Bijlage_Warmtevisie Barneveld_1.0 (1).pdf
Tekst van het document
Warmtevisie Barneveld Versie 1.0
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
1
Warmtevisie Barneveld Versie 1.0 Opdrachtgever:
Gemeente Barneveld
Projectnummer:
DWTM21011
Auteurs:
De WarmteTransitieMakers, Augusta Goedhart, Saskia Dane
Datum:
28 oktober 2021
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
2
Inhoud 1.
Inleiding .............................................................................................................. 10
2.
Waarom een Warmtevisie? .................................................................................. 10 Doel van dit plan..................................................................................................... 10 Wie heeft dit plan gemaakt? ................................................................................ 10 Hoe gaat het hierna verder?................................................................................. 11 Wat is de impact?.............................................................................................. 12
3.
Energie besparen en isoleren .............................................................................. 12 Koken ....................................................................................................................... 12 Verwarming en warm water ................................................................................ 12 Hoe maken we keuzes? .................................................................................... 14
5.3.
Betaalbaarheid eindbeeld ................................................................................. 32
6. Stap voor stap aan de slag met aardgasvrij ..............................................................33 6.1.
Uitvoeringsstrategie .......................................................................................... 33
6.2.
Gemeentebreed inzetten op energie besparen en isoleren ....................... 34
6.3.
Wanneer kunnen we de stap maken naar aardgasvrij?.............................. 37
6.4.
Aanpak verkenningsgebieden ......................................................................... 40
3.1.
Algemene uitgangspunten ............................................................................... 14
6.5.
6.4.1. Wat is het plan bij bedrijventerrein de Harselaar? ................... 41 6.4.2. Wat is het plan in dorpskernen Voorthuizen en Barneveld? .. 42 6.4.3. Wat is het plan in De Burgt, Piersonlaan en Kromme Akker? 44 6.4.4. Wat is het plan in omgeving Budkesstraat? ............................. 45 6.4.5. Wat is het plan in De Glind? ......................................................... 45 Aanpak bedrijven................................................................................................ 45
3.2.
Hoe kiezen we de verkenningsgebieden? ..................................................... 16
6.6.
Participatie, communicatie- en informatievoorziening ............................... 46
3.3.
Hoe kiezen we de aardgasvrije techniek? ..................................................... 16
Bijlage A toelichting op technisch afwegingskader ......................................................48
3.4.
Wie maken welke keuzes? ............................................................................... 17
Bijlage B Bouwjaren ......................................................................................................... 50
4. Warmtevraag en warmtebronnen .............................................................................. 18
Bijlage C Toelichting technische analyse .......................................................................51
4.1 Warmtevraag .............................................................................................................. 18
4.3 Infrastructuur voor duurzame warmte .................................................................. 27
Voorspelling toekomstige energielabel.............................................................. 51 Toekenning temperatuurniveau .......................................................................... 52 Bedrijfspanden........................................................................................................ 52 Bijlage D Niet of beperkt aanwezige warmtebronnen ..................................................54
5. Kansrijke warmtevoorziening per buurt in 2050 ....................................................... 29
Bijlage E Diverse varianten van de warmtepomp ..........................................................55
4.2 Warmtebronnen.......................................................................................................... 25
5.1.
Warmtevisie in beeld ......................................................................................... 29
5.2.
Bedrijven en kantoren ....................................................................................... 31
Bijlage F financiering ........................................................................................................56
Bedrijventerrein ...................................................................................................... 31 Kantoren .................................................................................................................. 32
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
3
Samenvatting In Nederland gaan we stoppen met het gebruik van aardgas. Ook in gemeente Barneveld zullen alle huizen en andere gebouwen tussen nu en 2050 overstappen op een andere techniek voor verwarming, warm water en koken. Dat doen gemeente, inwoners en bedrijven stap voor stap. In dit document, de Transitievisie Warmte, staat wat de plannen zijn. Waarom? Het gebruik van aardgas geeft CO 2uitstoot en dat heeft negatieve gevolgen voor het klimaat. De temperatuur stijgt en er is steeds meer kans op droogte en wateroverlast. Wat gaat er gebeuren? Tussen nu en 2050 wordt het aardgas vervangen door duurzame warmte, buurt voor buurt. De gemeente start nu samen met inwoners en bedrijven met verder onderzoeken op welke manier(en) dat het beste kan. Met wie en vóor wie? Samen met inwoners, bedrijven en andere partijen zoekt de gemeente de beste oplossingen. Bij het maken van deze Warmtevisie heeft de gemeente samengewerkt Figuur 1 Gevolgen nu en in de toekomst met Liander, beheerder aardgasleidingen en elektriciteitsnet, woningstichting van te hoge CO2-uitstoot in Nederland. het Barneveld, waterschap Vallei Veluwe, en het energieloket. Om voeling te krijgen en houden met wat er in de samenleving op dit vlak speelt, zijn er met inwoners en ondernemers drie overleggen in een klankbordgroep geweest en is een enquête gehouden (door 415 inwoners ingevuld).
In een drietal nieuwsbrieven heeft de gemeente inwoners geïnformeerd over het proces tot nu toe. Gezamenlijk is duidelijk gemaakt wat we nu al kunnen doen om minder aardgas te gebruiken, welke alternatieven voor aardgas er zijn en wat we belangrijk vinden.
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
Welke alternatieven voor aardgas zijn er?
Verwarming en warm water De oplossingen die er zijn voor verwarming zonder aardgas, zijn in te delen in drie groepen: • Oplossing per gebouw: een oplossing per woning, gebouw of woonblok. Meestal op elektriciteit. Voorbeelden zijn een warmtepomp, infraroodpanelen of groen gas tank. • Oplossing voor de hele buurt: een warmtenet is een gezamenlijke oplossing voor een buurt, wijk of zelfs hele stad. Warm water stroomt door leidingen onder de grond naar de huizen. • Duurzaam gas: de overstap over op een ander type gas, namelijk groen gas waarvoor de bestaande gasleidingen in gebruik kunnen blijven. Koken Koken kan met een inductieplaat of elektrische kookplaat. De meeste mensen kiezen voor inductie. Dat lijkt het meest op koken op gas. Wat de overstap naar aardgasvrij per inwoner voor zijn/haar huis betekent, kan op hoofdlijnen worden ingeschat door te kijken naar ligging, bouwjaar en type woning, maar zal uiteindelijk (vaak door advies per huis) de komende jaren goed moeten worden bepaald.
Welke oplossing komt er in welke buurt? Dat gaan gemeente en betrokkenen de komende jaren verder onderzoeken. Het hangt onder andere van het type woning of bedrijfspand af, welke oplossing het meest geschikt is. De gemeente heeft gekeken naar hoe oud woningen en bedrijfspanden zijn, hoe goed ze geïsoleerd zijn en hoe dicht ze bij elkaar staan. Ook is onderzocht welke warmtebronnen er in de buurt zijn. Daaruit komt de visie warmtevoorziening (Figuur 2). Deze geeft een eerste richting van welke oplossing het meest waarschijnlijk is. In sommige gebieden is één oplossing al heel waarschijnlijk. In andere gebieden zijn er nog twee oplossingen die allebei goed mogelijk zijn. Gebieden met twee mogelijkheden zijn gestreept in beeld gebracht. Uiteindelijk wordt met de buurt samen een keuze gemaakt voor de eindoplossing.
4
Figuur 2 Visie warmtevoorziening. De gemeente verwacht dat dit het eindbeeld van de alternatieve warmtevoorziening is in 2050. Het eindbeeld verschilt per gebied.
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
5
Wat vinden we belangrijk? De gemeente Barneveld, vindt het erg belangrijk dat de nieuwe energievoorziening betrouwbaar, veilig, betaalbaar1 en duurzaam is. Inwoners hebben aangegeven dat betaalbaarheid vooral belangrijk is en dat daarnaast comfort en duurzaamheid van belang zijn2 Alleen als gemeente, inwoners en bedrijven samen werken, wordt het mogelijk voor iedereen om de overstap te maken. Geen overhaaste beslissingen nemen, maar rekening houden met nieuwe technieken en kijken naar logische momenten om de overstap te maken.
Stap voor stap aardgasvrij Onze gemeente gaat beginnen aan de overstap naar aardgasvrij: de warmtetransitie. Er is nog veel dat onduidelijk is en moet worden uitgezocht. De gemeente is daarbij de regisseur De gemeente doet dit niet alleen, maar samen met inwoners en ondernemers. De gemeente wil hiervoor: • Een werkgroep samenstellen met inwoners, die (gevraagd en ongevraagd) advies kunnen geven over de voortgang van de energie/warmtetransitie gemeentebreed. We starten daarbij niet bij nul. De inwoners die in het voortraject deelnamen aan de klankbordgroep warmtevisie hebben aangegeven dat zij hierbij aangehaakt willen blijven. • Per verkenningsgebied, samen met inwoners uit die gebieden, de woningstichting en andere betrokkenen onderzoek doen naar aardgasvrije oplossingen voor die gebieden • Afspraken maken met betrokken professionele, uitvoerende stakeholders over prioritering van projecten en het organiseren en uitvoeren hiervan De gemeente wil samen met deze partijen aan de slag gaan met de volgende stappen:
medio 2022 concreet advies op te vragen over verduurzaming en de financiering daarvan. Ook kunnen inwoners bij de gemeente geld lenen voor het treffen van energiemaatregelen aan eigen huis tegen een gunstig tarief. 2. 2021-2022: onderzoek of informatie campagnes in een paar gebieden In een paar gebieden start de gemeente met een onderzoek of informatiecampagne. Dit zijn de zogenaamde verkenningsgebieden. Samen met inwoners uit die gebieden, de woningstichting en andere betrokkenen, onderzoekt de gemeente of en hoe het gebied van het aardgas af zou kunnen. Of dat ook echt gaat gebeuren, hangt af van verschillende factoren zoals betaalbaarheid. Inwoners die uiteindelijk de overstap maken op een warmtepomp kunnen veel zelf doen. In gebieden waar misschien een warmtenet komt, zal de gemeente de onderzoeken opstarten en uiteindelijk ook een deel van de organisatie doen. 3. 2030-2035: eerste gebieden van het aardgas af 4. Tot 2050: alle gebieden en gebouwen één voor één van het aardgas af.
Onderzoek in de eerste gebieden Op de kaart op Figuur 3 is te zien in welk tempo de gemeente verwacht dat inwoners overstappen naar aardgasvrij. Voor de meeste inwoners ligt dit moment nog best ver weg. Er zijn ook een aantal gebieden waar de gemeente op korte(re) termijn kansen ziet. Het zijn: • • • • •
Bedrijventerrein Harselaar Dorpskernen Voorthuizen en Barneveld De Burgt en Piersonlaan in Barneveld en Kromme Akker in Voorthuizen Omgeving Budkesstraat in Voorthuizen De Glind
1. Vanaf nu: isoleren en energie besparen De gemeente helpt huiseigenaren bij het isoleren. Er is een energieloket voor informatie, en energiecoaches kunnen inwoners helpen. Via het Woonplein Barneveld (een lokale samenwerking van verschillende partijen) is naar verwachting vanaf
Deze gebieden zijn gekozen omdat het hier goed haalbaar lijkt om stappen te zetten richting (volledig) aardgasvrij. De verschillen per gebied worden op bladzijde 8 verder uitgelegd.
Voor zo’n 500.000 huishoudens in Nederland is de energierekening meer dan 10% van het besteedbaar inkomen. De stijgende gasprijzen komen daar bij. De gemeente wil ook voor deze inwoners een betaalbaar alternatief voor aardgas kunnen bieden.
2
1
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
Uit de enquête die in sept/okt 2021 gehouden is in Barneveld over energie besparen, isoleren en de overstap naar aardgasvrij. De enquête is 415 keer ingevuld en daarmee representatief.
6
Figuur 3 Een logisch tijdspad waarop de verschillende gebieden in gemeente Barneveld de overstap kunnen maken op duurzame warmte.
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
7
Verkenningsgebieden (2022-2035) Voor deze gebieden start de gemeente in 2022 met een verkenning. Hierin staat de haalbaarheid (technisch en financieel) en het betrekken van bewoners, ondernemers en andere lokale partijen centraal. De gemeente benadrukt dat in deze gebieden gestart wordt met onderzoek of met een isoleer/bespaar campagne, maar dat nog niet besloten is wanneer en hoe de buurt van het aardgas gaat. In de Glind is al een traject gestart door gemeente en inwoners. Daar ligt een plan om over te stappen op aardgasvrij verwarmen: een warmtenet voor de dorpskern, gecombineerd met een verduurzamingaanpak voor het buitengebied op natuurlijke momenten. In De Burgt, Piersonlaan en Kromme Akker zijn meerdere woningen toe aan vervanging van de CV-ketel. Dat is een goed moment om de overstap op een (hybride) warmtepomp te overwegen. De gemeente wil inwoners hierover goed informeren de komende jaren. Op bedrijventerrein Harselaar sluit de gemeente waar mogelijk aan bij het revitaliseringsproject dat daar nu wordt gepland. In de omgeving van de Budkesstraat zijn veel woningen slecht geïsoleerd. Door daar op korte termijn aan de slag te gaan met isoleren, kan nu al veel energie worden bespaard. Verkenningsgebieden met uitvoering op middellange termijn In Dorpskernen Voorthuizen en Barneveld wil de gemeente in 2022 een onderzoek gaan doen naar de inzet van een warmtenet.
De technische, ruimtelijke en financiële mogelijkheden voor een warmtenet zullen worden onderzocht en met inwoners worden besproken. De eventuele aanleg van een warmtenet kost behoorlijk wat tijd en kan niet op korte termijn gedaan worden. De gemeente verwacht dat dit op middellange termijn kan.
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
Middellange termijn (2025-2040) Nieuwbouwwijken die in de afgelopen 10 jaar gebouwd zijn, zullen ongeveer vanaf 2025 de CV-ketel moeten gaan vervangen. Dit is waarschijnlijk een geschikt moment om de overstap te maken. Daarom staan deze nieuwbouwwijken op middellange termijn. Elke woning op een logisch moment (2021-2050) Als woningen een eigen oplossing per woning krijgen, zullen inwoners en ondernemers hiervoor hun eigen tempo kunnen kiezen. Logisch momenten voor de overstap zijn bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing. Middellange termijn of elke woning op een logisch moment In deze gebieden hangt het tempo af van de kans om aan te sluiten op een kleincollectief (mini-warmtenet). Als er een warmtenet komt, dan kunnen de gebieden tussen 2030 en 2040 van het aardgas af. Als elk gebouw een eigen oplossing krijgt, zal de overstap op een logisch moment per gebouw gebeuren. Lange termijn (2040-2050 In sommige gebieden staan veel oude gebouwen of veel verschillende typen gebouwen. Die zijn lastiger duurzaam te maken. Dit alles maakt het lastig om te bepalen wat de beste duurzame techniek is. De gemeente wacht daarom nog even af.
Aandachtspunt: Hoe transporteren we de energie, landelijk en regionaal? Voor het gebruik van warmtepompen is elektriciteit nodig. Dit komt bij de woningen via het elektriciteitsnet. Dit elektriciteitsnet is door heel Nederland (landelijk) aangelegd. In de toekomst zal het elektriciteitsnet veel meer worden gebruikt dan nu. Dit komt door de inzet van warmtepompen maar ook door het gebruik van elektrische auto’s en zonnepanelen. Netbeheerder Liander heeft onderzoek gedaan naar de toekomstige vraag naar elektriciteit of dit past op het bestaande elektriciteitsnet. De verwachting is dat er op veel plekken extra elektriciteitshuisjes moeten worden geplaatst. Ook zullen op meerdere plekken in de gemeente dikkere elektriciteitskabels
8
in de grond moeten worden aangelegd. De komende jaren zal er gewerkt worden om het bestaande elektriciteitsnet uit te breiden voor de toekomst. Om een warmtenet aan te leggen moeten er buizen in de grond worden gelegd die de warmte naar aangesloten woningen toe brengen. Dit wordt gedaan door een warmtebedrijf. Er is een wet in de maak (de warmtewet) die vastlegt welke afspraken er nodig zijn tussen inwoners en een warmtebedrijf. De verwachting is, dat wordt vastgelegd dat als er een warmtenet in de wijk aanwezig is, bewoners het recht hebben op een aansluiting, maar niet de plicht om aan te sluiten. Verder is de prijs van warmte uit een warmtenet momenteel gekoppeld aan de prijs van aardgas. Dit zal veranderen in de nieuwe warmtewet.
•
•
Het is een uitdaging om verschillende projecten en duurzaamheidsplannen goed op elkaar aan te passen en op het juiste moment op te pakken met alle betrokkenen. Hier zijn duidelijke afspraken voor nodig. Daarvoor is het programma Duurzaamheid en de Integrale Meerjaren Planning (IMP). Voor dit laatste onderdeel heeft de gemeente in 2021 een medewerker aangenomen. Het is nog onduidelijk hoe de overstap betaalbaar kan worden gemaakt voor iedereen. De gemeente gaat beginnen met uitzoeken wat de kosten zijn in De Glind en in de verkenningsgebieden.
Om woningen met groen gas te verwarmen, kan dit groene gas via het landelijke gasnet naar de woning worden gebracht. Er is niet veel groen gas beschikbaar in Nederland. Omdat de verwachting is dat landelijk zo’n 10-20% van de woningen gebruik zal kunnen maken van groen gas is de toekomst van het bestaande gasnet onzeker. Waterstof, dat ook kan worden vervoerd door het bestaande gasnet, zal naar verwachting niet beschikbaar komen voor het gebruik in woningen. Netbeheerders geven aan dat in ieder geval de hoofdnetten van het gasnet in gebruik zullen blijven om groen gas en waterstof naar grote bedrijven en industrie te brengen. De toekomstige verwachting voor de gasnetten die gas brengen naar woningen, is dat daarvan zo’n 20% zal blijven liggen voor groen gas. Een net dat niet in gebruik is, kan vanwege de veiligheid niet blijven liggen en moet worden verwijderd. Welke gasnetten blijven liggen en welke niet, zal in de komende jaren verder worden onderzocht.
Tot slot De komende jaren zullen gemeente, inwoners, bedrijven en andere betrokkenen steeds meer leren door de ervaringen in de verkenningsgebieden. Er zijn een aantal aandachtspunten waar de gemeente in ieder geval mee aan slag gaat. • Het is nog onvoldoende duidelijk of er voldoende duurzame bronnen zijn voor warmtenetten in Barneveld en Voorthuizen. Dit duidelijk krijgen, is onderdeel van het onderzoek in de verkenningsgebieden Barneveld en Voorthuizen. • Er zijn beperkingen in de capaciteit van het elektriciteitsnet. Het heeft tijd en afstemming met de netbeheerder nodig voordat dit is opgelost.
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
9
1. Inleiding
verwarming en warm water. In het Klimaatakkoord is bepaald dat elke gemeente
In Nederland gaan we stoppen met het gebruik van aardgas. Ook in de gebouwde
warmtebronnen. Dat plan presenteert de gemeente in deze Warmtevisie. Voor de
omgeving in Barneveld zal tussen nu en 2050 het aardgas vervangen worden door
uitvoering van de transitie is tot 2050 de tijd.
uiterlijk in 2021 een plan maakt voor de overstap van aardgas op andere, duurzame
duurzame warmte. Dat gebeurt buurt voor buurt. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaat de gemeente op zoek naar de beste oplossingen voor een duurzaam Barneveld, waar onze én volgende generaties een prettige en leefbare toekomst hebben. In deze Warmtevisie stippelt de gemeente het pad uit naar een duurzame en toekomstbestendige warmtevoorziening voor de gebouwde
Doel van dit plan De Warmtevisie heeft tot doel om de stappen naar een aardgasvrije gemeente in 2050 uit te stippelen. De gemeente behandelt daarvoor drie hoofdvragen: ●
omgeving (woningen en bedrijfspanden).
Waarom een Warmtevisie? Het klimaat verandert door toename van CO 2 in de lucht en de negatieve gevolgen daarvan worden steeds zichtbaarder. Tijdens de eenentwintigste klimaatconferentie
Welk alternatief voor aardgas is geschikt in de verschillende gebieden in Barneveld? Een warmtenet, warmtepomp of duurzaam gas?
●
Wanneer gaan de verschillende gebieden en kernen van het aardgas af? De gemeente schetst een globaal tijdpad tussen nu en 2050.
●
Welke stappen in CO2 reductie gaat de gemeente de komende jaren al zetten?
(COP21) van de Verenigde Naties in Parijs, eind 2015, bereikten de bijna 200 deelnemende landen overeenstemming over een klimaatakkoord. Daarmee moet de
De gemeente streeft ernaar om de warmtetransitie zoveel mogelijk samen met
opwarming van de aarde beperkt worden tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als
inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven uit te voeren. De Warmtevisie is
streefwaarde. Met deze opwarming worden de negatieve gevolgen van de hoge CO2
dan ook geen dichtgetimmerd plan, maar het geeft de kaders waarbinnen de
uitstoot beheersbaar. In Nederland ondertekenden in 2019 meer dan 100 partijen het
komende jaren projecten worden opgestart. Dit plan bouwt voort op en is een
landelijke klimaatakkoord. In 2050 moet de CO2-uitstoot met 95% verminderd zijn. Dit
verdieping van de eerste warmtevisie ‘light’ uit februari 2020.
vraagt ingrijpende veranderingen in allerlei sectoren: industrie, landbouw, mobiliteit, de productie van elektriciteit en de wijze waarop gebouwen worden verwarmd.
Wie heeft dit plan gemaakt? De gemeente heeft dit plan niet alleen opgesteld. Ze sprak met allerlei partijen en
Daar komt bij dat de aardgaswinning in Groningen wordt afgebouwd. Tientallen jaren
bewoners om hun mogelijkheden en wensen in kaart te brengen. Voor wat betreft de
heeft de aardgasvoorraad in Groningen Nederland voorzien van een goedkope manier
professionele stakeholders, werkt de gemeente samen in een werkgroep bestaande
om onze huizen te verwarmen, te douchen en te koken. Maar aardbevingen dwingen
uit netbeheerder Liander, waterschap Vallei-Veluwe, Woningstichting Barneveld en
ons de aardgaswinning af te bouwen.
(beleids)medewerkers op diverse portefeuilles vanuit de gemeente. Liander beheert het elektriciteitsnetwerk en de gasleidingen, en is daarom erg belangrijk bij de
Om de klimaatdoelen te behalen moeten we uiterlijk in 2050 afscheid nemen van
uitvoering van dit plan. De woningstichting heeft een kleine 20% van de woningen in
fossiele brandstoffen en dus ook van het gebruik van aardgas voor koken,
haar bezit en werkt al aan de verduurzaming van hun woningen. Waterschap Vallei
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
10
Veluwe beheert de wateren in de gemeente en kan een rol spelen bij het benutten van
gedegen haalbaarheidsstudie is afgerond en er voldoende draagvlak is. Als het
warmte hieruit.
aardgas in een buurt wordt afgesloten, krijgen bewoners dat ruim van te horen. In hoofdstuk 6 wordt uitgebreider ingegaan op de vervolgstappen.
Ideeën
en
zorgen
van
bewoners
en
ondernemers haalde de gemeente op met een enquête. Ook is er een klankbordgroep waarin ongeveer 15 betrokken inwoners en energieambassadeurs zitting nemen. Zij hebben tijdens drie sessies meegedacht. Ook na het vaststellen van de visie, blijven zij betrokken bij de warmtetransitie en kunnen zij gevraagd en ongevraagd advies geven. Alle inzichten van betrokkenen combineerde de gemeente met gedegen onderzoeken, en technische en sociale informatie over de gebieden.
Hoe gaat het hierna verder? Deze Warmtevisie geeft een doorkijk naar wat er in onze gemeente gaat gebeuren de komende dertig jaar. Bewoners weten daardoor wat de meest waarschijnlijke oplossingen gaan zijn in hun buurt, en kunnen beslissingen over hun woning hierop afstemmen. Het is nog geen in steen gebeiteld plan maar een eerste beeld. Dit is de start van een proces om Barneveld stap voor stap aardgasvrij te maken. De gemeente selecteert in deze Warmtevisie een aantal ‘verkenningsgebieden’, die kansrijk zijn om als eerste van het aardgas af te gaan (voor 2030). Voor deze gebieden worden de komende jaren ‘buurtuitvoeringsplannen’ gemaakt (zie Figuur 4). Hierin worden de plannen concreter, en zal per buurt of zelfs per huishouden worden
Figuur 4 Na de Warmtevisie volgen buurtuitvoeringsplannen. De Warmtevisie wordt iedere 3 jaar geüpdatet.
De Warmtevisie zal eens in de drie jaar bijgesteld worden en in de loop van de tijd steeds nauwkeuriger beschrijven welke warmteoplossing het beste past in elke buurt. Daarnaast is de gemeente bezig met het opstellen van een Omgevingsvisie. De tijdspaden van de Warmtevisie en de Omgevingsvisie lopen niet synchroon. De Warmtevisie zal eerder gereed zijn dan de Omgevingsvisie. De Warmtevisie vormt daarom (net als de Regionale Energiestrategie) een bouwsteen voor de Omgevingsvisie en komt naar verwachting als programma daar in terug. Uiteraard kijkt de gemeente verder dan de gemeentegrenzen. De puzzel van warmteopwek, -opslag en -gebruik maakt de gemeente samen met andere gemeenten in de regio en binnen de kaders van de RES FoodValley.
gekeken wat er mogelijk is. Deze uitvoeringsplannen maakt de gemeente samen met bewoners en andere betrokkenen. Hiervoor volgt per buurt een participatietraject. Het besluit om daadwerkelijk over te stappen wordt pas genomen als bekend is wat de consequenties zijn voor de woonlasten van bewoners en ondernemers, er een
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
11
2. Wat is de impact?
Het omschakelen van verwarming met aardgas naar verwarming met een duurzame bron is complex. Vrijwel alle huishoudens en bedrijven in gemeente Barneveld krijgen ermee te maken. In dit hoofdstuk omschrijven wij in het kort de impact die wij verwachten. Bijna alle huizen in de gemeente gebruiken aardgas. Het wordt gebruikt om het huis te verwarmen (via cv en radiatoren), om te koken en voor warm water uit de kraan. Ook de meeste bedrijven gebruiken aardgas. Meestal voor verwarming, soms ook in het bedrijfsproces. De belangrijkste aanpassingen die in woningen en andere gebouwen nodig zijn om over te stappen op een duurzame warmtebron, zijn hieronder kort toegelicht.
Energie besparen en isoleren Om aan de klimaatdoelstelling te voldoen is energie besparen een belangrijke eerste stap. Veel duurzame warmtebronnen zijn schaars, het is daarom goed om eerst het energiegebruik terug te dringen, voordat op een duurzame warmtebron wordt overgestapt. Daarom is het belangrijk om huizen en andere gebouwen beter te isoleren. Dat is niet alleen goed voor het milieu, het verlaagt ook de energierekening en verbetert het comfort in de woning. Het isoleren van de buitenmuur, dak, en vloer en het plaatsen van goed isolerend glas zijn effectieve maatregelen. Na isoleren kan ook de temperatuur van het water dat door onze verwarmingen stroomt verlaagd worden. Dat maakt het verwarmingssysteem efficiënter en zorgt voor extra besparing. Met het isoleren van huizen en bedrijfspanden kan nu al worden gestart. Tenslotte kan ook energie bespaard worden door er bewust mee om te gaan: korter douchen, minder of duurzamere elektrische apparaten gebruiken (LED lampen) of bijvoorbeeld door de verwarming laag te zetten als je niet thuis bent.
Verwarming en warm water Ook voor verwarmen en opwarmen van water zal een alternatief voor aardgas moeten worden gebruikt. De oplossingen die hiervoor zijn, zijn in te delen in drie groepen: • • •
Individuele oplossing: een oplossing per woning, gebouw of woonblok. Bijvoorbeeld een warmtepomp, infraroodpanelen of een pellet kachel. Warmtenet: dit is een collectieve oplossing voor de hele buurt. Warm water stroomt door leidingen onder de grond naar de huizen. Duurzaam gas: we stappen over op een ander type gas, zoals biogas of waterstof. Dit stroomt door de bestaande gasleidingen.
Het hangt onder andere van het type woning en type buurt af, welke oplossing het meest geschikt is. Welke aanpassingen nodig zijn in de woning verschilt per oplossing. In Figuur 5 zijn de drie hoofdoplossingen en hun impact op een woning schematisch weer gegeven. Bij de individuele oplossing is de warmtepomp de meest waarschijnlijke toepassing. Infrarood panelen en pellet kachels zullen naar verwachting alleen incidenteel worden ingezet. Deze laatste twee zijn daarom niet opgenomen in het overzicht.
Koken Koken zonder gas kan met een inductieplaat, elektrische kookplaat of keramische kookplaat. De meeste mensen kiezen voor inductie. Dat verbruikt minder stroom dan andere elektrische kookplaten, en het lijkt op koken op gas: je kunt de temperatuur snel regelen.
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
12
Figuur 5 Overzicht van aanpassingen per duurzame oplossing.
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
13
3. Hoe maken we keuzes?
De gemeente heeft zich tot doel gesteld om in 2050 een betaalbare, betrouwbare en duurzame warmtevoorziening te hebben zonder aardgas. Dit betekent dat de gemeente keuzes moet maken. Waar kan worden gestart en waarom? Voor welke alternatieve warmteoplossing kiezen de gemeente of de betrokkenen? Om deze beslissingen weloverwogen te maken, benoemt de gemeente in de Warmtevisie een aantal belangrijke uitgangspunten. De Warmtevisie is het startpunt van de warmtetransitie: de geleidelijke overstap van verwarmen op aardgas naar duurzaam verwarmen. Zoals in Figuur 6 te zien is, zijn er een aantal keuzemomenten in deze transitie. Bij al die momenten wil de gemeente op basis van goede uitgangspunten een weloverwogen keuze kunnen maken. We hanteren drie soorten uitgangspunten: 1. Algemene uitgangspunten voor de warmtetransitie; 2. Criteria voor het bepalen van de verkenningsgebieden; 3. Criteria voor het kiezen van aardgasvrije technieken.
De gemeenteraad stelt de Warmtevisie vast. Daarin staan verkenningsgebieden benoemd. Vanaf 2022 wil de gemeente in de verkenningsgebieden een aantal onderzoeken opzetten samen met inwoners en/of bedrijven. Op basis van wat alle betrokkenen daar leren, kunnen inwoners en bedrijven eventueel samen met de gemeente, de keuze maken om wel of niet de overstap te maken op aardgasvrij. De basis bij deze keuzes wordt gevormd door een aantal uitgangspunten.
3.1.
Elke buurt is anders, met een andere samenstelling van bewoners, gebouwen, omgeving en warmtebronnen. De benadering per buurt zal dus op maat zijn. Toch streeft de gemeente in de hele gemeente hetzelfde doel na, en wil ze overal zorgvuldig omgaan met de belangen van bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De gemeente ( en ook inwoners, zie Figuur 7) hebben daarom een aantal uitgangspunten benoemd die gedurende het hele proces centraal zullen staan: • • •
• •
Figuur 6 Overzicht van de tijdslijnen en beslismomenten voor inwoners en gemeente in de warmtetransitie.
Om precies te zijn streeft de gemeente naar de laagste “nationale kosten”: de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt. Het 3
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
Algemene uitgangspunten
• •
Streven naar de laagste totale kosten voor de warmteoplossing3 en daarmee ook de laagste kosten voor bewoners en bedrijven; Iedereen moet mee kunnen; Inspelen op logische momenten in gebieden die kostenverlagend werken, zoals vervangingsmomenten van de aardgasleidingen, onderhoudsplannen aan gebouwen, of grootschalige werkzaamheden in de openbare ruimte; Energiebesparing is belangrijk om de vraag naar (primaire) energie in 2050 te beperken en de CO2-uitstoot te minimaliseren; Zorgen voor een zorgvuldig proces dat inclusief en transparant is (met duidelijke, eerlijke en begrijpelijke informatie). We zien dit als randvoorwaarde om tot draagvlak te komen (mensen willen mee doen) en de belangen van bewoners en bedrijven in onze gemeente Barneveld goed te dienen. Hierbij hoort ook dat we actief werken aan het verhogen van de basiskennis (zodat mensen ook mee kunnen doen); Open staan voor de komst van nieuwe technologieën; Volksgezondheid en milieuvriendelijke oplossingen.
is inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de opwek en distributie van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies.
14
Figuur 7 Enquête resultaten met een overzicht wat inwoners belangrijk vinden in de warmte transitie.
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
15
3.2. Hoe kiezen verkenningsgebieden?
we
de
In deze Warmtevisie worden “verkenningsgebieden” aangewezen: clusters van huizen/bedrijfspanden waar de gemeente kansen ziet om voor 2030 geheel of gedeeltelijk van het aardgas af te gaan. In de gebieden die voor verkenning zijn aangewezen, onderzoekt de gemeente de komende jaren de haalbaarheid. Daarna wordt samen met inwoners en betrokken maatschappelijke partners, definitief bepaald welke “startgebieden” voor 2030 van het aardgas af gaan. De volgende criteria wegen mee bij het kiezen van de verkenningsgebieden: Laaghangend fruit: Gebieden die in de nabijheid liggen van een bestaande warmtebron (oppervlaktewater, RWZI, restwarmte) zijn vaak makkelijker aardgasvrij te maken. Door deze gebieden eerst op te pakken kunnen we meer aandacht besteden aan het participatieproces en is er minder inspanning nodig voor de relatief makkelijke weg naar de techniek. Vervanging aardgasnet: Gebieden waar de aardgasleidingen vanwege standaardonderhoud vervangen moeten worden, zijn een mogelijk startpunt. In principe leggen we geen nieuwe aardgasleidingen meer aan, maar vervangen die door een duurzame warmtevoorziening. Percentage corporatiebezit: Hoe meer corporatiewoningen, hoe groter het aandeel dat in bezit en beheer is van enkele partijen (woningstichting Barneveld, Mooiland, grotere particuliere huurders). Dat heeft als voordeel dat er snel meters gemaakt kunnen worden.
Daarnaast kan worden aangesloten op de onderhoudscycli van deze woningen. Wanneer een groot deel in de buurt tegelijk aangepakt kan worden, wordt het interessant om de rest van de buurt hierbij te betrekken, bijvoorbeeld met grootschalige isolatieprojecten of de aanleg van een warmtenet. Combinatie met andere werkzaamheden: Waar we werkzaamheden kunnen combineren, doen we dat. De onderhoudsplanning van woningbouwcorporaties of werkzaamheden aan de openbare ruimte, kunnen aanleiding zijn om direct ook de
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
energie-infrastructuur in een buurt aan te pakken. Een ander soort koppelkans is de sociale ontwikkeling van een buurt waarin de gemeente bijvoorbeeld graag de sociale cohesie of veiligheid wil verbeteren. Initiatief bewoners of vastgoedeigenaren: Gebieden waar bewoners en/of vastgoedeigenaren het voortouw nemen om aardgasvrij te worden (of open staan voor een collectieve oplossing), kunnen vooroplopen. De gemeente ondersteunt dergelijke initiatieven graag. In dorpskern De Glind gebeurt dit nu al. Eenvoud aanpak: Voor gebieden met veel dezelfde woningen is het makkelijker een aanpak op te stellen. Hetzelfde geldt voor uniforme bedrijfsterreinen met gelijksoortige gebouwen. Collectieve systemen: We beginnen onder andere met verkennen in gebieden waar collectieve oplossingen (warmtenetten) voor de hand liggen. Overschakelen op een collectief systeem is minder ingrijpend voor woningeigenaren dan overschakelen op een individuele oplossing. Hier wordt door het warmtebedrijf dat aanleg en beheer van het warmtenet doet, veel werk uit handen genomen. Om tot de uitrol van een collectief warmtenet te komen, zijn meerdere jaren en meerdere keuze momenten nodig. Ook daarom is het goed om op korte termijn deze mogelijkheid te gaan verkennen. Schaalbaarheid: Gebieden die een voorbeeld kunnen zijn voor anderen hebben de voorkeur.
Dit om het leereffect in de rest van de gemeente en de regio te benutten.
3.3. Hoe kiezen we de aardgasvrije techniek? In de Warmtevisie geeft de gemeente per buurt aan welke aardgasvrije techniek. vanuit technisch en financieel oogpunt de voorkeur heeft. Later, tijdens het opstellen van het buurtuitvoeringsplan, bekijken alle betrokkenen de haalbaarheid van deze techniek in meer detail. Er wegen dan allerlei aspecten mee, zoals kosten, duurzaamheid, betrouwbaarheid van de techniek en draagvlak onder bewoners en bedrijven. Maar ook hoeveel overlast het geeft om de techniek aan te leggen en wat
16
de ruimtelijke impact is. We maken in de buurtuitvoeringsplannen de keuze voor een techniek op grond van de criteria in Figuur 8 duurzame, sociale, economische en technologische criteria. Deze worden in bijlage A verder toegelicht.
inwoners en bedrijven worden keuzes gemaakt over welke opties wel/niet in het onderzoek worden bekeken. Het uiteindelijke besluit om een warmtenet aan te leggen zal worden genomen door de gemeente en door een warmtebedrijf dat het warmtenet aanlegt. Ze nemen dit besluit pas als er voldoende inwoners aan hebben gegeven de overstap te willen en kunnen maken. Inwoners kunnen zelf kiezen of ze aansluiten op het warmtenet of welk alternatief voor hen het beste past en op welk moment ze de overstap maken4.
Figuur 8. Criteria waaraan een techniek wordt getoetst om te kijken of deze geschikt is om toe te passen in een bepaalde buurt.
3.4.
Wie maken welke keuzes?
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de gemeente de regisseur is van de warmtetransitie. De gemeente gaat hier invulling aan geven door inwoners te faciliteren in de overstap naar aardgasvrij. Hoe groot de regierol van de gemeente is, hangt af van het alternatief voor aardgas en van het gebied dat de overstap maakt. De overstap op een warmtepomp is bij een koophuis vaak de individuele keuze van een eigenaar. De gemeente zal hier vooral kunnen helpen met het beschikbaar stellen van volledige en neutrale informatie over diverse typen warmtepompen. In een gebied waar inzet van een warmtenet een goed alternatief lijkt voor aardgas, moet vaak veel onderzoek worden gedaan. Omdat dit onderzoek voor een groot aantal huizen moet worden uitgevoerd, is dit een onderzoek dat de gemeente initieert. Samen met
De overstap naar duurzame warmte is nog niet verplicht. Wel is de verwachting dat dit uiteindelijk verplicht kan worden gesteld in bepaalde situaties. Bijvoorbeeld in de situatie dat een 4
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
hele wijk al aardgasvrij is en het gasnet actief blijft en onderhouden moet worden voor één of enkele woningen.
17
4. Warmtevraag en warmtebronnen In dit hoofdstuk beschrijven we de warmtevraag van de gebouwde omgeving, bestaande uit woningen en bedrijfspanden. Daarbij kijken we naar de hoeveelheid warmte die in een gebied nodig is en de temperatuur van de warmte die wordt gevraagd. Ook geven we een inschatting van de toekomstige warmtevraag. Daarnaast kijken we naar het potentiële aanbod van duurzame warmtebronnen in Barneveld5. De infrastructuur die nodig is voor duurzame warmte wordt in de laatste paragraaf toegelicht. Veel van de huizen en utiliteitsgebouwen in gemeente Barneveld gebruiken aardgas voor verwarming, warm water en koken. Voor het verwarmen van gebouwen staat een cv ketel daarbij vaak ingesteld op een temperatuur van 80 ͦC6. Door woningen te isoleren kan de benodigde temperatuur van de warmte naar beneden worden bijgesteld. Hierdoor wordt minder aardgas verbruikt. Ook betekent dit dat we een warmtebron met een temperatuur lager dan 80 ͦC kunnen inzetten om de huizen te verwarmen. Isolatie is daarom een belangrijke eerste stap voor alle woningen in onze gemeente. Dat is niet alleen goed voor het milieu, het verlaagt ook de energierekening en verbetert het comfort in de woning. In dit hoofdstuk beschrijven we eerst de gebouwen in de gemeente, hun huidige warmtevraag en het gasverbruik daarbij.
Daarna kijken we hoe ver we de energievraag kunnen verlagen door rendabel te isoleren. Door de warmtevraag op een kaart van de gemeente in beeld te brengen, zien we welke temperatuur warmte in welke buurt nodig is. In het 2e deel van dit hoofdstuk beschrijven we de warmtebronnen die we gevonden hebben in de gemeente.
Gegevens over de gebouwde omgeving zijn grotendeels afkomstig uit openbare data en deels uit kengetallen van De WarmteTransitieMakers. De Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving is gebruikt om inzicht te krijgen in de nationale kosten voor verschillende technieken. 6 Bron: Milieu Centraal 5
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
4.1 Warmtevraag Huidig aardgasverbruik
In Barneveld zijn ongeveer 23.000 woningen en 6.500 bedrijfspanden.7 Woningstichting Barneveld heeft een groot deel (17%) van de woningen in de gemeente in bezit8. Het totale aardgasverbruik in Barneveld in 2019 was 1.950 TJ9. Iets meer dan de helft van het gasgebruik (1.050 TJ) werd gebruikt in woningen, de rest (900 TJ) ging naar bedrijven en industrie (zie Figuur 9).
Figuur 9 Totaal energieverbruik in Barneveld onderverdeeld in aardgasverbruik en elektriciteitsverbruik.10 Het overgrote deel van de woningen en de bedrijven is aangesloten op het aardgasnet. Huishoudens verbruiken aanzienlijk meer energie uit aardgas dan uit elektriciteit. Huishoudens gebruiken het aardgas hoofdzakelijk voor verwarming (75%), een kleiner deel wordt gebruikt voor warm water (20%) en om te koken (5%).
Bron: BAG, 2020 Bron: Woonstichting Barneveld, 2021 9 Bron: Klimaatmonitor, 2018 10 Bron: Klimaatmonitor, 2019 7 8
18
Bij bedrijven hangt het aardgasverbruik sterk af van het type bedrijf. In sommige bedrijven wordt aardgas niet alleen gebruikt voor verwarmen, maar ook in het bedrijfsproces. Deze Warmtevisie focust zich op energiebesparing en duurzaam verwarmen van de gebouwde omgeving: hieronder vallen woningen en niet-industriële bedrijven. Voor de industrie zijn in het klimaatakkoord andere afspraken gemaakt om te voldoen aan de ambities in Nederland om CO2 uitstoot te reduceren. Deels kan wel samen worden opgetrokken (zoals in de Harselaar). Figuur 10: Bouwjaren utiliteitsbouw en de bouwjaren en energielabels van woningen.11 Sinds 2015 heeft vrijwel elk pand in Nederland een energielabel. Het energielabel zegt iets over de isolatie en de warmtevraag van het pand. Label A staat voor een goed geïsoleerde woning, label G is voor slecht geïsoleerde woningen. Over het algemeen geldt: hoe ouder de woning, hoe slechter het energielabel. Bijvoorbeeld een huis gebouwd vóor 1940 heeft, als het niet is na-geïsoleerd meestal een label F of G. Het energielabel kan overigens ook verbeteren door het plaatsen van zonnepanelen op het dak: voor een beeld van de isolatiewaarde van een woning wordt daarom ook wel gewerkt met het ‘schil-label’.
Energiebesparing Het merendeel van de woningen in Barneveld is gebouwd na 1941. Ongeveer 8% van de woningen zijn vooroorlogse panden. In Figuur 10 is te zien wat de bouwjaren zijn van de verschillende gebouwen in onze gemeente. Ook zijn de energielabels van woningen weergegeven.
11
Om de CO2-uitstoot terug te dringen en woningen van het aardgas af te halen, is energiebesparing vaak de eerste en belangrijkste stap. In figuur 8 is te zien, dat er al stappen zijn gezet om woningen te isoleren. Een label A bijvoorbeeld, komt voor bij de bouw van woningen vanaf bouwjaar 2005. 23% van de woningen is gebouwd vanaf 2005 en al 27% van de Barneveldse woningen heeft een label A. De verwachting is dat in de komende periode woningeigenaren nog meer met isolatiemaatregelen (zie Figuur 11) aan de slag gaan waardoor de energielabels verder verbeteren en de warmtevraag lager wordt. Isoleren is aantrekkelijk voor veel inwoners want het levert namelijk een verlaging van de energiekosten op en zorgt voor een comfortabel binnenklimaat. Om te kunnen investeren is er de mogelijkheid om een subsidie of een lening te krijgen (zie bijlage F).
Bron: BAG en RVO
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
19
Voor kantoorpandeigenaren gelden vanaf 2023 strenge isolatie-eisen: Label C is vanaf dan minimaal vereist voor grotere kantoren (>100 m 2). Deze panden zullen, waar nodig, in de komende jaren grondig aangepakt worden om aan hieraan te kunnen voldoen. Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet.12 De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder aangescherpt zullen worden. De verwachting is daarmee ook dat het merendeel van de kantoren in 2050 een label C, B of A zal hebben. Voor het verbouwen van woningen gelden ook steeds strengere eisen op het gebied van isoleren die zijn vastgelegd in de energie prestatie afspraken 13. Voor nieuwbouw geldt dat deze bijna energie neutraal en in ieder geval aardgasvrij gebouwd moet worden. Voor onze gemeente is een analyse gemaakt van de besparingspotentie gebaseerd op de bekende bouwjaren en energielabels van de panden en de rendabele maatregelen zoals omschreven in Figuur 11.Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. Deze analyse, zie bijlage C, laat zien dat er een totale besparingspotentie van circa 19% is van de warmtevraag in bestaande woningen. Het besparingspotentieel van bedrijven is geschat op circa 30% (het landelijk gemiddelde).
Omdat bedrijven veel meer divers zijn dan huizen (een kledingwinkel en opslagloods zijn heel anders qua comforteisen en bouwstijl), is het besparingspotentieel hiervan moeilijker scherp te krijgen. Tabel 1. Besparingspotentie voor woningen en bedrijven in Barneveld in 2050. Huidige Toekomstige Besparing in % warmtevraag (TJ) warmtevraag (TJ) Woningen 920 740 19 Bedrijven 900 635 30 Totaal 1.820 1.375 ~25%
https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-enregels/bestaande-bouw/energielabel-c-kantoren 12
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
De gecombineerde warmtevraag voor bedrijven en woningen (excl. Industrie) in Barneveld zal circa 1.375 TJ/jaar zijn in 2050. Dit is dan ook de warmtevraag waarvoor de gemeente passende warmtebronnen moet gaan zoeken Hoge, midden- of lage temperatuur Naast de vraag hoevéel warmte er nodig is per buurt of woning, is ook van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. Dit wordt het warmteprofiel genoemd. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt via de radiatoren of vloerverwarming (de zogeheten afgifte-temperatuur) moet passen bij de isolatiegraad van de woningen en het type radiator (en andere installaties). Hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de afgifte-temperatuur kan zijn. In Figuur 12 zijn de warmteprofielen gedefinieerd die de gewenste afgiftetemperatuur aangeven om woningen comfortabel en efficiënt te verwarmen. Op dit moment gebruiken bijna alle huizen14 een cv-ketel met een hoge afgiftetemperatuur: alle huizen zou je daarom een rood warmteprofiel kunnen geven op een gemeenteplattegrond. Wanneer alle huizen in gemeente Barneveld de besparingsstap zetten die past bij hun huis (zie Tabel 2 in bijlage C), verbetert hun warmteprofiel. Deze verbeterde warmteprofielen zijn per cluster van huizen op de kaart gezet in Figuur 12. Bij bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de functie van een gebouw.
Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Daarom is het lastig op basis van de energielabels te werken en warmteprofielen te definiëren. Voor bedrijfspanden moet meer op individueel niveau gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat.
https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-enregels/bestaande-bouw/energieprestatie-eisen-bij-verbouw-en-renovatie 14 Nieuwbouw huizen die na 1 juli 2018 zijn vergund en gebouwd, zijn al aardgasvrij. 13
20
Mogelijkheden isolatie Slecht geïsoleerd
<1940
Gemiddeld geïsoleerd
1941-1964
1965-1982
Goed geïsoleerd
1983-2005
>2005
Energielabel F
G
E
• Gebouwd zonder isolatie, geen spouwmuur
F
C
D
E
• Gebouwd zonder goede isolatie, vaak • Gebouwd met dakwel met spouwmuur
en soms gevelisolatie
• Historisch uiterlijk
• Nieuwe uitstraling soms wenselijk
• Beperkte isolatie mogelijk
• Rendabel te isoleren
• Rendabel te isoleren
B
C
D
A
B
• Gebouwd met redelijke isolatie
• Gebouwd met goede isolatie
• Jaren ’80 isolatie
• Lage temperatuur verwarming vaak
vaak kostbaar
al mogelijk
• Jaren’90 gebouwd met dubbel glas en redelijke isolatie
Maatregelen • Isolatie van binnenuit (dak, gevel, vloer) • Maatwerk bij monumenten • HR++ of triple glas, monumentenglas of voorzetramen
• Spouwmuur isolatie
• Spouwmuur isolatie
of isolatie gevel aan de buitenkant • Op natuurlijke onderhoudsmomenten dakisolatie
of isolatie gevel aan de buitenkant • Op natuurlijke onderhoudsmomenten dakisolatie
• HR++ of triple glas
• HR++ of triple glas
• Op natuurlijke moment is isolatie (dak, gevel, vloer) goed
• Extra isolatie meestal niet zinvol • Focus op duurzame installaties
mogelijk • Bij voldoende isolatie focus op duurzame installaties
Toekomstig Energielabel B
C
D
A
B
C
A
B
A
B
A
Temperatuur nodig in 2050 Hoge temperatuur meer dan 70 ͦ C
Midden of lage temperatuur tussen 50 ͦ C en 70 ͦ C
Lage temperatuur, lager dan 50 ͦC
Passende aardgasvrije technieken • Biomassa • Groen gas
• Indien dicht bebouwd: Warmtenetten op midden- of lage temperatuur • Middentemperatuur warmtepomp
• Indien dicht bebouwd: Hoge temperatuur warmtenet
• Na aanpassing van de radiatoren vrijwel elke techniek geschikt (warmtenet alleen mogelijk bij voldoende bebouwingsdichtheid)
Figuur 11 Overzicht van isolatiemogelijkheden en verwachte benodigde warmtetemperatuur (warmteprofiel) per bouwperiode
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
21
Figuur 12. Warmteprofiel gemeente Barneveld: de afgifte-temperatuur die nodig is nadat alle rendabele isolatiestappen gezet zijn. We geven clusters weer van huizen met eenzelfde warmteprofiel. Individuele huizen die verder uit elkaar staan zijn niet als cluster in kaart gebracht.
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
22
Concentratie van de warmtevraag Hoe de warmtevraag over de gemeente verdeeld is, is van belang voor de mogelijke alternatieven voor aardgas. Gebieden met een geconcentreerde warmtevraag (veel panden bij elkaar of panden met een hoge warmtevraag) kunnen geschikt zijn voor de aanleg van een warmtenet. Dit is dan één van de technische oplossingen die vergeleken wordt. Bij een lage warmtedichtheid liggen individuele oplossingen (zoals een warmtepomp) of duurzaam gas meer voor de hand. Voor Barneveld is de concentratie van de toekomstige warmtevraag van woningen zichtbaar gemaakt in Figuur 13. In de huidige markt is vanaf 1000 GJ/ha en een minimumaantal woningen van ongeveer 200 (afhankelijk van de warmtebron) de kans op een rendabele business case voor een warmtenet groot. Onder de 500 GJ/ha is een warmtenet bijna nooit een realistische oplossing. Tussen 500 en 1000 GJ/ha hangt de financiële haalbaarheid af van de omstandigheden: het type warmtebron, de afstand tussen de woningen en de warmtebron en de gewenste afgiftetemperatuur zijn allemaal factoren die invloed hebben. Zoals te zien is, zit de hoogste concentratie van de warmtevraag voor woningen in Barneveld-Centrum en ook in het centrum van Voorthuizen. In de gebieden daar net omheen lijkt de warmtevraagdichtheid ook redelijk hoog.
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
23
Figuur 13. De verwachte toekomstige warmtedichtheid in onze gemeente. De warmtedichtheid is gebaseerd op de warmtevraag die over blijft na besparingsmaatregelen zoals in Figuur 11.
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
24
4.2 Warmtebronnen In deze paragraaf staat benoemd welke warmtebronnen in Barneveld beschikbaar zijn om in 2050 in de overgebleven warmtevraag te voorzien. Eerst de warmtebronnen die individueel (per woning of appartementencomplex) in te zetten zijn. Daarna volgen de bronnen die geschikt zijn voor het verwarmen van een warmtenet. Warmtebronnen die weinig kansrijk zijn in Barneveld, zijn toegelicht in bijlage D. Ter vergelijking: de totale warmtevraag (exclusief industrie) die wordt verwacht in 2050 is ca. 1.375 TJ (zie paragraaf 4.1). Voor inzet van een warmtenet is onzeker of er voldoende bronnen zijn of dat de daarvoor benodigde ruimte benut mag worden. De gemeente moet dit nader onderzoeken. Bronnen voor individuele oplossingen Warmtepompen Luchtwarmtepompen halen warmte uit de buitenlucht om de woning te verwarmen en gebruiken hiervoor elektriciteit. Er zijn ook warmtepompen die hun warmte uit de grond of uit zonnewarmte halen. Voor elke kWh aan elektriciteit die een warmtepomp gebruikt, worden 3 tot 4 kWh aan warmte de woning in ‘gepompt’. Dit maakt de warmtepompoplossing erg energiezuinig. Het is een individuele- of klein collectieve oplossing, die per woning of per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard warmtepomp geeft warmte op lage temperatuur.
Een woning moet dan goed geïsoleerd zijn en er is een passend warmte-afgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuurradiatoren. Er zijn ook midden- en hoge temperatuur warmtepompen op de markt. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik. Warmtepompen zijn op grote schaal inzetbaar in de gehele gemeente. Een overzicht van verschillende typen warmtepompen en hun kenmerken is te vinden in bijlage E.
15
Bron: NP RES viewer
Bodemenergie, warmte-koudeopslag (WKO) en bodemwarmtewisselaars Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft, kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie, in zowel open als gesloten systemen. Ze benutten de bovenste laag van de bodem, tussen de 20 en 300 m diep. Op deze diepte kan warmte op lage temperatuur gewonnen worden (< 20 °C). Om de bodem in balans te houden, dient het overschot aan warmte dat in de winter aan de bodem onttrokken wordt in de zomer weer toegevoegd te worden. Dit heet regeneratie van de bron. WKO is daarom in te zetten in combinatie met bronnen, zoals zonnewarmte, extra koeling van gebouwen, drycoolers of thermische energie uit oppervlaktewater (TEO). In een groot deel van Barneveld is de inzet van bodemenergie mogelijk. In Barneveld zijn geen boring restricties aangewezen voor het boren naar bodemwarmte.15 Een eerste inschatting van de totale capaciteit van de bodem in Barneveld is 5.700 TJ per jaar voor open en 2.820 TJ per jaar voor gesloten systemen.16 Het is te verwachten dat de daadwerkelijke potentie lager ligt, omdat bodemenergie op sommige plaatsen (bijvoorbeeld in het historisch centrum) lastig in te passen is of omdat de afstand tot de gebouwen te groot is.
Een woning moet bij deze toepassing goed geïsoleerd zijn en er is een passend warmte-afgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuur-radiatoren. Bronnen voor een warmtenet Thermische energie uit oppervlaktewater Uit oppervlaktewater is warmte te winnen. Deze warmte kan in de bodem worden opgeslagen en in de winter worden gebruikt. Met een (vaak lage temperatuur) warmtenet komt de warmte bij de gebruikers. Door de gemeente Barneveld loopt de Esvelderbeek en de Barneveldse Beek met een geschatte potentie van 50 TJ. Daarnaast ligt er ten zuidoosten van Voorthuizen de recreatieplas Zeumeren, met een geschatte potentie van 100 TJ.17 Gedetailleerder onderzoek is nodig om de daadwerkelijke potentie in te schatten.
16 17
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
Bron: Warmteatlas Bron: Stowa viewer
25
Restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en rioolgemalen (riothermie) In Barneveld is er een rioolgemaal dat in potentie lage temperatuur restwarmte kan leveren aan een warmtenet. Dit rioolgemaal ligt ten noordwesten van de kern Barneveld met een geschatte potentie van 35 TJ.18 Zonnewarmte Warmte uit zonnecollectoren kan in zowel grootschalige als kleinschalige oplossingen ingezet worden. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïsch-thermisch). Bij toepassing op daken worden de zonthermische panelen gecombineerd met een warmtepomp in de woning. Bij een veldopstelling wordt de warmte via een warmtenet verspreid. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte is ongeveer 10 TJ per hectare in een veldopstelling en ongeveer 2 GJ per vierkante meter in een dak opstelling.19 De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar gezien het grote potentieel interessant om te onderzoeken. Het is een midden temperatuur systeem. Een woning moet redelijk geïsoleerd zijn (label A-C) en de warmte kan afgegeven worden via bestaande radiatoren. In de RES is er geen potentie ingeschat voor zonthermie, maar voor elektriciteitsopwekking via PV-panelen.
Voor Barneveld komt dit uit op een potentie van ongeveer 500 TJ op 91 hectare.20 In theorie zou hier dan 910 TJ aan zonnewarmte opgewekt kunnen worden. Een afweging zal gemaakt moeten worden welk deel van de beschikbare grond ingezet kan worden voor zonnewarmte. Aardwarmte (ondiep en diep) Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde, vanaf 500 m tot 1 km (ondiep, tot 50 °C) en van 1 tot 7 km diep (diep/ultradiep, tot > 100 °C). In Barneveld is de potentie voor diepe geothermie ingeschat op 50 TJ per doublet.21 Voor ondiepe geothermie is de geschatte potentie voldoende om de hele warmtevraag van Barneveld te dekken. 18
Bron: Stowa viewer
Bron: Berenschot position paper: Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie 19
DWTM21011 Warmtevisie Barneveld versie 1.0
Nader onderzoek is nodig om te bepalen op welke plekken in de gemeente aardwarmte het best gewonnen kan worden en wat de potentie op die plekken is. EBN is momenteel met een onderzoek naar de potentie van geothermie bezig, wat eind 2021 tot aanvullende inzichten kan leiden. De provincie Gelderland is bezig met een interpretatieslag die rond februari-maart 2022 wordt afgerond. Om een sluitende businesscase voor een geothermiebron te maken is een relatief groot afzetgebied nodig. De gemeente Barneveld ligt grofweg in een opsporingsgebied dat loopt van, in het zuiden, Renkum tot aan Barneveld. Restwarmte bedrijven Bij industriële processen blijft soms warmte over die niet binnen het bedrijf gebruikt kan worden. Afhankelijk van het type bedrijf is dit lage, middelhoge of hoge temperatuur warmte, die door middel van een warmtenet ingezet kan worden voor verwarming. In onze gemeente is er tot op heden geen industrie bekend die deze warmte grootschalig kan leveren. Wellicht dat er in Harselaar of in de andere bedrijventerreinen industrieën zijn die lokaal restwarmte kunnen leveren. In de regio zijn er verkennende gesprekken om restwarmte uit gemeente Renkum te benutten. Gedetailleerder onderzoek is nodig om deze potenties in te schatten.
Biomassa (houtachtig) Biomassa is de verzamelnaam voor diverse soorten organisch materiaal, zoals voedselresten, snoeihout, meststromen en productiebossen. Er zijn vele vormen van biomassa, maar de inzet van biomassa voor het verwarmen van woningen zal naar verwachting gering blijven. Dit heeft te maken met de beperkte beschikbaarheid van duurzaam beschikbare biomassa én de andere toepassingsmogelijkheden die biomassa heeft. Biomassa kan meegestookt worden in grote energiecentrales en op kleinere schaal ingezet worden met pelletkachels. De potentie voor de productie van warmte uit resthout op het grondgebied van Barneveld is geschat op 115 TJ per jaar22.
Bron: RES 1.0 Regio Foodvalley Bron: Warmteatlas 22 Bron: Warmteatlas 20 21
26
Duurzaam gas Biogas Biogas wordt geproduceerd door organisch materiaal te vergisten. Verschillende vormen van biomassa kunnen als grondstof dienen voor het produceren van biogas, waaronder vloeibare mest, GFT-afval en de bio restfractie van akkerbouw en grasland. De beschikbaarheid van deze reststromen op het grondgebied van Barneveld is in theorie genoeg voor circa 810 TJ per jaar.23 Een deel van deze potentie wordt nu al ingezet onder andere voor verbranding in Moerdijk, in de kalvergierzuivering bij Stroe en bij de verwerking in Apeldoorn. De praktische potentie is dus aanzienlijk kleiner. Biogas kan geïmporteerd worden uit andere gebieden, maar binnen Nederland is de beschikbaarheid zeer beperkt. Het biogas dat binnen onze gemeente grenzen kan worden opgewekt zal in eerste instantie aan ondernemers beschikbaar worden gesteld. In tweede instantie zal worden gekeken naar inzet in de gebouwde omgeving.