CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

F-2 Besluitenlijsten van de auditcommissie van 16-6-22 en 22-9-22 met bijlagen.pdf

Gemeenteraad 3 november 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ingekomen en uitgaande stukken31.276 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Besluitenlijst Auditcommissie Datum

16 – 6 - 2022

Tijd

20.00 - 21:30

Locatie

Barneveld, zaal Voorthuizen

Voorzitter

Judith van den Wildenberg

Aanwezig: Gert Hein Kevelam, Judith van den Wildenberg (voorzitter), Jarne van Schaik, Henry Buitenhuis, Daan de Vries, Arend Flier, Stefan Velt, Wouter de Kool, Hendri Nortier (vervanging Elvia van de Berg), Harry Klein Obbink. Adviseurs: Iede Bakker, Wim Oosterwijk, Rob van Leeuwen, Mohamed Masri (punt 4), Sharon de Bruin (punt 4), Janneke Hooijer, Wilco Stevens, Angelique van Heumen (secretaris). Bij punt 3 aanwezig de rekenkamercommissie Mark Pen, Marjolein BarelGlashouwer, Jan van Zomeren Bij punt 4 Wout Wentink en Marc Bekker van Baker Tilly

1. Opening en mededelingen Voorafgaand aan de vergadering geeft de rekenkamercommissie als inwerkprogramma een presentatie. Geen mededelingen. 2. Besluitenlijst vorige vergadering Het verslag van 11 januari is ongewijzigd vastgesteld. 3. Stand van zaken rekenkameronderzoek Het rapport van het onderzoek ‘uitbesteden van onderzoeken’ ligt bij de gemeente en komt snel naar raad. Rapport over het onderzoek WOB is verschenen. Onderzoeksopzet Jeugd wordt nu gemaakt. Vraag is of onderzoek naar doelmatigheid en doeltreffendheid ODDV door de rekenkamer kan worden gedaan (staat als 213a onderzoek in coalitieakkoord). Afgesproken dat rekenkamer kijk of ze dit kunnen doen, eventueel samen met de (rekenkamers van) andere gemeenten en komen in de vergadering van september met antwoord/voorstel. 4. Toelichting Baker Tilly op controle jaarrekening 2021 Mark Bekker en Wout Wentink lichten het verslag van bevindingen bij de jaarrekening 2021 toe en beantwoorden vragen.

5. Terugkoppeling raadswerkgroep P&C Arend Flier ligt toe wat er is besproken in de werkgroep. Voorstellen worden onderschreven. Benodigde aanpassing financiële verordening gaat eerst naar de raad. 6. Voorstel voor meer betrokkenheid van raad bij verbonden partijen Iede licht voorstel toe. Besluit doorgaan met voorstel door fasegewijze invoer. OddV, VGGM en later mogelijk regio Amersfoort. Uitvraag uit wie zou willen deelnemen, evaluatie volgend jaar juni. 7. Rondvraag Angelique vraagt welke onderwerpen nog meer op agenda auditcie gewenst zijn, technisch, vanuit adviesrol raad. Besloten wordt hier volgende keer nog eens op terug te komen. Elvia van de Berg neemt in de auditcommissie deel namens Pro 98. Vanaf 1 september 2022 is Janneke Hooijer secretaris van de auditcommissie. Judith bedankt Angelique voor het vervullen van het secretariaat de afgelopen 2 jaar. 8. Onderwerpen volgende vergadering

Actiepuntenlijst Vergadering /

Onderwerp

Planning/status

Uit commissie

De auditcommissie periodiek inzicht geven in de tot

Geagendeerd

bestuur

standkoming van risico’s in de paragraaf

22/9

27-10-2020

weerstandsvermogen van P&C producten met

agendapunt

medeneming van de risico van woningbouwprojecten, inclusief worstcase scenario’s woningbouwprojecten. 16-06-22

Meer betrokkenheid raad bij verbonden partijen

Dec 2022

Fasegewijze invoer: OddV, VGGM, mogelijk regio Amersfoort. Evaluatie juni 2023

Juni 2023

Pagina 2

Besluitenlijst Auditcommissie Datum

22-09-2022

Tijd

19:30 - 21:30

Locatie

Gemeentehuis Barneveld, Zaal Voorthuizen K1.33BC (achterste gedeelte)

Voorzitter

Mevrouw J.A.G.M. van den Wildenberg Aanwezig: Judith van den Wildenberg (voorzitter), Jarne van Schaik, Wouter de Kool, Henk Smit, Arend Flier, Gert Hein Kevelam, Stefan Velt (toehoorder), Hendri Nortier (vervangt Elvia van de Berg). Afwezig: Harry Klein Obbink. Adviseurs: Iede Bakker, Wim Oosterwijk, Marike Tillema, Wilco Stevens (digitaal), Mohamed Masri (t/m punt 4), Sharon de Bruin (digitaal, t/m punt 4), Angelique van Heumen en Janneke Hooijer (secretaris). Rekenkamercommissie: Mark Pen en Marjolein Barel-Glashouwer T/m punt 4 Wout Wentink en Marc Bekker van Baker Tilly.

1

Opening en mededelingen

19:30

Besluit:

. Toelichting:

Wilco Stevens en Sharon de Bruin sluiten digitaal aan. 2

Verslag en actiepunten vorige vergadering auditcommissie

19:30

Besluit:

Verslag en actiepuntenlijst worden vastgesteld. Verslag gaat, na correctie van de namen, openbaar via de Lijst ingekomen stukken naar de raad. Toelichting:

N.a.v.: Fasegewijze invoering betrokkenheid raad: voorlopig alleen fase 1 en 2. Overdracht zeggenschap is sowieso niet aan de orde. Verslag is vanaf nu openbaar. Het concept-verslag van de vergadering van 22 september wordt gemaild en is een week later, met inachtneming van de reacties, definitief, waarna het naar de raad (Lijst Ingekomen Stukken) gaat en openbaar wordt.

3

Rechtmatigheidsverantwoording

19:35

Bijgevoegd is een memo van het college. Korte toelichting door Mohamed Masri en Sharon de Bruin aan de hand van bijgevoegde presentatie. Daarna reflectie door accountant, Baker Tilly. Aanwezig: Marc Bekker en Wout Wentink. Besluit:

Kennis genomen van de stand van zaken rechtmatigheidsverantwoording. Toelichting:

Stukken zijn ter info naar de auditcommissie. Te maken keuzes (1% als verantwoordingsgrens hanteren, in paragraaf Bedrijfsvoering nadere info opnemen, bijvoorbeeld aangeven welke verbeteringen na eventuele onrechtmatigheden zijn doorgevoerd) zijn toegelicht. Besluitvorming vindt (via de wijziging financiële verordening) plaats in de raad. Het gaat nu om een ingroeimodel, waarbij gestart wordt met 5 of 6 'basis' processen. Er wordt nu met name geïnvesteerd in het zichtbaar maken van de controles. 4

PvA controle Jaarrekening 2022

19:50

Bijgevoegd. Toelichting door accountant, Baker Tilly. Aanwezig: Marc Bekker en Wout Wentink. Besluit:

De accountant licht het concept-dienstverleningsplan toe en zal de tekst t.a.v. de aandachtsgebieden nog nuanceren. Als extra aandachtspunt toevoegen: energietoeslagen; komt het geld bij de juiste mensen terecht. Nog toe te voegen aandachtspunten vóór 14 november naar de secretaris van de auditcommissie mailen. Als onderwerp voor de jaarlijkse presentatie door de accountant 'IT beheersing' kiezen. De volgende keer (in januari, als de Boardletter besproken wordt) bezien hoe en wanneer dit onderwerp te presenteren. Toelichting:

T.a.v. de 6 genoemde aandachtsgebieden wordt door de accountant opgemerkt dat dit niet betekent dat het nu niet goed gaat. De accountant licht het accountantsverslag toe in de auditcommissie in juni. Te doen gebruikelijk was dat de accountant ook bij de bespreking van de Jaarverslaggeving in juni bij de commissie Bestuur aanwezig is. Dit moment kon dan benut worden om een presentatie over een onderwerp te geven. Dit

Pagina 2

hoeft echter niet aan dit moment gekoppeld te zijn en kan ergens tussen januari en juni plaatsvinden. 5

Uit de raadswerkgroep P&C

20:10

Periodiek vindt terugkoppeling plaats in de auditcommissie van de bespreking en voortgang in de raadswerkgroep p&c.

5.a

Uit de raadswerkgroep P&C: brief s.v.z. Bijgevoegd is een (concept)brief van de raadswerkgroep p&c aan de raad. De brief betreft een 'stand van zaken' wat tot nu toe is gedaan. En een uitleg over de (technische) wijziging van de financiële verordening, die in december in de raad komt. Is dit voldoende helder? Daarnaast het verzoek om ermee in te stemmen de raad hierover te informeren (brief gaat naar de Lijst Ingekomen Stukken). Besluit:

De auditcommissie stemt ermee in de brief van de raadswerkgroep naar de raad te sturen (via de Lijst Ingekomen Stukken). 5.b

Uit de raadswerkgroep P&C: verbreding raadswerkgroep naar 'wijziging financiële verordening' Het is gebruikelijk om een wijziging van de financiële verordening in een raadswerkgroep voor te bereiden. Zo wordt gedacht aan een herziening van de nota reserves en voorzieningen, een nota activabeleid (samenhang met MIP) en een nieuw treasurystatuut. Dit krijgt een doorvertaling in de financiële verordening. Gelet op de samenhang met de onderwerpen die de raadswerkgroep p&c al bespreekt (o.a. grexen), verdient het aanbeveling om hiervoor geen separate werkgroep in te stellen, maar de kennis en ervaring van deze groep te benutten. Hiervoor wordt instemming van de auditcommissie gevraagd. Besluit:

De auditcommissie stemt ermee in de wijziging van de financiële verordening in de raadswerkgroep p&c voor te bereiden en deze te verbreden naar 'raadswerkgroep financiële verordening'. 6

Stand van zaken rekenkameronderzoeken

20:15

•

Onderzoek uitbesteden van opdrachten en onderzoeken: de RKC geeft een update

•

Onderzoek heffingen: de RKC geeft een update Pagina 3

•

Doorwerkingsonderzoek risicomanagement sociaal domein: de RKC geeft een update - Doorwerkingsonderzoek innovatief aanbesteden: dit doorwerkingsonderzoek start de RKC in het najaar op. Het oorspronkelijk onderzoek (2019) is te raadplegen op Innovatief aanbesteden wegenonderhoud Barneveld | Rekenkamer (rkvalleienveluwerand.nl). Het college ontvangt binnenkort een brief waarin de rekenkamercommissie vraagt om aan te geven hoe de aanbevelingen van het onderzoek uit 2019 zijn opgevolgd.

•

Vooronderzoek naar de OddV: de RKC heeft een memo opgesteld dat we graag met de auditcommissie bespreken (zie bijlage)

•

Vooronderzoek naar jeugdhulp: de RKC heeft een memo opgesteld waarin we concluderen dat verdiepend rekenkameronderzoek geen meerwaarde heeft (zie bijlage)

•

Nieuw onderwerp: er is ruimte voor een nieuw onderzoeksonderwerp. Graag horen we nieuwe suggesties van de auditcommissie voor onderzoeksonderwerpen.

Besluit:

Besloten wordt - dat een vervolgonderzoek OddV op dit moment geen zin heeft en het (aangepaste) memo over de OddV als bijlage bij het verslag, dat t/k naar de raad gaat, te voegen; - het advies van de rkc t.a.v. jeugdhulp op te volgen en geen verdiepend onderzoek uit te laten voeren. Dit advies als bijlage bij het verslag, dat t/k naar de raad gaat, te voegen; - De volgende nieuwe onderzoeksonderwerpen te formuleren: - ondermijning, onderzoeksvraag nog formuleren; - meedoen naar vermogen, met onderzoeksopzet komen. Toelichting:

Onderzoek uitbesteden van opdrachten en onderzoeken: komt binnen een maand naar de raad. Onderzoek heffingen: streven is rapport eind 1e kwartaal 2023 naar de raad. Doorwerkingsonderzoek risicomanagement sociaal domein: naar verwachting eind '22. Doorwerkingsonderzoek innovatief aanbesteden: start dit najaar. OddV: bijgevoegde memo geeft al het gewenste inzicht. Vraag is of er grip is op de vraag die het college aan de OddV stelt. Hoeveel mag het veilig houden van de leefomgeving kosten? De OddV gaat een visitatietraject in. De resultaten hiervan komen beschikbaar. Bezien of het onderwerp op een andere Pagina 4

manier aan de orde kan komen. Nieuw onderwerp 'grip op krapte personeel en materiaal/Barneveld groeit/is functiehuis over 5 jaar nog adequaat': volgende keer op terug komen, meer focus. 7

Methode weerstandsvermogen

20:55

Toelichting door Angelique van Heumen d.m.v. een presentatie Besluit:

Geen besluitvorming gevraagd. Toelichting:

De wethouder geeft aan dat de 'extra indicatoren' niet meer in de Programmabegroting opgenomen worden, zodat de focus ligt op het weerstandsvermogen. 8

Memo proces verwerken circulaire gemeentefonds

21:10

Ter info is een memo bijgevoegd. Dit kan toegelicht worden door Marieke Tillema. Besluit:

Memo wordt voor kennisgeving aangenomen en bij het verslag van de auditcommissie gevoegd, dat t/k naar de raad gaat. 9

Onderwerpen volgende vergadering

21:15

Interimcontrole accountant (boardletter) besluitvorming nieuwe/verlening contract accountant (adviesmemo) Rol auditcommissie Normenkader (ter vaststelling) Intern controleplan Besluit:

Akkoord met deze onderwerpen. De rekenkamercommissie is vast onderdeel van de agenda. Toelichting:

Rol auditcommissie: doorontwikkeling leden auditcommissie naar de 'financiële experts' van de raad. 10

Vergaderschema 2023

21:20

Pagina 5

Voorgesteld wordt de vergadering van 7 december te laten vervallen. Datum volgende vergadering: donderdag 19 januari. Voorlopige overige data voor 2023: Do 23 maart Do 8 juni Do 28 september Di 19 december Besluit:

Akkoord met deze (voorlopige) data. 11

Rondvraag

21:25

Actiepuntenlijst Vergadering /

Onderwerp

Planning/status

Meer betrokkenheid raad bij verbonden partijen

Dec 2022

agendapunt 16-06-22

Fasegewijze invoer: OddV, VGGM, mogelijk regio Amersfoort. Evaluatie juni 2023

Juni 2023

22-09-22

Tekst dienstverleningsplan nuanceren door accountant

z.s.m.

22-09-22

Nog toe te voegen aandachtspunten naar de secretaris

Vóór 14 november

van de auditcommissie mailen. 22-09-22

Bespreken welke richting OddV geformuleerd kan

t.z.t.

worden respectievelijk welk kwaliteitsniveau de raad kan stellen 22-09-22

Bezien hoe en wanneer de presentatie van de accountant

19-01-23

(onderwerp IT) plaatsvindt 22-09-22

nieuwe onderzoeksonderwerpen rekenkamercie:

19-01-23

- ondermijning, onderzoeksvraag nog formuleren; - meedoen naar vermogen, onderzoeksopzet opstellen. 22-09-22

Volgende keer op nieuwe onderwerp 'grip op krapte

19-01-23

personeel en materiaal/Barneveld groeit/is functiehuis over 5 jaar nog adequaat' terug komen, meer focus aanbrengen

Pagina 6

Memo

Datum: 18 augustus 2022 Onderwerp:

Ter attentie van:

Afzender:

Wijze van verwerken circulaires gemeentefonds Auditcommissie Wethouder Wim Oosterwijk Op dit moment zijn er geen duidelijke afspraken over hoe en wanneer de circulaires gemeentefonds in de begroting worden verwerkt. Doel van deze memo is de auditcommissie te informeren over de procesafspraken over de wijze van verwerken van de effecten uit de circulaires van het gemeentefonds. Proces verwerken circulaire gemeentefonds In mei, september en december verschijnen circulaires met daarin ontwikkelingen van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Daarnaast kennen we de maartbief. Deze heeft niet de status van een circulaire. Het is de laatste jaren eerder regel dan uitzondering dat de meicirculaire de laatste dagen van mei of begin juni verschijnt. De septembercirculaire wordt de dag na prinsjesdag gepubliceerd. Deze data van publicatie zijn te laat om de financiële effecten tijdig en goed te verwerken in onze P&C documenten. In verband met de doorlooptijd van de bestuurlijke besluitvorming ligt de uiterlijke datum van vaststellen van het betreffende P&C document door het college voor de data van publicatie van de circulaires. Met dit memo wordt beoogd transparantie te bieden in het proces en moment van verwerken van de circulaires van het gemeentefonds.

De voorgestelde werkwijze is als volgt: P&C document 1e tussenrapportage jaar t Kadernota jaar t +1 2e tussenrapportage jaar t Programmabegroting jaar t +1 Jaarrekening jaar t

Gebaseerd op Septembercirculaire jaar t-1 Decembercirculaire jaar t-1 Septembercirculaire jaar t-1 Decembercirculaire jaar t-1 Meicirculaire jaar t Meicirculaire jaar t Septembercirculaire jaar t Decembercirculaire jaar t

Concreet betekent deze voorgestelde werkwijze dat de laatst gepubliceerde circulaire niet is verwerkt in het betreffende P&C document ten tijde van de besluitvorming. Raadsmemo of Informatiebrief Indien mogelijk en relevant zal de raad worden geïnformeerd via een raadsmemo of informatiebrief over de effecten uit de meest recent verschenen circulaire zodat deze informatie wel bekend is ten tijde van de besluitvorming door de raad over het betreffende P&C document.

Aan: Van: Betreft: Datum:

Auditcommissie Barneveld Rekenkamercommissie Vallei en Veluwerand Memo met uitwerking van mogelijk onderzoek naar OddV voor Barneveld, ter bespreking Vergadering auditcommissie op 22 september 2022

Onderzoek naar de OddV genoemd door auditcommissie Barneveld De auditcommissie heeft de rekenkamercommissie gevraagd (16 juni jongstleden) om onderzoek te doen naar de efficiency van Omgevingsdienst de Vallei (OddV). De indruk bestaat dat de OddV regelmatig behoefte heeft aan extra middelen bij gelijkblijvende dienstverlening. Of dit zo is en wat daarvan de oorzaak is, verdient volgens de auditcommissie nader onderzoek. Tijdens de vergadering van de auditcommissie ontstonden twee invalshoeken voor mogelijk onderzoek: A. Oordeelsvorming over efficiency van diensten voor Barneveld. B. Algeheel onderzoek naar efficiency van OddV, in samenwerking met andere rekenkamercommissies uit het werkgebied van OddV. De OddV werkt voor vijf gemeenten: Barneveld, Scherpenzeel, Nijkerk, Ede en Wageningen. Drie van die gemeenten, namelijk Barneveld, Scherpenzeel en Nijkerk, vallen in het werkgebied van onze rekenkamercommissie. De coalitie van Barneveld heeft in het coalitieakkoord opgenomen dat zij het college doelmatigheidsonderzoek (een ‘art. 213a onderzoek’) wil laten uitvoeren naar de budgettering en dienstverlening van de OddV. Tijdens de vergadering van de auditcommissie werd voorgesteld in plaats van een 213a-onderzoek een rekenkameronderzoek te laten uitvoeren.

Tijdens de vergadering heeft de rekenkamercommissie voorgesteld eerst in een vooronderzoek te inventariseren welke onderzoeken naar de OddV er al gedaan zijn. In de maanden juli en augustus heeft de rekenkamercommissie dit vooronderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat er zowel landelijk als in Gelderland veel onderzoek gedaan wordt naar omgevingsdiensten. De rekenkamercommissie zet hieronder vier recente onderzoeken op een rij in chronologische volgorde.

Vier onderzoeken naar omgevingsdiensten 1. Vergelijking van tien omgevingsdiensten (2020) Seinstra & partners heeft in opdracht van het Algemeen Bestuur van de OddV een grofmazige vergelijking van tien omgevingsdiensten gemaakt, waaronder de OddV. Op 1 oktober 2020 heeft Seinstra & partners hierover een presentatie gegeven aan het Algemeen Bestuur van de OddV. De gemeenteraad van Barneveld heeft deze presentatie ontvangen als bijlage bij het raadsvoorstel ‘Kaderbrief Omgevingsdienst de Vallei 2022’ (d.d. 28-01-2021). -1-

Seinstra heeft tien omgevingsdiensten met elkaar vergeleken, waaronder de OddV. Van die tien omgevingsdiensten hanteert de OddV het laagste uurtarief: €80,60; het hoogste uurtarief is €102,68. In de presentatie van Seinstra staat over de OddV: • Laagste integrale uurtarief binnen de benchmark • Kengetallen / normen op of aan onderkant van de benchmark (OddV scoort dus goed daarop) • Personele overhead onderkant van de benchmark, materiële overhead bovenkant van de benchmark • Risicomodel en bestuurlijke ambities verouderd en biedt mogelijk wat ruimte in inzet van uren, maar dat zal nader uitgewerkt moeten worden Overall: dienst zit financieel gezien strak in haar jasje! Aantal uur per product, OddV vergeleken met de andere omgevingsdiensten (bron: presentatie van Seinstra & partners, d.d. 01-10-2020):

Overhead OddV vergeleken met andere omgevingsdiensten (bron: presentatie van Seinstra & partners, d.d. 01-10-2020):

De prijzen van de producten van de OddV zijn de afgelopen jaren gelijk gebleven. De normuren (aantal uren per product) van de producten van de OddV zijn de afgelopen vijf jaar eveneens ongeveer gelijk gebleven. Alleen loon- en prijsinflatie is doorberekend (bron: Informatiebrief sturen op de OddV/Risicogericht programmeren, d.d. 08-01-2021). -2-

Seinstra stelt de volgende optimalisaties voor (bron: Informatiebrief en presentatie Seinstra): • Er is nog een bescheiden efficiencywinst te halen als het gaat om verbeteren samenwerking gemeenten <=> OddV en betere afstemming en communicatie • Er is nog een knop ambitieniveau die op zijn minst een gesprek over financiën ondersteunt • Er is nog veel meer rendement te halen uit het loslaten van het sturen op vooral output én een betere opzet van de programmering • Een herijking van de risicoanalyse en bijbehorend minimaal aanvaardbaar uitvoeringsniveau helpen daarbij Wat doet de OddV met deze voorgestelde optimalisaties? Op basis van de ontvangen informatie kan de rekenkamercommissie daar nog weinig over zeggen. Een paar dingen zijn bekend: • De OddV ontwikkelt risicogericht programmeren: “Het AB heeft opdracht gegeven aan de OddV om samen met de partners (eigenaarsrol) door innovatie van het risicomodel de bijdrage die vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) op het gebied van bouwen en milieu levert aan de maatschappelijke opgaven van de gemeente op het gebied van veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid te optimaliseren. Dit wordt uitgewerkt in een programma “Risicogericht Programmeren” met als doel het rendement van de uitvoering te vergroten, een voorstel te doen voor een adequaat, minimaal uitvoeringsniveau en met een doorrekening te komen.

Resumerend brengen we in beeld wat het waarschijnlijke effect gaat zijn van de specifieke inzet van VTH-capaciteit.” (bron: Informatiebrief sturen op de OddV/Risicogericht programmeren, d.d. 08-01-2021) • Volgens de Kaderbrief 2023 van de OddV (05-01-2022) blijkt uit de vergelijking van Seinstra dat de OddV te weinig structureel budget beschikbaar heeft voor ontwikkeling en innovatie. Om de toekomstige opgaven aan te kunnen zal de OddV moeten doorontwikkelen. Onder andere door verbreding van het toezichtinstrumentarium en de ontwikkeling van een aanpak om het naleefgedrag van burgers en bedrijven te verbeteren. De OddV heeft in haar begroting echter geen budget beschikbaar voor een dergelijke organisatieontwikkeling. Daarom wordt een jaarlijks ontwikkelbudget van € 200.000 voorgesteld voor de jaren 2023, 2024 en 2025. De bijdrage van Barneveld hieraan bedraagt € 59.000 per jaar. Het benodigde budget voor 2022 wordt gedekt uit de reserve van de OddV (bron: Raadsvoorstel Kaderbrief Omgevingsdienst de Vallei, 05-01-2022). 2. Landelijk rapport over omgevingsdiensten – Om de leefomgeving (maart 2021) Landelijk gezien zijn er veel ontwikkelingen in het ‘VTH-stelsel’ die gevolgen gaan hebben voor Omgevingsdiensten. Een commissie, onder leiding van Jozias van Aartsen, heeft het stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) geanalyseerd.

En daar in 2021 een rapport over uitgebracht: ‘Om de leefomgeving – Omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur’. De commissie komt tot de conclusie dat het VTH-stelsel (vergunning, toezicht en handhaving) niet goed functioneert. Hierbij signaleert zij dat het VTH-stelsel niet voldoet aan de oorspronkelijke bedoeling van de commissie Mans uit 2008. De commissie Van Aartsen is van oordeel dat het VTH-stelsel nog steeds wordt gekenmerkt door fragmentatie en vrijblijvendheid. Hierdoor ontstaat vermijdbare schade. Volgens de commissie moeten omgevingsdiensten effectiever en slagvaardiger kunnen opereren. Daarnaast is robuustheid van omgevingsdiensten van belang. Iedere omgevingsdienst moet ten minste opgewassen zijn tegen de veelheid van taken die de dienst opgedragen krijgt. Dat vraagt om voldoende omvang met -3-

bijbehorende financiering zodat de dienst taken kan uitvoeren op het gewenste kennisniveau en kan investeren in kennisopbouw, informatie-uitwisseling en kwaliteitsborging. Daaraan ontbreekt het bij veel omgevingsdiensten. De commissie Van Aartsen geeft tien aanbevelingen om tot verbetering van de omgevingsdiensten te komen: a) De ondergrens voor de omvang van de omgevingsdiensten verhogen. b) Kwaliteit verbeteren en afstemmen op aard van inrichtingen. c) Meer capaciteit en inzet voor strafrechtelijke handhaving en vervolging. d) Hetzelfde basistakenpakket voor elke omgevingsdienst. e) Landelijke normfinanciering in plaats van lokale outputfinanciering. f) Verplichting tot informatie-uitwisseling en investeren in kennisontwikkeling en kennisdeling. g) Eén uitvoerings- en handhavingsbeleid, en één uitvoeringsprogramma op basis van één risicoanalyse per regio. h) Versterking van de positie van de directeur door verplicht mandaat en herzien van de benoemingsprocedure. i) Inrichten van Rijkstoezicht op omgevingsdiensten. j) Advisering en uitvoeringstoets door omgevingsdiensten over omgevingsplannen. Interbestuurlijk programma voor verbetering VTH-stelsel Naar aanleiding van dit rapport komt er een interbestuurlijk programma van het Rijk, IPO, VNG en Omgevingsdienst NL. Het doel van het interbestuurlijke programma (IBP) is om het functioneren van het VTH-stelsel te verbeteren.

Dit programma heeft een looptijd van twee jaar en start in september 2022. Het IBP heeft zes pijlers: 1. Robuuste omgevingsdiensten en financiering 2. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving en vervolging 3. Informatievoorziening VTH 4. Kennisinfrastructuur en arbeidsmarkt 5. Onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving 6. Monitoring kwaliteit milieutoezicht Reactie Gelderse omgevingsdiensten op landelijk rapport ‘Om de leefomgeving’ In het landelijke rapport ‘Om de leefomgeving’ komt de OddV niet specifiek terug. Maar de zeven Gelderse omgevingsdiensten, waaronder de OddV, reageren wel in een notitie op de tien bovengenoemde aanbevelingen (d.d. 03-05-2021). De omgevingsdiensten in Gelderland werken samen in een Gelders Stelsel. Naast de werkzaamheden die elke omgevingsdienst uitvoert in zijn eigen regio, is ook een aantal stelselafspraken gemaakt. Elke Gelderse omgevingsdienst voert een specifieke taak uit voor de andere zes omgevingsdiensten. Dit Gelders Stelsel heeft als reactie op het rapport van commissie Van Aartsen de volgende ambities vastgesteld: • Regionale uitvoering in verbinding met de Omgevingswet. • Waar een grotere scope noodzakelijk is, vullen de Gelderse omgevingsdiensten elkaar aan ter versterking van de integraliteit, leefbaarheid en kwaliteit. -4-

• • • •

Een centrale Gelderse programmering (bijvoorbeeld toezicht complexe bedrijven) om uitvoering te geven aan level playing field gericht op uniformering, toezicht en de uitrol van LHS. Een gezamenlijke systematiek implementeren en naleven (LHS en sanctiestrategie). Extra investeren op (gezamenlijke) kennisontwikkeling afgestemd op het vereiste kwaliteitsniveau en de toekomstige maatschappelijke opgaven (energie, duurzaamheid, klimaat etc.). Periodieke audits uitvoeren met bestuurlijke verantwoording op de gemeenschappelijke taken, waaronder de stelseltaken, die gemeenschappelijke doelen dienen in Gelderland.

3. Landelijk rapport over omgevingsdiensten ‘Omgevingsdiensten in beeld’ (september 2021) Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft SPPS/TwynstraGudde de opdracht gegeven om relevante data van alle omgevingsdiensten te verzamelen en te analyseren. In het rapport ‘Omgevingsdiensten in beeld’ zijn op landelijk niveau en per omgevingsdienst gegevens beschikbaar over aantallen bedrijven, aantallen medewerkers, aantallen uitgevoerde inspecties, de jaarlijkse budgetten et cetera. De verzamelde data maken onder meer zichtbaar dat er een grote spreiding is in de wijze waarop omgevingsdiensten hun taken uitvoeren en hoe zij worden gefinancierd. Bijvoorbeeld de inspectiefrequentie, de actualiteit van vergunningen, de inzet van bestuurs- en strafrecht en het melden van ongewone voorvallen, verschillen sterk per regio. Er is een grote variatie in omvang en taken. In het rapport ‘Omgevingsdiensten in beeld’ zijn veel vergelijkingen van de omgevingsdiensten opgenomen, waaronder de OddV. In dit vooronderzoek heeft de rekenkamercommissie het rapport nog niet zodanig kunnen analyseren dat conclusies getrokken kunnen worden over de OddV. Bovendien verschillen de omgevingsdiensten sterk in omvang, takenpakketten en beleid. Dat maakt het lastig om uitspraken te doen over de OddV op basis van de vergelijkingen in het rapport. 4.

Onderzoek van provincie Gelderland naar omgevingsdiensten (eind 2021) In 2021 heeft de provincie Gelderland een onderzoek naar de Gelderse omgevingsdiensten gedaan. Begin 2022 is dit afgerond. Dit was een doeltreffenheids- en doelmatigheidsonderzoek, conform ex artikel 217a Provinciewet. De resultaten zijn openbaar en te vinden op JM - Onderzoek ex artikel 217a Provinciewet naar Gelders stelsel van omgevingsdiensten en vervolgtraject (PS2022-188) Provincie Gelderland (stateninformatie.nl). In het onderzoeksrapport zijn geen resultaten opgenomen die specifiek voor de OddV gelden. De resultaten gaan over de zeven Gelderse omgevingsdiensten in het algemeen. De belangrijkste conclusie uit het onderzoek is dat het stelsel op dit moment onvoldoende robuust is. Het doel van het vervolgtraject is om de robuustheid van het Gelders Stelsel en de Gelderse omgevingsdiensten te versterken. Over de robuustheid van het stelsel waren de respondenten in het onderzoek vrij positief. Over de robuustheid van de afzonderlijke diensten is het beeld meer divers; het gaat dan vooral over de bedrijfsmatige continuïteit en de uitvoeringskracht van afzonderlijke diensten. Voor de grotere diensten zijn die eenvoudiger te realiseren dan voor de kleinere. De kleinere diensten beoordelen de robuustheid evenwel positief; voor de complexe gevallen zijn er binnen het stelsel immers de grotere -5-

omgevingsdiensten. Als het gaat om robuustheid vindt men een balans tussen nabijheid van de omgevingsdiensten en de kwaliteit / robuustheid van belang. In maart 2022 hebben Provinciale Staten dit onderzoek besproken. Het vervolgtraject is dat intensief, ook binnen de besturen van de omgevingsdiensten, gesproken gaat worden over de toekomst van het Gelders Stelsel. Het vervolgtraject bestaat uit twee fasen. Tijdens de eerste fase wordt onderzocht aan welke inhoudelijke kwaliteitseisen de uitvoering van de VTH-taken door de omgevingsdiensten moet voldoen. In de tweede fase wordt vooral onderzocht welke organisatorische voorwaarden nodig zijn om dit mogelijk te maken (bron: Statenbrief ‘Onderzoek ex artikel 217a Provinciewet naar Gelders stelsel van omgevingsdiensten en vervolgtraject’, 16-03-2022).

OddV en de raad van Barneveld De raad wordt op verschillende manieren geïnformeerd over de OddV, via kaderbrieven, begrotingen en jaarrekeningen. Ook zijn er presentaties gegeven en visitaties van raadsleden bij de OddV (bron: ambtelijk contactpersoon). Bij de begrotingsbehandeling in 2020 heeft de raad van Barneveld twee amendementen behandeld die met de OddV te maken hadden. De fractie van de VVD wilde via een amendement de ‘overige taken’ bij de OddV weghalen en weer laten uitvoeren door de Barneveldse organisatie. Aanleiding was de ‘weer stijgende kosten voor de OddV’, namelijk €637.000,-. Dit amendement is verworpen. Het tweede amendement, van de fractie van Lokaal Belang, had ook betrekking op de stijgende kosten: “Op basis van de kaderbrief 2021 van de OddV (Omgevingsdienst de Vallei) is een substantieel hogere bijdrage van de gemeente Barneveld opgenomen, namelijk €637.000 euro. Bij de bespreking daarvan heeft het college toegezegd zich ervoor in te zetten om deze kostenstijging te beperken. Nu blijkt toch de volledige stijging te zijn opgenomen in onze begroting 2021. Het deel van de verhoging dat te maken heeft met prijs/loonontwikkeling wordt gedekt uit de reguliere stelpost voor loon- en prijsstijgingen (€ 137.000), het restant (€500.000) komt rechtstreeks ten laste van het begrotingssaldo.

Wij vinden het te gemakkelijk om de kostenstijging zonder meer te accepteren en stellen daarom voor om tenminste de helft van de resterende €500.000 te schrappen en daarmee als taakstelling voor de dienstverlening van de OddV te beschouwen.” Dit amendement is ook verworpen. De raadscommissie Bestuur van Barneveld heeft op 26 oktober 2021 een gesprek gehad met de portefeuillehouder en de directeur van de OddV, over de mogelijke consequenties en kansen voor Barneveld van het rapport van commissie Van Aartsen (‘Om de leefomgeving’, zie pagina 3 van dit memo). Tijdens dit gesprek lichtte de portefeuillehouder toe dat de Gelderse omgevingsdiensten in het rapport Van Aartsen de erkenning misten van de werking en de nabijheid van het Gelders Stelsel. Daarom hebben de Gelderse omgevingsdiensten een reactie opgesteld, die beschreven is op pagina 4 van dit memo. Een omgevingsdienst moet het basistakenpakket zelfstandig kunnen uitvoeren, maar daarbij is het belangrijk om ook naar de typologie van een gebied te kijken: niet alle taken hoeven in elk gebied (regelmatig) uitgevoerd te worden. Daarom zijn binnen het Gelders Stelsel bestuurlijke afspraken gemaakt, waardoor individuele omgevingsdiensten een taak kunnen uitbesteden, omdat die te complex is of bijvoorbeeld niet vaak voorkomt.

De directeur van de OddV gaf tijdens het gesprek aan dat de OddV er wel continu naar streeft om de basistaken zelfstandig uit te voeren. Zo is de OddV inmiddels robuust genoeg om complexe handhaving, -6-

die eerst uitbesteed was aan de omgevingsdienst van Arnhem, nu zelf uit te voeren. Naar aanleiding van dit gesprek is besloten dat voor dit punt geen besluitvorming door de raad nodig was.

Vraag aan de auditcommissie Er is vrij veel informatie beschikbaar over de OddV en over omgevingsdiensten in het algemeen. Er zijn ook veel ontwikkelingen gaande in het VTH-stelsel, zowel landelijk als in Gelderland, die op enig moment effect gaan hebben op de werkwijze van de OddV. De voorkeur van de rekenkamercommissie gaat mede daarom niet uit naar een grootschalig onderzoek in samenwerking met andere rekenkamercommissies, zoals in de laatste vergadering van de auditcommissie als een van de opties werd genoemd. De rekenkamercommissie stelt voor het onderzoek te beperken tot de (financiële) relatie met Barneveld. Waar gaat de voorkeur van de auditcommissie naar uit? We onderscheiden op dit moment drie mogelijke invalshoeken: 1. Onderzoek naar de oorzaken van de ontwikkeling van kosten van de OddV. 2. Onderzoek naar de doeltreffendheid van de uitvoering door de OddV: levert de OddV op wat de raad met de omgevingsdienst wil bereiken? 3. Onderzoek naar sturing en ‘grip’ op de OddV: hoe blijft de raad ‘in control’ ten aanzien van de OddV?

Beschikbare documenten -

Uitvoeringsprogramma’s 2019, 2020, 2021 en 2022 Raadsvoorstellen bij begroting en jaarstukken OddV 2021, 2022 en 2023 Jaarverslag en jaarrekening 2019, 2020 en 2021 Koersdocument 2019-2022 De tekst van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst de Vallei (geldig sinds 14-11-2012) en een toelichting daarop. Dienstverleningsovereenkomst (DVO) Barneveld-OddV, 22-01-2018 Presentatie Arno Seinstra, Bestuurlijke sessie - Gesprek over maatschappelijke bijdrage, potentieel, keuzes en sturing OddV, 01-10-2020 Informatiebrief van het Algemeen Bestuur OddV aan de colleges en raden van de gemeenten en GS van de provincie ‘Sturen op de OddV – Risicogericht programmeren’, 08-01-2021 Rapport ‘Om de leefomgeving – omgevingsdiensten als gangmaker voor het bestuur’, 04-03-2021. Programmaplan Interbestuurlijk programma Versterking VTH-Stelsel. Rijk (IenW/ILT, JenV/OM en BZK), IPO, VNG en Omgevingsdienst NL werken in dit programma samen om het VTH-stelsel te verbeteren. Een notitie van de Gelders omgevingsdiensten met reactie op het rapport van de commissie Aartsen (0305-2021) Kaderbrief 2022 en Kaderbrief 2023 Omgevingsdienst de Vallei Een aantal memo’s en amendementen uit 2020 vanwege de benodigde budgetverhoging voor de OddV á €637.000,-. Onderzoek provincie Gelderland naar Gelderse omgevingsdiensten (januari 2022) Landelijk rapport Omgevingsdiensten in beeld (september 2021)

-7-

Quickscan Jeugdhulp Barneveld Aan: Leden van de auditcommissie Barneveld (vergadering 22 september 2022) Van: Rekenkamercommissie Vallei en Veluwerand Datum: 9 september 2022 _______________________________________________________________________________________________________

1. Inleiding In de vergadering van de auditcommissie van 16 juni 2022 hebben wij aangegeven dat we bezig zijn met een onderzoeksopzet naar Jeugdhulp in Barneveld. Voor het maken van deze opzet hebben we diverse informatie over jeugdhulp bestudeerd. In deze quickscan gaan we daar nader op in. Naar aanleiding van deze quickscan ziet de rekenkamercommissie geen meerwaarde in een verdiepend onderzoek naar de jeugdhulp in Barneveld. Dit heeft de rekenkamercommissie besloten in haar vergadering van 5 september.

2. Jeugdhulp onderwerp van rekenkameronderzoek Allereerst wordt geschetst hoe het onderwerp Jeugdhulp onder de aandacht is gebracht door de auditcommissie van Barneveld bij de rekenkamercommissie: • Op 11 maart 2021 heeft de auditcommissie voor het eerst gevraagd of de rekenkamercommissie onderzoek kan doen naar de oplopende kosten in de jeugdzorg in Barneveld. Er werd in deze vergadering wel geconcludeerd dat het dossier Jeugdzorg nog te veel in beweging was om te onderzoeken. Het onderwerp wordt dan geparkeerd en als mogelijk toekomstig onderwerp aangemerkt. • In juni 2021 geeft de auditcommissie toch weer jeugdbeleid als mogelijk onderwerp. De rekenkamercommissie verdiept zich in het onderwerp en ontdekt dat er een onderzoek gaande is van de VNG visitatiecommissie die naast Barneveld onderzoek doet bij 29 gemeenten naar de grip op de kosten in het sociaal domein. De rekenkamercommissie heeft dan het idee om een eventueel onderzoek daarom niet kwantitatief in te steken maar meer kwalitatief en te kijken naar de ervaringen van professionals en cliënten. • In november 2021 blijkt uit een informatief gesprek met twee beleidsambtenaren dat de gemeente bezig is met het opzetten van een nieuwe manier om de ervaringen van jongeren met jeugdhulp in beeld te krijgen. Onder andere door een ‘Barneveldse Brigade’ op te richten met daarin ervaringsdeskundigen.

Bovendien spreekt de gemeente elk kwartaal de zorgaanbieders, waarin deze aanbieders gelegenheid krijgen om eventuele knelpunten te benoemen. Daarom lijkt ook een onderzoek met een kwalitatieve insteek (cliëntervaringen en ervaringen zorgaanbieders) weinig meerwaarde te bieden. • Op 1 dec 2021 is er een raadsinformatiebijeenkomst waarin onder andere de resultaten van de VNG visitatiecommissie aan de orde zijn gekomen. • Voor de auditcommissievergadering van 11 jan 2022 heeft de rekenkamercommissie een memo opgesteld waarin staat dat “als de leden van de auditcommissie na de raadsinformatiebijeenkomst _______________________________________________________________________________________________________ 20220909_Quickscan Jeugdhulp Barneveld_aan auditcommissie_DEF -1-

•

(van 1 dec 2021) nog vragen hebben over het onderwerp Jeugdhulp, dan zal de rekenkamercommissie kijken of deze vragen aanleiding geven tot een rekenkameronderzoek”. De auditcommissieleden geven in de vergadering van 11 jan 2022 dan nog een keer aan dat ze de kosten van jeugdzorg goed in beeld willen hebben. Tijdens deze vergadering geven wij aan dat een mogelijk rekenkameronderzoek waarschijnlijk niet veel nieuwe informatie zal opleveren. Maar mogelijk kan het wel leiden tot een rapport dat ‘comfort’ biedt aan raadsleden, bijvoorbeeld door een soort benchmark uit te voeren zodat blijkt of de kosten in Barneveld redelijk overeenkomen met andere gemeenten. De leden van de auditcommissie stemmen daarmee in, zij willen vooral orde en duiding in de veelheid aan informatie. Ook is gezegd dat rekenkameronderzoek niet veel tijd van de ambtenaren moet vergen, omdat die al druk met het VNG visitatierapport en met de rapportages aan de raad bezig waren geweest. Vervolgens hebben wij besloten om een onderzoeksplan op te stellen en in de auditcommissie van 16 juni 2022 delen wij mede dat wij bezig zijn met een onderzoeksopzet. Hiervoor hebben we informatie verzameld en daar gaan we in de volgende paragrafen op in.

3. Informatie aan raad over jeugdhulp In deze paragraaf zetten we de informatie over jeugdhulp op een rij die de raad de afgelopen jaren heeft ontvangen. • In de periode 2019-2021 heeft de raad vier uitgebreide jeugdrapportages ontvangen. Eén van deze rapportages is als bijlage bij dit memo gevoegd. • 1 dec 2021: informatiebijeenkomst raadscommissie samenleving waar de rapportages van de VNG visitatiecommissie aan de orde zijn gekomen. In de volgende paragraaf gaan we selectief wat nader in op de inhoud van deze rapportages. Beide rapportages zijn als bijlage bij dit memo gevoegd. • Eind 2021 heeft er een herijking plaatsgevonden van het werkprogramma jeugd (zie bijlage). Deze herijking heeft geleid tot een opdracht voor evaluatie van het werkprogramma Jeugd door Radar (zie bijlage). • In april 2022 is er een kennissessie geweest voor nieuwe raadsleden, waarin ook ingegaan is op de actuele gang van zaken. • In het najaar 2022 ontvangt de raad een jeugdrapportage over het eerste halfjaar 2022.

4. Resultaten van VNG visitatiecommissie De VNG visitatiecommissie heeft een overkoepelende rapportage opgesteld en een specifieke rapportage voor Barneveld. De visitatiecommissie heeft 30 gemeenten bezocht in de periode 2019-2021 en heeft daarbij met name gekeken hoe de gemeenten grip houden op de uitgaven in het sociaal domein. Daarbij verstaan zij onder grip in het sociaal domein het volgende: 1. inzicht hebben in de ontwikkelingen in het sociaal domein. Dat houdt in dat er inzicht moet zijn in het gebruik van zorg, budgetverloop, in-, door- en uitstroom, maar ook in de voortgang van genomen maatregelen. Daarnaast vraagt het om redeneerlijnen (beleidstheorieën) die de inzet van middelen en het uitvoeren van activiteiten koppelen aan meetbare resultaten en (in-)directe effecten. 2. sturing geven op basis van het bij punt 1 genoemde inzicht en ook inzicht in de dynamieken die keuzes met zich meebrengen.

_______________________________________________________________________________________________________ 20220909_Quickscan Jeugdhulp Barneveld_aan auditcommissie_DEF -2-

Uit de overkoepelende rapportage komt volgens de visitatiecommissie onder andere het ontwikkelpunt naar voren om regionale samenwerkingen te optimaliseren. Met betrekking tot FoodValley, waar Barneveld toe behoort, staat daarbij letterlijk het volgende: “Goede voorbeelden van regionale samenwerkingen zijn de regio’s Foodvalley en West-Brabant West. Zo geldt in Foodvalley het principe dat zowel gemeenten als zorgaanbieders in samenwerking sterker staan dan alleen. Gemeenten blijven constant in verbinding via verschillende transformatieprojecten. Data en monitoring vanuit Foodvalley wordt benut, om transformatiedoelen te meten en hier op te sturen. In WestBrabant West wordt nauw samengewerkt tussen en geleerd met gemeenten en voortdurend kritisch gereflecteerd met partners, ook met een landelijke denktank.” In de specifieke op Barneveld gerichte rapportage (zie bijlage) staat dat de huidige monitoring in Barneveld zeer uitgebreid is en complete inzichten biedt rondom de stand van zaken. In de rapportage staat letterlijk: • De commissie is onder de indruk van de gegevensverzameling van het sociaal domein. Door de hoge mate van monitoring heeft Barneveld een goed beeld van wat er speelt in de gemeente en wat haar financiële situatie is. In dat opzicht is de gemeente Barneveld een good practice.

• Ook de mate waarin aangesloten is bij de monitoring op de beleidsdoelen en de financiële opbrengsten daarvan zijn ver ontwikkeld. In de bijlage van deze rapportage zijn de gegevens van aantallen gebruik en kosten geanalyseerd ten opzichte van het gemiddelde van gemeenten van vergelijkbare grootte, gemiddelde van weinig stedelijke gemeenten en het gemiddelde van Nederland.

5. Rekenkameronderzoek? Gezien de hoeveelheid en informatie die de raad reeds ontvangt en de resultaten van de VNG visitatiecommissie zien wij geen meerwaarde in een verdiepende onderzoek naar de jeugdhulp.

6. Bijlagen -

4e jeugdrapportage werkprogramma Jeugd 2019-2021, 16 nov 2021 Gemeente Barneveld visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein VNG Eindrapportage visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein VNG Herijkingsmatrix evaluatiebehoefte Jeugdhulp Opzet evaluatieonderzoek werkprogramma Jeugd gemeente Barneveld, Radar, 16 mei 2022

_______________________________________________________________________________________________________ 20220909_Quickscan Jeugdhulp Barneveld_aan auditcommissie_DEF -3-

-1Afdeling: Sociaal Domein Behandelaar: Essousi, Ali Telefoonnummer: 0342-495 248 Ter kennisname naar de raad Nummer beleidsproduct:

Onderwerp:

Voorstelnr. 1762 Barneveld, 16 november 2021 Portefeuillehouder: P.J.T. van Daalen Op overzicht Bestaand beleid (website)

4e Jeugdrapportage Werkprogramma Jeugd 2019-2021 (periode: januari-augustus 2021)

Gevraagde beslissing: 1. Kennis te nemen van de analyse op hoofdlijnen en het eindrapport van de visitatiecommissie (inclusief bestuurlijke reactie). 2. In te stemmen met de 4e jeugdrapportage Werkprogramma Jeugd 2019-2021 (periode: januari-augustus 2021) 3. De gemeenteraad te informeren (rubriek B) en de rapportage als bijlage mee te zenden.

Inleiding Op 3 maart 2021 is in de commissie Samenleving de derde jeugdrapportage besproken. Hierbij is de commissie bijgepraat over de (tussentijdse) voortgang en onzekerheden binnen de jeugdhulp gedurende de coronacrisis. Na bekendmaking (eind augustus) van de tweede voortgangsrapportage Jeugdhulpregio FoodValley bleek dat de kostengroei binnen de jeugdhulp groter is dan oorspronkelijk geprognotiseerd. Om de kostengroei te kunnen duiden is een analyse uitgevoerd. De uitkomsten van deze analyse, de link met corona en de kostengroei in relatie tot het kostenniveau van Barneveld zijn als bijlage toegevoegd. Daarnaast is de zorginhoudelijke verdieping en aanpak nader uitgewerkt in de bijgevoegde 4e jeugdrapportage Jeugd 2019-2021 (januariaugustus 2021). De acties die hieruit volgen worden opgepakt in de Taskforce Jeugd. Verder heeft de gemeente Barneveld zich laten visiteren om ook een onafhankelijk oordeel te krijgen over de mate van grip binnen het Sociaal Domein. Daarbij is het positief dat de visitatiecommissie heeft geconcludeerd dat het niveau van grip van de gemeente Barneveld kan worden gezien als: goed en in voortdurende ontwikkeling. De commissie is van mening dat Barneveld als voorbeeld kan dienen voor andere gemeenten uit de regio of zelfs uit geheel Nederland. Daarnaast wordt ook ingegaan op zaken waar mogelijk nog verbetermogelijkheden zijn.

Het eindrapport van de landelijke visitatiecommissie (VNG) is als bijlage toegevoegd. Onze bestuurlijke reactie is als onderdeel opgenomen in het rapport. Eén van de adviezen van de visitatiecommissie is het opstellen van een gezamenlijk ontwikkel- en preventieplan rondom onderwijs, waarbij uiteen wordt gezet hoe scholen en zorgaanbieders elkaar kunnen versterken. In overleg met de scholen zijn wij gestart met een gezamenlijke preventieplan. Een onderdeel van het preventieplan is een gezamenlijk werk en ontwikkelagenda. Voor het vullen van een gezamenlijke werk- en ontwikkelagenda sluiten wij aan bij verkenningen die lopen in het kader van Nationaal Programma Onderwijs. Bijlage -

Analyse op hoofdlijnen: verloop jeugdhulp 2021 4e Jeugdrapportage 2019-2021 (januari-augustus 2021) Eindrapport: Visitatiecommissie financiële beheersbaarheid sociaal domein (Gemeente Barneveld)

Analyse op hoofdlijnen: verloop jeugdhulp 2021

Datum: 16 november 2021 Ter attentie van:

Afzender:

Gemeenteraad College

Inleiding Tijdens de behandeling van de programmabegroting 2021 op 11 november 2020 is de Raad geïnformeerd over een verhoogde prognose voor 2021 vanwege een (te verwachten) kostengroei, die deels het gevolg is van de coronacrisis. Daarbij is ook opgemerkt dat de definitieve kostengroei sterk afhankelijk is van de mate waarin de jeugdhulptrajecten zich ontwikkelen gedurende de coronacrisis. In de tekst van de voorgaande programmabegroting staat: de aantallen en de zorgzwaarte van jeugdhulptrajecten kunnen om diverse redenen op, onder of boven het niveau van vóór de coronacrisis uitkomen en dat maakt het een onzekere factor in de prognose. Op 3 maart 2021 is de Raad in de commissie Samenleving bijgepraat over het verloop binnen de jeugdhulp. Daarbij is melding gemaakt van een kostengroei terwijl er minder kinderen gebruik maken van de jeugdhulp. Dit was deels een verwezenlijking van de eerdergenoemde verwachting van verzwaarde jeugdhulptrajecten gedurende en na de coronacrisis. Na de lockdown lijken hulpvragen intensiever van aard. Daarnaast is ook geconstateerd dat de doorzetting van het transformatie-effect is gestagneerd omdat de uitvoering transformatieprojecten grotendeels is vertraagd tijdens de coronacrisis. Hierdoor nam ook de demping van de kostengroei af.

Na bekendmaking (eind augustus) van de tweede voortgangsrapportage Jeugdhulpregio FoodValley bleek dat de kostengroei binnen de jeugdhulp groter is dan eind 2020 geprognotiseerd. In de maandrapportage van september 2021 is de Raad medegedeeld dat de transformatie Specialistische Jeugdhulp negatief afwijkt op financieel vlak. De definitieve kostengroei krijgt steeds meer omlijning en is fors hoger dan eerder verwacht en geprognosticeerd. Op basis van deze actuele financiële werkelijkheid moet het budget voor 2021 worden bijgesteld. Om de kostengroei te kunnen duiden is een analyse uitgevoerd. De uitkomsten hiervan zijn vertaald naar een aanpak om erger te voorkomen en/of verbeteringen toe te passen in het jeugdhulpveld van Barneveld. Deze memo bevat de hoofdlijnen van deze analyse waarbij wordt ingegaan op de uitkomsten van deze analyse, de link met corona en de kostengroei in relatie tot het kostenniveau van Barneveld. De zorginhoudelijke verdieping en aanpak zijn nader uitgewerkt in de bijgevoegde 4e jeugdrapportage Jeugd 2019-2021 (januari-augustus 2021). De acties die hieruit volgen worden opgepakt in de Taskforce Jeugd.

Verder heeft de gemeente Barneveld zich laten visiteren om ook een onafhankelijk oordeel te krijgen over de mate van grip binnen het Sociaal Domein. Daarbij is het geruststellend dat de visitatiecommissie heeft geconcludeerd dat het niveau van grip van de gemeente Barneveld kan worden gezien als: goed en in voortdurende ontwikkeling. Daarnaast wordt ook ingegaan op zaken waar mogelijk nog verbetermogelijkheden zijn. Het eindrapport van de landelijke visitatiecommissie (VNG) is als bijlage toegevoegd.

Analyse jeugdhulp in hoofdlijnen Gedurende de lockdowns (t/m februari 2021) Aantal cliënten

Waarde per cliënt

Bedrag goedgekeurd

Na de lockdowns zijn duidelijke trends zichtbaar geworden. Deze trends hebben betrekking op het aantal cliënten in zorg, clientwaardes en zorgkosten gerelateerd aan 3 belangrijke fasen: intelligente lockdown (maart 2020 – juni 2020), gedeelte lockdown (oktober 2020 – december 2020) en de harde lockdown (december 2020 – februari 2021). Daarnaast is er een trend zichtbaar na de deze lockdowns (zogenaamde inhaalzorg). Gedurende alle lockdowns is zichtbaar geworden dat er minder jeugdigen zijn geholpen binnen de jeugdhulp. Tijdens deze perioden duikt het aantal jeugdigen in de jeugdhulp onder het niveau van dezelfde periode een jaar daarvoor (zie 1e plaatje). Dit lijkt een logisch gevolg van fysiek beperkende maatregelen gedurende de lockdowns. Niet alle zorgvormen zijn geschikt om op afstand te leveren. Tegelijkertijd zijn de clientwaardes gedurende dezelfde periodes toegenomen (zie 2e plaatje). Dit duidt erop dat de jongeren die wel jeugdhulp kregen, meer of zwaardere jeugdhulp ontvingen dan voorheen. Daarnaast zijn jeugdhulpaanbieders op basis van landelijke richtlijnen gecompenseerd voor omzetverlies. Mede door de toegenomen clientwaardes en omzetcompensatie heeft een afname van aantal jeugdigen nooit geleid tot een afname van jeugdhulpkosten.

De bestaande kostengroei heeft zich evenredig doorgezet (zie 3e plaatje) gedurende de lockdowns ondanks de periodieke afname van jeugdhulptrajecten. Op basis van de toenmalige cijfers werd eind 2020 ingeschat dat er na deze lockdowns een nieuwe piek kan worden verwacht van gestaakte jeugdhulptrajecten, die wellicht in een zwaardere vorm zal worden herstart (zogenaamde inhaalzorg). Deze piek is gaan spelen na de laatste lockdown (vanaf februari 2021) en blijkt vele malen hoger dan de verhoogde prognose eind 2020 (zie 3e plaatje). Na de lockdowns (vanaf maart 2021) De prognose was op basis van de toenmalige bevindingen eind 2020 verhoogd maar de daadwerkelijke groei blijkt op basis van de Tweede Voortgangsrapportage (Q2) veel malen hoger dan verwacht. Het totaal aantal cliënten en jeugdhulpkosten lijken vooral te pieken gedurende en na de lockdowns en weer te stabiliseren vanaf juli 2021 maar het is te vroeg om op basis hiervan conclusies te trekken. Tegelijkertijd zien wij (na een nadere verdieping) dat de onderdelen ‘Begeleiding specialistisch’ en ‘JeugdGGZ’ fors hoger uitkomen dan een jaar geleden. Deze onderdelen zijn overwegend verantwoordelijk voor de forse kostengroei van de afgelopen maanden:

Begeleiding Specialistisch Aantal cliënten

Waarde per cliënt

Bedrag goedgekeurd

Waarde per cliënt

Bedrag goedgekeurd

Jeugd-GGZ Aantal cliënten

De kostengroei is dus grotendeels toe te schrijven aan toenames binnen de deelsegmenten Begeleiding Specialistisch en Jeugd-GGZ. Bij Begeleiding Specialistisch ligt het aantal cliënten en de jeugdhulpkosten fors hoger zonder dat er zicht is op stabilisatie van deze toenames. Bij de Jeugd-GGZ lijken de pieken zich meer om te zetten in dalen en bewegen zich richting het niveau van een jaar geleden. Deze trend moet langer gemonitord worden om daadwerkelijk te kunnen concluderen dat het om een stabilisatie gaat. Begeleiding specialistisch en Jeugd-GGZ Op basis van deze kwantitatieve bevindingen heeft een kwalitatieve vervolgverdieping plaatsgevonden in de vorm van dossieronderzoek van actieve jeugdzorgbeschikkingen binnen deze kostenverhogende onderdelen van de jeugdhulp. Momenteel zijn meer dan 300 dossiers geanalyseerd binnen ‘Begeleiding Specialistisch’ en ‘Jeugd-GGZ’. Begeleiding Specialistisch Het betreft vooral gedragsproblematiek en opvoedproblematiek samenhangend met een diagnose bij de jongere en soms ook ouders. Hierbij valt vaak op dat de diagnose ASS, ADHD, of aanverwanten zijn gesteld bij de jongere. Hulp is vaak gericht op psycho-educatie, pedagogische handvatten voor ouders en school, helpen initiatief nemen in sociale situaties. Vaak vindt deze hulp plaats na een GGZ-traject.

Begeleiding Specialistisch wordt overwegend door de gemeente toegewezen (70%), daarna door de Gecertificeerde instelling (24%) en huisarts/medische specialist (6%). Het gaat regelmatig om trajecten van langer dan een jaar. Jeugd-GGZ Jeugd-GGZ betreft een gevarieerde ondersteuningsvraag met betrekking tot diagnostiek, (breed) onderzoek, trauma, ambulante ondersteuning, behandeling en/of begeleiding. De meeste trajectenduren maximaal 2 jaar. Een aantal trajecten duren langer dan 2 jaar. Bij 55% van de cliënten is de huisarts de verwijzer. Bij 34% van de cliënten is de gemeente de verwijzer. De gespreksvoerders zijn dus bij ongeveer 1/3 van de cliënten betrokken. Afgelopen periode kent een lichte groei van verwijzingen, het sterkst bij de gemeente. De financiële waarde van de verwijzing is het hoogst bij GI en medisch specialisten, maar dit betreft slechts een klein aantal kinderen. Ook de gemiddelde trajectwaarde ligt bij de gemeente hoger dan bij de huisarts (+35%).

Een verdergaande verdieping en de vertaling daarvan naar een aanpak zijn integraal uitgewerkt in de 4e Jeugdrapportage Jeugd 2019-2021 (januari-augustus 2021).

Kostengroei in relatie tot kostenniveau De bovenbeschreven kostengroei gaat vooral over een toename in kosten die niet in deze mate waren begroot (oorspronkelijk geprognotiseerd). De uitgewerkte analyse is gericht op het creëren van begrip voor onderliggende (maatschappelijke) ontwikkelingen en de vertaling naar een aanpak om erger te voorkomen en/of verbeteringen toe te passen in het jeugdhulpveld van Barneveld. De (toegenomen) kostengroei leidt tot een verhoging van het kostenniveau maar geeft in essentie geen waardeoordeel over het kostenniveau van de jeugdhulp in de gemeente Barneveld. Hooguit een indicatie van zorgvormen die een bepaalde alertheid vragen. Om een waardeoordeel te kunnen vormen over het kostenniveau van de jeugdhulp van de gemeente Barneveld is het relevant om het lokale kostenniveau ook in regionaal en landelijk context te bezien. Hierdoor ontstaat een compleet beeld van lokale ontwikkelingen in relatie tot regionale/landelijke ontwikkelingen. Regionaal Regionaal bekeken is ook zichtbaar dat begeleiding en de Jeugd-GGZ de grootste stijgers zijn. Barneveld is daar niet uniek in maar kent wel een grote kostengroei binnen deze onderdelen: Barneveld Ede Nijkerk Renswoude Rhenen Scherpenzeel Veenendaal

Begeleiding 0,6 0,5 0,2 0,0 0,2 0,1 0,4

Behandeling 0,2 0,6 0,4 0,1 -0,2 -0,1 -0,5

GGZ 0,6 0,1 0,4 0,1 0,0 0,3 1,2

Groep 0,0 -0,1 -0,2 0,0 0,0 0,0 0,2

Verblijf 0,2 -1,2 -0,2 -0,1 -0,1 0,1 -0,1

Eindtotaal 1,4 -1,1 0,3 0,1 -0,2 0,3 1,5

* Alleen de velden met significante afwijkingen in miljoenen euro’s zijn gemarkeerd. Leeg veld 0 betekent niet dat er geen verandering van kosten zijn. ** Let wel: Dit is de stand van het Dashboard in juli 2021 (geladen facturaties t/m juni 2021)

Op basis van CBS-data (2020) ligt het aandeel Barneveldse jeugdigen (8,2%) binnen de ambulante jeugdhulp lager dan het regionale gemiddelde (9,7%).

Landelijk Op basis van CBS-data (2020 ligt het aandeel Barneveldse jeugdigen (8,2%) binnen de ambulante jeugdhulp ook lager dan het landelijke gemiddelde (10,1%).

Samenvattend kan worden gezegd dat de ambulante jeugdhulp in alle regiogemeenten toeneemt, waarbij begeleiding en Jeugd-GGZ de grootste stijgers zijn. Barneveld kent wel een grotere kostengroei vergeleken met de regiogemeenten. Alleen Veenendaal groeit harder in relatie tot Jeugd-GGZ. Het lijkt erop dat het corona-effect in Barneveld iets forser is vergeleken met regiogemeenten. - Een constatering uit het dossieronderzoek is dat Barneveldse jeugdigen zwaardere ambulante jeugdhulpverlening krijgen. Als reactie hierop zijn transformatieprojecten uitgewerkt in de 4e jeugdrapportage Jeugd. Deze worden opgepakt in de Taskforce Jeugd. - Daarnaast zien we dat een deel van ambulante hulp wordt gestapeld op de residentiele jeugdhulp van jeugdigen die op basis van voogdij zijn geplaatst. Het aandeel voogdijplaatsingen in Barneveld is groter in vergelijking met de regiogemeenten. Ook de visitatiecommissie is opgevallen dat gestapelde voorzieningen een uitdaging zijn voor de financiële beheersbaarheid: één van de bevindingen van de visitatiecommissie is dat het onduidelijk is of transformatieprojecten voldoen om deze stijgende kosten structureel af te buigen. Deze ontwikkelingen worden opgelost met het nieuwe woonplaatsbeginsel per 2022.

Als we (los van de kostengroei) kijken naar de het totaal aantal jeugdigen dat gebruik maakt van ambulante jeugdhulp ligt het verbruik binnen Barneveld (vooralsnog) onder het regionale en landelijke gemiddelde.

Rapportage Werkprogramma Jeugd 2019-2021 Gezond opgroeien en opvoeden in Barneveld

Peildatum: Periode:

5 november 2021 januari 2021 – augustus 2021

De rapportage Jeugd geeft een samenvatting op hoofdlijnen van de financiële en inhoudelijke uitwerking van het Werkprogramma Jeugd. Deze rapportage geeft een actueel beeld van de kostenprognose, financieel- en inhoudelijk verloop en de verwijsstromen. Daarnaast gaan we in op de toe- en afname van de jeugdhulpkosten, het transformatie-effect en de reservering voor na te komen kosten. De rapportage zoomt in op de kostenontwikkeling binnen de gemeten periode in verhouding tot dezelfde periode vorig jaar (VJ).

-1-

Leeswijzer Kostenprognose

Analyse Kosten- en Cliënten Ontwikkeling

De kostenprognose is een actuele verwachting van de jeugdhulpkosten in een betreffend jaar ten opzichte van de begroting. Naast de kosten voor de specialistische jeugdhulp bevat de prognose ook de kosten voor PGB en lokale voorzieningen. Daarnaast is het transformatie-effect verwerkt.

De veranderingen binnen de diverse zorgvormen zijn het resultaat van de maatschappelijke in- en uitstroom binnen de Jeugdhulp. Per zorgvorm volgt een toelichting op de cijfers, betrokken jeugdhulpaanbieders en welke acties in gang zijn gezet.

Kosten- en cliënten ontwikkeling

Transformatie-effect

Dit onderdeel brengt het totale kosten- en cliëntenverloop in beeld. Totale kostenverloop Het totale kostenverloop is een resultaat van de totale toe- en afname van de jeugdhulpkosten in de gemeten periode. Dit resultaat wordt nader geduid door een uitsplitsing van jeugdhulpkosten binnen diverse zorgvormen, indexatie, reservering en het transformatie-effect. Het kostenverloop wordt via deze onderdelen in beeld gebracht om de veranderingen binnen deze onderdelen zo zuiver mogelijk te presenteren. Totale cliëntenverloop Het totale cliëntenverloop is een resultaat van de totale toe- en afname van de cliënten in de gemeten periode.

Het transformatie-effect is het resultaat van de transformatieprojecten. Het gaat om acties en casussen die zijn opgepakt als uitvoering van de transformatieprojecten uit het Werkprogramma Jeugd en waarvan de transformatiedoelen zijn behaald.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=32a72920-ca77-467a-9149-8a94fe3dbadf