Notulen raadsvergadering Barneveld 10 juli 2024
Tekst van het document
Notulen van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Barneveld gehouden op 10 juli 2024 Aanwezig zijn de raadsleden: de heer A.S. van Amerongen mevrouw E.C. van den Berg mevrouw M.H. Blankenburgh-in ’t Anker de heer T. den Boon de heer T.N. Bos de heer G.W. Boswijk (arriveert later) de heer G. Evers de heer A. Flier (arriveert later) de heer W. Hazeleger de heer G.H. Kevelam de heer W.A. Knapen (arriveert later) de heer L. de Knegt de heer C.W. de Kool de heer A.W. Korevaar mevrouw I. Lether mevrouw E. de Man-Rosbergen Voorzitter Griffier De collegeleden Gemeentesecretaris Afwezig Verslag
4
mevrouw A.R. van der Meer de heer H. Mulder de heer E. Pladdet de heer R. Petri de heer J.M. Schipper de heer H. Smit mevrouw M.B.A. Tamaela de heer J. van der Tang de heer J. Top mevrouw N. van Veen de heer S.P. Velt de heer D.G. de Vries de heer H.W. Wiesenekker de heer L. Wijmenga de heer E. Wijnne mevrouw J.A.G.M. van den Wildenberg
: de heer J. van der Tak, burgemeester : mevrouw M. Bongers : mevrouw J. de Heer- Verheij, de heer W. Oosterwijk, mevrouw M.H.J. Pluimers-Foeken en de heer B. Wijnne : de heer W. Wieringa : de heer J.A. van den Top : mevrouw M.J. Strijbos-Vermeulen
Politieke en financiële beschouwingen: Jaarverslaggeving 2023, 1e Tussenrapportage 2024 en Kadernota 2025-2028
4.1 1e Termijn fracties De voorzitter geeft de fractievoorzitters tien minuten de gelegenheid voor een reactie in eerste termijn. Daarbij zal eerst de grootste oppositiefractie het woord krijgen, dan de grootste coalitiefractie en zo verder. De heer Korevaar voert het woord namens de fractie van Pro’98: ‘Voorzitter, na de raadsvergadering over huisvesting van arbeidsmigranten, belde ik met één van de buurtbewoners. De voorlopige uitkomst van de vergadering leverde voor hem niet het gewenste resultaat, maar tot mijn verrassing had hij vanaf de tribune met plezier de discussie in de raadszaal gevolgd. Hij zag raadsleden dilemma’s bespreken, afwegingen maken en had de democratie zijn werk zien doen. ‘Nu moeten we er met elkaar het beste van maken aan de Postweg’. Een paar weken later stond ik met commissieleden te luisteren naar teleurgestelde inwoners van Garderen. Zij werden geconfronteerd met een gemeentelijke visie die hen mogelijk in hun woongenot zou gaan beperken. Vertrouwen in de overheid was op dat moment ver te zoeken. Een week later 1
hoorden wij hen opnieuw, nu in deze zaal. Bezwaren werden geuit en ideeën werden gedeeld. En het mooiste: het gesprek ging door op het terras bij de buren. Zo wordt creativiteit gevoed en krijgen plannen vorm. Het gaat niet altijd goed en je zult met keuzes niet iedereen blij kunnen maken, maar dit maakt het werk als raadslid waardevol. Op deze manier houd je het jaren vol. Maar trottoirbanden, Turaps, fietssuggestiestroken, IHP’s, visies, maaiwerk, grondwaterstanden, rondwegen, de grondwet: het zijn zomaar wat onderwerpen die in het hoofd van een raadslid rondzingen in één week tijd. Een overvloed aan onderwerpen waarin raadsleden ook gemakkelijk kunnen verzanden. Zeker als je het gevoel bekruipt enkel te kunnen tekenen bij het kruisje. Als je door het college niet in staat wordt gesteld om waarde geladen keuzes te maken en op die manier zelf politieke kleur te bekennen. En zonder kleur ben je als politicus, of het nu oppositie of coalitie is, gemankeerd. Als raadslid wil je vooral dat je werk zinvol is, een vergoeding is bijzaak. In het betoog van Klaartje Peters en Geerten Boogaard in het VNG-magazine van deze week kan ik mij dan ook volledig vinden. Het participatiespook beweegt zich echter als permanente verschijning door dit huis en verdringt kennis, kunde, visie en waarde gedreven politiek naar de achtergrond.
In de voorbereiding wordt alles vakkundig dicht geparticipeerd en de raad vormt de laatste horde of, in het slechtste geval, hindernis. Het ultieme voorbeeld blijft toch wel de Churchillstraat. Daar waar Pro’98 volgens het college een ‘negatief beeld’ voedde door over deze situatie schriftelijke vragen te stellen, terwijl wij slechts woorden gaven aan wat in de praktijk wordt ervaren door inwoners. Het college schoot acuut in de verdedigingsreflex. Er was toch juist zo goed en uitgebreid geparticipeerd? Maar wat van het originele idee overbleef, is een halfbakken compromis om vooral zoveel mogelijk participerende mensen tevreden te houden. De focus in de bespreking van de raad en in het college lag bij de bomen, want die zijn politiek interessant en liggen politiek gevoelig. Het verkeerskundige idee van consequent fietspaden aan één zijde ging in het proces een beetje verloren, er kwam een half fietspad tot aan de Koterweg bij. Na het raadsbesluit, ik herhaal: na het raadsbesluit, volgde nog een rondje participatie en zo sneuvelde de verkeersheuvel bij de Koterweg, waar de raad nog toe had besloten, want dit bracht mogelijk lawaai voor directe buurtbewoners. Volgens het college was er alleen nog gewenning nodig en een extra geel bordje.
Voorzitter, ik fietste er zojuist overheen, u hebt er gisteren gekeken en zowaar: er fietsten weer mensen over de weg in plaats van over het fietspad. En zo verandert onze bestuurscultuur van een waarde en visie gedreven naar een sentiment gedreven bestuur, letterlijk op stoeptegelniveau. Nog voor het ingewikkeld is, wordt het geparkeerd in een coalitieakkoord. Kijk naar het ambtsgebed, een Schaffelaartheater of windenergie. En wordt het dan alsnog moeilijk, dan stellen we uit, gaan we een extra rondje participeren zoals bij het landelijk gebied, huren een onderzoeksbureau in of vragen om mediation. Politiek is niet voor bange mensen. Maar door zoete broodjes en maatwerk aan de voorkant te verkopen, wordt het steeds lastiger om moeilijke beslissingen te nemen die mogelijk pijn doen. ‘En als het pijn moet doen, dan het liefst niet bij mijn achterban, want dan worden ze boos en kloppen mijn beloftes niet meer.’ Zachte heelmeesters maken in dat geval stinkende wonden en die zullen vanmiddag weer massaal van pleisters worden voorzien. Tot zover mijn analyse van ons huidige Barneveldse politieke landschap. Deze Kadernota is daar een duidelijk kind van. Het beleid dat door dit college wordt gevoerd, zoals het lenen van extra geld voor het realiseren van ambities, vroeg vanaf het eerste jaar, vonden wij, al om pijnlijke maatregelen. Het moest immers ergens van worden betaald.
Dus dan moet je kiezen voor verschuiven, bezuinigen of OZB verhogen. Zo halverwege het proces lijkt de OZB-verhoging toch onvermijdelijk en strategisch ver genoeg van de verkiezingen om het sentiment niet al te nadelig te beïnvloeden. Lastiger wordt het bij de wens om te gaan bezuinigen. Het college legt de raad een groslijst voor met eventuele bezuinigingen. Zelf noemen zij dit scenario’s. Met deze lijst onder de arm wil het college in samenspraak met de raad en de samenleving komen tot nadere invulling van de bezuinigingen voor de kadernota 2026. Ik vraag me hierbij sterk af of het college denkt dat de samenleving in deze raadszaal ontbreekt.
2
Wij spreken inmiddels over juli 2025. Daarna volgt een reces, net zoals na vandaag. Eind september 2025 moet de begroting voor 2026 ambtelijk wel zo’n beetje klaar zijn. Zoals wij in de commissie al stelden, schuift de kadernota het laatste decennium steeds verder op naar de zomer. Daarmee wordt het steeds meer een oefening in begroten in plaats van een visie en waarde gedreven kader. Wij vragen om een toezegging om de kadernota volgend jaar begin mei vast te gaan stellen. Een kadernota moet geen financieel stuk, maar een strategisch stuk met fundamentele vraagstukken zijn, waarover wij het in deze zaal hartgrondig eens maar ook oneens kunnen zijn. Hier past het mij om mijn grote waardering uit te spreken voor het werk dat ieder jaar door de afdeling wordt verzet om jaarrekeningen, tussenrapportages en kadernota’s te schrijven. Ze worden steeds beter leesbaar, ook al missen we soms nog een begrippenlijst. Waar we moeite mee blijven houden is de inhoudelijke component. Daarvoor moet de basis worden gevonden in het Coalitieakkoord van 2022. We missen een strategische bril van een college dat in kadernota’s durft voor te sorteren op het jaar dat komen gaat.
Dat niet alle bezuinigingen benoemd kunnen worden, dat snappen wij nog, maar als in het raadsbesluit nu eens een lijstje had gestaan met een eerste aantal bezuinigingen in plaats van een lijstje met uitzonderingen, dan hadden we iets van kleur kunnen gaan zien. De afgelopen jaren was er iedere keer wel wat te benoemen waardoor keuzes maken niet hoefde. Het werk moest worden afgemaakt, we waren druk met het Meerjaren Investeringsprogramma en de oorlog in Oekraïne maakte perspectief ingewikkeld. Als wij de lijn van het college blijven volgen, dan wordt de begroting van 2026 eindelijk beleidsrijk. Hoera! Vier maanden later liggen de consequenties bij het volgende college op het bureau. Wij hebben in de fractie lang nagedacht over de vraag wat in het voorgelegde raadsbesluit nu werkelijk onmisbaar is. Maar ook: kunnen wij de consequenties van dit besluit overzien? Ons antwoord daarop is ‘niets’ en ‘nee’. De lijst met eventuele bezuinigingsposten is niet uitputtend noch duidelijk in concrete impact, maar hij is wel richtinggevend. De opbrengsten die met de verschillende elementen behaald kunnen worden, zijn ook niet helder. De manier waarop hierover via participatie voeding wordt gezocht, vinden wij opnieuw kleurloos en vooral te laat.
Wij zouden het college willen uitdagen om in plaats van een lijstje met uitzonderingen te komen met een beknopte lijst van beleidsrijke voorstellen, of concrete bezuinigingen bij de begroting van 2025. Dat geeft invulling aan de uitspraak van het college zelf in de aanbiedingsbrief: eerst oud voor nieuw, dan bezuinigen en daarna eventueel de opbrengsten verhogen. Dank u wel.’ De heer Top voert het woord namens de fractie van de SGP: ‘Voorzitter, met deze Kadernota presenteert het college één van de grootste financiële operaties sinds jaren. Als SGP-fractie vinden we dat deze aanpak getuigt van financiële degelijkheid, van doorpakken en van zorgvuldigheid. Hoewel er over 2023 een fors positief resultaat is behaald van ruim €21 miljoen liggen er grote financiële uitdagingen voor ons. Het college pakt deze aan via een samenhangend pakket van bezuinigingen, ombuigingen en belastingverhogingen. Precies zoals in het coalitieakkoord is verwoord. Als SGP-fractie zijn we positief over deze aanpak. Goed om te zien dat via ‘Basis op orde’ de begroting sluitend gemaakt wordt voor de komende 4 jaar en dat ondanks de ravijnjaren vanaf 2026. Dit gebeurt met beperkte impact voor de burger. Daarnaast zijn we als SGP-fractie positief over het feit dat via ‘Verantwoord groeien’ €5 miljoen aan financiële ruimte per jaar wordt gerealiseerd.
We vinden dit hard nodig om investeringen te kunnen doen zoals de Oostelijke Rondweg, de bouw van veel extra schoollokalen en diverse andere zaken. Goed dat hierbij een bestemmingsreserve wordt ingesteld. Ook vinden we het begrijpelijk dat het college de voorgestelde scenario’s gaat uitwerken in samenspraak met de samenleving en de gemeenteraad. Het heeft namelijk nogal wat impact, zeker ook voor de samenleving. Er is één aspect dat de SGP minder aanspreekt en dat is dat de belasting voor toeristen en forensen later wordt verhoogd dan de OZB. Wat ons betreft nemen we verhoging van deze belastingen direct 3
mee. Toeristen en forensen profiteren immers ook van de investeringen die we moeten doen. Om die reden dienen we motie 24-66 Toeristen- en forensenbelasting in.’ De heer Evers vraagt of de heer Top het met hem eens is dat, als het college zegt eerst Oud voor Nieuw te doen, daarna bezuinigt en dan pas de lasten verhoogt, het wat vreemd is dat én de OZB wordt verhoogd én dat de heer Top nu oproept tot het verhogen van de forensenbelasting. De heer Top is het hier niet mee eens. Hij heeft er zojuist uitgelicht dat er een samenhangend pakket is met bezuinigingen, ombuigingen en belastingverhogingen. In die volgorde. De uitwerking kan anders zijn, maar alle drie de zaken staan in de Kadernota. De heer De Vries informeert of de heer Top van mening is dat, als de belasting direct door zou gaan, het zou betekenen dat de OZB-verhoging iets verminderd zou kunnen worden zodat dezelfde opbrengst bereikt wordt. De heer Top laat weten dat het punt heeft gespeeld in zijn fractie. Tegelijkertijd ziet men dat de betreffende belastingen in één van de scenario’s staan. Het verhogen van de OZB zou leiden tot een minder totaalpakket. De SGP-fractie kiest daar uiteindelijk niet voor. De heer De Vries constateert dat de heer Top beide belastingen wil opnemen in de programmabegroting van 2025. Hij informeert of dat zou betekenen dat beide verhogingen in 2026 zouden ingaan.
De heer Top licht toe dat zijn fractie daar niet voor kiest. Het lijkt verstandig om dit in 2025 in te laten gaan, ook met het oog op de eerdere beantwoording hiervan van het college. De heer Top vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Bij de grote opgave die er ligt is het van belang de sociale cohesie in onze gemeente in stand te houden. Daarbij kan het zijn dat er meer van de samenleving wordt gevraagd. Wat de SGP betreft is het motto Zelf Samen Gemeente hierbij van groot belang. Meer vragen van de samenleving kan ook een sterk gemeenschapsgevoel bevorderen. De SGP wil daarbij staan voor een sterke samenleving met een kleine, ondersteunende overheid. De jeugdhulp vormt een grote uitgavenpost voor de gemeente. Het is logisch dat er wordt gekeken op welke posten kan worden bezuinigd, ook wat de Hervormingsagenda Jeugd betreft. Bij alle beslissingen moet het welzijn van de jeugd voorop blijven staan. De SGP vertrouwt erop dat het college daar voldoende oog voor heeft. Ook hier is overleg met relevante organisaties van groot belang. Kosten in de jeugdzorg kunnen onder andere voortkomen uit echtscheidingen. Onderzoek (bijvoorbeeld van het Nederlands Jeugdinstituut) toont een verband aan tussen eenoudergezinnen en jeugdzorggebruik. Van belang is volgens de SGP dat een echtscheiding wordt voorkomen door bijvoorbeeld mediation of relatietherapie.
De kosten voor deze hulpverleningsvormen kunnen echter een belemmering zijn om er gebruik van te maken. Daarom dienen we als SGP motie 24-68 Onderzoek mediation ter voorkoming echtscheidingen in om te onderzoeken in hoeverre de gemeente kan bijdragen in de kosten.’ De heer Kevelam vraagt om verduidelijking. In de bijdrage van de heer Top hoort hij twee dingen: hij spreekt over het voorkomen van echtscheidingen, maar in de motie staat dat ervoor gezorgd moet worden dat er geen drempel is voor mediation of relatietherapie. Voor Lokaal Belang is het essentieel om helder te hebben wat de heer Top beoogt: voorkoming van echtscheidingen of dat er geen financiële drempel mag zijn als iemand de gang naar relatietherapie of mediation wil maken. De heer Top benadrukt dat de motie uitgangspunt is. Het is goed voor de heer Kevelam om de zinnen in verband te zien. Voor de SGP staat voorop dat er geen drempel van kosten zou moeten zijn. De heer Bos herinnert eraan dat hier een aantal jaren geleden tweemaal €25.000 voor is vrijgemaakt. Dat is toen gestopt. Hij informeert of de heer Top weet wat het resultaat toen was, in hoeverre hier gebruik van gemaakt is en of dit aansluit bij de motie. 4
De heer Top laat weten dat zijn fractie van mening is dat de situatie indertijd anders was, er was vanuit het huis capaciteit voor beschikbaar. In de motie gaat het om het helpen van echtparen, met name degene die het financieel moeilijk hebben, door bij te dragen in de kosten van mediation of relatietherapie. De heer Bos meent dat dit exact dezelfde uitgangspunten zijn als toen. Hij kan zich niet herinneren in welke twee jaren hier €25.000 voor uitgetrokken was. In zijn beleving heeft dat toen niet geleid tot een vermindering, het gaf geen hindernissen en men kwam niet tekort. Hij vraagt zich af of hier wel behoefte aan is. De heer Top wijst erop dat meer en meer uit allerlei onderzoeken blijkt, niet alleen uit het genoemde, dat er wel degelijk een verband is. Er is dus wel degelijk behoefte aan mediation. Hij geeft het voorbeeld van de gemeente Amersfoort. De gemeente is wat progressiever dan de gemeente Barneveld en heeft de avond ervoor een vergelijkbare motie aangenomen: help stellen met mediation op het gebied van relatietherapie. Slechts één partij van de elf of twaalf stemde tegen. De voorzitter brengt naar voren dat de gemeente Amersfoort dertien fracties telt. De heer Evers herinnert aan de opmerking van de heer Top dat hij graag een zo klein mogelijke overheid voor zich ziet.
Spreker vraagt hoe hij dit hiermee rijmt, het lijkt de heer Evers niet de corebusiness van de gemeente. De heer Top wijst erop dat de VVD bekend staat als een partij waarvoor de economie belangrijk is. Hier zit ook een economische factor achter: vormen van hulp kunnen een financieel effect hebben. Hij is die alinea dan ook begonnen met de kosten voor de jeugdzorg. De heer Evers begrijpt dat de heer Top echtscheidingen vervelend vindt maar ziet niet helemaal waarom de gemeente dit zou moeten oppakken. De heer Top vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Van hieruit naar het tekort aan woonruimte in onze gemeente. Dit is al langer geen nieuws. Hoewel er volop gebouwd wordt, vinden we als SGP dat er nadrukkelijk naar de bestaande woningen in de diverse dorpen moet worden gekeken. Daar zit veel potentie: denk aan tuinwonen, inwonen in bijgebouwen, flexwoningen, woonunits, mantelzorgwoningen, kangoeroewoningen et cetera. Echter, de regelgeving staat dit veelal in de weg. Daarom dienen we als SGP motie 24-70 Versoepelen mogelijkheden woningbouw in om het college te vragen na te gaan welke regels hiervoor zouden moeten worden veranderd. De SGP staat bekend als een partij die pal staat voor de belangen van de boeren. Natuurlijk moet er het een en ander veranderen bij de boeren in het buitengebied, echter te vaak worden boeren weggezet als vervuilers.
We moeten blijven beseffen dat ons land de toonaangevende natie is op voedselgebied. Dat geldt zeker ook voor onze regio en onze gemeente. Recent zijn er stappen gezet om het aantal extra woningen in het buitengebied te beperken om de boer de ruimte te geven, dat is een goede zaak, vinden we als SGP. Dit onderstreept tevens de noodzaak van flexibiliteit in de dorpen op het gebied van wonen.’ De heer Korevaar begrijpt van de heer Top dat de raad recent heeft besloten om het aantal woningen in het buitengebied te beperken. Hij is benieuwd naar wanneer dat is besloten. De heer Top doelt op het onlangs aangenomen Toetsingskader landelijk gebied. Alle fracties stemden voor, behalve die van Pro’98. Volgens de heer Korevaar staat juist in het toetsingskader dat boeren hun functie kunnen veranderen en daarvoor in de plaats bedrijfsruimte kunnen realiseren of een extra woning kunnen plaatsen. Hij vraagt hoe de heer Top dit rijmt met zijn eerdere uitspraak. De heer Top stelt dat het aantal woningen daar wordt beperkt. Hij zegt niet dat ze helemaal niet komen. Pro’98, de fractie van de heer Korevaar, had het voorstel om juist meer woningen te bouwen in plaats van bedrijfsgebouwen. De SGP vindt het een goede zaak dat daar niet voor gekozen is.
5
De heer Korevaar wijst erop dat het oude beleid, dat gold vóór het toetsingskader, juist sprak van het tegenhouden van particuliere woningen in het buitengebied om te voorkomen dat zij in de weg zouden komen van de agrarische sector en de duurzame economische ontwikkeling van de sector. Het nieuwe beleid wijkt daar echt van af. Hijzelf waarschuwde voor de industriële component. Maar de woningbouwcomponent is een bijkomstigheid van het meest recent aangenomen beleid. De heer Top erkent dat dit zo is. Maar men moet niet de ogen sluiten voor de praktijk. Er zijn veel boeren die stoppen dus er zal een andere invulling gegeven moeten worden aan het buitengebied. Dat is vormgegeven via het toetsingskader. De heer Korevaar is blij met de bevestiging van de heer Top dat hij geen ongelijk heeft. De heer Top vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Bij alles wat er op de gemeente afkomt als het gaat om ruimtelijke ordening, wonen en de landbouwtransitie kijkt de SGP-fractie met grote zorg naar de capaciteit in het gemeentehuis wat het fysieke domein betreft. In de Kadernota zien we diverse formatie-uitbreidingen, echter wat de SGP betreft komt het fysieke domein er bekaaid af. Bij veel onderwerpen die ons als raad bereiken zien we terug dat de capaciteit in het gemeentehuis een bottleneck is.
We willen het college oproepen dit in kaart te brengen en de uitkomsten dit najaar aan de gemeenteraad te presenteren. We dienen hiervoor met Lokaal Belang motie 24-71 Capaciteit fysiek domein in. Vorige week spraken we over de economische visie. We hebben toen nadrukkelijk aandacht gevraagd voor netcongestie. Daarnaast vragen we nogmaals aandacht voor ruimte voor starters en zzp’ers. Graag een reactie van het college hierop. De SGP is blij dat het college aandacht blijft houden voor goede onderwijshuisvesting. Een goede stageplek is daarnaast essentieel voor de ontwikkeling van leerlingen. Bepaalde leerlingen kunnen niet zelfstandig reizen. Zij komen echter alleen in aanmerking voor schoolvervoer zolang de stage binnen de schooltijden valt. Wij dienen motie 24-67 Stagevervoer buiten schooltijden in om deze leerlingen ook buiten schooltijden te vervoeren naar en van hun stageadres. Als SGP zijn we er content mee dat in deze Kadernota nog geen grote posten opgenomen zijn voor cultuur. Het lijkt ons verstandig om eerst een goed plan op te stellen en dan te beoordelen of dit de investering waard is. In deze tijd van bezuinigen vindt de SGP cultuur een domein waarbij kritisch naar de financiën gekeken mag worden. De SGP maakt zich zorgen over het drank- en drugsgebruik door jongeren. We zijn blij met de aandacht en aanpak die het college samen met de veiligheidsdiensten voorstaat.
Daarnaast vragen wij de initiatieven die door burgers worden genomen (zoals bijvoorbeeld Nuchter Kootwijkerbroek) op alle mogelijke manieren te steunen. Dergelijke initiatieven die direct uit de samenleving komen kunnen het verschil maken. Verder zijn we blij met de aandacht die ons college heeft voor digitale criminaliteit. Het aanpakken in een zo vroeg mogelijk stadium heeft het meeste effect. Nog twee zaken uit het fysieke domein. De verkeersveiligheid op de Wesselseweg tussen Kootwijkerbroek en Barneveld blijft een zorgpunt. De Ondernemingsvereniging Kootwijkerbroek is hierover in gesprek met de provincie. Er zijn aanpassingen gedaan en er schijnen meer maatregelen te komen. Het overleg gaat echter nogal moeizaam. Kan het college hierin bemiddelen? Een ander punt is de buitenwal om de nieuwe begraafplaats in Barneveld. We hebben begrepen dat hier een bloemen- en kruidenmengsel is gestrooid. Wat ons betreft is dit mislukt, er staat nu vooral onkruid. We vinden dat niet passend bij een begraafplaats. Daarom dienen we motie 24-69 Nieuwe begraafplaats De Plantage in om voor een alternatieve beplanting van de buitenwal te zorgen.’ De heer De Vries meent dat de moties van de SGP moties zijn op uitvoerend niveau. Motie 24-69 is het meest uitvoerend.
Hij vraagt zich af of er een motie bij de behandeling van de Kadernota voor moet worden ingediend om dit te doen, of het niet met een belletje richting de betreffende ambtenaar kan worden opgelost. De heer Top dankt voor het compliment dat het de meest uitvoerende motie zou zijn. Er zijn al verschillende belletjes aan gewijd, zelfs naar de wethouder. Dan wordt er gemaaid en is het even 6
netjes. Even later is dat niet meer het geval. De SGP meent dat een begraafplaats bij uitstek een plaats is die netjes moet zijn. Men kan discussiëren over wat netjes is, de SGP gebruikt hier de term verzorgd. De heer De Vries betreurt het dat er een motie voor nodig is en dat het niet opgelost kan worden middels een belletje naar wethouder of ambtenaar. Zijn fractie neemt dit in beraad. De heer Top benadrukt dat het helpt als onder meer het CDA de motie steunt. Dan gaat het geregeld worden. De heer Top vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Onze gemeente vergrijst, wellicht langzamer dan de rest van Nederland, maar het gebeurt. De kosten die dit met zich meebrengt zijn voor de SGP een zorg, zeker ook voor mensen die financieel minder draagkrachtig zijn. Het welzijn van de ouderen dient daarbij voorop te staan. Van belang hierbij is de woonsituatie van ouderen. Hier dient in de Woonvisie ruim aandacht voor te zijn. Volgend jaar hopen we in Nederland 80 jaar vrijheid te herdenken. Dit zal ongetwijfeld in onze gemeente volop aandacht krijgen. We willen het college vragen te zoeken naar manieren waarop tijdens deze herdenking met name aan onze jeugd uitleg wordt geven over wat vrijheid betekent en hoe deze vrijheid bedreigd wordt. Dat is wat ons betreft nodig in een tijd van toenemend antisemitisme en holocaust-ontkenning. Graag een reactie van het college.
We zijn een prachtige gemeente. Een gemeente met inwoners en ondernemers die naar elkaar omzien. Een gemeente waar het goed wonen is. Een agrarische gemeente ook, iets wat we mogen koesteren. Met een gemeenteraad die ondanks de verschillen die er zijn op een waardige wijze met elkaar van gedachten wisselt. We willen de gehele raad, het college en alle ambtenaren bedanken voor de inzet en betrokkenheid in deze ook voor onze gemeente roerige tijden. We willen daarbij iedereen Gods zegen toewensen.’ De heer Bos komt terug op het begin van het betoog van de heer Top waarin hij aangaf blij te zijn met de maatregelen die worden genomen en de keuzes die worden gemaakt. Hij stelt het als een feit en dat is volgens spreker niet het geval: er wordt een traject ingegaan, de heer Korevaar memoreerde dit ook in zijn bijdrage. Pas in de tweede helft van 2025 worden richting de kadernota de knopen geteld. Dit betekent dat, voordat er iets gebeurt, de belasting wordt verhoogd. Dit gebeurt dekkend, daar kan spreker zich in vinden, en met de OZB-verhoging is dit bij elkaar opgeteld 7,2%. Hij vraagt of de heer Top meent dat er bij iedereen in het loonzakje volgend jaar 7,2% bij komt. De heer Top gaat eerst in op de vraag over de aanpak. Het is zo dat momenteel de kaders worden vastgelegd voor bezuinigingen, ombuigingen en belastingverhoging. Dus niet alleen voor belastingverhoging.
Als het wordt aangenomen, daar gaat hij stilletjes vanuit, dan worden al die onderdelen afgesproken, dus ook de scenario’s qua omvang. Vervolgens worden ze ingevuld. De stijging van 7,2% gebeurt niet in één keer. Dit wordt geleidelijk verhoogd, vier keer 2,5%. De heer Bos meent dat de heer Top het niet begrijpt. Er is een inflatiecorrectie van 4,7% en daar bovenop komt de 2,5%. Bij elkaar opgeteld is dat 7,2% en dat was zijn vraag. Volgens de heer Top kan het ook zo zijn dat de vorige spreker het niet goed heeft uitgelegd. Maar hij heeft dit nu goed begrepen: 7,2% inclusief inflatiecorrectie is inderdaad een pijnlijke maatregel. Men moet bedenken dat de 4,7% inflatiecorrectie niet per se een verhoging is, want salarissen gaan ook omhoog. Inflatiecorrectie is niet hetzelfde als een verhoging. De heer Bos geeft aan dat dit zijn vraag niet was. De vraag was duidelijk: denkt de heer Top dat iedereen er volgend jaar 7,2% bij krijgt? De heer Top houdt een heel verhaal, dat is een manier om zich te verdedigen. Hij komt terug op de feiten: de heer Top geeft aan dat er wordt besloten maar er wordt eigenlijk alleen maar over een traject besloten. De bezuinigingen zijn eigenlijk een kader waarbinnen gezocht moet worden. Mogelijkerwijs wordt het dan straks, met participatie, gerealiseerd. Maar het is geen hard traject.
Het verbaast de heer Bos dat, met de financiële degelijkheid van de SGP waar de SGP toch als betrouwbaar te boek stond, dit hier wordt losgelaten en alleen wordt gekeken naar de 7,2%. Bij de andere zaken is de houding: we gaan het wel zien, mijnheer of mevrouw de burger. Hij vraagt waarom de volgorde niet wordt omgedraaid, waarom 7
worden niet eerst de bezuinigingen en maatregelen op korte termijn genomen om dan te kijken naar wat de gemeente tekortkomt. Daarna is het pas tijd voor de belastingverhoging. De heer Top geeft op de lange vraag een kort antwoord: de SGP houdt het college aan voorliggend pakket. De heer Top vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Als SGP willen we politiek bedrijven bij een open Bijbel. Er zijn 150 berijmde psalmen die op de Bijbel zijn gebaseerd. Uit één ervan wil ik als afsluiting twee regels citeren en wel uit Psalm 90 vers 9: Sterk onze hand, en zegen onze vlijt; Bekroon ons werk, en nu, en t' allen tijd'. Dank u wel.’ De heer De Vries voert het woord namens de fractie van het CDA: ‘Voorzitter, eerlijk gezegd zaten we er een beetje tegen aan te hikken om deze bijdrage voor te bereiden. We hebben een Kadernota die ons terug laat denken aan de vorige kadernota’s en begrotingen die we de afgelopen jaren hebben ontvangen. En dat moedigt niet aan, laat ik het voorzichtig zeggen. Het is bijna mogelijk om een eerdere bijdrage uit de lade te trekken, iets te actualiseren en daarna voor te dragen. We hebben dat overwogen. Eigenlijk was elke bijdrage daar prima voor te gebruiken. Een greep uit wat passages: - Coalitieakkoord mei 2022: ‘Echt nieuwe keuzes, richtingen of indrukwekkende ambities blijven uit. En daar klinkt dat eerdergenoemde ongemak in door.
Durven deze partijen wel een gezamenlijke koers in te slaan?’ - Begroting 2023- november 2022: ‘Het coalitieakkoord en de daaropvolgende Kaderbrief waren al niet hoogstaand, maar ook deze begroting geeft ons een onrustig gevoel. Welke keuzes zijn we met elkaar aan het maken?’ - Kadernota 2024 - juni 2023: ‘Er zijn forse problemen en uitdagingen en degenen (het college) die de lijnen uitzetten leggen de bal bij de gemeenteraad. Er is geen actieplan. Er wordt niets opgesteld. Het enige wat dit college stelt, is teleur.’ - Begroting 2024 - november 2023: ‘Ondanks dat we al een paar keer dachten de échte keuzes en analyses gepresenteerd te krijgen, moeten we nu wachten tot de kadernota van volgend jaar.’ En dat is voorliggende Kadernota. Volgens mij kunt u wel een rode lijn ontdekken. En die lijn wordt dit jaar consequent doorgetrokken. Op het eerste gezicht lijkt het een heel uitvoerige kadernota. Het oogt bijna als een begroting. Er is veel werk verzet. De ambtelijke organisatie heeft hard gewerkt om inzichtelijk te maken wat de financiële situatie is van de gemeente en welke mogelijkheden er zijn om orde op zaken te stellen. Verder wordt nog toegelicht waar het college op dit moment mee bezig is. En er wordt een procesplan gepresenteerd om in de komende anderhalf jaar tot uiteindelijk definitieve keuzes te komen.
Voordat ik tot duidelijke punten van kritiek kom, willen we als CDA iets heel duidelijk maken. De ambtelijke organisatie heeft bikkelhard gewerkt om meer structuur in onze financiën te krijgen. Om nog beter vooruit te kunnen kijken. Om inzichtelijk te krijgen wat nodig is om onze ambities waar te maken. Daar doen we vandaag niets aan af. Als het gaat om het pure financiële verhaal kunnen we dat wel volgen, maar het is zo jammer dat het daarbij blijft. Waar we kritiek op hebben is dat we nu voor de zoveelste keer van het college een zo goed als beleidsarme en inhoudelijk magere kadernota mogen ontvangen. We hebben nog steeds geen idee waar dit college inhoudelijk voor staat, waar dit college met Barneveld naar toe wil. We hebben begin dit jaar al een open brief naar het college gestuurd waarin we onze zorgen deelden. Er wordt zo weinig nieuw beleid gemaakt, daardoor vindt er ook zo weinig inhoudelijke discussie plaats in dit huis. De gemeenteraad wordt in slaap gesust. En we kunnen nogmaals uiteenzetten waarom we dat vinden, maar we vragen ons werkelijk af of een herhaling van deze woorden wel effect heeft.
8
Dat hadden we kunnen doen. Met een soortgelijke vergelijking als we de afgelopen twee jaar hebben gedaan. Een vergelijking met het verbouwen van een huis, zonder dat je weet wat voor huis je wilt. Een verhaal over een voetbaltrainer, die het probleem bij het bestuur legt en zelf geen daadkracht toont. Over een inloopmoment van het college om nog nipt een voldoende als cijfer te krijgen. Of onze vergelijking van het college met een pakketbezorger, die elke keer haar levering uitstelt. Maar we zijn er eigenlijk wel klaar mee. De opdracht aan het college om met scenario’s te komen is beantwoord met een boodschappenlijst aan mogelijkheden. We hebben meer inzicht waar bezuinigd kan worden, maar wat het voor impact heeft, wat de effecten zijn en welke richting het college zelf in slaat is ons een raadsel. Ook wordt ‘realistisch begroten’ als indrukwekkende keuze gepresenteerd, terwijl dit gewoon standaard werk zou moeten zijn. We willen visie, geen financiële verhandeling. We willen wethouders, geen boekhouders. Maar het college, zo is ons in de commissievergadering ook wel duidelijk geworden, is trots op dit stuk en is daar niet vanaf te brengen. Dus gemeenteraad, wat doen wij dan nu? Ik ben bang dat het hier ook bij blijft. Tweederde van de gemeenteraad lijkt het wel prima te vinden.
Als we de reacties van SGP, Lokaal Belang en ChristenUnie die we in de krant lazen mogen geloven, staat deze Kadernota vol met ambities. Het is allemaal heel logisch wat er gebeurt en we gaan gewoon door. Zelfs de OZB-verhoging wordt voor zoete koek aangenomen. En daar wil ik dan natuurlijk bij stil staan. Het college blijft vaag over maatregelen, maar drukt er wel gelijk één naar voren: een OZB-verhoging van uiteindelijk 10%, los van de inflatiecorrectie. Dan komt het aan op politieke partijen die daar tegenin gaan en vragen om alternatieven. Bijvoorbeeld van partijen die er concreet iets in hun programma over hebben staan: - ‘De OZB stijgt gemiddeld door de jaren heen niet harder dan de inflatie’ - de ChristenUnie in Barneveld. - ‘De OZB mag nooit als financiële reddingsboei gebruikt worden’ - Lokaal Belang. - ‘Bezuinigingen gaan voor belastingverhoging’ - SGP Barneveld. Ik ben nu al benieuwd naar de voorstellen. Als CDA riepen we samen met Pro’98 het college anderhalf jaar geleden op om een verhoging van de OZB als optie te verkennen. We zagen al van verre aankomen dat de strategie van het college zou vragen om ingrijpende keuzes. Verkenning van een OZB-verhoging hoorde daar wat ons betreft bij. Dit werd door het college afgewimpeld en ook de coalitie vond het allemaal niet nodig. Maar nu pardoes wel.
Maar zonder visie, richting en afwegingen kunnen we als CDA nu niet een OZBverhoging accepteren. Wat ons betreft, geldt dat je primair zoekt naar bezuinigingen en secundair naar mogelijke belastingverhogingen. Het zou een tekst van ons kunnen zijn, maar hij is van het college zelf in de Kadernota. College, handel daar dan ook naar. We dienen hier samen met VVD, Burger Initiatief en Lijst Bos amendement 24-51 Schrappen OZB-verhoging voor in.’ De heer Top meent dat het goed is dat de heer De Vries ook november 2022 in herinnering brengt. Daar heeft hij ook naar gekeken. Het bijzondere is dat het CDA toen inderdaad met Pro’98 opriep om OZB-verhoging een van de scenario’s te maken en dat het CDA daar nu tegen is. Kijkend naar november 2022: een half jaar daarvoor was het CDA coalitiepartij en toen hoorde men de fractie ook niet over belastingverhoging. Hij vraagt wat deze golfbeweging betekent. De heer De Vries licht toe dat zijn fractie in november 2022 inderdaad al zag aankomen dat de strategie van het college ervoor zorgt dat men het uiteindelijk moet gaan betalen met elkaar. Dat kan gedaan worden door middel van bezuinigen, door het maken van bepaalde keuzes en uiteindelijk door belastingverhoging. De fractie vond het belangrijk om al in november 2022 aan te geven dat dit scenario meegenomen moest worden om een goede keuze te kunnen maken in wat er gedaan gaat worden.
Het is anderhalf jaar later en er zijn nog geen scenario’s, er is nog geen duidelijkheid waarvoor gekozen kan worden. Het enige wat men nu weet is de OZB-verhoging. Volgens hem is dat te snel, er moet eerst gekeken worden naar de scenario’s. Daarvan is de OZB-verhoging er een en men kan dan afwegen of dat nodig is. Zonder de duidelijkheid van de impact, zonder de scenario’s kan het CDA er niet mee instemmen. Hij kan zich moeilijk voorstellen dat de SGP dit zo gemakkelijk
9
doet als in hun verkiezingsprogramma staat dat de fractie eerst wil kiezen voor andere bezuinigingsmaatregelen en dan pas uiteindelijk, als het echt nodig is, voor belastingverhoging. De heer Top meent dat dit precies is wat hij zojuist heeft betoogd. Het is een samenhangend pakket van bezuinigingen, ombuigingen en belastingverhoging. Doet de volgorde er dan toe? Misschien wel. Maar het gaat om het totale pakket en het totale pakket wordt op deze dag afgesproken. De heer De Vries noemde dat de afgelopen tijd veel informatie op financieel gebied naar boven is gehaald. De raad had in november 2022 niet de informatie om toen al te besluiten over OZB-verhoging. Die informatie is de afgelopen anderhalf jaar steeds meer naar voren gekomen. Mede op basis daarvan ziet zijn fractie nu de noodzaak ervan. Dan spreekt men over het gebeuren rond het Meerjaren Investeringsplan en alle andere financiële informatie die gekomen is. De SGP ziet nu dus wel de aanleiding om met het samenhangende pakket naar buiten te komen. Hij vraagt of de heer De Vries die mening deelt. De heer De Vries herinnert eraan dat het CDA indertijd heeft gevraagd om het scenario met wat het betekent als de OZB zou worden verhoogd, om hoeveel het gaat en wat ermee gedaan kan worden, en om de uitwerking in de kadernota van 2023 op te nemen. Het college koos daar niet voor omdat er geen meerderheid in de raad voor was.
Het CDA koos toen niet voor verhoging van de OZB, maar vroeg het mee te nemen en erop voorbereid te zijn, want uiteindelijk is de kans groot dat dat scenario uitgevoerd moet worden. Nu blijkt dat het scenario uitgevoerd moet worden. De heer Top zegt dat de volgorde er niet toe doet, maar dan lees ik nogmaals voor uit hun eigen verkiezingsprogramma: bezuinigingen gaan voor belastingverhoging. De heer Top licht toe dat het een samenhangend pakket betreft van bezuinigingen, van ombuigingen en van belastingverhogingen. Die worden inderdaad in één keer voorgesteld. Het kan natuurlijk in salamitactiek gedaan worden, maar het wordt in één keer voorgesteld. En dat maakt het voor de SGP draaglijk want de SGP zegt inderdaad: eerst bezuinigen en dan belasting verhogen. Het kan gedaan worden zonder belastingverhoging, maar dan moet er veel bezuinigd worden in de samenleving. De SGP steunt uiteindelijk de voorliggende aanpak. De heer Wiesenekker wijst erop dat de heer De Vries de OZB-verhoging schetst als een ongewenste maatregel. Hij noemde een tekstgedeelte uit het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie. Spreker begrijpt dit, de ChristenUnie had de maatregel ook liever niet nodig gehad en daarom is dat opgenomen in het verkiezingsprogramma. In het coalitieakkoord staat dat het een maatregel zou kunnen zijn. De heer Top noemde al dat het een onderdeel is van een pakket.
Hij meent vorige jaar toegelicht te hebben waarom hij de maatregel toen niet nodig vond, er was onvoldoende zicht op of het nodig was in relatie tot het realistisch begroten. Het blijkt dat daar veel uitgeklopt is, met dank aan de ambtelijke organisatie. Bij wat momenteel voorligt is er sprake van én realistisch weten wat er nodig is én weten dat als men de organisatie op orde wil houden en mee wil groeien in het ambtelijk apparaat dat nodig is bij de groeiambitie (in combinatie met de beleidstoevoegingen die de raad het afgelopen jaar heeft vastgesteld) de eerste 2,5% al nodig is. Dan is die basis op orde. Hij vraagt welke maatregel waar de raad het afgelopen jaar mee heeft ingestemd de heer De Vries er af zou willen halen. Het geld is nodig om het te kunnen doen. De heer De Vries memoreert dat de raad het vorige jaar met een motie (het stond ook in de Kadernota) heeft gevraagd om met scenario’s te komen van wat het zou betekenen voor het huishoudboekje als er op meerdere gebieden bezuinigd zou moeten worden. Als de raad die ontvangen zou hebben, had de raad keuzes kunnen maken en het CDA mogelijk zelfs de pijnlijke maar onvermijdelijke keuze kunnen maken voor een OZB-verhoging. De fractie kan dit momenteel niet bepalen want er is een waslijst aan onderwerpen waarop mogelijk bezuinigd zou kunnen worden. Maar hij heeft geen idee wat daar de impact van is.
Zonder die informatie kan het CDA niet kiezen voor een OZB-verhoging. Net als de heer Wiesenekker vindt hij dat de laatste stap die hij zou willen nemen. Zeggen dat er een OZB-verhoging moet komen zonder dat hij duidelijkheid heeft, is een brug te ver. Daar denkt zijn fractie anders over. De heer Wiesenekker bevestigt dat de fracties daarover van mening verschillen. De heer De Vries noemt de OZB-verhoging de laatste stap terwijl hij dit een jaar eerder al voorstelde. Dat valt op. Het 10
afgelopen jaar is er een aantal beleidstoevoegingen gedaan. ‘Basis op orde’ is: de organisatie van nu mee laten groeien met de groeiambitie. Dat is minimaal nodig om het basiswerk van de gemeente te kunnen doen plus de beleidstoevoegingen die het afgelopen jaar zijn gedaan. Als de heer De Vries dus zegt dat de verhoging niet door kan gaan, dan kan één van de beleidstoevoegingen van het afgelopen jaar niet doorgaan. Hij vraagt wat de heer De Vries zou schrappen. De heer De Vries antwoordt dat daarover uiteindelijk in de begroting wordt gesproken. Men kan bij dit voorstel kijken waar het wel wordt gehaald, maar niet bij de OZB. Hij kan niet meteen een punt noemen dat hij van de lijst zou halen. Maar ook omdat het een kadernota is, is zijn fractie er geen voorstander van om aan de OZB te zitten. Het college moet bekijken waar wel bezuinigd kan worden en moet dan terugkomen naar de raad. De heer Kevelam vindt het lastig te rijmen. De heer De Vries poneert een paar stellingen. ‘Het is zeer terecht en het is goed dat de ambtenarij orde op zaken heeft gesteld op het gebied van financiën.’ Dat betekent dus dat die zaken niet op orde waren, wat wellicht iets zegt over voorgaande colleges. Lokaal Belang wist twee jaar geleden al dat de vraag om verhoging van de OZB eraan zat te komen. Vervolgens vindt de heer De Vries het raar dat dit momenteel voorligt.
Hij meent dat hier een logische volgorde in zit: men stelt orde op zaken, men kijkt wat er nodig is. Er zijn wat zieners in de raad, tussen 33 mensen weet allicht iemand meer dan een ander. In dit geval wisten het CDA en Pro’98 al wat er ging komen. De andere fracties hadden meer tijd nodig om dat te voorzien maar het gebeurt. Er wordt orde op zaken gesteld, men gaat verder en daar is geld voor nodig. Het is niet andersom. Spreker zou hier wat meer reflectie op willen, hij vindt de samenhang van dit alles ingewikkeld. De heer De Vries constateert dat de heer Kevelam aan de vorige periode refereert. Toen was er al het plan om met een meerjaren investeringsplan te komen. Dat is verder uitgewerkt om uiteindelijk orde op zaken te stellen. Het CDA doet niets af aan het werk, het is goed dat dit wordt voortgezet. Dat was in de vorige periode al zo. De heer Kevelam meent dat het in de vorige periode niet zo was. Er was voor €500 miljoen aan plannen. De OZB-verhoging was ook een plan, maar er waren veel plannen. De heer De Vries herinnert eraan dat er destijds al de ambitie was om met een meerjaren investeringsplan te komen, verder vooruit te kijken en te kijken wat er nodig is en of dat betaald kan worden. Daar kwam een ravijnjaar overheen.
Uiteindelijk ziet men, het CDA zag dat vanaf het begin en ook in november 2022, dat dit ergens van betaald moet worden en vroeg het college om met scenario’s en keuzes te komen. Daarbij zou ook een verhoging van de OZB in overweging genomen moeten worden. Het CDA zei niet dat de OZB-verhoging doorgevoerd moest worden, maar dat die meegenomen moest worden in de scenario’s. Momenteel liggen er geen scenario’s voor, het enige wat er ligt is een OZB-verhoging. Dat gaat het CDA te snel. Er zou eerst gekeken moeten worden naar andere maatregelen waarna uiteindelijk bekeken moet worden of de OZB echt verhoogd moet worden. Die informatie heeft het CDA niet. Lokaal Belang kennelijk wel. De heer De Vries vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Zoals u van ons gewend bent, hebben we gekeken hoe we deze Kadernota wat kunnen verbeteren of repareren.’ Dit triggert de heer Kevelam. Wellicht is het over de 40-jarige geschiedenis van het CDA mogelijk om te zeggen ‘zoals u van ons gewend bent, denken wij graag mee’. In de kortere geschiedenis van het CDA Barneveld viel hem op dat er veel gezegd wordt ‘ik weet het ook niet’, ‘kom maar met verhalen’, een brief schrijven met ‘jullie hebben een heel ambtenarenapparaat en wij moeten het achter een bureautje doen’. Dat vindt hij minder stroken met de zin die de heer De Vries zojuist uitsprak.
De heer De Vries is van mening dat de heer Kevelam terug kan kijken naar voorstellen die het CDA heeft gedaan bij vorige kadernota’s en begrotingen. Daar wil de fractie bijsturen, zaken anders doen, beslispunten aanpassen. De fractie heeft nu nagedacht over of zij dit weer wil doen.
11
De heer De Vries vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: Naast het zojuist ingediende amendement hadden we nog drie andere amendementen op de stapel liggen. Allemaal gericht op het schrappen of aanpassen van beslispunten. Maar er is geen repareren aan. Het is gewoon niet goed genoeg. We noemden deze coalitie de ‘coalitie van het ongemak’. We zochten naar gezamenlijke visie, naar gezamenlijke doelstellingen. Maar dit ongemak heeft zich vertaald in besluiteloosheid want uiteindelijk komt het over anderhalf jaar pas ter sprake. Het zorgt er misschien voor dat je als drie partijen de vier jaar wel uitzingt, maar dat de gemeenteraad uitdooft. We kunnen ons als gemeenteraad gaan voorbereiden op een heus participatietraject om te komen tot uiteindelijke keuzes in uiteindelijk de begroting van volgend jaar november. Een projectplan, bijeenkomsten met stakeholders, een tussentijdse bespreking met de raad. Allemaal erop gericht om het ‘in samenspraak met de samenleving en de raad’ te doen. Wat ons betreft gaat het college gewoon aan de slag met het maken van keuzes, bespreekt het die met betrokkenen en legt dat uiteindelijk voor aan de gemeenteraad. Het liefst nog bij de komende begroting en als het niet anders kan bij de volgende kadernota. We dienen motie 24-56 College aan de slag 2.0! in om af te zien van het voorgestelde proces en gewoon aan de slag te gaan.
De vorige kadernota dienden we al een ‘college aan de slag’-motie in en we doen dat nu nogmaals met Burger Initiatief.’ De heer Top vraagt waarom de heer De Vries vasthoudt aan de wat ouderwetse politiek. Moderne politiek is participatie, ook vanuit de gemeenteraad. Waarom kiest hij daar niet voor? Een vervolgvraag is hoe de heer De Vries de komende jaren hierin gaat samenwerken, hoe het CDA dat gaat invullen. Het college vraagt aan de samenleving en de gemeenteraad om mee te doen. De heer De Vries zegt dat zijn fractie snakt naar een college dat aangeeft waar het voor staat en wat het wil. Als het aangeeft wat het wil, dan kan het dat bespreken met betrokkenen, met mensen uit de samenleving die het raakt. Dan kan het daar een gesprek over voeren en kan het dat uiteindelijk in een totaalpakket neerleggen bij de gemeenteraad. Dat is geen oude politiek. Dat is politiek die het CDA voorstaat en wil zien omdat de fractie een bestuur wil hebben dat zelf keuzes durft te maken en zich niet verschuilt achter een heel participatietraject. Dat is nog niet een antwoord op de vraag van de heer Top hoe het CDA hier het komende jaar mee omgaat. De heer De Vries memoreert dat de fractie in de motie heeft aangegeven dat zij prima technisch op de hoogte gesteld wil worden, de fractie wil ambtelijk op de hoogte gesteld worden van de stand van zaken, van wat er speelt en wat de richtingen zijn.
Dat is in andere jaren ook gebeurd. Dan is de fractie op de hoogte en kan zij uiteindelijk bij de Kadernota hierover besluiten nemen. De heer Top vindt dit een teleurstellend antwoord. Hij zou graag zien dat het CDA en de andere oppositiepartijen actief meedoen. Dat is de politiek die zijn fractie zou voorstaan. De heer De Vries wijst erop dat het CDA al tweeëneenhalf jaar actief wil meedoen. Dan is de raadszaal de plek hiervoor. Daar wil het CDA actief spreken over de keuzes van Barneveld. Als die keuzes en gesprekken niet in de raadszaal gemaakt en gevoerd worden en daar in de raadszaal niet actief over nagedacht kan worden, dan is het voor hem de vraag wat er in de zaaltjes ernaast allemaal wordt gedaan. De heer Top antwoordt dat zijn fractie hier anders in zit. Als het college bijvoorbeeld vraagt of de raad input kan geven bij een cultuurvisie, dan stelt de heer De Vries namens het CDA dat de fractie daar geen zin in heeft en daar niet aan meedoet. Vervolgens kan men naar huis en kunnen de insprekers nog net even van gedachten wisselen. Dat is het dan. Hij vraagt of dat de politiek is die de heer De Vries de komende jaren wil voorstellen. De heer De Vries wijst erop dat dit in de lijn past. Wat het CDA vraagt van het college is visie, is waar het college heen wil met cultuur. Het college legt dat dan voor aan de raad.
Het moet niet komen met een leeg blad waar de fracties op kunnen schieten, maar met een visie waar de fracties iets van kunnen vinden, wat ze kunnen bijschaven. De gemeenteraad heeft wethouders aangesteld, dat zijn de wethouders van de SGP maar ook van het CDA en de heer De Vries verwacht dat die de lijnen uitzetten en dat de fracties daar dan wat van kunnen vinden.
12
De heer Korevaar gaat in op de opmerking van de heer Top over een moderne vorm van democratie, van politiek bedrijven: visie gedreven, waarde gedreven, zelf bijdragen aan wat er plaatsvindt in de raad. Hij roept in herinnering dat de raad nog de vorige week een initiatiefvoorstel van Pro’98 heeft besproken. Zo zijn meerdere initiatieven, ook door oppositiepartijen, in de raad ter sprake gebracht. Op die manier kunnen ook oppositiepartijen hun bijdrage leveren aan het debat. Als gesproken wordt over een moderne manier van politiek bedrijven dan was het initiatiefvoorstel van de vorige week daar een goed voorbeeld van. De heer Top waardeert hoe bijvoorbeeld Pro’98 met initiatieven komt. Hij roept de huisvesting van arbeidsmigranten in herinnering, dat was een mooi voorbeeld van het samenbrengen van belangen. Maar hier gaat het om de scenario’s die de komende twaalf maanden gemaakt moeten worden met elkaar in het kader van wat in de Kadernota is gesteld. Daarbij roept hij zowel coalitie- als oppositiepartijen op om mee te doen. De heer Korevaar wijst erop dat de heer Top refereerde aan een zin uit een brief van het CDA waarin staat dat de politiek geen ambtelijk apparaat achter zich heeft staat.
Daar zit wel een kern van waarheid, want als er waarde en visie gedreven voorstellen komen naar de raad - dat was de lijn van zijn inbreng in eerste termijn - dan zal men zien dat de raadsleden gemotiveerd raken om daar hun eigen kleur tegenover te zetten. Dat is mooi. Dat is iets wat men kan bereiken in een raadsvergadering. Dat kwam inderdaad tot stand in de discussie over arbeidsmigranten. Dat is echter mager. Men spreekt over wat de afgelopen periode werd besproken met elkaar, spreker heeft het midterm review nogmaals gelezen. Misschien kan de heer Top daarover nadenken: op welk onderwerp in het midterm review hebben de raadsleden fundamenteel de degens gekruist met elkaar? Het is mager en spreker kan de teleurstelling van de heer De Vries goed begrijpen. De heer Top kent het midterm review. Maar hij zou graag zien dat dit de komende twaalf maanden als voorbeeld gebruikt wordt en dat men het beter, anders met elkaar doet. De heer De Vries vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘U mag weten dat we op dit moment van de speech veel zinnen hebben getypt en daarna weer zuchtend hebben weggehaald. Moeten we nu nog een keer vertellen wat we missen? Misschien is nog wel het belangrijkste, daar ging het zojuist eigenlijk ook over, het missen van het échte raadswerk. Het hardgrondig met elkaar op belangrijke thema’s oneens zijn, maar uiteindelijk wel een besluit nemen.
Het steunen van een goed ambitieus voorstel van het college, met daar misschien nog wel een mooie motie of amendement aan vastgeplakt. Voor wat we verder missen, verwijzen we u graag naar onze eerdere bijdragen, voorstellen en de open brief. We hebben uiteindelijk een paar moties voorbereid, die wat ons betreft wat richting en ideeën geven om de komende tijd mee aan de slag te gaan. We zijn ons ervan bewust dat dit kleine aanpassingen en oproepen zijn, maar veel meer voedingsbodem geeft de Kadernota niet. - Ten eerste motie 24-53 Armoedebeleid en schuldhulpverlening waarin we het college samen met Burger Initiatief oproepen om te onderzoeken of het tijdelijk overnemen van schulden als experiment in de schuldhulpverlening wenselijk en uitvoerbaar is; - Ten tweede motie 24-55 Scholen De Burght en Voorthuizen waarin we het college oproepen om al aan de slag te gaan met scholen in Voorthuizen en De Burgt. De opgave daar is duidelijk, daarvoor hoeven we niet op een integraal huisvestingsplan te wachten. Er is al veel tijd verloren gegaan. - Tenslotte, samen met ChristenUnie, Lokaal Belang, SGP en Burger Initiatief motie 24-54 Oldenbarneveldplein om de ontwikkeling van het Oldenbarneveldplein, zoals is toegezegd, ook daadwerkelijk tot uitvoering te brengen. Misschien moeten we het hier ook gewoon maar bij laten.’ De heer Wiesenekker reageert op de motie rond de scholen.
De ChristenUnie is ook van mening dat de gemeente echt aan het werk moet met de schoolhuisvesting. Daarom is het IHP onderweg naar de raad. Hij vraagt in hoeverre de heer De Vries alle schoolbesturen heeft gesproken om te kunnen inschatten dat huisvesting het meest belangrijke onderwerp is daarvan. 13
De heer De Vries licht toe dat de fractie weet dat De Burght en Voorthuizen snakken naar scholen. Het is belangrijk om daar zo snel mogelijk mee aan de slag te gaan. Hij heeft de schoolbesturen niet gesproken, maar het CDA denkt dat het goed is dat de wethouder al met die groepen om tafel gaat, zegt te begrijpen dat dit nodig is, zegt aan de slag te zullen gaan en niet te wachten tot het hele plan er ligt. Als het college pas aan de slag gaat als het hele plan er ligt, is men weer een tijd verder. Het is nogal duidelijk wat hiermee moet gebeuren. Vandaar dat het CDA oproept om daarmee aan de slag te gaan en niet te wachten op het plan. De heer Wiesenekker laat weten dat ook de ChristenUnie ziet dat hier wat moet gebeuren. Het CDA vindt zijn fractie hier aan zijn zijde. Maar hij meent dat het hier een verschil in visie kan betreffen: als een aantal van de schoolbesturen hier niet in betrokken worden, dan ziet men bepaalde problemen misschien helemaal niet of worden bepaalde oplossingen niet ontdekt. Daarom is hij van mening dat de motie te vroeg komt en gewacht moet worden op het huisvestingsplan. Zijn fractie wacht de reactie van de wethouder hierop af. De heer De Vries vervolgt zijn bijdrage in eerste termijn: ‘Zoals ik bij de start van mijn bijdrage begon; we vragen al tweeënhalf jaar om hetzelfde: deel uw visie en maak keuzes.
We danken het ambtelijk apparaat voor het vele werk en de moeilijke exercitie om maatregelen in beeld te brengen. Het college wensen we wijsheid toe met het maken van keuzes. We zien deze wel een keer verschijnen. Dank u wel.’ De voorzitter wijst erop dat de ingediende moties en amendementen in de gedane bijdragen onderdeel uitmaken van de beraadslaging. De heer Kevelam voert het woord namens Lokaal Belang: ‘Voorzitter, wij houden ervan: niet alleen denken over hoe de samenleving eruit moet zien, maar vervolgens ook doen. Dat is wat wij zien in deze Kadernota. De vervelende boodschap wordt niet uit de weg gegaan, maar er spreekt energie uit wat wij lezen. Dat is met name het feit dat we nu naast praten over een rondweg er ook feitelijk mee aan de slag gaan, zeker financieel. Net zoals met de Voorthuizense Groene Slinger en nog zo een rijtje zaken. Waarbij je zou kunnen denken dat dit oude plannen zijn, plannen van een vorig college. Feitelijk klopt dit, maar dat kan ook bijna niet anders.’ De heer Korevaar hoort graag waar hij in de Kadernota kan lezen dat de gemeente actief aan de slag gaat met de Oostelijke Rondweg. Hij heeft gebladerd en het niet gevonden. Hij denkt in de TURAP, de tussenrapportage, de illustere zin gelezen te hebben dat eerst de Omgevingsvisie moet worden afgewacht voordat de gemeente ermee aan de slag kan gaan.
Hij vraagt waar in de Kadernota is te lezen dat actief gewerkt gaat worden aan beleidsvorming voor de Oostelijke Rondweg. De heer Kevelam wijst erop dat deze dag niet alleen de Kadernota wordt besproken. Daarnaast heeft hij duidelijk gezegd dat de gemeente in financiële zin bezig is met een rondweg. Dat was in het verleden eerder het geval. Toen kwam er een college dat zei dat er een potje was, maar dat dit leeggemaakt moest worden. Nu zegt een college er serieus mee aan de slag te gaan en er serieus voor te gaan reserveren. Zeker ten opzichte van een eerder college wordt er financieel gewerkt aan een rondweg. De heer Korevaar begrijpt dat de heer Kevelam wat frustraties uit het verleden probeert wit te wassen. Daar valt wel wat op af te dingen, maar daar laat hij zich niet toe verleiden. Het probleem van het reserveren voor een Oostelijke Rondweg is, dat heeft men geleerd uit het verleden, dat als er geen plan aan ten grondslag ligt, de provincie vervolgens een keer komt vertellen dat de gemeente zonder een plan niet kan blijven reserveren. Het bedrag moet dan teruggestort worden in de algemene middelen. Hij vraagt dan ook wanneer er gewerkt gaat worden aan beleid voor de
14
Oostelijke Rondweg. Dat wil hij terugzien in de Kadernota en hij heeft dat niet kunnen vinden, tenzij de heer Kevelam hem daarop kan wijzen. De heer Kevelam stelt dat de vorige spreker ervan uit kan gaan dat het feit dat hij terecht op tafel legt ook bekend is bij het college: er moet een plan komen want anders tikt de provincie de gemeente op de vingers. Het plan zit er dus aan te komen. Absoluut. Dat is vele stappen verder dan wat er in het verleden is gebeurd. De heer Korevaar concludeerde dat spreker frustraties uit het verleden naar voren wil brengen. Dat is niet waar. Hij constateert zaken uit het verleden. Dat is iets anders. De heer Korevaar gaat in op de frustraties. De heer De Vries nuanceerde het door te stellen dat het vorige college juist heeft ingezet op het Meerjaren Investeringsprogramma. Dat was juist omdat het zag dat er een probleem was en dat het geen grip had. Het huidige college heeft daar mooi een vervolg aan gegeven. Daar is niets mis mee. Complimenten daarvoor. Maar spreker proefde een vorm van cynisme in de opmerking van de heer Kevelam. Als er dan over gesproken wordt dat het samen gedaan moet worden, dan doet hij een oproep aan hem: iets collegialer mag best. De heer Kevelam constateert dat de heer Korevaar wellicht een punt heeft. Hij vindt het lastig dat er veel plannen waren en geuit werden, hij vindt dat contrasterend met het huidige moment.
Er wordt momenteel steeds gezegd dat er niets gebeurt, dat er niets wordt gedaan, maar wat er gebeurt is uiteindelijk het uitvoeren van plannen uit het verleden. Dan kan men spreken over wat belangrijker is, het plan maken of het uitvoeren. Het is mogelijk dat de fracties daarover van inzicht verschillen. De heer Korevaar constateert dat veel plannen die momenteel worden uitgevoerd inderdaad door het vorige college zijn geformuleerd. De conclusie van de heer De Vries was dat hij smacht naar plannen van het huidige college. Het is de heer Evers uit het hart gegrepen: de gemeente moet aan de slag met de rondweg en het liefst morgen nog. De heer Kevelam geeft ook aan dat de gemeente er financieel mee aan de slag moet, ook daar is hij het mee eens. De heer Kevelam geeft aan dat ervoor gespaard moet worden en dat is in het voorliggende plan terug te zien. Er wordt alleen gespaard in een veel groter potje. Hij vraagt of het niet beter is om dat alleen voor de rondweg te doen, want er moet richting het Rijk en de provincie met een plan gekomen worden. De gemeente heeft hen nodig voor de financiering ervan. De heer Kevelam wijst erop dat de €21 miljoen uit de Jaarrekening een aanzienlijk bedrag is en dat daarvan een aanzienlijk deel gereserveerd wordt voor een zeer beperkt aantal projecten. Lokaal Belang meent dat de rondweg heel belangrijk is.