Bijlage_Def Ontwerp-Programmabegroting 2023.pdf
Tekst van het document
Perspectief De arbeidsmarkt is krap en brengt de gemeente in een lastige positie om voldoende nieuw en nodig personeel te werven. Dit vraagt van ons om ons goed te positioneren als werkgever en de 42
unieke kenmerken van de gemeente onder de aandacht te brengen. Maatschappelijke ontwikkelingen, bijvoorbeeld door economische sancties, werken door in de beschikbaarheid van grondstoffen en materialen. Deze factoren vragen om een continu gesprek over de (prioritering van) ambities.
Wat willen we bereiken? We willen een gemeente zijn die dienstbaar, betrouwbaar en rechtvaardig is. Een gemeente die in de komende jaren inwoners, ondernemers, het maatschappelijk middenveld en bestuurlijke samenwerkingsverbanden op een betrokken manier kan (be)dienen. We willen versterken op gebiedsregie, communicatie, participatie, dienstverlening, informatievoorziening, bedrijfsvoering en samenwerking met (bestuurlijke) partners. Stapsgewijs en met een realistische blik. Zodat we onze rol ten aanzien van de maatschappelijke opgaven passend en doeltreffend op kunnen pakken. Of het nu gaat om het aanvragen van een uittreksel, het gezamenlijk met bewoners vormgeven van gebiedsagenda's of het samen met bestuurlijke partners werken aan de positie van onze regio: de betrokken spelers ervaren in het contact dat zij 'Blij met Barneveld' zijn.
Wat gaan we daarvoor doen? 4.1 Bestuur 411 Raad Speerpunt Samenwerken in netwerken
Doel (lange termijn)
Het komen tot een passende vorm van samenwerking tussen gemeenten, inwoners, ondernemers en partners bij maatschappelijke vraagstukken.
43
Bij ingewikkelde maatschappelijke opgaven is het niet meer vanzelfsprekend dat de overheid al het initiatief neemt bij het oplossen van vraagstukken. Inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers nemen steeds vaker zelf de regie. Van die kracht wil de gemeente gebruikmaken bij gebiedsgericht werken. Hiermee kan de bestuurs- en uitvoeringskracht van de gemeente versterkt worden. Daarom zet de gemeente in op een verdere implementatie om te komen tot een gemeentedekkende aanpak van gebiedsgericht werken. Daarbij staan de dorpen en wijken centraal en werken we aan een nieuw geformuleerd eigentijds dorpenbeleid. Daarin gaan we samen na hoe we de dorpenrepresentatie zo goed mogelijk vormgeven. Per dorp en wijk maken we vervolgens een passende aanpak over de wijze van samenwerken. Het accent zal daarbij in eerste instantie liggen op het in kaart brengen van de behoefte per dorp en de eventuele wens om te komen tot een verdere ontwikkeling van de 'spreekbuis' per dorp. Vervolgens stellen we via gebiedsregie met de dorpen en wijken gebiedsagenda's op. Inhoud
Het nieuwe dorpenbeleid zorgt in samenhang met het gebiedsgericht werken voor een goede verbinding tussen de 'systeemwereld' van het gemeentehuis en de 'leefwereld' daarbuiten. De versterking van de samenwerking tussen gemeente en samenleving, met een eigentijdse verdeling van verantwoordelijkheden, brengen we ook tot uitdrukking via ons nieuwe participatiebeleid. De gemeenteraad heeft dit in 2022 vastgesteld en vanaf 1 januari 2023 gaan we ermee werken. We besteden daarbij nadrukkelijk aandacht aan de communicatie met inwoners in participatietrajecten. De uitvoering van het participatiebeleid loopt samen op met de invoering van de Omgevingswet. Naast het beleidsdocument is er ook een inspiratiegids gemaakt om medewerkers en de samenleving op weg te helpen. Ook drie opgestelde handleidingen zijn daarbij behulpzaam. Op basis van recente ontwikkelingen versterken we het participatiebeleid verder en zorgen we dat dit beleid geborgd is in de organisatie.
Voor de verdere uitrol van het gebiedsgericht werken is structureel een aanvullend budget van € 50.000 opgenomen. (beleidstoevoeging) Over de financiering van het opstellen van een dorpenbeleid worden gesprekken gevoerd Financiën met de provincie Gelderland. Voor de uitrol van het participatiebeleid is aanvullend budget opgenomen via de beleidstoevoeging Omgevingswet. Zie het speerpunt "Visie op en groei van Barneveld" in programma 3. Het dorpenbeleid zal medio 2023 gereed zijn voor besluitvorming. Daarnaast zullen gedurende 2023 de verschillende dorpsagenda's vanuit het gebiedsgericht werken Planning beschikbaar komen. De exacte planning is afhankelijk van het verloop van het participatieproces en de beschikbaarheid van ambtelijke capaciteit in de organisatie. Het tijdig beschikbaar hebben van ambtelijke capaciteit voor de verdere implementatie van het gebiedsgericht werken. Het beschikbaar stellen van financiering vanuit de provincie Gelderland voor het Risico’s formuleren van het dorpenbeleid. Er is een kans dat de Omgevingswet niet op 1 januari 2023 in werking treedt. Dit heeft geen invloed op het gaan werken met het nieuwe participatiebeleid, met uitzondering van het onderdeel waarin participatie verplicht is bij initiatieven van buiten.
Speerpunt Dienstverlening en communicatie
Doel (lange termijn)
Betere dienstverlening voor inwoners, bedrijven en instellingen, waarbij zij in het contact met de gemeente ervaren: “Ik ben blij met Barneveld”.
44
De gemeente zet in op het verder doorontwikkelen van haar dienstverlening. De komende jaren willen we 80% van de (eenvoudige) vragen bij het eerste contact afhandelen. Uiteindelijk zal 98% van de aanvragen, meldingen en klachten direct bij de juiste behandelaar terecht komen en afgehandeld worden volgens onze servicenormen. Van kastje naar de muur of meerdere keren de gemeente bellen om een antwoord te krijgen is dan verleden tijd. Je weet waar je aan toe bent als je zaken doet met de gemeente.
Inhoud
Financiën
Planning
In 2023 richten we ons in de verbetering van de dienstverlening onder andere op: het mogelijk maken van volledig digitaal afhandelen van (aan)vragen en meldingen bij de gemeente (wet Modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer). Het is overigens hierbij niet de bedoeling dat de mogelijkheid om een aanvraag via de balie of een gesprek op locatie te regelen komt te vervallen (ook omdat dit wettelijk soms verplicht is). De inzet is om online een volwaardig alternatief te kunnen bieden voor inwoners die dit wensen; de verdere uitrol van de persoonlijke internet pagina voor inwoners en bedrijven om een aanvraag bij de gemeente te volgen en af te handelen; het beschikbaar hebben en actief delen van voortgangsinformatie over de aanvraag en afhandeling van een grotere groep producten en diensten voor inwoners en bedrijven; het online ontsluiten van meer gemeentelijke informatie voor inwoners en bedrijven (wet Open Overheid); het verbeteren van de digitale toegankelijkheid van onze websites, extranetten en webbased systemen (Tijdelijk besluit digitale toegankelijkheid), zodat ook mensen met een lichamelijke of psychische beperking gebruik kunnen maken van onze online informatie en dienstverlening; het voortzetten van het Inwonerspanel Barneveld; het uitbreiden van onze communicatie met omwonenden en belanghebbenden bij projecten die worden uitgevoerd in onze gemeente; het
actualiseren van de huisstijl om de gemeente duidelijk en herkenbaar als gesprekspartner neer te zetten richting inwoners en ondernemers; het versterken van onze frontoffice, ofwel van de teams die het eerste contact met onze inwoners hebben. Niet alleen om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen, maar ook om een serviceniveau te kunnen bieden dat beter aansluit bij de eisen van de huidige maatschappij. Voor de eigentijdse dienstverlening is aanvullend budget opgenomen. Het gaat hierbij om: € 475.000 incidenteel / €10.000 structureel voor 2023; € 305.000 incidenteel / € 30.000 structureel voor 2024; € 200.000 incidenteel / € 30.000 structureel voor 2025 en € 180.000 incidenteel / € 30.000 structureel voor 2026. (beleidstoevoeging) Voor de herijking (ontwikkeling) van de huisstijl is incidenteel aanvullend budget opgenomen van € 25.000. (beleidstoevoeging) Overige activiteiten worden gedekt uit bestaand budget. We voldoen eind juni 2023 aan de wet Modernisering elektronisch verkeer (recht op digitaal zaken doen voor inwoners). Eind 2023 is de eerste koppeling met het Platform Open Overheidsinformatie gelegd. Dit is het online portaal waar actief openbaar gemaakte overheidsinformatie te vinden is. De gemeente zal daarmee in het kader van de Wet open overheid (Woo) meer informatie actief openbaar maken.
De persoonlijke internetpagina en voortgangsinformatie komen gedurende het hele jaar in clusters van producten en diensten beschikbaar voor aanvragers. Eind 2023 kunnen we via het klantportaal volledige voortgangsinformatie over alle producten en diensten bieden.
Risico's
45
Speerpunt Versterken positie gemeente Barneveld in de regio
Doel (lange termijn)
Inhoud
Continueren en verstevigen van de samenwerking in de regio's. Met daarbij de eerste focus op de regio Foodvalley. Inzetten op verdere versterking van de identiteit en positie van de gemeente Barneveld. Krachten bundelen en via gerichte public affairs en lobby verschil maken in het belang van de gemeente Barneveld. Er wordt een strategische agenda gemeente Barneveld opgesteld om meer focus te ontwikkelen op de strategische lobbydossiers. In aansluiting daarop brengen we de specifiek Barneveldse thema's en doelen onder de aandacht via lobby en public affairs. We nemen (bestuurlijk en ambtelijk) voortouw binnen de regio Foodvalley bij de nadere uitwerking van de grote transitieopgaven. Daarbij stemmen we actief af met regio Amersfoort voor wat betreft de verstedelijking en bereikbaarheid en met regio Veluwe met betrekking tot toerisme en recreatie.
Financiën Activiteiten worden gedekt binnen bestaand budget. Opstellen strategische agenda gemeente Barneveld: eerste helft 2023. Planning Uitvoeringsplan lobby en public affairs gemeente Barneveld: eerste helft 2023. Er op toezien dat de democratische besluitvorming van de regio('s) geborgd is, waarbij Risico’s de gemeenteraad op het juiste moment besluiten neemt.
4.2 Interne dienstverlening 422 Ondersteuning organisatie Speerpunt Versterken realisatiekracht middels Barneveld Groeit We werken aan een toekomstbestendige en robuuste organisatie. De manier waarop we als Doel (lange organisatie (samen)werken sluit aan bij de groei en schaalsprong van de gemeente naar regionale termijn) speler, de veranderende rol als netwerkpartner, dienstverlening conform de ambitie ‘Blij met Barneveld’ en alle andere huidige en toekomstige (verander)opgaven. Na een periode van voorbereiding in de eerste helft van 2022 is het plan medio 2022 omgedoopt tot ‘Barneveld Groeit!’ en is er een programmamanager aangesteld om deze ontwikkeling vorm en inhoud te geven. Er zijn vijf ontwikkellijnen benoemd waaraan in de komende jaren aandacht wordt besteed: Inhoud 1. Mens in ontwikkeling; 2. Versterken strategisch vermogen; 3. Opgavegericht werken; 4. Krachtige bedrijfsvoering; 5. Werken waar we nodig zijn. Voor het groeiplan is tot en met 2024 in totaal € 1 miljoen door de raad ter beschikking gesteld. Het gaat hier expliciet over de begeleidingskosten van het programma; de kosten van de inzet van mensen en middelen worden vanuit de reguliere organisatie gedekt. In 2023 staat voor Barneveld Groeit! in totaal € 390.000 aan incidentele middelen gepland. Voor Financiën 2024 resteert een budget van € 100.000 incidenteel.
Planning Risico’s
Daarnaast zijn er voor het (al dan niet tijdelijk) versterken van extra uitvoeringskracht via de beleidstoevoegingen in de begroting extra middelen opgenomen. Zie paragraaf Bedrijfsvoering voor verdere toelichting. Uitvoering gestart, eindigt op 31 december 2024. Werkdruk, waardoor er onvoldoende tijd is voor de ontwikkeling. Cultuur.
46
4.3 Algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen
Wat gaat het kosten? Financiële tabel
4. Bestuur en interne dienstverlening Saldo van baten en lasten 4.1 Bestuur 411 Raad 412 B&W 413 Bestuurlijke samenwerking
bedragen x € 1.000 Begroting 2023 Lasten Baten Saldo - 3.060 - 1.417 - 1.074 - 569
244 244 -
- 2.816 - 1.173 - 1.074 - 569
4.2 Interne dienstverlening 421 Beheer overige eigen gebouwen en gronden 422 Ondersteuning organisatie
- 31.243 - 1.790 - 29.452
1.820 1.009 811
- 29.423 - 782 - 28.641
4.3 Algemene dekkingsmiddelen 431 Treasury 432 Belastingen 433 Algemene uitkering 434 Overige baten en lasten 436 Werken voor derden
- 1.380 - 284 - 1.424 - 233 - 792 1.352
115.273 846 16.795 97.336 4 292
113.893 563 15.371 97.104 - 788 1.644
Saldo van baten en lasten
- 35.683
117.337
81.654
Mutatie reserves 4.4 Resultaatbepaling 441 Mutaties reserves
- 6.209 - 6.209
9.861 9.861
3.652 3.652
Mutatie reserves
- 6.209
9.861
3.652
Totaal
- 41.892
127.198
85.306
Lasten en baten per beleidsproduct
47
Paragrafen Paragraaf 1 Lokale heffingen 1.1 Inleiding
Na de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn de gemeentelijke heffingen (belastingen, leges en rechten) de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Deze heffingen zijn de enige inkomstenbronnen waarop de gemeenteraad invloed kan uitoefenen. Met name voor de zuivere belastingen, de heffingen waar geen direct aanwijsbare tegenprestatie van de overheid tegenover staat, is er geen maximum bedrag of opbrengst aangegeven. Voor leges en andere betalingen voor overheidsdiensten is bepaald dat er geen winst mag worden gemaakt. De opbrengst van de heffing mag dan totaal niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente moet maken om de diensten te verlenen. De opbrengsten van de gemeentelijke heffingen zijn geraamd onder de verschillende producten. Het (meerjaren)beleid ten aanzien van de lokale belastingen is opgenomen in de op 16 december 2014 door de raad vastgestelde Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2014. Voor zover het beleid van specifieke belastingen afwijkt van de in de nota opgenomen uitgangspunten, is dat hieronder bij die belasting aangegeven. Een actualisatie van deze nota wordt uiterlijk in het voorjaar van 2023 aan de raad voorgelegd. In deze paragraaf komen de volgende zaken aan de orde: het beleid ten aanzien van de verschillende heffingen en de tarieven; de lokale lastendruk; gegevens over kwijtschelding.
Na de zomer van 2022 is de rekenkamercommissie Vallei & Veluwerand op verzoek van de auditcommissie gestart met een onderzoek naar de lokale heffingen. Doel is inzicht krijgen in de opbouw en kostendekkendheid van de tarieven en hoe deze zich verhouden tot tarieven van vergelijkbare gemeenten. Het rapport van de rekenkamercommissie zal in het eerste kwartaal van 2023 worden aangeboden aan de gemeenteraad.
Diagram lokale heffingen
1.2 Beleid
Algemeen Het beleid voor de lokale belastingen is vastgelegd in de verschillende verordeningen en in de Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2014. Het tarievenbeleid wordt jaarlijks geformuleerd bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten in de kadernota. Dit jaar is er vanwege de bestuurswisseling geen kadernota opgesteld maar een compacte kaderbrief. In deze kaderbrief lag de nadruk op de beleidsmatige en financiële hoofdlijnen. In het financieel 48
meerjarenperspectief zijn geen (nieuwe) autonome belastingontwikkelingen voorzien buiten de jaarlijkse aanpassing aan de inflatieontwikkeling. In het coalitieakkoord 2022-2026 is ten aanzien van de inflatieontwikkeling aangegeven dat gewerkt wordt met een driejaarsgemiddelde in plaats van het vijfjaarsgemiddelde dat in de vorige bestuursperiode werd gebruikt. Deze methodiek is ook toegepast in de kaderbrief. Hiermee volgen de inkomsten beter en sneller de werkelijke ontwikkeling van de inflatie (al is er nog steeds een vertraging van circa twee jaar), waardoor we het huidige voorzieningenniveau kunnen behouden zonder grote ombuigingen. Voor 2023 is het percentage voor de inflatieontwikkeling vastgesteld op 3,25%. Dit geldt voor alle belastingen (met uitzondering van de reclamebelasting), heffingen en leges tenzij er vanwege maximale kostendekkendheid of wettelijke maximumtarieven aanpassingen noodzakelijk zijn.
Onroerendezaakbelastingen (OZB) Voor de OZB betekent dit, afgezien van de groei, een stijging van de opbrengst met 3,25% inflatie voor eigenaren woningen en voor de eigenaren en gebruikers van niet-woningen. De groei betreft de toename van de waarde en daarmee de opbrengst door nieuwbouw en verbouwing. Na het afronden van de hertaxatie, doen wij een voorstel waarbij de tarieven voor 2023 definitief worden vastgesteld en ook rekening wordt gehouden met de gemiddelde waardeontwikkeling van de objecten. Afvalstoffenheffing In 2021 is analoog aan de rioolheffing een egalisatievoorziening ingesteld waarin het positieve verschil tussen de toerekenbare kosten afvalstoffeninzameling en de afvalstoffenheffing is gestort. Dit verschil bedroeg in 2021 circa € 1,353 miljoen. De middelen in de egalisatievoorziening kunnen in de komende jaren aangewend worden om kostenstijgingen te compenseren, waardoor de tarieven niet of minder behoeven te worden verhoogd. Op basis van de actuele kostenonderbouwing is er geen aanleiding voor een tariefsverhoging en kunnen de kostenstijgingen voldoende worden gecompenseerd door hogere vergoedingen voor gescheiden inzameling. Rioolheffing In het in mei 2021 vastgestelde GRP is een jaarlijkse stijging van 4% voorzien om kostendekkend te zijn. Dit komt mede door de ambities om de klimaatadaptatie ook vorm te geven.
Gelet op de uitvoeringsconsequenties wordt nog nader bezien of gestalte wordt gegeven aan de nieuwe Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing van de VNG. De (mogelijke) invoering zal dan ingaan voor het belastingjaar 2024. Grafrechten Bij de Programmabegroting 2018 is geconstateerd dat de opbrengsten uit de grafrechten niet volledig de kosten dekken, waarbij gesteld is dat de tarieven naar volledige kostendekkendheid moeten groeien. Dit overeenkomstig het algemene uitgangspunt van 'de gebruiker betaalt'. In de notitie 'kostendekkendheid grafrechten', onderdeel van de ingekomen stukken van de raad van juli 2018, heeft het college aangegeven de komende jaren te kiezen voor een geleidelijke tariefontwikkeling om gefaseerd te groeien naar een kostendekkende situatie. Uit deze notitie blijkt dat een verhoging van de tarieven van de grafrechten met 7% voor een periode van zes jaar (2019-2024) volstaat om tot kostendekkende tarieven te komen. Besluitvorming over de tarieven vindt plaats bij de Programmabegroting en de belastingverordening. Vanaf de Programmabegroting 2019 werden de tarieven jaarlijks met 7% verhoogd. In 2023 wordt deze lijn voortgezet. Omgevingswet De komst van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging maakt het noodzakelijk de legesverordening met bijbehorende tarieventabel aan te passen aan deze nieuwe wetgeving.
Het uitgangspunt voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is bepaald op 1 januari 2023. Een definitief besluit over de inwerkingtreding zal echter voor 1 november 2022 worden genomen. Indien de inwerkingtreding op 1 januari 2023 wordt gesteld dan wordt in december een op de Omgevingswet aangepaste legesverordening ter besluitvorming aan u voorgelegd.
49
1.3 Tarieven en inkomsten Tarieven begrotingsjaar
Tarieven lokale heffingen
2022
2023
Lastenstijging
Afvalstoffenheffing - éénpersoonhuishoudens - meerpersoonshuishoudens
€ 196,80 € 328,00
€ 196,80 € 328,00
0,0% 0,0%
Rioolheffing - vastrecht tot 350 m3 afvalwater
€ 193,85
€ 201,60
4,0%
Hondenbelastingen - voor de 1e hond - voor de 2e hond - voor elke volgende hond - kennels
€ 52,00 € 72,00 € 89,00 € 124,00
€ 53,70 € 74,30 € 91,90 € 128,00
3,3% 3,2% 3,3% 3,2%
Toeristenbelasting - per overnachting - per seizoenplaats - per jaarplaats
€ 1,10 € 205,70 € 205,90
€ 1,14 € 212,20 € 213,40
3,6% 3,2% 3,6%
€ 207,25 € 207,25
€ 214,00 € 214,00
3,3% 3,3%
€ 1.018,00
€ 1.050,00
3,1%
€ 207,25
€ 214,00
3,3%
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen) 01. Onroerende zaakbelastingen woningen 02. Onroerende zaakbelastingen niet-woningen 03. Hondenbelasting 04. Toeristenbelasting 05. Forensenbelasting 06. Reclamebelasting 07. Precariobelasting Totaal Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen)
7.235 6.479 166 706 1.097 112 2.969 18.764
7.292 6.634 208 585 1.095 170 2.755 18.739
7.653 6.744 215 704 1.226 120 16.662
Rechten (Tariefsgebonden) 08. Rioolheffing 08. Rioolheffing - kwijtschelding 09. Afvalstoffenheffing 09. Afvalstoffenheffing - kwijtschelding 10. Begrafenisrechten 11. Parkeergelden 12. Parkeerboetes 13. Marktgelden 14. Leges burgerlijke stand 15. Leges dienstverlening 16. Leges Wabo vergunningen 17. Leges bestemmingsplannen 18. Overige leges Totaal Rechten (Tariefsgebonden)
5.077 - 116 6.567 - 162 829 596 35 30 140 591 2.996 1.101 137 17.822
5.279 - 120 6.481 - 155 883 695 100 35 145 856 2.266 901 186 17.551
5.629 - 115 6.481 - 155 1.042 718 103 36 145 856 2.266 1.097 192 18.294
Forensenbelasting - bij een WOZ-waarde van € 70.000 of minder - bij een WOZ-waarde van meer dan € 70.000 vermeerderd met 0,91% van het bedrag waamee de heffingsmaatstaf een bedrag van € 70.000 te boven gaat. Met dien verstande dat per woning een maximumbedrag geldt van: - voor woningen/onderkomens waarvoor geen waarde is vastgesteld op grond van de WOZ bedraagt het tarief:
Inkomsten uit heffingen bedragen x € 1.000 Lokale heffingen
50
Totaal lokale heffingen
36.586
36.290
34.956
1.4 Kostendekkendheid
Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt hieronder een uitgebreidere kostendekkendheid weergegeven. Gerekend wordt met een opslag van de overhead ten opzichte van de salariskosten die toegerekend worden aan de betreffende heffing (50%). In de verzameltabel is de kostendekkendheid van de verschillende leges op hoofdlijnen weergegeven en een totaal kostendekkendheidspercentage (rekening houdend met de in deze programmabegroting voorgestelde tariefsaanpassingen).
Afvalstoffenheffing
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing
bedragen x € 1.000 Begroting 2023
Begroting 2022 Bedrag
%
Bedrag
%
5.434 - 640 4.793
83% -10% 73%
5.616 - 955 4.661
87% -15% 72%
765 338 666 1.769
12% 5% 10% 27%
655 306 859 1.820
10% 5% 13% 28%
Totale kosten
6.562
100%
6.481
100%
Totale opbrengst heffing
6.429
Tekort Dekkingspercentage opbrengsten
- 132
Kosten Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten product Overhead Aandeel straatreiniging (m.i.v. 2021: 50%) BTW Toe te rekenen kosten product
6.481 -1 98%
100%
Rioolheffing
Kostendekkendheid rioolheffing
bedragen x € 1.000 Begroting 2023
Begroting 2022 Bedrag
%
Bedrag
%
3.965 - 58 3.907
80% -1% 79%
4.369 - 44 4.326
79% -1% 79%
436 338 258 1.032
9%
12%
9%
649 306 230 1.185
4% 16%
Totale kosten
4.938
88%
5.510
94%
Totale opbrengst heffing
4.819
Overschot, te verrekenen met voorziening VGRP Dekkingspercentage opbrengsten
- 119
Kosten Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten product Overhead Aandeel straatreiniging (m.i.v. 2021: 50%) BTW Toe te rekenen kosten product
5.514 4 98%
100%
51
Leges en heffingen bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Grafrechten Leges omgevingsvergunning Leges burgerzaken
Lasten Overhead taakveld incl. rente 5.616 4.369 985 3.739 1.203 15.913
961 955 246 977 333 3.472
BCF /BTW
Totaal lasten
Andere Leges inkomsten
859 230 - 100 989
7.436 5.554 1.232 4.616 1.536 20.373
6.481 5.514 1.041 3.363 1.030 17.428
Dekkings %
955 44 1 712 1.712
100% 100% 85% 86% 67% 93%
1.5 Lokale lastendruk
Om een indruk te krijgen van de 'lokale lastendruk' wordt berekend wat de huishoudens aan belasting moeten betalen. Daarbij wordt gekeken naar de voor huishoudens gebruikelijke heffingen: de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen wordt jaarlijks een atlas van de lokale lasten opgesteld. Deze atlas geldt voor de VNG als een officiële publicatie die de lokale lasten in beeld brengt. De bruto woonlasten van meerpersoonshuishoudens lopen, volgens de Atlas voor 2022, uiteen van € 667 tot € 1.736 per jaar. Voor een gemiddeld huishouden in Barneveld bedroeg de stijging 8,4%. Landelijk gezien bevindt de gemeente Barneveld zich op plaats 147 van de 354 gemeenten en is Barneveld nog altijd een gemeente met een gemiddelde lastendruk.
Tabel lokale lastendruk
Lokale lastendruk
2021
2022
Lastenstijging (%)
Barneveld tarieven - Barneveld (meerpersoons huishoudens)
€823
€892
8,4%
€1.517 €1.090
€1.736 €1.170
14,5% 7,4%
Gemiddelde tarieven - Landelijk - Gelderland
€818 €808
€904 €916
10,5% 13,4%
Laagste tarieven - Landelijk - Gelderland
€598 €618
€667 €668
11,5% 8,1%
Hoogste tarieven - Landelijk - Gelderland
Bron: COELO Atlas van de lokale lasten (www.coelo.nl/digatlas/index)
1.6 Kwijtschelding
Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslag van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de onroerendezaakbelasting. Bij de beoordeling van het verzoek vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau. Mensen die duurzaam een laag inkomen hebben, hoeven geen verzoek om kwijtschelding in te dienen. Hun aanslagen worden automatisch kwijtgescholden. Naar verwachting wordt er in 2022 ongeveer 700 keer geheel of gedeeltelijk kwijtschelding verleend tot een totaalbedrag van € 270.000. Voor 2023 zal dit ongeveer gelijk blijven. 52
Tabel ontwikkeling kwijtschelding bedragen x € 1.000 Kwijtscheldingen Kwijtschelding rioolheffing Kwijtschelding afvalstoffenheffing Totaal
Rekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
- 116 - 162 - 278
- 120 - 155 - 275
- 115 - 155 - 270
Paragraaf 2 Weerstandsvermogen 2.1 Inleiding
Informatie over het weerstandsvermogen is van belang om te weten of en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Deze tegenvallers kunnen incidenteel en structureel van aard zijn, maar hebben altijd invloed op de financiële positie van de gemeente. Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn, is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. De mate van flexibiliteit van de gemeentebegroting speelt een belangrijke rol bij de bepaling van het weerstandsvermogen: hoe snel kunnen tegenvallers worden opgevangen door ombuigingen van bestaand beleid, al dan niet in combinatie met belastingverhogingen? Ook de omvang van de vrij aanwendbare reserves is daarbij van belang. Vanuit het provinciaal toezicht zijn geen directe normen voor het weerstandsvermogen aangegeven; wel wordt bewaakt dat de algemene reserve een bepaalde minimumomvang heeft. Begrippenkader Onder het weerstandsvermogen wordt een kengetal verstaan, namelijk de verhouding tussen de direct beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit : benodigde weerstandscapaciteit. Met de direct beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken.
Onder benodigde weerstandscapaciteit verstaan we alle risico’s waarvoor nog geen maatregelen zijn getroffen, die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Tot het treffen van dergelijke maatregelen behoren onder andere het instellen van voorzieningen, het afdekken van risicogebieden met verzekeringen of andere risicobeperkende acties.
2.2 Beleid
Eind 2020 is de Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2020-2024 geactualiseerd en daarin zijn de hoofdlijnen van beleid ongewijzigd. Het weerstandsvermogen wordt concernbreed twee maal per jaar bepaald, ten tijde van de begroting en de jaarrekening (in paragraaf 2, programmabegroting en jaarverslaggeving). Risico's en reserves zijn continu aan verandering onderhevig, zo is ook het weerstandsvermogen in deze paragraaf een momentopname. In de paragraaf weerstandsvermogen wordt er daarom gewerkt met streefwaardes en bandbreedtes in plaats van met exacte getallen. Met ingang van de begroting 2021 hanteren we een meer uitgebreide set van indicatoren waarmee een bredere weging van de balanswaarden als weerstandsvermogen, schuldenpositie en/of exploitatieruimte mogelijk wordt gemaakt. De bandbreedtes van het weerstandsvermogen zijn gehandhaafd als in onderstaande tabel.
53
Weerstands vermogen < 1,0
1,0 – 1,2 1,2 – 1,6 1,6 – 2,0 > 2,0
Effect
Maatregel
onder minimale College neemt maatregelen om binnen twee jaar > 1,0 te komen. Deze zijn gericht streefwaarde op het verlagen van de benodigde weerstandscapaciteit en/of het verhogen van de beschikbare weerstandscapaciteit. minimale college maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan. streefwaarde optimale n.v.t. bandbreedte maximale college maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan. streefwaarde boven maximale n.v.t. streefwaarde
2.3 Beschikbare weerstandscapaciteit
De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet-begrote kosten te dekken door structurele middelen vrij te maken. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. Binnen deze paragraaf houden wij slechts rekening met de incidentele weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel is een vergelijkend overzicht gegeven van de geprognosticeerde weerstandscapaciteit per begin/einde van het boekjaar 2023. Hierbij zijn de incidentele uitgaven verwerkt. Eventuele winstnemingen grondexploitaties zijn niet in deze prognose opgenomen.
Tabel weerstandscapaciteit bedragen x € 1.000 Prognose Prognose ultimo ultimo 2022 2023
Realisatie ultimo 2019
Realisatie ultimo 2020
Realisatie ultimo 2021
Beschikbare weerstandscapaciteit 1. Algemene reserves 2. Stille reserves Beschikbare weerstandscapaciteit
34.023 p.m. 34.023
34.776 p.m. 34.776
30.688 p.m. 30.688
34.454 p.m. 34.454
31.679 p.m. 31.679
Benodigde weerstandscapaciteit
13.700
15.300
22.600
25.300
25.300
2,48
2,27
1,36
1,36
1,25
Weerstandscapaciteit
Weerstandsratio
Algemene reserves (a) Voor de berekening van de weerstandscapaciteit worden alleen de vrij besteedbare reserves meegenomen. Deze vrij besteedbare reserves treffen wij aan bij de groep van algemene reserves. Voor de bestemmingsreserves geldt dat voor wijziging van de bestemming een raadsbesluit nodig is, zodat er dus geen sprake is van een vrij besteedbare reserve. Voorzieningen zijn niet vrij besteedbaar en behoren daarom niet tot de weerstandscapaciteit. Stille reserves (b) Stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarden bij verkoop en de boekwaarden van de diverse activa. Hierbij kan worden gedacht aan panden, aandelen en bedrijfsmiddelen. De directe opbrengstwaarde dient bekend te zijn en bovendien moeten de betreffende activa direct verkoopbaar of verhandelbaar zijn. Dit is met de gemeentelijke activa zelden het geval. Mede daarom zijn de stille reserves als een p.m.-post (pro memoria) opgenomen. 54
2.4 Benodigde weerstandscapaciteit
Voor de begroting 2023 zijn de risico’s onlangs geactualiseerd. Waar mogelijk zijn maatregelen getroffen om risico's te beperken. Vervolgens is er een risicosimulatie uitgevoerd. Deze risicosimulatie resulteerde in een een totaal risicobedrag van € 25,3 miljoen. Dit bedrag is daarmee € 2,7 miljoen hoger dan de risico's in de jaarverslaggeving 2021 (22,6 miljoen). De top vijf van belangrijkste risico's is niet gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening, wel zijn de stikstofproblematiek en de gevolgen van de instroom statushouders nieuw in de top tien opgenomen. De belangrijkste tien risico's (mix van omvang/geld en kans) in volgorde van grootte van impact: 1. onvoorziene risico's grondexploitaties (ruim 20 miljoen); 2. stagneren uitvoeren taken als gevolg van groot extern beroep - arbeidsmarkt; 3. beheerkwaliteit van de nieuwe wijken blijft achter; 4. kosten jeugdhulp en participatie nemen toe (gedaald in risico vanwege wijziging van het woonplaatsbeginsel); 5. instroom statushouders; 6. gevolgen groei gemeente; 7. groter beroep voorzieningen door crisis (inflatie, COVID-19, arbeidsmarkt); 8. gevolgen inflatie, COVID-19, arbeidsmarkt bij maatschappelijke partners; 9. onvoldoende managementinformatie voor adequate sturing; 10. gevolgen niet-procesmatig werken. Risico’s zijn ook inzichtelijk bij (en integraal onderdeel van) alle speerpunten van de vier programma’s.
De risico’s van verbonden partijen zijn in paragraaf 6 in beeld gebracht.
2.5 Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen
Weerstandsvermogen
=
34,5 / 25,3 = 1,36
Het weerstandsvermogen is ten opzichte van de stand van een half jaar geleden (bij de jaarrekening 2021) gelijk gebleven. Dit bij een toename van de algemene reserve met € 3,7 miljoen en een toename van de risico's met € 2,7 miljoen. Het weerstandsvermogen blijft hiermee binnen de optimale bandbreedte (1,2 - 1,6). Het weerstandsvermogen moet mede worden beoordeeld in het licht van de solvabiliteit. De beschikbare weerstandscapaciteit maakt hier onderdeel van uit. De solvabiliteit (zie paragraaf 2.6) bevindt zich boven de minimale streefwaarde, maar nog onder de optimale streefwaarde. Het is daarom verstandig geen specifieke besluiten te nemen die het weerstandsvermogen en de solvabiliteit omlaag brengen.
2.6 Balansprognose en financiële kengetallen
Wij besteden in de P&C documenten aandacht aan balansratio's. Dit zijn verhoudingsgetallen op basis van de balans en/of exploitatietotalen. Ook maken we een balansprognose en worden kengetallen opgenomen conform de voorgeschreven berekeningssystematiek. De gegevens zijn geactualiseerd en aangesloten op de stand van de jaarrekening 2021.
Meerjarenbalans
Prognose meerjarenbalans
Realisatie Begroting Begroting Ultimo Ultimo Ultimo 2021 2022 2023
MJR Ultimo 2024
bedragen x € 1.000 MJR MJR Ultimo Ultimo 2025 2026
55
Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa
635 268.952 14.879 284.466
1.773 311.051 11.913 324.737
1.662 324.755 12.938 339.355
1.311 352.361 12.938 366.610
986 361.325 12.938 375.249
685 365.148 12.938 378.771
Vlottende activa Voorraden Vorderingen Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa
68.677 10.178 13.061 91.916
49.360 10.178 13.061 72.599
50.319 10.178 13.061 73.558
25.662 10.178 13.061 48.901
28.701 10.178 13.061 51.940
26.875 10.178 13.061 50.114
376.381
397.336
412.913
415.511
427.189
428.885
Vaste passiva Eigen vermogen Reserves Onverdeeld resultaat
88.433 14.901
100.814 1.216
97.162 - 2.551
94.798 778
94.161 5.226
93.523 - 779
Vreemd vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Totaal vaste passiva
19.530 207.624 330.487
13.772 241.485 357.287
14.043 244.155 352.809
14.507 251.825 361.908
13.865 260.495 373.747
13.588 269.165 375.498
Vlottende passiva Kortlopende schulden Liquide middelen Overlopende passiva Totaal vlottende passiva
20.690 7.104 18.100 45.894
21.949 18.100 40.049
42.004 18.100 60.104
35.503 18.100 53.603
35.342 18.100 53.442
35.287 18.100 53.387
376.381
397.336
412.913
415.511
427.189
428.885
Totaal activa
Totaal passiva
In bovenstaande balans wordt een verkorte omschrijving gebruikt voor de diverse posten. De terminologie volgens BBV is als vol Balanspresentatie: - Vorderingen (activa) - Langlopende schulden (passiva) - Kortlopende schulden (passiva) - Liquide middelen (passiva)
Terminologie BBV: - Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Banksaldi (deze zijn onderdeel van de netto-vlottende schulden)
Toelichting meerjarenbalans
Als uitgangspunten voor de meerjarenbalansprognose hebben wij ons gericht op de belangrijkste en grootste posten. Daarbij hebben wij een aantal uitgangspunten gehanteerd ten aanzien van: - de materiële vaste activa: hierin is een toename opgenomen op basis van het onderhanden werk 2022 en het Meerjaren Investeringsplan 2023-2026 (zie bijlage 7) en een afname op basis van de vaste, toekomstige afschrijvingen; - de financiële vaste activa: er is een inschatting gemaakt op basis van gemaakte afspraken en het historisch verloop van de portefeuille; - de grondvoorraad (inclusief voorziening) is gebaseerd op het actuele Meerjarenplan Grondexploitaties (MPG). Er is, net als in voorgaande jaren, nog geen rekening gehouden met (verwachte) winsten; - de reserves: er is een inschatting gemaakt op basis van vaste en incidentele stortingen en onttrekkingen; - de langlopende schulden: op basis van het verloop gebaseerd op de huidige vaste leningenportefeuille en een inschatting van aan te trekken nieuwe geldleningen. De post 'kortlopende schuld' is de sluitpost en geeft een indicatie voor de resterende nog aan te trekken financiering in de betreffende jaren. Dit kan kortlopend dan wel langlopend afgesloten worden.
56
Financiële kengetallen
Bij het beoordelen van de hoogte en de ontwikkeling van de ratio’s moet gekeken worden naar de samenhang tussen ratio’s en ontwikkeling ervan in de tijd. De uitkomst van een individuele ratio biedt een beperkt inzicht. In vergelijking met de programmabegroting 2022 is het aantal ratio's beperkt tot de meest belangrijke voor de interne beoordeling van de financiële positie en ook door de toezichthouders gebruikt.
Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de schuldenlast en de inkomsten. Op basis van de score kan een oordeel worden gevormd in hoeverre het inkomen van de gemeente toereikend is om de aan de schuldverplichtingen te voldoen. Als streefwaarde hanteert de VNG een netto schuldquote van 130% als bovengrens. Gecorrigeerde netto schuldquote De effectieve netto schuldquote is de netto schuldquote minus uitleenquote (verstrekte geldleningen). Kengetal grondexploitatie Het totaal van voorraad bouwgrond (in exploitatie genomen gronden en niet in exploitatie genomen gronden) afgezet tegenover de inkomsten van de gemeente. Hoe lager het percentage, hoe beter. Solvabiliteit Het procentuele aandeel van het eigen vermogen op het totaal van het vermogen. Deze ratio geeft aan in hoeverre een organisatie op de lange termijn aan financiële verplichtingen kan voldoen. De algemeen gehanteerde streefwaarde is minimaal 20% (eigen vermogen/totale vermogen), maar liever meer dan 30% (streefwaarde). Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is het structurele exploitatieresultaat uitgedrukt in de totale baten voor de mutatie op reserves. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft aan hoeveel een gemeente zijn inkomsten kan verhogen bij een slechtweerscenario. Daartoe worden de gemiddelde woonlasten (OZB, riool en afvalstoffenheffing) van de gemeente vergeleken met het landelijk gemiddelde. Als de gemeentelijke gemiddelde woonlasten onder het landelijk gemiddelde liggen is er ruimte aanwezig om tarieven te verhogen, uiteraard voor zover de kostenonderbouwing bij de riool- en afvalstoffenheffing dit toelaten.
57
Toelichting financiële kengetallen
De kengetallen zijn op basis van de jaarrekening 2021, aangevuld met de gegevens uit ht lopende begrotingsjaar 2022 en de Meerjarenbegroting en -perspectief, tot stand gekomen.
1a Netto schuldquote De schuldquote stijgt als gevolg van het forse investeringsvolume (zie bijlage 2b; € 114 mln). Een deel hiervan kan gefinancierd worden uit een afname van de grondvoorraad maar er is zeker een substantiële verhoging van het vreemd vermogen (combinatie van lang en korte geldleningen) noodzakelijk. In de prognose meerjarenbalans is een stijging voorzien van de langlopende geldlening van circa € 62 mln. 1b Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit kengetal geeft het effect aan als alle aan derden verstrekte leningen buiten beschouwing worden gelaten. Mede door een afname van het investeringsvolume en aflossingen van de verstrekte leningen daalt deze schuldquote. 2. Solvabiliteit De solvabiliteit neemt de komende jaren licht af van 26% in 2022 naar 22% in 2026. Dit is nog boven de minimale streefwaarde van 20%. 3. Kengetal Grondexploitatie Dit kengetal is te lezen als een verbijzondering van de balansratio '1 Netto schuldquote'. In dit kengetal worden de bouwgronden (in exploitatie + niet in exploitatie) gedeeld door de totale inkomsten van de gemeente. Dit kengetal verbetert van 48% in 2022 naar circa 7% in 2026. Dit wordt veroorzaakt doordat de komende jaren diverse voorraden bouwgrond in exploitatie afgesloten zullen worden. 58
4 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. 5 Gemeentelijke belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit laat de ontwikkeling van de lokale belastingen en heffingen voor een gemiddeld gezin zien afgezet tegen de gemiddelde belastingdruk van gemiddeld Nederland. Bij een score onder de 100% is de belastingdruk lager dan gemiddeld Nederland. Barneveld ligt vanaf de PB 2023 net onder het landelijk gemiddelde, het niet behoeven te verhogen van de afvalstoffenheffing in 2023 draagt hieraan bij.
59
Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.1 Inleiding
Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt beslag op een aanzienlijk deel van de financiële middelen. Kapitaalgoederen zijn verdeeld naar de categorieën wegen, groen, water en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beheerplannen legt de gemeenteraad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Met de vaststelling van de programmabegroting machtigt de raad het college van burgemeester en wethouders om de uitgaven ten laste van de betreffende onderhoudsvoorzieningen te brengen. Deze voorzieningen worden gevuld door een jaarlijkse storting vanuit de diverse programma's. De kosten van het onderhoud worden rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht.
3.2 Wegen
Inhoud Het kwaliteitsniveau van de gemeentelijke wegen voldoet niet aan het vastgestelde kwaliteitsniveau Basis. Ook is er sprake van een onderhoudsachterstand. Belangrijkste reden voor het te lage kwaliteitsniveau is de hoge leeftijd van veel wegen (en andere verhardingen). Een weg gaat 40 tot 60 jaar mee. Het is dus nodig om te investeren in het vervangen van de wegen die in de jaren 50 tot 70 zijn aangelegd. Voor het vervangen van wegen is niet standaard budget gereserveerd. In het Beheerplan wegen 2023-2027 is aangeven hoe we ervoor gaan zorgen dat het kwaliteitsniveau Basis wordt bereikt en wat hiervoor nodig is aan middelen. Openbare verlichting en civiele kunstwerken (onder andere bruggen) maken onderdeel uit van het speerpunt wegen. Vanwege de onderhoudstoestand (door hoge leeftijd) is voor een aantal objecten vervanging noodzakelijk. Wanneer geen vervanging plaatsvindt, brengt dit veiligheidsrisico's met zich mee. Financiën Om het gemeentelijk wegenareaal in stand te houden wordt; geïnvesteerd in het vervangen van verouderde wegen, de aanleg van bermbeton en zogenaamd Levensduur Verlengd Onderhoud; vanaf 2025 wordt een aanvullende structurele dotatie in de voorziening groot onderhoud wegen gedaan ter dekking van de lasten voor groot onderhoud. De totale investeringsopgave binnen de openbare ruimte is aanzienlijk groter dan de hiervoor beschikbare middelen.
In 2023 volgen een integrale afweging en een meerjarenperspectief voor het totaal aan opgaven binnen de openbare ruimte. Hierin wordt de vervangingsopgave voor wegen, openbare verlichting en civiele kunstwerken meegenomen. Risico's 1. Onvoldoende middelen binnen begroting voor vervangingsopgave 2. Onvoorziene prijsstijging door huidige marktontwikkelingen. Gevolg: Niet kunnen voldoen aan wettelijke en andere verplichtingen (onder andere Wegenverkeerswet en Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)). Niet kunnen voldoen aan beleidsambities (Beleidsvisie beheer en onderhoud wegen 2017-
60
2026) en landelijk geldende richtlijnen (CROW). 3. Onvoldoende financiële middelen voor andere opgaven binnen het fysieke domein (bijvoorbeeld voor integrale projecten). Gevolg: Gecombineerde aanpak is niet of slechts beperkt mogelijk. Kansen blijven liggen of onderhoud is te lang uitgesteld, ontevreden inwoners, onveilige situaties, niet mogelijk om wegen in te richten volgens maatstaven/richtlijnen, geen vitale leefomgeving. 4. In de huidige arbeidsmarkt is het, zowel intern als extern lastig om personeel te vinden. Gevolg: Onvoldoende personele capaciteit intern, maar ook extern bij opdrachtnemers, waardoor de voorbereiding en/of realisatie vertraging oplopen. Planning De uitvoering van het beheerplan wegen vindt plaats in de periode 2023 tot en met 2027.
Voorziening groot onderhoud wegen bedragen x € 1.000 Voorziening Groot onderhoud wegen
Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december
Begroting 2023
MJR 2024
MJR 2025
MJR 2026
3.293 3.536 - 3.404 3.425
3.425 3.536 - 3.404 3.557
3.557 2.531 - 3.304 2.784
2.784 2.706 - 3.404 2.086
3.3 Water
Beleidskader Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) en vigerende beleidsplannen. Het Gemeentelijk Rioleringsplan geeft invulling aan de verplichting vanuit de Wet milieubeheer om de water- en riooltaken en de bekostiging hiervan vast te leggen. Het GRP 2021-2026 is op 26 mei 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. De kern van het GRP is de invulling van de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Daarnaast is er extra aandacht voor oppervlaktewater, klimaatadaptatie, duurzaamheid en samenwerking binnen het Platform Vallei en Eem. Het GRP past in de structuur van de Omgevingswet. Jaarlijks worden aan de raad het uitvoeringsplan voor het komende jaar en een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en maatregelen gepresenteerd. Financiële consequenties De genoemde inkomsten en uitgaven komen overeen met de bedragen genoemd in het GRP 2021-2026. De meerjarenbegroting in het GRP geeft een prognose tot het jaar 2026, waarbij ervan uit wordt gegaan dat de voorziening voldoende op peil is om de benodigde maatregelen uit te kunnen voeren. De voorziening riolering heeft als doel om schommelingen in de tarieven op te vangen. De komende periode vinden er vooral stortingen in de voorziening plaats, om in latere jaren (na 2026) de verhoogde kosten te kunnen dekken.
Voorziening riolering GRP bedragen x € 1.000 Voorziening riolering GRP
Stand per 1 januari Toevoeging
Begroting 2023
MJR 2024
MJR 2025
MJR 2026
2.774 139
2.913 518
3.431 791
4.222 738
61
Onttrekking Stand per 31 december
2.913
3.431
4.222
4.960
3.4 Groen
Beleidskader
Landschapsplan: Omdat het groenstructuurplan verouderd is en herijking niet wenselijk wordt er een Landschapsplan opgesteld. Het voornemen is om met een integraal landschapsplan te komen waarin ook de onderdelen klimaatadaptatie en biodiversiteit een rol spelen. Een plan van aanpak hiervoor komt in maart 2023 ter kennisname naar de raad. Voor het opstellen van het plan is bestaand budget afdoende, voor de uitvoer is voor zover nu bekend geen aanvullend budget benodigd. Bomenbeleidsplan: In 2023 zal er een Bomenbeleidsplan opgesteld worden. Het bevat beleid rond bomen, beschermen van bomen (bijvoorbeeld beschermde bomenlijst, kapvergunningsysteem, beschermen volgens bestemmingsplan) en het beheer / onderhoud van bomen. Het opstellen van het beleid is van meerdere factoren afhankelijk (o.a. fasering en formatie). Zodra het beleidsplan is vastgesteld zal duidelijk worden welk budget benodigd is voor de uitvoer van het Bomenbeleidsplan. Een voorstel hiervoor volgt op dat moment. De volgende budgetten aangaande bomen maken op dit moment deel uit van de begroting: Opstellen Bomenbeleidsplan Voor het opstellen van dit plan is incidenteel € 100.000,- beschikbaar. Dit budget is eerder beschikbaar gesteld voor het opstellen van een Groenstructuurplan en wordt nu ingezet voor het opstellen van het Bomenbeleidsplan.
Projectleider Voor het opstellen van een Bomenbeleidsplan is een projectleider noodzakelijk. Hiervoor is de beleidstoevoeging Projectleider Fysiek Domein opgenomen. Deze projectleider zal onder andere worden ingezet voor het Bomenbeleidsplan. Het gaat hier om een bedrag van € 92.000 voor zowel 2023 als 2024 (incidenteel voor 2 jaar), zie bijlage 2a. Boomveiligheidscontroles Naast bovengenoemd is er een beleidstoevoeging voorgesteld voor de uitvoer van boomveiligheidscontroles. Dit betreft een beleidstoevoeging van € 41.000,- structureel. De boomveiligheidscontroles worden onderdeel van het nog op te stellen Bomenbeleidsplan. Eerste uitvoer Voor de eerste uitvoer (aanplant, verplaatsing etc.) van het Bomenbeleidsplan is incidenteel € 50.000,- beschikbaar. Dit budget is het restant van eerder beschikbaar budget voor het opstellen van het Groenstructuurplan. Vergroeningsvoorstel Barneveld centrum Separaat van het Bomenbeleidsplan is er een Vergroeningsvoorstel Barneveld Centrum, opgesteld door Plaatselijk Belang. In overleg met Plaatselijk Belang Barneveld Centrum wordt het planten van bomen in het centrum verder uitgewerkt. De provincie Gelderland bood de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor het aanplanten van bomen om hittestress tegen te gaan. De subsidie vereist een eigen bijdrage van 50%. De subsidieaanvraag is inmiddels goedgekeurd.
De provincie draagt € 100.000,- bij om uitvoer te geven aan de maatregelen zoals genoemd in het voorstel. Dit betekent dat er vanuit de gemeente Barneveld eveneens een bijdrage van € 100.000,- wordt verwacht. Deze investering valt binnen het MIP, en is onderdeel van het cluster Onderwijs, sport, biodiversiteit, vergroening en overig. Beheerplan Op dit moment is de afdeling bezig met het opstellen van een beheerplan voor de begraafplaatsen. Dit zou kunnen dienen als opstap naar een beheerplan voor al het groen in de wijken. Een planning hiervoor is nog niet gemaakt. 62
3.5 Gebouwen
Beleidskader Met de nota Vastgoedbeleid worden de bestaande vastgoedkaders (spelregels) op één plaats samengebracht, waarbij een strategische visie op het vastgoed wordt ontwikkeld: 'visie en sturing op het vastgoedbeheer'. Doelstelling hierbij is het vastgoed in bezit van de gemeente Barneveld op een doeltreffende en doelmatige wijze te beheren. De planning is om de nota eind 2022 gereed te hebben. De nota Vastgoedbeleid geeft uitvoering aan de vraag naar huisvesting, voortkomend uit het Accommodatiebeleid dat de handvatten biedt voor het beoordelen van maatschappelijke activiteiten en de ondersteunende rol van de gemeente bij het accommoderen van deze activiteiten. De nota Accommodatiebeleid Sport & Cultuur is op 20 januari 2022 vastgesteld door de raad. Na besluitvorming van de nota Vastgoedbeleid wordt het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed (MPMV) opgesteld. Hierin worden de concrete doelstellingen (visie) opgenomen ten aanzien van doelmatigheid (financieel), doeltreffendheid (gebruik), en de relatie tot kwaliteit van gebouwen. Technisch beheer Voor veiligheid en gezondheid en het waardebehoud van vastgoed is het van belang vastgoed in goede staat van onderhoud te houden. Technisch onderhoud is dan ook een kerntaak van team Vastgoed.
Wanneer we spreken over technisch onderhoud wordt het onderscheid gemaakt tussen planmatig onderhoud (ook wel ‘meerjarig onderhoud’) en niet-planmatig onderhoud (ook wel ‘jaarlijks onderhoud’). Dit betreft correctief, preventief en dagelijks onderhoud Van beide vormen van onderhoud worden de uitgangspunten toegelicht in het werkdocument Beheerplan Technisch Onderhoud (BPTO). In de nota Vastgoedbeleid(kaders) en het werkdocument BPTO (in ontwikkeling) zijn de werkprocessen en uitvoeringseisen opgenomen voor het planmatig onderhoud. Planmatig onderhoud De rapportage Planmatig onderhoud 2023-2042 geeft een overzicht van de geprognosticeerde benodigde financiële middelen voor het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt welke structurele onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn, gekoppeld aan de toekomstvisie voor het gebruik en het beheer van de gebouwen. Daarnaast zijn mutaties op het gebouwenbestand, de gewijzigde wetgeving en de meest omvangrijke werkzaamheden toegelicht. Het efficiënt uitbesteden van planmatige onderhoudswerkzaamheden is een doorlopend aandachtpunt. Door aangescherpte wetgeving en maatschappelijke en economische ontwikkelingen wordt er steeds meer gekeken naar de mogelijkheden voor het verduurzamen van het vastgoed. Niet alleen bij nieuwbouw, maar juist bij bestaande bouw worden strengere eisen gesteld.
Er wordt momenteel gewerkt aan een voorstel voor een duurzaam meerjarig onderhoudsplan (DMJOP). Verder wordt bekeken in hoeverre onderdelen van klimaatadaptief bouwen kunnen worden meegenomen in het uitvoeren van onderhoud. Vastgoedportefeuille De gemeente Barneveld heeft ongeveer 85 gemeentelijke gebouwen in planmatig onderhoud. Dit betreft objecten ten behoeve van onder andere gemeentelijke diensten, kleedruimten op sportcomplexen, binnensportaccommodaties, zwembaden, de Veluwehal, buurthuizen, opstallen bij begraafplaatsen, monumentale kerktorens, een parkeergarage (Transferium Noord) en brandweergarages waaronder het hulpverleningscentrum. Daarnaast verzorgt de gemeente onderhoud aan overige eigendommen in opdracht van beleidsafdelingen, zoals woningen, strategisch aangekocht vastgoed en objecten in de openbare ruimte. Voorziening Onderhoud Gebouwen (onderhoud kapitaalgoederen) Jaarlijks wordt de benodigde financiële dekking op de uitvoeringskosten in beeld gebracht. De financiële middelen worden jaarlijks door het college vastgesteld. Aan de hand van deze financiële prognose wordt het gemiddelde jaarlijkse dotatiebedrag berekend voor de periode
63
2023-2062. De Voorziening Onderhoud Gebouwen voorziet in een dekking van kosten over de eerste twintig jaar, 2023-2042. Conform de bepalingen in de Nota reserve en voorzieningen wordt over de eerste tien jaar een dekking van 100% aangehouden en voor de volgende jaren een dekking van 75%.
Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen bedragen x € 1.000 Voorziening Onderhoud gemeentelijke gebouwen
Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december
Begroting 2023
MJR 2024
MJR 2025
MJR 2026
4.157 1.438 - 1.465 4.130
4.130 1.438 - 1.632 3.936
3.936 1.438 - 2.090 3.285
3.285 1.438 - 1.728 2.995
Paragraaf 4 Financiering 4.1 Inleiding
Onder financiering wordt het aantrekken van geldleningen verstaan. Behalve voor investeringen wordt er geld aangetrokken (of uitgezet) voor de exploitatie. Als de inkomsten van de gemeente (vanuit de algemene uitkering en de belastingen) niet gelijk lopen met de uitgaven wordt er zogenoemd 'kort geld' aangetrokken. Dit zijn geldleningen met een looptijd die korter is dan één jaar. In de meeste gevallen wordt een kasgeldlening met een looptijd van één of enkele maanden aangetrokken. Conform het treasurystatuut worden in deze paragraaf de kansen en risico’s rond financiering in beeld gebracht. Om de financieringsbehoefte zo goed mogelijk in te schatten wordt een liquiditeitsprognose gemaakt die periodiek wordt geactualiseerd.
4.2 Beleid
Algemeen In 2018 is het treasurystatuut voor het laatst geactualiseerd. De actualisatie betrof wijzigingen vanuit gewijzigde wet- en regelgeving en aansluting bij de actuele inrichting van de treasuryorganisatie. De eerstvolgende actualisatie is gepland voor begin 2023. Een algemeen uitgangspunt voor de treasury is om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Uiteraard passend binnen de kaders die in het treasurystatuut staan, die weer gebaseerd zijn op onder andere de Wet Fido. Bij het aantrekken of uitzetten van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen bij het oversluiten (consolideren) van kasgeldleningen. Daarom worden vaste geldleningen voor (grote) investeringen aangetrokken op momenten dat de rente gunstig is en wordt het tijdelijk overschot aan liquide middelen zo beperkt mogelijk gehouden. In het kader van het schatkistbankieren zijn met de bank afspraken gemaakt voor het dagelijks afromen van overbodige saldi op de rekeningen-courant bij de bank. Deze overtollige middelen dienen verplicht te worden aangehouden op de rekening schatkistbankieren.
4.3 Financiële aspecten
64
Renteontwikkeling/rentevisie De rentevisie is gebaseerd op de actuele ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de renteprognose en berichtgeving van een aantal banken. De tijd van de lage, zelfs negatieve rentes, lijkt voorbij. Om de hoge inflatie te beteugelen worden momenteel door de ECB meerdere renteverhogingen in korte tijd doorgevoerd. Onzeker is tot welk niveau. Het gemiddelde gewogen rentepercentage van de langlopende leningen zal naar verwachting in 2023 rond de 1,56% liggen. Dit is gebaseerd op de huidige leningenportefeuille. Dit percentage ligt circa 0,2% lager dan 2022. Dit is het resultaat van het afsluiten van herfinanciering eind 2021 en in 2022 van respectievelijk € 20 miljoen en € 10 miljoen tegen aanzienlijk lagere rente. Voor 2023 is uitgegaan van een aanvullende financiering van circa € 30 miljoen en een kasgeldlening (looptijd korter dan een jaar) van € 12 miljoen. Op basis van de huidige verwachtingen is hiervoor met een rentepercentage van 2,25% respectievelijk 1% gerekend.
Renteschema bedragen x € 1.000 Begroting 2023
Renteschema a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering b. Externe rentebaten (idem)
(-) (+)
- 3.818 346
Saldo rentelasten en rentebaten c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
- 3.472 (+)
815
(+)
-
(-)
-
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen (contante waarde)
- 2.657 (-) (-)
-
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
- 2.657 (-)
2.695
f. Renteresultaat op het taakveld treasury
38
Financieringsbehoefte bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte Stand van de opgenomen leningen per 1 jan. Aflossingen in de loop van het jaar Aan te trekken nieuwe leningen Stand van de opgenomen leningen per 31 dec.
Begroting 2023 241.485 27.330 30.000 244.155
4.4 Risicobeheer
In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). Renterisico’s kunnen ook met behulp van derivaten afgedekt worden, maar de gemeente Barneveld maakt hier geen gebruik van. Daarnaast kan nog sprake zijn van een kredietrisico van aan derden
65
verstrekte leningen. Renterisiconorm Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is dat gemeenten in geval van herfinanciering en renteherziening van geldleningen hun leningenportefeuille zodanig spreiden dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid. De renterisiconorm geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente. De renterisiconorm wordt afgezet tegen de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen. De renterisiconorm bedraagt in 2023 omvang begroting 2023 x 20% € 33 miljoen en moet afgezet worden tegen onze aflossingen van circa € 27,3 miljoen. Dit betekent dat onze gemeente in 2023 binnen de norm blijft.
bedragen x € 1.000 Begroting 2023
MJR 2024
MJR 2025
MJR 2026
Renterisico op vaste schulden Renteherziening o/g Renteherziening u/g Netto saldo herziening Aflossingen Renterisico vaste schulden (3+8)
27.330 27.330
17.330 17.330
16.330 16.330
16.330 16.330
Toegestane renterisiconorm Omvang begroting (= grondslag) Renterisiconorm (in % van de grondslag) Minimumbedrag (wettelijk bepaald) Toegestane renterisiconorm