CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Kracht-en-kwetsbaarheid-Centrum-voor-Samenlevingsvraagstukken.docx

Gemeenteraad 22 maart 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Initiatiefvoorstel Pro '98 Inclusief taalgebruik44.998 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

De vrijwilligers spelen dus een cruciale rol in het leven van kwetsbare mensen. En kwetsbaar kunnen mensen zijn op allerlei manieren, het kan gaan om administratieve zaken, ouderdom, eenzaamheid of zorgbehoeftes. Vrijwilligers worden ook ingezet om overlastsituaties tegen te gaan. Hiervoor is door de gemeente, woningstichting en politie het project Buurtbemiddeling opgezet. Met inzet van vrijwilligers wordt bemiddeld bij conflicten tussen buren. Wijkplatforms Een specifieke groep vrijwilligers wordt gevormd door de wijkplatforms. In gemeente Barneveld werkt het wijkplatform als een platform waar een netwerk bij elkaar komt om te spreken over thema’s in de wijk, dorp of buurt. “Het platform is aanspreekpunt voor vragen vanuit de gemeente, woningstichting, jongerenwerk en politie en natuurlijk voor de wijkbewoners.” “Je hebt meer kans van slagen als je overleg zoekt. Zoek partners in je omgeving die allemaal met hetzelfde onderwerp te maken hebben. Bijvoorbeeld als een wijk verpaupert zoek dan contact met een wijkplatform, een wijkcentrum, een gebiedsagent, professionele hulpverleners

44

Kracht en kwetsbaarheid

(jongerenwerkers, maatschappelijk werkers en leerkrachten) en een woningbouwvereniging. De vraag “wat wil de burger” moet altijd centraal staan.”

In een volgende paragraaf wordt verder ingegaan op de rol van de wijkplatforms. Netwerken rond veiligheid De politie is natuurlijk koploper op het gebied van veiligheid. Zij doet dit echter niet alleen. De politie spreekt positief over de samenwerking met de gemeente. Er zijn korte lijnen met de gemeente. Gemeente Barneveld is een daadkrachtige gemeente. Ze pakken zaken direct op. Een voorbeeld hiervan uit het verleden is het veiligheidsplan voor de Harselaar. Klachten worden direct opgepakt naar de samenleving. Het werkt positief dat de burgemeester daar aandacht voor heeft. Bijna iedereen doet dan ook mee. De kracht zit hem in het collectief van de grond komen van het veiligheidsplan voor de Harselaar. Dat is ook de mentaliteit van Barnevelder. Het meedoen aan het collectief is typerend voor de ondernemers. Dat heeft zijn voordelen op veiligheid.

Ook organisaties worden ingeschakeld: Als politie werk je altijd samen met anderen. Je moet nooit alleen met je politiebril op kijken maar samen met andere organisaties naar het zelfde gebied kijken en je daarvoor inzetten. Bij veiligheid komt bijvoorbeeld veel kijken, het gaat om de omgeving, het type woning, het hang- en sluitwerk maar vooral de sociale controle. En dus is het als politieman voor mij ook vanzelfsprekend om samen te werken met gemeente en andere partijen. Denkend aan veiligheid, denk je ook aan welzijn.

Het initiatief Burgernet laat zien dat de politie burgers inschakelt in het opsporen van vermisten en/of verdachten. Deze burgers vormen een netwerk zonder dat ze elkaar kennen en zonder dat ze (kerkelijk of culturele) achtergronden met elkaar delen. Meer samenwerking gewenst Ondanks deze positieve voorbeelden van netwerken in de gemeente geeft ook een aantal respondenten aan niet zo positief te zijn over de samenwerking. Ze ervaren versnippering van initiatieven door verschillende organisaties en burgerinitiatieven. “Samenwerking tussen organisaties kan beter. Ondanks diverse overlegvormen en korte (communicatie)lijnen zouden organisaties niet alleen intern gericht moeten zijn.” “Het zou interessant zijn om te onderzoeken of het wenselijk is om een en ander nog meer op elkaar af te stemmen bij het versterken van de sociale samenhang.” “Er zou meer samengewerkt kunnen worden tussen diverse organisaties, kerken en verenigingen zodat diverse belangen van verschillende partijen beter op elkaar afgestemd kunnen worden. Er kan ook meer aandacht komen voor mantelzorgers en zorgvrijwilligers. De gemeente en de Vrijwilligers Centrale Barneveld (Steunpunt Mantelzorg) vanuit haar algemeen coördinerende rol en de Rabobank vanuit haar rol als werkgever en maatschappelijk betrokken participant.”

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

45

Samenvatting netwerken op het niveau van maatschappelijke organisaties Het belang van samenwerken wordt door de meeste organisaties wel gezien maar de dagelijkse praktijk laat voorbeelden zien waarin de samenwerking vaak niet van de grond komt of waar het soms beter kan. Vanuit de interviews kwamen een aantal voorbeelden naar voren van netwerken van maatschappelijke organisaties in Barneveld: kerkelijke netwerken, samenwerkende scholen, overleg rond probleemsituaties, overige zorgnetwerken, Samen sterk rond aangepaste woonvoorzieningen, Netwerk vrijwilligers, wijkplatforms en tot slot netwerken rond veiligheid. Dit zijn de positieve voorbeelden. Veel respondenten geven ook aan niet precies te weten wie wat doen en daar wel behoefte aan te hebben. Daardoor zouden mensen hun activiteiten meer op elkaar kunnen afstemmen. 3.1.4 BETROKKENHEID VAN BURGERS BIJ BURGERORGANISATIES EN VERENIGINGEN Sociale samenhang wordt ook bepaald door de betrokkenheid van inwoners van gemeente Barneveld bij maatschappelijke organisaties. Het gaat immers in de gehanteerde definitie voor sociale samenhang ook over de betrokkenheid tussen burgers en groepen burgers bij georganiseerde verbanden. Aan vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties is de vraag gesteld wat kenmerkend is voor de betrokkenheid van inwoners bij organisaties in Barneveld.

De respondenten van de enquête onder organisaties laat zien dat ze het daar over eens zijn: inwoners van gemeente Barneveld zijn volgens hen zeer actief in allerlei organisaties. De resultaten van de enquête aan inwoners bevestigt dat: 23 procent van alle respondenten noemt vrijwilligerswerk als één van de twee belangrijkste bezigheden in de week. Bijna tweederde van de inwoners geeft aan actief te zijn in een organisatie of vereniging. In welke organisaties ze actief zijn, is samengevat in tabel 3.8. Tabel 3.8 Overzicht organisaties/verenigingen waar respondenten actief meedoen in Barneveld in percentages (N = 791) Organisatie/vereniging geen organisatie of vereniging religieuze organisatie (kerk, moskee, etc.) sportvereniging onderwijs-, schoolvereniging buurt-, dorp en/of wijkvereniging zang-, muziekvereniging belangenorganisatie politieke partij hobbyvereniging andere vereniging of organisatie totaal )*

% 31 38 28 9 8 8 6 4 4 16 153

)* het totaal wijkt af van 100 procent, omdat respondenten meer dan één antwoord mogen geven

38 procent geeft aan actief te zijn bij een religieuze organisatie. Dat is een stuk lager dan de ruim zeventig procent van de respondenten in dit onderzoek die aangeeft zichzelf tot een bepaalde geloofsovertuiging te rekenen (zie hoofdstuk 2, achtergrondkenmerken respondenten enquête inwoners). ‘Actief zijn’ in een kerk of moskee en ‘jezelf rekenen tot’ een bepaalde religieuze overtuiging zijn twee verschillende dingen; daarom worden hiervoor ook verschillende percentages gevonden. Ongeveer een derde van de respondenten is actief in een sportvereniging. Bij de politieke partijen en hobbyverenigingen zijn de minste respondenten actief betrokken. Er zijn verschillen in de maatschappelijke participatie per wijkplatformgebied. Deze zijn weergegeven in onderstaande grafiek. Hierin is weergegeven hoeveel mensen aangeeft actief te zijn bij een vereniging of organisatie (berekend uit het percentage dat aangeeft niet actief te zijn bij een vereniging of organisatie).

46

Kracht en kwetsbaarheid

Grafiek 2 Percentage inwoners actief bij vereniging of organisatie, per kern 90 77

80 70

72

71

76

percentage

79 68

69

60 50

80

48

52

72

74 62

66

74

79 70

61

56

40 30 20 10 0

Samenvatting betrokkenheid van burgers bij organisaties Ruim twee derde van de inwoners doet actief mee aan de activiteiten van organisaties of verenigingen. Het vaakst genoemd worden kerken of andere religieuze organisaties (38%), gevolgd door sportverenigingen (28%). Er zijn verschillen in deze betrokkenheid per kern. 3.1.5. BETROKKENHEID VAN INWONERS BIJ HUN BUURT Uit de vorige paragraaf blijkt dat veel inwoners van gemeente Barneveld zeer betrokken zijn. In hoeverre is de betrokkenheid van de inwoners van gemeente Barneveld gericht op de eigen directe woonomgeving, de buurt? In een eerdere paragraaf is al beschreven dat inwoners van gemeente Barneveld voor praktische hulp vaak een beroep doen op buren, vaker dan bijvoorbeeld op bijvoorbeeld familie, vrienden of geloofsgenoten. Om verder na te gaan of mensen zich betrokken voelen bij hun buurt of buurtschap, zijn er in de vragenlijst voor burgers een aantal vragen gesteld over de directe woonomgeving van mensen (zie ook paragraaf 3.2.1 over de woonbeleving van burgers in Barneveld). Hieruit blijkt dat meer dan de helft van de bewoners (57%) de eigen buurt als voorbeeld ziet voor andere buurten. En circa zeventig procent van de mensen doet weleens iets voor de buurt of wijk, zoals een stoepje vegen of zwerfvuil opruimen (paragraaf 3.2.1).

Deze gegevens lijken te wijzen op een bepaalde betrokkenheid van inwoners bij de eigen woonomgeving. De directe buurt of wijk heeft dus wel enige relevantie voor de inwoners van de verschillende dorpen in gemeente Barneveld. Dat verschilt echter sterk per wijk en kern. Dat blijkt uit het antwoord op de vraag in de enquête waar ze het meest trots op zijn: hun straat, wijk of buurt, woonplaats of land. In tabel 3.8 zijn de antwoorden op deze vraag weergegeven voor de hele gemeente. Hieruit blijkt dat het vaakst het antwoord wordt gegeven dat men trots is op het eigen dorp, en veel minder vaak op de eigen buurt. Ter vergelijking: in Westervoort, waar dezelfde vraag gesteld werd, waren de respondenten van dit onderzoek veel vaker trots op Nederland (27%), de eigen provincie of regio (17%), op de eigen wijk/buurt (11%) of straat (9%) en veel minder vaak op het dorp (15%). In Putten waren de bewoners het vaakst trots op het eigen dorp (38%), vervolgens op Nederland (19%) of op de provincie/regio (11%) en veel minder vaak op de eigen wijk/buurt (6%) of straat (7%).

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

47

Tabel 3.8 Identificatie: waarop zijn respondenten van gemeente Barneveld het meeste trots? (n = 772) Trots op … n % Nederland 153 20 provincie/regio 86 11 dorp 272 35 wijk/buurt 58 8 straat 50 6 anders 153 20 totaal 772 100

In grafiek 3 is zichtbaar hoe de beantwoording verschilt per kern. Met name mensen in Zwartebroek, De Glind en Kootwijk zijn trots op hun eigen dorp. Ook zichtbaar is dat er verschillen zijn tussen de kernen in de mate waarin bewoners zich primair met hun wijk identificeren. In geen van de kernen is dit percentage hoog. De beperkte identificatie met de eigen wijk blijkt overigens ook gedeeltelijk uit het antwoord op een andere vraag, namelijk de vraag onder welk wijkplatform de respondent valt. Zoals in een eerdere paragraaf weergegeven, weten niet alle inwoners van Voorthuizen en Barneveld onder welk wijkplatform ze vallen. In de Barneveldse wijken Zuid II en Zuid III en in de Voorthuizer wijken Centrum, Zuid en Hamburgerstraat e.o. wist maar liefst een kwart tot een derde van de bewoners zelfs niet in welke wijk ze wonen. Grafiek 3 Identificatie van inwoners met diverse geografische eenheden, per kern 70,0 60,0

percentage

50,0

Nederland provincie/regio

40,0

dorp/stad wijk/buurt

30,0

straat anders

20,0 10,0

To ta al

br oe k Zw ar te

th ui ze n Vo or

rs ch uu r Te

St ro e

oe k wi jke rb r

wi jk

Ko ot

Ko ot

G lin d De

en er ar d G

Ba

rn ev eld

0,0

kern

Samenvatting betrokkenheid van bewoners bij eigen woonomgeving Inwoners van gemeente Barneveld zijn betrokken bij hun buurt. Dat blijkt onder andere uit de onderlinge hulp van praktische aard die buren elkaar bieden. Iets meer dan de helft van de inwoners ziet zijn eigen buurt als voorbeeld voor andere buurten. Men identificeert zich echter veel vaker met het eigen dorp dan met de wijk of buurt. Met name respondenten uit Zwartebroek, De Glind, Garderen en Kootwijk geven dat aan.

48

Kracht en kwetsbaarheid

3.2

Leefbaarheid in Barneveld

Leefbaarheid is een thema dat in de Wmo (prestatieveld 1) in één adem genoemd wordt met sociale samenhang. Diverse aspecten van leefbaarheid zijn aan zowel burgers als organisaties voorgelegd. Paragraaf 3.2.1 gaat over de woonbeleving. In paragraaf 3.2.2 wordt ingegaan op de aanwezige voorzieningen in Barneveld. In paragraaf 3.2.3. wordt de vraag beantwoord of de leefomgeving in Barneveld schoon, heel en veilig is. Paragraaf 3.2.4 gaat in op de vraag wie verantwoordelijk wordt geacht voor de leefbaarheid. In de laatste paragraaf worden ideeën aangedragen vanuit burgers en organisaties om de sociale samenhang en leefbaarheid in Barneveld te versterken. In de kaders zijn samenvattingen te vinden. 3.2.1 WOONBELEVING Bij leefbaarheid gaat het allereerst om hoe inwoners van gemeente Barneveld hun woonomgeving beleven. Bij woonbeleving gaat het om zaken als voelen mensen zich verbonden met de buurt en de mensen die er wonen en vinden ze dat mensen in de buurt op een prettige manier met elkaar omgaan? In de interviews wordt de woonbeleving genoemd als kenmerk van de gemeente waar de respondenten trots op zijn: Barneveld kan trots zijn op de mooie Veluwse omgeving. Het is hier prettig wonen. Barneveld mag trots zijn op de natuur en de gevarieerdheid van de omgeving. Barneveld is centraal gelegen in het land. Het heeft een gunstige liggen bij de A1 en A30.

In Barneveld kun je aangenaam wonen en mag men trots zijn op de samenhang in de bouwstijlen van gebouwen en woningen. Het beeld van het centrum en de wijken zorgt voor eenheid in het straatbeeld. Ook de kernen zien er netjes uit.

Uit deze citaten komt een positief beeld naar voren over het wonen in Barneveld: een groene, nette en gevarieerde omgeving waarin het prettig wonen is. Ook door middel van een aantal enquêtevragen is onderzocht welke mening burgers van de gemeente Barneveld hebben over hun directe woonomgeving, ofwel hun buurt. In onderstaande tabel 3.9 zijn de resultaten uit dit onderdeel te zien. Ruim driekwart van de mensen geven aan dat ze zich helemaal thuis voelen in hun buurt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat mensen niet snel willen verhuizen en zich voor hun buurt willen inzetten. Uit de interviews kwam het positieve aan bebouwing al naar voren, dat nog eens onderstreept wordt door de gegevens dat bijna driekwart van de respondenten de bebouwing in hun buurt als gedeeltelijk of helemaal aantrekkelijk ervaren. Tabel 3.9 Uitslag van stellingen: score 1 (mee oneens) tot en met 5 (mee eens) over de buurt en de manier waarop mensen met elkaar omgaan in percentages )* (n = 790) niet eens/gedeeltelijk Stellingen gedeeltelijk niet oneens eens oneens (nummering correspondeert met vragenlijst) eens oneens 10.1

ik voel me thuis in deze buurt

2

3

3

17

77

7

7

14

32

40

10.12 ik doe wel eens wat voor mijn woonomgeving (stoep vegen, zwerfvuil opruimen) 10.14 als het mogelijk is, ga ik uit deze buurt verhuizen 10.15 het is vervelend om in deze buurt te wonen

56

11

18

9

5

77

10

10

2

1

10.16 de bebouwing in deze buurt is aantrekkelijk

6

6

15

29

44

)* door afrondingsverschillen kan de som van de afzonderlijke percentages afwijken van 100%

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

49

Voor een aantal achtergrondkenmerken is gekeken of er significante verschillen zijn in beantwoording op deze stellingen10. Er zijn in de beantwoording van de vragen geen significante verschillen gevonden tussen mannen en vrouwen. Wel zijn er verschillen gevonden tussen verschillende leeftijdcategorieën. Leeftijd is daarbij in drie groepen verdeeld (16 t/m 40 jaar, 41 t/m 60 jaar en 61 jaar en ouder). Uit de analyse blijkt dat hoe ouder men is hoe meer men zich thuis voelt in de buurt met haar aantrekkelijke bebouwing en hoe minder men er over denkt om te verhuizen. Er is gekeken welke invloed het wel of niet hebben van een kerkelijke achtergrond voor invloed heeft op de mening over de stellingen. Uit deze analyse blijkt dat de kerkelijke inwoners van Barneveld significant positiever denken over de buurt waarin ze wonen dan niet-kerkelijke inwoners: ze scoren positiever op de stellingen 10.1, 10.12, 10.14 en 10.15. Ook woonduur is van invloed op de meningen over de buurt waarin men woont: inwoners die langer dan twintig jaar in Barneveld wonen scoren significant positiever op stellingen 10.1 en 10.12 dan inwoners die twintig jaar of korter in Barneveld wonen. Daarnaast blijkt de woonvorm een behoorlijke invloed te hebben op hoe inwoners over de buurt denken en met elkaar omgaan: huurders scoren negatiever op stellingen 10.1, 10.14, 10.

15 en 10.16 dan mensen die een koopwoning hebben. Samenvatting woonbeleving in gemeente Barneveld Bijna driekwart van de inwoners vindt de bebouwing in hun buurt aantrekkelijk. Ze genieten van de natuurlijke omgeving en de afwisseling van de natuur. De uitvalswegen rond Barneveld maakt het een zeer bereikbare gemeente. Hoe langer iemand in gemeente Barneveld woont, hoe positiever hij is over de woonomgeving. Ook een hogere leeftijd, een koopwoning en kerkelijke betrokkenheid heeft hier positieve invloed op. Deze groepen zijn ook het minst geneigd te verhuizen. Hoe langer iemand in Barneveld woont hoe meer men zich inzet voor zijn of haar woonomgeving. Het maakt niet uit of iemand in een huur- of koopwoning gevestigd is. De mensen die het vaakst aangeven wat voor hun woonomgeving te doen zijn de mensen in de leeftijdscategorie 41 tot en met 60 jaar, mensen die langer dan twintig jaar in hun huidige woonplaats wonen, en mensen met een kerkelijke achtergrond. 3.2.2 VOORZIENINGEN IN BARNEVELD In het onderzoek zijn geen directe vragen gesteld over de beleving van het voorzieningenniveau in Barneveld. Om daar een goed antwoord op te geven zou een aparte studie uitgevoerd moeten worden. Toch is het een thema dat onlosmakelijk verbonden is met leefbaarheid en sociale samenhang. Uit de vele opmerkingen in de interviews blijkt dat dit ook geldt voor de respondenten in Barneveld.

Voorzieningen zorgen namelijk voor een gevoel van prettig en gemakkelijk wonen of voor ontmoeting met dorpsgenoten. Algemene tevredenheid over recreatieve mogelijkheden en groen Over het algemeen prijst men de omgeving waar voldoende mogelijkheden zijn om te recreëren en te fietsen, waar het landelijk karakter en het vele groen in de omgeving het

10

50

Dit is gedaan met behulp van Mann-Whitney en Kruskall-Wallis toetsen.

Kracht en kwetsbaarheid

prettig wonen maakt. Ook over de bebouwing van Barneveld en omliggende dorpen is men tevreden. Barneveld mag er trots op zijn dat het een geheel vormt met goede voorzieningen; theater, bibliotheek, winkels, gezondheidszorg en openbaar vervoer. Er is een aantrekkelijk centrum. Barneveld mag trots zijn op het kasteel De Schaffelaar en het bijbehorende theehuis. Er is ook veel aandacht voor het terugbrengen van gebouwen in hun oude functie. Het Schaffelaartheater is een punt van trots. Er zijn voldoende speeltuintjes, trapveldjes, waterpartijen, bruggetjes en gevarieerde bouw van huizen.

De verschillende kernen en dorpen rond Barneveld maken wel dat de voorzieningen verspreid liggen in een vrij groot gebied. Dit heeft zo zijn voor- en nadelen. Als nadeel wordt de bereikbaarheid met openbaar vervoer genoemd. Het openbaar vervoer daar wordt over geklaagd. Het is onbetaalbaar. Maar je krijgt er veel positieve andere dingen voor terug. Je woont op een mooie plek en met de fiets en auto kom je een heel eind. Zeker voor ouderen betekent het openbaar vervoer een stukje vrijheid om zelf mensen en voorzieningen op te zoeken. Meer buurtbussen zou een optie kunnen zijn.

Voorzieningen voor ontmoeting Uit het onderzoek komen veel voorstellen voor voorzieningen per kern, dorp of wijk. Maar één van de respondenten brengt heel treffend onder woorden, dat het wel de integratie bevordert met anderen buiten je eigen buurt als je voor voorzieningen naar een ander dorp moet. “In Garderen moeten meer sportgelegenheden komen, we hebben alleen een voetbalvereniging en verder is het altijd buiten het dorp dat we moeten gaan sporten, misschien is dit juist wel goed omdat je dan geen isolatie maakt.”

Andere respondenten stellen juist de eigen voorzieningen per dorp zeer op prijs: “Op zich zie je de pogingen dat ze het dorp echt dorp laten zijn. De Glindster [dorpshuis van De Glind], de voetbalvereniging: als de gemeente daar energie in blijft steken, dan zijn dat dingen waar Barneveld trots op mag zijn.” Voorzieningen en sociale samenhang gaan hand in hand. Het is belangrijk om elkaar te leren kennen, activiteiten met elkaar te ondernemen of elkaar zo maar te treffen. Het is belangrijk om elkaar te treffen, daarom pleit meneer voor een winkel en supermarkt in elk dorp.

In de Barneveldse wijken Zuid III wijk en De Burght zijn bijvoorbeeld nauwelijks winkels waar mensen elkaar kunnen treffen. Het gaat echter niet alleen om winkels, ook buurt- of dorpshuizen worden genoemd als ontmoetingsruimtes waar in geïnvesteerd mag/moet worden. Zo wordt genoemd dat De Glind, Garderen en Barneveld De Burght een ontmoetingsplek willen die voor iedereen toegankelijk is: De Koepel, het dorpshuis van Garderen onmiddellijk afbreken en de bouw van een nieuw multifunctioneel dorpsontmoetingscentrum en een nieuwe sportaccommodatie realiseren waar voor iedereen wat te doen is; club voor je jongeren, uitgaansgelegenheid voor de tieners, sportclub(s), middagactiviteiten voor de ouderen, een plek voor de muziek enz.

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

51

Er is vraag naar multifunctionele gebouwen waar voor allerlei leeftijden verschillende activiteiten worden aangeboden maar waar ook ontmoeting tussen oud en jong plaatsvindt. Met name in de kleinere kernen kunnen multifunctionele gebouwen het lokale voorzieningenniveau aanzienlijk versterken. Opmerkelijk is ook dat veel organisaties ruimte ‘tekort’ komen. Mevrouw weet dat de volksuniversiteit, ‘de club’ voor verstandelijk gehandicapten en de plaatselijke kickboksvereniging ruimte zoeken om hun activiteiten onder te brengen. Het is volgens haar belangrijk dat de verschillende verenigingen dit van elkaar weten zodat zij hierin gezamenlijk actie kunnen ondernemen en eventueel ‘samen’ kunnen huren. De gemeente zou hierin een actievere rol moeten spelen.

Mensen willen elkaar ontmoeten, niet alleen binnen gebouwen maar ook gewoon buiten in parken en plantsoenen met wat bankjes. Eén citaat: In Barneveld mist mevrouw plekken waar jong en oud elkaar kunnen ontmoeten en met elkaar iets kunnen doen. Er is hier en daar wel een bankje maar een gezellige plek ontbreekt.

Deze zogenaamde ‘groene ontmoetingsplaatsen’ kunnen opgeleukt worden met bijvoorbeeld (schaak)tafels, bankjes, pleintjes en speeltoestellen. Er zijn ideeën om elkaar te ontmoeten bij een kinderboerderij waar de zorg voor de dieren en omliggende bankjes plaats vindt door de buurt zelf. Ontmoeting en ontspanning vindt ook plaats bij sportvelden al dan niet in verenigingsverband. Verschillende dorpen pleiten voor meer sportvoorzieningen in hun dorp, met name voor de jongeren. Jongeren Voorzieningen voor jongeren wordt vaak genoemd als leefbaarheidvragen aan de orde komen. Een nadeel van de wijk ‘de Burght’ begint bij het ouder worden van de kinderen op te vallen. Er zijn in deze wijk geen voorzieningen voor 12+. Er zijn momenteel geen overlastsituaties van jongeren in deze wijk maar voor deze groep moeten voorzieningen worden getroffen zodat ze elkaar kunnen ontmoeten en contacten leggen.

Als voorbeelden worden veel fysieke voorzieningen genoemd zoals een bioscoop, uitgaansgelegenheden waaronder een disco, recreatiefaciliteiten als een zwembad, karten of een poolcentrum. De afgebroken skatebaan opnieuw opbouwen heeft in ieder geval prioriteit vinden de jongeren in Barneveld. Ook de activiteiten die voor jongeren worden georganiseerd kunnen uitgebreid worden in bijvoorbeeld de buurt- en dorpshuizen. Woonruimte Voldoende en geschikte woonruimte voor starters en ouderen is een uitdaging waar onder andere de woningstichting en de gemeente voor staan. Bewoners die sociale, maatschappelijke of economische binding met de gemeente Barneveld hebben, moeten voorrang krijgen bij de toewijzing van huurwoningen omdat de vraag groter is dan het aanbod. In de kleine kernen geldt zelfs voorrang voor binding aan de betreffende kern. Starters hebben het moeilijker in de gemeente Barneveld met de toewijzing van woningen.

Ouderen die een steeds hogere leeftijd bereiken en de wens hebben om zo lang mogelijk zelfstandig te wonen, vragen geschikte huisvesting en goed toegankelijke voorzieningen.

52

Kracht en kwetsbaarheid

Mensen maken zich zorgen of deze twee groepen, starters en ouderen, wel in Barneveld kunnen blijven wonen of dat ze noodgedwongen elders een plek moeten vinden. Scholen Scholen vormen een belangrijke voorziening en ontmoetingsplek voor kinderen en ouders uit dezelfde buurt of wijk. In Barneveld is men positief over de rol van scholen. Verkeersveiligheid is een probleem als kinderen naar Hoevelaken bij Amersfoort gaan fietsen. Ook is dat niet goed voor de sociale kwaliteit. Dan is een school in het dorp belangrijker voor de binding met de wijk en de verkeersveiligheid. Scholen hebben een functie want ouders treffen elkaar daar. Door verdergaande mobiliteit mis je dat soort dingen. Er is één school In de wijk Zuid-III met speelvoorzieningen waar kinderen uit de buurt gebruik van mogen maken. Dikwijls wordt de school gebruikt om te vergaderen. Mevrouw spreekt hier lovend over omdat dit de enige voorziening is die mensen bij elkaar brengt in de wijk Zuid-III.

Nadeel is dat er alleen openbare lagere scholen zijn in Barneveld maar geen openbaar voorgezet onderwijs. Alleen voorgezet onderwijs op reformatorisch en Christelijke grondslag. Voor openbaar onderwijs moet je naar Ede of Amersfoort.

Het mooie voorbeeld van ontmoeting van kinderen op een christelijke en openbare basisschool is de school in de wijk de Burght. Daar vindt ontmoeting en integratie al op zeer jonge leeftijd plaats. Dit schooljaar is dan eindelijk het gebouw in de wijk de Burght opgeleverd waar de openbare school en de Hervormde school zich hebben gehuisvest. Het schoolplein loopt in elkaar over waardoor de kinderen van de beide basisscholen met elkaar kunnen spelen. Een kinderdagverblijf heeft ook een plek gekregen in hetzelfde gebouw.

Samenvatting voorzieningen in Barneveld Mensen vinden het prettig wonen in Barneveld zowel door het landelijke karakter als de aanwezige voorzieningen waar ze hun trots over uitspreken. Gemeente Barneveld bestaat uit verscheidene dorpen die verspreid liggen in een vrij groot gebied. De mensen willen elkaar graag in hun eigen dorp of wijk ontmoeten en pleiten daarom voor voorzieningen op dat niveau. Voorzieningen zorgen voor versterking van de onderlinge ontmoeting. Dit kunnen buurthuizen, speelplaatsen, parken, recreatiemogelijkheden voor jongeren of scholen zijn. Mensen van verschillende leeftijden, religieuze overtuiging of culturele achtergrond wonen door elkaar en willen voorzieningen waarbij ze ook elkaar leren kennen. Als overige aandachtspunt wordt de woonruimte voor de starters op de markt die in Barneveld zijn opgegroeid en ouderen die in een aangepaste woning zelfstandig kunnen blijven wonen. 3.2.3 SCHOON, HEEL EN VEILIG Deze paragraaf gaat in op de vraag of maatschappelijke organisaties en burgers in Barneveld de woonomgeving als schoon, heel en veilig ervaren. Om te beginnen geeft tabel 3.10 weer hoe organisaties de leefbaarheid van de openbare ruimte in de gemeente ervaren. Ongeveer driekwart van de organisaties is het (gedeeltelijk) eens met de stellingen dat de gemeente Barneveld schoon, heel en veilig is.

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

53

Tabel 3.10 Meningen over leefbaarheid van de openbare ruimte in gemeente Barneveld (n = 57) in percentages Stellingen gedeeltelijk gedeeltelijk oneens eens oneens (nummering correspondeert met vragenlijst) eens 13.1 ik vind de openbare ruimte in de gemeente schoon 13.2 ik vind de openbare ruimte in de gemeente heel 13.3 ik vind de openbare ruimte in de

5

12

33

44

4

7

44

23

9

40

39

4 gemeente veilig *de mening niet mee eens/niet mee oneens is niet in de tabel verwerkt

Elke van de aspecten van leefbaarheid, schoon, heel en veilig, wordt hieronder afzonderlijk uitgelicht. Schoon Barneveld Een belangrijk aspect van leefbaarheid is de mate waarin de woonomgeving als schoon en netjes wordt ervaren. Uit het onderzoek blijkt dat professionals van diverse organisaties die werkzaam zijn in (onder andere) Barneveld over het algemeen tevreden zijn over hoe schoon het dorp en de rest van de gemeente is. Driekwart van de medewerkers van organisaties vinden de openbare ruimte van Barneveld schoon (zie tabel 3.14). Ditzelfde positieve beeld komt ook in de interviews naar voren: “Het is een nette gemeente met perfect onderhouden dorpen.” “De straten zijn schoon (geen zwerfafval en hondenpoep) en het groen wordt goed onderhouden door de gemeente. De leefbaarheid in wijken wordt door de gemeente aangepakt. Zo zijn de huizen in de bloemenbuurt gesloopt en is de wijk aantrekkelijker geworden voor haar bewoners.” Barneveld wordt als een schone gemeente ervaren. Volgens de respondenten was het zelfs de schoonste gemeente van de regio. Het plaatselijk belang in Voorthuizen zorgt voor voldoende groen in het dorp en woningstichting Barneveld is actief om straten met huurwoningen netjes te houden door op tijd onderhoud uit te voeren.

Natuurlijk zijn er weleens vuilnisbakken omgetrapt of liggen er bij een gebouw dat gesloopt wordt tientallen lege blikjes, maar over het algemeen zijn de wijken schoon en veilig. Er wordt rekening gehouden met de komst van duizenden vakantiegangers in de zomermaanden. Het dorp moet er netjes uitzien en wordt vaker gecontroleerd op zwerfafval. “De Glind is schoon; en heel: er wordt hier geen rotzooi gemaakt.” De buitengebieden zijn netter dan het dorp Barneveld. Dat komt door de rayonbeheerder waardoor er sneller contact wordt gezocht met elkaar om de troep op te ruimen of diegene aan te spreken die de rotzooi heeft gemaakt. Volgens de respondenten vervult de gemeente een actieve rol in het schoon houden van de openbare ruimte. Vervuiling door hondenpoep op de stoep of op het gras, graffiti en zwerfafval komen voor maar de gemeente draagt zorg voor het schoonhouden van de gemeente. Ook betrekt zij de jongeren en wijkplatforms bij de jaarlijkse Landelijke Opschoondag waarmee met alle burgers samengewerkt wordt aan een schone woonomgeving.

Heel Barneveld 67 procent van de organisaties die de enquête hebben ingevuld, zegt dat ze het eens zijn met de stelling ‘ik vind de openbare ruimte in de gemeente heel’ (tabel 3.14). De interviews bevestigen dit beeld.

54

Kracht en kwetsbaarheid

Er vindt in Barneveld geen verwaarlozing van bepaalde gedeelten in wijken en buurten plaats. Er vindt snel herstel plaats en als er ergens graffiti is wordt het snel schoongemaakt. Er is weinig graffiti. Er zijn ook weinig vernielingen. Dat kan na een aantal jaren zo weer omslaan. Het is ook wel erger geweest. Als je het hebt over gebieden waar het minder schoon en veilig is, dan moet er op straatniveau gekeken worden en niet op wijkniveau. In een deel van Barneveld-centrum is bijvoorbeeld meer verpaupering en overlast van bijvoorbeeld graffiti op muren. Dit zijn straten met overwegend huurhuizen waar een grote groep Molukkers woont.

Soms heeft een bepaalde wijk of straat meer aandacht nodig. Dat was ook het geval voor de wijk Oldenbarneveld vóór de renovatie. “Tien jaar geleden zijn de oudste woningen in de wijk Oldenbarneveld gesloopt en zijn er nieuwbouwwoningen gekomen. De wijk laat een diversiteit aan (nieuwbouw)woningen zien, een plein met kleine winkeltjes (Turkse levensmiddelen, kapper, café) en door de ligging van straten is het een overzichtelijke wijk.”

Als reden voor de renovatie van de wijk Oldenbarneveld wordt genoemd dat de wijk aandacht nodig had op het gebied van vandalisme en heelheid. De bewoners waren niet tevreden over de wijk. Gevolg is echter dat de problemen zich elders voor gaan doen. De nieuwe woningen in de wijk Oldenbarneveld zorgden ervoor dat veel allochtonen naar de wijken Goudenstein en Valkhof zijn verhuisd en deze wijken nu als ‘probleemwijken’ worden aangemerkt. Het bekende ‘uitwaai-effect’ vond plaats.

De woningstichting houdt de vinger aan de pols en houdt de gebieden die extra aandacht nodig hebben in de gaten. Per november 2009 heeft de woningstichting fulltime een wijkbeheerder in dienst die een eigen wijkkantoor heeft in de buurt Oldenbarneveld. Hij werkt met name in de aandachtswijken; Valkhof, Zuid 2 en 3, Oldenbarneveld, (oude) Bloemenbuurt en een wijk in Voorthuizen. In deze wijken zie je een grotere concentratie aan huurwoningen met bijbehorende problemen rond de sociale samenhang en leefbaarheid. Na een aantal maanden kan al gezegd worden dat steeds meer huurders uit de genoemde wijken de wijkbeheerder weten te vinden. Hij is dagelijks aanwezig in de wijk en aanspreekbaar voor de buurtbewoners.

Veilig Barneveld Van de organisaties geeft 79 procent van de respondenten in de enquête aan dat zij de openbare ruimtes in Barneveld als veilig ervaren (tabel 3.14). Ook in de interviews spreken mensen van een veilig Barneveld. “Het gevoel van veiligheid in het centrum van Barneveld is gestegen.” “Weinig tot geen criminaliteit, agressie of excessen.” “Ik voel me veilig in de wijk ‘de Burght’ maar fiets ´s avonds niet langs de weilanden naar het centrum van Barneveld. Er is na lange tijd verlichting aangelegd langs dit fietspad waardoor het gevoel van veiligheid is gestegen bij de bewoners van ‘de Burght’”. Op het gebied van veiligheid zijn veel stappen gezet. Er zijn veel camera’s. De politie is grote zorgdrager voor de veiligheid. In de gemeente Barneveld zijn 5 wijkagenten. In de politie-unit zit ook Nijkerk waar 5 wijkagenten werkzaam zijn en 1 agent voor Scherpenzeel. De politie-unit wordt geholpen door acht BOA’s. Er zijn goede onderlinge verhoudingen en ze pakken de politie veel werk uit handen. Zij regelen bijvoorbeeld de

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

55

afhandeling van klachten. In het algemeen spreekt de politie van een toegenomen onrust op het gebied van veiligheid. “De veiligheid lijkt onder druk. We merken dat mensen snel bang zijn. De politie probeert regelmatig te zeggen dat de meeste op spullen uit zijn en niet op jou als persoon. Dat laatste zijn de excessen, maar door programma’s als opsporing gezocht lijken dit soort excessen tegen personen steeds vaker te gebeuren waardoor mensen bang worden.”

Dit geldt echter voor heel Nederland. Specifiek voor Barneveld geldt dat de sociale controle de politie helpt bij het handhaven van de veiligheid omdat er extra gelet wordt op onbekende mensen. In de buitengebieden wordt ieder die vreemd is met een soort argwaan bekeken. Als ze weten ‘dat is die van die’ dan ben je al de helft op weg. Maar als een vreemde met hennepplantages gaan rotzooien dan wordt dat zo aan de politie verteld. In de zomermaanden komen er meer inbraken en berovingen voor, met name bij ouderen. De afgelopen jaren is het voorgekomen dat groepen zigeuners hiervoor verantwoordelijk zijn. Vooral ouderen moeten hierover geïnformeerd worden. Niet alleen raampjes blijven ’s nachts open staan maar ook tassen met portemonnees ‘die voor het grijpen liggen’ worden gestolen. In Garderen, Stroe en Voorthuizen komen veel toeristen. Dat brengt een soort risico met zich mee. Sommige mensen wonen er semi-permanent. Van anderen weten we wie er zijn. Maar we weten ook dat er criminelen structureel in het gebied zijn en die de campings mogelijk als uitvalsbasis gebruiken. We weten alleen niet hoeveel dit er zijn. De permanente bewoners kunnen een probleem opleveren omdat ze een subcultuur vormen waar de maatschappelijke problemen en de fiscus en andere financiële instanties weinig grip op hebben. Dit noemen wij ook wel de onzichtbare criminaliteit.

Overlast is niet overal een probleem. Maar we vragen wel of de campingeigenaren hun gasten registreren zodat erop ingespeeld kan worden door rekening te houden met preventieve indicaties. Burgers van Barneveld willen zich inzetten voor een veilig Barneveld. Ze hebben zich massaal opgegeven om de politie te helpen door zich op te geven bij Burgernet. Burgernet is bedoeld als manier om burgers te betrekken als hulp bij opsporingen. Burgers openen hun ogen door extra alert te zijn op veiligheidsaspecten en signalementen bij opsporingen. Onderlinge verschillen die soms kunnen leiden tot spanningen, vallen bij Burgernet we. Want het maakt niet uit of je christen bent of niet, of je in een van de dorpen in het buitengebied woont of niet, of je Moluks bent of niet. Iedereen kijkt gezamenlijk om naar veiligheid.

Overlast Over overlast door jongeren wordt veel geklaagd. Het is een onderwerp wat ook valt onder leefbaarheid. Het is echter moeilijk te categoriseren in schoon, heel of veilig. Vaak beslaan ze alle drie de indelingen. Maar wat is eigenlijk overlast? Voor de een ligt dat heel anders dan voor de ander. Sommige mensen vinden dat een straat waar veel kinderen op straat spelen met hun waveboards en fietsen overlast, anderen vinden het alleen maar gezellig dat ze zoveel op straat spelen en letten extra goed op in de auto. De jongerenwerkers spreken daarom liever van ‘ontmoetingsplekken’. Jongeren hebben er behoefte aan om bij elkaar te komen. Sommigen vinden dat al snel overlast.

Hangplekken voor jongeren worden vaak negatief ervaren. Jongeren zijn vooral op zoek naar een ontmoetingsplek. Het gaat gedeeltelijk om voorzieningen waar ze samen kunnen komen. Villa 29 is een plek waar jongeren samen komen en ook in de dorpshuizen en bij kerken worden activiteiten voor hen georganiseerd. Een andere plek waar ze samenkomen is in keten. In de kleinere kernen worden voorzieningen voor de jeugd veelal georganiseerd vanuit het jongerenwerk van de kerken of sportverenigingen. Ook maken jongeren gebruik van

56

Kracht en kwetsbaarheid

zogenaamde keten waar zij elkaar ontmoeten en waar onder toezicht mag worden gedronken. We moeten voorzichtig zijn met een te ruim gedoogbeleid. Belangrijk is om te zoeken naar alternatieven voor een zinvolle tijdsbesteding. Over het algemeen moet je de keten niet gaan verbieden, denkt meneer, waar moeten die jongeren anders heen. Dan gaan ze in de straten hangen. “Het is dan net een bijenkast, als je de kast weghaalt, vliegen alle bijen zoemend en onrustig in het rond.” De grens ligt wel bij het gebruik van wiet. Als dat door de politieagent geroken wordt is het direct afgelopen met de keet.

De meningen over keten zijn verdeeld, maar daar waar het samenkomen van jongeren tot overlast leidt is het devies om het contact met ze aan te gaan. Praten over grenzen, alcohol, lawaai maar ook praten over de gezelligheid van bij elkaar komen en waar de jongeren mee bezig gaan. “Maar overlast ligt niet altijd aan de jongeren, het wil niet zeggen dat er echt een probleem is. Soms ligt het ook aan de grenzen van de ouderen.” De overlast van hangjongeren in de wijk is verminderd. Toch is er volgens hem nog steeds weinig tolerantie t.a.v. de jongeren. Vaak wordt de politie gelijk gebeld zonder in overleg te gaan met hen. De focus van omwoners ligt vaak dichtbij huis. Als het in mijn straat maar goed georganiseerd is, ben ik gelukkig. Als er dan in dit ‘ideale’ plaatje iets tussenkomt is de tolerantie erg laag. Volgens hem een tendens van deze tijd waar alles ‘sneller’ moet om je zelf tevreden te stellen. In de buitengebieden heb je wel de keten. Maar die had je vroeger ook. Op zich is daar niets mis mee. Wel vindt meneer dat er iets meer controle moet zijn op het gebied van alcohol en het omgaan met meiden. Dit is typisch een taak voor ouders en directe mensen eromheen. Veel problemen kunnen makkelijk voorkomen worden als je er in eerste instantie bij betrokken bent. Ga gewoon naar binnen en drink een pilsje met hen mee. De sfeer wordt dan direct anders.

We proberen oplossingen te vinden voor overlast door jongeren. Het is typisch iets wat bij de wijkplatforms besproken kan worden en met de jongeren zelf. Je kunt met de jongeren in gesprek gaan om oplossingen te vinden voor het ‘overlast’-probleem. Bijvoorbeeld na 22:00 uur niet meer bij elkaar hangen op die en die plek. Dan kan je daar bijvoorbeeld een bord ophangen samen met de jongeren om die afspraak te bekrachtigen. Maar wel met de jongeren samen want dan zijn ze medeverantwoordelijk.

De verantwoordelijkheid voor omgaan met overlast en alcoholgebruik onder jongeren wordt in diverse citaten duidelijk neergelegd bij de ouders, mensen er omheen (buurtgenoten) en wijkplatform.

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

57

Samenvatting gemeente Barneveld schoon, heel en veilig Ongeveer driekwart van de organisaties is het (gedeeltelijk) eens met de stellingen dat de gemeente Barneveld schoon, heel en veilig is. Dat beeld wordt helemaal bevestigd in de interviews waaruit blijkt dat zowel de gemeente als de burgers hun verantwoordelijkheid nemen om zich hiervoor in te zetten. Burgers spreken elkaar bijvoorbeeld aan als er rotzooi gemaakt wordt. In een dorp gaat dat wel gemakkelijker. De woningstichting maakt gebruik van vrijwilligers voor met name de invulling van bewonerscommissies, huurdersverenigingen en contactpersonen in wooncomplexen om verpaupering tegen te gaan. Politie en burgers werken samen in het project Burgernet. Over overlast door jongeren wordt veel geklaagd. Onduidelijk is wanneer iets precies overlast is. Het gesprek aangaan en samen naar oplossingen zoeken is noodzakelijk want jongeren hebben behoefte om elkaar op te zoeken. De verantwoordelijkheid voor omgaan met overlast en alcoholgebruik onder jongeren wordt neergelegd bij de ouders, mensen er omheen (buurtgenoten) en wijkplatform. 3.2.4 VERANTWOORDELIJKHEDEN ROND LEEFBAARHEID In tabel 3.11 is weergegeven hoe de organisaties denken over wie waarin een taak heeft betreffende het schoon, heel en veilig houden van de openbare ruimtes in de gemeente Barneveld.

Wat betreft het onderhouden van openbare ruimtes vinden bijna alle organisaties dat de overheid hierin een belangrijke taak heeft. Daarna worden als meest verantwoordelijken de individuele burgers en gezinnen genoemd, en als derde professionele organisaties. Tabel 3.11 Overzicht bevestigend antwoord respondenten over welke instanties taken hebben ter bevordering van sociale samenleving en betreffende openbare ruimtes (n = 57) in percentages Wie is verantwoordelijk voor:

1*

2*

3*

4*

5*

%

%

%

%

%

14.1 het schoon houden van de openbare ruimte

97

33

44

28

72

14.2 het heel houden van de openbare ruimte

91

32

46

42

77

14.3 het veilig houden van de openbare ruimte

98

35

65

54

72

Gemiddeld percentage bevestigende antwoorden

95

33

52

41

74

Gemiddeld percentage ontkennende antwoorden

5

67

48

59

26

100

100

100

100

100

Totaal percentage antwoorden

*1. overheid, 2. commerciële partijen, 3. professionele organisaties, 4. burgerorganisaties, 5. individuele burgers en gezinnen

Uit de interviews blijkt dat de gemeente actief is op het onderhouden, toegankelijk en schoon houden van de straten in Barneveld. De mensen spreken zich positief uit over de houding van de gemeente. Als er obstakels/problemen/belemmeringen zijn die het deelnemen van mensen in Barneveld in de weg staan worden die verholpen door de gemeente. Vragen aan de gemeente over bijv. het aanpassen van een trottoir krijgen passende aandacht en er is goed overleg mogelijk.

58

Kracht en kwetsbaarheid

Meneer is heel trots op de aanpak van de gemeente op leefbaarheid. Als heel Nederland zo was als gemeente Barneveld zou het een paradijs op aarde zijn. Als er problemen zijn, zijn ze wel beheersbaar.

Tegelijk zet de gemeente, de woningstichting en divers hulporganisaties in op het tegengaan van verpaupering in buurten en wijken door het verantwoordelijk maken van bewoners voor de eigen woonomgeving. De woningstichting maakt gebruik van vrijwilligers voor met name de invulling van bewonerscommissies, huurdersverenigingen (tegen geringe vergoeding) en contactpersonen in wooncomplexen. Deze laatste groep veegt bijv. de stoep, zorgt dat er geen zwerfafval rondslingert en meldt als er iets stuk is en/of vervangen moet worden. Deze vrijwilligers zijn erg belangrijk voor de woningstichting omdat zij als het ware niet alleen de ‘ogen’ en ‘oren’ zijn, maar ook zorgen voor de leefbaarheid in de wooncomplexen. In december krijgen zij een attentie van de woningstichting. In Barneveld zijn een aantal straten/hofjes waar verschillende hulpverleningsorganisaties (Hds, gemeente, buurtbemiddeling) en vrijwilligers zijn ingeschakeld om overlastsituaties te verminderen/op te lossen. Als voorbeeld wordt een bewoner genoemd die zichzelf en zijn omgeving verwaarloosde. Hij werd geholpen om zijn huis en tuin op te ruimen. Vrijwilligers bezoeken hem regelmatig om hem verder te begeleiden en om terugval te voorkomen.

Meningen rond leefbaarheidsvraagstukken kunnen leiden tot ergernissen en zelfs ruzies. Conflicten tussen buren kunnen ontstaan door geluidsoverlast, hondenpoep, overhangend groen, stank, maar ook over pesterijen. Met behulp van 17 vrijwilligers (waarvan 1 Turkse) bemiddelt het project Buurtbemiddeling in conflicten tussen buren. Er vindt geen bemiddeling plaats als conflicten te maken hebben met ernstige psychische problemen, alcohol en drugs, geweld of mishandeling. Per jaar komen er 55 meldingen binnen. Ongeveer 14 keer per jaar zitten partijen daadwerkelijk met elkaar om de tafel voor een bemiddelingsgesprek. Uit de evaluatie komt naar voren dat 100 procent van deze bemiddelingsgesprekken goed is verlopen. Na 6 á 8 weken belt Buurtbemiddeling de mensen terug om te checken of de situatie nog steeds naar wens is. Het is voorgekomen dat dezelfde mensen nogmaals een bemiddelingsgesprek nodig hadden. De meeste aanmeldingen komen uit de kernen Barneveld en Voorthuizen. Uit de Glind heeft respondent nog nooit een melding gekregen. De aanmeldingen komen van jong en oud, van bewoners van huur- of koopwoningen. Er komen bijvoorbeeld ook meldingen van vrijstaande villa’s over het geblaf van de hond van de buren. Buurtbemiddeling geeft aan dat de afgelopen tijd de vragen waar mensen mee bij buurtbemiddeling komen complexer worden. Gebruiken die bijv.

horen bij een andere culturele achtergrond en taalproblemen maakt dat een bemiddelingspoging moeizamer verloopt. Toch kan ze stellen dat dit project de leefbaarheid en sociale samenhang in wijken en buurten vergroot. De politie krijgt bijvoorbeeld minder meldingen van overlast en verwijzen sneller door naar buurtbemiddeling.

In het project buurtbemiddeling wordt samengewerkt met de politie en woningbouwvereniging. Zo kunnen zaken die leefbaarheid aantasten snel aangepakt worden. Ook de wijkplatforms vormen een ingang om leefbaarheidsvraagstukken te bespreken en oplossingen te zoeken voor overlast, conflicten of belemmeringen. Wijkplatforms In totaal zijn er 18 wijkplatforms in de gemeente Barneveld. Zaken die vanuit de platforms worden aangepakt betreffen voornamelijk leefbaarheidsvraagstukken: overlast van zwerfafval, hondenpoep, en snelheid/veiligheid van verkeer op de rondweg en door de woonwijk heen naar het centrum, parkeerproblemen.

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

59

Het platform vormt het aanspreekpunt voor vragen vanuit de gemeente en andere instanties. Idealiter vervult één van de bewoners uit het gebied de voorzittersrol. Daarbij sluiten zich ook andere wijkbewoners aan. Dat is erg belangrijk want juist op dat niveau wordt gesproken met de gemeente. Nog niet iedereen weet de weg naar de wijkplatforms te vinden. Vervolgens sluiten er professionals aan. Professionals zijn de wijkbeheerder, de ambtenaar openbare orde en veiligheid, een rayonbeheerder van de afdeling BOR (beheer openbare ruimte), de woningstichting, jongerenwerkers en de wijkagent. De politie legt klachten van burgers over parkeerproblemen weer terug bij de mensen met de oproep om het binnen de wijkplatforms te bespreken. De jongerenwerkers zitten bij de platforms aan en praten onder andere over onderwerpen als ontmoetingsplekken (overlast-plekken), bestaande voetbalvelden waar veel poep ligt of een kaal trapveldje weer bespeelbaar maken. De jongerenwerkers gebruiken ook de signalen van de wijkplatforms om met de zogenaamde overlastjongeren in contact te komen om hen uit te nodigen om naar de Villa te komen. In de buitengebieden is dit al lastiger. Daar is soms ook overlast maar tegelijk is het daar moeilijker om een ontmoetingsplek te creëren.

Op deze manier functioneren de wijkplatforms als de ogen en oren van de gemeente Barneveld maar ook voor instanties als politie en jongerenwerkers die niet overal tegelijk kunnen zijn. Het overleg in de wijkplatforms zorgt voor inspraak en draagvlak voor bepaalde ontwikkelingen. De wijkplatforms worden door de korte lijntjes met deze instanties strategische partners van elkaar. Dit geeft ook verantwoordelijkheden over en weer. De gemeente moet de wijkplatforms blijven betrekken om zo de verantwoordelijkheid voor de woonomgeving te spreiden. Bij de ‘verplaatsing’ van de skatebaan hadden de wijkplatforms graag meegedacht. De gemeente heeft wel een misser gemaakt met de aanleg van de skatebaan. Dat hebben ze niet via de wijkplatforms in het dorp ter discussie gesteld. Het is een gemiste kans dat burgers er met elkaar over praten en discussiëren en dat de gemoederen wat gemasseerd worden. Nu is er veel tegenstand over de plek waar hij is terechtgekomen en het lawaaioverlast.

Bij andere onderwerpen denkt de gemeente direct mee met de initiatieven uit de platforms. Zo zijn speciale boa-inspecteurs aangesteld om de overlast van hondenpoep tegen te gaan, zijn trottoirs aangepast aan mindervalide buurtbewoners en gaat de gemeente zwerfafval tegen door een ‘scharrelbak’ in te zetten (aanhangwagen met prikkers, bezems, vuilniszakken enz. die je kunt lenen in de milieustraat).

Daarbij is een omslag te bemerken in onderwerpen waar over gesproken wordt. Toen de wijkplatforms net begonnen waren, waren ze met name bezig met de infrastructurele onderwerpen zoals een losse stoeptegel enz. Nu moeten ze de omslag gaan maken naar het nadenken over beleid. Bijvoorbeeld een speeltuintje willen we die wel, past het bij de demografische ontwikkelingen in de wijk, en wat zou de beste locatie daarvoor zijn. Op dit moment is het speelbeleidsplan heel actueel gespreksonderwerp bij de wijkplatforms.

De wijkplatforms kunnen volgens andere organisaties hun positie nog beter gebruiken om de leefbaarheid in de wijken en dorpen te vergroten. Dat kan bijvoorbeeld door het organiseren van activiteiten. Vanuit de Woningstichting wordt de komende tijd ingezet op ondersteuning van deze platforms om te komen tot een actievere rol. Enkele voorbeelden: � Bijdrage aan buitenkasten/spelen op straat in de wijken Valkenhof en Oldenbarneveld. In de kernen Stroe en Ter Schuur worden later in 2010 de buitenkasten gerealiseerd. � Overkapping fietsenstalling, aanbrengen schoonloopmat, aanpak trappenhuizen.

60

Kracht en kwetsbaarheid

� � �

Bijdrage aan diverse festiviteiten zoals kerstdiner, zomeractiviteiten, straatspeeldag enz. Aanbrengen alarmering, achterpadverlichting. Bijdrage buurtbemiddeling.

kerstbrunch,

buurtfeest,

De rol van wijkplatforms is in dit onderzoek besproken in een themabijeenkomst op 6 september in de bibliotheek in Barneveld. Hier waren veel van de wijkplatforms vertegenwoordigd, en daarnaast een aantal andere organisaties (Woningstichting, Wmoadviesraad, gemeente) die graag een actieve rol van wijkplatforms zouden zien op het terrein van sociale cohesie. In de themabijeenkomst viel in de eerste plaats de diversiteit aan wijkplatforms op: enkele richtten zich voornamelijk op het oplossen van concrete overlastsituaties, andere hadden al meer structurele plannen voor hun wijk of kern. Sommige wijkplatforms worstelen met de vraag hoe ze wijkbewoners beter kunnen betrekken en informeren, andere wijkplatforms hebben hiervoor al goede structuren zoals spreekuren of openbare vergaderingen. Wijkplatform De Glind loopt voorop met haar Dorpsvisie, waar alle partijen in het dorp bij betrokken zijn geweest. Over het algemeen stonden de wijkplatforms positief tegenover het idee om ook sociale samenhang als belangrijk doel te zien. Enkele wijkplatforms doen dat al, andere nog niet. Samenvatting Verantwoordelijkheden rond leefbaarheid De dorpen schoon, heel en veilig houden is een taak van iedereen in de gemeente. Maar de overheid en de individuele burgers en gezinnen worden als partijen genoemd die het meest verantwoordelijk zijn.

Mensen zijn tevreden over de rol van de gemeente en de woningstichting bij leefbaarheidvraagstukken. Ook buurtbemiddeling is van belang want sommige buren kunnen juist op deze onderwerpen elkaar niet meer vinden. Burgers bundelen hun ideeën en inzet voor leefbaarheid ook binnen de wijkplatforms. Deze vormen het aanspreekpunt voor leefbaarheidvragen vanuit de wijk, dorp, de gemeente of vanuit andere instanties zoals politie en jongerenwerkers. Niet iedereen weet nog de weg naar de wijkplatforms te vinden en dat is jammer want juist op dat niveau wordt met de gemeente gesproken. Wijkplatforms kunnen doorgroeien om zich ook actief in te zetten voor de sociale cohesie. Want sociale en fysieke leefbaarheid blijken vaak hand in hand te gaan. 3.2.5 IDEEËN OM DE SOCIALE SAMENHANG EN LEEFBAARHEID TE VERSTERKEN In de enquête voor inwoners en organisaties van gemeente Barneveld is gevraagd: ‘Stel, de gemeente heeft een miljoen ter beschikking om te bevorderen dat mensen goed met elkaar omgaan en dat iedereen mee kan doen. Wat zou u doen met dit geld?’ Deze vraag is door 610 inwoners ingevuld. De vraag is open gesteld, voor de analyse zijn de antwoorden van de respondenten in categorieën ondergebracht. Sommigen antwoorden hoorden in verschillende antwoordcategorieën thuis. In totaal werden zo door de respondenten 868 antwoorden gegeven.

Deze bevatten uiteenlopende ideeën om de sociale samenhang een leefbaarheid te verbeteren. 51 personen denken echter dat geld helemaal niet het middel is om te zorgen dat mensen goed met elkaar omgaan en elkaar mee laten doen. De tien meest gegeven antwoordcategorieën zijn samengevat in een top 10 in tabel 3.12.

Onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid in gemeente Barneveld

61

Tabel 3.12 Wat zouden inwoners en organisaties doen met een miljoen? (n = 610) Antwoord op de vraag ‘Stel, de gemeente heeft een miljoen ter beschiking om te bevorderen dat mensen goed met elkaar omgaan en dat iedereen mee kan doen. Wat Aantal zou u doen met dit geld?’ 1. 77 x Voorzieningen of activiteiten op dorps-, wijk- of buurtniveau (32 x: dorps- of buurthuis) 2. 74 x Besteden aan mensen die het nodig hebben: minima, mensen met beperking 3. 70 x Voorzieningen of activiteiten die ontmoeting te stimuleren 4. 67 x Activiteiten (barbecues, samen eten, initiatieven van bewoners) 6. 63 x Voorzieningen voor jongeren (voor ontmoeting, ontspanning, uitgaan) 5. 48 x Iets voor ouderen (activiteiten, ontmoetingsmogelijkheid, voorzieningen) 7. 48 x Meer speelplaatsjes en activiteiten voor kinderen 8. 46 x Sport- en recreatievoorzieningen (zwembad, sporthallen) 9. 41 x Fysieke verbeteringen (parkeerplaatsen, woningen, wegen) 10. 40 x Investeren in veiligheid (meer politie, meer toezicht, maar ook verkeersveiligheid)

De respondenten geven vaak aan activiteiten specifiek voor hun wijk of dorp te willen, of dat ze investeringen gelijk over alle wijken en kernen zouden willen verspreiden. In bijna de helft van de gevallen wordt de bouw of renovatie van een dorpshuis of buurthuis genoemd. Ook organisaties die deze vraag invulden in hun vragenlijst noemen regelmatig een dorps- of buurthuis, bijvoorbeeld de volgende respondent: “In het dorp Barneveld horen op zijn minst drie buurthuizen te zijn. In de kernen horen dorpshuizen ruimte te hebben voor sociaal cultureel werk, m.n. voor kinderen, tieners en jongeren.”

Een tweede wens in de top-tien is om het geld te besteden aan mensen die het het meest nodig hebben. Genoemd worden vooral mensen die het financieel moeilijk hebben om rond te komen, maar ook mensen met beperkingen. Veel respondenten zouden graag investeren in gelegenheden om meer ontmoeting tot stand te brengen. Vaak geven ze hierbij ook een motivatie, onder andere dat ze vinden dat jong en oud elkaar niet voldoende begrijpen, dat mensen uit verschillende culturen elkaar onvoldoende kennen, of dat gelovige en niet-gelovige inwoners nu niet goed met elkaar omgaan. Ook in de enquête voor organisaties worden vergelijkbare opmerkingen gemaakt bij deze vraag. Eén van de originele ideeën om het geld te besteden is: “Elke drie jaar voorzitters van diverse besturen (sport tot en met kerk), van politieke partijen en dominees een survivaltocht laten maken om onderlinge cohesie en vertrouwen uit te bouwen.”

Niet in de top tien, maar toch vermeldenswaardig zijn de 23 antwoorden uit de enquête onder inwoners die betrekking hebben op integratie van nieuwkomers. Sommige daarvan zijn positief of neutraal geformuleerd, bijvoorbeeld: “Meer inzetten op integratie van allochtone inwoners.”

Andere antwoorden laten een zekere veroordeling of intolerantie van de respondent zien richting nieuwkomers: “Mensen die zich niet willen aanpassen aan de samenleving een cursus geven hoe men zich aan moet passen! Aan het werk gaan, aanpassen aan de cultuur, normen en waarden van de Nederlandse samenleving.” “Inburgeringscursus verplichten voor ieder die korter als acht jaar in Garderen woont of gaat wonen. Waarbij het hoofdpunt is doe maar normaal dan doe je al gek genoeg.” “De allochtonen die het elke keer verkloten voor andere eruit schoppen.” “Sommige getinte mensen socialer maken.”

62

Kracht en kwetsbaarheid

3.3 Welke groepen in gemeente Barneveld kunnen onvoldoende sociaal en maatschappelijk participeren? Een onderzoek naar sociale samenhang en leefbaarheid staat niet op zichzelf, maar streeft een bepaald doel na. Dit doel sluit aan bij de Wmo; de participatie van iedere burger aan de samenleving. Gemeenten hebben een bijzondere verantwoordelijkheid te waken voor de kansen op deelname van iedere burger aan het maatschappelijk verkeer, in het bijzonder burgers met een beperking of burgers die zich in kwetsbare sociale situaties bevinden. Ook worden burgers opgeroepen om voor elkaar klaar te staan en elkaar te helpen zodat iedereen kan meedoen. Dit Wmo kader geeft ook richting aan het onderzoek naar sociale samenhang. Er is in dit hoofdstuk bijzondere aandacht voor hoe het staat met de participatie van burgers die zich mogelijk in een kwetsbare situatie bevinden in de gemeente Barneveld. Dit wordt in paragraaf 3.3.1 besproken. In paragraaf 3.3.2 zoomen we in op het probleem van eenzaamheid in de gemeente. Als laatste komt in paragraaf 3.3.3 aan de orde hoe inwoners en organisaties van Barneveld zich inzetten om de participatie van kwetsbare mensen mogelijk te maken.

3.3.1 KWETSBARE GROEPEN IN GEMEENTE BARNEVELD Sommige respondenten geven in een interview aan dat er in Barneveld geen groepen zijn die niet goed mee kunnen doen: De aanwezigheid van kwetsbare mensen die moeilijk kunnen meedoen is mijns inziens in mijn woonomgeving niet van toepassing.

Toch kunnen we uit de enquête en interviews bepaalde groepen aanwijzen die om verschillende redenen lastig sociaal en maatschappelijk kunnen participeren. Hieronder wordt eerst nagegaan welke respondenten zelf aangeven kwetsbaar te zijn. Vervolgens worden de groepen besproken waarvan in de interviews en enquêtes is aangegeven door respondenten dat ze meer aandacht nodig hebben:allochtonen, jongeren, mensen met een verstandelijke beperking, (niet-) kerkelijken, ouderen, minima en overige kwetsbaren. Achtereenvolgens wordt per groep aangegeven op welke gebieden en waardoor de participatie aan de samenleving bemoeilijkt wordt, wat hier aan gedaan wordt en hoe hier volgens de respondenten verbetering in gebracht zou kunnen worden. Respondenten over zichzelf In de vragenlijst voor burgers is de vraag gesteld of ze zelf behoren tot één van de groepen mensen waarvan bekend is dat ze soms minder gemakkelijk mee kunnen doen in de samenleving. De antwoorden op deze vraag zijn samengevat in tabel 3.13. Deze vraag is om twee redenen gesteld: in de eerste plaats om na te gaan in hoeverre deze potentieel kwetsbare groepen aan het onderzoek deelnamen; en in de tweede plaats om de respondenten na te laten denken over alle mogelijke groepen kwetsbare mensen. Een vervolgvraag was bijvoorbeeld of de respondenten ook zelf iets deden voor deze groepen om hun meedoen mogelijk te maken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=3fda6256-b2a8-4cd1-9a98-665a576df8c4