CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen raadsvergadering Barneveld 10 juli 2024

Gemeenteraad 10 juli 2024, gemeente Barneveld42.417 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Maar de gemeente zit ook nog met het kruispunt bij het hulpverleningscentrum, waar een cofinanciering plaats moet vinden. De heer Evers zal dat ook belangrijk vinden. Daarmee sluiten de meningen aan: de rondweg is heel belangrijk en de kruising bij het hulpverleningscentrum is heel belangrijk. Hiermee heeft hij antwoord gegeven op de vraag waarom men zich in de reservering zou beperken tot de Oostelijke Rondweg. Er zijn een paar dingen die enorm grote consequenties hebben. Die moeten zeer beperkt zijn, dat is hij eens met de heer Evers. De heer Evers is het hiermee eens. Het lijstje mag voor hem nog beperkter zijn, men kan zich richten op de infrastructuur. Een groeiend Barneveld zonder een goede infrastructuur gaat niet werken. Daarom stelt de VVD ook voor, dat wilde hij in zijn bijdrage zeggen, om er een apart potje voor te maken met een bestemming. Hij vraagt of het niet een beter idee is om eerst de infrastructuur te nemen, het bouwen gebeurt sowieso. De heer Kevelam meent dat de beperking vrijwel geheel in de infrastructuur zit. Hij zal later reageren op de voorstellen van de VVD. De meningen van de fracties liggen niet zover uiteen, volgens hem. Lokaal Belang, het verleden heeft dat geleerd, is wel van mening dat te beperkt labelen in de toekomst een probleem kan geven.

De heer Bos reageert op het onderwerp Oostelijke Rondweg en op de woorden die de heer Kevelam gebruikte: ‘het vorige college’, ‘het potje gesloopt’. Maar Lokaal Belang stemde daar wel mee in. Hij adviseert hem om zijn woorden zorgvuldiger te kiezen. 15

De heer Top reageert op de opmerking van de heer Korevaar. De Oostelijke Rondweg staat wel degelijk in de Kadernota, op pagina 10, kopje 2, Verantwoord groeien, majeure investeringen, bereikbaarheid waaronder rondweg Oost. In de samenhang staat het dus wel degelijk in de Kadernota. De heer Korevaar concludeert dat de heer Top uit de investeringen citeert. Daar vinden de fracties elkaar. Er wordt blijkbaar geld hiervoor apart gezet. Het gaat hem er echter om dat hij graag wil lezen wanneer de gemeente gaat beginnen met beleidsvorming ten aanzien van de Oostelijke Rondweg. Hij heeft gelezen dat dat pas kan als de Omgevingsvisie er ligt. Dat is ergens in 2025. Als men met elkaar kan afspreken dat de koppeling met de Omgevingsvisie wordt losgelaten, dan is dat een politiek interessant punt. Als men met elkaar constateert dat er prioriteit gegeven moet worden aan de Oostelijke Rondweg, dan moet de koppeling losgelaten worden. De heer Top zegt te hebben begrepen van het college dat de koppeling er wel degelijk is en dat de Omgevingsvisie, inclusief de plannen over de Oostelijke Rondweg, in het eerste kwartaal van 2025 gaat komen. Misschien kunnen de fracties gezamenlijk het college vragen om dat te bevestigen. De heer Korevaar constateert dat dit de volgordelijkheid der dingen betreft. De SGP laat de volgordelijkheid ook los als het gaat om de OZB.

Misschien kan de SGP de volgordelijkheid als het gaat om de Oostelijke Rondweg ook loslaten en zeggen die zo belangrijk te vinden, dat er niet langer op de voorbereiding ervan gewacht te worden. Dat die alvast op de rit wordt gezet. Dan kan men vervolgens zien hoe dit een plek krijgt in de Omgevingsvisie en is men niet alleen bezig met de financiële voorbereiding op de Oostelijke Rondweg maar ook beleidsmatig. Op die energie hoopt hij. De heer Top antwoordt dat de SGP het verstandig vindt om de Oostelijke Rondweg en de Omgevingsvisie aan elkaar te koppelen. Daartussen zit wel degelijk een uitvoerende en beleidsmatige koppeling. Hij vraagt de voorzitter om deze vraag aan het college te stellen, mede namens de heer Korevaar. De voorzitter zegt kennis te hebben genomen van de vraag. In de termijn van het college zal de vraag terugkomen. De heer Kevelam vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Als je voor een half miljard aan plannen op de plank legt, ligt die plank vol. Dit vraagt van een opvolgend college om de daad bij het woord te voegen. Dat doet dit college. Daarnaast liggen er voldoende nieuwe initiatieven in het vooruitzicht. Ik zou in dit kader zeker het Bomenbeleidsplan en de Cultuurvisie willen noemen. Waarom lijkt dit college nu pas echt op stoom te komen, zou een logische vraag kunnen zijn.

Nou, voordat je gaat varen is het goed om te kijken of de boot niet lek is en je motor het doet. Zo ook hier. Alle plannen die er lagen zijn op een rij gezet in het Meerjaren Investeringsplan zodat die in tijd, betaalbaarheid en capaciteit beoordeeld en daarna uitgevoerd kunnen worden. Naast deze exercitie moest er een grootscheepse reorganisatie van het ambtenarenapparaat plaatsvinden en is er ook op de afdeling Financiën een aardverschuiving geweest, waarbij het veranderen van de rapportagestructuur maar zeker ook de nieuwe werkwijze ‘realistisch begroten’ Lokaal Belang het volste vertrouwen geven dat dit college hierdoor grip heeft op de materie. Dus onder andere deze broodnodige verbeterslagen zorgen ervoor dat het fundament er ligt waarop we de plannen zoals beschreven in de Kadernota, van harte kunnen ondersteunen. Plannen waarvan wij verwachten dat deze daadwerkelijk tot uitvoer worden gebracht. Daarnaast zien we dat het college breed kijkt naar zowel kostenverlagingen als opbrengstverhoging. Nadrukkelijk bij de organisatie zelf, maar ook bij de samenleving. Dit om te kunnen investeren in noodzakelijke voorzieningen. De gemeente geeft het dus terug aan de samenleving door zaken als scholen, wegen, groen te betalen. Wel hebben we hierbij nog de nodige aanvullingen, die zullen wij indienen middels moties.

Het maakt de samenleving volgens Lokaal Belang nóg een beetje mooier en kansrijker. Daarnaast zullen wij ook

16

zeer goed luisteren naar de moties en amendementen van andere fracties en Lid Bos, goede ideeën kunnen op onze steun rekenen.’ De heer De Vries komt terug op de opmerking dat geld gehaald wordt in de samenleving. Dat geldt volgens hem ook voor de OZB. Hij vraagt of de heer Kevelam nog terugkomt op de OZB-verhoging. De heer Kevelam komt hier niet op terug. De heer De Vries merkt op dat de heer Kevelam een paar keer teruggekeken heeft naar de vorige periode, naar wat bij colleges verkeerd ging of wat met het huidige college beter gaat. In de vorige periode ging het ook over OZB-verhoging op niet-woningen, daarover is gediscussieerd in de raad. Toen diende Lokaal Belang een amendement in om dat te schrappen. Daarin stonden onder andere de argumenten dat financiële maatregelen als belastingverhogingen thuishoren in de begrotingsvergadering, dat het college blijkbaar niet bereid was om eerst in eigen vlees te snijden en eerst andere dingen te doen en dat inwoners en ondernemers in Barneveld geen sluitposten mogen zijn van de begroting van de gemeente Barneveld. Hij hoort graag hoe de heer Kevelam hierop reflecteert nu hij voorstander is van een OZB-verhoging. De heer Kevelam zou de oude motie zomaar weer kunnen indienen. Met name de genoemde tweede en derde bullet. Hij vraagt de heer De Vries de punten te herhalen.

De heer De Vries herhaalt het tweede punt: ‘het college blijkbaar niet bereid is om eerst in eigen vlees te snijden door middel van bezuinigingsmaatregelen of het schrappen/uitstellen van niet noodzakelijke investeringen.’ Het derde punt: ‘inwoners en ondernemers in Barneveld geen sluitpost mogen zijn voor de begroting van de gemeente Barneveld.’ De heer Kevelam benadrukt dat het snijden in eigen vlees momenteel duidelijk gebeurt. Er is een complete slag gemaakt in het huis om te kijken naar wat daar allemaal te halen is en te doen is voordat de gemeente op dat punt staat. Er is daar de afgelopen twee jaren al het nodige in gebeurd. Wat het andere punt betreft, de samenleving die niet de sluitpost mag zijn: de samenleving is hier geen sluitpost. Uiteindelijk is er een samenhangend pakket van snijden in eigen vlees en van andere ombuigingen, het lijkt of hij ingefluisterd is door de heer Top, maar toch… Vervolgens ook een OZBverhoging en dat zou hij geen sluitpost van de begroting willen noemen. De heer De Vries trekt de conclusie dat dit net het omgekeerde is van eerst de OZB-verhoging en daarna kijken hoe de rest wordt opgepakt. Hij heeft het amendement geactualiseerd naar het huidige moment en zal dit op het bureau van de heer Kevelam leggen zodat hij kan overwegen om het alsnog in tweede termijn in te dienen. De heer Kevelam vraagt om een kopie.

Hij hecht er veel waarde aan dat ook bij het CDA de moties van Lokaal Belang in de bibliotheek blijven. De heer Top roept bij de heer De Vries in herinnering dat er twee onderdelen in de Kadernota zijn opgenomen, ‘Basis op orde’ en ‘Verantwoord groeien’. In ‘Basis op orde’ zitten wel degelijk bezuinigingen en die worden direct ingevoerd. Het is niet zo dat de bezuinigingen pas later komen. De heer De Vries antwoordt dat bij ‘Basis op orde’ gekeken wordt naar hoe men momenteel per team kijkt naar het budget, hoe dat op een slimmere manier gedaan kan worden, of het wel nodig is en of er lucht in de begrotingen zit. Dat is niet iets nieuws, dat deed men altijd al. Het krijgt nu alleen een andere naam. Dat is prima en dat het in een blokje wordt gezet is ook prima, maar het is niet het maken van strakke keuzes over wat er wel gedaan gaat worden, wat er niet gedaan gaat worden en welke bezuinigingen uiteindelijk uitgevoerd worden. De enige maatregel die duidelijk uitgevoerd wordt, is de OZB-verhoging. De heer Top is het hier niet mee eens. In ‘Basis op orde’ zijn wel degelijk bezuinigingen opgenomen: het snijden in eigen vlees, het ervoor zorgen dat het huis daar op orde is. De heer Kevelam vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Ik ga over tot het indienen en toelichten van onze moties.

Dit doe ik aan de hand van de kernwaarden zoals die al vanaf de oprichting door Lokaal Belang worden gebezigd, namelijk de woorden betrokkenheid, kwaliteit en kansen. 17

Betrokkenheid Motie 24-87 Nieuwkomersonderwijs ISK Het is prachtig dat de voorzitter de voorzet al gaf bij het openen van de vergadering. In het kader van betrokkenheid dienen wij de motie Nieuwkomersonderwijs Internationale Schakelklas in. Wij zien wat onderwijs doet voor nieuwkomers in onze samenleving, Erik Roest wijdde er afgelopen zaterdag een volledige Zevensprong aan. Dimitri Kuzmenko, een nieuwe Barnevelder, wordt door hem geciteerd als hij spreekt over de taal als sleutel voor toegang tot de maatschappij. Lokaal Belang zou graag zien dat we de reservepot Opvang en Ondersteuning Nieuwkomers, die elk jaar verder oploopt, groots aanwenden om alle mensen die wij nu en straks zo hard nodig hebben binnen onze gemeenschap, zo snel mogelijk op het niveau te krijgen waarna ze hun volledige potentieel in hun nieuwe land kunnen laten zien. Dit onder het motto: geef geen vis, maar geef een hengel. Motie 24-74 Pluktuinen op begraafplaatsen Eveneens in het kader van betrokkenheid zouden we het college willen vragen om te onderzoeken of er bij de diverse begraafplaatsen een pluktuin van wilde bloemen aangelegd kan worden. Een groene en bloeiende omgeving is troostrijk en rustgevend bij een begraafplaats. Plukken mag, dus spontaan een geplukt boeket op een graf plaatsen is mogelijk.

Tevens is het een verdere bijdrage aan de verhoging van de biodiversiteit.’ De heer Top vraagt de heer Kevelam hoe er gezorgd gaat worden voor het onderhoud van de pluktuin, wie er verantwoordelijk voor is. De heer Kevelam begreep zojuist uit de motie dat de SGP een wat nare ervaring had met een tuin met wilde bloemen. Lokaal Belang is ervan overtuigd dat het ook goed kan. Het is bijna de definitie van een pluktuin met wilde bloemen dat hij wild is. Maar wild kan ook mooi en netjes zijn. De heer Top laat weten dat de SGP daar een andere opvatting over heeft. De heer Korevaar wilde een poging doen om de twee vorige sprekers bij elkaar te laten komen maar ziet inmiddels in dat dat niet gaat lukken. De heer Kevelam wijst erop dat moties van SGP en Lokaal Belang gezamenlijk een meerderheid hebben maar dat het ook via een andere weg kan. De heer Kevelam vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: Motie 24-86 Behouden subsidie sport, cultuur en evenementen met de nadruk op de fondsen sport, cultuur en evenementen want daar was onduidelijkheid over. De motie is van een heel andere orde maar zeker ook in het kader van betrokkenheid en eigenlijk ook van kwaliteit van de samenleving. Hierin doen wij met Burger Initiatief het verzoek aan het college om de fondsen voor sport en bewegen, cultuur en evenementen uit het rijtje van eventueel te nemen maatregelen te verwijderen.

Het is volgens Lokaal Belang belangrijk dat de gemeente ondersteuning blijft bieden aan de dingen die onze gemeenschap binden. De fondsen dragen bij aan de realisering van activiteiten en evenementen, die veelal door vele vrijwilligers worden gedragen.’ De heer Wiesenekker laat weten dat de ChristenUnie dit ook mooie fondsen vindt. Hij vindt echter lastig aan de formulering van het voorstel dat de fondsen geen onderdeel zijn van het scenario bezuinigen, terwijl duidelijk is dat een breed pakket nodig is. Hij vraagt of Lokaal Belang ervoor kan kiezen om te formuleren ‘er terughoudend mee te zijn’. Dan zou hij de motie in zijn fractie kunnen bespreken. Het wordt in de huidige formulering helemaal uitgesloten. De heer Kevelam licht toe dat zijn fractie dit helemaal uitsluit omdat het voor de fractie zo cruciaal is. De positieve impact op de samenleving van de fondsen is enorm. De impact op de begroting is vrijwel nihil. Daardoor is het voor Lokaal Belang lastig om te zeggen iets anders te doen dan uitsluiten. Hij zegt daar wel bij dat hij een pragmatisch mens is: als Lokaal Belang de ChristenUnie mee krijgt door het woord ‘terughoudend’ in plaats van ‘uitsluiting’ te gebruiken, dan wil hij daar met Burger 18

Initiatief over nadenken. Als het beter iets dan niets kan worden, dan wil hij daar toch over nadenken. Voor Lokaal Belang is het uitsluiten redelijk fundamenteel. De heer Wiesenekker wil hierover tijdens de schorsing spreken. Hij dient later ook moties in waarbij hij verzoekt ten aanzien van elementen terughoudend te zijn, terwijl hij die bij voorkeur helemaal had geschrapt. De situatie laat zien dat een breed pakket aan maatregelen mogelijk is, dat de raad het college daartoe de opdracht geeft en dat het duidelijk is waarom de heer Kevelam terughoudend wil zijn. De heer Korevaar is het eens met het pleidooi van de heer Kevelam als het gaat om het belang van sport, cultuur en evenementen. Het dilemma van Pro’98 is het dilemma dat de heer Wiesenekker ook naar voren bracht: het lijstje met uitzonderingen wordt steeds langer. Over het lijstje met eventuele bezuinigingen wordt niet gesproken met elkaar. Dat is het probleem waar de raad deze avond tegenaan loopt, dat is de reden dat Pro’98 heeft besloten om niet met moties te komen: dit is ongemakkelijk. De fracties gaan pleiten voor dingen die zij heel belangrijk vinden, maar de fracties durven niet door de zure appel heen te bijten met elkaar. Hij daagt de heer Kevelam uit om hier wat tegenover te zetten.

Dat hoeft niet in financiën, maar misschien kan hij de raad een richting geven waarvoor niet de uitzonderingspositie benut gaat worden. De heer Kevelam zou het wat om willen draaien. Als het college de raad een lijst geeft van €9 miljoen aan bezuinigingen en daar de tekst bij schrijft dat er €5 miljoen bezuinigd moet worden (dan telt de €75.000 niet zo hard op – daar gaat het bij dit onderdeel over) dan wordt niet anders gevraagd dan te kiezen uit de lijst. Het college zegt op pagina 18 waar het zelf voor kiest, vervolgens wordt er een lijst aan de raad voorgelegd. Spreker heeft dit gelezen als een lijst van €9 miljoen waarvan €5 miljoen bezuinigd moet worden. Dan hoeft hij daar niets tegenover te stellen maar kan hij wat uitkiezen waarvan hij echt niet wil dat erop bezuinigd wordt. De heer Korevaar vindt dat het op die manier op een snoepwinkel begint te lijken. Hij vindt ook veel dingen als ‘Maaltijd aan huis’, Mantelzorgwaardering’ interessant. Bij ‘Afstoten markten’ vraagt hij zich af wat dat oplevert. Het belangrijkste is dat de raad geen idee heeft wat het gaat opleveren. De heer Klevelam neemt een onderwerp en zegt dat dat niet veel kost en dat kan zo zijn. Maar de raad heeft geen idee. De heer Kevelam heeft tot twee cijfers achter de komma exact in beeld hoeveel het kost. De heer Korevaar wijst erop dat de heer Kevelam een uitzondering wil maken.

Hij vraagt hem om met iets te komen dat dit compenseert. Volgens de heer Kevelam vraagt de heer Korevaar hem wat het kost en die vraag heeft hij beantwoord. De heer Korevaar constateert dat de heer Kevelam blijkbaar over een lijstje beschikt waar wel getallen op staan. Hij ziet dat graag tegemoet. De heer Kevelam licht toe dat in iBabs een bericht staat waarbij een slotje staat. Dat is dus geheim. Achter die slotjes staan bedragen. Bij voorbeeld Sportfonds €25.000, Evenementenfonds €25.000, Cultuur €25000. Drie keer €25.000 is €75.000. De heer Kevelam vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Naast gezond en leuk is de verbinding, wat de drie fondsen voorstaan, cruciaal. Ze geven daarnaast kleur aan onze samenleving. We zijn ver doorgeschoten in een ik-maatschappij. Het woord wij klinkt oorverdovend hard in de drie genoemde fondsen. Dat mag niet verloren gaan, volgens Lokaal Belang. Motie 24-85 Implementatie Hervormingsagenda Jeugd Lokaal Belang ziet een enorm spanningsveld tussen een toenemend gebruik van jeugdzorg en een opgave tot besparing op dit thema. Wij vragen het college een onderzoek te doen naar het oprichten van een werkgroep vanuit diverse betrokken organisaties, ik zou zelfs wel willen spreken van een Task Force, die deze ingewikkelde exercitie in banen helpt leiden. De heer Top vraagt wat motie 24-85 Implementatie Hervormingsagenda Jeugd toevoegt.

Er is al overleg op het gebied. 19

De heer Kevelam licht toe dat er naar de beleving van Lokaal Belang inderdaad een overleg is. De motie vraagt om een formalisering van het bij elkaar brengen van de juiste stakeholders. Zij zouden dan een duidelijk en helder advies moeten geven aan de wethouder op het punt. De heer Top beluistert dat het huidige overleg tussen verschillende betrokkenen niet formeel is. Daar doet de heer Kevelam het overleg tekort mee. De SGP blijft de motie overbodig vinden. De heer Kevelam wil niets afdoen aan het huidige overleg. Lokaal Belang vindt dat er een label of een naam aan mag hangen. De heer Kevelam vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn:’ - Kwaliteit ‘Motie 24-79 Ondersteunen Techniekevent: Makers in de Techniek. In een gemeente waar techniek en de maakindustrie een hoofdrol spelen, moeten we als gemeente laten zien dat het ons menens is. De Barneveldse Techniek Opleiding en de Barneveldse Bouwopleiding moeten duidelijk ervaren dat er steun is vanuit de gemeente. In Ede is een event georganiseerd vergelijkbaar met het Barneveldse ‘Makers in de Techniek’, hiervoor stelde de gemeente Ede een bedrag van €5.000 beschikbaar, bescheiden ten opzichte van de bedragen die we hier vandaag langs zien komen. Maar dat kan een steun in de rug zijn voor het organiseren van een dag als deze en een grote duw in de juiste richting.

Motie 24-76 Verbetering waterafvoer buitengebied: het viel ons het afgelopen voorjaar op dat sloten overvol waren en het iets verderop kurkdroog was. Hier gaat iets niet goed, zo dachten wij. Boeren die vorige week hun eerste snede gras konden maaien, waar ze in andere jaren aan het derde rondje toe waren. Landbouwgronden die niet bereikbaar waren vanwege de overvloedige regenval, maar misschien ook wel vanwege de gebrekkige afvoer. Het onderhoud van duikers en sloten gebeurt deels door het waterschap, deels door de gemeente en deels door particulieren. De controle hierop kan veel beter, zegde het college toe, zo maakten wij op uit de beantwoording van door Lokaal Belang gestelde schriftelijke vragen. Middels deze motie willen we dit formaliseren. Maar daarnaast bleek ons dat er essentiële watergangen in beheer zijn bij particulieren.’ De heer Wiesenekker heeft aan den lijve ondervonden hoe nat het was in gebieden, daar waar hij hardliep moest hij ineens een triatlon afleggen. Maar het zijn nogal grote gebieden. Hij vraagt de heer Kevelam of hij beseft hoe groot de financiële component gaat zijn op het moment dat men het onderhoud van de watergangen bij de gemeente gaat neerleggen in plaats van bij de perceeleigenaren. Dat is een enorm bedrag. Hij vraagt waar de heer Kevelam dat vandaan haalt.

De heer Kevelam wijst erop dat een groot ondergelopen gebied niet wil zeggen dat er een groot en lang stuk is waar het probleem ligt. Eén duiker die verstopt zit kan een kilometer problemen geven en misschien wel vier. Het is dus niet waar wat de heer Wiesenekker zegt, dat een kilometer problemen ook een kilometer onderhoud is. In de afgelopen dertig jaar, is zijn stellige overtuiging, is er weinig tot niets gebeurd in handhaving en controle op het gebied van de watergangen en de duikers. Juist in het afgelopen voorjaar is men hier hard tegenaan gelopen. Als de hele raad ervan overtuigd is, hij meent dat hier niet veel discussie over zal zijn, dat dit niet het laatste natte voorjaar was maar dat er meer problemen komen, dan moet er wat gedaan worden. Voor de heer Wiesenekker is het probleem van de motie dat die een grote opgave toevoegt. Hij spreekt niet over één kilometer gebied, de heer Kevelam spreekt niet over enkele plekken maar over de gemeente. Of hij heeft de motie niet goed gelezen. Hij meent dat er een enorm financiële component in de motie zit die de heer Kevelam niet helemaal overziet. De heer Kevelam benadrukt dat Lokaal Belang zegt dat het de essentiële watergangen betreft die in particulier bezit zijn. Als het blijkbaar niet werkt bij particulieren, dan moet de gemeente daar serieus naar kijken.

De essentiële watergangen zijn niet alle watergangen die in het bezit van particulieren zijn. De heer Bos heeft behoefte aan het geven van de volgende uitleg: a. Verantwoordelijk waterschap maakt hem schoon. 20

b. Elk jaar wordt vóór 1 december door het waterschap geschouwd en de aangelanden moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Dat wordt altijd gecontroleerd en schriftelijk gerapporteerd. c. U gaat vooral in op de C-categorie. De heer Kevelam wil iets doen wat helemaal niet kan. Hij heeft geen bevoegdheid. Hij kan wel iets willen, maar hoe wil hij de bevoegdheid gestand doen. Wat wil hij bij de aangelanden van een C-categorie bewerkstelligen zodat het water daar gaat bewegen. De agrariër die daar zit, zorgt er wel voor dat zijn eigen water weg kan. Het is wel degelijk een calamiteit die voortkomt uit de hoeveelheid water, maar niet zozeer uit de watergangen en het onderhoud. Hij is van mening dat de motie volledig overbodig is. De heer Kevelam wil de expertise op dit gebied van de heer Bos niet in twijfel trekken, maar hij vindt het lastig dat gewoon te zien is dat duikers ontbreken, duikers vol zitten, duikers niet onderhouden zijn, watergangen niet onderhouden zijn. Op alle gebied. De heer Bos stelt dat het waterschap van alles fantastisch doet en dat particulieren er wel voor zorgen dat zij het doen omdat zij er anders zelf last van hebben. Die tekst staat op gespannen voet met de door zijn fractie gestelde werkelijkheid en de antwoorden die ontvangen zijn van de gemeente op de schriftelijke vragen die de fractie heeft gesteld.

De heer Bos vindt het een welles/nietes spelletje worden. Hij vindt de motie overbodig maar wil wel via de heer Kevelam aangeven dat de gemeente vooral met het waterschap in overleg moet. Dan wordt bekeken waar dit heeft plaatsgevonden zodat dergelijke calamiteiten voorkomen kunnen worden. De heer Kevelam vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Motie 24-73 Inventarisatie bouwvergunningen: ook in het kader van kwaliteit dienen wij de motie Inventarisatie Bouwvergunningen in. In één van de afgelopen commissievergaderingen werd het aantal verleende bouwvergunningen die nog niet tot een daadwerkelijke bouw of verbouw hebben geleid, een gevaar genoemd. Er bleek dat we eigenlijk geen idee hebben hoeveel van deze nog niet ten uitvoer gebrachte vergunningen uitstaan. Een vergunning moet binnen een jaar, en in sommige gevallen zelfs korter, leiden tot het voegen van de daad bij het woord. Hierop wordt niet of nauwelijks geacteerd vanuit de gemeente. Mede ook in het kader van de nieuwe Omgevingswet lijkt het ons goed een inventarisatie uit te laten voeren naar deze latent aanwezige vergunningen en vervolgens te bezien of er een nieuwe aanvraag geëist kan worden. Motie 24-72 Plaatsen fietsherstelpunt: ook dit betreft het onderdeel kwaliteit. Onze gasten, onze toeristen, zij gaan graag fietsen in Kootwijk, Stroe of Garderen.

Onze motie zegt eigenlijk: ‘We vinden het fijn dat je er bent. En kijk eens daar bij ‘t Hilletje, daar staat voor jou een fietspomp en een steeksleutel 12 zodat je je zadel goed kunt zetten.’ Naast dat het reuze handig is, staat het ook ontzettend gastvrij. En oh ja, de inwoners van Kootwijk mogen de pomp ook gebruiken als hij vrij is. Daarom het verzoek aan het college om enkele fietsherstelpunten te realiseren en deze onder de aandacht te brengen, bijvoorbeeld bij de fietsknooppuntenborden. Kansen Motie 24-77 Ontwikkeling MOB-complex tot woninggebied: allereerst de motie Ontwikkeling MOB complex tot woongebied. In de afgelopen jaren kwam het voormalig Mobilisatiecomplex nabij Voorthuizen enkele malen in het nieuws. Maar niet met berichten waar je op zit te wachten. Lokaal Belang zou graag zien dat onderzocht wordt of er van deze probleemlocatie een kansrijk woongebied gemaakt kan worden. Er is elektra, water, gas en riolering. Er is een fraaie afscheiding door volwassen bomen en struiken. We zijn naarstig op zoek naar woonruimte. Laten we deze plek niet over het hoofd zien. Motie 24-78 Brandweerlocatie Barneveld Centrum: het huurcontract van de brandweerlocatie aan de Schoutenstraat loopt in 2027 af. Er wordt al onderzocht of en waar een nieuwe dependance geopend kan worden, met goede thuiswerkplek.

Het lijkt Lokaal Belang mooi om dit te realiseren op een iets oostelijker gelegen locatie. Door onze oogharen kijkend zien wij daar dan óók nog een ambulance staan. De aanrijtijden van de dorpen Kootwijk, Stroe en Garderen, u kent de discussie: oude normen, oude cijfertjes, wij kennen de antwoorden op onze jaarlijkse vragenronde. Maar voor 21

ons blijft als een paal boven water staan dat, los van welke norm ook, er een rechtstreekse relatie bestaat tussen de overlevingskans van een mens in doodsnood en het moment van arriveren van de hulp. Daarom dienen we, samen met de SGP, motie24-78 Brandweerlocatie Barneveld Centrum in.’ De heer Evers geeft aan dat zijn fractie dit een sympathieke motie vindt. Maar de heer Kevelam spreekt alweer over een staanplaats voor de ambulancezorg. Hier is, ook in de commissies, uitgebreid over gesproken. Het lijkt of het een doel op zich aan het worden is en dat lijkt hem wat overdreven. Iedereen weet hoe de ambulances worden verdeeld. Het hebben van alleen een post zegt niets over of de ambulance ergens op tijd is, want die kan op een dergelijk moment ook in Arnhem staan. Hij vraagt zich af of dit zoden aan de dijk zet. De heer Kevelam vraagt of hij denkt dat er een relatie bestaat tussen de overlevingskans en het moment van arriveren van een ambulance. De heer Evers denkt dit absoluut. Volgens de heer Kevelam is dat het antwoord op zijn vraag. Als ervoor gezorgd wordt dat er een ambulancepost dichterbij is, waarbij de ambulance inderdaad in Arnhem of elders kan zijn, is de kans dat hij eerder aanwezig is absoluut groter. Dat kan niemand hem uit het hoofd praten. De heer Evers gaat dat ook niet proberen. Dat is zijn standpunt en dat mag.

Hij roept de heer Kevelam wel op om een keer te gaan kijken bij de meldkamer, wellicht dat dat hem op een ander idee kan brengen. De heer Kevelam vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Motie 24-75 Realiseren Makelpunt voor gebruik binnen- en buitenruimte hoort bij de kernwaarde Kansen. Wij hebben veel min of meer publieke locaties, denk aan dorpshuizen, kantines, vergaderruimtes en buurthuizen. Hoe breng je vraag en aanbod van de ruimtes bij elkaar? Makelpunt.nl doet dit al voor meerdere gemeenten. Wil het college met een memo komen waarin er beschreven wordt of en hoe de gemeente gebruik kan maken van dit initiatief? Motie 24- 71 Capaciteit fysiek domein: naast al de eigen moties tekenen we graag mee met diverse moties en amendementen van andere fracties. Eén daarvan mag niet onvermeld blijven: de motie ‘de capaciteit op de vloer te verhogen’ van eerste indiener SGP. Wij zijn ontzettend trots dat we samen met het CDA bij de laatste begrotingsvergadering middels een motie opgeroepen hebben tot het verhogen van de capaciteit Civiel. We kunnen het teruglezen in de Kadernota. Door het verhogen van de capaciteit konden en kunnen er meerdere wegen éxtra aangepakt worden, nog dit jaar. Het rapportcijfer van onze wegen steeg aanzienlijk en die trendbreuk is knap maar moet nog verder omhoog, want Vlaamse wegen zijn leuk voor een wielerkoers, maar onze inwoners verdienen beter.

Ik rond af met een zeer gemeend dankwoord voor het werk van ambtenaren en college. Wij feliciteren hen met deze Kadernota, want dat is zeker op zijn plek. Succes ook met de uitvoering van alle plannen. Dit was mijn eerste kadernota als fractievoorzitter. Mag ik mijn bewondering uitspreken voor alle overige fractievoorzitters dat zij hier allemaal nog rechtop en fris uit hun ogen kijkend in hun stoel zitten? Dank u wel.’ De heer Evers voert het woord namens de fractie van de VVD: ‘Voorzitter, laat ik beginnen met het maken van een compliment aan de ambtelijke organisatie. Die heeft hier veel werk in gestoken. Ik heb mijn bijdrage een titel meegegeven, namelijk: ‘Welke ambities heb jij?’ Waarom? Omdat ik van mening ben dat het bij de politieke en financiële beschouwingen zou moeten gaan over waar we met deze gemeente naar toe willen. Vergelijk het met de bondscoach en zijn selectie. Die spreken uit dat ze het beste uit zichzelf willen halen en dat ze gaan voor de titel. Om dat doel te halen, moeten prioriteiten gesteld worden en keuzes worden gemaakt richting dat doel. Is dat dan een garantie tot 22

succes? Zeker niet, maar wanneer je duidelijke keuzes maakt, kun je altijd reflecteren en bijstellen, zodat je het de volgende keer beter doet. Laten we kijken naar 1. De ambitie van dit college, 2. Onze ambitie voor Barneveld en 3. Onze ambitie voor dit college. 1. Welke ambitie heeft dit college? Het college heeft de ambitie de basis op orde te krijgen en verantwoord te groeien. Daarbij hanteert ze de volgorde (a) oud voor nieuw, (b) bezuinigen en (c) lastenverzwaring. Als je het mij vraagt, is dat geen gekke prioritering, met dien verstande dat lastenverzwaring pas kan als alle andere opties zijn uitgespeeld. Het is dan ook te betreuren dat dit college zich niet aan haar eigen prioritering houdt door voor te stellen al vanaf 2025 de OZB extra te verhogen. Zodoende dienen wij samen met CDA, Burger Initiatief en Lid Bos amendement 24-51 Schrappen OZB-verhoging in om de OZB-verhoging niet door te voeren. Daarnaast roepen wij het college op zich aan haar eigen prioritering te houden. Dus eerst de andere opties uit te spelen voordat de lasten voor inwoners en ondernemers verzwaard worden. Kan de wethouder ons dit toezeggen? 2. Welke ambitie hebben wij voor de gemeente Barneveld? Wij willen een financieel gezonde, groeiende en veilige gemeente zijn, die goed bereikbaar is en waarin elk talent telt.

Een gemeente waarin het college een visie heeft en daar duidelijke keuzes voor maakt. Een gemeente waarin lastenverzwaring alleen gebeurt als het écht niet anders kan. Ik neem u mee in 3 van onze belangrijkste ambities voor Barneveld. a. Een financieel gezonde gemeente; b. Een veilige gemeente; c. Een goed bereikbare gemeente. Onze eerste ambitie: wij willen een groeiende gemeente zijn die goed omgaat met geld. Die begrijpt dat een euro maar een keer uitgegeven kan worden én dat die euro eerst verdiend moet worden. Een structureel sluitende begroting is onderdeel van een financieel gezonde gemeente. Hier moet het college dus mee aan de slag. Om te groeien moet er gebouwd worden. Met het groeien van Barneveld groeien automatisch de OZB-inkomsten, daarvoor hoef je dus niet de belastingen te verhogen. Door te blijven bouwen komt er meer ruimte op de markt voor onze starters. Daarom roepen wij het college ook op richting Woondeal 2.0: bouw in hoog tempo door en pas de ambitie hierin niet naar beneden aan. Kan de wethouder ons dit toezeggen? Daarnaast tekenen wij mee met motie 24-59 Aanvragen subsidie flex- en transformatiewoningen van de ChristenUnie over het aanvragen van subsidie voor flexwoningen, een oplossing waar wij al jaren om vragen én waarvoor het college gelukkig de deur op een kier heeft gezet. Om te kunnen doorgroeien is actief grondbeleid nodig.

Bij grondbeleid horen ook (tussentijdse) winstnemingen. Met die winstnemingen moet verstandig omgegaan worden, bijvoorbeeld door deze in een spaarpotje te plaatsen. Wij zijn dan ook blij met de toezegging van de wethouder in de commissie dat dit wordt meegenomen bij de nota Reserves en voorzieningen. Onze tweede ambitie: wij willen een veilig Barneveld, zowel on- als offline. In Barneveld is geen plek voor helden op sokken die online en offline mensen oplichten. Ook is er geen ruimte voor ondermijning. Wij willen daarin investeren. Daarvoor hebben wij in de afgelopen periode een initiatiefvoorstel ingediend. Daarnaast hebben wij ons hard gemaakt voor extra capaciteit op de Bibob-toetsing en het realiseren van een frequentere veiligheidsdag. Wat ons betreft is bezuinigen op veiligheid een ‘no go’. Wij roepen het college dan ook op, middels motie 24-80 Bezuinigen op veiligheid is een no-go!, om op veiligheid niet te bezuinigen, maar slim om te gaan met de capaciteit. Onze derde ambitie: wij willen een goed bereikbare gemeente Barneveld. Barneveld gaat groeien. Bij een groeiend inwoneraantal hoort ook een wegennet dat op peil wordt gehouden. Een wegennet dat het woon-werkverkeer aankan. Een wegennet dat toerisme aankan.

Daarom zijn wij ook blij dat in het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet opnieuw de aansluiting A1/A30 is opgenomen en dat er naar (al dan niet tijdelijke) oplossingen gezocht wordt voor de botsbocht. Dit mede na een tip van ons richting ons Tweede Kamerlid Hester Veltman. Maar laten we niet alleen naar Den Haag kijken. Als Barneveld moeten we hard aan de slag met onze eigen infrastructuur. Daar hebben we invloed op. We praten al veel te lang over de Rondweg. Een verder uitstel kan echt niet, dat is niet meer te 23

verkopen. Barneveld slibt helemaal dicht. Dat is slecht voor ons vestigingsklimaat en het past niet bij een bereikbare gemeente. Tegelijkertijd zijn de kosten voor de rondweg aanzienlijk. Dat geld kan de gemeente niet alleen ophoesten. Hiervoor moet geld opgehaald worden bij bijvoorbeeld de provincie en het Rijk. Daarvoor moet de gemeente wel zelf een plan en een stukje geld hebben. De financiering van de rondweg mag niet zorgen voor een verdere vertraging. Daarom stellen wij voor om het voorgestelde spaarpotje ‘Verantwoord groeien’ om te dopen naar spaarpotje ‘Rondweg Barneveld’. Daarvoor dienen wij samen met Lid Bos amendement 24-82 Bestemmingsreserve verantwoorde groei in.’ De heer Top laat weten dat ook de SGP van mening is dat de Rondweg er moet komen. Maar er is ook zoiets als het aanpassen van het wegennet bij het hulpverleningscentrum. Hij vraagt of de heer Evers bereid is om dit toe te voegen aan het amendement. De heer Evers herinnert aan het interruptiedebat hierover met de heer Kevelam. Spreker vindt dat een sympathiek idee omdat hij voorstander is van een goed bereikbaar Barneveld. Hij zegt toe met Lid Bos hierover te spreken. De heer Top wil meegeven dat als het niet gebeurt, de gemeente €17,5 miljoen van het Rijk misloopt. De heer Evers is het hier niet mee eens. Er is ook nog een ander potje, zoals de algemene reserve, waar het ook uit gehaald kan worden.

Hij neemt dit wel in overweging. De heer Evers vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Daarnaast stellen wij voor dat elke euro die overblijft boven een voldoende weerstandsvermogen wordt toegevoegd aan deze spaarpot. Deze spaarpot moet tenminste blijven bestaan en worden aangevuld tot en met de realisatie van de Rondweg. Hiervoor dienen wij met Lid Bos motie 24-81 Vul de spaarpot in. Ik heb nog veel meer ambities voor onze mooie gemeente, maar ik sluit dit blokje af. Dat brengt me bij ons laatste punt. 3. Onze ambities voor dit college Al vanaf de start van dit college vraagt de Barneveldse VVD om keuzes. Keuzes om het huishoudboekje op orde te krijgen en keuzes om ambitie te tonen op belangrijke vlakken. Nu stelt dit college voor om eerst belastingen te verhogen, maar de echte keuzes worden opnieuw vooruitgeschoven, op zijn vroegst naar de kadernota van 2026. Dat betekent niets meer en niets minder dan dat dit college een gehele coalitieperiode de keuzes voor zich heeft uitgeschoven. Barneveld verdient beter. Het is een beetje zoals slechte aanvallers bij voetbal. Ze hebben wel de bal, maar rennen zonder visie door tot aan de achterlijn. Ze vergeten keuzes te maken, waardoor de bal niet in het doel terecht komt. Dus college: maak keuzes. Durft u dat niet, of kunt u dat niet? Laat uzelf wisselen. Op de bank zitten namelijk wél ambitieuze spelers.

Dank u wel.’ De heer Wiesenekker voert het woord namens de fractie van de ChristenUnie: ‘Voorzitter, tijdens mijn studie op de politieacademie liep ik een paar weken stage bij het San Francisco Police Department. Dat gaf mij een indrukwekkende kijk op het politiewerk in Amerika. Ook kreeg ik een harde confrontatie met de gevolgen van sociale ongelijkheid. Op elke hoek van de straat was een Starbucks en bij elke ingang van de Starbucks zat een bedelaar. Dat raakte me. Jezus vertelt een verhaal over een man die wordt beroofd en mishandeld. De man blijft gewond achter op straat. Hij wordt niet geholpen door een wetgeleerde, niet door een priester. Zij lopen hem voorbij. Het verhaal is bekend als het verhaal van de barmhartige Samaritaan want deze Samaritaan doet wel wat recht is. Hij neemt de man mee en verzorgt zijn wonden. En daar stopt het niet: hij betaalt een herbergier om hem te verzorgen tot hij genezen is. Recht doen in de Bijbel betekent vaak een stap verder gaan. Niet alleen geld geven aan een bedelaar, maar ook helpen zijn leven weer op orde te krijgen. Niet alleen drugscriminelen aanpakken, maar ook aan de slag met de enorme vraag naar drugs. Niet alleen opkomen voor de belangen van de huidige 24

generatie maar ook voor die van de volgende. Als gemeenteraad hebben wij de verantwoordelijkheid om zorgvuldig om te gaan met de middelen die ons zijn toevertrouwd. Om recht te doen, recht te doen aan mensen in de samenleving die niet of moeilijk zonder hulp van de gemeente kunnen. Recht te doen aan onze mooie schepping. Met de forse financiële opgave is dat niet eenvoudig want welke maatregelen verken je wel en welke niet. Waar verken je opbrengstverhoging en waar niet. Onze fractie heeft tijdens de behandeling van de Kadernota steeds nagedacht over hoe wij hierin recht doen, met focus op de ander, degene die zonder hulp niet of moeilijk mee kan doen. De vergelijking met de barmhartige Samaritaan helpt ons hierbij. Het is een verhaal waarin omzien naar de ander centraal staat, ongeacht sociale of etnische verschillen. Het is hetzelfde verhaal als waarmee wij ons verkiezingsprogramma openden en wat ons in de actualiteit weer doet beseffen wat ons drijft om politiek actief te zijn. Kadernota: het financieel perspectief voor gemeentes blijft onzeker. Ook al heeft het Rijk aangekondigd de daling van de rijksinkomsten te verzachten, feit blijft dat die inkomsten dalen. Dat vraagt om structurele maatregelen en keuzes van onze gemeente, net als veel andere gemeenten overigens. De financiële opgave is fors.

Enerzijds om de basis op orde te houden, anderzijds om ook in de toekomst een vergelijkbaar voorzieningenniveau te behouden met inachtneming van onze groeiambitie. Het college heeft daar wat ons betreft op een goede manier invulling aan gegeven, waardoor er sprake blijft van een financieel stabiele situatie. Een kadernota met stevige maatregelen, die niet ondoordacht genomen zullen worden. Juist in afstemming met de samenleving, waardoor meer zicht zal komen op de consequenties van te nemen keuzes. Niet alleen realistisch begroten, maar ook realistisch bezuinigen dus. De invulling van het college bestaat uit scenario’s voor opbrengstverhoging en kostenverlaging. De genoemde maatregelen doen vaak pijn. De ingediende moties van vanavond laten ook zien dat vanuit een verschillend perspectief op de samenleving en op de rol van de overheid daarin gedacht kan worden. Ook wij zijn niet blij dat kosten voor inwoners hoger worden en er maatregelen genomen worden om te bezuinigen, maar wij zijn er wel van overtuigd dat dit nodig is. Er is ook nog sprake van een bandbreedte als we kijken naar de beoogde opbrengsten en daarom stellen wij diverse moties voor die richting geven aan de manier waarop opbrengsten verhoogd kunnen worden en kosten worden verlaagd.

Steeds vanuit het hiervoor geschetste perspectief op de samenleving, met inwoners voor ogen die het zonder de overheid niet of veel moeilijker redden. Plekken in onze samenleving waar het piept, kraakt en schuurt en juist de overheid wat ons betreft aan de lat staat om recht te doen en verschil te maken. Opbrengstverhoging Onze gemeente heeft prachtige voorzieningen, mooie scholen, mooie zwembaden, unieke dorpshuizen. De gemeente heeft tegelijkertijd een groeiambitie. Als we een vergelijkbaar basisvoorzieningenniveau willen behouden, dan zijn de verhoogde inkomsten ook noodzakelijk. De ‘Basis op orde’ heet dat in de Kadernota. Om recht te doen aan dit voorzieningenniveau, is OZBverhoging noodzakelijk en begrijpelijk. Het is een brede inkomstenbron, waarmee veel inwoners en bedrijven/ondernemers samen bijdragen aan het behoud van voorzieningen waarvan ook zij gebruikmaken. Dat forensen en toeristen daar niet aan bijdragen voelt niet eerlijk, daarom dienen we samen met SGP en Lokaal Belang motie 24-66 Toeristen- en forensenbelasting in om ook hierin een vergelijkbare verhoging toe te passen. Ook toeristen maken immers gebruik van onze wegen en andere voorzieningen. Deze toevoeging doet wat ons betreft meer recht aan de opbrengst verhogende maatregelen.

Amendement 24-52 Leges voor commerciële evenementen: een andere inkomstenbron die aangewend kan worden, zijn de leges voor commerciële evenementen. Het gaat hier om evenementen waarbij er een winstoogmerk is en waar dit niet op vrijwilligers drijft. Deze evenementen belasten ook algemene voorzieningen zoals het verwerken van vergunningaanvragen, toezicht van BOA’s en inzet van politie. Ook hier vinden wij het eerlijker om met de huidige financiële opgave de inkomsten te verhogen.’

25

De heer Kevelam vraagt de heer Wiesenekker of hij misschien heeft nagedacht over welke en hoeveel evenementen het gaat. Dat maakt het iets helderder. De heer Wiesenekker herinnert eraan dat het Evenementenbeleid twee C-elementen toestaat. Dat zijn evenementen die een winstoogmerk hebben en die niet drijven op vrijwilligers. Dat zijn de eerste twee evenementen waarmee men zou kunnen beginnen. De heer Kevelam constateert dat het twee evenementen betreft. De heer Wiesenekker bevestigt dit, twee grote evenementen. In de B-categorie zitten misschien ook commerciële evenementen, maar die neemt zijn fractie niet mee. De heer Korevaar vraagt zich af wat dit de gemeente gaat opleveren. Aan de ene kant spreekt de heer Wiesenekker over samenleving, investeren en sociale cohesie. Er zijn commerciële partijen die Barneveld kleur op de wangen geven en nu stelt hij voor om het de commerciële partijen moeilijker te maken om Barneveld bruisender en gezelliger te maken. Spreker moest bij dit voorstel direct denken aan de festiviteiten met Nieuwjaar in bijvoorbeeld de Veluwehal. Hij meent dat die commercieel zijn, maar ieder jaar is er weer discussie over de vraag of ze wel door kunnen gaan, of er wel iemand gevonden kan worden die dat op commerciële basis wil gaan organiseren. En ieder jaar is ook het verhaal dat het ongelooflijk moeilijk is.

Maar die mensen zorgen er wel voor dat er op dat moment iets georganiseerd wordt in Barneveld. Dan zou men om een paar duizend euro, daar ging het volgens hem om als hij de wethouder in de commissie goed beluisterd heeft, die evenementen ook nog de nek omdraaien. Spreker vindt dat ongemakkelijk. De heer Wiesenekker is blij dat de heer Korevaar deze interruptie plaatst. Het gaat niet om de Veluwehal, dat is geen C-element en daar zijn ook vrijwilligers actief. Dit zal afvallen. Het gaat specifiek, hij wil het ook vernauwen tot dat, om de C-evenementen die bij Zeumeren kunnen plaatsvinden. Dat zijn evenementen die in de gemeenten Veenendaal, Utrecht, Nieuwegein en Rotterdam, met dezelfde eigenaar, gewend zijn dat er tussen de €3.000 tot €6.000 leges geheven worden en dat in Barneveld niet hoeven te betalen. Op het moment dat de gemeente aan inwoners en ondernemers vraagt om een extra bijdrage te leveren, vindt zijn fractie dat dergelijke commerciële evenementen die er echt veel geld aan verdienen, ook kunnen bijdragen. Het levert inderdaad niet een schokkend bedrag op, het is wel principieel. De heer Korevaar is blij te horen dat het voor de ChristenUnie principieel is. Maar als men Barneveld voor €3.000 tot €6.000 op de kaart kan zetten op een manier zoals Gelderpop dat doet en kan laten zien hoe geweldig de locatie Zeumeren is voor de gemeente, dan is hem dat elke euro waard.

Hij zal de motie niet steunen. De heer Evers vraagt zich af wat hiermee bereikt gaat worden. Volgens hem zijn evenementen nodig om Barneveld kleur op de wangen te geven, ook de commerciële evenementen. Het zijn er blijkbaar twee, hij vindt het te billijken om dit te laten zitten. De heer Wiesenekker gaf aan dat de organisatie bij Zeumeren gewend is om dergelijke evenementen te organiseren en dit in tal van andere gemeenten doet. Overal betaalt de organisatie leges. Het is dus niet zo dat de organisatie het evenement dan niet meer zou houden. De organisatie draagt zo ook bij aan de kosten die de gemeente maakt om haar commerciële evenement te kunnen houden. Men draait het niet de nek om, de ChristenUnie denkt dat het eerlijker is en vergelijkbaar met andere gemeenten. De heer Evers vraagt of de heer Wiesenekker ervan op de hoogte is dat hij raadslid is van Barneveld en niet van andere gemeenten. De heer Wiesenekker is daar zeker van op de hoogte. De heer Evers stelde echter dat het evenement niet kan doorgaan als de leges worden geheven, daar is spreker het niet mee eens. Dit soort organisaties zijn gewend om overal leges te betalen maar niet in de gemeente Barneveld. De heer Evers zegt niet te stellen dat hiermee evenementen de nek om worden gedraaid. Hij stelt dat het twee evenementen zijn, zoals de heer Wiesenekker aangeeft, die commercieel zijn.

Hij ziet niet de nut en noodzaak om dat te gaan belasten.

26

De heer De Vries constateert dat de ChristenUnie met de motie eigenlijk belastingverhoging voorstelt op twee verschillende gebieden. De OZB zit er al concreet in en andere zaken zouden in samenspraak met de samenleving moeten worden overlegd, volgens het college. De heer Wiesenekker kiest ervoor om én op evenementen al de keuze te maken én als het gaat om de recreatieve sector. Hij vraagt waarom daar niet het gesprek met de samenleving nodig is, en uiteindelijk met de raad, en of hij de keuze al kan maken. De heer Wiesenekker vindt dit een begrijpelijke vraag. Het antwoord is: omdat de ChristenUnie denkt dat, als een lastenverhoging wordt doorgevoerd, dit zo breed mogelijk gedaan moet worden. De heer De Vries begrijpt dat de heer Wiesenekker aangeeft dat het belangrijk is om dit breed in de samenleving te bespreken. Dit zou daar juist in meegenomen moeten worden om uiteindelijk met het brede pakket te komen in de afweging wat wel of niet mogelijk is en hoe de samenleving er uiteindelijk op reageert, wat kennelijk een belangrijk onderdeel is. De heer Wiesenekker zal nog een aantal moties noemen waarbij hij van mening is dat er niet aan kostenverlaging gedaan moet worden. Hij vindt dat hij ook moet kijken naar waar eventueel de opbrengsten verhoogd kunnen worden.

Zijn fractie heeft gekeken naar hoe eerlijker de opbrengstverhoging verdeeld kan worden en op welke plekken men met kostenverlaging heel terughoudend moet zijn. De heer De Vries vindt deze combinatie verduidelijkend. De heer Wiesenekkker vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Tot slot dienen wij onder opbrengstverhoging motie 24-62 Verkennen optie opbrengst grondexploitatie verhogen in om te verkennen of verdichting en een andere mix van koopwoningen met meer betaalbare woningen kan leiden tot hogere opbrengsten op de grondexploitaties. Dit vanwege de ervaringen in wijk Bloemendal, waarin dit aspect een bijdrage heeft gehad in de verhoogde opbrengsten. Het is nogal een verschil. Omdat zoveel jonge starters zoeken naar een woning en die moeilijk kunnen vinden in onze gemeente, denken wij dat deze verkenning kan bijdragen aan zowel de woningmarkt voor jonge starters als aan de financiën van onze gemeente. Kostenverlaging Er worden forse maatregelen genomen om kosten te verlagen. De verwachte opbrengst van die maatregelen is nog niet geheel duidelijk, maar het is voor ons wel een reden om kanttekeningen te plaatsen en richting mee te geven.

De positieve kanttekening is bijvoorbeeld het behoud van de belangrijke faciliteit van het zwembad in De Glind, het onverminderd doorzetten van onze ambities op duurzaamheid en het behoud van subsidies als daarmee duurdere zorg wordt vermeden. Tegelijkertijd stellen wij moties voor bij het doorvoeren van de bezuinigingen. Motie 24-60 Maak meest kwetsbare jongeren niet het kind van de rekening is om kwetsbare jeugdigen niet het kind van de rekening te laten zijn bij de bezuinigingen. Ook van de jeugdzorg wordt een forse bezuiniging verwacht. De wethouder maakte daarbij al de kanttekening dat dit mogelijk niet haalbaar is omdat de gemeente Barneveld al maatregelen vanuit de Hervormingsagenda heeft doorgevoerd. En het is nu al een uitdaging is om voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen tijdige en passende hulp toegankelijk en beschikbaar te stellen. Daarom roepen we het college op om recht te doen door ervoor te waken dat voor deze meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen passende jeugdhulp beschikbaar blijft. Motie 24-61 Terughoudendheid bezuiniging minimabeleid en bijzondere bijstand roept het college op bij de uitwerking van het scenario ‘versoberen’ de effecten op minima en mensen in de bijstand nauwlettend te volgen en te voorkomen dat dit scenario strijdig is met de doelstelling van het programma Bestaanszekerheid.

Bezuinigingen op minimabeleid en bijzondere bijstand (net als bij subsidies) kunnen elders tot forse kosten leiden, dit moet voorkomen worden. Ook hiervoor geldt het uitgangspunt penny wise, pound foolish. Wij hechten waarde aan een concrete oproep hiertoe en dienen daarom de motie in. Ik blijf nog bij de uitzondering van subsidies die hoge zorgkosten voorkomen. Wij zijn blij met deze uitzondering, maar kunnen ons ook voorstellen dat er organisaties zijn die hoge zorgkosten 27

voorkomen, maar daarvoor nu nog geen subsidie of anderzijds steun vanuit de gemeente krijgen. Dit terwijl zij met die steun van nog grotere waarde kunnen zijn. Ik denk bijvoorbeeld aan een stichting als Stichting Present. Daarom dienen wij motie 24-58 Verkenning subsidiebeleid in zorg- en welzijnsdomein in om ook breder te inventariseren of er organisaties zijn die met steun van de gemeente een grotere meerwaarde kunnen leveren aan het voorkomen van hoge zorgkosten.’ De heer Korevaar vraagt of de heer Wiesenekker klaar is met het lijstje van uitzonderingen. De heer Wiesenekker zegt hiermee verder te zullen gaan. De heer Korevaar bemerkt in de samenleving nogal wat onrust over de lijst. Dat heeft ook te maken met het marktconform maken van huuropbrengsten voor maatschappelijke instellingen. Dan spreekt men bijvoorbeeld over een organisatie als Welzijn Barneveld. Die hoort hij niet op het lijstje van de heer Wiesenekker en hij vraagt of daar ook nog een uitzondering voor gemaakt gaat worden. De heer Wiesenekker vindt dit een specifieke vraag. De uitzonderingen die de ChristenUnie maakt, waarbij dus ook gekeken is naar hoe opbrengsten kunnen worden verhoogd, zijn uitzonderingen waarvan de fractie meent dat als het niet gebeurt, dit in de toekomst tot hogere kosten leidt. Een korte termijn besparing gaat op de lange termijn kosten geven. Voor de heer Korevaar is dit duidelijk.

Hij meent echter dat een organisatie als Welzijn Barneveld uitermate goed in staat is, ook met bijvoorbeeld het Automaatjesproject, om Barneveldse zorgkosten laag te houden. Het zijn initiatieven die uit hún koker komen. Hij vraagt de heer Wiesenekker goed na te denken over waar hij uitzonderingen voor wil maken en waarvoor niet. Dat de ChristenUnie er een paar uitpikt maakt de discussie best ingewikkeld. Het is een beetje cherry picking. De heer Wiesenekker denkt dat, op het moment dat Welzijn Barneveld zorgkosten voorkomt (bijvoorbeeld door het Maatjesproject, want daardoor hoeven er geen aanvragen voor vervoer gedaan te worden en worden zorgkosten voorkomen) de fractie niet wil dat daarop bezuinigd wordt. De fractie wil inderdaad dit soort organisaties steunen, ook met deze motie. Op de lijst waar de heer Kevelam over sprak, die volgens spreker openbaar is en niet achter een slotje zit, staat een hele lijst van fondsen en subsidies die momenteel verstrekt worden. Hij meent dat daar organisaties bij staan die er ook voor zorgen dat hoge kosten worden voorkomen door juist met preventieve aspecten bezig te zijn. Op het moment dat de raad kijkt waar op de lijst ingeteerd moet worden, dan moet ook gekeken worden naar organisaties die ook bijdragen aan het voorkomen van zorgkosten.

Hij meent dat de heer Korevaar de heer Wiesenekker juist naast zich en niet tegenover zich vindt op dit punt. De heer Kevelam stelt dat men op zichzelf niets kan hebben tegen wat de heer Wiesenekker hier bepleit, namelijk meer besparen dan uitgeven. Dat is men snel met elkaar eens. Hij meent dat in de Kadernota ook benoemd wordt dat dit sowieso op alle domeinen de bedoeling is. Hij is echter benieuwd naar de meetbaarheid ervan want dat is lastig: waar zit precies de besparing, waar is voorkomen dat de zorgkosten oplopen of teruglopen? De heer Wiesenekker erkent dat kosten die men uiteindelijk niet maakt, moeilijk te meten zijn. Hij geeft het voorbeeld van Stichting Present omdat velen die kennen. Op het moment dat iemand zich zeer eenzaam voelt, zijn woning en tuin flink verwaarloost en er zijn vijf vrijwilligers die daar een dag helpen en ervoor zorgen dat de tuin weer aan kant is, het huis schoon is waardoor die persoon zich weer veel waardiger voelt, dan kan men daar misschien wel twee psychiatrische behandelingen mee voorkomen. Iemand gaat daardoor weer naar buiten, durft de buren weer onder ogen te komen en er worden hoge zorgkosten bespaard. Er zijn veel onderzoeken gedaan naar de waarde die Present toevoegt aan het leven en het voorkomen van zorgkosten door dit soort stichtingen. Daar is dit een voorbeeld van. De heer Kevelam doet hier niets aan af.

Dat wordt gauw flauw en dat is bij dit onderwerp absoluut niet de bedoeling. Maar ergens kan men natuurlijk ook fietspaden gaan aanleggen omdat dat ook goed voor je is en je misschien wel helpt in je geestelijk welzijn. Een ander voorbeeld is een voetbalvereniging. Het klinkt wat flauw, maar hij vindt de meetbaarheid van wat met de maatregel wordt bereikt lastig.

28

De heer Wiesenekker vindt die eerste reactie inderdaad wat flauw. Het gaat om de meest kwetsbare mensen in de samenleving die met elkaar veel kosten betekenen voor de samenleving. Zijn fractie denkt echt dat er organisaties zijn die hoge kosten voorkomen. Het is de visie van de fractie om die te steunen om de hoge kosten te voorkomen en mensen meer waardigheid te geven in dit soort heftige situaties. De heer Wiesenekkker vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘De volgende motie, motie 24-63 Faciliteren Jongerenraad Barneveld met betrekking tot bezuinigingen, is gekoppeld aan de Jongerenraad. Want onze gemeente heeft twee formele adviesraden: de adviesraad Sociaal Domein en de Jongerenraad. Beide hebben een belangrijke rol in het bespreken van diverse scenario’s en maatregelen zoals voorgesteld in de Kadernota. Het is ons duidelijk geworden dat de adviesraden op een verschillende manier worden gefinancierd. Leden van de Jongerenraad krijgen bijvoorbeeld geen vergoeding, terwijl leden van de adviesraad Sociaal domein wel een vergoeding ontvangen per formele vergadering. Dat verschil is opvallend en draagt niet bij aan de stabiliteit en beschikbaarheid van ook de Jongerenraad.

Daarom roept de motie op om de ondersteuning van de formele adviesraden vergelijkbaar te gaan organiseren.’ De heer Evers onderstreept dat hij erg voorstander is van de Jongerenraad, juist als adviesorganisatie, gevraagd en ongevraagd. In de motie roept de heer Wiesenekker op daar direct financiële ondersteuning bij te geven. Hij vraagt of het niet beter is om eerst te onderzoeken wat er nodig is om de organisatie meer in haar kracht te laten komen. De heer Wiesenekker wijst erop dat zijn fractie meerdere keren heeft gesproken met de Jongerenraad. Het zou een heel waardevol gesprek kunnen zijn, hij meent dat dit ook al gaande is tussen het college en de Jongerenraad. In één van de gesprekken is hem duidelijk geworden dat de adviesraad Sociaal Domein wel een financiële vergoeding per vergadering ontvangt en de Jongerenraad niet. Dat vindt zijn fractie een vreemd verschil, het betreft allebei een formele adviesraad. Die moet de gemeente op eenzelfde manier ook financieel steunen. De heer Wiesenekkker vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Tot slot willen wij nog enkele moties inbrengen die bijdragen aan de leefbaarheid in onze gemeente. Al vaker is aandacht gevraagd voor de onveilige situatie bij de oversteek bij De Wardborg in Garderen op de Koningsweg. We roepen het college op werk te maken van deze locatie en ook hier de oversteekbaarheid te verbeteren.

Motie 24-83 Veilige oversteek Koningsweg Garderen. De volgende motie, motie 24-64 Versnelde evaluatie inkorting gemeentepagina richt zich op het versnellen van de evaluatie voor het inkorten van de gemeentepagina in de Barneveldse Krant. Wij krijgen signalen dat vooral ouderen dit inkorten als een gemis ervaren. Juist deze doelgroep heeft onvoldoende vaardigheid om het internet als goed alternatief te gebruiken. Een versnelde evaluatie kan zicht geven op de effecten van de inkorting en aanbevelingen voor verbetering geven. Over de overspannen woningmarkt hebben we vandaag al veel gehoord. Al langer maakt onze fractie zich hier zorgen over. Niet voor niets controleren we ons woningbouwprogramma nauwgezet en kijken we ook steeds naar de percentages van goedkope woningen. We dienen twee moties in die een bijdrage kunnen leveren aan de beschikbaarheid van extra betaalbare woningen, ook voor jonge starters. Motie 24-57 Woningsplitsing en -deling mogelijk maken roept op om splitsing en deling van woningen breder mogelijk te maken en daartoe een voorstel voor te leggen aan de raad. Motie 24-59 Aanvragen subsidie flex- en transformatiewoningen roept op om in 2025 wel aanspraak te maken op de subsidie vanuit de Stimuleringsregeling Flex- en Transformatiewoningen en daartoe een concreet initiatief voor te stellen aan de raad.

Vanuit het Rijk is hiervoor nog ongeveer €280 miljoen beschikbaar tot en met 2026. Er zijn veel voorstellen van ons aan de orde gekomen. We hopen daarmee recht te doen aan de complexiteit waarvoor het college staat. De benodigde maatregelen zijn fors. Met onze moties proberen wij richting te geven en een bijdrage te leveren aan deze complexiteit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=e9479d2e-a67f-48b5-ad96-5de839243c73