CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Koersdocument Omgevingswet.pdf

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Koersdocument Omgevingswet21.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Bevoegd gezag

Omgevingsbesluit (art. 10.7)

Omgevingsprogramma

Motiveringsplicht: het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn.

Bevoegd gezag

Omgevingsbesluit (art. 10.8)

Omgevingsplan

Het bevoegd gezag geeft bij de kennisgeving van het voornemen om een omgevingsplan vast te stellen aan hoe het de participatie vormgeeft. Het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn.

Bevoegd gezag (is B&W gemeente)

Omgevingsbesluit (art. 10.2, eerste lid) Omgevingsbesluit (art. 10.2, tweede lid)

Omgevingsvergunning

In de omgevingsregeling wordt een aanvraagvereiste Initiatiefnemer participatie opgenomen. De initiatiefnemer moet aangeven of en zo ja hoe hij aan participatie heeft gedaan. Het bevoegd gezag betrekt deze informatie bij de integrale belangenafweging. De gemeenteraad kan participatie verplicht stellen voor “buitenplanse” aanvragen.

Omgevingswet (art. 16.55) Het aanvraagvereiste wordt uitgewerkt in de Omgevingsregeling.

Barneveld

OMGEVINGSWET

PARTICIPATIE EN DE SAMENLEVING KOERSDOCUMENT

34

Een belangrijke wijziging die de Omgevingswet teweegbrengt is dat de gemeente bij initiatieven uit de samenleving niet meer eerstverantwoordelijke is voor de participatie. Een initiatiefnemer (dit kan de gemeente zijn, inwoner of een externe partij) moet in de vergunningsaanvraag verantwoorden of en op welke manier het participatieproces is vormgegeven en wat hiervan de uitkomst is. Daarmee komt de nadruk van de participatie te liggen op de fase van het ‘verkennen’ van het initiatief, de fase van het vooroverleg. Het bevoegd gezag, veelal het college, zal de informatie uit het participatieproces kunnen meewegen in de afweging van de belangen. BINNEN BARNEVELD Binnen Barneveld is participatie geen nieuw begrip. Het belang van participatie heeft de afgelopen jaren al extra aandacht gekregen. De terminologie verschuift van inspraak naar participatie. De Omgevingswet is een belangrijke katalysator in dit proces. De verschuiving van de rol van de gemeente van sturen en van bovenaf opleggen naar participeren en faciliteren, sluit helemaal aan bij de doelstellingen van de Omgevingswet. De gedachte daarbij is dat vroegtijdige participatie met de omgeving (burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties), bij de voorbereiding van beleids- en besluitvorming, zal leiden tot meer kwaliteit en meer draagvlak. In Barneveld gebeurt al heel veel op het gebied van participatie.

Zoals bij de voorbereiding van beleidsplannen op initiatief van de gemeente (beleidsplan Sociaal Domein), of bijvoorbeeld de uitvoering van het Speelruimtebeleidsplan. Met nieuwe vormen van participatie doen we ervaring op bij het maken van de Omgevingsvisie Barneveld Centrum. En ook bij de dorpsplannen op initiatief van de inwoners zelf. Inwoners worden nauw betrokken bij de concrete uitvoering van allerlei plannen, waarbij een grote mate van betrokkenheid, enthousiasme en inzet van inwoners, organisaties en de gemeente zichtbaar is. We leren elke dag bij. Het is een zoektocht naar het vinden van de juiste aansluiting bij de leefwereld van de inwoners. Uit de interviews blijkt wel dat we vaak nog denken in vrij klassieke vormen van participatie (zaaltje, koffie..). Soms werkt dat prima, maar er zijn talloze creatieve vormen van participatie die beter kunnen werken in bepaalde situaties. De gemeente Barneveld heeft al bepaalde keuzes gemaakt voor interactieve beleidsvorming. Bijvoorbeeld in de Nota Communicatiebeleid ‘van burgerparticipatie naar overheidsparticipatie’. In de Strategische Visie ‘Barneveld 2030’ wordt ingezet op uit het uitbouwen van de netwerksamenleving. Centraal daarin staat verder de gedachte “Zelf – Samen – Gemeente”.

Dit drukt uit dat we de samenleving in staat willen stellen zelf verantwoordelijkheid te dragen en zelfredzaam te zijn, eventueel met behulp van de omgeving. Daar waar dat aanvullend nodig is, komt de gemeente in beeld. Dit betekent ook iets voor de verhouding tussen gemeente en samenleving in het licht van de Omgevingswet en kleurt in hoe wij tegen participatie aankijken. De interne stuurgroep Burgerparticipatie Barneveld is actief bezig participatie binnen de gehele ambtelijke organisatie uit te lijnen. Met behulp van een extern bureau zal er een Barneveldse aanpak voor participatie komen, met trainingen en een bijbehorende toolbox. De samenhang met de Omgevingswet wordt tevens besproken in deze stuurgroep.

Barneveld

OMGEVINGSWET

PARTICIPATIE EN DE SAMENLEVING KOERSDOCUMENT

35

Uitgangspunten voor een te formuleren participatiebeleid zijn ook op initiatief van de gemeenteraad opgenomen in de Notitie ‘Participatie in Barneveld’ (vastgesteld in 2019). In de afbeelding hierboven zijn die uitgangspunten weergegeven. Ze zien wel vooral op participatie bij beleidsinitiatieven en niet op participatie bij initiatieven vanuit de samenleving. Op basis van deze notitie wordt nu een participatiebeleid uitgewerkt. Dit wordt geïntegreerd met de implementatie van de Omgevingswet. PARTICIPATIEBELEID EN INITIATIEVEN VANUIT DE SAMENLEVING Op grond van de Omgevingswet is elke gemeente straks verplicht om participatiebeleid op te stellen. Naast participatie voor eigen (beleids)initiatieven van de gemeente, zal ook beleid opgesteld moeten worden voor participatie bij initiatieven vanuit de samenleving. In sommige gevallen kan de gemeenteraad dat verplicht stellen. Namelijk als sprake is van een initiatief dat niet past in het Omgevingsplan. Bij de beantwoording van de vraag welke gevallen daarvoor in aanmerking komen stellen we voor aan te sluiten bij die zaken waarvoor de raad heeft aangegeven dat zij daarover wil kunnen adviseren (met instemming). Zie daarover meer in Hoofdstuk 8 waar concreet wordt ingegaan op de besluiten die de gemeenteraad in de aanloop naar de Omgevingswet moet nemen.

6. ONZE KOERS Voor 1 januari 2022 wijst de gemeenteraad aan in welke gevallen van “buitenplanse” initiatieven participatie verplicht wordt gesteld. Daarbij sluiten we aan bij die zaken waarvan de raad zal aangeven dat zij daarover wil kunnen adviseren (met instemming). In alle gevallen waarin participatie niet verplicht is, staat het de initiatiefnemer vrij om al dan niet zijn of haar omgeving te raadplegen. We willen wel stimuleren om dat zoveel mogelijk te doen in die gevallen die impact hebben op de omgeving. Maar als een initiatiefnemer in een dergelijk geval de omgeving niet raadpleegt en of dat niet doet zoals wij dat graag hadden gezien, dan kan dat geen grond zijn voor het weigeren van de vergunning.

Barneveld

OMGEVINGSWET

PARTICIPATIE EN DE SAMENLEVING KOERSDOCUMENT

36

Wij willen in 2021 participatiebeleid opstellen. Dit beleid zal ter besluitvorming aan de gemeenteraad worden voorgelegd. Op basis daarvan zal vervolgens de participatieverordening worden herzien. In ons beleid zullen we een participatieleidraad opnemen zodat initiatiefnemers weten wat wij vanuit de gemeente verstaan onder een goed participatieproces. Dat schept ook duidelijkheid voor initiatiefnemers. We vullen dit aan met een Inspiratieboek Participatie, waarin allerlei vormen van participatie worden beschreven die in de praktijk kunnen worden gebruikt, afhankelijk van de situatie

7. ONZE KOERS Voor 1 januari 2022 stellen we ons participatiebeleid vast. Voor (beleids) initiatieven van de gemeente is de door de gemeenteraad in 2019 vastgestelde Notitie Participatie uitgangspunt. Daarnaast formuleren we ons participatiebeleid voor initiatieven vanuit de samenleving. Een participatieleidraad is onderdeel van ons beleid. Dit vullen we aan met een Inspiratieboek Participatie. Daarmee scheppen we duidelijkheid naar de samenleving en naar initiatiefnemers.

PARTICIPATIELADDER In het communicatieplan voor de Omgevingswet vormt de wijze van participatie een belangrijk onderdeel. De participatieladder vormt hierbij de basis waarop de communicatie uitingen worden gebaseerd. Per trede van de participatieladder staat aangegeven welk communicatiemiddel ingezet kan worden. Bijvoorbeeld bij meedenken: online via ‘social media’, ‘webinar tools’, participatieplatformen als een info ruimte, roadshow of marktbezoek. Mede op basis van een doelgroepenoverzicht bepalen we de trede van participatie en krijg je inzicht welke doelgroep in welke mate betrokken is en welke rol die heeft, of zou moeten krijgen. 1. Informeren 2. Raadplegen (inspraak) 3. Adviseren 4. Co-productie / co-creatie 5. Meebeslissen

Hoe dit toegepast kan worden werken we uit in de participatieleidraad.

Barneveld

OMGEVINGSWET

BARNEVELD IN DE REGIO EN IN DE KETEN KOERSDOCUMENT

37

Hoofdstuk 6: Barneveld in de regio en in de keten SAMENWERKEN IN DE REGIO De Omgevingswet biedt gemeenten meer eigen afwegingsruimte. Dat betekent bijvoorbeeld meer mogelijkheden om te variëren in normen op het gebied van geluid, geur of andere waarden die we belangrijk vinden voor de kwaliteit van onze leefomgeving. Omdat daarmee de kans groter wordt dat er verschillen ontstaan in beleid tussen gemeenten, mag worden verwacht dat er ook meer afstemming nodig zal zijn. Het heeft immers alleen nut om doelen, waarden of normen voor de leefomgeving te stellen als die ook realiseerbaar zijn. En bijvoorbeeld lichthinder, of geluid houden zich niet netjes aan gemeentegrenzen. Dus moet je met je buren in overleg. Dit is temeer aan de orde wanneer we ervoor kiezen om met concrete omgevingswaarden te gaan werken. Zie over omgevingswaarden de voetnoot op pagina 6. Maar ook andere doelen, ambities en opgaven kunnen soms alleen gerealiseerd worden in afstemming en samenwerking met omliggende gemeenten, de Regio Foodvalley, de regio Amersfoort, de Provincie Gelderland en/of het waterschap. Denk aan onderwerpen als de energietransitie, mobiliteit, het sociaal domein of de woonopgave. RANDVOORWAARDEN Voor een deel kunnen we als gemeente onze eigen koers bepalen.

Voor een ander deel worden we geconfronteerd met randvoorwaarden (beleidsmatig of juridisch) die onze beleidsvrijheid inperken, soms vergaand. Belangrijke voorbeelden daarvan zijn de provinciale Omgevingsvisie (POVI) en de provinciale omgevingsverordening. De binding aan de regio of de provincie biedt ook kansen. Een goede samenwerking helpt ons bij het realiseren van onze lokale doelen. De visie op samenwerking in de regio zal in lijn gebracht moeten worden met de inhoudelijke doelen en ambities die we in de instrumenten gaan opnemen. Concreet kunnen we dit nu nog niet bepalen. De instrumenten zijn immers nog niet gevuld. Maar een aantal algemene uitgangspunten zouden we wel kunnen formuleren. WAAROM SAMENWERKEN Bij de voorbereiding op dit Koersdocument is gebleken dat er in Barneveld heel verschillend wordt aangekeken tegen het motief van regionale samenwerking. Sommigen benaderen dit vanuit het gegeven dat primair moet worden gedacht vanuit Barnevelds belang. Anderen denken veeleer vanuit regionaal belang. De bestuurlijke lijn is “lokaal wat kan, regionaal wat moet”.

Barneveld

OMGEVINGSWET

BARNEVELD IN DE REGIO EN IN DE KETEN KOERSDOCUMENT

38

Een duidelijke visie op regionale samenwerking blijkt er in Barneveld niet te zijn. Een rode draad is wel dat we de opgave de aard van de samenwerking willen laten bepalen. Dat dit tot een versnipperd beeld leidt vinden we daarbij geen bezwaar. Daarbij is wel duidelijk dat ons hart bij de Regio FoodValley ligt. De tevredenheid over de kwaliteit van die samenwerking is groeiende. De deelname aan de regio Amersfoort is rationeler van aard. Wat in die regio gebeurt kan directe betekenis hebben voor de gemeente Barneveld. Je kunt dan maar beter aan tafel zitten en meedoen. Barneveld heeft een aanzienlijke autonome groeiopgave. Daarnaast is er nog de druk vanuit de regio Amersfoort en vanuit het knooppunt Arnhem – Nijmegen. Bij die verstedelijksopgaven wordt nadrukkelijk ook naar Barneveld gekeken Dit vraagt om een visie op de positie van Barneveld in de regio en binnen dit krachtenveld. In de Omgevingsvisie kan dit een plek krijgen. Dat geldt niet alleen voor de verstedelijksopgave, maar ook voor zaken als de toekomst van het buitengebied en de agrarische sector. Er is een urgentie om op korte termijn de positie van Barneveld te bepalen ten aanzien van de in de vorige alinea genoemde verstedelijksopgave. Wachten op de Omgevingsvisie duurt te lang, aangezien het nog zeker 2 jaar duurt voordat die er is.

Vooruitlopend daarop zal daarom het komend half jaar die positionering moeten worden bepaald. Het resultaat daarvan is input voor de Omgevingsvisie. Dit betekent wel dat er geen ruimte zal zijn de samenleving bij dit onderdeel van de opgaven voor Barneveld te betrekken. Zie hierover meer in de Notitie Vertrekpunten Omgevingsvisie. Gelet op het groeiende belang van regionale samenwerking en het hebben van een visie daarop, neemt ook het belang van een goede betrokkenheid van de lokale politiek daarbij toe. Dit vraagt om transparantie en communicatie. In de aanloop naar dit Koersdocument is gebleken dat dit sowieso al een aandachtspunt is.

8. ONZE KOERS We willen een zelfbewuste speler zijn in de regionale samenwerking, zodat het meerwaarde zowel voor onszelf als voor de omgeving op kan leveren. De opgave bepaalt de aard van de samenwerking. Bij Foodvalley ligt ons hart. In de Omgevingsvisie, en het bij het opstellen daarvan, zal duidelijk worden waarover wij inhoudelijk in de regio en met de provincie moeten of willen afstemmen, met het oog op het stellen en kunnen realiseren van onze doelen. Transparantie en communicatie inzake regionale samenwerking vraagt extra aandacht. In de 1e helft van 2021 bepalen we onze positie ten aanzien van de verstedelijkingsopgave.

Barneveld

OMGEVINGSWET

BARNEVELD IN DE REGIO EN IN DE KETEN KOERSDOCUMENT

39

SAMENWERKING IN DE KETEN De Omgevingswet zal er ook toe leiden dat opnieuw moet worden bekeken hoe de werkzaamheden tussen gemeente en ketenpartners zoals de Omgevingsdienst, of de GGD, worden verdeeld. Daarbij gaat het vooral om de afweging welke ruimte noodzakelijk is voor de eigen beleidsvrijheid en welke ruimte de ketenpartners nodig hebben om hun (uitvoerings) taken op adequate wijze invulling te geven. Zij zullen streven naar uniformiteit, terwijl de gemeente de ruimte wil behouden om eigen beleidsafwegingen te maken. De uitgangspunten voor deze afbakening vloeien voort uit de invulling van de instrumenten. Daarbij zal ook worden nagegaan wat de beste wijze van samenwerking is bij initiatieven en in het kader van de vergunningverlening. Ook hier geldt dat de processen zodanig moeten zijn ingericht dat in elk geval kan worden voldaan aan de termijnen die uit de Omgevingswet voortvloeien. Daarbij is het de bedoeling dat naar de burger toe de overheid zich gedraagt als “één overheid”. Ook dat vraagt afstemming en een gedeeltelijk gezamenlijke inrichting van de werkprocessen. Dat zal een proces van geven en nemen zijn.

9. ONZE KOERS Bij het herontwerp van de processen in de keten, is het behoud van de eigen beleidsruimte uitgangspunt. Deze processen worden zodanig ingericht dat ze voldoen aan onze visie op dienstverlening. Binnen dat kader is het vervolgens ook ons doel dat wij willen bereiken dat de overheid zich presenteert als “één overheid”.

Barneveld

OMGEVINGSWET

REGELS, PROCEDURES EN WERKPROCESSEN KOERSDOCUMENT

40

Hoofdstuk 7: Regels, procedures en werkprocessen REGELS Onder het regime van de Omgevingswet leggen we beleid vast in de Omgevingsvisie en in Omgevingsprogramma’s. De regels vinden hun plaats in het Omgevingsplan en in het kader van het verlenen van Omgevingsvergunningen. Het is de bedoeling dat deze regels begrijpelijk en inzichtelijk worden geformuleerd en dat ze toegankelijk zijn. Verder willen we dat de regels recht doen aan de filosofie van de uitnodigingsplanologie. Dat betekent dat regels bij voorkeur zo zijn geformuleerd dat ze eerder uitnodigen dan beperken. Barneveld wil werken met zo min mogelijk regels. Dat is tijdens de interviews meerdere keren aangegeven. Het beeld is ook dat het met de regeldichtheid in Barneveld wel meevalt. Dat neemt niet weg dat de Omgevingswet ook bij dit onderwerp tot aanzienlijke veranderingen zal leiden. Regels worden immers volgend op doelen en daarmee minder leidend. Toch blijven er natuurlijk regels nodig. Regels moeten onze waarden beschermen en ontwikkelingen toelaten, mits die regels bijdragen aan onze doelstellingen. We vinden het daarom belangrijk dat regels gefundeerd zijn op helder beleid. Zoals eerder aangegeven, willen we daarbij wel leren om waar mogelijk te werken met open normen. Bij het opstellen, hanteren en interpreteren van regels staat de bedoeling centraal. Die bedoeling is te vinden in onze beleidsdocumenten.

We formuleren niet meer regels dan nodig is. Bij het stellen van regels is de context altijd leidend. Het gebied en het thema waarover de regels gaan is bepalend voor de soort regels die we opstellen. En we willen dat onze regels voldoen aan de criteria toegankelijkheid, inzichtelijkheid en gebruiksgemak.

10. ONZE KOERS Regels moeten onze waarden beschermen en ontwikkelingen toelaten. Zij moeten bijdragen aan onze doelstellingen. We vinden het daarom belangrijk dat regels gefundeerd zijn op helder beleid. Bij het hanteren van regels staat de bedoeling centraal. Wij werken vanuit de behoeften van de samenleving en stemmen onze werkwijze en processen daarop af. Onze regels zijn toegankelijk, inzichtelijk en gebruiksvriendelijk.

Barneveld

OMGEVINGSWET

REGELS, PROCEDURES EN WERKPROCESSEN KOERSDOCUMENT

41

TOEPASBARE REGELS Toepasbare regels zijn vertalingen van juridische regels in gewone mensentaal. Het is op grond van de Omgevingswet wenselijk dat ook gemeenten hun juridische regels omzetten naar toepasbare regels voor het digitale Omgevingsloket in het DSO. Zo kunnen initiatiefnemers via vragenbomen checken of ze een vergunning nodig hebben. En kunnen ze een aanvraag of melding indienen. Het idee daarachter is dat het verkrijgen van informatie en vergunningen voor de burger aanzienlijk wordt vergemakkelijkt en dat de gemeente minder tijd kwijt is aan de dienstverlening voor met name de meer eenvoudige producten. Het mes zou dus aan twee kanten moeten snijden. De introductie daarvan past ook naadloos in de visie op dienstverlening, vooral doel 2: “digitaal tenzij”. Het werken met toepasbare regels is niet verplicht, maar eigenlijk onvermijdelijk omdat dit past in de systematiek van het DSO, waar dit voor de burger zichtbaar wordt. Ook in het kader van de bruidsschat3 worden toepasbare regels door het Rijk aan gemeenten overgedragen. Gemeenten zullen dus in staat moeten zijn ermee te werken. Met het ontwikkelen van toepasbare regels zal jaren gemoeid zijn, temeer waar ze vooral zullen voortvloeien uit het Omgevingsplan. Daarbij zal ook nagegaan moeten worden waar dit in Barneveld wel en geen toegevoegde waarde heeft.

De vraag is bijvoorbeeld voor wie je toepasbare regels wilt maken en voor welke zaken je daarin wilt voorzien. Een logische gedachte is dat je toepasbare regels eerst schrijft voor veel voorkomende en betrekkelijke routinematige kwesties, gericht op burgers en ondernemers die misschien maar een enkele keer in hun leven de gemeente nodig hebben. Voor complexe zaken en professionele partijen lijken toepasbare regels later of minder aan de orde, zeker waar het gaat om een vergunningencheck.

PROCEDURES Bij regels horen ook procedures. Veel vaker dan in het verleden zal de Omgevingsvergunning binnen de termijn van 8 weken moeten worden afgedaan. Bij eenvoudige aanvragen is dit vaak mogelijk, of kan het zelfs sneller. Bij complexe aanvragen is die tijd echter krap. Er is weliswaar eenmaal uitstel van 6 weken mogelijk, maar vooral bij aanvragen die in strijd zijn met het Omgevingsplan, de zogeheten “buitenplanse” vergunningaanvragen, blijft ook dan de termijn heel krap. Zeker wanneer in die periode ook de raad nog om advies (met instemming), moet worden gevraagd. Wel is er dan een extra termijn van 4 weken als de normale vergunningenprocedure wordt gevolgd. Onder de Omgevingswet verhuizen regels van het Rijk

Dat Tijdelijk Omgevingsplan bestaat dan uit alle geldende

naar gemeenten en waterschappen. Het gaat bijvoorbeeld

bestemmingsplannen en de regels van de bruidsschat.

om regels over horeca, geluid of lozingen. Deze regels

Gemeenten en waterschappen krijgen vervolgens de tijd om

noemen we de “bruidsschat” en worden onderdeel van

zelf een afweging te maken hoe ze deze onderwerpen willen

het Tijdelijk Omgevingsplan dat van rechtswege geldt

regelen in het uiteindelijke Omgevingsplan: overnemen,

vanaf het moment dat de Omgevingswet van kracht is.

wijzigen of schrappen.

3

Barneveld

OMGEVINGSWET

REGELS, PROCEDURES EN WERKPROCESSEN KOERSDOCUMENT

42

11. ONZE KOERS We richten het proces van vooroverleg en afhandelen aanvraag zo in dat: •

op eenvoudige aanvragen zo mogelijk ruim binnen de daarvoor geldende termijn wordt beslist;

•

op complexe aanvragen binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn wordt beslist.

Dit betekent dat de fase van vooroverleg nog belangrijker wordt dan nu al het geval is. Langs die route kan ervoor worden gezorgd dat de aanvraag tot het verlenen van een Omgevingsvergunning meteen compleet is en aan alle eisen voldoet. Dat moet er, zeker bij complexe aanvragen, toe leiden dat de aanvraag binnen de daarvoor geldende formele termijn kan worden afgewikkeld. In het kader van de implementatie zal in beeld worden gebracht hoe het interne proces kan worden gestroomlijnd en versneld. Barneveld staat op dit punt al goed voorgesorteerd met het planatelier. Zie hierover verder in het hoofdstuk over integraliteit. WERKPROCESSEN In het kader van de implementatie zullen de werkprocessen moeten worden herzien. Dat zijn er veel. Voorbeelden zijn het verkennen en begeleiden van een initiatief, het wijzigen van het Omgevingsplan, de vergunningverlening, melding activiteit en toezicht en handhaving. Bij het herontwerp van de processen zal een werkverdeling gemaakt worden tussen de Omgevingsdienst en de gemeente. Zie hierover verder het hoofdstuk over de aanpak, onder de deelprojecten Dienstverlening en VTH en Ketensamenwerking.

Barneveld

OMGEVINGSWET

BESLUITVORMING, GEMEENTERAAD EN COLLEGE KOERSDOCUMENT

43

Hoofdstuk 8: Besluitvorming, gemeenteraad en college VERHOUDING GEMEENTERAAD EN COLLEGE De Omgevingswet brengt met zich mee dat er een nieuwe balans gevonden moet worden tussen gemeenteraad en college. De bedoeling van de wetgever is dat het college meer in positie wordt gebracht om te besturen en besluiten te nemen. De gedachte is daarbij dat de gemeenteraad zich meer concentreert op haar eigenlijke taak: kaderstelling op hoofdlijnen, volksvertegenwoordiging en controle. De lokale verhouding en cultuur bepalen echter mede hoe daar in de praktijk invulling aan gegeven gaat worden. Een voorbeeld betreft de verhouding tussen Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma. De eerste wordt door de gemeenteraad vastgesteld, de tweede door het college. Wanneer de Omgevingsvisie echt alleen over de hoofdlijnen gaat en een beperkte omvang kent, zal er vermoedelijk veel beleid in één of meer programma’s moeten worden uitgewerkt. In dat geval krijgt het college veel positie. Andersom betekent een grotendeels complete uitwerking van het beleid al in de Omgevingsvisie dat de gemeenteraad veel positie inneemt. Hier zal een goede balans gevonden moeten worden. Het werken met programma’s ligt temeer voor de hand nu het niet past bij het karakter van een Omgevingsvisie om daarin al het beleid volledig uit te werken.

Bovendien is het gelet op het ontwikkelkarakter van de gemeente en het grote aantal beleidsvelden naar verwachting nauwelijks doenlijk al het beleid in de Omgevingsvisie uit te werken. Ons voorstel is dat we een Omgevingsvisie opstellen waarin de hoofdlijnen van het beleid op lange termijn zijn beschreven, waarbij wel alle voor Barneveld relevante thema’s worden beschreven en heldere ontwikkelrichtingen worden bepaald. Dat brengt met zich mee dat er één of meer programma’s zullen volgen waarin dit beleid wordt uitgewerkt. De Omgevingsvisie stelt daarvoor dan heldere kaders en beschrijft ook de opdracht tot uitwerking in een programma.

12. ONZE KOERS Het werken met één of meer Omgevingsprogramma’s maakt deel uit van onze werkwijze. De grondslag voor een programma wordt gelegd in de Omgevingsvisie. Daarin worden de kaders voor een programma vastgelegd. De Omgevingsvisie bevat het beleid op hoofdlijnen voor de lange termijn, met een heldere ontwikkelrichting voor de toekomst. Alle voor Barneveld relevante thema’s die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving worden daarin beschreven.

Barneveld

OMGEVINGSWET

BESLUITVORMING, GEMEENTERAAD EN COLLEGE KOERSDOCUMENT

44

TE NEMEN BESLUITEN In de aanloop naar de Omgevingswet zullen er meerdere besluiten genomen moeten worden door de gemeenteraad. Deze besluiten komen hierna aan de orde, met waar mogelijk richtinggevende uitspraken. Deze uitspraken zeggen soms ook iets over de toekomstige verhouding tussen raad en college. De planning van de te nemen besluiten is te vinden in hoofdstuk 10 over de aanpak. Twee van de te nemen besluiten betreffen het vaststellen van participatiebeleid en het bepalen van “buitenplanse” initiatieven waarvoor participatie verplicht wordt gesteld. Deze onderdelen zijn in het hoofdstuk over participatie beschreven. De verder te nemen besluiten wordt hierna kort beschreven:

ADVIES MET INSTEMMING Bij initiatieven die niet passen binnen het Omgevingsplan kan de gemeenteraad gevallen aanwijzen waarin zij wil kunnen adviseren. In een dergelijke situatie is het college verplicht dit advies op te volgen. Bij de voorbereidingen op dit Koersdocument is met de raad over dit onderwerp gesproken. De lijn die Barneveld kiest is de volgende.

1. Als het initiatief in overeenstemming is met door de gemeenteraad vastgestelde kaders, of valt binnen de “kruimelgevallenregeling”4 naar huidig recht, is advies met instemming niet aan de orde. 2. De (verwachte) impact van een initiatief op de samenleving en (verwachte) maatschappelijke discussie daarover is voor de gemeenteraad een belangrijk aspect bij het bepalen van de categorieën van gevallen waarvoor zij wil kunnen adviseren. 3. De lijst van zaken waarvoor naar huidig recht geen verklaring van geen bedenkingen nodig is van de gemeenteraad, kan als basis dienen voor het bepalen van initiatieven waarover de raad wil adviseren, met dien verstande dat aanpassing daarvan behoort plaats te vinden met inachtneming van het hierboven onder 2. genoemde.

De kruimelgevallenregeling betreft een door de wetgever aangewezen lijst van kleinere initiatieven waarvoor de normale vergunningenprocedure geldt, ook al is het initiatief in strijd met het bestemmingsplan. 4

Deze regeling vervalt in de Omgevingswet en is onderdeel van de bruidsschat. Het is aan gemeenten om te bepalen wat zij met de kruimelgevallenregeling lokaal willen doen.

Barneveld

OMGEVINGSWET

BESLUITVORMING, GEMEENTERAAD EN COLLEGE KOERSDOCUMENT

45

Naarmate de kaders duidelijker zijn gesteld en er een goede balans is gevonden tussen de rol van de raad (via het vaststellen van de Omgevingsvisie) en de ruimte voor het college (via onder meer het/de Omgevingsprogramma(’s)), kan er geleidelijk sprake zijn van meer loslaten door de raad en zal er minder behoefte zijn aan een rol van de gemeenteraad, via het geven van advies (met instemming).

13. ONZE KOERS 1. Als het initiatief in overeenstemming is met reeds door de gemeenteraad vastgesteld beleid, of valt binnen de “kruimelgevallenregeling” naar huidig recht, is advies met instemming niet aan de orde. 2. De (verwachte) impact van een initiatief op de samenleving en (verwachte) maatschappelijke discussie daarover is voor de gemeenteraad een belangrijk aspect bij het bepalen van de categorieën van gevallen waarvoor zij wil kunnen adviseren. 3. De lijst van zaken waarvoor naar huidig recht geen verklaring van geen bedenkingen nodig is van de gemeenteraad, dient als basis voor het bepalen van initiatieven waarover de raad wil adviseren, met dien verstande dat aanpassing daarvan behoort plaats te vinden met inachtneming van het hierboven onder 2. genoemde.

Op basis van het voorgaande zal het college in afstemming met de raadswerkgroep Omgevingswet een voorstel voorbereiden waarover voor 1 januari 2022 door de raad zal worden besloten. Hierbij zal ook in beeld worden gebracht wat de gevolgen zijn voor de vergaderfrequentie van de raad, gelet op de wettelijke termijnen die aan de vergunningverlening verbonden zijn. INFORMEREN GEMEENTERAAD OVER NIEUWE INITIATIEVEN Ook wanneer een soort initiatief niet op de lijst advies met instemming is geplaatst, is het college uiteraard vrij om de gemeenteraad te informeren over ontwikkelingen en de raad daarover eventueel te raadplegen. Daar is bij de raad ook behoefte aan, gelet op een daarover aangenomen motie (motie van 27 mei 2020). Voorgesteld wordt daarom dat het college de raad in elk geval eens per kwartaal schriftelijk informeert over nieuwe initiatieven die leiden tot een wijziging van het Omgevingsplan of waarin een uitgebreide voorbereidingsprocedure zal worden gevoerd (met uitzondering van die gevallen waarin de bevoegdheid tot wijziging van het Omgevingsplan aan het college is gedelegeerd, of de raad al kaders heeft gesteld). Daar waar de raad (mogelijk) advies met instemming moet worden gevraagd zal dat bij het betreffende initiatief worden aangegeven.

Barneveld

OMGEVINGSWET

BESLUITVORMING, GEMEENTERAAD EN COLLEGE KOERSDOCUMENT

46

14. ONZE KOERS Het college zal de raad in elk geval eens per kwartaal schriftelijk informeren over nieuwe initiatieven die leiden tot een wijziging van het Omgevingsplan of waarin een uitgebreide voorbereidingsprocedure zal worden gevoerd (met uitzondering van die gevallen waarin de bevoegdheid tot wijziging van het Omgevingsplan aan het college is gedelegeerd, of de raad al kaders heeft gesteld). AANWIJZEN GEVALLEN UITGEBREIDE VOORBEREIDINGSPROCEDURE In uitzonderingsgevallen mag het college op een aanvraag voor een buitenplanse omgevingsvergunning de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing verklaren. Dat betekent dat er een tussenstap volgt waarbij belanghebbenden de gelegenheid krijgen op het ontwerpbesluit zienswijzen in te dienen. De wet noemt daarvoor de volgende criteria: a. als het gaat om een activiteit die aanzienlijke gevolgen heeft of kan hebben voor de fysieke leefomgeving, en b. waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Deze criteria sluiten aan bij de hierboven besproken criteria waarvoor de raad willen kunnen adviseren met instemming. Het is daarmee voor de hand liggend om in ieder geval in dergelijk gevallen waarin aan de raad het adviesrecht toekomt tevens de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing te verklaren. Het raadsvoorstel “advies met instemming” zal met dit onderwerp worden gecombineerd.

Daarin zullen we ook onder woorden brengen wat we in Barneveld verstaan onder “aanzienlijke gevolgen”, dan wel hoe we in Barneveld aan dit begrip in de wet invulling willen geven.

15. ONZE KOERS In elk geval op de buitenplanse initiatieven waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven daarover te willen adviseren, zal de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing worden.

Barneveld

OMGEVINGSWET

BESLUITVORMING, GEMEENTERAAD EN COLLEGE KOERSDOCUMENT

DELEGATIE OMGEVINGSPLAN De gemeenteraad stelt het Omgevingsplan vast. Naar huidig recht is voor kleine initiatieven geen wijziging van het Omgevingsplan nodig, maar regelt de wetgever dat dit via een normale vergunning kan worden geregeld (waarvoor het college bevoegd is). Die “kruimelgevallenregeling” vervalt onder de Omgevingswet. Dit kan betekenen dat raad en college in onderlinge afstemming moeten bepalen wie voor welke gevallen bevoegd is. Dit kan omdat de Omgevingswet de mogelijkheden biedt om het wijzigen van delen van het Omgevingsplan aan het college te delegeren. Het ligt voor de hand dat al die gevallen waarvoor thans de “kruimelgevallenregeling” geldt indien nodig aan het college te delegeren. Daarnaast ligt het ook voor de hand al die gevallen die buiten het adviesrecht van de raad blijven, of waarvoor de raad niet heeft aangegeven daarover advies met instemming te willen uitbrengen eveneens aan het college te delegeren. Immers heeft het college dan de bevoegdheid een buitenplanse omgevingsvergunning af te geven. Het is dan logisch dat het college in die gevallen ook de bevoegdheid krijgt er eventueel voor te kiezen om (eerst) het Omgevingsplan te wijzigen. Het kan overigens zijn dat in de toekomst via het Omgevingsplan wordt besloten sommige zaken uit te zonderen van de huidige kruimelgevallenregeling.

In dat geval zal worden heroverwogen of de delegatie aan het college in stand kan blijven. Wij stellen voor per 1 januari 2022 vooralsnog geen verdergaande delegatiebesluiten te nemen. Dat kan in de toekomst wel voortvloeien uit kaderstellende besluiten van de gemeenteraad, onder meer via de Omgevingsvisie, waarbij het college mogelijk zelfs de opdracht krijgt om binnen die kaders het Omgevingsplan te wijzigen.

16. ONZE KOERS Delegatie van het wijzigen van delen van het Omgevingsplan aan het College vindt vooralsnog plaats in de volgende gevallen: •

Situaties waarin naar huidig recht de “kruimelgevallenregeling” van toepassing is, voor zover daarop geen uitzondering is gemaakt;

•

De buitenplanse initiatieven die buiten het adviesrecht van de raad vallen, of waarvan de raad niet heeft aangegeven daarover te willen adviseren;

Op basis van het voorgaande zal het college in afstemming met de raadswerkgroep Omgevingswet een voorstel voorbereiden waarover voor 1 januari 2022 door de raad zal worden besloten.

47

Barneveld

BESLUITVORMING, GEMEENTERAAD EN COLLEGE

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

48

ADVIESCOMMISSIE RUIMTELIJKE KWALITEIT Per 1 januari 2022 moet een nieuwe adviescommissie ruimtelijke kwaliteit zijn benoemd door de gemeenteraad. Er is geen overgangsrecht, waardoor de dorpsbouwmeester per de genoemde datum automatisch niet meer in functie is. De taken en bevoegdheden van de huidige monumentencommissie vervallen eveneens. Het stelsel voor het adviesrecht wijzigt met de komst van de Omgevingswet. In de toekomst is het instellen van de adviescommissie alleen verplicht voor rijksmonumenten. Daarnaast kan de gemeenteraad gevallen aanwijzen waarover de adviescommissie adviseert. Op dit moment richt het welstandsadvies zich op de advisering over voorgenomen activiteiten. De kaders daarvoor zijn opgenomen in de welstandsnota, die in bepaalde gevallen is aangevuld met beeldkwaliteitsplannen. In de toekomst worden de regels over welstand opgenomen in het Omgevingsplan. Daarmee komt de welstandsnota te vervallen. Uit dat Omgevingsplan zal minder vaak dan nu een vergunningplicht voortvloeien en dus zal de welstandscommissie minder vaak een rol hebben dan nu het geval is. Er zal meer op basis van algemene regels worden gewerkt. Dat betekent dat nagedacht moet worden over een mogelijke verbreding van de adviestaak naar de ontwikkeling van het beleid en het vastleggen daarvan in de regels van het Omgevingsplan. Zie de afbeelding ter illustratie.

Beleidsgerichte advisering

Advisering over activiteiten - Opgavegericht - Ontwerpgericht - Beoordelingsgericht

Als duidelijk is welke opvatting de gemeenteraad heeft over de reikwijdte van de advisering in het nieuwe stelsel, moet vervolgens op basis daarvan een verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit opgesteld. Nadat die verordening is vastgesteld, kan de werving van de leden van de adviescommissie plaatsvinden. Aansluitend dient benoeming door de raad plaats te vinden. Dit moet gebeuren voor 1 januari 2022. De dorpsbouwmeester kan in dit nieuwe geheel een plaats krijgen.

Barneveld

OMGEVINGSWET

BESLUITVORMING, GEMEENTERAAD EN COLLEGE KOERSDOCUMENT

49

In het voorjaar van 2021 zal het college een voorstel aan de gemeenteraad voorleggen, waarin wordt bepaald hoe Barneveld aankijkt tegen de taak en rol van de adviescommissie. Op basis daarvan zal vervolgens de verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit worden opgesteld, welke eveneens ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Tevens worden de leden van de adviescommissie geworven. De verordening moet zijn vastgesteld voor 1 januari 2022. Ook de leden van de adviescommissie moeten voor die datum door de gemeenteraad zijn benoemd. Die benoeming kan overigens aan het college worden gedelegeerd.

17. ONZE KOERS De Raadswerkgroep bepaalt in de 1e helft van 2021 de reikwijdte van de advisering omtrent ruimtelijke kwaliteit in Barneveld. Op basis daarvan wordt een verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld voor 1 januari 2022. Ook de benoeming van de leden van de adviescommissie vindt plaats voor 1 januari 2022.

VERORDENING NADEELCOMPENSATIE De planschaderegeling zoals we die nu kennen vervalt met de komst van de Omgevingswet. In plaats daarvan komt een regeling nadeelcompensatie. Een groot verschil met nu is dat het schadeveroorzakende moment niet meer is het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, maar het moment waarop de Omgevingsvergunning wordt verleend. Er zijn ook nog andere schadeveroorzakende besluiten, zoals de start van activiteiten die rechtstreeks op grond van het Omgevingsplan zijn toegestaan. Het blijft mogelijk het schaderisico te verleggen naar de initiatiefnemer. In de Omgevingswet zijn geen regels opgenomen over de procedure. Daarvoor is de gemeente zelf aan zet. Wij zullen een procedureverordening voorbereiden en die ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorleggen voor 1 januari 2022.

18. ONZE KOERS Het college bereidt een procedureverordening nadeelcompensatie voor, die in het najaar van 2021 aan de gemeenteraad ter besluitvorming wordt voorgelegd.

Barneveld

OMGEVINGSWET

BESLUITVORMING, GEMEENTERAAD EN COLLEGE KOERSDOCUMENT

50

GRONDEIGENDOM Als onderdeel van de Omgevingswet, wijzigt ook het wettelijk kader voor grondeigendom en kostenverhaal. Zo verandert het onteigeningsrecht. Het Koninklijk Besluit vervalt. De gemeente neemt voortaan zelf een besluit, waartegen dan beroep kan worden ingesteld. Mogelijk vooral interessant zijn nieuwe regelingen op het gebied van het (verplichte) kostenverhaal bij gebiedsontwikkelingen en de mogelijkheid van een publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdrage voor nieuwe ontwikkelingen in de gemeente. In de Omgevingsvisie moet daarvoor de grondslag worden gelegd. Zeker gelet op het ontwikkelkarakter van onze gemeente is het belangrijk dat wij ons spoedig verdiepen in de mogelijkheden die het nieuwe stelsel ons biedt. Wij willen daarom in 2021 de uitgangspunten voor ons grondbeleid en kostenverhaal herzien in het licht van het nieuwe stelsel. We zullen de raad daarover vervolgens informeren en daarover met de raad het gesprek voeren. Indien besluitvorming door de raad noodzakelijk blijkt, zullen wij ernaar steven dit voor 1 januari 2022 tot stand te brengen. Deze datum is niet verplicht, maar mogelijk wel wenselijk.

19. ONZE KOERS Wij zullen in het voorjaar van 2021 de gevolgen van de Omgevingswet voor grondeigendom en kostenverhaal in beeld brengen. Daarover informeren we de gemeenteraad en gaan we met de gemeenteraad in gesprek. Voor zover nodig zal aansluitend een voorstel worden geformuleerd. Besluitvorming vindt bij voorkeur voor 1 januari 2022 plaats.

Barneveld

BESLUITVORMING, GEMEENTERAAD EN COLLEGE

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

51

LEGESVERORDENING De komst van de Omgevingswet heeft gevolgen voor de leges. Deze zullen dalen, mogelijk aanzienlijk. De belangrijkste oorzaak is het feit onder de Omgevingswet minder vaak sprake zal zijn van een vergunningplicht. Dit structurele effect zal nog worden versterkt door de komst van de Wet Kwaliteitsborging5. Hoe groot dit effect zal zijn, valt nu nog nauwelijks aan te geven. In de loop van de tijd zal dit steeds duidelijker worden en is mede afhankelijk van de keuzes die Barneveld zal maken. Bij het aanpassen van de legesverordening zal onderscheid gemaakt moeten worden tussen de ruimtelijke toets en de bouwtechnische toets (dit worden twee verschillende vergunningen). Daarnaast moet de gemeente een besluit nemen over invoering van milieuleges. Die mogelijkheid ontstaat namelijk onder de Omgevingswet en zou het legesverlies enigszins kunnen compenseren. Compensatiemogelijkheden vloeien wellicht ook voort uit de nieuwe regelingen voor grondeigendom en kostenverhaal. Die mogelijkheden willen we onderzoeken. Mede op basis van het Koersdocument zullen wij ons oriënteren op de gevolgen voor de leges en zullen wij op basis van een verkennende notitie met de gemeenteraad daarover spreken en de keuzes aan de orde stellen die wij in Barneveld willen maken. Op basis daarvan zal een herziening van de legesverordening worden voorbereid.

20. ONZE KOERS De komst van de Omgevingswet heeft vrijwel zeker aanzienlijke nadelige gevolgen voor de leges. We zullen deze gevolgen zo snel mogelijk in beeld brengen in een verkennende notitie en daarover met de gemeenteraad in gesprek gaan. We zoeken naar mogelijkheden om structureel inkomstenverlies te compenseren.

Het kabinet voert een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor de bouw in via de Wet Kwaliteitsborging. Ook deze wet zal op 1 januari 2022 in werking treden. De wet brengt een aanzienlijke verschuiving van werk met zich mee voor gemeenten. Dit zijn de belangrijkste veranderingen:

•

De aannemer is verantwoordelijk voor de gevolgen van alle gebreken in de bouw die hij zelf veroorzaakt heeft. Als er gebreken zijn, dan kan de klant de aannemer dwingen om de fouten te repareren. Ook als de klant deze fouten pas later ontdekt.

•

•

Wanneer de kwaliteitsborger of de gemeente een probleem ziet, kan de gemeente de bouw stilleggen.

5

Onafhankelijke private en gecertificeerde kwaliteitscontroleurs controleren of een gebouw voldoet aan de wettelijke technische eisen. Dit doen zij tijdens het ontwerp en op de bouwplaats. Deze controleurs heten kwaliteitsborgers. Voor bepaalde gebouwen is dit dus niet langer een overheidstaak.

De gemeente (of omgevingsdienst) heeft alleen nog een toetsende procesrol achteraf en moet uiteindelijk in kunnen stemmen met ingebruikname van het bouwwerk.

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE VERANDERING VAN ROLLEN EN COMPETENTIES KOERSDOCUMENT

52

Hoofdstuk 9: De verandering van rollen en competenties

INLEIDING Wat betekent de koers voor onze medewerkers? Welke competenties zijn nodig om de doelen te behalen? Die vraag willen we in dit hoofdstuk beantwoorden. Met de komst van de Omgevingswet veranderen functies en takenpakketten binnen organisaties. Vakspecialisten hoeven niet allemaal generalisten te worden om meer gebiedsgericht en integraal samen te werken in de geest van de Omgevingswet. Een verschuiving van toetsen naar afwegen heeft echter wel gevolgen voor de manier waarop we ons werk doen. De verhouding tussen vakinhoud en proces zal ook vaker dan nu verschuiven naar het proces. De nadruk komt nu nog meer te liggen op samenwerken. Bij samenwerken ligt nog meer het accent op: •

integraal, dus vanuit de samenhang bekijken en afwegen;

•

gebiedsgericht;

•

samenwerking met belanghebbenden en initiatiefnemers;

•

de keten: onder meer de Omgevingsdienst, GGD, Veiligheidsregio;

•

afstemming met medeoverheden.

Zoals hiervoor al opgemerkt zal het tijd kosten om onszelf de nieuwe werkwijze eigen te maken. We zullen regelmatig willen evalueren en bijstellen. Dit pad past heel goed bij de huidige organisatieontwikkeling, waar leren en mogen experimenteren onderdeel van ons dagelijks werk is. Samenwerking heeft twee kanten: een harde en een zachte kant. De harde kant gaat over formele werkwijzen, overlegstructuren, afstemmingsmomenten en dergelijke. De zachte kant gaat over de houding en het gedrag dat daarbij hoort. Het een kan niet zonder het ander. Processen en procedures kunnen worden ingezet als middel, niet als doel op zich. Zo kan een Omgevingstafel alleen maar succesvol zijn als daar ook passend gedrag bij komt. Dat vraagt om een goede rolverdeling aan tafel, zodat de omgevingstafel een werkelijk vruchtbaar proces wordt. Maar andersom zijn (nieuwe) processen en procedures noodzakelijk voor de verankering van nieuw gedrag.

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE VERANDERING VAN ROLLEN EN COMPETENTIES KOERSDOCUMENT

Harde veranderingen

Zachte veranderingen

Inrichting: structuur, werkwijzen, procedures, standaardisatie versus maatwerk, overlegvormen

Flexibiliteit, samenwerking, teamverband, opgave voorop.

Nieuw instrumentarium: Omgevingsplan, Omgevingsvisie, Programma’s, Omgevingsvergunning.

Doelen centraal, herkennen lijnen, regels hanteren naar de bedoeling

(Maatschappelijke) opgaven uit visie vertaald naar strategie en uitvoering

In samenhang: strategische denken, tactisch denken, uitvoeringsgericht denken, samenwerkingsgericht.

Samenwerking externe partners

Mate van eigenaarschap, werken volgens afspraken, prioriteit extern gericht in plaats van intern gericht, voeren van een goed gesprek.

Sturing en rolverdeling: budgetverantwoordelijkheid, beslisverantwoordelijkheid, sturingsprincipes, zowel bestuurlijk als ambtelijk, integraal management

Vermogen tot zelfreflectie, samenwerken, rolrespect, moed en kwetsbaarheid

Rolverantwoordelijkheid

Voorbeeldgedrag vanuit het management

53

Voor iedereen binnen de gemeentelijke organisatie zorgt de Omgevingswet voor verandering in de dagelijkse praktijk. De mate en de aard van de verandering zal verschillen. De rode draad is dat er een verdere verschuiving plaatsvindt van de klassieke overheidsrol (ingestoken vanuit toestemming) naar meer partnerschap (ingestoken vanuit samenwerking). Het zal zoeken zijn naar een nieuwe balans tussen die twee. Doelgroep

Verschuiving

Toezichthouders/handhavers

Van afvinken naar interpreteren naar de bedoeling

Vergunningverleners

Van verlenen naar meer mee-ontwerpen

Beleidsmedewerkers

Van voorschrijven naar samen afwegen

Juristen

Van regelen naar mogelijk maken

I-adviseurs

Van ondersteunen naar onderdeel van het primaire proces

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE VERANDERING VAN ROLLEN EN COMPETENTIES KOERSDOCUMENT

54

Wat merken we dan straks concreet van het nieuwe werken? Medewerkers wegen straks in onderlinge afstemming de belangen tegen elkaar af. Meer dan nu zal geven en nemen aan de orde zijn, afhankelijk van de concrete situatie. Uiteindelijk kan elk besluit worden gemotiveerd vanuit de gemeentelijke doelen voor de leefomgeving in hun onderlinge samenhang gezien. Dit betekent breder kijken, oog hebben voor andere expertises en het daarmee samenhangende belang. Steeds moet daarbij de opgave centraal worden gesteld. Oplossingsgericht denken en werken is hierbij van belang. Daarbij gaat participatie een meer belangrijke rol vervullen. Wat geef je een initiatiefnemer mee? Welke ruimte laat je daarvoor en hoe zie je in dat traject je eigen verantwoordelijkheid? We hebben straks meer en intensiever (gelijkswaardig) contact met inwoners, vanuit partnerschap en zullen meer de kennis uit de samenleving benutten. Maar, daar waar nodig zullen we ook de helpende hand toesteken. We denken mee met een initiatiefnemer en helpen hem om verder te komen. Kortom, we worden meer en meer procesregisseur met inhoudelijke kennis. Het zal daarbij zoeken zijn om helder af te bakenen waar we de ondersteunende partner zijn en waar de beslissende overheid. Dit vraagt ook om goede communicatie en duidelijk verwachtingenmanagement.

KENNIS, COMPETENTIES EN VAARDIGHEDEN Veranderingen gaan eenvoudiger naarmate de medewerkers beschikken over de relevante juiste competenties. Dus de competenties die vereist zijn om te werken met de Omgevingswet en het bereiken van de gemeentelijke ambitie. En dan niet de algemene competenties waarover een beleidsadviseur of een plantoetser moet beschikken, maar de voor de uitoefening van de nieuwe rollen vereiste competenties. Als bijvoorbeeld in het Omgevingsplan meer open normen en beleidsregels staan, dan vraagt dit in concrete situaties oordeelsvorming, creativiteit, en verantwoordelijkheid. Dat geldt ook voor de vaardigheid om het goede gesprek te voeren. En meer dan nu wordt de eigen deskundigheid belangrijk. Terugvallen op afvinklijstjes is er immers niet meer bij. Het is dan geen toetsen aan een concrete regel (bijvoorbeeld goothoogte niet hoger dan 6 meter of de afstand van de nieuwe woning tot een bestaand bedrijf bedraagt ten minste 100 meter), maar om interpretatie en afwegen (het gebouw moet qua maatvoering passen in de gebiedsvisie, er moet ter plaatse sprake zijn van een aanvaardbaar woonklimaat). Ook het (durven) loslaten van vakjargon is een ontwikkeling die de Omgevingswet van ons vraagt. Het werken met toepasbare regels vereist ook dat we jargon leren loslaten en schrijven naar wat de inwoner begrijpt.

Voor veel mensen is dit moeilijk, temeer omdat het juridisch wel correct moet zijn. Maar het past wel naadloos bij onze visie op dienstverlening. Kortom, het is duidelijk dat van de medewerkers het nodige wordt gevraagd. Dit vraagt ontwikkeling van competenties en vaardigheden. In het plan van aanpak voor de implementatie wordt daar verder aandacht aan besteed. Zie daarvoor hoofdstuk 10. Maar uiteindelijk is het vooral een kwestie van doen! En we hoeven het niet allemaal in één keer te kunnen. Het zal een groeiproces zijn.

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE VERANDERING VAN ROLLEN EN COMPETENTIES KOERSDOCUMENT

55

BINNEN BARNEVELD Ondanks de inspanningen van de afgelopen jaren, blijkt uit de interviews dat het huidige kennisniveau binnen de organisatie rond de Omgevingswet nog niet op peil is. Voldoende basiskennis is een voorwaarde om vervolgens aan de slag te kunnen gaan met de eigenlijke uitdaging: beschikken over de juiste competenties en vaardigheden. Omdat de Omgevingswet herhaaldelijk is uitgesteld leeft het ‘urgentiebesef’ minder binnen de organisatie. Wat het concreet betekent voor de medewerkers is nog niet voldoende tastbaar gemaakt. Daar willen we spoedig verandering in brengen, met de inzet van bijvoorbeeld de Omgevingsgame (die momenteel wordt voorbereid). Om medewerkers een idee te geven hoe de toekomst eruit zal zien en waar ze staan qua benodigde competenties, gaan we werken met praktijksimulaties tijdens het uitvoeren van de Omgevingsgame, die fungeren als ‘nulmeting’. Om medewerkers (inclusief leidinggevenden) in staat te stellen het juiste gedrag te laten zien, organiseren we vervolgens, in de loop van 2021 en daarna, diverse trainingen, bijeenkomsten, inspiratiesessies, oefenmomenten en overige leer- en ontwikkelactiviteiten. Iedereen krijgt de gelegenheid en de ruimte de vaardigheden te ontwikkelen die nodig zijn om benodigd gedrag in de praktijk te brengen. met doel, gedrag en support).

We wachten niet totdat de wet in werking treedt, maar werken nu al zoveel mogelijk in de geest van de Omgevingswet

21. ONZE KOERS Onze medewerkers hebben inzicht in wat er verandert als gevolg van de Omgevingswet, zijn zich bewust van eigen rol, hoe dit er concreet uitziet in de praktijk en beschikken over de vaardigheden en de mindset om dit gedrag in de praktijk te laten zien.

22. ONZE KOERS Vóór 1 januari 2022 scheppen we de voorwaarden om de nieuwe manier van werken goed in te vullen. Opleiding, ondersteuning en oefenen/ experimenteren staat daarbij voorop. We leren vooral door te doen, ook na 1 januari 2022. We maken gebruik van de mogelijkheden die “werken in de toekomst” ons biedt.

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE VERANDERING VAN ROLLEN EN COMPETENTIES KOERSDOCUMENT

Een andere belangrijke ontwikkeling die aansluit bij de geest van de Omgevingswet is het ‘werken in de toekomst’. Hierbij wordt momenteel een vooruitstrevend scenario uitgewerkt waarbij waar mogelijk plaats-, tijd-, en persoonsonafhankelijk gewerkt wordt. Daarmee ontstaat de ruimte en het belang om werklocaties zodanig in te richten dat deze ook gericht zijn op samenwerking (over de afdelingen heen). Daarbij komen alternatieve locaties, het centraal stellen van de behoefte van de inwoner en de modernste werkplektechnieken in beeld. We denken daarbij steeds bewust van buiten naar binnen.

56

Barneveld

DE AANPAK

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

57

Hoofdstuk 10: De Aanpak WAT BETEKENT DE KOERS VOOR HET VERVOLG? De uitspraken die in het vorige hoofdstuk zijn gedaan, bepalen de kijkrichting van Barneveld met de Omgevingswet. Deze kijkrichting is leidend bij de verdere voorbereiding van de implementatie. Bij het inrichten van de instrumenten van de wet en bij het herinrichten van onze werkprocessen helpt de koers ons om te bepalen hoe we dat moeten doen. Op elk onderdeel van de implementatie rust met andere woorden de opdracht om dit zo te doen dat dit gebeurt met inachtneming van de Koers van Barneveld. PROJECTSTRUCTUUR Ten opzichte van het projectplan uit 2016 is de projectstructuur recent enigszins gewijzigd. Er is een Kernteam gevormd dat bestaat uit de projectleider, beleidsmedewerker project, een medewerker communicatie en de projectleiders van de 6 deelprojecten. Daarnaast wordt het Kernteam aangevuld met een vertegenwoordiger van elke afdeling. In dit Kernteam vindt de dagelijkse voorbereiding op de implementatie plaats en worden de verschillende documenten voorbereid. Naast het Kernteam functioneert er een stuurgroep met de naam Voorbereidingsgroep. In de voorbereidingsgroep zitten de betrokken portefeuillehouders, Directeur Ruimtelijke Ontwikkeling, de afdelingshoofden Ruimtelijke Ontwikkeling en Bestuur & Dienstverlening, alsmede de projectleider.

Daarnaast nemen deelprojectleiders aan het overleg deel als de agenda dat vereist. De voorbereidingsgroep bepaalt de hoofdlijnen en de kwaliteit van het implementatieproces, stelt vast of documenten voldragen zijn voor besluitvorming door college en raad en kan dienen als escalatiestap indien dat nodig mocht zijn. Ambtelijk opdrachtgever van het project is de directeur Ruimtelijke Ontwikkeling.

PROJECTSTRUCTUUR OMGEVINGSWET

VOOR-

BEREIDINGSGROEP

OMGEVINGSVISIE EN OMGEVINGSPROGRAMMA(S)

OMGEVINGSPLAN

VERGUNNINGVERLENING, TOEZICHT, HANDHAVING (VTH) EN KETENSAMENWERKING

BELEID

RAADSWERKGROEP IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET

PROJECTLEIDING ALGEMEEN

WET- EN REGELGEVING

KERN TEAM

COMMUNICATIE BEDRIJFSVOERING

DIENSTVERLENING

DIGITAAL STELSEL OMGEVINGSWET

FINANCIËN

HR

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE AANPAK KOERSDOCUMENT

58

De deelprojecten zijn de volgende:

1. Omgevingsvisie en Omgevingsprogramma(s) 2. Omgevingsplan 3. Vergunningverlening, Toezicht, Handhaving (VTH) en Ketensamenwerking 4. Dienstverlening 5. Wet- en regelgeving 6. Digitaal Stelsel Omgevingswet De dagelijkse leiding is in handen van de projectleider, ondersteund door een projectadviseur. Hij onderhoudt ook de contacten met het college en de gemeenteraad (griffie). De projectleider werkt nauw samen met de medewerker communicatie. Naast de genoemde deelprojecten wordt er ook een communicatieplan opgesteld voor de interne en externe communicatie over de komst van de Omgevingswet. Zie daarover hierna meer na de bespreking van de deelprojecten. De deelprojecten hangen onderling met elkaar samen. Dat betekent dat over en weer nauw samengewerkt zal worden om uiteindelijk tot het juiste resultaat te komen.

10.1 Deelprojecten In deze paragraaf gaan we dieper in op de verschillende deelprojecten: OMGEVINGSVISIE EN OMGEVINGSPROGRAMMA’S Onderdeel van dit deelproject is ook de Omgevingsvisie Barneveld Centrum, waar momenteel hard aan wordt gewerkt. Via dit onderdeel doen we ervaring op met het instrument Omgevingsvisie en met participatie, het betrekken van de samenleving bij de totstandkoming ervan. Die ervaring kunnen we benutten wanneer we gaan werken aan de algehele Omgevingsvisie voor het hele grondgebied van de gemeente Barneveld. Aan die Omgevingsvisie is dringend behoefte. Het doel is deze Omgevingsvisie in de komende 2 jaar op te stellen. Deze doorlooptijd is het gevolg van de plicht om de samenleving te betrekken en de vermoedelijk verplichte m.e.r.-procedure. Parallel aan dit Koersdocument wordt gewerkt aan Vertrekpuntennotitie voor het maken van de Omgevingsvisie. In die notitie bepalen we wat we van de nieuwe Omgevingsvisie verwachten en welke thema’s daarin in elk geval een plek moeten krijgen. Ook worden de hoofdlijnen van het participatieproces daarin omschreven en wordt daarin de aanpak van de communicatie bepaald. Verder wordt daarin het proces op hoofdlijnen beschreven.

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE AANPAK KOERSDOCUMENT

59

Vooruitlopend op de Omgevingsvisie zal geen sprake (meer) zijn van een aparte actualisatie van de Strategische Visie Barneveld. Wel worden de kernwaarden en de leidraden uit de Strategische Visie uitgewerkt naar de ruimtelijke gevolgen, die onderdeel worden van de nieuwe Omgevingsvisie voor Barneveld. De leidraden zoals opgenomen in de Strategische Visie zijn daarnaast relevante input voor de nieuwe Omgevingsvisie. Pas als de Omgevingsvisie er is, zal ook duidelijk worden of en welke programma’s de gemeente Barneveld wil maken ter uitwerking en uitvoering van de Omgevingsvisie. De grondslag voor één of meer programma’s zal ook in de Omgevingsvisie worden gelegd. Dit betekent dat het vermoedelijk nog enkele jaren zal duren voordat duidelijk wordt in welke mate de gemeente Barneveld van dit instrument gebruik gaat maken. OMGEVINGSPLAN Via het nieuwe bestemmingsplan Kootwijk-Garderen doen we op dit moment ervaring op met het instrument Omgevingsplan. Dit bestemmingsplan wordt namelijk opgesteld als ware het een Omgevingsplan in de zin van de Omgevingswet. De ervaring die we daarmee opdoen kunnen we gebruiken als we het ene actuele Omgevingsplan voor de gemeente Barneveld gaan opstellen. Zoals uit de algemene beschrijving van het instrument Omgevingsplan eerder in dit document wel blijkt, is het opstellen daarvan een grote klus. Daar zijn meerdere jaren mee gemoeid.

Bovendien zal het eindresultaat in feite ook nog een tussenresultaat zijn, want er is nog veel meer tijd gemoeid om werkelijk te ontdekken hoe je optimaal gebruik kunt en wilt maken van het nieuwe stelsel. Zeker in de eerste periode nadat het Omgevingsplan is vastgesteld zal daarom regelmatige bijstelling noodzakelijk blijken. Om het Omgevingsplan te kunnen opstellen moet eerst de manier van werken van Barneveld duidelijk zijn. Die manier van werken bepalen we op hoofdlijnen in dit Koersdocument. Daarnaast moeten ook de inhoudelijke hoofdlijnen duidelijk zijn. Die worden vastgelegd in de Omgevingsvisie. Dat betekent dat er pas echt kan worden gewerkt aan een nieuw Omgevingsplan als de Omgevingsvisie is opgesteld. Intussen kan en zal er wel een plan van aanpak worden gemaakt voor het nieuwe Omgevingsplan.

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE AANPAK KOERSDOCUMENT

60

Puntsgewijs zien de onderdelen van dit deelproject er als volgt uit: •

Plan van aanpak opstellen actueel Omgevingsplan

•

Opstellen actueel Omgevingsplan

•

Inventarisatie verordeningen en beleidsplannen op regels die een plaats moeten krijgen in nieuw Omgevingsplan en ontwikkelen van voorstellen ter zake.

•

Harmonisatie van begrippen ten behoeve van Omgevingsplan en annotaties.

•

Opleiden medewerkers opstellen Omgevingsplan, inclusief formuleren toepasbaar te maken regels.

•

Opleiden medewerkers om te kunnen werken met Omgevingsplan.

•

Opleiden medewerkers om te kunnen werken met tijdelijk Omgevingsplan.

•

Inventariseren bruidsschat op wat definitief, gewijzigd of niet overgenomen wordt in definitief actueel Omgevingsplan.

•

Inventariseren overgangssituatie en overgangsrecht op lopende initiatieven en bestemmingsplan- of Omgevingsplanwijzigingen.

•

Wijzigen tijdelijk Omgevingsplan vanwege concrete initiatieven.

•

Eventuele aanpassing tijdelijk Omgevingsplan op bruidsschat per datum invoering Omgevingswet.

VTH EN KETENSAMENWERKING Uit het nieuwe stelsel vloeit voort dat er minder vaak een vergunning nodig is en dat meer wordt gewerkt met algemene toestemmingsregels. En naarmate Barneveld meer gaat loslaten en hoe langer hoe meer leert werken vanuit de basishouding “vertrouwen”, hoe meer ruimte er ontstaan voor initiatieven in de samenleving. De keerzijde hiervan is dat toezicht en handhaving aanzienlijk belangrijker worden dan nu vaak het geval is. Juist ook wanneer er meer wordt losgelaten, moet ook de samenleving erop kunnen vertrouwen dat misbruik en overschrijdingen worden aangepakt. Naast bovengenoemde verschuiving, verandert er ook het nodige in de processen richting de vergunningverlening. De fase van vooroverleg wijzigt en ook zal vaker sprake zijn van meldingen. In het geval van meldingen kan aan de orde zijn dat de gemeente, op basis van het Omgevingsplan, maatwerkvoorschriften wil opleggen. Ook hierop moet het proces worden heringericht. De gemeente Barneveld heeft een breed pakket uitbesteed aan de Omgevingsdienst de Vallei (OddV). Een groot deel van de herinrichting en harmonisering van de processen zal daar worden uitgevoerd. Maar waar de deelnemende gemeenten het beleid bepalen, zal

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=98486d85-4457-402a-8e87-710bb931e4e4