CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage_Warmtevisie Barneveld_1.0 (1).pdf

Gemeenteraad 15 december 2021, gemeente BarneveldBij agendapunt: Warmtevisie19.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.3 Infrastructuur voor duurzame warmte In paragraaf 4.2 zijn de duurzame bronnen in onze gemeente weergegeven, gesorteerd naar type bron. Er zijn bronnen in de categorieën warmtenet, groen gas en individuele oplossing. Voor de eerste twee categorieën is het nodig om een infrastructuur (een verbonden netwerk) aan te leggen. Ook bij inzet van warmtepompen is de gemeente afhankelijk van een infrastructuur: het bestaande elektriciteitsnet. In deze paragraaf worden deze infrastructuren kort toegelicht. Warmtenetten Warmtenetten (of collectieve oplossingen) bestaan uit leidingen onder de grond die warm water transporteren van een warmtebron naar de woningen. Warmtenetten bestaan in verschillende soorten, maten en temperaturen. Er zit verschil in de temperatuur van de bron, en de temperatuur van de warmte die in de woning wordt aangeleverd. Zo kan een warmtenet op een temperatuur aangelegd worden die direct in de woning gebruikt kan worden – dat is mogelijk bij een wat hogere temperatuur van de bron. Ook kan een lage brontemperatuur in de woning of per buurt met een warmtepomp verder worden verhoogd. 23

Een deel van de beschikbare warmtebronnen is alleen in te zetten als er een warmtenet wordt aangelegd om de warmte van de bron te transporteren. Overschakelen op een warmtenet vraagt vaak een minder grote ingreep in de woning, dan overschakelen op een warmtepomp. Soms is een warmtenet de goedkoopste oplossing, maar alleen als de concentratie van de warmtevraag groot genoeg is. Landelijk wordt de regelgeving over warmtenetten aangepast. Er is een nieuwe Warmtewet aangekondigd voor 2022. De verwachting is dat in ieder geval wordt vastgelegd dat als er een warmtenet in de wijk aanwezig is, bewoners het recht hebben op een aansluiting, maar niet de plicht om aan te sluiten. Een bewoner houdt dus de vrijheid om zelf voor de woning een andere oplossing te kiezen, zoals een warmtepomp. De prijs van warmte uit een warmtenet wordt tot nog toe bepaald met het Niet Meer Dan Anders (NMDA)-principe, waarbij de prijs gekoppeld is aan de prijs van aardgas. Ook dit staat momenteel ter discussie en gaat op termijn veranderen. In de nieuwe warmtewet zullen nieuwe afspraken worden gemaakt over de prijsstelling. De gemeente houdt de landelijke ontwikkelingen en nieuwe wetgeving in de gaten. Het bestaande gasnet voor waterstof en groen gas Wanneer wij biogas opwaarderen naar groen gas, kan dit worden ingevoerd in het bestaande gasnet.

Het groene gas wordt daar gemengd met het aardgas en via de gasleiding naar woningen toegevoerd. De inzet van groen gas is daarmee voor inwoners het duurzame alternatief wat de minste/geen aanpassingen aan de woning vereist. Ook waterstof, gewonnen uit duurzame elektriciteit, kan via het bestaande gasnet worden getransporteerd. Dit zal zeer waarschijnlijk niet worden gebruikt voor het verwarmen van woningen. De zware industrie, die het harder nodig heeft, zal eerst aan de beurt zijn. De branders van de CV-ketels in gebouwen moeten bovendien worden aangepast wanneer met waterstof wordt verwarmd. Ook moet zeker zijn dat gasleidingen in de woningen geschikt zijn voor het waterstof, zodat er geen kans is op gaslekken.

Bron: Warmteatlas

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

27

Omdat de verwachting is dat landelijk zo’n 10-20% van de woningen gebruik zal kunnen maken van groen gas, en omdat onduidelijk is of waterstof beschikbaar gaat komen voor het gebruik in woningen, is de toekomst van het bestaande gasnet onzeker. Netbeheerders geven aan dat in ieder geval de hoofdnetten van het gasnet benut zullen blijven, ook voor de energievoorziening van grote bedrijven en industrie. De toekomstige verwachting voor de zogenaamde ‘secundaire netten’ (de aftakkingen vanaf het hoofdnet naar de verschillen woonwijken) is dat daarvan, gezien de verwachte vraag, zo’n 20% zal blijven liggen. Een net dat niet in gebruik is, kan om veiligheidsredenen niet blijven liggen en moet worden verwijderd. Welke secundaire netten blijven liggen en welke niet, zal in de komende decennia verder worden uitgewerkt op basis van onder andere deze Warmtevisie Om de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden streven netbeheerders ernaar om waar dat kan gasnetten te behouden. Zo blijft de leveringszekerheid geborgd, kan later gekozen worden om de netten zo goedkoop mogelijk te verwijderen of kunnen netten in de toekomst alsnog worden gebruikt voor duurzame gassen.

netverzwaringen gedaan moeten worden. Er komt nu veel samen en de komende jaren zal er gewerkt worden aan een structurele manier om het bestaande energienet goed voor te bereiden op de toekomst.

Het bestaande elektriciteitsnet voor de extra elektriciteitsvraag Wanneer inwoners overstappen van koken op aardgas naar elektrisch koken, wordt de elektriciteitsvraag per woning hoger. Wanneer een woning overstapt op duurzame warmte door middel van een warmtepomp, geldt dit nog sterker. Een warmtepomp gebruikt elektriciteit om warmte de woning in te pompen. Naast inzet van elektriciteit voor onze warmtevraag, zijn er ook andere extra elektriciteitsgebruikers te verwachten in de toekomst. Vanuit netbeheerder Liander is een doorkijkje gemaakt naar de toekomstige vraag naar elektriciteit en de benodigde aanpassingen aan het net daarvoor. In verschillende scenario’s hebben ze gekeken hoeveel elektriciteit er nodig is wanneer steeds meer bewoners zonnepanelen installeren, elektrisch gaan rijden of gaan verwarmen met een warmtepomp. Op het moment zijn er capaciteitsproblemen aanwezig in het buitengebied tussen Barneveld en De Glind. De netbeheerder bevindt zich in een lastige positie waarin ze niet eenvoudig investeringen op basis van prognoses kan maken maar vooral de klantvragen moet volgen. Tegelijkertijd spelen er in onze gemeente en in andere gemeenten allerlei vragen op over zonnevelden, warmtepompen, windmolens en elektrische auto’s. De verwachting is dat er op veel plekken een verviervoudiging van het aantal netstations zal moeten worden geplaatst.

Ook zullen op meerdere plekken in onze gemeente

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

28

5. Kansrijke warmtevoorziening per buurt in 2050

gebieden is weergegeven in Figuur 14. Grote delen van de gemeente geven de individuele oplossing. Hier past een oplossing per gebouw het best. Meestal een warmtepomp.

In dit hoofdstuk worden warmtevraag en beschikbare bronnen bij elkaar gebracht. Op basis daarvan, en op basis van de uitgangspunten betaalbaarheid, duurzaamheid en milieu-impact, komt gemeente Barneveld tot de warmtevisie voor 2050. Deze visie geeft aan welke warmtetechnieken het beste passen bij de verschillende gebieden van gemeente Barneveld. Op basis daarvan kunnen gemeente, inwoners en ander betrokkenen de komende jaren aan de slag. In gebieden waar bijvoorbeeld ingezet wordt op individuele oplossingen kunnen inwoners en bedrijven in hun toekomstplannen vast rekening houden met deze oplossing.

Delen van de dorpskernen en het buitengebied

5.1.

Warmtevisie in beeld

In het vorige hoofdstuk zijn de warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. De warmteprofielen (Figuur 12) en de warmtedichtheid (Figuur 13) vormen de basis voor de afweging van de mogelijkheden voor de warmtevoorziening. Betaalbaarheid is ook een belangrijk uitgangspunt ( in hoofdstuk 6 meer over hoe de betaalbaarheid getoetst is). Elke inwoner kan in ieder geval de keuze maken voor een individuele warmtepomp oplossing. Gezien de beschikbare kansen om ook groen gas of in sommige gebieden een warmtenet in te zetten, is onderzocht welke techniek in welke buurt naar verwachting het meest betaalbaar is. Gebieden met een hoge warmtedichtheid zijn gebaat bij de inzet van een warmtenet. Zeker in de gebieden waar de hoge warmtedichtheid gecombineerd is met hoge temperatuur warmtevraag is dit ook de meest betaalbare oplossing. De locaties waar relatief veel oude woningen staan (hoge temperatuurvraag), maar met lage warmtedichtheid, zijn de gebieden waar groen gas, indien beschikbaar, als eerste ingezet kan worden. Voor de overige gebieden past een individuele of kleincollectieve warmtevoorziening het beste. De best passende keuze voor verschillende

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

Individuele oplossingen

Als woningen redelijk geïsoleerd zijn of in de toekomst kunnen worden, zijn individuele oplossingen zoals een luchtwarmtepomp of een bodemwarmtepomp geschikt. Ook klein-collectieve oplossingen zijn hier een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor 3 tot 7 woningen (via een mini-warmtenet) of klein collectief warmtenet gevoed door zonnecollectoren of PVT-panelen. Ook in gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid, waar bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of twee-onder-één-kap woningen staan, is de keuze voor individuele oplossingen logisch. Een warmtenet is hier al snel te kostbaar om aan te leggen, omdat de huizen ver uit elkaar liggen. Voor oudere gebouwen in buitengebied, kan het te kostbaar blijken om de woning qua isolatieniveau geschikt te maken voor een warmtepomp. Dan kan gedacht worden aan inzet van biopropaan tanks of incidenteel de inzet van pelletkachels Individuele oplossing per utiliteitsgebouw Delen van bedrijventerreinen De donkergrijze gebieden zijn bedrijventerreinen. Hier geldt hetzelfde als in de overige individuele gebieden en past een oplossing per gebouw het beste, meestal een warmtepomp. Vakantieparken Tussen Stroe en Voorthuizen liggen meerdere vakantieparken, hier zal de inzet van een individuele oplossing, waarschijnlijk een warmtepomp, ook het beste passen is de verwachting.

29

Figuur 14 Toekomstige warmtevoorziening (mogelijk eindbeeld voor 2050).

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

30

Kansrijk/redelijk kansrijk voor warmtenet Barneveld centrum, Voorthuizen centrum en de gebieden die daaraan grenzen In de oranje gebieden is een warmtenet een serieuze optie. Er is een hoge warmtedichtheid in Barneveld-Centum en Voorthuizen-Centrum en redelijke hoge warmtedichtheid in de omliggende gebieden. Voor deze omliggende gebieden kan de businesscase voor een warmtenet minder gunstig uitvallen en is inzet van warmtepompen een kansrijk alternatief. Voor een warmtenet is een bron nodig. Het is nog niet helemaal zeker of er voldoende bronnen zijn voor alle oranje en oranje/blauw gearceerde gebieden. Overigens betekent de keuze voor een warmtenet in een buurt niet dat alle woningen daar verplicht op worden aangesloten. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning kan het bijvoorbeeld aantrekkelijker zijn een warmtepomp te nemen. Het betekent vooral dat het kansrijk is om in de oranje gebieden de inzet van een warmtenet verder uit te zoeken zodat die als mogelijk alternatief voor aardgas aan inwoners kan worden voorgelegd. Vanwege de oudere woningen en monumenten die in delen van de dorpskernen liggen, zal het deels maatwerk zijn. Delen van bedrijventerreinen: Warmtenet of oplossing per gebouw Bedrijventerrein Harselaar en het bedrijventerrein ten Oosten van Barneveld.

In de donkergrijs/oranje gearceerde gebieden zijn een warmtenet of individuele oplossing per utiliteitsgebouw allebei goed mogelijk. Er kan na verder onderzoek een keuze worden gemaakt. Individuele oplossing of inzet groen gas Delen van Barneveld en Voorthuizen In delen van de kernen Barneveld en Voorthuizen staan veel oudere woningen en monumenten, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben (de rode gebieden in Figuur 12). De bebouwingsdichtheid is hier laag. Dit zijn gebieden waar duurzaam gas mogelijk de beste optie is in 2050.

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

De toekomstige beschikbaarheid van zowel biogas als waterstof is echter onzeker. Beiden zijn schaars, en zullen dat naar verwachting blijven. Daarom zijn ook individuele oplossingen, zoals een warmtepomp of een pelletkachel, hier een optie. Het is daarnaast ook handig om de inzet van groen gas te combineren met een hybride warmtepomp. Hierdoor wordt het gasverbruik zoveel mogelijk beperkt (en wordt optimaal gebruik gemaakt van de beperkte beschikbaarheid). Groen gas of warmtenet Delen van Barneveld en Voorthuizen In delen van Barneveld en Voorthuizen is de inzet van een warmtenet onzeker omdat de warmtedichtheid niet heel hoog is. Als in deze delen met name oude gebouwen staan, kunnen deze niet makkelijk overschakelen op het alternatief van de warmtepomp. Daar zal duurzaam gas dan een rendabel alternatief zijn voor het warmtenet.

5.2.

Bedrijven en kantoren

Voor bedrijven die gevestigd zijn in gebieden met een mix van woningen, winkels en kantoren, geldt op hoofdlijnen dezelfde visie als de rest van de buurt. Immers, als de aardgasleidingen verwijderd worden, heeft dat consequenties voor alle gebouwen in een buurt. Voor bedrijventerreinen en kantorenparken zijn aparte plannen nodig. Het doel is om in de transitie van bedrijventerreinen zoveel mogelijk aan te sluiten op natuurlijke (gebieds-)ontwikkelingen van de bedrijventerreinen zelf.

Bedrijventerrein Industrie en maakbedrijven gebruiken aardgas niet alleen om gebouwen te verwarmen, maar soms ook in het bedrijfsproces. Tegelijkertijd hoeft niet elk gebouw verwarmd te worden, bijvoorbeeld opslagloodsen hebben meestal weinig verwarming nodig. Bedrijventerreinen vragen daarom maatwerk: een afzonderlijk traject, waarin naar de specifieke behoeften van alle bedrijven wordt gekeken. Net als bij woningen zijn er een aantal belangrijke overwegingen:

31

•

• •

Op bedrijventerreinen kan het interessant zijn om een warmtenet aan te leggen, bijvoorbeeld als er grotere bedrijfspanden zijn met een grote warmtevraag Dat warmtenet kan, als de warmtebron groot genoeg is, doorgetrokken worden naar omliggende woningen. Andersom kan een warmtenet vanuit een woonwijk worden doorgetrokken naar een bedrijventerrein. In hoofdstuk 4 is al aangegeven dat het onduidelijk is of er voldoende bronnen zijn in gemeente Barneveld voor een warmtenet. De aanwezigheid van restwarmte van bedrijven moet nog onderzocht worden. Een andere mogelijkheid is dat ieder bedrijf individueel een alternatieve warmtevoorziening kiest, zoals een luchtwarmtepomp of bodemenergie. Een lage-temperatuur warmtenet is aantrekkelijk voor locaties waar de warmtedichtheid redelijk hoog is en er op lage temperatuur warmte en koude uitgewisseld kan worden.

5.3.

Betaalbaarheid eindbeeld

Betaalbaarheid is één van de belangrijke uitgangspunten in de warmtetransitie. Uiteindelijk moet het voor iedereen mogelijk zijn om de overstap naar aardgasvrij te maken. Tijdens de verkenningen in de buurt zal betaalbaarheid per buurt of per woning worden doorgerekend. In deze Warmtevisie kan dit detailniveau nog niet worden gegeven omdat het vaak maatwerk is. De warmtevisie geeft al een goed beeld van de best passende oplossing per buurt. De gemeente heeft deze warmtevisie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.(Figuur 14) getoetst met de analyse tool van adviesbureau DWA en de analyse tool van het Planbureau van de Leefomgeving, het PBL (Startanalyse, Leidraad). Deze drie modellen geven de best passende toekomstvisie op basis van betaalbaarheid.

Kantoren

We zien in de modellen dat inzet van een collectief systeem waarschijnlijk het meest betaalbaar is in dorpskernen Barneveld en Voorthuizen. Klein-collectieve systemen zijn mogelijk interessant in de kleinere dorpskernen. In de buitengebieden is inzet van elektrische warmtepompen in de modellen van DWA en de warmtevisie de meest betaalbare oplossing. In de analysetool van het PBL wordt de inzet van groen gas in de buitengebieden ook als optie in beeld gebracht. De kosten voor het onderhouden van een gasnet in een relatief dun bebouwd gebied zijn in het model van PBL nog niet mee gewogen. Deze lage bebouwingsdichtheid is reden om de betaalbaarheid van inzet van groen gas in de buitengebieden ter discussie te stellen. Eventueel kan voor oudere boerderijen de inzet van individuele groen gas tanks wel uitkomst bieden. De modellen geven samen een beeld dat behoorlijk goed overeenkomt. De warmtevisie zoals in Figuur 14 weergegeven geeft dus waarschijnlijk de best betaalbare alternatieven voor aardgas per gebied.

Kantoren hebben over het algemeen een grotere vraag naar koeling dan woningen. Bodemenergie is daarom erg geschikt: warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken, wordt in de winter weer gebruikt. Dit kan per gebouw, of voor een cluster gebouwen worden aangelegd. Ook luchtwarmtepompen en luchtkoelers per gebouw of cluster van gebouwen behoren tot de mogelijkheden. Bij intensief gebruik van de ondergrond is het wel zaak om gezamenlijk op te trekken, en een ordening aan te brengen in de warmte- en koude-bronnen, om interferentie te voorkomen.

Hoe hoog de kosten precies zullen zijn verschilt per woning en per oplossing. In het geval dat er geen kostenneutrale overstap mogelijk is, zijn er duurzaamheidsleningen beschikbaar en worden er collectieve inkoopacties opgezet. In de toekomst worden daar wellicht andere gemeentelijke- of landelijke regelingen aan toegevoegd. Uiteindelijk zorgt de gemeente met alle betrokkenen samen dat iedereen uiteindelijk de overstap kan maken.

Behalve technische en financiële argumenten speelt ook mee in hoeverre bedrijven een gezamenlijke aanpak prefereren. Gezamenlijkheid ontzorgt ondernemers deels, en heeft soms financiële voordelen (denk aan gezamenlijke inkoop), maar het beperkt de vrijheden voor ondernemers om bijvoorbeeld zelf het moment van investering te bepalen. In regionaal verband kijken de gemeenten uit Regio FoodValley ook naar koppelkansen bij bedrijventerreinen. Zo kijkt de Regionale Energie Strategie naar verstedelijkte locaties en locaties langs infrastructuur voor (grootschaliger) opwek van energie. Ook vanuit het Regionaal Programma Werklocaties kijkt de regio naar duurzame koppelkansen voor bedrijventerreinen.

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

32

6. Stap voor stap aan de slag met aardgasvrij De komende jaren zetten gemeente, inwoners en andere betrokkenen de eerste stappen om uiteindelijk in 2050 een volledig aardgasvrije gemeente te zijn. De activiteiten die de gemeente al organiseert en nog wil opzetten worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Er wordt ingezet op energie besparen, op isoleren en ook al op het verkennen van gebieden om ze aardgasvrij te kunnen verwarmen. Hoe gaan gemeente, inwoners en bedrijven samen aan de slag met isoleren en energie besparen? In welke gebieden kan op korte termijn gestart worden met het maken van een verkenning en daarna wellicht een buurtuitvoeringsplan? Voor welke gebieden is het logisch om pas later, op middellange of lange termijn, de overstap te maken? Dat wordt geschetst in dit hoofdstuk. Zo kunnen bewoners, bedrijven, woningbouwcorporaties, netbeheerder en gemeente investeringen afstemmen op het te verwachten tijdpad. De gemeente onderstreept dat de planning in dit hoofdstuk een globale planning is. Er blijft ruimte om in te spelen op nieuwe kansen, bewonersinitiatieven, of initiatieven van bedrijven.

6.1. Uitvoeringsstrategie De uitvoeringsstrategie is opgesplitst in een aantal onderdelen zoals weer gegeven in Figuur 15. In paragraaf 6.2 wordt meer uitleg gegeven over onderdeel 1: Gemeeentebreed inzetten op isoleren en energie besparen. Paragraaf 6.3 en 6.4 geven meer informatie over de aanpak in de verkenningsgebieden , pararagraaf 6.5 beschrijft de aanpak voor bedrijven en utiliteitsbouw en paragraaf 6.6 gaat over de communicatie aanpak.

Figuur 15 De bouwblokken van de uitvoeringsstrategie. De Warmtevisie is een eerste stap, we staan aan het begin van de warmtetransitie. Er zijn nog veel vragen over betaalbaarheid en ook over de precieze invulling van alternatieven voor aardgas. De gemeente verplicht zichzelf om een inspanning te leveren de komende jaren om meer duidelijkheid te creëren. Samen de transitie doorlopen De gemeente wil enerzijds inwoners en ondernemers uitnodigen om samen met de gemeente aan de slag te gaan. Anderzijds ontbreekt het nu nog aan een voldoende gestructureerde organisatievorm voor de uitvoering van de energietransitie. Daarmee doelt de gemeente op een samenwerkingsvorm met interne en externe stakeholders, waarbij een heldere beslisstructuur en uitvoeringsstrategie binnen projecten is vastgelegd. Op beide sporen wil de gemeente inzetten. De gemeente denkt daarbij aan de volgende opzet: • •

Een aantal keren per jaar gemeentebreed afstemmen met een klankbordgroep van betrokken inwoners24. Een aantal keren per jaar gemeentebreed afstemmen met een werkgroep van professionele stakeholders. In ieder geval wil de gemeente regelmatig afstemmen me de woningstichtingen en de netbeheerder. Ook bijvoorbeeld installateurs en banken zullen op een bepaald moment betrokken worden.

De klankbordgroep die tijdens het opstellen van de Warmtevisie betrokken is geweest, heeft aangegeven graag deel te willen nemen. 24

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

33

•

• • •

De gemeente maakt afspraken met interne en externe stakeholders over hoe de integrale meerjaren planning voor de uitvoering van de energietransitie vorm krijgt en wie waarover beslist. Wanneer onderzoek start in een verkenningsbuurt, dan worden alle inwoners en ondernemers uitgenodigd mee te doen en te denken Per buurt zal, wanneer de overstap naar aardgasvrij een logisch moment nadert, ook een buurtwerkgroep met betrokkenen worden opgezet. Via de website duurzaam.barneveld.nl vinden inwoners en ondernemers informatie over verduurzamen en over stand van zaken in hun eigen verkenningsbuurt. Deze site wordt steeds verder uitgebouwd als centraal punt voor informatie over de uitvoering van de energietransitie in Barneveld.

6.2. Gemeentebreed inzetten op energie besparen en isoleren De eerste ca 19% CO2-reductie kan worden bereikt door de woningen en bedrijfspanden in onze gemeente met rendabele maatregelen te isoleren. Een rendabele isolatiemaatregel levert een lagere energierekening op. Dat betekent dat de investering zich na enige tijd terug verdient. Welke stappen per gebouw het beste gezet kunnen worden, is vaak maatwerk. De gemeente helpt inwoners en ondernemers graag om stappen te maken met isoleren en energie besparen. Dit doet de gemeente enerzijds met gemeentebrede informatiecampagnes via het Energieloket. Ook komt er een zogenaamde menukaart waarmee inwoners op basis van het bouwjaar van de woning (zie Figuur 16) een eerste inschatting kunnen maken van welke maatregelen er in hun woning het meest voorde hand liggend zijn. Daarnaast focust de gemeente in de verschillende verkenningsgebieden op meer maatwerk in de informatievoorziening.

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

34

Figuur 16 Een aantal dorpskernen uit onze gemeente. Gebieden met veel woningen uit een bepaalde bouwjaar periode zijn in clusters met die kleur weergegeven

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

35

De gemeente organiseert de komende jaren ondersteuning op het gebied van bewust om gaan met energie, aan de slag gaan met isoleren, financiering en stappen zetten richting aardgasvrij. Hieronder is opgesomd op welke manieren de gemeente hiermee aan de slag gaat: •

•

•

Energieloket & energieambassadeurs voor inwoners: Het energieloket is een algemeen loket waar bewoners en VVE’s terecht kunnen met vragen over energie besparen25, isoleren en de stap naar aardgasvrij. Ook kunnen ze hier terecht om meer te weten te komen over financieringsmogelijkheden en wordt ondersteuning geboden bij duurzaamheidsinitiatieven. Het energieloket is opgezet door de gemeente. Bewoners kunnen hier (online) en telefonisch terecht. Ook kan het Energieloket met haar mobiele keet fysiek aanwezig zijn in gebieden of evenementen en kan een lokale energieambassadeur bij mensen thuis langs komen voor een gesprek of advies. Energieambassadeurs zijn inwoners die zich vrijwillig inzetten voor het energieloket en veel kennis en kunde hebben op het gebied van techniek, kosten en financiering van maatregelen en zelf ervaring hebben opgedaan met het (vaak vergaand) verduurzamen van hun eigen woning Vanuit bewoners en het energieloket is ook het initiatief gekomen om in Kootwijk een aantal voorbeeldhuizen open te stellen voor inwoners. Een open-huizen-route hiervoor zal in 2021-2022 worden opgezet, duurzaam.barneveld.nl Energieloket voor ondernemers: Het energieloket is er ook voor bedrijven. Ondernemers kunnen, naast digitale informatie, ook een bedrijfsgesprek of energiescan aanvragen via het energieloket.

Zo kunnen ze meer inzicht krijgen in hoe hun bedrijf energetisch kan verduurzamen Dit verloopt ook via: duurzaam.barneveld.nl Energiecoaches: In onze gemeente zijn een tiental energiecoaches actief . Zij geven huis-aan-huis advies over de isolatiemaatregelen die rendabel zijn in een woning. Ook kunnen ze tips geven over hoe inwoners door ander gedrag energie (en dus kosten) kunt besparen. Voor inwoners die vragen hebben of die

Denk aan tips om je gedrag tav energieverbruik te veranderen, maar ook aan het maken van warmtebeeldfoto’s om te zien hoe goed je huis nog te isoleren valt. 25

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

•

•

• •

•

•

zelf interesse hebben om energiecoach te worden zijn de energiecoaches bereikbaar via .energieloket@barneveld.nl Collectieve inkoopacties. Door collectief inkopen van bijvoorbeeld isolatiematerialen, kunnen kosten voor inwoners worden verlaagd. Een inkoopactie is een paar jaar geleden in De Glind opgezet door het energieloket en het dorp De Glind. Het energieloket kan ook toekomstige inkoopacties coördineren. Woonplein Barneveld: De Rabobank en een aantal lokale ondernemers starten vanaf 2022 het Woonplein Barneveld. Eerder is dit ook in Voorthuizen georganiseerd. Inwoners krijgen hier op één plek concreet advies over het verduurzamen van hun woning en de financiering hiervan. Door ontwikkelingen naar aanleiding van het Coronavirus zal de opzet waarschijnlijk meer digitaal worden dan in Voorthuizen het geval was. De bedoeling is, dat inwoners straatsgewijs of met enkele straten tegelijk worden uitgenodigd. Op een informatieavond wordt een presentatie gegeven over alle aspecten van verduurzamen. Ook kunnen hier vragen worden gesteld. SDE regeling26: Via de SDE regeling hebben inwoners de mogelijkheid om 25 tot 40% korting te krijgen op installaties of isolatiemaatregelen. Toekomst bestendig wonen lening: De gemeente heeft de toekomst bestendig wonen lening en een leningsmogelijkheid voor maatschappelijke organisatie en VVE;’s voor het nemen van duurzaamheidsmaatregelen.

Toekomstbestendig Wonen Lening | Gemeente Barneveld en Duurzaamheidslening voor VVE's en maatschappelijke organisaties | Gemeente Barneveld Duurzaamheidskatern in de Barnevelder: Een aantal keer per jaar verzorgt de gemeente een duurzaamheidskatern in de huis-aan-huis krant de Barnevelder. Hier vinden inwoners alle actuele informatie over energiebesparing, gedragstips en isoleren. In de paragraaf over communicatie wordt verder toegelicht welke kanalen de gemeente op welke manier inzet. Dorpentour: In iedere dorpskern faciliteert de gemeente gesprekken tussen inwoners die aan de slag willen met duurzaamheid. Uit deze zogenaamde dorpentour zijn al meerdere verduurzamingsinitiatieven voort gekomen. Zo

SDE staat voor Subsidie Duurzame Energieproductie en klimaattransitie. Het is een subsidieregeling van de rijksoverheid. 26

36

•

wordt in Terschuur in twee werkgroepen gewerkt aan een voorstel om collectief te isoleren en collectief zonnepanelen aan te schaffen. EnergieWEB: Via het energieWEB ondersteunt de gemeente lokale energie opwek initiatieven middels subsidie of kapitaaldeelname.

Niet alleen vanuit de gemeente wordt inzet getoond. Inwoners en ondernemers van gemeente Barneveld zijn ook erg betrokken bij het verduurzamen van de gebouwde omgeving. In dorpskern de Glind, werken gemeente en inwoners samen aan een plan om CO2 uitstoot te reduceren. Hierover staat meer omschreven verderop in dit hoofdstuk. In Voorthuizen hebben Plaatselijk Belang, Voorthuizen Duurzaam, Ondernemers Voorthuizen en Woonplein Voorthuizen/Rabobank Gelderse Vallei zich verenigd in Energiek Voorthuizen. Ook is er een werkgroep Duurzame Energie Kootwijkerbroek gevormd die in mei gestart zijn met een peiling onder dorpsgenoten. Voor verschillende thema’s waaronder duurzaamheid wordt gepeild wat inwoners daarbij belangrijk vinden. Diverse scholen in onze gemeente hebben aandacht voor natuur-, milieu en duurzaamheid in hun onderwijs. Wij zetten ons vanaf 2023 graag samen met hen in om educatieve campagnes op te zetten om kinderen en jongeren te informeren en te betrekken bij de (lokale) energietransitie. De gemeente zet in 2022 enkele workshops op voor en door onze MBO warmtetechniek opleidingen en erkende installateursbureaus. Doel is om krachten te bundelen en kennis en ervaring op te doen in het installeren en onderhouden van de warmtechnieken van de toekomst. Zoals in dit overzicht te lezen is, is de inzet op energiebesparing een gezamenlijke inspanning.

De gemeente is als regisseur betrokkenen door informatie via diverse kanalen beschikbaar te stellen. Inwoners en bedrijven kunnen de gemeente en de buren helpen door zelf en samen aan de slag te gaan.

6.3. Wanneer kunnen we de stap maken naar aardgasvrij? Uiteindelijk moet de stap gemaakt worden naar aardgasvrij. Het doel is om rond 2030 zo’n 20% van de gebouwen in onze gemeente aardgasvrij te verwarmen. De kansen die in de gemeente te zien zijn, hebben geleid tot een fasering die weergegeven is in Figuur 17. Dit is een globaal tijdpad en er blijft ruimte om in te spelen op kansen, bewonersinitiatieven of initiatieven van bedrijven. Verkenningsgebieden (2022-2035) Verkenningsgebieden zijn gebieden waar het mogelijk lijkt om op kortere termijn (rond 2030) significante stappen te maken richting aardgasvrij .Voor deze gebieden gaat de gemeente in 2022 en 2023 samen met inwoners aan de slag. In paragraaf 6.4 wordt besproken welke stappen gezet gaan worden. De gemeente benadrukt dat in deze gebieden nog niet besloten is wanneer en hoe de buurt van het aardgas gaat. Verkenningsgebieden, uitvoering middellange termijn (2022-2040) In deze gebieden wil de gemeente graag op korte termijn technisch onderzoek starten om meer helderheid te krijgen over de haalbaarheid van warmtenetten. Mocht uit deze onderzoeken blijken dat de overstap op een warmtenet haalbaar en betaalbaar is, dan kan uitvoering daarna, op middellange termijn, gestart worden.

Hierover staat meer toegelicht in paragraaf 6.4 Middellange termijn (2025-2040) Aan de randen van de dorpskernen Voorthuizen en Barneveld zijn gebieden met (redelijk) nieuwe woningen. Op het moment dat daar de CV ketel vervangen moet worden, is er een logisch moment om de overstap naar aardgasvrij te maken. Naar verwachting is dit op middellange termijn de situatie. Natuurlijk tempo (2021-2050) Voor een groot deel van onze gemeente liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. De gemeente realiseert zich dat inwoners en ondernemers

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

37

hiervoor hun eigen tempo kiezen, vandaar een natuurlijk tempo. Logisch momenten zijn bijvoorbeeld bij een verbouwing, CV-vervangingsmoment of verhuizing. Om deze natuurlijke momenten zoveel mogelijk te benutten, zoekt de gemeente de komende jaren de samenwerking met lokale partners meer op.

Woningen die nieuw gebouwd zijn op basis van een vergunning van ná 1 juli 2018, worden standaard aardgasvrij gebouwd. De gemeente wil bij toekomstige nieuwbouwprojecten onderzoeken of omringende woningen, samen met de nieuwbouw, ook de stap kan zetten naar aardgasvrij.

Lange termijn (2040-2050) Het vakantiepark ten Oosten van Voorthuizen heeft diverse eigenaren die waarschijnlijk ook nog een woonhuis hebben dat (eerst) aardgasvrij moet worden gemaakt. De gemeente verwacht dat dit vakantiepark dus op de lange termijn aan de beurt komt. Dit geldt ook voor delen van Barneveld en Voorthuizen waar nu geen concrete aanleidingen zijn voor verder onderzoek. Middellange termijn of natuurlijk tempo De dorpskernen (behalve Voorthuizen en Barneveld) zijn als gearceerde gebieden ingetekend. Het tempo waarmee in deze gebieden de overstap naar aardgasvrij maken, wordt bepaald door de gekozen oplossing. Inwoners die voor een individuele oplossing kiezen, gaan in natuurlijk tempo de overstap maken. Is er interesse en zijn er kansen om aan te sluiten op een klein buurt collectief, dan kunnen de buurten op middellange termijn van het aardgas af. Waar de keuze uiteindelijk op valt, wordt duidelijk in het buurtuitvoeringsplan. De gemeente focust zich in eerste instantie op de verkenningsbuurten 2022-2035 en onderzoek naar mogelijkheden voor een warmtenet in Barneveld en Voorthuizen. Over wanneer er met onderzoek of ondersteuning gestart kan worden, voor de overige gebieden, zal meer helderheid komen in de volgende actualisatie van de warmtevisie (rond 2025).

Nieuwbouw

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

38

. Figuur 17 Globaal tijdspad voor het aardgasvrij maken van de gebieden in gemeente Barneveld..

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

39

6.4. Aanpak verkenningsgebieden De komende jaren start de gemeente met het doen van onderzoeken voor de verkenningsgebieden. Dat is maatwerk. Elke buurt heeft eigen kenmerken, en bewoners hebben zoveel mogelijk invloed op hun eigen buurt. In Figuur 18 is schematisch weergegeven welk stappen in de verkenningsgebieden doorlopen worden. Een paar dingen zijn cruciaal: Een buurtuitvoeringsplan komt altijd tot stand in nauwe samenwerking met bewoners, woningbouwcorporatie, bedrijven en andere lokale partijen. Bewoners kunnen deelnemen in een werkgroep per buurt om zo direct input te leveren. De gemeente zorgt voor een procesbegeleider en organiseert het participatietraject. De woningbouwcorporatie speelt, waar dit relevant is, een grote rol in de communicatie met hun huurders, en uiteraard in de aanpak voor hun vastgoed. Ook netbeheerder Liander is nauw betrokken. Daarnaast zullen het waterschap en het energieloket waar dit nodig is, in de verkenningsgebieden een rol spelen. Een ander vast onderdeel is een gedetailleerde studie van de kosten en technische haalbaarheid. Voor de meest kansrijke warmteopties wordt in detail in kaart gebracht welke voordelen, nadelen, kosten en besparingen realistisch zijn. Ook financieringsmogelijkheden worden uitgewerkt. Om tot besluitvorming te komen is het nodig om aan een aantal randvoorwaarden te voldoen, zoals: a.

de oplossing is duurzaam en technisch haalbaar b. de oplossing is voor alle belanghebbenden in principe financierbaar c. er is draagvlak bij een ruime meerderheid van bewoners, bedrijven en andere belanghebbende organisaties die nodig zijn voor de realisatie d. bewoners en andere partijen krijgen voldoende tijd voor de overstap e. juridisch wordt voldaan aan alle wettelijke voorwaarden.

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

Figuur 18 Stappenplan verkenning tot aan go/no go om met buurtuitvoering te starten.

40

Als de gemeenteraad en andere partijen akkoord zijn, worden daarna afspraken gemaakt over de realisatiefase. Bijvoorbeeld over de tijdplanning en het contracteren van partijen. Wanneer kan de gemeente gaan verkennen? Begin 2022 zal er gestart worden met een onderzoek naar technische- en financiële haalbaarheid in de verkenningsgebieden Barneveld-centrum en VoorthuizenCentrum. Ook in de andere verkenningsgebieden worden dan stappen gezet. Per verkenningsbuurt zal een werkgroep gevormd worden waar ook al een groep bewoners aanhaakt (of minimaal actief geïnformeerd wordt). Als blijkt dat de alternatieven voor aardgas technisch en financieel haalbaar zijn, toets de werkgroep de interesse onder de inwoners: is de stap voor hen ook haalbaar? Als dit voor een meerderheid ook positief blijkt, wordt de buurt een officiële ‘startbuurt’. De insteek is om in alle verkenningsgebieden uiterlijk in 2023 te beginnen met onderzoek en/of informatie sessies met inwoners. Afhankelijk van de resultaten van de onderzoeken wordt per buurt bekeken of, hoe en wanneer gestart wordt met de uitvoering.

6.4.1. Wat is het plan bij bedrijventerrein de Harselaar? In Figuur 17 staat bedrijventerrein Harselaar, gelegen tussen Barneveld en Voorthuizen als verkenningsgebied aangeduid. Op het bedrijventerrein is onderhoud nodig aan wegen en ook is er wateroverlast. Er wordt daarom binnenkort gestart met een revitaliseringstraject. Tijdens dit revitalisatietraject wil de gemeente met ondernemers in gesprek om samen te bedenken hoe we aan de slag kunnen met energie besparen en aardgasvrij. De precieze invulling daarvan zal in het komende half jaar verder invulling krijgen. Waarom zou de gemeente hier starten? • De start van het revitaliseringstraject is een mooie kans om het gesprek over CO2 reductie van bedrijfspanden op te starten. • Gezien de warmtevraagdichtheid op dit terrein zijn er mogelijk kansen om een warmtenet op te zetten. De looptijd van onderzoek tot aan implementatie van een warmtenet zijn redelijk lang. Het is daarom nuttig om op tijd te beginnen met het verkennen van deze mogelijkheid.

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

•

Er zijn koppelkansen in dit gebied tussen revitalisering, warmtetransitie, uitvoering RES (zon op dak/wind) en de organisatie van voldoende netcapaciteit door Liander (onderstation Liander) in combinatie met een grote energie/warmtevraag.

Kentallen verkenningsbuurt • Verblijfsobjecten: 490 • 24 Woningen en 389 panden met functie industrie, 64 kantoorpanden en 13 met een overige functie. • 238.442 TJ huidige warmtevraag o 1.988 TJ toekomstige warmtevraag woningen o 165.053 TJ inschatting toekomstige warmtevraag utiliteit, waarvan industrie: 142.355 TJ Meest voorkomende energielabels: B en D Mogelijke oplossing • Een warmtenet. Vanwege de diversiteit aan bedrijven, moet nog verder worden onderzocht op welke temperatuur het warmtenet zal functioneren. • Wanneer een warmtenet niet haalbaar is, is inzet van een individuele of klein collectieve oplossing hier interessant. Dat betekent inzet van elektrische warmtepompen, per pand of voor enkele panden samen of individueel de inzet van infrarood panelen. Aandachtspunten • Voor bedrijven is het gebruik van panden heel divers. Een onverwarmde loods of een winkel zijn niet goed te vergelijken. • Een goede afstemming van eventuele werkzaamheden is vitaal. Overlast en gebrekkige bereikbaarheid moeten zoveel mogelijk worden vermeden om continuïteit van bedrijfsvoering te behouden. • In hoeverre koppelkansen tussen revitalisering en warmtetransitie benut kunnen worden is grotendeels afhankelijk van de mogelijkheden die er zijn om de planningen hiervan op elkaar af te stemmen.

41

6.4.2. Wat is het plan in dorpskernen Voorthuizen en Barneveld?

In Figuur 17 staan grote delen van dorpskernen Voorthuizen en Barneveld op de fasering korte- en middellange termijn. Hier is een warmtenet een interessante mogelijkheid die de gemeente graag de komende jaren verder onderzoekt. Het is de verwachting dat de echte uitvoering niet op korte termijn te realiseren is. De gemeente start daarom met een technisch onderzoek waar vragen worden beantwoord zoals: welke bronnen zijn beschikbaar, wat kost de aanleg van een warmtenet en voor wie is welk deel van de kosten? Zodra dat kan gaat de gemeente ook met inwoners (huurders en kopers) in gesprek. Waarom zou de gemeente hier starten? • De warmtevraagdichtheid in deze gebieden ligt hoog waardoor de overstap naar een warmtenet waarschijnlijk betaalbaar zal zijn. • In delen van het gebied (met name de Lors en Oldebarneveldt) is het percentage corporatiewoningen behoorlijk hoog, zie Figuur 19. In de Prestatieafspraken tussen gemeente en Woningstichting Barneveld (WsB) is opgenomen dat beiden samen optrekken in verkenningen in gebieden met corporatiewoningen. De WsB kan ook als één partij met hun huurders afstemmen. De gemeente ziet dus kansen om organisatiekrachten te bundelen. Voor Woningstichting Barneveld is het van belang dat de warmteoplossing haalbaar (in tijd en capaciteit), betaalbaar (voor huurders) en financierbaar (borging WsB).

• In delen van dorpskern Barneveld is er een rioleringsopgave. De straten zullen daar deels open moeten worden gemaakt om de riolering te vernieuwen. Wanneer wordt gekozen voor een warmtenet, zal ook de weg open gemaakt moeten worden. Waar mogelijk wil de gemeente deze planningen op elkaar af stemmen. Kentallen verkenningsgebied Barneveld • Verblijfsobjecten: 6.406 • 5.952 Woningen en 504 utiliteitspanden • 281.003 TJ huidige warmtevraag o 160.397 TJ toekomstige warmtevraag woningen o 57.461 TJ inschatting toekomstige warmtevraag utiliteit

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

Kentallen verkenningsgebied Voorthuizen • Verblijfsobjecten:1.067 • 865 woningen en 202 utiliteitspanden • 45.050 TJ huidige warmtevraag • 23.737 TJ toekomstige warmtevraag woningen • 9.284 TJ toekomstige warmtevraag utiliteit Mogelijke oplossing • Een warmtenet. Er wordt in 2022/2023 onderzocht welke warmtebronnen potentie hebben voor dit warmtenet. Met name de inzet van geothermie en zonthermie willen we verder onderzoeken. In de periode maart-juli 2022 verwacht de gemeente dat de provincie Gelderland de resultaten communiceert van het landelijke (2D)onderzoek naar (on)mogelijkheden voor (ultra)diepe geothermie. • Uit de verkenning kan blijken dat de inzet van een warmtenet niet, of gedeeltelijk niet passend is voor de gearceerde delen van de dorpskernen (zie Figuur 17). Voor de meeste gebouwen geldt dan dat inzet van een individuele of klein-collectieve warmtepomp het beste past. Voor gebieden met oudere en moeilijk te isoleren woningen, kan de mogelijkheid worden onderzocht om groen gas in te zetten. Deze groen gas gebiedjes staan op de kaart in Figuur 14 groen gearceerd ingetekend. Of groen gas is hier een mogelijkheid is, is uiteindelijk ook afhankelijk van de gebruiksmogelijkheden van het gasnetwerk in de toekomst (zie paragraaf 4.3) Aandachtspunten • Er spelen diverse opgaven en de gebieden zijn niet uniform.

Voor een passende integrale aanpak is voldoende capaciteit nodig binnen onze gemeente. • Er moet nog nader onderzoek worden gedaan naar voldoende geschikte warmtebronnen die kunnen worden ingevoerd in het warmtenet. • Het verkenningsgebied in Barneveld is groot. Bij een nader onderzoek zal waarschijnlijk in kleinere clusters verder onderzocht en verdiept worden.

42

Figuur 19 Woningen in Barneveld en Voorthuizen ingekleurd op basis van functie (woningen blauw, utiliteit groen) .Donkergrijze gebieden zijn industriegebieden. Het bezit van Woningstichting Barneveld is roze ingetekend.

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

43

6.4.3. Wat is het plan in De Burgt, Piersonlaan en Kromme Akker?

In de gebieden binnen de oranje cirkels in Figuur 20 staan huizen met bouwjaren tussen 1995 en 2010. Voor een groot deel van deze woningen zal binnen nu en 5 jaar de CV-ketel vervangen moeten worden omdat deze het eind van zijn levensduur heeft bereikt. Een goed moment om na te denken over de stap naar een (hybride) warmtepomp. De gemeente wil in deze gebieden starten met een informatiecampagne. Alle inwoners voor wie het relevant is, krijgen de kans om goed geïnformeerd een keuze te maken. Waarom zou de gemeente hier starten? • De woningen in de oranje gebieden zijn tijdens de bouw al goed geïsoleerd en hebben hoofdzakelijk een energielabel A. De woningen zijn daardoor geschikt om te verwarmen met behulp van (hybride) warmtepompen. • Een warmtepomp kan per huis worden aangeschaft door de eigenaar op een moment dat hem/haar goed uit komt. Het CV-vervangingsmoment is een heel geschikt moment en de gemeente wil dat inwoners voldoende geïnformeerd zijn om op dit goede moment de keuze te kunnen maken. Op het moment dat de bestaande CV-ketel moet worden vervangen, zullen hiervoor namelijk kosten moeten worden gemaakt die een inwoner kan vermijden als die in plaats van op de nieuwe CV-ketel overstapt op een warmtepomp. Momenteel is er bovendien een ISDE subsidie beschikbaar die inwoners kunnen aanvragen bij aanschaf van een warmtepomp.

Door de vermeden kosten voor vervanging van de CV ketel én de subsidie is de overstap naar een warmtepomp voor velen (goed) betaalbaar. Kentallen verkenningsgebied De Burgt • Verblijfsobjecten: 2.008 (1.670 Woningen en 38 utiliteitspanden) • 61.618 TJ huidige warmtevraag o 42.399 TJ toekomstige warmtevraag woningen o 11.817 TJ inschatting toekomstige warmtevraag utiliteit

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

•

Figuur 20 Visie warmtevoorziening met 4 verkenningsgebieden.

Kentallen verkenningsgebieden Piersonlaan en Kromme Akker • Verblijfsobjecten Piersonslaan 177, Kromme Akker:76 • In het gebied Piersonlaan heeft één van de gebouwen een gezondheidsfunctie, de overige panden zijn woningen • 2.331 TJ toekomstige warmtevraag woningen in Kromme Akker • 2.529 TJ toekomstige warmtevraag woningen Piersonlaan • 39 TJ toekomstige warmtevraag pand met gezondheidsfunctie Mogelijke oplossing • De inzet van een warmtepomp per woning (individueel) of één warmtepomp voor een blok van enkele woningen (klein collectief) is hier de meest duurzame oplossing. Inzetten op een hybride warmtepomp is ook een mogelijkheid. Deze is waarschijnlijk kostenneutraal aan te schaffen maar is minder duurzaam dan de inzet van een volledig elektrische warmtepomp. Bij een hybride warmtepomp wordt namelijk nog aardgas bijgestookt. Uiteindelijk zal een hybride warmtepomp ook moeten worden vervangen door een volledig elektrische warmtepomp: dit wordt echter pas noodzakelijk rond 2050 als het aardgas niet meer wordt geleverd.

44

Aandachtspunten • Warmtepompen geven een lagere temperatuur af aan radiatoren. In sommige gevallen zullen bestaande radiatoren moeten worden vervangen door lagetemperatuur-radiatoren of vloerverwarming. Ook is voldoende ruimte nodig voor plaatsing van de warmtepomp.

6.4.4. Wat is het plan in omgeving Budkesstraat? In het zwart omcirkelde gebied in Figuur 20 staan oudere, slecht geïsoleerde huizen. Hier kunnen met relatief weinig kosten, grote stappen worden gezet in energie besparing. De gemeente informeert inwoners daarom graag, via het energieloket, het komende jaar over het nut en de kostenbesparing die isoleren met zich mee brengt. Woningstichting Barneveld heeft de isolatieopgave voor haar bezit met een laag energielabel in dit gebied voor komende jaren op de agenda gezet. Waarom zou de gemeente hier starten? • De grote stappen die hier te zetten zijn in energiebesparing vallen in de categorie laaghangend fruit. Kentallen: • Verblijfsobjecten: 107 • 99 woningen, 8 utiliteitspanden • 4.458 TJ huidige warmtevraag o 2.808 TJ voorspelde warmtevraag woningen o 144 TJ voorspelde warmtevraag utiliteitspanden Mogelijke oplossing • Uiteindelijk zal in dit gebied een warmtenet of inzet van groen gas het best passende alternatief voor aardgas gaan vormen. Het is nu al goed om de hoeveelheid energie die gebruikt wordt zoveel mogelijk te verlagen. Eventueel

kan, nadat goed geïsoleerd is, met een hybride warmtepomp worden gewerkt. Zo wordt nog minder aardgas gebruikt.

6.4.5. Wat is het plan in De Glind? In De Glind zijn zes lokale initiatiefnemers, waaronder de plaatselijke belangenvereniging, Rudolphstichting, Donnerschool en gemeente al twee jaar in gesprek over het verder verduurzamen van het hele dorp. Er is een businesscase uitgewerkt voor een warmtenet voor de dorpskern, gecombineerd met een verduurzamingaanpak voor het buitengebied op natuurlijke momenten. Deze ideeën worden steeds concreter uitgewerkt om de stap naar aardgasvrij wonen te maken. Er is recent een PAW27 subsidie aangevraagd en wij verfijnen de businesscase zo tot het moment dat de initiatiefnemers en inwoners de definitieve keuze maken om wel of niet door te gaan. Dat keuzemoment ligt naar verwachting in 2022 voor de dorpskern. De gemeente wil de komende jaren actief betrokken blijven bij de planvorming en daar waar ze kan ondersteuning bieden. De Glind is ook een van de eerste gebieden waar de gemeente haar gebiedsregisseur inzet voor een zo goed mogelijke integrale afweging van verschillende opgaven.

6.5.

Aanpak bedrijven

De bedrijven in onze gemeente moeten ook aan de slag met het aardgasvrij maken van hun gebouwen uiterlijk in 2050. Barneveld kent een aantal bedrijventerreinen . Ook zijn een aantal bedrijven verenigd in Samenwerkende Ondernemersverenigingen Barneveld (SOGB), waaronder ook BIK (Barneveldse Industriële Kring). Daarnaast is er nog De Briellaard, Ondernemersvereniging Voorthuizen, Ondernemers Vereniging Kootwijkerbroek, Stroese Ondernemersvereniging “De Stroot” en Garderense Ondernemers Vereniging. Binnen deze organisaties zijn er bedrijfseigenaren die vooroplopen in de warmtetransitie, al een goed geïsoleerd pand hebben, hun daken hebben belegd met zonnepanelen en soms ook al hun gasketel hebben vervangen door een warmtepomp. Voor de meeste ondernemers geldt dat als er extra winst kan worden gemaakt, zij niet direct negatief staan tegenover duurzaamheid.

PAW staat voor ProeftuinWijk Aardgasvrij, dit is een subsidietraject vanuit de rijksoverheid. Het is er op gericht het onrendabele deel van een investering (dat niet wordt terugverdiend) te subsidieren. 27

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

45

Ook voor bedrijven geldt dat isoleren de eerste stap is. Het gebruik van een bedrijfspand is afhankelijk van de functie. Over het algemeen is er veel meer variatie ten opzichte van woonhuizen. De wensen qua isolatie zijn daarmee ook variabel. Onze gemeente heeft specifiek voor bedrijven een online energieloket opgezet. Ook kunnen via dit loket energiescans worden aangevraagd. Er zijn goede contacten met de diverse bedrijven in onze gemeente. Die contacten wil de gemeente graag de komende jaren inzetten om met bedrijven in gesprek te gaan. Samen kunnen we dan kijken hoe de overstap te maken is. Bereikbaarheid en bedrijfszekerheid zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. De gesprekken die in de Harselaar gestart worden, geven de komende tijd inzichten in hoe de gemeente samen met ondernemers aan de slag kan gaan. Daar waar bedrijven en kantoren in woongebied liggen, sluiten ze voor zover mogelijk qua tempo aan bij de omliggende woningen of verkenningsgebieden. Waar nodig zal over enkele jaren per bedrijventerrein of groep van bedrijven een specifiek traject met de bedrijven opgezet worden. Dit zal bij een volgende versie van de Warmtevisie worden bekeken.

6.6. Participatie, communicatieinformatievoorziening

en

De raadswerkgroep Participatie constateert in de nota ‘Participatie in Barneveld’28 dat ‘zowel de inwoners als ambtenaren, wethouders en raadsleden het een vanzelfsprekendheid vinden om met elkaar mee te denken over beleid en uitvoering van plannen. Inwoners nemen gemakkelijk zelf het initiatief. Dat alles is een uitstekende basis voor participatie. De belangrijkste uitdaging is om meer planmatig te werk te gaan en de voortgang te borgen in de organisatie’. Met het oog hierop is medio 2021 de eerste gebiedsregisseur aan het werk gegaan. Binnenkort stelt de gemeente nog twee gebiedsregisseurs aan. Daarmee krijgt de borging van een integrale en afdeling overstijgende aanpak momenteel vorm. De aanpak van ‘aardgasvrij wonen’ is genoemd als pilot voor daadwerkelijke vormgeving van participatie op niveau 4 van de participatieladder: co-creatie (zie hieronder). In De Glind deden we daar de afgelopen twee jaar al ervaring mee op. In de verkenningsgebieden uit de warmtevisie bouwen we hierop voort.

De participatieladder De gemeente volgt in het proces van de warmtetransitie de principes van de participatietrap, zie Figuur 21. Tijdens het opstellen van de warmtevisie heeft de gemeente zowel ingezet op informeren als raadplegen en om advies vragen. De komende jaren wil de gemeente ook aan de slag met coproduceren en (mee)beslissen in de verkenningsgebieden.

Een belangrijke rol van de gemeente is de communicatie met bewoners en bedrijven over wat er op hen afkomt, en het organiseren van de participatie. De gemeente vindt participatie belangrijk en heeft de afgelopen jaren stevig ingezet op laagdrempelige communicatie en participatie in processen en lokale initiatieven. Voorbeelden daarvan zijn de winddialogen, de dorpentour en de Wijk van de Toekomst. Maar ook is er aandacht voor lokaal eigenaarschap en het stimuleren van lokale initiatieven en coöperaties. Lokale coöperaties die, wat de gemeente betreft, een belangrijke rol te vervullen hebben op dit vlak in de uitvoering van de energietransitie.

28

Bijlage 1_Notitie Participatie in Barneveld (1).pdf (juni 2019)

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

46

•

•

•

Elke buurt is anders. De diversiteit van gebieden vraagt om maatwerk in de communicatie: in het soort informatie, keuze van de communicatiekanalen en de communicatie en participatieaanpak. De gemeente is helder over de harde kaders, over wat er al vast staat en over wat de gemeente nog niet weet of kan beloven. De gemeente is ook helder over rollen, verantwoordelijkheden, proces, planning, dilemma’s, hinder, risico’s, mate van invloed van bewoners, en communiceren daar actief over. De gemeente maakt gebruik van bestaande netwerken en communicatiekanalen. Ze hanteert het liefst een persoonlijke benadering: liever een gesprek dan een brief. De gemeente zorgt dat er altijd iemand te vinden is die – persoonlijk en betrokken – antwoord geeft op de vragen die leven. Vindbaarheid, actualiteit van de beschikbare gegevens en met regelmaat informeren is hierbij ook essentieel en legt een basis voor het vertrouwen. De persoonlijke aanpak, aandacht, een plek en tijd voor zorgen van mensen, is wat het echte verschil maakt en wat vertrouwen geeft.

Gemeenteraad Barneveld:

Figuur 21 De participatietrap die de gemeente hanteert in gesprek met inwoners.

“‘Participatie is geen doel op zich. Het moet functioneel en doelgericht zijn en het moet passen bij het betreffende onderwerp en bij hoe je wilt besturen. Participatie vraagt vertrouwen van de politiek in de burger en omgekeerd.”

Belangrijke uitgangspunten voor de communicatie en participatie zijn: • In de communicatie hanteert de gemeente waar mogelijk drie niveaus: (1) eenvoudige informatie, voor iedereen te begrijpen, (2) de mogelijkheid voor inwoners om zich verder te verdiepen, bijvoorbeeld via een projectwebsite. En (3) online beschikbaarheid van alle rapporten en onderzoeken voor de inwoners die alles willen weten.

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

47

Bijlage A toelichting op technisch afwegingskader

CO2-uitstoot – De totale uitstoot van CO2-equivalenten in het uiteindelijke warmteconcept. De gemeente bekijkt alleen de CO2-uitstoot van verwarming, koeling, warm tapwater en ventilatie. Voor de berekening wordt aangesloten bij de aannames en definities uit Startanalyse Leidraad Warmtevisie van het PBL.

Criteria aardgasvrije technieken

Omgevingsimpact, ruimtebeslag – Hoeveel ruimte neemt de oplossing in beslag? Is er negatieve impact op het landschap, of op de ruimtelijke kwaliteit in de buurt?

Bij de keuze van een aardgasvrije warmtevoorziening wegen allerlei aspecten mee, zoals kosten, duurzaamheid en betrouwbaarheid. De gemeente maakt de keuze op grond van de onderstaande criteria, die onder de afbeelding verder worden toegelicht.

Kwaliteit lucht, water en bodem – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de luchtkwaliteit, bodem- of waterkwaliteit? Hieronder vallen: • Luchtkwaliteit: de uitstoot van onder andere fijn stof, roet en stikstofoxiden. • Bodemkwaliteit: risico op verspreiding van bodemverontreinigingen bij toepassing bodemenergie, of juist versnelde afbraak verontreinigde stoffen bij toepassing bodemenergie. • Waterkwaliteit: invloed (positief of negatief) op de waterkwaliteit en de biodiversiteit in het water Duurzaamheid in de keten – Leidt de oplossing tot negatieve milieu-impact elders, bijvoorbeeld ontbossing, of uitputting van schaarse grondstoffen? Sociaal Draagvlak – Is er draagvlak/acceptatie onder de bewoners en lokale ondernemers in de buurt voor de gekozen oplossing?

Figuur 22 Overzicht selectiecriteria aardgasvrije technieken Duurzaamheid, milieu Benodigde hoeveelheid primaire energie – Primaire energie wordt gedefinieerd als de energie die nodig is aan de bron om het uiteindelijke warmtevraag te dekken. Er wordt dus rekening gehouden met de energie die verloren gaat tijdens transport, opslag en conversiestappen in de keten, en een positieve bijdrage vanuit omgevingswarmte. Een warmteoplossing met een lage primaire energievraag en goede efficiëntie legt minder beslag op de (veelal schaarse) energie-/warmtebronnen. Voor de berekening wordt aangesloten bij de definities uit de BENG-norm.

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

Inpasbaarheid & wenselijkheid in de woning – Hoe goed is de oplossing inpasbaar in de woning? Neemt de oplossing veel ruimte in de woning in beslag? Is er een ingrijpende verbouwing nodig? Gezondheid, welzijn, leefbaarheid – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de directe leefomgeving? Is er een effect op gezondheid of leefbaarheid? Hieronder vallen: • Geluidhinder: geeft de gekozen techniek geluidhinder binnen de woning of op de omgeving? • Binnenklimaat: leidt de oplossing tot (on)gezondere lucht binnenshuis?

48

•

Comfort: verandert het comfort van de woning? (negatief dan wel positief)

Overlast – Kan overlast beperkt blijven? Economisch Nationale kosten - De totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een warmteoplossing uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Voor de berekening wordt aangesloten bij de Startanalyse Leidraad Warmtevisie van het PBL. Kosten voor de eindgebruiker – Alle kosten die een eindgebruiker betaalt voor de omschakeling op aardgasvrij verwarmen. Dat zijn zowel de maandelijkse energielasten als kosten voor (het gebruik van) installaties en isolatie. Alle subsidies en belastingen zijn hierin verwerkt. Eindgebruikers zijn huurders en eigenaargebruikers van gebouwen (bewoners en ondernemers).

Onzekerheid in performance – Is het een bewezen techniek? Als het een nieuwe techniek is, wat kan er gezegd worden over de performance? Veiligheid – Zijn er risico’s voor de (externe) veiligheid verbonden met de techniek? In hoeverre kunnen deze risico’s worden beheerst? Robuustheid, continuïteit – Leveringszekerheid van de warmtevoorziening is cruciaal. Brengt de gekozen techniek een groter risico op uitval of storingen met zich mee, dan we van het huidige energiesysteem gewend zijn? Als er iets uitvalt, is er dan een vervanging (back-up)? Meekoppelkansen - Hoe goed sluit de oplossing aan bij andere ontwikkelingen in de buurt? Zijn er qua timing meekoppelkansen, bijvoorbeeld met groot onderhoud, vervanging van riolering of asfalt of aanleg van glasvezel? Maar ook: hoe goed past de oplossing bij de gebiedsontwikkeling?

Kwaliteit business case – Een gezonde robuuste business case voor alle partijen zorgt dat investeringen beschikbaar komen en vermindert het risico dat projecten niet van de grond komen of stil komen te liggen. Onzekerheid in prijsstelling – Grote financiële risico’s worden zoveel mogelijk vermeden. Voor bewoners moet duidelijk zijn wat hun lasten zullen worden. Kan gegarandeerd worden dat zij niet voor verrassingen komen te staan, bijvoorbeeld door een elektriciteitsverbruik dat veel hoger blijkt dan voorspeld? Juridisch kader – Moet er juridisch nog veel geregeld worden om deze oplossing mogelijk te maken? Is de wet- en regelgeving al passend? Technologisch Beschikbaarheid bronnen – Is de bron in voldoende mate aanwezig? Is de bron nu en in de toekomst rendabel te exploiteren? Het optimaal benutten van de lokaal beschikbare (warmte)bronnen heeft de voorkeur boven het importeren van energie van buiten de gemeente.

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

49

Bijlage B Bouwjaren

Figuur 23. Bouwjaren in gemeente Barneveld en gemarkeerde locaties van bedrijventerreinen en vakantieparken.

DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0

50

Bijlage C analyse

Toelichting

technische

In hoofdstuk 4 is een voorspelling gegeven van de energiebesparing. In deze bijlage meer uitleg over de analyse achter de besparingen.

Inventarisatie huidige energielabels en warmtevraag De huidige energielabels komen van verschillende (landelijke) bronnen. In eerste instantie zijn afgemelde(/geregistreerde) of voorlopige energielabels van het RVO gebruikt. Wanneer er geen energielabel beschikbaar is, is er een inschatting gemaakt voor het label op basis van het bouwjaar van de woning. Dit geldt voor ongeveer 1% van de woningen. Voor utiliteit is maar een klein deel van de energielabels bekend. Dat betekent dat een groot deel van de energielabels zelf ingeschat is op basis van het bouwjaar, zie Figuur 25.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=ed983a7b-1798-45bd-9b57-a34861c82c0b