Bloemendal IIb_Toelichting_Bijlage 19 Ecologie, quickscan (2024)
Tekst van het document
Alle mogelijk voorkomende grondgebonden soorten Verbinding De verstedelijking leidt naar verwachting tot het verdwijnen van een verbinding tussen leefgebieden (voornamelijk agrarisch gebied) aan de oost- en westzijde van het plangebied. Ten noorden van het plangebied, waar GO aanwezig is, is een groene verbinding aanwezig waarlangs soorten zich ook kunnen verplaatsen. Hierop gelet zijn negatieve effecten op verbindingen tussen leefgebied uitgesloten. Vleermuizen
39
Verblijfplaatsen Het slopen van de voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 en slopen en/of renoveren van woning en schuur van Nijkerkerweg 128 leidt mogelijk tot aantasting van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en franjestaart. De loods van Nijkerkerweg 126-1 is ongeschikt voor vleermuizen. Daarom kunnen hier geen effecten op verblijfplaatsen plaatsvinden.
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
Ja
QUICKSCAN ECOLOGIE
Soortgroep
Mogelijke effecten Andere gebouwen binnen het plangebied worden niet gesloopt. Ook vinden geen werkzaamheden in de directe omgeving van de gebouwen plaats. Aantasting van verblijfplaatsen is daarom niet aan de orde. Ten noorden van het plangebied zijn potentiële verblijfplaatsen in bomen aanwezig. Conform de voorgenomen ontwikkeling worden deze bomen ontzien. Wel kan uitstraling van kunstlicht ertoe leiden dat deze verblijfplaatsen ongeschikt raken voor boombewonende vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis en franjestaart. Daarnaast kan verstedelijking in de directe omgeving leiden tot een verandering van de omgeving van een verblijfplaats waardoor deze verlaten wordt. Vliegroute Alleen ter hoogte van Bloemendallaan 77 worden enkele houtsingels deels verwijderd. Deze opgaande groenstructuren vormen geen verbinding tussen houtsingel, bosschage of andere landschapselement, zie Figuur 38. Daarnaast blijven de opgaande groenstructuren aan de randen van het plangebied, zoals houtsingels en bosschages, behouden. Hierop gelet Voor meer lichtschuwe, niet-stedelijke vleermuissoorten (bijvoorbeeld gewone grootoorvleermuis en franjestaart) kan het gebruik van kunstverlichting gedurende realisatie- en gebruiksfase, leiden tot permanente aantasting van een vliegroute.
Stedelijke soorten (bijvoorbeeld gewone dwergvleermuis en laatvlieger) zijn meer gewend aan verlichting maar kunnen ook door overmatig lichtgebruik gedurende de avond en nacht verstoord worden. Foerageergebied Het ontwikkelen van het plangebied leidt mogelijk tot een afname van foerageergebied van mogelijk voorkomende vleermuissoorten. Binnen het plangebied zijn, in vergelijking tot de omgeving, echter geen bijzondere landschapselementen aanwezig. In de omgeving zijn verbrede sloten en bosschages aanwezig. Hierop gelet zijn negatieve effecten op foerageergebieden binnen het plangebied uitgesloten. Uitstralend effect van werkzaamheden in het plangebied kunnen wel als effect hebben dat essentiële foerageergebieden en vliegroutes aangetast worden.
Figuur 38 Luchtfoto met houtige opstanden ter hoogte van Bloemendaallaan 77 met potentiële vliegroutes (gele lijn) die verwijderd worden (rood omkaderd) maar geen essentiële verbinding vormen tussen leefgebieden
40
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
Toetsing vereist?
QUICKSCAN ECOLOGIE
Soortgroep
Mogelijke effecten
Toetsing vereist?
Reptielen
Door het bouwrijp maken van het plangebied kunnen ringslangen verstoord, verwond en/of gedood worden. Binnen het plangebied zijn geen broeihopen aanwezig waardoor effecten op voortplantingsplaatsen uitgesloten zijn.
Nee
Hazelworm en levendbarende hagedis komen mogelijk incidenteel voor. Essentieel leefgebied is niet aanwezig. Negatieve effecten op incidenteel voorkomende individuen zijn te verwaarlozen. Voortplantingswater Het verbreden van de sloot leidt mogelijk tot aantasting van voortplantingswater van algemeen voorkomende amfibieënsoorten zoals gewone pad, bruine kikker, bastaardkikker en kleine watersalamander.
Amfibieën
Ja
Verblijfplaatsen en foerageergebied Werkzaamheden gericht op ruigte leiden mogelijk tot aantasting van verblijfplaatsen en foerageergebied van bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander, heikikker, poelkikker, rugstreeppad en kamsalamander. Hierbij worden aanwezige individuen verstoord, verwond en/of gedood worden. Bij aantasting van verblijfplaatsen en foerageergebied zullen soorten uitwijken naar de omgeving waardoor de kans op verstoring, predatie en/of aanrijding door verkeer toeneemt. Daarnaast kan de verstedelijking ertoe leiden dat het aan verkeerslachtoffers toeneemt. Migratieroute Bij het gebruik van materieel tijdens de realisatiefase kunnen amfibieën tijdens de migratie tussen overwinteringsplaats en voortplantingsplaats verstoord, verwond en/of gedood worden. Door de verstedelijking neemt de hoeveel verkeer toe waardoor naar verwachting migrerende amfibieën sneller verstoord en overreden worden. Ongewervelden
5.4
Grote vos, teunisbloempijlstaart en gevlekte witsnuitlibel komen mogelijk incidenteel voor. Essentieel leefgebied is niet aanwezig. Negatieve effecten op incidenteel voorkomende individuen zijn te verwaarlozen.
Nee
Toetsing
Op basis van de effectbeschrijving is geconcludeerd dat negatieve effecten op beschermde broedvogels, vleermuizen, grondgebonden zoogdieren en amfibieën niet uitgesloten zijn. Daarom gaat de toetsing verder in op deze soortgroepen.
5.4.1
Beschermingscategorieën relevante soorten
In Tabel 3 is per soort/soortgroep opgenomen tot welke beschermingscategorie deze behoort. Binnen de provincie Gelderland geldt een vrijstelling voor de binnen het plangebied algemeen voorkomende zoals haas, konijn, egel en muisachtigen, bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander, zie Bijlage A. Deze zijn hieronder daarom niet meegenomen. Voor deze soorten geldt de zorgplicht, zie verder in H 5.5.1. Tabel 3 Beschermingscategorie van de relevante soorten Beschermingscategorie Soort/ soortgroep Vogelrichtlijnsoorten
Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode): O.a. zwarte kraai, ekster, houtduif. Broedvogels (nest jaarrond beschermd): Huismus, steenuil en kerkuil, boerenzwaluw en huiszwaluw.
Habitatrichtlijnsoorten
Vleermuizen: Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, watervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart. Amfibieën: Heikikker, poelkikker, rugstreeppad en kamsalamander.
Andere soorten (niet vrijgesteld)
Boommarter, bunzing, wezel, steenmarter
41
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
5.4.2
Overtreding verbodsbepalingen
In de onderstaande tabellen is per soort(groep) op basis van de effectbeschrijving in de vorige paragraaf aangegeven welke verbodsbepalingen van de Omgevingswet kunnen worden overtreden als gevolg van de werkzaamheden. Daarbij is geen rekening gehouden met eventueel mogelijke mitigerende maatregelen. Op basis van de uitkomst van deze toetsing is bepaald of en zo ja, welke mitigerende maatregelen nodig zijn. Deze zijn beschreven in de volgende paragraaf. Tabel 4 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief Soort(groep) a b c d Als gevolg van Broedvogels (nest beschermd gedurende X X Verwijderen van ruigte, struweel en broedperiode) zoals zwarte kraai, ekster en bomen gedurende broedperiode (maarthoutduif augustus, kan door weersveranderingen en/of andere factoren verschuiven). Broedvogels (nest jaarrond beschermd) X X Sloop van voormalige koeienstal van zoals boerenzwaluw en huiszwaluw Bloemendaallaan 77 en Nijkerkerweg Broedvogels (nest jaarrond beschermd) X X X Slopen van gebouwen Steenuil en kerkuil X Verwijden van opgaand groen en bouwrijp maken van akker- en grasland.
Broedvogels (nest jaarrond beschermd) X X X Verwijderen van de gebouwen van Huismus Nijkerkerweg 128 en Bloemendaallaan 77. X Verwijderen van opgaand groen in de omgeving van Nijkerkerweg 126, 128 en Bloemendaallaan 77. Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor (art. 11.37, lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving): a: te doden of te vangen; b: opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; c: eieren te rapen en deze onder zich te hebben; d: opzettelijk te verstoren; verstoring toegestaan indien niet van wezenlijke invloed op de staat van instandhouding. Lid c is niet van toepassing omdat de werkzaamheden niet gericht zijn op het rapen van eieren.
Tabel 5 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Habitatrichtlijnsoorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief Soort(groep) a b c d e Als gevolg van Vleermuizen X Verstedelijking in de omgeving van (potentiële) Gewone dwergvleermuis, ruige verblijfplaatsen, foerageergebied en vliegroutes. Gebruik dwergvleermuis, laatvlieger, van kunstlicht gedurende de gebruiks- en realisatiefase rosse vleermuis, ter hoogte van (potentiële) verblijfplaatsen, watervleermuis, gewone foerageergebied en vliegroutes. grootoorvleermuis en franjestaart Amfibieën X X X X Verwijderen opgaand groen zoals ruigte en Heikikker, poelkikker, verstedelijking rugstreeppad en kamsalamander Het verbod geldt voor (art. 11.46, lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving): a: het opzettelijk doden of opzettelijk vangen; b: het opzettelijk verstoren; c: het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren; d: het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen; e: het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van beschermde planten. Lid c is niet van toepassing omdat vleermuizen, waar deze toetsing op van toepassing is, zich levendbarend voortplanten.
42
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Tabel 6 Het is verboden om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten (art. 5.1, lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet). Het verbod geldt voor Andere soorten voor de handelingen die in deze tabel zijn aangegeven en die mogelijk wel het gevolg zijn van het initiatief Soort a b c Als gevolg van Grondgebonden X X Plangebied bouwrijp maken. zoogdieren Wezel, steenmarter en boommarter Het verbod geldt voor (art. 11.54, lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving): a: het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende individuen; B: het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren of rustplaatsen; c: het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van Andere soorten (planten). Lid c is niet van toepassing op grondgebonden zoogdieren aangezien deze verbodsbepaling van toepassing is op planten.
5.5
Vervolgstappen
5.5.1
Mitigerende maatregelen
In het kader van de Ow dient rekening gehouden te worden met (mogelijk) voorkomende (beschermde) soorten. Daarnaast dient ook rekening gehouden te worden met de zorgplicht, die ook van toepassing is op niet-beschermde soorten. Op voorhand dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om (mogelijk) negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden te voorkomen: Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode): De werkzaamheden vinden bij voorkeur buiten het broedseizoen plaats. Indien dit niet mogelijk is, dan dient: • De start van de werkzaamheden ruim voor het begin van het broedseizoen plaats te vinden. • Er uiterlijk 3 dagen voor de start van de werkzaamheden een check plaats te vinden op broedgevallen door een ecologisch deskundige. Bij aanwezigheid van een nestplaats wordt door de deskundig ecoloog nader bepaald welke mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden om de nestplaats te ontzien. • Het gras kort (<5 centimeter) gemaaid te zijn en akkers glad gereden, zodat het voor weidvogels niet aantrekkelijk is om te gaan nestelen. Daarnaast dienen binnen de graslanden vogelwerende maatregelen getroffen te worden, zoals het plaatsen van linten. - Van april t/m september dienen zandhopen met een talud van 1:1 of steiler voorkomen te worden (potentiële nestplaats oeverzwaluw).
• Gedurende de gehele realisatiefase dient er overeenkomstig een gedragscode en/of zorgplicht* gehandeld te worden. Dat houdt o.a. in dat er op verstoringsvrije afstand van 10 meter wordt gehandhaafd ter hoogte van hagen, struweel en houtsingels (potentiële nestplaats broedvogels). Vrijgestelde grondgebonden zoogdieren en amfibieën (zorgplicht): • Voer de werkzaamheden rustig uit en in één richting van de openbare weg af. Op deze manier zijn dieren in de gelegenheid om te vluchten naar andere leefgebieden en worden ze niet de weg op gejaagd, waardoor aanrijding met verkeer wordt voorkomen. • Maai het gras kort (<5 centimeter) en rijd de akkers glad vlak vóór het begin van de werkzaamheden aldaar, zodat het voor hazen en andere grondgebonden zoogdieren niet aantrekkelijk is om hier bij de start van de werkzaamheden te verblijven. • Indien een soort wordt aangetroffen en deze niet op eigen kracht het werkterrein kan verlaten, wordt contact opgenomen met een deskundig ecoloog die de noodzakelijk vervolgstappen bepaald. Vleermuizen: • De werkzaamheden dienen enkel overdag (met daglicht) plaats te vinden. Indien er verlichting nodig is tijdens de werkzaamheden dan dient dit zo spaarzaam mogelijk te zijn. Uitstraling buiten het plangebied dient voorkomen te worden. Daarnaast moet de lichtstraal gebundeld naar beneden gericht zijn.
Indien er bewakingsverlichting op de projectlocatie noodzakelijk is, dan mag deze verlichting enkel uit amberkleurig licht bestaan met een straal gericht naar beneden en zonder lichtuitstraling naar de omgeving. • Voorkom gedurende de realisatiefase het gebruik van kunstverlichting richting houtsingels in de omgeving. • Gedurende de gebruiksfase dient voorkomen te worden dat straatverlichting de boomkronen van de houtsingel beschijnt.
43
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
•
Permanente verlichting van het plangebied moet ‘vleermuisvriendelijk’ worden aangelegd. Dit houdt in dat het gebied zo spaarzaam mogelijk verlicht dient te worden en gebruik gemaakt moet worden van amberkleurige en UV-vrije ledverlichting.
Rugstreeppad: • Voorkom braakliggend terrein met mul zand. • Voorkom binnen het gehele plangebied plasvorming gedurende de voortplantingsperiode van de rugstreeppad (april t/m juli).
Start van werkzaamheden •
Begin met de voorbereiding en uitvoering van de werkzaamheden zo kort mogelijk na het soortgericht onderzoek (indien vergunningsvrij gewerkt kan worden) dan wel na ontvangst van de vergunning.
5.5.2
Aanvullend soortgericht onderzoek
Het uitgangspunt van de voorgestelde mitigerende maatregelen is dat negatieve effecten op beschermde soorten voorkomen worden. Mitigerende maatregelen zijn echter onvoldoende toereikend of effecten op een aantal soort(groep)en te voorkomen; conform Ow is aanvullend soortgericht onderzoek noodzakelijk om aanwezigheid vast te stellen, dan wel uit te sluiten. In Tabel 7 zijn de relevante soort(groep)en opgenomen en de specificaties van de onderzoeksinspanning. In Figuur 39 zijn de onderzoeksgebieden weergegeven. Indien op basis van dit soortgericht onderzoek aanwezigheid is vastgesteld wordt nogmaals bekeken of de voorgestelde mitigerende maatregelen voldoende zijn om negatieve effecten, als gevolg van de ontwikkeling, te voorkomen. Indien mitigerende maatregelen onvoldoende zijn dient rekening gehouden te worden met een vergunningsplicht. Tabel 7 Specificatie van het noodzakelijk aanvullend soortgericht onderzoek voor het vaststellen van de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied Soortgroep Soort Onderzoek uitvoeren conform Onderzoeksinspanning: Planten
Stijve wolfsmelk en glad biggenkruid
Expert judgement (geen onderzoeksprotocol beschikbaar)
• • • • • • •
Broedvogels (nest jaarrond beschermd)
Steenuil en kerkuil
Kennisdocument steenuil en kerkuil
• •
• • • •
Huismus
Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2023)
• •
44
Van toepassing op extensief beheerde graslanden binnen plangebied. Onderzoek uitvoeren gedurende bloeiperiode Bloeiperiode stijve wolfsmelk: juli/ augustus Bloeiperiode glad biggenkruid: juli t/m oktober Twee veldbezoeken gedurende bloeiperiode: Eén veldbezoek in juli en één veldbezoek in augustus. Eén onderzoeker Onderzoeksgebied, zie Figuur 24. Van toepassing op woning en schuur van Nijkerkerweg 128 en omgeving (ook ter hoogte van Nijkerkerweg 126). Drie gerichte veldbezoeken in de periode van 1 februari tot en met 30 april -waarbij er minimaal 1 maand zit tussen het eerste en het laatste veldbezoek. Eén veldbezoek voor inspectie gebouw Baltsroep steenuil afspelen Eén onderzoeker Contact leggen met lokale uilenwerkgroep; aanwezigheid nest- en rustplaatsen en territoria binnen plangebied en omgeving. Van toepassing Nijkerkerweg 126-1 (groen), Nijkerkerweg 128 (gebouwen en groen) en Bloemendaallaan 77. Per straat twee gerichte veldbezoeken in de optimale periode 1 april tot en met 15 mei; of drie gerichte veldbezoeken in de periode 10
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Soortgroep
Soort
Onderzoek uitvoeren conform Onderzoeksinspanning:
• Grondgebonden zoogdieren
Boommarter, bunzing, steenmarter en wezel
Visuele inspectie gebouwen van toepassing op de te slopen gebouwen. Op basis daarvan de noodzaak en onderzoeksinspanning bepalen. Handreiking kleine marters in relatie tot soortenbescherming (Provincie Noord-Brabant, 2017)
maart tot en met 20 juni waarvan minimaal één bezoek in de optimale periode heeft plaatsgevonden. Eén onderzoeker
Voor het bepalen van de onderzoeksinspanning zijn voor het plangebied (exclusief gebouwen) twee optie mogelijk: Optie 1: Het marteronderzoek kan alleen aanwezigheid van individuen vaststellen. De onderzoeksinspanning ziet er als volgt uit: • Vijf veldbezoeken; maart t/m augustus, gericht op het plaatsen in controleren onderzoeksmaterialen. • Onderzoeksmaterialen: Wildcamera. Aantal nader te bepalen. • Eén onderzoeker. Optie 2 (Arcadis 2020): Als alternatief op soortgericht onderzoek kan, in verband met de planning, ook een worst case-scenario toegepast kan worden. Dit scenario is ook bij fase 1 toegepast en heeft de voorkeur. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat - na akkoord van het bevoegd gezag uitgangspunten toegepast moeten worden die verder uitgewerkt worden in een compensatieplan: • Er moet een weergave worden gegeven van de hoeveelheid potentieel geschikt leefgebied. • In de maatregelen zou er ten opzichte van de bestaande situatie sprake moeten zijn van een ecologische plus. Hiervoor kunnen verbeteringsmaatregelen voor worden toegepast zoals het plaatsen van takkenrillen, steenmarterkasten (alternatieve verblijfsruimte) in behouden groenstructuren waar rust gevonden wordt en/of aanbieden van houtwallen met zogenaamde kamer die groot genoeg zijn voor steenmarter en boommarter.
• Het is van belang is om leefgebieden met elkaar te verbinden of dit te behouden om versnippering tegen te gaan. Gebouwen Het compensatieplan is gericht op maatregelen in de “natuurlijke” omgeving, bijvoorbeeld aanleg van takkenrillen en poelen. Gelet op de gebouwen die mogelijk geschikt zijn als verblijfplaats van steenmarter en boommarter, is het noodzakelijk om in beeld te brengen of de relevante soorten in de gebouwen aanwezig zijn. Zo ja, dienen naast “natuurlijke” maatregelen ook rekening gehouden te worden met alternatieve verblijfsmogelijkheden zoals kasten in gebouwen, of bomen. Dit onderzoek moet uitgevoerd worden conform optie 1 en is van toepassing op woning en schuur van Nijkerkerweg 128 en voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77.
45
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Soortgroep
Soort
Onderzoek uitvoeren conform
Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, franjestaart, gewone grootoorvleermuis en watervleermuis.
Vleermuisprotocol 2021 (NGB, 2021)
Ringslang
Soorteninventarisatieprotocollen (NGB, 2023)
Onderzoeksinspanning:
Reptielen
Het gaat om de volgende onderzoeklocaties: • Houtsingel met bomen met potentiële verblijfplaatsen. • Nijkerkerweg 128 (woning en schuur) • Bloemendaallaan 77 (voormalige koeienstal). Per onderzoekslocatie • Vier veldboeken voor onderzoek naar boombewoners en vijf veldbezoeken voor onderzoek naar gebouwbewoners. • Mei t/m september, gericht op aanwezigheid van zomer, kraam en paarverblijfplaatsen. Tijdens dit onderzoek wordt ook gelet op aanwezigheid van vliegroutes. • Twee onderzoekers •
• Amfibieën
46
Heikikker, poelkikker, rugstreeppad en kamsalamander
Soorteninventarisatieprotocollen (NGB, 2023)
• •
Vijf veldbezoeken. Bij eerste veldbezoek platen neerleggen. Onderzoeksgebied controleren op zonnende individuen. Kooractiviteiten luisteren, zes veldbezoeken vanaf zonsondergang. Let op! Momenten en minimale weerscondities verschillen per soort. Vier veldbezoeken overdag hierbij platen controleren.
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Figuur 39 Luchtfoto met de onderzoeksgebieden waar aanvullend soortgericht onderzoek uitgevoerd moet worden. Onderzoeksgebied planten (omkaderd met groene stippellijn). Onderzoeksgebied (nest- en rustplaatsen van huismus, steenuil en kerkuil in gebouwen (omkaderd met rode stippellijn). Onderzoeksgebied leefgebied in omgeving van (potentiële) nest- en rustplaats van huismus, steenuil en kerkuil (omkaderd met blauwe stippellijn)
47
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
5.5.3
Uitvoering soortgericht onderzoek
Binnen het plangebied en de omgeving zijn (deel)projecten in uitvoering. Hiervoor zijn in 2024 aanvullende soortgerichte onderzoeken opgestart. In navolgende tabel is weergegeven welke aanvullende soortgerichte onderzoek zijn opgestart en welke soort(groep)en en deelgebieden nog extra aandacht behoeven met betrekking tot aanvullend soortgericht onderzoek. Soortgroep
Soort
Onderzoek opgestart
Waar?
Aanvullend onderzoek noodzakelijk? Ja
Waar
Ja
Akker- en grasland in de omgeving van Bloemendaallaan 77, zie Figuur 40
Steenuil
Ja
Schuur van Bloemendaallaan 77
Ja
Gebouwen en omgeving van Nijkerkerweg 128
Kerkuil
Ja
Schuur van Bloemendaallaan 77
Ja
Gebouwen en omgeving van Nijkerkerweg 128
Huismus
Ja
Schuur van Bloemendaallaan 77
Ja
Gebouwen en omgeving van Nijkerkerweg 128
Grondgebonden zoogdieren
Steenmarter en boommarter
Ja
Ja
Gebouwen van Nijkerkerweg 128
Vleermuizen
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis
Ja
Schuur van Bloemendaallaan 77 Schuur van Bloemendaallaan 77
Ja
Gebouwen en omgeving van Nijkerkerweg 128
Nee
N.v.t.
Nee
N.v.t.
Planten
Broedvogels (nest jaarrond beschermd)
Reptielen
Ringslang
Ja
Amfibieën
Heikikker, poelkikker en rugstreeppad
Ja
Bomen (met holte) aangrenzend en ten noorden van het plangebied. Waterafvoerende sloot ter hoogte van fase 2a en poel ten oosten van fase 2a Waterafvoerende sloot ter hoogte van fase 2a en poel ten oosten van fase 2a, in her kader van het AZC-project (Arcadis, 2023). Gebied ten zuiden en westen deelgebied 2b, in het kader monitoring fase 1 en fietspad.
48
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
Extensieve graslanden binnen fase 2a en 2b, zie Figuur 40
QUICKSCAN ECOLOGIE
Figuur 40 Luchtfoto met de onderzoeksgebieden waar nog aanvullend soortgericht onderzoek dient plaats te vinden. Onderzoeksgebied planten (omkaderd met groene stippellijn)
49
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
6
Beschermde Houtopstanden
6.1
Methodiek
Dit onderzoek bestaat uit een bureaustudie. Voor de regelgeving omtrent beschermde houtopstanden is de website van de provincie Gelderland geraadpleegd (gelderland.nl). Daarnaast is de site van de gemeente Barneveld geraadpleegd om te achterhalen welke verplichtingen bij de gemeente spelen bij het kappen van bomen (barneveld.nl). Voor een impressie van de houtsopstanden zijn tijdens een veldbezoek (zie H 5.1) foto’s genomen.
6.2
Resultaten en vervolgstappen
Inleiding Buiten de bebouwde kunnen bomen en/of struiken van bescherming genieten conform het onderwerp Houtopstanden beschreven in de Ow. Het gaat hierbij om een bomenrij van meer dan 21 bomen, of een bos(je) groter dan 10 are (1000 m2). Indien de te kappen bomen en struiken onder houtopstanden vallen, dient een kapmelding bij de Provincie gedaan te worden. Daarnaast dient rekening gehouden te worden met herplantplicht; op dezelfde locatie dienen binnen 3 jaar nieuwe bomen en/of struiken aangeplant te zijn. Indien het niet mogelijk is om op dezelfde locatie binnen 3 jaar nieuwe bomen en/of struiken te planten dient een vergunning voor afwijking van de herplantplicht aangevraagd te worden. In de meeste gevallen betekent dit dat de gekapte bomen en/of struiken gecompenseerd moeten worden op een andere locatie in de omgeving (gelderland.nl, 2024). Naast een kapmelding is een omgevingsvergunning van de gemeente noodzakelijk (barneveld.nl, 2024). Plangebied Binnen het plangebied worden op vijf locaties bomen en/of struiken verwijderd, zie Figuur 41. In Tabel 8 wordt per locatie beschreven of het opgaand groen van bescherming geniet.
50
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
1
2
3 4
5
Figuur 41 Luchtfoto met de vijf locaties waar bomen/struiken verwijderd worden (omkaderd met groene stippellijn)
51
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Tabel 8 Beschrijving en foto-impressie van de te verwijderen struiken en bomen Locatie Beschrijving Foto-impressie
Voldoet aan criteria van beschermde Houtopstanden?
1
Op het erf van Nijkerkerweg 128 worden verschillende struiken verwijderd. Het gaat om struiksoorten zoals hortensia, conifeer en magnolia.
Nee, want betreft minder dan 21 bomen en oppervlakte is kleiner dan 10 are.
2
Op het erf van Nijkerkerweg 126-1 worden vijf bomen/struiken en één haag verwijderd. Het gaat om boomsoorten zoals beuk, esdoorn en notenbom.
Nee, want betreft minder dan 21 bomen en oppervlakte is kleiner dan 10 are.
52
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Locatie
Beschrijving
3
Op het erf van Bloemendaallaan 77 worden verschillende bomen/struiken verwijderd. Het gaat om boom- en struiksoorten zoals Spaanse aak, Amerikaanse eik, hazelaar en wilg.
Mogelijk, betreft mogelijk meer dan 21 bomen
4
Op het erf van Bloemendaallaan 77 worden verschillende bomen/struiken verwijderd. Het gaat om boom- en struiksoorten zoals Spaanse aak, beuk, hazelaar en wilg.
Mogelijk, betreft mogelijk meer dan 21 bomen
53
Foto-impressie
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
Voldoet aan criteria van beschermde Houtopstanden?
QUICKSCAN ECOLOGIE
Locatie
Beschrijving
5
Ten noord van Wethouder Rebellaan 134 worden verschillende struiken/bomen verwijderd. Het gaat om boom- en struiksoorten zoals zwarte els en hazelaar.
54
Foto-impressie
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
Voldoet aan criteria van beschermde Houtopstanden? Mogelijk, betreft mogelijk meer dan 21 bomen
QUICKSCAN ECOLOGIE
7
Conclusie
7.1
Beschermde gebieden; Natura 2000
Mogelijke negatieve effecten als gevolg van een toename van stikstof dient onderzocht te worden aan de hand van een Aerius-berekening. Indien uit deze berekening blijkt dat negatieve effecten als gevolg van stikstof niet plaatsvinden zijn verdere vervolgstappen niet aan de orde. Indien wel sprake is van een toename van stikstofdepositie als gevolg van het project dan zullen maatregelen bepaald moet worden om emissie te reduceren. Gelet op de afstand van circa 7 kilometer tot het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied zijn negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag, verstoring door licht, geluid en trillingen en vervuiling door oppervlaktewater uitgesloten.
7.2
Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone
Binnen het plangebied is geen GNN en GO aanwezig. Binnen het provincie Gelderland worden externe werkingen als gevolg van verstoring door licht, geluid en trillingen niet getoetst. Verdere vervolgstappen zijn daarom niet aan de orde. Wel wordt aanvullend (bovenwettelijk) geadviseerd om negatieve effecten op naastgelegen GNN en GO zo goed als mogelijk te voorkomen. Het dichtstbijzijnde GNN ligt op 350 meter; gelet op deze afstand zijn verdere vervolgstappen niet aan de orde. De dichtstbijzijnde GO ligt op circa 20 meter van het plangebied maar gelet op de relatief drukke weg (Nijkerkerweg) tussen plangebied en de GO, vinden negatieve effecten als gevolg van geluid, licht en trillingen, niet plaats. Ook voor de GO zijn aanvullende vervolgstappen daarom niet aan de orde.
7.3
Beschermde soorten
Op basis van de QuickScan is het volgende vastgesteld (zie ook tabel 9): • Het plangebied en de omgeving vormt (potentieel) leefgebied van beschermde soorten. Het gaat om soorten binnen de soortgroepen planten, broedvogels, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, reptielen en amfibieën, zie Tabel 9. • Als gevolg van het voornemen zijn negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten waardoor mogelijk conflict plaatsvindt met één of meerdere verbodsbepalingen van de Ow, zie H 5.4.2 voor de relevante verbodsbepalingen. • Indien mogelijk dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden om negatieve effecten, als gevolg van het voornemen, te voorkomen, zie H 5.5.1 voor de mitigerende maatregelen. • Indien mitigerende maatregelen onvoldoende toereikend zijn dient aanvullend soortgericht onderzoek uitgevoerd worden, zie H 5.5.1 voor de noodzakelijke soortgerichte onderzoeken. • In het kader van (deel)projecten binnen het plangebied en de omgeving vinden in 2024 aanvullend soortgerichte onderzoeken plaats. Conform voorliggende QuickScan dient echter aanvullend soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden naar stijve wolfsmelk, glad biggenkruid, huismus en kerkuil. Let op (zie ook Tabel 9): • De mitigerende maatregelen (zie H 5.5.1) geven een eerste inzicht in de maatregelen die getroffen dienen te worden om conflict met verbodsbepalingen van de Ow te voorkomen.
Op basis van het aanvullend onderzoek kunnen extra mitigerende maatregelen mogelijk vereist zijn. • Indien van de mitigerende maatregelen afgeweken wordt vindt mogelijk conflict plaats met één of meerdere verbodsbepalingen. • Indien een essentiële functie van een beschermde soort is vastgesteld en mitigerende maatregelen onvoldoende toereikend zijn, dient rekening gehouden te worden met een vergunning flora- en fauna-activiteiten. • Van de huismus is ter hoogte van Nijkerkerweg 126 en 128 nestindicatief gedrag waargenomen. Gelet op de sloop en/of renovatie van de schuur en renovatie van Nijkerkerweg 128 dient rekening gehouden te worden met een vergunningsplicht voor huismus. Deze vergunningsplicht wordt aangesterkt door de verwijdering van het opgaand groen in de omgeving van de (potentiële) nestplaatsen. • Voor marterachtigen wordt uitgegaan van een worst case-scenario waarbij rekening gehouden dient te worden met compensatie in de omgeving van het plangebied. Hierbij kan gedacht worden aan het optimaliseren van het leefgebied van marterachtigen door realiseren van bijvoorbeeld houtsingels, takkenrillen en poelen. • Onderzoeksgegevens zoals van deze QuickScan zijn 3 jaar geldig. Na 3 jaar dienen onderzoeksgegevens geactualiseerd te worden.
Door ontwikkelingen in het veld (bijvoorbeeld vestiging van soorten door veranderd landgebruik voorafgaand aan de werkzaamheden of het beschikbaar komen van geschikt leefgebied) kunnen 55
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
gegevens snelle verouderen. Vóór aanvang werkzaamheden dient dan ook altijd een laatste scan in het veld plaats te vinden. Voor marterachtigen dient rekening gehouden te worden met een compensatieplan. Alternatief leefgebied dient functioneel te zijn voordat de werkzaamheden, zoals het bouwrijpen van het plangebied, starten. Indien de werkzaamheden vergunningplicht zijn dient rekeningen gehouden te worden met compenserende maatregelen. Indien een vergunning flora- en fauna-activiteiten in het kader van de Omgevingswet aangevraagd moet worden, dient rekening gehouden te worden met vergunningprocedure van 8 weken. De procedure kan met 6 weken worden verlengd.
• • •
Tabel 9 Overzicht van de relevante soort(groep)en en vervolgstappen Relevante soort(groep) Mitigerende Aanvullend Reeds in maatregelen soortgericht uitvoering? voldoende? onderzoek noodzakelijk Planten Nee Ja Deels Stijve wolfsmelk en glad biggenkruid
Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) Zoals zwarte kraai, ekster en houtduif Broedvogels (jaarrond beschermd) Huismus, steenuil, kerkuil, boerenzwaluw en huiszwaluw
Ja
Nee
N.v.t.
Nee
Ja
Deels
Aanvullende onderzoeksinspanning vereist? Ja, van toepassing op extensieve graslanden binnen plangebied. N.v.t.
Vergunning flora- en fauna-activiteit noodzakelijk?
Ja, van toepassing op Nijkerkerweg 126 en 128.
Ja, voor nest-, rustplaatsen en foerageergebied van huismus en nestplaats van huiszwaluw i.v.m. sloop/renovatie gebouwen Nijkerkerweg 128.
Mogelijk, blijkt uit plantenonderzoek.
N.v.t.
Voor andere relevante vogels moet dit blijken uit vogelonderzoek. Grondgebonden zoogdieren Bunzing, boommarter, steenmarter en wezel.
Nee, rekening wordt gehouden met compensatie, in overleg met het bevoegd gezag.
Nee
N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Grondgebonden zoogdieren Steenmarter en boommarter
Nee
Ja
Deels
Ja, van toepassing op Nijkerkerweg 128.
Mogelijk, blijkt uit marteronderzoek.
Reptielen Ringslang
Nee
Ja
Ja
Nee
Mogelijk, blijkt uit ringslangonderzoek.
Amfibieën Heikikker, poelkikker, rugstreeppad en kamsalamander
Nee
Ja
Ja
Nee
Mogelijk, blijkt uit amfibieënonderzoek.
56
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
7.4
Beschermde Houtopstanden
Het plangebied ligt buiten de grens van de bebouwde kom van de gemeente Barneveld en daarom dient bij het kappen van bomen/struiken rekening gehouden te worden met houtopstanden conform Ow. Binnen het plangebied zijn vijf locaties waar bomen/struiken verwijderd worden. Het gaat om vijf locaties: • Nijkerkerweg 128: Struiken. • Nijkerkerweg 126-1: Bomen en struiken. • Bloemendaallaan 77 (twee locaties): Bomen en struiken. • Ten noorden van Wethouder Rebellaan 134: Bomen en struiken. Bomen en struiken vallen onder beschermde houtopstanden wanneer het om meer dan 21 bomen gaat, of een bos(je) groter dan 10 are (1000 m2). Bij de bomen en struiken op het erven van Nijkerkerweg 126-1 en 128 gaat het om minder dan 21 bomen en minder dan 10 are. De bomen/struiken vallen daarom niet onder beschermde houtopstanden. Bij de twee locaties op het erf van Bloemendaallaan 77 en de locatie ten noorden en westen van Wethouder Rebellaan 134 gaat het om meerdere bomen en struiken. Op basis van deze QuickScan is het niet uitgesloten dat dit beschermde houtopstanden zijn. Daarom is het noodzakelijk om het aantal, de soorten en de stamdikte te bepalen en dit via een kapmelding met de Provincie en de Gemeente te communiceren. Indien het om beschermde houtopstanden gaat, dient rekening gehouden te worden met een herplantplicht.
Bij de betreffende locaties gaat het om ruimtebeslag voor onder andere infrastructuur, waardoor hier in de nieuwe situatie geen bomen/struiken aangeplant kunnen worden. Daarom dient rekening gehouden te worden met een aanvraag voor een vergunning voor de herplantplicht met een compensatieplan voor herplant elders in de omgeving. Deze vergunning dient aangevraagd te worden bij de Provincie.
57
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
8
Bronnen
Arcadis. 2020. QUICKSCAN FLORA EN FAUNA BLOEMENDAL FASE 2A & 2B. Ref. D10011754:18. D.d. 24 juni 2020. Arcadis, 2022. SOORTGERICHT ONDERZOEK BLOEMENDAL FASE 2A EN 2B NIJKERKERWEG 128 EN BLOEMENDALLAAN. Ref. D10044065:42. D.d. 9 maart 2022 Arcadis, 2023. AANVULLENDE QUICKSCAN NATUURWETGEVING EN AANBEVELING FAUNAPASSAGE TRAMMELANTBEEK BLOEMENDAL FASE 2BRef. 3EC76TCW5TFR-841539897-6078:2.0. D.d. 7 december 2023. Nationale databank Flora & Fauna, (NDFF). Mei 2024 Provincie Noord-Brabant, 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming. D.d. 13 oktober 2017. Netwerk Groene Bureaus: • Vleermuisprotocol 2021, mei 2024 • Soorteninventarisatieprotocollen, mei 2024 Website: • www.verspreidingsatlas.nl, verspreidingsgegevens (beschermde) soorten. Mei 2024 • www.natura2000.nl, ligging Natura 2000-gebieden. Mei 2024 • www.gelderland.nl, vergunningen/melding-van-kappen-bos-en-bomenrij. Juni 2024 • www.barneveld.nl, bouwen-wonen-en-verhuizen/bouwen-slopen-verbouwen/boom-kappen-of-grondig-snoeien. Juni 2024
58
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Bijlage A Wettelijk kader Omgevingswet De Omgevingswet is op1 januari 2024 in werking getreden. De wet is in plaats van de Wet natuurbescherming gekomen. De Omgevingswet wordt door het Rijk verbeeld als een gebouw in aanbouw en bestaat uit een hoofdspoor, een invoeringsspoor en een aanvullingsspoor. Het hoofdspoor bestaat uit: • De Omgevingswet. • De vier Algemene Maatregelen van Bestuur: – het Omgevingsbesluit; – Besluit kwaliteit leefomgeving – Besluit activiteiten leefomgeving; – Besluit bouwwerken leefomgeving • De Omgevingsregeling. Het invoeringsspoor bestaat uit de bestaande wetten en regels die onderdeel worden van “het nieuwe gebouw” en bestaat uit: • De Invoeringsregeling. • Het Invoeringsbesluit. • De Invoeringswet. Tot slot bestaat aanvulling spoor uit de beleidsontwikkelingen op het gebied van natuur, bodem, geluid en grondeigendom die uiteindelijk opgaan in het hoofdspoor. De onderdelen zijn • Aanvullingsregelingen. • Aanvullingsbesluiten. • Aanvullingswetten.
De fundering van de nieuwe Omgevingswet is het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Dat is één digitaal loket waarin alle wet- en regelgeving over de leefomgeving samenkomt. In het kader van regelgeving rond beschermde soorten zijn met name de Omgevingswet, het Besluit Kwaliteit Leefomgeving en Besluit Activiteiten Leefomgeving van belang. In de navolgende paragrafen is een samenvattende beschrijving van de relevante delen van de wet, besluiten en regelingen gegeven.
59
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Algemene bescherming In het Besluit activiteiten leefomgeving is een zorgplicht ten aanzien van soorten opgenomen. In het algemeen moet voorkomen worden dat bij het doden of vangen van een dier, dat dier onnodig leidt. 1 Verder is aangegeven dat bij flora- en fauna-activiteiten of andere activiteiten waarbij redelijkerwijs vermoed kan worden dat dit leidt tot nadelige effecten ten aanzien van natuurbescherming, de volgende zaken verplicht zijn: 2 • Neem alle maatregelen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om gevolgen te voorkomen. • Voor zover gevolgen niet kunnen worden voorkomen: beperk die gevolgen zoveel mogelijk; • of maak deze ongedaan; en • als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: laat de activiteit achterwege zover dat redelijkerwijs kan worden gevraagd. Voor flora- en fauna-activiteiten geldt specifiek het volgende 3: a. Voorafgaand aan het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op de locatie of in de directe nabijheid beschermde soorten of voor beschermde soorten leefgebieden of groeiplaatsen aanwezig zijn. b. Als deze aanwijzingen er zijn: wordt vastgesteld of op voorhand op grond van objectieve gegevens nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor beschermde dieren, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor beschermde planten. c.
Als die gevolgen niet kunnen worden uitgesloten: wordt nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor beschermde dieren, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor beschermde planten. d. Alle passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen. e. Tijdens en na het verrichten van de activiteit wordt nagegaan of de getroffen maatregelen de beoogde effecten hebben; en f. het verrichten van de activiteit wordt gestaakt als de nadelige gevolgen toch niet worden voorkomen, of, als staken van de activiteit redelijkerwijs niet meer mogelijk is, passende herstelmaatregelen worden getroffen.
Categorieën De wet onderscheidt drie categorieën van beschermde soorten, namelijk: • Soorten vogelrichtlijn, ook wel Vogelrichtlijnsoorten genoemd (§ 11.2.2 Besluit activiteiten leefomgeving). • Soorten habitatrichtlijn, ook wel Habitatrichtlijnsoorten genoemd (§ 11.2.3 Besluit activiteiten leefomgeving). • Andere soorten (§ 11.2.4 Besluit activiteiten leefomgeving). Soorten Vogelrichtlijn Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn zijn in Nederland beschermd. De soorten van artikel 1 van Vogelrichtlijn zijn alle vogelsoorten die op het Europese grondgebied van de lidstaten van de EU voorkomen. Het deel daarvan dat van nature in Nederland voorkomt, is dus beschermd.4
1art. 11.28 (voorkomen onnodig lijden van dieren), Besluit activiteiten leefomgeving 2art. 11.27 (specifieke zorgplicht), lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving 3art. 11.27 (specifieke zorgplicht), lid 2, Besluit activiteiten leefomgeving 4art. 11.37 t/m 11.40, Besluit activiteiten leefomgeving
60
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Soorten Habitatrichtlijn In deze categorie vallen5: • Alle in het wild levende dieren zoals genoemd in: – bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, – bijlage II bij het Verdrag van Bern of; – bijlage I bij het Verdrag van Bonn; • En planten van soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied zoals genoemd in: – bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of; – bijlage I bij het Verdrag van Bern.
Het gaat hierbij dus om meer dan alleen de soorten van de Habitatrichtlijn (namelijk ook soorten van de conventies van Bern en Bonn). Omdat in het Besluit activiteiten leefomgeving § 11.2.3 “soorten habitatrichtlijn” in de titel heeft, wordt deze term echter wel gebruikt om deze groep van beschermde soorten aan te duiden. Andere soorten Naast de soorten waarvan de bescherming op Europees niveau verplicht is gesteld, is er ook een aantal soorten op nationaal niveau beschermd. Dit is dus een “nationale kop” op de Europese bescherming. Het gaat hierbij om soorten die zeer zeldzaam en/of bedreigd zijn, en waarvan het duurzaam voortbestaan niet is verzekerd als geen beschermingsmaatregelen worden getroffen. De soorten waar het om gaat zijn opgenomen in bijlage IX onder A bij het Besluit activiteiten leefomgeving. 6
Regels In de Omgevingswet staat dat het zonder omgevingsvergunning verboden is om een flora- en fauna-activiteit te verrichten.7 De definitie van een flora- en fauna-activiteit is “activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten”. In het Besluit activiteiten leefomgeving is dit nader gespecificeerd. Het verbod geldt voor Vogelrichtlijnsoorten voor:8 a. Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen. b. Het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren of het opzettelijk wegnemen van nesten. c. Het rapen en onder zich hebben van eieren; of d. het opzettelijk storen, tenzij het storen niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. 9 Het verbod geldt voor Habitatrichtlijnsoorten voor: 10 a. Het opzettelijk doden of opzettelijk vangen. b. Het opzettelijk verstoren. c. Het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren. d. Het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen; en e. Het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van beschermde planten. Het verbod geldt voor Andere soorten voor: 11 a. Het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende individuen. b. Het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen. c.
Het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van Andere soorten (planten).
5 art. 11.46 t/m 11.48, Besluit activiteiten leefomgeving 6art. 11.54 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen), Besluit activiteiten leefomgeving 7art. 5.1 (omgevingsvergunningplichtige activiteiten wet), lid 2, onderdeel 9, Omgevingswet 8art. 11.37 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn schadelijke handelingen), lid 1 Besluit activiteiten leefomgeving. 9De uitzondering is opgenomen in art. 11.37 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn schadelijke handelingen), lid 3 Besluit
activiteiten leefomgeving. 10art. 11.46 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen), lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving 11art. 11.54 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen), lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving
61
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Hierboven is voor Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten aangegeven dat verstoring niet is toegestaan. Niet iedere verstoring in het kader van de wet is relevant is. Het moet gaan om verstoring die voor soorten in potentie wezenlijke gevolgen heeft. Een tijdelijke verandering van gedrag valt hier niet zonder meer over. Zie voor meer informatie het volgende tekstkader. Juridisch kader verstoring beschermde soorten Niet iedere toename van verstoringsbronnen leidt tot een daadwerkelijk effect dat in het kader van de wet is voorzien als verstoring. Voor een individu dat sprake is van opzettelijke verstoring als niet in de directe omgeving (tijdelijk) uitwijkmogelijkheden voor handen zijn en de functionaliteit van het leefgebied door verstoring wordt aangetast. Dit si verschillende keren bevestigd door de Raad van State. Hieronder staan twee delen van uitspraken waarin dit bevestigd is: ECLI:NL:RVS:2009:BI3701: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 21 november 2007 in zaak nr.
200607283/1) geldt als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving, moet worden aangemerkt als een opzettelijke verontrusting in de zin van artikel 10 van de Ffw.” ECLI:NL:RVS:2020:1125: “Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in de uitspraak van 23 juni 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM8836), geldt bij de uitleg van artikel 10 van de Flora- en faunawet als uitgangspunt dat niet ieder plan dat tot gevolg heeft dat een beschermde diersoort zich moet aanpassen aan de veranderde omgeving een opzettelijke verontrusting is in de zin van die bepaling. Het tijdelijk (doen) wegvluchten voor werkzaamheden naar een rustiger plek kan niet worden aangemerkt als opzettelijke verontrusting in de zin van deze bepaling. De Afdeling volgt deze interpretatie eveneens ten aanzien van het in het vierde lid van artikel 3.1, vierde lid, van de Wnb neergelegde verbod van opzettelijke storing.”
Gedragscodes en vrijstellingen Het verbod om een flora- en fauna-activiteit uit te voeren zonder omgevingsvergunning geldt niet voor activiteiten die vallen onder een door de minister van LNV vastgestelde gedragscode. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden 12: • Aantoonbaar worden uitgevoerd in overeenstemming met de gedragscode; en • Plaatsvinden in het kader van: – het bestendig beheren of onderhouden van vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, luchthavens, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; – een bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of de bosbouw, – een bestendig gebruik; of – ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.
12art. 11.45 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn op basis van aangewezen gedragscode), art. 11.53 (vergunningvrije gevallen
soorten habitatrichtlijn op basis van aangewezen gedragscode), art. 11.59 (vergunningvrije gevallen andere soorten op basis van aangewezen gedragscode), Besluit activiteiten leefomgeving
62
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Vrijstelling In het algemeen geldt het verbod om een flora- en fauna-activiteit uit te voeren zonder omgevingsvergunning niet voor gevallen, te gebruiken middelen en/of soorten die zijn opgenomen in het omgevingsplan, de waterschapsverordening13, de omgevingsverordening14 of een ministeriële regeling15 of een programma16. Hierbij moet wel worden voldaan aan de voorwaarden zoals die ook gelden voor de aanvraag van een omgevingsvergunning (zie tekst onder kopje “Omgevingsvergunning”). 17 Als activiteiten in een goedgekeurd programma zijn opgenomen, moet het programma wel aan een van de volgende voorwaarden voldoen 18: • Het programma moet gericht zijn op inrichting, gebruik en beheer van een Natura 2000-gebied en gericht zijn op het halen van de instandhoudingsdoelstellingen (voorheen beheerplan). • Het programma moet gericht zijn op een evenwichtige duurzame ontwikkeling waarbij de belasting van kwalificerende natuurwaarden in Natura 2000-gebieden afneemt of beheer, bescherming, herstel van natuurlijke habitats of de staat van instandhouding van in het wild voorkomende dieren of planten verbetert.
Verder geldt voor beschermde soorten het verbod om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit uit te voeren niet in de volgende gevallen: • Als de activiteit is toegestaan in het kader van een andere wet én als wordt voldaan aan artikel 9, lid 1 en 2 en artikel 13 van de Vogelrichtlijn voor Vogelrichtlijnsoorten19, artikel 16, lid 1 van de Habitatrichtlijn voor Habitatrichtlijnsoorten20 en de eisen die ook aan de omgevingsvergunning worden gesteld voor Andere soorten. 21 Zie het volgende tekstkader voor de relevante inhoud van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. • Als de activiteiten vallen onder instandhoudingsmaatregelen 22 en passende maatregelen23 in het kader van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn.24 • Voor andere soorten geldt dat het verbod niet van toepassing is op het doden of vangen van de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis en het beschadigen of vernielen van hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.25
13art. 5.2 (afbakening vergunningplicht art. 5.1), lid 2, Omgevingswet 14art. 5.2 (afbakening vergunningplicht art. 5.1), lid 2, Omgevingswet en art. 11.42 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn in
omgevingsverordening), art. 11.50 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn in omgevingsverordening), art. 11.56 (aanwijzing vergunningvrije gevallen andere soorten in omgevingsverordening), Besluit activiteiten leefomgeving 15art. 5.2 (afbakening vergunningplicht art. 5.1), lid 3, Omgevingswet en art. 11.43 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn in ministeriële regeling), art. 11.51 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn in ministeriële regeling), art. 11.57 (aanwijzing vergunningvrije gevallen andere soorten in ministeriële regeling), Besluit activiteiten leefomgeving 16art. 5.2 (afbakening vergunningplicht art. 5.1), lid 4, Omgevingswet 17art. 8.74j t/m 8.74l, Besluit kwaliteit leefomgeving als verwezen in art. 11.44 (begrenzing aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn), lid 1, art. 11.52 (begrenzing aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten habitatrichtlijn), lid 1, art. 11.58 (begrenzing aanwijzing vergunningvrije flora- en fauna-activiteiten andere soorten), lid 1, Besluit activiteiten leefomgeving, 18art. 5.2 (afbakening vergunningplicht art. 5.1), lid 4, Omgevingswet art. 11.41 (aanwijzing vergunningvrije gevallen soorten vogelrichtlijn in programma), lid 2 en art.
11.46 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen), Besluit activiteiten leefomgeving 19art. 11.37 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn: schadelijke handelingen), lid 2, onderdeel a, Besluit activiteiten leefomgeving. 20art. 11.46 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen) lid 2, onderdeel a, Besluit activiteiten leefomgeving 21art. 11.54 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen), lid 2, onderdeel b, Besluit activiteiten leefomgeving 22“instandhoudingsmaatregel als bedoeld in de art.en 3, eerste lid en tweede lid, onder b, c en d, en 4, eerste lid, eerste zin, en tweede lid, van de vogelrichtlijn of art. 6, eerste lid, van de habitatrichtlijn.” 23“een passende maatregel als bedoeld in art. 6, tweede lid, van de habitatrichtlijn”. 24art. 11.37 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn: schadelijke handelingen), lid 2, onderdeel b, art. 11.46 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen), lid 2, onderdeel b en art. 11.54 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen), lid 2, onderdeel c, Besluit activiteiten leefomgeving. 25art.
11.54 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen), lid 2, onderdeel a, Besluit activiteiten leefomgeving.
63
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Relevante inhoud Vogel- en Habitatrichtlijn In artikel 9 lid 1 staat dat er geen andere bevredigende oplossing mag bestaan en dat het voornemen nodig is: • in het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid (onderdeel a), • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer (onderdeel a), • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren (onderdeel a), • ter bescherming van flora en fauna (onderdeel a); • voor doeleinden in verband met onderzoek en onderwijs, het uitzetten en herinvoeren van soorten en voor de met deze doeleinden samenhangende teelt (onderdeel b); • teneinde het vangen, het houden of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan (onderdeel c). In artikel 9, lid 2 geeft de voorwaarden waaronder mag worden afgeweken.
De volgende zaken moeten worden vermeld: • voor welke soorten mag worden afgeweken (onderdeel a); • welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan (onderdeel b); • onder welke voorwaarden met betrekking tot het risico en onder welke omstandigheden van tijd en van plaats deze afwijkende maatregelen mogen worden genomen (onderdeel c); • welke autoriteit bevoegd is te verklaren dat aan die voorwaarden is voldaan, en te beslissen welke middelen, installaties of methoden mogen worden aangewend, binnen welke grenzen en door welke personen (onderdeel d); • welke controles zullen worden uitgevoerd (onderdeel e). In artikel 13 is opgenomen dat de activiteiten niet mogen leiden tot een verslechtering van de huidige staat van instandhouding.
In artikel 16, lid van de Habitatrichtlijn staat dat wanneer er geen andere bevredigende oplossing bestaat en dat de activiteit geen afbreuk doet aan een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, mag onder de volgende voorwaarde worden afgeweken: • in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna en van de instandhouding van de natuurlijke habitats (onderdeel a); • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden en wateren en andere vormen van eigendom (onderdeel b); • in het belang van de volksgezondheid en de openbare veiligheid of om andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (onderdeel c); • ten behoeve van onderzoek en onderwijs, repopulatie en herintroductie van deze soorten, alsmede voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten (onderdeel d); • ten einde het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, door de bevoegde nationale instanties vastgesteld aantal van bepaalde specimens van de in bijlage IV genoemde soorten te vangen, te plukken of in bezit te hebben (onderdeel e).
64
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Voor dit project is Provincie Gelderland het bevoegd gezag. Provincie Gelderland heeft een algemene vrijstelling verleend voor onderstaande soorten: Amfibieën • Bastaardkikker • Bruine kikker • Gewone pad • Kleine watersalamander • Meerkikker Grondgebonden zoogdieren • Aardmuis • Bosmuis • Bunzing • Dwergmuis • Dwergspitsmuis • Egel • Gewone bosspitsmuis • Haas • Hermelijn • Huisspitsmuis • Konijn • Ondergrondse woelmuis • Ree • Rosse woelmuis • Tweekleurige bosspitsmuis • Veldmuis • Vos • Wezel • Woelrat Omgevingsvergunning Voor een project geldt dat in de aanvraag van een omgevingsvergunning moet worden voldaan aan een aantal eisen. Dit verschilt per beschermingscategorie. Voor Vogelrichtlijnsoorten moet een project voor een aanvraag omgevingsvergunning voldoen aan de volgende eisen om de omgevingsvergunning ook daadwerkelijk te verlenen 26: • Er is geen andere bevredigende oplossing.
• De activiteit is nodig is: – in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; – in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; – voor het voorkomen van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; – ter bescherming van flora en fauna; – voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt; of – om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan; en • De activiteit niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de relevante soort(en).
26art. 8.74j (beoordelingsregels flora- en fauna-activiteit: soorten vogelrichtlijn), Besluit kwaliteit leefomgeving
65
Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential
QUICKSCAN ECOLOGIE
Voor Habitatrichtlijnsoorten moet een project voor een aanvraag omgevingsvergunning voldoen aan de volgende eisen om de omgevingsvergunning ook daadwerkelijk te verlenen 27: • Er is geen andere bevredigende oplossing. • De activiteit is nodig: – in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; – voor het voorkomen van ernstige schade aan met name gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; – in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; – voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daarvoor benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of – om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, respectievelijk een beperkt bij de omgevingsvergunning vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben; en • de activiteit geen afbreuk doet aan het streven de