorg uitsprak over de Hervormingsagenda Jeugd. Bij de Kadernota is daar ook over gesproken. Toen heeft de ChristenUnie een motie ingediend om de meest kwetsbare jeugdigen niet het kind van de rekening te laten zijn. Dat had ook te maken met de Hervormingsagenda. Deze avond zal zijn fractie hierover een motie indienen. Pro’98 stemde destijds tegen de motie met daarin het voorstel om heel kritisch te zijn op de bezuinigingen voor de meest kwetsbare jeugdigen. Spreker is benieuwd hoe de heer Mulder er deze avond naar kijkt en nodigt hem uit om de motie voor de avond goed te bekijken. De heer Mulder licht de overweging van zijn fractie tijdens de bespreking van de Kadernota toe. Pro’98 wilde geen enkele motie steunen die om een uitzondering vroeg.

De fractie meende dat alles in samenhang aangeboden zou moeten worden, én de lastenverhogingen én de bezuinigingen. Als iedere fractie een wensenlijstje indiende, was er geen lijst meer, zijn fractie vond dat onsportief. Dit is overigens geen verwijt aan de ChristenUnie. Met de voorliggende begroting worden alvast wat lastenverhogingen vastgesteld. In 2026 komt voor zijn fractie de echte pijn. Hij zal zeker goed kijken naar de motie van de ChristenUnie. De heer Wiesenekker herinnert zich dat Pro’98 hier op deze manier naar keek. Daarom vroeg hij de heer Mulder hoe hij momenteel naar de motie van destijds kijkt. De heer Mulder antwoordt dat de heer Wiesenekker weet, als hij Pro’98 kent, dat de fractie altijd de meest kwetsbaren wil ontzien bij dit soort harde maatregelen. Op die manier keek, kijkt en zal zijn fractie hiernaar kijken. De heer Wiesenekker bevestigt dat hij Pro’98 ook zo kent. De heer Mulder vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Doordat er veel geld in budgetoverhevelingen blijft hangen, ontnemen we onszelf als raad de ruimte om de begroting in goede samenhang vast te stellen. Door hier bovenop te zitten, zetten we ons geld efficiënter in. Zo komt ons budgetrecht dan beter tot z’n recht. Voor de grondexploitatie hebben we geen verwachte winsten en verliezen in onze begroting staan. Wij snappen dat onzekerheid hierin een grote rol speelt.

Toch vinden wij het belangrijk dat we als raad weten wat er op ons af komt. Daarom dienen we motie 24-103 Prognose Grondexploitatie in om jaarlijks, vanaf 2025, bij de behandeling van de begroting een prognose bij te voegen van de verwachte winsten en/of verliezen uit de grondexploitatie. Dit kan ons helpen bij de afweging of bezuinigingen of lastenverzwaringen wel of niet nodig zijn. Het behandelen van deze begroting voelde voor mij als sturen in de mist. Vandaar ook dat we een aantal moties hebben ingediend om die mist een beetje op te klaren. De belastingen worden verhoogd, tegelijkertijd kunnen we het geld soms niet uitgeven. Er worden grote bezuinigingen gepland waarvan een gedeelte nog schuilgaat achter participatie. En van de bezuinigingen die al wel in deze begroting staan, bestaat het risico dat we ze niet kunnen uitvoeren. Dat vormt een risico voor onze ambities. Wij kunnen hierdoor de op handen zijnde financiële operatie niet goed wegen. In reactie op de eerste termijn bij de behandeling van de Kadernota in juli, gaf het college aan dat het voor hen zinvol was geweest om te weten of wij een gedeelte van die €9 miljoen bezuinigingen wel of niet nodig vonden. Wij zijn daar gewoon niet zeker over.

We begrijpen de algemene gedachte en de filosofie van de grote financiële operatie die het college met onze gemeente van plan is, maar we komen te veel lucht en te veel onzekerheden tegen. Laten we komend jaar zorgen dat we eerst grip op de zaak krijgen en dat onze slagkracht en ambities op één lijn komen te liggen. We zien dat het college deze kant op beweegt, maar het is er nog niet.

4

We zijn benieuwd naar de reactie van het college op onze bijdrage en moties en kijken vanaf daar verder. Dank u wel.’ De voorzitter wijst erop dat moties 24-101, 24-102 en 24-103 onderdeel uitmaken van de beraadslaging. De heer Top voert het woord in eerste termijn namens de fractie van de SGP: ‘Voorzitter, ‘Ondernemend, betrouwbaar en zorgzaam’, dat is en blijft het credo van dit college. En dat is ook terug te zien in de Programmabegroting 2025. Daar zijn we als SGP-fractie blij mee. We zien hier een begroting die vier jaar lang sluitend is. Een begroting waaruit blijkt dat diverse zaken worden opgepakt. En een begroting die zorgt voor financiering voor de lange termijn, zoals voor de oostelijke rondweg, voor onderwijsvoorzieningen en andere zaken die te maken hebben met de groei van onze gemeente. Aan een betere financiële situatie is de afgelopen tweeëneenhalf jaar hard gewerkt. Er is meer financieel inzicht, onder andere door de totstandkoming van het MIP, er is intern gesneden in de kosten en ook de schulden van de gemeente worden beter beheerst. Daarnaast wordt een bijdrage aan de burger gevraagd. Daar komt bovenop de Tweede Tussenrapportage die we als SGP positief duiden. Die geeft namelijk een financiële verbetering van €4,6 miljoen ten opzichte van de Eerste Tussenrapportage. Aan deze Programmabegroting is heel wat visievorming en uitvoering voorafgegaan.

Wat te denken van de Verkeersvisie Centrumring, de Visie Verblijfsrecreatie, het Beheerplan Wegen, de implementatie Omgevingswet, het uitvoeringsplan MIP, het Normenkader Rechtmatigheid, de pilot afwijking beleid huisvesting arbeidsmigranten, het locatiebeleid energiestations, het beleidskader inclusie, het Integraal VeiligheidsPlan, het monitoring programma Duurzaamheid, de vestiging voorkeursrecht, het toetsingskader landelijk gebied, het samenwerken met dorpen en wijken, de pilot gedeeltelijke functieverandering, het bestemmingsplan Barneveld-Centrum, de deelvisie woningbouw Garderen, de Economische Visie, RPLG, het regionaal functieveranderingsbeleid, het lokaal functieveranderingsbeleid, de toekomstbestendige brandweerzorg en de integrale aanpak wegen en bruggen. En dan wordt er ook nog gewerkt aan omvangrijke visies zoals de Omgevingsvisie, de Woonzorgvisie, de Woonvisie en het programma Bestaanszekerheid. Naast de financiële begroting hebben we als SGP-fractie kennisgenomen van het projectplan uitwerking ombuigingsscenario’s. De SGP is positief over hoe dit wordt vormgegeven en over de wijze waarop burgers en andere betrokkenen bij dit proces worden betrokken. Wat betreft de Programmabegroting hebben we op twee punten een kanttekening. 1. Allereerst de verhoging van de grafrechten. Die stijgen met 25%, we willen immers dat deze kostendekkend zijn.

Aan dat principe willen we niet tornen, wel aan de toerekening van kosten richting de grafrechten. Het toerekenen van kosten van onderhoud van oude delen van begraafplaatsen aan nieuwe begrafenissen vinden we als SGP niet terecht. Daarom dienen we met Burger Initiatief amendement 24-108 Grafrechten in om de verhoging van 25% te verlagen naar slechts de inflatiecorrectie en de dekking daarvoor te zoeken in de lopende begroting.’ De heer Kevelam vindt dat de SGP een punt heeft maar vraagt zich af of het punt zo dik is als het gezet wordt. Hij vraagt of het zo kan zijn dat er toch een verhoging wordt doorgevoerd, die dan wellicht iets lager uitvalt. Ook vraagt hij of men ervan kan uitgaan, nu de SGP de kosten ter discussie stelt, dat de SGP bij de volgende begrotingsvergadering instemt met het kostendekkend zijn. Weliswaar dan met een ander bedrag. In reactie op deze vragen leest de heer Top een volgende punt uit zijn bijdrage voor: ‘Tevens is ons verzoek aan het college om het komende jaar na te gaan hoe de kostenverdeling daadwerkelijk is en daar bij de programmabegroting van 2026 op terug te komen.’ 5

Zoals hij zojuist zei, tornt de SGP niet aan het principe van kostendekkendheid. Dus als het uitgezocht is en blijkt dat een verhoging nodig is, dan zal zijn fractie daarin meegaan. De heer Kevelam herinnert aan zijn eerste vraag. Hij kan zich bijna niet voorstellen dat er geen verhoging plaatsvindt met het oog op kostendekkendheid. Hij vraagt of de SGP kan leven met een wat mindere verhoging. De heer Top laat weten dat de SGP dit niet precies heeft uitgezocht. In het amendement wordt dit aan het college gevraagd. De fractie had ergens in het midden kunnen gaan zitten maar dat zou een schatting geweest zijn. Vandaar dat de SGP momenteel alleen de inflatiecorrectie wil toepassen en het college vraagt dit uit te zoeken, om dan volgende jaar met een duidelijk verhaal te komen. Als het amendement overeind gehouden kan worden door ergens in het midden uit te komen, dan kan daarnaar gekeken worden. Maar de SGP wil pas op de plaats maken en dit uitzoeken. De heer Mulder vindt het goed om te horen dat de SGP aan kostendekkendheid vasthoudt. Hij vraagt zich af of het college een schatting kan geven van wat het ongeveer is, de oude begrafenis. Dan kan de raad afwegen of het amendement misschien gehalveerd kan worden en vanaf daar verder kijken. De voorzitter constateert dat dit een vraag aan het college is. De heer Top kan zich de suggestie voorstellen.

De heer Wiesenekker merkt op dat de ChristenUnie het ook een stevige verhoging vindt. De SGP heeft hierover een amendement ingediend. Er zouden technische vragen gesteld kunnen worden over het onderwerp, dat is nog niet gebeurd. Wellicht kan het college de vraag beantwoorden. Bij oude grafrechten wordt op enig moment de keuze voorgelegd om die wel of niet te verlengen. Bij het verlengen van het oude grafrecht zou hij het nieuwe tarief willen hanteren. Hij vraagt of de heer Top weet of dit gebeurt en wat de SGP hiervan zou vinden. De heer Top is hier niet van op de hoogte. Hij kan zich die aanpak voorstellen. De heer Wiesenekker stelt dat het een vraag is die aan het college gesteld zal worden. De heer Top stemt hiermee in. De heer Top vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: 2. ‘Het tweede punt betreft de stijging van de OZB voor de komende vier jaar met 2,5% per jaar. Afgelopen juli hebben we ingestemd met deze verhoging. Echter sinds die tijd hebben we diverse financiële meevallers gezien, zoals een goed resultaat over 2023 en extra uitkeringen via circulaires. Maar er kunnen ook tegenvallers komen.

Daarom willen we het college via motie 24-109 Herziening OZB-verhoging vragen om bij de programmabegroting 2026, als de uitkomst van de bezuinigingsronde bekend is, de OZB-verhoging voor de drie jaren na 2025 te herzien.’ De heer De Vries wijst erop dat in de motie staat ‘verzoekt het college te bezien’, of het ‘zou kunnen’, ‘rekening te houden met’. Hij vraagt naar de mening van de SGP als het gaat om de OZB. De heer Top antwoordt dat bij de afgelopen Kadernota bezuinigingsopgaven en een lastenverhoging te zien zijn. Met dat samenstel kan zijn fractie instemmen. Als er meevallers zijn, moet nagegaan worden of men de burger hiervan kan laten meeprofiteren. Hij zegt dit ook richting de heer Mulder, die sprak over onderwerpen die ook in de motie aan de orde komen - die Pro’98 en CDA hebben ondertekend - maar er moet niet op vooruitgelopen worden omdat de bezuinigingsronde nog moet komen en omdat er tegenvallers kunnen komen. Voorzichtig financieel degelijk beleid is nodig, waarbij eerst wordt bezien wat de bezuinigingsronde oplevert en wat er vanuit Den Haag op de gemeente afkomt. In het najaar van 2025 wordt dit dan opnieuw bezien. De heer De Vries vraagt dit omdat al twee jaar geleden vanuit de raad de oproep aan het college is gedaan om met scenario’s voor OZB-verhogingen te komen. Dat zou een mogelijkheid kunnen zijn.

Toen stelde de SGP dat dit totaal niet bespreekbaar was, dat de gemeente dat niet ging doen, dat het niet nodig was. Bij de bespreking van de afgelopen Kadernota is ook hierover gesproken en toen was de reactie: per definitie eerst vier jaar lang de OZB-verhoging en daarna spreekt men wel een keer 6

over bezuinigingen. Nu zegt de heer Top dat het in zijn totaliteit bekeken moet worden, dat bekeken moet worden wat er vanuit het Rijk komt, wat er vanuit de bezuinigingen komt en daarna wat met de OZB gedaan gaat worden. Dit voelt wat zwalkend. Hij vraagt waar de heer Top zelf voor staat. De heer Top meent dat de heer De Vries een verkeerde voorstelling van zaken heeft. Juist bij de Kadernota heeft de SGP gezegd voor lastenverhoging te kiezen maar in combinatie met de opgave van bezuinigingen. Toen hem werd gevraagd wat moest worden gedaan als dit niet lukt, heeft hij gezegd dat hij het college eraan zou houden. Niets zwalkends dus, maar een totaalpakket van bezuinigingen en lastenverhoging zodat de gemeente op die manier financieel op een goede manier de toekomst in kan gaan. De heer De Vries memoreert dat de SGP bij de Kadernota heeft geaccepteerd dat de OZB verhoogd werd en dat dit uitgewerkt zou worden in de begroting. Hij hoort momenteel een ander verhaal. Dat is jammer omdat dit gesprek juist bij de Kadernota gevoerd werd. Het CDA kwam toen met een amendement om de OZB nog niet te verhogen en te wachten op wat er uit de bezuinigingen zou komen. Mogelijk geeft ook de septembercirculaire, spreker komt hier later op terug, een heel ander beeld. Het was mooier geweest om dat bij de Kadernota aan te passen zodat er een duidelijk verhaal is, ook richting de inwoners.

Hij betreurt dit. De heer Top vindt dit een vorm van jij-bakken. Hij zou een ander verhaal hebben dan in juli en dat is niet het geval. Na juli was er een aantal meevallers in financiële zin en daarop wordt geanticipeerd, maar wel op een voorzichtige manier. De heer Bos vraagt of hij het goed leest: voor het komend jaar, de begroting 2025, gaat de OZB met 2,5% omhoog. Daarna wordt dit in het vage gelaten, afhankelijk van de cijfers. Hij vraagt zich af waarom de 2,5% niet duidelijk ingediend wordt en gezegd wordt dat volgend jaar bij de begroting wordt bekeken wat nodig is. De heer Top weet het eigenlijk niet. Spreker begrijpt dat. De heer Top stelt dat dit in principe is wat de SGP vraagt. Volgend jaar 2,5%, daar wil de fractie deze avond niet aan tornen. Voor de jaren erna wordt het tussen de 0 en 2,5%. Volgens de heer Mulder is dit niet duidelijk en weet men niet wat ermee gaat gebeuren. Pro’98 heeft het amendement medeondertekend omdat de fractie er niet van overtuigd is dat het volgend jaar nodig is. Vanaf 2026 is het anders, dan komt er een pakket van behoorlijk zure bezuinigingen. Het is voor hem wat apart dat er voor volgend jaar positief wordt afgesloten en dat de heer Top zegt dat dit nodig is. Juist op het moment dat er een pakket met zware bezuinigingen aankomt, zegt de heer Top dat hij niet weet of hij dan de OZB wil verhogen.

Dat betekent dat hij eigenlijk voorsorteert op meer bezuinigen en minder lastenverhoging. De heer Top wijst erop dat in de motie staat dat de SGP bij de bezuinigingsronde uitgaat van een bedrag van €3 miljoen. Meer bezuinigingen is momenteel niet aan de orde. Als de komende twaalf maanden mocht blijken dat er meer financiële meevallers zijn, dan is het goed om de burger daarvan te laten profiteren. Het is goed om te zien dat de OZB niet alleen verhoogd wordt voor de lopende begroting, maar om te sparen voor de grote voorzieningen die nodig zijn voor de groei van de gemeente. De heer Mulder meent dat die ruimte gemist wordt als de OZB niet méér verhoogd wordt. Met dit deel worden structurele lasten gedekt. Maar als de OZB vanaf 2026 niet verhoogd wordt, dan betekent dit dat er ook geen bezuinigingen, die de meest kwetsbaren raken, mee voorkomen worden. Hij geeft de SGP mee om na te denken over of de fractie de OZB echt niet wil verhogen, want dat zou betekenen dat er harde maatregelen nodig zijn vanaf 2026. De heer Top antwoordt dat hij de oproep gehoord heeft. De heer Top vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Vervolgens de alternatieve begroting van de VVD. Als SGP waarderen we dit initiatief. Ook kunnen we op hoofdlijnen de speerpunten van de VVD volgen: wonen, bereikbaarheid en veiligheid.

Echter bij de invulling van de diverse punten en het wegstrepen van beleidstoevoegingen mist veelal de onderbouwing. Vooral storend vinden we het dat in het document misleidende teksten worden 7

gebruikt. Zo wordt bijvoorbeeld de suggestie gewekt dat er in het geheel geen OZB-verhoging wordt toegepast en bovendien dat het college alleen belastingverhoging toepast en niet ook bezuinigt. Beide zaken kloppen niet. De SGP zal tegen de tegenbegroting stemmen. Vervolgens enkele inhoudelijke opmerkingen. a. Het probleem van de netcongestie hangt nog steeds als een donkere wolk boven ons. Als SGP hebben we samen met de ambtelijke organisatie een raadstafel hierover georganiseerd, dank voor de deelname door de andere partijen. In dit vraagstuk moeten partijen het samen doen. Gelukkig weten Liander en onze gemeente elkaar steeds beter te vinden. Als SGP willen we het college aanmoedigen om blijvend proactief aan de slag te gaan. Hierbij kan gedacht worden aan oplossingen zoals het zogenaamde netbewust bouwen. Graag een reactie van het college op dit punt. b. De financiën in de jeugdzorg blijven een voortdurend punt van aandacht. Ondanks dat het aantal jongeren in zorginstellingen afneemt, blijven de kosten stijgen. Er wordt gewerkt aan de lokale Hervormingsagenda Jeugd. Laat het daar niet bij analyse blijven maar laat er daadwerkelijk worden gezocht naar concrete oplossingen. De SGP wil dat de gemeenteraad actief wordt betrokken bij oplossingen die in de Hervormingsagenda worden voorgesteld. Graag een toezegging van het college op dit vlak. c.

De SGP wil expliciet aandacht vragen voor schuldhulpverlening. Niet alleen moet er aandacht zijn voor het helpen van burgers met structurele schulden, bijvoorbeeld door middel van bewindvoering, er dient ook preventieve hulp te worden geboden om schulden te voorkomen, denk aan SchuldHulpMaatje. Samenwerking met allerlei maatschappelijke organisaties, zoals kerken en welzijnsorganisaties, is daarbij nodig. De SGP wil dat dit soort initiatieven breder onder de aandacht worden gebracht bij de inwoners en wil ook aandacht voor schuldhulpverlening in het programma Bestaanszekerheid. Graag een reactie van het college op dit punt. d. De SGP ziet uit naar de Woonzorgvisie. Ouderen moeten langer zelfstandig thuis wonen. Dat kan alleen als er woningen zijn waar wonen en zorg worden gecombineerd. In de Woonzorgvisie moet wat de SGP betreft aandacht zijn voor zowel de fysieke als de sociale component. Zorgen voor elkaar en out-of-the-box denken is nodig om een bijdrage te leveren aan een goede, gezonde levensavond voor onze ouderen. Ook hierbij: niet alleen analyse, maar ook concrete oplossingen. Graag een reactie van het college. Voorzitter, u kent de SGP als een partij die principes koppelt aan praktisch handelen. Die principes zijn gebaseerd op de Bijbel, het Woord van God. Daarin vinden we onder andere de Tien geboden, voor ons als SGP uitgangspunt van ons handelen.

Ter onderstreping daarvan noem ik enkele woorden uit het Bijbelboek Deuteronomium: ‘Deze woorden (namelijk de Tien geboden) die ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn. En u zult daarvan spreken, als u in uw huis zit, en als u op den weg gaat, en als u nederligt, en als u opstaat.’ Kortom, altijd en overal. Daarom zijn we er dankbaar voor dat het ambtsgebed onderdeel is gebleven van de raadsvergadering. Daarom waren we pijnlijk getroffen toen bleek dat de musical 40-45 onze gemeente zou aandoen, vooral omdat dit evenement ook op zondag plaatsvindt. We zullen blijvend de Tien geboden als ons uitgangspunt zien, ook voor de toekomende tijd. Praktisch handelen van de SGP, dat hebben we ook gezien toen we bij de bespreking van de Kadernota met een motie zijn gekomen om hulp te bieden waar dat nodig is wat relatietherapie betreft. Deze motie is gelukkig aangenomen en we zien uit naar de afhandeling ervan door het college. Een mooie onderstreping van het verhaal vinden we in het blad Blvd waar we het verhaal zien van Rick en Feikje over relatietherapie. Zo zien we hoe positief dit kan werken. Voordat ik ga afronden een aantal specifieke aspecten. - We zitten nu in de Week van het Leven. De SGP ziet in de begroting aandacht voor mensen van alle leeftijden. Wij ondersteunen de hiermee gemoeide activiteiten van harte. Het leven is ons door God geschonken.

Daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Helaas zien we in ons land een toenemend aantal abortussen, vorig jaar maar liefst ruim 39.000. Een aantal ter

8

grootte van het inwoneraantal van het dorp Barneveld en nog iets meer. We kunnen dit als SGP niet ongenoemd laten. - Vorig jaar, een maand na 7 oktober, hebben we hier het groeiende antisemitisme aan de orde gesteld. Nu, een jaar later, is dat alleen maar meer geworden. Denk alleen al aan de gebeurtenissen van de afgelopen dagen in Amsterdam. Laten we dit met elkaar blijvend benoemen. - Het gebruik van drugs mag nooit normaal worden gevonden. Daarom zijn we blij met de stevige inzet op dit thema van de burgemeester, de betrokken ambtenaren en de politie. Ik ga afsluiten. We wensen als SGP-fractie ons als gemeenteraad, het college, de ambtenaren en alle inwoners van onze gemeente Gods zegen toe in de komende periode. Dank u.’ De heer De Vries voert het woord in eerste termijn namens de fractie van het CDA: ‘Voorzitter, De een-na-laatste begroting van deze bestuursperiode. De afgelopen besprekingen van kadernota’s en begrotingen waren niet zonder horten of stoten. In de gemeenteraad en bij het college heerste er achteraf vaak een ontevreden gevoel. Verwachtingen waren anders, strategieën niet vergelijkbaar, de bestuurlijke opvattingen verschillend. Over inhoud ging het een stuk minder. Het lukt onvoldoende om de inhoudelijke lijnen van deze bestuursperiode te ontwaren dan wel te bediscussiëren. Als CDA hebben we al vaak onze zorgen hierover geuit.

Die zorgen hebben we nog steeds. De afgelopen weken is er echter met de motie van wantrouwen ook het nodige gebeurd en hopelijk ontstaan. We willen dat besef ook even de tijd geven en volgens ons is ons standpunt daarin wel duidelijk. Het CDA verkeert nu tussen aan de ene kant de hoop dat het gaat veranderen en aan de andere kant de mogelijkheid dat een verschil van inzicht blijft. Wat op inhoud wel vaak werd bediscussieerd de afgelopen jaren was de OZB-verhoging. Wat er nu voorligt is een tien procent verhoging in vier jaar tijd, bovenop de inflatiecorrectie. Dat is eigenlijk één van de belangrijkste besluiten in deze begroting. In grote lijn is het een OZB-verhoging en andere belastingverhogingen, met daarnaast beleidstoevoegingen op het gebied van personeel. Als CDA leek het ons wel interessant om als inwoner een reis te maken door deze begroting, vooral gericht op wat hij of zij belangrijk vindt. Ik sluit overigens niet uit dat deze inwoner natuurlijk CDA stemt, maar dat even terzijde. Ook lichten we als CDA een aantal moties en een amendement toe. Initiatieven vanuit de raad, zoals u van ons gewend bent. Een OZB-verhoging is natuurlijk niet wat je wilt, maar als inwoner ben je ook gefocust op de zaken die je in het dagelijks leven tegenkomt. Dingen die goed geregeld zijn, plezier geven, oplossingen bieden, het leven aangenaam maken.

Voor deze inwoner is dat al op het moment dat hij de deur uitloopt. Een kindvriendelijke wijk met een speeltuin die door de wijk zelf is bedacht. De eigenheid van het dorp waarin je woont. Natuurlijk woon je in de gemeente Barneveld, maar als ze op vakantie vragen waar je woont, noem je toch je eigen dorp, zoals Voorthuizen of Garderen. Bij dat dorp hoort ook een dorpshuis, waar feestjes van dorpsgenoten worden gegeven, maar ook vooral ruimte is voor tal van verenigingen of initiatieven om te oefenen, vergaderen of andere activiteiten. Het zijn toekomstbestendige dorpshuizen die vooral maatschappelijk relevant en minder commercieel hoeven te zijn. Op weg naar het werk zijn goede wegen natuurlijk van belang. Duidelijkheid over de rondweg wil onze inwoner wel graag. Dat geschuif met jaren moet maar eens afgelopen zijn. Wat nu precies de status is en wat de precieze plannen zijn, is voor hem nog onbekend. De rondweg helpt natuurlijk enorm, maar ook de aanpak van de aansluiting op de A30 zou een hoop schelen. Als CDA dienen we dan ook motie 24-105 Aansluiting A30 en motie 24-106 Rondweg in om deze twee grote projecten naar voren te halen. Begin op korte termijn met de planvorming en geef tempo aan het geheel. Trouwens, aan de drukte rondom ontsluitingswegen begint onze inwoner zich ook te ergeren.

Zijn daar geen oplossingen voor? Als er in ieder geval maar eenduidigheid is bij oversteken en weginrichtingen.‘

9

De heer Kevelam gaat in op motie 24-106 Rondweg. Daarin wordt gesuggereerd dat, als men er meer geld in pompt, het sneller gaat. Spreker kan dat niet terugvinden en vraagt op welke manier meer geld de rondweg dichterbij brengt. Volgens de heer De Vries is dat niet wat de motie zegt. De motie stelt dat snel begonnen moet worden en dat de planvorming eerder in de tijd, op korte termijn, geregeld moet worden. Er wordt over dekking en overwegingen gesproken, er wordt technisch uitgelegd hoe dat qua reserves geregeld kan worden. De heer Kevelam vraagt of dit niet is wat iedereen al langer wil. Als de inhoud van de motie is dat wat iedereen al wil, dan weet hij niet of Lokaal Belang de motie zal steunen. De heer De Vries licht toe dat de raad in de motie een doelstelling qua tijd uitspreekt en die opdracht meegeeft aan het college. De heer Wiesenekker concludeert dat de door de heer De Vries beschreven inwoner op de fiets in Barneveld naar het werk gaat. Er zijn ook inwoners die buiten Barneveld werken, spreker hoopt dat zij daar met het openbaar vervoer naar toe gaan maar sommigen reizen per auto. Zij naderen dan het knooppunt A1/A30. Hij verwijst naar het persbericht van die dag, er is door het Rijk veel geld beschikbaar gesteld om daar te interveniëren, om Barneveld Zuid daarbij ook aan te pakken. Hij vraagt hoe de heer De Vries de motie ziet in het licht van die ontwikkelingen.

Er zit veel snelheid op. De heer De Vries hoort graag het beeld van het college. Zijn fractie is van mening dat het sneller kan, dat planvorming eerder kan plaatsvinden. Van het persbericht las hij alleen de titel. De heer Wiesenekker nodigt hem uit het bericht vooral te lezen, het lijkt fantastisch nieuws dat ook motie 24-105 raakt. De heer De Vries zegt toe het bericht te gaan lezen. De heer De Vries vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Bij het wegbrengen van de kinderen vraagt onze inwoner zich wel af hoe in de toekomst wordt omgegaan met onze scholen. Er zou een groter huisvestingsplan worden gemaakt, maar dat heeft het nodige uitstel gekregen. Als dat dan maar niet betekent dat al het beleid rondom scholen en bijvoorbeeld capaciteitsproblemen bij scholen op de lange baan worden geschoven. Als er maar actie is, als er maar beweging is. Over beweging en jongeren gesproken. Misschien is dat nog wel één van de belangrijkste uitdagingen in deze tijd. En daar neem ik gelijk alle andere generaties bij mee. Als ouderen zeuren we vooral over die scheurende jongeren op die fatbikes en als jongeren kijken we vooral naar die luie ouderen in hun auto op weg naar hun bureaustoel. De gemeente heeft bij beweging natuurlijk een belangrijke rol en het zou mooi zijn om daar een extra impuls te zien.

In ieder geval lijken we het van het Rijk niet te hoeven verwachten, dat bezuinigt zelfs op sport, bewegen, cultuur en preventie. Schokkend en onbegrijpelijk. Maar ook dan hebben we als gemeente een verantwoordelijkheid, een grote verantwoordelijkheid. Daarom dienen we als CDA motie 24-107 Behoud voorzieningen Sport, Bewegen, Cultuur en Preventie in om, ondanks de aangekondigde bezuinigingen op sport, bewegen, cultuur en preventie, het huidige niveau minimaal in stand te houden.’ De heer Kevelam herinnert aan motie 24-86 van Lokaal Belang over alle bezuinigingen bij sport, cultuur en evenementen, ingediend op 10 juli 2024. Het CDA stemde toen tegen. Spreker ziet veel overeenkomsten. Er dreigt inmiddels een bezuiniging vanuit het Rijk te komen en dan meent het CDA dat de gemeente dit moet oplossen. Als het college deze onderwerpen in een lijst vermeldt, zegt het CDA het niet eens te zijn met de motie. Hij vraagt wat er is gebeurd in de afgelopen vier maanden bij het CDA dat het dit toch belangrijk is gaan vinden. Wat in de motie staat heeft een open einde: alles waarop het Rijk bezuinigt moet de gemeente oplossen. Lokaal Belang vindt dit onverantwoordelijk, hoewel de fractie meevoelt met het probleem. De heer De Vries benadrukt dat het CDA het onderwerp in juli ook belangrijk vond.

Toen ging het om de vraag welke door de raad voorgestelde bezuinigingen wel of niet meegenomen zouden worden. Het CDA was er voorstander van dat het college alle voorstellen mee zou nemen. Hier gaat het om 10

bezuinigingen vanuit het Rijk, het CDA is van mening dat de gemeente daar iets mee moet. Ook al is de impact ervan nog niet duidelijk, het is zo belangrijk dat het dit al wil adresseren. Als het Rijk dit gaat doen, gaat het Barneveld sterk raken en daar moet de raad al een uitspraak over doen. De heer Kevelam vraagt of hij de motie verkeerd gelezen heeft. Volgens hem staat er dat het probleem opgevangen moet worden en die vraag is te groot, er zit geen eind aan want men weet niet wat er nog meer gebeurt. Het is niet duidelijk wat de impact is en wat voor bedrag er voor staat. Het kan momenteel niet gevraagd worden. Het kan overigens ook zijn dat het hele verhaal de volgende dag weggestemd wordt. De heer De Vries meent dat het wel gevraagd kan worden omdat zijn fractie het zo belangrijk vindt. Het is een motie met de vraag of hier aandacht voor is. Het college kan het voor een groot gedeelte doen. Als het teveel wordt, komt het college vanzelf terug bij de raad. De heer Wiesenekker memoreert dat er eerder een debat is gevoerd rondom sport en het Schaffelaartheater. Hij heeft toen naar voren gebracht dat zijn fractie breedtesport belangrijk vindt. Het voorzieningenniveau moet daarvoor op orde zijn.

In de voorliggende begroting staat dat, wil men het voorzieningenniveau behouden, binnen het kader van ‘Verantwoord groeien’ een stuk bezuinigd moet worden zodat er minder kosten zijn, maar ook moeten er meer opbrengsten gegenereerd worden. Als het Rijk minder geld geeft en het CDA het voorzieningenniveau op peil wil houden, wil het CDA de OZB dan verder verhogen of wil het meer bezuinigen? De heer De Vries heeft daar momenteel geen idee over. De motie zegt dat de fractie het belangrijk vindt dat hier aandacht voor is en dat, ondanks dat het Rijk bezuinigt, hier zorg voor gedragen moet worden. In het totaalpakket kan hierover een afweging gemaakt worden. Er moet heel wat gebeuren wil het CDA dit onderwerp laten vallen. De heer Wiesenekker wijst erop dat in de eerste reactie van de heer De Vries de teneur anders is dan wat op papier staat. In de motie staat dat voor elke euro die het Rijk minder gaat betalen, gezorgd moet worden dat het geld er alsnog komt. Als hij dan geen richting aan kan geven of het meer OZB of meer bezuinigingen mag kosten, dan wordt het college met de rug tegen de muur gezet. Er zou voor een andere formulering gekozen kunnen worden, bijvoorbeeld dat men terughoudend moet zijn bij minimabeleid. Hij adviseert de heer De Vries om nog eens naar de formulering te kijken. Het lijkt de heer De Vries goed om met de ChristenUnie naar de formulering te kijken.

De heer Bos wijst erop dat de heer De Vries spreekt over een bezuiniging vanuit het Rijk. Het is echter een aanpassing van het btw-tarief van cultuur en sport, van 9% naar 21%. De kaartjes voor het theater worden wat duurder. Als spreker kijkt naar het totale plaatje. Een paar jaar geleden werd eenzelfde trucje uitgehaald als het ging om energiebelasting, die ging ook van 9% naar 21%. Toen heeft hij het CDA niet gehoord. Dat had een grotere impact op de burgers van Barneveld. Hij vraagt waarom de fractie nu dit geluid laat horen en indertijd niet. De heer De Vries licht toe dat niet op de btw-verhoging wordt gedoeld maar op het schrappen van bepaalde specifieke uitkeringen (spuks), waarop ook nog een korting zit van 10%. Het Rijk zegt dat administratief de 10% wordt gepakt, spreker vraagt zich af of dit zo is, maar uiteindelijk wordt dat doorberekend op het voorzieningenniveau of op sport of preventie in de gemeente. De energiebelasting is een ander onderwerp, die vraag kan hij niet echt beantwoorden. De heer De Vries vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘In het weekend is onze inwoner natuurlijk ook gericht op sport en cultuur. Het begint bij een sporthal in het eigen dorp. Hoe mooi is het om in je eigen omgeving te kunnen sporten. Barneveld en Voorthuizen zijn goed voorzien, maar Terbroek en Kootwijkerbroek wachten al heel lang.

Tot nu toe draait het vooral om gesprekken en processtapjes. Daar mag wel wat meer gemeentelijk enthousiasme bij. Als het even kan snuift onze inwoner ook wat cultuur op. De gemeente biedt van alles; culturele activiteiten, musea en natuurlijk een theater. Er is genoeg te doen, maar er is ook genoeg áán te 11

doen. Maar wat de plannen daarvoor zijn… de toneelgordijnen blijven nog dicht en de theaterspots uit. Zo heeft de inwoner al best wat onderwerpen uit de begroting genoemd. Maar financieel wordt een groot gedeelte van de begroting besteed aan het sociaal domein. Het onderdeel zorg is belangrijk in onze gemeente, voor onze ouderen, jeugd en hulpbehoevenden. We willen vanzelfsprekend dat de zorgcasussen dalen, maar het nieuwste beleid lijkt wel van wethouder Van Daalen. Onze inwoner heeft vertrouwen in het zorglandschap in de gemeente, maar er zijn vast en zeker verbeteringen mogelijk voor bijvoorbeeld meer zorg in de buurt en betaalbare jeugdzorg. In 2025 wordt de Hervormingsagenda Jeugd verder opgezet. We zien daar ook graag in terug hoe de rol van het gezin verder versterkt kan worden. Dan nog wonen en het landelijk gebied. De inwoner vindt dat heel belangrijk en ziet ook dat de gemeente veel doet om daar goede oplossingen voor te vinden. En dat is niet makkelijk. De opgave is enorm en we zien dat er goed werk wordt verzet. Het vraagt doorzetten, slijpen, schaken op veel verschillende borden. De inwoner wil er graag nog veel meer over zeggen, maar helaas is er een fractievoorzitter die zijn bijdrage wil afronden. Want toch nog even terug naar die OZB-verhoging voor de komende jaren.

Natuurlijk kun je het, zoals bepaalde raadsfracties doen, klein maken met een verhoging van ‘maar’ €15 per jaar. Vier jaar maakt €15 + €15 + €15 + €15. Is er dan wel voldoende gevoel bij de portemonnee van onze inwoner? Met de inflatiecorrectie er nog bovenop is het toch weer een extra kostenpost. Wat bij de bespreking van zo’n verhoging helpt, is dat in ieder geval duidelijk wordt gemaakt dat het echt noodzakelijk is. En dat ziet onze inwoner niet en het CDA toevallig ook niet. In de commissievergadering van een paar weken geleden hebben we hier vragen over gesteld. Vanuit het college en ook vanuit de SGP leek er ruimte te zijn. Mooi om in de nasleep van de motie van wantrouwen te kijken of we als raad de handen ineen konden slaan. We wilden hierin samenwerking en hebben uiteindelijk een dekkend verhaal gepresenteerd. Het is teleurstellend dat de SGP zonder overleg hier een zwakkere motie tegenover heeft gezet. Natuurlijk met steun van Lokaal Belang en de ChristenUnie, om toch een blok te vormen. Als dit de uitgestoken hand is, is er nog wel een weg te gaan.‘ De heer Top wijst erop dat een samenwerking altijd twee kanten heeft. De SGP krijgt te horen dat de fractie contact had moeten opnemen met het CDA. Beide fracties hebben contact gezocht en dat heeft niet geleid tot een gezamenlijk voorstel. Hij hoopt dat de heer De Vries een spiegel heeft en daar deze avond in kijkt.

Hij vraagt naar wat hij van dat voorstel vindt. De heer De Vries memoreert dat er contact is geweest na de commissievergadering. Het leek een onderwerp te zijn waarbij de fracties dichter bij elkaar konden komen. Het CDA heeft een voorstel gedeeld. De SGP bereidde ook een voorstel voor. Dat zag zijn fractie deze ochtend, met twee andere logo’s erboven. Het zou mooi zijn geweest als de fracties vanuit het amendement van het CDA en de motie van de SGP tot iets gezamenlijks waren gekomen. Inderdaad moet samenwerking van twee kanten komen, het kwam maar van één kant. De heer Top antwoordt dat dit inderdaad van de kant van de SGP kwam. Maandagochtend ontving hij een amendement zonder enige vorm van dekking. De dekking volgde pas dinsdagmiddag. Toen had zijn fractie inderdaad al het een en ander voorbereid waarvan spreker de heer De Vries telkens op de hoogte hield. Niet van de inhoud, maar dat deed de heer De Vries ook niet naar de SGP toe. Hij meent dat hier een gezamenlijke les uit getrokken moet worden en dat er de volgende keer inderdaad meer samen opgetrokken moet worden. De heer De Vries denkt dat het niet veel zin heeft om een feitenrelaas op te bouwen. Hij heeft geprobeerd uit te leggen hoe het is gegaan.

Het was mooi geweest als de fracties er gezamenlijk uit gekomen waren, het was mooi geweest als spreker de motie inhoudelijk had gezien als reactie op wat het CDA had voorgesteld en als daar iets gezamenlijks uit voort was gekomen. Maar als er plompverloren deze ochtend een motie komt van drie partijen die een duidelijke meerderheid hebben, dan ziet hij geen opening om vanuit het goede gesprek in de commissie met daden samen iets in de OZB te kunnen doen. 12

De heer Top benadrukt dat tussen de commissievergadering en de dag ervoor een week lag. In die week hadden beiden het initiatief kunnen nemen. Hij betrekt zichzelf daarin en hoopt dat de heer De Vries dat ook doet. De heer Top verwijst naar de krant van 19 oktober. De heer De Vries noemde zojuist het amendement om de OZB-verhoging de komende jaren niet te verhogen omdat er ruimte is. Eerder noemde hij dat er vanuit het Rijk mogelijk bezuinigingen op sport komen. Dat komt op de gemeente af en moet opgelost worden. Ondertussen gaat wel de OZB-verhoging naar beneden. Dat is met elkaar in tegenspraak. Maar het amendement valt terug op voorstellen uit het college. Nu zegt de heer De Vries in de krant van 19 oktober dat er financieel moeilijke tijden aan komen - we gaan wel de OZB-verhoging niet doen, maar dat staat er nog niet - maar dat het college maar niet met voorstellen komt. Hij vraagt wat de zin betekent. Het college doet een voorstel omtrent de OZB. Maar als het gaat om inhoudelijke voorstellen qua bezuinigingen heeft de heer De Vries geen idee wat het college gaat voorstellen. Er komen financieel moeilijke tijden en er komen maar geen inhoudelijke voorstellen waarop de raad kan reageren. De heer Top wijst erop dat die voorstellen in de Kadernota zaten. Ook wordt hier de komende periode verder invulling aan gegeven.

Hij wil ook wijzen op de woorden ‘Er is geen visie, geen koers’. Zojuist heeft spreker ongeveer dertig visiezaken genoemd die in de afgelopen tweeëneenhalf jaar naar voren zijn gekomen. Hij vraagt hoe de heer De Vries daarnaar kijkt. De heer De Vries vindt het prettig dat de heer Top zijn stukken goed leest. Als het gaat om visie, om inhoud, om de richting van het college: zijn fractie mist dit inderdaad. De heer Top noemde een lijst van voorstellen, kennelijk heeft hij het nodig om dit in de vergadering naar voren te brengen, wat misschien ook wat zegt. In die voorstellen zijn veel uitvoerende zaken, er zijn veel zaken die al lopen en zaken die ook wel vanuit de vorige periode uitgewerkt worden. Dit zijn allemaal dingen die nodig zijn. Maar het CDA richt zich op voorstellen, hij heeft al veel voorbeelden genoemd, waarbij het college - en uiteindelijk de raad en dat mist hij - richting kan geven. Het college kan zeggen welke kant het op wil, wat niet meer gedaan wordt ten opzichte van de vorige periode. De heer Top stelt dat er in de opsomming die hij deed wel degelijk veel nieuwe visievorming zat. Hij heeft dit opgesomd, niet om zichzelf te overtuigen, maar om onder andere het CDA en de heer De Vries ervan te overtuigen dat dit er wel degelijk is, in de openbaarheid. In tegenspraak tot wat er in de krant staat. Hij hoopt dat de krant dit hoort en noteert.

De heer De Vries vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Dan de inhoud van amendement 24-104 Schrappen OZB. We zagen al eerder niet de noodzaak van een OZB-verhoging. Dat was al zo, maar zeker nu de septembercirculaire positief uitvalt en de belastingopbrengsten hoger zijn dan aanvankelijk bedacht (door een motie die eerder is ingediend). Daarom stellen we voor om deze OZB-verhoging vooralsnog te schrappen. We dienen hier een amendement voor in, waarin we duidelijk inzichtelijk maken dat met de eerdergenoemde positieve ontwikkelingen en de begrotingsruimte het te dekken valt. Hij wijst op de laatste tabel en dankt het ambtelijk apparaat voor de hulp hierbij. We gaan liever eerst aan de slag met verdere bezuinigingen en andere maatregelen. Ik hoor de heer Top dat eigenlijk aangeven in zijn bijdrage dus ik verwacht ook de steun van de SGP. Ook de tegenbegroting van de VVD geeft hier goede voorstellen voor. Dank voor het vele werk. De impact van bijvoorbeeld de bezuinigingen op het huis gaan ons echter te ver, waardoor we er niet mee in kunnen stemmen. Afsluitend: als inwoner, als CDA, hebben we de nodige belangrijke thema’s naar voren gebracht. En het is een gemiste kans dat we maar zo weinig op beleidsniveau hierover praten in de gemeenteraad.

We hebben ons als CDA voorgenomen om, zoals bij de start van onze bijdrage aangegeven, niet nogmaals aan te geven waar het volgens ons aan schort. Door de interrupties heb ik er helaas wel wat over gezegd. We denken dat die boodschap al wel is aangekomen. En we verkeren als CDA nu tussen aan de ene kant de hoop dat dat verandert en aan de andere kant de mogelijkheid dat er een

13

verschil van inzicht blijft. Als CDA werken we graag mee aan het welzijn van onze inwoner en de versterking van onze samenleving. Dank u.’ De voorzitter wijst erop dat amendementen 24-108 en 24-104 onderdeel uitmaken van de beraadslaging. Dit geldt ook voor moties 24-105, 24-106, 24-107 en 24-109. De heer Kevelam voert het woord in eerste termijn namens de fractie van Lokaal Belang: ‘Voorzitter, De begroting van 2025 ligt ter goedkeuring op tafel. We zien een rapport dat, om een langjarig positieve begroting te houden, keuzes vraagt. Vooralsnog springt het meest in het oog dat er een extra verhoging van de OZB, de forenzenbelasting en de toeristenbelasting wordt gevraagd. Waar met name de laatste twee al lange tijd achterliepen bij wat gebruikelijk is in onze omgeving en dus is wat ons betreft de verhoging logisch, komen we bij de OZB-verhoging meer op het standpunt ‘vooruit, als het echt niet anders kan’. Maar hoe bepaal je of het college wel daadwerkelijk alle andere wegen heeft bewandeld en uitputtend heeft gezocht naar alternatieven? Met deze vraag in het achterhoofd las ik een krantenartikel uit het Algemeen Dagblad van 31 oktober, twee weken geleden. De kop luidt: ‘Wethouders zijn beleid van het kabinet helemaal zat, actiebereidheid groeit’.

Enkele quotes uit het artikel: ‘Met steeds minder budget moeten we steeds meer doen’ en ‘Omdat gemeenten de verplichte taken moeten blijven uitvoeren moeten ze dus bezuinigen op andere dingen’. En zo gaat het een tijdje door, waarbij de algehele teneur is dat de landelijke overheid alles over de schutting gooit maar zonder geld. Het bekende ‘wel taken geen knaken’. De klacht komt niet zomaar ergens vandaan, het is de landelijke Wethoudersvereniging die deze klacht uit. Als je de begroting 2025 van Barneveld in dat licht beziet, zien we hier een fraai stukje financiële degelijkheid. Die financiële degelijkheid is misschien nog wel meer zichtbaar in de monitor van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Barneveld krijgt hier een 9 als rapportcijfer. Ik scoorde weleens lager in mijn schooltijd, zal ik maar zeggen. Een 9, een prachtig cijfer. Maar dan nog even de vraag voor de echte perfectionisten onder ons: hoe had dat een 10 kunnen zijn? Nou, daar komt hij: de netto lasten per inwoner zijn, naar het oordeel van de VNG, aan de lage kant. Dat was precies de bevestiging waar Lokaal Belang naar op zoek was. Een gezaghebbende club die gewoon zegt: jullie doen het geweldig zonder dat je de burger te veel belast. Is er dan niets om ons zorgen over te maken? Oh zeker.

Wij vinden de jeugdzorg in haar huidige vorm een financieel risico voor de toekomst, maar weten zo één twee drie ook niet hoe dit beter zou moeten. Daarom tekenen we graag mee met de motie die de ChristenUnie later deze avond in zal dienen, waarin er in ieder geval onderzocht wordt hoe het moet. Een ander punt van zorg zit hem in het gevoel van niet of onvoldoende handhaving op diverse punten in onze samenleving. Heel actueel, wat ons betreft. Hoe zorgen we ervoor dat de gebruiksaanwijzing bij hoe wij met elkaar omgaan gelezen wordt en nageleefd? Voor een belangrijk deel liggen hier punten bij de OddV, is onze stellige overtuiging. Wij vonden een motie rondom OddV bij deze begrotingsvergadering niet zo passen. We verwachten binnenkort wel een haakje aan te treffen in later te ontvangen stukken waar we onze zorg op dit punt kunnen uiten en naar verwachting een motie in zullen dienen. Wel een motie rondom de capaciteit van boa’s. Niet omdat zij hun werk niet goed zouden doen, integendeel zou ik willen zeggen. Maar waar we in het begin van het jaar een zeer goed resultaat zagen met bijvoorbeeld het niet fietsen in het centrum na 12 uur ’s middags, krijgen we nu erg veel signalen dat deze trend weer keert. Ik las op een bord vanochtend de leus: een bekeuring is duur, dus niet fietsen na twaalf uur.

Ik begrijp ondertussen dat sommigen er de zinnen ‘Maar gaan we het nog beleven, dat er ooit een bon wordt uitgeschreven’ in gedachten achteraan zeggen. Niet helemaal terecht overigens, want die bonnen zijn er wel. Maar wat ons betreft zou het af en toe wel even wat duidelijker mogen. Het signaal is duidelijk. En zo zijn er meer van die overtredingen, weliswaar in de afdeling klein leed, maar uitzonderlijk ergerlijk.’ 14

De heer Mulder vraagt of Lokaal Belang constateert dat er een gevoel is van ‘wel controleren maar niet bekeuren’. Hij hoort graag of de fractie van mening is dat dit wel of niet zo is. Met ‘een gevoel’ kan hij niet veel. De heer Kevelam licht toe dat dit precies de reden is waarom de fractie in motie 24-110 Boa inzet en handhaving bij kleine vergrijpen vraagt aan het college om onderweg naar de kadernota volle inzet te plegen en te kijken of er een capaciteitstekort is, of dit gevoel klopt. Hij constateert dat Pro’98 en Lokaal Belang het 100% met elkaar eens zijn. De heer Mulder wil meegeven dat de wortel soms beter werkt dan de stok. Als een boa verder geen begrip toont voor wat er af en toe gebeurt en alleen maar bonnen uitschrijft, werkt dat averechts. Hij is benieuwd naar het advies van het college op de motie. De heer Kevelam zegt niet zeker te zijn dat hij de wortel kent in dit voorbeeld. Ook in de motie wordt duidelijk gesproken over het niet willen zijn van een politiestaat: hij wil duidelijk stellen dat zijn fractie absoluut niet op zoek is naar een ’met alleen maar bonnen zwaaiende boa’. De heer Kevelam vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘De beslissing om wel of geen bon uit te schrijven is overigens wat ons betreft altijd aan de man of vrouw op de plek aanwezig, dit sluit aan bij de opmerking van de heer Mulder.

Daarover geen enkele discussie, maar misschien is de onderliggende vraag wel: is hij vaak genoeg aanwezig op de plek waar het misgaat? Omdat de portefeuillehouder sprak over voldoende capaciteit om de IVP-prioriteiten te halen, maar ook zei dat hij heeft te kiezen in schaarste, vragen wij in motie 24-110 Boa inzet en handhaving bij kleine vergrijpen om vanaf nu tot de kadernota een analyse te maken en vervolgens deze analyse aan de raad te rapporteren. Wat moet er dan geanalyseerd worden? 1. Zijn er vaak incidenten/overtredingen waar we niet (op tijd) bij kunnen zijn? 2. Is dit op te lossen met een vergroting van de capaciteit? Het is absoluut niet de bedoeling dat wij in de komende tijd één boa opofferen om een soort secretaris te worden van deze analyse. Absoluut niet. Ze moeten gewoon hun werk blijven doen en voor zichzelf bepalen of er een capaciteitstekort is of niet. Het is ons niet duidelijk, er is een discrepantie tussen wat wij aan de ene en aan de andere kant horen. Wij zouden graag duidelijkheid krijgen. Vervolgens het onderwerp erfgoedbeleid. Wij hadden graag op een eerder moment de plannen rond het erfgoedbeleid ingebracht om deze zo een plaats te geven in de integrale cultuurvisie. Dit lukte niet omdat dit punt van de vergadering werd gehaald door meerdere fracties. Het had wat ons betreft maatschappelijke onrust kunnen schelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=2782fb2c-6205-485f-aa03-15b3c536e1b8