CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

F-2 Besluitenlijsten van de auditcommissie van 16-6-22 en 22-9-22 met bijlagen.pdf

Gemeenteraad 3 november 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken31.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Reservering De reservering is een calculatorische berekening gebaseerd op schattingen voor nog te ontvangen facturen. Deze scenario’s zijn gebaseerd op het facturatiegedrag van jeugdhulpaanbieders.

Verwijsstromen Een deel van de toegang tot de Jeugdhulp loopt buiten de gemeente om. Deze verwezen cliënten dragen een aanzienlijk deel van de jeugdhulpkosten. Het aandeel in cliënten en kosten van deze verwijzers wordt inzichtelijk gemaakt bij Verwijsstromen.

-2-

Januari 2021 t/m Augustus 2021 ONTWIKKELING CLIENTEN (#)

Het aantal cliënten is afgenomen met 6 cliënten.

- 6

ONTWIKKELING KOSTEN (€)

+€ 1.371.663

Het kostenniveau is € 1.371.663 hoger in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Deze kostengroei bestaat voor € 500.000 uit een loon- en prijsindexatie.

+€ 625.322  16,9% +19 cliënten  3,4% +€ 327.454  15,2% +35 cliënten  4,5% +€ 500.849 €110.348 7,0% +9 cliënten  10,1% -€ 375.207  12,6% -39 cliënten  7,0%

Groep, Begeleiding & Behandeling

Jeugd-GGZ

RESERVERING Residentieel

Overige Zorgvormen

RESERVERING

€ 293.245 -3-

Samenvatting Deze kostengroei is lager dan de potentiële kostengroei omdat het transformatie-effect (een deel van) de totale potentiële kostengroei dempt. Het transformatie-effect is het resultaat van behaalde projectdoelen binnen de gemeten periode.

TRANSFORMATIE-EFFECT

-€ 322.371

De (gedempte) kostengroei bestaat uit het de groei van jeugdhulpverbruik binnen diverse zorgvormen en de reservering voor na te komen facturen. Samen tellen deze op tot de kostengroei (€ 1.371.663).

Kosten- en Cliënten Ontwikkeling 2021 Bijgaand overzicht bevat de maandelijkse trend in 2021. De kosten- en cliëntenontwikkeling zijn in beeld gebracht in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. TOT EN MET:

Januari Februari Maart April Mei € 1.678.919 € 3.306.344 € 5.010.270 € 6.592.901 € 8.251.963

Juni € 10.056.509

Juli € 12.306.146

Augustus € 13.800.287

GOEDGEKEURDE KOSTEN 2021 waarvan indexatie

€ 1.962.890

€ 3.766.537 € 5.867.240

€ 7.749.387

€ 9.525.676

€ 11.349.101

€ 13.349.195

€ 14.878.705

(55.085)

(104.915)

(242.803)

(275.213)

(342.740)

(398.610)

(500.000)

KOSTENVERLOOP

+283.970 +460.194 +856.969 +1.156.486 +1.273.713 +1.292.592 +1.043.049 +1.078.418

GOEDGEKEURDE KOSTEN 2020

(167.368)

September

Oktober

November

December

Septemb er

Oktober

November

December

RESERVERING

0

6.924

24.379

56.888

137.475

TOTALE KOSTENVERLOOP

+283.970

+467.118

+881.348

+1.213.374

+1.411.188 +1.602.397 +1.190.691 +1.371.663 

TRANSFORMATIE EFFECT

-75.618

-134.972

-182.797

-224.307

-262.013

-290.902

-310.569

-322.371

TOT EN MET:

Januari

Februari

Maart

April

Mei

Juni

Juli

Augustus

AANTAL CLIENTEN 2020 AANTAL CLIENTEN 2021

1089

1192

1265

1321

1355

1402

1446

1501

1075

1150

1222

1284

1332

1376

1453

1495

CLIENTEN (#) ONTWIKKELING

-14

-42

-43

-37

-23

-26

+7

-6 

309.805

-4-

295.104

293.245

Kostenprognose 2021 Kosten specialistische jeugdhulp

Primitieve Begroting 2021

Bijgestelde Prognose 2021 (Q1)

Bijgestelde Prognose 2021 (Q2)

Actuele Prognose 2021

19.500.000

20.700.000

23.200.000

23.200.000

Prognose kosten Jeugdhulp 2021 Transformatie-effect 2021

23.200.000 -400.000

Begroting 2021 Tekort realisatie ten opzichte van budget

19.500.000 3.800.000

Structureel budget specialistische Jeugdhulp 2021: in de primitieve begroting van 2021 is € 19.500.000 opgenomen op basis van de inschatting eind 2020. Hierbij is uitgegaan van een extra kostengroei a € 250.000 als mogelijke aanvullende inhaalzorg na de coronacrisis. Begin 2021 (Q1) bleek (na eindafrekening van de compensatie omzetverlies jeugdhulpaanbieders) een structurele verhoging van € 1.200.000 aan de orde tot een budget van € 20.700.000. Na de zomer (Q2) bleek de verhoging nog groter tot een budget a € 23.200.000 (scenario II). Dit is een verhoging van € 3.800.000 ten opzichte van de primitieve begroting.

Ondanks de kostengroei is er nog steeds een (verminderde) transformatie-effect. Deze dempt de kostengroei (deels) maar is (nog) niet zo groot dat het de kostengroei aanzienlijk terugdringt.

Deze prognose is exclusief aanvullende (hoge) kosten die de gemeente Barneveld moet maken voor jongeren die bij het sluiten van De Hoenderloo Groep naar De Glind zijn verhuisd, en waarbij nog niet gewerkt wordt volgens het nieuwe woonplaatsbeginsel. Naar aanleiding hiervan ontvangt Barneveld (zoals uitgewerkt in de laatste meicirculaire) een voorfinanciering vooruitlopend op de afsluitende compensatieregeling.

-5-

Analyse Kosten- en Cliënten Ontwikkeling Jan-Aug 2021 ONTWIKKELING KOSTEN (€)

+€ 1.371.663

Het kostenniveau is € 1.371.663 hoger in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. Het aantal cliënten binnen de specialistische Jeugdhulp is met 6 cliënten afgenomen. Vanaf pagina 7 zijn de onderliggende ontwikkelingen nader uitgewerkt.

INDEXATIE

€ 500.000

De kostengroei wordt deels veroorzaakt door een loon- en prijsindexatie. De huidige indexatie (tot en met augustus 2021) heeft een kostenverhogend effect (€ 500.000).

TRANSFORMATIE-EFFECT

-€ 322.371

De toegenomen kostengroei werd in verhouding groter dan het transformatie-effect (demping) door een tijdelijke staking/vertraging van transformatieprojecten. Desondanks is er een transformatie-effect bereikt. Het transformatie-effect is grotendeels een doorlopend resultaat van de inspanningen uit 2019. Dat geeft aan dat de bereikte transformaties van 2019 een duurzaam effect heeft Domein-overstijgende kosten (WMO) Het bovengenoemde transformatie-effect is grotendeels bereikt door een versnelde uitstroom uit de residentiele jeugdhulp. Dit vraagt in sommige gevallen om vervolgvoorzieningen in andere domeinen waarvoor kosten worden gemaakt. Tijdens het ontwikkelen van vervolgvoorzieningen voor jongeren die richting zelfstandigheid gaan, zijn diverse WMO-producten ingezet als vervolgvoorziening om afschaling mogelijk te maken. Hierbij zijn aanvullend WMO-kosten gemaakt. Specifiek gaat het om afschalingen waarvoor in de periode januari-augustus 2021 WMO-kosten zijn gedeclareerd ten bedrage van: € 22.280

Het transformatie-effect bedraagt netto +/- €300.000 na aftrek van de WMO-kosten.

RESERVERING

€ 293.245

In de totale kosten is een reservering opgenomen voor na te komen facturen. € 293.245 is een calculatorische berekening van te verwachten/na te komen kosten in de periode januari 2021augustus 2021. De berekening is gebaseerd op het betaalgedrag van jeugdhulpaanbieders.

Daarnaast zien we een groei binnen de zorgvormen behandeling, begeleiding en GGZ. De daling binnen Residentieel is aan het stagneren ten opzichte van vorig jaar.

Groep, Begeleiding & Behandeling

Jeugd- GGZ

Residentieel

6

Algemeen

Groep, Begeleiding en Behandeling Toename van € 625.322  en 19 cliënten  Periode Januari 2021

Aantal cliënten

Aantal cliënten VJ

Aantal cliënten Groei tov VJ

577

558

+ 19

Augustus 2021

Bedrag Goedgekeurd

Bedrag Goedgekeurd VJ Bedrag Goedgekeurd Groei tov VJ

€ 4.328.520

€ 3.703.198

+€ 625.322

Analyse De kosten- en cliëntenontwikkeling ten opzichte van dezelfde periode een jaar geleden binnen Groep, Begeleiding en Behandeling is als volgt op te splitsen: - Groep Toename van € 74.662  en afname van 7 cliënten  - Begeleiding Toename van € 490.885  en 15 cliënten  - Behandeling Toename van € 59.775  en 9 cliënten  Groep

Toename van € 74.662  en afname van 7 cliënten 

Ruim 87% van de cliënten zijn door de gemeente verwezen. Deze cliënten dragen 83% van de jeugdhulpkosten binnen groepsbegeleiding.

De kosten nemen toe en de cliënten dalen.  De grootste zorgintensiteit (per client) zit bij aanbieders met specialistische voorschoolse dagbehandelingen. Dit gaat om jeugdigen in de leeftijd 0-4 jaar bij aanbieders zoals Addullam, Het Robertshuis, Amerpoort, Youke en ’s Heerenloo.  We zien dat er regelmatig jeugdhulp wordt ingezet tijdens schooltijd. Dit gaat over de segmenten heen. Dit betreft vaak groeps -en individuele begeleiding (inzet zorgboerderij, aanvullende begeleiding, dagbehandelingen).  Boer&Zorg is de aanbieder met de meeste cliënten binnen het segment (42%) terwijl de kosten relatief meevallen (26%). Er zit wel een lichte groei bij Boer&Zorg.  Een afname van groepsbegeleiding is overwegend zichtbaar bij Stichting Breder en Youké. Dit duidt op een positieve werking van het actieplan van ‘exclusieve’ opvang naar ‘inclusieve’ opvang.

7

Begeleiding

Toename van € 490.885  en 15 cliënten 

Ruim 79% van de cliënten zijn door de gemeente verwezen. Deze cliënten dragen 64% van de jeugdhulpkosten binnen groepsbegeleiding. Ruim 17% van de cliënten zijn door de Gecertificeerde Instelling verwezen. Deze cliënten dragen 29% van de jeugdhulpkosten binnen begeleiding.

De kosten binnen begeleiding stijgen forser samen met het aantal cliënten; dit duidt op meer zorgverbruik.  In de bovengenoemde kostengroei is een uitzonderlijk dure (buitenregionale) plaatsing in De Glind verwerkt. Deze plaatsing heeft via een GI plaatsgevonden en bevat een intensief ambulant begeleidingstraject. Het aandeel van deze plaatsing is € 225.747 in de periode januari-augustus.  Binnen begeleiding regulier is een afname aan cliënten en kosten zichtbaar. Dit duidt op een positieve werking van het projectplan ‘Ambulante gezinsbegeleiding in het preventieveld’. De evaluatie loopt momenteel.  De groei zit overweging binnen begeleiding specialistisch. Naar aanleiding hiervan heeft een dossieronderzoek plaatsgevonden: Doelgroep:  Betreft vooral gedragsproblematiek en opvoedproblematiek samenhangend met een diagnose bij de jongere en soms ook ouders.  Hierbij valt vaak op dat de diagnose ASS, ADHD, of aanverwanten zijn gesteld bij de jongere.  Hulp is vaak gericht op psycho-educatie, pedagogische handvatten voor ouders en school, helpen initiatief nemen in sociale situaties. Vaak vindt deze hulp plaats na een GGZ-traject. Bevindingen:  Afweging bij inzet van reguliere of specialistische begeleiding is niet helder terwijl specialistische begeleiding het dubbele kost.

 Mogelijke inzet van interventies die niet onder de jeugdwet vallen zoals vaktherapie-achtige hulpvormen en vormen die lijken op relatietherapie.  Sommige jeugdhulpaanbieders krijgen hun verwijzingen overwegend van andere verwijzers zonder betrokkenheid van de gemeente. Bij sommige jeugdhulpaanbieders roept de verwijsroute vragen op. De inzet van trajecten starten in meerdere gevallen vanuit school en komen via de huisarts in de Jeugdhulp terecht.  Een aantal dossiers kennen in de tijd veel verschillende aanbieders (en soms ook gespreksvoerders).  Gebrek aan specifieke hulpvormen zoals Moederkind-voorzieningen. Er lopen momenteel twee moeder en kind plaatsingen. De aanbieder rekent naast een verblijfstarief een aanzienlijke inzet aan aanvullende individuele specialistische begeleiding (€ 192.387) in de periode januari-augustus.

Behandeling

Toename van € 59.775  en 9 cliënten 

Ruim 60% van de cliënten zijn door de gemeente verwezen. Deze cliënten dragen 55% van de jeugdhulpkosten binnen behandeling. Ruim 29% van de cliënten zijn door de Gecertificeerde Instelling verwezen. Deze cliënten dragen 41% van de jeugdhulpkosten binnen behandeling.

De kosten binnen behandeling en het aantal cliënten stijgen. In Barneveld zien we een forse toename van Ambulant Specialistisch (licht, middel en zwaar).  De toename van de inzet van deze behandelingsvormen speelt voornamelijk bij De Rading, Pluryn en Reinarde. De casussen binnen de Behandeling kennen dezelfde kenmerken als begeleiding specialistisch. Deze worden meegenomen als vervolg op bovengenoemde dossieronderzoek.

8

Acties De volgende acties zijn in gang gezet:

Afname groepsbegeleiding na schooltijd of in het weekend Ontwikkelpotentieel We zien dat er in Barneveld (en ook in de regio FoodValley) veel gebruik wordt gemaakt van ‘exclusieve’ opvangvoorzieningen. Kinderen worden meer en vaker opgevangen na schooltijd/in het weekend samen met andere kinderen met een ondersteuningsvraag. Dit komt niet overeen met onze opdracht, onze ambitie om te streven naar een inclusieve maatschappij. Aan de hand van een actieplan zijn de eerste resultaten zichtbaar. Een verbreding naar meerdere jeugdhulpaanbieders binnen ‘Groep’ gaat worden ingezet.

Beoogd resultaat

Status

1. Afwegingskader ‘exclusieve’ opvang naar ‘inclusieve’ opvang. 2. Afname inzet van specialistische groepsbegeleiding door o.a. inzet op passende vrijetijdsvoorzieningen

Afgerond Lopend: verloop monitoren

Ambulante begeleiding in het voorveld Omschrijving Een primaire analyse van deze ontwikkeling maakt inzichtelijk dat ambulante begeleiding- en behandelingsvormen specialistischer worden. Volgens betrokken jeugdhulpaanbieders heeft dat te maken met zwaardere hulpvragen. Samen met het CJG wordt bekeken in hoeverre ambulante begeleidingsvormen in het voorveld kunnen worden aangeboden zodat hulpvragen eerder (in een lichtere fase) worden gesignaleerd en opgepakt.

Beoogd resultaat

Status

1. Ambulante begeleidingsvormen organiseren in het voorveld.

Lopend

2. Afname inzet van individuele begeleiding (regulier)

Lopend: evaluatie gestart

Specialistische voorschoolse dagbehandelingen Ontwikkelpotentieel Er is een forse (financiële) inzet binnen groepsbegeleiding vindt plaats in de leeftijd 0-6 jaar. Dit zijn specialistische voorschoolse dagbehandelingen. Door de ondersteuning naar de reguliere peuteropvang/voorschoolse locaties te brengen kunnen we werken aan inclusieve voorschoolse opvang. Peuters met een extra ondersteuningsvraag worden niet verplaatst naar specialistische settings, maar krijgen de ondersteuning zoveel als mogelijk op de regulier plek. Ouders betalen de peuteropvang en de gemeente betaalt de benodigde ondersteuning. Ook de uitstroom naar onderwijs vanaf 4 jaar wordt vroegtijdig voorbereid.

Beoogd resultaat

Status

1. Inventariseren casussen/gespreksverslagen.

Afgerond

2. Toegang via MDO-jonge kind positioneren en regie intensiveren

Moet starten: zsm

3. Benodigde voorwaarden inventariseren bij aanbieders en regulier voorschools aanbod +voorwaarden realiseren.

Moet starten: zsm

9

Alternatieve inzet jeugdhulp tijdens schooltijd Ontwikkelpotentieel We zien dat er regelmatig jeugdhulp wordt ingezet tijdens schooltijd over de segmenten heen (groeps- en individuele begeleiding). Samen met het onderwijs kunnen wij op schoolniveau een efficiencyslag maken. Dit raakt ook de regionaal nog op te starten pilots in het speciaal onderwijs.

Beoogd resultaat

Status

1. Inventarisatie inzet van jeugdhulp tijdens onderwijstijd.

Lopend

2. Beoordeling resultaten ahv matrix passende samenwerking

Lopend

3. Verkennen kansen efficiency op schoolniveau.

Lopend

Afschalen begeleiding en behandeling Ontwikkelpotentieel Binnen perceel ambulant zit de grootste kostengroei vooral bij begeleiding en behandeling. De kosten binnen deze deelsegmenten zijn bijna verdubbeld tov vorig jaar. Dat wil zeggen dat de individuele begeleiding steeds zwaarder wordt en/of de trajecten zijn langer. Om de afschaling van begeleidingsvormen te versnellen heeft een dossieronderzoek plaatsgevonden. Op basis hiervan is een aanpak geformuleerd.

Beoogd resultaat

Status

1. Integrale analyse begeleiding specialistisch.

Afgerond

2. Benodigde expertise/ondersteuning herontwikkelen met preventieve partners.

Lopend

3. Benodigde voorwaarden mogelijk maken.

Lopend

De volgende acties zijn afgerond:

Opschalen uitzonderlijke plaatsing Ontwikkelpotentieel In de Glind heeft een uitzonderlijke plaatsing plaatsgevonden met een hoge intensiteit individuele begeleiding. De uitzonderlijke plaatsing wordt opgepakt met het Centrum voor Consultatie en Expertise (CCE) en aangedragen bij Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ).

Beoogd resultaat

Status

1. Landelijke bekostiging gezien de unieke en specialistische aard van de casus. Op dit moment zijn alle (opschalings)acties benut en lijkt de gemeente Barneveld terug te vallen op de gebruikelijke compensatieregeling volgens de zogenoemde T-2 systematiek.

10

Afgerond

Terugdringen stapeling van zorgproducten naast verblijf Ontwikkelpotentieel In Barneveld zien wij dat er bij bepaalde cliënten van Pluryn individuele ambulante producten worden ingezet naast verblijf. Om te komen tot een zorgvuldiger proces van het inzetten van maatwerk willen wij afspraken maken met Pluryn waarbij de gemeente Barneveld aan de voorkant wordt betrokken.

Beoogd resultaat

Status

1. Procesafspraken over inzet van maatwerk.

Afgerond

2. Afname inzet van stapelingen door betere screening.

Lopend: monitoren

Jeugd-GGZ

Toename van € 327.454  en 35 cliënten 

Periode Januari 2021

Aantal cliënten

Aantal cliënten VJ

Aantal cliënten Groei tov VJ

811

776

+ 35

Augustus 2021

Bedrag Goedgekeurd

Bedrag Goedgekeurd VJ Bedrag Goedgekeurd Groei tov VJ

€ 2.483.416

€ 2.155.962

+€ 327.454

Analyse Ruim 55% van de cliënten zijn door de huisarts verwezen. Deze cliënten dragen 53% van de jeugdhulpkosten binnen Jeugd-GGZ. Ruim 34% van de cliënten zijn door de gemeente verwezen. Deze cliënten dragen 29% van de jeugdhulpkosten binnen Jeugd-GGZ.   

Bij 55% van de cliënten is de huisarts de verwijzer. Bij 34% van de cliënten is de gemeente de verwijzer. De gespreksvoerders zijn dus bij ongeveer 1/3 van de cliënten betrokken. Afgelopen periode kent een lichte groei van verwijzingen, het sterkst bij de gemeente. De financiële waarde van de verwijzing is het hoogst bij GI en medisch specialisten, maar dit betreft slechts een klein aantal kinderen. Ook de gemiddelde trajectwaarde ligt bij de gemeente hoger dan bij de huisarts (+35%). Op basis van deze ontwikkelingen heeft ook binnen de Jeugd-GGZ een dossieronderzoek plaatsgevonden: Doelgroep: Jeugd-GGZ betreft een gevarieerde ondersteuningsvraag met betrekking tot diagnostiek, (breed) onderzoek, trauma, ambulante ondersteuning, behandeling en/of begeleiding. De meeste trajectenduren maximaal 2 jaar. Een aantal trajecten duren langer dan 2 jaar. Bevindingen:  De meeste Barneveldse cliënten binnen de GGZ krijgen top-specialistische zorg (Karakter). Op basis van dit top-specialisme is de verwachting dat mindere cliënten deze top-specialistische zorg nodig hebben, maar ook geholpen konden worden door een minder specialistische aanbieder. Er wordt vaak voor Karakter gekozen omdat zij een hoogstaand ambulant aanbod hebben i.t.t. andere aanbieders.  De grootste groei zit bij Eleos. Zij hebben recent hun aanbod in Barneveld uitgebreid.  Opvallend t.o.v.

vorig jaar zijn 14 cliënten met een bovengemiddelde zorgwaarde. De helft daarvan is niet door de gemeente verwezen. Dit betreft zware interventies zoals gezinsopname, MST-trajecten of zware 1-op-1 trajecten.

11

 

Wijken met veel kinderen met GGZ-behandeling zijn De Burgt, Veller en Rootselaar West (veel kinderen). Relatief gezien zijn dit de Steenkamp, Rootselaar Oost en Terschuur. In het dossieronderzoek kwam naar voren dat er veel stapeling van zorg plaatsvindt. We zagen veel casuïstiek waarbij er met lichte hulp wordt gestart en waarbij de trajecten steeds zwaarder worden. Het blijkt lastig om direct de best passende zorg in te zetten. GGZbehandelingen worden vanuit verschillende aanbieders achterelkaar ingezet.

Acties De volgende acties zijn in gang gezet:

Inzet van aanvullende gezinsondersteuning huisartsen Ontwikkelpotentieel Samen met het CJG is gestart met het inzetten van gezinsondersteuners op huisartspraktijken. De gezinsondersteuners kunnen in overleg met de huisarts een bredere screening van jeugdhulpvragen aanbieden. Het CJG is inmiddels gestart bij 7 huisartspraktijken.

Beoogd resultaat

Status

1. Gezinsondersteuners op alle huisartspraktijken.

Lopend: actueel bereik 7/12

2. Eerder signaleren van (potentiële) GGZ problematiek/ afname inzet van specialistische Jeugd-GGZ.

Lopend: effect monitoren

Verbeterde samenwerking GGZ-aanbieders en CJG Ontwikkelpotentieel We willen scherp blijven op tijdige inzet van GGZ-behandeling indien nodig en dat kinderen tijdig op de juiste plek worden behandeld als dit nodig is. Ook zien we dat na een GGZ-traject de handelingsverlegenheid op school of thuis nog steeds aanwezig is. Hierdoor is er aansluitend ondersteuning thuis of op school nodig. Een verbeterde verbinding tussen de GGZ en het CJG (jeugd en opvoedhulp) kan hieraan bijdragen. Ook zien we binnen de GGZ kansen voor efficiency door onderdelen meer aan de voorkant in te zetten om knelpunten in de opvoeding en het opgroeien van jeugdigen te signaleren ism preventieve partners. Een concretisering is nodig samen met het CJG en GGZ-aanbieders

Status

Beoogd resultaat 1. Meer kennis over ambulant preventief aanbod bij specialistische partijen zodat er eerder afgeschaald kan worden of samengewerkt kan worden.

Lopend: effect monitoren

2. Bij verwijzing context meenemen van client (ter voorkoming van onnodig medicaliseren)

Lopend: effect monitoren

3. Concretiseren samen met CJG, gespreksvoerders en GGZpartijen welke ondersteuningsvragen (al dan niet in samenwerking) kunnen worden opgepakt door het CJG. Te denken valt aan vormen van psycho-educatie en groepsaanbod.

Lopend: effect monitoren

12

Samenwerking Jeugdhulp-Onderwijs op scholen Ontwikkelpotentieel Op dit moment lopen 3 pilots op verschillende scholen waarbij specialistische jeugdhulp en pedagogische expertise elkaar versterken. Het doel is om potentiële (ontwikkel)problematiek eerder te signaleren en aan te pakken door inzet van het preventieve aanbod van het CJG. Ook willen we voorkomen dat kinderen via de school naar de huisarts worden verwezen voor jeugdhulp, maar dat dit via het CJG of gespreksvoerders loopt.

Beoogd resultaat

Status

1. Jeugdhulp-Onderwijs pilots i.s.m. scholen. Evalueren en werkzame factoren verduurzamen.

Lopend: actueel bereik = 3

2. Schoolmaatschappelijk werk (preventieve inzet CJG) beter positioneren ter voorkoming van specialistische jeugdhulp

Lopend: effect monitoren

3. Ondersteuningstructuur gemeente – CJG en samenwerkingsverband gezamenlijk in beeld brengen voor de scholen

Lopend: effect monitoren

13

Residentieel

Toename van € 500.849  en 9 cliënten 

Periode Januari 2021

Aantal cliënten

Aantal cliënten VJ

Aantal cliënten Groei tov VJ

138

129

D++ + 9

Augustus 2021

Bedrag Goedgekeurd

Bedrag Goedgekeurd VJ Bedrag Goedgekeurd Groei tov VJ

€ 5.459.568

€ 4.958.719

+€ 500.849

Analyse Ruim 64% van de cliënten zijn door de Gecertificeerde Instellingen verwezen. Deze cliënten dragen 66% van de jeugdhulpkosten binnen residentieel. Ruim 32% van de cliënten zijn door de gemeente verwezen. Deze cliënten dragen 31% van de jeugdhulpkosten binnen residentieel.

De residentiële jeugdhulp stijgt in kosten en het aantal cliënten.  De grootste groei zit bij Jeugddorp De Glind (14 cliënten tov 5 cliënten vorig jaar). 11 daarvan zijn geplaatst onder een voogdijmaatregel.  De grootste groei van Barneveldse kinderen zit bij Stichting Breder (20 cliënten tov 15 cliënten vorig jaar).  Verder drukken de twee eerdergenoemde moeder en kind plaatsingen ook op de groei binnen residentieel.

Acties De volgende acties zijn in gang gezet:

Implementeren Beweging-van-0 (uithuisplaatsingen) Ontwikkelpotentieel Het afgelopen jaar zijn wij zowel regionaal als lokaal aan de slag met de Beweging van 0 als ultieme ambitie om uithuisplaatsingen zoveel mogelijk te voorkomen, te doen wat nodig is en de zorg te bieden waar kinderen wonen. Het is een anker om voortdurend na te gaan welke drempels moeten worden weggenomen om Barneveldse jeugdigen gezond en veilig te laten opgroeien.

Status

Beoogd resultaat 1. Startbijeenkomst met Peter Dijkshoorn, gespreksvoerders en lokale partners.

Afgerond

2. Opstellen 0-platen die inzoomen op onderdelen.

Afgerond

3. Vertalen van 0-platen naar acties, doorlopend inzoomen op verdere onderdelen en evalueren voorgaande acties.

Lopend: effect monitoren

14

Alternatieven voor gezinsopnamen en moeder-kind plaatsingen Ontwikkelpotentieel De afgelopen jaren is er meermaals gebruik gemaakt van gezinsopnames en moederkindplaatsingen. Dit zijn kostbare trajecten bij niet ingekochte aanbieders waar ouders en kinderen noodgedwongen uit hun sociale omgeving (sociaal netwerk, school en vrije tijdsactiviteiten) worden gehaald omdat het aanbod in stenen ver weg is. Vaak is de hulp gericht op het voorkomen van langdurige uithuisplaatsing van de kinderen. Wij willen onderzoeken of deze hulpvorm, als hulp echt niet in de eigen woning te realiseren is, zo dicht mogelijk in de buurt flexibel te organiseren op een daarvoor ter beschikking gestelde locatie.

Beoogd resultaat

Status

1. Verkenning benodigde kennis, partners, middelen, schaal (regionaal/lokaal).

Lopend

2. Lokaal flexibel maatwerk bieden bij complexe hulpvragen ter voorkoming van uithuisplaatsing. De hulp komt naar ouders en jongere toe in plaats van andersom.

Moet starten: zsm

Voorkomen doorplaatsingen vanuit pleegzorg Ontwikkelpotentieel In 2019 zijn we gestart met het actief ondersteunen van pleegouders met complexe pleegkinderen. Het doel is om de doorplaatsing vanuit pleegzorg naar zwaardere residentiële vormen van hulp te beperken. De uitwerking van Module X als pilotproject is afgerond met de betrokken aanbieders. In Barneveld is Module X in één casus ingezet per 01-08-2019.

Status

Beoogd resultaat 1. Uitwerken en implementatie ondersteunende module.

Afgerond

2. Afname doorplaatsingen vanuit pleegzorg naar zwaardere residentiële vormen.

Lopend: effect monitoren ‘21

Bevorderen uitstroom uit de verlengde Jeugdhulp Ontwikkelpotentieel Actieve regie op residentiële jongeren met een duidelijk perspectiefplan en passende vervolgvoorzieningen door de behoefte/vragen m.b.t. wonen en zorg los te koppelen.

Beoogd resultaat

Status

1. Afname inzet verlengde Jeugdhulp.

Lopend: effect monitoren

2. Meer passende WMO-vervolgvoorzieningen voor uitstromende jongeren.

Lopend: actueel bereik 8

15

Verbeteren aansluiting Wet Langdurige Zorg (WLZ) Ontwikkelpotentieel In veel casussen is de aanname dat deze op den duur in de WLZ zal instromen. Vanwege een (nog) ontbrekende grondslag en/of onvolledige dossieropbouw is deze instroom niet aan de orde. Ondersteund met de juiste expertise zullen passende casussen worden aangedragen voor een nadere analyse.

Beoogd resultaat

Status

1. Verbeteren doorstroom naar de WLZ als meest passende voorziening.

Lopend: 4 doorplaatsingen

De volgende acties zijn afgerond:

Toetsen inzet residentiële vormen aan de oorspronkelijke kostprijsanalyse Ontwikkelpotentieel Alle declaraties boven het tarief ‘middel’ verblijf zijn in samenspraak met regio Foodvalley bekeken op juistheid en eventueel gecorrigeerd.

Beoogd resultaat

Status

1. Eventuele correctie van overbetalingen in het verleden.

Afgerond

Algemeen Voor deze jeugdrapportage is er de afgelopen maanden een uitgebreide casus-analyse uitgevoerd in de vorm van dossieronderzoek van actieve jeugdzorgbeschikkingen. Er zijn meer dan 300 dossiers geanalyseerd binnen ‘Begeleiding Specialistisch’ en ‘Jeugd-GGZ’. Uit deze casus-analyse zijn ook een aantal bevindingen gedaan die niet specifiek zijn voor een zorgvorm, maar overkoepelend van toepassing zijn. Belangrijkste overkoepelende thema’s uit de analyse: Regie  De gespreksvoerders worden nog niet altijd betrokken bij evaluaties en verlengingen van ingezette jeugdhulp. Ook als de ingezette ondersteuning niet leidt tot de verwachte resultaten kan er daardoor niet altijd worden bijgestuurd.  Het is onbekend voor de gespreksvoerders (en bij ouders) hoeveel hulp er daadwerkelijk gedeclareerd wordt door aanbieders in trajecten. Passende zorg  In het dossieronderzoek kwam naar voren dat er veel stapeling van zorg plaatsvindt. We zagen veel casuïstiek waarbij er met lichte hulp wordt gestart en waarbij de trajecten steeds zwaarder worden. Het blijkt lastig om direct de best passende zorg in te zetten.  We zien dat een grote groep cliënten jarenlang in begeleiding of behandeling zijn

16

Afbakening Jeugdwet 

Systeem of ouderproblemen zijn in sommige gevallen onderliggend aan jeugdhulp, waardoor jeugdhulp niet altijd leidt tot gewenste resultaat, omdat dit het hoofdprobleem niet aanpakt. Er worden vormen van jeugdhulp ingezet die nauw verwant zijn aan vormen van vaktherapie (die momenteel onder de aanvullende zorgverzekering worden vergoed) Er worden methodieken ingezet die niet (wetenschappelijk) onderbouwd zijn.

 

Acties Reikwijdte van de jeugdzorg Ontwikkelpotentieel De casusanalyse roept ook de vraag op wat de reikwijdte van de jeugdzorg is. De jeugdwet zelf is zeer onduidelijk over wat jeugdhulp kan zijn. Er wordt redelijk veel jeugdhulp ingezet op relatief lichte problematiek en soms ook met weinig wetenschappelijk onderbouwde methodieken (paardencoaching, vaktherapie). Soms geadviseerd vanuit onderwijs en met als onderbouwing dat dit zwaardere hulp in de toekomst voorkomt. Maatschappelijke druk op kinderen vanuit school/ouders kan ook bijdragen aan deze vraag (op zoek naar goede formulering, ieder kind een 8). Geld wat hieraan besteed wordt kan minder besteed worden aan jongeren met zwaardere problematiek.

Beoogd resultaat

Status

1. Brede maatschappelijke discussie over de reikwijdte van jeugdzorg (Raad, inwoners, gemeente, zorgaanbieders). 2. Aanpassen van de verordening jeugdzorg.

Moet starten: zsm Moet starten: zsm

Faciliteren regierol Ontwikkelpotentieel We zien in de analyse dat het in complexe multi-problem gezinnen dat het ingewikkeld is om de meest passende zorg in te zetten. Er wordt veel zorg ingezet zonder altijd het gewenste resultaat. Tussen de dossiers zitten er een aantal met (in de tijd) heel veel verschillende aanbieders en soms ook gespreksvoerders.

Beoogd resultaat

Status

1. Versterken screening gespreksvoerders jeugd (richtlijnen jeugdhulp)

Moet starten: zsm

2. Meer kennis beschikbaar over intensiteit, dienstverlenging en effectiviteit zorgaanbod bij toegangspoorten.

Moet starten: zsm

3. Verscherpen productdefinities en afwegingskader(s) begeleiding en behandeling.

Moet starten: zsm Moet starten: zsm

4. Meer inzicht in zorgpaden cliënten

17

Verwijsstromen Externe verwijzers hebben in Barneveld invloed op een totaal zorgverloop van 56% van de cliënten en een financieel verloop van 60% van de totale jeugdhulpkosten. Hiermee loopt een deel van het zorgverloop buiten formele sturingsmogelijkheden van de gemeente.

Cliënten RECHTER/RvK

11%

OVERIGE

13% 21% 44%

HUISARTSEN LOKALE TOEGANG

11%

GI’s

Jan 2021

Apr 2021

Aug 2021

Jan 2021

Apr 2021

Aug 2021

Kosten RECHTER/RvK

7%

OVERIGE

9%

HUISARTSEN

7% 40%

LOKALE TOEGANG

37%

GI’S

OVERIGE

(#) (€) 18

Visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein Gemeente Barneveld

1 Inleiding op het onderzoek 1.1 Aanleiding Bij gemeenten nemen financiële vraagstukken over het sociaal domein toe. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) vindt het daarom belangrijk om gemeenten te ondersteunen bij het verbeteren van hun grip op het sociaal domein. Daarom is de VNG in het voorjaar van 2019 gestart met de visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein (hierna: de commissie). De commissie ondersteunt de gemeenten individueel met een visitatietraject, om in concrete situaties kennis en expertise ter beschikking te stellen en concrete verbeteringen aan te dragen bij individuele gemeenten. Meerdere gemeenten hebben zich aangemeld voor een visitatietraject. Uit de aanmeldingen maakt de VNG een selectie op basis van onder andere urgentie van de lokale opgave, omvang van de gemeente en diversiteit in problematiek. Barneveld is geselecteerd voor een visitatietraject vanwege onder andere de oplopende tekorten en slinkende reserves. De gemeente Barneveld heeft onderstaande context meegeven aan de commissie, voorafgaand aan de visitatie: “De grootste onzekerheid heeft betrekking op de kostenontwikkeling van de Jeugdhulp in Barneveld. Door een gebrek aan objectieve maatstaven om het kostenniveau te voorspellen/beïnvloeden is hier onzekerheid over. Wij zien momenteel geen stabiel functionerend jeugdstelsel ter vergelijking.

De lokale doorontwikkeling en transformatie in Barneveld is vooral gericht op beoogde resultaten in de komende jaren maar er is een gebrek aan objectieve houvast.” Vanuit deze context en op basis van de bestuurlijke en ambtelijke intakegesprekken tussen de gemeente Barneveld en de commissie zijn de volgende vragen tot stand gekomen: • Wat zijn (mogelijke) oorzaken van ontwikkelingen, zoals volumegroei en kostenstijging, in het sociaal domein in de gemeente Barneveld? • Wat zijn interventiemogelijkheden om in te spelen op kostenstijgingen? • Op welke manier kan de begroting voor activiteiten in het sociaal domein sluitend worden gekregen? • Op welke ontwikkelingen en interventiemogelijkheden heeft de gemeente Barneveld directe invloed en op welke indirecte invloed? (Als Barneveld directe invloed heeft, kan erop worden gestuurd. Bij indirecte invloed, ‘overkomt’ het de gemeente Barneveld meer.) • Hoe kan deze invloed gemaximaliseerd worden? Deze rapportage bevat onze bevindingen en adviezen, die we hebben opgesteld na ons bezoek aan de gemeente Barneveld.

1.2 Gemeentelijke situatie en kenmerken Deze paragraaf schetst beknopt de algemene gemeentelijke context, met die informatie die belangrijk is om de situatie in het sociaal domein te begrijpen. De gemeente Barneveld is een middelgrote gemeente met circa 60.000 inwoners, en bestaat uit negen dorpskernen. Het aantal inwoners groeit. De verwachting is dat de gemeente Barneveld de grens van 70.000 inwoners rond 2030 gaat passeren.1 Kenmerkend voor de gemeente Barneveld is jeugddorp De Glind. Dat is een van de negen dorpskernen. De Glind staat in het land al meer dan 100 jaar bekend als de plek waar jeugdigen opgevangen worden in

1

2

Deze inschatting is exclusief het aantal inwoners van Scherpenzeel, dat mogelijk wordt samengevoegd met de gemeente Barneveld.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

gezinnen. In De Glind wonen zo’n 100 - 120 jeugdigen, die bij hun ouders uit huis zijn geplaatst en binnen De Glind in huis zijn geplaatst. Mede door De Glind zijn er relatief veel jongeren onder de 18 jaar (26%) in de gemeente Barneveld ten opzichte van het landelijke gemiddelde (19%). Het totaal aandelen jongeren met jeugdhulp ligt onder het landelijke gemiddelde, maar het aandeel jongeren met verblijf ligt erboven. Dit laatste is eveneens te verklaren door de aanwezigheid van De Glind. Het aanbod van jeugdhulp binnen De Glind is vaak gericht op jeugdigen van wie ouders onder toezicht staan of waarbij om andere redenen het voogdijschap is verschoven, ook naar de zorg.2 In 2019 was dit voor 39% van de residentiële cliënten in de gemeente Barneveld het geval. De inzet voor deze groep kinderen leidde tot 64% van de kosten. Van de totale groep jeugdigen in de Glind had zelfs 71% een aangesteld voogd. 80% van de kosten in de Glind waren voogdijkosten. 30% van alle jeugdhulpkosten in de gemeente Barneveld worden gemaakt in de Glind. De gemeente Barneveld is een leefbare gemeente en is onderdeel van de Jeugdhulpregio FoodValley. De gemeente Barneveld heeft relatief weinig huishoudens met lage inkomens, bijstandsuitkeringen en kinderen in armoede, in vergelijking met het landelijk gemiddelde en gemeenten van vergelijkbare grootte.

Ook het aantal Wmo-voorzieningen en Jeugdhulptrajecten zonder verblijf per 1.000 inwoners ligt relatief laag ten opzichte van vergelijkbare gemeenten. Gedeputeerde Staten van Gelderland hebben besloten dat Barneveld en Scherpenzeel één gemeente moeten worden. Hierdoor wijzigt de bestuurlijke indeling de komende jaren mogelijk. Vanuit de provincie Gelderland volgt nog een herindelingsvoorstel en uiteindelijk moet de Tweede Kamer hier een besluit over nemen. We gaan in deze rapportage verder niet in op de herindeling, omdat daar nog weinig over bekend is. Wanneer de herindeling met Scherpenzeel definitief doorgaat, is het zaak om gezamenlijk tot verbinding van het beleid over het sociaal domein te komen.

1.3

Kaders van deze rapportage

Grip… een begrip In dit onderzoek staat het begrip ‘grip’ centraal. Grip op de uitgaven, op de uitvoering en op de inhoudelijke opgave in het sociaal domein om eventuele tekorten terug te kunnen dringen. In dit kader zetten we kort uiteen op welke manier we het begrip ‘grip’ in dit onderzoek hanteren en hebben onderzocht. Daarmee voorkomen we dat het woord verkeerd begrepen wordt in dit verband. Zie bijlage I voor een uitgebreide toelichting op het begrip. Grip in het sociaal domein betekent: 1. inzicht hebben in de ontwikkelingen in het sociaal domein. Dat houdt in dat er inzicht moet zijn in het gebruik van zorg, budgetverloop, in-, door- en uitstroom maar ook in de voortgang van genomen maatregelen. Daarnaast vraagt het om redeneerlijnen (beleidstheorieën) die de inzet van middelen en de uitvoering van activiteiten koppelen aan meetbare resultaten en (in-)directe effecten. 2. sturing geven op basis van het bij punt 1 genoemde inzicht en ook inzicht in de dynamieken die keuzes met zich meebrengen. De praktijk wijst uit dat er vaak onvoldoende inzicht is in de ontwikkelingen in het sociaal domein, omdat redeneerlijnen vaak niet zijn uitgewerkt en geoperationaliseerd. Daarnaast is er ook onvoldoende inzicht in de gevolgen van de verschillende keuzes die gemaakt kunnen worden.

Daardoor worden er soms keuzes gemaakt die elkaar niet optimaal ondersteunen of erger nog, die elkaar tegenwerken. De mate waarin gemeenten grip hebben hangt sterk af van de mate waarin zij scoren op de bovengenoemde aspecten. In dit onderzoek brengen we langs deze aspecten in kaart op welke manier de gemeente opereert in het

2

De voogd kan een familielid of andere bekende zijn, of een gecertificeerde instelling.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

3

sociaal domein en in welke mate ze sturing kan geven. Daarnaast staan we stil bij de consistentie en mate waarin een centrale visie naar de verschillende onderdelen wordt doorvertaald. Dit als randvoorwaarde om überhaupt van grip te kunnen spreken. De gespreksnotitie Harmonie in het sociaal domein3 vormt het referentiekader van de commissie en is daarmee de kapstok voor deze rapportage. Het vraagstuk van de gemeente Barneveld raakt ook sterk het begrip ‘grip’ en is daarmee een logische insteek voor deze rapportage. In de gespreksnotitie is een brede beschrijving van de thema’s opgenomen die bij elk van de visitatietrajecten bij gemeenten aan de orde komen. Het zijn in elke gemeente de relevante thema’s bij het verkrijgen/verbeteren van grip op het sociaal domein. Het gaat hierbij met name over de wisselwerking tussen de toegang, inkoop, bekostiging en monitoring, die uiteraard geborgd moet zijn in een visie en rekening moet houden met het niveau waarop deze onderdelen worden ingericht (lokaal/regionaal). Het zijn nadrukkelijk thema’s die in samenhang moeten worden gezien, vandaar ‘Harmonie’ in de titel van de gespreksnotitie. In de derde tussenrapportage van de commissie (oktober 2020) schetst de commissie een beeld van de situatie in het sociaal domein en de uitdagingen waarvoor gemeenten staan.

Zo wordt ingegaan op het samenspel tussen bestuur, toegang en uitvoering en het noodzakelijke kostenbewustzijn bij de toegang. De rapportage die voor u ligt, geeft een weerslag van bestuurlijke en ambtelijke gesprekken die de commissie heeft gevoerd over deze thema’s. Tijdens de visitatie werd helder dat er een aantal zaken buiten de gemeente Barneveld speelt, waar zij (negatieve) financiële effecten van ondervindt. Dit is in de eerste plaats het woonplaatsbeginsel, waarvan aanpassingen zijn uitgesteld naar 1 januari 2022. Voornamelijk in De Glind zitten veel jeugdigen uit overige gemeenten. De werking van het huidige woonplaatsbeginsel maakt Barneveld van rechtswege verantwoordelijk. Daarmee veroorzaakt het een onevenredige verdeling van draaglast voor (vooral) jeugdigen die residentiële jeugdhulp nodig hebben. De gemeente wordt gecompenseerd via de T-2-systematiek, maar dit gebeurt niet altijd tijdig en volledig. De verwachting is dat de financiële lasten voor de gemeente Barneveld verminderen bij de vernieuwing van het woonplaatsbeginsel. Hoewel het woonplaatsbeginsel veel effect heeft op de financiële gezondheid van de gemeente Barneveld, is dit niet de focus van deze rapportage. In de rapportage wordt voornamelijk gekeken naar mogelijkheden binnen de directe beïnvloedingssfeer van de gemeente Barneveld.

Tegelijkertijd is het relevant om te benadrukken dat het woonplaatsbeginsel randvoorwaardelijk is voor mogelijke toekomstige keuzes van De Glind. Een andere externe factor die invloed heeft, is het abonnementstarief dat sinds 1 januari 2020 definitief van kracht is. De invoering heeft bij de gemeente Barneveld gezorgd voor een stijging van circa 20% van de geleverde huishoudelijke hulp. De VNG stelt in een ledenbrief dat de invoering van het abonnementstarief leidt tot een aanzuigende werking op Wmo-ondersteuning -met name huishoudelijke hulp- en heeft eerder mogelijke maatregelen gepresenteerd.4 Aanvullend geeft de gemeente aan dat het abonnementstarief breder invloed heeft, op onder andere het aanpassen van woningen en voorzieningen zoals scootmobielen. Daarnaast is in december 2020 het onderzoek ‘Stelsel in Groei’ van Andersson Elffers Felix (AEF) gepubliceerd. Daarin wordt onder meer ingegaan op de structurele tekorten bij gemeenten. Dit is een belangrijk gegeven voor de context waarbinnen gemeenten moeten handelen en waarbinnen de aanbevelingen van de Commissie kunnen worden toegepast. Aanbevelingen zijn daarom grotendeels gericht op maximale optimalisatie van financiële grip binnen de werkelijkheid met schaarse middelen.5

3 4 5

4

Harmonie in het sociaal domein, Andersson Elffers Felix, 9 oktober 2020 Brief ‘Maatregelen beheersing kosten abonnementstarief’, VNG, 23 november 2020 De Commissie heeft in de rapportage geen rekening gehouden met de gevolgen van het besluit van het Kabinet op 22 april 2021, om gemeenten incidenteel extra geld te geven voor Jeugdhulp, zie ook hier.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

1.4 Leeswijzer/gebruiksaanwijzing In de opbouw van deze rapportage volgen we de gedachte dat een sociaal domein in samenhang begint met een goed begrip van de verschillende aspecten van het sociaal domein. • We geven in hoofdstuk 2 beknopt de bevindingen van de commissie weer, op elk van de thema’s die gerelateerd zijn aan grip in het sociaal domein. • Hoofdstuk 3 beschrijft de bevindingen van de commissie over grip in de gemeente Barneveld. Dit betreft naast feiten ook observaties, specifieke ervaringen en dilemma’s die de commissie en de gemeente in bestuurlijke en ambtelijke gesprekken hebben gedeeld. • De analyse leidt vervolgens tot een aantal conclusies en opvallende thema’s die in hoofdstuk 4 worden omschreven. • Hoofdstuk 5 beschrijft de aanbevelingen van de Commissie op basis van deze conclusies.

1.5 Disclaimer Deze rapportage is geschreven op basis van een bestuurlijk en ambtelijk intakegesprek, een documentstudie en aanvullende gesprekken met een beleidsregisseur sociaal domein, een inkoop- en contractmanager en een data-analist in de regio FoodValley. We maken vooraf een voorbehoud over de diepgang en de juistheid van deze rapportage, vanwege de beperkte doorlooptijd in combinatie met de wijze van informatieverzameling. Er is geen onafhankelijke toetsing geweest, hoewel de gemeente Barneveld de mogelijkheid heeft gekregen om de feitelijke juistheid te controleren. De VNG staat ook na dit visitatietraject in verbinding met Barneveld. Ze biedt waar nodig ondersteuning bij het uitwerken van de volgende stap op weg naar betere grip op de uitgaven in het sociaal domein.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

5

2 Samenhang in het sociaal domein Samenhangende keuzes zijn nodig om te komen tot grip in het sociaal domein. Het gaat hierbij met name over de wisselwerking tussen de toegang, inkoop, bekostiging en monitoring, die uiteraard geborgd moet zijn in een visie en rekening moet houden met het niveau waarop deze onderdelen worden ingericht (lokaal/regionaal). In dit hoofdstuk vindt u een beknopte samenvatting van elk van de relevante thema’s. Het hoofdstuk is een weerslag van de manier waarop de gemeente deze thema’s met de commissie heeft besproken. In het geval van de gemeente Barneveld zijn hoofdzakelijk thema’s uitgewerkt die spelen binnen de Jeugdhulp. In afstemming met de betrokkenen is besloten om met name naar de Jeugdhulp te kijken en minder naar de Wmo en Participatiewet. Zaken rondom de Wmo en Participatiewet die relevant zijn, zijn kort benoemd. Overkoepelend viel het de commissie op dat het gebruik van de Wmo-voorzieningen per 1000 inwoners in 2019 relatief laag was ten opzichte van het gebruik daarvan in vergelijkbare gemeenten. Ook het gebruik per 1000 inwoners van hulpmiddelen en diensten, hulp bij het huishouden en ondersteuning thuis is relatief erg laag. Over de jaren heen zijn deze aantallen relatief stabiel, behalve een stijging in hulp bij het huishouden. Die stijging is veroorzaakt door het eerdergenoemde abonnementstarief.

2.1 Visie Vanuit het sociaal domein werkt Barneveld aan een samenleving waarin iedere inwoner naar vermogen meedoet, waarin mensen zich met elkaar verbonden weten en samen redzaam zijn. Daarnaast wordt gezorgd voor een professioneel vangnet waar dat nodig is (de drieslag Zelf-Samen-Gemeente). Het motto voor beleid en uitvoering binnen het sociaal domein is: ‘op eigen kracht waar mogelijk, ondersteuning en hulp indien nodig’. In het sociaal domein in de gemeente Barneveld zijn de volgende acht uitgangspunten leidend:6 1. We sluiten aan op initiatieven en de eigen kracht van inwoners. 2. We werken met elkaar en integraal. 3. We spelen in op wat er nodig is. 4. We werken (be)doel(ings)gericht. 5. We bieden waar nodig maatwerk. 6. We geven deskundigen handelingsruimte. 7. We doen zo veel mogelijk lokaal, dichtbij mensen. 8. We houden rekening met de identiteit van inwoners. Barneveld is een zelfredzame en ondernemende gemeente. Dat is terug te zien in het lage verbruik van minimaregelingen en Wmo-voorzieningen. Armoede en schulden worden vaak binnen de eigen gemeenschap opgelost. De gemeente ziet een Barneveldse gemeenschap met sterke sociale cohesie. Een vitaal vrijwilligersleven, actief burgerschap, mantelzorg en vrijwilligerswerk zorgen ervoor dat de gemeente aanvullend kan zijn in de ondersteuning en in specifieke wijken en gezinnen kan sturen.

Tegelijkertijd is de protestants-christelijke identiteit kenmerkend voor een substantieel deel van de gemeenschap.

2.2 Regionale samenwerking De gemeente Barneveld is onderdeel van een regionale samenwerking (die bestaat uit zeven gemeenten) voor jeugdhulp binnen de regio FoodValley. Deze regionale samenwerking is in 2015 tot stand gekomen voor doelmatige en doeltreffende uitvoering van de Jeugdwet en om schaalvoordelen te realiseren. De samenwerking

6

6

Beleidsplan sociaal domein, gemeente Barneveld, december 2018

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

heeft betrekking op het gebied van inkoop, administratie van facturen en betalingsopdrachten, contractbeheer en het genereren en analyseren van beleidsinformatie. De reikwijdte van de regionale samenwerking is de afgelopen jaren toegenomen, waardoor er ook samenwerking is ontstaan bij transformatie en beleidsontwikkeling. Als resultaat heeft de regio FoodValley een gezamenlijk transformatieprogramma opgesteld.7 Dit plan bestaat uit zes inhoudelijke actielijnen: 1. minder residentiële jeugdhulp door afschalen (en voorkomen van opschalen); 2. minder GGZ door anders en beter samen te werken met en op school; 3. minder uithuisplaatsingen na een crisis; 4. versterken van de begeleiding van jeugdigen van 18- naar 18+; 5. doorontwikkeling van regiefunctie gemeente; 6. afbouw begeleidingsgroepen/behandelgroepen. In deze regionale samenwerking heeft elke gemeente lokale vrijheid in de uitvoering. Om Jeugdhulp zorginhoudelijk beter én goedkoper te krijgen, is in 2019 de transformatie in de gemeente Barneveld ingezet. In de gemeente Barneveld wordt met name gefocust op de actielijnen 1, 2 en 4.

In het eerste transformatiejaar (2019) hebben de transformatieprojecten van de gemeente geleid tot positieve resultaten, waardoor de stijgende kostengroei van de jaren voor het eerst is gedempt met een transformatie-effect8 van bijna € 900.000.9 In het tweede transformatiejaar (2020) zijn de transformatie-projecten grotendeels gestagneerd, vanwege COVID-19. Ook is de kostengroei toen licht toegenomen en het transformatie-effect daarmee kleiner geworden.10 In het derde transformatiejaar (2021) is de gemeente van plan om de inzet binnen de transformatieprojecten te intensiveren, om het transformatie-effect (demping) groter te laten zijn dan de kostengroei. Het doel is om te komen tot een stabiel en betaalbaar kostenniveau. In het gehele sociaal domein lopen de tekorten ten opzichte van het Rijksbudget11 namelijk op. Het tekort op het jeugdhulpbudget was in 2019 € 3 miljoen en in 2020 verder uitgelopen naar een tekort van ruim € 4 miljoen. Tot nu toe werden deze tekorten in de begroting opgelost, maar deze rek wordt steeds kleiner, aldus de gemeente.

2.3 Toegang De gemeentelijke toegang is vormgegeven door middel van gespreksvoerders. Zij vormen een frontoffice voor kinderen en ouders die binnenkomen met een hulpvraag. Ze zijn in dienst van de gemeente, werken op het gemeentehuis en komen ook over de vloer voor keukentafelgesprekken. Belangrijk uitgangspunt is dat de gespreksvoerders actieve regie voeren, waarbij ze ruimte voelen om te doen wat nodig is. Dat wil zeggen dat zij ervoor zorgen dat het kind de best passende hulp ontvangt, op de snelste manier. Kenmerken van de gemeentelijke toegang zijn: • Er is goed opdrachtgeverschap: de gespreksvoerders zijn SKJ-geregistreerd en getraind om oplossingsgericht te werken. • De gespreksvoerders sturen resultaatgericht: de zorgaanbieders bepalen de doelstellingen; • De focus ligt op normaliseren en demedicaliseren: bij voorkeur verwijst de gespreksvoerder naar een algemene voorziening (in plaats van naar een specialistische). De gemeente geeft aan het belangrijk te vinden om voldoende alternatieven te kunnen bieden en is nu daarom onder andere bezig een scoutingsvereniging op te richten. • De toegang werkt met een lage administratieve lastendruk: door de jeugdhulp a-specifiek toe te wijzen, wil Barneveld de druk op gespreksvoerders minimaliseren. Dit is bijvangst, maar niet de primaire reden om de toegang op deze manier in te richten.

7 8 9 10 11

Transformatieplan Jeugd FoodValley, Jeugdhulpregio FoodValley, september 2018 Het transformatie-effect is het resultaat van de transformatieprojecten en betreft directe besparingen die de kostengroei dempen. Rapportage Werkprogramma Jeugd 2019-2021, april 2020 en december 2020, gemeente Barneveld In bijlage 3 is een overzicht van de cliënten- en kostenontwikkeling in 2019 en 2020 opgenomen. Dit betreft de middelen die tot 2019 gereserveerd waren voor het sociaal domein vanuit de integratie-uitkering van het Budget Kader Zorg (BKZ). Nu zijn deze middelen onderdeel van de algemene uitkering van het gemeentefonds (AU). Hierdoor stijgen uitgaven voor een deel van de Wmo en de Jeugdwet mee met de accresstijging van het gemeentefonds.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

7

In 2019 verliep bij 47% van de Jeugdhulptrajecten in de gemeente Barneveld de verwijzing via gemeentelijke toegang, tegenover 33% landelijk. Naast de gemeentelijke toegang zijn er ook wettelijke verwijzers, zoals gecertificeerde instellingen (GI’s). Om zoveel mogelijk grip te houden op deze verwijsstromen, is de gemeente Barneveld verschillende initiatieven gestart. Ze focust op het preventieve veld met verschillende preventie-activiteiten in verschillende thema’s: (passend) onderwijs, alcohol en drugs, bewegen, laaggeletterdheid, kind en armoede, geboortezorg, kindermishandeling en sterk ouderschap. Een voorbeeld van een preventie-activiteit is het inzetten van gezinsondersteuners op huisartsenpartijken in samenwerking met het Centrum Jeugd en Gezin (CJG). Doel hiervan is om breder te screenen en zoveel mogelijk in het preventief veld op te pakken.

2.4 Inkoop en bekostiging De inkoop voor het sociaal domein in de gemeente Barneveld wordt georganiseerd binnen de regio FoodValley. Daarnaast is die regio verantwoordelijk voor het contractmanagement en kwartaalgesprekken met zorgaanbieders. De accounthouder van de gemeente Barneveld is aanwezig bij kwartaalgesprekken met de regio en zorgaanbieders. In deze gesprekken wordt ingegaan op de bedrijfsvoering (zoals liquiditeit van zorgaanbieders), recente ontwikkelingen (aan de hand van trends uit data en voortgang transformatieprojecten) en de inhoud (zoals vraagstukken rondom wachtlijsten). Ook wordt de samenwerking tussen lokale teams en zorgaanbieders geëvalueerd. Hiervoor kunnen zowel lokale teams als zorgaanbieders input leveren. De gemeente Barneveld geeft aan dat de kwartaalgesprekken niet met iedere aanbieder worden gevoerd en werken als een soort controlemechanisme. De gemeente en FoodValley kunnen besluiten om kwartaalgesprekken te starten of juist te beëindigen wanneer zij dat nodig vinden. Momenteel loopt een gezamenlijk traject in FoodValley, om te komen tot een nieuwe inkoopstrategie als uitwerking van de eerder opgestelde regionale visie. Binnen dit traject wordt nagedacht over kansrijke interventies en samenwerkingen.

Die zijn bedoeld om ambulante alternatieven effectiever in te zetten, probleemanalyses op gezinsniveau te bevorderen, uithuisplaatsingen te voorkomen, kleinschalige woonvoorzieningen makkelijker af te schalen, doorplaatsingen te voorkomen en uitstroom te versnellen. De inkoopstrategie zal ook invloed hebben op de bekostigingssystematiek. De bekostiging is nu inspanningsgericht (PxQ - generiek). Alternatieve bekostigingsmodellen (zoals outputbekostiging en taakgerichte bekostiging (waaronder ook voor beschikbaarheid)) worden echter per segment verkend. De segmenten maken onder andere onderscheid tussen verblijf, ambulant, dagbehandeling en dagbesteding, crisis en veiligheid.

2.5 Monitoring Zowel vanuit de gemeente Barneveld als de regio FoodValley wordt data en monitoring gezien als een belangrijk beheer- en stuurinstrument. Indicatoren bestaan voor de gemeente en regio, ook wanneer de ontwikkelingen meer gedreven zijn door landelijke beleidslijnen, zoals bij het nieuwe woonplaatsbeginsel en het abonnementstarief dat in 2020 ingesteld is. Onder andere deze dynamieken maken dat data (in ieder geval) inzichtelijk maken wat er gaande is. Gaandeweg kan zo worden gemonitord of nieuwe interventies leiden tot veranderingen. Binnen de regionale samenwerking wordt ook samengewerkt bij een gezamenlijk beheer van de Jeugdmonitor die lokaal wordt ingezet. Momenteel is de Jeugdmonitor operationeel (vanaf 1 juli 2019), om de voortgang en resultaten te monitoren van acties rondom transformatieprojecten. In de Jeugdmonitor wordt breder gekeken dan alleen naar het sociaal domein: data rondom onderwijsarrangementen zijn bijvoorbeeld ook toegevoegd. Om meer gevoel te krijgen bij de cijfers en de trends, benadrukt de gemeente Barneveld dat zij ook op zoek gaat naar de inhoudelijke betekenis en het ‘verhaal’ achter de cijfers. Hierdoor probeert ze kwantitatieve opbrengst te verrijken.

8

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Uit analyse van cijfers uit openbare bronnen (in bijlage) en cijfers van de gemeente komt het volgende beeld naar voren: • In 2016 was er een tekort van circa € 2,5 miljoen voor de jeugdhulp. In 2017 steeg dit naar € 3,8 miljoen, in 2018 naar € 4,1 miljoen en in 2019 naar verwachting €3,5 miljoen. • Barneveld zag vanaf 2015 het aantal jeugdhulptrajecten zonder verblijf stijgen, waarna het eind 2019 daalde. Dit is dezelfde verandering als bij de controlegroepen. • De ambulante kosten zijn de afgelopen jaren sterk gestegen. De gemeente Barneveld geeft aan dat deze stijging onder andere te verklaren is door één jeugdige met voogdij, waarbij 24 uur per dag 1-op-1-begeleiding nodig is. Andere oorzaken zijn het stapelen van producten en een toename van zwaardere begeleiding en behandeling. Een overzicht van de totale uitgaven rondom voogdij-cliënten met Jeugdhulptrajecten tussen 2017 en 2020 is te vinden in onderstaand figuur.

Uitgaven voogdij-cliënten Jeugdhulp in de gemeente Barneveld € 8.000.000 € 6.000.000 € 4.000.000 € 2.000.000 €0

Ambulant

Landelijk

2017

2018

Veiligheid 2019

Verblijf

Eindtotaal

2020

•

Uitgesplitst naar verwijzer op cliëntniveau heeft 44,8% van de jeugdhulptrajecten in Barneveld in 2019 de gemeente als verwijzer. Dit percentage is hoger dan in Nederland (32,7%) en dan breder in FoodValley (42,1%). Juist de GI’s hebben een relatief groot aandeel, als we kijken naar de kosten. De kostenstijgingen zitten niet in de toename van het aantal cliënten, maar in de toename van het aantal duurdere trajecten.

•

In 2017- 2019 zijn er in de regio Foodvalley ongeveer 500 jeugdigen in de pleegzorg op jaarbasis. Dit aantal blijft stabiel. De verhouding voogdij/niet-voogdij is over de jaren heen circa 35%/65%. In de gemeente Barneveld lag het aantal jeugdigen in pleegzorg in 2019 op 107, waarvan 35 met Voogdij. In 2020 daalde dit aantal naar 101, waarvan 33 jeugdigen met Voogdij.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9

3 Bevindingen van de commissie In deze paragraaf presenteren we onze bevindingen over grip in de gemeente Barneveld. We doen dit op basis van de gesprekken die zijn gevoerd en de documentstudie die we hebben uitgevoerd. De bevindingen worden gestructureerd aan de hand van eerdergenoemde onderdelen van grip.

3.1 1

Visie De gemeente Barneveld heeft sterk in haar visie dat de jeugdigen moeten worden geholpen waar mogelijk. • “Als de Glind de beste plek is, dan moeten jeugdigen daarheen. We kijken daarna in de gemeente wel waar de kosten terechtkomen”, werd gezegd tijdens de intake. Een belangrijke nuancering daarin is dat dit kinderen betreft die de gemeente Barneveld niet actief plaatst: meer dan 70% verloopt via voogdij. Ook hier speelt het woonplaatsbeginsel en de T-2-compensatie, wat mogelijk in de toekomst verandert. • De inwoners van de Glind delen die visie en dragen daarmee bij aan ontlasting van het zorgstelsel. Veel vrijwilligers zijn betrokken bij onder andere de Glind, die mede hierdoor vergroeid lijkt met het gelijknamige dorp.

2

Scherpte op eigen voorzieningen en aanbod om kosten beheersbaar te houden, ontbreekt soms. • Op sommige plaatsen is de scherpte zeker zichtbaar. Bij plaatsing in De Glind is de gemeente kritisch op waar de jeugdige vandaan komt12 en of plaatsing noodzakelijk is. Dit leidt echter (nog) niet tot minder instroom. Ook zijn jeugdhulpvoorzieningen rondom de buitenschoolse opvang (BSO) al geschrapt. • Mede doordat De Glind een belangrijk deel is van de Barneveldse identiteit, lijkt scherpte op (financiële) voortgang soms te missen. In het verleden is bij De Glind een manier van werken ontstaan met relatief veel verblijfsplekken. De beschikbare bedden kunnen een aanzuigende werking hebben, ook op landelijk niveau. • Met name in de Glind geeft de gemeente aan dat het proces richting transformatie van langdurige aard is, en lijkt het niet altijd wenselijk om een beweging richting ambulantisering te maken. Er speelt immers een andere afweging dan alleen het bereiken van transformatiedoelen.

3

Verbinding tussen Jeugdhulp en onderwijs wordt al gemaakt in het transformatieplan. • Tijdens de visitatie is minder ingegaan op de link tussen jeugdhulp en passend onderwijs. Omdat deze link bij veel gemeenten flinke (financiële) uitdagingen met zich meebrengt in de praktijk, is het goed om die toch mee te nemen in deze rapportage. Door kinderen eerder in het onderwijs op te vangen, voorkomt men dat kinderen in een later stadium in een andere zorgvorm terechtkomen. De gemeente Barneveld heeft samenwerkingsafspraken gemaakt en heeft het thema ‘onderwijs’ toegevoegd aan het transformatieprogramma. Daarnaast werken in De Glind onderwijs en zorg nauw samen. Ook worden data van gemeente en onderwijs (lokaal) gekoppeld om ontwikkelingen te monitoren. • Passend onderwijs wordt landelijk gezien als de ‘vierde decentralisatie’ in het sociaal domein. Deze wet is sinds 2014 van kracht en moet eraan bijdragen dat meer kinderen en jongeren met een ‘ondersteuningsbehoefte’ naar een reguliere in plaats van specialistische school kunnen gaan, om daar in alle opzichten van een succesvolle onderwijscarrière te genieten. De inhoud van de ondersteuningsbehoefte van deze kinderen en jongeren komt overeen met de (potentiële) hulpvragen van dezelfde

12 Het eerder genoemde woonplaatsbeginsel dat vanaf 1 januari 2022 vernieuwd wordt, biedt mogelijk een deel van de oplossing. Uitgangspunt in de nieuwe definitie van het woonplaatsbeginsel wordt de gemeente waar de jeugdige zijn woonadres heeft volgens de Basisregistratie Personen (de BRP). Dat is nu nog de feitelijke woonplaats van de ouder met gezag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=32a72920-ca77-467a-9149-8a94fe3dbadf