CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarverslaggeving 2020.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Jaarverslaggeving 2020.50.247 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

51

dienstverleningsprocessen geoptimaliseerd. Bijvoorbeeld het doorgeven van een verhuizing. Op basis van onderzoek naar de klantbeleving is het proces verbeterd. Dat heeft geleid tot een stijging in het gebruik van het online doorgeven van een verhuizing, evenals een stijging in de tevredenheid. Het doorgeven wordt gemiddeld met een 8 gewaardeerd (schaal van 1 tot 10). Een ander voorbeeld is het aangeven van een huwelijk of partnerschap. Dit proces is vereenvoudigd. Waar inwoners voorheen twee formulieren moesten invullen, is dit nu teruggebracht naar één formulier. Verbetering telefonische bereikbaarheid In 2020 is geïnvesteerd in wachtrijmanagement en coaching on the job in het klantcontactcentrum. Om de terugbelverzoeken niet te lang open te laten staan, is de signalering en het persoonlijk contact met betreffende collega's bij het te lang openstaan van terugbelverzoeken geïntensiveerd. Door verbeterde informatievoorziening tussen vakafdelingen en het klantcontactcentrum is de beantwoording van eenvoudige vragen bij eerste telefonisch contact verhoogd.

Uitbreiding online dienstverlening In 2020 zijn er op www.barneveld.nl elf (deel)producten bijgekomen die nu ook online door inwoners aangevraagd kunnen worden (formulieren): Geboorte aangeven; Uittreksel BRP aanvragen vanuit het buitenland (Engelstalig); Afschrift Burgerlijke stand aanvragen vanuit het buitenland (Engelstalig); Verhuizing doorgeven met machtiging; Verhuizing doorgeven door instelling; Formulier Bijdrage Sport en bewegen aanvragen; Subsidie vasthouden regenwater aanvragen; Gereedmelden vasthouden regenwater aanvragen; Eenmalige benoeming babs aanvragen; Contactverzoek coronadesk; Contactverzoek Energieloket. Vier van de bovenstaande producten betroffen nieuwe of uitbreiding van bestaande dienstverlening. In aanvulling daarop zijn ook vier nieuwe productpagina’s online toegevoegd: Vreemdelingen- of vluchtelingenpaspoort aanvragen; Subsidie regenwater vasthouden aanvragen; Bijdrage sport en bewegen aanvragen; Inzien bestemmingsplan. Online dienstverlening verbeterd - toegankelijk en inclusief De gemeente heeft een feedbackprocedure ingericht waarmee inwoners problemen met de toegankelijkheid kunnen melden.

De gemeente heeft verklaard hoe zij aan de toegankelijkheid van haar websites en ingezette systemen werkt voor: www.barneveld.nl en haar subdomeinen: Beactive.barneveld.nl; Blog.barneveld.nl; Werkenbij.barneveld.nl; Energieloket.barneveld.nl; daarom.barneveld.com; energieloketbarneveld.nl; omgevingsvisiebarneveld.nl; inwonerspanelBarneveld.nl; veteranenbarneveld.nl; iBabs; chatfunctie op de website; afsprakenmodule op de website; e-dienst huwelijk en partnerschap. De besluitenlijsten op www.barneveld.nl worden in html en niet in pdf gepubliceerd, waardoor zij door een groter aantal gebruikers te lezen zijn. Het aantal pdf’s op www.barneveld.nl is teruggebracht. De betreffende informatie is op andere wijze beschikbaar gesteld of verwijderd. De gemeente heeft losse projectwebsites opgeheven en de informatie overgebracht naar www.barneveld.nl. Openingstijden/bereikbaarheid versterken Door de coronamaatregelen is de gemeente volledig op afspraak gaan werken voor een bezoek aan de balie. Een inwoner wordt geholpen op het moment dat hij/zij een afspraak heeft.

52

Afspraken voor de balie kunnen online ingepland worden via de Afsprakenmodule. In 2020 is een traject gestart om het gebruiksgemak van de Afsprakenmodule verder te verbeteren. Dit traject zal in 2021 afgerond worden. In het vierde kwartaal is onder het Inwonerspanel Barneveld een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden voor optimalisatie van de openingstijden van diverse kanalen van de gemeente Barneveld. Uit dit onderzoek blijkt onder andere dat 61% van de respondenten de telefonische bereikbaarheid als (ruim) voldoende ervaart. 68% van de respondenten vinden dat de huidige openingstijden van de balie in het gemeentehuis (ruim) voldoende zijn. 78% van de respondenten vinden dat binnen maximaal 5 werkdagen een afspraak voor een bezoek aan de balie in het gemeentehuis mogelijk moet zijn.

Speerpunt Participatie in een Netwerksamenleving

Doel Het vergroten van de betrokkenheid tussen inwoners, ondernemers en het bestuur. Verantwoording De gemeente Barneveld heeft in 2020 een groot aantal participatietrajecten uitgevoerd over een breed scala van onderwerpen, variërend van duurzaamheid tot speeltuinen en van een centrumvisie voor Barneveld tot afvalscheiding. Door de coronacrisis is er in 2020 veel geëxperimenteerd met online participatie. Er zijn allerlei nieuwe vormen uitgeprobeerd. Door de lagere drempel is de opkomst en deelname soms groterdan fysieke bijeenkomsten. Dit maakt dat online participatie een belangrijke en waardevolle aanvulling is geworden in het betrekken van inwoners bij het maken van beleid. De uitgangspunten die de raad in 2019 meegaf voor participatie in Barneveld zijn vertaald ineen aantal acties: * het thema ‘gebiedsregie’ is onder de loep genomen in de vorm van een visie,beleidsuitgangspunten en organisatiestructuur. Op basis hiervan wordt gebiedsregie geborgd in de organisatie en invulling gegeven aan de rol van gebiedsregisseur. * er is een traject voorbereid dat in 2021 – gekoppeld aan de komst van de Omgevingswet –van start gaat. Projectleiders, beleidsadviseurs, betrokkenen bij participatie en ook raadsleden gaan aan de slag met een eenduidige methodiek en aanpak voor participatie. Hierin wordt specifiek aandacht gegeven aan de rol van burgerinitiatieven.

* door de komst van online participatie en de nieuwe eisen die hierdoor worden gesteldaan de bijeenkomsten en interactie met inwoners en stakeholders, is dit jaar veel aandacht gegeven aan training en presentatie door gespreksleiders en participanten vanuit de gemeente. Online vraagt om nieuwe skills en vaardigheden.

412 B&W Speerpunt Rechtmatigheid

Doel Zelf een in-control-statement en rechtmatigheidsverklaring opleveren Verantwoording Over het jaar 2021 zal het college zelf een rechtmatigheidsverantwoording afgeven. In 2020 is een plan van aanpak vastgesteld hoe te komen tot deze rechtmatigheidsverantwoording. De eerste stap in dit plan is een inventarisatie van de huidige stand van zaken met betrekking tot de interne beheersing en de benodigde stappen om te komen tot een rechtmatigheidsverantwoording. Deze inventarisatie heeft grotendeels in 2020 plaatsgevonden. Het rapport is door Baker Tilly in 2021 opgeleverd. In 2021 zal verdere uitwerking worden gegeven aan de adviezen in dit rapport.

4.2 Interne dienstverlening 422 Ondersteuning organisatie Speerpunt Digitaal werken 2020-2022

Doel Een digitale informatievoorziening die een uitstekende dienstverlening en bedrijfsvoering ondersteunt. De informatievoorziening helpt de medewerkers bij het toepassen van de kernwaarden van de gemeente.

53

In 2020 is een grote stap voorwaarts gemaakt voor een nieuwe manier van digitaal samenwerken. Vanuit het project digitale innovatie is gestart met de uitrol en implementatie van het communicatie- en samenwerkingsplatform Teams. We konden zo ook in coronatijd met elkaar blijven vergaderen, chatten en bestanden delen. De vergaderruimtes op het gemeentehuis zijn in de loop van het jaar aangesloten op deze nieuwe manier van vergaderen. Hybride vergaderen, een combinatie van online en fysiek vergaderen vanaf het gemeentehuis, is nu mogelijk. Voor de volgende stap in veilig, eenvoudig en digitaal plaatsonafhankelijk samenwerken is het thuiswerkbeleid ontwikkeld waarbij de oplossingsrichting, het selectietraject voor nieuwe devices en de technische ontwerpen in 2020 zijn uitgewerkt. We bereiden de organisatie voor op een veranderprogramma voor een nieuwe manier van digitaal samenwerken. Binnen de reeds ingezette Cloudstrategie is in 2020 de Barneveldse mail omgeving verhuisd naar de cloud. Tevens is een stevig fundament gelegd om het mogelijk te maken de bestanden veilig in de cloud op te gaan slaan.

Speerpunt Public Affairs

Doel Structurele versterking van de positie van Barneveld. De gemeente Barneveld besloot in 2019 om meer ‘body en structuur’ te geven aan public affairs – het “repertoire aan systematisch voorbereide activiteiten dat wordt ingezet om het beleidsproces en de maatschappelijke positie te beïnvloeden en waarvan het daadwerkelijk lobbyen het sluitstuk vormt”. De gemeente Barneveld was actief betrokken bij het opstellen van het Nationaal Actieprogramma Foodvalley – gericht op de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart 2021. We boden dit programma aan de verkiezingsprogrammacommissies van de landelijke politieke partijen aan. En met succes: in verschillende verkiezingsprogramma’s wordt Regio Foodvalley met naam én toenaam genoemd als voorbeeld van een succesvolle samenwerking tussen de drie o’s: overheid, onderwijs en ondernemers. De gemeente Barneveld was namens Regio Foodvalley actief betrokken bij de totstandkoming van het Toekomstbeeld Openbaar Vervoer 2040; in het bijzonder met betrekking tot de voor de gemeente Barneveld belangrijke bouwstenen: een IC-station bij Barneveld-Noord en een regiosprinterverbinding tussen Barneveld-Noord (of Amersfoort) en Apeldoorn. Mede vanwege die betrokkenheid wordt nu veel meer in corridorstudies dan in afzonderlijke bouwstenen gedacht. Dat is gunstig voor de studie naar de aanpak van de Corridor A1 (zie hieronder).

De gemeente Barneveld en de gemeente Apeldoorn hebben afgelopen jaar het voortouw genomen werk te maken van de studie naar de aanpak van de Corridor A1. Na het uitspreken van de bestuurlijke voorkeur door minister Van Nieuwenhuizen voor de aanpak van de aansluiting A1/A30, moet een volgende stap worden gezet: de multimodale aanpak (weg én spoor) van de A1 tussen Regio Amersfoort en Cleantech Regio. De actieve betrokkenheid van de provincie Gelderland is gewenst en heeft inmiddels – vanwege de contacten die zijn gelegd – een vervolg gekregen. De gemeente Barneveld bracht in 2020 – als versterking van de economische positionering van Barneveld – in kaart welke behoeften er bij de kalversector zijn met betrekking tot innovatie, verduurzaming en toekomstperspectief. De gemeente Barneveld onderzoekt, samen met de Barneveldse Industriële Kring, de actuele behoefte aan een railterminal in Barneveld. De behoeftepeiling is van belang om mogelijke exploitanten warm te interesseren om in Barneveld een goederenoverslag te exploiteren.

Speerpunt Organisatieontwikkeling

Doel Doorontwikkeling van de nieuwe organisatie (op basis van Blij met Barneveld).

54

We gebruiken onze kernwaarden Gastvrij, Verbindend, Ondernemend en Wendbaar als toetsingskader bij zowel de start als de implementatie van beleidsontwikkelingen, plannen, initiatieven, projecten en programma’s. Door de coronacrisis werd op deze kernwaarden in 2020 een ander beroep gedaan dan we ons aan het begin van het jaar hadden voorgesteld. We hebben in dat licht laten zien hoe groot de wendbaarheid van de organisatie is. Zo zijn diverse verbetertrajecten, ontwikkelsessies, opleidingen en workshops voor medewerkers omgezet naar een digitale variant. De samenwerkingsrelaties tussen onze interne organisatie en onze omgeving zijn in rap tempo op een digitale manier vormgegeven. We experimenteerden, creëerden en ontdekten nieuwe mogelijkheden van werken in een relatief kort tijdsbestek. Het tijd- en plaatsonafhankelijk werken heeft een boost gekregen als gevolg van het verplichte werken vanuit huis. We hebben dit ook door laten lopen in het traject ‘Werken in de toekomst’, waarin we zijn gaan nadenken over de fundamentele veranderingen die in onze manier van werken plaatsvonden en de manier waarop we dit integraal en toekomstgericht verder in de organisatie moeten onderzoeken en implementeren. Steeds meer en vaker werken we afdelingsoverstijgend samen aan opgaven (via projecten en programma’s).

Verbanden tussen onze opgaven en alle inspanningen worden (hierdoor) steeds meer zichtbaar wat helpt bij het maken van keuzes. Voor de strategische opgaven duurzaamheid, dienstverlening en Barneveld Centrum zijn programmaplannen opgesteld en verbeterd. Er is een visie opgesteld voor gebiedsgericht werken en het project Kern van de Zaak is gestart; beide ook toekomstgerichte ontwikkelingen die van invloed zijn op onze werkprocessen en onze manier van dienstverlening. Eind 2020 heeft het management een eerste aanzet gegeven voor een tussenevaluatie ‘2 jaar Blij met Barneveld’. Op basis hiervan kijken we in 2021 verder naar de verhouding tussen onze groei en opgaven enerzijds en onze manier van organiseren anderzijds. Wat betreft die groei heeft in 2020 een analyse plaatsgevonden van ons huidige personeelsbestand (vlootschouw) afgezet tegen de ambities en extra taken als gevolg van de groei van onze gemeente. Dit heeft geleid tot een budget voor formatieuitbreiding in de eind 2020 vastgestelde begroting voor 2021.

4.3 Algemene dekkingsmiddelen

Naast de gebruikelijke aandacht voor treasury is, als het gaat om de algemene dekkingsmiddelen in 2020, de mogelijke aanpassing in de uitkering uit het gemeentefonds regelmatig onderdeel van gesprek geweest. Duidelijkheid hierover liet op zich wachten, terwijl de financiële perspectieven het juist van belang maakten om die duidelijkheid wel te hebben. In verband met de coronacrisis hebben we de processen rond het dekkingsmiddel Belastingen tijdelijk aangepast, door, gelet op de financiële impact van de crisis, onze ondernemers uitstel van betaling te verlenen voor het voldoen aan hun verplichtingen.

Wat heeft het gekost? bedragen x € 1.000 Rekening Verschil 2020

Rekening 2019

Primitieve Begroting

Actuele Begroting

- 2.162 - 1.004 - 947 - 211

- 2.247 - 900 - 898 - 448

- 2.310 - 981 - 903 - 425

- 3.313 - 960 - 1.914 - 439

- 1.004 N 21 V - 1.010 N - 14 N

4.2 Interne dienstverlening 421 Beheer overige eigen gebouwen en gronden 422 Ondersteuning organisatie

- 18.653 - 519 - 18.134

- 21.031 - 1.135 - 19.897

- 22.067 - 942 - 21.125

- 21.184 - 161 - 21.023

883 V 781 V 102 V

4.3 Algemene dekkingsmiddelen 431 Treasury 432 Belastingen 433 Algemene uitkering 434 Overige baten en lasten 436 Werken voor derden

96.561 4.689 15.739 76.849 - 2.190 1.475

106.048 5.079 16.980 83.000 - 253 1.242

107.438 4.930 16.865 86.251 - 1.852 1.244

106.165 5.011 17.078 86.261 - 3.478 1.292

- 1.273 N 82 V 213 V 10 V - 1.626 N 48 V

75.746

82.770

83.061

81.667

- 1.394 N

Mutatie reserves 4.4 Resultaatbepaling 441 Mutaties reserves

477 477

5.670 5.670

2.960 2.960

2.532 2.532

- 428 N - 428 N

Mutatie reserves

477

5.670

2.960

2.532

- 428 N

(Meerdere items) Saldo van baten en lasten 4.1 Bestuur 411 Raad 412 B&W 413 Bestuurlijke samenwerking

Saldo van baten en lasten

55

Resultaat

76.223

88.440

86.021

84.199

- 1.822 N

Paragrafen Paragraaf 1 Lokale heffingen

1.1 Inleiding De inkomsten van de gemeente komen uit verschillende bronnen. De hoofdmoot wordt gevormd door de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Ongeveer 20% van de gemeentelijke inkomsten (€ 25 miljoen van € 126 miljoen) wordt gegenereerd vanuit het eigen belastinggebied. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan dit gebied dat wordt gevormd door de belastingen, de leges en de overige heffingen die de gemeente oplegt. Het (meerjaren)beleid ten aanzien van de lokale belastingen is opgenomen in de op 16 december 2014 door de raad vastgestelde Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2014. Er is informatie opgenomen over de volgende zaken: het beleid ten aanzien van de lokale belastingen; een overzicht van de begrote en de werkelijk ontvangen inkomsten uit belastingen; een toelichting op de grootste afwijkingen tussen begrote en werkelijke inkomsten; de lokale lastendruk; informatie over bezwaar, beroep en kwijtschelding. De lokale belastingen zijn een belangrijk onderdeel van de “eigen” inkomsten van de gemeente en worden meestal gebruikt als algemeen dekkingsmiddel voor het te voeren beleid.

1.2 Beleid Algemene uitgangspunten Het beleid voor de lokale belastingen is vastgelegd in de verschillende verordeningen en in de Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2014. Het tarievenbeleid wordt jaarlijks geformuleerd bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten in de kadernota. Onroerende zaakbelastingen In 2020 is de toename van de opbrengst van de woningen ten opzichte van 2019 met 3,0% gestegen. Deze verhoging is voor 1% toe te schrijven aan het inflatiepercentage. De resterende opbrengststijging is toe te schrijven aan de autonome groei als gevolg van een toename van de waarde door nieuw- en verbouw. De toename van de opbrengst van 27% voor de niet-woningen is het gevolg van de inhaalslag die is toegepast in de tariefstelling van 25%. Het restant is eveneens het gevolg van de toename van de autonome groei.

Leges De algemene lijn is om de leges zo min mogelijk te verhogen. In sommige gevallen wordt daarvan afgeweken om de opbrengst kostendekkend te houden.

56

Tarieven tabel

2019

2020

Stijging t.o.v. vorig jaar

Onroerende zaakbelastingen - eigenaren woningen, in % van de waarde - eigenaren niet-woningen, in % van de waarde - gebruikers niet-woningen, in % van de waarde

0,1026 0,1594 0,1258

0,0968 0,1975 0,1558

-5,7% 23,9% 23,8%

Hondenbelastingen - voor de 1e hond - voor de 2e hond - voor elke volgende hond

42,40 59,00 72,70

42,80 59,60 73,40

0,9% 1,0% 1,0%

Toeristenbelasting - tarief per overnachting - seizoenplaats - jaarplaats

0,92 172,05 172,25

0,93 173,90 174,10

1,1% 1,1% 1,1%

183,50

185,30

1,0%

183,50

185,30

1,0%

956,50

966,00

1,0%

178,50 297,50

187,50 312,50

5,0% 5,0%

176,60

179,25

1,5%

Tarieven lokale heffingen

Forensenbelasting - waarde minder dan € 70.000 of panden waarvoor geen waarde is vastgesteld - waarde meer dan € 70.000 vermeerderd met 0,83% van het bedrag waarmee de heffingsgrondslag € 70.000 te boven gaat. Met dien verstande dat een maximumbedrag geldt van: Afvalstoffenheffing - éénpersoonhuishoudens - meerpersoonshuishoudens Rioolheffing: - vastrecht tot 350 m3 afvalwater

1.3 Inkomsten uit heffingen Vergelijkend overzicht opbrengsten uit belastingen Binnen het gemeentelijk belastinggebied wordt onderscheid gemaakt in belastingen en rechten. Belastingen zijn bijdragen in de algemene middelen van de gemeente. Tegenover het betalen van belasting staat geen direct aanwijsbare tegenprestatie. Voor de tarieven van de belastingen zijn geen beperkingen opgenomen. Voorbeelden van belastingen zijn: onroerendezaakbelastingen, forensenbelasting, toeristenbelasting en hondenbelasting. Rechten worden geheven ter dekking van de kosten van dienstverlening door de gemeente. In de wet is bepaald dat de geraamde opbrengst niet hoger mag zijn dan nodig om 100% van de geraamde kosten te dekken. Dit houdt in dat de kostendekkendheid op basis van de begroting wordt beoordeeld. Een beoordeling achteraf is niet in de wet opgenomen. Voorbeelden van rechten zijn de begrafenisrechten, parkeergelden en leges voor verschillende diensten. Een lagere dekking is een beleidsvrijheid van de gemeente. Het overzicht van de belastingen wordt weergegeven in bijgaande tabellen en grafieken. In onderstaande tabel ziet u tevens de begroting en werkelijke cijfers.

Tabel lokale heffingen

Lokale heffingen Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen) 01. Onroerende zaakbelastingen woningen 02. Onroerende zaakbelastingen niet-woningen 03. Hondenbelasting 04. Toeristenbelasting 05. Forensenbelasting 06. Rioolheffing 06. Rioolheffing - kwijtschelding 07. Reclamebelasting 08. Precariobelasting Totaal Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen) Rechten (Tariefsgebonden) 09. Begrafenisrechten

bedragen x € 1.000 Rekening Verschil 2020

Rekening 2019

Primitieve Begroting

Actuele Begroting

6.849 4.980 169 608 930 4.645 - 115 119 2.969 21.153

7.020 6.292 173 510 890 4.711 - 120 120 2.955 22.551

7.058 6.325 173 382 910 4.711 - 120 120 2.969 22.528

7.061 6.321 166 515 982 4.854 - 114 117 2.969 22.871

3V -4N -7N 133 V 72 V 143 V 6V -3N -0N 343 V

676

854

854

691

- 163 N

57

10. Afvalstoffenheffing 10. Afvalstoffenheffing - kwijtschelding 11. Parkeergelden 12. Parkeerboetes 13. Marktgelden 14. Leges burgerlijke stand 15. Leges dienstverlening 16. Leges Wabo vergunningen 17. Leges bestemmingsplannen 18. Overige leges Totaal Rechten (Tariefsgebonden)

5.734 - 158 945 62 39 127 645 1.880 959 212 11.122

6.085 - 155 880 100 43 155 895 1.966 700 139 11.661

6.085 - 155 560 50 43 135 895 1.966 700 168 11.300

6.175 - 159 568 46 37 108 477 2.243 929 138 11.254

90 V -4N 8V -4N -5N - 27 N - 418 N 277 V 229 V - 30 N - 46 N

Totaal lokale heffingen

32.275

34.212

33.828

34.124

297 V

Toelichting grootste afwijkingen

De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de begroting zijn als volgt te verklaren. ad. 5) Forensenbelasting Het positieve resultaat valt te verklaren door bestandsoptimalisatie en toename van het aantal recreatieve objecten. ad 6) Rioolheffing Het positieve resultaat valt te verklaren door bestandsoptimalisatie, controle op leegstand en door toename van het aantal objecten voor zowel woningen als bedrijven. ad 9) Begrafenisrechten Op 1 januari 2019 is er een nieuwe legestabel in werking getreden. Er zijn minder tarieven (vereenvoudiging) gemaakt door samenvoegingen. Zo zijn de verlengingsmogelijkheden teruggebracht. Voorheen kon je kiezen uit 20, 15, 10 of 5 jaar verlengen, nu alleen uit 5 of 10 jaar. Dit heeft als gevolg dat de inkomsten op begrafenisrechten meer gespreid over de toekomst worden verwacht. Daarnaast zijn er in 2020 minder begrafenissen geweest dan verwacht. ad 10) Afvalstofheffing Het positieve resultaat valt te verklaren door bestandsoptimalisatie, controle op leegstand en door toename van de woningvoorraad. ad 11) Parkeergelden De lagere opbrengst aan parkeergelden ten opzichte van vorige jaren is een gevolg van de coronamaatregelen.

In de coronamonitor hadden we al gemeld dat we door minder winkelbezoek (als gevolg van verplichte winkelsluiting voor 3,5 maand) en door 'gratis parkeren' in het centrum van Barneveld, minder inkomsten aan parkeergelden verwachtten. ad 14) Leges burgerlijke stand De redenen waardoor de leges in 2020 € 27.000 minder opbrachten dan begroot, zijn: doordat de stengere coronamaatregelen in het laatste kwartaal er meer huwelijken geannuleerd zijn dan verwacht; doordat veel huwelijken zijn verplaatst naar maandagochtend, waardoor er wel getrouwd is voor de wet maar de ceremonie later kan plaatsvinden en deze huwelijken gratis zijn.

ad 15) Leges dienstverlening De leges laten minder inkomsten van € 418.000 zien, de redenen hiervan zijn: dat door de coronamaatregelen alleen paspoorten en ID-bewijzen werden verstrekt als hier strikt noodzaak toe was; dat een paspoort of ID-bewijs mag verlopen; het verbod op buitenlandse reizen en het feit dat ook een rijbewijs in de meeste gevallen ter identificatie kan dienen; dat de inkomsten van de leges van de overige verklaringen hetzelfde beeld vertonen, omdat er geen buitenlandse stageplekken waren en er minder mensen van baan wisselen in de coronatijd; dat de afdrachten van de leges uiteraard hetzelfde beeld vertonen, waardoor er totaal € 270.000 minder uitgegeven is aan het Ministerie voor Biza; dat het saldo op dit product hierdoor ongeveer €148.000 negatief wordt. Ad 16) Leges WABO vergunningen De hogere leges inkomsten van de WABO-vergunningen komen voort uit een grotere aanvraag van vergunningen binnen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan beoogd.

58

ad 17) Leges bestemmingsplannen De hogere leges inkomsten van de bestemmingsplannen komen voort uit de grotere behoefte tot de bouw van woningen en daarmee tot meer aanvragen binnen dit kader.

Grafiek belastingen

Grafiek rechten

1.4 Lokale lastendruk Om een indruk te hebben wat de “lokale lastendruk” is, wordt berekend wat de huishoudens aan belasting moeten betalen. Daarbij worden de voor huishoudens gebruikelijke heffingen betrokken. Door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) wordt jaarlijks een atlas van de lokale lasten opgesteld. De bruto woonlasten van meerpersoonshuishoudens lopen, volgens de COELO Atlas voor 2020, uiteen van € 573 tot € 1.440 per jaar. Landelijk gezien bevindt Barneveld zich op plaats 191 van de 377 gemeenten en is Barneveld een gemeente met een gemiddelde lastendruk. De stijging in 2020 van de lokale lasten in Barneveld is 2,7%. Het grote verschil tussen de woonlasten in de goedkoopste en de duurste gemeente (€ 867) is enigszins misleidend. De frequentieverdeling van de gemeentelijke woonlasten is namelijk zeer vlak. Dat blijkt uit de figuur onder kaart 28. In 72% van de gemeenten liggen de woonlasten tussen de € 700 en de € 900. Aan de onderkant en de bovenkant van de verdeling zit een beperkt aantal uitschieters. Hoewel het maximum op € 1.440 ligt komen maar 18 gemeenten boven de € 1.000 uit. Het bedrag van de bruto woonlasten is opgebouwd uit de onroerende zaakbelasting, waarbij wordt uitgegaan van de gemiddelde woningwaarde (zowel landelijk als provinciaal als voor Barneveld), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

Tabel lokale lastendruk Lokale lastendruk

2019

2020

Lastenstijging (%)

Hoogste tarieven - Landelijk - Gelderland

1.446 975

1.440 1.011

-0,4% 3,7%

Laagste tarieven - Landelijk

511

573

12,1%

59

- Gelderland

555

573

3,2%

Gemiddelde tarieven - Landelijk - Gelderland - Barneveld

740 740 775

776 785 796

4,9% 6,1% 2,7%

Bron: COELO Atlas van de lokale lasten(www.coelo.nl)

1.5 Bezwaar, beroep en kwijtschelding Bezwaar en beroep Wie het niet eens is met een opgelegde aanslag kan een bezwaarschrift indienen bij de gemeente. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen 6 weken na het opleggen van de aanslag. Behoudens de no cure no pay-bezwaren, is voor nagenoeg alle overige bezwaren tegen de bij het reguliere kohier opgelegde aanslagen, voor eind oktober 2020 uitspraak gedaan. Voor degenen die het niet eens zijn met de uitspraak bestaat er de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de rechtbank, hoger beroep bij het gerechtshof en cassatieberoep bij de Hoge Raad. Kwijtschelding Voor de inwoners van Barneveld zonder vermogen en met een laag inkomen bestaat de mogelijkheid om kwijtschelding te vragen voor de aanslag van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Door gegevensuitwisseling met het Inlichtingenbureau (waar gegevens uit de administraties van UWV, RDW en Belastingdienst worden gecombineerd), wordt nagegaan of een eerder verleende kwijtschelding leidt tot een ambtshalve kwijtschelding in het volgende jaar. Betrokkenen hoeven daarvoor dan niet zelf opnieuw een aanvraag in te dienen. In de begroting 2020 is er van uitgegaan dat er ongeveer 650 keer kwijtschelding zou worden verleend voor een totaal bedrag van € 275.000. In werkelijkheid is er 785 keer kwijtschelding gevraagd.

623 aanvragen zijn geheel of gedeeltelijk gehonoreerd en 162 afgewezen. Het totale bedrag aan kwijtschelding is uitgekomen op € 263.176. In circa 49% van de gehonoreerde aanvragen is automatisch kwijtschelding verleend op grond van de hiervoor aangegeven gegevensuitwisseling met het Inlichtingenbureau.

Tabel ontwikkeling kwijtschelding Kwijtscheldingen 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020

Aangevraagd

Afgewezen

731 713 714 848 830 788 785

97 66 101 96 106 139 162

Geheel of gedeeltelijk toegewezen 634 647 613 752 724 649 623

Bedrag kwijtschelding € 229.264 € 244.424 € 233.743 € 292.716 € 266.422 € 272.832 € 272.994

Grafiek ontwikkeling kwijtschelding

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen

60

2.1 Inleiding Informatie over het weerstandsvermogen is van belang om te weten of en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Deze tegenvallers kunnen incidenteel en structureel van aard zijn, maar hebben altijd invloed op de financiële positie van de gemeente. Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn, is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. De mate van flexibiliteit van de gemeentebegroting speelt een belangrijke rol bij de bepaling van het weerstandsvermogen: hoe snel kunnen tegenvallers worden opgevangen door ombuigingen van bestaand beleid, al dan niet in combinatie met belastingverhogingen. Ook de omvang van de vrij aanwendbare reserves is daarbij van belang. Vanuit het provinciaal toezicht zijn geen directe normen voor het weerstandsvermogen aangegeven; wel wordt bewaakt dat de algemene reserve een bepaalde minimum omvang heeft. Begrippenkader Onder het weerstandsvermogen wordt een kengetal verstaan, namelijk de verhouding tussen de direct beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit.

Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandsvermogen = ---------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit Met de direct beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. Onder benodigde weerstandscapaciteit verstaan we alle risico’s waarvoor nog geen maatregelen zijn getroffen, die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Tot het treffen van dergelijke maatregelen behoren onder andere het instellen van voorzieningen, het afdekken van risicogebieden met verzekeringen dan wel andere risico-beperkende acties.

2.2 Beleid Eind 2020 is de Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2020 - 2024 geactualiseerd en daarin zijn de hoofdlijnen van beleid ongewijzigd. Het weerstandsvermogen wordt concernbreed twee maal per jaar bepaald, ten tijde van de begroting en de jaarrekening, in paragraaf 2 (programmabegroting en jaarverslaggeving). Risico's en reserves zijn continu aan verandering onderhevig, zo is ook het weerstandsvermogen in deze paragraaf een momentopname. In de paragraaf weerstandsvermogen wordt er daarom gewerkt met streefwaardes en bandbreedtes in plaats van met exacte getallen. Met ingang van de begroting 2021 hanteren we een meer uitgebreide set van indicatoren waarmee een bredere weging van de balanswaarden als weerstandsvermogen, schuldenpositie en/of exploitatieruimte mogelijk wordt gemaakt. De bandbreedtes van het weerstandsvermogen zijn gehandhaafd zoals in onderstaande tabel weergegeven.

Weerstands vermogen

Effect

Maatregel

< 1,0

onder minimale streefwaarde

College neemt maatregelen om binnen twee jaar > 1,0 te komen. Deze zijn gericht op het verlagen van de benodigde weerstandscapaciteit en/of het verhogen van de beschikbare weerstandscapaciteit.

1,0 – 1,2

minimale streefwaarde optimale bandbreedte maximale streefwaarde boven maximale streefwaarde

college maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan.

1,2 – 1,6 1,6 – 2,0 > 2,0

n.v.t. college maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan. n.v.t.

2.3 Beschikbare weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet-begrote kosten te dekken door structurele middelen vrij te maken. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging).

61

Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. In het kader van het weerstandsvermogen binnen deze paragraaf zullen wij slechts rekening houden met de incidentele weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel is een vergelijkend overzicht gegeven van de geprognosticeerde weerstandscapaciteit per begin/einde van het boekjaar Algemene reserves (1) Voor de berekening van de weerstandscapaciteit worden alleen de vrij besteedbare reserves meegenomen. Deze vrij besteedbare reserves treffen wij aan bij de groep van algemene reserves. Voor de bestemmingsreserves geldt dat voor wijziging van de bestemming een raadsbesluit nodig is en er dus geen sprake is van een vrij besteedbare reserve. Voorzieningen zijn niet vrij besteedbaar en behoren daarom niet tot de weerstandscapaciteit. Stille reserves (2) Stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarden bij verkoop en de boekwaarden van de diverse activa. Hierbij kan worden gedacht aan panden, aandelen en bedrijfsmiddelen. De directe opbrengstwaarde dient bekend te zijn en bovendien moeten de betreffende activa direct verkoopbaar of verhandelbaar zijn. Dit is met de gemeentelijke activa zelden het geval. Mede daarom zijn de stille reserves als een PM-post opgenomen.

bedragen x € 1.000 Beschikbare weerstandscapaciteit 1. Algemene reserves 2. Stille reserves Totaal

31-dec-2019

31-dec-2020

34.023 p.m. 34.023

34.776 p.m. 34.776

2.4 Benodigde weerstandscapaciteit Voor de jaarrekening 2020 zijn risico’s onlangs geactualiseerd ten opzichte van de begroting 2021 (laatste actualisatie) waarbij met name de aandacht is uitgegaan naar risico's gerelateerd aan de covid-19-pandemie. De risico's uit de coronamonitors 2020 maken onderdeel uit van de actualisatie en de risico’s 2021 van de gemeente, die van de verbonden partijen en die van het maatschappelijk veld. Op deze wijze zijn de directe en indirecte gevolgen voor de inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen en de gemeentelijke organisatie in beeld gebracht. Het verloop van de pandemie is zeer onzeker en de risico-inschatting (kans en omvang in euro's) is eveneens zeer onzeker. Zoals het zich er nu naar laat uitzien zal vanaf de zomer 2022, mede door vaccinatie van de bevolking, het 'normale' leven weer gaan opstarten. De risico-inventarisatie houdt rekening met de mogelijke gevolgen van de pandemie, zoals maatschappelijke, sociale en financiele gevolgen. Wij gaan ervan uit dat de risico's gerelateerd aan de covid-19-pandemie door hogere overheden, provincie en rijk, worden gecompenseerd. Waar mogelijk zijn maatregelen getroffen om risico's te beperken. Vervolgens is een risicosimulatie uitgevoerd. Deze simulatie resulteert in een totaal risicobedrag van € 15,3 miljoen.

Dit bedrag is daarmee gelijk gebleven aan de uitkomst van de simulatie van de begroting 2021. De top 10 is wel gewijzigd ten opzichte van deze vorige meting, zo is corona gekwantificeerd en is ook het cyberrisico in de top 10 opgenomen.

De belangrijkste tien risico's (mix van omvang/geld en kans), in volgorde van impact zijn: 1. onvoorziene risico's grondexploitaties (planfase 2 en 3); 2. kosten jeugdmaatschappelijke ondersteuning en Participatiewet nemen toe; 3. Gevolgen corona 4. beheerkwaliteit van de nieuwe wijken de Burgt en Veller blijft achter; 5. niet of niet tijdig kunnen aantrekken van (kwalitatief) voldoende personeel; 6. passeren van de grens van 70.000 inwoners 7. vertraging in de uitvoering van het transformatieplan Jeugd; 8. cyberrisico 9. onvoldoende managementinformatie voor adequate sturing; 10. vraag andere kwaliteiten als gevolg van organisatieontwikkeling Risico’s zijn ook inzichtelijk bij (en integraal onderdeel van) alle speerpunten van de vier programma’s. De risico’s van verbonden partijen zijn in paragraaf 6 in beeld gebracht.

62

2.5 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen (exclusief het financieel resultaat) is met een waarde van 2,3 hoger dan de waarde van de begroting 2020 (1,8). De weerstandsratio overstijgt op dit moment de norm van 2. De mogelijke (financiële) effecten van het coronavirus zijn meegenomen in de actualisatie van de risico’s in de jaarrekening 2020 (1,5 mln). Wij hebben de raad meerdere keren tussentijds geïnformeerd over de acties van het college (en eventuele risico’s en beheersmaatregelen) ten gevolge van de coronacrisis.

34,8 Weerstandsvermogen = -------- = 2,3 15,3

2.6 Financiële kengetallen De financiële kengetallen zoals die voorgeschreven worden door het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn in deze jaarverslaggeving opgenomen in paragraaf 2. De kengetallen hebben een verband met zowel het weerstandsvermogen alsook met de financiering. Landelijk wordt aandacht gevraagd voor deze kengetallen. Daarin is met name aangegeven om naast het weerstandsvermogen ook te letten op de ontwikkeling van deze financiële kengetallen en om vooral het geheel van deze getallen in samenhang te bezien. In 2019 is de schuldennotitie geactualiseerd en is er meer duiding, verdieping en toelichting gegeven op de verschillende kengetallen. Ook is er een perspectief op basis van de huidige inzichten geschetst tot en met 2025. Mede gezien de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt is het goed de financiële kengetallen of ratio’s in beeld te hebben. Deze ratio’s zijn verhoudingsgetallen op basis van de balans- en/of exploitatiecijfers. Bij het beoordelen van de hoogte en ontwikkeling van de ratio’s kijken we vooral naar de samenhang tussen deze ratio’s en de ontwikkeling in de tijd. De uitkomst van een individuele ratio biedt een beperkt inzicht. Samen met

63

het weerstandsvermogen kunnen we een beeld vormen van hoe de gemeente er in financieel opzicht voorstaat. De ratio’s worden hierna zowel in tabelvorm als grafisch weergegeven. De netto schuldquote (nettoschuld als aandeel van de inkomsten in een jaar) komt in 2020 lager uit dan het begrote percentage. Het lagere percentage is vooral als gevolg van de hogere inkomsten van onze gemeente in 2020 dan was begroot. Tegelijkertijd zien we dat in 2020 de schulden zijn toegenomen (circa € 16 miljoen), onder andere door voorfinanciering van de grondexploitatie (toename van de voorraad bouwgrond grondexploitaties (€ 6 miljoen) en de netto investering in materiele vaste activa (€ 13 miljoen). In tegenstelling tot 2018 en 2019 wordt de positieve afwijking van de netto schuldquote ten opzichte van de begroting ook veroorzaakt door een positieve afwijking van de reguliere exploitatie (€ 450.000). De opbrengsten uit grondexploitaties (€ 600.000 hoger dan begroot) hebben eenzelfde positief effect op de schuldquote. De netto schuldquote 2020 is 7% hoger dan die in 2019. Belangrijkste oorzaak hiervan is de hiervoor genoemde hogere schuldpositie ultimo 2020 en het verschil in resultaat 2020 ten opzichte van 2019 (€ 1,8 miljoen in 2019 ten opzichte van € 0,8 miljoen in 2020).

Qua solvabiliteit (het procentuele aandeel van het eigen vermogen op het totale vermogen) is in 2020 iets afgenomen (van 27% naar 25%), hetgeen nog steeds ruim boven de streefwaarde van 20% is. Daar waar de reserves in 2020 met € 0,8 miljoen afnamen door uitvoering van de bestemming, namen de netto schulden (korte termijn een afname van € 4,5 miljoen en lange termijn een toename van € 18 miljoen) toe (zie hiervoor verklaring netto schuldquote). Het kengetal grondexploitatie komt voor 2020 uit op 40% ten opzichte van 38% in 2019 en 48% in de begroting. Dit kengetal geeft de voorraad bouwgrond weer als aandeel van de inkomsten in een jaar. Het percentage zegt iets over het risicoprofiel van een gemeente en dan met name in relatie tot de bouwgrondactiviteiten. Provincie Gelderland geeft aan dat bij een percentage >35% sprake is van een hoog risico. Dit risicoprofiel is het gevolg van de keuzes die zijn gemaakt ten aanzien van de ambities van Barneveld in de ontwikkeling van grondexploitaties. Ten opzichte van dit risicoprofiel bestaan kansen op hogere opbrengsten uit grondexploitaties. De risico's als gevolg van deze keuzes worden meegenomen in de risico-inventarisatie en vinden haar weerslag in de weerstandsratio. Kengetallen

2016 1a. Netto schuldquote 184% 1b. Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen165% 2. Solvabiliteit 20% 3. Grondexploitatie 75% 4. Structurele exploitatieruimte 0,0% 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit 101%

2017 188% 175% 21% 67% 0,0% 103%

Rekening 2018 2019 131% 146% 121% 136% 23% 27% 43% 38% 0,0% 0,0% 104% 105%

2020 147% 139% 25% 40% 0,0% 101%

Begroting 2020 162% 151% 26% 48% 0,0% 108%

64

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen

3.1 Inleiding Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt een aanzienlijk beslag op de financiële middelen van de gemeente. Kapitaalgoederen zijn verdeeld naar de categorieën wegen, water en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beheerplannen legt de gemeenteraad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Met de vaststelling van de programmabegroting machtigt de raad het college om de uitgaven ten laste van de betreffende onderhoudsvoorzieningen te doen. De voorzieningen worden gevuld door jaarlijkse bijdragen en stortingen vanuit de verschillende programma's. Bedragen genoemd in deze paragraaf zijn in duizenden euro’s (x € 1.000).

3.2 Wegen De gemeente heeft op dit moment circa 4,2 miljoen m2 aan wegen, fiets- en voetpaden (verhardingen) in beheer en eigendom. De gemeente is, als wegbeheerder, verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. Jaarlijks wordt daarom de kwaliteitsontwikkeling gemeten en onderhoud uitgevoerd. Beleidskader In 2016 heeft de raad de beleidsvisie Beheer en onderhoud wegen 2017-2026 vastgesteld. De beleidsvisie is erop gericht het verhardingsareaal op kwaliteitsniveau ‘Basis’ te brengen en te houden. Dit kwaliteitsniveau heeft de cijferrange 5,5 t/m 7,4. Om dit te bereiken is aanvullend structureel en incidenteel budget beschikbaar gesteld. Voor het structurele budget gebeurt dit vanaf 2017 tot en met 2023 via een groeimodel. Incidenteel is in de periode 2017-2020 jaarlijks € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld voor het inlopen van de onderhoudsachterstand. Ontwikkeling kwaliteitsniveau Om de kwaliteitsontwikkeling te monitoren wordt de kwaliteit van alle gemeentelijke wegen en andere verhardingen periodiek vastgesteld. Dit gebeurt middels een gestandaardiseerde methodiek die gebaseerd is op de landelijk geldende richtlijn voor het inspecteren van verhardingen. Externe inspecteurs die hiervoor zijn

65

opgeleid en gecertificeerd worden ingezet om de kwaliteitsmeting te doen. Bij de laatste meting is het gemiddelde kwaliteitsniveau vastgesteld op een 5,3. Dit is lager dan de 5,5 die nodig is om te voldoen aan het vastgestelde ambitieniveau ‘Basis’. Om die reden is nogmaals voor 4 jaar een aanvullend budget beschikbaar gesteld. Binnenkort start de volgende meting. Nadat de meting, die ongeveer twee maanden in beslag neemt, is afgerond volgt een rapportage van de kwaliteitsontwikkeling. De rapportage wordt vastgesteld door het college en ter kennisname aangeboden aan de raad. Beheer- en uitvoeringsplan en integrale afstemming Het beheer- en uitvoeringsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. Het plan bestaat uit een aantal onderdelen. De belangrijkste onderdelen zijn de terugblik op het onderhoud dat in het voorgaande jaar is uitgevoerd, het geplande onderhoud en een doorkijk naar het onderhoud in de jaren daarna. Voor deze onderdelen worden ook de financiën behandeld. Het beheer- en uitvoeringsplan wordt jaarlijks vastgesteld door het college en ter kennisname aangeboden aan de raad. Voorafgaand aan het vaststellen van de onderhoudsplanning wordt deze besproken met de andere vakafdelingen en beheerdisciplines. Dit is nodig om planningen op elkaar af te stemmen en werkzaamheden waar mogelijk te combineren.

Momenteel wordt gewerkt aan een ‘Integrale Meerjaren Planning’, afgekort IMP. De IMP geeft een totaalbeeld van de geplande projecten en werkzaamheden in de openbare ruimte. Hierdoor is een nog betere en eerdere afstemming mogelijk. Uitvoering onderhoud In 2019 is het onderhoudscontract vroegtijdig beëindigd, omdat de aannemer gemaakte afspraken niet nakwam. Daarom is in 2020 een nieuw meerjarig onderhoudscontract opgesteld en aanbesteed. Dit heeft een groot deel van het jaar in beslag genomen. Dit komt mede doordat het contract Europees is aanbesteed en een interviewronde in het aanbestedingstraject was opgenomen. Hierdoor zijn op dit contract in 2020 geen onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Doordat het contact met de onderhoudsaannemer in 2019 is beëindigd, is het geplande onderhoud op een aanzienlijk aantal locaties niet uitgevoerd. Daarom is in 2020 een tussentijds contract opgesteld en aanbesteed met een andere partij. In het contract zijn de onderhoudslocaties opgenomen die in 2019 nog niet waren uitgevoerd. De uitvoering van deze locaties is inmiddels afgerond. Ook is onderhoud uitgevoerd op een aantal locaties die voor 2020 in de planning stonden. Inmiddels is de aannemer van nieuwe onderhoudscontract gestart met de voorbereiding van het onderhoud dat in 2021 uitgevoerd wordt.

Financiën In verband met de bezuinigingsopgave is vanaf 2021 het structurele onderhoudsbudget met € 3 ton verlaagd. Daarentegen is viermaal (2021-2024) € 1,18 miljoen beschikbaar gesteld voor het wegwerken van de resterende onderhoudsachterstand. Bovendien is er tweemaal (in 2021 en 2022) een bedrag beschikbaar van € 7,6 ton voor de aanleg van nieuwe- en vervanging van verouderde onveilige bermverhardingen. In het beheer- en uitvoeringsplan is de verantwoording van de bestedingen in 2020 opgenomen. En een overzicht met daarin van de beschikbare budgetten in 2021 en de geplande besteding daarvan. Ten slotte is een doorkijk gegeven met daarin de beschikbare budgetten en de besteding daarvan in naar de opvolgende jaren.

Voorziening groot onderhoud wegen

Voorziening Groot onderhoud wegen Voorziening Groot onderhoud wegen

Saldo 1-1-2020 2.290

Stortingen 3.532

Onttrekkingen - 2.368

bedragen x € 1.000 Saldo 31-12-2020 3.453

Stortingen groot onderhoud wegen bedragen x € 1.000 Specificatie storting groot onderhoud wegen - extra storting wegverhardingen - intensivering groot onderhoud wegen - intesivering groot onderhoud wegen inclusief areaal uitbreiding

Bedrag 202 1.500 243

- bijdrage elementenonderhoud

3

- dotatie vanuit productbegroting

1.471

66

Totaal

3.419

Onttrekkingen groot onderhoud wegen bedragen x € 1.000 Specificatie onttrekking groot onderhoud wegen

Bedrag

- aanleg fietspad Apeldoornsestraat Voorthuizen

790

- aanleg / Onderhoud Helweg (BOR-VI)

248

- aanleg / Onderhoud Wencopperweg (BOR-VI)

188

- aanleg / Onderhoud Oude Essenerweg (BOR-VI)

168

- aanleg / Onderhoud Plaggenweg (BOR-VI)

156

- elementenonderhoud VI-BOR

147

- aanleg / Onderhoud Kootwijkerdijk (BOR-VI)

113

- aanleg / Onderhoud Rijksweg (BOR-VI)

110

- aanleg / Onderhoud Esvelderweg (BOR-VI)

102

- aanleg/onderhoud divers: Totaal

548 2.570

3.3 Water Beleidskader a. Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP). Het GRP 2016-2019 is op 2 maart 2016 vastgesteld door de gemeenteraad. In het plan worden de activiteiten aangegeven die nodig zijn om de doelstellingen van het GRP te verwezenlijken. Naast de kosten is een overzicht gegeven van de ontwikkeling van de inkomsten; de rioolheffing. Gezien de planperiode van het huidige GRP is medio 2019 begonnen met de voorbereidingen voor het opstellen van een nieuw GRP 2021-2026. Hiervoor heeft het college op 5 november 2019 een Plan van Aanpak vastgesteld en de gemeenteraad geïnformeerd. In 2020 zijn de resterende activiteiten van het huidige GRP zo veel mogelijk afgerond. Gelijktijdig is het nieuwe GRP 2021-2026 opgesteld met als uitgangspunt een Kaderstellende Notitie die door de Gemeenteraad op 12 november 2020 is vastgesteld. Het nieuwe GRP is in mei 2021 vastgesteld. b. Waterplan Barneveld. Het Waterplan Barneveld is op 22 november 2005 door de gemeenteraad vastgesteld. Dit plan is gezamenlijk opgesteld door de waterschappen Vallei & Eem en Veluwe, de provincie Gelderland en de gemeente Barneveld. Het bestaat uit drie delen: de Watervisie 2004-2025, een Uitvoeringsplan en een Operationeel Programma. De voor de gemeente relevante onderdelen zijn opgenomen in het GRP 2021-2026. Naar verwachting zal de Watervisie in de Omgevingsvisie worden opgenomen. c. Grondwaterbeleidsplan.

Op 9 juli 2013 is het Grondwaterbeleidsplan 2013-2019 door het college vastgesteld; de gemeenteraad heeft het ter kennisname ontvangen. Het plan beschrijft de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen, geeft invulling aan de gemeentelijke zorgplicht voor grondwater en levert een bijdrage aan het oplossen en voorkomen van grondwaterproblemen. d. Hemelwaterplan. Op 25 juli 2017 is het Hemelwaterplan 2017-2020 “klimaatactief” door het college vastgesteld; de gemeenteraad heeft het ter kennisname ontvangen. Het plan richt zich op een duurzame en actieve omgang met hemelwater. Het plan beschrijft gemeentelijk regenwaterbeleid in zowel bestaande als te ontwikkelen stedelijke omgeving en focust op een robuuste en klimaatbestendig ingerichte leefomgeving. e. Regionaal Manifest Ruimtelijke Adaptatie. Binnen de regio werken we samen aan een klimaatbestendige toekomst. Hiertoe hebben we op eind 2017 het Regionaal Manifest Ruimtelijke Adaptatie ondertekend. Dit Manifest is de regionale uitwerking van het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie en het Bestuursakkoord Klimaatadaptatie d.d. 20 november 2018. In het manifest hebben gemeenten en regio verklaard om in de komende coalitieperiode de kwetsbaarheden en risico’s voor overlast en schade als gevolg van klimaatverandering te inventariseren.

In de Manifestregio is samen met regionale partners (waterschap, provincie Gelderland, Vitens, natuurbeheerders, landbouworganisatie etc.) een Regionaal Adaptatie Plan (RAP) opgesteld en tijdens de regionale klimaattop van 4 december 2020 bestuurlijk bekrachtigd. Inmiddels wordt uitvoering gegeven aan het

67

opstellen en uitvoeren van het Werkplan 2021-2022. Het RAP behandelt met name gemeente-overschrijdende thema’s (natuurbranden, droogte, etc.). Op 4 december 2020 is de jaarlijkse klimaattop gehouden. f. Platform Water Vallei & Eem (PWVE). Sinds 2008 werken we in de waterketen samen met 16 gemeenten en het Waterschap in het Platform Water Vallei & Eem (PWVE). Het doel van het platform is een betere afstemming te realiseren tussen partijen in beleid en uitvoering én in de uitwisseling van kennis en ervaring. Dit geeft hogere kwaliteit en meer efficiency op kosten en kwetsbaarheid. De scope van de onderwerpen binnen het platform richt zich op de thema’s binnen de waterketen en het watersysteem met als doel invulling te geven aan het Bestuursakkoord Water en het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie. Binnen de organisatie van het Platform Water Vallei & Eem wordt samen met de Regio's Noord en Oost Veluwe gewerkt aan het verder bouwen aan het gezamenlijk klimaatdossier (DPRA). Om te stimuleren dat binnen de samenwerking alle gemeenten en het waterschap in 2020 klimaatbewust handelen is een voorstel gemaakt vanuit de weten-willen-werkensystematiek.

In dit voorstel zijn activiteiten opgenomen die het Platform aanbiedt en waar we - ook vanuit Barneveld - gebruik van kunnen maken, zoals deelname aan masterclasses of intervisiegroep Ruimtelijke Adaptatie, gerichte excursies in regio, delen kennis, voeren van risicodialogen, gebruik maken van format opstellen uitvoeringsprogramma. Vanuit de Tijdelijke Impulsregeling Klimaatadaptatie is voor het Platform Water Vallei en Eem (PWVE) ongeveer € 7 miljoen beschikbaar. Het platform stelt enkele verdelingsscenario’s op. In april 2021 worden projecten geïnventariseerd voor een regionaal maatregelenpakket. Binnen het regionale samenwerkingsverband PWVE is de uit te voeren “stresstest” al in 2018 uitgevoerd en zijn de resultaten getoond in een Klimaateffectatlas www.klimaatvalleienveluwe.nl. Op basis van deze effectatlas kunnen wij de kwetsbaarheden in beeld brengen. Welke maatregelen vervolgens zijn te treffen als uitkomst van de stresstest gaan we nader met de inwoners, het college en de gemeenteraad bespreken bij het opstellen van Basisrioleringsplannen / Systeemoverzicht Stedelijk Water. In juni zijn de nieuwe landelijke hittekaarten gereed gekomen. Met deze kaarten wordt op detailniveau inzicht gegeven in onder andere de huidige en toekomstige gevoelstemperatuur.

Op basis van deze info kunnen hittegevoelige locaties worden geselecteerd en worden beoordeeld op het eventueel treffen van maatregelen. De kaarten zijn te vinden op de website van de regio: klimaatvalleienveluwe.nl. Als vervolg op het Koersplan (2019) is in 2020 een Programmaplan 2021-2022 opgesteld. De Centrum Regeling voor de Uitvoeringsorganisatie (UVO) is bestuurlijk vastgesteld. De UVO verzorgt voor de gemeenten in het platform het meten en monitoren van de afvalwaterketen en het grondwater (door metingen aan rioolstelsels, rioolgemalen en van grondwaterstanden). Dit is een gemeenschappelijke regeling tussen de colleges van Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Ede, Eemnes, Ermelo, Harderwijk, Leusden, Nijkerk, Putten, Renkum, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Soest, Veenendaal, Wageningen en Woudenberg. De organisaties geven hiermee vorm aan de regionale samenwerking voor het efficiënt en doelmatig inrichten van de (afval)waterketen volgens de afspraken die gemaakt zijn met het Rijk in het Bestuursakkoord Water. g. Beheerplan De uit het GRP 2016-2019/2020 voortkomende maatregelen zijn opgenomen in een uitvoeringsplanning en in jaarplannen. Het jaarplan en de uitvoeringsplanning 2020 zijn op 21 april 2020 door het college vastgesteld en ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden.

Ten aanzien van het rioolbeheer bevinden we ons in een transitie van traditioneel - naar kwaliteit en risicogestuurde rioolvernieuwing. Doel is naast kostenbesparing, een op basis van kwaliteit geprogrammeerde vervangingsplanning. Vanuit het Afvalwater team (AWT) Ede, Veenendaal, Barneveld en waterschap Vallei en Veluwe is hiertoe eerst een generieke aanpak ontwikkeld die in 2018-2020 verder is uitgewerkt voor de gemeente Barneveld. De bijhorende rapportage met adviezen voor reparatie, vernieuwen, reinigen en inspecteren is afgerond met uitzondering van bestuurlijke vaststelling. In het GRP 2021-2026 zijn de uitkomsten van het kwaliteit en risicogestuurd beheer en rioolvernieuwing verwerkt.

Financiële consequenties De in de volgende tabel genoemde inkomsten en uitgaven in de jaren 2017 t/m 2020 komen overeen met de bedragen genoemd in het GRP 2016-2019. Het jaar 2020 is een overgangsjaar waarin de acties uit het GRP 2016-2019 zoveel mogelijk worden afgerond en een nieuw GRP wordt opgesteld. De meerjarenbegroting in het GRP geeft een prognose tot het jaar 2095, waarbij ervan uit wordt gegaan dat de reserve voldoende op peil is om de benodigde maatregelen uit te kunnen voeren.

68

Egalisatievoorziening riolering GRP Egalisatievoorziening riolering GRP

Saldo 1-1-2020 2.008

Stortingen 585

Onttrekkingen - 391

bedragen x € 1.000 Saldo 31-12-2020 2.202

bedragen x € 1.000 Specificatie onttrekking/storting voorziening riolering

Begroting 2020

Rekening 2020

Lasten Exploitatiekosten Extracomptabele toerekening kosten

3.833 821

3.416 821

Totaal lasten

4.654

4.237

Baten Inkomsten rioolheffing Overige baten

4.591 58

4.740 82

Totaal baten

4.649

4.822

Verschil lasten-baten

5

- 585

Mutatie egalisatievoorziening VGRP

5

- 585

3.4 Gebouwen 3.4 Gebouwen Beleidskader De uitgangspunten voor de uitvoering van het planmatig onderhoud aan de gemeentelijke gebouwen zijn opgenomen in de rapportage planmatig onderhoud 2020-2039, jaarschijf 2020. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt welke structurele onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn, gekoppeld aan de toekomstvisie voor het gebruik en het beheer van de gebouwen. Daarnaast zijn mutaties op het gebouwenbestand en de meest omvangrijke werkzaamheden toegelicht. Het efficiënt uitbesteden van planmatige onderhoudswerkzaamheden, is een doorlopend aandachtspunt. Door maatschappelijke en economische ontwikkelingen wordt er steeds meer gekeken naar de mogelijkheden van duurzame oplossingen binnen het vastgoed. Niet alleen bij nieuwbouw, maar juist bij bestaande bouw worden er strengere eisen gesteld. Ook wil de gemeente hier een voorbeeldfunctie in vervullen. Het opstellen van een duurzaam meerjarenonderhoudsplan (DMJOP) is een goed moment voor het beoordelen van de verduurzaming van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed. In plaats van het huidig MJOP uit te voeren, wordt een duurzame afweging en een aanpak per gebouwelement of installatie gemaakt. Hierbij wordt de impact op de exploitatiekosten, het milieu en de investering beoordeeld om te komen tot een DMJOP.

Momenteel wordt inzichtelijk gemaakt welke investeringen de komende jaren benodigd zijn om het gemeentelijk ambitieniveau, ten aanzien van duurzaamheid en energiereducering, tot uitvoering te brengen. In 2019 en 2020 worden deze investeringen voor de komende jaren berekend. In 2021 zal hiervoor een raadvoorstel worden voorgelegd, waarna besluitvorming door de raad plaatsvindt. Beheer en onderhoudsplan De gemeente Barneveld heeft ongeveer 85 gemeentelijke gebouwen waarop planmatig onderhoud plaatsvindt. Dit varieert van huisvesting van gemeentelijke diensten, kleedruimten op sportcomplexen, opstallen bij begraafplaatsen, monumentale kerktorens, parkeergarage Transferium Noord, brandweergarages, waaronder het hulpverleningscentrum tot overige eigendommen, zoals woningen. In 2019 zijn de objecten geïnspecteerd op de onderhoudsconditie volgens de NEN 2767. Tevens is het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) geactualiseerd. Op hoofdlijnen zijn er geen noemenswaardige kostenverhogende gebreken bij de objecten geconstateerd. De huidige gemiddelde staat van onderhoud van de objecten is tenminste conditiescore 3; wat wil zeggen sober, maar doelmatig. Voor de eerste 10 jaar lopen we met de bestaande gebouwen en het voorziene meerjarenonderhoud qua kosten in de pas en is het vaste jaarlijkse dotatiebedrag, dat wordt gestort, toereikend.

Voor de middellange termijn lijken we niet geheel uit te komen. Dit monitoren we jaarlijks zodat we tijdig kunnen bijstellen waar nodig. Als gevolg van wijzigingen in aantal en aard gebouwen, bij bijvoorbeeld nieuwbouw of sloop of afstoten,

69

verschuift ook de opgave van het MJOP. Dit kan een positieve of negatieve invloed hebben op de onderhoudsvoorziening als gevolg van over- of onderuitputting. Ook dit wordt jaarlijks gemonitord. Sinds 1 januari 2015 zijn de binnensportaccommodaties, zwembaden en de Veluwehal in exploitatie aan de exploitant Optisport overgedragen. Op basis van een overeengekomen demarcatielijst worden deze accommodaties planmatig door de gemeente Barneveld onderhouden. Tevens worden tweejaarlijkse inspecties uitgevoerd om te controleren of de exploitant Optisport haar onderhoudsverplichtingen nakomt. Financiële consequenties De totale onttrekking aan de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen is lager dan begroot. In 2020 werd voor de onttrekking € 1.348.464 exclusief BTW geraamd. De uiteindelijke onttrekking is uitgekomen op € 985.640.

Dit is veroorzaakt door: beleidsmatige beslissingen, waardoor werkzaamheden niet uitgevoerd zijn of uitgesteld zijn; doorschuiven van planmatig onderhoud op grond van inspecties en/of rapportages; de ureninzet ten aanzien van de coronacrisis die tevens heeft geleid tot een verminderde inspanning voor de uitvoering van het planmatig onderhoud waardoor minder urgente werkzaamheden zijn doorgeschoven naar 2021; het feit dat werkzaamheden in het kader planmatig onderhoud qua inkoopbeleid vallen onder leveringen en diensten, als gevolg waarvan meer ureninzet noodzakelijk was; dIt heeft geleidt tot minder prioriteit aan cycli-vervangingen, deze zijn doorgeschoven naar 2021. Op basis van de meerjarenbegroting in het onderhoudsplan gebouwen 2020-2039 is de voorziening voldoende op peil om de benodigde maatregelen uit te kunnen voeren. Daarmee is het bestaan van de voorziening gerechtvaardigd, het beeld is dat vanaf 2020 de onttrekkingen gaan oplopen.

Voorziening Onderhoud gemeentelijke gebouwen Voorziening Onderhoud gem. gebouwen

Saldo 1-1-2020 2.797

Stortingen 1.470

Onttrekkingen - 997

bedragen x € 1.000 Saldo 31-12-2020 3.271

bedragen x € 1.000 Specificatie onttrekking voorziening gemeentelijke gebouwen

Bedrag

- Binnensportaccomodaties - Sportcomplexen - Gemeentehuis - Gemeentewerf en steunpunten - Woningen - Hulpverleningscentrum - Buurthuizen - Brandweerkazernes - Begraafplaatsen - Kerktorens - Milieustraat - Transferium - Buitensport - Overige Gebouwen

347 153 98 75 58 42 32 21 13 11 7 0 0 141

Totaal

997

Voorziening onderhoud primair onderwijs

Voorziening Onderhoud gebouwen primair onderwijs Voorziening Onderhoud primair onderwijs

Saldo 1-1-2020 190

Stortingen -

Onttrekkingen - 190

bedragen x € 1.000 Saldo 31-12-2020 -

Paragraaf 4 Financiering

4.1 Inleiding

70

Onder financiering wordt het aantrekken van geldleningen verstaan. Om te kunnen investeren of om de exploitatie te kunnen dekken, wordt vreemd geld aangetrokken. Als de inkomsten van de gemeente (vanuit de algemene uitkering en de belastingen) niet gelijk lopen met de uitgaven, wordt bijvoorbeeld zogenaamd kort vreemd geld in de vorm van een kasgeldlening aangetrokken. Dit zijn geldleningen met een looptijd korter dan een jaar. In de meeste gevallen wordt een kasgeldlening met een looptijd van één of enkele maanden aangetrokken. In deze paragraaf worden de kansen en risico’s rond financiering in beeld gebracht. Om de financieringsbehoefte zo goed mogelijk in te schatten, wordt een liquiditeitsprognose gemaakt die meerdere keren per jaar wordt geactualiseerd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=761c023f-833a-400c-a0dc-502e94e9a0a4