Meerjarenprognose grondexploitaties 31 december 2025
Tekst van het document
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
1.2 Status en reikwijdte De NBI gaat in op alle bekende bovenwijkse investeringen binnen de gemeente Barneveld. De peildatum van dit NBI is 1-1-2026, waarmee de prijspeildatum één jaar opschuift ten opzichte van de NBI 2025. Door de marktontwikkelingen zijn de prijzen gestegen. Voorliggende NBI is een bijlage van het MPG 2025 en maakt daarmee onderdeel uit van de reguliere planning-en-control cyclus (kadernota, begroting en jaarverslaggeving). Dat wil zeggen dat deze ieder jaar wordt geactualiseerd in de periode rondom de jaarrekening (idealiter gelijktijdig met de jaarrekening of de kadernota). De NBI heeft consequenties voor alle in de nota genoemde ontwikkelingslocaties. Het maakt daarbij niet uit of het om een particuliere dan wel om een door de gemeente geïnitieerde ontwikkeling gaat. Voor zover er wordt voldaan aan de criteria uit de Ow dient een ontwikkelingslocatie in beginsel bij te dragen aan de bekostiging van de in deze NBI benoemde bovenwijkse investeringen. Deze criteria worden in hoofdstuk 2 toegelicht.
De laatst vastgestelde NBI vormt de basis voor: (i) De financiële bepalingen, met betrekking tot de bovenwijkse investeringen, in de op dat moment te sluiten (anterieure) overeenkomst met een ontwikkelende partij en (ii) De kostenverhaalregels in het Omgevingsplan of -voorschriften in de Omgevingsvergunning, voor de situatie dat het sluiten van een (anterieure) overeenkomst niet is gelukt. De regeling Ontwikkeling Fonds Platteland Barneveld, reeds eerder door de raad vastgelegd in een raadsbesluit (raadsvoorstel nr 09-109, vastgesteld d.d. 19 januari 2010), blijft separaat van de NBI van kracht. Echter, daar waar de NBI van kracht is, geldt niet de regeling Ontwikkeling Fonds Platteland noch het Functieveranderingsbeleid.
4
1. Doel en reikwijdte 1.3 Aanpak Opzet NBI Omwille van de leesbaarheid, mede richting derden en zelfrealiserende partijen, zijn de bovenwijkse voorzieningen per integrale ontwikkelingslocatie behandeld. Daarnaast zijn de gemoeide kosten (investeringen) en te ontvangen opbrengsten (dekking: bestaande uit subsidie, kostenbijdrage derden, kostenbijdrage gemeente en bijdrage ‘bestaand gebied’) middels kasstromen weergegeven, vergelijkbaar met de wijze waarop de grondexploitaties zijn weergegeven in de meerjarenprognose grondexploitaties (MPG). Een kasstroomoverzicht is een weergave van kosten en opbrengsten per jaar. Bij toepassing van deze methode wordt rekening gehouden met rente en prijsstijgingen gedurende de looptijd van het project. De opgenomen ramingen van kosten en opbrengsten zijn nominaal bepaald op het huidige prijspeil (1 januari 2026). Werkwijze De stappen die gezet zijn om te komen tot de actualisatie van de bovenwijkse voorzieningen zijn: • Doorlopen traject (proces) om alle projectkenmerken en gehanteerde uitgangspunten te beoordelen op houdbaarheid.
Indien nodig worden de verdeelsleutels geactualiseerd; • Verwerken van de gerealiseerde kosten en ontvangen bijdragen (boekwaarden); • Actualiseren rekenparameters (zie toelichting hieronder); • Actualiseren van de fasering in de tijd van de werken en werkzaamheden; • Actualiseren van ramingen van kosten en te ontvangen bijdragen naar het huidige prijspeil. Kosten geraamd Voor zover werken, werkzaamheden en maatregelen nog niet zijn gerealiseerd, zijn de kosten hiervan geraamd. De aard van deze kosten sluit aan bij de kostensoorten uit het Omgevingsbesluit (art. 8.15 en bijlage IV). De kosten worden geraamd op normatieve bedragen vanuit een planeconomisch prijzenboek en ervaringscijfers. Deze ramingen worden vervangen door een
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
‘directiebegroting’ zodra deze bekend is of, na oplevering, door de gerealiseerde kosten. De volgende kostensoorten zijn hierbij in beschouwing genomen: • Inbrengwaarde benodigde gronden. Het gaat om kosten voor de benodigde gronden, inclusief eventuele opstallen, vrijmaken van de gronden en sloopwerkzaamheden; • Plan- en onderzoekskosten. Deze kosten hebben betrekking op: o Onderzoeken van omgevingsaspecten zoals archeologie, flora en fauna, bodem, niet-gesprongen explosieven, geluid, luchtkwaliteit etc.); o Gemeentelijke apparaatskosten (inzake verwerving, stedenbouw, milieu en verkeer; planologisch besluit (ruimtelijke ordening); o Voorbereiding, toezicht en administratie (inzake engineering civiele werken, bestek en aanbesteding); o Directievoering op de werken; o Landmeten/vastgoedinformatie; o Communicatie en participatie; o Projectmanagement en financieel beheer. De hoogte van de plan- en onderzoekskosten wordt bepaald middels een forfaitair omslagpercentage van 30% over de kosten van werken en werkzaamheden. In verband met de integrale project- en procesaansturing van de Oostelijke Rondweg Barneveld is het forfaitair omslagpercentage gesteld op 10%. • Realisatiekosten van de civiele werken en werkzaamheden. Deze kosten hebben betrekking op: o Grondverbeteringen; o Riolering HWA en/of DWA; o Verharding; o Hoofdwatergangen en wadi’s en groen t.b.v.
de hoofdstructuur; o Civiele kunstwerken (bruggen, tunnels, dam met duikers); o Verlichting, bebording, verkeersveiligheidsmaatregelen. • Kosten voor (milieu- en natuur-) maatregelen (zoals boscompensatie en opheffen hindercontouren); • Rente over de kosten van gerealiseerde werken, werkzaamheden en maatregelen verminderd met renteopbrengsten. De hoogte van de rentelast wordt per jaarschijf bepaald en voor dat jaar gefixeerd, waarbij het rentepercentage van dat jaar aansluit bij de rekenrente van de gemeentelijke grondexploitaties (aansluiting bij BBV-stelsel). 5
1. Doel en reikwijdte De (prijs)peildatum van de NBI is 1-1-2027. Dat is de datum waarop de nominale kosten van de resterende werken, werkzaamheden en maatregelen zijn bepaald. Een kostenindex wordt gehanteerd om de inflatie van deze nominale ramingen (prijspeil 1-1-2026) over de resterende looptijd op te vangen. De rekenparameters zijn gelijk aan die zijn toegepast in het MPG 2025.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader geschetst. In hoofdstuk 3 wordt stil gestaan bij de wijze van (voor)investeren en het kostenverhaal. In hoofdstuk 4 zijn de bovenwijkse voorzieningen beschreven en toegelicht. Middels kasstromen is de boekwaarden-ontwikkeling per investering weergegeven. Hiermee wordt inzicht verkregen in de voortgang van de realisatie (kosten) alsmede het kostenverhaal (dekking). In hoofdstuk 5 wordt een nadere toelichting gegeven op het ongewijzigde gemeentelijk beleid met betrekking tot de kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving en de te betalen bijdrage.
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
6
2. Wettelijk kader 2. Wettelijk kader
2.1 Bouw- en gebruiksactiviteiten en kostenverhaal Het kostenverhaal in de NBI is gebaseerd op de Omgevingswet die per 1 januari 2024 inwerking is getreden, maar kent zijn oorsprong in de Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008). Net als onder de Wro verplicht de Omgevingswet (artikel 13.11 lid 1) de gemeente tot kostenverhaal bij bouw- en gebruiksactiviteiten (artikel 8.13 Omgevingsbesluit) die mogelijk worden gemaakt op grond van een nieuw toegedeelde functie. Gemeenten hebben hiermee wettelijke instrumenten gekregen om kosten die zij maken bij de ontwikkeling van locaties (onder andere voor de inrichting van de openbare ruimten en plankosten) te verhalen op ontwikkelende partijen en uitvoeringsgerichte locatie-eisen te stellen. De gemeente is hiermee in staat om deze ontwikkelingen te sturen. Belangrijk daarbij is dat het stelsel rechtszekerheid biedt en ‘free-riders’ niet meer de kans geeft het kostenverhaal te ontwijken. In de wet (Ow) blijft vrijwillige samenwerking voorop staan (artikel 13.13 lid 1). Gemeenten kunnen en zullen bij voorkeur nog steeds proberen om privaatrechtelijke overeenkomsten te sluiten met ontwikkelende partijen. Partijen hebben dan voorafgaand aan het planologisch besluit zekerheid over het programma, fasering en volgordelijkheid van werken, werkzaamheden en maatregelen, betaalmomenten etc.
Als partijen er niet in slagen om afspraken te maken in een anterieure overeenkomst over het gemeentelijk kostenverhaal, is de gemeente wettelijk verplicht om het kostenverhaal publiekrechtelijk te regelen. Dat doet zij door kostenverhaalregels toe te voegen aan een omgevingsplan of kostenverhaalvoorschriften op te nemen in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het verhalen van de kosten loopt dan via Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
een kostenverhaalbeschikking. Zodra een initiatiefnemer aan de slag wil, vraagt deze bij de gemeente om die beschikking. Zolang de kostenverhaalbijdrage niet is betaald, is het verboden om de bouwactiviteiten uit te voeren. De mogelijkheid om via het publiekrecht kosten te verhalen en locatie-eisen te stellen betekent in de praktijk dat deze methodiek haar schaduw vooruit werpt over de te sluiten vrijwillige overeenkomst. In onderstaand kader wordt het verplicht kostenverhaal zoals verwoord in Omgevingswet nader toegelicht. Toelichting verplicht kostenverhaal In artikel 8.13 van het omgevingsbesluit is opgenomen bij welke bouw- en gebruiksactiviteiten er sprake is van verplicht kostenverhaal. Het gaat om a. de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; b. de bouw van een of meer hoofdgebouwen, anders dan gebouwen met een woonfunctie; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m² brutovloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; d. de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m² bruto-vloeroppervlakte; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien gebouwen met een woonfunctie betreft; of f.
de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve bruto-vloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfunctie ten minste 1.500 m² bedraagt. Een gemeente moet haar kosten verhalen en mag er niet van afzien. Is het kostenverhaal met alle grondeigenaren verzekerd dan kan de gemeenteraad afzien van het publiekrechtelijke instrumentarium. Er hoeven dan geen kostenverhaalregels of – voorschriften te worden toegevoegd aan een omgevingsplan of -vergunning. Door deze constructie werkt het publiekrechtelijke instrument van het kostenverhaal en locatie-eisen in de praktijk aanvullend, voornamelijk als een stok achter de deur.
7
2. Wettelijk kader 2.2 Bovenwijkse investeringen In de NBI wordt nader invulling gegeven aan de bovenwijkse investeringen binnen de gemeente Barneveld. Het betreft investeringen waar meerdere ontwikkelingslocaties profijt van ondervinden of die het algemeen belang dienen van de gemeente Barneveld. Het profijt gaat hierbij verder dan die ene straat of (nieuwbouw)wijk. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: • Bovenwijkse voorzieningen (Ow, artikel 13.11); • Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving (Ow, artikel 13.23 en 13.24). Om dit onderscheid tussen de bovenwijkse investeringen te maken hanteert de Ow drie toetsingscriteria, te weten: ‘profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit’. De drie criteria worden hieronder toegelicht. Vervolgens wordt ingegaan op de definities van ‘bovenwijkse voorzieningen’ en ‘kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving’ Toelichting toetsingscriteria verplicht kostenverhaal • Profijt De ontwikkelingslocatie moet nut ondervinden van de te treffen werken, maatregelen of voorzieningen. Deze toets geldt alleen voor de ontwikkelingslocatie als zodanig. Bij maatregelen zoals het opheffen van stankcirkels en bij compensatie buiten het gebied schuilt het profijt in het feit dat dankzij deze ingrepen een groter gebied ontwikkeld kan worden.
• Toerekenbaarheid (causaliteit) Er moet een causaal verband bestaan tussen de ontwikkelingslocatie en de kosten. De werken, maatregelen en voorzieningen zouden niet aan de orde zijn zonder dat plan of de kosten worden mede gemaakt ten behoeve van het plan. Wanneer uitgaven langs een andere weg gedekt dan wel gefinancierd worden (subsidies, gebruikstarief) zijn deze niet toerekenbaar. • Proportionaliteit Indien meerdere gebieden profijt hebben van een werk, maatregel of voorziening moeten de kosten naar evenredigheid (neergelegd in expliciet gemaakte verdeelmaatstaven) worden verdeeld. Dat betekent dat de gemeente transparant moet aanduiden langs welke criteria deze kosten verdeeld worden. Verdeelmaatstaven die veel worden gebruikt zijn opbrengstpotentie, verkeersprognoses, uitgeefbaar-m2, aantal woningen of woningequivalent etc.
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
Per investering dient te worden bezien in hoeverre invulling kan worden gegeven aan de drie criteria. Voor zover een investering valt onder het begrip ‘bovenwijkse voorziening’, valt deze niet onder het begrip ‘kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving’. Een bovenwijkse investering kan niet voor de ene ontwikkelingslocatie beschouwd worden als bovenwijkse voorziening en voor de andere als een kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving. Het is voor de gemeente dus niet mogelijk om kostendekking voor een specifieke bovenwijkse investering te realiseren door beide sporen te bewandelen.
Bovenwijkse voorzieningen Bovenwijkse voorzieningen zijn investeringen in het openbaar gebied waarvan alle gebiedsontwikkelingen in Barneveld e.o. mede de oorzaak zijn en profiteren. Juist omdat dit kosten betreft die noodzakelijk zijn vanwege alle gebiedsontwikkelingen tezamen, willen we borgen dat ook alle gebiedsontwikkelingen op eenduidige en transparante wijze bijdragen aan de kosten. De kosten van de bovenwijkse voorzieningen op het schaalniveau van de stad worden nooit volledig in rekening gebracht bij gebiedsontwikkelingen. De wet schrijft namelijk voor dat het profijt ook toegerekend moet worden aan de bestaande stad. In artikel 8.15 het Omgevingsbesluit (Ob) zijn de kostensoorten uitputtend beschreven die betrekking hebben op de bovenwijkse voorzieningen. Als de investering voldoet aan de drie criteria profijt, toerekenbaarheid (causaliteit) en proportionaliteit is sprake van een bovenwijkse voorziening. De gemeente is verplicht deze kosten te verhalen. Het gaat namelijk om een investering die is opgenomen in de kostensoortenlijst van het Ob en de kosten zijn onderdeel van de grondexploitatie. Deze kosten kunnen zowel anterieur als publiekrechtelijk – middels het vaststellen van een omgevingsplan met kostenverhaalregels worden verhaald. Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving Onder de Omgevingswet kan de gemeente een aanvullende financiële bijdrage verlangen.
Het moet dan gaan om financiële bijdragen aan gebiedsontwikkelingen (Ow, artikel 13.22) en/of kwaliteitsverbeteringen van de fysieke leefomgeving (Ow, artikel 13.23 en 13.24). Voorbeelden hiervan zijn: • uitloopgebieden en recreatieve netwerken; • wegen en kunstwerken; 8
2. Wettelijk kader • • • •
natuur, waterberging; saneren of opknappen van oude bedrijventerreinen; parkeerfonds; etc.
Om een financiële bijdrage, die ziet op een kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving, te vragen is het niet noodzakelijk dat de drie criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit van toepassing zijn. Het gaat bovendien om een investering die niet hoeft voor te komen in de kostensoortenlijst van het Ob. Wel geldt als voorwaarde voor het vragen van een bijdrage dat de desbetreffende kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving is opgenomen in een vastgestelde structuur- of omgevingsvisie en/of (investerings)programma.
onderzoek en zal worden meegenomen bij het vaststellen van de omgevingsvisie die thans in voorbereiding is. De gemeente Barneveld bestendigt het voorgestane beleid. Net als voorgaande jaren vraagt zij om een financiële bijdrage als een ontwikkelingslocatie in ieder geval ‘profijt’ heeft van de desbetreffende kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving. Ontwikkellocaties die niet of nauwelijks profijt ondervinden van de kwaliteitsverbetering fysieke leefomgevingen worden niet gevraagd om een financiële bijdrage. De relaties tussen kwaliteitsverbetering fysieke leefomgevingen en ontwikkelingslocaties voor Barneveld is nader uitgewerkt in hoofdstuk 5 van deze nota.
Zo beschouwd is deze regeling vergelijkbaar met de regeling onder de oude Wro, waar de gemeente bij de eerste vaststelling van de NBI in 2013 invulling aan heeft gegeven door investeringen op te voeren die bekend stonden als Ruimtelijke ontwikkelingen. Er zijn ook verschillen. Zo kunnen er financiële bijdragen worden verlangd voor andere activiteiten dan waarvoor het verplicht kostenverhaal geldt (zoals beschreven in de toelichting in paragraaf 2.1). Het gaat dan, bijvoorbeeld, om bouwwerken geen gebouw zijnde in de land- en tuinbouw, windmolens en zonnepaneelvelden etc. Meer hierover wordt beschreven in artikel 8.20 van het Omgevingsbesluit. Ook nieuw onder de Omgevingswet is de mogelijkheid dat onder voorwaarden deze verlangde financiële bijdrage niet alleen via het privaatrechtelijke spoor, middels een anterieure overeenkomst, kan worden overeengekomen maar dat deze ook via het publiekrechtelijk spoor kan worden afgedwongen. Dit doet de gemeente door kostenverhaalregels op te nemen in een omgevingsplan. Hierin wordt tot uitdrukking gebracht om welke investeringen het gaat, welke (bouw)activiteiten een financiële bijdrage moeten leveren, de hoogte van de financiële bijdrage etc. Op dit moment wordt in de NBI geen invulling gegeven aan de verbrede werking die de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit bieden. Dit is punt van Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
9
3. Voorfinanciering en kostenverhaal 3. Voorfinanciering en kostenverhaal
3.1 Voorfinanciering Als de gemeente contracteert over kostenverhaal met een ontwikkelende partij zal in principe sprake zijn van een door de gemeente te aanvaarden verplichting de voorziening(en) op enig moment aan te leggen. Dit betekent dat de gemeente financiële middelen beschikbaar moet stellen. De voorinvestering kan in principe plaatsvinden als 70% hiervan is gedekt door de som van de eigen verplichte gemeentelijke bijdrage, de bijdragen vanuit gemeentelijke grondexploitaties en/of bijdragen van gecontracteerde overeenkomsten met derden (conform Kadernota 2018-2021, juni 2017). Zodra de investeringen concreet ingepland zijn, worden deze als beleidstoevoeging (in de Kadernota) opgenomen, waarbij de raad een integrale afweging kan maken en invulling kan geven aan haar budgetrecht. Na akkoord (vaststelling) worden de kapitaallasten van de investering (rente en afschrijving) toegevoegd aan de begroting en betrokken bij de reguliere P&C cyclus. De investeringsaanvraag kan ook via een separaat raadsvoorstel plaatsvinden (deze route verdient niet de voorkeur). Het is voorstelbaar dat een aantal investeringen voorafgaand aan de te ontvangen bijdragen wordt gedaan. Een voorbeeld van deze situatie doet zich voor als (in opdracht van) de gemeente eerst een hoofdontsluitingsweg realiseert om bouwkavels bereikbaar te maken.
Op een later moment ontvangt de gemeente een kostenbijdrage van een ontwikkelende partij. Het is hierbij wel van belang dat de betalingsverplichting van deze ontwikkelende partij contractueel op voorhand is vastgelegd.
3.2 Kostenverhaal De realisatie van bovenwijkse voorzieningen en kwaliteitsverbetering fysieke leefomgevingen (samen de bovenwijkse investeringen) kent veelal een eigen dynamiek, planning en fasering. De termijn van de realisatie hiervan loopt daarom vaak niet parallel aan de looptijd van de grondexploitaties. Een grondexploitatie is op enig moment afgesloten terwijl de bovenwijkse investering Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
nog niet of slechts gedeeltelijk is gerealiseerd. De andere situatie kan zich ook voordoen. Een bovenwijkse investering is gerealiseerd, terwijl één of meer van de ontwikkelingslocaties die hier profijt van hebben nog ontwikkeld moeten worden. Dit tijdsaspect is vastgelegd in de artikel 13.11 lid 1 sub a en b van de Omgevingswet en artikel 8.15, bijlage IV, tabel A13 van het Omgevingsbesluit. Hieruit blijkt dat kosten voor gerealiseerde en nog te realiseren bovenwijkse investeringen in rekening mogen worden gebracht, inclusief bijbehorende rentelast. Subsidie en bijdragen derden In sommige gevallen is het mogelijk om voor investeringen een bijdrage en/of subsidie te ontvangen van derden (rijk, provincie, nutsbedrijven) dan wel een subsidie door de gemeente zelf. Indien sprake is van een subsidie voor een investering dient deze in mindering te worden gebracht op het totaal aan kosten van de investering – alvorens de resterende kosten naar rato (proportioneel) te verdelen over de profijtelijke (ontwikkelings)locaties (bestaand gebied, gemeentelijke ontwikkelingslocaties en die van derden). Deze aftopping voorkomt dat kosten niet dubbel worden verhaald.
Bijdrage bestaand gebied De investeringen ‘bovenwijkse voorzieningen’ en ‘kwaliteitsverbetering fysieke leefomgevingen’ worden gevoed met bijdragen afkomstig vanuit de grondexploitaties van bepaalde ontwikkelingslocaties (waaronder gemeentelijke grondexploitaties). Daarnaast geldt dat de in deze nota beschreven bovenwijkse investeringen een deel van de kosten moet worden toegerekend aan bestaand gebied omdat deze ook profijt ondervindt. Vanuit de algemene middelen betaalt de gemeente deze bijdrage. Voor zover de kosten toe te rekenen zijn aan bestaand gebied worden deze niet verhaald op ontwikkelingslocaties. Bijdrage gemeentelijke grondexploitaties De gemeente ontwikkelt zelf ook haar gronden en heeft diverse grondposities die profijt ondervinden en die mede ten grondslag liggen aan de noodzaak om de genoemde bovenwijkse investeringen te plegen. De gemeente in de hoedanigheid van ontwikkelende partij betaalt derhalve hieraan mee. Dit komt tot uitdrukking in de gemeentelijke grondexploitaties. De bijdrage hieraan, conform de methodiek zoals beschreven in deze nota, is opgenomen als
10
3. Voorfinanciering en kostenverhaal kostenpost in de gemeentelijke grondexploitaties waarover in de MPG wordt gerapporteerd.
worden de totale kosten naar rato van de opbrengstpotentie verdeeld over de percelen binnen de ontwikkelingslocatie.
Bijdragen derden, verplicht kostenverhaal Het kostenverhaal bij derden komt tot uitdrukking als sprake is van een bouwen gebruiksactiviteiten (artikel 8.13 Omgevingsbesluit) die mogelijk wordt gemaakt op grond van een nieuw toegedeelde functie en door invulling te geven aan de criteria ‘profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit’ (zie uitleg termen in hoofdstuk 2).
3.3 Nacalculatie en afrekenen
Inzet is om afspraken te maken in een anterieure overeenkomst – en bij voorkeur een daaraan voorafgaande intentieovereenkomst - over het gemeentelijk kostenverhaal. Mocht dat niet lukken dan in de gemeente genoodzaakt om kostenverhaalregels toe te voegen aan een omgevingsplan of kostenverhaalvoorschriften op te nemen in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Het verhalen van de kosten loopt dan via een kostenverhaalbeschikking. Zodra een initiatiefnemer aan de slag wil, vraagt deze bij de gemeente om die beschikking. Zolang de kostenverhaalbijdrage niet is betaald, is het verboden om de bouwactiviteiten uit te voeren. Het daadwerkelijk kostenverhaal bij derden vindt derhalve plaats rond het moment dat een omgevingsgunning voor bouwen wordt verleend. Bij een grote ontwikkelingslocaties kan dit enige jaren duren na vaststelling van het omgevingsplan en de door de gemeente gepleegde (voor)investeringen. Tot die tijd zal de gemeentelijke begroting in de lasten daarvan moeten voorzien. Eigendom en bijdrage per particulier De in de NBI berekende kostenbijdrage heeft betrekking op de totale bijdrage van een ontwikkelingslocatie. Het is niet ongebruikelijk dat een ontwikkelingslocatie gefaseerd en door verschillende partijen/grondeigenaren wordt ontwikkeld.
Door het ontbreken van een gedetailleerd overzicht van programma’s en eigendomssituaties, die met de tijd onderhevig zijn aan veranderingen, geeft de NBI –logischerwijs- geen nadere invulling aan de kostenbijdrage per partij/grondeigenaar. Dit wordt uitgewerkt op het moment dat plannen concreet zijn gemaakt en de planologische besluitvorming plaatsvindt. Voor het toerekenen van de kosten van de bovenwijkse voorzieningen per partij/grondeigenaar binnen de desbetreffende ontwikkelingslocatie wordt gebruik gemaakt van de systematiek uit de Omgevingswet (afdeling 8.4). Hierbij Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
Anterieure overeenkomst In de gevallen dat er een anterieure overeenkomst tot stand is gekomen geldt geen vereiste van nacalculatie. Het betreft immers een overeenkomst die op vrijwillige basis tot stand is gekomen waarbij tevens de toetsingscriteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit in principe niet van toepassing hoeven te zijn. Publiekrechtelijk kostenverhaal In de gevallen dat de gemeente een omgevingsplan met kostenverhaalregels heeft vastgesteld of een omgevingsvergunning met een kostenverhaalvoorschrift heeft afgegeven moet, op grond van artikel 13.14 lid 1 van de Ow, binnen een redelijke termijn na uitvoering van de in het omgevingsplan opgenomen werken, werkzaamheden en maatregelen een eindafrekening worden vastgesteld (de gemeente zal daarover een regel in het Omgevingsplan moeten opnemen m.b.t. moment, termijn). Uit deze afrekening moet blijken of de werkelijk gemaakte kosten overeenkomen met de in het omgevingsplan opgenomen geraamde kosten, die aan de basis hebben gestaan voor de berekening van de kostenbijdrage. Indien uit de herberekening blijkt dat de verschuldigde kostenbijdrage meer dan vijf procent lager is dan de reeds betaalde kostenbijdrage, moet de gemeente het verschil, voor zover het groter is dan vijf procent, naar evenredigheid terugbetalen.
De houder van de omgevingsvergunning is niet verplicht tot bijbetaling als de werkelijke kosten hoger uitvallen dan de geraamde kosten. De gemeente kan in dit geval blijven zitten met een tekort dat door de gemeente moet worden gedekt. Dit betekent dat het van groot belang is dat de gemeente de kosten en opbrengsten realistisch raamt.
11
3. Voorfinanciering en kostenverhaal Kosten gerealiseerde werken, werkzaamheden en maatregelen: • Werken, werkzaamheden en maatregelen o.b.v. werkelijke kosten; • Grondverwervingen o.b.v. gerealiseerde/werkelijke kosten. Dat wil zeggen tegen de, ten tijde van de aanwending daarvan, dan geldende getaxeerde inbrengwaarde; • Plankosten o.b.v. forfaitair omslagpercentage van 10% voor de Oostelijke Rondweg Barneveld over de gerealiseerde/werkelijke kosten. Hiermee worden deze kosten gemaximeerd; • De rentelast wordt bepaald over de gerealiseerde kosten met betrekking tot werken, werkzaamheden en maatregelen, waarbij de hoogte van de rente per jaarschijf wordt bepaald en gefixeerd. Deze rente sluit aan bij de rekenrente in de grondexploitaties. Posterieure overeenkomst Een posterieure overeenkomst kan worden gesloten na vaststelling van het omgevingsplan. Deze overeenkomst dient ter vervanging van de kostenverhaalbeschikking maar mag niet strijdig zijn met de kostenverhaalregels uit het omgevingsplan.
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
12
4. Bovenwijkse voorzieningen
4. Bovenwijkse voorzieningen 4.1 Toelichting In dit hoofdstuk worden de bovenwijkse investeringen van Harselaar weergegeven. De relevante en karakteristieke aspecten worden op twee pagina’s behandeld. Op de linker pagina is een korte omschrijving van de bovenwijkse voorziening opgenomen, de duiding van de aangewezen ontwikkelingslocaties waar het kostenverhaal op ziet, een duiding van de kostenverdeelsleutel, een weblink naar de kaderstelling en een (schetsmatige) verbeelding van de bovenwijkse voorzieningen. Op de rechterpagina zijn een kasstroomschema en de beoogde planning en fasering opgenomen. Kasstroom en boekwaarden ontwikkeling Het kasstroomschema benadert de kosten en opbrengsten vanuit het perspectief van het investeringsproject. De doorlooptijd waarbinnen kosten worden gemaakt en dekking wordt verkregen geeft een goede indicatie van de voortgang. Doordat onderscheid is gemaakt tussen kosten en dekking, de boekwaarden (gerealiseerde kosten resp. dekking) en de te realiseren bedragen zijn weergegeven, is aan de hand van de kasstromen te volgen wat de stand van zaken is met de werken, werkzaamheden en maatregelen. Dekking wordt verkregen door een bijdrage vanuit de ontwikkelingslocaties en bestaand gebied.
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
13
4. Bovenwijkse voorzieningen 4.2 Harselaar-projecten Projectbeschrijving Investeringsnummer(s)
: 733118, 733121, 733122, 733123, 733124, 733128, 733129, 733130, 733131 en Verlengde Mercuriusweg (NB: 733424 (733119) en 733425 (733120) zijn vervallen in het NBI 2026 en opgenomen in grondexploitatie Harselaar zuid 1B en 2) Omschrijving : hoofdstructuur bestaande uit doorgaande wegen, rotondes en kruispuntaanpassingen Profijtelijk voor : Harselaar-Driehoek (Oost) , Harselaar-Driehoek West, Harselaar-Zuid Fase 1A, Harselaar-Zuid Fase 1B, Harselaar-Zuid Fase 2 en bestaand gebied (inclusief Harselaar afvalverwerking) Proportionaliteit : Verdeelsleutel Verkeersprognose (bijlage 1) Voortgang : Deels gerealiseerd, deels in voorbereiding Kaderstelling (financieel) : klik hier: Kadernota 2016-2019 (definitieve versie, blz. 29).
Mutaties (t.o.v. vorige NBI) • •
•
Boekwaarden (t/m 2025) verwerkt Kostenraming geactualiseerd op basis van nieuwe kengetallen (indexatie naar huidige prijspeil) Binnenplanse wegdelen 2733119 en 733120 zijn opgenomen in grondexploitatie Harselaar Zuid 1B en 2
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
14
4. Bovenwijkse voorzieningen Tabellen NBI Omschrijving bovenwijkse voorziening Projectnummer(s) Profijtelijk voor
2026 Hoofdstructuur Verkeer inclusief kruispunt(aanpassing)en, kunstwerken en inpassingen 733118, 733119, 733120, 733121, 733122, 733123, 733124, 733128, 733129, 733130 en 733131 Integrale (gefaseerde) ontwikkeling van bedrijventerreinen Harselaar-Driehoek (Oost), Harselaar-Driehoek West (Hanzeweg), Harselaar-Zuid Fase 1A, Harselaar-Zuid Fase 1B en Harselaar-Zuid Fase 2
BoVo Rapportage Kasstroom
€ -17.815.853
5,0%
3,5%
3,5%
2,0%
2,0%
Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Kostenstijging Totale kosten
Totaal Boekwaarde Te realiseren € -12.264.476 € -4.579.055 € -7.685.421 € € -7.822.104 € -1.352.849 € -6.469.255 € € -59.386.177 € -8.587.635 € -50.798.542 € € -10.444.869 € - € -10.444.869 € € -89.917.626 € -14.519.539 € -75.398.088 €
2026 -1.152.813 € -323.463 € -2.539.927 € -70.712 € -4.086.915 €
2027 -1.152.813 € -323.463 € -2.539.927 € -195.332 € -4.211.535 €
2028 -1.537.084 € -323.463 € -2.539.927 € -302.387 € -4.702.861 €
2029 -1.921.355 € - € - € - € -1.921.355 €
2030 2031 2032 2033 -1.921.355 € - € - € - € -323.463 € -1.617.314 € -1.940.776 € -1.617.314 € -2.539.927 € -12.699.636 € -15.239.563 € -12.699.636 € -454.414 € -2.603.852 € -3.530.721 € -3.287.452 € -5.239.159 € -16.920.801 € -20.711.060 € -17.604.401 €
2034 - € - € - € - € - €
2035 -
- € - € - € 1.259.153 € - € - € - € 1.259.153 €
- € - € - € 1.259.153 € - € - € - € 1.259.153 €
- € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € - € 1.259.153 € 1.259.153 € 1.259.153 € 1.259.153 € 1.259.153 € 1.259.153 € 2.528.899 € 2.528.899 € - € - € - € - € - € - € 1.484.959 € 1.484.959 € - € - € - € 12.369.404 € 12.369.404 € 12.369.404 € 12.369.404 € 12.369.404 € 3.788.053 € 16.157.456 € 15.113.516 € 15.113.516 € 13.628.557 € 13.628.557 €
-
Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen Harselaar-Driehoek (Oost) Bijdragen Harselaar-Driehoek West Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 1A Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 1B Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 2 Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
€ 205.000 € 4,1% € 4.339.258 € 0,5% € 426.360 € 13,4% € 11.985.658 € 5,7% € 5.097.815 € 3,3% € 2.969.917 € 73,1% € 64.893.618 € € 89.917.626 €
Saldo (- = kosten, + = opbrengsten) Kasstroom per jaar Kasstroom cumulatief
€ €
205.000 € - € 4.339.258 € - € 426.360 € - € 1.912.431 € 10.073.227 € 40.017 € 5.057.798 € - € 2.969.917 € 3.046.600 € 61.847.018 € 9.969.666 € 79.947.961 €
-4.549.873 -4.549.873
€ €
-
€ € € € € € € €
2,0%
-4.086.915 € -2.952.381 € -3.443.708 € 1.866.697 € 10.918.297 € -8.636.788 € -11.589.169 € -15.032.877 € -13.166.179 € -2.247.883 €
2,0%
-1.807.285 € -4.055.168 €
2,0%
2,0%
2,0%
-5.597.545 € -3.975.844 € 13.628.557 € -9.652.713 € -13.628.557 € - €
Eindwaarde
BoVo Rapportage Fasering Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten
Totaal 100% 100% 100% 100%
Boekwaarde 37% 17% 14% 16%
Te realiseren 63% 83% 86% 84%
2026 9% 4% 4% 5%
2027 9% 4% 4% 5%
2028 13% 4% 4% 5%
2029 16% 0% 0% 2%
2030 16% 4% 4% 6%
2031 0% 21% 21% 19%
2032 0% 26% 26% 23%
2033 0% 21% 21% 20%
2034 0% 0% 0% 0%
2035 0% 0% 0% 0%
Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen Harselaar-Driehoek (Oost) Bijdragen Harselaar-Driehoek West Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 1A Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 1B Bijdragen Harselaar-Zuid Fase 2 Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
100% 100% 100% 100% 100% 100% 100% 100%
100% 100% 100% 16% 1% 0% 5% 11%
0% 0% 0% 84% 99% 100% 95% 89%
0% 0% 0% 84% 0% 0% 0% 0%
0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1%
0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 1%
0% 0% 0% 0% 50% 0% 0% 4%
0% 0% 0% 0% 50% 0% 19% 18%
0% 0% 0% 0% 0% 50% 19% 17%
0% 0% 0% 0% 0% 50% 19% 17%
0% 0% 0% 0% 0% 0% 19% 15%
0% 0% 0% 0% 0% 0% 19% 15%
0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0%
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
15
5. Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
16
5. Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving 5. Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving
5.1 Toelichting Het beleid met betrekking tot het kostenverhaal van deze investeringen is bij de eerste vaststelling van voorliggende nota - eind 2013 - reeds bepaald en zal ook onder de Omgevingswet ongewijzigd worden voortgezet. Destijds, onder de Wro, werden deze investeringen ‘Ruimtelijke ontwikkelingen’ genoemd. Met de inwerkingtreding van de Ow per 1 januari 2024 vallen deze onder een nieuwe naam ‘Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgevingen’. Deze investeringen hebben betrekking op infrastructurele werken voor snelverkeer (Harselaar tunnel en Randweg West), enkele snelfietspaden en een groenzone (Esvelderbeekzone – uitloopgebied en waterbufferzone). Harselaar tunnel en Esvelderbeekzone zijn inmiddels afgerond, de financiële overzichten zijn om die reden weggelaten in deze rapportage. Deze investeringen gemoeid met deze twee projecten tellen wel mee om te komen tot de bijdrage per woning en per ha bedrijventerrein (zie volgende bladzijde). De RO-projecten bevinden zich in de directe nabijheid van de kern Barneveld en de kern Voorthuizen en in de zone tussen deze kernen; bedrijventerrein Harselaar. Een en ander is op kaart verbeeld op de voorgaande bladzijde.
Hoewel het de gemeente vrijstaat om te komen tot een kostentoedeling heeft de gemeente invulling willen geven aan het criterium ‘profijt’ zoals beschreven in de Ow (artikel 13.11 lid 1 sub a en sub b), zie ook hoofdstuk 2. De (destijds) aangewezen ontwikkelingslocaties hebben het meest profijt van de realisatie van geschetste kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving. Ontwikkelingslocaties binnen deze gebieden worden daarom gevraagd om een kostenbijdrage. De overige (kleine) kernen binnen de gemeente, zoals Kootwijkerbroek, Zwartbroek, Stroe en Terschuur zijn vanwege de afstand niet direct gebaat bij deze kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving. Deze kernen zijn daarom verder buiten beschouwing gelaten. De kostenverdeling (proportionaliteits-criterium) is tot stand gekomen door de toepassing van ‘woningequivalenten’. Hierbij is de aanwas van woningen en bedrijventerrein Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
vergeleken met de bestaande voorraad cq ‘bestaand gebied’. Uit deze analyse blijkt dat het merendeel ten laste komt van ‘bestaand gebied’ (circa 75%). Een nadere uitwerking en toelichting over deze verdeelsleutel is opgenomen in bijlage 3. In tabel 5.1 zijn de aangewezen ontwikkelingslocaties en kostenbijdragen weergegeven. In de na volgende paragrafen van dit hoofdstuk worden de kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving separaat toegelicht. Per investering worden de relevante aspecten behandeld. Er is een korte omschrijving opgenomen, de duiding van de aangewezen ontwikkelingslocaties waarvan een financiële bijdrage wordt verlangd, een duiding van de kostenverdeelsleutel, een weblink naar de kaderstelling en een (schetsmatige) verbeelding van de het werk en werkzaamheden waar de investering op ziet. Ook is een kasstroom overzicht beschikbaar zoals deze worden toegepast voor grondexploitaties. De doorlooptijd waarbinnen kosten worden gemaakt en dekking wordt verkregen geeft een goede indicatie van de voortgang. Tabel 5.1: Bijdrage ‘kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving’ per locatie (bedragen in tabel 5.1 hebben een prijspeil 2025→ met 3% geïndexeerd naar prijspeil 2026) Ontwikkelingslocatie
%-bijdrage
Kostenbijdrage
De Burgt II + III en vervolg fasen
4,9%
€ 1.525.789
Holzenbosch I + II + West + Wiksel Eng eo Blankensgoed Noord Barneveld Noord (Bloemendal) eo Kromme Akker Zuid Veller-Oost Thorbeckelaan Noord Harselaar Driehk West Harselaar Zuid Fase 1A
3,9% 0,1% 5,5% 0,3% 0,6% 0,9% 0,1% 3,1%
€ 1.339.744 € 32.077 € 1.709.697 € 80.192 € 175.354 € 281.922 € 43.361 € 951.873
Harselaar Zuid Fase1B
1,8%
€ 550.366
Harselaar Zuid Fase 2 Harselaar-Afvalverw. Verbindingsweg Valkseweg Blankensgoed fase 4
1,5% 0,4% 1,1% 0,7% 0,1%
€ 444.446 € 109.434 € 340.673 € 227.128 € 29.938
Subtotaal
24,9%
€ 7.841.992
Bestaand gebied
75,1%
€ 23.402.721
Totaal
100%
€ 31.244.714
17
5. Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving Bovenstaand overzicht leidt tot een bijdrage voor 2026 per nieuwbouwwoning van € 1.101,- en die voor de ontwikkeling van een bruto hectare bedrijventerrein (= som oppervlakte bedrijfskavels en openbare ruimte) € 21.267,-. Voornoemde bijdragen zijn t.o.v. 2025 naar prijspeil 2026 geïndexeerd met 3%.
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
18
5. Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
19
5. Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving 5.2 Randweg West Projectbeschrijving Investeringsnummer Omschrijving Profijtelijk voor
Proportionaliteit Voortgang Kaderstelling
: geen : Westelijk van kern Barneveld gelegen randweg die Plantagelaan verbindt met Nijkerkerweg : De Burgt, Holzenbosch I, Voorthuizen-Zuid (o.a. Holzenbosch II, Wikselaarse Eng, Kromme Akker-Zuid ea), Blankensgoed, Blankensgoed Noord, Bloemendal (Barneveld Noord), Thorbeckelaan-Noord, Harselaar-Driehoek West, Harselaar-Zuid Fase 1A, Harselaar-Zuid Fase 1B, Harselaar-Zuid Fase 2, Harselaar-Zuid Afvalverwerking, Verbindingsweg, Barneveld Zuidoost, : Verdeelsleutel Woningequivalenten (bijlage 3) : Planvorming in voorbereiding : zie Structuurvisie kernen Barneveld 2022 (zie o.a. deel 2 blz.35,38,39).
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
20
5. Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving Tabellen NBI Omschrijving ruimtelijke ontwikkeling Projectnummer(s) Profijtelijk voor
Randweg West Geen De Burgt II, Holzenb. I en II, Blankensgoed-Noord, Bloemendal (Barneveld-Noord), Kromme Akker Zuid, Veller Oost, Thorb.ln-Noord, Hars.Driehoek-West, Hars.Zuid Fase 1A, -1B, -2, Hars. Afvalverwerking, Verbindingsweg, Valkseweg, Blankensgoed fase 4 en bestaand gebied
RO Rapportage Kasstroom Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingslocaties Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
Totaal Boekwaarde Te realiseren € -1.500.000 € - € -1.500.000 € € -2.471.207 € - € -2.471.207 € € -8.237.356 € - € -8.237.356 € € -12.208.563 € - € -12.208.563 €
€ 25,1% € 3.064.181 74,9% € 9.144.382 € 12.208.563
Saldo (- = kosten, + = opbrengsten) Kasstroom per jaar Kasstroom cumulatief
€ € € €
-
€ €
-
€ € 3.064.181 € 9.144.382 € 12.208.563
2025 - € - € - € - €
€ € € €
121.326 121.326
€ € € €
€ €
121.326 € 121.326 €
2026 - € -123.560 € - € -123.560 €
2027 -375.000 € -370.681 € - € -745.681 €
267.226 92.548 359.775
397.174 558.525 955.699
€ € € €
236.214 € 357.541 €
2028 2029 2030 2031 -375.000 € -375.000 € -375.000 € - € -617.802 € -617.802 € -370.681 € -247.121 € - € -823.736 € -3.294.942 € -3.294.942 € -992.802 € -1.816.537 € -4.040.623 € -3.542.063 €
€ € 346.674 € 743.622 € 1.090.296
210.018 € 567.559 €
€ - € - € - € € 470.120 € 290.112 € 228.254 € € 1.360.612 € 3.026.483 € 2.653.054 € € 1.830.731 € 3.316.594 € 2.881.308 €
97.495 € 665.053 €
14.194 € 679.247 €
-724.029 € -44.782 €
-660.755 € -705.537 €
2032 - € -123.560 € -823.736 € -947.296 €
2033 e.v. -
15.705 709.538 725.242
€ € € €
11.861 11.861
-222.053 € -927.590 €
11.861 -915.729 Eindwaarde
RO Rapportage Fasering Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten
Totaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0%
Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingslocaties Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
0,0% 100,0% 100,0% 100,0%
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
Boekwaarde Te realiseren 0,0% 100,0% 0,0% 100,0% 0,0% 100,0% 0,0% 100,0%
0,0% 0,0% 0,0% 0,0%
0,0% 100,0% 100,0% 100,0%
2025 0% 0% 0% 0%
2026 0% 5% 0% 1%
2027 25% 15% 0% 6%
2028 25% 25% 0% 8%
2029 25% 25% 10% 15%
2030 25% 15% 40% 33%
2031 0% 10% 40% 29%
2032 0% 5% 10% 8%
2033 e.v. 0% 0% 0% 0%
0% 4% 0% 1%
0% 9% 1% 3%
0% 13% 6% 8%
0% 11% 8% 9%
0% 15% 15% 15%
0% 9% 33% 27%
0% 7% 29% 24%
0% 1% 8% 6%
0% 0% 0% 0%
21
5. Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving 5.3 Fiets(snel)paden Projectbeschrijving Investeringsnummer Omschrijving Profijtelijk voor
Proportionaliteit Voortgang Kaderstelling
: 723033, 723105, 723127, 723138, 723139, 723160, 723161, 733034, 733127 : Diverse doorgaande fietspaden (VL1, VL2 en VL3, zie kaart op blz 26) : De Burgt, Holzenbosch I, Voorthuizen-Zuid (o.a. Holzenbosch II, Wikselaarse Eng, Kromme Akker-Zuid ea), Blankensgoed, Blankensgoed Noord, Bloemendal (Barneveld Noord), Thorbeckelaan-Noord, Harselaar-Driehoek West, Harselaar-Zuid Fase 1A, Harselaar-Zuid Fase 1B, Harselaar-Zuid Fase 2, Harselaar-Zuid Afvalverwerking, Verbindingsweg, Barneveld Zuidoost, : Verdeelsleutel Woningequivalenten (bijlage 3) : Partieel gerealiseerd en partieel planvorming in voorbereiding : Raad december 2014 (zie punt 11) en raad november 2016 (zie punt 10.x.8).
-
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
22
5. Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving Tabellen NBI Omschrijving ruimtelijke ontwikkeling Projectnummer(s) Profijtelijk voor
Fiets(snel)paden - diverse 723033, 723105, 723127, 723138, 723139, 723160, 723161, 733034, 733127 De Burgt II, Holzenb. I en II, Blankensgoed-Noord, Bloemendal (Barneveld-Noord), Kromme Akker Zuid, Veller Oost, Thorb.ln-Noord, Hars.Driehoek-West, Hars.Zuid Fase 1A, -1B, -2, Hars. Afvalverwerking, Verbindingsweg, Valkseweg, Blankensgoed fase 4 en bestaand gebied
RO Rapportage Kasstroom Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingslocaties Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
Totaal Boekwaarde Te realiseren € -1.346.875 € - € -1.346.875 € € -2.930.798 € -303.048 € -2.627.750 € € -9.769.326 € -3.414.460 € -6.354.866 € € -14.046.999 € -3.717.508 € -10.329.491 €
€ 1.900.000 25,1% € 3.048.729 74,9% € 9.098.270 € 14.046.999
Saldo (- = kosten, + = opbrengsten) Kasstroom per jaar Kasstroom cumulatief
2025 - € - € - € - €
€ 926.770 € 973.230 € 378.169 € 2.670.560 € 2.412.569 € 6.685.701 € 3.717.508 € 10.329.491
€ € € €
120.714 120.714
€ €
€ €
120.714 € 120.714 €
-
€ € € €
2026 - € -131.387 € - € -131.387 €
2027 -336.719 € -394.162 € - € -730.881 €
2028 2029 2030 2031 -336.719 € -336.719 € -336.719 € - € -656.937 € -656.937 € -394.162 € -262.775 € - € -635.487 € -2.541.946 € -2.541.946 € -993.656 € -1.629.143 € -3.272.828 € -2.804.721 €
2032 - € -131.387 € -635.487 € -766.874 €
2033 e.v. -
265.879 85.040 350.919
395.171 473.058 868.229
344.926 643.138 988.064
97.323 15.626 496.355 609.303
€ € € €
544.744 544.744
-157.571 € -544.744 €
544.744 -
€ € € €
219.531 € 340.246 €
€ € € €
137.348 € 477.593 €
€ 97.323 € 389.292 € 389.292 € € 467.749 € 288.649 € 227.103 € € 1.054.453 € 2.118.318 € 1.815.339 € € 1.619.525 € 2.796.259 € 2.431.734 €
-5.592 € 472.001 €
-9.618 € 462.384 €
-476.569 € -14.185 €
-372.988 € -387.173 €
Eindwaarde
RO Rapportage Fasering Kosten Verwervingen (inbrengwaarden) Plankosten Werken, werkzaamheden en maatregelen Totale kosten
Totaal 100,0% 100,0% 100,0% 100,0%
Opbrengsten Subsidie en bijdragen Bijdragen ontwikkelingslocaties Bijdragen bestaand gebied Totale opbrengsten
100,0% 100,0% 100,0% 100,0%
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
Boekwaarde Te realiseren 0,0% 100,0% 10,3% 89,7% 35,0% 65,0% 26,5% 73,5%
48,8% 12,4% 26,5% 26,5%
51,2% 87,6% 73,5% 73,5%
2025 0% 0% 0% 0%
2026 0% 4% 0% 1%
2027 25% 13% 0% 5%
2028 25% 22% 0% 7%
2029 25% 22% 7% 12%
2030 25% 13% 26% 23%
2031 0% 9% 26% 20%
2032 0% 4% 7% 5%
2033 e.v. 0% 0% 0% 0%
0% 4% 0% 1%
0% 9% 1% 2%
0% 13% 5% 6%
0% 11% 7% 7%
5% 15% 12% 12%
20% 9% 23% 20%
20% 7% 20% 17%
5% 1% 5% 4%
0% 18% 0% 4%
23
Bijlage 1 Verdeelsleutel verkeersprognose Bijlage 1 Verdeelsleutel verkeersprognose Deze verdeelsleutel is toegepast voor de bovenwijkse voorzieningen die betrekking hebben op belangrijke hoofd-infrastructurele werken, werkzaamheden en maatregelen waarvan bestaand gebied mede profijt van ondervindt. De kosten zijn bepaald per wegvak. De kosten zijn verdeeld aan de hand van een verkeersprognose, waarbij per wegvak de herkomst van het verkeer is bepaald. De opgenomen bedragen zijn nominaal bepaald per prijspeil 1-1-2025, zonder rekening te houden met kostenstijgingen. De ontvangen subsidie is hierop in mindering gebracht. Verdeling kosten obv verkeersprognose Relatie BoVo versus ontwikkelingslocatie Harselaar-Driehoek Oost (OB4) Investering
Kosten
%-verkeer
Bijdrage
Harselaar-Driehoek West (OB5) %-verkeer
Bijdrage
Hars. Zuid - Fase 1A (OB6) %-verkeer
Bijdrage
Hars. Zuid Fase 1B (OB7) %-verkeer
Hars. Zuid Fase 2 (OB8)
Bijdrage
%-verkeer
Bestaand gebied
Bijdrage
%-verkeer
Totaal
Bijdrage
%-verkeer
Bijdrage
VI-A Verlengde Mercuriusweg - Wegvak 1
€
1.422.066
37,3%
€
530.431
4,0%
€
56.883
30,2%
€
429.464
1,3%
€
18.487
0,7%
€
9.954
26,5%
€
376.848
100,0%
€
1.422.066
VI-B 733118 - OW Wegvak 6b - HZF1A
€
16.535
2,1%
€
347
0,5%
€
83
19,4%
€
3.208
0,0%
€
-
7,8%
€
1.290
70,2%
€
11.608
100,0%
€
16.535
VI-C 733119 - Rotonde - HZF1B
€
1.488.867
2,1%
€
31.266
0,5%
€
7.444
19,4%
€
288.840
0,0%
€
-
7,8%
€
116.132
70,2%
€
1.045.184
100,0%
€
1.488.867
VI-C 733119 - OW Wegvak 6b - HZF1B
€
1.264.757
2,1%
€
26.560
0,5%
€
6.324
19,4%
€
245.363
0,0%
€
-
7,8%
€
98.651
70,2%
€
887.860
100,0%
€
1.264.757
VI-D 733120 - Rotonde - HZF2
€
1.488.867
1,0%
€
14.889
0,2%
€
2.978
22,1%
€
329.040
20,3%
€
302.240
23,1%
€
343.928
33,3%
€
495.793
100,0%
€
1.488.867
VI-D 733120 - OW Wegvak 6a - HZF2
€
1.120.797
1,0%
€
11.208
0,2%
€
2.242
22,1%
€
247.696
20,3%
€
227.522
23,1%
€
258.904
33,3%
€
373.225
100,0%
€
1.120.797
VI-D 733120 - Krsp Stationsweg - HZF2
€
3.042.433
1,0%
€
30.424
0,2%
€
6.085
22,1%
€
672.378
20,3%
€
617.614
23,1%
€
702.802
33,3%
€
1.013.130
100,0%
€
3.042.433
VI-E 733121 - Krsp A1 Noord
€
2.637.712
10,9%
€
287.511
0,9%
€
23.739
18,9%
€
498.528
8,3%
€
218.930
8,9%
€
234.756
52,1%
€
1.374.248
100,0%
€
2.637.712
VI-F 733122 - Krsp A1 Zuid
€
2.000.459
10,9%
€
218.050
0,9%
€
18.004
18,9%
€
378.087
8,3%
€
166.038
8,9%
€
178.041
52,1%
€
1.042.239
100,0%
€
2.000.459
VI-G 733123 - Krsp Energieweg
€
4.540.719
10,9%
€
494.938
0,9%
€
40.866
18,9%
€
858.196
8,3%
€
376.880
8,9%
€
404.124
52,1%
€
2.365.715
100,0%
€
4.540.719
VI-H 733124 - Wegvak 7a/b - Hfd weg ORB
€
6.830.326
3,1%
€
211.740
0,6%
€
40.982
19,4%
€
1.325.083
9,6%
€
655.711
3,5%
€
239.061
63,8%
€
4.357.748
100,0%
€
6.830.326
VI-H 733124 - Wegvak 7a/b - Rotonde Wess. Weg €
297.105
3,1%
€
9.210
0,6%
€
1.783
19,4%
€
57.638
9,6%
€
28.522
3,5%
€
10.399
63,8%
€
189.553
100,0%
€
297.105
VI-H 733124 - Wegvak 7a/b - Kruising Barnseweg €
72.426
3,1%
€
2.245
0,6%
€
435
19,4%
€
14.051
9,6%
€
6.953
3,5%
€
2.535
63,8%
€
46.208
100,0%
€
72.426
VI-H 733124 - Wegvak 7a/b - Kunstwrk & mil.maatr € 3.219.740
3,1%
€
99.812
0,6%
€
19.318
19,4%
€
624.630
9,6%
€
309.095
3,5%
€
112.691
63,8%
€
2.054.194
100,0%
€
3.219.740
VI-I 733124 - Wegvak 7c/d - Hfd weg ORB
€
5.041.431
1,0%
€
50.414
0,2%
€
10.083
7,6%
€
383.149
3,6%
€
181.492
1,1%
€
55.456
86,5%
€
4.360.838
100,0%
€
5.041.431
VI-I 733124 - Wegvak 7c/d - Rotonde Bankivaln €
1.178.580
1,0%
€
11.786
0,2%
€
2.357
7,6%
€
89.572
3,6%
€
42.429
1,1%
€
12.964
86,5%
€
1.019.471
100,0%
€
1.178.580
VI-I 733124 - Wegvak 7c/d - Omleid Hesselseweg €
892.394
1,0%
€
8.924
0,2%
€
1.785
7,6%
€
67.822
3,6%
€
32.126
1,1%
€
9.816
86,5%
€
771.921
100,0%
€
892.394
VI-I 733124 - Wegvak 7c/d - Spoortun & kunst wrk40.022.021 €
1,0%
€
400.220
0,2%
€
80.044
7,6%
€
3.041.674
3,6%
€
1.440.793
1,1%
€
440.242
86,5%
€
34.619.049
100,0%
€ 40.022.021
VI-J 733128 - Wegvak 3 - HD Oost
€
1.821.150
22,5%
€
409.759
5,0%
€
91.058
37,4%
€
681.110
1,7%
€
30.960
0,9%
€
16.390
32,5%
€
591.874
100,0%
€
1.821.150
VI-K 733129 - Wegvak 4a - NZ HZF1A
€
1.286.042
14,0%
€
180.046
2,8%
€
36.009
33,3%
€
428.252
1,7%
€
21.863
1,0%
€
12.860
47,2%
€
607.012
100,0%
€
1.286.042
VI-L 733130 - Wegvak 4b - NZ HZF1A
€
835.843
14,0%
€
117.018
2,8%
€
23.404
33,0%
€
275.828
1,9%
€
15.881
0,0%
€
-
48,3%
€
403.712
100,0%
€
835.843
VI-M 733131 - Wegvak 4c - NZ HZF1A
€
835.843
6,1%
€
50.986
1,2%
€
10.030
13,1%
€
109.495
1,0%
€
8.358
5,4%
€
45.136
73,2%
€
611.837
100,0%
€
835.843
VI-N 733131 - Wegvak 5 - NZ Agrarisch
€
2.465.273
4,8%
€
118.333
0,9%
€
22.187
20,4%
€
502.916
10,4%
€
256.388
4,3%
€
106.007
59,2%
€
1.459.441
100,0%
€
2.465.273
VI-O 733131 - Rotonde Wess weg
€
571.414
4,8%
€
27.428
0,9%
€
5.143
20,4%
€
116.569
10,4%
€
59.427
4,3%
€
24.571
59,2%
€
338.277
100,0%
€
571.414
€ 84.392.802
4,0%
€
3.343.546
0,6%
€
509.265
13,8%
€
11.668.587
5,9%
€
5.017.708
4,1%
€
3.436.711
71,6%
€
60.416.985
100,0%
€ 84.392.802
Totaal
De rapportage en analyse, uitgevoerd door een externe deskundige (GoudappelCoffeng), met betrekking tot de werkwijze en toerekeningspercentages per wegvak is hieronder integraal opgenomen. Voor de noodzakelijke aanpassingen van bestaande kruispunten (3 stuks) komt circa 50% van de kosten ten laste van de aangewezen ontwikkelingslocaties en circa 50% ten laste van bestaand gebied. Dit is bij de eerste vaststelling van de NBI in 2013 reeds bepaald en niet gewijzigd. Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
24
Bijlage 1 Verdeelsleutel verkeersprognose
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
25
Bijlage 1 Verdeelsleutel verkeersprognose
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
26
Bijlage 1 Verdeelsleutel verkeersprognose
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
27
Bijlage 1 Verdeelsleutel verkeersprognose
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
28
Bijlage 1 Verdeelsleutel verkeersprognose
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
29
Bijlage 1 Verdeelsleutel verkeersprognose
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
30
Bijlage 1 Verdeelsleutel verkeersprognose
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
31
Bijlage 1 Verdeelsleutel verkeersprognose
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
32
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
33
Bijlage 2 Verdeelsleutel woningequivalenten Bijlage 2 Verdeelsleutel woningequivalenten Deze verdeelsleutel is toegepast voor de ‘Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving’ waarbij de aangewezen ontwikkelingslocaties profijt hebben van de investeringen, alsmede het bestaand gebied. De aangewezen ontwikkelingslocaties bevinden zich in en rondom de kernen Barneveld, Voorthuizen en Harselaar. De verdeling is stapsgewijs tot stand gebracht, te weten: Stap 1: De bestaande en te ontwikkelen woningvoorraad (aantal) en bestaand en te ontwikkelen bedrijventerreinen (m2) voor de kernen Barneveld, Voorthuizen en Harselaar zijn in kaart gebracht. Stap 2: Om de m2-bedrijventerreinen vergelijkbaar te maken met de woningaantallen zijn de (bestaande en nieuwe) bedrijventerreinen omgerekend naar woning-equivalenten. Hierbij is aangesloten bij de normatieve verkeersgeneratiecijfers van het CROW. Stap 3: Een nadere onderverdeling tussen de ontwikkelingslocaties en bestaand gebied is gebaseerd op de onderlinge verhouding van het aantal woningequivalenten per locatie (ontwikkelingslocaties en bestaand gebied) ten opzichte van het totaal van alle woningequivalenten – nieuw en bestaand. De kostenverdeling van de ‘Kwaliteitsverbeteringen fysieke leefomgeving’, uitgedrukt als percentage, per locatie (ontwikkelingslocaties én bestaand gebied) is in onderstaande tabel samengevat.
Deze cijfers worden jaarlijks geactualiseerd, om de aanwas van woningen en bedrijventerreinen ten opzichte van referentiejaar 2013 te bepalen. Het jaar waarin dit beleid is vastgesteld. Het gemeentelijk beleid hieromtrent is niet gewijzigd.
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
34
Bijlage 2 Verdeelsleutel woningequivalenten KWALITEITSVERBETERINGEN FYSIEKE LEEFOMGEVING
Code ontw.locatie
Locaties
Stap 1: Inventarisatie woningvoorraad en hectaren bedrijventerrein
Stap 2: Berekening woningequivalenten
Stap 3: %kostenverdeling
verkeersgen. (CROW) BESTAAND (planologisch vastgesteld)
woningen
Bestaande woningvoorraad Bestaande bedrijventerrein
15.124
OW2 OB1 OB3 OB4 OB10 ORC1
Veller II, Barneveld Briellaerd Noord, Barneveld Columbizpark, Barneveld Harselaar-Driehoek Oost Harselaar West-west Evenementenhal
750
OW1 OW3 OW4 OW10 OW11 OW12 OB2 OB5 OB6 OB7 OB8 OB9 OG1 OG2 OG3
ONTWIKKELINGSLOCATIES De Burgt II en vervolg Holzenbosch I + II + West + Wikselaarse Eng eo Blankensgoed Noord Barneveld Noord Kromme Akker Zuid Veller Oost Thorbeckelaan Noord Harselaar-Driehoek West Harselaar-Zuid Fase 1A Harselaar-Zuid Fase 1B Harselaar-Zuid Fase 2 Harselaar-Zuid Afvalverwerking Verbindingsweg Valkseweg Blankensgoed fase 4
Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
ha bedr. Bruto 245,3
4,5 5,9 26,5 18,7 10,5
1.427 1.253 30 1.599 75 164
308 28
13,7 2,1 46,1 26,7 21,5 5,3 0,5 11
m2 BVO
per woning
per ha bedr.ter.
per m2 BVO
won. Equivalent
% woningequival. op totaal 51,76%
6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3
121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66
0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096
15.124 4.737 0 750 87 114 512 361 203
6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3 6,3
121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66 121,66
0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096 0,096
1.427 1.253 30 1.599 75 164 264 41 890 515 416 102 319 212 28
4,88% 4,29% 0,10% 5,47% 0,26% 0,56% 0,90% 0,14% 3,05% 1,76% 1,42% 0,35% 1,09% 0,73% 0,10% 25,10%
Totaal woningequivalenten =>
29.222
100%
16,21% 0,00% 2,57% 0,30% 0,39% 1,75% 1,24% 0,69% 74,90%
35
Bijlage 3 Begrippenlijst
Bijlage 3 Begrippenlijst Anterieure overeenkomst (AOK) Een overeenkomst die op grond van artikel 13.13 lid 1 Ow (Omgevingswet) (voorheen artikel 6.24 Wro) wordt gesloten tussen gemeente en private partij voorafgaand aan de planologische besluitvorming. Bij een AOK geldt het beginsel van de contractvrijheid. In het algemeen worden in een anterieure overeenkomst afspraken vastgelegd die zien op de woningcategorieën en aantallen, locatie-eisen, afspraken over bouw- en woonrijp maken, nutsvoorzieningen en inrichting openbare ruimte, benodigde grondtransacties (bijvoorbeeld overdracht openbaar gebied naar gemeente), kostenverhaal, voorwaarden tot verzekering van kostenverhaal (bijv. bankgarantie of vooruitbetaling) en het doorleggen van planschadeclaims. BBV Afkorting voor Besluit Begroting en Verantwoording. In dit besluit zijn eisen en regels opgenomen met betrekking tot de jaarverslaggeving van de gemeente. Ook de wijze waarop verslag gedaan moet worden over de gemeentelijke grondexploitaties is hierin opgenomen. Boekwaarde Het saldo van geboekte (gerealiseerde) kosten en opbrengsten op een, in dit geval, investeringsproject. Bouwrijp maken (BRM) Het geschikt maken van een gebied om te kunnen worden bebouwd.
De werkzaamheden kunnen bestaan uit het slopen en verwijderen van bestaande opstallen, verharding en bossages, ophogen en/of grondverbeteringen, het verleggen en/of aanleggen van kabels en leidingen, aanleg van riolering, aanleg van een bouwweg, realisatie van een waterhuishoudkundige structuur (wadi’s, waterpartijen). Bovenwijkse voorziening Voorzieningen die (i) een functie hebben voor meerdere ontwikkelingslocaties. Deze kunnen zowel buiten als binnen de in exploitatie te nemen Nota Bovenwijkse Investeringen – 2026
ontwikkelingslocatie liggen. Van een bovenwijkse voorziening is sprake als (ii) de investering voldoet aan de drie criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit uit de Wro. De gemeente is verplicht de kosten te verhalen. Het gaat om een investeringen die zijn opgenomen in de kostensoortenlijst van het Ob en de kosten vormen onderdeel van de grondexploitatie. Deze kosten kunnen zowel anterieur als publiekrechtelijk – middels het vaststellen van een omgevingsplan met kostenverhaalregels - worden verhaald. De bovenwijkse voorziening maakt in de NBI deel uit van de ‘bovenwijkse investeringen’. Bovenwijkse investering Een verzamelterm in de NBI voor diverse investeringen waar meerdere ontwikkelingslocaties profijt van ondervinden en/of die het algemeen belang dienen van de gemeente waarbij het nut verder gaat dan die ene straat of (nieuwbouw)wijk. Bovenwijkse investeringen zijn onder verdeelt in ‘bovenwijkse voorzieningen’ en ‘kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving’. BWRM Afkorting voor bouw- en woonrijpmaken. Doorlooptijd Synoniem voor looptijd. Geeft de geprognotiseerde duur, veelal in jaren, van de grondexploitatie of investering weer. Eindwaarde Het saldo (resultaat van opbrengsten minus kosten) van een grondexploitatie aan het eind van de geprognotiseerde looptijd, bij afsluiten.
Integrale ontwikkeling Integrale (gebieds)ontwikkeling richt zich op het doelmatig exploiteren van een afgebakend gebied, waarbij vanuit een overkoepelend beoogd eindbeeld wordt gehandeld. Het proces richt zich op het afstemmen tussen individuele belangen en het algemeen belang. Kadernota De gemeente stelt jaarlijks de Kadernota op, waarbij 4 jaren vooruit wordt gekeken. De gemeenteraad stelt de Kadernota vast. Dat gebeurt in de maand juni. In de kadernota bepaalt de gemeenteraad op hoofdlijnen wat de koers voor 36
Bijlage 3 Begrippenlijst de komende jaren is, en ook hoeveel dat in grote lijnen gaat kosten. Daarmee wordt bepaald wat er in ieder geval in de Programmabegroting moet staan om de doelen voor de korte en lange termijn te bereiken. Kasstroom Financieel overzicht van jaarlijkse uitgaven en inkomsten, alsmede de ontwikkeling van het projectsaldo (boekwaarde) in de tijd.
Is een jaarverslag over de voortgang en prognoses van gronden die de gemeente voor eigen rekening en risico ontwikkelt: de grondexploitaties. Deze worden separaat en in samenhang gepresenteerd en gaat in op de voortgang, mutaties, winsten en verliezen alsmede de stand van zaken mbt de financiële risico’s.
Kostenverhaal Het in rekening brengen van de gemeentelijke kosten (denk aan kosten voorbereiding en vaststelling van een omgevingsplan, aanleg voorzieningen van openbaar nut en inrichting openbare ruimte zoals straten, groen, riolering, planschade etc.) bij de (grondeigenaren van) profijtelijke ontwikkelingslocaties.
NBI, Nota Bovenwijkse Investeringen (kortweg NBI) Nota waarin het gemeentelijk beleid is verwoord met betrekking tot bovenwijkse investeringen, investeringen die voor meerdere ontwikkelingslocaties profijtelijk zijn. Hierin geeft de gemeente toepassing aan de wettelijke mogelijkheden voor kostenverhaal van bovenwijkse investeringen en wordt een actueel overzicht gegeven om welke investeringen het gaat en welke ontwikkelingslocaties een bijdrage in de kosten moeten leveren.
Kostenverhaalsgebied Op kaart (geometrisch) aangewezen gebied waarvoor de kostenverhaalsregels uit het omgevingsplan voor gelden.
Nominale waarde Huidige waarde. In de praktijk gaat het om de waarde gekoppeld aan een bepaalde peildatum.
Kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving Met kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving worden voorzieningen bedoeld die een functie hebben voor meerdere ontwikkelingslocaties. Deze kunnen zowel buiten als binnen een kostenverhaalgebied liggen. Omdat niet hoeft te worden voldaan aan de criteria profijt, toerekenbaarheid en proportionaliteit uit de Ow is voor het vragen van een kostenbijdrage van belang de desbetreffende kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving is opgenomen in een vastgestelde structuurvisie of een oplegnotitie zoals voorliggende NBI. Voorbeelden van kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving zijn rood voor groenarrangementen, uitloopgebieden en recreatieve netwerken, natuur, waterberging en infrastructurele werken en werkzaamheden. De kwaliteitsverbetering fysieke leefomgeving maakt in de NBI deel uit van de ‘bovenwijkse investeringen’.