CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen Gemeenteraad Barneveld d.d. 8 november 2023

Gemeenteraad 8 november 2023, gemeente Barneveld27.968 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Notulen van de openbare vergadering van de raad van de gemeente Barneveld gehouden op 8 november 2023 Aanwezig zijn de raadsleden: de heer A.S. van Amerongen mevrouw E.C. van den Berg mevrouw M.H. Blankenburgh-in ’t Anker de heer T. den Boon de heer T.N. Bos de heer G.W. Boswijk de heer H. Buitenhuis de heer A. Flier de heer W. Hazeleger de heer G.H. Kevelam de heer W.A. Knapen de heer L. de Knegt de heer C.W. de Kool mevrouw D. de Kwant-van Lagen mevrouw I.C. Lether de heer F.J. van der Lubbe Voorzitter Griffier De collegeleden Gemeentesecretaris Afwezig Verslag

mevrouw E. de Man-Rosbergen mevrouw A.R. van der Meer de heer E. Pladdet de heer J. van Schaik de heer J.M. Schipper de heer H. Smit mevrouw M.B.A. Tamaela de heer J. van der Tang de heer J. Top de heer J.A. van den Top mevrouw N. van Veen de heer S.P. Velt de heer D.G. de Vries de heer H.W. Wiesenekker de heer E. Wijnne mevrouw J.A.G.M. van den Wildenberg

: de heer J. van der Tak, burgemeester : mevrouw M. Bongers, ad interim : mevrouw J. de Heer- Verheij, de heer W. Oosterwijk, mevrouw M.H.J. Pluimers-Foeken en de heer B. Wijnne : de heer W. Wieringa : de heer A.W. Korevaar : mevrouw M.J. Strijbos-Vermeulen

2

Meningsvorming

2.a

Ontwerp Programmabegroting 2024

1e Termijn fracties De voorzitter geeft de fractievoorzitters de gelegenheid voor een reactie in 1e termijn, daarbij kunnen moties en amendementen worden ingediend. De heer Van der Lubbe voert het woord namens de fractie van Pro’98 en vervangt de heer Korevaar. ‘Voorzitter, Bij een dergelijke begroting kijkt een gemeenteraad eerst even terug om vervolgens vooruit te kijken. Dus ik begin met een stukje reflectie op twee jaar begrotingscyclus met het huidige college. Ik doe dit aan de hand van een sheet. Het begon in 2022 rooskleurig: ‘Een solide verhaal voor de lange termijn’. Op een klein foutje na verder geen zorgen, aldus de wethouder afgelopen januari. Al ziet hij het liefst een verlaging van de schuldpositie. Een paar maanden later blijkt onze financiële positie ‘een mega uitdaging’ te zijn. Geen paniek, wel urgentie, alles is bespreekbaar en niets is heilig, aldus de wethouder Financiën. 1

Maar gelukkig zijn we inmiddels weer drie maanden verder en mogen de schulden weer verder oplopen van dit college en is er alle tijd om ‘de financiën voor de toekomst houdbaarder te maken.’ U ziet, ik heb een grafiek gemaakt van de rooskleurigheid van de begroting. Er vallen twee dingen op: 1. De wethouder is bij deze begroting, in tegenstelling tot de presentatie van eerdere financiële stukken, niet meer naar buiten gelopen voor de foto. Er staat alleen nog maar een ei. Wellicht was het slechter weer dan voorspeld. 2. Als deze trend doorzet, is de verwachting voor 2024 niet heel zonnig. Maar niets zo veranderlijk als het weer, behalve dan de voorspellingen van onze wethouder Financiën. Terug naar de avond van de Kadernota van juni. Er werd een verdwaasde felicitatie uitgedeeld, maar feestelijk konden we de sfeer niet noemen. Een gedeelte van deze raad had zijn afkeuring uitgesproken over de voorgelegde Kadernota, een stuk dat de opmaat vormde voor dat wat wij vanavond met elkaar bespreken. De belangrijkste kritiek was toen dat het college de raad onvoldoende in positie bracht om keuzes te maken. Het ontbrak aan beleidskeuzes, bezuinigingskeuzes en/of lastenverzwaringen.

Pro’98 zei toen: ‘Wij missen een college dat denkt in kansen en durft bij te sturen’ en ‘In tijden van grote opgaven komt dit college niet verder dan de conclusie dat het uitvoeren van reeds bestaand beleid uit vorige raadsperiodes een heel fijn kader is.’ Het moet worden gezegd, van het bijsturen hebben we onlangs wel wat voorbeelden gezien, zoals bij de Oranjevereniging en het Streefbeeld en Toetsingskader Landelijk Gebied 2040. Het verloop van beide pogingen had misschien nog niet direct de gewenste uitwerking, maar we hebben voorzichtige stapjes gezien. Wij doen vanavond een poging om de Programmabegroting te controleren vanuit de context van de Kadernota van afgelopen juni. De theorie leert dat bij een magere kadernota ook een magere begroting hoort. En, noem het een lichtpuntje, grote beleidskeuzes hebben wij niet teruggevonden in deze begroting. Zoals het college in de commissie opnieuw stelde, is de gemeente nog steeds bezig met het afmaken van het werk waaraan we begonnen zijn. En dan komen we eigenlijk wel bij de rode draad in deze begroting. Keuzes maken hoeft ook nu nog niet, ondanks de alarmistische woorden begin juni, maar het komt steeds een beetje dichterbij, misschien wel in de komende kadernota. En op die beweging sorteert deze begroting voor. Het is momenteel nog niet Barneveld Groeit, maar het Gemeentehuis Groeit.

Waar we een organisatielaag hebben zien verdwijnen in een reorganisatie die begon in 2021, komt er in opeenvolgende begrotingen weer van alles terug. De burgemeester krijgt opnieuw een strateeg in zijn kabinet, de gemeentesecretaris een interne communicatiespecialist. En zo wordt het fundament gelegd voor wat door het concernteam een strategisch team wordt genoemd. En vinden wij deze verzwaring van de organisatie erg? Nee, dat niet per se. Want ervaringen uit het recente verleden leren ons dat strategie de kurk is waar de zaak op drijft. En na een langdurige reorganisatie kunnen wat verfrissende, strategische inzichten best behulpzaam zijn. Ook kan voor de samenhang binnen het college wat strategisch vernuft best helpen. Wat wij echter wel bezwaarlijk vinden, is dat de raad steeds minder keuzes lijkt te maken. Beleidsstukken, visiedocumenten; de raadsagenda halen ze maar zelden. Onlangs kwam er nog eentje tot in de commissie, maar door de weerstand vanaf de tribune hield het daar op. Onze begroting telt slechts vier programma’s. De programma’s 1 en 3 zijn samen al goed voor €133 miljoen van de totale €180 miljoen op onze begroting. Vanavond wordt ons gevraagd om die programma’s te autoriseren. Dat betekent zoveel als: binnen Programma 1 krijgt het college de ruimte om naar eigen inzicht te schuiven met €66 miljoen.

Zolang het maar binnen het programma blijft, heeft het college de raad niet nodig. Het is een beeld dat niet alleen in de begroting te zien is, ook in commissies komen veel zinnen voor als ‘u ziet het binnenkort in het MIP staan’, ‘In het MIP kunt u bijsturen’ of ‘het past binnen de bestaande beleidskaders, dus wij hoeven u als raad niet om instemming te vragen’ . Dit zijn terugkerende soundbytes. Zo lijkt het bijna alsof de raad 50,5 week aan het wachten is op de 1,5 week dat hij iets van zijn eigen begroting mag vinden. Om deze onbalans te repareren, welke is ontstaan door het bijstellen van onze financiële verordening in 2022, stellen wij per amendement 12 voor om het autorisatieniveau op programmaniveau te 2

houden, maar zolang het aantal programma’s nog niet is uitgebreid, bij wijzigingen op productniveau deze te melden in de tussenrapportage. Dit is een werkwijze die ook in het jaar 2023 werd toegepast en die wij dus in 2024 nog steeds willen toepassen. Op die manier houdt de raad grip op het gemeentelijke huishoudboekje. Wij zien de ontwikkeling van het Meerjaren Investering Plan (MIP) en we snappen het nut als het gaat om de lange termijn ontwikkeling. Maar, geacht college, deze raad is geen betaalde klankbordgroep. Het college bereidt keuzes voor, de raad bepaalt welke kant de gemeente op beweegt. In die geest hoort de ambtelijke organisatie te werken; op uitvoerend, maar zeker op strategisch niveau. Daarom stellen wij samen met Burger Initiatief en het CDA in amendement 14 Overzicht (nieuwe) investeringen wel en niet bespreken een aantal wijzigingen van keuzes voor om onderwerpen wel of juist niet in de raad te bespreken.’ De heer Top vraagt om een toelichting op waarom juist deze onderwerpen erin staan. De heer Van der Lubbe vraagt of mevrouw Van den Berg of één van de andere indieners dit punt later mag toelichten en de heer Top gaat hiermee akkoord. De heer Van der Lubbe vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. ‘Ook deze begroting is een soort momentopname. De wereld om ons heen staat niet stil.

Wij verwachten van het college dat als er projecten zijn die na vanavond en dus in de komende maanden tot een afronding komen in de voorbereiding, denk aan de ontwikkeling van extra padelbanen op de tennisclub of gesprekken rondom de sporthal in Kootwijkerbroek, het college dan met een financieel voorstel naar ons als raad komt. Ook als het nog niet is opgenomen in het Uitvoeringsplan dat we als raad vanavond vaststellen. Hij ontvangt graag een toezegging op dit punt. Om vanuit de kernwaarden van Pro’98 deze begroting nog te versterken op de thema’s sociaal, groen en inclusieve samenleving hebben wij nog een aantal zaken die we hier bij de raad willen neerleggen. In de begroting wordt geld beschikbaar gemaakt voor Visit Regio Barneveld. Wij hebben eerder aan het college gevraagd om deze organisatie in bestuurlijke zin te versterken, te verversen en te verduidelijken. Wij willen dat opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap gescheiden worden. Dit moet zichtbaar zijn in de bestuursstructuur van deze organisatie. Wij vragen het college hier om een toezegging. In deze begroting spreken we over economie en circulaire economie. Wij denken dat dit één verhaal moet zijn in de toekomst, want in 2050 moet onze economie circulair zijn.

Graag een toezegging dat we in de Kadernota 2025 met één verhaal op de economie gaan werken en circulariteit niet langer een paragraaf in het hoofdstuk Klimaat is. Wij zien bij organisaties die werken met vrijwilligers dat het lastig is om vertrouwenspersonen aan te trekken. Binnen een professionele vrijwilligersorganisatie is het onhandig om daarvoor bijvoorbeeld een oud-bestuurslid te vragen. Daarbij is een vertrouwenspersoon tegenwoordig ook vaak geaccrediteerd om deze rol in te vervullen. Wij willen graag dat de gemeente de mogelijkheid biedt om vrijwilligersorganisaties te helpen hierbij door of een externe vertrouwenspersoon naar voren te schuiven óf een eigen vertrouwenspersoon daarvoor op te leiden. Pro’98 dient hiervoor motie 17 Vertrouwenspersoon vrijwilligersorganisaties in.’ De heer Kevelam laat weten dat Lokaal Belang de motie een goed idee vindt. Het college vindt dit ook een goed idee, in Sport- en Beweegakkoord II is dit idee opgenomen: het verkennen van de mogelijkheid voor een gezamenlijke vertrouwenspersoon. Hij vraagt wat de motie toevoegt aan het in het Sport- en Beweegakkoord opgenomen gedeelte. Dit gedeelte is de heer Van der Lubbe niet bekend. Het is er echter nog niet. Pro’98 heeft hierover gesproken met bijvoorbeeld Welzijn Barneveld. De fractie heeft van veel verenigingen gehoord dat zij hierop wachten.

Het lijkt hem goed dit nogmaals onder de aandacht te brengen. Als het college antwoordt dat het dit gaat doen, ermee gaat starten en Welzijn Barneveld erbij wil betrekken, dan kan de motie ingetrokken worden.

3

De heer Top vraagt of de verenigingen hier behoefte aan hebben. Ook informeert hij naar de kosten en naar waar Pro’98 hiervoor dekking ziet. De heer Van der Lubbe bevestigt dat de fractie van een aantal verenigingen, zeker drie, heeft vernomen dat zij hiermee worstelen en er behoefte aan hebben. De fractie heeft hierover gesproken met Welzijn Barneveld omdat dit wellicht een mooie aanvulling zou zijn, ook zij waren hier enthousiast over. Er zijn meer enthousiaste reacties en zojuist kwam naar voren dat het punt al in een akkoord is opgenomen. In reactie op de vraag over de dekking antwoordt hij dat dit open is gelaten in de motie en dat eerst aan het college wordt gevraagd hoe het dit wil invullen. Dat kan op meerdere manieren: of het helpen bij het opleiden van een eigen vertrouwenspersoon of zelf een vertrouwenspersoon aanbieden. Er wordt nog een BUIG-budget vastgesteld, er is volgens hem nog wat geld over. Als het college met een goed plan komt, kan de raad dat vaststellen. De heer De Vries deelt mee dat het CDA het een mooi voorstel vindt om verenigingen die dit niet aankunnen te steunen. Het mooiste zou zijn als verenigingen dit zelf kunnen doen. Als dit niet mogelijk is, kan de motie een oplossing zijn. Hij vraagt zich af of het handig is om dit bij een overheid neer te leggen, een gemeente waarbij een ambtenaar die taak op zich neemt. Dat is verstatelijken.

Zou het niet goed zijn om dit als gemeente juist bij een organisatie neer te leggen? De heer Van der Lubbe licht toe dat Pro’98 voorstelt om het bij bijvoorbeeld Welzijn Barneveld neer te leggen, dat is meer geschikt dan de gemeente zelf. Juist bij kleinere verenigingen is het fijn als één vertrouwenspersoon meerdere verenigingen kan helpen. De heer De Kool wijst erop dat het onderbrengen van de functie van een vertrouwenspersoon bij Welzijn Barneveld beslag legt op de uitvoeringscapaciteit van de gemeente. In de markt zijn professionele partijen die dergelijke diensten aanbieden. Hij vraagt of het niet beter zou zijn om hiervan gebruik te maken in plaats van beslag te leggen op de capaciteit van Welzijn Barneveld. Het lijkt de heer Van der Lubbe goed dat het college onderzoekt wat handig is. De professionele partijen zullen waarschijnlijk geld kosten en verenigingen hebben dat niet zomaar liggen. De capaciteit van Welzijn Barneveld zou hiervoor kunnen worden uitgebreid als de gemeente er extra geld voor geeft. De heer De Kool wijst erop dat partijen deze diensten al aanbieden voor €200 per jaar. Het lijkt hem goed dat het college dit onderzoekt. De heer Van der Lubbe heeft de motie niet paraat, maar meent dat er iets dergelijks in staat verwoord. Pro’98 vraagt nog niet om geld om dit op een bepaalde manier te regelen en wil het college hierin een zekere vrijheid geven.

De heer Van der Lubbe vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. ‘Wij willen de incidentele middelen voor het Poultry Expertise Centre (PEC) na 2024 laten vervallen. Wij zijn van mening dat de pluimveesector inmiddels prima in staat is om een dergelijke voorziening zelf te financieren. Het verwondert ons dat het Calf Expertise Centre (CEC) inmiddels ook al onderdeel van de begroting blijkt te zijn geworden. In de Programmabegroting van 2023 werd nog gesteld onderzoek te gaan doen naar een verbreding van het PEC met het CEC, daar was Pro’98 toen ook al tegen. Over resultaten van dat onderzoek hebben wij geen informatie ontvangen, misschien heeft de fractie dat gemist. Wij vinden dat sectorspecifieke ondersteuning voor commerciële partijen en brancheverenigingen niet tot de kerntaak van de gemeente behoren. Daarom dienen we amendement 22 Beëindiging subsidie PEC en CEC in.’ De heer Bos laat weten dat de VVD zich kan vinden in de strekking van de motie. De gemeente zou geen verantwoordelijkheid in deze moeten nemen. De andere kant van de medaille is dat de sector in de gemeente Barneveld wel erg groot is als het gaat om kalveren en pluimveebedrijven. Dat heeft alles te maken met de leefbaarheid van het platteland. Hij informeert of het in dat kader niet verstandig is om dit wel te doen en te kijken hoe het op een nette manier begeleid kan worden. 4

De heer Van der Lubbe laat weten dat zijn fractie het hier niet mee eens is. Er is al heel veel geld gestopt in het PEC. De heer Van der Lubbe vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. ‘De fractie diende eerder een motie in voor een speelplek in het centrum van Barneveld. In de commissie is hierover gesproken. Omdat die speeltuin er nog niet is, lijkt het Pro’98 verstandig om hier een inclusieve speelplek te realiseren. Er valt niet veel te evalueren, daar hoeven we dus niet op te wachten. Hiermee moet aan de slag worden gegaan, eventueel met één van de partners. De fractie dient motie 16 Inclusief spelen in. Met Lokaal Belang dient Pro’98 motie 15 Doen van rioolwateronderzoek in. Zo kan goed in kaart worden gebracht wat de drugsproblematiek in onze gemeente is. Arjen Korevaar vond gisteren wat ampullen in zijn tuin, dat was GHB heeft hij zich laten vertellen.’ De heer Bos meent dat de motie overbodig is omdat het waterschap dit monitort. Wellicht kunnen de gegevens opgevraagd worden in Apeldoorn. De heer Van der Lubbe heeft de gegevens niet gezien. Tien jaar geleden speelde dit in Nijkerk, moedige moeders brachten dit naar voren. In Barneveld werd hier ook over gesproken, maar er is niets gedaan. Men dacht dat het in Barneveld niet zo erg speelde. Maar het speelt wel degelijk in Barneveld. Het is handig hier goede cijfers over te hebben en te weten waar men over spreekt.

De heer De Kool heeft een aantal van dergelijke onderzoeken gelezen en stelt dat ze tot generieke inzichten leiden. Het geeft niet een beeld van de omvang van het gebruik van middelen in de gemeente. Het zegt met name iets over hoe de cijfers van een gemeente zich verhouden tot die van andere gemeenten. Hij vraagt zich af wat het onderzoek oplevert als het gaat om inzichten die kunnen worden doorvertaald naar beleid. Ook informeert hij naar de kosten van een dergelijk onderzoek. De heer Van der Lubbe is niet op de hoogte van de kosten van een onderzoek. Het is een motie, als het college de raad op de hoogte stelt van de kosten, kan de raad ervoor kiezen om het niet te doen. Hij meent dat het onderzoek nuttig is omdat het ook een stuk bewustwording brengt. Misschien is dit probleem groter in andere gemeenten dan in Barneveld. Het onderwerp drugs wordt elke keer wel meegepakt, maar het besef is er nog steeds minder, zeker bij ouders. Het onderzoek kan een bijdrage leveren. Volgens de heer De Kool is bewustwording inderdaad belangrijk. Het is wel een dure manier, een dergelijk onderzoek kost minimaal €30.000. Waarschijnlijk moet er op een specifiek punt in de gemeente worden afgetapt en dit brengt extra kosten met zich mee. In het programma Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO) wordt al gewerkt aan een stuk bewustwording.

Hij vraagt in hoeverre het onderzoek daarbij aansluit, wellicht maakt het dit overbodig. Hij hoort graag de mening van het college. De heer Top sluit zich aan bij de vragen van de heer De Kool. Daarnaast vraagt hij wat er met de uitkomst van het onderzoek gedaan zou worden en of het beleid veranderd wordt als uit het onderzoek komt dat in Barneveld veel of weinig gebruikt wordt. Dat blijkt niet uit de motie, die is wat algemeen gesteld. De heer Van der Lubbe meent dat het aan het bestuur van de gemeente is om te bepalen wat ermee wordt gedaan. Mocht er weinig gebruikt worden, dan kan hij zich voorstellen dat de gemeente het geld veel meer op alcoholpreventie inzet. Mocht er veel gebruikt worden, dan zou de gemeente meer naar de drugsproblematiek moeten kijken. De heer Top heeft contact gehad met een heemraad van waterschap Vallei en Veluwe die aangeeft dat het een duur onderzoek is dat tot algemene resultaten leidt. De vraag is dan wat men eraan heeft. Hij adviseert, net als de heer Bos, om dit in regionaal verband of waterschap verband op te pakken. Spreker is benieuwd naar de reactie van het college. De heer Van der Lubbe vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. 5

Wij zijn van mening dat onderzoek naar alternatieve energiebronnen zich vooral moet concentreren op haalbare initiatieven. Wij vinden monomestvergisting en ultradiepe geothermie daar zeker niet toe behoren ín de nabije toekomst. Daarom dient de fractie amendement 13 Mestvergisting Speerpunt Klimaat en energietransitie in. Het komt voor dat mensen hulp nodig hebben die niet goed past in gemeentelijk beleid. Hulp buiten bestaande kaders kan soms net het verschil maken voor iemand die bijvoorbeeld bij een sollicitatie met een stralende glimlach naar binnen durft te lopen omdat hij net een tandarts heeft kunnen betalen. Dit is een voorbeeld van wat niet binnen de kaders past. Wij willen dit soort maatwerk van harte ondersteunen en daarvoor het bestaande potje met het label ‘Tussen wal en schip’ aanvullen. Daarom dient de fractie motie 21 Tussen de wal en ’t schip in. Dank u.’ De heer Wiesenekker vindt het positief dat aan die doelgroep wordt gedacht. De fracties trekken hier vaker samen in op. Hij las de motie zojuist en vindt hem negatief geformuleerd, zeker naar allerlei medewerkers toe die met hart en ziel in het sociaal domein werken en zich ervoor inspannen om dergelijke toeslagen en bedragen op de goede plek te leggen. Als Pro’98 stelt dat mensen niet goed geholpen worden waardoor de problematiek vergroot en dat generalistisch opstelt, dan stelt de fractie nogal wat.

Spreker heeft daar moeite mee. Pro’98 roept het college op dit budget uit te reiken waarvan de heer Van der Lubbe aangeeft dat het er al is. Spreker kent veel voorbeelden van situaties waarin dit al gebeurt. In de commissie heeft hij gevraagd of, op het moment dat de budgetten op zijn, de mensen die tussen wal en schip raken op steun kunnen rekenen. Daar heeft het college bevestigend op geantwoord. Hij vraagt wat de motie toevoegt aan wat er al kan en is. De heer Van der Lubbe zegt toe zich nog eens te buigen over de afwegingen. De motie is niet negatief bedoeld, de fractie heeft goede contacten intern en meent dat er goed werk wordt gedaan. In reactie op de vraag wat de motie toevoegt licht hij toe dat Pro’98 signalen heeft ontvangen dat het zou helpen als het budget verhoogd wordt. Het college gaat een mooi plan maken en Pro’98 zou dit punt hier graag in meegenomen zien. De voorzitter geeft het woord aan mevrouw Van den Berg. Zij zal namens Pro’98 reageren op de vraag van de heer Top waarom gekozen is voor de onderwerpen in amendement 14 Overzicht (nieuwe) investeringen wel en niet bespreken. Mevrouw Van den Berg gaat in op de tabel met ‘ja’ en ‘nee’. Hier werd een argumentatie gemist. Zij benoemt de onderwerpen die haar fractie wel zou willen bespreken. - Vervangen van de skatebaan: er leeft ook een wens in Voorthuizen en de fractie zou graag zien dat die meegenomen wordt.

- Aanleg van bermbeton: de fractie is geen specialist en zegt daarom ‘nee’. - Vervanging diverse bedrijfsmiddelen: de fractie wil beter begrijpen waarom keuzes worden gemaakt voor bepaalde type voertuigen. - Kinderopvang dekken uit huur: dit is gecombineerd over de €750.000. Dit geldt ook voor: - Anker en Zaaier nieuwbouw kinderopvang te dekken uit huur. - Anker en Zaaier waterberging biodiversiteit passend onderwijs: dit is een speerpunt van Pro’98. De heer Kevelam vraagt of het klopt dat mevrouw Van den Berg zojuist zei dat zij binnen de raad graag geïnformeerd wil worden over het type voertuigen dat de gemeente aanschaft. Mevrouw Van den Berg bevestigt dit. Pro’98 kijkt dan niet zozeer naar de technische kant als wel naar of de aankoop duurzaam et cetera is. De heer Kevelam informeert of printers en laptops daar ook onder vallen. Hij zoekt naar grenzen. Mevrouw Van den Berg meent dat het bij printers om een iets anders budget gaat dan bij voertuigen. Mevrouw Van den Berg vervolgt de beantwoording van de vraag van de SGP over amendement 14. 6

-

Centrumvisie Voorthuizen: een politiek gevoelig onderwerp. De fractie zou dit graag in de raad bespreken, ook om te kijken hoe het is met de Groene Slinger en alle eerdere vragen hierover van de fractie. Dit geldt ook voor: Bouw/boulodome/hal en aanleg speelvelden. Fase 2 verduurzaming gemeentelijk vastgoed. Renovatie trouwzaal en ontvangstruimte gemeentehuis. De heer Top voert het woord namens de fractie van de SGP. ‘Voorzitter, Er is heel wat aan de hand, in ons land en in heel de wereld. Dat wil ik namens de SGP-fractie als eerste aan de orde stellen. De oorlog tussen Rusland en Oekraïne woedt inmiddels ruim anderhalf jaar en het einde is zeker nog niet in zicht. We hebben in onze wereld te maken met aardbevingen, hongersnood, onlusten en oorlogsdreigingen. Veel mensen zijn op de vlucht. Wat heeft dit ons te zeggen? In de Bijbel lezen we dat al deze zaken voortekenen zijn van de wederkomst van de Heere Jezus. Ze willen ons oproepen terug te keren tot God. Er is redding mogelijk voor mensen die uit genade tot Jezus Christus worden gebracht. Inmiddels is het ruim een maand geleden dat Hamas een terroristische aanval pleegde op Israël. Sindsdien is het ook daar oorlog en zijn er al duizenden slachtoffers gevallen. We denken aan de mensen aan beide kanten. Zonder alles goed te noemen wat Israël doet, staan we als SGP voluit achter Israël.

Op de huidige plek in het Midden-Oosten heeft men al heel wat oorlogen en aanslagen moeten doorstaan. Ook in het huidige conflict staan we achter Israël: dat land heeft het recht zich te verdedigen om te voorkomen dat het verder wordt aangevallen. Waarom ik dit uitgebreid noem, is omdat we uitwassen van dit conflict ook zien in ons land en in onze gemeente. Dit leidt tot antisemitisme, tot Jodenhaat. Op diverse plaatsen zijn Joodse evenementen afgelast, Joodse kinderen kunnen niet meer vrij naar school en Joodse inwoners halen de mezoeza, een tekstkokertje, van de deur af. In onze gemeente hebben we te doen met onder andere de eigenaar van snackbar McLevi’s die uit angst voor een aanslag zijn deuren voorlopig gesloten houdt. Wij leven vanaf deze plaats mee met de familie Levi. Laten we er met elkaar alles aan doen om in onze gemeente de vrede te bewaren en deze vorm van discriminatie te voorkomen. Wat ons als SGP-fractie ook voortdurend bezighoudt, is de situatie van de boeren, zij zorgen immers voor ons voedsel en zij doen het beheer van ons buitengebied. De onzekerheid in de agrarische sector duurt voort. We hebben plaatselijk helaas weinig handvatten om tot een oplossing te komen. De afgelopen periode is er veel gesproken over kernrandzones, burgerwoningen in het buitengebied en overgangszones rond natuurgebieden.

In het kader van de Omgevingsvisie 2040 is het belangrijk om de belangen van ons mooie buitengebied te wegen én perspectief te bieden aan de agrarische sector. Voedselzekerheid en een goed verdienmodel zijn hierbij van groot belang. Voor de SGP staat voorop dat er goed afgestemd moet worden met alle betrokkenen. Laten we bij dit alles niet vergeten dat het goed is dat het college gestart is met het programma Waardevol Landelijk Gebied. We denken ook aan de boeren vanwege de ziekte blauwtong. Vele schapen en andere dieren zijn inmiddels dood en de sector voelt de gevolgen. We hopen en bidden dat deze ziekte snel onder controle zal zijn. Positief is overigens dat sinds vorige week de kippen na twee jaar ophokplicht weer naar buiten mochten. Na deze inleidende woorden van zorg én hoop ga ik naar het onderwerp van vanavond: de Programmabegroting. Daarbij wil ik als eerste noemen dat financiële degelijkheid voor de SGP-fractie heel belangrijk is. Hier verstaan we onder dat we als gemeente goed inzicht hebben in de financiën en dat we verstandig omgaan met gemeenschapsgeld. We zijn daarom content dat het college dit stap voor stap verbeterd in praktijk brengt. Allereerst met de komst van het Meerjaren InvesteringsPlan (MIP). Dat heeft de nodige 7

discussie opgeleverd en ook wel onduidelijkheid bij de burger. Het is echter nodig geweest om dit MIP uit te brengen, het geeft overzicht. En het is de basis voor het Uitvoeringsplan 2024 zoals dat nu voor ons ligt. Alle opgeschreven ambities in het MIP kunnen we niet in de gegeven periode uitvoeren, we zullen keuzes moeten maken. Een ander positief punt is het fenomeen ‘realistisch begroten’. Feitelijk is dit realistisch plannen en vervolgens realistisch begroten. Dit gaat naar de mening van de SGP-fractie helpen in duidelijkheid naar de inwoners toe en in focus voor het gemeentehuis. Eerst afmaken waar we aan begonnen zijn, is hierbij het credo. We verwachten hier veel van.’ De heer Top spreekt over realistisch begroten en keuzes maken. De heer De Vries hoort graag wanneer volgens hem de keuzes gemaakt gaan worden. Hierover is vaak gesproken in de raad, partijen snakken ernaar. Het is in de Programmabegroting nog niet te lezen. De heer Top is van mening dat die wel degelijk in de Programmabegroting staan. Er staan diverse zaken in die opgepakt worden c.q. afgemaakt worden. Dat zijn keuzes. Iets niet afmaken waar men aan begonnen is, is niet zinvol. Er worden wel degelijk keuzes voorgesteld. Het is aan de raad om te kiezen of zaken blijven staan of dat ze ingeruild worden voor iets anders.

De heer De Vries herinnert eraan dat de heer Top het MIP noemde en zei dat daar veel in staat en dat dit niet allemaal uitgevoerd kan worden, dus dat er keuzes gemaakt moeten worden. Momenteel worden er dingen gedaan en de rest wordt doorgeschoven. Op een bepaald moment zou ook gezegd moeten worden dat bepaalde dingen uiteindelijk niet gedaan worden, anders blijft men aan het doorschuiven. Hij vraagt wanneer die keuze wordt gemaakt. De keuze maken om iets te doen en doorschuiven is de eerste stap. Maar de fracties willen graag weten wat uiteindelijk niet wordt gedaan en hoe het uiteindelijk gefinancierd kan worden. Wanneer worden die keuzes gemaakt, wat de heer Top betreft? De heer Top memoreert dat het MIP bestaat sinds begin 2023. Een deel komt terecht in 2024, daar sorteert het college op voor en de raad stemt daar straks al dan niet mee in. De jaren erna zal dit op dezelfde manier moeten gebeuren. Uiteindelijk weet men dat er €540 miljoen staat voor tien jaar en dat, met het huidige investeringsplafond, ongeveer €250 miljoen kan worden uitgegeven. Dat zal de komende jaren successievelijk aan de orde zijn. De heer De Vries vraagt of dit betekent dat het elke keer doorgeschoven wordt en dat uiteindelijk gekeken wordt naar wat afgemaakt is. De rest valt er dan buiten. Of begrijpt hij de heer Top niet goed? De heer Top vindt de laatste opmerking wat bout gesteld.

Datgene wat begin 2023 in het MIP is gepresenteerd is terechtgekomen in 2024. Zo ziet men nog andere, soms forse, bedragen staan. Uiteindelijk moet de €540 miljoen worden teruggebracht naar €250 miljoen. Dat is momenteel nog wat lastig omdat raad en college dingen willen afmaken. De SGP staat hierachter. Vervolgens moeten de keuzes gemaakt worden, anders wordt het investeringsplafond niet bereikt. De heer Wiesenekker vraagt welke projecten de heer De Vries voor zou stellen, dit in reactie op zijn vraag wanneer de keuze wordt gemaakt welke van de projecten die niet gedaan worden, definitief niet worden gedaan. De heer De Vries meent dat die mogelijkheid er niet is bij de begroting. Hij gaf in de commissievergadering en bij de Kadernota al aan dat het mooier zou zijn geweest als dat was gebeurd. De keuzes kunnen momenteel niet gemaakt worden door de raadsleden en de fractie. Hij vindt dit jammer. Wat wel gedaan kan worden is kijken naar wat er wordt doorgeschoven en wat wordt gedaan. Er kan niet goed geschrapt worden momenteel. De heer Wiesenekker is van mening dat de vorige spreker wel zaken kan weghalen, namelijk met een amendement. De fracties voegen via moties en amendementen situaties toe. De keuze is moeilijk. De heer De Vries reageerde naar de heer Top toe met de opmerking dat zaken telkens doorgeschoven worden.

Maar de heer De Vries kan blijkbaar zelf ook nog geen keuzes maken. Dat toont aan dat het lastig is.

8

De heer De Vries bevestigt dat dit lastig is omdat de raad niet over de informatie beschikt. Hij zou graag mèt de informatie keuzes maken. De heer Top stelt dat de informatie er wel degelijk is. Er is een MIP met allerlei regels, met in totaal €540 miljoen. De raad zou zes dingen uit de begroting kunnen halen en er vijf dingen voor in de plaats zetten. De heer Top vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. ‘Vervolgens zien we bij deze begroting dat de komende twee jaren een positief resultaat laten zien. De twee jaren daarna, de zogenaamde ravijnjaren, zijn niet sluitend, hoewel met de septembercirculaire het negatieve resultaat al een stuk kleiner is. We hebben begrepen dat het college in het voorjaar van 2024 duidelijkheid wil bieden voor deze twee jaren, we willen het belang daarvan richting het college benadrukken. Tenslotte is het goed om op te merken dat er een sluitende begroting ligt met voor nu belastingverhogingen met alleen een inflatiecorrectie. Dat is positief. Al deze zaken zijn tot stand gekomen met veel inspanning en coördinatie binnen het gemeentehuis. De SGP-fractie spreekt hiervoor zijn grote waardering uit. Aansluitend is het belangrijk oog te hebben voor de gemeentelijke organisatie. Deze staat, dat is ook in de notitie te lezen, onder druk, door verloop en door openstaande vacatures. Ook met het oog op toekomstige taken is kwalitatief goed personeel nodig.

Wat de SGP-fractie betreft, is het van belang dat zowel het college als de directie zorgen voor een goed werkklimaat. Negatieve punten krijgen nogal eens de aandacht, er zijn echter ook de nodige positieve punten. We zien bijvoorbeeld dat er veel inspanning wordt geleverd en dat ambtenaren trots zijn op hun werk. Ook het feit dat vorig jaar 100 van de 114 vacatures zijn ingevuld is het vermelden waard. We vragen het college de veranderingen in en geluiden uit de organisatie goed te monitoren zodat alle gevraagde activiteiten op een goede wijze kunnen worden uitgevoerd, in het belang van onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Bij dit alles wordt terecht geconstateerd dat het vertrouwen in de overheid groter moet worden. Er kunnen veel plannen worden gemaakt vanuit de gemeente, maar als de burger de overheid niet vertrouwt dan loopt het beleid vast. De SGP wil in 2024 concrete acties van het college om het vertrouwen van de burger te vergroten. Daarbij vragen we nadrukkelijk aandacht voor de communicatie en afstemming met inwoners en andere betrokkenen. Dit is overigens iets waar we als raad voortdurend oog voor moeten hebben, inclusief de SGP-fractie. Ik loop vervolgens enkele inhoudelijke punten langs. o De SGP ziet uit naar de totstandkoming van het programma Bestaanszekerheid. De armoedeproblematiek moet integraal en structureel worden opgepakt.

Er moet voorkomen worden dat regelingen te ingewikkeld zijn en dat mensen die het nodig hebben er geen beroep op doen. Ook hier is communicatie van belang. Tevens moeten we niet denken dat Barneveld alle problemen op dit gebied oplost. Deze problematiek gaat de schaal van Barneveld te boven en er zal moeten worden aangehaakt bij oplossingen die hopelijk door een nieuw kabinet worden geïnitieerd. o Voor wat betreft de jeugdzorg wordt geconstateerd dat het aantal jeugdigen dat gebruik maakt van zorg afneemt maar dat tegelijkertijd de geboden zorg intensiever en complexer is. Kwalitatief goede en identiteitsgebonden zorg moet wat de SGP betreft voorop staan. Tevens ziet de SGP in het komende jaar voorstellen tegemoet om de kosten in de jeugdzorg blijvend te beteugelen. Daarbij moeten initiatieven die in het verleden zijn opgestart op het gebied van preventie alsmede pilots, als de proeftuin jeugdbescherming, worden voortgezet. o Het bieden van veiligheid is een belangrijke taak van de overheid. Goed dat daarom in de begroting extra middelen zijn opgenomen om onveiligheid zoveel mogelijk tegen te gaan. Criminaliteit, drugshandel en mensenhandel gaan ook onze gemeente meer en meer niet voorbij. o We zien uit naar de totstandkoming van de Omgevingsvisie in 2024. Juist vorige week is daarover een eerste overleg tussen college en gemeenteraad geweest. De door het college 9

o

o

gedeelde visie van woningbouw in alle dorpen en net iets minder groei spreekt ons als SGP aan. Het is daarbij belangrijk dat we ons dorpskarakter blijvend in het oog houden. Zeker bij dit onderwerp is het essentieel dat de burger, de maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven mee kunnen denken, waarbij het managen van de verwachtingen een grote rol speelt. Hier moet duidelijk zijn wat het doel van de participatie is en wat er vervolgens mee gebeurt. Voldoende ruimte voor bedrijvigheid is voor de SGP ook een voortdurend aandachtspunt. Het lijkt met Harselaar Zuid de goede kant op te gaan, een goede zaak. We vragen het college ook nadrukkelijk aandacht te hebben voor uitbreiding van het bedrijventerrein in Kootwijkerbroek, daar is veel belangstelling voor. Hij hoort graag een reactie hierop. Bij dit punt komen we er ook niet omheen om aandacht te vragen voor de netcongestie, een blijvende zorg. Uitbreiding van het aantal woningen en de bedrijventerreinen gaat niet zonder uitbreiding van de infrastructuur. Het is van belang dit bij zowel de provincie als de Rijksoverheid blijvend aan te kaarten. Goed dat het college kiest voor de aanleg van de rondweg oost. Als SGP hebben we hier jaren om gevraagd, goed om dit verzilverd te zien.

Wij, andere fracties ook, maken ons zorgen om het knooppunt A1-A30 en vervolgens om het viaduct over de A30 bij het hulpverleningscentrum en de verdere wegen. Daarom dienen we met andere fracties motie 10 Bereikbaarheid Barneveld in om het college te vragen aanvullende maatregelen te nemen. Tevens vragen we het college om zich sterk te maken in Den Haag: door het uitstel van de aanpak knooppunt A1-A30 zijn er wellicht gelden te verkrijgen om het wegennet in onze gemeente te verbeteren. Ik hoor hier graag een reactie op.’

De heer De Vries complimenteert de heer Top met de motie, aan alles is te zien dat hier veel werk in gestoken is. Men moet er bijna een verkeerskundige bij halen om te kunnen zien wat de betekenis is. Het kan een goede oplossing zijn. Maar stel dat het geen oplossing is, kan het college dan ook naar andere oplossingen kijken om het probleem, beschreven onder ‘van mening dat’, op te lossen? De heer Top dankt voor het complimenten. In de motie wordt het college een aantal aandachtspunten meegegeven om zo in oplossingen te denken. Het staat het college vrij om aanvullende maatregelen te nemen of de beschreven maatregelen net anders in te vullen als dat beter uitkomt. Het gaat uiteindelijk om het doel: betere doorstroming in die omgeving en in andere delen van de gemeente. De heer Kevelam vraagt zich af of de motie is afgestemd met de verkeerskundige van de gemeente, of er technisch overleg is geweest met ambtenaren. Juist bij het gedeelte ‘afslag Voorthuizen richting centrum Barneveld’ vroeg hij zich af of hier professioneel naar gekeken is. De heer Top bevestigt dat een aantal collega’s contact heeft gehad met verkeerskundige. De laatste heeft wel vragen bij het gedeelte over de afslag Voorthuizen. Het staat de fracties vrij om met een aantal ideeën te komen, er staan meerdere mogelijkheden in de motie. Uiteraard hoort zijn fractie graag van het college hoe de uitwerking is.

Het is niet zo dat dit allemaal moet, de fracties vragen naar de effecten ervan. De heer Top vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. ‘We zitten deze week in de Week van het Leven. De SGP ziet in de begroting aandacht voor zowel jeugd als ouderen. Tevens is bekend dat er via het Centrum Jeugd en Gezin diverse activiteiten zijn voor ouders die in verwachting zijn van een baby. De SGP ondersteunt deze activiteiten van harte. Het leven is ons door God geschonken, daar moeten we zorgvuldig mee omgaan. Omzien naar elkaar en het voorkomen van eenzaamheid zijn beide van groot belang. Afsluitend: we willen als SGP-fractie onze waardering uitspreken voor het vele werk dat is verzet om deze begroting en alles eromheen tot stand te brengen. We wensen alle betrokkenen van harte Gods zegen toe bij de uitvoering.

10

Vorige week was het Hervormingsdag, de dag waarop we hebben herdacht dat de reformatie in onder andere ons land is begonnen. Luther onderstreepte dat met zijn 95 stellingen. Daarom wil ik namens de SGP-fractie afsluiten met de eerste regels uit een lied van hem: ‘Een vaste burcht is onze God, een toevlucht voor de Zijnen.’ Die toevlucht wens ik ons allen toe. Dank u.’ De heer De Vries voert het woord namens de fractie van het CDA. ‘Voorzitter, Ik neem u graag mee naar de begrotingsbehandeling van vorig jaar november. Daar spraken we als CDA over de verbouwing van een huis. Het CDA gaf aan dat het uitgangspunt van het college wel heel erg lag bij de financiën, terwijl wij graag eerst een beeld hadden gehad van wat voor huis ze eigenlijk wilden hebben. Nu, een jaar later, staat er een bouwsteiger op Barnevelds grondgebied. Die bouwsteiger is juni 2023 opgebouwd bij de Kadernota. Met die steiger, met dat raamwerk, met dat kader moest de bouw gaan beginnen. In de bespreking lagen de beelden zacht gezegd nogal uit elkaar. Het resulteerde er zelfs in dat de steiger door sommige partijen werd afgekeurd. Ook het CDA vond het onvoldoende en sprak duidelijk uit dit niet meer te willen zien. De meerderheid van de raad dacht er echter anders over waardoor het college kon doorbouwen op basis van deze Kadernota. En nu ligt er een begroting.

Doordat de Kadernota zo tegenviel, waarbij vooral de keuzes uitbleven, hebben we ons verwachtingspatroon eerlijk gezegd wat bijgesteld. Als in deze begroting immers heel verstrekkende besluiten, grote wijzigingen of harde ingrepen waren voorgesteld, waren we als CDA ook verrast geweest. Dan had het namelijk in de kaderstellende Kadernota moeten staan. Ik heb op het Johannes Fontanus College gezeten. Daar kwam het wel eens voor, misschien vaker dan me lief was, dat ik net een onvoldoende haalde. Gelukkig had je dan een inloopmoment bij de docent om toch nog te kijken of we die voldoende over de streep konden trekken. Want de toets overdoen wilde natuurlijk niemand. Het was dan vooral zaak om goed uit te leggen wat je precies bedoelde om zo net wat ruimte te vinden bij de docent. De Programmabegroting voelt een beetje hetzelfde. Er is voor het college wel een inloopmoment nodig. Daarmee zeggen we als CDA niet dat er geen werk in is gestopt, ik merk dat dit de laatste tijd bij kritische reacties steeds vaker als argument wordt gebruikt. Om terug te gaan naar het JFC: door vier keer te zeggen dat ik zo goed had geleerd kreeg ik geen voldoende, ik moest het goed kunnen uitleggen. Soms betekende het helaas dat ik het wel over moest doen. Als ik denk aan zo’n inloopmoment voor dit college dan ziet zijn fractie een paar thema’s die voor wat vragen zorgen.

Bij die thema’s draait het voor ons om één begrip: grip. Het voelt allemaal wat onwennig, zoekend. We nemen u mee in een aantal onwennigheden en doen daarbij een aantal voorstellen. Ten eerste voelen we ons soms meer ambtenaar dan raadslid. Al geruime tijd roepen we dit college op om keuzes te maken. We hebben het idee dat het college dit beter gaat begrijpen, maar nog niet echt in concrete acties uitzet. Er is nog veel focus op 2024 en misschien 2025 en we kopen nog wat tijd voor de jaren die daarop volgen. We schrappen nog geen beleid of investeringen maar stellen plannen alleen uit. We draaien nog om wat belangrijke vragen heen, zoals: hoe kijken we aan tegen ons zorgwekkende weerstandsvermogen en wat gaan we eraan doen? Wat doen we nu de financiële ravijnjaren met rasse schreden dichterbij komen? Willen we de komende jaren meer uitvoeringscapaciteit of gaan we beleid schrappen? Ondanks dat we al een paar keer dachten dat de echte keuzes en analyses gepresenteerd zouden worden, moeten we nu wachten tot de kadernota, hoorden we in de commissievergadering. Er is nu nog vooral een ontwikkeling die het college en de organisatie op uitvoeringsniveau maken. Dat zien we ook terug in de zoektocht die uiteindelijk financiële ruimte heeft opgeleverd. Het wordt niet expliciet gemaakt, maar die ruimte is gevonden in het huis.

De uitgangspositie van het college is veel op productie en uitvoering gericht. Het is daardoor lastig om als raadslid dit college te volgen en vanuit kaderstelling te controleren, laat staan voor onze inwoners. Wij hebben twee moties op het gebied van uitvoering: o Het Uitvoeringsplan voor het komende jaar geeft ons op projectniveau het nodige inzicht maar legt ons ook erg vast. Wat er niet op staat, gebeurt niet. En als er geen ‘ja’ achter 11

het project staat, de collega van Pro’98 gaf het ook al aan, vanwege de kosten lager dan €500.000, komt het niet terug in de raad. Het is goed om op bepaalde gebieden in de raad juist wel dat gesprek te voeren. We kunnen nog een discussie voeren over bepaalde onderwerpen, maar er staan punten in de lijst die wat ons betreft allemaal naar de raad kunnen komen om met elkaar op inhoud besproken te worden in plaats van dat het een lijstje wordt dat ter kennisgeving naar de raad wordt gestuurd. We steunen amendement 14 Overzicht (nieuwe) investeringen wel en niet bepreken van Pro’98 graag. o Financiële afwijkingen van plannen zijn voor ons wat ongrijpbaar. Hierbij kan zelfs met een afwijking van 40% worden gerekend. Dit brengen wij middels motie 1 Budgetoverschrijdingen graag terug tot maximaal 15% om daarmee de afwijkingen wat in te perken. Als we voor elke keer dat het woord capaciteit de afgelopen twee jaar door het college is genoemd een euro hadden gekregen, was het financieel probleem opgelost. Het gaat hier wel heel veel over. Daarbij schommelt het tussen te weinig capaciteit en een redelijk normale situatie. In die schommeling beweegt de raad nu ook mee, terwijl wij vinden dat deze discussie eigenlijk door het college zou moeten worden opgevangen. Nu er wat financiële ruimte is gevonden, hadden we als CDA verwacht dat het ook aan uitvoeringscapaciteit zou worden besteed.

Het zit echter vooral in de ondersteuning en het strategisch vermogen. Ook daar geldt weer: het hoeft niet slecht te zijn, maar de vraag is hoe en waarom. Maak dat nu eens expliciet in deze begroting, koppel het aan doelstellingen of aan een besluit. College en organisatie hebben het vast en zeker uitgedacht, maar de raad als hoogste orgaan is onvoldoende meegenomen. Wat de keuzes betreft: - Ten eerste vinden wij dat, als het gaat om de €500.000 per jaar voor strategische ondersteuning er eerst meer uitleg moet komen richting de raad. Aangezien het over veel structureel geld gaat, willen we eerst graag een plan ter consultatie zien voordat het college er echt mee aan de slag kan. Daarvoor dient het CDA motie 19 Uitgaven programmatisch werken en concernstrategie in. - Ten tweede: aangezien het college ervoor kiest om de gevonden financiële ruimte niet te besteden aan uitvoeringscapaciteit, willen wij dat het argument ‘onvoldoende capaciteit’ tot een minimum wordt beperkt. Nu was er de kans om hier wat aan te doen. Om hier toch wat op voor te sorteren steunen we een motie die straks door Lokaal Belang verder wordt toegelicht. - Ten derde zien wij veel formaliteit en weinig flexibiliteit. Als er een bepaald proces in is gegaan, kan er nog maar lastig van worden afgeweken. Geplande evaluaties in de toekomst zorgen ervoor dat de enthousiaste ideeën op een grote hoop worden gegooid.

Nieuwe plannen voor investeringen worden met het woord MIP in de kiem gesmoord en maatschappelijke uitdagingen worden minder met bestuurlijke interventies opgelost dan met ambtelijke gesprekrondes. Het voelt als een keurslijf waar college, raad en als we niet uitkijken ook de samenleving in moeten gaan bewegen. Ook het begrip participatie wordt meer en meer een formele vinkjestaak waar we als gemeenteraad maar op moeten vertrouwen. Dit heeft er onder andere mee te maken dat de raad over een conceptplan besluit en dat daarna pas het participatietraject wordt ingegaan. Je moet als raad maar hopen dat het verder allemaal goed gaat. Het zou veel beter zijn als we een totaalplan voorgelegd zouden krijgen waarin de participatie al heeft plaatsgevonden. Daarom dienen we motie 9 Participatietrede 3 en 4 in om dit proces om te draaien: eerst participatie en dan een besluit van het college.’ De heer Kevelam wijst erop dat het participatieproces nog vrij jong is. Er is van gezegd: laten we aan het werk gaan, het evalueren en daarna een actieplan, een ontwikkelingstraject inzetten. Dat staat voor de deur. Hij vraagt of de motie geen ‘mosterd voor de maaltijd’ is. De heer De Vries meent dat er geen evaluatie nodig is om dit vast te stellen.

Als men kijkt naar wat er in de commissie over verschillende onderwerpen is besproken, dan ziet men dat het meerdere keren niet goed is gegaan, wat het CDA betreft. Dat heeft er onder meer mee te maken dat het CDA graag het participatietraject aan de voorkant zou hebben. De raad kan dan kijken hoe dit is gegaan, hoe de burgers zijn meegenomen en hoe men uiteindelijk aan het totaalplan is gekomen. 12

De heer Kevelam brengt naar voren dat, als bij elke evaluatie vooraf alles via moties wordt ingebracht, er niet meer geëvalueerd hoeft te worden. De heer De Vries is van mening dat evaluaties goed zijn. Maar men ziet dat dit op meerdere gebieden niet goed is gegaan. Dit kan met de evaluatie mee en kan worden vastgesteld, het is een prima moment daarvoor. Waarschijnlijk missen nog dingen en kunnen meer dingen beter gaan in de participatie. Bij een evaluatietraject kan dit, en mogelijk andere punten, worden meegenomen. De heer De Vries vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. ‘En dan als laatste: hoe wordt dit college herinnerd? Met een kadernota en een begroting zet het college een bepaalde koers uit. De fractie heeft nagedacht over hoe dit college straks herinnerd wordt en daarbij schoten vooral de teksten ‘afmaken waar we mee bezig zijn’ en ‘realistisch begoten’ te binnen. Het is vooral het voortzetten van bestaand beleid met een boekhoudkundige inslag. Natuurlijk, er gebeuren ook mooie dingen en die steunt het CDA. Maar er lijken zo weinig nieuwe dingen te ontstaan. Veel is op basis van eerder beleid of vastgestelde kaders. Kijk alleen maar naar de schaarse raadsvoorstellen die we de afgelopen tijd hebben ontvangen. Burger Initiatief komt hier nog op terug met een motie.

Een wat passieve kadernota en begroting hebben er bij ons in geresulteerd dat het CDA een tweetal extra moties over inhoudelijke thema’s heeft geformuleerd. Ten eerste: we lezen dat het college nog steeds de deur openhoudt voor geothermie, iets waar het CDA in deze tijd niet te veel aandacht aan wil geven. Een proefboring is enorm duur en brengt grote risico’s met zich mee. Je zou zeggen dat deze begroting weinig schokkend is, maar hij is wel schokkend met geothermie erin. Daarom dienen we motie 3 Onderzoeken naar nieuwe energiebronnen in.’ Mevrouw De Man informeert of in de motie alleen het type geothermie wordt uitgesloten of ook de indirecte geothermie, dus de lage temperatuur aardwarmte. De heer De Vries licht toe dat het om diepe geothermie gaat. De heer De Vries vervolgt zijn bijdrage in 1e termijn. ‘We willen ook onze verenigingen tegemoetkomen. Al langere tijd wordt er gesproken over mogelijke OZB-vrijstelling voor verenigingen met een eigen clubgebouw. Tot nu toe is dat juridisch landelijk nog niet mogelijk waardoor zij de afgelopen jaren financieel werden gecompenseerd. Middels motie 2 Compensatie OZB voor verenigingen met eigen vastgoed willen wij het college oproepen om dit ook de komende jaren te doen. We dienen de motie in met de ChristenUnie en Burger Initiatief. Ik rond af. Terug naar het inloopmoment bij het JFC. Ik kan me nog een paar keer herinneren.

Ik moest natuurlijk met een goed verhaal komen, maar de docent moest er ook een beetje zin in hebben. Bij de ene docent was er geen onderhandeling mogelijk, er was maar weinig ruimte en misschien had hij ook wel gelijk. De andere docent was een stuk opener en luisterde naar mijn verhaal. Het was geen garantie op twee tiende punt extra, maar er was een goede kans. En er waren docenten die wel heel gemakkelijk te overtuigen waren, zij waren wel heel erg snel tevreden. Het CDA is benieuwd hoe dit college vandaag het lokaal is binnengekomen, met wat voor docenten denkt het te maken te hebben? Wordt een voldoende makkelijk gegeven? Is er wat uitleg nodig of gaat het college er vanuit dat het sowieso geen zin heeft? Het CDA hoort graag uw verhaal maar hoopt dat een volgende keer een inloopmoment niet nodig is. Dank u.’ De heer Wiesenekker komt terug op de motie over budgetoverschrijding. Het CDA geeft aan dat de raad kan worden overvallen door een budgetoverschrijding. Hij vraagt of het voorstel van het CDA niet vertragend kan werken waardoor de kosten nog verder kunnen oplopen. Bij de opsomming stelt het CDA dat het bij projecten zou kunnen vanaf €1 miljoen waardoor er een overschrijding van €400.000 zou kunnen komen. Hij informeert of het CDA met de motie alleen projecten vanaf €1 miljoen bedoelt of ook minder grote projecten. 13

De heer De Vries licht toe dat het erom gaat dat, als plannen worden voorbereid, er wordt gerekend met een bepaalde marge. Die marge kan, dat kwam in de commissievergadering naar voren, soms tot 40% zijn. Dan kan best veel ruimte gepakt worden terwijl men strakker, realistischer kan begroten en dat mee kan nemen naar de raad. Dan krijgt men niet bij een tussenrapportage ineens een veel grotere financiële ruimte. Spreker heeft niet nagedacht over de grootte van de projecten. Als dit bij alle kleinere investeringen ook zou gebeuren, zou het veel werk met zich meebrengen. Maar zeker bij de grotere investeringen zou hij graag de marge van 40% teruggebracht zien zodat de raad beter weet wat er verwacht kan worden. De heer Wiesenekker doet de suggestie om naar de tekst van de motie te kijken. Het lijkt of het de bedoeling is om dit bij elke uitgave te doen terwijl bij de opsomming een bedrag van €1 miljoen wordt genoemd. Hij herinnert aan zijn vraag of dit niet vertragend werkt. De heer De Vries wijst erop dat hier bij de planvorming naar gekeken wordt. Het proces wordt daardoor niet vertraagd. De heer Top vindt de motie interessant. Er wordt gesproken over overschrijdingen van soms 25% tot 40%. Hij zou het teruggaan naar 10% tot 15% wel erg krap vinden en vindt 20% tot 25% meer reëel. Anders komt men vaak te zitten met extra aanbestedingen die uitlopen.

De heer De Vries laat weten dat, als de SGP achter de motie zou staan als het percentage wat hoger gesteld wordt, dit prima is. De heer Kevelam voert het woord namens de fractie van Lokaal Belang. ‘Voorzitter, Vandaag bespreken wij de ontwerp-Programmabegroting 2024. Een stuk vol getallen waarin de miljoenen je om de oren vliegen. Enige relativering is dan misschien wel op zijn plek. Ik kijk terug op het afgelopen jaar. Er zijn veel dingen gebeurd en ik richt me op wat mooie dingen die zijn gebeurd. Neem nu eens dat dorp dat ineens een stuk gelukkiger werd, waar het leven ineens nog iets mooier werd. Dat dorpje waar ik hier wel vaker over heb verteld. Er was opeens politieke wil, er was een flinke dosis bestuurlijke daadkracht en er waren twee blikken borden. Zo werd Garderen verlost van de vrachtwagenplaag. Iets dergelijks gebeurde ook hier in het centrum: een paar hekjes, politieke wil, bestuurlijke daadkracht en inzet van onze boa’s en plotseling had Barneveld weer een wandelpromenade, met de nadruk op wandel. Wat ik hier betoog zijn twee dingen: het doet ertoe wat wij hier beslissen, wij kunnen problemen oplossen. En het gaat niet altijd over geld. Zoals ik al zei, twee blikken borden veranderden Garderen ten goede. Dit gezegd hebbend, ga ook ik onvermijdelijk over naar het boekwerk met al die getallen.

Maar niet nadat ik het college, de wethouder Financiën en in het bijzonder de vele ambtenaren betrokken bij dit stuk mijn complimenten heb gemaakt. Ik weet dat dit een loze kreet kan zijn, dit doe je bij het behandelen van dit stuk. Maar zo ziet Lokaal Belang het deze keer niet. Waar we vorig jaar de contouren zagen van een organisatie met grip op haar financiën wordt dat in deze begroting waargemaakt. Wij zijn daar blij mee. Als we het Uitvoeringsplan nemen en het daaraan gekoppelde Meerjaren InvesteringsPlan, dan zien we dat er keuzes gemaakt worden door dit college. Pak daar dan de nu al bijna beroemde lijst B bij, de lijst van voor het komend jaar afgevallen projecten, dan zie je de afweging die wordt gemaakt. Je ziet, ik zou bijna zeggen ‘eindelijk’, dat je wensen kunt hebben maar dat niet alles kan. Je ziet dat een urgente en reële wens soms in het komend jaar niet uitgevoerd kan worden en dat het college daar niet voor wegduikt maar dit onomwonden, recht voor zijn raap op papier zet. We zien gelukkig ook een lange lijst van projecten die wel lukken. Een motie over circulariteit wordt uitgevoerd in de vorm van een grondbank. Prachtig. De Mr. Troelstralaan wordt aangepakt. Pieter Jelles Troelstra zou trots op u zijn. En ja, er komt een boulodrome. Een kleine greep uit een lange lijst. Even terug naar de befaamde B-lijst. Daarin zien wij ook waarom het allemaal niet lukt.

Geld was altijd het afwegingskader en nu is daar de factor capaciteit aan toegevoegd, met de term ‘realistisch 14

begroten’. Dus begroten wat je je kunt veroorloven en wat je kunt realiseren met daarbij de opdracht ‘afmaken waar je aan begonnen bent’. Mooi, deze omslag en de daarbij behorende transparantie. Deze openheid geeft kwetsbaarheid en vraagt om lef. Men kan zomaar vragen hoe het kan dat je €14 miljoen investeringsbudget hebt, dat niet uitgeeft maar wel een lijst hebt met projecten die afvallen voor 2024. Dat is dan ook precies de vraag die Lokaal Belang stelt. Iets preciezer: als je zegt dat je de kapitaallast van €14 miljoen investeringen langjarig kunt dragen maar slechts voor €8 miljoen projecten uitvoert omdat je geen capaciteit hebt, dan moet je daar hard voor aan de bak. Niet dat wij denken dat er niet van alles gebeurt op het gebied van personeelswerving en het zoeken naar externe partijen voor de uitvoering, maar als een extra steun in de rug, zo u wilt een duw in de goede richting, dienen wij samen met CDA motie 4 Uitbreiding uitvoeringscapaciteit civiel in waarin wij oproepen om bij de aanstaande kadernota te komen met maatregelen om de lijst met afgevallen civiele werken te bekorten. Wat een beetje dreigt onder te sneeuwen is het feit dat er intern op een andere manier naar projecten wordt gekeken. Waar het eerst ging over budgetten en ervoor zorgen dat je voldoende budget hebt voor je project om een tegenvaller op te kunnen vangen, wordt er nu meer gestuurd op kosten.

Dat is goed, maar het budget hoeft niet op. Het is ook niet nodig om eigen potjes te creëren voor tegenvallers. Nee, tegenvallers meld je gewoon en dan wordt er gezamenlijk naar gekeken. Dat vraagt vertrouwen van de ambtenarij in het college. Door alle nog bestaande budgetten strak onder de loep te nemen, heeft dit al serieuze bedragen opgeleverd. Maar meer nog dan dit: het is vooral deze nieuwe werkwijze en de daaraan gekoppelde mindset waar Lokaal Belang voor de toekomst grote verwachtingen van heeft. De wethouder heeft ons toegezegd dat er gewerkt gaat worden aan scenario’s voor de jaren die nu als ravijnjaar worden betiteld. Lokaal Belang is één van de partijen die hierop aangedrongen hebben. Wij begrijpen de oproep van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en staan zeker achter de nu gevoerde acties op dit punt. Maar er moet een alternatief voorhanden zijn. Wij zien dus uit naar de alternatieven zoals die in de eerste helft van het komende jaar gepresenteerd gaan worden. Tenslotte is degelijk financieel beleid een belofte van deze coalitie. Wij blijven het lastig vinden dat er op allerlei momenten schijnbaar achteloos miljoenen euro’s uit Den Haag onze kant op vliegen.

Het lijkt me enerzijds dat de landelijke overheid hier vooral mee door moet gaan, het gemeentelijk beleid moet uiteindelijk betaald worden, anderzijds is ook deze begroting alweer in een ander daglicht gesteld door de septembercirculaire en een uitkering in het kader van BUIG van gezamenlijk ongeveer €4 miljoen. We kunnen daar met zijn allen even niets mee, maar ik wil het hier graag gezegd hebben. Ter afronding een tweetal moties. Lokaal Belang dient samen met de ChristenUnie motie 5 Schadelijke effecten van vapen opnemen in het Gezonde Leefstijlakkoord in om het vapen, het roken van elektronische sigaretten, te behandelen als een zeer slechte gewoonte. Het zou derhalve wat ons betreft opgenomen moeten worden in het Gezonde Leefstijlakkoord. Van daaruit kan het een integraal onderdeel uitmaken van alle acties die plaatsvinden vanuit de gemeente op het gebied van voorlichting en preventie voor wat een gezonde leefstijl betreft.’ De heer De Vries noemt vapen een thema dat leeft. Het is goed dat het onderdeel is van het Gezonde Leefstijlakkoord. Hij vraagt of Lokaal Belang dit ziet als iets wat de gemeente moet doen, dat de gemeente met voorlichtingscampagnes moet komen om het vapen tegen te gaan. De heer Kevelam licht toe dat zijn fractie begrijpt dat vapen nog niet een prominente plaats heeft in het Leefstijlakkoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=4144962a-e2c8-415f-bbb6-11d247936216