Notulen Gemeenteraad Barneveld d.d. 8 november 2023
Tekst van het document
In het verleden was het meer een gezond alternatief voor roken, zo werd het gepresenteerd. Wetenschappelijk onderzoek bewijst nu iets anders. Het idee bij de motie is met name dat de fractie het gelijk gaat stellen aan bijvoorbeeld roken en dat het op die manier behandeld gaat worden. Het behoeft geen extra aandacht maar dezelfde aandacht als roken. Dan vindt Lokaal Belang dat men al heel aardig op weg is. De heer De Vries is het ermee eens dat het gelijkgesteld wordt aan roken. Maar de gemeente heeft bij roken ook geen effectieve voorlichtingscampagnes, meent hij. Hij vraagt of het de gemeente is die hier een effectieve voorlichtingscampagne gaat doen. Het zou in het Gezonde Leefstijlakkoord 15
moeten staan en dan kan gekeken worden naar de verdere uitvoering met bijvoorbeeld andere instanties. De heer Kevelam beschikt over informatie waaruit blijkt dat er vanuit gemeenten wel voorlichting is bij scholen op het gebied van roken. Met dat als basis is de motie geformuleerd. Het is niet de bedoeling dat bij de voorlichting het vapen een soort nieuwe hype wordt boven roken. Het moet hieraan gelijkgesteld worden en er moet op eenzelfde manier mee omgegaan worden. De heer De Vries vraagt het college bij zijn reactie op de motie aan te geven hoe het bij onder meer roken staat met de voorlichtingscampagne, of vapen daar onderdeel van is of dat dit te ver zou gaan. De heer Van der Lubbe deelt mee dat Pro’98 kan instemmen met de strekking van de motie. Scholen zien dat er stappen terug in de tijd worden gezet door het vapen. Op scholen wordt hier inderdaad naar gekeken, onlangs had de gemeente hier aandacht voor bij De Meerwaarde. Daarbij wordt het vapen gelukkig op dezelfde manier meegenomen. Spreker vraagt zich dus af in hoeverre dit niet al wordt gedaan. De heer Kevelam brengt naar voren dat dit een dilemma was bij het samenstellen van de motie. Gaandeweg het proces kwam de fractie tot de conclusie dat er wel al iets gebeurde.
De fractie vindt het echter belangrijk dat er ook formeel, in het Gezonde Leefstijlakkoord en op plekken die wellicht niet zo in beeld zijn, gelijkstemming komt. Middels de motie tracht de fractie de voorlichting over vapen te integreren in de beleidsstukken, akkoorden en dergelijke. De heer Kevelam vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. ‘Lokaal Belang stelde een motie op om het rioolwater te controleren op middelengebruik, drugs. De fractie stuurde de motie rond maar zag niet dat Pro’98 ons voor was geweest op dit punt. Lokaal Belang trok de motie toen terug. Maar wij tekenen dus van harte mee met de motie zoals Pro’98 die heeft opgesteld. Wij onderschrijven de argumentatie die de heer Van der Lubbe daarbij gegeven heeft. Maar ik wil er nog een kleine persoonlijke overweging bij geven. Als 50+er heb ik in de afgelopen jaren veel lessen van mijn drie dochters moeten krijgen op het punt van de problematiek rond middelengebruik en dan vooral in hoe dichtbij het is. Voor de duidelijkheid: het was niet dat de dochters zwaar aan de middelen zaten, maar zij kwamen het tegen in het uitgaansleven. Mijn naïviteit is door hen afgenomen, maar nog altijd hoor ik verhalen die mij van mijn stoel doen vallen. Het is niet alleen het gebruik op dat feestje. Het is ook het gebruik om die werkprestatie vol te houden, die extra uren te draaien.
Ja, dat werkethos waar wij ons als Veluwenaren, Barnevelders in het bijzonder, zo op voor laten staan. Daarom: meten is weten. Laten we proberen te meten wat, hoeveel en wanneer er gebruikt wordt en daar vervolgens ons beleid op aanpassen. Laten we het, naar aanleiding van de vragen die aan de heer Van der Lubbe zijn gesteld, niet alleen technisch zien bijvoorbeeld hoeveel wordt gebruikt. Ook een generiek en een globaal verhaal hierover vinden wij belangrijk. Het is belangrijk om voor dames en heren van een zekere leeftijd, waaronder ik mijzelf ook reken, duidelijk te krijgen dat dit groter is dan wij allemaal denken. Ik zou nog iets kunnen roepen over een A1-A30 en een rondweg die volloopt en over een landelijke overheid die eindelijk eens moet gaan leveren op dit punt. Maar dat heb ik al vaak gedaan. Dat sla ik over. Ik rond af met de woorden dat Lokaal Belang in zal stemmen met deze begroting. Wellicht vermoedde u dat al. Dank u.’ De heer Bos voert het woord namens de fractie van de VVD. ‘Voorzitter, Ik hoorde de eerste spreker, de heer Van der Lubbe, een mooie tijdsbalk volgen. Daar sluit ik bij aan. De VVD vraagt zich af of deze begroting voor de gemeente of voor de inwoners en ondernemers is. Voor mij draait het bij deze begroting vooral om de burger. Deze begroting gaat over hardwerkende inwoners en ondernemers die hun portemonnee onder druk voelen staan.
Inwoners en ondernemers vragen zich dus hardop af of hun geldzorgen wel gezien worden en of de begroting wel om hen draait. 16
Wat ik zie is dat het college zich steeds meer vasthoudt aan de koers en steeds meer de oogkleppen ophoudt om de koers maar te houden. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, want hebben ze dan wel voldoende zicht op de samenleving of een beeld van de samenleving? Om het probleem op te lossen heeft de Barneveldse VVD vijf prioriteiten om de keuzes scherper aan te zetten, maar wel met een uitgestoken hand zodat de begroting weer gaat draaien om de burgers en niet om ons. o Prioriteit 1: Eerst geld verdienen daarna pas uitgeven. Als we deze koers vasthouden en geen andere keuzes durven te maken met elkaar, zal de belasting voor onze inwoners en ondernemers alleen maar toenemen. Volgend jaar zijn de gemeentelijke uitgaven groter dan de inkomsten. Er wordt dan wel met een greep uit de algemene reserve een sluitende begroting gemaakt, maar per saldo – als men dit niet doet – zijn de inkomsten lager dan de uitgaven. Als we dit uitgavepatroon doorzetten dan zullen inwoners en ondernemers op termijn meer belastingen moeten gaan betalen voor de collectieve voorzieningen. Als het even tegenzit, kunnen ze in de knel komen. Het is daarom zaak om ons groeiende uitgavepatroon kritisch tegen het licht te houden en zo nodig onze inwoners en ondernemers daarmee te confronteren.
Het is zaak om niet alleen de lasten te verzwaren, maar om economisch te kijken waar de ruimte ligt om de ondernemer innovatief de ruimte te geven om verder te ontwikkelen. Concreet: de VVD wil niet de rekening bij de inwoners en ondernemers neerleggen. o Prioriteit 2: Geld in de portemonnee. In de afgelopen tijd is het leven voor iedereen een stuk duurder geworden. Dat merken we allemaal in onze portemonnee, elke dag opnieuw bij de benzinepomp of bij het afrekenen van de boodschappen. Veel inwoners moeten elke keer aan het eind van de maand kijken of zij de rekening kunnen betalen.’ De heer Kevelam stelt dat de OZB een belangrijke belasting van de plaatselijke overheid is richting de burgers. Die gaat nauwelijks omhoog, 4% deze keer. Hij vraagt welke rekening de heer Bos bedoelt als hij spreekt over de rekening die bij de burger wordt neergelegd. De heer Bos memoreert de beeldspraak over de afgelopen twee jaar van de heer Van der Lubbe. In de afgelopen twee jaar is er €1,5 miljoen aan lastenverzwaring geweest, €1,5 miljoen is er meer van de burger naar de gemeente gehaald via de OZB. Dat betekent dat de mensen elke keer aan het eind van de maand moeten kijken of zij rond kunnen komen. Het betreft de bestaanszekerheid. De heer Kevelam bagatelliseert het en vindt dit ‘maar’ 4 %, spreker geeft aan dat dit €1,5 miljoen is in twee jaar tijd.
Volgens de heer Kevelam gaat het om de individuele burger. De 4% is dus 4% op zijn vorige belastingaanslag. Die €1,5 miljoen kan in van alles zitten, dat kan ook zitten in de groei van het aantal inwoners. Een brood is de afgelopen tijd 30% duurder geworden, de eieren zijn ook niet echt goedkoper geworden maar dat zal de heer Bos beter weten. De verhoging van de OZB staat in schril contrast hiermee. Maar hij gunt ieder het recht op een eigen mening. De heer Top vraagt welk bedrag het was geweest als het aantal inwoners gelijk was gebleven. Het is €1,5 miljoen. De heer Bos heeft dit niet paraat. Hij heeft het lijstje over 2022 en 2023 gebruikt en gezegd dat de WOZ €1,5 miljoen hoger was. Dat heeft hij als uitgangspunt genomen. De heer Top antwoordt dat dit het antwoord is dat hij had verwacht. De heer Bos vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. ‘Wat je dan wilt, is dat er partijen zijn die jouw problemen zien, serieus nemen en wethouders die zeven dagen in de week keihard werken en alles uit de kast halen om het leven betaalbaar te houden.’ De heer Kevelam neemt het, als fractievoorzitter van een seculiere partij, op voor de andere. Hij stelt dat sommige wethouders, en hij hoopt allemaal, zo nodig zes dagen in de week werken. 17
De heer Bos antwoordt dat het kan zijn dat hij hierin dicht bij huis blijft. Kippen leggen nu eenmaal elke dag een ei. De heer Bos vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. ‘De VVD wil dit om alles betaalbaar te houden. Het is belangrijk dat de burger het geld in de eigen portemonnee houdt om zelf de keuzes te kunnen maken, om zelf te kijken waar hij het geld aan uitgeeft. Dat is belangrijk in deze tijd, elke euro telt, niet alleen in het gemeentehuis maar ook bij de burger in Barneveld. Concreet wil de VVD de lastendruk enigszins verlagen. De fractie dient amendement 6 Geen belastingverhoging van 4% in. De onderbouwing en dekking zijn erbij gegeven.’ Het valt de heer Kevelam op dat de moties van de VVD niet tevoren inzichtelijk worden gemaakt, in ieder geval niet op een tijdig moment zoals de overige fracties dat doen. Het is lastig om een motie te steunen die de fractie niet kent. De leden moeten de motie lezen terwijl er vergaderd wordt. Toen hij er eerder naar vroeg, werd wat lacherig geantwoord dat dit VVD-beleid is. Hij vraagt of de heer Bos van Lokaal Belang verwacht dat de fractie de motie steunt. Of vindt hij het leuk om moties voor de bühne te presenteren op het moment dat er vergaderd wordt? De heer Bos meent dat het in het huidige digitale tijdperk makkelijker is om moties tevoren te delen. Maar de discussie vindt in de raadszaal plaats.
Vóór de digitalisering werd een ingediende motie aan de burgemeester overhandigd, de bode haalde die op, liep naar het kopieerapparaat en deelde de moties uit. Op dat moment kreeg men de motie voor zich en werd hij gelezen en in de schorsing werd zo’n motie beoordeeld. De fracties kunnen aan de voorkant veel werk verrichten en andere fracties vragen mee te lezen. Maar hij is van mening dat hij van zijn collega’s mag verwachten dat de discussie in de raadszaal plaatsvindt, dat in de schorsing de tekst kan worden gelezen door alle fractieleden die dan aanwezig zijn en dat de motie dan op inhoud beoordeeld wordt. Dat is hoe het zou moeten zijn, de politieke manier. De motie is om ongeveer 14.30 uur gedeeld, de laatste aanpassingen aan een amendement vonden ook rond die tijd plaats en het amendement kon dus niet eerder gedeeld worden. De heer Wiesenekker heeft het amendement zojuist gelezen. Hij had eerst de indruk dat er voor een structureel batenverhaal een incidentele oplossing werd gekozen. Maar dat is niet zo, het is structureel voor structureel. Het is een beetje een gebrek aan ambitie van de VVD. Alle voorstellen die de VVD doet om te schrappen kunnen er wel eens toe leiden dat de gemeente minder vast personeel in huis krijgt.
Voor elke zzp’er die ingehuurd moet worden omdat bijvoorbeeld de adviseur Werving en selectie zijn werk niet heeft kunnen doen, is er volgend jaar misschien een nog grotere OZB-verhoging nodig. Hij vraagt naar de reactie van de heer Bos hierop. De heer Bos herinnert aan het begin van zijn bijdrage: voor wie doet men dit, voor het gemeentehuis of voor de inwoners en het bedrijfsleven? Hij ziet op de sheet achter hem ineens €500.000 structureel ingevoerd worden, dat is vooral intern gericht. Dat is zijn grootste bezwaar tegen de opgave in bedragen die voorligt. Hij krijgt de indruk dat die naar binnen is gericht en vraagt of dan wel recht gedaan wordt aan de dienstverlening, aan waar men het allemaal voor doet. In zijn beleving is dit het oppompen van een lekke band, maar daar komt de gemeente niet verder mee. De burger krijgt daar helemaal niets van. De heer Wiesenekker stelt dat het met de komst van de Omgevingsvisie nog belangrijker wordt om met elkaar het omgevingsmanagement goed in te richten. Op het moment dat de gemeente daar niet zelf op door ontwikkelt, zullen er externen nodig zijn om dat goed te begeleiden. Die externen kosten veel geld. Hij vraagt of de heer Bos niet bang is dat, als de gemeente niet investeert in het doorontwikkelen van de organisatie, de gemeente veel geld kwijt is aan het inhuren van externen. Hij hoort graag een concreet antwoord.
De heer Bos wijst erop dat er al een eerste stap ligt wat de visie op de omgeving betreft en voor het streefbeeld dat 12 oktober in de commissie is besproken. Daar zitten ambtelijke uren in en het is geschreven door mensen uit het huis. Hij vraagt zich af of die mensen niet gewoon door kunnen schrijven. Dat wordt niet inzichtelijk gemaakt. Het is zeer vaag. Het CDA diende ook een motie in met 18
de vraag het eerst uit te diepen voordat duidelijk wordt waaraan het uitgegeven wordt. Dat is de reden voor de inhoud van de motie. De heer Wiesenekker concludeert naar aanleiding van het amendement dat er, door hier te bezuinigen, forse kosten terugkomen. Hij adviseert VVD om dan nog eens naar de burger te kijken. De heer Top begrijpt dat de heer Bos het ‘intern gericht’ vindt en vraagt waarom hij die conclusie trekt. Hij informeert naar de reden waarom de heer Bos dit niet eerst aan het college vraagt. Volgens de heer Bos heeft de heer Top hier misschien een punt. Wellicht had hij moeten wachten op het antwoord van het college voordat hij die woorden gebruikte. Maar hij sluit zich aan bij het CDA, die fractie heeft dit ook op die manier ingezet. Hij wacht af hoe dit in de beantwoording door het college zal terugkomen. De heer Bos vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. o ‘Prioriteit 3: Investeren in de gemeenten en de dorpskernen. ‘Alle dorpen moeten fijne plekken zijn om te leven, een plek waar je veilig bent en je veilig voelt, waar ruimte is om je talenten te ontdekken, waar mensen lekker kunnen sporten en een theatervoorstelling kunnen bijwonen. De vraag is of men dan op tijd investeert en politieke lef heeft. Hij dient het volgende amendement in, het gaat om de realisatie van een nieuwe sporthal op de plek van ‘t Kamphuis in Kootwijkerbroek.
De fractie wil daar geld voor vrijmaken om zo het voorzieningenniveau in Kootwijkerbroek, dat achter loopt, op niveau te brengen zodat het dorp verder kan groeien. Een dergelijke hal hoort bij een dorp dat groeit. De fractie dient amendement 11 Bouwen sporthal in Kootwijkerbroek in met een dekking in de vorm van een spaarpot.’ De heer De Vries werd eerst enthousiast toen de heer Bos pleitte voor lef voor het bouwen van de sporthal. Die discussie is eerder gevoerd, het zou mooi zijn als dit ging gebeuren. Tot het moment ‘investeren in Kootwijkerbroek om daar een mooie plek te krijgen’ ging het goed. Daarna kwam de heer Bos met de dekking. Daarin staan heel wat punten die ook het CDA wel nodig vindt, al moeten sommige dingen verder uitgewerkt worden en wil het CDA daar meer duidelijkheid over hebben. In de raad is steun om dergelijke dingen te doen. Door dit aan elkaar te koppelen vreest spreker dat uiteindelijk de sporthal, de mensen of in ieder geval Kootwijkerbroek er last van krijgen als het amendement het niet haalt. Hij informeert hoe de heer Bos hiernaar kijkt. De heer Bos was getuige van een discussie met de heer Wiesenekker waarin de laatste zei dat er geen keuzes worden gemaakt. De heer De Vries nam daar ook aan deel. Hier wordt dus wel een keuze gemaakt, dit is precies wat de VVD-fractie wil toevoegen ten opzichte van de Kadernota die keuze-luw was.
Zijn fractie neemt de stap. Het is een toevoeging, een reserveringspotje. Er staat in de begroting voor 2025 al een kapitaallastenvoorziening van een sportzaal. De VVD wil naar een sporthal toe zodat alles past. Als het op deze wijze wordt gedaan, dan betekent dit dat de sportzaal €3,5 miljoen kost en dat een sporthal €5 miljoen kost. Met het bedrag erbij is er nog een tekort van €300.000, maar de mensen uit Kootwijkerbroek hebben al aangegeven zelf ook wat te doen. Zij moeten dus €300.000 bij elkaar toveren. Dat is de keuze die is gemaakt en die is onderbouwd. Het is een signaal richting Kootwijkerbroek. De heer De Vries meent dat het nodig is om geld te vinden voor Kootwijkerbroek. Er vonden gesprekken tussen college en werkgroep plaats om te kijken hoe men het voor elkaar kan krijgen. De heer Bos is hier voorstander van, maar door dit eraan te koppelen ontstaat er een risico. Mensen twijfelen eraan of het een sporthal moet worden en dan komt daar bovenop dat zij het niet eens zijn met de dekking. Er is een risico dat, als het amendement het niet haalt, Kootwijkerbroek er niet mee geholpen is. Hij geeft de heer Bos in overweging om het geheel te splitsen of op een andere manier op te pakken. Spreker waardeert de poging van de VVD om dit voor elkaar te krijgen.
De heer Wiesenekker vraagt of de heer Bos van een lid van de werkgroep heeft gehoord hoe de gesprekken momenteel verlopen. 19
De heer Bos wijst erop dat het uitgangspunt voor de VVD was de commissievergadering met de mensen uit Kootwijkerbroek, de beantwoording van de wethouder en de vraag. Dit is leidend geweest. De fractie heeft niet recent met Kootwijkerbroek gesproken. De heer Wiesenekker merkt op dat collega Van der Top regelmatig contact heeft met de werkgroep. De gesprekken verlopen momenteel goed. In de begroting staat dat dergelijke gesprekken worden gevoerd. Spreker staat achter de interruptie van de heer De Vries. De vorige keer haalde de motie een nipte minderheid maar was er brede steun voor het blijven voeren van de gesprekken. Het is goed dat de heer Bos altijd nadenkt over een dekking, maar als het amendement wordt ingediend en het niet haalt, is het eerder een signaal om het niet te willen in Kootwijkerbroek. Dat is zonde van de positieve gesprekken die gevoerd worden. Hoe denkt de heer Bos hierover? De heer Bos constateert dat de VVD anders tegen de situatie aankijkt. De fractie vindt het een stap vooruit, ook een signaal naar Kootwijkerbroek. De gesprekken lopen, maar het was indertijd in de commissie duidelijk: het blijft een zaal want er is geen geld voor een hal. Dat heeft de fractie in de oren geknoopt, dat is het vertrekpunt geweest. De heer Bos vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. o ‘Prioriteit 4: Sparen kan de wethouder leren, realistisch begroten ook.
Laten we ook eerlijk zijn tegen elkaar. Terughoudend omgaan met belastinggeld is voor deze wethouders best wel een beetje lastig gebleken de laatste jaren. Ze willen alles, maar keuzes maken is een moeilijk punt. Wat ze hier doen is: alles willen en het spaarvarken een beetje stukslaan en als er geld tekort is, dan wordt gewoon extra bij geleend. Dat is in het MIP te zien. Daarom heeft de VVD de amendementen op deze manier neergelegd. Daarnaast is het belangrijk om realistisch te begroten en zicht te houden op de financiën. Hiervoor is grip op risico's vereist. De VVD ziet bijvoorbeeld voor het toenemende aantal WOZ-bezwaren dat wordt toegekend geen risicoparagraaf of kostenpost in de huidige begroting. We willen dat dit wordt meegenomen in de begroting van 2025 en verder. Hiervoor dienen we motie 7 Gegronde WOZ-bezwaren meenemen in de begroting in. o Prioriteit 5: Grip op verliezen. De afgelopen jaren zijn er vele tussentijdse winstnemingen geweest op de verkoop van gemeentelijke gronden. Deze tussentijdse winstnemingen zijn voor de gemeente verplicht. Maar we zien vandaag de dag ook dat er verliezen plaatsvinden bij de verkoop van grond, een voorbeeld is Bloemendal. Dit ondanks de aanhoudende vraag naar woningen en bedrijventerreinen. Het is belangrijk om hier wat van te leren maar ook om meer grip op de verliezen van het grondbedrijf te hebben.
De verliezen moeten in onze ogen opgevangen kunnen worden en daarom hebben wij die tussentijdse winstnemingen ingebracht in een ander systeem. Van de winstnemingen wil de VVD een soort reserveringspot maken betreffende het grondbedrijf, zodat de verliezen niet uit de grondbedrijven gehaald worden of uit de algemene middelen. Bij verliezen kan de dekking gevonden worden in de reserveringspot. Tenslotte: het is nu tijd om scherpe keuzes te durven maken en niet uit te stellen tot morgen. Geld of problemen kan men niet doorschuiven naar de volgende generatie, de grip op het geld moet nu worden teruggepakt. Dus: bezuinigen waar het moet, investeren waar het kan. Zo is men bereid en heeft men visie op de financiële toekomst. Dank u.’ De heer De Kool voert het woord namens de fractie van de ChristenUnie. ’Voorzitter, ‘Koers houden en scherp aan de wind varen’. Dat is de ondertitel van de Programmabegroting. Wat is dat nu precies, scherp aan de wind varen? Dat is een koers ten opzichte van de wind waarbij het doel is zo dicht mogelijk tegen de wind in te varen. Stuur je de boot te veel tegen de wind in, dan kom je stil te liggen. Stuur je hem te veel van de wind weg, dan vaar je minder efficiënt en moet je later wellicht nog een keer overstag om je doel te behalen. Daarmee is ‘scherp aan de wind’ eigenlijk de enige 20
koers waarbij je per definitie je koers niet behoudt. Dus er lijkt een tegenstrijdigheid in de subtitel van de Programmabegroting te zitten. Of hij is misschien wel goed gekozen omdat je juist bij deze koers continu aan het bijsturen bent vanwege veranderende weersomstandigheden, om uiteindelijk je doel te behalen. Soms gaat het wat harder waaien - de septembercirculaire - en kun je wat hoogte pakken. Soms valt de wind weg of zit je in de luwte - hogere uitgaven VGGM - en moet je juist ruimer gaan varen om snelheid te houden. En wellicht geven de moties van ChristenUnie, CDA en D66 over onder meer het dichten van het financieel ravijn komend jaar ook meer wind in de zeilen. De mate waarin je in staat bent om zo dicht mogelijk tegen de wind in te varen, wordt niet alleen bepaald door externe factoren maar wordt voor een groot gedeelte bepaald door het materiaal dat je hebt. En waar wij als gemeente enkele jaren geleden nog in een optimist voeren, met de huidige Programmabegroting en de hele systematiek daaromheen hebben we een behoorlijke upgrade gehad richting een H-klasse. Telkens is de gemeente en worden wij als raad in staat gesteld beter te sturen. Daarom is er vanuit onze fractie veel waardering voor de ambtelijke organisatie en het college die, naast de productverbetering, ook ons vakmanschap als raadsleden verhogen door altijd bereid te zijn tekst en uitleg te geven.
Maar daarmee zijn we er nog niet. De doorontwikkeling is nog in volle gang. Zo is daar de geplande omschakeling van 4 naar 10 programma’s. Pro‘98 heeft ten aanzien van dit punt ook een motie ingediend, onder meer om vanaf 1 januari te werken met de 10 programma’s. De wethouder heeft in de commissie al aangegeven dat dit een behoorlijke inspanning vraagt. Wij vragen ons dan ook af welke consequenties deze motie heeft en welke andere investeringen qua ambtelijke capaciteit dan blijven liggen. Is de wethouder bereid om toe te zeggen dat, als 1 januari niet haalbaar lijkt, dit zo snel mogelijk zal plaatsvinden? Pro‘98 heeft ook een motie ingediend om voor een tiental onderwerpen onder de investeringsgrens toch een raadsvoorstel te laten indienen. Wij begrijpen dat als je iets belangrijk vindt, je dat moet kunnen bespreken op een manier die je nog voldoende handvatten biedt om bij te sturen. Het helpt ons in onze controlerende taak en draagt bij aan de kwaliteit van onze lokale democratie. Wij doen die handreiking bij deze. Wellicht kan dit een jaarlijks terugkerend amendement worden waarin elke partij enkele onderwerpen alsnog agendeert die vanwege politieke of inhoudelijke redenen van belang zijn voor één van de fracties. Tegelijk een let op: als elke fractie zo dadelijk met 10 onderwerpen komt, wordt het misschien minder werkbaar.
Ik denk dat het goed is hierover in de auditcommissie verder over te praten. We willen Pro’98 vragen om nog eens kritisch naar de 10 onderwerpen te kijken: moeten deze echt allemaal als raadsagendapunt worden behandeld of is voor een aantal een commissiebespreking voldoende? Een opmerking over de schuldquote. Ik heb ooit genoteerd dat een toenemende schuldquote en een afnemende reserve over meerdere jaren het moment is waarop je je echt zorgen moet maken, dat is namelijk het moment waarop je je kapitaallasten niet meer structureel kunt dragen. De begroting 2024 en de doorkijk naar de jaren tot en met 2027 lieten deze tendens zien. Met de invloed van de septembercirculaire wordt dit gecombineerde effect in elk geval een stuk minder en voor de komende twee jaar tenietgedaan. Maar de zorg is nog niet weg. Scherp aan de wind varen en continu bijsturen blijven noodzakelijk. Wij kijken reikhalzend uit naar de toegezegde scenario's door de wethouder. Dan enkele inhoudelijke punten ten aanzien van de programma’s. Wij zijn daar als fractie overwegend positief over. Dat maakt ook dat wij slechts een enkele motie gaan indienen. Bij de Kadernota hebben we meerdere moties ingediend en we zien dat deze voldoende terugkomen in de Programmabegroting.
Ik noem dan als voorbeeld onze motie Impuls armoedebeleid die een plek krijgt in het mooie programma Bestaanszekerheid, de motie Innovatieve woonconcepten voor ouderen en een motie over de preventieve aanpak van middelengebruik. • Programma 1 Participatie en Ondersteuning o De motie Preventieve aanpak middelengebruik heeft een mooie plek gekregen in het programma ‘Opgroeien in een Kansrijke Omgeving’ (OKO) en daarmee ook in de begroting. Het terugdringen van middelengebruik is voor ons een belangrijk item omdat middelengebruik juist bij jongeren kan leiden tot ernstige gezondheidsschade en gezondheidsklachten. In het verlengde daarvan zou ik kort willen reageren op motie 15 Doen van rioolwateronderzoek. 21
o
o
• o
• o
Voor de helderheid: wij willen alles op alles zetten om drugsgebruik te verminderen en de urgentie hiervan te laten doordringen in onze samenleving. Maar kijkend naar de generieke inzichten die dergelijke onderzoeken geven, zien wij weinig meerwaarde. Meten is weten, zei de heer Kevelam. Maar je weet alleen maar per type middel dat het gebruik meer of minder is dan in een soortgelijke gemeente. Het gaat om een flink bedrag van minimaal €30.000. Maar dat wordt waarschijnlijk een stuk hoger omdat er een apart aftappunt moet worden gemaakt. Wat ons zorgen baart zijn de toenemende kosten van de jeugdzorg. Hier wordt ook melding van gemaakt in de begroting. Tegelijkertijd zien we de terugtrekkende beweging van de jeugdgezondheidszorg, waardoor wij verwachten dat de druk alleen maar zal toenemen. We zijn daarom blij met de toezegging van de wethouder in de commissie dat dit niet ten koste mag gaan van de kwetsbare groep die onder deze zorg valt. De afgelopen jaren heeft de gemeente zich met de Barneveldse samenleving hard gemaakt voor de opvang van Oekraïense vluchtelingen. We kijken als fractie positief terug naar wat we hier in Barneveld collectief hebben neergezet. Deze uitdaging zet de komende jaren echter wel door met de voortdurende opvang van Oekraïense vluchtelingen, het geven van een plek aan statushouders en niet in de minste plaats het vestigen van een AZC in Barneveld.
Wij zien dat echter met vertrouwen tegemoet en wensen het college veel succes met deze uitdaging. Programma 2 Bedrijvigheid en bereikbaarheid Met de groei van Barneveld komt ook de bereikbaarheid onder druk te staan. Er bestaat zorg over het knooppunt A1-A30, de groei van de Midden Nederland Hallen in combinatie met de groei van Bloemendal. Ons raadslid Wiesenekker heeft hierover al om specifieke toezeggingen gevraagd in de commissie en dit wordt ondersteund door de motie die we samen met de SGP indienen om dit zorgelijke verkeerspunt nauwgezet te monitoren. Daarnaast de oproep aan het college om naast oplossingen in het faciliteren van het autoverkeer ook te denken aan blijvende inzet voor de bereikbaarheid van openbaar vervoer en fietsalternatieven. Programma 3 Woon en leefomgeving Meerdere sportverenigingen kunnen uitzien naar een nieuwe of een uitbreiding van de locatie: Sportpark Norschoten, Sportpark Westerneng, Sportpark Overbeek, De Flying Bikes en de Petanque vereniging. Sporten is onderdeel van een gezonde leefstijl. Deze investeringen geven een kwalitatieve en kwantitatieve impuls aan sportend gemeente Barneveld. Voor ons als ChristenUnie is het daarbij steeds belangrijk om te kijken naar breedtesport, toegankelijke sport voor iedereen. Liever een divers aanbod dan een klein aanbod voor topsport.
Daarom zijn wij nog steeds groot voorstander van een sporthal in Kootwijkerbroek en Terbroek. We zijn blij dat de gesprekken hierover momenteel positief verlopen.
Het lijkt er volgens de heer Bos op dat de wedstrijd nog een keer over wordt gedaan. Hij constateert dat er gepraat wordt en vindt dit positief. Maar als er wordt gepraat en er wordt geen kapitaal bij geleverd, komt men niet verder. Dan gaat het praten meer over de inrichting van de zaal en komt men niet tot een hal. Hij vraagt hoe de heer De Kool ervoor wil zorgen dat Kootwijkerbroek verder gaat, krijgt wat het heeft gevraagd en niet blijft praten over de zaal. De heer De Kool constateert een verschil van inzicht. Er worden momenteel goede gesprekken gevoerd en de raad moet daar niet tussen zitten. Hij is van mening dat de raad moet wachten op wat uit de gesprekken komt, dan kan de raad zijn oordeel vellen. De heer Bos denkt dat goede gesprekken af en toe een zetje in de rug nodig hebben. Het is goed als vanuit het huis wordt aangegeven dat er al wat huiswerk is gedaan en dat dit meegenomen kan worden in de gesprekken om tot een hal te komen. Hij vraagt of dat geen betere insteek is. De heer De Kool memoreert dat het onderwerp eerder is besproken. Het signaal dat de gemeente toen uitdroeg naar Kootwijkerbroek vond hij positief. Door het gesprek dat momenteel ontstaat, wordt dat tenietgedaan. Dat is jammer. De heer De Kool vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn.
22
o
‘Van de verenigingen kom ik bij motie 2 Compensatie OZB voor verenigingen met eigen vastgoed van het CDA. Wij staan in beginsel positief tegenover deze motie. Wel vragen wij de wethouder of hij indicatief kan aangeven om welk bedrag dit gaat. Aanvullend stellen wij voor, en dat doen we in een separate motie omdat het om een specifieke andere doelgroep gaat, om vrijstelling van de OZB te verlenen aan kerkelijke verenigingen voor alle onroerende zaken die worden ingezet voor maatschappelijke doeleinden. Deze motie 23 Kadernota OZB kerkelijke verenigingsgebouwen dienen wij bij deze in.’
De heer Van der Lubbe vraagt of met ‘kerkelijke verenigingen’ ook moskeeën en dergelijke worden bedoeld. De heer De Kool licht toe dat het gaat om alle maatschappelijke instanties die een maatschappelijke functie hebben. De heer De Vries meent dat het goed is om na te denken over welke andere functies hierin meegenomen kunnen worden. Een tijd geleden was een discussie over sport en cultuur en waar de grens ligt. De grens is iets breder geworden en hij vraagt zich af of andere maatschappelijke initiatieven, verenigingen hier ook aanspraak op kunnen maken. Hij informeert of daar dan ruimte voor is of dat het om specifiek moskee en kerk gaat. Het gaat de heer De Kool om instellingen die een maatschappelijke functie hebben in de buurt, die bijvoorbeeld koffiemomenten organiseren of maaltijden serveren voor ouderen, die catechisatie onderhouden. De heer De Vries informeert of daar voor de heer De Kool de grens ligt. De heer De Kool bevestigt dit. Het staat ook zo in de motie beschreven. De heer De Kool vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. o ‘Aangaande woningbouw zijn we de goede weg ingeslagen. Tweederde betaalbare woningen en een toezegging van de wethouder zich in te spannen voor meer goedkope woningen zodat jongeren en starters op de woningmarkt perspectief hebben.
Betaalbare en goedkope woningen in de gemeente zijn voor ons een groot goed voor een doelgroep (jongeren) die de toekomst heeft. Een doelgroep waar wij graag in willen investeren. o Een andere doelgroep zijn onze kinderen. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Niet voor niets volgen wij steeds kritisch de uitbreiding van scholen. Wij vinden het heel belangrijk dat kinderen de mogelijkheid hebben om in de eigen wijk naar school te gaan. Dat vergroot de sociale cohesie in wijken en voorkomt onnodige verkeersbewegingen. De uitbreiding in Bloemendal is een voorbeeld van zo’n belangrijke ontwikkeling. • Programma 4 Samenwerken dienstverlenen en besturen o De opgaven waar de gemeente voor staat worden steeds complexer en ook de bestuurlijke complexiteit neemt toe, zeker in een groeiende gemeente. Om deze complexe opgaven het hoofd te bieden begrijpen wij dat het college uitbreiding van de strategische advisering voorstelt. Wij zien het als noodzakelijk om kennis in huis te hebben, maar dan wel bij voorkeur duurzaam in huis te hebben. Dus bij voorkeur geen inhuur. Wil het college zich hiervoor inzetten? o Tot slot zijn wij blij dat er een forse uitbreiding komt bij het team veiligheid. Steeds vaker zien wij de nare gevolgen van ondermijnende criminaliteit. Het is noodzakelijk om onze groeigemeente ook te voorzien van voldoende capaciteit om de uitdagingen op dit gebied aan te gaan.
Ten aanzien van de brandveiligheid hopen wij dat er dit jaar, in afstemming met ons brandweerkorps, een concreet voorstel komt over de inzet van de brandweerdependance in Barneveld. We zien veel eerdere moties van ons maar ook van andere fracties terugkomen in de begroting. Wij zijn tevreden met de doorwerking van deze eerdere initiatieven.
23
Namens de fractie van de ChristenUnie wensen wij het college Gods zegen toe bij de uitvoering van de begroting, wijsheid in het bijsturen bij veranderende weersomstandigheden en ook een behouden vaart. Dank u.’ Mevrouw Van den Wildenberg voert het woord namens de fractie van Burger Initiatief. ‘Voorzitter, Wij zien hier een begroting vol goede bedoelingen en heel veel mooie woorden. Er gaat gelukkig ook veel goed in de gemeente Barneveld. En toch hadden wij van het college meer verwacht, zeker na de presentatie van Rein-Aart van Vugt op 5 september. Hij stelde dat wij het financieel gezien helemaal niet slecht doen als gemeente, gelukkig maar, maar dat wij desondanks niet achterover moeten gaan leunen. Hij drong vooral aan op een plan B. Van een college verwachten wij dat het verder kijkt dan naar een begroting en handelt en keuzes voorlegt. Het college noemt ook herhaaldelijk het ravijnjaar en dan is de begroting niet sluitend, mede op advies van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Dat ravijnjaar komt omdat de landelijke overheid bijdragen voor de gemeenten anders gaat berekenen, om het maar even simpel te zeggen. Dat betekent in ieder geval dat wij minder geld krijgen uit het Gemeentefonds. Het is nog niet helemaal zeker, de heer De Kool noemde al enkele moties die landelijk zijn ingediend, maar het is in ieder geval wel iets waar wij rekening mee moeten houden.
De gemeente gaat ook mee met die gedachte van de VNG, dat vinden wij prima, wij kunnen ons daar best in vinden. Maar waar is plan B, waar zijn de keuzes die gemaakt moeten worden? Die komen bij de kadernota van 2025 in het voorjaar van 2024, aldus het college. Nu hebben wij dit college eerst al bij het coalitieakkoord en de daarop volgende kaderbrief horen zeggen dat de uitwerking bij de eerstvolgende begroting zou komen. Daar werd het MIP gepresenteerd als idee en zouden de uitwerking en de keuzes in de daaropvolgende kadernota komen. Bij de Kadernota, die wij niet rijp voor besluitvorming vonden omdat wij de keuzes niet zagen en er daarom ook niet mee hebben ingestemd, was het motto: bij de volgende begroting komen de keuzes. In deze dus. Wat in ieder geval wel is geprobeerd en gedaan is realistisch begroten. Daarbij gaat het niet meer alleen om geld, het gaat vooral om de capaciteit. Het heeft immers geen zin om zaken op de begroting te zetten als je ze niet kunt uitvoeren. De stofkam is er overheen gegaan en dat heeft €2,4 miljoen opgeleverd. De portefeuillehouder zei in de commissie dat hij denkt dat er nog wel meer lucht in zit. Maar wat betekent dat dan? Nog een keer met de stofkam erdoor, maar dan nu met een fijnere? En waarom is er niet voor gezorgd dat dat nu al gebeurde? Het college kiest voor afmaken waar het aan begonnen is.
Het probleem is alleen, dat bij bijna elk voorstel als risico wordt genoemd de capaciteit. Tegelijkertijd geldt dat als je het niet afmaakt, je het geld eigenlijk in de sloot hebt gegooid want je bent er al wel mee begonnen. Het is een dilemma waar wij ook geen oplossing voor hebben. We willen in dit verband even terugkomen op het instrument MIP aan de hand van de discussie Ringlaan of Postweg in De Glind. De Ringlaan is al voorbereid, dus daar is al geld aan besteed. Met de komst van het MIP is steeds gezegd dat de raad aan het roer staat, want als wij iets anders zouden willen, dan kunnen wij bij wijze van spreken ruilen. Maar dat is dus niet zo. De Ringlaan stond op de rol en de Postweg is uitgesteld naar volgend jaar. Dan gaat het mij er niet om dat wij misschien de Postweg meteen zouden willen doen, alleen: het kan gewoon niet. Wij kunnen niet meer reageren op signalen van bewoners dat de volgorde misschien wel anders moet. Want dan gooien we het geld weg dat in de voorbereiding is gaan zitten en dat willen wij als Burger Initiatief natuurlijk ook niet. Wat wij wel willen is op kunnen komen voor het belang van onze inwoners en het belang komt niet altijd overeen met wat in het MIP staat.
Wij ervaren dat het MIP geen ruimte biedt voor flexibiliteit, het maakt in ieder geval voor de raad, in ieder geval Burger Initiatief, niet inzichtelijk op grond waarvan afwegingen zijn gemaakt, welke criteria daarvoor zijn gebruikt en hoe omwonenden zijn betrokken. Dat brengt mij op het volgende punt: het gebrek aan kader voorstellende raadsvoorstellen in de laatste anderhalf jaar. Uit mijn eerste twee periodes als raadslid herinner ik mij raadsvergaderingen vol raadsvoorstellen, zoveel dat wij regelmatig tot na 23.00 uur vergaderden. Dat wil niet zeggen dat 24
minder raadsvoorstellen daar niet voor zorgen, want wij hebben de laatste drie vergaderingen soms maar drie bespreekvoorstellen gehad, in de allerlaatste maar twee, en toch gingen wij door. Gelukkig hadden we in de allerlaatste vergadering, waar veel gasten van de raad bij zaten, een stevig inhoudelijk interpellatiedebat, want anders zou je je toch een beetje gaan afvragen waar je hier eigenlijk voor zit. Ter illustratie nog even: in 2019 zijn er 13 grote beleidskaderstukken voorgelegd, zoals onder andere het Integraal Veiligheidsplan, het keten en de visie op zonne-energie. Dit jaar hebben wij er in zijn geheel nog maar drie gehad: participatiebeleid, beleidskader Inclusie en locatiebeleid energiestations. Besluiten wij als raad dan nog wel over relevante zaken? Toen ik daar tegen een bestuurder iets over zei, was het antwoord: dat ligt aan jezelf, daar moet je zelf iets aan doen. Los van het feit dat ik het daar niet mee eens ben, wíl ik er graag iets aan doen.
Want wat is de oorzaak van die weinige voorstellen? Is het de invoering van het MIP waardoor we eigenlijk niet of nauwelijks iets nieuws kunnen doen? Is het de werkwijze van het college? Is het de organisatieverandering? Komt het voort uit het coalitieakkoord? Wat is de oorzaak en wat kunnen we eraan veranderen om ons als raad toch in positie te brengen? Barneveld is toch immers nog niet af? Juist vanwege die wens voor meer positie van de raad en meer grip op de kaderstelling hebben wij motie 18 Raad in positie brengen en grip op kaderstelling voorgesteld. Ervan uitgaande dat er steeds minder kaderstellende raadsvoorstellen naar de raad komen, dat het MIP een drijvend en bepalend instrument is in het doen van de investeringen, het college er vooral voor kiest om het begonnen werk eerst af te maken, dat er met het oog op het ravijnjaar in combinatie met de groei van Barneveld keuzes gemaakt moeten worden over de daadwerkelijke invulling van de groei en dat de raad in goede positie gebracht moet worden voor het maken van deze keuzes. Dank u.’ De voorzitter wijst er, voor de zorgvuldigheid van de besluitvorming en in volgorde van indiening door de verschillende fracties, op dat amendementen 12, 13, 14, 22, moties 15, 16, 17, 21, 10, 1, 2, 3, 9, 19, 4, 5, amendementen 6, 8, 11 en motie 7, 23, 18 zijn toegevoegd aan de beraadslaging.
De heer De Vries deelt mee dat zijn fractie zich gebogen heeft over motie 1 Budgetoverschrijding. In het debat werd over de percentages gesproken. De fractie heeft de motie gewijzigd. De 15% is 20% geworden en het betreft alleen investeringen boven €500.000. De motie is aangepast in iBabs. De voorzitter schorst de vergadering. Schorsing De voorzitter heropent de vergadering. Reactie college De voorzitter geeft het college de gelegenheid te reageren op de amendementen, moties en de vragen in relatie tot een toezegging. Wethouder Oosterwijk reageert op de 1e termijn. Op de vraag om de governance van Visit Regio Barneveld aan te passen wijst hij erop dat dit punt al naar voren kwam in de commissievergadering. Spreker deed toen een toezegging en inmiddels is hij in gesprek met Visit Regio Barneveld om dit ten uitvoer te brengen. Er is een toezegging gevraagd om economie en circulaire economie bij elkaar te voegen. Er komt volgend voorjaar een economische visie en daarin zal zeker aandacht zijn voor circulaire economie. Aangezien het een termijn tot 2070 betreft om het te realiseren, hecht hij eraan om circulaire economie nog onderdeel te laten zijn van het programma Duurzaamheid om juist die bijzondere aandacht eraan te geven. Hij zegt niet toe om het in de kadernota als één geheel te beschouwen, het blijft ‘economie’ en ‘programma Duurzaamheid inclusief circulaire economie’.
Maar in de economische visie zal het college hierop terugkomen. Hij meent dat het een illusie is om economie 25
en circulaire economie te laten samenvallen. Hij begrijpt de wens, maar met alleen wensdenken komt men er niet. De SGP vroeg om een toezegging om ook te kijken naar de bedrijventerreinen in Kootwijkerbroek. Het is bekend dat de wens daar groot is. Het college zal hier aandacht aan schenken bij de economische visie. Amendement 6 Geen belastingverhoging van 4% (VVD): de voorgestelde OZB-verhoging is de driejaars gemiddelde inflatie. Dit is met elkaar afgesproken. De dekking die de heer Bos zoekt om dat te realiseren is een dekking die volgens de wethouder leidt tot stilstand van de gemeente Barneveld. Juist in een groeiende gemeente moet men investeren in groei en strategisch vermogen van de gemeente. Dat wordt ten behoeve van de inwoners gedaan. De suggestie dat het college dit voor zichzelf doet omdat het een grote gemeente zou willen zijn werpt hij ver van zich. Het wordt ten behoeve van de gemeenschap gedaan. Het is in feite een motie van stilstand die hij ontraadt. De heer Bos licht toe dat de dekking expres op die manier is ingevuld om te proberen de 4% in de zak van de burger te kunnen houden. De wethouder noemt het argument groei. Maar de reden waarom de VVD dit heeft gedaan heeft vooral te maken met het feit dat er eigenlijk niet voldoende ondersteuning/onderbouwing is uitgewerkt. De €500.000 structureel per jaar is een aanzienlijk bedrag.
Er zou aangegeven moeten worden wat dit met zich meebrengt, hoe dit is opgebouwd en hoe het verwerkt had kunnen worden in het stuk. Wethouder Oosterwijk begrijpt dit, één van de andere moties betreft ook een meer uitgebreide toelichting. Op zich staat het weergegeven in de begroting met een toelichting van een halve A4. Hij kan zich voorstellen dat de heer Bos dat onvoldoende vindt en gaat graag het gesprek daarover aan. Dat is wat anders dan het gebruiken als dekking voor iets anders. De heer Bos benadrukt dat het moeilijk is om met het antwoord dat de wethouder geeft, namelijk dat hij in gesprek wil gaan, al ‘ja’ te zeggen. Hij vraagt zich af waar dan nog over gesproken kan worden, hoe de wethouder de raad meeneemt in het gesprek. Wethouder Oosterwijk bedoelde te zeggen dat het college bereid is hier een toelichting op te geven. De gemeente is groeiende, de gemeente komt in een andere strategische positie ten opzichte van de hogere overheden. Hij heeft dit in de commissie toegelicht. Het volgt uit Barneveld Groeit en er is al een aantal malen over gesproken in de raadszaal. Spreker verbaast zich erover dat de heer Bos zegt het plan niet te kunnen beoordelen en meent dat het zo is dat de heer Bos hier een andere mening over heeft. Het helpt niet om hier lang over door te praten. Wethouder Oosterwijk vervolgt zijn reactie op de eerste termijn.
Amendement 8 Opbouwen bestemmingsreserve grondexploitatie (VVD) wordt gebracht als een potje waar verliezen uit gedekt kunnen worden maar dat wordt gedaan uit de verliesvoorzieningen. De raad heeft aangegeven niet zoveel verschillende reserves te willen hebben. Daarom zou hij willen afraden om weer een nieuwe reserve op te bouwen. Het loopt inderdaad altijd via de algemene reserve, maar daar is niets mis mee. Spreker ziet het nut hier niet van in. De heer Bos vraagt of het niet zo is dat de gemeente met het amendement meer grip krijgt op het grondbedrijf. Het is dan zeker dat er geen aanspraak gemaakt hoeft te worden op de algemene reserve. Het is breder, het heeft ook effect op de schuldquote en de risicoparagraaf, het is ook op die manier strategisch. Als het steeds uit de algemene reserve gehaald moet worden, is niet helemaal duidelijk hoe de quote gaat bewegen. Hij hoort hieromtrent graag een uitleg. Wethouder Oosterwijk stelt dat, als de raad een nieuwe bestemmingsreserve instelt die eigenlijk ten koste gaat van de algemene reserve, de quote slechter wordt. Voor de risicoquote geldt dat de algemene reserve bepalend is. Daarnaast is het zo dat risico iets anders is dan verliezen afdekken, daar is de risicoparagraaf voor. Ook is het zo dat de raad bij de behandeling van het MPG, wat elk jaar in het voorjaar gebeurt, de verwachting van de verschillenden grexen ziet.
Daar kan men goed het gesprek voeren over of er voldoende grip is op de totaliteit van het grondbedrijf. De heer Bos constateert een verschil van inzicht. 26
Wethouder Oosterwijk vervolgt zijn reactie op de 1e termijn. Amendement 12 Aanpassen beslispunt 2 autorisatieniveau (Pro’98, Burger Initiatief): hij kan hier tot een bepaalde mate in meegaan. Hij proeft in het amendement de drang om te begrijpen wat er gebeurt en dat is terecht. In de tussenrapportage wordt niet op programmaniveau maar al op het niveau van beleidsproduct gerapporteerd. Dat zal ook in 2024 worden gedaan. Punt 2a is geen probleem. Wat punt 2b betreft: spreker heeft de wens om op een andere manier met de programma’s om te gaan. Het is echter een hele exercitie om dat in de systemen voor elkaar te krijgen. Hij adviseert om van de datum 1 januari 2026 te maken. Dan nog zou hij voor een deel een slag om de arm houden omdat het een grote operatie is. Hij wil nog in het midden laten of het 10 of 9 of 6 programma’s zijn. Het gaat erom dat er logische eenheden van beleid samengevoegd worden tot een programma dat beheersbaar is. De discussie over de aantallen zou in de auditcommissie gevoerd moeten worden. Het moet niet verward worden met programmatisch werken alleen, want programmatisch werken en de gewone activiteiten vallen niet per se samen. Spreker hoopt dat de fracties bereid zijn om punt 2b aan te passen, dan zou hij goed mee kunnen gaan met het amendement. Het huidige punt 2b zou hij afraden.
Amendement 14 Overzicht (nieuwe) investeringen wel en niet bespreken (Pro’98, Burger initiatief, CDA): hierin wordt aangegeven dat een aantal voorstellen wel in de raad behandeld zou moeten worden. Het is een service van het college om een overzicht te maken van wat wel of niet besproken wordt in de raad, waarbij niet alleen strikt het criterium van €500.000 wordt aangehouden. De raad moet hier zelf over beslissen. Hij heeft een vraag bij het punt over de vervanging diverse bedrijfsmiddelen. In het MIP bij de Kadernota stonden ongeveer drie pagina’s met bedrijfsmiddelen en juist Pro’98 vroeg of dat niet ingeklapt kon worden. Hij vraagt de fractie om een nadere uitleg. In reactie hierop wijst de heer Van der Lubbe erop dat het soms om heel grote bedragen gaat waarbij ook politieke keuzes spelen, bijvoorbeeld duurzame keuzes. Misschien kan gesproken worden over bij welk onderdeel het handig is om bij de raad terug te komen. Hij begrijpt dat niet alles op die manier door de raad bekrachtigd moet worden. Wethouder Oosterwijk kan zich voorstellen dat de fractie een gesprek wil over welke keuzes er gemaakt worden bij het inkopen van bedrijfsmiddelen maar niet daarover een discussie wil per bedrijfsmiddel. Als hij het amendement zo mag opvatten, begrijpt hij de bedoeling beter. Hij laat het amendement aan het oordeel van de raad over.
Wethouder Oosterwijk vervolgt zijn reactie op de 1e termijn. Motie 1 Budgetoverschrijdingen (CDA, Burger Initiatief): hier is waarschijnlijk sprake van een misverstand qua techniek. Het college snapt inhoudelijk dat de fracties overschrijdingen of afwijkingen van 40% willen begrijpen. Het college geeft per project aan of er grote risico’s in zitten en gebruikt hier landelijke indicatoren voor, waarbij 40% als marge wordt genomen. Het hangt ook af van de fase waarin het project zit. Dat kan ingeschat worden en dan pakt men de 10%. Spreker zegt de fracties toe dat het college expliciet hier iets over opneemt in de voorstellen voor investeringen. Daarbij wordt toegelicht waarom de ene keer 10% wordt genomen en ergens anders 25% of 40%. Hij meent dat dit de fracties zou helpen bij de wens om hier meer begrip voor en grip op te krijgen. Hij adviseert om hier niet een strikt maximum op te zetten. Dat helpt het college niet, het zal dan bijvoorbeeld achteraf overschrijdingen moeten rapporteren. Hij is meer voorstander van een open college in waarom er voor een bepaalde marge wordt gekozen en daar het gesprek over aangaat dan dat motie 1 aangenomen wordt. Hij begrijpt wel de geest erachter. Motie 2 Compensatie OZB voor verenigingen met eigen vastgoed (CDA, ChristenUnie, Burger Initiatief) ziet de wethouder als ondersteuning van het beleid.
Bij gebrek aan landelijke wetgeving is het college van plan om het bestaande beleid in de komende twee jaren voort te zetten. Motie 23 Kadernota OZB kerkelijke verenigingsgebouwen (ChristenUnie) is een aanvulling op het voorgaande. Er wordt een nieuw soort gebouwen toegevoegd aan wat al beoogd wordt. De 27
wethouder begrijpt de gedachte erachter en het college staat hier sympathiek tegenover, tegelijkertijd overziet het college niet helemaal om hoeveel gebouwen het gaat, het getal 10 is niet bevestigd, en ook niet of men daarmee tegen vreemde dingen aanloopt qua rechtsgelijkheid en juridische houdbaarheid et cetera. Hij vraagt de fractie om de motie aan te houden en het college meer tijd te geven om erop te studeren. In reactie hierop laat de heer Wiesenekker weten dat hij zelf is nagegaan om welk bedrag dit zou gaan. Het antwoord kwam uit het huis, het komt momenteel neer op een jaarlijks bedrag van ongeveer €10.000. Hij vraagt zich af waarom het college de motie wil aanhouden. Een motie roept op om tot een uitvoering te komen. Als het college er bij de uitvoering achter komt dat het een ongewenst effect heeft, kan het dit altijd teruggeven. Wethouder Oosterwijk wijst erop dat de €10.000 door een quickscan tot stand gekomen is. Hij wil hier zorgvuldigheid in betrachten. Het gaat ook om de vraag wie hier nog meer aanspraak op gaan maken als dit ingevoerd wordt, het gaat om de vraag of de definitie helder geformuleerd is. Er zitten voldoende haken en ogen aan om er voorzichtig mee te zijn. Als de fractie de motie toch indient, zal het college inderdaad met de resultaten terugkomen. Dat zou een resultaat kunnen zijn dat ervan afwijkt.
Als die ruimte er is, laat hij het oordeel graag aan de raad over. Wethouder Oosterwijk vervolgt zijn reactie op de 1e termijn. Motie 4 Uitbreiding uitvoeringscapaciteit civiel (Lokaal Belang, CDA): er zijn twee limieten, de één is capaciteit van uitvoering en de ander is capaciteit van financiële middelen. De limiet van de uitvoeringscapaciteit is momenteel lager dan die van de financiële middelen. Dat hoeft natuurlijk niet altijd zo te zijn. Het college wil hierin meegaan maar wel onder de voorwaarde dat dan ook naar het financiële plafond gekeken moet worden. Hij durft de situatie in 2025 niet te voorspellen. De wethouder voegt een stuk verwachtingenmanagement toe. De motie vraagt om adequate maatregelen. Hij wil met voorstellen komen over welke maatregelen mogelijk zijn en zal daarbij de consequenties van de maatregelen in beeld brengen. Misschien wordt daar het advies bij gegeven om het nog niet te doen. Hij gaat ervan uit dat die vrijheid hem gegeven wordt, de arbeidsmarkt is lastig en uitvoeringscapaciteit hangt niet op één of twee mensen op civiel erbij. Het college zal hier in de kadernota op terugkomen. De motie betreft het civiele stuk. De heer Van der Lubbe vraagt zich af of dit niet geldt voor alle afdelingen binnen de gemeente. Er is ook een maatschappelijke opgave. Wethouder Oosterwijk stelt dat de motie civiele aspecten betreft.
Het capaciteitsvraagstuk is volgens het college het meest urgent op het civiele terrein. De heer Kevelam is verheugd dat de wethouder kan meegaan in de motie. De kanttekening die hij erbij maakt zijn misschien niet eens het grootste punt. Als er een investeringsplafond van €14 miljoen is en er wordt €8 miljoen geïnvesteerd, dan wordt €6 miljoen niet geïnvesteerd. De financieringslast van de €6 miljoen is in de begroting terug te zien. Dan heeft spreker er moeite mee als de wethouder adviseert om het even niet te doen. De raad heeft tot een basisniveau van wegen besloten. Na het aannemen van de motie is hiervoor ook een wet aangenomen, meent hij. De gemeente wil en moet voldoen aan het Wegenbeheerplan, de wethouder wil dat zeker ook. Hoe kan de wethouder tot een conclusie komen waarin hij vraagt of dit wel gedaan moet worden? De conclusie kan bijna niet anders zijn dan dat de gemeente zich hier volledig voor moet inzetten. Wethouder Oosterwijk stelt voor om dit te bespreken op het moment dat het college met de voorstellen komt en er afwegingen gemaakt moeten worden. Het gaat hem erom dat een scala aan mensen binnengehaald moet worden om dit te kunnen vergroten. De vraag is of dit mogelijk is in de huidige arbeidsmarkt. Ook heeft het consequenties voor de begroting omdat de formatie wordt uitgebreid.
Spreker zegt niet dat het niet kan, hij wil de raad alleen een aantal overwegingen meegeven om het wel of niet te willen of in een bepaalde mate. 28
Het gaat inderdaad niet over de €6 miljoen, het gaat over de doelen die men ermee wil bereiken. Dat is een terechte opmerking. Wethouder Oosterwijk vervolgt zijn reactie op de 1e termijn. Motie 7 Gegronde WOZ-bezwaren meenemen in de begroting (VVD): de wethouder bevestigt dat er nog steeds een toename is van het aantal bezwaren. De gemeente verliest daar wel wat op. Tegelijkertijd is de inschatting van de inkomsten van de WOZ meestal lager dan wat er daadwerkelijk binnenkomt omdat er altijd groei is, er zijn telkens meer percelen waarop geheven kan worden dan verwacht. Spreker is het ermee eens dat er een realistische inschatting van de opbrengst gemaakt moet worden, maar hij ziet het nut niet zo in van het bij voorbaat maken van een reservepotje van de WOZ-bezwaren die daarvan afgetrokken worden. Het is zaak om ook de inkomsten realistisch te begroten. Hij laat het oordeel aan de raad over. De heer Bos benadrukt dat het vooral gaat om het benoemen van de mogelijkheid. Het is nu €50.000 en dat kan meer worden. Het enige doel is om het te benoemen in de risicoparagraaf. Dat vindt de VVD belangrijk en dat is realistisch begroten en realistisch risico’s in kaart brengen. Wethouder Oosterwijk denkt niet dat het punt in de risicoparagraaf staat.
Maar gezien het bedrag en het beleid dat daarop gevoerd wordt, namelijk om gegronde bezwaren te voorkomen, verwacht hij niet dat het bedrag veel groter zal worden. De wethouder kan inschatten dat het €50.000 minder wordt maar hij kan ook aangeven dat de inkomsten waarschijnlijk lager zullen zijn. Als de heer Bos het verleden doortrekt naar nu en misschien naar de toekomst dan ziet hij een duidelijke stijging. Een paar jaar geleden was dit nul, het is van €20.000 naar €50.000 gegaan. Om die reden wil de fractie dit graag meenemen. Wethouder Oosterwijk vervolgt zijn reactie op de 1e termijn. Motie 18 Raad in positie brengen en grip op kaderstelling (Burger Initiatief) verzoekt het college om drie punten. - ‘De raad te voorzien van een overzicht van de huidige beleidskaders’: de wethouder is van mening dat die ieder jaar aan het begin worden vastgesteld voor de accountant omdat die zijn normenkader moet hebben. Het normenkader bestaat ook uit de beleidskaders van de gemeente. De fracties beschikken hierover, volgens hem. - ‘De raad een overzicht te geven van de verwachte nieuwe beleidskaders’: hij is het eens met de fractie dat er momenteel weinig beleidskaders vastgesteld worden. Al was de toeristische visie een beleidskader, zijn bestemmingsplannen beleidskaders en waren er meer.
Op basis van de lijst van het normenkader zou hij met de fractie in gesprek willen gaan over waar er hiaten liggen, waar het beleidskader erg oud is. De fractie geeft aan dat er in 2019 veel vastgesteld zijn, die zijn alle vier jaar oud en er zal geen behoefte zijn om die allemaal opnieuw vast te stellen. Mevrouw Van den Wildenberg memoreert dat zij bij het eerste punt ook gevraagd heeft naar vermelding van de erbij horende looptijd. Volgens haar is dat van belang, veel beleid gaat jarenlang mee zonder dat het herijkt wordt. Zojuist hoorde zij van collega’s dat er een wettelijk normenkader gehanteerd wordt door de accountant, maar dat dit iets anders is dan de beleidskaders van de raad. Wethouder Oosterwijk licht toe dat het normenkader waarop de accountant controleert het wettelijk normenkader en het eigen normenkader bevat en dat is het beleidskader van de gemeente. Daarop toetst hij of de gedane uitgave terecht is. Mevrouw Van den Wildenberg zou het fijn vinden als Burger Initiatief toch een lijst zou krijgen van de huidige beleidskaders met de daarbij behorende looptijden. Haar fractie kan zich dan beter voorbereiden en meer zicht hebben op waar de fractie grip op kan hebben. Wethouder Oosterwijk zag de motie pas deze middag en heeft zich er niet helemaal in kunnen verdiepen. Volgens hem bevat de lijst met het normenkader de kaders vanuit de raad met het jaartal 29
waarin het vastgesteld is. Dan is 2023 min het jaartal de looptijd. In een aantal gevallen heeft de raad gevraagd om de looptijd vooral oneindig te laten zijn. Maar hij gaat hierover graag het gesprek aan, een normenkader van twintig jaar oud verdient een update. Hij kan niet goed inschatten wat hij precies toezegt als hij instemt met de motie op dit punt. Mevrouw Van den Wildenberg denkt dat de wethouder er misschien wel in kan meegaan als de fractie de tekst zo aanpast dat de wethouder over de door Burger Initiatief gevraagde lijst in gesprek zal gaan. Wethouder Oosterwijk is van mening dat hij dit zojuist verwoordde. De heer Van Schaik voelt zich geroepen om in te gaan op het normenkader. Hij valt mevrouw Van den Wildenberg bij op het punt van het wettelijke aspect van dat kader. Een voorbeeld: de Europese aanbestedingen worden gecontroleerd door de accountant maar alle niet Europese inkopen, nationaal en eventueel daar onder, vallen niet in het normenkader. Er zit dus wel degelijk een deel in het normenkader dat niet bij de accountant wordt neergelegd en dat niet als norm gesteld wordt. Volgens hem kan de wethouder niet stellen dat het normenkader alomvattend is en al het beleid van de gemeente omvat. Niet alles wordt getoetst door de accountant. Wethouder Oosterwijk steekt zijn hand niet in het vuur voor zijn eerdere uitspraak.