CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bosweg I_Toelichting.pdf

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bosweg I (Voorthuizen)30.796 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bosweg I

(september 2022) ontwerpbestemmingsplan Plannr. 1615

Bosweg I

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

3 INLEIDING

3

Hoofdstuk 2 BESTAANDE SITUATIE 2.1 Begrenzing plangebied 2.2 Geldende bestemmingen

4 4 4

Hoofdstuk 3 3.1 Visie

6 10

PLANBESCHRIJVING

Hoofdstuk 4 BELEIDSKADER 4.1 Inleiding 4.2 Rijk 4.3 Provincie 4.4 Waterschap 4.5 Gemeente

12 12 12 14 15 16

Hoofdstuk 5 RANDVOORWAARDEN 5.1 Bodem 5.2 Cultuurhistorie 5.3 Ecologie 5.4 Externe veiligheid 5.5 Geluid 5.6 Geur 5.7 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.8 Leidingen en laagvliegroutes 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieueffectrapportage 5.11 Milieuzonering 5.12 Natuur en landschap 5.13 Veiligheid 5.14 Verkeer 5.15 Water

21 21 21 22 24 25 25 26 26 26 27 28 29 29 30 32

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Juridische aspecten 6.2 Handhaving

34 34 38

Hoofdstuk 7

39

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 8.1 Overleg ex artikel 3.1.1 Bro 8.2 Inspraak 8.3 Zienswijzen

40 40 40 40

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Lijst intrekkingsbesluit, wijzigingen en herzieningen bestemmingsplan Buitengebied 2012 Bijlage 2 Stikstofberekening Bijlage 3 Quickscan natuurwaarden Bijlage 4 vleermuis- kerkuil onderzoek Bijlage 5 Uitbreiding Camping Het Beloofde Land

41

2

"Bosweg I" (vastgesteld)

42 44 52 81 89

Bosweg I

Toelichting Hoofdstuk 1

INLEIDING

Voor het perceel aan de Bosweg 17 in Voorthuizen is een verzoek ingediend om de daar gevestigde camping te mogen uitbreiden aan de noordoost kant alsmede een uitrit te realiseren op de Apeldoornsestraat. Aan de Bosweg 17 is gelegen 'Camping Beloofde Land'. Binnen de huidige bestemming is hier één camping toegestaan welke gelegenheid biedt tot recreatief verblijf in uitsluitend kampeermiddelen en stacaravans. De gewenste ontwikkeling van initiatiefnemer bestaat uit een sportveld, 64 extra recreatieve plaatsen, het herinrichten van het huidige kampeerterrein, extra ruimte voor parkeren en het aanpassen van de beekzone van de Hoevelakense Beek. Het kampeerterrein zal omgevormd worden naar een terrein met recreatiewoningen, glamping mogelijkheden, enz. Deze zullen in de omgeving worden ingepast. De uitvoering van dit plan is niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2012. Daarom is voorliggende bestemmingsplan opgesteld.

Afbeelding 1.1; ligging planlocatie Bosweg 17 (rood omlijnd) Voorliggend plan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit acht hoofdstukken. Na dit hoofdstuk beschrijft hoofdstuk 2 de bestaande situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 een beschrijving van het plan gegeven. Hoofdstuk 4 gaat vervolgens in op het beleidskader. Het vijfde hoofdstuk gaat in op de randvoorwaarden, waarna in het zesde hoofdstuk de juridische aspecten worden besproken. In hoofdstuk 7 is aandacht voor de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 8 gaat in op de resultaten van de procedure ten behoeve van dit bestemmingsplan.

"Bosweg I" (vastgesteld)

3

Bosweg I

Hoofdstuk 2 2.1

BEST AANDE SIT UAT IE

Begrenzing plangebied

De herziening van de verbeelding richt zich op het plangebied aan de Bosweg 17 te Voorthuizen, zoals onderstaand weergegeven. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Bosweg en de Hoevelakense beek. Aan de oost- en zuidzijde wordt de camping begrensd door andere campings. Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het plangebied weer.

Afbeelding 2.1. plangebied

2.2

Geldende bestemmingen

Het plangebied ligt in het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" en zoals nadien door het college gewijzigd en in werking getreden, door de raad herzien en in werking getreden en zoals gewijzigd door een intrekkingsbesluit van de raad (zie verder Bijlage 1 van deze toelichting). Het geldende bestemmingsplan geeft aan de bestaande camping de bestemming 'Recreatie – Verblijfsrecreatie' met de functieaanduidingen 'specifieke vorm van recreatie – recreatiebedrijf 3' en gedeeltelijk 'kampeerterrein' en 'parkeerterrein'. Ter plaatse is één recreatiebedrijf toegestaan dat gelegenheid biedt tot recreatief verblijf in uitsluitend kampeermiddelen en stacaravans. De gronden ter plaatse van de aangevraagde uitbreiding hebben de bestemmingen 'Agrarisch' en 'Bedrijf - Niet agrarisch'. Realisatie van een camping is binnen deze bestemmingen niet toegestaan. Daarnaast zijn chalets en glamping/bijzonder verblijf in de voorgestelde vorm niet toegestaan binnen de huidige bestemming. In het bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen die uitvoering van voorliggend plan mogelijk maken, bijvoorbeeld door wijziging of afwijken met een omgevingsvergunning. Daarom is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Onderstaand een uitsnede uit het bestemmingsplan.

4

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

Afbeelding 2.: uitsnede bestemmingsplan, rood omkaderd het plangebied.

"Bosweg I" (vastgesteld)

5

Bosweg I

Hoofdstuk 3

PLANBESCHRIJVING

Het plangebied bestaat uit meerdere kadastrale percelen, te weten gemeente Barneveld, sectie F, nummers: 1638, 1802, 1888, 2031, 2659, 3313, 3315, 3556 en 3563. Binnen het plangebied van camping het Beloofde Land is momenteel één recreatiebedrijf toegestaan dat gelegenheid biedt tot recreatief verblijf in uitsluitend kampeermiddelen en stacaravans. Momenteel zijn er op het terrein 120 kampeerplaatsen, 30 stacaravans/chalets en 16 bijzondere accommodaties (glamping). Het bestaande terrein van camping het beloofde land zal ook heringericht worden. Het totale plan biedt straks mogelijkheden voor beleving in een open, sociale en groene inrichting. Dit alles moet goed passen binnen natuur en het landschap. De wens van de initiatiefnemers is om daarnaast het bestaande terrein te vergroten aan de noordoostzijde van de huidige camping.

Het gaat om een grootte van circa 3,1 hectare en bestaat in hoofdlijnen uit het volgende: aan de westzijde van de camping wordt een sportveld toegevoegd, aan de oostzijde wordt de camping uitgebreid met 64 extra recreatieve plaatsen, aan de noordoostzijde van de huidige camping wordt een niet-agrarisch bedrijf geamoveerd en de gronden daarvan worden betrokken bij de camping, uitrit op de Apeldoornsestraat, er komt extra ruimte voor parkeervoorzieningen aan de westzijde, waarbij de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - recreatiebedrijf 3' verdwijnd, herinrichting van het bestaande terrein, het aanpassen van de beekzone van de Hoevelakense Beek zal bijdragen aan een ruimtelijke kwaliteitsslag waarbij de ecologische waarden versterkt worden. Uitbreiding van de camping is noodzakelijk voor het bedrijf om in te kunnen spelen op de markt. Er is sprake van een toenemende vraag, behoefte aan een 'groene beleving', meer facaliteiten en behoefte aan innovatieve en creatieve verblijfsaccomodaties. Daarom is het wenselijk het bestaande programma uit te breiden met een extra 64 recreatieve standplaatsen. Onderstaand een schets van het totale plangebied:

Afbeelding 3.1.: plangebied Onderstaand een schets van de nieuwe situatie, de uitbreiding, aan de noordoostzijde. Het perceel aan de noordwest zijde zal heringericht worden. Dit resulteert in de volgende afbeeldingen (3.1, 3.2 en 3.3). 6

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

Uitbreiding toeristisch kamperen (rode cirkel).

Afbeelding 3.1.: Inrichting noordoost zijde. De uitbreiding zal voorzien in een aantal nieuwe verblijfsrecreatie mogelijkheden. Deze nieuwe plekken zullen gelegen zijn tussen een groene omgeving en de beek. De centrale voorzieningen zullen centraal georganiseerd worden, zie hiervoor afbeelding 3.2. Centrale voorzieningen (gelegen in de rode cirkel) De centrale voorzeiningen zullen op het terrein van de uitbreiding gerealiseerd worden. Deze is weergegeven in bovenstaande afbeelding met de letter 'A'. Hier zullen onder andere gerealiseerd worden: restaurant, keuken, kantoor, winkel, wasserette, indoor speeltuin, sanitair en een technische ruimte. Daarnaast zal er een zwembad aangelegd worden. Een ander resulteert in de volgende afbeelding.

"Bosweg I" (vastgesteld)

7

Bosweg I

Afbeelding 3.2. centrale voorzieningen. Bestaande terrein en uitbreiding ten noordwesten (gele en blauwe cirkel). Voorliggende afbeeldingen laat zien dat aan de noordoostzijde van de huidige camping de uitbreiding zal plaatsvinden. De hoofdentree van de camping blijft intact. De padenstructuur wordt uitgebreid met onder andere bruggen over de watergangen. Ontsluiting (eenrichtingsverkeer) zal plaatsvinden richting de Apeldoornseweg. De bestaande camping zal aan de westzijde heringericht worden om in te kunnen spelen op de wensen van de markt. De bestaande routes en wegen zullen hier niet gewijzigd worden. Het parkeerterrein aan de westzijde zal in de nieuwe situatie een totaal aantal van 57 parkeerplaatsen kennen. Kampeermogelijkheden op dit terrein komen te vervallen. Het gedeelte aan de noordzijde van de beek zal ingericht worden als voetbal/speelveld. Het sportterrein zal omzoomd worden door groen en bomen. Daarnaast heeft dit gedeelte ook een functie als waterberging. Het bestaande gebouw op deze locatie zal gesloopt worden.

8

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

Afbeelding 3.3.: Inrichting westzijde (blauwe cirkel). Het gedeelte binnen de gele cirkel zal in een later stadium nog heringericht worden. Dit wordt niet meegenomen in dit plan. In dit bestemmingsplan is een afwijking opgenomen om wijzigingen in aantallen op het terrein onder voorwaarden toe te kunnen staan. In overleg met vitale vakantieparken zal nader invulling gegeven worden aan de invulling van het bestaande terrein. Om dit mogelijk te maken zijn momenteel onder voorwaarden recreatiewoningen toegestaan. Uitgangspunt hierbij is dat het bestaande terrein gebruikt mag worden voor recreatiewoningen. Afbeelding 3.4. geeft een referentiebeeld weer hoe het een en ander er uit kan komen te zien. De definitieve indeling staat nog niet vast.

"Bosweg I" (vastgesteld)

9

Bosweg I

Afbeelding 3.4.: herinrichting bestaand terrein, indicatief (gele cirkel).

3.1

Visie

Visie Toerisme en Recreatie 2030 De Visie Toerisme en Recreatie is in juni 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. De visie stelt dat de toeristisch-recreatieve sector van groot belang is voor Barneveld en de regio. Zo draagt toerisme en recreatie bij aan de lokale economie (door bestedingen en werkgelegenheid) en het versterken/behoud van het voorzieningenaanbod. Daarnaast draagt toerisme en recreatie ook bij aan een aantrekkelijk woon-, leef- en vestigingsklimaat.. De gemeente Barneveld heeft samen met de sector een viertal ambities opgesteld:: 1. Organisatie: we maken duidelijk keuzes in profilering en positionering. Vanuit onze eigen kracht sluiten we aan bij regionale samenwerkingsverbanden binnen de Veluwe, Regio FoodValley en de regio Amersfoort om gezamenlijk meer toeristen te trekken en bestedingen te genereren; 2. Omgeving: We gaan de beleving van het toeristisch recreatieve landschap en de gastbenadering versterken vanuit ons eigen DNA en bijbehorende verhalen; 3. Dagrecreatie: We zetten ons in om het aanbod meer jaarrond beleefbaar te maken. Dit doen we door het huidige aanbod (incl. evenementen) kwalitatief door te ontwikkelen en daarnaast passend aanbod toe te voegen; 4. Logiesaanbod: we willen het bestaande aanbod kwalitatief (door-)ontwikkelen en aanvullen met bijzondere en vernieuwende concepten.

Daarnaast is aandacht voor de kwaliteit van minder vitale vakantieparken door het Programma Vitale Vakantieparken. Planspecifiek De gewenste uitbreiding ziet toe op een kwantitatieve en kwalitatieve uitbreiding van de camping. De dagrecreatie op het terrein zal versterkt worden door de permanent wisselende verhuur. Hierdoor wordt de exploitant uitgedaagd om een jaarrond programma aan te bieden voor de huurder. De veranderende vraag van bezoekers heeft er toe geleid dat initiatiefnemers voornemens zijn om de camping ingrijpend te wijzigen. In de nieuwe situatie kan beter ingespeeld worden op de vraag naar meer ruimte- en natuurbeleving en comfortplaatsen. Het aantal kampeerders met eigen tent of caravan neemt landelijk af. Gelijktijdig neemt ook het aantal 10

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I campings af. Zolang dit in verhouding blijft is er nog steeds ruimte in de markt voor kampeerders. Het aandeel kampeerplekken voor mensen met een eigen kampeermiddel wordt procentueel echter minder op de camping. Daarbij speelt het een rol dat Camping Het Beloofde Land een camping is met een Christelijke inslag. Dat betekent dat een specifieke doelgroep wordt bediend. Het aantal kampeerders loopt op camping Het Beloofde Land niet fors terug. Wel is er, in lijn met het landelijk beeld, een ontwikkeling gaande dat om andere verblijfsaccommodaties wordt gevraagd, bijvoorbeeld in de vorm van ‘glamping'. Camping 'Het Beloofde Land' zal inspelen op landelijke, provinciale en regionale trends. Voor een duurzame en toekomstbestendige bedrijfsvoering is het essentieel om aansluiting te vinden bij de markteconomische ontwikkelingen. Zo passen clamping en creatieve accomodaties perfect bij het toeristische karakter van camping Het Beloofd Land. Het kleinschalige karakter van de campiing en ook de groenbeleving zal worden gestimuleerd. Zo min mogelijk straatwerk, veel gras, bomen en streuiken moeten bijdragen aan deze groenbeleving. Door de groei van de camping wordt ingezet op meer grotere plaatsen en het versterken van het gemoedelijke karakter van de camping. Daarnaast zet het nieuwe concept gericht zijn op generatie-kamperen.

Dit houdt in dat alle generaties van een familie een onderkomen kunnen vinden op het terrein van camping Het Beloofde Land. De camping zal een christelijke camping blijven. Door de verzuiling in Nederland hebben christenen steeds meer behoefte aan een vakantiepark waar ze zich vertrouwd en begrepen voelen in hun levensovertuiging. Dit resulteert zich in veel vaste, trouwe gasten.

"Bosweg I" (vastgesteld)

11

Bosweg I

Hoofdstuk 4 4.1

BELEIDSKADER

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het relevante beleidskader. Het gaat om beleid en beleidsnota's die direct dan wel indirect doorwerken in het bestemmingsplan of invloed hebben op de bestemmingsregelingen. Van deze nota's is hierna per bestuursniveau een beknopte samenvatting gegeven.

4.2

Rijk

4.2.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

In 2012 is de nationale Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) van kracht geworden. Deze vervangt onder andere de Nota Ruimte. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze van invloed zijn op de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) is de ministeriële regeling. Op 30 december 2011 zijn het Barro en de Rarro in werking getreden. In Barneveld zijn het Barro en de Rarro van toepassing in verband met de aanwezige militaire terreinen. Het Rijk heeft drie doelen gekozen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen.

Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De 13 nationale belangen zijn: Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (nationaal belang 1) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie (nationaal belang 2) Ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen (nationaal belang 3) Efficiënt gebruik van de ondergrond (nationaal belang 4) Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s inclusief de achterlandverbindingen (nationaal belang 5) Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem (nationaal belang 6) Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen (nationaal belang 7) Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico’s (nationaal belang 8) Ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling (nationaal belang 9) Ruimte voor

behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten (nationaal belang 10) Ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten (nationaal belang 11) Ruimte voor militaire terreinen en activiteiten (nationaal belang 12) 12

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten (nationaal belang 13) Doorwerk ing in plangebied In dit geval is geen sprake van één van deze 13 nationale belangen. De SVIR vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig plan. 4.2.2

Nationaal Waterplan 2016-2021

Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015. Het bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de aspecten van het ruimtelijk beleid die daartoe behoren. Het Nationaal Waterplan verankert het nieuwe beleid voor de komende 6 jaar met een vooruitblik richting 2050: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst. In het Nationaal Waterplan staan 5 ambities centraal. Nederland moet de veiligste delta in de wereld blijven. Deze ambitie wordt vooral ingevuld door onze veiligheidsnormen tegen overstroming te vernieuwen. Daarnaast wordt ingezet op een verbetering van de waterkwaliteit (meststoffen, bestrijdingsmiddelen, medicijnresten, microplastics). Dit zorgt er voor dat de Nederlandse wateren schoon en gezond zijn en er genoeg zoet water is. Verder beschrijft het Nationaal Waterplan dat Nederland klimaatbestendig en waterrobuust wordt ingericht en dat Nederland een gidsland is en blijft voor watermanagement en -innovaties. Dat is gunstig voor onze economie en ons verdienvermogen. De vijfde ambitie bestaat er uit dat Nederlanders waterbewust leven. Deze ambities moeten gezamenlijk ingevuld worden door iedereen die werkt aan de ruimtelijke inrichting van Nederland: alle overheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en kennisinstellingen.

Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.2.3

Crisis- en herstelwet

Op 1 januari 2010 is de Crisis- en herstelwet (Chw) in werking getreden. Deze wet geeft regels met betrekking tot versnelde ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke en infrastructurele projecten. Op 25 april 2013 is de Crisis- en herstelwet via een wijzigingswet permanent gemaakt en zijn verbeteringen op het terrein van het omgevingsrecht doorgevoerd. De Chw omvat twee categorieën maatregelen: tijdelijke maatregelen voor afgebakende lijsten met projecten en bevoegdheden; wijzigingen van bijzondere wetten. In Bijlage I van de Chw worden onder meer de volgende ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd, waarop de wet van toepassing is: zeer diverse projecten op het gebied van duurzame energie; gebiedsontwikkeling en werken van lokaal of regionaal belang, onderverdeeld in: 1. een bestemmingsplan voor de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied, of de herstructurering van woon- en werkgebieden; 2. een bestemmingsplan voor de aanleg of wijziging van wegen; 3. projecten ten behoeve van de inpassing in het landschap, natuurontwikkeling of recreatiedoeleinden, waar deze samenhangen met projecten ten aanzien van de in bijlage I (van de Wet) bedoelde projecten ten aanzien van wegen. Doorwerk ing in plangebied In dit geval is de Crisis- en herstelwet niet van toepassing omdat het plan niet valt onder één van de genoemde categoriën.

"Bosweg I" (vastgesteld)

13

Bosweg I

4.3

Provincie

4.3.1

Omgevingsvisie en Omgevingsverordening

De provincie Gelderland heeft een Omgevingsvisie en -verordening. Deze plannen gaan over verkeer, water, natuur, milieu en ruimtelijke ordening. De Omgevingsvisie beschrijft de lange termijn ambities en beleidsdoelen voor de fysiek leefomgeving. In de Omgevingsverordening zijn regels en bepalingen over de inrichting en beheer van de ruimtelijke omgeving vastgelegd. Met de Omgevingsvisie en -verordening loopt de provincie vooruit op de aankomende Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 van kracht wordt. Deze wet biedt meer ruimte voor initiatieven en ontwikkelingen in het fysieke domein, in gesprek met de omgeving. Wanneer het nodig is, actualiseert de provincie onderdelen van de Omgevingsvisie en -verordening. Vanaf 2019 actualiseert de provincie de Omgevingsverordening opnieuw, zodat deze verder in lijn wordt gebracht met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en anticipeert op de eisen van de Omgevingswet.

4.3.1.1

Omgevingsvisie

Provinciale staten van Gelderland hebben op 19 december 2018 de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 vervangt na publicatie de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. Beide visies integreren een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Gelderland werkt samen met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door zich bij het uitvoeren van onze taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van zeven onderwerpen geven ze hier richting aan: energietransitie klimaatadaptatie circulaire economie biodiversiteit bereikbaarheid economisch vestigingsklimaat woon- en leefklimaat. Doorwerk ing in plangebied Het uitbreiden van de bestaande camping en het herinrichten van het huidige terrein levert een positieve bijdrage voor de omgeving. Het geheel zal landschappelijk ingepast worden en een 'bedrijf - niet agrarisch' zal verdwijnen.

Langs de Hoevelakensebeek is er sprake van ecologische waarde, de nieuwe ontwikkelingen sluiten hier bij aan en voldoen aan de nieuwste duurzaamheidseisen. Voorliggend plan past binnen de richtlijnen van de Omgevingsvisie.

4.3.1.2

Omgevingsverordening

De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Dit betekent dat alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening Gelderland heeft de status van ruimtelijke verordening, milieuverordening, waterverordening en verkeersverordening. De 'Ruimtelijke Verordening Gelderland' en de 'Ruimtelijke Verordening Gelderland, eerste herziening', zijn ingetrokken. In de Omgevingsverordening is het onderhavige plangebied opgenomen op de kaarten: Kaart 2: Regels Landbouw Kaart 3: Regels Glastuinbouw Kaart 6: Regels Water en Milieu Doorwerk ing in plangebied 14

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

In voorliggend plan is geen sprake van niet-grongebonden veehouderij of glastuinbouw. Kaarten 2 en 3 zijn daarmee niet van toepassing. Het plangebied maakt deel uit van 'intrekgebieden'. Een intrekgebied is een beschermingsgebied grondwater waar het grondwater binnen duizend jaar bij een pompput voor de openbare drinkwatervoorziening kan zijn. In de omgevingsverordening is bepaald dat het verboden is een intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fosiele energie. In het voorliggende bestemmingsplan is dit niet aan de orde.

4.4

Waterschap

4.4.1

Waterbeheerprogramma 2016-2021 Waterschap Vallei en Veluwe

Op 1 januari 2016 is het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 'Partnerschap als watermerk' van Waterschap Vallei en Veluwe in werking getreden. Het waterschap stelt in het waterbeheerprogramma dat de huidige wateropgaven zo complex zijn, dat alleen een aanpak samen met partnerorganisaties en inwoners zorgt voor de gewenste resultaten en de beste oplossingen. Daarom kan en wil het waterschap niet alleen opereren in het behalen van zijn doelen en hecht daarom groot belang aan de samenwerking met zijn partners in de regio. Samen met inwoners, ondernemers en andere organisaties wil het waterschap werken aan een duurzame waterzuivering van afvalwater en toekomstgericht beheer van onze dijken en waterwegen zodat iedereen tegen aanvaardbare kosten veilig kan wonen, werken en recreëren. Daarbij wil Waterschap Vallei en Veluwe de goede waterhuishoudkundige voorwaarden scheppen voor zowel inwoners, bedrijven, natuur en landbouw. Een belangrijke ontwikkeling waar het waterschap op anticipeert is het veranderende klimaat. Deze verandering zal leiden tot meer extreme weersituaties: perioden van veel neerslag met kans op wateroverlast en perioden van droogte met kans op watertekorten. Om goed voorbereid te zijn, wil het waterschap het watersysteem robuuster maken door meer ruimte voor wateren te reserveren, zowel binnen de bebouwde kom als in het buitengebied.

Het waterschap wil de effecten van klimaatverandering beperken door het vasthouden van water, het inrichten en beheren van robuuste watersystemen en het inrichten van een beperkt aantal waterbergingsgebieden. Afkoppelen van relatief schoon hemelwater van het riool is een belangrijke maatregel om overbelasting van het riool en een te snelle afvoer te voorkomen. Daarnaast wil het waterschap negatieve effecten op de kwaliteit van oppervlaktewater, grondwater en bodem voorkomen, evenals negatieve effecten op beschermde flora en fauna. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15). 4.4.2

Blauwe Omgevingsvisie 2050

De driedimensionale Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI) is de langetermijnvisie van Waterschap Vallei en Veluwe. Met deze BOVI zet Waterschap Vallei en Veluwe op een geheel nieuwe wijze koers naar een duurzame en waterinclusieve leefomgeving. Daarbij kijkt Waterschap Vallei en Veluwe integraal, grensontkennend, over de grenzen van taken en gebieden heen en werkt vanuit de drie zogenoemde waterprincipes: 1. Water is een ordenend principe in de ruimtelijke ordening. 2. Maximaal vasthouden en schoonhouden van water. 3. Partnerschap als watermerk. Deze principes leiden tot één samenhangende weergave van water in het landschap van Vallei en Veluwe: één kringloop van bron tot monding, door stedelijk en landelijk gebied en van boven- en ondergrond. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de BOVI 2050 zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

"Bosweg I" (vastgesteld)

15

Bosweg I

4.5

Gemeente

4.5.1

Structuurvisie Buitengebied Barneveld

De structuurvisie Buitengebied Barneveld is op 21 september 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. De Structuurvisie Buitengebied Barneveld bouwt voort op keuzes die gemaakt zijn in de Strategische visie en de Nota van Uitgangspunten voor het buitengebied. De visie voor het buitengebied is ruimte bieden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten landschap, natuur, woon- en leefmilieu. Er doen zich belangrijke ontwikkelingen voor die bepalend zijn voor de toekomst van het buitengebied. De landbouw heeft niet stil gestaan en past zich aan, aan nieuwe ontwikkelingen. De doorgaande ontwikkeling in de agrarische sector heeft onder andere tot gevolg dat er steeds minder maar wel grotere agrarische bedrijven zijn gekomen en nog zullen komen. Een gevolg hiervan is vrijkomende agrarische erven door functieverandering naar wonen of werken. Ook is steeds vaker sprake van verbreding en verduurzaming. Tevens wordt geconstateerd dat recreatiebedrijven moderniseren en de kwaliteit verhogen. Deze ontwikkelingen zijn van grote invloed op de omgevingskwaliteiten natuur, landschap, cultuurhistorie en woon- en leefomgeving. Met de visie wordt ruimte geboden voor economische ontwikkeling in samenhang met behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteiten.

Dat gaat de gemeente doen door initiatieven mede te beoordelen op de mate waarin ze bijdragen aan behoud en ontwikkeling van de omgevingskwaliteit, bijvoorbeeld effecten op landschap (beeldkwaliteit), woon- en leefmilieu, verkeer en natuur. De gemeente wil diverse ontwikkelingen faciliteren. Wat betreft de landbouw gaat dat om zowel schaalvergroting als verbreding en innovatie. Die verbreding verdient mogelijkheden om enerzijds extra inkomsten te bieden aan agrarische ondernemers en anderzijds om duurzame en innovatieve ontwikkelingen ruimte te geven. Verbreding is bovendien interessant voor de beleidsopgave om recreatieve mogelijkheden in het hele buitengebied te benutten en te stimuleren. Innovatie verdient kansen omdat daarmee kan worden gewerkt aan de versterking van de positie van de Regio Foodvalley, aan ondernemingszin en aan klimaatadaptatie. De schaalvergroting en de innovatieve ontwikkelingen moeten echter wel passen in het landschap van de gemeente Barneveld. Die voorwaarde geldt ook voor de locaties waar de agrarische bedrijven juist stoppen en gebruik maken van het beleid voor functieverandering waarmee woningen of (kleine) bedrijven worden gerealiseerd. Het spreekt vanzelf dat ook recreatieve functies moeten bijdragen aan een fraai en herkenbaar landschap. Een landschappelijk fraai buitengebied met goed ingepaste ontwikkelingen.

Een buitengebied dat zo wordt ingericht dat het een aangename plek is om er te werken en te recreëren. Dat vergt een goed klimaat om passende werk- en recreatiefuncties daadwerkelijk te kunnen behouden en ontwikkelen. Het buitengebied als een prettige omgeving om te verblijven geeft ook een meerwaarde voor de talrijke woningen die in het buitengebied aanwezig zijn en is van groot belang als positieve vestigingsfactor voor de (toekomstige) bewoners van de negen woonkernen. Die meerwaarde wil de gemeente graag verder versterken door het ontwikkelen van de relaties tussen de dorpen en het buitengebied. Daarom wil de gemeente initiatieven op het gebied van bijvoorbeeld de lokale voedselvoorziening en het beleven van veehouderij (kijk- en doemogelijkheden) en natuur (rust zoeken en onderhoud) faciliteren. De hiervoor genoemde aanpak geldt voor het hele buitengebied. Daarnaast is een onderscheid gemaakt in deelgebieden, met beleidsaccenten op grond van landschappelijke kenmerken en zones op grond van een specifieke functie. Zie hiervoor de afbeelding 'Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld'. De deelgebieden zijn: Agrarisch bedrijvenlandschap. Agrarisch bekenlandschap. Agrarisch slagenlandschap. Veluws natuurgebied met agrarische enclaves.

16

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

Afbeelding: Visie ruimtelijke kwaliteit Barneveld + legenda

Per deelgebied wordt de ontwikkelingsrichting beschreven. Het kwaliteitsbeeld vormt het ruimtelijk "Bosweg I" (vastgesteld)

17

Bosweg I toetsingskader. Het stelt eisen die richtinggevend zijn voor ruimtelijke ontwikkeling. Deze (minimum)eisen zijn kaderstellend voor het (bestemmings)plan. Het plangebied ligt in het deelgebied 'Overgangszone landschap, landbouw en recreatie'. Overgangszone landschap, landbouw en recreatie Het ruimtelijk beleid richt zich vooral op handhaving en versterking van het functioneren van de bestaande verblijfsrecreatieve sector, primair door verbetering van de kwaliteit van bestaande verblijfsrecreatiebedrijven. Een landschappelijk aantrekkelijke overgang tussen Veluwe en Vallei is wenselijk. Voor het deel van deze zone ten zuiden van de A1 gaat het in hoofdzaak om een toename van klein landschapselementen zodat meer variatie ontstaat. In de gehele zone blijft ruimte voor de aanwezige agrarische bedrijven binnen de kaders van het reconstructieplan. Uitbreiding van de bestaande recreatieterreinen zullen wij overwegen wanneer dit nodig is voor een kwaliteitsverbetering en extensivering van deze terreinen. Ook zullen wij recreatief medegebruik van agrarische gronden, als onderdeel van het beleid met betrekking tot nevenactiviteiten en functieverandering, stimuleren. Het ruimtelijk beleid richt zich vooral op handhaving en versterking van het functioneren van de bestaande verblijfsrecreatieve sector.

Handhaving en versterking moet primair plaatsvinden door verbetering van de kwaliteit van bestaande verblijfsrecreatiebedrijven, op kwaliteitsversterking gerichte schaalvergroting daaronder begrepen. Kwaliteitsversterking betekent ook dat de bedrijfsrecreatieve complexen meer onderdeel uitmaken van de gewenste landschappelijke structuur en er meer sprake is van een recreatieve dooradering voor recreatief verkeer. Conclusie De ontwikkeling die door deze bestemmingsplanherziening mogelijk wordt gemaakt is in lijn met de Structuurvisie Buitengebied Barneveld. Een bestaand recreatieterrein zal gaan uitbreiden, waarbij er een kwalitatieve verbetering zal plaatsvinden van zowel het landschap als de camping. De ecologische waarden van van de Hoevelakensebeek zullen versterkt worden door middel van brede oeverzones ten behoeve van oevervegetaties. Daarnaast zullen op het kampeerterrein ter hoogte van de uitbreidng verschillende wadi's aangelegd worden om de waterafvoer te garanderen. Door de wisselende verhuur is er daarnaast ook sprake van een recreatieve dooradering voor recreatief verkeer. Het voorgestelde is daarmee passend op de betreffende locatie.

4.5.2

Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!'

Het Hemelwaterplan 2017-2020 'Klimaatactief!' richt zich op een duurzame omgang met hemelwater. Het geeft aan wat het gemeentelijk beleid is ten aanzien van afstromend hemelwater in bestaande situaties en bij nieuwe ontwikkelingen. Het plan zet in op een integrale benadering en meervoudige inrichting van de totale openbare ruimte. Barneveld gaat aan de slag met het waterbestendig inrichten van de openbare ruimte om bestand te zijn tegen klimaatverandering. Doorwerk ing in plangebied De bevindingen en resultaten van de watertoets zijn beschreven in de waterparagraaf (§ 5.15).

4.5.3

Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020

De raad heeft in 2015 de Energievisie gemeente Barneveld 2015-2020 ('investeren in Barneveldse bronnen') vastgesteld. Het energievraagstuk staat de laatste jaren landelijk stevig op de (politieke) agenda. Naast het milieumotief en betaalbaarheid zijn ook maatschappelijke verantwoordelijkheid en energie-onafhankelijkheid steeds meer een argument om actie te ondernemen. De gemeente Barneveld voelt de urgentie om een bijdrage te leveren aan een schone, betrouwbare en betaalbare energievoorziening en heeft een doelstelling vastgesteld die hoger ligt dan de landelijke energiedoelstellingen. Woningen en bedrijfspanden moeten de komende jaren fors energiezuiniger worden. Ook moet de gemeentelijke overheid in opdracht van de rijksoverheid uiterlijk in 2021 een warmteplan opstellen, dat de basis gaat vormen voor het uitfaseren van het gebruik van aardgas. Vooruitlopend op de nieuwe energiewetgeving in 2020 en energieneutraliteit in 2050, ziet de gemeente 18

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I graag dat de woningen en bedrijven aardgasloos en energieneutraal worden gebouwd. De gemeente is medio 2018 een verkenning gestart naar hoe een aardgasvrije gemeente vorm zou kunnen krijgen. Naar aanleiding van de uitkomsten hiervan kunnen keuzes voor de energievoorziening voor nieuw te bouwen woningen en/of bedrijven in de toekomst beïnvloed worden. Bijvoorbeeld waar het gaat om mogelijkheden om aan te sluiten bij een collectieve warmtevoorziening of een wijkgerichte aanpak voor het verduurzamen van woningen (Wijk van de Toekomst). Doorwerk ing in plangebied Voor het plan zullen er verschillende campingmogelijkheden bij komen. Van de ontwerpen van de nieuwe recreatieve plaatsen en eenheden zijn nog geen concrete voorbeelden. Het is daarom nog niet met zekerheid te zeggen op welke wijze rekening gehouden wordt met het gemeentelijke energiebeleid. De plannen zijn nog niet tot in detail uitgewerkt, duurzaamheid zal bij de verdere uitwerking aan bod komen.

4.5.4

Overige gemeentelijke beleidsnota's en notities

Visie Toerisme en Recreatie 2030 en programma Vitale Vakantieparken De Visie Toerisme en Recreatie 2030 spreekt zich uit over hoe de gemeente wil meewerken om een gezonde verblijfsrecreatiesector te behouden. Ondernemers moeten aansluiting houden bij de markt en indien mogelijk inspelen op trends, erop vooruit lopen of zelfs de trend zetten. De rol van de gemeente is om de ondernemers te faciliteren dat te kunnen doen. Het ingediende ontwikkelingsplan past binnen de volgende streefbeelden uit de Visie: er is sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering; de ondernemer volgt de trends en speelt daar op in; het plan is gericht op wisselende verhuur. Doorwerking plangebied Uitbreiding en aanpassingen van de camping zijn nodig om in te kunnen spelen op de behoefte uit de markt. Het plan voorziet naast extra kampeerplaatsen en chalets in diverse vernieuwende verblijfsobjecten, waaronder boomhutten, tipi’s en glamping tenten en de camping krijgt daarmee een divers programma aan kampeermogelijkheden. De uitbreiding van het campingterrein zal goed landschappelijk worden ingepast, waarbij ook de beekzone wordt meegenomen. Ook is aandacht voor een goede verkeersontsluiting van de camping en voor parkeervoorzieningen. Daarnaast zal ook het bestaande gedeelte gewijzigd worden om het geheel landschappelijk in te passen.

Door het toevoegen en het versterken van een goede landschappelijk en natuurlijk raamwerk ontstaat er een meerwaarde voor het gebied. Landschapselementen ter plaatse wordt voor wat betreft karakteristieken herstelt en versterkt, gekoppeld aan recreatief gebruik. Het uitbreiden van de camping geeft geen aantasting van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en naastliggende percelen. Een kleinschalig niet-agrarische bedrijfsbestemming (timmerwerkplaats met buitenopslag) komt te vervallen. Het gewenste voornemen is ingepast in de omgeving middels een inrichtingsplan. Tot slot zal op het terrein een nieuw terrein ten westen toegevoegd worden voor een voetbalveld/sportterrein. Daarnaast dient dit terrein ook als afstroming voor het hemelwater. Daarnaast zal het gebied landschappelijk ingepast worden. Het totale plangebied kent nu nog geen aanduiding voor de wisselende verhuur. Als voorwaarde voor de uitbreiding zal de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - wisselende verhuur' opgenomen worden. Hiermee wordt gewaarborgd dat er geen permanente eigenaren/verhuurders zitten op het terrein. Vanuit de Visie Verblijfsrecreatie is de toevoeging van de wisselende verhuur een meerwaarde voor de gemeente. Het gehele terrein zal deze aanduiding krijgen, waardoor de wisselende verhuur juridisch geborgd wordt. De kwaliteit van het recreatiebedrijf wordt hiermee verhoogd.

Concluderend levert het plan een meerwaarde op voor de omgeving en voor de camping zelf. Samenvattend zullen de volgende maatregelen bijdragen aan een verbetering van het terrein, de camping en de omgeving: Wisselende verhuur voor de recreatieve verblijfsmogelijkheden; Grotere verscheidenheid aan verblijfsmogelijkheden; 'Specifieke vorm van recreatie - reactiebedrijf 4' zal worden opgenomen op het terrein; Het geheel wordt landschappelijk ingepast; Het voornemen leidt niet tot een negatieve aantasting van natuur, verkeer en milieu. Hiermee is aangetoond dat het plan voldoet aan de visie van de gemeente Barneveld. "Bosweg I" (vastgesteld)

19

Bosweg I

Programma Vitale Vakantieparken Veluwe In het Programma Vitale Vakantieparken Veluwe werken gemeente, provincie, recreatieondernemers en andere partijen samen om de recreatieve koppositie van de Veluwe verder te ontwikkelen en versterken. Een gezamenlijke aanpak die leidt tot een gemeenschappelijke ambitie voor revitalisering van de vakantieparken op de Veluwe. Daarmee draagt de samenwerking bij aan de Veluweambitie om weer de belangrijkste binnenlandse vakantiebestemming te worden. Het programma bouwt aan duurzame en toekomstbestendige vakantieparken die financieel gezond zijn met een helder bedrijfsmodel, een goede bezettingsgraad en ingepast in de omgeving. Het programma helpt gemeenten om de parken optimaal te ondersteunen en te faciliteren. Ontwikkeling van de vakantieparken betekent maatwerk. Er wordt gewerkt met het principe 'één park, één plan'. Hierbij wordt gestreefd naar een toekomstperspectief voor elk vakantiepark op de Veluwe. Hierbij gaat het erom de gezonde parken toekomstbestendiger te maken en vitaal te houden. Maar ook door oplossingen te zoeken voor parken die meer gebaat zijn bij een andere duurzame functie. Doorwerking plangebied De uitbreiding en aanpassing van de camping zorgt voor een revitalisering van het park. Er wordt ingezet op een specifieke doelgroep met bijbehorende faciliteiten en groen.

Door de aanduiding permanente verhuur wordt de eigenaar ook uitgedaagd om de verblijfsplekken jaarrond aantrekkelijk te maken en te houden voor gasten. Door de toevoeging van recreatiewoningen, chalets en de uitbreiding met trekkershutten en glamping ontstaat er een concept voor het gehel park. Door het flexibeler bestemmen van dit park biedt de gemeente de ondernemer ook meer ruimte om het wisselend verhuren van verblijfsmogelijkhden aantrekkelijk te houden. Hiermee is aangetoond dat het plan voldoet aan het Programma Vitale Vakantieparken Veluwe van de gemeente Barneveld.

20

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

Hoofdstuk 5

RANDVOORWAARDEN

5.1

Bodem

5.1.1

Bodemkwaliteit

In het kader van de bestemmingsplanprocedure is beoordeeld of de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van het plangebied voldoet aan de eis van financiële uitvoerbaarheid en uit oogpunt van volksgezondheid en milieu aanvaardbaar mag worden geacht voor het beoogde gebruik. Beoordeling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden op basis van de vastgestelde bodemkwaliteitskaart (BKK) en het bodembeheerplan (BBP). Met dit instrumentarium is de bodemkwaliteit binnen het plangebied met een bepaalde statistische zekerheid bepaald en voor zover blijkt uit historisch onderzoek is er geen sprake van verdachte locaties. Op basis daarvan zijn er geen risico’s te verwachten voor de beoogde bestemming en het gebruik. Indien door welke omstandigheden dan ook toch bodemverontreiniging wordt geconstateerd, dan kan de gemeente op geen enkele wijze voor de gevolgen daarvan aansprakelijk worden gesteld. 5.1.2

Niet gesprongen explosieven

Op de gemeentebrede Conventionele Explosieven (CE) kaart is het plangebied niet als risicogebied aangegeven. Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmeringen voor onderhavig bestemmingsplan.

5.2

Cultuurhistorie

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moet bij het opstellen van bestemmingsplannen rekening worden gehouden met cultuurhistorische waarden. Daar waar het voor de archeologie al gemeengoed is, geldt het dus ook voor andere aspecten van de cultuurhistorie. Rekening houden met cultuurhistorie impliceert dat bekend moet zijn wat er voor waarden aanwezig zijn. De gemeente heeft daarom een proces opgestart om bestaande kennisdocumenten te actualiseren en waar nodig nieuwe kennis op te bouwen. De gemeente beschikt over volgende vastgestelde kaarten: Archeologische waarden- en verwachtingenkaart; Cultuurlandschappelijke waardenkaart; Historische stedenbouwkundige waardenkaarten. Door cultuurhistorie een plek te geven in procedures op het gebied van ruimtelijke ordening wordt ook bereikt dat de aandacht niet uitsluitend uitgaat naar individuele objecten (de aangewezen monumenten), maar juist de samenhang tussen gebouwen en hun omgeving. 5.2.1 5.2.1.1

Archeologie Archeologie lage verwachting

Bij een planontwikkeling moet rekening worden gehouden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Archeologische waarden- en verwachtingenkaart' als archeologisch toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit deze kaart blijkt dat binnen het plangebied een lage archeologische verwachting geldt. De gemeenteraad heeft op 28 september 2010 besloten dat voor deze zone archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij een oppervlakte van 10.000 m² of groter voor grondverstorende werkzaamheden dieper dan 30 cm. Het project valt onder deze vrijstelling zodat geen nader onderzoek noodzakelijk is. Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht toch archeologische resten worden aangetroffen, dan is conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet melding van de desbetreffende vondsten bij de minister (namens deze de RCE) verplicht.

"Bosweg I" (vastgesteld)

21

Bosweg I

5.2.2

Historische stedenbouwkundige waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'stedebouwkundige waardevolle gebieden' als weergegeven in de 'Historische stedebouwkundige waardenkaart' en de aangegeven 'vast te leggen kenmerken' in de bijbehorende Tabel, en deze te hanteren als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied heeft volgens deze kaart geen bijzondere waarde(n). Bij de bouwkundige monumenten is sprake van rijks- en gemeentelijke monumenten. Op de planlocatie en in de omgeving zijn geen monumenten aanwezig. Het aspect monumenten vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan. 5.2.3

Cultuurlandschappelijke waarden

De gemeenteraad heeft op 25 april 2018 ingestemd met de 'Cultuurlandschappelijke waardenkaart' als toetsingskader bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het plan ligt in een gebied dat wordt aangeduid als een gebied met geen cultuurlandschappelijke waardering. Conclusie Dit bestemmingsplan is niet strijdig met deze waardering.

5.3

Ecologie

De belangrijkste wet voor natuurbescherming in Nederland is de Wet natuurbescherming. Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden. De Europese Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn zijn vertaald in deze wet. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. Daarnaast is qua ecologie ook het Gelders Natuurnetwerk en de Gelderse Ontwikkelingszone van belang.

5.3.1 5.3.1.1

Wet natuurbescherming Gebiedsbescherming

Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van speciale beschermingszones ter uitvoering van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Zo'n speciale beschermingszone wordt aangeduid als “Natura 2000-gebied”. De Wet natuurbescherming bepaalt vervolgens wat er wél en niet mag in zo'n Natura 2000-gebied. Ook zijn er bijzondere nationale natuurgebieden. Op 27 juni 2014 is de aanwijzing van het gebied Veluwe als speciale beschermingszone onder de Habitatrichtlijn in werking getreden. Tevens is met dit besluit het besluit tot de aanwijzing van Veluwe als speciale beschermingszone onder de Vogelrichtlijn, inclusief de daarbij behorende Nota van toelichting, gewijzigd. Deze twee genoemde speciale beschermingszones vormen samen het Natura 2000-gebied Veluwe, waarbij instandhoudingsdoelstellingen zijn toegevoegd. Door de geplande wijziging wordt een verhoogde gebruiksintensiteit toegestaan. Gezien de relatief korte afstand van 1,9 kilometer tussen de planlocatie en het Natura 2000 gebied 'Veluwe' is een stikstofberekening uitgevoerd. Het rapport daarvan, opgesteld door Ruimte voor Advies, d.d. 17 april 2020, projectnummer 2021-05-10, is bijgevoegd als Bijlage 2.

De AERIUS-berekening vertoont met de ingevoerde waarden geen toename > 0,00 mol/ha/jaar in depositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden binnen Natura 2000-gebied de Veluwe en verderweg gelegen Natura 2000-gebieden. Effecten op instandhoudings-doelen van Natura 2000- gebieden als gevolg van toegenomen stikstofdepositie in zowel de aanlegfase en gebruiksfase zijn uitgesloten. Ten aanzien van stikstof zijn geen vervolgstappen nodig.

22

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I

5.3.1.2

Soortenbescherming

Hoofdstuk 3 van de Wet natuurbescherming beschermt bepaalde plant- en diersoorten in Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden én daarbuiten. Er gelden drie beschermingsregimes, te weten voor vogels (Vogelrichtlijn), soorten onder de Habitatrichtlijn (bijlage IV, onderdeel a Habitatrichtlijn, dan wel bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn) en andere (nationale) soorten. Om te beoordelen of de beschermde soorten in het plangebied aanwezig zijn, is een natuurtoets uitgevoerd door Ruimte voor advies, d.d. 22 oktober 2020, bijgevoegd als Bijlage 3. Daarnaast is een nader vleermuizen- en kerkuilonderzoek gedaan op de locatie, bijgevoegd als Bijlage 4. Vleermuizen Nader onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen of vleermuizen daadwerkelijk gebruik maken van de schuur. Het nader onderzoek naar vleermuizen dient plaats te vinden in de vorm van vier gerichte nachtelijke inventarisaties conform de richtlijnen van het Vleermuisprotocol (NGB & Zoogdiervereniging). Dit nader onderzoek naar vleermuizen en kerkuilen is gedaan door De Slijpkruik (21BEL01 op d.d. 18-10-2021). Hierbij is onderscheid gemaakt in verblijfplaatsen en foerageergebieden. Verblijfplaatsen De sloop van de bebouwing leidt niet tot de verstoring en vernieling van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen.

Er is geen sprake van een overtreding van de Wet natuurbescherming, Artikel 3.5, lid 2 en lid 4. Voor de sloop voor de bebouwing is geen activiteitenplan en ontheffing noodzakelijk ten aanzien van vleermuizen; Foerageergebieden en aanvliegroutes De werkzaamheden en ontwikkelingen leiden niet tot het verstoren van een essentieel foerageergebied of vliegroutes van vleermuizen. Hoewel er geen sprake is van essentieel foerageergebied is het toch noodzakelijk om ook in de toekomstige gebruiksfase rekening te houden met vleermuizen. Dit kan bijvoorbeeld door verlichting spaarzaam toe te passen en gebruik te maken van aangepaste verlichting (bijvoorbeeld afschermende armaturen, beperken verlichtingshoogte, toepassen amberkleurige verlichting). Voornamelijk van belang is het tegengaan van lichtverstoring rond de bomenrij ten westen van de schuur omdat dit de meest geschikte foerageerlocatie is. Vanuit de algemene zorgplicht, wet natuurbescherming, dient lichtverstoring voorkomen te worden. Direct aanschijnen van de bomenrij moet voorkomen worden. Kerkuil De bebouwing was ten tijde van de onderzoeken niet toegankelijk voor kerkuil. Sloop van de bebouwing leidt niet tot de verstoring en vernieling van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van de kerkuil en dus niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming, Artikel 3.1, lid 2 en lid 4.

Voor de sloop voor de bebouwing is geen activiteitenplan en ontheffing noodzakelijk. Algemene zorgplicht Voor de uitvoering van werkzaamheden geldt de algemene zorgplicht. Alle broedende vogels, hun broedplaatsen én de functionele omgeving van de broedplaatsen zijn beschermd tijdens de broedperiode. Het verwijderen van bomen en struiken dient gezien te worden als een voor vogels verstorende activiteit en dient buiten het vogelbroedseizoen plaats te vinden. Verstorende werkzaamheden dienen niet tijdens de broedperiode (grofweg maart - augustus) uitgevoerd te worden, tenzij geconstateerd is dat er geen vogelbroedgeval aanwezig is. Een ieder is verplicht om voldoende zorg in acht te nemen voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 5.3.1.3

Houtopstanden

De bescherming van houtopstanden conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bossen en beplantingen in Nederland te behouden. Daarmee wordt de functie van bossen en beplantingen gegarandeerd als habitat voor dieren en planten, als recreatiegebied en als groene long. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of

"Bosweg I" (vastgesteld)

23

Bosweg I griend van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die twintig (of meer) bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Een herplantplicht is niet aan de orde. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de Wet natuurbescherming uitvoering van het onderhavige plan niet in de weg staat.

5.3.2

Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszones

Het plangebied ligt niet binnen de (voormalige) Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is de opvolger van de EHS. Met het bestuursakkoord Natuur is de realisatie en het beheer van het NNN de verantwoordelijkheid van de provincies geworden. In de periode tot 2027 willen Rijk en provincies een forse extra stap zetten op weg naar realisatie van de doelen van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water. Hierbij moet maximale synergie worden bereikt tussen natuur- en watermaatregelen. De provincies geven elk in hun eigen provincie uitwerking aan het natuurbeleid op basis van het Natuurpact. Voor de EHS zijn in de Omgevingsvisie twee nieuwe natuurcategorieën in de plaats gekomen: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO.) Het plangebied ligt niet in het GNN of de GO. Conclusie Het aspect GNN/GO vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.

5.4

Externe veiligheid

Doel Externe veiligheid gaat over het beperken en beheersen van risico's en effecten van calamiteiten, en over het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. In deze paragraaf wordt ingegaan op externe veiligheid in relatie tot verschillende risicovolle bronnen en/of objecten in en nabij het plangebied. Eerst wordt het wettelijk kader op nationaal niveau beschreven, daarna het gemeentelijk beleid en vervolgens overige wet- en regelgeving die voor het plangebied relevant is. Tot slot wordt zonodig het groepsrisico verantwoord. Wettelijk kader Op nationaal niveau zijn verschillende wetten en regels ten aanzien van externe veiligheid. Voor bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI; oktober 2004). Voor transport is het Besluit externe veiligheid transportroutes van toepassing (Bevt: april 2015). Voor buisleidingen moet worden getoetst aan het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb; januari 2015). Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen Plaatsgebonden risico en Groepsrisico.

Plaatsgebonden Risico (PR) Dit is een maat voor de kans dat iemand dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met een gevaarlijke stof. De gestelde norm is een ten minste in acht te nemen grenswaarde (PR 10-6/jaar) die niet mag worden overschreden ten aanzien van 'kwetsbare objecten', alsmede een zoveel mogelijk te bereiken richtwaarde (PR 10-6/jaar) ten aanzien van 'beperkt kwetsbare objecten'. Groepsrisico (GR) Dit is een maat voor de kans dat een grotere groep tegelijkertijd dodelijk getroffen kan worden door een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Voor het groepsrisico geldt een verantwoordingsplicht. Plasbrandaandachtsgebied (PAG) Binnen het werkveld externe veiligheid wordt sinds jaren gewerkt met twee risiconormen, het 24

"Bosweg I" (vastgesteld)

Bosweg I plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Bij de ontwikkeling van het Basisnet is hieraan een derde voorwaarde toegevoegd: het plasbrandaandachtsgebied (PAG). Hiermee wordt het effectgebied weergegeven van het scenario met de grootste kans van voorkomen: de plasbrand. In deze gebieden moet er in samenhang met mogelijkheden van plasbrandbestrijding en bouwtechnische maatregelen beargumenteerd worden waarom er gebouwd wordt. Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen Op 1 april 2015 is het Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen van kracht geworden. Dit Basisnet geeft aan over welke routes (spoor, water en weg) gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Het Basisnet spoor heeft betrekking op het vervoer van gevaarlijke stoffen over het hoofdspoorwegennet. Op basis van de wet- en regelgeving omtrent het Basisnet worden, rekening houdend met te verwachten groei van vervoer van gevaarlijke stoffen door Nederland en verdichting van de ruimte naast het spoor (binnen een afstand van 200 m van het spoor) in met name stedelijke kernen, afspraken gemaakt over de risicoruimte. Beleidsvisie externe veiligheid In 2009 heeft de gemeente Barneveld de 'Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. In deze visie is onder meer vastgelegd hoe in Barneveld nabij risicobronnen zal worden omgegaan met het veiligstellen van een acceptabel niveau van risico's externe veiligheid en beheersbaarheid.

Ten aanzien van het aspect externe veiligheid geldt dat er geen risicobronnen in de directe nabijheid aanwezig zijn. Externe veiligheid is derhalve geen relevant milieuaspect.

5.5

Geluid

De basis voor de ruimtelijke afweging van geluid is de Wet geluidhinder (Wgh). Bij verlening van de omgevingsvergunning of het vaststellen van een bestemmingsplan komen in de volgende gevallen de regels van deze wet aan de orde: het bestemmen van gronden voor nieuwe geluidgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen en onderwijsgebouwen) binnen zones langs (spoor-)wegen en zones rondom industrieterreinen; het bestemmen van gronden voor de aanleg van nieuwe, dan wel reconstructie van gezoneerde (spoor-)wegen; het bestemmen van gronden voor (nieuwe) industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen en herziening van zonegrenzen van industrieterreinen. De Wet geluidhinder gaat uit van zones langs (spoor-)wegen en zones bij industrieterreinen. Het gebied binnen deze zone geldt als akoestisch aandachtsgebied waar, voor bouwplannen en bestemmingsplannen, een akoestische toetsing uitgevoerd dient te worden. De geluidbelasting op de gevels van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mag in principe niet meer bedragen dan de voorkeursgrenswaarde. Indien de geluidbelasting op de gevel hoger is dan de voorkeursgrenswaarde kan onder bepaalde voorwaarden een verzoek worden gedaan tot vaststelling van een hogere waarde. Hierbij mag de geluidbelasting de uiterste grenswaarde niet overschrijden.

De voorkeursgrenswaarde en uiterste grenswaarde voor nieuwe of bestaande geluidgevoelige bestemmingen verschillen per geluidsbron. In geval van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen zones langs wegen of spoorwegen, of binnen de zone van een industrieterrein, is akoestisch onderzoek vereist. Met voorliggend plan worden geen nieuwe geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt. Daarnaast zal er een bestaand 'Bedrijf - Niet agrarisch' gesaneerd worden en zullen de bestaande toegangswegen gebruikt worden voor de gasten. Geconcludeerd kan worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de voogenomen ontwikkeling.

5.6

Geur

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan toetst het bevoegde gezag enerzijds of in het plangebied een qua geur acceptabel woon- en leefklimaat gegarandeerd is. Anderzijds is het uitgangspunt dat met het plan de omliggende bedrijven niet vergaand in hun ontwikkelingsmogelijkheden mogen worden beperkt. Uitgangspunt voor de toetsing zijn de normen zoals die in of op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) zijn vastgelegd. De Wgv maakt het mogelijk om bij verordening af te wijken van de wettelijke geurnormen. De gemeente Barneveld heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt. De Verordening geurhinder en veehouderij is in werking getreden op 18 oktober 2008, waarbij voor een aantal aangegeven delen van het grondgebied van Barneveld andere normen dan de wettelijke zijn vastgesteld. Het plan is getoetst aan de normen die zijn vastgesteld in deze verordening, voor zover deze normen van "Bosweg I" (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=01616e80-0479-4cfb-9276-df840fd5e572