CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Koersdocument Omgevingswet.pdf

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Koersdocument Omgevingswet21.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

2020 - 2023

KOERSDOCUMENT

Barneveld

OMGEVINGSWET

OP REIS NAAR DE OMGEVINGSWET Versie: definitief Gemeente Barneveld Gemaakt door: Jan van den Bosch Rosa-Marijn Janssen Martine Tekelenburg

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

INHOUDSOPGAVE Voorwoord....................................................................................................... 3 Samenvatting................................................................................................... 5 Leeswijzer........................................................................................................ 9 Hoofdstuk 1: De Omgevingswet algemeen ................................................... 11 Hoofdstuk 2: Waar staan we nu in Barneveld ................................................ 19 2.1 Het proces tot nu toe .............................................................. 19 2.2 Waarom een Koersdocument? ................................................ 21 Hoofdstuk 3: De samenhangende benadering van de leefomgeving ............. 23 Hoofdstuk 2: Tussen Flexibiliteit en Zekerheid .............................................. 30 Hoofdstuk 5: Participatie en de samenleving ................................................. 33 Hoofdstuk 6: Barneveld in de regio en in de keten ........................................ 37 Hoofdstuk 7: Regels, procedures en werkprocessen .................................... 40 Hoofdstuk 8: Besluitvorming, gemeenteraad en college ................................ 43 Hoofdstuk 9: De verandering van rollen en competenties .............................

52 Hoofdstuk 10: De Aanpak ............................................................................... 57 10.1 Deelprojecten ................................................................................... 58

2

“

VOORWOORD

De Omgevingswet komt eraan en ook de gemeente Barneveld moet zich hierop voorbereiden. Een wet die veruit de meest ingrijpende stelselwijziging betekent in het fysieke domein. Behalve een vergaande integratie van wet- en regelgeving in één systeem, houdt de stelselwijziging ook een decentralisatie in. Gemeenten krijgen meer ruimte om zelf hun beleid te bepalen en maatwerk te leveren. Daarnaast beoogt de wet een andere manier van werken. De afgelopen jaren is er in Barneveld al veel tijd gestoken in de voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet. Al in 2016 is er een projectplan opgesteld. De resultaten van die voorbereiding zijn echter nog niet gemeenschappelijk gemaakt voor zowel de gemeenteraad, het college als de gehele organisatie. En hoe wij in Barneveld op hoofdlijnen willen omgaan met de invoering van de Omgevingswet hebben we ook nog niet bepaald en concreet gemaakt. Verder zijn er op onderwerpen als dienstverlening, organisatieontwikkeling, werken in programma’s en participatie beslissingen genomen en lijnen in ontwikkeling, die ook een rechtstreeks relatie hebben met de komst van de Omgevingswet. Deze lijnen en initiatieven willen we verbinden met de Omgevingswet en met de keuzes die we in Barneveld gaan maken. Om al deze redenen hebben we nu een Koersdocument voor de implementatie van de Omgevingswet in Barneveld geschreven.

Verder kortweg “Koersdocument” genoemd

GARDEREN

ZWARTEBROEK

VOORTHUIZEN

STROE

TERSCHUUR

KOOTWIJKERBROEK BARNEVELD

DE GLIND

KOOTWIJK

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

In dit document leggen wij vast op welke manier wij in Barneveld met de Omgevingswet willen omgaan. Niet zozeer inhoudelijk, als wel wat betreft onze manier van werken. Dat gebeurt nu nog op een hoog abstractieniveau. De in dit document opgenomen richtinggevende uitspraken zijn vooral intenties, vertrekpunten; zoeken naar wat bij Barneveld past. Dat kan op dit moment ook niet anders, omdat de concrete keuzes pas later in het proces worden gemaakt, bij de daadwerkelijke inrichting van de instrumenten van de wet. Keuzes die bovendien zullen variëren, afhankelijk van het thema-, het gebied of de locatie. Bij het maken van die concrete keuzes, functioneert dit document als richtinggevend kader.

Omdat het projectplan uit 2016 intussen gedateerd is, hebben we in dit Koersdocument ook een herzien plan van aanpak opgenomen. Een financiële paragraaf maakt daar onderdeel van uit. Gaandeweg zal steeds zichtbaarder worden hoe de abstracte ambities van dit moment gaan uitwerken bij de concrete invulling en uitvoering van ons beleid. Dat proces gaat jaren duren. De kern van dit document is weergegeven in de samenvatting. Het lezen daarvan geeft al een goed beeld van de kijk van Barneveld op de Omgevingswet. We hebben met enthousiasme aan dit document gewerkt en wensen je veel leesplezier. Jan van den Bosch Martine Tekelenburg Rosa-Marijn Janssen

4

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

5

Samenvatting De Omgevingswet zal naar alle waarschijnlijkheid in 2022 van kracht worden. Met deze wet worden alle regelingen en wetgeving binnen het fysiek domein bijeengebracht in één systeem. De wet heeft als doel om regelgeving inzichtelijker en voorspelbaarder te maken. Ook moet de Omgevingswet bijdragen aan snellere en betere besluitvorming over het fysiek domein. De Omgevingswet vraagt om een andere manier van werken, van “nee, tenzij…”, naar “ja, mits..” Doelen in de leefomgeving komen meer centraal te staan en de wet vraagt daarbij om een samenhangende benadering van de leefomgeving. Elke gemeente moet voor zichzelf bepalen hoe en in welke mate zij van de ruimte die de Omgevingswet biedt gebruik wil maken. In dit Koersdocument is bepaald hoe gemeente Barneveld dat voor zich ziet. De koers, die bestaat uit een verzameling van richtinggevende uitspraken en voornemens, vormt de basis voor de implementatie van de Omgevingswet in Barneveld. Met andere woorden, de koersuitspraken staan centraal bij het inrichten van de instrumenten van de wet. Die uitspraken zijn onderstaand in deze samenvatting weergegeven. Per thema staat de koers hieronder weergegeven. In de desbetreffende hoofdstukken kunt u de achtergrond en toelichting van deze uitspraken terugvinden. Tip: Als u op de pijl icoon drukt schakelt u automatisch over naar het desbetreffende hoofdstuk in het document.

Het tweede deel van dit Koersdocument bestaat uit een plan van aanpak. Daarin wordt de projectstructuur beschreven, is de planning opgenomen en wordt ook aangegeven hoeveel geld er voor de implementatie nodig is.

DE SAMENHANGENDE BENADERING VAN DE LEEFOMGEVING 1. ONZE KOERS We willen steeds beter echt leren denken en werken vanuit de samenhang. Bij het formuleren van ons beleid en bij het nemen van besluiten denken we vanuit onze doelen voor de leefomgeving. We kiezen waar nodig voor een gebiedsgerichte benadering. We werken samen in multidisciplinaire teams. Het sociaal domein wordt daarin nadrukkelijk betrokken. We ontwikkelen het planatelier door naar een volwaardige Omgevingstafel. 2. ONZE KOERS We werken opgave- en oplossingsgericht, waarbij de behoefte van de samenleving centraal staat. We noemen dat “omgevingsgericht samenwerken”. We zorgen dat we goed, snel en flexibel kunnen inspelen op vragen en initiatieven van “buiten”, met een heldere en eenduidige toedeling en toe-eigening van verantwoordelijkheden. 3. ONZE KOERS We werken integraal samen vanuit onze kernwaarden: gastvrij, ondernemend, verbindend, wendbaar. Daarbij stellen we de vraag van de inwoners voorop en denken we met hen mee. 4. ONZE KOERS Om goed te kunnen werken met de Omgevingswet is zaakgericht werken in een digitaal zaaksysteem belangrijk. Wij geven prioriteit aan de ontwikkeling en aanschaf daarvan, zodanig dat we per 1 januari 2022 in elk geval kunnen voldoen aan de minimale eisen die de Omgevingswet aan dienstverlening stelt.

TUSSEN FLEXIBILITEIT EN ZEKERHEID 5. ONZE KOERS De keuze richting loslaten, afwegen in plaats van toetsen en denken in maatwerk vanuit de opgave, is feitelijk al gemaakt. Op dit pad gaan we verder. We willen leren werken met open normen. Dit is een groeiproces dat we de komende jaren geleidelijk verder willen doormaken. Per gebied en/of opgave gaan ontdekken wat wel en niet werkt. Goede kaderstelling met een heldere en zorgvuldige formulering van de doelen in de leefomgeving is belangrijk.

PARTICIPATIE EN DE SAMENLEVING 6. ONZE KOERS Voor 1 januari 2022 wijst de gemeenteraad aan in welke gevallen van “buitenplanse” initiatieven participatie verplicht wordt gesteld. Daarbij sluiten we aan bij die zaken waarvan de raad zal aangeven dat zij daarover wil kunnen adviseren (met instemming). 7. ONZE KOERS Voor 1 januari 2022 stellen we ons participatiebeleid vast. Voor (beleids)initiatieven van de gemeente is de door de gemeenteraad in 2019 vastgestelde Notitie Participatie uitgangspunt. Daarnaast formuleren we ons participatiebeleid voor initiatieven vanuit de samenleving. Een participatieleidraad is onderdeel van ons beleid. Dit vullen we aan met een Inspiratieboek Participatie. Daarmee scheppen we duidelijkheid naar de samenleving en naar initiatiefnemers.

BARNEVELD IN DE REGIO EN IN DE KETEN 8. ONZE KOERS We willen een zelfbewuste speler zijn in de regionale samenwerking, zodat het meerwaarde zowel voor onszelf als voor de omgeving op kan leveren. De opgave bepaalt de aard van de samenwerking. Bij Foodvalley ligt ons hart. In de Omgevingsvisie, en het bij het opstellen daarvan, zal duidelijk worden waarover wij inhoudelijk in de regio en met de provincie moeten of willen afstemmen, met het oog op het stellen en kunnen realiseren van onze doelen. Transparantie en communicatie inzake regionale samenwerking vraagt extra aandacht. In de 1e helft van 2021 bepalen we onze positie ten aanzien van de verstedelijkingsopgave. 9. ONZE KOERS Bij het herontwerp van de processen in de keten, is het behoud van de eigen beleidsruimte uitgangspunt. Deze processen worden zodanig ingericht dat ze voldoen aan onze visie op dienstverlening. Binnen dat kader is het vervolgens ook ons doel dat wij willen bereiken dat de overheid zich presenteert als “één overheid”.

REGELS, PROCEDURES EN WERKPROCESSEN 10. ONZE KOERS Regels moeten onze waarden beschermen en ontwikkelingen toelaten. Zij moeten bijdragen aan onze doelstellingen. We vinden het daarom belangrijk dat regels gefundeerd zijn op helder beleid. Bij het hanteren van regels staat de bedoeling centraal. Wij werken vanuit de behoeften van de samenleving en stemmen onze werkwijze en processen daarop af. Onze regels zijn toegankelijk, inzichtelijk en gebruiksvriendelijk. 11. ONZE KOERS We richten het proces van vooroverleg en afhandelen aanvraag zo in dat: • op eenvoudige aanvragen zo mogelijk ruim binnen de daarvoor geldende termijn wordt beslist; • op complexe aanvragen binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn wordt beslist.

BESLUITVORMING, GEMEENTERAAD EN COLLEGE 12. ONZE KOERS Het werken met één of meer Omgevingsprogramma’s maakt deel uit van onze werkwijze. De grondslag voor een programma wordt gelegd in de Omgevingsvisie. Daarin worden de kaders voor een programma vastgelegd. De Omgevingsvisie bevat het beleid op hoofdlijnen voor de lange termijn, met een heldere ontwikkelrichting voor de toekomst. Alle voor Barneveld relevante thema’s die gevolgen hebben voor de fysieke leefomgeving worden daarin beschreven. 13. ONZE KOERS 1. Als het initiatief in overeenstemming is met reeds door de gemeenteraad vastgesteld beleid, of valt binnen de “kruimelgevallenregeling” naar huidig recht, is advies met instemming niet aan de orde. 2. De (verwachte) impact van een initiatief op de samenleving en (verwachte) maatschappelijke discussie daarover is voor de gemeenteraad een belangrijk aspect bij het bepalen van de categorieën van gevallen waarvoor zij wil kunnen adviseren. 3. De lijst van zaken waarvoor naar huidig recht geen verklaring van geen bedenkingen nodig is van de gemeenteraad, dient als basis voor het bepalen van initiatieven waarover de raad wil adviseren, met dien verstande dat aanpassing daarvan behoort plaats te vinden met inachtneming van het hierboven onder 2. genoemde. 14.

ONZE KOERS Het college zal de raad in elk geval eens per kwartaal schriftelijk informeren over nieuwe initiatieven die leiden tot een wijziging van het Omgevingsplan of waarin een uitgebreide voorbereidingsprocedure zal worden gevoerd (met uitzondering van die gevallen waarin de bevoegdheid tot wijziging van het Omgevingsplan aan het college is gedelegeerd, of de raad al kaders heeft gesteld). 15. ONZE KOERS Op de buitenplanse initiatieven waarvan de gemeenteraad heeft aangegeven daarover te willen adviseren, zal de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing worden verklaard.

16. ONZE KOERS Delegatie van het wijzigen van delen van het Omgevingsplan aan het College vindt vooralsnog plaats in de volgende gevallen: • Situaties waarin naar huidig recht de “kruimelgevallenregeling” van toepassing is, voor zover daarop geen uitzondering is gemaakt; • De buitenplanse initiatieven die buiten het adviesrecht van de raad vallen, of waarvan de raad niet heeft aangegeven daarover te willen adviseren; 17. ONZE KOERS De gemeenteraad bepaalt in de 1e helft van 2021 de reikwijdte van de advisering omtrent ruimtelijke kwaliteit in Barneveld. Op basis daarvan wordt een verordening Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit vastgesteld voor 1 januari 2022. Ook de benoeming van de leden van de adviescommissie vindt plaats voor 1 januari 2022. 18. ONZE KOERS Het college bereidt een procedureverordening nadeelcompensatie voor, die in het najaar van 2021 aan de gemeenteraad ter besluitvorming wordt voorgelegd.

19. ONZE KOERS Wij zullen in het voorjaar van 2021 de gevolgen van de Omgevingswet voor grondeigendom en kostenverhaal in beeld brengen. Daarover informeren we de gemeenteraad en gaan we met de gemeenteraad in gesprek. Voor zover nodig zal aansluitend een voorstel worden geformuleerd. Besluitvorming vindt bij voorkeur voor 1 januari 2022 plaats

20. ONZE KOERS De komst van de Omgevingswet heeft vrijwel zeker aanzienlijke effecten voor de leges. We zullen deze gevolgen zo snel mogelijk in beeld brengen in een verkennende notitie en daarover met de gemeenteraad in gesprek gaan. We zoeken naar mogelijkheden om structureel inkomstenverlies te compenseren.

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE VERANDERING VAN ROLLEN EN COMPETENTIES 21. ONZE KOERS Onze medewerkers hebben inzicht in wat er verandert als gevolg van de Omgevingswet, zijn zich bewust van eigen rol, hoe dit er concreet uitziet in de praktijk en beschikken over de vaardigheden en de mindset om dit gedrag in de praktijk te laten zien

22. ONZE KOERS Vóór 1 januari 2022 scheppen we de voorwaarden om de nieuwe manier van werken goed in te vullen. Opleiding, ondersteuning en oefenen/experimenteren staat daarbij voorop. We leren vooral door te doen, ook na 1 januari 2022. We maken gebruik van de mogelijkheden die “werken in de toekomst” ons biedt.

COMMUNICATIE 23. ONZE KOERS Met het oog op de implementatie van de Omgevingswet stellen we een dynamisch communicatieplan op. Op basis van dit plan maken we jaarlijks een communicatieplanning.

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

9

Leeswijzer Deze leeswijzer geeft een korte inkijk in de hoofdstukken die vermeld staan in dit koersdocument. In elk hoofdstuk komen verschillende thema’s met betrekking tot de Omgevingswet aan bod. Aan deze verschillende thema’s zitten richtinggevende uitspraken vast, die de koers voor Barneveld weergeven. Het koersdocument wordt afgesloten het inzichtelijk maken van de aanpak voor het vervolg en de bijbehorende projectstructuur, budgetten en planning. Hoofdstuk 1 De Omgevingswet algemeen Dit hoofdstuk geeft meer informatie over de Omgevingswet op hoofdlijnen. Het beschrijft welke doelen en instrumenten de Omgevingswet bevat en welke veranderopgaven dit vraagt. Hoofdstuk 2 Waar staan we nu in Barneveld Een toelichting over waar het proces tot nu toe ons heeft gebracht is te vinden in hoofdstuk 2. Ook wordt hier uiteengezet waarom dit koersdocument Barneveld verder kan helpen met de implementatie van de Omgevingswet. Hoofdstuk 3 Samenhangende benadering van de leefomgeving Hoofstuk 3 geeft een toelichting op wat deze samenhangende benadering van de leefomgeving precies is en waar de veranderopgaven zitten met betrekking tot integraal werken binnen de organisatie.

Hoofdstuk 4 Tussen flexibiliteit en zekerheid De Omgevingswet biedt meer ruimte voor de eigen afwegingsruimte en maatwerk, in welke mate willen we dit in Barneveld gaan benutten? Dit hoofdstuk gaat in op wat het werken met open normen betekent voor organisatie, raad en college. Hoofdstuk 5 Participatie en de samenleving Participatie komt sterk naar voren in de Omgevingswet. Op welke manier gaat de gemeente Barneveld invulling geven aan maatwerk? Welke wijzigingen hierdoor aan de orde zullen zijn en wat dit vraagt van zowel de gemeente als de initiatiefnemers zal in dit hoofdstuk behandeld worden.

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

10

Hoofdstuk 6 Barneveld in de regio en in de keten Meer afwegingsruimte biedt mogelijkheden om te variëren in normen op het gebied van geluid, geur of andere waarden die van invloed zijn op de kwaliteit van onze leefomgeving. Afstemming over gemeentegrenzen is hier van groot belang. In dit hoofdstuk wordt de nadruk gelegd op de koers voor samenwerking in de regio. Hoofdstuk 7 Regels, procedures en werkprocessen Op welke manier wil Barneveld vormgeven aan de regelgeving onder de Omgevingswet? Beleid wordt vastgelegd in de Omgevingsvisie en in Omgevingsprogramma’s. Hoe zorgt Barneveld ervoor dat regels volgend worden op de doelen en hierdoor minder leidend worden? Bij regels komen ook procedures en bijbehorende werkprocessen kijken, dit zal worden toegelicht in dit hoofdstuk. Hoofdstuk 8 Besluitvorming, gemeenteraad en college De Omgevingswet brengt met zich mee dat er een nieuwe balans gevonden moet worden tussen de gemeenteraad en het college. Dit hoofdstuk schets hoe Barneveld de zoektocht naar balans gaat vormgeven. Wie neemt welke besluiten? Ook moeten in de aanloop naar de Omgevingswet verschillende besluiten worden genomen door de gemeenteraad. Deze worden in dit hoofdstuk besproken. Hoofdstuk 9 De verandering van rollen en competenties De komst van de Omgevingswet zorgt ervoor dat manier waarop functies en taken worden uitgevoerd gaan veranderen.

Dit hoofdstuk zal meer informatie geven over welke competenties en vaardigheden van belang worden onder de Omgevingswet en welke verandering dit vraagt van medewerkers in het werk. Hoofdstuk 10 De aanpak – wat bekent de koers voor het vervolg De koers en kijkrichtingen van de voorgaande hoofdstukken zullen in hoofdstuk 10 vertaald worden naar de projectstructuur, deelprojecten, planning en budget. Met andere woorden, in dit hoofdstuk wordt de concrete aanpak van de implementatie beschreven.

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

11

Hoofdstuk 1: De Omgevingswet algemeen Naar verwachting in 2022 wordt de Omgevingswet van kracht. Met deze wet en de bijbehorende regelingen wordt alle regelgeving in het fysieke domein bijeengebracht in één systeem. Op dit moment kennen we nog 26 sectorale wetten en een nog veel groter aantal lagere regelingen. Al die wetten en regelingen hebben hun eigen ontstaansgeschiedenis. Niet zelden zijn ze in het verleden min of meer ad-hoc tot stand gekomen op basis van incidenten die zich voordeden en die vervolgens om ingrijpen van de wetgever vroegen. De tendens om die versnipperde regeling bijeen te brengen en te vereenvoudigen is al langere tijd gaande. Een belangrijk moment daarin was de komst van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht, de Wabo, in 2008. DOELEN VAN DE OMGEVINGSWET De komst van de Omgevingswet is ook bedoeld als een modernisering die ons in staat stelt om beter in te spelen op de uitdagingen en vraagstukken van onze tijd. Het motto van de Omgevingswet is “ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit”. Naast het bijeenbrengen van versnipperde wet- en regelgeving, heeft de wetgever een viertal concrete verbeterdoelen op het oog: •

inzichtelijke en voorspelbare regelgeving;

•

decentralisatie van regelgeving, met meer ruimte voor maatwerk;

• •

een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving; snellere en betere besluitvorming.

Daarnaast kent de Omgevingswet maatschappelijke doelen (art. 1.3 Ow): “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” Ook op de Gemeente Barneveld rust de plicht om deze doelen in het oog te houden bij het maken en uitvoeren van het beleid in de fysieke leefomgeving. Dat vereist een integrale afweging.

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

12

INSTRUMENTEN VAN DE OMGEVINGSWET De Omgevingswet introduceert 6 instrumenten; de gereedschapskist voor iedereen die in het fysieke domein aan de slag gaat: • • • • • •

de Omgevingsvisie; het Omgevingsprogramma; het Omgevingsplan; de Algemene Rijksregels (in 4 Algemene Maatregelen van Bestuur); de Omgevingsvergunning; het Projectbesluit;

We leggen in het kort uit wat deze instrumenten inhouden: De OMGEVINGSVISIE bevat: a. een beschrijving van de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, b. de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, c. de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid. Een Omgevingsvisie is bedoeld voor de lange termijn. In een Omgevingsvisie wordt rekening gehouden met het voorzorgsbeginsel, het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden en het beginsel dat de vervuiler betaalt. Er is één Omgevingsvisie per gemeente. De gemeenteraad stelt de Omgevingsvisie vast. Het Omgevingsprogramma is/bevat a. een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan, b. maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden1 te voldoen, of c. een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken.

Een omgevingswaarde is één van de instrumenten waarmee overheden het beleid van een Omgevingsvisie kunnen uitvoeren. Hiermee kan de gemeente, provincie of het Rijk de kwaliteit vastleggen die ze voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. Deze kwaliteit moet objectief vast te stellen en meetbaar zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om waarden voor de luchtkwaliteit of de waterkwaliteit. Een omgevingswaarde 1

wordt vastgelegd in het Omgevingsplan. Het vaststellen van een omgevingswaarde verplicht tot het opstellen van de Omgevingsprogramma met maatregelen om die waarde daadwerkelijk te bereiken. Voor een aantal omgevingswaarden is in het Besluit Kwaliteit Leefomgeving een bandbreedte bepaald. Voor het overige zijn gemeenten vrij eigen omgevingswaarden in het leven te roepen.

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

13

Een programma is op uitvoering gericht. Er kunnen meerdere programma’s zijn. De gemeente bepaalt zelf in hoeverre zij van dit instrument gebruik maakt. Er zijn verplichte programma’s op grond van de Omgevingswet, maar in de regel zal sprake zijn van onverplichte programma’s. Deze zijn vormvrij. Een programma kan betrekking hebben op een thema, bijvoorbeeld een programma wonen, maar kan ook betrekking hebben op een gebied, bijvoorbeeld op één van de afzonderlijke kernen in een gemeente. Het is ook denkbaar om één programma te maken voor de hele gemeente. Het College stelt een Omgevingsprogramma vast.

Het Omgevingsplan bevat met het oog op de doelen van de wet regels die nodig worden geacht voor activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het Omgevingsplan bevat voor het gehele grondgebied van de gemeente in ieder geval de regels die nodig zijn met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Wat opvalt is dat bij het stellen van regels in de wet uitdrukkelijk wordt aangegeven dat oog moet worden gehouden op de doelen van de wet. Deze zijn hierboven genoemd. Daarnaast moet gedaan worden wat nodig is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Uit deze beide eisen vloeit voort dat het noodzakelijk is een integrale en goed gemotiveerde afweging te maken bij het stellen van de regels voor activiteiten. Het is belangrijk om in het oog te houden dat het Omgevingsplan veel meer bevat dan alleen ruimtelijke regels, zoals het bestemmingsplan. De regels in het Omgevingsplan hebben betrekking op de hele fysieke leefomgeving: dus ook regels op het gebied van milieu, water, natuur, duurzaamheid, gezondheid, etc. Ook alle regels die nu verspreid in verordeningen staan, inclusief de APV, verhuizen naar het Omgevingsplan, voor zover deze regels betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

14

DE ALGEMENE RIJKSREGELS Deze bestaan uit vier algemene maatregelen van bestuur. Zij bepalen voor een groot deel de toestemmingsvereisten voor activiteiten op locaties op basis van algemene regels. Daarnaast kaderen de algemene maatregelen van bestuur de afwegingsruimte van de gemeenten in. Ze bepalen de bandbreedte waarbinnen gemeenten hun eigen afwegingen mogen maken. De 4 maatregelen van bestuur zijn de volgende: 1. HET OMGEVINGSBESLUIT bevat procedurele regels en bakent de bevoegdheden tussen overheden af, regelt de betrokkenheid van medeoverheden en regelt onderwerpen als de milieueffectrapportage. Het bevat ook financiële bepalingen. Het Omgevingsbesluit is relevant voor zowel overheden als burgers en bedrijven. 2. HET BESLUIT BOUWWERKEN LEEFOMGEVING bevat de rijksregels over het bouwen, in stand houden en slopen van bouwwerken. Het Bbl komt in plaats van het Bouwbesluit. Het Bbl is relevant voor zowel overheden als burgers en bedrijven. 3. HET BESLUIT KWALITEIT LEEFOMGEVING bevat instructieregels met het oog op de kwaliteit van de leefomgeving. Vooral dit besluit bakent de ruimte van decentrale overheden af om eigen beleid te voeren op het terrein van de omgevingswaarden (enigszins vergelijkbaar met de huidige milieukwaliteitseisen). Het Bkl is vooral relevant voor overheden. 4.

HET BESLUIT ACTIVITEITEN LEEFOMGEVING stelt, zoals de naam al zegt, regels over activiteiten in de leefomgeving, onder andere op milieugebied. Dit besluit komt in de plaats van het Activiteitenbesluit. Het Bal is relevant voor zowel overheden als burgers en bedrijven.

Onderstaande afbeelding is illustratief voor de opbouw van het stelsel:

Burgers en bedrijven

Overheid

Materiële regels

Besluit activiteiten leefomgeving

Besluit kwaliteit leefomgeving

Algemene/ procedurele regels

Omgevingsbesluit

Besluit bouwwerken leefomgeving

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

15

DE OMGEVINGSVERGUNNING Dit is noodzakelijk om op te stellen wanneer dat uit de Omgevingswet, de daaraan verbonden algemene maatregelen van bestuur, de provinciale verordening, de waterschapsverordening of het Omgevingsplan voortvloeit. Meer nog dan nu het geval is, zet de Omgevingswet in op algemene toestemmingsregels voor activiteiten, zodat minder vaak een Omgevingsvergunning nodig zal zijn. Dit heeft gevolgen voor de legesinkomsten. HET PROJECTBESLUIT Is een instrument voor het Rijk, Provincies en Waterschappen. Met behulp van dit instrument kan slagvaardig worden besloten over ingrijpende en complexe infrastructurele projecten. Gemeenten kunnen geen Projectbesluit nemen, maar kunnen er wel mee geconfronteerd worden. In onderstaande afbeelding tref je ook een korte uitleg van elk instrument aan.

OMGEVINGSWET

De 6 instrumenten 1 Omgevingsvisie Strategische en integrale langetermijnvisie op de fysieke leefomgeving. Verplicht voor Rijk, provincie en gemeente.

2 Programma’s Programma's maken de doelen van de omgevingsvisie concreet. Indien nodig met een programmatische aanpak.

3 Decentrale regels dekkende regeling met alle regels voor de fysieke leefomgeving.

Gemeentelijk omgevingsplan

De provinciale omgevingsverordening

4 Algemene rijksregels Algemene rijksregels voor activiteiten beschermen de leefomgeving. Initiatiefnemers weten hierdoor vooraf wat de mogelijkheden zijn en hoeven geen vergunning aan te vragen.

Waterschapsverordening.

5 Omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning is alleen nodig als de algemene rijksregels niet volstaan. Deze kan worden aangevraagd bij één loket.

Omgevingswet

6 Projectbesluit Een projectbesluit is nodig voor ingrijpende en ingewikkelde projecten waarbij een publiek belang speelt.

Omgevingswetportaal.nl | februari 2018

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

16

DIGITALISERING De digitalisering vormt een onlosmakelijk en wezenlijk onderdeel van het nieuwe stelsel. Met de komst van de Omgevingswet wordt ook het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ontwikkeld. Gemeenten moeten bij de invoering van de Omgevingswet in staat zijn om aan te sluiten op de daarvoor ontwikkelde landelijke voorziening (DSO-LV). De zichtbare uiting daarvan is het omgevingsloket. De aansluiting heeft betrekking op de volgende onderdelen:

•

het kunnen publiceren van Omgevingswetbesluiten

•

het kunnen publiceren van vragenbomen met toepasbare regels

•

vergunningaanvragen en meldingen kunnen ontvangen

•

begrippen en definities centraal kunnen beheren

•

onderling en met initiatiefnemers kunnen samenwerken

“DE GEEST VAN DE OMGEVINGSWET” Voor decentrale overheden, zoals voor de gemeente Barneveld, is uiteindelijk niet zozeer de wet zelf het meest bepalende deel, maar vooral het antwoord op de vraag wat we er in Barneveld mee gaan doen. Wat wordt de manier van werken in Barneveld in het licht van de Omgevingswet? De Omgevingswet heeft namelijk een andere manier van werken tot doel. Die kan worden geïllustreerd met behulp van onderstaande overzicht:

VAN Doen wat is afgesproken Toetsen van plannen Sturen Plannen maken Sectoraal Overheid Toetsen op criteria Nee, mits

NAAR Doen wat de bedoeling is Stimuleren van initiatieven Dienen Plannen mogelijk maken Integraal Samenleving Wegen op waarden Ja, tenzij

Gemeenten zijn vrij om daarin hun eigen smaak te bepalen en die smaak willen we bepalen van dit Koersdocument. Daarin speelt ook de regionale omgeving buiten Barneveld een belangrijke rol. Veel vraagstukken zijn namelijk gemeentegrens overschrijdend en kunnen alleen worden opgelost via regionale afstemming.

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

VERANDEROPGAVE Daarmee bestaat de veranderopgave die voortvloeit uit de Omgevingswet uit 3 onderdelen. 1. De juridische wijzigingen in wet- en regelgeving, 2. de implementatie van een andere manier van werken en 3. de ontsluiting via het Digitaal Stelsel Omgevingswet. De afbeelding hiernaast geeft dit helder weer.

LEREN EN VERANDEREN Uit het nieuwe stelsel en de keuzes die Barneveld in dit Koersdocument maakt, vloeit een andere manier van werken voort. Daar zijn ook andere competenties en vaardigheden voor nodig. Het zal jaren duren voordat we echt hebben leren werken met het nieuwe stelsel. Intussen zal voortdurende monitoring en evaluatie nodig zijn, zodat kan worden ingegrepen waar dat nodig blijkt. Op die manier zullen we de inrichting van het stelsel in Barneveld, alsmede de gemaakte keuzes verder verfijnen. We zullen met vallen en opstaan leren. Dat betekent ook dat er fouten gemaakt zullen worden. Dit is onvermijdelijk. Dit besef is belangrijk en dat betekent ook dat fouten gemaakt mogen worden. Het spreekt vanzelf dat we daarvan dan wel moeten leren.

17

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

18

BELEIDSCYCLUS De Omgevingswet gaat uit van de hiernaast weergegeven beleidscyclus. De ontwikkeling van het beleid vindt lokaal plaats in de Omgevingsvisie. De doorwerking of de uitwerking ervan in Omgevingsprogramma’s en, via de regels, in het Omgevingsplan. Geldende algemene regels en de Omgevingsvergunning zijn uitvoeringsinstrumenten. Het sluitstuk van de cyclus wordt gevormd door toezicht en handhaving en door monitoring en evaluatie. Op basis van de uitkomsten daarvan wordt bezien of het beleid moet worden bijgesteld en geactualiseerd. Aldus is de cyclus rond en begint deze weer van voren af aan. De organisatie zal hierop moeten zijn ingericht. Vooral het sluitstuk van de cyclus zal vermoedelijk extra aandacht vragen: toezicht en handhaving, alsmede monitoring en evaluatie. Verder kan dit alleen goed werken als het beleid goed ontsloten en toegankelijk is.

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

19

Hoofdstuk 2: Waar staan we nu in Barneveld 2.1 Het proces tot nu toe We beginnen niet bij “0” is een uitspraak die van toepassing is op de Barneveldse situatie. Sinds 2016 zijn zowel de gemeentelijke organisatie, het College van B&W als de gemeenteraad bezig geweest met de voorbereidingen. In het projectplan van 2016 heeft Barneveld uitgesproken dat zij de ambitie heeft “onderscheidend” te willen zijn. Dat betekent dat we gebruik willen maken van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt, maar niet voorop willen lopen. Wat dit dan vervolgens inhoudt is niet concreet gemaakt. De gemeente Barneveld heeft tevens de metafoor “De Reis naar de Omgevingswet” als centrale noemer voor de verandering. In de afgelopen jaren is er de nodige aandacht geweest voor kennisoverdracht en bewustwording onder medewerkers. Zo zijn er verschillende bijeenkomsten georganiseerd om na te denken over de veranderingen en wat dit dan betekent voor het werk van medewerkers in de organisatie. Voorbeelden zijn een Omgevingscafé over omgevingsgericht (integraal) samenwerken en het Omgevingswetspel. In de vijf deelprojectgroepen zijn de thema’s Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma’s, Omgevingsplan, Dienstverlening, Wet- en regelgeving en Digitalisering besproken verder onderzocht en voorbereidt. Daarnaast heeft er een oriëntatie plaatsgevonden op de nieuwe manier van werken.

Bepaalde werkzaamheden doen we al in de “geest van de Omgevingswet”. Zo doen we ervaring op met het Omgevingsplan bij het opstellen (interne pilot) van het bestemmingsplan Kootwijk – Garderen en met de Omgevingsvisie via de nieuwe Omgevingsvisie Barneveld Centrum. Experimenteren, leren en ontwikkelen gebeurt dus volop.

.

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

20

SERVICEFORMULES Daarnaast zijn er serviceformules in ontwikkeling, met als doel onze dienstverlening te verbeteren. SERVICEFORMULES Een belangrijk fundament voor de dienstverlening onder de Omgevingswet zijn de serviceformules. Een serviceformule geeft aan welke dienstverlening burgers en ondernemers ontvangen. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) onderscheidt 4 serviceformules: •

snelserviceformule

•

ontwerpformule

•

ontwikkelformule

•

toezichtformule

In Barneveld concentreren wij ons op de innovaties uit de eerste drie serviceformules. De vierde serviceformule, de toezichtformule, laten we voorlopig buiten beschouwing. SNELSERVICEFORMULE De snelserviceformule zorgt ervoor dat inwoners bij eenvoudige verbouwingen in en om het huis binnen een kwartier weten of er gebouwd mag worden met of zonder vergunning. Als er een vergunning nodig is, gaat de aanvraag simpel en snel. ONTWERPFORMULE Dankzij de ontwerpformule kunnen initiatiefnemers terecht bij de gemeente als één loket voor alle services. De overheid denkt mee in een nieuw integraal voortraject met participatie. Daarna ontvangt de initiatiefnemer binnen acht weken een omgevingsvergunning. ONTWIKKELFORMULE De ontwikkelformule is van toepassing bij gebiedsontwikkeling of het maken van een visie. Alle betrokkenen hebben invloed op het proces en het resultaat. Per serviceformule is een voorstel gemaakt voor implementatie van veelbelovende innovaties. De invoering volgt in 2021.

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

21

Niet alleen de organisatie, ook raad en college zijn bij de eerdere voorbereidingen betrokken geweest. Zo is de gemeenteraad actief betrokken via een raadswerkgroep. Een flink aantal bijeenkomsten is er geweest om raad en college mee te nemen en richting te laten geven op de implementatie.

2.2 Waarom een Koersdocument? Uit het voorgaande blijkt dat er al veel werk is gestoken in de voorbereidingen op de Omgevingswet. De opbrengsten daarvan zijn echter niet gemeenschappelijk gemaakt voor zowel de gehele organisatie, college als gemeenteraad. Evenmin zijn ze vertaald in richtinggevende uitspraken waarmee iedereen zich verbonden voelt. De vraag die daarbij centraal staat is ‘Wat wil Barneveld met de Omgevingswet’? Wat wordt onze manier van werken. Hoe kijken we aan tegen integraliteit, wat is dat eigenlijk en wat past er bij Barneveld. Hetzelfde geldt voor thema’s als flexibiliteit, participatie en de Omgevingswet, en regelgeving. Zoals gezegd beginnen we niet bij “0”. Zo hebben we in bijvoorbeeld het Omgevingscafé het thema integraal werken uitvoerig behandeld en deze opbrengsten nemen we mee in het vervolg. We gaan nu een verdiepingsslag maken: in hoeverre werken we al volgens “ja, mits..” in plaats van “nee, tenzij..” en in hoeverre hebben we daar nog een slag in te maken. Een andere vraag is bijvoorbeeld: wat betekenen extra afwegingsmogelijkheden voor onze rol en positie in de regio en het overleg met onze (keten)partners? Op deze en andere vragen willen we in dit Koersdocument ingaan. Het helpt ons om koers te zetten op onze Reis naar de Omgevingswet.

Het Koersdocument verbindt de implementatie van de Omgevingswet ook met andere ontwikkelingen die voor de invoering relevant zijn. Denk aan zaken als de visie op dienstverlening, organisatieontwikkeling en werken in programma’s. Het Koersdocument dat voor u ligt betreft de “manier van werken” van Barneveld met de Omgevingswet. Het bevat geen inhoudelijke beleidskeuzes. Dit document is richtinggevend voor de uitwerking van de werkprocessen. Het helpt ook zicht te krijgen op de goede afbakening van de bevoegdheden van raad en college in het nieuwe stelsel en zet koers richting een nieuwe balans bij de samenwerking in het fysieke domein. Het onderscheid met de Omgevingsvisie is dat de Omgevingsvisie wel gaat over inhoudelijke keuzes (voor het fysieke domein) op hoofdlijnen voor de ontwikkeling van Barneveld op lange termijn. De bronnen voor het Koersdocument betreffen allereerst de opbrengsten van de voorbereidingen over de afgelopen jaren. Daarnaast zijn er interviews gehouden met de afdelingshoofden en de leden van het college. Ook is input verkregen van medewerkers binnen de organisatie, onder meer via een medewerkersbijeenkomst op 5 november 2020. Tevens werden twee raadsbijeenkomsten gehouden, op 15 september 2020 en 2 november 2020.

Samen met de al aanwezige context binnen de organisaties (zoals de organisatievisie en de visie op dienstverlening) is dit verwerkt in dit document.

Barneveld

OMGEVINGSWET

KOERSDOCUMENT

22

Onderstaand een greep uit de reacties van de bijeenkomst van 5 november 2020:

“Taalgebruik: als je een verandering voorstaat, ondersteun dit dan ook door andere woorden en formuleringen te gebruiken. Noem het ‘planatelier’ bijvoorbeeld ‘het gesprek’. Maak het visueel: je moet visualiseren en ook de omgeving duidelijk maken. Er moet een praatprent zijn voor alle stakeholders. Dat bevordert een integrale benadering. Duidelijke communicatie: wij moeten duidelijker communiceren over de doelen die worden nagestreefd. Daarnaast moeten we van tevoren duidelijk maken welke initiatieven we toejuichen. Een goede intake is belangrijk zodat de gemeente haar eigen positie bepaalt voordat ze stappen zet. Het initiatief moet leidend zijn, maar hoe geven we plaats aan andere belanghebbenden? Urgentie bepalen met het sociaal domein: breder kijken bij ruimtelijk opgave voor de zorg, aan het sociaal domein vragen hoe urgent is dit. Participatie door initiatiefnemer: Aantonen aan initiatiefnemer dat ze participatie goed moeten doen. Alleen sancties zijn er niet echt – je bent afhankelijk dus of de initiatiefnemer dit goed doorloopt.”

Tot slot stelt het koersdocument de kaders en biedt houvast voor de verdere implementatie. Dit document zal vastgesteld worden door de gemeenteraad.

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE SAMENHANGENDE BENADERING VAN DE LEEFOMGEVING KOERSDOCUMENT

23

Hoofdstuk 3: De samenhangende benadering van de leefomgeving INLEIDING Zoals al in hoofdstuk 1 beschreven is de samenhangende benadering van de leefomgeving één van de kernpunten van het nieuwe stelsel. Maar wat is dat dan? En hoe doen we dat? Een voorbeeld is het thema “gezondheid”. Een verplicht doel in de Omgevingswet. We zullen moeten definiëren wat we daar in Barneveld onder verstaan en welke doelen we daarvoor willen stellen. Dat doen we in de Omgevingsvisie. Vervolgens zullen we bij elk besluit dat we nemen in staat moeten zijn dit vanuit het thema gezondheid te motiveren. Dit betekent ook een automatische betrokkenheid van het sociaal domein. Maar ook de betrokkenheid van ketenpartners komt extra nadrukkelijk in beeld, zoals de GGD of de Veiligheidsregio. Bij de formulering en uitwerking van de doelen zullen we dus moeten werken vanuit brede thema’s, zoals “gezondheid”, “leefbaarheid”, “duurzaamheid” etc. Om een integrale benadering te waarborgen, kan ook worden gekozen voor een gebiedsgerichte benadering, zoals “buitengebied”, “woonwijken”, etc.. Een combinatie is ook goed denkbaar. Dit alles in interactie met het sociaal domein. Temeer waar de doelen die in het sociaal domein worden gesteld, gevolgen kunnen hebben voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. En omgekeerd, kan de inrichting van de fysieke leefomgeving van invloed zijn op het sociaal domein.

Die samenhang is in de afbeelding hieronder weergegeven.

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE SAMENHANGENDE BENADERING VAN DE LEEFOMGEVING KOERSDOCUMENT

24

HET DOEL STAAT VOOROP Een kenmerk van integraal werken onder de Omgevingswet is ook dat niet de regel voorop staat, maar het doel. Welke doelen streeft de gemeente na en past een initiatief daarin? Als dat het geval is, dan is het de bedoeling dat de gemeente in principe meewerkt aan een initiatief, ook al past het bijvoorbeeld niet in de regels van het Omgevingsplan. Om deze weging goed te kunnen maken, is het wel nodig dat de doelen die de gemeente nastreeft helder zijn. Die doelen worden vastgelegd in de Omgevingsvisie en mogelijk uitgewerkt in één of meer Omgevingsprogramma’s. Het centraal stellen van doelen en het daarmee vanuit de samenhang werken, is in feite geen vrijwillige keuze. De Omgevingswet brengt met zich mee dat elke afweging in het fysieke domein gemotiveerd moet kunnen worden vanuit de vertaling van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet naar de Barneveldse situatie. Als die motivering niet deugdelijk is, heeft dat mogelijk ook juridische gevolgen. INTEGRAAL WERKEN IN BARNEVELD In Barneveld wordt al projectmatig en opgave gericht gewerkt. Hierbij maken we voor sommige opgaven gebruik van programma’s. Binnen grotere (ruimtelijke) projecten met een projectmatige aanpak wordt er integraal samengewerkt, maar bij de voorbereiding van dit Koersdocument is gebleken dat het ruimtelijk perspectief daarbij nog dominant is.

Verder bleek uit de voorbereiding op dit Koersdocument dat de beleidsvorming lang niet altijd integraal is. Nogal eens ontbreekt brede afstemming. Bovendien blijkt beleid soms niet makkelijk vindbaar. Ook dat bemoeilijkt integraliteit. Binnen de organisatie is de wil om samen integraal te werken vrij breed aanwezig. Dat geldt ook voor het besef van het belang ervan. Dat bewustzijn is belangrijk. Daarmee kan het ingeslagen pad worden uitgebouwd: beter leren echt samen integraal te werken in (multidisciplinaire) teams.

1. ONZE KOERS We willen steeds beter echt leren denken en werken vanuit de samenhang. Bij het formuleren van ons beleid en bij het nemen van besluiten denken we vanuit onze doelen voor de leefomgeving. We kiezen waar nodig voor een gebiedsgerichte benadering. We werken samen in multidisciplinaire teams. Het sociaal domein wordt daarin nadrukkelijk betrokken. We ontwikkelen het planatelier door naar een volwaardige Omgevingstafel. Gebiedsgericht werken is opgenomen als speerpunt in de programmabegroting van 2021. Deze manier van werken en de inzet van een gebiedsregisseur sluit aan bij de doelen die de Omgevingswet stelt. De manier waarop Barneveld gebiedsgericht werken wil gaan inzetten wordt intern nu verkend en uitgewerkt.

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE SAMENHANGENDE BENADERING VAN DE LEEFOMGEVING KOERSDOCUMENT

Het planatelier is een goed voorbeeld van een integrale benadering bij projecten. Zoals uit de gesprekken is gebleken vraagt dit nog verdere ontwikkeling, zeker voor de wat kleinere (niet standaard) projecten en initiatieven vanuit de samenleving. Want feitelijk is nog sprake van een benadering waarbij enkelvoudige input voorop staat vanuit de afzonderlijke disciplines. Bovendien vraagt het aspect participatie nadere aandacht. In de geest van de Omgevingswet kan het planatelier worden doorontwikkeld naar een Omgevingstafel. Een intaketafel gaat daaraan vooraf. DE OMGEVINGSTAFEL Voor een ‘Omgevingswetproof vooroverleg’ heeft VNG, samen met de gemeente Zaanstad, een dialoogmodel ontwikkeld. Een model waarbij de omgevingstafel centraal staat. •

Aan de tafel komen (in een of meerdere sessies) de initiatiefnemer en alle betrokkenen bij elkaar.

•

Het initiatief wordt dan besproken vanuit de gedachte om het mogelijk te maken.

•

Dit levert de initiatiefnemer een integraal advies op, waarmee hij de vergunningaanvraag kan opstellen en indienen.

•

Daarna kan de vergunning in acht weken worden afgehandeld. Bron: https://vng.nl/artikelen/omgevingstafel

25

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE SAMENHANGENDE BENADERING VAN DE LEEFOMGEVING KOERSDOCUMENT

26

De Omgevingswet zet in op een gezamenlijke weging van alle met elkaar samenhangende aspecten, waarbij de verschillende aspecten op een gelijkwaardige manier worden betrokken. Dat vraagt om echt samenwerken en het echt gelijkwaardig tegen elkaar afwegen van alle relevante aspecten om te komen tot de beste oplossing. Het woord “wegen” wordt dan belangrijker dan het woord “toetsen”. Dat vraagt dat we van elkaar weten wat we doen en het vraagt om een goede verbinding tussen beleid en uitvoering. Bovendien moeten medewerkers in staat zijn om te wisselen tussen verschillende rollen, afhankelijk van de context, waarbij individuele kennis en vaardigheden zo optimaal mogelijk worden ingezet. Dit betekent ook dat het proces minstens even belangrijk wordt, zo niet belangrijker, dan de vakinhoud. Daarnaast vraagt het zoeken naar de beste oplossing om een ‘oplossingsgerichte houding’ en meedenken met de vraag van de inwoner. En dit vraagt dan weer om een verschuiving van competenties en vaardigheden. Zie daarover meer in hoofdstuk 9. HET PLANATELIER Het doel van het Barneveldse planatelier is het op een interactieve wijze behandelen van initiatieven om zo te komen tot een integrale afweging en advisering. Die initiatieven kunnen nu betreffen: verzoeken om vooronderzoek, principeverzoeken, projectafwijkingsbesluiten en interne verzoeken op ruimtelijk gebied.

De samenstelling van deelnemers aan het planatelier wisselt afhankelijk van de onderwerpen die worden behandeld. De meest betrokken disciplines zijn veelal aanwezig: stedenbouw, verkeer, ruimte, wonen, milieu. De bespreking van het initiatief in het planatelier kan gebeuren in het bijzijn van de initiatiefnemer en diens adviseur. De initiatiefnemer krijgt dan rechtstreeks mee wat de overwegingen zijn en kan meediscussiëren over haalbare alternatieven. De Omgevingstafel borduurt voort op hetzelfde idee als het planatelier. Een verschil is dat bij de Omgevingstafel ook belanghebbenden, gemeentelijke partners, ketenpartners, en externe experts kunnen aanschuiven. Bovendien wordt er in de nieuwe situatie een onderscheid gemaakt tussen de voorafgaande intaketafel (een primaire beoordeling waarbij de aangewezen route wordt bepaald) en de eigenlijke Omgevingstafel, waar de dialoog wordt georganiseerd

OPGAVE GERICHT WERKEN Tijdens de interviews bleek dat men zich binnen de gemeente niet altijd raad weet met initiatieven van buiten die het gemeentehuis binnen komen. Voordat iemand gevonden is die de verantwoordelijkheid neemt duurt nog wel eens. Ook blijven de interne prioriteiten vaak voorop staan. Wanneer we vanuit de opgave denken en werken, dan stellen we de behoefte van de samenleving centraal. Ook denken we dan van “buiten” naar “binnen”. Dat betekent dat we in staat moeten zijn om adequaat en flexibel in te spelen op initiatieven van buiten en daar ook voldoende prioriteit aan moeten geven. Ook dit is een al gaand leerproces, onder de noemer “omgevingsgericht samenwerken”. Hier kunnen we meer gebruik maken van de

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE SAMENHANGENDE BENADERING VAN DE LEEFOMGEVING KOERSDOCUMENT

27

kennis en ervaring die de afgelopen jaren binnen het Sociaal Domein is opgedaan, zeker als het gaat om oplossingsgericht werken. Deze ontwikkeling past ook goed bij de geest van de Omgevingswet en bij ons dienstverleningsconcept, waarbij de vraag van de inwoner centraal wordt gesteld. Daarover hierna meer.

2. ONZE KOERS We werken opgave- en oplossingsgericht, waarbij de behoefte van de samenleving centraal staat. We noemen dat “omgevingsgericht samenwerken”. We zorgen dat we goed, snel en flexibel kunnen inspelen op vragen en initiatieven van “buiten”, met een heldere en eenduidige toedeling en toe-eigening van verantwoordelijkheden.

ORGANISATIEVISIE EN DIENSTVERLENINGSCONCEPT In onze dienstverlening moet die integrale benadering ook zichtbaar worden voor de initiatiefnemer. Die benadering willen we koppelen aan onze organisatievisie en onze visie op dienstverlening. De organisatievisie is namelijk de paraplu voor zowel omgevingsgericht samenwerken als voor het dienstverleningsconcept. Zaakgericht werken is een middel om beide doelen te realiseren. In het Dienstverleningsconcept van Barneveld staat dat wij er als gemeentelijke organisatie zijn voor de Barneveldse samenleving. We zijn samen gericht op een positieve ‘klantbeleving’. Wij willen dat inwoners, ondernemers en partners in alle contacten met de gemeente Barneveld ervaren: ‘ik ben blij met Barneveld.’ Het betekent dat we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat onze inwoners de contacten met ons als positief ervaren. Klantgericht werken en onze bedrijfsprocessen afstemmen

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE SAMENHANGENDE BENADERING VAN DE LEEFOMGEVING KOERSDOCUMENT

28

op de behoeften van onze inwoners, ondernemers en partners is een belangrijk aspect in de beleving die zij hebben bij de gemeente Barneveld. Denkend vanuit de gesignaleerde verwachtingen over onze overheidsdienstverlening zijn er 3 doelen die we in het dienstverleningsconcept nastreven: 1) de vraag van de inwoner centraal. Er is 1 ingang en 1 antwoord. We zijn bereikbaar en houden u op de hoogte, in duidelijke en heldere taal. Inwoners kunnen zelf het verloop van hun aanvraag volgen. 2) Digitaal tenzij. Inwoners kunnen zoveel mogelijk zaken eenvoudig en snel afhandelen via de website, dit is veilig en betrouwbaar voor iedereen. 3) Als gemeentelijke organisatie willen we graag meedenken met inwoners. Voor complexe en persoonlijke zaken gaan we graag in gesprek met de inwoner en zoeken we samen naar een passende oplossing. We staan voor betekenisvol menselijk contact, niet alleen als het nodig is, maar ook als men er behoefte aan heeft.

3. ONZE KOERS We werken integraal samen vanuit onze kernwaarden: gastvrij, ondernemend, verbindend, wendbaar. Daarbij stellen we de vraag van de inwoners voorop en denken we met hen mee.

ZAAKGERICHT WERKEN Om goed te kunnen werken met de Omgevingswet is zaakgericht werken, hoewel niet verplicht, eigenlijk noodzakelijk. En omdat de Omgevingswet uitgaat van een digitale ontsluiting van het stelsel, bij voorkeur meteen digitaal, met een zaaksysteem. Alleen dan ook kunnen meerdere mensen gelijktijdig aan een dossier werken, zijn er geen problemen met de overdracht en kan soepel en eenduidig worden samengewerkt met medeoverheden en ketenpartners.

Barneveld

OMGEVINGSWET

DE SAMENHANGENDE BENADERING VAN DE LEEFOMGEVING KOERSDOCUMENT

Overheden dienen zich naar de burger toe ook te presenteren als “één overheid.” Dat betekent dat bij voorkeur wordt aangesloten bij de standaard zaaktypen die voor de processen onder de Omgevingswet zijn ontwikkeld. Automatisch uitwisselen van informatie wordt op deze manier een stuk eenvoudiger. De landelijke zaaktypen worden ontwikkeld binnen het programma Uitvoering Informatievoorziening Omgevingswet – interbestuurlijk (UIVO-I). Zaakgericht werken in een zaaksysteem is ook noodzakelijk om de burger doorlopend en actueel digitaal inzicht te kunnen verschaffen in het verloop van zijn zaak. Daarbij past zaakgericht werken in een zaaksysteem naadloos op onze visie op dienstverlening, vooral doel 2: digitaal tenzij. In Barneveld is de beweging richting zaakgericht werken ingezet. Er is een projectmanager aangesteld die de implementatie van zaakgericht werken (“de kern van de zaak”) binnen Barneveld gaat begeleiden.

ZAAKGERICHT WERKEN Zaakgericht werken houdt in dat alle informatie over de behandeling van een bepaalde zaak aan diezelfde zaak gekoppeld wordt en voor alle betrokkenen toegankelijk is. Dit zorgt voor transparantie en een efficiënte samenwerking aan zo’n zaak. Door zaakgericht te werken, kan de gemeente de kwaliteit en doorlooptijd van de processen beter bewaken. Hierdoor kunnen burgers en bedrijven de afhandeling van zaken eenvoudiger en beter volgen (bijvoorbeeld via MijnOverheid). Zo wordt niet alleen de efficiëntie, maar ook de dienstverlening van de gemeente verder verbeterd.

4. ONZE KOERS Om goed te kunnen werken met de Omgevingswet is zaakgericht werken in een digitaal zaaksysteem belangrijk. Wij geven prioriteit aan de ontwikkeling en aanschaf daarvan, zodanig dat we per 1 januari 2022 in elk geval kunnen voldoen aan de minimale eisen die de Omgevingswet aan dienstverlening stelt.

2

Zie ook: GEMMA 2 Katern Zaakgericht Werken - GEMMA Online

29

Barneveld

OMGEVINGSWET

TUSSEN FLEXIBILITEIT EN ZEKERHEID KOERSDOCUMENT

30

Hoofdstuk 2: Tussen Flexibiliteit en Zekerheid INLEIDING De Omgevingswet biedt meer eigen afwegingsruimte en meer ruimte voor maatwerk. Ook wil de Omgevingswet werken vanuit vertrouwen in de samenleving. Vervolgens is de vraag hoe en in welke mate je die afwegingsruimte wilt gaan benutten. Dat is voor elke gemeente verschillend en is afhankelijk van de lokale context. Daarbij gaat het niet alleen om afwegingsruimte bij het maken van beleid, maar het is ook een keuze tussen meer of minder maatwerk in concrete situaties. En als het accent verschuift van werken op basis van regels naar werken vanuit doelen, hoe ver gaat dat dan? En maken we daarbij verschil tussen gebieden met hun opgaven? SITUATIE IN BARNEVELD Bij de voorbereiding op de Omgevingswet in de afgelopen jaren en bij de voorbereiding op dit Koersdocument, is duidelijk geworden dat Barneveld gebruik wil maken van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt, zonder daarbij per se voorop te willen lopen. In de praktijk maakt Barneveld op dit punt intussen een ontwikkeling door. Men wil graag maatwerk leveren en dat gebeurt ook al regelmatig. Uit de Notitie “globale en flexibele bestemmingsplannen” blijkt de intentie om al in de huidige bestemmingsplannen ruimte te laten voor flexibiliteit. In het resultaat is dit lang niet altijd terug te zien. Ook gesloten normstelling voert nog wel de boventoon.

Vaak ook is dit alles een gevolg van politieke keuzes. Het besef dat we moeten leren denken vanuit de opgave is vrij breed aanwezig. De mate waarin daarvan in de praktijk sprake is, verschilt echter nogal. Signalen zijn dat de andere benadering van vraagstukken nog veelal ad hoc is en nog niet echt is verankerd in de werkwijze. Er kan daarnaast nog meer gebruik gemaakt worden van de kennis die in de samenleving aanwezig is en van andere perspectieven op mogelijke oplossingen. Zoals in één van de interviews werd gezegd, moeten we nog werkelijk leren denken in verschillen, vanuit het besef dat eigenlijk elk initiatief uniek is. Maatwerk behoort met andere woorden de standaard te worden en niet de uitzondering. Om te voorkomen dat maatwerk verwordt tot willekeur is het belangrijk om de basis goed op orde te hebben. Dat biedt de benodigde zekerheid. Die basis bestaat uit goed opgebouwd en gemotiveerd beleid in de Omgevingsvisie en eventuele Omgevingsprogramma’s. Met andere woorden, de kaders moeten op orde zijn. Dat stelt de organisatie vervolgens ook in staat om werkelijk op de andere manier te gaan werken. Bovendien geeft een goede kaderstelling de gemeenteraad het comfort om meer te kunnen loslaten.

Barneveld

OMGEVINGSWET

TUSSEN FLEXIBILITEIT EN ZEKERHEID KOERSDOCUMENT

Uitspraken van de raadswerkgroep VANUIT DE RAADSWERKGROEP ZIJN HIERTOE EERDER AL ENKELE “AANZETTEN” GEFORMULEER: •

geen blanco vel, kaderstelling vooraf

•

inzetten op deregulering

•

meer op hoofdlijnen sturen; meer delegeren aan college en vanuit ervaringen bijstellen

•

experimenteren en daarvan leren

•

zo veel mogelijk al anticiperen op de Omgevingswet

Bij de voorbereiding op dit Koersdocument is vanuit de raad ook aangegeven dat zij de route wil gaan bewandelen naar het centraal stellen van doelen en het werken met open normen. Tegelijkertijd is aangegeven dat loslaten moeilijk is. Leren denken in doelen in plaats van regels en leren werken met open normen in plaats van gesloten normen is een ontdekkingstocht. Vanuit de voorbereiding ontstaat daarmee het beeld dat Barneveld het niet van het ene op het andere moment helemaal anders wil doen, maar geleidelijk het pad wil bewandelen naar meer loslaten. Onderweg ontdekken we dan wat werkt en wat niet werkt. Het uiteindelijke doel blijft wel duidelijk voor ogen en dat is gebruik maken van de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt, van de geest van de wet.

31

Barneveld

OMGEVINGSWET

TUSSEN FLEXIBILITEIT EN ZEKERHEID KOERSDOCUMENT

32

5. ONZE KOERS De keuze richting loslaten, afwegen in plaats van toetsen en denken in maatwerk vanuit de opgave, is feitelijk al gemaakt. Op dit pad gaan we verder. We willen leren werken met open normen. Dit is een groeiproces dat we de komende jaren geleidelijk verder willen doormaken. Per gebied en/ of opgave gaan ontdekken wat wel en niet werkt. Goede kaderstelling met een heldere en zorgvuldige formulering van de doelen in de leefomgeving is belangrijk.

Een belangrijke mijlpaal in deze ontdekkingstocht, de reis zogezegd, is het tot stand komen van een nieuw actueel Omgevingsplan voor de hele gemeente. Dat is de plek waar de balans moet landen tussen loslaten en vasthouden. Waar het werken met open normen en denken vanuit doelen, concreet wordt vertaald in de regels voor activiteiten. De mate waarin we willen bewegen naar loslaten en maatwerk zal per gebied en per opgave verschillen. Soms moet de nadruk liggen op vasthouden, namelijk daar waar we het behouden van de kwaliteit van de leefomgeving vooropstellen. Voor het overige kan de nadruk meer gaan liggen op loslaten, vooral daar waar we ruimte willen bieden voor ontwikkelingen. Wanneer in het Omgevingsplan de juiste balans is gevonden, stelt dat medewerkers en initiatiefnemers in staat om opgaven werkelijk op een andere manier te gaan benaderen en maatwerk te leveren bij initiatieven.

Barneveld

OMGEVINGSWET

PARTICIPATIE EN DE SAMENLEVING KOERSDOCUMENT

33

Hoofdstuk 5: Participatie en de samenleving INLEIDING Participatie is een onderdeel dat sterk naar voren komt in de Omgevingswet, met als doel de samenleving meer te betrekken bij het maken van keuzes binnen de leefomgeving. In de Omgevingswet staat op welke momenten participatie in elk geval moet plaatsvinden. Hiervoor geldt tevens een verantwoordingsplicht. Dit betreft zowel participatietrajecten voor het opstellen van beleid als voor initiatieven die vanuit de samenleving komen. De Omgevingswet zegt niets over het “hoe”, over de vorm van de participatie. Dat bepaal je als gemeente of als initiatiefnemer zelf. Geen enkel participatietraject is hetzelfde, vandaar dat participatie altijd maatwerk is. Onderstaand zijn de eisen weergegeven die de Omgevingswet bij elk instrument stelt aan participatie: Instrument

Regels

Wie is verantwoordelijk Waar staat het? voor het naleven van de participatieregels

Omgevingsvisie

Motiveringsplicht: het bevoegd gezag geeft bij het besluit aan hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding en wat de resultaten daarvan zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=98486d85-4457-402a-8e87-710bb931e4e4