Jaarverslaggeving 2023
Tekst van het document
Financiële consequenties
Het beheer van de oppervlaktewater(bodems) wordt nu nog projectgewijs vormgegeven en wordt, na deze inhaalslag, omgevormd tot een systematische aanpak.
3.5 Groen Beleidskader
Bomen: Het bomenplan is in de opstartfase. Er wordt op dit moment gewerkt aan een plan van aanpak. Het bomen beleidsplan, APV aanpassingen en het uitvoeringsprogramma moeten in december 2025 vastgesteld worden. Het bomenbeheerplan wordt naar verwachting in maart 2026 vastgesteld.
Financiële consequenties
De kosten voor beheer en onderhoud van Groen zijn opgenomen in de exploitatiebegroting. Daarnaast zijn er in het MIP investeringen opgenomen voor de vervanging van Groen.
3.6 Gebouwen Beleidskader
De werkzaamheden voor uitvoering planmatig onderhoud aan gemeentelijke gebouwen zijn opgenomen in de rapportage planmatig onderhoud 2023-2042. Hierin is inzichtelijk gemaakt welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn, gekoppeld aan de toekomstvisie voor het gebruik en beheer van de gebouwen. Daarbij is het efficiënt uitbesteden van planmatig onderhoudswerkzaamheden een doorlopend aandachtspunt. Door maatschappelijke en economische ontwikkelingen wordt er steeds meer gekeken naar de mogelijkheden van duurzame oplossingen binnen het vastgoed. Niet alleen bij nieuwbouw, maar juist bij bestaande bouw worden strengere eisen gesteld. In december 2021 is het verduurzamingsplan vastgesteld door de raad voor 16 panden. Hiervoor wordt nu een duurzaam meer-jarenonderhoudsplan (DMJOP) opgesteld. In de komende jaren zal ook voor het resterende maatschappelijk vastgoed een verduurzamingsplan worden ontwikkeld en vastgesteld. Verder wordt bekeken in hoeverre onderdelen van klimaat adaptief bouwen ingezet kunnen worden bij bestaand en nog te realiseren projecten. In 2020 is gestart met het verder professionaliseren van de werkprocessen rondom het vastgoed. Het vastgoedbeleid wordt in de komende jaren verder uitgewerkt. In de nota Vastgoedbeleid worden spelregels opgenomen voor het vastgoedbeheer.
De nota Accommodatiebeleid Sport & Cultuur is 20 januari 2022 vastgesteld door de Raad, dit is het afwegingskader van de gemeente voor de Vraag naar huisvesting door maatschappelijke organisaties.
Vastgoedportefeuille
De gemeente Barneveld heeft ongeveer 85 gebouwen in bezit waarop planmatig onderhoud plaats vindt. Dit betreft onder anderen huisvesting van gemeentelijke diensten, kleedruimten op sportcomplexen, opstallen bij begraafplaatsen, monumentale kerktorens, parkeergarage, brandweergarages en het Hulpverleningscentrum. Daarnaast zijn er nog overige eigendommen en woningen. De objecten worden periodiek geïnspecteerd op de onderhoudsconditie, volgens de NEN 2767. De gemiddelde staat van onderhoud van objecten is ten minste conditiescore 3, wat wil zeggen, sober maar doelmatig. De inspecties hebben in 2022 plaatsgevonden. Voor een deel van het vastgoed is de exploitatie overgedragen aan exploitanten, dit betreft; binnensportaccommodaties, zwembaden, Veluwehal en een aantal buurthuizen. Binnen de
52
afspraken (demarcatielijsten) wordt het planmatig onderhoud door de gemeente uitgevoerd.
Beheer en onderhoudsplan
Technisch beheer Voor veiligheid & gezondheid en het waarde behoud van vastgoed is het van belang vastgoed in goede staat van onderhoud te houden. Technisch onderhoud is dan ook een kerntaak van team Vastgoed. Technisch onderhoud bestaat uit: Planmatig onderhoud (ook wel ‘meerjarig onderhoud’), Niet planmatig onderhoud (ook wel ‘jaarlijks onderhoud’), dit betreft correctief-, preventief- en dagelijks onderhoud Van beide vormen van onderhoud worden de uitgangspunten toegelicht in het werkdocument Beheerplan Technisch Onderhoud (BPTO). In de nota Vastgoedbeleid en het werkdocument BPTO (in ontwikkeling), zijn de werkprocessen en uitgangspunten opgenomen voor het planmatig onderhoud. Planmatig onderhoud Het meer-jarenonderhoudsplan 2023 – 2042, jaarschijf 2023 geeft een overzicht van de geprognotiseerde benodigde financiële middelen voor het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden. In de rapportage Planmatig onderhoud wordt inzichtelijk gemaakt welke structurele onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn, gekoppeld aan de toekomstvisie voor het gebruik en het beheer van de gebouwen. Daarnaast zijn mutaties op het gebouwenbestand en de meest omvangrijke werkzaamheden toegelicht. De technische conditie is bepalend of werkzaamheden worden uitgevoerd. Het merendeel van de gebouwen heeft een technische staat (conditie) van 2-3. Conditie 1 is nieuwbouwkwaliteit en conditie 6 is sloop.
Op basis van de meerjarenbegroting in het onderhoudsplan gebouwen 20232042 is de voorziening voldoende op peil om de benodigde maatregelen uit te kunnen voeren. Het beeld is, dat vanaf 2024 de onttrekkingen gaan oplopen. Financiële consequenties
Jaarlijks wordt de benodigde financiële dekking op de uitvoeringskosten in beeld gebracht. De financiële middelen (dotatiebedrag) worden jaarlijks voor het betreffende begrotingsjaar vastgesteld. De Voorziening Onderhoud Gebouwen voorziet in een dekking van kosten over de eerste 20 jaar. Conform de bepalingen in de Nota reserve en voorzieningen, wordt over de eerste 10 jaar een dekking van 100% aangehouden en voor de volgende jaren een dekking van 75%. Als gevolg van wijzigingen in aantal en omvang gebouwen, bijvoorbeeld nieuwbouw, verbouw, veranderde wetgeving, sloop of afstoten, verschuift ook de opgave van het MJOP. Dit kan een positieve of negatieve invloed hebben op de onderhoudsvoorziening, dit wordt jaarlijks gemonitord. In 2023 hebben de onderhoudswerkzaamheden conform de planning plaatsgevonden. Een aantal werkzaamheden zijn uitgesteld. De reden van uitstel komt voort uit: Beleidsmatige beslissingen vanuit accommodatiebeleid, vastgoedbeleid en afwegingen op gebied van verduurzaming. In afwachten van de resultaten van deze beleidsdocumenten zullen onderhoudswerkzaamheden hieraan aangepast, dan wel gecombineerd tot uitvoering komen; Op basis van inspecties is gebleken dat onderhoudswerkzaamheden uitgesteld kunnen worden. De totale onttrekking aan de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen is lager dan begroot. In 2023 werd voor de onttrekking € 3.180.000 geraamd.
De werkelijke onttrekking is uitgekomen op € 1.039.000. Het verschil van € 2.141.000 wordt onder meer veroorzaakt door: beleidsmatige beslissingen, waardoor werkzaamheden niet uitgevoerd zijn of uitgesteld zijn; het doorschuiven van planmatig onderhoud op grond van inspecties en/of rapportages;
Voorziening Onderhoud gemeentelijke gebouwen Voorziening Onderhoud gem. gebouwen
Saldo 1-1-2023 4.003
Stortingen 1.573
Onttrekkingen - 1.039
bedragen x € 1.000 Saldo 31-12-2023 4.538
bedragen x € 1.000 Specificatie onttrekking voorziening gemeentelijke gebouwen - Begraafplaatsen - Bibliotheek - Binnensportaccomodaties - Brandweerkazernes - Buurthuizen - Gemeentehuis - Gemeentewerf en steunpunten - Hulpverleningscentrum - Kerktorens - Milieustraat - Overige Gebouwen - Sportcomplexen - Transferium - Woningen Totaal
Bedrag 76 29 477 15 6 86 4 56 64 6 34 166 14 5 1.039
53
54
Paragraaf 4 Financiering
4.1 Inleiding Onder financiering wordt het aantrekken van geldleningen verstaan. Om te kunnen investeren of om de exploitatie te kunnen dekken, wordt vreemd geld aangetrokken. Als de inkomsten van de gemeente (vanuit de algemene uitkering en de belastingen) niet gelijk lopen met de uitgaven, wordt bijvoorbeeld zogenaamd kort vreemd geld in de vorm van een kasgeldlening aangetrokken, dit zijn geldleningen met een looptijd korter dan een jaar. Conform het treasurystatuut worden in deze paragraaf het beleid, de kansen en risico’s rond financiering uiteengezet.
4.2 Beleid Een algemeen uitgangspunt voor de treasury is om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Uiteraard passend binnen de kaders zoals opgenomen in het 'Treasurystatuut 2018', die weer gebaseerd zijn op onder andere de Wet Fido. Bij het aantrekken of uitzetten van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen bij het oversluiten (consolideren) van kasgeldleningen. Daarom worden vaste geldleningen voor (grote) investeringen aangetrokken op momenten dat de rente gunstig is en wordt het tijdelijk overschot aan liquide middelen zo beperkt mogelijk gehouden. Binnen Gemeente Barneveld is er een treasuryklankbordgroep welke als doel heeft de activiteit treasury te evalueren en doorontwikkelen. Voor het liquiditeitsbeheer zijn afspraken met de bank gemaakt voor het dagelijkse afromen van overbodige saldi op de rekeningen-courant bij de bank. Aangezien de financiering van de gemeenten in zijn totaliteit wordt beheerd, werken wij met een product 'treasury' waarin de kosten en opbrengsten begroot worden. Op basis van de totale leningenportefeuille wordt vervolgens gerekend met een gemiddeld rentepercentage. Na verrekening van aan de grondexploitatie door te belasten rente en van derden ontvangen rente ontstaat de aan de taakvelden toe te rekenen rentekosten.
Als dit totaal bedrag wordt afgezet tegen de totale materiële vaste activa ontstaat de omslagrente. Het BBV schrijft voor om deze rentekosten aan de taakvelden toe te rekenen.
4.3 Financiële aspecten Renteontwikkeling In de grafiek van de renteontwikkeling van de geldleningen over 2013 t/m 2023 is te zien dat de rente tot en met 2021 daalde en vanaf maart 2022 vrij snel stijgt. Ook kruipen de rentes meer naar elkaar toe en is er minder verschil tussen de verschillende looptijden. Verder is de korte termijn rente (6 maanden Euribor) vanaf mei 2023 hoger dan de lange termijn rentes. Treasuryresultaat Op het beleidsproduct Treasury vindt u de financiële resultaten van onze rente. Zowel de rentekosten als de opbrengsten worden daar verantwoord. Aan de kostenkant worden de rentekosten over onze opgenomen (geld)leningen hier verantwoord. De renteopbrengsten worden gevormd door de ontvangen rente op uitstaande leningen en de rente die we ten laste brengen van de grondexploitaties. Daarnaast wordt binnen het beleidsproduct Treasury ontvangen dividend verantwoord. Het gemiddeld gewogen rentepercentage van de langlopende leningen bedroeg over het jaar 2023 1,66% (2022 was 1,58%). In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het gemiddelde gewogen rentepercentage van de opgenomen langlopende leningen weergegeven.
55
Rente ontwikkeling leningportefeuille
Renteontwikkeling meerjarig
Renteontwikkeling lopend jaar
Schatkistbankieren
Sinds enkele jaren is de wet verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Vanaf dat moment zijn alle decentrale overheden verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor het uitvoeren van de publieke taak. Alle deelnemers aan het schatkistbankieren hebben een privaatrechtelijke rekening-courantovereenkomst met de Staat der Nederlanden. De rekening-courant bij de schatkist is gekoppeld aan de BNG-bankrekening van de gemeente Barneveld. Via die bankrekening worden middelen naar de schatkist geboekt en weer teruggehaald. Dagelijks wordt het saldo boven de € 350.000 op de BNG-bankrekening automatisch afgeroomd naar de schatkist. Het terug overboeken moet handmatig plaatsvinden. Over het algemeen heeft Barneveld een financieringsbehoefte en is er geen sprake van een structureel financieringsoverschot. Sporadisch is er sprake van een tijdelijk financierings- c.q. liquiditeitsoverschot.
56
Door de invoering van het schatkistbankieren dienen gemeenten in de toelichting op de balans te rapporteren over het drempelbedrag (maximum bedrag wat de gemeente aan liquiditeiten in eigen beheer mag aanhouden) en per kwartaal het bedrag aan liquiditeiten die buiten de schatkist zijn aangehouden. Het drempelbedrag is 2% van het begrotingstotaal. Zoals in de tabel af te lezen is, blijven de aangehouden liquide middelen buiten de schatkist per kwartaal gemiddeld onder het drempelbedrag. Hiermee geeft de gemeente uitvoering aan de wet betreffende het schatkistbankieren.
Tabel schatkistbankieren bedragen x € 1.000 1e kwartaal
Schatkistbankieren
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
26.211
19.489
26.928
91
92
92
288
212
293
165.294 165.294
165.294 165.294
165.294 165.294
165.294 165.294
-
-
-
-
3.306
3.306
3.306
3.306
3.103
3.018
3.094
3.013
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middele (1a) Som van de per dag buiten 's Rijks 18.300 schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (1b) Dagen in het kwartaal 90 (1) = (1a) / (1b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden 203 middelen Drempelbedrag (2a) (2b) (2c) (2) = nieuwe berekening (3a) = (2) > (1) (3b) = (1) > (2)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag vanaf 1 juli 2021
Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
Ontwikkeling financieringsbehoefte
In de begroting 2023 is rekening gehouden met een langlopende financieringsbehoefte van € 30 miljoen. Voor de langlopende leningen was uitgegaan van een aflossingsbedrag van totaal € 27,3 miljoen. In de realisatie van 2023 is er één langlopende lening van € 15 miljoen afgesloten en is er in totaal € 27,3 miljoen afgelost. De nieuw aangetrokken langlopende geldlening heeft een looptijd van 25 jaar en een rentepercentage van afgerond 3,45%.
Financieringsbehoefte bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte Stand van de opgenomen leningen per 1 jan. Aflossingen in de loop van het jaar Aangetrokken nieuwe leningen Stand van de opgenomen leningen per 31 dec.
Rekening 2023 201.485 - 27.330 15.000 189.156
4.4 Risicobeheer In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). Renterisico’s kunnen ook met behulp van derivaten afgedekt worden, de gemeente Barneveld maakt hier geen gebruik van. Daarnaast kan nog sprake zijn van een kredietrisico van aan derden verstrekte leningen. Renterisiconorm Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is, dat gemeenten hun leningenportefeuille zodanig spreiden, dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid ingeval van herfinanciering en renteherziening van geldleningen. De renterisiconorm geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente. De renterisiconorm wordt afgezet tegen de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen. De renterisiconorm bedroeg in 2023 € 33,1 miljoen en moet afgezet worden tegen onze aflossingen van € 27,3 miljoen, dit betekent dat Gemeente Barneveld in 2023 onder de norm gebleven. Kasgeldlimiet Om het risico van kortlopende financiering te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgesteld. De kasgeldlimiet is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting.
Zodra de kortlopende (vlottende) financiering (rekening-courant en kasgeldleningen) boven dit bedrag uitkomt dient de gemeente over te gaan tot consolidatie. De kortlopende (vlottende) schuld kan dan omgezet worden in een langlopende geldlening (zodat de rente komt ‘vast te staan’).
57
De netto vlottende schuld is jaareinde € 12,3 miljoen en is dus per 31 december 2023 lager dan de toegestane kasgeldlimiet van € 14,1 miljoen, Gemeente Barneveld is dus onder de norm gebleven.
Renterisiconorm
Renterisico
bedragen x € 1.000 Jaar Jaar 2023 2022
Renterisico op vaste schulden Renteherziening o/g Renteherziening u/g Netto saldo herziening Aflossingen Renterisico vaste schulden
27.330 27.330
25.496 25.496
Toegestane renterisiconorm Omvang begroting (=grondslag) Renterisiconorm (in % van de grondslag) Minimumbedrag (wettelijk bepaald) Toegestane renterisiconorm
165.294 20% 2.500 33.059
149.781 20% 2.500 29.956
5.729
4.460
Toets renterisiconorm Onderschrijding Overschrijding
Tabel Kasgeldlimiet
Kasgeldlimiet Netto vlottende schuld Omvang vlottende schulden - Bankschulden - Kasgeldleningen (looptijd < 1 jaar) Omvang vlottende schulden
bedragen x € 1.000 Rekening Rekening 2023 2022
-9 12.000 11.991
12.000 12.000
- 293 - 293
347 347
Netto vlottende schuld
12.284
11.653
Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting (=grondslag) Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) Toegestane kasgeldlimiet
165.294 8,5% 14.050
149.781 8,5% 12.731
1.766
1.078
Omvang vlottende middelen - Liquide middelen - Overige uitstaande gelden (looptijd < 1 jaar) Omvang vlottende middelen
Toets kasgeldlimiet Onderschrijding Overschrijding
Verstrekte leningen
Verstrekte leningen Stand van de verstrekte leningen per 1 jan. Nieuw verstrekte leningen Aflossingen in de loop van het jaar Stand van de verstrekte leningen per 31 dec.
bedragen x € 1.000 Rekening 2023 14.423 383 - 602 14.204
4.5 Garantieverplichtingen De gemeente verstrekt in beginsel geen garanties, tenzij de gemeenteraad besluit om hiervan af te wijken. Dit kan zij doen om een publiek doel te dienen, waarbij aan randvoorwaarden wordt voldaan. De mogelijkheden om deze garanties af te geven, bepaald in wet Fido en het treasurystatuut 2018, zijn beperkt. In 2010 is in de nota ‘Garantstellingen’ uitgewerkt welke beleidsregels hierbij gehanteerd worden. Ontwikkeling garantstellingen Begin 2023 stond de gemeente Barneveld garant voor een bedrag van € 92,4 miljoen. Dit bedrag is gedurende het jaar 2023 gestegen naar € 96 miljoen. De stijging wordt gedreven door een netto stijging bij de achtervangpositie van de gemeente in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Waarborgfonds Sociale Woningbouw De achtervangpositie van de gemeente in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw vormt, samen met het aandeel van het Rijk, de derde zekerheid in de achtervangstructuur. De zekerstellingen zijn namelijk als volgt georganiseerd: de eerste zekerheid zijn de financiële middelen van de woningbouwcorporatie zelf. De tweede zekerheid bestaat uit de borgstellingreserve van het
58
waarborgfonds. En als derde en laatste staan dus de overheden garant.
Verloop garantstellingen
Garantstellingen 2016 2017 2018 2019 2020 2021
Aantal gegarandeerde leningen 11 11 10 10 7 9
Waarvan Totaal bedrag gegarandeerd van de door de leningen gemeente € 151 mln € 74 mln € 144 mln € 72 mln € 141 mln € 70 mln € 150 mln € 81 mln € 133 mln € 76 mln € 180 mln € 76 mln
59
Paragraaf 5 Grondbeleid
5.1 Inleiding Inleiding In de huidige Nota Grondbeleid zijn de kaders gesteld waarbinnen de gemeente werkt. Actief en behoedzaam zijn daarin de kernbegrippen. Dat betekent dat de gemeente enerzijds zelf ontwikkelt maar ook ruimte biedt aan zelfrealisatie door derden en deze faciliteert. Om sturing te kunnen geven aan de gewenste invulling van projecten en waar mogelijk te kunnen delen in de winsten van ontwikkelingen, blijven eigen grondposities voor de gemeente van belang. De baten en lasten van de gemeentelijke grondexploitaties, worden verantwoord onder programma 2 en 3 (respectievelijk Bedrijvigheid en Bereikbaarheid en Woon- en leefomgeving). Een nadere toelichting is opgenomen in de actuele Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG 31 december 2023). Een grondexploitatie wijkt qua systematiek duidelijk af van de overige producten in het ‘gemeentelijke huishoudboekje’. Toekomstige lasten en baten op het project worden meegenomen in een saldo op eindwaarde. De baten en lasten worden geactiveerd en in de balans opgenomen onder ‘voorraden’. De afgelopen jaren zijn diverse projecten waar de gemeente zelf gronden in eigendom heeft verder ontwikkeld en in uitvoering genomen. Woningbouwlocatie Bloemendal neemt hierbij een prominente plaats in.
Ontwikkelingen / toekomstperspectief Na de bijzondere ontwikkelingen in 2022 (onder andere energiecrisis, oorlog in Oekraïne, forse prijsstijgingen, omslag woningmarkt) was er in 2023 nog steeds onzekerheid hoe één en ander zich blijft ontwikkelen en hoe zich dit vertaalt in prijsstijgingen (of prijsdalingen) in de woningmarkt en in de grond- weg- en waterbouw. Ook de rente is de afgelopen jaren in stappen verhoogd, met als gevolg dat zowel de financiering voor de realisatie van woningen (kapitaalmarktrente) als de betaalbaarheid van koopwoningen (hypotheekrente) onder druk zijn komen te staan. De Europese Centrale Bank verwacht echter dat de inflatie, gekeken naar de Eurozone, de komende tijd weer zal gaan dalen. De inflatie is echter nog niet op het ECB-streefpercentage van 2%. Daartegenover staat dat de krapte op de woningmarkt onverminderd groot is. Dit, in combinatie met een aanzienlijke stijging van de lonen en een stabiliserende hypotheekrente, heeft ertoe geleid dat na een korte periode van daling, de transactieprijzen op de woningmarkt weer (voorzichtig) zijn gaan stijgen. Dit wordt versterkt door het tekort aan (betaalbare) woningen, waardoor concurrentie tussen kopers optreedt. De wereld van gebiedsontwikkeling is al jaren flink in beweging: het stikstofdossier blijft een onzekere factor in combinatie met het ontwikkelen van projecten.
Afgelopen jaren is wel duidelijk geworden dat ook de aanlegfase stikstofruimte vereist. De ontwikkelingen op het stikstofdossier worden nauwgezet gevolgd. Ook de aanwezigheid van geitenhouderij(en) in de nabijheid van te ontwikkelen woningbouwlocaties zorgt voor onzekerheid in projecten. En daarbij is het probleem van netcongestie gekomen, waardoor de realisatie van toekomstige projecten flinke vertraging kan gaan oplopen. Middels de taskforce netcongestie wordt de impact zo veel als mogelijk in beeld gebracht en gaan we ook capaciteit inzetten om dit risico daar waar het mogelijk is te beheersen. De invloed hiervan op de resultaten is op dit moment nog niet in cijfers uit te drukken.
Voorstel af te sluiten projecten In Barneveld wordt aan verschillende ruimtelijke projecten gewerkt. In 2023 zijn drie projecten (vrijwel) afgerond: de werken en werkzaamheden hebben plaatsgevonden of zijn opgenomen als een nog te betalen verplichting en alle gronden zijn verkocht. Bij de jaarrekening 2023 wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om de volgende projecten af te sluiten: Harselaar-Centraal Tolnegenweg Oost Schoolterrein Hessenweg Verliesvoorziening Het actieve maar behoedzame grondbeleid van de afgelopen jaren heeft de gemeente mogelijkheden verschaft om actief sturing te geven op gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Echter brengt niet elk project een positief resultaat met zich mee. Een ontwikkeling kan om diverse redenen een negatief resultaat kennen, waaronder het behalen van andere (maatschappelijke) doelstellingen, het ondervinden van tegenvallers zoals de kosten voor een bodemsanering of een historische boekwaarde die hoog is als gevolg van (dure) verwervingen, planwijzigingen of tegenvallers in het project. Indien een project verlieslatend is dient hiervoor een verliesvoorziening getroffen te worden. De verliesvoorziening zal bij het afsluiten van een project met een negatief resultaat vrijvallen ter dekking van het tekort.
Bijstelling van de verliesvoorziening vindt éénmaal per jaar plaats in de P&C cyclus middels de actualisatie van de grondexploitaties in het MPG bij de jaarrekening. Indien er tussentijds aanleiding is om de verliesvoorziening bij te stellen zal hiervoor separate besluitvorming gevraagd worden.
60
Het saldo van de verliesvoorziening per 1 januari 2023 bedroeg € 28,3 miljoen. We sluiten twee verlieslatende grondexploitaties (Harselaar-Centraal en Tolnegenweg Oost) af waar een verliesvoorziening van € 16,3 miljoen voor was gevormd. Dit bedrag wordt aangewend ter dekking van de negatieve resultaten en onttrokken aan de verliesvoorziening. Tevens zijn door de actualisatie van de grondexploitaties de resultaten gemuteerd en kan de verliesvoorziening voor de doorlopende grondexploitaties per saldo worden verlaagd met € 3,1 miljoen. Hierdoor bedraagt het saldo van de verliesvoorziening per 1 januari 2024 € 8,9 miljoen. Een toelichting op de mutaties van de verliesvoorziening wordt in het MPG gegeven.
5.2 Beleid Grondbeleid gemeente Barneveld Voor alle projecten waar de jaarverslaggeving melding van maakt, voert de gemeente - zoals gezegd - een actief grondbeleid. In die gevallen is immers sprake van een door de gemeente te ontwikkelen eigen grondpositie. Een actief grondbeleid betekent kort gezegd, dat de gemeente de benodigde gronden verwerft, bouwrijp maakt en uitgeeft. In dit beleid zijn een actief grondaankoopbeleid, het vestigen van het voorkeursrecht en het zo nodig toepassen van de onteigening de uitvoeringsinstrumenten. Het concept faseren en doseren van woningbouwontwikkelingen wordt voortgezet. We onderzoeken of het aanbod voldoende aansluit bij de behoefte, waarbij we ook rekening houden met woningtrends. De resultaten worden meegenomen in de nieuwe Woonvisie Barneveld en door vertaald naar de prestatieafspraken met Woningstichting Barneveld. In de komende periode zetten wij ook in op de huisvesting van kwetsbare groepen, starters en senioren met een accent op sociale huur en middeldure huur. We betrekken hierbij ook de demografische ontwikkelingen (ontwikkelingen van de bevolking, zoals het aantal inwoners, leeftijd en inkomen), inclusief de (toekomstige) vraag naar mantelzorgwoningen in en buiten de bebouwde kom. Jongeren en ouderen willen graag in de eigen gemeente kunnen blijven wonen; we bouwen primair om te voorzien in de eigen woningbehoefte.
Dit voorjaar zetten we een woonwens-onderzoek in onze gemeente uit, om zo ook weer een actueel beeld te hebben van de woningbehoefte in onze gemeente. De resultaten zijn in kwartaal 2 van 2024 beschikbaar. Daarnaast richten we ons als het om bedrijventerreinen gaat, gelet op de blijvende dynamiek en de vraag van de markt, op een versnelde ontwikkeling van de bedrijventerreinen Harselaar-Zuid Fase 1b en 2 (Barneveld), Verbindingsweg (woon-werk kavels te Voorthuizen) en Tolnegenweg West (Stroe). Bovenstaande houdt tevens een samenwerking met marktpartijen in, daar waar dat gewenst c.q. noodzakelijk is. Randvoorwaarde bij dit beleid is dat terughoudend wordt aangekocht in gebieden waarvoor nog geen bestemmingsplanprocedure is gestart, tenzij sprake is van een strategische noodzaak. Deze noodzaak dient achteraf expliciet aan de raad te worden verantwoord. Een actief grondbeleid maakt sturing door de gemeentelijke overheid op realisatie, de categorisering van woningen en de wijze van exploiteren van terreinen en gebouwen eenvoudiger. Bij een passief (= faciliterend) grondbeleid laat de gemeente de gewenste ruimtelijke ontwikkeling over aan de markt.
Voor ontwikkellocaties waar de gemeente niet alle gronden in eigendom heeft, zoals Harselaar-Zuid, Thorbeckelaan-Noord, Bloemendal, Holzenbosch II, Verbindingsweg en Oostbroek is het van belang dat deze grote gebieden integraal worden ontwikkeld teneinde een goede ruimtelijke ordening te borgen. Per ontwikkelingslocatie is een masterplan (structuurvisie) opgesteld waarin de functies, het voorgenomen programma en hoofdstructuur van wegen, groen en water zijn vastgelegd. Deze planfiguren hebben betrekking op het gehele, in de structuurvisie aangewezen, gebied. Aanvragen van derden worden hierop getoetst. De hoofdstructuur betreft bovenwijkse voorzieningen die door de gemeente worden voorgefinancierd. Deze kosten, en andere kosten die de gemeente maakt, zullen worden verhaald op de betrokken ontwikkelaars van de deellocaties (en dus ook deels ten laste van de gemeente voor haar aandeel van de gronden). In de onlangs geactualiseerde Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) 2024 wordt hier uitgebreid op ingegaan.
Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) Sinds 2015 wordt jaarlijks een Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) opgesteld. Deze wordt tegelijk met de jaarverslaggeving aan de raad aangeboden. In de jaarrekening, onder de toelichting op de voorraden, vindt u het jaarlijks overzicht grondexploitaties. Deze sluit aan op het MPG. In het MPG vindt u een uitgebreid overzicht van alle grondexploitaties, inclusief visualisaties, risico’s en een korte beschrijving van de projecten. In de jaarverslaggeving worden tevens de mutaties verwerkt vanuit het MPG zoals resultaatneming bij afsluiten van complexen, (terugdraaien van) tussentijdse winstnemingen en bijstellen van verliesvoorzieningen. Het MPG wordt als basis genomen voor deze mutaties. Op deze wijze sluiten jaarverslaggeving en MPG naadloos op elkaar aan. Kaderstelling / beslispunten Het grondbeleid is uitgewerkt in de Nota Grondbeleid. Dit beleid is door de raad op 14 december 2016 vastgesteld. De gemeente voert een actief maar behoedzaam grondbeleid. Samenvattend zijn in de Nota Grondbeleid twee beslispunten opgenomen die jaarlijks door de raad worden geactualiseerd en het college machtigen tot uitgaven: 1. Voorbereidingskredieten (Kaders Procesgang grondexploitaties 2016).
Het college is door de raad gemandateerd (besluit Programmabegroting 2024) om in het jaar 2024 voorbereidingskredieten in te stellen tot een maximum van € 500.000 per complex. Het gaat hierbij om complexen die op de nominatie staan om binnen korte tijd in exploitatie te worden genomen. 2. Strategische grondaankopen (Grondbeleid 2016). Het college is door de raad gemachtigd
61
(besluit Programmabegroting 2024) om in het jaar 2024 grond aan te kopen tot een bedrag van maximaal € 5 miljoen ten behoeve van strategische verwervingen buiten de in de Structuurvisie aangewezen zoekgebieden voor woningbouw en bedrijventerreinen. Overigens is het college, op grond van de Gemeentewet (artikel 160), bevoegd tot het plegen van aankopen binnen de in de Structuurvisie aangewezen zoekgebieden voor woningbouw en bedrijventerreinen.
5.3 Financiële aspecten Jaarlijks worden bij het opmaken van de jaarrekening en de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) de definitieve resultaten vanuit de grondexploitatie opgemaakt, verwerkt en vastgesteld.
Resultaten actualisatie In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de geactualiseerde grondexploitaties op eindwaarde weergegeven. In de tabel zijn ook de bij de jaarrekening 2023 af te sluiten projecten opgenomen.
bedragen x € 1.000 Eindwaarde datum
Resultaat op eindwaarde
Richting
Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar - Centraal Harselaar-Zuid Fase 1A Thorbeckelaan Noord Tolnegenweg Oost Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 Tolnegenweg West
-1.324 -15.572 709 -964 -683 7.831 2.072
Negatief Negatief Positief Negatief Negatief Positief Positief
31-12-2026 31-12-2023 31-12-2024 31-12-2027 31-12-2023 31-12-2031 31-12-2028
Woningbouw Schoolterrein Hessenweg Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal Verbindingsweg Oostbroek De Eendracht Totaal
48 1.286 1.412 5.937 -5.468 1.136 -1.183 - 4.763
Positief Positief Positief Negatief Negatief Positief Positief
31-12-2023 31-12-2025 31-12-2028 31-12-2032 31-12-2027 31-12-2028 31-12-2029
Resultaat op eindwaarde
Strikt formeel is het niet juist om de resultaten op de verschillende eindjaren te salderen. Echter geeft dit globaal inzicht in de ontwikkeling van de grondexploitaties op hoofdlijnen. Het geprognosticeerd resultaat van alle projecten gesaldeerd bedraagt € 4,8 miljoen negatief.
Rekenparameters Bij de actualisatie van de grondexploitaties zijn de gehanteerde parameters op basis van marktontwikkelingen herzien waarbij als belangrijke bron de ‘Outlook grondexploitaties 2024’ van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling is gebruikt. In deze jaarlijkse publicatie worden op basis van onderzoek en diverse bronnen gefundeerde inschattingen gemaakt van de parameters voor grondexploitaties. De aanpassingen zijn nader toegelicht in de ‘Memo Parameters Grondexploitaties MPG 31-12-2023’ zoals vastgesteld door het College van B&W op 27 februari 2024. De belangrijkste wijzigingen zijn een verlaging van de langjarige indexering van kosten en het doorvoeren van een opbrengstenstijging voor de korte termijn (in plaats van geen opbrengstenstijging). Het uitgangspunt blijft te allen tijde dat de gronden marktconform worden verkocht. Als gevolg van de marktontwikkelingen en de daarmee aangepaste parameters verbeteren de resultaten van de meeste grondexploitaties. Zoals in de inleiding benoemd is de onzekerheid op de woningmarkt en van de economie nog steeds groot. In de risicoparagraaf is derhalve rekening gehouden met een risico op onder andere de indexatie van de grondopbrengsten.
Resultaten jaarrekening 2023 in vergelijking met jaarrekening 2022 In de onderstaande tabel zijn de resultaten van deze jaarrekening (2023) vergeleken met de resultaten uit vorige jaarrekening (2022). De eindwaarden van de projecten (op verschillende eindwaardedata) zijn bij elkaar opgeteld. Om de resultaten vergelijkbaar te maken met de vorige jaarrekening is de in 2023 genomen (tussentijdse) winst bij het resultaat op eindwaarde opgeteld. Ten opzichte van het geprognosticeerd resultaat van alle projecten bij de vorige jaarrekening (2022) is het geprognosticeerd resultaat toegenomen met € 16,2 miljoen (inclusief de winstneming in 2023). Op hoofdlijnen zijn de verschillen met een effect van meer dan € 0,1 miljoen (verschil tussen resultaat op eindwaarde van de jaarrekening 2023 minus de jaarrekening 2022) ontstaan door:
62
1. Thorbeckelaan Zuid (afname € 204.000): Oorzaken van de afname zijn extra saneringskosten (€ 61.000) en indexatie / vertraging (€ 132.000). 2. Harselaar-Zuid Fase 1a (afname € 1,5 miljoen): Grootste verschil betreft de tussentijdse winstneming van € 1,2 miljoen. Tevens hogere plankosten (€ 0,3 miljoen) door vertraging van 1 jaar. En de herijking van de bijdragen bovenwijks hebben per saldo een nadelig effect van € 65.000. Tenslotte zijn er extra renteopbrengsten van € 141.000 ontvangen die een positief effect op het resultaat hebben. 3. Thorbeckelaan Noord (afname € 153.000): De afname van het resultaat is tweeledig. De herijking van de bijdragen bovenwijks hebben een nadelig effect van afgerond € 0,1 miljoen. Het resterende deel van het nadelig verschil wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de toegepaste parameters voor de indexatie. 4. Harselaar-Zuid Fase 1b en 2 (toename € 2,0 miljoen): De toename heeft bij dit project voornamelijk twee oorzaken. Aan de kostenkant zijn de bijdragen bovenwijks flink gestegen door een grondige actualisatie (nadelig effect van € 7,1 miljoen). Dat komt mede omdat deze gebaseerd is op de opbrengstpotentie en de opbrengsten zijn met € 8,6 miljoen gestegen vanwege verhoging van de m2-prijs voor grondopbrengsten met € 100 per m2. De overige toename ziet op indexatie. 5.
Holzenbosch I (afname € 536.000): De afname van het resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door de volgende factoren: de plankosten zijn verhoogd i.v.m. vertraging (€ 81.000), de bijdrage bovenwijks is verhoogd i.v.m. de actualisatie van het NBI (€ 66.000) en de tussentijdse winstneming (€ 381.000). 6. Holzenbosch II (toename € 1,2 miljoen): De toename van het resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door de aanpassing van het programma aan de opbrengstenkant. Vorig jaar is nog een normatieve uitwerking gebruikt, maar op basis van actuele inzichten is een programma van 109 woningen en een school doorgerekend (t.o.v. 83 woningen vorig jaar). Dit betekent een verbetering van het resultaat met € 1,6 miljoen. Aan de kostenkant is ook gerekend met een aangepast programma waardoor de kosten met € 0,4 miljoen toenamen (incl. indexatie). 7. Bloemendal (toename € 11,4 miljoen): Bij dit project zijn door forse aanpassingen van het programma, alsmede een verhoging van de indicatieve VON-prijzen de grondopbrengsten met € 22,6 miljoen gestegen. De grondopbrengsten zijn als gevolg van de grondquote systematiek immers direct gerelateerd aan de VON-prijzen. Aan de kostenkant zijn de plankosten (€ 2,5 miljoen) en grondaankopen/milieukosten (€ 3,3 miljoen) gestegen op basis van nieuwe inzichten. Tevens zijn de kosten voor bouw- en woonrijpmaken gestegen i.v.m.
stijging kosten materiaal/arbeid (€ 3,7 miljoen) en is er een tussentijdse winstneming gedaan ten laste van het resultaat (€ 0,8 miljoen). En tenslotte is de bijdrage bovenwijks verhoogd i.v.m. de actualisatie van de Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) (€ 1,0 miljoen). 8. Verbindingsweg (afname € 902.000): Het nadelige effect wordt in hoofdzaak veroorzaakt door nieuwe hogere ramingen voor het bouwen woonrijpmaken op basis van nieuwe inzichten m.b.t. het openbare gebied (€ 3,0 miljoen) en herijking van de bijdragen bovenwijks (nadelig effect € 175.000). Het resterende nadelig effect betreft de indexatie (€ 0,2 miljoen). Vanwege de aanpassing van het programma (gedeeltelijke verschuiving tussen bedrijven en woningbouw) zijn de grondopbrengsten gestegen (positief effect: € 2,6 miljoen). 9. Oostbroek (toename € 999.000): Dit wordt grotendeels door een drietal effecten veroorzaakt. Ten eerste zijn de opbrengsten gestegen op basis van actuele inzichten (positief effect: € 1,4 miljoen). Ten tweede geeft de herijking van de bijdragen bovenwijks een nadelig effect van € 0,3 miljoen en als laatste is er een tussentijdse winstneming gedaan van € 0,4 miljoen. 10. De Eendracht (afname € 1,2 miljoen): Dit project is nieuw. De grondexploitatie is eind 2023 geopend met een heel beperkt positief resultaat.
De afname is met name het gevolg van het bijstellen van de raming voor het bouw- en woonrijp maken als gevolg van nieuwe kengetallen. 11. Tolnegenweg-West (toename € 2,1 miljoen): Dit project is nieuw. De grondexploitatie is eind 2023 geopend en voor eerst opgenomen in dit overzicht. De toename ziet op het volledige positieve resultaat op eindwaarde van dit project. Per saldo neemt het totaal resultaat op eindwaarde (op verschillende eindwaarde data) af van € 18,1 miljoen negatief naar € 4,8 miljoen negatief. Per saldo een positief verschil van € 13,3 miljoen. Daar komt bij dat er voor € 2,9 miljoen tussentijdse winsten worden genomen, wat een ‘negatief’ effect heeft voor de grondexploitaties (winstneming is een last voor de grondexploitatie). Dit is al verwerkt in de € 13,3 miljoen. Vandaar dat het totale positieve verschil (gecorrigeerd met winstneming) € 16,2 miljoen bedraagt.
bedragen x € 1.000
63
Verschil resultaat op eindwaarde Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar - Centraal Harselaar-Zuid Fase 1A Thorbeckelaan Noord Tolnegenweg Oost Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 Tolnegenweg West Woningbouw Schoolterrein Hessenweg Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal Verbindingsweg Oostbroek De Eendracht Totaal
Resultaat op eindwaarde jaarrekening 2022
Resultaat op Verschil Verschil eindwaarde Winstneming gecorr. met (nieuw jaarrekening 2023 winstneming minus oud) 2023 2023
-1.120 -15.546 2.180 -811 -704 5.791 -
-1.324 -15.572 709 -964 -683 7.831 2.072
79 1.823 179 -5.509 -4.566 137 - 18.067
48 1.286 1.412 5.937 -5.468 1.136 -1.183 - 4.763
-204 -26 -1.471 -153 21 2.040 2.072 -31 -537 1.233 11.446 -902 999 -1.183 13.304
1.249 -
381 822 426 2.878
-204 -26 -222 -153 21 2.040 2.072 -31 -156 1.233 12.268 -902 1.425 -1.183 16.182
Af te sluiten grondexploitaties Het resultaat van de (onderstaande) drie af te sluiten projecten is, afgerond, € 16,2 miljoen negatief. De raad wordt met de jaarverslaggeving gevraagd deze drie projecten af te sluiten. In de toelichtende MPG 31 december 2023 wordt nog eenmaal beknopt verslag gedaan over deze projecten. Voor de projecten Harselaar-Centraal en Tolnegenweg Oost (beide onderdeel van programma 2) was bij de jaarrekening 2022 een verliesvoorziening getroffen van € 16.250.578. Het gezamenlijke negatieve resultaat op eindwaarde van deze twee projecten is € 16.254.947. Na het inzetten van de bestaande verliesvoorziening voor deze twee projecten resteert per saldo € 4.369 dat meegenomen wordt bij de mutatie van de verliesvoorziening. Het (resterende) positieve eindresultaat van Schoolterrein Hessenweg (onderdeel van programma 3) van € 48.319 valt ten gunste van het jaarrekeningresultaat (in eerdere jaren is er al € 658.647 tussentijdse winst genomen).
bedragen x € 1.000 Resultaat afgesloten projecten Bedrijventerreinen Harselaar- Centraal Tolnegenweg Oost Woningbouw Schoolterrein Hessenweg Totaal
Resultaat op eindwaarde
Richting
Actie
-15.572 -683
Negatief Negatief
Inzetten verliesvoorziening Inzetten verliesvoorziening
48
Positief
vrijvallen resultaat
- 16.207
Boekwaarde ontwikkeling In 2023 is geïnvesteerd in verschillende projecten. Als gebruikelijk lopen de lasten vooruit op de baten, waarmee de stand van de boekwaarde naar verloop van tijd zou moeten verbeteren. Richting het einde van het project wordt vaak nog geïnvesteerd in het woonrijp maken en de afronding van het project waardoor tegen het einde van looptijd van een project in sommige gevallen de boekwaarde wat negatiever kan worden. In onderstaande tabel zijn per project de boekwaarden per 31-12-2022 opgenomen en de boekwaardemutatie die plaats heeft gevonden in 2023. Ook is de huidige stand per project van de boekwaarde op 31-12-2023 opgenomen. Te zien is dat het totaal geïnvesteerd vermogen toeneemt met bijna € 5,4 miljoen naar een totaal geïnvesteerd vermogen van afgerond € 74,9 miljoen. Dit komt met name doordat er twee nieuwe projecten zijn bijgekomen in 2023 (De Eendracht en Tolnegenweg-West) met een boekwaarde (per saldo meer lasten dan baten) van € 9,2 miljoen. Daarnaast is er sprake van een stijging van de boekwaarde bij Harselaar-Zuid Fase 1A (€ 1,9 miljoen). Bij met name de projecten Thorbeckelaan-Zuid en Oostbroek zijn er per saldo meer baten gerealiseerd dan lasten (nl. € 7,2 miljoen) wat juist een verlagend effect heeft op de totale boekwaarde.
64
Boekwaarde Mutatie stand per boekwaarde 31-12-2022 2023
Boekwaarde Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar - Centraal Harselaar-Zuid Fase 1A Tolnegenweg Oost Thorbeckelaan Noord Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 Tolnegenweg West Woningbouw Schoolterrein Hessenweg Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal Verbindingsweg Oostbroek De Eendracht Totaal
bedragen x € 1.000 Boekwaarde stand per 31-12-2023
-7.100 -14.727 980 -521 -1.326 -6.226 -
2.839 -845 -1.897 -162 -32 -366 -1.554
-4.261 -15.572 -917 -683 -1.358 -6.592 -1.554
-447 -591 -2.525 -25.668 -5.804 -5.593 - 69.548
495 -387 -83 129 -230 4.331 -7.626 - 5.388
48 -978 -2.608 -25.539 -6.034 -1.262 -7.626 - 74.936
Tussentijdse winstneming grondexploitaties Voor projecten met een positief saldo op eindwaarde geldt dat er mogelijk sprake is van een tussentijdse winstneming. De tussentijdse winstneming vindt jaarlijks plaats en de hoogte ervan wordt berekend na de actualisatie van de grondexploitatie. De tussentijdse winstneming is al in de boekwaarde ontwikkeling meegenomen. De berekeningsmethode voor de tussentijdse winst is door de Commissie BBV omschreven. De methode staat bekend als de ‘percentage of completion’ (POC)-methode. Het voortgangspercentage is derhalve maatgevend voor de hoogte van de tussentijdse winst. De tussentijdse winst wordt berekend door: gerealiseerde kosten/totale kosten te vermenigvuldigen met gerealiseerde opbrengsten/totale opbrengsten en deze fractie (%) te vermenigvuldigen met de geprognosticeerde eindwaarde (resultaat). De methodiek is enkel van toepassing op winstgevende projecten. Volgens de BBV voldoet deze methode aan het ‘voorzichtigheidsprincipe’. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat als de prognose van het eindresultaat van het project alsnog weer verslechtert er mogelijk winst teruggeboekt dient te worden. Gezien de winst vrijvalt aan het jaarrekeningresultaat kan dit betekenen dat er in plaats van een winstneming ook sprake kan zijn van het terugdraaien van een winstneming ten laste van het jaarrekeningresultaat.
Dit jaar bedraagt het saldo van de tussentijdse winstneming op projecten € 2,9 miljoen. In de onderstaande tabel is de winstneming per project opgenomen. De winstneming wordt als een boekwaarde kosten in de grondexploitaties verwerkt waardoor het resultaat op eindwaarde afneemt met het bedrag aan winstneming en de geprognosticeerde rente over de winstneming tot en met het eindjaar. Bij terugdraaien van de winstneming daalt de boekwaarde en het totale kostenniveau. Tot en met 1 januari 2023 is op de openstaande grondexploitaties totaal € 19,4 miljoen aan winst genomen. Met de tussentijdse winstneming van 2023 (€ 2,9 miljoen) bedraagt de totaal genomen winst per 1 januari 2024 € 22,3 miljoen.
Winstneming Bedrijventerrein Harselaar-Zuid Fase 1A Harselaar-Zuid Fase 1B en 2
Winstneming Winstneming stand per 2023 31-12-2022 12.116 10
Richting
bedragen x € 1.000 Winstneming stand per 31-12-2023
1.249 Winstneming -
13.365 10
Afsluiten grex 381 Winstneming 822 Winstneming 426 Winstneming 2.878
7.016 822 427 22.299
Woningbouw Schoolterrein Hessenweg Holzenbosch I Bloemendal Oostbroek Totaal
659 6.635 1 19.421
-
659
Verliesvoorziening ten behoeve van de verlieslatende projecten Bij de jaarrekening 2022 is een verliesvoorziening vastgesteld van afgerond € 28,3 miljoen. De verliesvoorziening dient ter afdekking van de grondexploitaties met een negatief resultaat. De verliesvoorziening is opgenomen op eindwaarde. In de onderstaande tabel zijn de verlieslatende grondexploitaties opgenomen.
65
Verlieslatende projecten
Resultaat op eindwaarde
bedragen x € 1.000 Eindwaarde datum
-1.324 -15.572 -964 -683
31-12-2026 31-12-2023 31-12-2027 31-12-2023
-1.183 -5.468 - 25.194
31-12-2029 31-12-2027
Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar - Centraal Thorbeckelaan Noord Tolnegenweg Oost Woningbouw De Eendracht Verbindingsweg Totaal
De grondexploitaties zijn geactualiseerd waardoor de resultaten gewijzigd zijn. De resultaten op eindwaarde zijn verderop opgenomen onder “Toekomstresultaat”. Op basis van de bijgestelde resultaten dient de verliesvoorziening bijgesteld te worden, waardoor deze verlaagd kan worden met in totaal € 3,1 miljoen. Dit is voor de afsluiting van de grondexploitaties Harselaar-Centraal en Tolnegenweg Oost, maar inclusief de wijzigingen die ontstaan door het geactualiseerd resultaat van beide grondexploitaties. Aan de gemeenteraad wordt, zoals eerder benoemd, gevraagd om bij de jaarrekening de grondexploitaties Harselaar-Centraal en Tolnegenweg Oost af te sluiten, waarbij de, voor die twee projecten, gevormde verliesvoorziening zal worden ingezet om het resterend negatief resultaat af te dekken. Hiermee wordt de verliesvoorziening verlaagd met € 16,3 miljoen. Dit resulteert per saldo in een verlaging van de totale verliesvoorziening met € 19,3 miljoen in 2023. In de volgende tabel zijn de benodigde verliesvoorzieningen bij de jaarrekening 2023 per project opgenomen.
Ontwikkeling verliesvoorziening
Stand 31-12-2022
bedragen x € 1.000 Mutatie Stand 2023 31-12-2023
Verliesvoorziening o.b.v. resultaat grondexploitaties Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar - Centraal Thorbeckelaan Noord Tolnegenweg Oost
1.120 15.546 811 704
205 153 -
Woningbouw Bloemendal Verbindingsweg De Eendracht Subtotaal verliesvoorziening o.b.v. mutatie resultaat grondexploitaties
5.509 4.566 28.256
-5.509 901 1.183 - 3.067
1.325 15.546 964 704 5.467 1.183 25.189
Afsluiten projecten Harselaar- Centraal Tolnegenweg Oost
-15.546 -704
Verliesvoorziening jaarrekening 2023
8.939
De benodigde verliesvoorziening per 31-12-2023 bedraagt € 8,9 miljoen. De afname van de verliesvoorziening wordt vooral veroorzaakt door de vrijval van de verliesvoorziening in verband met het afsluiten van de twee verlieslatende grondexploitaties Harselaar-Centraal en Tolnegenweg Oost per 31-12-2023. Daarnaast was het geprognosticeerde resultaat van het project Bloemendal bij de jaarrekening 2022 nog negatief. Bij de actualisatie 2023 is het resultaat op eindwaarde van Bloemendal aanzienlijk verbeterd (€5,9 miljoen positief), waardoor de eerder gevormde verliesvoorziening voor dit project vervalt. In de onderstaande tabel is een totaalsaldo van de resultaten van de grondexploitaties opgenomen op basis van de hierboven gepresenteerde deelresultaten. Het resultaat van de grondexploitaties in de jaarrekening 2023 bedraagt afgerond € 6,0 miljoen positief.
Resultaat grondexploitaties A. Resultaat afgesloten projecten B. Tijdelijk afgesloten projecten C. Tussentijdse winstneming D. Mutatie verliesvoorziening Totaal
bedragen x € 1.000 Resultaat 2022 -16.207 n.v.t. 2.878 19.317 5.988
5.4 Risicomanagement Risicomanagement
Risico’s en beheersmaatregelen
66
In de loop der jaren heeft de gemeente door het ingezette grondbeleid een grondportefeuille van substantiële omvang verkregen. De risico’s die gepaard gaan met het bezit van gronden en de ontwikkeling daarvan worden door de gemeente onderkend.
Risico’s De belangrijkste risico’s, in algemene zin, die kunnen worden onderscheiden zijn: Renteschommelingen (het risico is: stijgingen) op de leenportefeuille; Afname marktbehoefte. Dit komt tot uitdrukking door kostenverhogingen verband houdend met plan- en programma aanpassingen, lagere opbrengsten en/of verlate opbrengsten. Toename kosten door tegenvallende resultaten bij de uitvoering van werken en werkzaamheden. Dit kan betrekking hebben op een aanbesteding en/of de omvang van een bodemsanering (grond, grondwater, asbest). Aanwezigheid van belemmerende milieucirkels en/of richtlijnen door bestaande en/of veranderende wet- en regelgeving. Het ontwikkelpotentieel komt hiermee onder druk te staan (deel gebied zit op slot) De aanwezigheid van derden die niet geïnteresseerd zijn in de beoogde gebiedsontwikkeling. Dit kan resulteren in oplopende (rente)kosten op de gemeentelijke grondpositie en verlate opbrengsten. Door de verschuiving van een actieve naar een faciliterende grondpolitiek wordt dit risico belangrijker. Beheersmaatregelen Om genoemde risico’s te beperken zijn diverse beheersmaatregelen getroffen: Het actieve grondbeleid is in de praktijk van vandaag vervangen door een behoedzame houding ten aanzien van de verwerving van gronden. De gemeente zal hiertoe vaker dan voorheen samenwerken met andere actoren en proberen overeenkomsten te sluiten met belanghebbenden.
De behoedzame houding komt tot uitdrukking in de boekwaarden van de grondportefeuille. Deze neemt sinds 2009 substantieel af. Het totaal van de opbrengsten (voornamelijk verkopen) overstijgt het totaal van de kosten (waaronder de kosten voor grondverwerving). De blootstelling van de gemeente aan de risico’s die kleven aan grondbezit neemt navenant af. De gemeente volgt de rente ontwikkelingen op de voet teneinde voor de gehele leenportefeuille een aantrekkelijke meerjarige rente te realiseren. Rondom het ontwikkelen van de gemeentelijke grondposities is een projectorganisatie ingericht. Hiermee kan effectief en efficiënt gehandeld worden. Grondeigenaren worden in een vroeg stadium benaderd om deel te nemen aan een ontwikkeling. Marktpartijen worden in een vroeg stadium benaderd om deel te nemen aan een ontwikkeling. Specialisten van de gemeente houden zich bezig met het monitoren van de behoefte voor woningbouw en bedrijventerreinen. Specialisten van de gemeente onderzoeken omgevingsaspecten (geluid, geur, verkeer, archeologie, flora en fauna, bodemkwaliteit, etc.) in relatie tot de beoogde planologische regeling. Ondanks de geïmplementeerde beheersmaatregelen is dit geen garantie dat genoemde risico’s niet optreden. Hetgeen in het recente verleden voor specifieke gevallen tot uitdrukking is gekomen.
Om de financiële gevolgen hiervan af te dekken maakt de gemeente gebruik van verliesvoorzieningen en vrije reserves. Deze houden verband met voorzienbare respectievelijk onvoorziene risico’s. Deze worden hieronder nader toegelicht.
Voorzienbare risico’s De voorzienbare risico’s zijn meegenomen bij het actualiseren van de grondexploitaties. Het gaat daarbij om voorzienbare tegen- en meevallers met betrekking tot kosten en opbrengsten en de fasering hiervan in de tijd. De meest recente inzichten met betrekking tot planologie en planvorming (voorbereidingsprocedure en omgevingsaspecten) spelen hierbij ook een rol. De omvang van de voorzienbare risico’s worden in overleg met de projectleider en de overige betrokken interne vakdisciplines bepaald en verwerkt in de grondexploitatie. Het saldo op eindwaarde van een specifiek project kan hierdoor positief of negatief wijzigen. Een verdienlocatie kan overgaan in een verlieslocatie (of andersom). Voor zover sprake is van een verlieslocatie (en een bijbehorend voorzienbaar tekort) wordt, conform de systematiek uit het ‘Besluit begroting en verantwoording’ (BBV), een verliesvoorziening getroffen. Deze verliesvoorziening wordt eenmaal per jaar, met de jaarrekening, aangepast aan de geactualiseerde eindwaarde. De verliesvoorziening dient ter dekking van het tekort op het moment dat het project wordt afgesloten. Onvoorziene risico’s Naast de beschreven voorzienbare risico’s zijn er ook onvoorziene risico’s (onbenoemde en onbekende risico’s). Bij het bepalen van het saldo van een grondexploitatie is hier nog geen rekening mee gehouden.
Om de onvoorziene risico’s af te dekken maakt de gemeente gebruik van haar reserves, hetgeen onderdeel is van het beleid. De onvoorziene risico’s van de (gehele) grondportefeuille zijn geïntegreerd bij het bepalen van het risicoprofiel voor het totaal van activiteiten van de gemeente. Hierbij wordt tweemaal per jaar een risico-inventarisatie uitgevoerd. Het benodigd weerstandsvermogen wordt bepaald en afgezet tegen het beschikbare weerstandsvermogen. Bij het bepalen van het beschikbare weerstandsvermogen wordt gekeken naar de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen om financiële tegenvallers, die niet zijn begroot, op te vangen. Deze werkwijze is inmiddels enige jaren operationeel. Jaarlijks wordt hierover gerapporteerd in de programmabegroting en jaarverslaggeving. Geschetst beleid is vastgelegd in de ‘Nota Risicomanagement en
67
weerstandsvermogen’ (raadsbesluit 16-3, d.d. 27 januari 2016). Recent is de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen voor het afdekken van de onvoorziene risico’s die gemoeid zijn met de grondportefeuille via de IFLO methode geactualiseerd. Bij deze actualisatie wordt rekening gehouden met de balanswaarde, nog te maken kosten van alle grondexploitaties en grondprijsdalingen (10% wordt meegenomen voor het benodigde weerstandsvermogen). Tevens wordt rekening gehouden met lagere opbrengststijgingen. Hiervan wordt de helft (50%) meegenomen in de calculatie voor het benodigde weerstandsvermogen.
5.5 Toekomstresultaat In de loop van 2024 kunnen naar verwachting de volgende projecten worden afgesloten: Harselaar-Zuid Fase 1A In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de in 2024 geprognosticeerde af te sluiten grondexploitaties op eindwaarde 31 december 2024 opgenomen.
Prognose in 2024 af te sluiten grondexploitaties
Resultaat op eindwaarde
Richting
709
Positief
bedragen x € 1.000 Eindwaarde datum
Bedrijventerrein Harselaar-Zuid Fase 1A Totaal
31-12-2024
709
Deze grondexploitatie zal zoals nu verwacht bij de jaarrekening van 2024 worden afgesloten of zoveel eerder als mogelijk. Door aanpassingen op het project en mee- of tegenvallers kan het resultaat van de grondexploitatie anders uitvallen dan nu berekend.
68
Paragraaf 6 Verbonden partijen
6.1 Inleiding De paragraaf Verbonden partijen geeft inzicht in de relaties van de gemeente in derde rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én waarmee financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen dienen een publiek belang. De raad ziet erop toe dat de verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen in de programma’s. De functie van de paragraaf Verbonden partijen is dat inzicht te bieden. Definities Als er sprake is van financiële risico’s, dan worden deze in de paragraaf weerstandsvermogen beschreven. Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Als geen sprake is van bestuurlijke zeggenschap, worden eventuele risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen beschreven. Financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Als de financiële relatie uitsluitend bestaat uit inkomens- en/of vermogensoverdrachten (subsidies), is geen sprake van een financieel belang. Deze relaties worden niet in deze paragraaf beschreven.
Als daartoe vanuit de kaderstellende rol aanleiding is, worden deze relaties direct bij de programma’s beschreven. Er zijn twee soorten verbonden partijen: 1. Publiekrechtelijk: de gemeenschappelijke regeling. Afhankelijk van de aard van samenwerking kan wel of geen rechtspersoon worden gecreëerd. Wordt er geen rechtspersoon gecreëerd dan bestaat de samenwerking vooral uit overleg. Wordt er wel een rechtspersoon in het leven geroepen, dan is er sprake van verlengd lokaal bestuur; 2. Privaatrechtelijk: rechtspersoon, zoals een vennootschap (BV, NV of CV), stichting en vereniging.
6.2 Beleid De gemeente wil de beoogde doelen, zoals geformuleerd in Kadernota en Programmabegroting, optimaal realiseren. In de meeste gevallen betekent dit dat de gemeente zelfstandig taken en resultaten kan realiseren. In een aantal gevallen is samenwerking met derden zinvol. De gemeente kan een relatie met een verbonden partij aangaan, indien de voordelen van de samenwerking opwegen tegen de nadelen. Mogelijke voor- en nadelen van verbonden partijen staan beschreven in de nota ‘Verbonden Partijen’ (2018). De visie en kaders van verbonden partijen moeten geen harnas zijn, maar een werkbaar en helder instrument. De afweging van voor- en nadelen is tenslotte slechts beperkt in cijfers uit te drukken. De beoordeling en weging van factoren is iets dat bij elke verbonden partij opnieuw zorgvuldig dient te gebeuren. Voor het aangaan van een verbonden partij zijn kaders in de nota ‘Verbonden Partijen’ geformuleerd.
6.3 Lijst verbonden partijen De verbonden partijen zijn onder te verdelen in gemeenschappelijke regelingen, vennootschappen en coöperaties, stichtingen en verenigingen en overige verbonden partijen. Daarnaast worden de verbonden partijen ingedeeld naar zeggenschap, beleidsintensiteit en financieel belang/risico/kans. Inzicht in verbonden partijen Om het college en de raad te ondersteunen bij de besturing, rangschikken we onze verbonden partijen bij elke programmabegroting en jaarverslaggeving naar de volgende 3 relevante criteria: zeggenschap – de mate waarin de gemeente Barneveld een reële of verwaarloosbare invloed heeft op de verbonden partij (het gaat hierbij niet zozeer om een hard percentage) beleidsintensiteit – de mate waarin sprake is van veel en/of veranderende beleidskaders; financieel belang/risico/kans – de mate waarin de gemeente Barneveld financieel belang heeft, risico loopt of kansen heeft. Op basis van deze criteria zijn alle verbonden partijen gerangschikt naar een vak in de tabel. De mate van aandacht kan per vak verschillen. Als het gaat om financiële risico’s, is zicht op het huishoudboekje belangrijk. Bij een hoge beleidsintensiteit willen we ook invloed kunnen uitoefenen op de dienstverlening.
69
Reële zeggenschap
Beleidsintensiteit: Beleidsintensiteit: Laag Hoog
Coöperatie Parkeerservice UA Regio de Vallei Financieel OMVV belang/risico/kans: Centrumregeling Regio Foodvalley Laag Meten en Monitoren Afvalwaterketen en Grondwater Vallei en Veluwe GBO Financieel Muziektheather belang/risico/kans: Barneveld VGGM Hoog OddV PPS de Burgt Verwaarloosbare zeggenschap
Beleidsintensiteit: Beleidsintensiteit: Laag Hoog Alliander BNG Bank Financieel Leisurelands belang/risico/kans: Valleihopper Laag Veluws Bosbrand Comité Financieel belang/risico/kans: SVn Hoog
Gemeenschappelijke regelingen Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)
Visie, meerjarig kader Realisatie van bovengemeentelijke en/of specialistische taken zoals opgedragen in de Wet en Veiligheidsregio’s en de Wet Publieke Gezondheid en zoals vastgelegd in de Gemeenschappelijke doelstellingen Regeling en/of overdrachtsovereenkomst. Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) heeft in 2023 uitvoering gegeven aan de taken die volgens de Wet Veiligheidsregio’s en de Wet Publieke Gezondheid via de Gemeenschappelijke Regeling en de overdrachtsovereenkomst Brandweer aan haar zijn opgedragen. Uitgebreide rapportage hierover vindt plaats in het jaarverslag VGGM 2023 die wordt Resultaten 2023 vastgesteld in het Algemeen Bestuur van VGGM. In het periodiek overleg brandweer wordt aan de burgemeester gerapporteerd over specifieke zaken voor de gemeente Barneveld. In het overleg met de wethouder Volksgezondheid komen de onderwerpen in de publieke gezondheid en op het gebied van Veilig Thuis (huiselijk geweld en kindermishandeling) ter sprake. Op basis van de concept jaarstukken 2023 van de VGGM zijn de volgende financiële cijfers bekend: Voor 2023 eigen en Eigen vermogen 2023: Algemene reserve € 1,4 miljoen. Bestemde reserves € 6,1 miljoen. vreemd vermogen en Vreemd vermogen 2023: Leningen € 15,3 miljoen. Voorzieningen € 5,0 miljoen. financiële resultaten Resultaat 2023: € 1,7 miljoen. Risico's en Niet van toepassing. weerstandsvermogen 1.