Notulen Gemeenteraad Barneveld d.d. 8 november 2023
Tekst van het document
Maar het inkoopbeleid van de gemeente is bijvoorbeeld wel degelijk toetsingskader voor de accountant en niet alleen het Europese deel. Spreker merkt dat ambtenaren vanuit de zaal hierop reageren. Volgens de heer Van Schaik zou het verstandig zijn als de wethouder tijdens de schorsing overlegt met de ambtelijke staf. De lokale inkoop ligt zeker niet bij de accountant, dat is alleen het Europese deel. Wethouder Oosterwijk vervolgt zijn reactie op de 1e termijn. - Bij het derde punt vraagt Burger Initiatief om meer toelichting in het MIP op waarom het ene project wel in 2024 uitgevoerd wordt en het andere niet. De wethouder meent die toezegging al gedaan te hebben en herhaalt die. Motie 19 Uitgaven programmatisch werken en concernstrategie (CDA, Burger Initiatief): de vraag is om hier eerst een notitie over te maken en die te bespreken. Volgens de wethouder staat er op 28 november een gesprek gepland tussen raad en college over de memo die aan de begroting was toegevoegd over de organisatie. Hij stelt voor om in dat gesprek ook dit onderwerp mee te nemen. Het college hecht veel waarde aan de toevoeging, die is een logisch vervolg op Barneveld Groeit en het college wil toe naar meer strategisch en programmatisch werken. Dit gezien de ontwikkeling van Barneveld in de context van zowel de hogere overheden die daar om vragen, het provinciale beleid et cetera.
Hij licht dit graag toe in een gesprek. Het college wil echter niet meegaan in de randvoorwaarde dat dit gesprek moet plaatsvinden voordat het goedgekeurd wordt. De heer De Vries neemt dit graag mee in het gesprek. Hij vraagt of de raad in het gesprek een uitgewerkt stuk kan ontvangen waarin duidelijk wordt wat het college bedoelt met de €500.000. De fracties krijgen dan meer een beeld bij wat er gedaan wordt met de €500.000, wat het college daarbij voor ogen heeft en wat er strategisch wordt gedaan. De wethouder heeft hierover gesproken in de commissievergadering. Wethouder Oosterwijk zegt dit toe, al is de termijn tot 28 november wat kort. Wethouder Pluimers reageert op de moties, amendementen en de vraag om toezeggingen uit de eerste termijn. Pro’98 vroeg om een toezegging rond de padelhal-tennishal Kootwijkerbroek. De raad heeft de MIPsystematiek vastgesteld. Tegelijkertijd heeft het college meegedeeld dat, als er zich situaties zouden voordoen gedurende het jaar waarbij het college het van belang vindt om het eerder door te zetten, het college met een voorstel naar de raad komt. Het college kan dit dus toezeggen. Tegelijkertijd moet men zich goed realiseren wat de betekenis is voor de uitvoer en de capaciteit binnen de organisatie van wat eruit komt.
30
Motie 17 Vertrouwenspersoon vrijwilligersorganisaties (Pro’98, Burger Initiatief): in het Sport- en Beweegakkoord II dat de raad in oktober ter kennisgeving heeft ontvangen staat op pagina 8 een stuk tekst opgenomen waarin staat dat het college gaat onderzoeken in hoeverre het de functie van vertrouwenspersoon kan inrichten. Het college komt hierop terug bij de raad. Het wil de verantwoordelijkheid bij de verenigingen niet wegnemen, hoe ingewikkeld het ook kan zijn. Het college heeft helder voor ogen welke verenigingen het lastig vinden. Connect zou daarin een rol kunnen spelen. Vanuit het Sport- en Beweegakkoord wil het college hier invulling aan geven. De wethouder laat het oordeel over de motie aan de raad. De heer Van der Lubbe heeft het Sport- en Beweegakkoord erop nageslagen. De motie is wat breder en betreft niet alleen verenigingen, ook stichtingen kampen met dergelijke problemen. Wethouder Pluimen benadrukt dat zij de motie sympathiek en begrijpelijk vindt. Het college zal erop terugkomen nadat het akkoord is uitgevoerd. Motie 16 Inclusief spelen (Pro’98, Burger Initiatief): er is vaker van gedachten gewisseld over speelplekken, speeltuinen enzovoort. Er is ook geëvalueerd. De wethouder heeft toen aangegeven het van belang te vinden dat eerst het huidige uitvoeringsjaar met elkaar wordt afgerond.
Daarna kan men met elkaar in gesprek gaan, evalueren en een nieuw plan maken. Het college heeft toegezegd in gesprek te gaan met de heer Ensberg van Jantje Beton. Een plek in het centrum is een lastige opgave, er spelen veel belangen bij bijvoorbeeld het Torenplein en de Kampstraat. Over de laatste is de vorige maand nog in de commissie gesproken. De wethouder verwees toen naar de Centrumvisie Barneveld, waarin een stuk staat geschreven over de Kampstraat. Zij heeft later met de mensen een gesprek gehad over de locatie en gezegd dat college en raad zich buigen over de uitvoering. Ondanks dat zij de motie begrijpt en de oproep heeft onthouden, is de motie in wezen overbodig. Het college gaat hier echt mee aan de slag. Volgens de heer Van der Lubbe is de motie niet overbodig. De wethouder geeft aan de evaluatie eerst af te wachten. Wat de motie anders maakt dan de vorige keer toen hierover werd gesproken, is dat het een inclusieve speeltuin betreft. Daar zijn fondsen voor. De fractie bedoelt niet te zeggen dat het college ermee aan de slag moet. Connect of een organisatie binnen de gemeente kan de uitdaging ontvangen om met het initiatief te komen. Dan hoeft de evaluatie niet te worden afgewacht, een dergelijke inclusieve speeltuin heeft de gemeente nog niet.
Wethouder Pluimers brengt naar voren dat zij de medewerkers en de organisaties binnen de gemeente die ermee te maken hebben tekort zou doen als zij zou zeggen dat het voorgaande juist is. De gemeente heeft een behoorlijk aantal speeltuinen inclusief gemaakt. Inclusief betekent niet alleen fysieke inclusiviteit, het betekent ook dat met elkaar gekeken wordt naar hoe de speeltuinen met elkaar gebruikt gaan worden. Het inclusiebeleid dat onlangs door de raad is vastgesteld zal nadrukkelijk worden meegenomen in de evaluatie. Het college wil dit breed oppakken. Begoniastraat, Mr. Troelstralaan, Dorskamp, Wethouder Ten Hamlaan, Jan Seppenplein, de rondweg in Zwartebroek, Bachstraat en Molenmakerslaan in Voorthuizen: de wethouder benoemt ze. De medewerkers hebben zich ingezet hiervoor. Het college zal hiermee verder gaan, ook in relatie tot de Centrumvisie. Wethouder Pluimers vervolgt haar reactie op de 1e termijn. Motie 10 Bereikbaarheid Barneveld (SGP, Pro’98, ChristenUnie, Burger Initiatief): de wethouder waardeert de betrokkenheid van de raad bij het onderwerp. College en raad hebben er vaker over gesproken. Er zijn vier beslispunten en dat maakt het wat lastig: met de punten 1 en 4 kan het college goed uit de voeten. Punt 1, de rijrichting, is al eerder bij de ontwikkeling van de Harselaartunnel genoemd. Het college hoeft het niet te onderzoeken en kan dit oppakken.
De effecten zijn bekend. Dit geldt ook voor punt 4. Natuurlijk is het van belang dat wordt onderzocht op welke wijze en met welke fasering het tot de minste overlast leidt bij de inwoners. Punten 2 en 3 maken echter dat de wethouder de motie wil ontraden. De bebording zal een beperkt effect hebben. Of men is een Barnevelder en weet welke afslag genomen moet worden of men rijdt 31
op navigatie. Een beperkt deel rijdt op de borden. Ook is het zo dat Rijkswaterstaat over de borden gaat. Zij is bereid om met Rijkswaterstaat in gesprek te gaan, maar bij punt 3 staat dat het college dit moet gaan doorvoeren en dat kan dus niet. Op dat punt is de motie niet uitvoerbaar. De heer Top vraagt of de wethouder de motie kan steunen als de fracties de tekst veranderen in ‘aandacht hiervoor vragen’ of ‘bemiddelen hierin’. Wethouder Pluimers vindt dit goed klinken. Het is van belang dat zij over de exacte tekst beschikt. De heer Top vraagt de wethouder er wat langer dan een halve dag over na te denken. In de motie staat ‘ga na wat de effecten ervan zijn’. Hij vraagt om niet direct ‘nee’ te zeggen maar te kijken hoe de motie positief opgepakt kan worden. Wethouder Pluimers wil niet de indruk wekken dat zij hier ‘nee’ op zegt. Ze doet aan verwachtingenmanagement. Zij is bereid om met Rijkswaterstaat in gesprek te gaan over het onder de aandacht brengen ervan. Punt 3 is niet uitvoerbar. De heer Top zegt toe de tekst aan te zullen passen. Wethouder Pluimers vervolgt haar reactie op de 1e termijn. Motie 9 Participatietrede 3 en 4 (CDA, Pro’98, Burger Initiatief): het doet de wethouder deugd dat het thema participatie de raad bezighoudt. Participatie is belangrijk. Sinds 1 januari wordt het beleid gevoerd dat de raad heeft vastgesteld.
Toch ontraadt het college de motie omdat hij te vroeg komt. Op 12 september is de eerste evaluatie besproken. Het college heeft de opdracht meegekregen om een ontwikkeltraject te starten, een actieplan te starten om de aanbevelingen uit te werken. Er komt een handleiding spoor 3. Het college is hiermee aan de slag gegaan. Het college verwacht dat het begin december de raad kan informeren en op dat moment kunnen raad en college hierover in gesprek gaan. De motie is te vroeg en wat onduidelijk als het gaat om welk spoor het gaat. Zij vraagt zich af of het om spoor 1, 2, 3 of allemaal gaat en of de raad zich ervan bewust is dat er dan een enorme hoeveelheid trajecten kan zijn waar de raad wat mee wil. Het college adviseert de fracties om te wachten tot begin december. De heer De Vries vraagt wat er begin december kan veranderen waardoor de fracties de motie niet meer indienen. Wethouder Pluimers licht toe dat het actieplan dan ter kennisgeving aan de raad wordt voorgelegd. De raad kan daarop reageren. Er wordt een handleiding voorgelegd. Ook daar kan de raad op reageren. Er is een memo bij om de raad mee te nemen in het traject en het vervolg daarop. Zij daagt de fracties uit om daar kennis van te nemen en er een mening over te vormen, of het voldoende is of nog niet. Het participatiebeleid is er nog geen jaar. Het is belangrijk om het proces zorgvuldig met elkaar te doorlopen.
Dat duurt even, het is niet meteen perfect. Er wordt hard gewerkt om het zo goed mogelijk te maken. De heer De Vries begrijpt dat er hard gewerkt wordt en dat het traject moet verbeteren. De indieners van de motie zien de verbetering op basis van verschillende voorbeelden: de Churchillstraat en het Pastoriebos zijn voorbeelden waarbij het CDA dacht dat het mooi geweest zou zijn als er eerst geparticipeerd zou zijn en dat er daarna een besluit genomen zou zijn in de raad. Dat is alles wat de indieners vragen, eerst participatie en dan het raadsbesluit in plaats van andersom. Als de raad het een goed punt vindt, dan kan het college dit meenemen in december. Wethouder Pluimers benadrukt dat het grote afwegingen betreft, zij is bereid die mee te nemen maar kan dit niet toezeggen omdat zij het niet kan overzien. De door de heer De Vries genoemde voorbeelden zijn van voor het participatietraject, het werd toen zo goed mogelijk gedaan. Het is een leertraject, ook de organisatie moet de kans krijgen om te leren en aan de raad terug te geven wat er is bedacht. De heer De Vries heeft juist vanwege het leertraject de motie ingediend. Het participatietraject kan daarmee verbeterd worden. Zijn fractie ziet uit naar december maar hij zou het mooi vinden als de raad in de vergadering al een uitspraak zou doen.
32
Wethouder Pluimers vervolgt haar reactie op de 1e termijn. Amendement 11 Bouwen sporthal in Kootwijkerbroek (VVD) wordt om twee redenen ontraden door het college. Ten eerste is het college momenteel met Kootwijkerbroek in gesprek. Hierover is eerder van gedachten gewisseld met de raad, de wethouder gaf de raad toen de onderdelen mee die het college van belang vindt en waarbij ook wat van Kootwijkerbroek zelf werd verwacht. Dit proces loopt, dus om op voorhand te zeggen hoeveel geld het moet zijn, lijkt haar niet wijs. De raad kan dan niet integraal besluiten over het totale plan van een mogelijke sporthal. Het college wil dit op een goede manier aan de raad voorleggen zonder er een bedrag aan te koppelen. Ten tweede vindt het college de gekozen dekking onwenselijk. Het is belangrijk dat de beleidstoevoegingen zoals zij zijn opgenomen, zowel structureel als incidenteel, worden uitgevoerd. Het is van belang om te investeren in de organisatie want de organisatie gaat iets goeds doen voor de samenleving. Zou daarop beknibbeld worden, dan ontstaat er de zorg of de opgave op de goede manier volbracht kan worden. De heer Bos heeft het financiële deel afgekaart met de collega-wethouder van mevrouw Pluimers. Waar hij op wil reageren is op het begin van haar beantwoording. Mevrouw Pluimers begint met te zeggen ‘wij’.
De wethouder kijkt eerst naar het college en zet zich niet in voor Kootwijkerbroek: maar het is immers voor de inwoners van Kootwijkerbroek. Hij vraagt waarom de wethouder begint met het woord ‘wij’ en waarom het niet meer gericht is op Kootwijkerbroek. Met het woord ‘wij’ voelt hij aan dat men naar een sportzaal en niet een sporthal gaat. Hij vraagt hoe de wethouder Kootwijkerbroek en de heer Bos ervan overtuigt dat zij open staat voor de stap naar een sporthal. Wethouder Pluimers betreurt het dat het woord ‘wij’ bij de heer Bos het gevoel oproept dat het over haar of het college zou gaan. Met ‘wij’ bedoelt zij de gemeente en Kootwijkerbroek samen. Als dat niet zo zou zijn, was de gemeente nooit de gesprekken aangegaan. De gesprekken zijn al langere tijd gaande. Als de gemeente zou zeggen dat het een sportzaal wordt en nooit een sporthal, dan kunnen de gesprekken meteen stoppen. Het feit dat ‘wij’ met elkaar, Kootwijkerbroek en de gemeente, in gesprek zijn, is eigenlijk al het antwoord op de suggestie die de heer Bos wekt. De gemeente staat er open voor, maar wel met de kanttekening die de gemeente aan Kootwijkerbroek heeft meegegeven. De heer Bos wijst erop dat de VVD wat sceptisch is, dat zal de wethouder kunnen begrijpen.
Er is onlangs een extra debat geweest over de Oranjevereniging waar hij als oppositie eerst een zetje moest geven om het college de ruimte te laten nemen een punt te zetten en opnieuw te beginnen. Dat is bij de VVD ook de achterliggende gedachte bij de motie 11. De fractie wil de mensen in hun kracht zetten om het gesprek samen aan te kunnen gaan. Hij vraagt of de wethouder zijn zorg kan wegnemen dat het weer fout gaat en er weer een extra vergadering moet komen omdat de partijen tegenover elkaar staan. Wethouder Pluimers benadrukt dat de gemeente haar best doet om het proces zorgvuldig te bewandelen met elkaar. Er wordt van het college verwacht dat het een zorgvuldig financieel beleid voert. Dat geldt voor alle verenigingen, dus ook voor de mensen die graag een sporthal willen in Kootwijkerbroek. Al voor het debat over de Oranjevereniging heeft het college een punt willen zetten en wilde het een nieuw hoofdstuk beginnen en verder in gesprek gaan. En de gemeente is met Kootwijkerbroek in gesprek. Zij kan geen garanties geven maar zet zich 100% in. De heer De Vries memoreert dat de gesprekken gaande zijn. Het CDA heeft nagedacht over de vraag of men hier iets mee zou moeten in de begroting en kwam tot de conclusie dat men dit niet moest doen. Dit kan mogelijk bij de kadernota. Het zou mooi zijn als het college ook het idee heeft om dit mee te nemen bij de komende kadernota.
Hij vraagt of het college daartoe bereid is. Wethouder Pluimers wijst erop dat in de Programmabegroting is opgenomen dat de gemeente in gesprek is met Kootwijkerbroek. Mocht men tijdig tot een plan of een idee komen, dan kunnen hieraan uiteraard woorden worden gegeven in de kadernota. De heer De Vries vraagt of de wethouder ernaar streeft om daarvoor bij de komende kadernota met een uitgewerkt plan te komen.
33
Wethouder Pluimers vindt het te snel om met een uitgewerkt plan te komen. Zij is wel bereid om de fase waarin men zich dan bevindt in woorden te vangen en op te nemen in de volgende kadernota. De heer De Vries vindt ‘de fase waarin men zich dan bevindt’ wat weinig. Het zou mooi zijn als er dan duidelijkheid is over wat er gaat komen in Kootwijkerbroek op basis van de gesprekken die gaande zijn. De uitwerking komt later. Wethouder Pluimers begrijpt de wens. Zij heeft ook de wens om zo snel mogelijk duidelijkheid te hebben. De heer Top herinnert aan de gevraagde toezegging van de SGP dat het college zich sterk maakt in Den Haag voor gelden voor lokale wegen nu aanpassingen bij bijvoorbeeld het knooppunt A1-A30 voorlopig niet doorgaan. Wethouder Pluimers zegt dit toe. Alle mogelijke wegen worden bewandeld, zowel regionaal, provinciaal als met het Rijk om te zien of men in gesprek kan gaan over de extra druk die de gemeente krijgt vanwege het uitstel van het werk aan de A1-A30 en de aanvullende middelen hiervoor. De heer De Kool herinnert aan de oproep van zijn fractie om oplossingen te blijven zoeken buiten het faciliteren van autoverkeer om. Dit in het kader van het knelpunt rond de Midden Nederland Hallen en de groei van Bloemendal, er moet niet alleen gekeken worden naar oplossingen voor het autoverkeer maar er moet breed gekeken worden naar oplossingen buiten autoverkeer om.
Wethouder Pluimers vindt dit een vanzelfsprekendheid. In de Bereikbaarheidsagenda kan men zien dat het college zich hiervoor inzet: auto, fiets, voetpad, bus, trein, alle middelen zijn van belang. Wethouder Wijnne reageert op een amendement. Amendement 22 Beëindiging subsidie PEC en CEC (Pro’98): hierin wordt gevraagd om zowel voor het Poultry Expertise Centre (PEC) als voor het Calf Expertise Centrum (CEC) de bedragen te schrappen uit de begroting. De wethouder ontraadt het amendement namens het college. Als het college het hiermee eens zou zijn, waren de bedragen niet opgenomen in de Programmabegroting. Hij begrijpt dat de fractie herinnert aan de afspraak in april 2022 dat het plan van aanpak voor de kalverhouderij er was en dat daar geen vervolg aan gegeven zou worden. Dit is iets anders maar komt daar wel uit voort. Het is opgericht en de gemeente is gevraagd daarin te participeren, de wethouder spreekt dan namens het college en de stuurgroep, en het is met name gericht op de emissiereductie. Voor de kalverhouderij ligt er een enorme uitdaging om tot stikstofreductie te komen. Hier worden initiatieven ontwikkeld om dat te bewerkstelligen. Het PEC heeft met name als hoofdactiviteit fijnstofreductie en stikstofreductie, vandaar dat het college dit een groot maatschappelijk belang vindt voor Barneveld.
Het is ook een groot maatschappelijk belang vanwege de kennisontwikkeling, PEC en CEC komen samen met Aeris, de WUR en de provincie tot oplossingen. Daarom ontraadt het college het amendement. Wethouder De Heer reageert op de moties, amendementen en de vraag om toezeggingen uit de eerste termijn. Motie 5 Schadelijke effecten van vapen opnemen in het Gezonde Leefstijlakkoord (Lokaal Belang, ChristenUnie): de wethouder sluit zich aan bij de zorg om het roken van de e-sigaret. Het is onderschat, het is zeer verslavend en schadelijk en het aanpakken waard. Maar in het Gezonde Leefstijlakkoord is met elkaar al de afspraak gemaakt dat roken wordt aangepakt en daaronder pleegt men ook het e-roken te verstaan. Het staat er dus niet met nadruk in benoemd, maar inhoudelijk wordt het wel zo opgepakt. Een voorbeeld is de actie Stoptober die er de vorige maand was. Verschillende partners hebben de actie gevoerd, inderdaad ook op De Meerwaarde, en daarbij stond de e-sigaret centraal.
34
Het Gezonde Leefstijlakkoord is met veel partners gesloten. Als hierin iets veranderd moet worden, moet men met al die partners om tafel. De wethouder stopt die energie bij voorkeur direct in de inhoud en het inclusief benoemen dat roken, ook e-roken, ook vapen is. De heer Kevelam neigt in reactie hierop enigszins naar het terugtrekken van de motie en zal hierover overleggen met de ChristenUnie. Maar hij zou graag de toezegging van de wethouder ontvangen dat zij haar best doet om vapen in het leefstijlakkoord opgenomen te krijgen. Het Gezonde Leefstijlakkoord is inderdaad met veel partners opgesteld. Maar als hij goed is geïnformeerd is de gemeente Barneveld één van de stuurgroepleden. Iedereen is gelijk, maar de één is gelijker dan de ander. Wethouder De Heer bevestigt dat de gemeente deel uitmaakt van de kerngroep. Zij zegt toe dat het onderwerp uit de motie geagendeerd wordt in de kerngroep als zijnde belangrijk gevonden door de gemeenteraad van Barneveld. Het onderwerp moet vol in de aanpak meegenomen worden. De heer Kevelam gaat hiermee akkoord. Wethouder De Heer vervolgt haar reactie op de 1e termijn. In de motie wordt gevraagd of de gemeente voorlichtingscampagnes gaat organiseren. De gemeente doet ook dit in samenwerking met de partners. Er zijn partners die veel beter zijn in het geven van voorlichting dan dat de gemeente dat is.
De gemeente moet niet alles naar zich toe halen, maar ‘in samenspraak met’ zorgt de gemeente er mede voor dat dit gebeurt. Motie 15 Doen van rioolonderzoek (Pro’98, Lokaal Belang, CDA): zij deelt de zorg over het middelengebruik in Nederland en ook in Barneveld. De gemeente zou raar staan te kijken als er exacte cijfers voor zouden liggen. Alles gebeurt ook in Barneveld helaas. Het moet met wortel en tak uitgeroeid worden, middelengebruik is ernstig. De wethouder meent dat in Barneveld het alcoholgebruik nog met een dubieuze stip op één staat en er wordt veel aandacht en energie gebruikt om het te veel en te vroeg drinken tegen te gaan. De gemeente moet ook af van het middelengebruik en volgens de indieners van de motie zou een rioolonderzoek daarbij kunnen helpen. Rioolonderzoek wordt wel de Big Brown Data genoemd. Het zijn inderdaad data, het is geen informatie. De vraag is of dat wat in het riool gemeten is het gevolg is van gebruik van middelen door mensen, van het lozen van middelen door mensen of van de aanwezigheid van productielabs. Het ene is meer sturend voor de aanpak van het middelengebruik en het ander meer voor de opsporing. Bovendien beschikt de gemeente wel over enige onderzoeksgegevens, de GGD doet hier onderzoek naar. Er hoort ook een kostenplaatje bij.
Van de gemeente Nijkerk is bekend dat er een ongewenst neveneffect was, namelijk dat het onderzoek van de riolering naar middelengebruik leidde tot krantenkoppen als ‘Middelenhoofdstad van Nederland’ of ‘Drugscentre van de provincie’. Dat wil men ook niet. Kortom, er zitten allerlei voors en tegens aan rioolonderzoek. Het onderwerp is wel belangrijk, het is de gemeente veel waard om dit goed aan te pakken. De wethouder vraagt de indieners om de motie zo aan te passen dat het college gevraagd wordt om een soort inventarisatie, een soort quickscan van wat het precies inhoudt, wat het ongeveer kost - de wethouder weet niet of de genoemde bedragen juist zijn. Het college komt met een A-4tje terug naar de raad en dan wordt meer definitief besloten of er wel of niet rioolonderzoek gedaan wordt. De heer Van der Lubbe vindt de suggestie een goede. Zojuist werd gesuggereerd om de motie breder te trekken en samenwerking te zoeken, dat zou hierin meegenomen kunnen worden. Spreker zegt toe hierover na te denken met de mede-indieners van de motie. De techniek is wel verbeterd sinds het onderzoek tien jaar geleden in Nijkerk werd gedaan, momenteel kunnen lozingen eruit gehaald worden. De wethouder stelde zojuist dat alcohol in Barneveld met stip op één staat maar misschien is dit anders dan men denkt. Wethouder De Heer meent dat dit het geval kan zijn.
Zij weet echter niet of deze informatie uit de meetwaarden in de riolering komt. College en raad hebben de zorg over het middelengebruik
35
gemeenschappelijk met daarbij de wil om er alles aan te doen om dit te voorkomen. Alles wat daarbij helpt moet serieus overwogen worden. Wethouder De Heer vervolgt haar reactie op de 1e termijn. Motie 21 Tussen de wal en ’t schip (Pro’98): de geest van de motie spreekt de wethouder zeer aan. De inhoud ook, maar dit gebeurt eigenlijk al. Het budget is momenteel is al breed ingezet. Dat staat wellicht niet zo in de tekst, maar steeds vaker is er een multidisciplinaire aanpak bij een casus in het sociaal domein. Mensen van verschillende disciplines kijken naar een gezin en gaan na wat de beste oplossing zou zijn. Dan komt het voor dat vanuit jeugdhulp of vanuit een ander vakgebied een beroep gedaan wordt op het budget. De wethouder is hier een groot voorstander van. Het is mooi als men het meeste kan afvangen door de reguliere manier van werken. De praktijk is echter altijd weerbarstig, elke situatie is anders en er is maatwerk nodig. Er is enige beweegruimte nodig om iets door maatwerk op te lossen. In een andere baan heeft de wethouder een keer een deel van het jeugdhulpbudget gebruikt om een dakkapel te laten timmeren. Een kind kreeg een eigen kamer waardoor zijn problematiek voor een groot deel was opgelost want er werd rust gecreëerd. De ouders hadden hier zelf het geld niet voor.
Het jeugdhulpbudget was hier niet per se voor bedoeld, maar er werden daardoor wel veel sessies bij een therapeut uitgespaard. Het was een uitzondering. De heer Van der Lubbe is verheugd te horen dat het al een beetje gebeurt. Het genoemde is een goed voorbeeld, maatwerk is belangrijk. Er staat dat het alleen voor re-integratiedoeleinden kan worden gebruikt. Het systeem zit strakker in elkaar dan de fractie eigenlijk wil dat het gaat worden en misschien al is. Dan nog lijkt de motie een goede oproep om het nieuwe beleid wat breder te trekken. Wethouder De Heer concludeert dat de vorige spreker verwijst naar het nieuwe programma Bestaanszekerheid waarover in de commissie gesproken is. De motie lijkt haar een goed idee daarvoor, mogelijk kan het uitgebreid worden. Misschien wil het college daar een stapje verder gaan. Het moet voorgelegd worden aan partners. Een optie zou zijn om een dergelijk potje geld niet onder het beheer van de gemeente te laten vallen maar bij één van de maatschappelijke partners die dichter bij de inwoners staat, een groter vertrouwen geniet en er makkelijker een ingang kan vinden. Ook dit, het opbouwen van bestaanszekerheid, wordt voorgelegd aan de partners. De wethouder is voorstander van de geest van werken die Pro’98 aanreikt, natuurlijk niet bij de meerderheid van de situaties maar bij de uitzonderingen waar het nodig is.
Het wordt al uitgebreid en misschien gaat de gemeente nog iets verder. De motie is in principe dus niet nodig, al is de inhoud mooi. Wethouder De Heer vervolgt haar reactie op de 1e termijn. De wethouder koppelt amendement 13 Mestvergisting - Speerpunt Klimaat en energietransitie (Pro’98) aan motie 3 Onderzoeken naar nieuwe energiebronnen (CDA, Burger Initiatief), het één is een deelverzameling van het ander. Amendement 13 vraagt om het schrappen van de mono mestvergisting en de diepe geothermie. De wethouder maakt eerst enkele algemene opmerkingen. In de energievoorziening, maar zeker ook in de warmtevoorziening, is een mix van middelen nodig, een mix aan bewezen technologie en ook innovatie moet kansen geboden worden. De mono mestvergisters hebben wat de wethouder betreft de kans om verder onderzocht te worden. Het zullen niet de oplossingen worden voor grootschalige warmtenetten of om hele wijken te verwarmen, maar als men bijvoorbeeld kijkt in het buitengebied dan kan een solitaire boerderij of een groepje boerderijen wellicht prima aan zijn warmtevraag voldoen door de mest, waar toch iets mee gedaan moet worden. Het moet minderen, maar er blijft mest. Als dat vergist kan worden in de mono mestvergister en men daar het eigen bedrijf of groepje bedrijven mee kan verwarmen, zou dat mooi zijn.
Wel moet geprobeerd worden om de uitstoot steeds meer terug te brengen, maar ook die ontwikkeling gaat door. Het is te prematuur om te zeggen dat ermee gestopt wordt. Diepe geothermie is een heel groot onderwerp. Het is kostbaar, het is ingewikkeld en er zijn veel partijen bij nodig. De wethouder proeft uit de inbreng van Pro’98 dat de fractie zich afvraagt waar 36
men aan begint. Barneveld staat niet op zichzelf maar werkt ook samen in Regio Foodvalley, ook op dit gebied. Er zijn ontwikkelingen, bijvoorbeeld bij Ede-Wageningen, waar ze al ver zijn in de poging te komen tot een proefboring. Dat is een heel lang traject. Het geld voor de proefboring komt van het Rijk, de provincie is er nadrukkelijk bij betrokken. Als daar resultaten uit komen die hoopgevend zijn, dan vertellen geologen dat, gezien de opbouw van de bodem op diezelfde lijn tussen EdeWageningen-Barneveld, dat men daar voorzichtige conclusies aan mag verbinden: als het daar positief is, kan het hier ook positief zijn. Er moet heel wat water door de zee voordat men zover is. Maar als de gemeente de handdoek in de ring gooit, niet meer meedenkt, de rapporten niet meer leest en er niet meer naar kijkt, dan wordt dit afgesloten en kan de gemeente de mogelijk positieve gevolgen op een andere plek in de Regio, niet benutten. De ambtelijke capaciteit die hiervoor wordt ingezet is relatief bescheiden. Het komt voorbij in regionale vergaderingen waar de ambtenaren toch al bij aanwezig zijn voor andere zaken, het wordt gebundeld, het is leerzaam. De wethouder zou hieraan mee willen blijven doen. De gemeente zal geen ondoordachte dingen doen, er wordt niets gedaan zonder de toestemming van de raad, die is zelfs nodig voor een proefboring.
Maar Barneveld heeft niet de luxe om potentiële opties, hoe klein de kans ook is, af te snijden. Daarom houdt het college het lijntje open, wat de wethouder betreft. Zij ontraadt het amendement en de motie. Het beroeren van de grond, dat weet men ook in dit gebied - ook in verhouding tot water en waterlagen en wateropslag diep onder de grond - is een kwestie van zorgvuldig zijn. Het Rijk heeft hier veel checks and balances ingebouwd. De Mijnbouwwet wordt aangepast, de eisen worden veel strenger. De gemeente kan niet zomaar wat doen, maar gooit ook de deur niet dicht. De voorzitter geeft het woord aan de heer Van der Lubbe voor twee tekstuele wijzigingen in moties. De heer Van der Lubbe deelt mee dat Pro’98 en Burger Initiatief bij amendement 12 Aanpassen beslispunt 2 autorisatieniveau het advies van de wethouder overnemen door 2b te wijzigen in ‘per januari 2026 te gaan werken met minimaal acht programma’s. Dan zit er meer ruimte in en wordt het een jaar later. Over amendement 14 Overzicht (nieuwe) investeringen wel en niet bespreken is met de wethouder gediscussieerd. Pro’98, Burger Initiatief en CDA schrappen ‘vervanging diverse bedrijfsmiddelen’ in het amendement.
In de discussie werden de wethouder en de fracties het erover eens dat de raad vooral meegenomen moest worden in de keuzes die erin worden gemaakt in brede zin en niet zozeer bij het doorlopen van alle bedrijfsmiddelen. De voorzitter schorst de vergadering. Schorsing De voorzitter heropent de vergadering De heer Top deelt mee dat de SGP motie 10 Bereikbaarheid Barneveld licht aanpast. De heer De Vries deelt mee dat motie 1 Budgetoverschrijdingen en motie 19 Uitgaven programmatisch werken en concernstrategie worden ingetrokken. De laatste motie betreft de €500.000 voor strategische inzet. De fractie houdt motie 9 Participatietrede 3 en 4 aan tot december. De heer Kevelam deelt mee dat Lokaal Belang motie 5 Schadelijke effecten van vapen opnemen in het Gezonde Leefstijlakkoord intrekt. De fractie is blij met de toezegging van de wethouder. De heer Van der Lubbe deelt mee dat motie 15 Doen van rioolwateronderzoek wordt gewijzigd. Op advies van de wethouder wordt het dictum gewijzigd in ‘roept het college op: om te kijken wat ervoor nodig is om te komen tot een rioolwateronderzoek naar verdovende middelen’. 37
2e Termijn fracties De voorzitter geeft de fractievoorzitters de gelegenheid voor een reactie in 2e termijn. De heer Van der Lubbe voert het woord namens de fractie van Pro’98. Hij bedankt het college voor de beantwoording en bedankt de ambtenaren en iedereen die eraan heeft gewerkt voor wat zij hebben neergezet. Zijn fractie hamert er altijd op dat gelet moet worden op begrijpelijke taal. Ook nu; het kan een stuk beter. Hij zou graag een begrippenlijst zien bijgevoegd, de fractie heeft ook dat vaker aangegeven. Voor iemand die niet financieel onderlegd is, is het soms best ingewikkeld. Ergens vindt hij het jammer dat motie 9 Participatietrede 3 en 4 is ingetrokken, maar de motie komt terug in december. Kennelijk wordt de motie als kritiek gezien op hoe het college dit doet, zijn fractie hoopt dat iedereen in december de noodzaak ervan inziet om het daadwerkelijk op een andere manier te gaan doen. De heer Top voert het woord namens de fractie van de SGP. Hij bedankt het college voor de beantwoording. Zijn fractie schrapt lid 3 in motie 10 Bereikbaarheid Barneveld en voegt bij lid 2 toe dat dit wordt gedaan in afstemming met Rijkswaterstaat. Dit is niet nodig, de motie heeft al een meerderheid, maar de fractie wil hiermee de motie beter uitvoerbaar maken. De fractie zou meer toelichting willen hebben op motie 18 Raad in positie brengen en grip op kaderstelling.
Er ontstond een gesprekje tussen de wethouder en mevrouw Van den Wildenberg en spreker is benieuwd naar wat de conclusie is, wat het college van de motie vindt. Het college gaf wat haken en ogen aan bij motie 23 Kadernota OZB kerkelijke verenigingsgebouwen. De SGP ziet die ook. Eén ervan is dat er gesproken wordt over woningen, maar er zijn ook kerkelijke organisaties die bijvoorbeeld bedrijfsgebouwen hebben. Wellicht is het niet limitatief opgeschreven, maar zoals de motie is bedoeld en door het college is opgepakt kan de SGP de motie steunen. De heer De Vries voert het woord namens de fractie van het CDA. Hij memoreert dat er die avond verschillende docenten zijn gehoord, meer kritische docenten, docenten die dingen een beetje voor zoete koek aannamen en docenten die hebben geluisterd. Het was een goede avond, de fractie geeft een kleine voldoende en steunt de Programmabegroting. Hij bedankt iedereen, ook de ambtenaren, voor het veel werk. Motie 1 Budgetoverschrijdingen had het CDA ingetrokken omdat de toezegging van de wethouder meer inzicht geeft in de budgetoverschrijdingen, waarom met 40% en 10% wordt gerekend. Motie 19 Uitgaven programmatisch werken en concernstrategie heeft het CDA ingetrokken omdat de toelichting van de wethouder meer inzicht gaf in waar de €500.000 aan besteed wordt. Het is mooi dat dit in december besproken wordt.
Bij motie 9 Participatietrede 3 en 4 sluit hij zich aan bij de heer Van der Lubbe. Jammer dat de motie niet werd omarmd. Het zou mooi geweest zijn als de flexibiliteit hierbij was gezien. Hij wordt in december weer ingebracht. Het CDA heeft behoefte aan meer duidelijkheid over Kootwijkerbroek in de kadernota, dat de raad en dat Kootwijkerbroek zelf weet wat er gaat komen. Hij roept de wethouder nogmaals op om duidelijkheid te geven. Is dat niet het geval, dan voelt het CDA zich genoodzaakt om met een motie of amendement te komen want het is hard nodig dat hier iets mee gebeurt. Bij motie 16 Inclusief spelen deelde de wethouder mede dat er gesprekken gaande zijn en dat er al veel gebeurt. De motie is daarbij een steun in de rug en de fractie zal die dan ook steunen. De heer Kevelam voert het woord namens de fractie van Lokaal Belang. Hij laat weten dat Lokaal Belang het gevaar bij amendement 14 Overzicht (nieuwe) investeringen wel en niet bespreken vindt dat alle partijen straks een lijstje indienen en dat er ongeveer acht 38
onderwerpen extra op de agenda worden gezet. Dat is geen goed idee. De fractie staat wel sympathiek tegenover het plan dat er incidenteel op een bepaalde manier, zeker niet en masse, zaken geagendeerd kunnen worden omdat dit de democratie ten goede komt. De fractie zou graag zien dat de auditcommissie met een soort plan zou komen. Met deze kanttekening kan de fractie het amendement steunen. Bij motie 23 Kadernota OZB kerkelijke verenigingsgebouwen doet met name het punt dat juist de kerkelijke gebouwen, dus niet de kerken zelf, vaak een maatschappelijk doel dienen en gebruikt worden voor een koffiemorgen voor wie eenzaam is, de fractie besluiten om te zeggen dat hier een maatschappelijk doel mee gediend is. De fractie steunt de motie. De heer Bos voert het woord namens de fractie van de VVD. Hij laat weten dat de VVD mooi terugkijkt op de avond. Maar er blijft een punt staan en, de heer De Vries noemde het al, dat is de sporthal in Kootwijkerbroek. De fractie heeft een voorstel gedaan en heeft een dekking gevonden. Kijkend naar de groei van het dorp en de ontstane achterstand in de loop der jaren wil hij wat doen voor Kootwijkerbroek. De fractie kijkt naar het college en vraagt of er niet een toezegging kan komen om alles in het werk te stellen, met Kootwijkerbroek, dat dit in de kadernota wordt opgenomen, zodat er alles aan gedaan wordt om de hal te realiseren.
Daarbij zou dan gezegd moeten worden dat er naar het ontbrekende kapitaal gezocht wordt in huis en dat overlegd wordt met de mensen in Kootwijkerbroek om te zien of dit te realiseren is vóór de kadernota. Als die toezegging er is, zal de fractie het amendement terugtrekken en uitkijken naar de uitwerking in de kadernota. De heer De Kool voert het woord namens de fractie van de ChristenUnie. Hij dankt het college voor de beantwoording. De ChristenUnie geeft bij motie 16 Inclusief spelen aan een groot voorstander te zijn van inclusief spelen. Er zijn veel voorbeelden van inclusieve speeltuinen in de gemeente. De fractie vraagt het college om bij de evaluatie ook in te schatten of hierin nog meer nodig is en dat dan op te nemen in het Speelruimtebeleidsplan. Aanvankelijk vond de fractie de formulering bij motie 21 Tussen de wal en ’t schip richting de vele gedreven zorgverleners negatief en de ChristenUnie is dan ook blij met de positieve reactie van de heer Van der Lubbe erop. De fractie ondersteunt de gedachte van oplossingsgericht werken en steunt de motie dan ook van harte. Bij motie 15 Doen van rioolwateronderzoek wil de ChristenUnie benadrukken dat drugsgebruik ook zonder het onderzoek schokkend genoeg is. Meer data helpen niet in de aanpak die al met verve, inclusief preventie, is opgepakt. Dat is voldoende.
De fractie wil ook eigenlijk de jaarlijkse kosten van ruim €30.000 niet dragen. De ChristenUnie vindt bij amendement 11 Bouwen sporthal in Kootwijkerbroek de dekking van de sporthal niet passend. De gesprekken lopen en de indruk die de fractie tot nu toe kreeg is positief. Daarin wil hij niet interveniëren. Net als andere fracties hoopt de ChristenUnie op een positieve uitwerking in de kadernota en zal dit blijven volgen. De heer Van der Lubbe heeft een vraag over motie 2 Compensatie OZB voor verengingen met eigen vastgoed die de ChristenUnie gaat indienen. De wethouder vroeg of hij de motie iets breder mocht zien en erop terug mocht komen. Pro’98 worstelt er ook een beetje mee. De fractie dacht aan Batu Tjapeu bijvoorbeeld. Dat gebouw is niet kerkelijk maar heeft wel maatschappelijke waarde. Hij vraagt hoe breed de wethouder dit mag zien. Hoe ziet de ChristenUnie dit voor zich? De heer De Kool zou, omwille van de duidelijkheid, de motie momenteel beperken tot zoals hij voorligt. Hij meent dat er een wettelijke definitie bestaat van wat onder kerkelijke instellingen valt, er vallen levensbeschouwelijke organisaties onder, dus ook een moskee, een kerk of een gebouw van het Humanistisch Verbond zou eronder vallen. Dat is het kader dat zijn fractie zou willen meegeven.
39
De heer De Vries heeft ook een vraag over motie 2 Compensatie OZB voor verengingen met eigen vastgoed. De wethouder gaf aan dat er goed gekeken moet worden naar hoe dit past, mogelijk moet het breder getrokken worden. Het CDA vraagt zich ook af welke andere aanvragen er allemaal komen. De fractie steunt de motie maar vraagt het college om verder onderzoek te doen en te kijken naar de mogelijkheid om het strak te houden. Aan de andere kant is het voorbeeld dat de heer Van der Lubbe noemt terecht. De vraag is hoe daarmee wordt omgegaan. Het is dus niet zo dat dit per definitie gedaan moet worden, maar de opdracht wordt bij het college neergelegd en uiteindelijk besluit de raad erover. De heer De Kool kan zich hierin vinden. Het is een motie, dus in de uitvoering kunnen dilemma’s ontstaan. Mevrouw Van den Wildenberg voert het woord namens de fractie van Burger initiatief. Zij dankt het college voor het beantwoorden van alle vragen. Zij dankt vooral alle ambtenaren die haar altijd antwoord geven op alle vragen die zij stelt. Meestal is dat fijn, soms niet als zij bijvoorbeeld denkt dat iets absoluut niet moet gebeuren, bijvoorbeeld bij het uittrekken van €500.000 voor de strategische ondersteuning van het college en de organisatie. Mevrouw Van den Wildenberg belde toen nog even met iemand met de bedoeling om dit te voeden.
De ambtenaar hield echter een feilloos betoog waarin hij uitlegde waarom het wel moest. Zij heeft het onderwerp er toen maar uit gelaten. Zij hoopt van harte dat diegene de memo zal schrijven. Het kan dus ook hele positieve gevolgen hebben, al moest zij vervolgens wel de helft van haar betoog schrappen. Haar fractie wil het altijd graag op inhoud doen. In de schorsing heeft zij een prettig gesprek gehad met wethouder Oosterwijk. In reactie op haar motie sprak hij bij de beantwoording over het normenkader. Tijdens de schorsing kwamen zij erachter dat het normenkader dat de accountant hanteert financieel is en dat daar niet de inhoudelijke beleidsstukken van de gemeente in staan, zoals de RES bijvoorbeeld. Zij kwamen tot de conclusie dat het eigenlijk een ‘normenkader +’ zou moeten zijn, dat heeft haar fractie echter niet verwoord in de motie omdat zij afspraken dat zij de motie zou laten zoals hij was. Zij hoopt dat de wethouder het daar nog steeds mee eens is, hij had dat toegezegd. 2e Termijn van het college Wethouder Oosterwijk gaat in op de vraag over motie 18 Raad in positie brengen en grip op de kaderstelling. Hij sprak mevrouw Van den Wildenberg inderdaad tijdens de schorsing. Het normenkader omvat veel, maar is vooral financieel ingestoken. Het is niet zo dat een ‘normenkader +’ veel uitgebreider wordt.
Hij begrijpt de behoefte van de raad om in positie te komen en het gesprek met het college goed te kunnen voeren. Het is goed dat het college de motie ondersteunt. ‘De raad een overzicht te geven van de te verwachten nieuwe beleidskaders’ zal in het kader van de LTA komen. Hij stelt zich voor dat het college hiermee aan het werk gaat, maar wil in eerste instantie in de auditcommissie proberen om het gesprek goed te voeren voordat men allerlei documenten naar elkaar gaat sturen. Als hij de motie zo mag uitleggen, ondersteunt het college de motie. Mevrouw Pluimers begrijpt de wens van eenieder om duidelijkheid te krijgen over de sporthal in Kootwijkerbroek, het leeft ook bij haarzelf. Tegelijkertijd is de gemeente afhankelijk van de mensen in Kootwijkerbroek, samen wordt de duidelijkheid gecreëerd. Zij kan niet sneller dan snel als het gaat om dat proces. Dit moet goed en zorgvuldig gedaan worden en daar is tijd voor nodig. Als het college in de kadernota met een uitspraak moet komen of een plan moet presenteren, dan gaat dat te ver. Het is nog onduidelijk wat het proces gaat opleveren. Hopelijk is het een goed proces. De wethouder heeft toegezegd dat zij de stand van zaken wil meegeven in de kadernota. Het college maakt een afweging met wat er dan bekend is en geeft aan de raad mee hoe men denkt verder te gaan.
Maar het gaat echt te ver om te zeggen dat de sporthal in de kadernota komt te staan.
40
De heer Bos gaat in op de opmerking van de wethouder dat het moeilijk is om dit in de kadernota te willen hebben. Maar er staat in principe voor 2025 wel een zaal gepland, dus er zal enigszins in de kadernota moeten worden aangegeven waar de gemeente staat, wat de volgorde is. Dan moet er wel ergens duidelijkheid komen. Het is iets concreter, de wethouder heeft nog zeven tot acht maanden en in die tijd moet iets kunnen worden gerealiseerd. Wethouder Pluimers benadrukt dat zij deze avond niet stelt dat de gemeente het niet doet. Zij heeft in haar eerste termijn duidelijk proberen te maken dat men met elkaar de gesprekken vormgeeft om te bezien wat er haalbaar is en hoe dit ingevuld wordt. In de kadernota geeft het college een afweging mee aan de raad van waar men staat en hoe ermee wordt omgegaan. De raad kan zich hierover een mening vormen. Zij zegt niet op voorhand dat het wordt geregeld, daarvoor hangt er te veel mee samen. Zij wil ook duidelijkheid en hoopt de afwegingen daaromtrent zo goed mogelijk in de kadernota weer te kunnen geven. Zij zegt toe dat hierover wat in de kadernota wordt opgenomen. Wethouder Pluimers gaat in op de vraag van de ChristenUnie of er meer nodig is rond inclusie en speeltuinen en of de wethouder dat dan wil meenemen. In haar eerste termijn gaf de wethouder aan dit heel belangrijk te vinden en dat het college ermee doorgaat.
De wethouder gaat in op de opmerkingen over participatie. Zij wil hierin duidelijk zijn: in december worden uitvoeringsstukken opgeleverd. Er zal een memo voor de raad aan toegevoegd worden met een aantal bijlagen. Maar het is geen raadsvoorstel want het betreft uitvoering, die helderheid wil zij tevoren geven. Uiteraard kan de raad er dan voor kiezen om het in de commissie te bespreken en er een vervolg aan te geven. De voorzitter rondt de bespreking van agendapunt 2a af. 3.
Besluitvorming
41