CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bosweg I_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bosweg I (Voorthuizen)30.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

25

Bosweg I toepassing zijn in of rond het plangebied. Veel bedrijven hebben geen omgevingsvergunning milieu meer nodig, maar vallen onder algemene milieuregels zoals vastgelegd in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Aangezien de geurnormen uit de Wgv vrijwel één op één zijn overgenomen in het Activiteitenbesluit, kunnen bedrijven die onder dit besluit vallen ook gewoon worden meegenomen in de Wgv-toets. Onder een 'geurgevoelig object' wordt verstaan: een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. In de omgeving van het plangebied liggen geen veehouderijen.Geconcludeerd kan dan ook worden dat het aspect geur geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.7

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Artikel 3.1.6, tweede lid Bro luidt per 1 juli 2017 als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwik keling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen (artikel 1.1.1, eerste lid, onder i van het Bro). De ontwikkeling van kampeerplaatsen en chalets valt niet onder 'stedelijke ontwikkeling'. De chalets en vakantiewoningen zullen gebouwd worden op reeds bebouwde grond. De uitbreiding is een logisch vervolg op de hervitalisering van het bestaande gedeelte. In de omgeving zijn momenteel geen gronden te koop binnen bestaand stedelijk gebied die kunnen voorzien in deze ontwikkeling. Daarom is geen verdere toelichting vereist.

5.8

Leidingen en laagvliegroutes

Binnen of in de directe nabijheid van het plangebied komen geen leidingen of beschermingszones van leidingen voor die in het kader van onderhavig bestemmingsplan bescherming behoeven. Eveneens zijn er geen laagvliegroutes die beperkingen stellen aan de bouwhoogten.

5.9

Luchtkwaliteit

In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. Hierin is opgenomen dat bij een ruimtelijk besluit de gevolgen voor de luchtkwaliteit getoetst moet worden. Om te bepalen of de kwaliteit van de lucht ter plaatse voldoet aan de eisen uit de Wet milieubeheer en de daarop gebaseerde regelgeving, dient bij nieuwe ontwikkelingen onderzoek gedaan te worden naar de luchtkwaliteit. Projecten waarvan aannemelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De ontwikkelingen in het plangebied zijn dermate kleinschalig, dat ze vallen binnen de randvoorwaarden van het Besluit Niet in Betekenende Mate Bijdragen. De invloed van deze kleinschalige ontwikkelingen hoeven niet in beeld te worden gebracht. Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen heeft betrekking op de vraag of de gevolgen van een plan voor de luchtkwaliteit dienen te worden onderzocht. In het kader van het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) dient de luchtkwaliteit ter plaatse van nieuwe gevoelige bestemming die gelegen zijn op een afstand van minder dan 300 m vanaf de rand van een rijksweg of minder dan 50 m vanaf de rand van een provinciale weg te worden beoordeeld.

In dit geval is er geen sprake van een plan waar een gevoelige bestemming in de zin van het Besluit gevoelige bestemmingen mogelijk wordt gemaakt. Toetsing aan dit 26

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I besluit behoeft derhalve niet plaats te vinden. Conclusie Op basis van het voorgaande vormt luchtkwaliteit geen belemmering voor uitvoering van onderhavige plan.

5.10

Milieueffectrapportage

Niet voor alle nieuwe activiteiten hoeft een m.e.r.-procedure gevolgd te worden. Uitgangspunt van de m.e.r.-beoordeling is het 'nee, tenzij' -principe. Dat wil zeggen dat alleen een milieueffectrapport (MER) hoeft te worden opgesteld, wanneer er omstandigheden zijn die (waarschijnlijk) leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. De Wet milieubeheer maakt onderscheid in een m.e.r.-procedure voor plannen (planMER) en voor besluiten (besluitMER of projectMER). Voor een bestemmingsplan kan zowel de plan-m.e.r.-plicht als de besluit-m.e.r.-plicht gelden. Er zijn drie sporen waarlangs de m.e.r.-plicht kan ontstaan: 1. Plan- en/of besluit-m.e.r.-plicht: als de voorgenomen activiteit vermeld is in het Besluit milieueffectrapportage; 2. Plan-m.e.r.-plicht: als voor het plan een zogeheten passende beoordeling op grond van de Wet natuurbescherming gemaakt moet worden. Dat is het geval als het plan significante negatieve gevolgen kan hebben voor de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000 gebied; 3. Toetsing aan de provinciale milieuverordening. Besluit milieueffectrapportage De lijst van activiteiten in de onderdelen C en D van het Besluit bestaat uit vier kolommen. De eerste kolom bevat een omschrijving van de m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten. De tweede kolom vermeldt eventuele drempelwaarden.

Wettelijk kader Voor de vraag of een bestemmingplan besluit-m.e.r.-plichtig is, geldt dat het Besluit milieueffectrapportage onderscheid maakt naar m.e.r.-plichtige activiteiten en m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten. Onderdeel C van de bijlage bij dit Besluit vermeldt voor welke activiteiten altijd verplicht een MER moet worden opgesteld, voordat een (m.e.r.-plichtig) besluit mag worden genomen. In onderdeel D is vermeld welke activiteiten beoordelingsplichtig zijn. Voor dergelijke activiteiten moet het bevoegd gezag beoordelen of op basis van 'belangrijke nadelige gevolgen die de voorgenomen activiteit voor het milieu kan hebben', een m.e.r.-procedure noodzakelijk is. Daarbij geldt dat een bestemmingsplan alleen besluit-m.e.r.-plichtig is, als het bestemmingsplan in kolom 4 wordt genoemd. Voor de vraag of een bestemmingsplan plan-m.e.r.-plichtig is, geldt dat dit het geval is als het plan genoemd is in kolom 3 en activiteiten mogelijk maakt die in onderdeel C en D, kolom 1 vermeld zijn en voldoen aan de in kolom 2 genoemde drempelwaarden. Als een bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die Besluit-m.e.r.-plichtig is op grond van de uitkomst van een toets van een activiteit die onder de drempelwaarden blijft, dan is dat bestemmingsplan alsnog plan-m.e.r.-plichtig. Het maakt dan immers een (besluit) m.e.r.-plichtige activiteit mogelijk.

Voor zowel de plan-m.e.r.- als besluit-m.e.r.-plicht geldt dat als de activiteit onder de drempelwaarden uit kolom 2 van bijlage D blijft, met een vormvrije m.e.r. beoordeeld moet worden of alsnog een MER moet worden opgesteld. De centrale vraag die daarbij beantwoord moet worden is of er omstandigheden zijn die (waarschijnlijk) leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Daarbij moet in ieder geval worden getoetst aan de criteria die opgenomen zijn in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn. Als dergelijke milieugevolgen kunnen optreden, geldt alsnog de betreffende plan- en/of besluit-m.e.r.-plicht. Toetsing In dit geval is het bestemmingsplan niet m.e.r.-plichtig want de activiteit komt niet voor op de lijst in onderdeel C of D van het Besluit milieueffectrapportage. Daarnaast heeft toetsing aan de in bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn opgenomen criteria uitgewezen dat er geen sprake zal zijn van belangrijke "Bosweg I" (vastgesteld)

27

Bosweg I milieugevolgen, zodat een m.e.r. achterwege kan blijven. Passende beoordeling via de Wet natuurbescherming Voor het vaststellen van plannen die significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied kunnen hebben, dient een passende beoordeling gemaakt te worden (artikel 7.2a Wet milieubeheer juncto artikel 2.8, eerste lid Wet natuurbeschermingswet). Uit de beoordeling van het aspect ecologie (zie paragraaf 5.3) blijkt dat er voor dit plan geen passende beoordeling nodig is. De plan-m.e.r-plicht op grond van de noodzaak van een passende beoordeling voor de Wet natuurbescherming is hier niet aanwezig. Er is voor dit plan geen passende beoordeling nodig. Provinciale milieuverordening Provinciale Staten kunnen in de provinciale milieuverordening extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aanwijzen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en dus m.e.r.-plichtig zijn (artikel 7.6 Wet milieubeheer). Dit is dus aanvullend op de m.e.r.-plicht op basis van onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. (en dus ook aanvullend op de verplichting vanuit de Europese richtlijnen) én conform dezelfde systematiek. Provinciale staten van Gelderland hebben geen extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aangewezen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (en zo m.e.r.-plichtig zijn).

Conclusie Er hoeft geen milieueffectrapport te worden opgesteld.

5.11

Milieuzonering

Ten aanzien van bedrijvigheid geldt als uitgangspunt dat toekomstige woningen geen onevenredige milieuhinder (geur, geluid etc.) mogen ondervinden van nabijgelegen bedrijvigheid. In de publicatie ´Bedrijven en milieuzonering´ van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, editie 2009, worden in verband met de aanwezigheid van milieubelastende functies indicatieve afstandsnormen voorgeschreven tot milieugevoelige functies, vooral wonen. In het kader van voorliggend plan is alleen het bedrijf aan de Bosweg 17 van belang. Dit 'Bedrijf - Niet agrarisch' heeft de aanduiding 'opslag' en 'specifieke vorm van bedrijf - timmerwerkfabriek < 200 m². Deze kent volgens de VNG richtafstandenlijst een bedrijfscategorie van 3.1. met een minimale afstand tot gevoelige objecten van 50 meter. Door het amoveren van dit bedrijf zal de milieusituatie ter plaatse verbeteren. De gewenste uitbreiding van het kampeerterrein richting het noorden levert daarnaast geen nadelige effecten op voor gevoelige functies. Volgens de vng- richtafstandenlijst kent een kampeerterrein een afstand van minimaal 50 meter. Hiermee wordt voldaan aan de minimale afstanden. Veiligheidszone - Activiteitenbesluit Binnen de grenzen van het bestemmingsplan is geen gasdrukmeet- en regelstation aanwezig.

In het Activiteitenbesluit zijn veiligheidsafstanden opgenomen die moeten worden aangehouden tussen kwetsbare respectievelijk beperkt kwetsbare objecten en (onder andere) een gasdrukmeet- en regelstation (4-6 meter). Kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten volgens het Activiteitenbesluit zijn dezelfde objecten als die genoemd zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het gaat dan om onder andere woningen, ziekenhuizen en bedrijven. Tussen een woning en een gasdrukmeet- en regelstation moet een veiligheidsafstand van 6 meter worden aangehouden. Het onderhavige plan voldoet aan de voorgeschreven afstand. Binnen de veiligheidsafstand kunnen eveneens geen beperkt kwetsbare objecten worden opgericht. Er wordt voldaan aan de voorgeschreven afstand van 4 meter die geldt voor beperkt kwetsbare objecten. Liander heeft op 16 september 2020 aangegeven geen belangen in het gebied te hebben, daarom hoeven er in dit bestemmingsplan geen veiligheidsafstanden opgenomen te worden. Conclusie Vanuit milieuzonering zijn er geen belemmeringen voor het plan.

28

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

5.12

Natuur en landschap

Het plan voorziet in een uitbreiding en revitalisering van een bestaande camping. Hiertoe is een inrichtingsen beplantingsplan ingediend en akkoord bevonden door de gemeente. Deze is bijgevoegd in Bijlage 5. Aan de westzijde van het plangebied zal de bestaande parkeerterrein enigzins aangepast worden om de parkeerplaatsen landschappelijk goed in te passen. Hier om heen zal een afschermende houtsingel van 6 meter breed aangelegd worden. Een bestaande schuur aan de westzijde zal gesloopt worden. Hiervoor is een voorwaardelijke verplichting in de planregels opgenomen. Het een en ander resulteert in een aantal inrichtingsschetsen. In Hoofdstuk 3 zijn deze schetsen uitgewerkt. Voor een gedetailleerde tekening wordt verwezen naar Bijlage 5. Aan de noordzijde van het plangebied zal langs de uitweg een dassentunnel met dassenraster langs de gehele uitrit geplaatst worden (verbinding Apeldoornsestraat). Daarnaast zal op het kampeerveld meerdere bomengroepen aangeplant worden met om het gehele kampeerveld een houtsingel. Tot slot zal de beek enigzins verlegd worden met brede oevers en moerasstroken. Over het complete kampeerterrein zullen infiltratiegreppels worden aangelegd met stroken ruigte/lang gras en natuurlijke belijning. Afbeelding 3.1. laat een weergave zien van de landschapsinrichting ten behoeve van de uitbreiding.

Het inrichtingsplan (Bijlage 5) is door de adviseur landschap van de gemeente akkoord bevonden. Om de aanleg en de instandhouding van de terreininrichting zeker te stellen is er een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Ook is er ter meerdere zekerheid een verklaring ondertekend (met een waarborgsom).

5.13

Veiligheid

Om een veilige omgeving te creëren of te behouden is er op het gebied van fysieke veiligheid een aantal aspecten waarmee rekening gehouden moet worden. Zo worden er eisen gesteld aan de bereikbaarheid van de openbare wegen voor de hulpverleningsdiensten. Dit leidt tot het stellen van minimale afmetingen en bochtstralen zodat hulpverleningsvoertuigen een object of calamiteit goed kunnen bereiken en adequate hulp kunnen verlenen. Met betrekking tot voldoende bluswater in het openbare wegennet zijn er ook eisen gesteld. Deze eisen hebben betrekking op de afstanden vanaf de bluswatervoorziening tot aan een gebouw en de capaciteit ervan. In de “Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid” een uitgave van Brandweer Nederland worden deze eisen gesteld. Voor wat betreft de bereikbaarheid zijn er binnen de gemeente Barneveld hoofd- en subaanrijdroutes vastgesteld. Tevens worden er eisen gesteld aan de opkomsttijden voor brandweervoertuigen. Deze zijn afhankelijk van de bestemming. Voor gebouwen waarin geslapen wordt en verminderd zelfredzame mensen verblijven worden strengere eisen gesteld dan gebouwen waar dit niet zo is. De opkomsttijden zijn gesteld in de Wet veiligheidsregio’s (1 oktober 2010) met het daarbij behorende Besluit veiligheidsregio’s. In het Besluit zijn de tijdnormen voor de opkomsttijden vastgelegd.

Situatie Nieuwe ontwikkelingen zullen worden getoetst aan de Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid, het Besluit veiligheidregio’s en aan de eisen van de aangewezen hoofd- en subaanrijdroutes. Dit zal gebeuren bij de bouwplannen en inrichtingsplannen. Opkomsttijd In de Wet veiligheidsregio’s worden eisen gesteld aan de opkomsttijden van de brandweer. Deze zijn als norm vastgelegd in het bijbehorende Besluit. De opkomsttijd is de totale tijd die verstrijkt vanaf het moment dat de brandweer gealarmeerd wordt tot het moment dat de brandweer bij het betreffende adres arriveert. De maximale opkomsttijd is gerelateerd aan de gebruiksfunctie. De opkomst norm voor een standaard functie is 8 minuten, de werkelijke opkomsttijd voor Bosweg 17, Voorthuizen bedraagt minder dan 8 minuten. Bereikbaarheid op de camping Voor wat betreft de bereikbaarheid op de hoofdstructuur van de camping wordt voldaan aan de voorwaarden die gesteld zijn in de Handreiking. De wegen zijn over een breedte van 3,5 meter verhard. Echter is het niet duidelijk of er wordt voldaan aan de juiste bochtstralen. Voor een goede bereikbaarheid op het park is het van belang dat de bochten voldoen aan de volgende bochtstralen: "Bosweg I" (vastgesteld)

29

Bosweg I Binnenbocht: R 5.5 Buitenbocht: R 10 Als de bochten niet voldoen aan deze maten bestaat de kans dat een brandweervoertuig niet op de incident locatie kan komen. Bluswater Op het terrein is geen bluswatervoorziening aanwezig. De dichtstbijzijnde ondergrondse brandkraan met een capaciteit van 60m3 per uur bevind zich op ongeveer 200 meter van de ingang van het park. Wij adviseren daarom mede gelet op de risico’s en de omvang van het terrein om een bluswatervoorziening op eigen terrein te realiseren. In overleg met de brandweer kan worden bepaald hoe en waar deze voorziening geplaatst wordt. Dit zal ten tijde van de vergunningsaanvraag aangeleverd worden. Conclusie Er zijn voor wat betreft de eisen voor de veiligheid geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.

5.14

Verkeer

Nota park eernormen 2020 Kampeerveld wordt uitgebreid met 64 standplaatsen. Parkeernorm is 1,2 per standplaats, dus 77 parkeerplaatsen benodigd. In de nieuwe situatie zullen aan de westzijde van het plangebied 92 parkeerplaatsen (voor auto's) gerealiseerd worden en nog eens 5 extra plekken voor bijzondere voertuigen en campers. Eventuele toekomstige ontwikkelingen

Voor deze parkeerplaats zullen borden ten behoeve van eenrichtingsverkeer worden geplaatst. Daarnaast zal een verbodsbord voor het inrijden geplaatst worden. Het een en ander resulteert in de volgende afbeelding (5.3).

30

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

Afbeelding 5.3.: inrichting westzijde plangebied. Bij de uitbreiding aan de noordoostzijde zullen ook nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd worden. In totaal zullen hier 57 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd worden. De weg zal vanuit het bestaande plangebied lopen naar de nieuwe uitbreiding waarnaar deze doorloopt richting de Apeldoornsestraat. Aan deze weg zullen ter hoogte van de uitbreiding aan weerszijden parkeerplaatsen gerealiseerd worden (afbeelding 5.4). Daarnaast zal de weg uitkomen op de Apeldoornsestraat (afbeelding 5.5). Dit zal een éénrichtingsweg worden waarbij gasten alleen vanuit de camping richting de Apeldoorsestraat kunnen rijden. Inrijden van deze weg vanuit de Apeldoornsestraat is niet mogelijk. Hiervoor zullen twee verbodsborden om in te rijden geplaatst worden alsmede verplichte rijrichting. Dit resulteert in de volgende tekeningen.

Afbeelding 5.4.: parkeerplaatsen noordoostzijde.

"Bosweg I" (vastgesteld)

31

Bosweg I

Afbeelding 5.5.: rijrichting richting Apeldoornsestraat. Het plangebied is vanuit verkeerskundig oogpunt goed bereikbaar en de uitbreiding leidt naar verwachting niet tot een afname van de verkeersveiligheid rond het terrein. De bestaande inrit blijft gehandhaafd en er zal een nieuwe uitrit gerealiseerd worden. Conclusie Vanuit verkeer zijn er geen belemmeringen voor het plan.

5.15

Water

Waterparagraaf Deze waterparagraaf vormt het resultaat van het procesinstrument watertoets. De watertoets betreft het vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten bij de totstandkoming van ruimtelijke plannen. Het is verplicht de watertoets toe te passen. Hiermee wordt beoogd om het belang van water een evenwichtige plaats te geven in het ruimtelijk planproces. De watertoets heeft betrekking op het grond-, oppervlakte-, afval- en hemelwater. Het behandelt alle relevante waterhuishoudkundige aspecten zoals ontwatering, wateroverlast en waterkwaliteit. De waterparagraaf beschrijft het relevante waterbeleid, de betrokkenheid en het advies van de waterbeheerder en de waterhuishoudkundige uitwerking van het plan. Waterbeleid Waterbeheerprogramma 2016 – 2021 waterschap Vallei en Veluwe In dit programma heeft waterschap Vallei en Veluwe haar huidige koers en ambities voor de toekomst vastgelegd.

Het waterbeheerprogramma bestaat uit 3 deelprogramma's: Waterveiligheid; richt zich op het voldoende beschermen van het gebied tegen overstromingen, Watersysteem; onderverdeeld in landelijke, stedelijke en KRW systemen, waarbij gericht wordt gestuurd op de juiste hoeveelheid water, de juiste kwaliteit van het water en (in het stedelijk watersysteem) het zo veel mogelijk gescheiden houden van schone en vuile waterstromen, Waterketen; dit programma richt zich op goede oppervlaktewaterkwaliteit, het zo veel mogelijk gescheiden houden van schone en vuile waterstromen en de hoogst haalbare waarde uit het water halen. Ondanks de losse programma's voor het watersysteem en de waterketen worden deze wel heel nadrukkelijk als één systeem behandeld, en komen de ambities binnen deze programma's dus ook voor een groot deel overeen. In de programma's spelen het anticiperen van en reageren op klimaatontwikkelingen en het terugwinnen van grondstoffen een belangrijke rol. Waterplan Barneveld 2005 - 2025 en Hemelwaterplan 2017 - 2020 Het Waterplan geeft een integrale watervisie op het verhogen van de gebruikswaarde en belevingswaarde van water. Door een verantwoord gebruik en duurzame ontwikkeling van het water kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezond watersysteem. De volgende ambities worden genoemd:

32

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I Vasthouden en/of vertraagd afvoeren van hemelwater. Het scheiden van vuil en schoon water. Bij nieuwbouw het hemelwater van schone oppervlakken niet op de riolering lozen en bij voorkeur lokaal gebruiken, infiltreren of lozen op oppervlaktewater. In bestaand gebied hemelwater afkoppelen van het gemengd riool indien technisch en financieel haalbaar. De afvoer van schoon hemelwater vindt bovengronds plaats. Rioolwateroverstorten beperken om de doelstellingen voor waterkwaliteit te bereiken. Huidige situatie De planlocatie, camping het beloofde land in Voorthuizen, bestaat uit een recreatiepark met in totaal 181 verblijfsplaatsen. Naast de recreatieplekken zijn meerdere gebouwen gesitueerd (o.a. kantine, snackbar, berging en een multifunctioneel gebouw). Bij het gebied zijn twee a-watergangen gesitueerd die zowel langs als door het plangebied lopen, de Hoevenlakensebeek en de A-watergang langs de bosweg. Daarnaast lopen er diverse c-watergangen langs het gebied. Toekomstige situatie In het plangebied worden er meerdere servicegebouwen (horeca, sport, kantoor, kampwinkel, sanitair, berging en technische ruimte) van totaal 900m2 geplaatst. Daarnaast neemt het totaal aantal verblijfsplaatsen toe met 64 tot 245. Hierdoor is er een toename in het verhard oppervlak.

Het hemelwater wat hier vrijkomt stroomt af naar de omliggende 6 meter brede houtsingel met 2 meter brede infiltratiesloot t.b.v. afstromend hemelwater. Op de locatie wordt een nieuwe toegangsweg aangelegd. Het hemelwater wat hier valt stroomt af naar de 2.5 meter brede berm met infiltratiestrook. De kampeerlocaties worden per rij aan de achterzijde begrensd door een houtsingel met 1,5 meter brede houtsingel. Ook hier is ruimte voor infiltratie van water in de infiltratiestroken. Enkele houtsingels zijn uitgebreid met wadi's voor wateropvang. Ten zuiden van de uitbreiding wordt de beekloop verlegd binnen de eigendomsstrook van het waterschap. Over de lengte van de beek worden enkele 1-3 meter oevers/moerasstroken aangebracht. De parkeerplaats die wordt gerealiseerd op het te wijzigen terreindeel aan de westzijde bestaat grotendeels uit halfverharding. Tussen de parkeerplaatsrijen worden infiltratiestroken geplaatst t.b.v. het afstromend hemelwater. Dit leidt tot voldoende waterbergingscapaciteit. De riolering op het terrein is nog niet uitgewerkt of vastgesteld. Dit zal, volgens afspraak met de gemeente Barneveld, in de planfase uitgewerkt worden. Bij de realisatie van de woning, chalets, centrale voorzieningen en de bijgebouwen worden uit duurzaamheidsoogpunt geen uitlogende bouwmaterialen gebruikt.

De ontwikkeling sluit aan bij de waterhuishoudkundige doelen van de gemeente en het waterschap. Conclusie Vanuit water zijn er geen belemmeringen voor dit plan.

"Bosweg I" (vastgesteld)

33

Bosweg I

Hoofdstuk 6 6.1

JURIDISCHE ASPECT EN

Juridische aspecten

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft gemeenten de plicht tot het opstellen van een bestemmingsplan. In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is nader uitgewerkt uit welke onderdelen een bestemmingsplan in ieder geval moet bestaan. Dit zijn een verbeelding met planregels en een toelichting daarop. Daarnaast bieden zowel de Wro als het Bro opties voor een nadere juridische inrichting van een bestemmingsplan. Hierbij moet onder meer worden gedacht aan het afwijken met een omgevingsvergunning, wijzigingsbevoegdheden en het toepassen van nadere eisen. De bruikbaarheid van deze instrumenten is geheel afhankelijk van het doel van het bestemmingsplan en de gewenste bestemmingsmethodiek van de gemeente Barneveld. Het uitgangspunt is dat het bestemmingsplan moet voorzien in een passende regeling voor de komende tien jaar, dit is de geldigheidsduur van een bestemmingsplan. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende onderdeel van het bestemmingsplan.

De planregels vallen in vier hoofdstukken uiteen. Hoofdstuk 1 bevat de algemene voor het plangebied geldende bepalingen, de inleidende regels. Hoofdstuk 2 regelt de bestemmingen en het daarop toegestane gebruik. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, zoals de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, algemene afwijkings- en algemene wijzigingsregels en tot slot de algemene procedureregels. Tenslotte komt in hoofdstuk 4 het overgangsrecht en de slotbepaling aan bod. Bevoegdheid Het bevoegd gezag is het bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning. Over het algemeen zijn burgemeester en wethouders het bevoegd gezag. Het kan echter incidenteel voorkomen dat bijvoorbeeld het Rijk dan wel de provincie het bevoegd gezag is. Burgemeester en wethouders zijn altijd bevoegd gezag bij het wijzigen van een plan en het stellen van nadere eisen. 6.1.1 6.1.1.1

Inleidende regels Begrippen

In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing van het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normale spraakgebruik. De omschrijving van het begrip 'bouwperceel' staat in artikel 1. Een voorbeeld van een bouwperceel is een stuk grond waarop een woning staat met een tuin. De bestemmingen 'Wonen-1' en 'Tuin' horen beiden bij het bouwperceel. Het begrip 'Relatie' staat in artikel 1.114. Hierin staat beschreven dat het een op de verbeelding opgenomen aanduiding betreft die aangeeft welke bestemmingsvlakken met elkaar verbonden zijn en een eenheid vormen; Dit houdt in dat de aanduidingen die op beide verbonden bestemmingsvlakken staan niet zelfstandig gelezen moeten worden maar dat deze gelden als één geheel. Als bijvoorbeeld wordt aangegeven onder de bestemming Wonen I: 'de totale oppervlakte van buiten het bouwvlak gelegen bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 20% van dat bouwperceel, met een maximum van 150 m2, [...].' wordt bedoeld dat de maximum oppervlakte die is aangegeven op de verbonden vlakken als één maximum voor beide vlakken geldt en niet voor beiden afzonderlijk.

34

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

6.1.1.2

Wijze van meten

Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten (die bij het bouwen in acht dienen te worden genomen) moeten worden gemeten. 6.1.2 6.1.2.1

Bestemmingsregels Bestemming 'Groen'

Het structureel groen krijgt de bestemming 'Groen'. Onder structureel groen worden wijkparken, grotere groenelementen op buurt- of blokniveau, groen om wegen en waterlopen en wadi's verstaan. Binnen deze bestemming zijn ook speelvoorzieningen, waterlopen en waterpartijen en paden toegestaan. De bestemming 'Groen' wordt alleen toegepast op openbare gronden, niet op particuliere terreinen. In de omschrijving van de bestemming Groen staat dat de gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen (et cetera) 'met daaraan ondergeschikt parkeervoorzieningen'. Het is de bedoeling van de raad dat een relatief klein gedeelte van de gronden kan worden gebruikt als parkeervoorziening: om en nabij 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak. De raad beschouwt de parkeervoorzieningen dan als ondergeschikt. Die 10% is geen harde norm. De regeling is bewust flexibel geformuleerd. Als de parkeervoorzieningen meer dan de helft van de oppervlakte van het bestemmingsvlak beslaan, dan is in elk geval geen sprake van ondergeschiktheid. Wanneer de aanduiding 'geluidscherm' is aangegeven, is de grond tevens bestemd voor geluidscherm. De maximale bouwhoogte van het geluidscherm staat op de verbeelding. Wanneer sprake is van landschappelijke waarden wordt aan de hand van de geldende bestemming en de eigendomssituatie bepaald welke bestemming wordt toegekend.

Bij gemeentelijk eigendom kan het hierbij gaan om diverse bestemmingen, zoals 'Groen' en 'Verkeer' in combinatie met de dubbelbestemming 'Waarde-Landschap. Bij particulier eigendom kan het gaan om de bestemming 'Tuin', met de aanduiding 'groen'. Het is mogelijk om met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels voor de aanleg van in- en uitritten. Er is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om de bestemming 'Groen' in 'Tuin' te wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheid kan toegepast worden wanneer de gemeente grond verkoopt aan particulieren ter uitbreiding van tuinen.

6.1.2.2

Bestemming 'Recreatie'

De bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie 1' wordt opgenomen voor de terreinen waarop recreatiewoningen, tenten en stacaravans gesitueerd zullen worden. De gedeeltes binnen het plangebied die deze bestemming al hadden, zullen deze nieuwe bestemming krijgen. Daarnaast zal de noordoostelijke uitbreiding deze bestemming ook krijgen. In deze bestemming is opgenomen wat het maximum is aan verblijfsmogelijkheden. Binnen deze bestemming kan de eigenaar zelf de keuze maken waar de verblijfsobjecten komen te staan en in welke vorm. In deze hernieuwde bestemming zijn ruimere mogelijkheden opgenomen om de exploitant ruimte te bieden om een ruim aanbod aan de bezoekers te bieden. Door de aanduiding 'wisselende verhuur' wordt de exploitant ook uitgedaagd om de bezoekers jaar rond mogelijkheden te bieden zodat zij naar deze camping gaan. 6.1.2.3

Bestemming 'Verkeer'

De bestemming 'Verkeer' wordt opgenomen voor wegen, straten en paden, voet- en rijwielpaden. Daarnaast zijn parkeer-, groen- en speelvoorzieningen mogelijk. Evenals waterhuishoudkundige doeleinden en bermen. Wanneer de aanduiding 'geluidscherm' is aangegeven, is de grond tevens bestemd voor geluidscherm. De maximale bouwhoogte van het geluidscherm staat op de verbeelding. Wanneer de aanduiding 'pad' is aangegeven, is de grond alleen voor pad bestemd. Hiermee wordt "Bosweg I" (vastgesteld)

35

Bosweg I voorkomen dat auto's gebruik kunnen maken van het pad. Dit is van belang als het fiets- of voetpad twee wijken verbindt. Wanneer de aanduiding 'spoorweg' is aangegeven, is de grond tevens bestemd voor spoorweg. Hiermee wordt bereikt dat het overige verkeer gebruik kan blijven maken van de gronden, maar dat een spoorweg ook is bestemd. Terrassen en terrasoverkappingen Terrassen ten behoeve van horecainrichtingen waarvoor een exploitatievergunning op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld is verleend zijn binnen de bestemming 'Verkeer' toegestaan. Er zijn stedebouwkundige richtlijnen voor terrasoverkappingen en serres. Er bestaat een mogelijkheid dat horecainrichtingen een terras voorzien van een overkapping. Terrasoverkappingen kunnen een grote invloed hebben op de uitstraling en het gebruik van de openbare ruimte. Een terrasoverkapping mag geen negatief effect hebben op het straatbeeld en de ruimtelijke kwaliteit van de openbare ruimte.

6.1.2.4

Bestemming 'Water'

Alleen wanneer het water een belangrijk element vormt in zijn omgeving dan wel van groot belang is voor de waterhuishouding, wordt de bestemming 'Water' toegekend. Ook kan de bestemming 'Waterstaat-waterlopen' toegepast worden indien het bijvoorbeeld gaat om een waterloop welke ondergronds of via een overkluisd gedeelte loopt. In de andere gevallen valt water onder de bestemming 'Groen'. 6.1.2.5

Dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 1'

In alle gebieden die (nog) niet zijn vrijgegeven na archeologisch onderzoek of waar is besloten tot behoud in situ is een dubbelbestemming voor archeologie toegepast. De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' is toegepast bij een ondergrondse bouwdiepte van 0,3 m, in gebieden met een lage verwachtingswaarde (bij een oppervlakte van meer dan 10.000 m2).

6.1.3 6.1.3.1

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Het doel van de anti-dubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. 6.1.3.2

Algemene bouwregels

In artikel 'Ondergronds bouwwerk' is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen. De regeling houdt in dat ondergronds bouwen is toegestaan waar ook bovengronds bouwen is toegestaan, tenzij anders is aangegeven.

6.1.3.3

Algemene gebruik sregels

Ter verduidelijking van het plan wordt aangegeven dat het gebruiken van gronden ten behoeve van een seksinrichting in ieder geval strijdig is met de bestemming. Ten behoeve van nieuwe ontwikkelingen wordt in deze regels aangegeven dat er voldoende parkeerplaatsen aanwezig moeten zijn conform de nota parkeernormen. Hierbij wordt het vergroten van een woning uitgesloten.

36

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

6.1.3.4

Algemene aanduidingsregels

De aanduidingen bevatten specificaties van de (dubbel-)bestemmingen met betrekking tot het gebruik of het bouwen. Een gebiedsaanduiding is een aanduiding die verwijst naar een gebied waarvoor bijzondere regels, extra regels of nadere afwegingen gelden. Bij gebiedsaanduidingen gaat het veelal om zones en gebieden die aan sectorale regelgeving zijn ontleend. In de gemeente Barneveld zijn op diverse locaties in de openbare ruimte standplaatsen voor ambulante handel aanwezig. Deze standplaatsen worden gedurende één of meer dagdelen per week ingenomen door kramen of wagens van waaruit producten (zoals vis, snacks, bloemen en groente en fruit) worden verkocht. Een standplaats is alleen toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel standplaats'. Bij wijzigingen en herzieningen van het bestemmingsplan is het veelal noodzakelijk afspraken met betrekking tot het slopen van gebouwen of het realiseren van inrichtingsmaatregelen vast te leggen. Om dit te waarborgen wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hierbij worden aan het bestemmingsplan specifieke regels toegevoegd die de verzoeker verplichten om bij gebruikmaking van de toegestane ontwikkeling ook de inrichtingsmaatregelen te realiseren of bebouwing te slopen.

6.1.3.5

Algemene afwijkingsregels

Er is een algemene afwijkingsregel opgenomen wanneer dit voor een betere technische realisering van bouwwerken dan wel in verband met de werkelijke toestand van het terrein noodzakelijk is. Deze afwijkingsregel dient bij uitzondering te worden toegepast. De noodzaak om van de bestemmingsregeling af te wijken dient te worden aangetoond. Het is niet de bedoeling dat deze algemene bevoegdheid wordt toegepast in combinatie met het afwijken zoals dat bij een specifieke bestemming is genoemd. Met andere woorden: cumulatie van deze bevoegdheden is uitgesloten. Een voorbeeld: de maximale goothoogte voor een woning is 6 meter. Bij de bestemming 'Wonen-1' is de bevoegdheid opgenomen om met een omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels en die goothoogte te vergroten met maximaal 3 meter. Het is niet de bedoeling dat dan nog eens toepassing wordt gegeven aan de algemene afwijkingsbevoegdheid met een vergroting van nog eens 10% tot gevolg. Het is toegestaan om af te wijken van de goot- en bouwhoogte en inhoud en buiten het bouwvlak te bouwen wanneer de bestaande en eventueel bij te bouwen nieuwe bebouwing op het bouwperceel wordt geïsoleerd.

De uitbreiding is uitsluitend bedoeld wanneer de isolatiemaatregelen een grotere omvang van de bebouwing vragen om eenzelfde oppervlakte te krijgen als wanneer er geen of een beperkter isolatiepakket zou worden gehanteerd dat alleen aan de eisen uit het Bouwbesluit voldoet. Het gaat hier dus bijvoorbeeld om dikkere muren en/of een hoger dak.

6.1.3.6

Algemene wijzigingsregels

In deze bepaling wordt aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om bestemmingen te wijzigen ten behoeve van kleine overschrijdingen van bestemmingsgrenzen. De criteria, die bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn daarbij aangegeven. De bevoegdheid is bedoeld voor aanpassing aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein. Ook wordt hier aan het bevoegd gezag de mogelijkheid gegeven om, onder voorwaarden het plan wijzigen in die zin dat de aanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - Standplaats' wordt toegevoegd aan de gronden. 6.1.3.7

Algemene procedureregels

Op de voorbereiding van het besluit tot wijziging is afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening van toepassing, met dien verstande dat burgemeester en wethouders binnen acht weken na afloop van de termijn van terinzagelegging een besluit nemen omtrent de wijziging. Voor het stellen van nadere eisen is geen procedure opgenomen in de wet. De procedure staat beschreven in hoofdstuk 3 "Algemene regels" van dit bestemmingsplan.

"Bosweg I" (vastgesteld)

37

Bosweg I

6.1.4 6.1.4.1

Overgangs- en slotregels Overgangsregels

Voor de overgangsregels is onderscheid gemaakt tussen de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken en de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik. Zowel de overgangsbepalingen ten aanzien van bouwwerken als de overgangsbepalingen ten aanzien van gebruik gelden vanaf inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat zo weinig mogelijk gebruik wordt gemaakt van het overgangsrecht. Vooraf dient een afweging te worden gemaakt tussen legaliseren (positief bestemmen) dan wel handhaving van illegale situaties. De overgangsbepalingen voor bouwwerken en gebruik zijn overgenomen uit artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). 6.1.4.2

Slotregel

Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het voorliggende bestemmingsplan.

6.2

Handhaving

De gemeente acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteit te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaven zijn: de regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners van de gemeente mogen verwachten dat de gemeente die regels handhaaft: waarom zijn er anders regels opgesteld? Inwoners van de gemeente hebben als het ware recht op handhaving; handhaving gaat oneigenlijk gebruik van en daarmee de achteruitgang van de kwaliteit van het gemeentelijk grondgebied tegen. Een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit van een gebied in stand te houden en te verbeteren; niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid van daadkrachtig optreden aan. Het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan gemaakt worden tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere goede regelgeving (onder andere in bestemmingsplan), voorlichting, subsidieverlening, afwijken van bouwregels en gebruiksregels en de omgevingsvergunning worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.

In 2016 heeft de gemeente de Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, VTH-beleid vastgesteld. In dit VTH-beleid staat beschreven hoe het college van burgemeester en wethouders op hoofdlijnen omgaat met de uitvoering van VTH-taken en welke prioriteiten hieraan zijn toegekend. Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van de VTH-taken en heeft de uitvoering van deze taken met ingang van 1 april 2013 grotendeels belegd bij de Omgevingsdienst de Vallei. Bij de handhaafbaarheid van een bestemmingsplan spelen aspecten als communicatie, de planvorm, de normstelling, het daadwerkelijk kunnen handhaven en de controleerbaarheid van normen ook een belangrijke rol. Randvoorwaarde voor handhaving is dat er voldoende basis/grondslag is om te kunnen handhaven. Deze basis wordt gevormd door: de regeling in het bestemmingsplan zelf: de handhaafbaarheid van de planregels; het afwijkingenbeleid. In dit bestemmingsplan is gestreefd naar heldere, eenduidige planregels met zo min mogelijk interpretatiemogelijkheden. Verder zijn aan de in het plan opgenomen afwijkingsbevoegdheden duidelijke voorwaarden verbonden, die voldoende objectief bepaalbaar zijn.

38

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

Hoofdstuk 7

ECONOM ISCHE UIT VOERBAARHEID

Op grond van artikel 6.12, eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) stelt de gemeenteraad een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan voorkomt dat in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is aangewezen. Tijdens haar vergadering van 27 april 2010 heeft de gemeenteraad de bevoegdheden tot het al dan niet vaststellen van een exploitatieplan bij een besluit tot wijzigen van het bestemmingsplan gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders. De kosten voor het opstellen van het plan worden gedekt door het heffen van leges. Voor de kosten van tegemoetkoming in schade, bedoeld in artikel 6.1 van de Wro (planschade) is een afzonderlijke overeenkomst gesloten. De inhoud voldoet aan die van een anterieure overeenkomst in de zin van artikel 6.24 Wro. Er zijn bij dit plan geen andere kosten die in een exploitatieplan of exploitatieovereenkomst opgenomen moeten worden.

"Bosweg I" (vastgesteld)

39

Bosweg I

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN M AAT SCHAPPELIJKE UIT VOERBAARHEID De procedure voor het gedeeltelijk herzien van een bestemmingsplan is door de wetgever geregeld. Conform artikel 1.3.1. Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft het college op DATUM in de Barneveldse Krant en Barneveld Huis-aan-Huis en langs elektronische weg kennis gegeven van het voornemen om de voorliggende patiële herziening van het geldende bestemmingsplan voor te bereiden. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart.

8.1

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Er is in het gebied van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van bijzondere waarden of andere situaties waardoor deze ontwikkeling zou raken aan enig nationaal belang. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Verder is er geen sprake van provinciale belangen, zodat ook is afgezien van vooroverleg met de provincie Gelderland. Op grond van artikel 3.1.1 lid 2 Bro kan derhalve worden afgezien van overleg in door de provincie en het Rijk aangegeven gevallen. Het Waterschap Vallei & Veluwe heeft aangegeven dat geen vooroverleg nodig is indien de toename van de verharding kleiner is dan 4.000 m² en de waterhuishoudkundige doelen van het waterschap niet in het geding komen door een bestemmingsplan. Hier is sprake van zo een geval. Om die reden heeft geen vooroverleg met het waterschap plaatsgevonden. Ook belangen van omliggende gemeenten zijn bij dit plan niet in het geding.

8.2

Inspraak

De Wro bevat geen procedurevoorschriften met betrekking tot de inspraak, en is in Wro zelf niet verplicht gesteld. Dat neemt niet weg dat het de gemeente vrij staat toch inspraak te verlenen bijvoorbeeld op grond van de gemeentelijke inspraakverordening. In relatie daarmee bepaalt artikel 150 van de Gemeentewet onder meer dat in een gemeentelijke inspraakverordening moet worden geregeld op welke wijze bovenbedoelde personen en rechtspersonen hun mening kenbaar kunnen maken. Op 15 december 2009 heeft het college besloten dat bij bestemmingsplannen alleen inspraak wordt gevoerd bij plannen waarbij maatschappelijke belangen een rol spelen, die politiek gevoelig liggen of waarbij inspraak een bijdrage kan leveren aan de kwaliteit en/of snellere doorlooptijd van het plan.

8.3

Zienswijzen

Het ontwerp voor het bestemmingsplan heeft van … tot en met … ter inzage gelegen. Gedurende deze periode heeft een ieder de mogelijkheid gehad om een zienswijze naar voren te brengen. Tijdens deze zes weken zijn … reacties ingediend. pm

40

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

Bijlagen bij de toelichting

"Bosweg I" (vastgesteld)

41

Bosweg I

Bijlage 1 Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen bestemmingsplan Buitengebied 2012 Het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.1056-0004), welk bestemmingsplan is vastgesteld op 28 mei 2013 (en onherroepelijk geworden op 16 september 2015), is inmiddels gewijzigd door het college, herzien door de raad en gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad. In eerste instantie is een tweetal uitspraken verwerkt: de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 29 april 2015, zaaknummer 201307247/1/R2, 201305071/1/R2, 201305215/1/R2 en 201402967/1/R2; de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, ABRvS 16 september 2015, zaaknummer 201307247/5/R2. Daarnaast is het intrekkingsbesluit "Wijziging van het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" door het intrekken van enkele onderdelen" (IMRO-idn. NL.IMRO.0203.IB1056-0001), vastgesteld op 11 november 2014, verwerkt, waardoor enkele onderdelen (diverse locaties) van het moederplan "Buitengebied 2012" zijn ingetrokken. Daarnaast is het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" inmiddels vervangen door een aantal bestemmingsplannen (met op zichzelf staande bestemmingsplanregelingen, de zogenaamde postzegelplannen) en tevens een provinciaal inpassingsplan "Rondweg Voorthuizen N303" (met IMRO-idn. NL.IMRO.9925.IPN303Voorthuizen-VST1).

Deze plannen zijn niet relevant, in die zin dat ze geen planologische gevolgen hebben, voor onderhavig plan. Verder is een aantal uiteenlopende wijzigingsplannen door het college - met toepassing van de binnen het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" opgenomen wijzigingsbevoegdheden - en partiële herzieningen door de raad vastgesteld en verwerkt. De wijzigingsplannen en een deel van de partiële herzieningen zijn op perceelsniveau doorgevoerd en hebben geen directe invloed op (op het gehele grondgebied van) onderhavig plan. De volgende partiele herzieningen zijn doorgevoerd, waarbij ook de regels van het moederplan c.q. het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" zijn gewijzigd en daarmee wel van invloed zijn op onderhavig plan: Naam partiële herziening

IMRO-identificatienummer

Datum vastgesteld

4e partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1268-0002

13-4-2016

Apeldoornsestraat-Kieftveen, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1368-0002

14-12-2016

Elzenkamperweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1467-0002

4-7-2018

Esvelderweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1397-0002

30-1-2019

Esvelderweg-Vinkekampweg, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1484-0002

22-5-2019

Garderbroekerweg-Harskamperweg, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1371-0002

24-5-2017

Grote Muntweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1414-0002

31-1-2018

Harremaatweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1366-0002

1-2-2017

Kerkendelweg IV, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1440-0002

25-4-2018

Kerkweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1510-0002

9-10-2019

Lange Zuiderweg V, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1475-0002

14-11-2018

Meentweg-Valkseweg, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1439-0002

7-3-2018

Overhorsterweg II, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1485-0002

10-7-2019

Parapluherziening De Puurveense Molen

NL.IMRO.0203.1248-0002

30-9-2014

42

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

Parapluherziening functieveranderingsbeleid 2016 en woninginhoud

NL.IMRO.0203.1391-0002

5-7-2017

partiële herziening bestemmingsplan Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1241-0001

25-2-2014

Plaggenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1370-0002

1-2-2017

Tweede partiele herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1253-0003

8-7-2014

Vergroten inhoud woningen, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1376-0002

1-2-2017

Verzamelherziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1349-0002

8-11-2017

Vinkelaar II, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1421-0002

7-3-2018

Vrouwenweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1501-0002

10-7-2019

Welgelegenweg III, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1503-0002

10-7-2019

Zeumerseweg I, partiële herziening Buitengebied 2012

NL.IMRO.0203.1529-0002

11-12-2019

"Bosweg I" (vastgesteld)

43

Bosweg I

Bijlage 2 Stikstofberekening

44

"Bosweg I" (vastgesteld)

Ruimte voor Advies Adviesgroep voor ruimte, water & natuur Postbus 1799, 3600 BT Maarssen

Notitie stikstofberekening Bosweg 17, Voorthuizen Projectgegevens Betreft Project

: :

Stikstofberekening t.b.v. Wet natuurbescherming uitbreiding camping Beloofde Land

Opdrachtgever Contactpersoon Opgesteld door Datum Versie

: : : : :

Camping Beloofde Land Dhr. van Woerden J. Wezenaar, 06 46054452, wezenaar@ruimtevooradvies.nl 10-05-2021 V 4.0

1.

Aanleiding en doel

De opdrachtgever heeft Ruimte voor Advies gevraagd een stikstofberekening uit te voeren om te bepalen of er sprake is van een toename in stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden. Het gaat om mogelijke effecten tijdens de aanlegfase (door diverse mobiele werktuigen die tijdens de werkzaamheden op locatie ingezet worden, evenals verkeersbewegingen voor aan- en afvoer van materialen en werkverkeer van personeel) en gebruiksfase. Bij de gebruiksfase wordt zowel gekeken naar de extra verkeersbewegingen van en naar de camping als naar de mogelijke uitstoot van het nieuw te bouwen zwembad in de uitbreiding van de bestaande camping.

Afbeelding 1: Globale ligging projectlocatie (rood kader). Bron ondergrond: PDOK.

[1]

Notitie stikstofberekening Bosweg 17, Voorthuizen

10 mei 2021

Ruimte voor Advies Adviesgroep voor ruimte, water & natuur Postbus 1799, 3600 BT Maarssen

Door een uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer bruikbaar als toetsingskader om stikstofeffecten te bepalen. Er is momenteel geen sprake meer van een zogenaamde grenswaarde waaronder geen vergunningplicht geldt. Iedere toename > 0,00 mol/ha/j is daardoor vergunningplichtig. Met behulp van de online rekentool AERIUS (versie oktober 2020) is bepaald of er sprake is van een toename groter of kleiner dan 0,00 mol/ha/j wat stikstofoxiden (NOx) betreft.

2.

Beschrijving locatie en voorgenomen ontwikkelingen

De onderzoekslocatie betreft een perceel gelegen tussen de Apeldoornsestraat, de Bosweg en de Hoevelakensebeek in Voorthuizen in de gemeente Barneveld (zie afbeelding 1). De locatie ligt in het buitengebied ten oosten van Voorthuizen en is per auto bereikbaar. Buiten Voorthuizen heeft de directe omgeving een afwisselend karakter van bos, lanen, houtwallen, graslanden en akkers. De voornaamste ingrepen op het perceel zijn: • Aanleg nieuw kampeerterrein • Aanleg infrastructuur • Bouw openlucht zwembad

Afbeelding 2: De ligging van het plangebied (rood vierkant) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. De minimumafstand tussen het plangebied en N2000-gebied bedraagt ongeveer 1,9 kilometer. Dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen liggen eveneens op ongeveer 1,9 kilometer afstand in het natuurgebied de Veluwe. Bron:https://calculator.aerius.nl/calculator (bezocht: 01-05-2021), OSM & Kadaster.

[2]

Notitie stikstofberekening Bosweg 17, Voorthuizen

10 mei 2021

Ruimte voor Advies Adviesgroep voor ruimte, water & natuur Postbus 1799, 3600 BT Maarssen

Natura 2000-gebied de Veluwe ligt op ongeveer 1,9 kilometer in oostelijke richting (zie afbeelding 2). Hier zijn ook de dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen te vinden.

3.

Berekeningen en resultaten

3.1

Aanlegfase

3.1.1. Mobiele werktuigen aanlegfase Op het terrein worden diverse machines ingezet tijdens de aanlegfase. De werkzaamheden en in te zetten machines zijn terug te vinden in tabel 1. De gegevens zijn ingevoerd volgens de ‘draaiurenmethode’. De gehanteerde emissiefactoren en waarden voor onbelast brandstofverbruik zijn afgeleid uit het Excelblad TNO_getallen_voor_AERIUS_2020v9_mobiele_werktuigen.xlsx. De resultaten zijn zichtbaar in afbeelding 3.

BOUWFASE Werkzaamheden Inrichten kampeerterrein Aanleg infrastructuur

Aanleg zwembad

Type werktuig Mobiele kraan

Vermogen 85kW (STAGE V)

Uren inzet 60 uur

Belast 52 uur

Stationair 8 uur

Tractor

85kW (STAGE V)

Mobiele kraan Tractor

Bouwjaar werktuig -

40 uur

30 uur

10 uur

-

85kW (STAGE V)

80 uur

70 uur

10 uur

-

85kW (STAGE V)

40 uur

30 uur

10 uur

-

Shovel

80 kW (STAGE IV)

170 uur

130 uur

40 uur

-

Bestratingsmachine

70 kW (STAGE IV)

140 uur

125 uur

15 uur

-

Wals

50 kW (STAGE V)

8 uur

7 uur

1 uur

-

Trilplaat

10 kW (STAGE V)

20 uur

18 uur

2 uur

-

Mobiele kraan

85kW (STAGE V)

10 uur

8 uur

2 uur

-

Tractor

85kW (STAGE V)

5 uur

4 uur

1 uur

-

Verreiker

70 kW (Stage IV)

25 uur

15 uur

10 uur

-

Tabel 1: Omschrijving mobiele werktuigen die ingezet worden tijdens de aanlegfase.

[3]

Notitie stikstofberekening Bosweg 17, Voorthuizen

10 mei 2021

Ruimte voor Advies Adviesgroep voor ruimte, water & natuur Postbus 1799, 3600 BT Maarssen

Afbeelding 3: Rekenresultaten mobiele werktuigen. Bron: AERIUS Calculator (versie oktober 2020).

[4]

Notitie stikstofberekening Bosweg 17, Voorthuizen

10 mei 2021

Ruimte voor Advies Adviesgroep voor ruimte, water & natuur Postbus 1799, 3600 BT Maarssen 3.1.2. Verkeer aanlegfase Alle verkeersbewegingen zijn gemodelleerd als lijnbron in de categorie “buitengebied” (zie afbeelding 4). De standaardwaarden voor emissiefactoren en -hoogte zijn gehanteerd. Het verkeer is vanaf een centraal punt binnen het projectgebied ingetekend en gaat via de Jan de Jagerweg naar het kruispunt met de Bosweg. Hier gaat het verkeer rechtsaf. Aan het eind van de Bosweg komt het verkeer uit op een T-splitsing met de Apeldoornsestraat (N344). Op de Apeldoornsestraat (N344) gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld. • •

400 voertuigbewegingen van zwaar vrachtverkeer (vrachtwagens voor laden/lossen materialen, afvoer materialen, aan- en afvoer materieel, etcetera). 200 voertuigbewegingen van licht verkeer (2 aannemersbussen, 50 werkdagen).

Afbeelding 4: Rekenresultaten verkeersbewegingen voor de aanlegfase. Bron: AERIUS Calculator (versie oktober 2020)

3.2

Gebruiksfase

Het nieuw te realiseren zwembad krijgt een installatie met een warmtepomp en wordt dus gasloos aangelegd. De uitstoot van de installatie van het zwembad is hierdoor te stellen op nul. Op het camping is een grasmaaier aanwezig en deze zal per week 2,5 uur nodig hebben om het gras te maaien in het uit te breiden gedeelte. De grasmaaier is een Iseki SFH 240 diesel met een vermogen van 18 kW (Stage IV). De maaier wordt ingezet gedurende het groeiseizoen van het gras. Er is gerekend met 40 weken inzet per jaar (zie afbeelding 5). Overig tuingereedschap op het kampeerterrein werkt allemaal op accu.

[5]

Notitie stikstofberekening Bosweg 17, Voorthuizen

10 mei 2021

Ruimte voor Advies Adviesgroep voor ruimte, water & natuur Postbus 1799, 3600 BT Maarssen

Het nieuw aan te leggen kampeerterrein beschikt over 65 kampeerplekken. Alleen komt niet iedereen met de auto naar de camping en zullen sommige gasten vaker met de auto de camping op en af rijden voor bijvoorbeeld boodschappen. Daarom is de CROW norm gehanteerd van 0,4 verkeersbewegingen per standplaats per etmaal. Voor emissie uit verkeer tijdens de gebruiksfase wordt dus uitgegaan van 9490 verkeersbewegingen per jaar (zie afbeelding 6). Leveranciers voor bevoorrading van de camping zullen met dezelfde hoeveelheid transportmiddelen blijven rijden als in de huidige situatie. Er zullen geen extra verkeersbewegingen plaatsvinden in de gebruiksfase voor bevoorradingen. Het verkeer in de gebruiksfase is vanaf een centraal punt van het nieuw aan te leggen parkeerterrein ingetekend en gaat via de nieuw aan te leggen weg naar het kruispunt met de Apeldoornsestraat (N344). Op de Apeldoornsestraat (N344) gaat het verkeer op in het heersende verkeersbeeld.

Afbeelding 5: Rekenresultaten van de grasmaaier in de gebruiksfase. Bron: AERIUS Calculator (versie oktober 2020)

Afbeelding 6: Rekenresultaten verkeersbewegingen voor de gebruiksfase. Bron: AERIUS Calculator (versie oktober 2020)

[6]

Notitie stikstofberekening Bosweg 17, Voorthuizen

10 mei 2021

Ruimte voor Advies Adviesgroep voor ruimte, water & natuur Postbus 1799, 3600 BT Maarssen

4.

Conclusie

De AERIUS-berekeningen voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase vertonen met de ingevoerde waarden geen toename > 0,00 mol/ha/jaar in depositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden binnen Natura 2000-gebied de Veluwe en verderweg gelegen Natura 2000-gebieden. Effecten op instandhoudings-doelen van Natura 2000-gebieden als gevolg van toegenomen stikstofdepositie tijdens de aanlegfase en gebruiksfase zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof zijn geen vervolgstappen nodig. Deze conclusie is uitsluitend geldig met de ingevoerde waarden. Veranderingen met betrekking tot het type mobiele werktuigen, aantal draaiuren en veranderingen in verkeersbewegingen leiden mogelijk wel tot een toename > 0,00 mol/ha/jaar. In dat geval is een nieuwe berekening nodig. De berekening is als bijlage bij voorliggende notitie gevoegd. Mogelijke varianten zijn niet inbegrepen bij deze notitie. Houdt wel rekening met de overige relevante aspecten voortvloeiend uit de Wet natuurbescherming, zoals eventuele onderzoeken, ontheffingen en de algemene zorgplicht.

[7]

Notitie stikstofberekening Bosweg 17, Voorthuizen

10 mei 2021

Bosweg I

Bijlage 3 Quickscan natuurwaarden

52

"Bosweg I" (vastgesteld)

Ecol o gi s c he qu i c k s c an

Beloofde Land te Voorthuizen I n het k ader van uitbreiding en herinricht i ng c ampi ng

Titel

Ecolgische quickscan Beloofde Land te Voorthuizen

Betreft

Ecologische quickscan

Locatie

Beloofde Land, Bosweg 17 3781 NG Voorthuizen

Uitvoering

K. Wegerif, Ruimte voor Advies BV Deventerstraat 179 8171 NS Vaassen

Contactpersoon

Dhr. K.Wegerif, ecoloog/R. Harleman, natuur- en landschapsdeskundige wegerif@ruimtevooradvies.nl - 06 39713509 harleman@ruimtevooradves.nl - 0651613592

Opdrachtgever

Beloofde Land - Rein van Woerden

Datum

22-10-2020 (versie 1.0) 13-01-2021 (versie 2.0)

Status

Versie 2.0 - definitief

I N H OU D 1

Inleiding 4

1.1 Aanleiding en doel 1.2 Beschrijving locatie en ingreep 1.3 Opzet onderzoek 1.4 Kwaliteitsborg 2

Resultaten beschermde flora en fauna

8

2.1 Vaatplanten 2.2 Vogels 2.3 Vleermuizen 2.4 Grondgebonden zoogdieren 2.5 Vissen 2.6 Amfibieën 2.7 Overige soorten 3

Effecten en aanbevelingen 16

3.1 Vaatplanten 3.2 Broedvogels 3.3 Vleermuizen 3.4 Grondgebonden zoogdieren 3.5 Overige soorten 3.6 Algemeen 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=01616e80-0479-4cfb-9276-df840fd5e572