CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Kracht-en-kwetsbaarheid-Centrum-voor-Samenlevingsvraagstukken.docx

Gemeenteraad 22 maart 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Pro '98 Inclusief taalgebruik44.998 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

In Voorthuizen wonen relatief veel mensen die van buiten de gemeente komen. In Kootwijkerbroek is dat niet het geval. In dit agrarisch dorp nemen jongeren vaak het bedrijf van hun ouders over en blijven zo hier wonen. De kerk speelt een zeer belangrijke rol in dit dorp. Onderlinge hulp en de zondagsrust worden in ere gehouden, ook zoveel mogelijk voor beroepskrachten, bijvoorbeeld kraamverzorgsters en verloskundigen. Een specifiek kenmerk van Kootwijkerbroek is de afkeer van overheidsgezag. De heftige emoties van de MKZ-crisis in 2001 werken in het dorp nog altijd door. Het dorp heeft dan ook weinig affiniteit met zaken die vanuit de gemeente Barneveld georganiseerd worden. In Kootwijkerbroek hebben inwoners minder op met gezag. Traumatische ervaringen rond de MKZ-crisis en de negatieve beeldvorming van de land- en tuinbouworganisaties speelt hier vrijwel zeker een rol. De bewoners zoeken het zelf uit en krijgen anders hulp van de kerken.

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

25

Kootwijkerbroek is wel een kern die het gemeentelijke apparaat zo ver mogelijk weg wil houden. Ze zijn sterk door de MKZ-crisis getroffen en houden zich niet graag op met zaken van de gemeente.

Ook De Glind heeft een heel specifiek karakter. Het staat bekend als ‘het kinderdorp’. Er wonen drie groepen: “De agrariërs, de gewone bewoners en de werkenden [werkzaam in de jeugdinstellingen in De Glind maar elders woonachtig]. Het is niet zo dat die groepen tegenover elkaar staan ofzo, maar er is minder onderlinge betrokkenheid. Ze hebben ook hele diverse interessegebieden, degenen die bij de zorg betrokken zijn praten daar ook vaak over en mensen die dat niet zijn kunnen daar niet over meepraten.“

Uit deze drie voorbeelden is de eigenheid van de dorpen terug te zien. Dat geldt ook voor de andere dorpen. De dorpen in het buitengebied hebben allen actieve dorphuizen en buurtcentra. De dorpen in het buitengebied hebben elk hun eigen vereniging voor dorpsbelangen. Deze houden scherp in de gaten of hun dorp wel genoeg betrokken wordt in de plannen van de gemeente. De gemeente heeft bij het inrichten van wijkplatforms deze dorpsbelangenverenigingen gevraagd als wijkplatform te functioneren. De wijkplatforms van de buitendorpen hebben daarmee een hele andere voorgeschiedenis dan de wijkplatforms in de wijken van Barneveld en Voorthuizen. In de wijkplatforms in de buitendorpen is al veel meer ervaring in het vormgeven van de contacten met de gemeente. “Barneveld wordt echt los gezien van de buitengebieden. Daar zit een wereld tussen. De wijkplatforms hebben er [in de buitengebieden] meer structuur en ze zijn wat meer gewend om te onderhandelen. Zij hebben wat meer de korte contacten met de overheid om dingen voor elkaar te krijgen.“

De dorpen verschillen volgens respondenten wat betreft hun saamhorigheid: hoe kleiner de plaats, hoe meer saamhorigheid. De verschillen tussen de kernen worden ook toegeschreven aan de bevolkingssamenstelling. Nieuwkomers met een andere culturele achtergrond zouden vooral in het dorp Barneveld wonen, en minder vaak in één van de andere dorpen. “In Barneveld is de bevolkingspopulatie gemixt. De kernen worden gekenmerkt door een veel meer homogene bevolkingssamenstelling met een nogal behoudende inslag.”

Dat beeld wordt bevestigd in de kwantitatieve gegevens uit de enquête onder inwoners. Bijna alle allochtone respondenten wonen in het dorp Barneveld. In Barneveld komen autochtoon en allochtoon elkaar dus vaker tegen dan in de omliggende dorpen. Ook in verband met jongerenwerk wordt opgemerkt dat het er in de buitendorpen anders aan toe gaat dan in het dorp Barneveld. Zowel in Barneveld als in de buitendorpen zijn voorzieningen voor jongeren opgezet. In Barneveld bereiken deze voorzieningen een brede groep jongeren. In Barneveld komen jongeren samen in de Villa 29 en buurthuis Bronveld. Een plek waar jongeren vanuit verschillende (culturele) groepen samen komen..

In de kleinere kernen worden voorzieningen voor de jeugd veelal georganiseerd vanuit het jongerenwerk van de kerken of sportverenigingen, en daar geldt: In de kernen is alles ‘van buiten’ bij voorbaat niet goed.

Volgens de respondenten in de interviews nemen in de meeste buitendorpen de kerken een meer centrale rol in.

26

Kracht en kwetsbaarheid

In het buitengebied heb je sterke kaders. Je hebt vooral de Gereformeerde Gemeenten, Hervormde kerk en Gereformeerden. De laatste groep is sterk in de minderheid. Je ziet dat de scholen en kerken per geloofsgemeenschap geregeld zijn. In Kootwijkerbroek en Garderen zie je dat er ook verschillende keten per ‘zuil’ zijn. Er gebeurt wel veel binnen eigen kring. De jeugd gaat wel anders om met deze verschillen dan de ouderen. Wie weet dat het over veertig jaar allemaal minder gericht is op de eigen zuil. Stroe heeft bijvoorbeeld haast alleen autochtonen. Daar is een sterkere sociale kwaliteit. Het kerkelijk accent is zwaarder maar er hangt ook veel zorg onder. Onderlinge diaconie maar ook de HDS (Christelijke organisatie voor zorg en welzijn) waar iedereen gebruik van maakt.

Kerkelijk Barneveld Het kerkelijke karakter geldt in sterke mate voor de buitendorpen, maar ook van de kern Barneveld wordt de christelijke signatuur van de samenleving genoemd als meest opvallend kenmerk. Ook getalsmatig is het kerkelijke karakter van Barneveld opvallend. Er zijn in totaal 37 verschillende kerkgenootschappen. Van orthodox gereformeerde zijde staan er twee zeer grote kerkgebouwen met respectievelijk 2500 en 1370 zitplaatsen. De Gereformeerde Gemeente ‘De Hoeksteen’ is meer een streekgemeente van 3200 personen. Gemeenteleden zijn afkomstig uit een wijde regio, naast Barneveld o.a. Kootwijkerbroek, Wekerom, Harskamp, Lunteren en Ede. De Gereformeerde Gemeente ‘Zuid’ biedt in het kerkgebouw ‘Adullam’ onderdak aan een gemeente van 1300 leden. Gereformeerde Gemeente ‘Centrum’ heeft in een ouder kerkgebouw elders in het dorp nog eens 2200 leden. Veel leden komen uit Barneveld zelf, een aantal uit het buitengebied. De aanwezigheid van deze grote gemeenten mét een eigen predikant – een schaars goed in deze kerkgenootschappen – trekt vanuit heel Nederland leden van de Gereformeerde Gemeenten naar Barneveld. “Je ziet in Barneveld wel een centralisatie van veel leden van Gereformeerde Gemeenten omdat je hier grote kerken hebt. Veel mensen komen juist daarom hier wonen en dan krijg je van die enclaves.

Dat christelijke en kerkelijke karakter van Barneveld dat weet je als je in Barneveld komt wonen. Scholen en kerken zijn er vrij typerend. Als je je daaraan ergert moet je niet in Barneveld gaan wonen.” “Het is vanuit de landelijke trend wel te begrijpen dat christenen uit andere plaatsen hierheen komen. Voor autochtone Barnevelders is de kerk een soort herkenningspunt, een baken. Ze ervaren een sterk vervreemdingseffect in hun omgeving, hierdoor wordt de kerk nog meer het herkenningspunt.”

Ook andere kerken blijven niet onopgemerkt in Barneveld. Zo is de evangelische gemeente ‘De DoorBrekers’ in Barneveld de snelst groeiende kerk in Nederland. In 2005 begonnen zij met 40 leden, momenteel zijn dat er 600. De prominente aanwezigheid van veel en grote kerken bepaalt veel van het sociale leven in de dorpen. Hier zitten zowel positieve als negatieve kanten aan. Als positief wordt opgemerkt dat er de wil is om de ander te helpen: Er zijn vele vrijwilligers uit kerken actief in allerlei verenigingen, kerken en buurtinitiatieven. Organisaties en verenigingen zijn actief voor alle groeperingen. Ook de kerkelijke samenhang is een punt van trots. Het leidt tot omzien naar elkaar vanuit het Bijbels perspectief. Het diaconale. De kerkelijke betrokkenheid van Barneveld wordt als iets positiefs gezien. De politie maakt op een positieve manier gebruik van de kerken. De functie van de kerken is heel sociaal. Vooral in een dorp heeft een kerk die functie. In steden werkt het ook wel zo maar op een andere manier.

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

27

Er worden diverse initiatieven in de (plaatselijke) kranten gemeld. Vaak worden ze georganiseerd voor een goed doel. Meestal is het een initiatief vanuit de (vele) kerken die Barneveld rijk is. Kerken geven met ondersteuning van veel vrijwilligers specifieke aandachtsgroepen extra aandacht, bijvoorbeeld ouderen of het jongeren.

De nadrukkelijke aanwezigheid van kerkelijke gemeenschappen wordt echter ook regelmatig negatief geduid. Er wordt in de interviews door veel respondenten onderscheid gemaakt tussen kerkelijke en niet-kerkelijke Barnevelders, vaak in termen van 'wij’ en ‘zij’. Er zijn onderlinge verwijten, van kerkelijke inwoners dat anderen het christelijke karakter van ‘hun’ dorp teveel aantasten van niet-kerkelijke inwoners dat kerkelijke gemeenschappen teveel domineren: Groepen mengen zich niet in de samenleving van Barneveld en ze functioneren als ‘eilandjes’. In de samenleving van Barneveld doe je pas echt mee als je je aanpast aan de heersende, overwegend christelijke groeperingen. De saamhorigheid is soms ver te zoeken en dat roept de vraag op of anderen zich wel willen inleven en begrip willen hebben voor een ander. De saamhorigheid onder Barnevelders is soms ver te zoeken. In de politiek kies je voor een christelijke partij (SGP) of niet (PRO 98). De komst van het theater en de moskee heeft veel voeten in de aarde gehad. Een kenmerk van Barneveld is het ‘hokjesdenken´ en de geringe tolerantie tegenover andersdenkenden. Niet-christelijke cliënten van respondent geven aan dat zij zich schamen voor de megakerken aan de rand van Barneveld.

Deze uitspraken en het steeds terugkerende spreken in termen van ‘wij’ en ‘zij’ wijzen op een tweedeling in de Barneveldse samenleving en een bepaalde mate van intolerantie. Later in dit hoofdstuk zal hier verder op teruggekomen worden. Etnische diversiteit De geringe tolerantie betreft ook mensen van een andere afkomst. Door respondenten worden verschillende groepen onderscheiden op basis van hun afkomst: autochtone Barnevelders, Molukkers, Turken, mensen van buiten de gemeente en Marokkanen. Hoewel het percentage allochtone inwoners volgens CBS-gegevens veel lager is dan gemiddeld in Nederland, wordt er in de interviews toch vaak melding gedaan van spanningen door de etnische verscheidenheid in de gemeente: Er zijn in Barneveld zoveel subcultuurverschillen (waarden, normen en wereldbeelden) aanwezig die deze samenleving heel boeiend maakt maar ook vatbaar voor bepaalde problemen. De manier van samenleven met mensen met een andere culturele achtergrond wordt heel erg bepaald door de negatieve beeldvorming over deze groepen. Tijdens een gesprek dat respondenten met een vertegenwoordiger van de Turkse moskee hadden (…) kwam naar voren dat de Turkse gemeenschap graag contact wil maar dat het niet lukt. Het is voor deze groep volgens respondent bijna onmogelijk om te integreren in Barneveld als kerkelijk bolwerk.

De vertegenwoordiger gaf aan dat zij zich beschroomd en minder voelen dan de Barneveldse gemeenschap. In de dertig jaar dat de moskee in Barneveld staat hebben weinig mensen vanuit Barneveld een bezoek gebracht aan de moskee. “Met de schoolgaande jeugd hebben we het op de catechesatie er vaak over gehad. Er waren in het verleden problemen tussen de groepen die naar Amersfoort en Hoevelaken fietsten en Marokkaanse en Turkse jongeren. Ze blokkeerden met hun scooters regelmatig een tunneltje. De politie ging controleren, maar dat wisten ze snel en gaven ze aan elkaar door via mobiele

28

Kracht en kwetsbaarheid

telefoons. Dan stonden ze gewoon ergens anders. Dat is nu gelukkig weggeëbd. De gemeente heeft daarin goed geholpen, door voorlichting te geven op scholen. Je moet er wel energie in stoppen.”

De verhalen van de verschillende respondenten geven weer dat er op verschillende manieren intolerantie is: vanuit ‘autochtone’ inwoners naar allochtonen, tussen islamitische en gereformeerde jongeren, maar ook tussen de kernen onderling. Met name in de buitendorpen zou er een sterk sentiment zijn tegen “alles wat vreemd is”. Daadwerkelijke verschillen in sociale samenhang Uit de interviews komt dus het beeld naar voren dat inwoners van Barneveld wel onderling betrokken zijn, maar dat er ook duidelijke scheidingen worden ervaren tussen bevolkingsgroepen. Hoe is het nu echt gesteld met de sociale samenhang in Barneveld? Dat kan worden getoetst aan de hand van de kwantitatieve gegevens uit de enquête onder bewoners. Aan de respondenten is een aantal stellingen over sociale samenhang voorgelegd (tabel 3.1). Het algemene beeld is inderdaad ook volgens bewoners positief: het grootste deel van de Barnevelders voelt zich thuis in zijn woonomgeving, vindt dat men prettig met elkaar omgaat en voelt zich thuis bij de mensen in de eigen buurt.

Tabel 3.1 Antwoorden op stellingen over de buurt en de manier waarop mensen met elkaar omgaan in percentages (n =790 ) )* niet eens/gedeeltelijk Stellingen gedeeltelijk niet oneens eens oneens (nummering correspondeert met vragenlijst) eens oneens 10.1 ik voel me thuis in deze buurt 2 3 3 17 77 10.2 in deze buurt gaat men op een prettige 3 3 7 27 60 manier met elkaar om 10.3 mensen kennen elkaar in deze buurt 29 22 15 26 8 nauwelijks 10.4 ik heb veel contact met mijn directe 8

11

13

36

32

7

12

22

34

26

4

6

10

24

56

3

8

14

31

44

8

8

17

32

35

12

12

24

34

18

8

10

24

34

23

7

8

27

38

20

7 9 18 40 ‘mijn soort mensen’ )* door afrondingsverschillen kan de som van de percentages per stelling afwijken van 100 procent.

26

buren 10.5 ik woon in een gezellige buurt met veel saamhorigheid 10.6 ik ben tevreden met de bevolkingssamenstelling in deze buurt 10.7 ik voel me thuis bij de mensen die in deze buurt wonen 10.8 ik ben gehecht aan deze buurt 10.9 in de buurt waarin ik leef is onder buurtbewoners sprake van een ‘wij’ gevoel 10.10 ik vind dat de buurt waar ik woon een voorbeeld kan zijn voor andere buurten 10.11 ik heb dezelfde ideeën over wat goed en slecht is als buurtgenoten 10.13 in de buurt waar ik leef wonen ook

Sociale samenhang wordt vaak gemeten aan de hand van de eerste zes stellingen5. Gemeente Barneveld scoort op de stellingen over sociale samenhang op de meeste stellingen positiever dan het Nederlandse gemiddelde (zie tabel 3.2). Alleen op stelling 10.3 heeft gemeente Barneveld een hoger percentage inwoners die vinden dat mensen elkaar in de buurt nauwelijks kennen (34% in gemeente Barneveld, 20% in heel Nederland). Met

5

Bijv. in het WOON-onderzoek 2009 (ministerie van VROM) stellingen 10.1, 10.2, 10.3 en 10.5; in de

tweejaarlijkse SCP-rapportage ‘De sociale staat van Nederland’ stellingen 10.2 t/m 10.6.

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

29

name de respondenten uit wijken Barneveld Norschoten, Stroe, Voorthuizen Wheem – de Maat en Voorthuizen Hamburgerstraat e.o. scoren negatiever op deze stelling dan gemiddeld. De wijken Barneveld De Lors, Oldenbarneveld en Vliegersveld/De Vaarst, Voorthuizen Zuid en Zwartebroek/Terschuur scoren juist veel positiever dan gemiddeld op deze stelling. Tabel 3.2 Vergelijking antwoord op stellingen over de buurt met Nederlands gemiddelde % % % respondenten respondenten Stellingen respondenten (gedeeltelijk) (gedeeltelijk) (nummering correspondeert met (gedeeltelijk) mee oneens, mee eens, vragenlijst) mee oneens, gemeente gemeente Nederland*) Barneveld Barneveld 10.2 in deze buurt gaat men op een prettige manier met elkaar om 10.3 mensen kennen elkaar in deze buurt nauwelijks 10.4 ik heb veel contact met mijn directe buren 10.5 ik woon in een gezellige buurt met veel saamhorigheid 10.6 ik ben tevreden met de

% respondenten (gedeeltelijk) mee eens, Nederland*)

6

5

87

79

51

53

34

20

19

21

68

54

19

19

60

47

80

76

10 9 bevolkingssamenstelling in deze buurt *) Percentage volgens SCP-rapport ‘De sociale staat van Nederland 2009’ (SCP, 2010)

Ondanks de spanningen die door de respondenten in de interviews gesignaleerd worden tussen bevolkingsgroepen – allochtoon en autochtoon, kerkelijk en niet-kerkelijk – is toch een groot deel van de inwoners tevreden met de bevolkingssamenstelling in zijn buurt, ongeveer net zoveel als gemiddeld in Nederland. Het meest negatief zijn bewoners van de wijken Barneveld Centrum, Voorthuizen Wheem-De Maat en Voorthuizen Hamburgersstraat e.o. Het meest positief over de bevolkingssamenstelling zijn respondenten uit de wijken Barneveld Zuid II, Oldenbarneveld en Zwartebroek/Terschuur. De percentages zelf geven alleen een heel algemeen beeld, en dat is positief. Nadere analyse laat wel zien dat sommige groepen het aantoonbaar meer naar hun zin hebben in hun buurt dan andere groepen. Dit is aangetoond door per stelling na te gaan of er verschil in beantwoording is op grond van de achtergrondkenmerken. Er bleken voor veel stellingen verschillen te bestaan. - ouderen respondenten zijn positiever dan jongere respondenten (voor alle stellingen behalve 10.3 en 10.6)6; - kerkelijke respondenten positiever dan niet-kerkelijke respondenten (voor alle stellingen)7; - respondenten die langer dan 20 jaar in gemeente Barneveld wonen zijn positiever dan wie korter in de gemeente woont (voor alle stellingen behalve 10.2 en 10.6);

6

Voor de analyse is leeftijd ingedeeld in categorieën (16 t/m 40, 41 t/m 60 en 61 jaar en ouder). De leeftijdcategorie 41-60 scoort positiever dan de leeftijdcategorie 16-40 jaar op de veel van de stellingen over de buurt (10.1, 10.2, 10.8, 10.9, 10.11). De leeftijdcategorie 61 jaar en ouder scoort positiever dan beide andere leeftijdcategorieën op de volgende stellingen over de buurt: 10.4, 10.5, 10.7, 10.8, 10.9 en 10.11. Daarnaast scoort deze categorie positiever dan de leeftijdcategorie 16-40 jaar op de volgende stellingen over de buurt: 10.1, 10.10, 10.11, en 10.13. Gebruikte statistische toetsen: Mann-Whitney en Kruskall-Wallis toetsen 7 Voor deze analyse zijn de inwoners van Barneveld verdeeld in ‘kerkelijk’ en ‘niet-kerkelijk’. Kerkelijk: Rooms Katholieke kerk, Hersteld Hervormde kerk, Gereformeerde Gemeente, Protestantse kerk in Nederland en andere Christelijke kerk. Niet-kerkelijk: geen kerkelijke achtergrond, Islam en anders.

30

Kracht en kwetsbaarheid

-

bewoners van koopwoningen zijn positiever dan bewoners van huurwoningen (voor alle stellingen behalve 10.4); respondenten met een lagere opleiding (tot MAVO/VMBO-niveau) zijn positiever dan die met een hogere opleiding (voor stellingen 10.4, 10.5, 10.8, 10.9 en 10.11)8. Inwoners die bij een organisatie of vereniging zijn aangesloten zijn positiever dan inwoners die bij geen enkele organisatie zijn aangesloten (voor alle stellingen). De wijken Voorthuizen Wheem-de Maat en Hamburgerstraat vallen op omdat ze op bijna alle stellingen over sociale samenhang negatiever scoren dan het gemeentelijke en ook het landelijke gemiddelde9.

Er is weinig of geen verschil in beantwoording aan te tonen tussen mannen en vrouwen, tussen allochtoon en autochtoon en tussen mensen uit verschillende huishoudenssamenstellingen.

8

Aangezien hoger opgeleiden over het algemeen vaker een koopwoning hebben dan minder hoog opgeleiden, en inwoners met een koopwoning positiever op de meeste stellingen reageerden dan inwoners met een huurwoning, lijkt deze uitkomst tegenstrijdig. Bij nadere analyse van het opleidingsniveau en de verhouding huur- en koopwoning blijkt dat de verschillen vooral zitten in de laagste en hoogste klasse opleidingsniveau (alleen basisschool tegenover HBO/WO). Daar wijken de percentages huur/koopwoning af van het gemiddelde. Bij het opleidingsniveau MAVO/VMBO en HAVO/VWO blijkt dat de verhouding huur- en koopwoningen niet afwijkt van het totale gemiddelde percentage (ongeveer 25% huurwoning, 75% koopwoning). De verschillen over de stellingen gelden voornamelijk tussen inwoners op MAVO/VMBO niveau ten opzichte van inwoners op HAVO/VWO niveau en in iets mindere mate ten opzichte van HBO/WO niveau. 9 Dit is nagegaan voor de vijf stellingen uit tabel 3.1.; de genoemde wijken weken voor vier van de vijf stellingen sterk af van het gemiddelde voor Barneveld.

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

31

Samenvatting: typering van Barneveld Gemeente Barneveld bestaat uit één dorp met daaromheen negen kleinere buitendorpen. Vooral in de buitendorpen is er veel bereidheid mee te doen aan allerlei activiteiten. Het dorpse karakter blijkt uit de vele activiteiten en feesten waar men elkaar ontmoet. Het dorpse karakter is sterk aanwezig, met name in de buitendorpen. De kern Barneveld laat het dorpse wel steeds meer achter zich doordat het dorp uitbreidt en er meer mensen van buitenaf komen wonen, ook mensen met een andere culturele achtergrond. In de buitendorpen valt de verscheidenheid in karakter op: elke kern is gevormd door een eigen geschiedenis en heeft eigen gewoontes. Ook wat betreft de relatie tussen bewoners en gemeente verschillen de dorpen onderling. De dorpen in het buitengebied hebben allen actieve dorphuizen of buurtcentra. In veel dorpen worden ook voorzieningen opgezet voor jongeren. De verenigingen voor dorpsbelangen houden in de gaten of hun dorp genoeg betrokken wordt in de plannen van de gemeente. De gemeente Barneveld wordt gekarakteriseerd als een gemeente met een sterk christelijke signatuur. Dit geldt voor het dorp Barneveld, maar zeker ook voor de buitendorpen. Opvallend is de prominente aanwezigheid van de Gereformeerde Gemeenten met verschillende grote kerkgebouwen waar mensen vanuit de hele regio naar toe komen.

De aanwezigheid van kerken wordt enerzijds positief geduid, met name om de helpende hand die vanuit het diaconale principe van kerken geboden wordt. Anderzijds wordt de rol van kerken ook negatief benoemd. In Barneveld worden spanningen gesignaleerd tussen kerkelijke en niet-kerkelijke inwoners. De verschillende groepen hebben ook wat betreft gemeentelijk beleid verschillende en vaak tegenstrijdige wensen. Niet kerkelijken kunnen er in Barneveld moeilijk tussen komen. Datzelfde geldt ook voor de mensen met een allochtone achtergrond. Op basis van de cijfers uit het kwantitatieve onderzoek kan worden geconcludeerd dat de sociale samenhang door inwoners van gemeente Barneveld hoog gewaardeerd wordt, meer dan gemiddeld in Nederland. Wel wordt vaker dan gemiddeld in Nederland gezegd dat men elkaar in de eigen buurt onvoldoende kent. Mensen die kerkelijk zijn, lager opgeleiden, ouderen, huizenbezitters, mensen die actief zijn in verenigingen en andere organisaties en mensen die meer dan twintig jaar in hun woonplaats wonen, zijn positiever over de manier waarop mensen met elkaar omgaan. De wijken Wheem-de Maat en Hamburgerstraat e.o. scoren opvallend negatief op stellingen die indicatief zijn voor sociale samenhang. 3.1.2 SOCIALE NETWERKEN VAN INWONERS In deze paragraaf wordt verder ingezoomd op de manier waarop inwoners van gemeente Barneveld met elkaar omgaan.

Hoe betrokken zijn ze, wie heeft contact met wie en wie helpt elkaar? Veel onderlinge hulp, maar vaak beperkt tot de ‘eigen groep’ In de enquête aan organisaties is gevraagd om te omschrijven hoe de betrokkenheid tussen inwoners van gemeente Barneveld onderling te typeren is. Van de 57 organisaties die hier een antwoord invulden, zijn er 39 onverdeeld positief, 11 negatief, en 5 geven een combinatie van positieve en negatieve oordelen over de onderlinge betrokkenheid. Positief zijn de organisaties over het feit dat mensen aandacht hebben voor elkaar en naar elkaar omzien (15 maal genoemd), of men noemt de betrokkenheid van mensen op elkaar in het algemeen (11 maal) of bij verenigingen en vrijwilligerswerk in het bijzonder (9 maal). Ook onderling respect wordt gewaardeerd (7 maal). De meeste negatieve antwoorden hebben betrekking op het gesloten karakter van groepen in het algemeen of geloofsgemeenschappen in het bijzonder (14 maal).

32

Kracht en kwetsbaarheid

In de interviews wordt het beeld uit de vragenlijst bevestigd. Het omzien naar elkaar wordt gezien als een belangrijk kenmerk van de Barneveldse dorpen. Het kenmerkende van Barneveld vindt respondent de betrokkenheid op elkaar van met name (grote) gezinnen of families en de wil om elkaar te helpen. Zij woont nu tien jaar in de wijk ‘de Burght’ en heeft in het verleden verhuisplannen gehad maar heeft deze uitgesteld omdat zij heel plezierig woont in de straat/wijk. Er is veel aandacht en steun onderling en er wordt dikwijls een beroep op elkaar gedaan. Iedereen kent de kinderen en het is makkelijk bijvoorbeeld een babyfoon uit te wisselen of elkaars kinderen mee te nemen vanuit school.

De onderlinge hulp wordt vaak in relatie genoemd tot etnische of geloofsgemeenschappen. Dat gaat zowel over de kerken als de Turkse, Marokkaanse en Molukse gemeenschap. Kerken zijn belangrijke verbanden waarbinnen hulp wordt gegeven, maar die hulp is voor een groot deel – en in sommige kerken uitsluitend – gericht op de eigen geloofsgenoten. Ook de Molukse, Turkse en Marokkaanse gemeenschappen worden genoemd als gemeenschappen waarbinnen onderling veel hulp wordt geboden. “Iedereen heeft natuurlijk ook in de dorpen zijn eigen familie. Maar zoals een predikant hier ook eens zei: ‘We zijn één grote familie’. Zo beleef ik het zelf ook. De gemeente gaat bijvoorbeeld bij ziekte om je heen staan.” De Barnevelders die lid zijn van een ‘zwaardere’ gemeente zijn niet in beeld bij de woningstichting. Deze groep bestaat voornamelijk uit bezitters van een eigen woning en de ervaring leert dat deze interngerichte groep elkaar helpt bij (financiële) problemen. Respondent is erg te spreken over de samenwerking met kerken en de informele zorg die zij bieden aan haar eigen gemeenteleden. Ondanks dat zij zelf niet betrokken is binnen dit netwerk ziet zij wel de positieve uitwerking naar de inwoners van Barneveld. Voor iedereen is er een plek en indien nodig extra zorg. De Molukse gemeenschap is een gemeenschap waar de banden onderling zeer sterk zijn.

Men is erg op mensen van hun eigen cultuur gericht, maar staat ook open voor anderen. Het geloof is hun belangrijkste uitgangspunt en daarnaast vooral ook hun normen en waarden, ‘adat’ genoemd. Het is een geheel van normen en waarden dat specifiek Moluks is. Het zijn de familiale- en verwantschapsbanden die in stand worden gehouden. De adat geeft uiting aan de culturele identiteit, saamhorigheid in goede en slechte tijden, respect voor ouderen en regels wat betreft de omgangsvormen. Respondent vertelt dat de Molukse gemeenschap terug kan vallen op een sociale structuur van zorg waar ouderen eerst worden geholpen door kinderen of andere familieleden, hierna van de kring die hier omheen staat en daarna van professionals buiten de gemeenschap. De vanzelfsprekendheid dat de zorg door kinderen en andere familie wordt gedaan is helaas aan verandering onderhevig. Mede omdat in een gezin vaak beide partners werken. Het komt steeds meer voor dat hulp buiten de eigen kring nodig is. Men is van mening dat mensen op elkaar betrokken horen te zijn. Als voorbeeld wordt genoemd, dat binnen de Turkse cultuur goed gezorgd wordt voor ouders, terwijl in Nederland de ouderen vaak in een zorgcentrum terechtkomen. De overeenkomst tussen Molukkers en Turkse mensen is dat je voor je ouders zorgt, maar bij de Turkse mensen is dit ook heel sterk voor je naaste buur.

Als je buurman of buurvrouw niet tevreden over jou is, dan is God ook niet tevreden over jou.

De genoemde groepen, zowel de (reformatorische) kerkelijke gemeenschappen als de Molukse, Marokkaanse en Turkse groepen, worden omschreven als zeer intern gericht en soms ook buitensluitend: Zorgzaamheid en ‘zorgen voor elkaar’ is een grondgedachte die vooral vanuit kerken en moskeeën wordt gepredikt maar waar respondent soms erg weinig van terugziet. Mensen

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

33

kennen elkaar en helpen elkaar maar zijn vaak vooral gericht op de eigen gemeenschap. Dit kan gaan over de Marokkaanse en Turkse gemeenschappen, over geloofsgemeenschappen met een zeer strenge christelijke signatuur. Ook de Molukse gemeenschap is op zichzelf gericht. Zij heeft vaak meegemaakt dat de mensen (zowel vrijwilligers als hulpverleners) behorende bij een bepaalde gemeenschap juist erg intern gericht zijn en door de beperkte blik ‘naar buiten’ juist niet zorgzaam zijn. Ondanks deze kritische kanttekening geeft respondent ook aan dat juist kerken en de verschillende maatschappelijk organisaties een grote bijdrage leveren aan de sociale samenhang in Barneveld. “Diverse culturen doen veel aan mantelzorg naar mensen binnen hun eigen cultuur”. De Turkse, Marokkaanse en Molukse gemeenschappen zullen voornamelijk terugvallen op de eigen gemeenschap. Je komt hier als verloskundige makkelijker over de vloer en het komt regelmatig voor dat je met meerdere vrouwen uit de gemeenschap een bevalling begeleidt. Er wordt veel naar elkaar omgezien binnen bepaalde groeperingen en als je binnen een groep functioneert word je opgenomen en ben je verzekerd van hulp en ondersteuning. Andersdenkenden vallen vaak buiten de boot en worden moeilijk geaccepteerd. Als voorbeeld wordt een man uit Kootwijkerbroek genoemd die in crisis op straat ronddoolde.

Op het moment dat de kerkenraad van dezelfde kerk de t.v. in de woonkamer zagen staan gaven zij aan dat zij niet meer konden helpen. De HDS (Hervormde Diaconale Stichting voor Gezinsverzorging en Maatschappelijk Werk) werd ingeschakeld en de man werd niet meer door leden van deze kerk bezocht.

De grote Gereformeerde Gemeente-kerken in Barneveld bevestigen dat ze de hulp van hun interne vrijwillige zorgprojecten ‘Hart en handen’ en ‘Draag elkanders lasten’ inderdaad beperken tot de eigen gemeenteleden. Ze doen dat bewust: “De nood onder onze eigen leden is zo groot dat we als kerk besloten hebben om ons daartoe te beperken. En dus niet helpen bij een Marokkaans gezin. Niet omdat we dat niet willen, en individuele kerkleden zullen best kunnen helpen of zich bij de vrijwilligerscentrale aansluiten. Maar omdat op dit moment het aanbod en de vraag net in evenwicht is, iets meer vraag dan aanbod, hebben we geen vrijwilligers over. (…) Het heeft ook wel te maken met de bereikbaarheid van deze groepen. Mensen in de kerk die problemen hebben, willen ook graag hulp uit de kerk.” “De Bijbel zegt: ‘Doe wel aan allen, inzonderheid aan de huisgenoten des geloofs’. En aan de huisgenoten des geloofs hebben we op dit moment onze handen vol. (…) Maar individuele kerkleden zijn wel actief in andere verbanden”.

Andere kerken zijn wel actief over de eigen kerkmuren heen. Bepaalde kerken betekenen veel voor de samenleving van Barneveld. Er worden veel activiteiten georganiseerd voor verschillende doelgroepen en de kerken leveren veel vrijwilligers waar de samenleving baat bij heeft. Respondent merkt op dat de meeste kerken ook geld willen investeren in de medemens en niet alleen aan Barnevelders die naar een kerk gaan. Zowel binnen als buiten de kerk worden mensen geholpen. De zorgstructuren binnen de kerken lijken echter beter georganiseerd. Regelmatig schakelt respondent contactpersonen van de Gereformeerd Vrijgemaakte kerk en de Evangelische gemeente in. Met beide kerken heeft hij een goed contact en kan hij op een snelle en makkelijke manier gebruik maken van vrijwilligers die voor cliënten een stuk ondersteuning bieden. In het verleden zijn er diverse cliënten opgevangen, huizen schoongemaakt en andere hand- en spandiensten verricht. Opmerkelijk is dat bepaalde kerken meer speelruimte hebben met inzet van vrijwilligers naar buiten toe dan andere kerken die deze inzet waarschijnlijk gebruiken voor eigen geledingen.

34

Kracht en kwetsbaarheid

Respondent heeft ook contact met ‘De Doorbrekers’ een evangelische gemeente in Barneveld. In het verleden hebben zij diverse keren geholpen bij het opknappen van woningen en een verhuizing i.v.m. een uitzetting.

Daadwerkelijke contacten: meest intensief contact met familie, vrienden en buren Voor inwoners van gemeente Barneveld is echter niet de geloofsgemeenschap, maar familie de eerste kring waarmee ze contact hebben. Daarna vrienden, daarna buren, en daarna pas geloofsgenoten. In tabel 3.3 is af te lezen met wie burgers in gemeente Barneveld contact onderhouden en wat de frequentie is van dit contact. Daarbij wordt onder contact verstaan: het bij elkaar op bezoek gaan, een praatje maken op straat of per telefoon, maar ook per mail, post of MSN. Tabel 3.3 Intensiteit van contact respondenten met anderen, in percentages (n = 790) 1 tot 3 1 x per minder dan Contact zelden keer per week of 1 x per Nummering correspondeert met vragenlijst of nooit maand vaker maand

n.v.t.

21.1 familie in mijn woonplaats

5

5

11

50

31

21.2 familie buiten mijn woonplaats

3

15

33

45

4

21.3 buren of buurtgenoten

6

10

25

57

3

21.4 vrienden/kennissen in mijn woonplaats

3

11

30

49

8

21.5 vrienden/kennissen buiten mijn woonplaats

4

24

35

30

8

21.6 collega’s in mijn woonplaats (buiten werktijd)

18

11

9

7

55

21.7 collega’s buiten mijn woonplaats (buiten werktijd) 21.8 geloofsgenoten in mijn woonplaats

25

15

10

8

43

15

7

14

29

34

21.9 geloofsgenoten buiten mijn woonplaats

21

11

12

13

44

8

8

16

36

32

3

2

2

3

89

21.10 mensen van verenigingen of organisaties waarin ik actief ben 21.11 andere mensen

Het aantal contacten kan ook worden uitgedrukt in aantallen regelmatige contacten (minimaal 1 keer per maand, dus de som van de antwoorden ‘1 x per week of vaker’ en ‘1 tot 3 x per maand’). Dan blijken de belangrijkste contacten van inwoners van gemeente Barneveld te zijn: buren of buurtgenoten (82%), vrienden of kennissen binnen de eigen woonplaats (79%), familie buiten de eigen woonplaats (78%), vrienden/kennissen buiten de eigen woonplaats (66%) en familie binnen de eigen woonplaats (61%). De meeste regelmatige contacten vinden dus niet plaats binnen de geloofsgemeenschappen, maar ‘gewoon’ tussen buren, vrienden en familie. Dat geldt ook voor kerkelijke inwoners. Wel hebben de kerkelijke inwoners met alle genoemde groepen vaker regelmatig contact dan de niet-kerkelijke inwoners. In tabel 3.4 worden de verschillen tussen kerkelijke en nietkerkelijke inwoners weergegeven. Kerkelijke inwoners hebben zoals verwacht meer contact met geloofsgenoten in en buiten hun woonplaats dan niet-kerkelijke respondenten. Maar deze ‘extra’ contacten gaan niet ten koste van de contacten met andere mensen.

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

35

Tabel 3.4 Regelmatige contacten (1 x per maand of vaker) van respondenten, in percentages (n = 790) nietContact alle kerkelijke kerkelijke Nummering correspondeert met vragenlijst inwoners inwoners inwoners 21.3 buren of buurtgenoten

86

77

82

21.4 vrienden/kennissen in mijn woonplaats

83

72

79

21.2 familie buiten mijn woonplaats

81

74

78

21.5 vrienden/kennissen buiten mijn woonplaats

66

66

66

21.1 familie in mijn woonplaats

65

51

61

21.10 mensen van verenigingen of organisaties waarin ik actief ben

60

39

52

21.8 geloofsgenoten in mijn woonplaats

61

5

43

21.9 geloofsgenoten buiten mijn woonplaats

45

3

25

21.6 collega’s in mijn woonplaats (buiten werktijd)

18

19

18

21.7 collega’s buiten mijn woonplaats (buiten werktijd)

17

16

16

21.11 andere mensen

12

11

11

Meeste hulprelaties ook tussen buren, familieleden en vrienden Interessant is echter niet alleen met wie en hoe vaak mensen contact hebben, maar ook in hoeverre ze binnen dat contact ook op één of andere manier hulp bieden aan elkaar. In dit onderzoek hebben we respondenten gevraagd naar de hulp die ze geven en van elkaar ontvangen. Krijgen mensen hulp? En zo ja, wie? We onderscheiden hierbij drie vormen van hulp: praktische hulp, zakelijk advies en het bespreken van belangrijke persoonlijke zaken. In tabel 3.5 is af te lezen dat inwoners van gemeente Barneveld praktische hulp vooral krijgen van familie in en buiten hun woonplaats en van buren en vrienden in hun eigen woonplaats. Voor het bespreken van persoonlijke zaken en voor zakelijk advies zijn ook familie en vrienden belangrijk, maar buren minder vaak. Kerkelijke respondenten ontvangen voor elk van de drie vormen van hulp aantoonbaar vaker hulp van geloofsgenoten binnen en buiten de eigen woonplaats dan niet-kerkelijke respondenten, zoals verwacht en ook door respondenten in de interviews opgemerkt. Maar ook kerkelijke inwoners ontvangen vooral hulp van familie, vrienden en buren.

Wel ontvangen ze vaker dan niet-kerkelijke Barnevelders praktische hulp van familie in de eigen woonplaats (kerkelijke respondenten 51%, niet-kerkelijke 41%) en van mensen van verenigingen of organisaties waar ze actief zijn (kerkelijke respondenten 16%, niet kerkelijke 7%). Voor zakelijk advies en voor het bespreken van persoonlijke zeken is geen verschil gevonden tussen kerkelijke en niet-kerkelijke inwoners.

36

Kracht en kwetsbaarheid

Tabel 3.5 Door inwoners van Barneveld (n = 791) ontvangen hulp en ondersteuning van diverse contacten, in het afgelopen jaar, in percentages Hulp ontvangen van wie? praktische zakelijk persoonlijke Nummering correspondeert met vragenlijst zaken hulp advies 21.1 familie in mijn woonplaats 48 27 47 21.2 familie buiten mijn woonplaats 49 28 57 21.3 buren of buurtgenoten

55

9

20

21.4 vrienden/kennissen in mijn woonplaats

42

17

41

21.5 vrienden/kennissen buiten mijn woonplaats

28

15

38

21.6 collega’s in mijn woonplaats (buiten werktijd)

4

3

7

21.7 collega’s buiten mijn woonplaats (buiten werktijd)

7

7

14

21.8 geloofsgenoten in mijn woonplaats

15

5

21

21.9 geloofsgenoten buiten mijn woonplaats

6

2

10

21.10 mensen van verenigingen of organisaties waarin ik actief ben

14

5

11

21.11 andere mensen

4

4

2

21.12 niet van toepassing

15

43

14

totaal )* 284 164 )* het totale percentage wijkt af van 100, omdat respondenten meer dan 1 antwoord mogen geven

282

Samenvattend kan een volgorde worden aangegeven voor welke contacten het meest belangrijk zijn voor de drie bevraagde soorten hulp: Praktische hulp in en om het huis: buren familie van elders familie binnen eigen woonplaats vrienden binnen eigen woonplaats vrienden van elders

Zakelijk advies: familie van elders familie binnen eigen woonplaats vrienden binnen eigen woonplaats vrienden van elders buren

Bespreken van belangrijke persoonlijke zaken: familie van elders familie binnen eigen woonplaats vrienden binnen eigen woonplaats vrienden van elders geloofsgenoten

Veel mantelzorg verleend door inwoners gemeente Barneveld Mantelzorg is informele zorg die verder gaat dan gebruikelijke zorg tussen mensen; het gaat om het zorgen of hulp verlenen aan iemand met een beperking of ziekte. Door mensen in de Barneveldse dorpen wordt in vergelijking met Nederlandse gegevens veelvuldig mantelzorg verleend. Op de vraag of respondenten in de afgelopen 12 maanden onbetaald zorg of hulp hebben verleend aan iemand met een beperking of ziekte, antwoordt 45 procent dat zij dit gedaan hebben. Ongeveer een kwart daarvan, dat is 11 procent van alle inwoners van gemeente Barneveld, verleent meer dan 8 uur zorg per week. In ongeveer de helft van de gevallen wordt de hulp verleend voor een aaneengesloten periode van langer dan drie maanden. Vergeleken met landelijke cijfers is het aantal mantelzorgers in Barneveld hoog te noemen. In het SCP-rapport ‘De toekomst van de mantelzorg’ (Sadiraj e.a., 2009) worden cijfers uit in opdracht van het SCP uitgevoerd onderzoek aangehaald en daaruit blijkt dat 13 procent van de Nederlandse bevolking ouder dan 18 jaar, bevestigend antwoordt op de vraag of ze zelf geregeld hulp geven aan mensen die ziek of gehandicapt zijn. Hiervan verleent 35 procent van de mantelzorgers, dus 5 procent van de Nederlandse bevolking, minimaal 8 uur zorg per week.

In hetzelfde rapport worden ook andere onderzoeken aangehaald waarin een aantal van 3,4 miljoen Nederlanders wordt berekend die mantelzorg verlenen, dit met een ruime definitie van mantelzorg. Dit is, uitgaande van 16 miljoen Nederlanders, circa 21 procent van de Nederlandse bevolking. Hiervan verleent iets minder dan de helft meer dan 8 uur zorg per week; dat is dus circa 10 procent van de Nederlandse bevolking. De cijfers over mantelzorg zijn lastig te vergelijken, omdat steeds net andere criteria worden gebruikt.

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

37

Van de 160 respondenten die wel hulp hebben verleend is in tabel 3.6 weergegeven aan wie zij deze hulp hebben gegeven. Daarnaast is zichtbaar waar de persoon woont, hoe lang de hulp is verleend en hoeveel tijd dit de respondent per week kost. De meeste respondenten verlenen hulp aan de (groot)ouders, gevolgd door hulp aan (klein)kinderen, partners, vrienden/kennissen en mensen uit de buurt en tenslotte verdere familie. Ongeveer een vijfde van de hulp is gegeven aan huisgenoten, veertien procent aan buren (antwoordoptie ‘niet in mijn huis, maar wel in mijn straat’), ruim veertig procent aan mensen elders binnen de eigen woonplaats, en ongeveer een kwart aan mensen buiten de eigen woonplaats. Tabel 3.6 Kenmerken van de mantelzorg (antwoorden van de respondenten die in de afgelopen 12 maanden onbetaalde hulp hebben verleend, n = 353) Variabele Aan wie is hulp verleend? - partner - (groot)ouders - (klein)kinderen - verdere familie - vrienden/kennissen - mensen uit de buurt - anderen Waar woonde deze persoon? - eigen huis - in mijn straat (niet eigen huis) - in mijn woonplaats (niet eigen straat) - in andere woonplaats Hoe lang is aaneengesloten hulp verleend? - minder dan een week - een week tot en met drie maanden - meer dan drie maanden Hoeveel tijd per week? - 0 tot 8 uur - 9 tot 16 uur - meer dan 16 uur

n

%

36 96 59 32 44 45 39 353

10 27 17 9 13 13 11 100

64 48 132 109 353

18 14 37 31 100

105 82 166 353

30 23 47 100

271 53 29 353

76 15 8 100

Wanneer deze cijfers weer worden vergeleken met gegevens van het SCP blijkt dat in gemeente Barneveld net als in Nederland het vaakst hulp verleend wordt aan familieleden en minder vaak aan niet-familieleden. Uit het onderzoek van het SCP blijkt dat 18 procent van de Nederlandse bevolking hulp verleent aan iemand buiten het eigen huishouden die geen familie is. Van deze 18 procent is twee derde een vriend of kennis en een derde anders te typeren. In Barneveld is het percentage inwoners dat hulp verleent aan iemand buiten het eigen huishouden die geen familie 17 procent, dus een vergelijkbaar percentage. Een derde daarvan betreft vrienden en kennissen, twee derde is anders te typeren; dat is dus wel een verschil met het Nederlandse gemiddelde. Een verklaring hiervoor wordt gegeven in de interviews: mensen helpen elkaar ook binnen kerkelijke of etnische gemeenschappen. Opvallend zijn de verschillen tussen de diverse dorpen (zie grafiek 1). In Voorthuizen wordt iets minder mantelzorg verleend dan in de andere kernen, in Garderen, Zwartebroek, Kootwijkerbroek en De Glind juist meer.

38

Kracht en kwetsbaarheid

Grafiek 1 Percentage mantelzorgers per kern

Percentage mantelzorgers per kern 60 50

Percentage

40 30 20 10 0

Kern

Op de vraag in hoeverre respondenten zelf behoefte hebben aan het ontvangen van zorg antwoordt 8 procent ‘ja’. (tabel 3.7). Dit zijn relatief vaak oudere mensen (leeftijdscategorie 61 jaar en ouder) en alleenstaanden (mensen met een eenpersoonshuishouding). Slechts een zeer klein percentage (2%) antwoordt dat hij of zij geen hulp krijgt, maar dit wel nodig heeft. Ook dit zijn meestal oudere mensen en/of alleenstaanden. Er is geen verschil gevonden voor andere achtergrondkenmerken, zoals geboorteplaats (binnen of buiten Nederland) of kerkelijke achtergrond. Tabel 3.7 Antwoord op de vraag of mensen zelf onbetaalde zorg krijgen (n = 791) Antwoorden

n

%

nee, dat heb ik niet nodig

711

90

nee, maar ik wil dit wel

16

2

ja

64

8

totaal

791

100

Inwoners vragen niet snel hulp voor zichzelf, maar wel bij conflicten Het percentage mantelzorgers is dus hoog in gemeente Barneveld, met name in Garderen, De Glind, Kootwijkerbroek en Zwartebroek. Mensen helpen elkaar zowel als buren als binnen de eigen familie- en vriendenkring. Beroepskrachten signaleren wel dat mensen lang wachten voor ze hulp vragen. Het is al moeilijk om in de directe omgeving om hulp te vragen, nog groter is de drempel om naar beroepskrachten toe te stappen: De bewoners van de buitengebieden zijn ook gewend om hun eigen broek op te houden. Deze zelfredzaamheid komt doordat de centrale en lokale overheid hen vaak aan hun lot hebben overgelaten. Ze zijn gewend om hun eigen boontjes te doppen en de keerzijde ervan is dat ze zich door niemand wat laten zeggen. Ook in het vragen van maatschappelijke hulp en zorg zie je dat mensen lang wachten voordat ze de hulpvraag bij een zorgorganisatie neerleggen. Ze proberen het eerst in de directe omgeving op te lossen. Ondanks het feit dat veel Barnevelders elkaar kennen en er een sociale sfeer heerst bestaat er nog altijd een drempel om hulp te vragen.

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

39

Respondent denkt dat de inwoners van Barneveld eerder zelf problemen oplossen dan dat zij naar een professional stappen. Zij zullen zich soms generen om hulp te vragen. De burgers van de gemeente Barneveld houden veel problemen voor zichzelf. Haar ervaring is dat er vaak op het laatste moment hulp wordt gevraagd (…). Als voorbeeld noemt ze de begeleiding van een terminaal zieke vrouw. Kinderen en partner hadden lang voor haar gezorgd tot het moment dat dit niet meer kon worden opgebracht. Toen er een vrijwilligster was ingeschakeld overleed de vrouw. Mensen zijn gewend om hun eigen zaken te regelen en zullen uit schaamte en de gedachte ‘geen vreemde in huis’, het vragen om hulp zo lang mogelijk uitstellen. Ook mantelzorgers wachten vaak te lang met hulp vragen. En over GGZproblematieken praat men ook niet gauw. Hulpvragen zullen in de Molukse, Marrokkaanse en Turkse gemeenschap eerder aan een oma of tante worden gesteld dan aan professionals. De autochtone bevolking raadpleegt sneller een professional.

Opvallend is dat beroepskrachten juist wel snel betrokken worden op het moment dat er conflicten zijn. Dat gebeurt juist naar de zin van de beroepskrachten té snel. Conflicten worden niet onderling opgelost, maar blijven sluimeren, of kunnen alleen door interventie van een beroepskracht worden opgelost. Het lijkt ook dat omwoners zich vaak niet durven te bemoeien met plaatsgenoten. Regelmatig krijgt meldpunt Troje een telefoontje met een melding waarin blijkt dat mensen niet zelf bij buren hebben aangebeld om te vragen of er iets speelt maar direct een anoniem telefoonnummer bellen. De gedachte bestaat dat professionals moeten helpen. De angst voor afwijzing en het individualisme van deze tijd speelt een belangrijke rol. Er is in het verleden teveel zorg ‘uit handen’ genomen waardoor het lijkt alsof burgers niet meer weten hoe zij moeten omzien naar een ander. Respondent vertelt dat hij op de dag dat hij naar zijn woning verhuisde (vijf jaar geleden) werd gewaarschuwd voor bepaalde buren. De ervaring leert hem dat problemen in het verleden niet onderling uitgesproken of opgepakt werden. Er is in het verleden een conflict over een tuinhekje opgelost door bemiddeling van de Rijdende Rechter. Er zal eerder gebruik worden gemaakt van het project ‘buurtbemiddeling’ dan zelf op een buurman of vrouw af te stappen. Als je iets fout hebt gedaan komt het nooit meer goed.

Bewoners zijn niet vergevingsgezind. Buren ontlopen conflicten en zijn niet met elkaar in gesprek. Er wordt echter erg veel ‘over’ elkaar gesproken. Hierdoor zijn er vaak sluimerende irritaties die zorgen voor een verpeste sfeer in de wijk.

Samenvatting onderlinge hulp en zorg tussen inwoners In gemeente Barneveld wordt veel onderlinge hulp gegeven. Het beeld leeft dat men elkaar voornamelijk binnen kerkelijke of etnische kring helpt. Uit de cijfers blijkt dat familie, vrienden en buren de belangrijkste contacten zijn en ook de belangrijkste aanspreekpunten voor hulp. Wel ontvangen kerkelijke inwoners van meer mensen hulp dan niet-kerkelijke inwoners, onder andere van geloofsgenoten. Maar ook voor kerkelijke inwoners zijn familie, vrienden en buren degenen van wie ze het vaakst hulp ontvangen. In gemeente Barneveld wordt iets vaker dan gemiddeld in Nederland mantelzorg verleend. Vaker dan gemiddeld in Nederland wordt mantelzorg verleend aan anderen dan familie en vrienden; dit verschil kan worden toegeschreven aan mantelzorg binnen etnische en geloofsgemeenschappen. Inwoners van gemeente Barneveld zijn terughoudend in het inschakelen van hulp. Ze wachten lang, soms te lang, met het vragen van hulp van vrijwilligers of professionals. Die worden echter juist wel sneller ingeschakeld als mensen conflicten hebben.

40

Kracht en kwetsbaarheid

3.1.3 NETWERKEN OP NIVEAU VAN MAATSCHAPPELIJKE ORGANISATIES IN BARNEVELD Om zicht te krijgen op de netwerken op het niveau van maatschappelijke organisaties is in kaart gebracht welke maatschappelijke organisaties er actief zijn in Barneveld en hoe zij zich georganiseerd hebben. Welke maatschappelijke organisaties er zoal zijn in Barneveld is onderzocht door middel van deskresearch. Vervolgens is in de vragenlijsten voor organisaties gevraagd naar concrete samenwerkingsverbanden en het belang ervan. Ook in de interviews is gelet op het noemen van samenwerkingsverbanden. Op basis daarvan wordt hieronder ingegaan op de vraag: ‘hoe is de betrokkenheid binnen de maatschappelijke organisaties en tussen de maatschappelijke organisaties en wat zou hier aan verbeterd kunnen worden, zodat burgers in Barneveld optimaal kunnen participeren?’ Organisaties over het belang van netwerken In de enquête voor organisaties is gevraagd wat mensen kenmerkend vinden voor de betrokkenheid tussen organisaties onderling in de gemeente Barneveld. Daaruit komt naar voren dat van de 51 organisaties ruim driekwart het samenwerken en het belang van onderlinge netwerken positief ziet. 13 organisaties spreken zich negatief uit over het niveau van samenwerken. Men spreekt over wantrouwen en “ieder voor” zich waardoor het samenwerken niet van de grond komt.

“Er worden zeker pogingen ondernomen maar er komt niet veel van terecht.” “Er is weinig onderlinge betrokkenheid tussen verschillende organisaties. Het lijkt er soms op dat ieder op z'n eigen eiland / voor eigen doelgroep doelstellingen probeert te realiseren.” “Eigen club eerst, er is mijns inziens een sterk wantrouwen tussen 'kerks' en 'niet-kerks'. met name in de dorpen.” “Die betrokkenheid is er zeker, alleen komt het eigen werk soms voor het zoeken naar onderlinge betrokkenheid met andere organisaties. Wellicht is een apart onderzoek hiernaar de moeite waard. Zeker in het kader van de Wmo kan de betrokkenheid nog versterkt worden.”

Andere respondenten zijn juist positief: “Organisaties weten elkaar snel en laagdrempelig te vinden.” “Merk dat er samen gewerkt wordt op diverse terreinen zoals in de Wmo-raad waar iedereen vertegenwoordigd is en ook als er andere activiteiten zijn, wordt er redelijk samen gewerkt bv met sport voor gehandicapten.”

Een deel van de respondenten geeft ingrediënten aan waaruit goede samenwerking zou kunnen bestaan. Door deze mensen is de vraag filosofisch geïnterpreteerd. Goede samenwerking bestaat uit: een gezamenlijk doel of belang, mensen die elkaar kennen, dezelfde raakvlakken of kerkelijke achtergrond. “Die betrokkenheid is er als er een gezamenlijk doel is.” “Afhankelijk van de raakvlakken en de belangen tussen de organisaties is er een goede of absoluut geen samenwerking (lees betrokkenheid).” “De organisaties onderling hebben een band omdat mensen van meerdere verenigingen lid zijn, en zo elkaar beter leren kennen op allerlei gebied.” “De onderlinge betrokkenheid tussen organisaties wordt relatief groter naar mate je meer bij de kerkelijk dezelfde achtergrond behoort.”

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

41

Een belangrijk ingrediënt voor goede samenwerking is vanzelfsprekend dat men elkaar kent en erkent. Dat is de voorwaarde om te komen tot afstemming en kennisuitwisseling. “Wanneer men WEET welke organisaties er zijn, dan is er veel bereidheid tot samenwerken en betrokkenheid. Maar ik denk dat men elkaar lang niet altijd weet te vinden en weet te benutten.” “Erkenning van elkaars bestaan, bewust zijn van elkaars aanvullende mogelijkheden.” “Afstemming, elkaar bijstaan en uitwisselen van kennis met als doel de cliënt goede zorg te geven die voor de cliënt herkenbaar is.”

Belangrijkste netwerken in gemeente Barneveld Het belang van netwerken is hiermee aangegeven. Ook de interviews geven een aantal voorbeelden van netwerken van maatschappelijke organisaties in Barneveld. Kerkelijke netwerken Gemeenschappelijke raakvlakken en kerkelijke achtergrond worden in de interviews genoemd als belangrijke factoren die onderlinge verbanden stimuleren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er door kerken relatief veel overlegstructuren gevormd zijn. Naast deze twee kerken (van de Gereformeerde Gemeente) is er in Barneveld ook een Oud Gereformeerde Gemeente. Er blijven onderlinge contacten bestaan, men herkent elkaar als geloofsgenoten en komt elkaar bijvoorbeeld tegen binnen de SGP, de NPV, de Gereformeerde Bijbelstichting en diverse andere interkerkelijke verbanden en (reformatorische) organisaties. De Wmo-Raad vergadert eens in de vier tot zes weken. Hiernaast wordt tweemaal per jaar een overleg organiseert waar alle kerken in Barneveld worden uitgenodigd om mee te praten. Op deze manier kunnen in de Wmo-raad de kerken vertegenwoordigd worden en weet hij wat er leeft.

Zo vindt er een gemakkelijke communicatie plaats tussen de gemeente, de diaconieën van alle kerken en met de kerkelijke afvaardiging bij de WMO. Het diaconaal platform zorgt voor inventarisatie van nood binnen en buiten de kerken en kan elkaar helpen in het aanpakken van de ontdekte problemen. Veel mensen spreken zich positief uit over de samenwerking van kerken en de informele zorg die zij bieden aan eigen gemeenteleden en anderen in de samenleving. Regelmatig schakelt respondent contactpersonen van de Gereformeerd Vrijgemaakte kerk en de Evangelische gemeente in. Met beide kerken heeft hij een goed contact en kan hij op een snelle en makkelijke manier gebruik maken van vrijwilligers die voor cliënten een stuk ondersteuning bieden. In het verleden zijn er diverse cliënten opgevangen, huizen schoongemaakt en andere hand- en spandiensten verricht. Opmerkelijk is dat bepaalde kerken meer speelruimte hebben met inzet van vrijwilligers naar buiten toe dan andere kerken die deze inzet waarschijnlijk gebruiken voor eigen geledingen. Een mooi initiatief is dat er in december (voedsel)pakketten worden uitgedeeld in samenwerking met Super de Boer, gemeente en plaatselijke kerken. Het buurthuis is ‘in beeld’ en wordt benaderd om namen van bewoners door te geven.

Samenwerkende scholen Voor niet christelijke organisaties is het soms wel lastig om in deze netwerken ingang te vinden. Zo spreekt een respondent van herhaalde pogingen tot samenwerking tussen openbare en christelijke basisscholen. De samenwerking tussen diverse organisaties (met name de scholen) in een ‘brede school’ komt niet van de grond omdat er niet integraal wordt samengewerkt. Als voorbeeld noemt

42

Kracht en kwetsbaarheid

respondent het ‘feest van het kind’, een internationaal kinderfestival dat vanuit de brede (openbare) school, de Zonnebloemschool, wordt georganiseerd. Ondanks diverse pogingen om ook christelijke scholen mee te laten doen (samen spelen, samen vieren) is dit tot op heden niet gelukt. Het is volgens respondent bijzonder lastig om gezamenlijke activiteiten te organiseren voor kinderen. De saamhorigheid is soms ver te zoeken en zij vraagt zich dikwijls af of anderen zich wel willen inleven en begrip willen hebben voor een ander.

Overleg rond probleemsituaties Tussen diverse organisaties zijn korte (communicatie)lijnen waardoor er snel overleg kan plaatsvinden rond probleemsituaties. Dit krijgt vorm binnen een OGGZ-overleg (Openbare Geestelijke Gezondheidszorg). De maatschappelijke betrokkenheid van de woningstichting krijgt op het niveau van de individuele huurder onder andere vorm door samenwerking met de gemeente op het gebied van de schuldhulpverlening. Bij meerdere maanden huurachterstand wordt eerst met diverse hulpverleningsinstanties contact opgenomen alvorens tot uitzetting over te gaan. Vaak wordt de uitzetting afgewend en een hulpverleningstraject gestart. Een tweede kansbeleid vanuit de woningstichting biedt een huurder de kans om onder bepaalde voorwaarden (contract) in het huis te blijven wonen. Met een aantal instanties, van politie tot geestelijke gezondheidszorg, werkt de woningstichting samen om huurders in multiproblematische omstandigheden op te vangen en te begeleiden. Eenmaal in de 6 weken is er het OGGZ- overleg. Bij dit overleg zijn de woningstichting Barneveld, wijkagent, jeugdzorg, meerkanten, schoolmaatschappelijk werk, HDS, meldpunt Troje en een casemanager vanuit de gemeente aanwezig. Alle crisissituaties vanuit Barneveld worden hier besproken. De lijntjes zijn kort en er is een goede samenwerking tussen deze organisaties.

Velen spreken positief over HDS. De HDS is een christelijke organisatie voor zorg en welzijn. Zij staan voor professionele zorg, bestaande uit diverse vormen van Thuiszorg en Hulpverlening. Zij krijgen tips over zorgwekkende situaties van verschillende kanten: burgers, organisaties als kerken en de woningstichting (huurachterstand). De samenwerking tussen HDS en woningstichting Barneveld zorgt ervoor dat er op tijd hulp geboden kan worden en mensen niet op straat komen te staan.

Ook zijn er ideeën om de hulpverlening te verbeteren. Zo denken velen dat hulpverlening het best tot z’n recht komt binnen de eigen cultuur. Ze (de Turkse vereniging) zien dat ze zelf van meerwaarde kunnen zijn voor Turkse mensen die bij de hulpverlening van HDS aankloppen. Ze zouden graag vorm willen geven aan samenwerking op dit gebied.

Overige Zorgnetwerken Een specifiek netwerk is georganiseerd voor de zorg rond zwangerschap en bevalling. Hiervoor zijn structurele overlegsituaties opgezet met ziekenhuizen (Ede en Amersfoort), huisartsen en kraamcentra. De verloskundigenpraktijk is aangesloten bij de Kring Gelderse Vallei. Iedere vijf à zes weken is er een bijeenkomst met acht verloskundigenpraktijken uit de Gelderse Vallei. Vanuit deze kring wordt er bijvoorbeeld deelgenomen aan het Gelders Platform, Commissie van overleg (CvO), Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV) enz. Soms is er extra begeleiding nodig bij zwangerschap, bevalling en de periode hierna. Als er psychosociale problemen zijn kunnen de verloskundigen de vrouw/het meisje doorverwijzen naar het ziekenhuis in Amersfoort. Hier is een PANG- spreekuur (psychologie, apotheek, neonatologie en gynaecologie) waar diverse disciplines samenwerken.

Een ander specifiek zorgnetwerk richt zich op de combinatie van wonen en zorg. Om goed mee te komen hebben diverse mensen aangepaste woonvoorzieningen nodig van waaruit ze

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

43

zorg kunnen ontvangen en kunnen participeren in de samenleving. Er vindt samenwerking plaats tussen zorgorganisaties, bewoners en hun familie, gemeente en woningstichting. “Samenwerking is de formule voor het ontwikkelen van woonzorgzones. Met de zorggroep ENA (Zorggroep ENA bestaat uit het woonzorgcentrum Nieuw Avondrust in Voorthuizen, het woonzorgcentrum Ruimzicht in Barneveld en het woonzorgcentrum Het Huis in de Wei in Scherpenzeel. In de woon-zorgcentra wonen ouderen) en de gemeente wordt er bijv. rond het verzorgingshuis Ruimzicht een woonzorgzone ingericht. De bewoners in zo’n zone kunnen gebruik maken van faciliteiten zoals alarmering in de woningen en de levering van thuiszorg. Het streven is dat stap voor stap alle benodigde voorzieningen voor volwaardig zelfstandig leven beschikbaar komen. De woningstichting is ook actief in de huisvesting van mensen die begeleiding bij het wonen nodig hebben, bijv. in verband met een verstandelijke beperking. De afgelopen jaren zijn in samenspraak met oudergroepen en zorgorganisaties diverse voorzieningen in Barneveld en in de kernen gerealiseerd.

Netwerken voor vrijwilligersinzet Zorg en omzien naar elkaar vindt vaak plaats in informeel verband. Er zijn netwerken opgericht om vrijwillige informele zorg te ondersteunen en te coördineren. Dit jaar is er een pilot gestart voor het opzetten van een netwerk vrijwilligers voor de WWZ (Wonen/ Welzijn en Zorg). Vanuit de gemeente is er eenmalig een bedrag van 45.000,- euro subsidie beschikbaar gesteld om dit netwerk op te zetten. Geworven vrijwilligers kunnen worden ingezet bij vragen rond het wonen, welzijn en zorg. Voor het ROC-A12 zijn inmiddels 29 vrijwilligers opgeleid om bewoners in Barneveld te helpen bij het ordenen en op orde houden van de administratie, opruimen van (oude) papieren, doornemen van de post, betalen van rekeningen, invullen van formulieren en zicht krijgen op inkomsten en uitgaven. De Vrijwilligerscentrale Barneveld (VCB) werkt samen met de Stichting Welzijn Ouderen (SWOB). Signalen van eenzaamheid onder ouderen worden altijd opgepakt in samenwerking met Vrijwilligers centrale Barneveld (VCB), meldpunt Troje en/of politie. Ook wordt gekeken of vrijwilligers iets kunnen betekenen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=3fda6256-b2a8-4cd1-9a98-665a576df8c4