CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bloemendal IIb_Toelichting_Bijlage 19 Ecologie, quickscan (2024)

Gemeenteraad 25 september 2024, gemeente BarneveldBij agendapunt: Bestemmingsplan Bloemendal fase IIb, Barneveld18.112 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

QuickScan ecologie In het kader van de Omgevingswet Nieuwbouwontwikkeling Bloemendal Barneveld fase 2a en 2b Gemeente Barneveld 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Contactpersoon NICK HUISMAN

Arcadis Nederland B.V. Postbus 4205 3006 AE Rotterdam Nederland

2

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6 3

Inleiding

5

1.1

Aanleiding en doel

5

1.2

Leeswijzer

5

Plangebied en ingreep

6

2.1

Huidige situatie

6

2.2

Voorgenomen ingreep

7

Beschermde gebieden: Natura 2000-gebieden

11

3.1

Methodiek

11

3.2

Resultaten

11

3.3

Effectenanalyse

12

Beschermde gebieden: Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

13

4.1

Methodiek

13

4.2

Resultaten

13

4.3

Effectenanalyse

14

Beschermde soorten

15

5.1

Methodiek

15

5.2

Resultaten

15

5.3

Effectenanalyse

37

5.4

Toetsing

41

5.4.1

Beschermingscategorieën relevante soorten

41

5.4.2

Overtreding verbodsbepalingen

42

5.5

Vervolgstappen

43

5.5.1

Mitigerende maatregelen

43

5.5.2

Aanvullend soortgericht onderzoek

44

5.5.3

Uitvoering soortgericht onderzoek

48

Beschermde Houtopstanden Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

50

QUICKSCAN ECOLOGIE

7

8

6.1

Methodiek

50

6.2

Resultaten en vervolgstappen

50

Conclusie

55

7.1

Beschermde gebieden; Natura 2000

55

7.2

Beschermde gebieden; Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

55

7.3

Beschermde soorten

55

7.4

Beschermde Houtopstanden

57

Bronnen

58

Bijlagen Bijlage A Wettelijk kader Omgevingswet

59

Bijlage B Foto-impressie plangebied

68

Colofon

75

4

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel

De gemeente Barneveld heeft het voornemen om binnen fase 2a en 2b van het project Bloemendal nieuwbouw te realiseren. Bij dergelijke ontwikkelingen dient rekening gehouden te worden met vigerende natuurwetgeving betreffende beschermde soorten, gebieden en houtopstanden (plangebied ligt buiten bebouwde kom van gemeente Barneveld). In het kader van de Omgevingswet (Ow) zijn soorten, gebieden (Natura 2000-gebieden) en houtsopstanden beschermd. De omgevingsverordening van de provincie Gelderland regelt de planologische bescherming van het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Groene ontwikkelingszone (GO). In 2020 heeft Arcadis een QuickScan flora en fauna uitgevoerd (Arcadis, 2020). Conform de Omgevingswet dienen onderzoeksgegevens na drie jaar geactualiseerd te worden, derhalve is de QuickScan uit 2020 verouderd. Arcadis heeft van de gemeente Barneveld opdracht gekregen om een QuickScan ecologie voor dit gebied opnieuw uit te voeren. Voorliggende rapportage betreft de QuickScan waarbij alle (mogelijke) ecologische risico’s en eventuele vervolgstappen in beeld gebracht zijn.

1.2

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 behandelt het plangebied en de voorgenomen ingreep. Hoofdstuk 3 gaat in op de Natura 2000-gebieden. Hoofdstuk 4 behandelt het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone. Hoofdstuk 5 gaat in op beschermde soorten conform de Omgevingswet. Hoofdstuk 6 gaat vervolgens in op beschermde houtsopstanden conform de Omgevingswet. In hoofdstuk 7 zijn de conclusie en de volgstappen opgenomen. In hoofdstuk 8 zijn de geraadpleegde bronnen weergegeven. Bijlage A behandelt het wettelijk kader van de Omgevingswet. Bijlage B is de foto-impressie van het plangebied en de directe omgeving opgenomen.

5

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

2

Plangebied en ingreep

2.1

Huidige situatie

De deelgebieden fase 2a en 2b zijn in Barneveld (provincie Gelderland) gelegen tussen de Bloemendaallaan (oostelijk gelegen) en de Nijkerkerweg (westelijk gelegen), zie Figuur 1. Deze percelen bestaan voornamelijk uit akkers, weide en een braakliggend terrein. De percelen worden omsloten door zwak-stromende en soms drooggevallen watergangen. Binnen en aangrenzend aan het plangebied zijn houtsingels aanwezig, bestaande uit voornamelijk zwarte els, eik, berk en wilg. In het oostelijk deel van fase 2a is een gronddepot aanwezig. De bebouwing op de percelen bestaat uit vrijstaande huizen of boerderijen (zowel nieuw als oud) met pannendaken en stallen of schuren of loodsen. Binnen fase 2a staan drie vrijstaande woningen met stallen/schuren en loodsen en omliggende percelen. Van deze woningen zijn twee gerenoveerd/nieuwbouw (Nijkerkerweg 126 en 126-1) en één oude boerderij (Nijkerkerweg 128). Binnen fase 2b zijn vier woningen (Bloemendaallaan 77 t/m 83) aanwezig. Bij Bloemendaallaan 77 is ook een voormalige koeienstal aanwezig. Het bedrijf heeft geen agrarische functie meer. De omliggende percelen bestaan voornamelijk uit gras- en akkerland en braakliggend terrein, aangrenzend aan de sportvelden. In het zuidwesten is de nieuwbouwwijk van fase 1 te vinden. In Bijlage B is een foto-impressie van de deelgebieden en de directe omgeving opgenomen.

Figuur 1 Plangebied en fase 2a (geel omkaderd) en fase 2b (rood omkaderd). De cijfers betreffen de huisnummers langs de Nijkerkerweg en de Bloemendaallaan 6

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

2.2

Voorgenomen ingreep

Binnen het plangebied (fase 2a en 2b) zal een nieuwe wijk gerealiseerd worden, met nieuwe infrastructuur, woningen en groenzones. Hiervoor zal het plangebied, bestaande uit voornamelijk gras- en akkerland, bouwrijp gemaakt worden. Hieronder is per woonerf aangegeven of en zo ja, welke werkzaamheden plaatsvinden: • Bloemendaallaan 77: - De voormalige koeienstal wordt gesloopt en terrein wordt bouwrijp gemaakt voor onder andere nieuwbouw. - Een deel van het opgaand groen (struiken en bomen) wordt verwijderd en het terrein wordt bouwrijp gemaakt - De woning en garage en de directe omgeving blijven behouden • Bloemendaallaan 79 t/m 83: - Hier vinden geen werkzaamheden plaats • Nijkerkerweg 126 en 126-1: - De loods wordt gesloopt en terrein wordt bouwrijp gemaakt. - Enkele bomen/struiken worden verwijderd en het terrein wordt bouwrijp gemaakt. • Nijkerkerweg 128: - Perceel wordt opgesplitst in twee woonerven; de schuur wordt vermoedelijk gesloopt maar kan ook verbouwd worden. - Het woonhuis wordt gerenoveerd. - Het groen in de voortuin wordt verwijderd. Hier wordt een wadi aangelegd. In Figuur 2 is de locatie van de te slopen gebouwen en de te verwijderen struiken/bomen weergegeven. Verder wordt rekening gehouden met nog een aantal ingrepen: • Een deel van houtsingel, ter hoogte van Wethouder Rebellaan 24/7, wordt verwijderd, zie Figuur 2.

• De Trammelantbeek (zie Figuur 3) grenst aan fase 2a en loopt door fase 2b. Deze watergang blijft behouden en wordt mogelijk op sommige delen uitgegraven om de waterafvoerende capaciteit te verbeteren. Het voornemen is om ter hoogte van doorkruisingen met infrastructuur (bruggen/duikers) faunapassages te realiseren (Arcadis, 2023). De infrastructuur binnen het plangebied zal aansluiten op de bestaande infrastructuur waaronder de verharde wegen van de Nijkerkerweg en Bloemendaallaan. In Figuur 3 en Figuur 4 is de ontwerptekening van plangebied (fase 2a en 2b) weergegeven. In Bijlage B is een foto-impressie van het plangebied opgenomen.

7

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Figuur 2 Plangebied en fase 2a (geel omkaderd) en fase 2b (rood omkaderd) met gebouwen die gesloopt en/of gerenoveerd worden (binnen oranje stippellijn), gebieden met de te verwijderen bomen en/of struiken (binnen groene stippellijn) en Trammelantbeek die mogelijk deels verbreed wordt (blauwe stippellijn)

8

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Figuur 3 Ontwerp plangebied; fase 2a (binnen gele stippellijn) met te behouden woningen (rood omkaderd), nieuwbouw (paars gerande vlakken), infrastructuur/parkeerplaatsen (grijs gerande vlakken) en aan te planten groen (groene vlakken en symbolen)

9

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Figuur 4 Ontwerp plangebied; fase 2b (binnen rode stippellijn) met te behouden woningen (rood omkaderd), nieuwbouw (paars omkaderd), infrastructuur/parkeerplaatsen (grijs) en aan te planten groen (groen)

10

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

3

Beschermde gebieden: Natura 2000-gebieden

3.1

Methodiek

Dit onderzoek bestaat uit een bureaustudie waarbij de interactieve kaart van Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is geraadpleegd (www.natura2000.nl). Met deze kaart is de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden bepaald. Op basis van deze bevindingen, de eigenschappen van de werkzaamheden is geconcludeerd of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden kunnen plaatsvinden of uitgesloten kunnen worden. Indien negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, wordt ingegaan op de vervolgstappen die getroffen dienen te worden om conflict met de Ow te voorkomen. Wat betreft negatieve effecten dient rekening gehouden te worden met directe en externe werkingen. Bij directe werkingen gaat het om ruimtebeslag (afname Natura 2000-gebied) en directe verstoring door licht, geluid en trillingen en vervuiling van oppervlaktewater. Bij externe werkingen gaat het om effecten over grotere afstand, zoals vervuild oppervlaktewater dat in een Natura 2000-gebied terechtkomt en verrijking van de bodem als gevolg van een toename van de stikstofdepositie.

3.2

Resultaten

Het plangebied vormt geen onderdeel van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe en is gelegen op circa 7 kilometer afstand van het plangebied, zie Figuur 5.

Figuur 5 Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (groen)

11

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

3.3

Effectenanalyse

Uit de resultaten (H3.2) blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied op circa 7 kilometer ligt. Negatieve effecten als gevolg van ruimtebeslag zijn daarom op voorhand uitgesloten. Gelet op de afstand zijn externe werkingen als gevolg van verstoring door licht, trillingen en geluid en vervuiling door oppervlaktewater ook uitgesloten. Negatieve effecten als gevolg van een toename van stikstofdepositie gedurende de realisatie- en gebruiksfase zijn niet op voorhand uitgesloten. Gedurende de realisatiefase gaat het om uitstoot van stikstof door verkeer (aan- en afvoer) en gebruik van materieel op de locatie. Gedurende de gebruiksfase gaat het om de toename van stikstofdepositie door de gebruikers en leveranciers waarbij bijvoorbeeld ook door verkeersbewegingen uitstoot van stikstof plaatsvindt.

12

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

4

Beschermde gebieden: Gelders Natuurnetwerk & Groene ontwikkelingszone

4.1

Methodiek

Dit onderzoek bestaat uit een bureaustudie waarbij de interactieve kaart van provincie Gelderland (geoportaal.gelderland.nl) is geraadpleegd. Met deze kaart is de ligging van het plangebied ten opzichte van het Gelders natuurnetwerk (GNN) de groene ontwikkelingszone (GO) bepaald. Op basis van deze bevindingen, de eigenschappen van de werkzaamheden en het beleid van de provincie Gelderland is geconcludeerd of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden kunnen plaatsvinden of uitgesloten kunnen worden. Indien negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten kunnen worden, wordt ingegaan op de vervolgstappen die getroffen dienen te worden om conform de regelgeving te kunnen werken. Wat betreft negatieve effecten dienen binnen de provincie Gelderland interne werkingen, als gevolg van ruimtebeslag en verstoring door licht, geluid en trillingen, getoetst te worden. Binnen het provinciaal beleid van de provincie Gelderland worden externe werkingen niet getoetst.

4.2

Resultaten

Het dichtstbijzijnde gebied van GNN ligt ten oosten van fase 2a op circa 460 meter. Ten westen van fase 2a ligt de GO op circa 20 meter, zie Figuur 6. Ten noorden van plangebied van fase 2a ligt de GO op circa 130 meter. Wat betreft fase 2b ligt het dichtstbijzijnde GNN-gebied in het noordoosten op circa 225 meter. Ten noorden van deze fase ligt de GO op circa 350 meter.

Figuur 6 Ligging plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van GNN-gebied (donkergroen) en GO-gebied (lichtgroen)

13

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

4.3

Effectenanalyse

Op basis van de resultaten is geconcludeerd dat de verschillende delen van het plangebied geen onderdeel uitmaken van het GNN en de GO. Directe werkingen als gevolg van ruimtebeslag, licht, geluid en trillingen vinden daarom niet plaats. Binnen de provincie Gelderland worden externe werkingen als gevolg van verstoring door licht, geluid, trillingen niet getoetst. Verdere toetsing is daarom niet aan de orde. Indien verwacht wordt dat externe werkingen op GNN of GO plaatsvinden zal aanvullend geadviseerd worden om bovenwettelijke maatregelen te treffen om uitstraling van effecten zo goed als mogelijk te voorkomen. Op circa 20 meter van het plangebied ligt de GO. Tussen het plangebied en de GO ligt de Nijkerkerweg bestaande uit een relatief drukke autoweg en twee fietspaden. Gelet op de verstoring, afkomstig van het verkeer op deze weg, zijn externe werkingen uitgesloten. Aanvullende maatregelen worden daarom niet geadviseerd. Gelet op de afstand van circa 350 meter tot het dichtstbijzijnde het GNN, zijn effecten van externe werkingen op voorhand uitgesloten.

14

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

5

Beschermde soorten

5.1

Methodiek

Er zijn een bureaustudie en een veldbezoek uitgevoerd. Voor actuele waarnemingen van beschermde soorten is gebruik gemaakt van de verspreidingsgegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) van de afgelopen vijf jaar (mei 2019 – mei 2024). In een straal van één kilometer rondom het plangebied is onderzocht welke soorten zijn waargenomen. Aanvullend is door middel van www.verspreidingsatlas.nl onderzocht of het plangebied binnen het verspreidingsgebied van beschermde soorten ligt. Tevens zijn bestaande onderzoeksgegevens geraadpleegd (Arcadis, 2022). De bevindingen van het bureauonderzoek vormen input voor het veldbezoek. Het veldbezoek is uitgevoerd op 15 mei 2024 door J. Osterthun, ecoloog van Arcadis. De weersomstandigheden waren: 19°C, licht bewolkt en een windkracht van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is een habitatgeschiktheidsbeoordeling uitgevoerd. Hierbij is op basis van de uitkomsten van het bureauonderzoek en de fysieke kenmerken van het plangebied een indicatie gegeven van het mogelijk voorkomen van beschermde plant- en diersoorten. Hierbij is onderzocht of mogelijke standplaatsen, verblijfplaatsen, voortplantingsplaatsen of leefgebieden binnen of in de directe omgeving van het ingreepgebied (kunnen) worden aangetast.

Bij (mogelijke) aanwezigheid van een beschermde soort is vervolgens bepaald of negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden kunnen optreden. Indien negatieve effecten uitgesloten kunnen worden, zijn verdere vervolgstappen niet nodig. Indien wel sprake is van een potentieel negatief effect is getoetst of en zo ja welke verbodsbepaling van de Ow mogelijk overtreden worden. Indien mogelijk een conflict met een verbodsbepaling plaatsvindt, volgt hieruit een beschrijving van de vervolgstappen die getroffen moeten worden om overtreding te voorkomen.

5.2

Resultaten

In Tabel in 1 zijn de bevindingen van de bureaustudie en veldbezoek opgenomen. Tabel 1 Voorkomen en functie leefgebied van beschermde soorten binnen het plangebied per relevante soortgroep Soortgroep Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat Conclusie Planten

Bureauonderzoek Binnen het plangebied en de omgeving zijn geen waarnemingen bekend van beschermde plantensoorten (NDFF). Het plangebied ligt in het verspreidingsgebied van stijve wolfsmelk (verspreidingsatlas.nl). Het plangebied grenst aan het verspreidingsgebied van glad biggenkruid (verspreidingsatlas.nl). Stijve wolfsmelk komt voor op akkers, bosranden (langs rivierdalbossen), heggen, kapvlakten, waterkanten (slootkanten), bermen en dijken (verspreidingsatlas.nl). Glad biggenkruid komt voor op akkers (graanakkers en akkerranden), zeeduinen (laag blijvend duingrasland), bermen (open plekken en pas ingezaaide bermen) en grasland (verspreidingsatlas.nl). Op basis van reeds uitgevoerde QuickScan is aanwezigheid van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid in een deel van fase 2b niet uitgesloten (Arcadis, 2023). Veldbezoek Tijdens de veldbezoeken zijn geen beschermde planten aangetroffen. Wat betreft beschermde planten is het volgende vastgesteld: • Binnen fase 2a en 2b is akkerland aanwezig. Extensief beheerd grasland (zie Figuur 7) vormt een potentiële groeiplaats van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid. Extensieve delen zijn langs de randen van het akkerlanden aangetroffen. Daarnaast is ook een grasland binnen fase 2b aanwezig waar,

15

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

Het plangebied ligt binnen het verspreidingsgebied van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid. Ter hoogte van de erven is aanwezigheid van beschermde planten uitgesloten. De extensief beheerde graslanden vormen een potentiële groeiplaats van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid; aanwezigheid is hier niet uitgesloten.

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

•

Conclusie

gelet op de ruigte, extensief beheer plaatsvindt. Dit vormen potentiële groeiplaatsen van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid; aanwezigheid is niet uitgesloten. De erven binnen worden intensief beheerd en zijn grotendeels verhard, of hier is opgaande begroeiing aanwezig zoals hagen, struiken en bomen. Dit vormen geen geschikte groeiplaatsen van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid; aanwezigheid is hier uitgesloten.

Figuur 7 Binnen het plangebied zijn extensieve graslanden aanwezig en vormen een potentiële groeiplaats van stijve wolfsmelk en glad biggenkruid Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

16

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn broedvogels waargenomen zoals aalscholver, appelvink, ekster, koolmees, roodborst en zwarte kraai (NDFF). De meeste broedvogels kunnen, gelet op het vlieggedrag, relatief grote afstanden afleggen en kennen nagenoeg geen barrières. Hierdoor is het voor de meeste broedvogels niet mogelijk om aanwezigheid op basis van het bureauonderzoek uit te sluiten.

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode) komen voor binnen het plangebied.

Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn broedvogels waargenomen zoals houtduif, holenduif, koolmees, merel en wilde eend. Er zijn geen nesten aangetroffen maar deze zijn op basis van het veldbezoek niet uitgesloten. Wat betreft broedvogels is het volgende vastgesteld: • Binnen de houtsingel met ruigte in de ondergroei, is dekking te vinden. Hier kan genesteld worden door broedvogels zoals zwarte kraai, houtduif en fazant. • Binnen het plangebied kan door broedvogels zoals zwarte kraai, houtduif en fazant gefoerageerd worden. Gelet op de agrarische omgeving waar akkerland, bosschages en erven aanwezig zijn, is geconcludeerd dat het plangebied geen essentiële functie als foerageergebied heeft. • De gebouwen vormen een potentiële nestplaats van broedvogels zoals koolmees en spreeuw. • De gras- en akkerlanden vormen een potentiële nestplaats van weidevogels zoals kievit en scholekster. Ter hoogte van de Trammelantbeek is ruigte aanwezig waar ook gebroed kan worden door broedvogels zoals wilde eend.

Opgaand groen zoals ruigte en houtsingels vormen een potentiële nestplaats van broedvogels zoals houtduif, zwarte kraai en fazant. De gras-, en akkerlanden binnen het plangebied vormen een potentiële nestplaatsen van weidevogels zoals kievit en scholekster. De gebouwen vormen een potentiële nestplaats van broedvogels zoals spreeuw en koolmees.

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn broedvogels met jaarrond beschermd nest waargenomen zoals buizerd, gierzwaluw, huismus, kerkuil, steenuil, huiszwaluw en boerenzwaluw (NDFF). De meeste broedvogels kunnen, gelet op het vlieggedrag,

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

Broedvogels met jaarrond beschermd nest zijn aanwezig.

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

relatief grote afstanden afleggen en kennen nagenoeg geen barrières. Hierdoor is het voor de meeste broedvogels niet mogelijk om aanwezigheid op basis van het bureauonderzoek uit te sluiten.

Nest- en rustplaatsen van huismus zijn binnen het plangebied vastgesteld. Alle gebouwen vormen een potentiële nestplaats. Het plangebied vormt potentieel foerageergebied.

Uit actuele onderzoeksgegevens blijkt het volgende: • Jaarrond beschermde nesten in bomen zijn niet waargenomen. In hoeverre ook de houtsingel in het oosten van het plangebied is onderzocht in 2022 (Arcadis, 2022), is onbekend. • Ter hoogte van Nijkerkerweg 132 is een territorium van de steenuil vastgesteld, zie Figuur 8. Fase 2a ligt naar verwachting (deels) binnen het territorium (Arcadis, 2022). • In het woonhuis van Nijkerkerweg zijn drie nestplaatsen van huismus vastgesteld (Arcadis, 2022). • In de houtsingel op circa 100 meter ten noordoosten van fase 2a is een potentieel jaarrond beschermd nest van boomvalk, buizerd, havik sperwer en ransuil aanwezig, zie Figuur 9 (Arcadis, 2023). • Tijdens de veldbezoeken in het najaar van 2023 en voorjaar 2024 zijn geen potentieel jaarrond beschermde nesten aangetroffen (Arcadis 2023 & 2024).

Het plangebied vormt naar verwachting onderdeel van territorium van steenuil. Mogelijk zijn meer territoria aanwezig. Het plangebied vormt potentieel foerageergebied. Kerkuil kan mogelijk binnen het plangebied een rustplaats hebben. Aanwezigheid van nestplaats is uitgesloten. Wel kan er gefoerageerd worden binnen het plangebied.

In de omgeving van het plangebied (<100 meter) zijn geen andere potentieel jaarrond beschermde nestplaatsen Figuur 8 Ligging van een territorium van de steenuil (op basis van Kennisdocument Steenuil bepaald) binnen rode cirkel (Arcadis, 2022) ten opzichte van het plangebied vastgesteld. (blauw en groen omkaderd)

17

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Figuur 9 Ligging potentiële nestplaats boomvalk, buizerd, havik, sperwer en ransuil ten opzichte van het plangebied (fase 2a is geel omkaderd en fase 2b is rood omkaderd) Veldbezoek Tijdens het veldbezoek is ten zuiden van het plangebied een overvliegende buizerd waargenomen. Ter hoogte van Nijkerkerweg 126 en 128 zijn meerdere huismussen roepend waargenomen. Ook zijn hier enkele huiszwaluwen overvliegend waargenomen. Bij de schuur van Nijkerkerweg 128 is een nestplaats van huiszwaluw aangetroffen. In de schuur van Bloemendaal 77 zijn uitwerpselen aangetroffen van mogelijk steenuil of kerkuil. Er zijn geen braakballen aangetroffen. Wat betreft broedvogels met jaarrond beschermd nest is het volgende vastgesteld: • Boomvalk, buizerd, havik, sperwer en ransuil: • In de houtsingel ten oosten van het plangebied is één potentieel jaarrond beschermd nest van boomvalk, buizerd, havik, sperwer of ransuil aanwezig, zoals eerder is vastgesteld, zie Figuur 9. Verder zijn geen potentieel jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Binnen het plangebied zijn onder andere gras- en akkerlanden, houtsingels en bosschages aanwezig waar gefoerageerd kan worden. • Steenuil: - De steenuil, die ter hoogte van Nijkerkerweg 132 verblijft (Arcadis, 2021), maakt binnen zijn leefgebied onder andere gebruik van landschapselementen. Het plangebied maakt mogelijk onderdeel uit van het foerageergebied.

De houtsingel en graslanden binnen het plangebied vormen potentieel foerageergebied. Ook binnen de erven van Nijkerkerweg 126 en 128 (zie foto’s in bijlage B) is groen aanwezig waar gefoerageerd kan worden. De voormalige koeienstal van woonhuis en schuur van Nijkerkerweg 128 en Bloemendaallaan 77 vormen een potentiële nest- en rustplaats van steenuil, zie Figuur 10 t/m Figuur 12. Binnen de erven van Nijkerkerweg 126 en 128 en Bloemendaallaan 77 is groen (onder andere grasland en hagen) aanwezig waar gefoerageerd kan worden, zie foto’s in bijlage B. Ter hoogte van Bloemendaallaan 83 (zie Figuur 13) is een nestkast van steenuil aanwezig. Hier kan steenuil broeden en rusten. De steenuil is gebonden aan de directe omgeving van een verblijfplaats waardoor het plangebied, waaronder onder andere akkerland en houtsingels, kunnen functioneren als essentieel foerageergebied. De loods van Nijkerkerweg 126-1 heeft geen openingen ter hoogte van de dakrand, zie figuur 14. Ook aan de binnenkant van de constructie (zie Figuur 15) zijn geen (potentiële) nestplaatsen aangetroffen. Aanwezigheid van een nest- en/of rustplaats is uitgesloten.

18

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

Conclusie

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat •

•

•

•

19

Kerkuil: - De schuur van Nijkerkerweg 128 is toegankelijk voor kerkuil (zie Figuur 10) waardoor aanwezigheid van nest- en rustplaatsen niet uitgesloten is. - De voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 is toegankelijk (zie Figuur 11) waardoor een potentiële rustplaats van kerkuil niet uitgesloten is. Beschutte ruimtes waar gebroed kan worden door kerkuil zijn niet aangetroffen, zie Figuur 12. - Bij de overige gebouwen zijn geen invliegopeningen aangetroffen en vormen daarom geen potentiële verblijfplaats. De kerkuil heeft een relatief groot foerageergebied en voor het foerageren voornamelijk gebonden aan grasland. Het plangebied bestaat voornamelijk uit intensief beheerde akker- en graslanden en vormen daardoor naar verwachting geen ideaal foerageergebied. Er zijn echter ook extensieve graslanden aanwezig. Daarom wordt er rekening mee gehouden dat het plangebied kan functioneren als essentieel foerageergebied. Huismus: Ter hoogte van Nijkerkerweg 126 en 128 zijn meerdere roepende huismussen gehoord en waargenomen. Dit is nestindicatief gedag waardoor aangenomen wordt dat hier nestplaats aanwezig zijn. Dit komt overeen met de bevindingen van 2021 (Arcadis, 2021).

De andere gebouwen binnen het plangebied (Bloemendaallaan 77 t/m 83 (oneven)) en gebouwen in directe omgeving (Nijkerkerweg 130) hebben openingen ter hoogte van de dakrand/dakgoot (zie Figuur 17 t/m Figuur 19) waardoor huismussen in de constructie kunnen verblijven; aanwezigheid van nest- en rustplaats is niet uitgesloten. De loods van Nijkerkerweg 126-1 heeft geen openingen ter hoogte van de dakrand, zie Figuur 14. Ook aan de binnenkant van de constructie (zie Figuur 15) zijn geen (potentiële) nestplaatsen aangetroffen. Aanwezigheid van een nest- en/of rustplaats is uitgesloten. Binnen de aanwezige erven zijn hagen/struiken en graslanden aanwezig waar gefoerageerd kan worden. De huismus is gebonden aan de directe omgeving van een verblijfplaats waardoor het plangebied, waaronder akkerland en houtsingels, kunnen functioneren als essentieel foerageergebied. Huiszwaluw De schuur van Nijkerkerweg 128 vormt een nestplaats van één huiszwaluwpaartje, zie Figuur 20. Bij de woning van Nijkerkerweg 128 zijn resten van nesten aangetroffen (zie Figuur 21) waardoor deze woning potentie heeft om te functioneren als nestplaats. Bij de andere gebouwen zijn geen nest(resten) aangetroffen. Aanwezigheid is hier uitgesloten. Huiszwaluw is niet gebonden aan de directe omgeving van het nestplaats en daarom is aanwezigheid van essentieel foerageergebied binnen plangebied uitgesloten.

Boerenzwaluw De schuur en woning van Nijkerkerweg 128 is door kapotte en/of open ramen toegankelijk voor boerenzwaluw. Aanwezigheid van nestplaatsen is hier niet uitgesloten. Alleen de loods van Nijkerkerweg 126-1 is open en daardoor toegankelijk voor boerenzwaluw. Hier zijn geen nesten aangetroffen en aanwezigheid is uitgesloten. Boerenzwaluw is niet gebonden aan de directe omgeving van het nestplaats en daarom is aanwezigheid van essentieel foerageergebied binnen plangebied uitgesloten. Overige broedvogels: Potentiële nestplaatsen van andere broedvogels (bijvoorbeeld ooievaar) zijn aangetroffen en aanwezigheid is uitgesloten.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

Conclusie

QUICKSCAN ECOLOGIE

Figuur 10 De schuur van Nijkerkerweg 128 is via een kapot raam (zie rode pijl) toegankelijk voor steenuil en kerkuil; dit gebouw wordt mogelijk gebruikt als nest- en rustplaats

Figuur 11 Door de opening in het dak (zie rode pijl) van de voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 kunnen steenuil en kerkuil binnenkomen

20

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Figuur 12 Alleen ter hoogte van de isolatieplaten (zie rode pijl) zijn ruimtes aanwezig waar steenuil mogelijk voldoende dekking om te nestelen. De ruimte is beperkt en onvoldoende voor kerkuil. De schuur kan daarom als nest- en rustplaats van steenuil functioneren en alleen als rustplaats van kerkuil functioneren

Figuur 13 Locatie van de steenuilenkast (groene stip) ten opzichte van het plangebied (fase 2a is geel omkaderd en fase 2b is rood omkaderd)

21

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Figuur 14 De loods van Nijkerkerweg 126-1 heeft een metalen gevel waardoor huismus, steenuil en kerkuil hier geen openingen vinden voor nest- en rustplaatsen in de constructie

Figuur 15 In de loods van Nijkerkerweg 126-1 is een metaalbedrijf actief. Hier zijn geen potentiële nest- en rustplaatsen van huismus, steenuil en kerkuil aangetroffen

22

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Figuur 16 Potentieel foerageergebied van kerkuil en steenuil binnen fase 2b

Figuur 17 De schuur van Nijkerkerweg 128 heeft openingen, onder andere ter hoogte van dakgoot (zie rode pijl) en is daarmee toegankelijk voor huismus; dit gebouw wordt mogelijk gebruikt als nest- en rustplaats

23

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Figuur 18 Openingen bij de kilgoot van het dak van het woonhuis van Nijkerkerweg 128 waar vermoedelijk nestplaatsen van huismus op het dakbeschot aanwezig zijn

Figuur 19 De voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 heeft openingen, onder andere ter hoogte van dakgoot en is daarmee toegankelijk voor huismus; dit gebouw wordt mogelijk gebruikt als nest- en rustplaats

24

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 20 Bezet nest huiszwaluw tegen het overstek van de schuur van Nijkerkerweg 128 (zie rode pijl)

Figuur 21 Nestresten van huiszwaluw tegen het overstek van de woning van Nijkerkerweg 128 (zie rode pijlen) Grondgebonden Bureauonderzoek zoogdieren In de omgeving van het plangebied zijn grondgebonden zoogdieren waargenomen: Boommarter, bosmuis, bunzing, das, eekhoorn, egel, haas, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, steenmarter en vos (NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van aardmuis, huismuis, dwergspitsmuis, veldmuis en wezel (verspreidingsatlas.nl).

Grondgebonden zoogdieren komen (mogelijk) voor binnen het plangebied.

Verblijfplaatsen van muisachtigen, wezel, Veldbezoek hermelijn, steenmarter Tijdens het veldbezoek is één haas waargenomen op het akkerland ten noorden van en boommarter zijn niet fase 2a. Van andere grondgebonden zoogdieren zijn geen individuen of sporen uitgesloten. waargenomen. Wat betreft grondgebonden zoogdieren is het volgende vastgesteld: • Bunzing, das, vos en konijn Het plangebied vormt Binnen het plangebied zijn geen potentiële verblijfplaatsen (holen) van bunzing, das, vos en konijn aangetroffen, aanwezigheid van verblijfplaatsen potentieel

25

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

•

•

•

•

•

•

26

Conclusie

is uitgesloten. Wat betreft bunzing zijn ook geen rommelhoeken en/of foerageergebied van houtstapels aanwezig waar verblijft kan worden. muisachtigen, wezel, Gelet op het voornamelijk intensieve beheerde karakter van het plangebied, hermelijn, bunzing, bestaande uit voornamelijk gras- en akkerland, en het ontbreken van boommarter, eekhoorn, sporen zoals holen en uitwerpselen, vormt het plangebied naar verwachting geen essentiële foerageerfunctie van deze soorten. Door de verstedelijking, steenmarter, das, vos, ree, haas en konijn. ten zuiden van het plangebied, is het niet uitgesloten dat het plangebied essentieel is als uitwijkplek om te foerageren. Boommarter en steenmarter Het plangebied heeft De voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 en woning en schuur mogelijk een essentiële van Nijkerkerweg 128 zijn openingen bij de deur of dakrand aanwezig (zie functie als verbinding Figuur 22 t/m Figuur 24) en zijn hierdoor toegankelijk voor tussen leefgebieden. gebouwbewonende zoogdieren zoals steenmarter en boommarter. Deze gebouwen vormen daarom een potentiële verblijfplaats van boommarter en steenmarter. In de voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 zijn uitwerpselen aangetroffen (zie Figuur 25). In de stal zijn echter meerdere katten waargenomen die hier gevoerd worden. De uitwerpselen zijn dan ook naar verwachting van katten.

Bij de woningen van Bloemendaallaan 77 t/m 83 en Nijkerkerweg 126 en 126-1 zijn geen openingen aangetroffen of openingen aanwezig die toegankelijk zijn als verblijfplaats. Ook bij de loods op het terrein van 126-1 zijn geen geschikte openingen of ruimtes aangetroffen. Er zijn geen bomen met holten aangetroffen waar door deze soorten kunnen verblijven. Gelet op de aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen vormen het akkerland en de houtsingels binnen het plangebied potentieel foerageergebied. Wezel en muisachtigen Door houtsingels en ruigte binnen het plangebied en directe omgeving is het niet mogelijk om verblijfplaatsen van relatief kleine grondgebonden zoogdieren zoals muisachtigen en wezel uit te sluiten, zie Figuur 26. Binnen het gehele plangebied kan gefoerageerd worden door muisachtigen en wezel, zie Figuur 26. Haas Langs de randen van de gras- en akkerlanden zijn ruigte en houtsingels aanwezig waar de haas kan verblijven. Het gras- en akkerland binnen het plangebied vormt potentieel foerageergebied. Eekhoorn Binnen het plangebied en de omgeving zijn houtsingels aanwezig. Hier zijn geen potentiële verblijfplaatsen in bomen waargenomen; aanwezigheid is uitgesloten. Gelet op de houtsingels kan het plangebied wel gebruikt worden als foerageergebied. De houtsingels binnen het plangebied vormen geen verbinding tussen bossen of andere opgaande groenstructuren.

Het plangebied heeft daarom geen functie als verbinding tussen leefgebieden. Ree De ree heeft geen vaste verblijfplaats. Het is daarom uitgesloten dat het plangebied een essentiële functie als verblijfplaats heeft. Graslanden en akkerland vormen potentieel foerageergebied van de ree. Alle mogelijk voorkomende grondgebonden zoogdieren Door het agrarische karakter en de opgaande groenstructuren zoals houtsingels kan het plangebied gebruikt worden als verbinding tussen leefgebieden van grondgebonden zoogdieren ten oosten en westen van het plangebied, waar onder andere erven, gras- en akkerlanden, bosschages en houtsingels te vinden zijn.

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Figuur 22 De voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 is voor grondgebonden zoogdieren onder andere toegankelijk via openingen bij de deuren (zie rode pijl)

Figuur 23 De schuur van Nijkerkerweg 128 is voor grondgebonden zoogdieren onder andere toegankelijk via openingen bij één van de deuren (zie rode pijl).

27

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Figuur 24 Via openingen bij de dakrand van Nijkerkerweg 128 (zie rode pijl) kunnen grondgebonden zoogdieren zoals steenmarter en boommarter mogelijk in het gebouw verblijven

Figuur 25 Uitwerpselen in de voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77; mogelijk van een marterachtige

28

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 26 Ruigte en houtsingels binnen het plangebied vormen dekkingsmogelijkheden waar grondgebonden zoogdieren, zoals wezel en muisachtigen kunnen verblijven en foerageren Vleermuizen

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis (NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van franjestaart, gewone grootoorvleermuis, meervleermuis en watervleermuis (verspreidingsatlas). Uit onderzoeksgegevens blijkt het volgende: • Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis komen binnen of in de omgeving van het plangebied (Arcadis, 2022). • In het gebouw aan de Nijkerkerweg 128 is één baltsterritorium van de gewone dwergvleermuis vastgesteld, zie Figuur 27. Dit baltsterritorium vertegenwoordigt een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in het gebouw in het plangebied (Arcadis, 2022). • Van een deel van de houtsingels is vastgesteld dat deze functioneren als vliegroute van gewone dwergvleermuis, zie Figuur 28. Het gaat om een groep van 33 dieren (Arcadis, 2022). • Ter hoogte van de houtsingel ten noorden van fase 2a zijn bomen met één of enkele holten aanwezig, zie Figuur 29. Dit vormen potentiële verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart (Arcadis, 2023).

29

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

Vleermuizen komen binnen het plangebied voor. Aanwezigheid van verblijfplaatsen in gebouwen en bomen is niet uitgesloten. Een deel van houtsingel functioneert als vliegroute van gewone dwergvleermuis. Het oostelijk deel van het plangebied functioneert mogelijk als vliegroute. Het plangebied functioneert niet als

QUICKSCAN ECOLOGIE

essentieel foerageergebied.

Figuur 27 Ter hoogte van Nijkerkerweg zijn meerdere vleermuissoorten waargenomen en één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis is vastgesteld (Arcadis, 2022)

Figuur 28 Ter hoogte van de houtsingels zijn meerdere vleermuissoorten waargenomen en één essentiële vliegroute van 33 gewone dwergvleermuizen (Arcadis, 2022)

30

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Figuur 29 Aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen (blauwe stip) ten opzichte van het plangebied (fase 2a is blauw omkaderd en fase 2b is rood omkaderd) Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn vleermuizen en/of sporen niet waargenomen. Wat betreft vleermuizen is het volgende vastgesteld: • Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, watervleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart De potentiële verblijfplaatsen in de houtsingel ten noorden van fase 2a zijn ook tijdens het veldbezoek aangetroffen, zie Figuur 30. Daarnaast zijn ook diverse oppervlakkige boomholten aangetroffen zonder wegkruipruimtes. Voornamelijk bij een aantal dode berken zijn deze aangetroffen. Omdat deze holten oppervlakkig zijn en dekkingsmogelijkheden ontbreken is aanwezigheid van verblijfplaatsen uitgesloten. Bij een aantal bomen aan de rand van het plangebied, ter hoogte van Bloemendaallaan, kon de kroon door het dichte bladerdek niet heel geïnspecteerd worden op holten. Aanwezigheid van potentiële verblijfplaatsen is hier niet uitgesloten. Bij bomen met een potentiële verblijfplaats wordt rekening gehouden met aanwezigheid van zomer-, kraam-, paar-, en winterverblijfplaats.

• Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, gewone grootoorvleermuis en franjestaart De gebouwen van Nijkerkerweg 126, 126-1 (exclusief loods), 128 en Bloemendaallaan 77 t/m 83 (oneven) hebben ter hoogte van de dakrand en/of gevelpan openingen waardoor vleermuizen mogelijk in de constructie kunnen verblijven, zie Figuur 31 en Figuur 32. Bij de gebouwen met potentiële verblijfplaats wordt rekening gehouden met aanwezigheid van zomer-, kraam-, paar-, en winterverblijfplaats. Massawinterverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis zijn aanwezig in hoogbouw (>3 verdiepingen) met een stabiel microklimaat in de constructie gedurende de winter. Hoogbouw is niet aanwezig waardoor aanwezigheid van massawinterverblijfplaatsen uitgesloten is. De loods op het terrein van Nijkerkerweg 126-1 heeft een stalen behuizing waar geen openingen te vinden zijn, zie Figuur 33. In de loods is een staalbedrijf actief waar overdag verlichting aanstaat. In de loods zijn geen wegkruipruimtes voor vleermuizen aangetroffen; aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen zijn uitgesloten. • Alle mogelijk voorkomende vleermuissoorten De houtsingels grenzend aan het plangebied vormen een potentiële vliegroute van vleermuizen. Het plangebied vormt (potentieel) foerageergebied van vleermuizen.

Voornamelijk de opgaande groenstructuren zoals houtsingel en de erven vormen door de aanwezige dekking interessante foerageergebieden. 31

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

Conclusie

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat Binnen de gras- en akkerlanden is relatief weinig dekking te vinden waardoor dit naar verwachting minder interessante foerageergebieden zijn.

Figuur 30 Boomholten in zwarte els (rode pijl) vormen mogelijk een verblijfplaats van boombewonende vleermuissoorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, franjestaart, rosse vleermuis en watervleermuis

Figuur 31 De schuur van Nijkerkerweg 128 is onder andere toegankelijk ter hoogte van de dakrand (zie rode pijlen) waardoor vleermuizen mogelijk in de constructie verblijven

32

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

Conclusie

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 32 Spleetvormige ruimtes ter hoogte van het overstek (zie rode pijl) van voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 vormen mogelijk de toegang tot een verblijfplaats van vleermuizen

Figuur 33 De loods van Nijkerkerweg 126-1 heeft een metalen behuizing waar geen openingen aanwezig; het is voor vleermuizen niet mogelijk om via de buitenschil in de constructie te verblijven Reptielen

Bureauonderzoek: In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van hazelworm, muurhagedis (niet wild) en levendbarende hagedis (NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van ringslang (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek: Tijdens het veldbezoek zijn geen reptielen en/of sporen waargenomen. Wat betreft reptielen is het volgende geconcludeerd: • De muurhagedis is een soort van warme, stenige plekken, zoals rotswanden en stadsmuren. Gelet op de agrarische omgeving, waar stenige delen ontbreken, is aanwezigheid uitgesloten. • Het plangebied en de omgeving bestaan grotendeels uit intensief beheerd akkerland en voedselrijk/soortenarm grasland. Reptielen zoals hazelworm en levendbarende hagedis zijn gevoelig voor verstoring en predatie. Intensief beheerd gebied vormt dan ook geen geschikt leefgebied. Ter hoogte van de houtsingels is dekking aanwezig waar mogelijk wel verbleven kan worden. Het plangebied is echter omgeven door infrastructuur, stedelijk gebied van Barneveld

33

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

Reptielen kunnen incidenteel voorkomen. Aanwezigheid van essentieel leefgebied is uitgesloten.

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

•

•

en bedrijventerrein Harselaar. Gelet op deze geïsoleerde ligging is het uitgesloten dat het plangebied essentieel leefgebied vormt. Incidenteel voorkomen is niet uitgesloten. De ringslang is een watergebonden soort. Binnen het plangebied is een waterafvoerende sloot (Trammelantbeek) aanwezig, zie Figuur 34. Deze sloot is gelet op de vegetatie niet jaarrond waterhoudend. Daarnaast is weinig tot geen oeverbegroeiing aanwezig. Potentiële broeihopen (voor de voortplanting) ontbreken. Hierop gelet is geconcludeerd dat het plangebied geen ideaal leefgebied vormt. Ten oosten van fase 2a, op circa 80 meter, is een poel aanwezig waar ook takkenhopen liggen, zie Figuur 35. Deze poel is vermoedelijk jaarrond waterhoudend en vormt potentieel foerageergebied van ringslang. De aanwezige takkenhopen vormen een potentiële broeihoop. Hierop gelet is het aannemelijk dat ringslang ook binnen het plangebied kan voorkomen en mogelijk verblijft. Muizenholen en andere wegkruipruimtes kunnen gebruikt worden als verblijfplaats.

Figuur 34. Waterafvoerende sloot ter hoogte van Bloemendaallaan 77

Figuur 35 Poel met takkenhopen in de directe omgeving, op circa 80 meter ten oosten van fase 2a, vormt potentieel leefgebied van ringslang

34

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

Conclusie

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Amfibieën

Bureauonderzoek In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander en poelkikker (NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van heikikker en rugstreeppad (verspreidingsatlas.nl).

Amfibieën komen mogelijk binnen plangebied voor. Bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander, poelkikker, heikikker en rugstreeppad kunnen mogelijk binnen het plangebied voortplanten, foerageren en verblijven.

Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën en/of sporen waargenomen. Wat betreft amfibieën is het volgende geconcludeerd: • Het plangebied betreft grotendeels intensief beheerd akkerland en voedselrijk/soortenarm grasland. Hier is relatief veel verstoring en relatief weinig dekking te vinden en vormt daarom geen geschikt leefgebied. • Binnen het plangebied is een waterafvoerende sloot aanwezig, zie Figuur 36. Dit vormt potentieel voortplantingswater van bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander, poelkikker, heikikker en rugstreeppad. • Ten oosten van fase 2a, op circa 80 meter, is een poel aanwezig waar ook takkenhopen liggen, zie Figuur 37. Deze poel is vermoedelijk jaarrond waterhoudend en vormt potentieel voortplantingswater van bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander, poelkikker, heikikker, rugstreeppad en kamsalamander. De aanwezige takkenhopen vormen een potentiële verblijfplaats. Hierop gelet is het aannemelijk dat ringslang ook binnen het plangebied kan voorkomen en mogelijk verblijft. Muizenholen en andere wegkruipruimtes kunnen gebruikt worden als verblijfplaats. • De houtsingels aangrenzend aan het plangebied creëren dekkingsmogelijkheden waar jaarrond verblijft en gefoerageerd kan worden. • Het plangebied kan gebruikt worden als migratieroute.

Het grasland en akkerland is voor amfibieën minder goed beloopbaar en daarom wordt verwacht dat vooral de erven, houtsingel en paden gebruikt kunnen worden als migratieroute.

Figuur 36 Waterafvoerende sloot binnen het plangebied vormt potentieel voortplantingswater van algemeen voorkomende amfibieën zoals bastaardkikker, bruine kikker en kleine watersalamander

35

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Aanwezigheid beschermde soorten/ geschiktheid habitat

Conclusie

Figuur 37 Een poel, circa 80 meter ten oosten van fase 2a, vormt potentieel voortplantingswater van bastaardkikker, bruine kikker, kleine watersalamander, poelkikker, heikikker, rugstreeppad en kamsalamander Vissen

Bureauonderzoek Binnen het plangebied en de omgeving zijn geen waarnemingen van beschermde vissen bekend (NDFF). Het plangebied ligt niet binnen het verspreidingsgebied van beschermde vissen (verspreidingsatlas.nl). Aanwezigheid van beschermde vissen is uitgesloten.

Bureauonderzoek Ongewervelden In de omgeving van het plangebied is aanwezigheid van grote vos vastgesteld (NDFF). Het plangebied ligt ook binnen het verspreidingsgebied van teunisbloempijlstaart, gevlekte witsnuitlibel en platte schijfhoren (verspreidingsatlas.nl). Veldbezoek Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde ongewervelden waargenomen. Wat betreft beschermde ongewervelden is het volgende geconcludeerd: • Het plangebied bestaat grotendeels uit intensief beheerd akkerland en voedselrijk/soortenarm grasland. Waardplanten van grote vos (iep, zoete kers, populier en sommige wilgensoorten) en teunisbloempijlstaart (wilgenroosje, teunisbloem, basterdwederik en kattenstaart) zijn niet aangetroffen en aanwezigheid van mogelijk essentieel leefgebied is daarom uitgesloten. Gelet op het vlieggedrag is incidenteel voorkomen niet uitgesloten. • De gevlekte witsnuitlibel is gebonden aan laagveenmoerassen en vegetatierijke vennen en duinplassen. Binnen het plangebied is een sloot aanwezig die niet voldoet aan het leefgebied van deze libellensoort; aanwezigheid van essentieel leefgebied is daarom uitgesloten. Gelet op het vlieggedrag is incidenteel voorkomen niet uitgesloten. • De waterafvoerende sloot binnen het plangebied is niet jaarrond waterhoudend. De platte schijfhoren is gebonden aan jaarrond waterhoudend oppervlaktewater.

Aanwezigheid van platte schijfhoren is daarom uitgesloten.

36

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

Beschermde vissen komen niet voor.

Beschermde ongewervelden zoals grote vos, teunisbloempijlstaart en gevlekte witsnuitlibel kunnen, gelet op het vlieggedrag, incidenteel voorkomen. Aanwezigheid van essentieel leefgebied van beschermde ongewervelden is uitgesloten.

QUICKSCAN ECOLOGIE

5.3

Effectenanalyse

In Tabel 2 is per soortgroep voor de (mogelijk) aanwezige soorten, op basis van de conclusie in de vorige paragraaf, een beschrijving gegeven van mogelijke effecten als gevolg van het voornemen zoals beschreven in hoofdstuk 2.2. Tabel 2 Mogelijke effecten per soortgroep als gevolg van werkzaamheden Soortgroep

Mogelijke effecten

Toetsing vereist?

Broedvogels (nest beschermd gedurende broedperiode)

Nesten Het slopen en/of renoveren van gebouwen en het verwijderen van bomen, struiken en/of ruigte en het bouwrijp maken van gras- en akkerland gedurende de broedperiode leidt mogelijk tot directe aantasting en verstoring van de nestplaatsen en verwonding en/of sterfte van het broedsel van broedvogels zoals huiszwaluw, boerenzwaluw, houtduif, ekster, fazant en kievit.

Ja

Indien opgaand groen buiten de broedperiode verwijderd wordt, zal dit mogelijk leiden tot een afname van nestmogelijkheden. De houtsingels blijven grotendeels behouden. Daarnaast zijn in de omgeving (bijvoorbeeld ter hoogte van Bloemendaallaan 93) verschillende houtsingels en bosschages aanwezig waar ook genesteld kan worden. Hierop gelet zijn negatieve effecten op het aanbod aan nestmogelijkheden te verwaarlozen. Foerageergebied Het bouwrijp maken van het plangebied leidt mogelijk tot aantasting van foerageergebied. Gelet op agrarische omgeving, waaronder de GO ten noorden, zijn er verschillende foerageermogelijkheden aanwezig. Negatieve effecten op het aanbod aan foerageergebied, als gevolg van de ontwikkeling, is daarom te verwaarlozen. Broedvogels (nest jaarrond beschermd)

Huismus Ja Nesten Het slopen van de voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 en het verbouwen en/of slopen van de woning en de schuur van Nijkerkerweg 128 leidt mogelijk tot aantasting van nest- en rustplaats van huismus. Gedurende broedperiode leiden werkzaamheden aan deze gebouwen mogelijk ook tot verstoring van huismus en verwonden en/of doden van broedsels. Jaarrond kan de sloop leiden tot verstoring van rustplaatsen van huismus. Bij aantasting van de nest- en/of rustplaats zal naar verwachting uitgeweken worden naar de omgeving waardoor mogelijk minder geschikte verblijfplaatsen gebruikt gaan worden en de kans op verstoring en/of predatie toeneemt. De gebouwen binnen het plangebied zullen conform kastenplan (Arcadis, 2023) voorzien worden van inbouwstenen. Het aanbod aan verblijfplaatsen zal daarom uiteindelijk toenamen. Hierop gelet zal het slopen en renoveren van de betreffende woningen leiden tot een tijdelijk verlies aan nestplaatsen. Foerageergebied Het bouwrijp maken van het plangebied leidt mogelijk tot aantasting van foerageergebied van huismus. De verstedelijking zal echter ook bijdragen aan het leefgebied. Vergelijkbaar met de nieuwbouwontwikkeling binnen fase 1 zal een aanzienlijk aandeel van erfafscheidingen uit inheemse hagen bestaan. Hierop gelet zal de verstedelijking bedragen aan het leefgebied van huismus.

Het is echter niet uitgesloten dat door het verwijderen van opgaand groen in de omgeving van (potentiële) nestplaatsen, zoals ter hoogte van de Nijkerkerweg 126, 128 en Bloemendaallaan 77, leidt tot een tijdelijk verlies aan foerageermogelijkheden. Dit kan tot gevolg hebben dat huismussen mogelijk uit moeten wijken naar de omgeving en de kans op verstoring en predatie toeneemt. Steenuil en kerkuil Nesten Het slopen van de voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 en het verbouwen en/of slopen van de schuur van Nijkerkerweg 128 leidt mogelijk tot aantasting van nest- en/of rustplaats van steenuil en kerkuil. Bij de woning van Nijkerkerweg 128 gaat het alleen om de nest- en rustplaats van steenuil die mogelijk door de renovatie aangetast wordt.

37

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Mogelijke effecten

Toetsing vereist?

Gedurende broedperiode leiden werkzaamheden aan deze gebouwen mogelijk ook tot verstoring van steenuil en kerkuil en verwonden en/of doden van broedsels. Jaarrond kan de sloop leiden tot verstoring van rustplaatsen van steenuil en kerkuil. Bij aantasting van de nest- en/of rustplaats zal naar verwachting uitgeweken worden naar de omgeving waardoor mogelijk minder geschikte verblijfplaatsen gebruikt gaan worden en de kans op verstoring en/of predatie toeneemt. Foerageergebied Het bouwrijp maken van het plangebied leidt mogelijk tot aantasting van foerageergebied van steenuil en kerkuil. Door aantasting van het foerageergebied moeten de steenuil en kerkuil mogelijk grotere afstanden afleggen voor het vinden van voedsel waardoor de kans op verstoring, predatie en aanrijding met verkeer toeneemt. Naast het verdwijnen van potentieel foerageergebied dient ook rekening gehouden te worden met de verstedelijking van onder andere het project Bloemendal waardoor leefgebied verdwijnt. Derhalve dient rekening gehouden te worden met een cumulatief effect op het foerageergebied van steenuil en kerkuil. Huiszwaluw en boerenzwaluw Het slopen en/of renoveren van de schuur en woning van Nijkerkerweg 128 leidt (mogelijk) tot aantasting van nestplaatsen. Gedurende broedperiode leidt dit tot verstoring van huiszwaluw en boerenzwaluw en verwonden en/of doden van broedsel.

Bij aantasting van nestplaatsen zal uitgeweken worden naar de omgeving waardoor naar verwachting de kans op verstoring en predatie toeneemt. Boomvalk, buizerd, havik, sperwer en ransuil Nesten Binnen het plangebied zijn ten tijde van het veldbezoek geen potentiële nestplaatsen aanwezig. Directe aantasting van een nestplaats is daarom momenteel niet aan de orde. In de directe omgeving (<100 meter) van potentiële nestplaatsen vinden geen werkzaamheden plaats waardoor verstoring van broedende vogels en broedsel uitgesloten is. Let wel: indien vestiging van een soort optreedt, na het uitvoeren van het veldbezoek voor deze QuickScan, kan deze conclusie omdraaien, waardoor wel nader onderzoek en eventueel mitigatie nodig is. Foerageergebied Boomvalk, buizerd, havik, sperwer en ransuil zijn voor hun foerageergebied niet gebonden aan de directe omgeving van de nestplaats. Daarnaast is vergelijkbaar foerageergebied in de omgeving aanwezig, zoals de GO ten noorden van het plangebied. Hierop gelet zijn negatieve effecten, als gevolg van aantasting van potentieel foerageergebied, verwaarloosbaar. Grondgebonden zoogdieren

Wezel, muisachtigen en haas Ja Verblijfplaatsen Het bouwrijp maken van het plangebied leidt mogelijk tot aantasting en verstoring van verblijfplaatsen van wezel, muisachtigen en haas. Wezel en muisachtigen leven onder andere in holen en kunnen daarom door de werkzaamheden verrast worden en verwond en/of gedood worden. De haas zal vluchten en uitwijken naar de omgeving, zoals het agrarisch gebied te noorden. Wel zijn juveniels van haas kwetsbaar en kunnen door grondroerende werkzaamheden verwond en/of gedood worden. De verstedelijking door onder ander het project Bloemendal heeft mogelijk tot gevolg van verblijfplaatsen binnen het plangebied verdwijnen en deze soorten naar het agrarisch gebied ten noorden moeten uitwijken. Foerageergebied Door de verstedelijking verdwijnt de rust en de ruimte binnen het plangebied waardoor naar verwachting uitgeweken moet worden naar het agrarisch gebied ten noorden van het plangebied.

38

Onze referentie: 3EC76TCW5TFR-841539897-7401:1.0 - Datum: 23 juli 2024 - Confidential

QUICKSCAN ECOLOGIE

Soortgroep

Mogelijke effecten

Toetsing vereist?

Boommarter en steenmarter Verblijfplaatsen Het slopen of renovatie van de voormalige koeienstal van Bloemendaallaan 77 en de woning en schuur van Nijkerkerweg 128 leidt mogelijk tot aantasting van verblijfplaatsen van steenmarter en boommarter. Adulten zullen bij aanvang van de werkzaamheden verstoord worden en vluchten. Juveniels zijn kwetsbaar en kunnen naar verwachting verwond en/of gedood worden. Indien uitgeweken moeten worden naar de omgeving zal de kans op verstoring, predatie en aanrijding met verkeer toenemen. Foerageergebied Boommarter en steenmarter hebben een relatief groot leefgebied (halve tot enkele vierkante kilometers). Binnen het plangebied komen voornamelijk gras- en akkerlanden voor. Gelet op het open karakter van het plangebied waar dekkingsmogelijkheden beperkt aanwezig zijn, zijn foerageermogelijkheden niet ideaal. Er zijn echter wel houtsingels en verruigde graslanden aanwezig waar dekking en voedsel gevonden kan worden. Dit vormt potentieel geschikt foerageergebied. Daarnaast dient ook rekening gehouden te worden met de verstedelijking door onder andere het project Bloemendal waardoor sprake kan zijn van een cumulatief effect op het foerageergebied. Door het verdwijnen van foerageergebied wordt naar verwachting uitgeweken naar de omgeving waarbij de kans op verstoring en aanrijding door verkeer toeneemt.

Eekhoorn Verblijfplaatsen Potentiële verblijfplaatsen zijn niet aangetroffen. Directe aantasting van verblijfplaatsen is daarom uitgesloten. Foerageergebied De houtsingels, potentieel leefgebied van eekhoorn, blijven grotendeels behouden. Alleen ter hoogte van Bloemendaallaan 77 wordt een deel van de opgaande groenstructuur verwijderd. Hier zijn in vergelijking tot de eikenlaan ter hoogte van de Bloemendaallaan, die behouden blijft, weinig tot geen vruchtdragende bomen/struiken aanwezig. Daarnaast vormt dit groen geen verbinding tussen houtsingels of bosschages. Hierop gelet zijn negatieve effecten door een afname van het foerageergebied te verwaarlozen. Gelet op de verstedelijking neemt de kans op verstoring en aanrijding met verkeer toe. Overige grondgebonden zoogdieren Van grondgebonden zoogdieren (bijvoorbeeld ree, konijn, vos en das) zijn geen essentiële functies, zoals verblijfplaatsen en foerageergebied, vastgesteld. Negatieve effecten op verblijfplaatsen en foerageergebied zijn daarom uitgesloten. Wel kan het plangebied voor deze soorten een uitwijkplek vormen. De verstedelijking binnen het plangebied kan mogelijk ertoe leiden dat deze soorten naar het leefgebied in de omgeving gedrukt wordt waardoor de kans op verstoring, predatie en aanrijding door verkeer toeneemt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=88e15eae-159e-49fe-b1a9-c07bb136ff6e