Bijlage D1 OER Omgevingsvisie Barneveld 2040
Tekst van het document
Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 (BOP)
Het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) 2022-2027 van Waterschap Vallei en Veluwe is het waterbeheerprogramma en is in november 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur. Het BOP bevat vier gebiedsprogramma’s voor de gebieden Noord Veluwe, Eemland, IJsselvallei, Eemland en Geldersevallei. Hierbij wordt gewerkt vanuit vijf thema’s; Waardevolle leefomgeving: Werken aan een waardevolle leefomgeving. Klimaatverandering: Zorgen voor een klimaatbestendig watersysteem. Energietransitie: Werken aan een klimaatpositieve samenleving. Circulaire economie: Staan vooraan bij regionale circulaire economie. Biodiversiteit: Versterken en streven naar natuurlijk water.
29
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Regionaal Perspectief Landelijk Gebied Regio Foodvalley
3.1.2
Ook in dit regionale beleidsdocument wordt het belang van het bodem- en watersysteem als leidend principe bij de ruimtelijke inrichting van de regio benadrkut.
Huidige situatie Bodemkwaliteit De kwaliteit van de bovengrond in de gemeente Barneveld voldoet over het algemeen aan de eisen die gesteld worden aan natuur en/of landbouwgrond. De bodemkwaliteit in de kernen Zwartebroek, Terschuur, De Glind, Kootwijkerbroek, Stroe, Kootwijk en Garderen voldoet aan de klasse Wonen. De kernen Barneveld, Voorthuizen en Harselaar hebben als bodemkwaliteit de klasse Landbouw/Natuur. Buitengebied voldoet aan de kwaliteit achtergrondwaarde.
Figuur 3.1: Toepassingskaart bovengrond (0 tot 0.5 meter) (bron: ODDV)4
De bodem van de gemeente Barneveld bestaat uit verschillende bodemprofielen. In (het oostelijke deel van) de gemeente zijn (hogere) zandgronden te vinden (zie Figuur 3.2).
4
https://www.oddevallei.nl/wp-content/uploads/sites/4/2021/03/Toepassingskaart-Bovengrond.pdf
30
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.2. Bodemkaart (groen: beekeerdgronden, lemigi fijn zand; (Bron: Wageningen Environmental research (WENR), 2020))
Bedrijvigheid heeft een directe invloed op de bodemkwaliteit. Als gevolg van industriële activiteiten en bedrijfsprocessen kunnen er potentiële bronnen van bodemverontreiniging ontstaan, zoals chemische stoffen en afvalstoffen. Het bevorderen van duurzame en milieuvriendelijke bedrijfspraktijken speelt een cruciale rol in het behoud van een gezonde bodem en het waarborgen van een leefbare omgeving voor de gemeenschap van Barneveld. In verschillende gebieden verspreid over de gemeente is er reeds sprake van (mogelijke) (ernstige) bodemverontreiniging (als gevolg van bedrijvigheid). Door sanering en onderzoek wordt dit in beeld gebracht. In de gemeente zijn er ook enkele activiteiten (geweest) die een mogelijke impact op de bodemkwaliteit hebben. Figuur 3.3 toont de voormalige stortplaatsen in de gemeente.
31
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.3: Voormalige stortplaatsen (bron: provincie Gelderland)
De bodemkwaliteit dient ook bekeken te worden vanuit het perspectief van ecologie. De koolstofcyclus is van belang voor de koolstof- en energiehuishouding van het ecosysteem. In de bodem is een grote hoeveelheid gereduceerd koolstof opgeslagen die als energiebron dient voor het bodemleven en zorgt voor het functioneren van de bodem. Op Figuur 3.4 is de koolstofdynamiek in Barneveld weergegeven. Te zien is dat er in het westen van de gemeente gebieden zijn met een hogere dynamiek dan gemiddeld. Over het algemeen is de koolstofdynamiek echter beperkt. Dat heeft een negatief effect op het ecosysteem in de bodem.
Figuur 3.4: Koolstofcyclus en -dynamiek in de bovenste bodemlaag (relatief) (bron: RIVM, 2015)
32
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Op onderstaande figuur is het waterbergend vermogen van de ondergrond getoond. Water kan op veel plekken geborgen worden, waaronder in de ondergrond. De onderstaande kaart, berging in grondwater, drukt uit hoeveel water (in mm) nog in de grond geborgen kan worden ten opzichte van een huidige natte situatie. Dit drukt dus uit hoeveel water er kwijt kan in de bodem, wanneer deze tot de rand (het maaiveld) gevuld kan worden. Te zien is dat het water in de hoger gelegen Veluwe dieper in de ondergrond trekt. Het waterbergend vermogen in de rest van de gemeente is klein. Dit betekent dat er weinig ruimte in de bodem is om water kwijt te kunnen totdat het maaiveld bereikt wordt.
Figuur 3.5: Waterbergend vermogen ondergrond (bron: Deltares, 2017)
Oppervlaktewater In de gemeente Barneveld liggen verschillende KRW-oppervlaktewaterlichamen. De beken met een KRW-status zijn de Esvelderbeek, de Hoevenlakense beek, de Barneveldsebeek en de kleine Barneveldse beek.
Figuur 3.6: KRW-oppervlaktewaterlichamen (bron: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland)
33
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
De KRW streeft naar een goede chemische en ecologische oppervlaktewaterkwaliteit. Voor al de beken in de gemeente geldt dat de doelen voor biologie vrijwel zeker behaald worden. De ecologische kwaliteit van de beken is in de afgelopen jaren sterk verbeterd. Tabel 3.1: Ecologische kwaliteit, gemeten in 2021 (bron: Waterschap Vallei en Veluwe)5 Fytoplankton Kleine Barneveldse beek
n.v.t.
Middenloop Barneveldsebeek
n.v.t.
Benedenloop Barneveldsebeek
n.v.t.
Esvelderbeek
n.v.t.
Hoevelakense beek
n.v.t.
Macrofauna
Vis
Waterplanten
Voor de chemische toestand van de waterlopen bestaan bij de beken nog enkele knelpunten. De chemische toestand voor KRW-oppervlaktewaterlichamen wordt bepaald aan de hand van de aanwezigheid van prioritaire stoffen. Prioritaire stoffen zijn stoffen die een groot risico vormen in en via het watermilieu. Voor de chemische toestand bestaan er binnen elk van de beken nog overschrijdingen die zorgen dat het moeilijke wordt om het doel voor 2027 te behalen. Slechts 2 procent van al het water in het waterschap Vallei en Veluwe heeft een KRW-status. Voor de overige 98 procent heeft het waterschap ook doelen opgesteld. Watergangen De gemeente Barneveld heeft verschillende watergangen lopen in de gemeente. De belangrijkste watergangen (A-water en B-water) zijn in onderstaand figuur weergegeven. Het oostelijke deel van de gemeente heeft geen watergangen. Verder stroomt het water in de gangen van oost naar west.
5
Waterschap Vallei en Veluwe
34
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.7. Overzichtskaart belangrijkste watergangen in de gemeente Barneveld (bron: Waterschap Vallei en Veluwe.
Grondwater De gemeente Barneveld ligt binnen het gebied van grondwaterlichaam Zand Rijn midden. De Veluwe vormt een uitgesproken infiltratiegebied van dit grondwaterlichaam. Landbouw vormt een diffuse bron van belasting van het grondwaterlichaam. Ook verschillende puntbronnen dragen bij aan belasting door o.a. organische verontreiniging of pesticiden. Gewasbeschermingsmiddelen en nitraat en fosfaat van bemesting vormen de belangrijkste chemische belasting6. In de gemeente Barneveld liggen nog geen waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden. Echter, een gebied ten zuiden van de kern Barneveld is door de provincie Gelderland aangewezen als zoekgebied voor waterwinning. Dat zoekgebied strekt zich uit van De Glind aan de westkant tot aan Meulunteren in het oosten en Ederveen in het zuiden (beide gemeente Ede). De exacte locatie en omvang zijn nog onduidelijk.
Figuur 3.8: Beoogd zoekgebied waterwinning Barneveld-Zuid (bron: Barneveldsekrant.nl)
Wel ligt een aanzienlijk deel van de gemeente binnen intrekgebied. In de Omgevingsverordening zijn zogenoemde intrekgebieden aangewezen. Dit zijn gebieden waar het grondwater binnen maximaal 1.000 jaar de pompputten van het waterbedrijf bereikt. Ze zijn te zien op Figuur 3.9.
6
Factsheet Zand Rijn midden
35
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.9: Intrekgebieden (bron: provincie Gelderland)
Naast infiltratie is er ook sprake van kwel in de gemeente. Water dat op het Veluwemassief infiltreert komt aan de randen weer naar het oppervlak. Dit leidt op verschillende locaties in de gemeente tot matige tot sterke kwel. Onderstaande kaart toont de mate van infiltratie en kwel in de huidige situatie in de gemeente.
Figuur 3.10: Kwel en infiltratiekaart (bron: Klimaateffectatlas)
In Nederland is het watergebruik per persoon in de afgelopen jaren (licht) toegenomen (Figuur 3.11). Tot 2015 nam het watergebruik per persoon af. In de afgelopen jaren is (voornamelijk in de droge zomers) het drinkwatergebruik toegenomen.
36
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.11: Huishoudelijk drinkwatergebruik vs. bevolkingsgroei7
Onderstaand figuur toont de grondwatertrappen binnen de gemeente Barneveld. Grondwatertrappen wijzen naar de diepte van het grondwater t.o.v. het maaiveld en de fluctuatie van het grondwater. Dit is bepaald aan de hand van de laagste grondwaterstand (over het algemeen in de zomer) en de hoogste grondwaterstand (over het algemeen in de winter). Een groot deel van de gemeente Barneveld heeft grondwatertrap III tot IV. Dit betekent dat het grondwater in de zomer overwegend tussen de 80 en 120 centimeter staat. Dit betekent dat in een gemiddeld jaar het grondwater op geringe diepte ligt. Over het algemeen kunnen planten nog bij het grondwater met hun wortels. In de winter verschilt de diepte van het grondwater tussen de grondwatertrappen. In de overgang naar de Veluwe (de grondwaterfluctuatiezone, zie 3.1.3) ligt het grondwater dieper, in zowel de zomer als in de winter, in vergelijking met het grootse deel van de gemeente. Op de Veluwe ligt de grondwaterstand zowel in de zomer als in de winter zeer diep.
Figuur 3.12: Grondwatertrappen in de gemeente Barneveld (bron: BRO Geo services - PDOK)
3.1.3
Trends en ontwikkelingen In de gemeente Barneveld spelen verschillende ontwikkelingen die een invloed hebben op het thema ‘’Bodem, water en ondergrond’. De volgende ontwikkelingen spelen: 7
VEWIN (2022) Drinkwaterstatistieken 2022
37
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3.1.4
-
Grondwaterfluctuatiezone aan de rand van de Veluwe Door de voortzetting van de klimaatverandering zal de grondwaterstand op de Veluwe stijgen. Op de flank van de Veluwe kan er – behalve in bestaand bouwgebied – ook in nieuw in te richten gebied wateroverlast ontstaan als er geen maatregelen tegen worden genomen. In deze zone op de flanken van de Veluwe – de zogenaamde grondwaterfluctuatiezone – is er een verhoogd risico op grondwateroverlast. De noodzaak van maatregelen is over het algemeen afhankelijk van de huidige en voorspelde diepte van het grondwater.
-
Aandacht voor een vitaal bodem- en watersysteem De voordelen van een vitaal bodem- en watersysteem worden steeds belangrijker en explicieter benadrukt (zoals in het streven water en bodem sturend). De bodemkwaliteit is in het verleden achteruitgegaan, en ook klimaatverandering versnelt de afbraak van organische stof in de bodem. Agrariërs kunnen door verandering in bedrijfsvoering in het kader van de landbouwtransitie een grote impact hebben op de vitaliteit van bodems.
-
Druk op het grondwater Het gebruik van drinkwater neemt toe. Met name door de warme, droge perioden is het watergebruik de afgelopen jaren gestegen. Ook neemt het aantal inwoners van de gemeente Barneveld toe, waardoor het drinkwatergebruik stijgt. Ook het watergebruik van bedrijfssector kan toenemen wanneer meer bedrijven zich in de gemeente vestigen. De mate waarin is echter sterk afhankelijk van het type bedrijvigheid. Hiernaast neemt het gebruik van drinkwater ook toe door de gedragscomponenten.
-
Verbetering oppervlaktewaterkwaliteit door de Kaderrichtlijn Water (KRW) Door middel van de KRW stuurt Europa op de kwaliteit van het oppervlaktewater in Europa. Het doel is dat in 2027 alle wateren een goede oppervlaktewaterkwaliteit hebben. In Barneveld staat de ecologische kwaliteit er op verschillende aspecten goed voor. Het is onwaarschijnlijk dat in Nederland de oppervlaktewaterkwaliteit overal op tijd op een goed niveau is. In Barneveld staat de ecologische kwaliteit van de KRW-oppervlaktewateren er matig voor. Het is wel de verwachting dat de kwaliteit de komende jaren verder verbetert.
-
Druk op de ondergrond De druk op de ondergrond gaat toenemen. Deze drukte ontstaat door nieuwe functies in de ondergrond die om ruimte vragen (zoals warmtenet, waterberging, laadinfrastructuur) en toenemende aandacht voor groen in stedelijke gebieden.
-
Water vasthouden in hooggelegen gebied In Nederland is er een opkomende trend om water vast te houden in hoger gelegen gebieden, om droogte te voorkomen. In plaats van watergangen volledig af te voeren, worden waterbergingen gecreëerd. Dit wordt toegepast bij de 'Klimaatmantel' in Barneveld (BOVI), waar meanderende beken met waterbergingen worden gerealiseerd. Lokaal water zuiveren en effluent lokaal lozen verlichten de druk op het watersysteem en bevorderen duurzaam watergebruik.
-
Meer inzet op drinkwaterbesparing Een opkomende trend is de grotere inzet op het besparen van drinkwater, niet alleen door voorlichting, maar ook door lobbywerk om het Bouwbesluit aan te passen en de ontwikkeling van waterbesparende producten voor huishoudelijk gebruik te bevorderen. Bovendien wordt ingezet op het stimuleren van regenwaterhergebruik en het aangaan van samenwerkingen met bedrijven. Deze aanpak richt zich op verschillende niveaus om het gebruik van drinkwater te verminderen en zo een duurzaam en efficiënt waterbeheer te bevorderen.
Beoordeling De bodemkwaliteit is, vanuit het perspectief van natuur, landbouw en wonen in een groot deel van de gemeente Barneveld op orde. Lokaal is sprake van bodemverontreiniging, bijvoorbeeld door de aanwezigheid van
38
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
voormalige stortplaatsen. Geen bijzondere autonome ontwikkelingen worden op dit vlak verwacht. Vanuit ecologisch perspectief is er ruimte voor verbetering van de bodem. In de gemeente Barneveld zijn verschillende KRW-oppervlaktewaterlichamen gelegen. De ecologische kwaliteit van deze oppervlaktewaterlichamen is nog niet afdoende. Tot 2027 hebben lidstaten de tijd om een goede status voor deze oppervlaktewaterlichamen te bereiken. Het is aannemelijk dat de ecologische kwaliteit van de oppervlaktewaterlichamen in de gemeente de komende jaren (licht) verder verbetert. Er bestaan wel nog enkele uitdagingen op het vlak van de chemische kwaliteit van de beken. Het drinkwatergebruik is in de afgelopen jaren erg toegenomen. Dit gebeurt voornamelijk door de droge zomers. Het verhoogde gebruik van drinkwater is een trend die zich waarschijnlijk doorzet, omdat het warmer en droger wordt. Daarnaast stijgt het aantal inwoners in Barneveld en daarmee het watergebruik. De grondwaterkwaliteit van de gemeente wordt belast door landbouw. Hiernaast dragen verschillende puntbronnen ook bij aan belasting door onder andere organische verontreiniging of pesticiden. In de ondergrond wordt het steeds drukker. Nieuwe functies moeten een plek vinden in de ondergrond, zoals waterberging, laadinfrastructuur en duurzame energiebronnen.
Ook de vergroening van het bebouwde gebied vraagt om ruimte in de ondergrond. Al met al is de druk op bodem, water en ondergrond de afgelopen jaren toegenomen. Dat leidt tot de negatieve ontwikkeling (2000 – nu) die in de trendgrafiek hieronder weergegeven is. Gezien de beleidsinzet en de trends die in de toekomst worden verwacht, is aangenomen dat de negatieve ontwikkeling gestopt kan worden. De beoordeling ontwikkelt zich naar verwachting neutraal, met een onzekerheidsmarge die groeit naarmate de tijd vordert.
39
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3.2
Natuur
3.2.1
Inleiding, beoordelingskader en beleid De natuurlijke leefomgeving is belangrijk voor de mens, plantaardige productie en een gezonde omgeving. Een natuurlijke leefomgeving kan verschillende vormen aannemen, zoals publiek groen en natuurgebieden. In het natuurbeleid wordt onderscheid gemaakt in beschermde gebieden en beschermde soorten. Onder het aspect biodiversiteit wordt breder gekeken dan alleen naar beschermde soorten. Tot slot wordt ook gekeken naar natuurwaarden in de directe woonomgeving. De aspecten binnen dit thema staan in verbinding met de aspecten van de thema’s in de volgende twee hoofdstukken: ‘Bodem, water en ondergrond’ en ‘Klimaatbestendigheid’. Beoordelingskader Aspect Natuur
Criterium Natuurgebieden
Streefwaarde Sterk natuurnetwerk met goede natuurverbindingen. Sterke biodiversiteit over de hele gemeente.
Biodiversiteit
Groene woonomgeving
De woonomgeving heeft een groen karakter.
Gewenste beweging Behoud en versterking Natura 2000 (Veluwe) en overig natuurnetwerk. Toename en herstel biodiversiteit in de gehele gemeente: natuur, ruraal en stedelijk gebied. Vergroening wijken en centra.
Beleid Kader
Belangrijkste uitgangspunten
Beleidsplan Biodiversiteit (2021)
Met het beleidsplan biodiversiteit draagt Barneveld de komende vijf jaar bij aan herstel van biodiversiteit. De visie bestaat uit de volgende punten: In Barneveld delen we de zorg voor het behoud van leefgebieden van planten dieren vanwege hun intrinsieke waarde. In Barneveld maakt biodiversiteit een essentieel onderdeel uit van ons natuurlijk kapitaal. We werken aan biodiversiteit omdat dit noodzakelijk is voor een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Barneveld werkt aan het behouden en versterken van de grote diversiteit aan landschappen. Deze vormen namelijk de basis voor biodiversiteit en zijn ook belangrijk voor onze identiteit en de beleving van landschappen. Ze zorgen voor een aantrekkelijke woon-, werk- en recreatieve omgeving. In Barneveld benutten we kansen voor het werken aan biodiversiteit als die zich voordoen. In Barneveld werken we samen aan biodiversiteit. De gemeente, inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties voelen zich verbonden en dragen samen bij aan herstel van biodiversiteit. Verder werkt Barneveld met icoonsoorten, om biodiversiteit tastbaar te maken. IJsvogel, weidebeekjuffer, oranjetipje, steenuil, boommarter, weidehommel, gierzwaluw en ringslang zijn typische soorten die de kwaliteit van natuur in stedelijke omgeving en ons buitengebied vertegenwoordigen. Deze soorten worden gemonitord en spelen een rol in communicatie en educatie.
Gebiedsvisie Esvelderbeekzone
De Esvelderbeekzone is het gebied tussen Barneveld-Noord en Harselaar. Het is een groen gebied met een agrarisch karakter. In het plangebied Esvelderbeekzone zijn deze plannen tot inrichtingsplannen uitgewerkt: natuurverevening en -compensatie; waterbergingsopgave; landgoedontwikkeling; vestiging kinderhospice; woningbouw.
Groenstructuurplan Barneveld (2011)
Het uitgangspunt in dit beleidsdocument is het realiseren van een duurzame groenstructuur, die gedurende een lange periode beeldbepalend is voor een straat, wijk of kern. Er dient een kwalitatieve, passende inrichting gerealiseerd te worden. Deze punten vatten de visie samen:
40
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.
12.
13. 14.
3.2.2
De landschappelijke kenmerken zijn medebepalend voor de karakteristiek en inrichting van het groen in de kernen. Centrale groenvoorzieningen in de wijk staan in verbinding met de dorpsrand. Groene randen verbinden het dorp met het landschap waardoor de relatie tussen dorp en landschap wordt versterkt. De inrichting van de groenzones nabij watergangen heeft, indien ruimte beschikbaar is, een ecologische inslag. Door de zichtbaarheid te behouden/vergroten neemt de waarde van de watergangen als element in de woonomgeving toe. De belangrijkste wegenstructuren worden begeleid door een groenstructuur bij voorkeur bestaande uit bomen. Bestaande groenstructuren en -elementen worden zoveel mogelijk behouden en verweven met nieuwe structuren. Nieuwe groenelementen dienen gebruik te bevorderen. Biodiversiteit vergroten door flora en fauna aan de randen en in de kernen kansen te bieden De gemeente combineert functies als waterberging, recreatie en natuurwaarden zodat optimaal gebruik gemaakt wordt van de openbare ruimte. Bij ruimtelijke ontwikkelingen de groene uitstraling van de kernen behouden, met groen de kern verbinden met het landschap en voldoende recreatieve mogelijkheden realiseren. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling wordt de hoeveelheid groen procentueel bepaald, afgestemd op de locatie, om op lange termijn de groene uitstraling en binding met het landschap te behouden.
In centrumgebieden dienen enkele beeldbepalende bomen aanwezig te zijn. Inrichting van groenvoorzieningen vindt dusdanig plaats dat beheervriendelijk groen gerealiseerd wordt.
Huidige situatie Natuurgebieden Barneveld is een natuurrijke gemeente. Een deel van de gemeente valt binnen het Natura 2000-gebied De Veluwe. Dit is te zien op Figuur 3.13. Al het rood-blauw gestreepte gebied behoort tot De Veluwe. De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. Het Natura 2000-gebied De Veluwe kent een habitat- en een vogelrichtlijn en heeft te maken met een overbelasting van stikstof. Ten noorden van Barneveld bevindt zich Natura 2000-gebied Arkenheem, op ca. 6 km afstand van de gemeentegrens. Ca. 8 km ten noorden van Barneveld is de uitloper van Natura 2000-gebied Veluwerandmeren gelegen.
Figuur 3.13: Natura 2000-gebieden (Natura 2000)
41
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Verspreid over de gemeente liggen verschillende gebieden die onderdeel zijn van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Het GNN overlapt met het Natura 2000-gebied De Veluwe. Daarnaast ligt er ten (noord)westen van de kern Barneveld veel natuur die tot het GNN gerekend wordt. Landgoed het Schaffelaarse Bos, dat aan het noordoostelijk deel van de kern Barneveld grenst, hoort ook bij het GNN.
Figuur 3.14: Gelders Natuurnetwerk (GNN) (bron: provincie Gelderland)
Figuur 3.15 toont de Natuur- en landschapskaart, zoals die in de omgevingsvisie van Gelderland is opgenomen. Op deze kaart zijn, naast Natura 2000 en GNN, ook onder andere ecologische verbindingszones en groene ontwikkelingszones te zien.
Figuur 3.15: Natuur- en landschapskaart (bron: Omgevingsvisie Gaaf Gelderland)
Op Figuur 3.16 is het netwerk van groenstructuren weergegeven. Een brede groene verbinding, die ook op Figuur 3.15 te herkennen is, schermt Voorthuizen en Barneveld af van het gebied ten noordwesten van de kernen.
42
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Verder zijn smalle groen(blauwe) verbindingen, voornamelijk in oost-westrichting gelegen, op de kaart weergegeven. Enkele hiervan zijn langs beken, zoals de Esvelderbeek en de Kleine Valksebeek gelegen. Bedrijventerrein Harselaar wordt door deze groen(blauwe) verbindingen van de kern Barneveld afgeschermd. Binnen Voorthuizen is een groene slinger van natuur onderscheiden. Om de kern Barneveld bevinden zich enkele groene scheggen: buffers tussen het dorp en het buitengebied.
Figuur 3.16: Groene netwerk (bron: gemeente Barneveld)
Biodiversiteit De soortendiversiteit verschilt per deel van de gemeente. Wat opvalt is dat waar natuurgebied is, de biodiversiteit – met name wat betreft de rode lijstsoorten – over het algemeen hoog is. Dat geldt bijvoorbeeld voor het Natuurnetwerk ten westen van de kern Barneveld. Enkel kijkend naar de algemene soortendiversiteit, valt wel op dat de Veluwe relatief ‘laag’ scoort.
43
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.17: Algemene soortendiversiteit (bron: Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), 2017)
Figuur 3.18: Soortendiversiteit o.b.v. rode lijst (bron: NDFF, 2017)
Groene woonomgeving Ook de groenkaart (Figuur 3.19) geeft aan dat Barneveld een zeer groen karakter heeft. Echter, ook weilanden zijn groen weergegeven – dat vertekent het beeld van natuur mogelijk. De kaart geeft dus weer dat een groot deel van de gemeente tot groen of landbouwgebied gerekend kan worden. Natuur is ook in de woonomgeving van groot belang. Wie in een groene wijk woont, voelt zich mentaal en fysiek beter. Binnen de woonkernen is groen afgewisseld met bebouwing. De wijk Rootselaar-West, in de kern Barneveld, is een voorbeeld van een groene wijk. Daar staan namelijk relatief veel bomen. Aan de rand van de kern Barneveld zijn het Schaffelaarse bos en het Oostersebos gelegen. Ook ten zuidoosten van de kern Voorthuizen is een bos gelegen. Deze groene clusters grenzen aan de woonomgeving en zijn gemakkelijk te bereiken. Buiten de woonomgeving valt op dat bedrijventerrein Harselaar relatief versteend is. Daarnaast valt het grote niet-groene oppervlak in het oosten van de gemeente op in Figuur 3.19. Dat is natuurreservaat Kootwijkerzand, een groot woestijnachtig stuifzandgebied. Kootwijkerzand is deel van Natura 2000-gebied de Veluwe.
44
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.19: Groenkaart (bron: RIVM, 2018)
In het Groenstructuurplan van Barneveld is inzicht gegeven in het aantal bomen en het groengehalte (Tabel 3.2). Tabel 3.2: Groen en bomen (bron: Groenstructuurplan Barneveld, 2011)
3.2.3
Trends en ontwikkelingen In de gemeente Barneveld spelen verschillende ontwikkelingen die een invloed hebben op het thema ‘Natuur’. De volgende ontwikkelingen spelen:
45
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
-
Natuurwaarden in natuurgebieden staan onder druk Het bos- en natuurgebied in de gemeente Barneveld staat onder druk. Meer en meer soorten hebben moeite met het overleven. Dit heeft verschillende redenen. De heidegebieden hebben te maken met een verzuring en vermesting door een te hoge stikstofdepositie. De komende jaren gaat er veel gebeuren om de stikstofemissie en -depositie te verminderen. Versnippering van leefgebieden zorgt er daarnaast voor dat de overlevingskansen van soorten worden verkleind. Daarnaast leven er in Nederland meer en meer invasieve soorten. Invasieve soorten zijn soorten die niet van oorsprong in Nederland leven, maar hier o.a. door het veranderende klimaat settelen. Ze kunnen inheemse soorten verdringen; dat kan het voortbestaan van de oorspronkelijke flora en fauna belemmeren. Klimaatverandering, zoals extreme regenval of droogte, kan op verschillende manieren een negatieve impact hebben op het voortbestaan van soorten. Door droogte vergroot de kans op natuurbranden. Natuurbranden verkleinen het leefgebied van soorten. Ook zorgen droge perioden voor droogtestress bij plant en dier. Droogte maakt planten meer gevoelig voor ziekten en plagen. Ten slotte neemt de recreatiedruk toe in natuurgebieden. Dat komt o.a. door een toename in de bevolking. In kwetsbare gebieden kan dit negatieve effecten hebben op de planten en dieren.
3.2.4
-
Natuurwaarden in het agrarisch gebied staan onder druk Intensivering van de landbouw heeft in het verleden plaatselijk geleid tot een vermindering van de biodiversiteit in het buitengebied. Dit komt onder andere door schaalvergroting, het verdwijnen van landschapselementen, bestrijdingsmiddelen, verdroging en vermesting. In de komende jaren gaat er veel veranderen in het agrarisch gebied, met name om de stikstofdoelen te halen. Dit brengt kansen met zich mee om het buitengebied meer natuurinclusief in te richten.
-
Natuurwaarden in het bebouwde gebied Het bebouwde gebied bestaat voor een aanzienlijk deel uit groene ruimte, denk aan tuinen, parken en bermen. Enerzijds staat groen in de stad onder druk door de verstening van tuinen. Dit betekent dat het leefgebied van planten en dieren kleiner wordt. Anderzijds kunnen maatregelen in de openbare ruimte voor klimaatadaptatie kansen bieden om natuurwaarden verder in de stad mee te nemen.
-
Herstelprogramma’s voor de Veluwe De provincie Gelderland werkt momenteel aan zogenoemde herstelprogramma’s om de natuur op de Veluwe te versterken. De programma’s zijn gedetailleerde uitwerkingen van het Natura 2000beheerplan Veluwe. Hier wordt in de programma’s aan gewerkt: • kwaliteit van heide en stuifzanden verbeteren; • de bodem verbeteren door oude eikenbossen’; • vennen en venen herstellen; • de habitats en soorten verbeteren bij beken.
Beoordeling De gemeente Barneveld heeft veel natuurgebieden, zowel GNN als Natura 2000, en een groen karakter. De natuurwaarden in natuurgebieden staan wel onder druk door verschillende autonome ontwikkelingen. Dit zijn de stikstofemissie van verkeer, de industrie- en landbouwsector, versnippering van leefgebieden, klimaatverandering, en recreatiedruk. Ook in het agrarisch gebied bestaan er uitdagingen, zoals de impact van schaalvergroting, het gebruik van bestrijdingsmiddelen, verdroging en vermesting. In de bebouwde omgeving beperkt verstening het stedelijk groen. Door middel van stikstofbeleid zet de overheid zich in op het beschermen en herstellen van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Een omschakeling naar meer duurzame vormen van landbouw, zoals ook door het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en de nationale overheid wordt nagestreefd, kan een positieve bijdrage leveren aan de natuurwaarden in het buitengebied. Uitvoering van klimaatadaptieve maatregelen levert ook verschillende kansen om natuurwaarden meet te koppelen. Al met al bestaat er een grote inzet om
46
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
natuurwaarden te herstellen op bestuurlijk niveau. Het is niet duidelijk wat de uiteindelijke impact van het gevoerde beleid is op de natuurwaarden. Herstel van natuurwaarden en het uitvoeren van herstellingsmaatregelen heeft daarnaast tijd nodig. Dit brengt onzekerheid met zich mee over de richting waarin natuurwaarden zich ontwikkelen over tijd. Barneveld beschikt dus over veel en bijzondere natuur en zet zich in voor natuurbescherming en -herstel, via beleid en provinciaal bijvoorbeeld door de Herstelprogramma’s voor de Veluwe. Door autonome ontwikkelingen (in Barneveld, maar ook op nationaal niveau) tekent zich toch een achteruitgang van natuurwaarden af. Die kan in de toekomst wel afgewend worden.
47
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3.3
Klimaatbestendigheid
3.3.1
Inleiding, beoordelingskader en beleid Klimaatverandering is meer en meer zichtbaar in de omgeving om ons heen. Klimaatverandering leidt tot droogte en hitte in de zomer, terwijl er op momenten ook sprake is van extreme neerslag. In de winter liggen de temperaturen ook hoger, waardoor echte koude dagen minder en minder voorkomen. In deze paragraaf staat de klimaatbestendigheid van de gemeente Barneveld centraal. Beoordelingskader Aspect Klimaatbestendigheid
Criterium Wateroverlast
Streefwaarde Schade en overlast door extreme buien voorkomen.
Droogtestress
Overlast door voorkomen Overlast door voorkomen
Hittestress
droogte hitte
Gewenste beweging Vermindering van kwetsbaarheid voor extreme buien. Minder overlast na een lange periode van droogte. Minder overlast na een lange periode van hitte.
Beleid Kader
Belangrijkste uitgangspunten
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland
Klimaatadaptatie heeft een prominente plek binnen de omgevingsvisie van Gelderland. In 2050 wil de provincie Gelderland optimaal beschermd zijn en mee kunnen bewegen met het veranderende klimaat. Hierbij wordt rekening gehouden met de verschillende landschappen die in de provincie Gelderland aanwezig zijn. De concrete ambitie is dat in 2050 Gelderland klimaatbestendig is. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar.
Strategische Visie Barneveld 2030
Barneveld kiest ervoor om een energieneutrale en klimaatbestendige gemeente te worden. Zowel de bebouwde omgeving als de onbebouwde omgeving moet in de hele gemeente klimaatbestendiger worden. Barneveld treft maatregelen om water vast te houden om de wateroverlast, droogte en hitte te beperken. Via het waterloket zorgt de gemeente voor de informatievoorziening.
Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026
In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026 zet de gemeente Barneveld haar visie op de waterketen uiteen. Deze visie heeft verschillende speerpunten. Ten aanzien van het thema klimaatbestendigheid zijn de volgende speerpunten van belang: Klimaatadaptatie: We werken samen op regionaal niveau en pakken lokaal aan. In het Regionaal Adaptatie Plan (RAP) zijn vier speerpunten benoemd: 1. prettig wonen en werken; 2. aangenaam recreëren; 3. basisfuncties veiligstellen; 4. natuurlijk bodem- en watersysteem. Duurzaamheid: Knelpunten bij het inrichten van de waterketen op het vlak van waterkwantiteit of -kwaliteit worden niet afgewenteld op aangrenzende gebieden of toekomstige generaties. De gemeente kan jaarlijks 1,2 miljoen euro aan klimaatadaptieve maatregelen kunnen nemen.
Hemelwaterplan Barneveld 20172020
Barneveld streeft naar een waterbestendige inrichting van de openbare ruimte, zodat de gemeente bestand is tegen klimaatverandering. Dit doet de gemeente onder andere door hemelwater op een voor mens en natuur duurzame wijze te verwerken, zonder overlast. Er zijn verschillende oplossingsrichtingen onderscheiden. Dit zijn hier enkele voorbeelden van, door bewoners en bedrijven: ontstenen en vergroenen van tuinen (bronmaatregel, zeer effectief); afkoppelen van daken en verhardingen; aanleggen van groene daken (bronmaatregel: effectief bij beperkte neerslag). De gemeente kan ook maatregelen treffen. Dit zijn voorbeelden van maatregelen door de gemeente:
48
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Plan van Aanpak Klimaatadaptatie
beperken nieuwe verharding: enkel noodzakelijke, functionele verharding; afkoppelen bestaande verharding: actief afkoppelen van kansrijke locaties; klimaatbestendig inrichten van kansrijke woonwijken i.c.m. grootschalige herinrichting.
In oktober 2019 heeft het college van Barneveld ingestemd met het Plan van Aanpak Klimaatadaptatie “Klimaatadaptief in ons normale werk” (PvA). Dit plan bevat 19 acties variërend van het beoordelen van de lokale effecten van klimaatverandering (op basis van stresstesten), beleidsvorming (Groenstructuurplan, Beleidsplan Vastgoed) tot concrete acties (klimaatadaptatie in planvorming, opstellen communicatieplan en Groene Schoolpleinen). Met deze acties zouden de lokale klimaatopgaven eind 2020 in de vorm van een uitvoeringsprogramma in beeld worden gebracht. Tegelijkertijd zou invulling worden gegeven aan de opgave uit het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie om vanaf eind 2020 klimaatadaptief te werken in de normale werkprocessen met het doel om in 2050 klimaatbestendig te zijn.
Manifest Regio Vallei en Veluwe
3.3.2
De gemeente Barneveld heeft als lid het manifest ondertekend. Hier staat onder andere in dat de gemeente iedere kans aangrijpt om klimaatadaptieve maatregelen te treffen.
Huidige situatie Wateroverlast Wateroverlast kan op meerdere manieren ontstaan, zowel door overstroming als door regenval. De gemeente Barneveld is niet erg gevoelig voor de invloed van een mogelijke overstroming. De volgende kaart toont de invloed van een overstroming waarvoor de kans bestaat dat deze één keer in de duizend jaar optreedt. Het gaat hierbij om een overstroming door een breuk van de Grebbedijk, die beschermt tegen hoge waterstanden in de Nederrijn. In de gemeente Barneveld treedt hierbij alleen lichte wateroverlast (een waterlaag van minder dan 0,5 meter) in de omgeving van het dorp de Glind en in het oostelijke deel tegen de gemeentegrens aan. Het waterschap Vallei en Veluwe maakt samen met de omgeving van de Grebbedijk plannen om de dijk te versterken.
Figuur 3.20: Waterlaag na een overstroming (kleine kans) (bron: Klimaateffectatlas)
Naast de invloed van een mogelijke overstroming kan wateroverlast ook optreden door regenval. In de afgelopen 100 jaar is de hoeveelheid neerslag met ongeveer 20 procent toegenomen. Dit komt voornamelijk omdat het op de dagen dat het regent veel meer regent. In de winter en (tot op zeker hoogte) de zomer regent het meer, terwijl het in de lente en herfst minder regent. De verwachting dat deze trend zich naar de toekomst toe voortzet. De hoeveelheid neerslag per jaar neemt toe. Voornamelijk doordat het aantal buien met heftige neerslag toeneemt.
49
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.21 toont de wateroverlast in de gemeente Barneveld na extreme regenval (74 mm in twee uur). Om twee verschillende redenen treedt er op diverse plekken in de gemeente wateroverlast op. Allereerst treedt er wateroverlast op door verharding in de omgeving. Dit beeld komt naar voren in de kernen Barneveld en Voorthuizen en op bedrijventerrein Harselaar. In de kernen en op het bedrijventerrein bestaat een relatief hoog aandeel verharding. Water kan door de verharding niet infiltreren en blijft deels op de verharding liggen, waardoor er een waterlaag ontstaat. De tweede factor die invloed uitoefent op de mate van overlast is de capaciteit van het riool. Als de capaciteit van het riool niet aansluit bij de hoeveelheid water die afgevoerd moet worden, ontstaat wateroverlast op straat.
Figuur 3.21: Waterlaag na een bui van 74/mm in 2 uur (bron: Klimaateffectatlas Vallei en Veluwe)
In hoeverre kans op wateroverlast tot ingrijpen noodzaakt, is afhankelijk van (nog op te stellen) acceptatieniveaus. Binnen de Klimaateffectatlas Vallei en Veluwe is in beeld gebracht welke wegen en panden kwetsbaar zijn bij een regenbui van o.a. 74 mm per uur (Figuur 3.22). Het water dat in eerste instantie niet afgevoerd wordt met de riolering (of andere voorzieningen zoals wadi’s of waterberging onder de weg) zich beweegt naar de lager gelegen delen in de directe omgeving. Met name het centrum van Barneveld en verschillende panden op bedrijventerrein Harselaar zijn kwetsbaar door een diepe waterlaag. Ook zijn verschillende wegen binnen voornamelijk de kernen Voorthuizen en Barneveld verminderd tot niet begaanbaar door water.
50
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.22: Kwetsbaarheid panden en wegen (bron: Klimaateffectatlas Vallei en Veluwe)
Droogtestress De temperatuurtoename in de zomer zorgt voor veranderingen in de neerslagpatronen. Warme lucht kan meer water bevatten, waardoor de verdamping van planten toeneemt. De verandering in neerslagpatronen zorgt voor een groter neerslagtekort in het groeiseizoen – er is dus meer sprake van droogte. Droogte heeft negatieve gevolgen op verschillende gebieden, zoals de landbouw, het stedelijk groen, de natuur en de biodiversiteit. Het neerslagtekort is het verschil tussen de verdamping en de hoeveelheid neerslag die valt, en geeft daardoor aan hoe erg de droogte is. Door hogere temperaturen en meer zonuren neemt de verdamping toe. Het neerslagtekort aan het einde van de lente is in de afgelopen tien jaar met acht procent toegenomen. De verwachting is dat het neerslagtekort in de toekomst groter wordt. In de gemeente Barneveld bestaat op dit moment een neerslagtekort tussen 120 en 150 mm. Dat neemt naar verwachting dus toe. In een deel van de gemeente is het gemiddelde neerslagtekort 150 tot 180 mm, terwijl delen van de gemeente ook te maken krijgen met een neerslagtekort van 180 tot 210 mm (Figuur 3.23). Droogte kan leiden tot schade aan natuur en biodiversiteit. Planten kunnen minder goed groeien of gaan dood. Dieren hebben er vervolgens last van omdat er minder water en voedsel beschikbaar is. In de landbouw leidt droogtestress tot een afname van de gewasopbrengst.
Tot slot wordt de neerslag die wel valt in een droge periode minder goed opgeslagen in de bodem omdat droogte de sponswerking van de bodem aantast.
51
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.23: Potentieel maximaal neerslagtekort (gemiddeld over 10 jaar) (2050 – scenario klimaatverandering: hoog) (bron: Klimaateffectatlas)
Droogte en warme temperaturen zijn, naast menselijke impact en de karakteristieken van het gebied, factoren die het natuurbrandrisico bepalen. In de huidige situatie is het natuurbrandrisico in het grootste deel van de gemeente gemiddeld. Op de Veluwe bestaat er een hoog risico op een natuurbrand (Figuur 3.24).
Figuur 3.24: Kans op natuurbrand (huidig) (bron: Klimaateffectatlas)
Hittestress Hittestress is de lichamelijke reactie op een te warme omgevingstemperatuur. Door hittestress kan iemand zijn of haar lichaamstemperatuur niet langer goed reguleren. Gezondheidsproblemen die hiermee gepaard gaan zijn huiduitslag, oververmoeidheid, nierfalen, beroertes en ademhalingsproblemen. Ook kan het zorgen voor
52
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
agressief gedrag en verminderde arbeidsproductiviteit. Hittestress kan vooral voor oudere mensen met een kwetsbare gezondheid dodelijk zijn. Door klimaatverandering zullen er vaker zomerse (temperatuur hoger dan 25 graden Celsius) en tropische (temperatuur hoger dan 30 graden Celsius) voorkomen. Dit kan zorgen voor meer gezondheidsschade door hittestress. Het stedelijk hitte-eiland effect, waarbij door o.a. lage windsnelheid, donkere, absorberende materialen en warmte door menselijke activiteiten, de temperatuur in stedelijk gebied een paar graden hoger ligt dan in het buitengebied, is hierbij ook van belang. Figuur 3.25 toont het stedelijk hitte-eiland van de gemeente Barneveld. Met name de kernen Voorthuizen en Barneveld en het bedrijventerrein Harselaar hebben te maken met temperatuurtoename t.o.v. het buitengebied. Op een zomerdag kan het centrum van de kern Barneveld tot ongeveer 1,5 graden Celsius warmer worden dan de temperatuur in het buitengebied. In de andere kernen is de opwarming beperkter. Zo stijgt de temperatuur in Garderen tot 0,4 graden Celsius boven de temperatuur van het buitengebied. De pieklocaties van hittestress (stedelijk hitte-eilandeffect) komen overeen met de plaatsen waar een hogere gevoelstemperatuur wordt ervaren (Figuur 3.26). De gevoelstemperatuur in de gemeente ligt het laagste in de Veluwe.
De hoogste gevoelstemperaturen liggen in Barneveld en Voorthuizen. Tot op heden bestaan er geen ingrijpmaatstaven.
Figuur 3.25: Stedelijk hitte-eilandeffect (bron: RIVM, 2017)
53
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.26: Hittekaart gevoelstemperatuur (bron: Witteveen en Bos, 2021)
3.3.3
Trends en ontwikkelingen In de gemeente Barneveld spelen verschillende ontwikkelingen die een invloed hebben op het thema ‘Klimaatbestendigheid’. De volgende ontwikkelingen spelen: -
Klimaatverandering Klimaatverandering ontvouwt zich meer en meer. Naar de toekomst toe tekenen de ontwikkelingen zich meer en meer af. Dit betekent dat het warmer, droger of juist natter wordt. Dit heeft ook effecten in de omgeving, zoals wateroverlast op straat, een hoger natuurbrandrisico of meer hittestress in de stad. Van deze trend is wereldwijd sprake.
-
Klimaatadaptatie Om klaar te zijn voor de gevolgen van het veranderende klimaat zet de overheid, waaronder de gemeente Barneveld, in op klimaatadaptatie. In de landbouw vinden onder ander ontwikkelingen plaats zoals toevoegen organische stoffen om water vast te houden. In het buitengebied wordt meer water vastgehouden. In de openbare ruimte wordt meer ruimte voor groen en blauw gemaakt. Verstening wordt tegengegaan en vergroening wordt gestimuleerd. Hiernaast is een verhoogde mate van bewustwording en activiteit waarneembaar. Deze trends zijn de laatste jaren landelijk zichtbaar. Klimaatadaptatie wordt ook tegenwoordig meegenomen in het gemeentelijk vastgoedbeleid, het Masterplan Onderwijs, het regionale project Vitale Vakantieparken. Hierdoor is een duidelijke verbreding van het thema naar andere beleidsvelden te zien. Verder wordt in navolging op het PvA klimaatadaptatie in 2023 een Klimaatadaptatieplan opgesteld door een interne multidisciplinaire werkgroep (Programmabegroting 2023). Ook werkt de gemeente Barneveld aan (een actualisatie van) de rioleringsmodellen van de verschillende kernen. Deze modellen geven op basis van de werkelijke situatie qua riolering en waterberging een nauwkeuriger beeld van de mate van wateroverlast en de locaties. Er is al met al een duidelijke verbreding van het thema klimaatverandering op allerlei beleidsvelden te zien.
-
Woningbouwontwikkeling en hittestress Hoewel de trend van klimaatadaptatie en vergroening zichtbaar is, kan woningbouwontwikkeling lokaal in Barneveld bijdragen aan hittestress door het beïnvloeden van drie oorzaken ervan: • Geslotenheid: Door bebouwing te realiseren wordt het landschap meer gesloten, waardoor de wind afneemt en de gevoelstemperatuur toeneemt.
54
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
•
•
Afwezigheid van groen: Een groene omgeving heeft een verkoelend effect door onder andere beschaduwing. Doordat er door de realisatie van bebouwing minder ruimte voor groen ontstaat, kan de hittestress in de omgeving toenemen. Stenen materialen: Stenen materialen worden zowel gebruikt voor bebouwing als voor wegen en paden. Stenen materialen houden warmte vast en stralen deze weer uit. Dit betekent dat nachten minder sterk afkoelen. Door de realisatie van bebouwing neemt de hoeveelheid stenen materialen toe. Hierdoor wordt de temperatuur mogelijk verhoogd.
Klimaatadaptatie is hiernaast een uitgangspunt bij de ontwikkeling van woongebieden en bedrijventerreinen en bij projecten (Programmabegroting 2023).
3.3.4
Beoordeling Het klimaat verandert. De eerste tekenen hebben zich de afgelopen jaren laten zien. Het wordt vaker warmer, droger, of juist veel natter. De verwachting is dat de gemeente Barneveld niet snel te maken krijgt met zware overstromingen. Wateroverlast door regenval is wel een aandachtspunt. Door klimaatverandering wordt neerslag, als die valt, intenser. Dit betekent dat in lage gebieden, versteende gebieden of gebieden met onvoldoende (riool)afvoercapaciteit wateroverlast een groot aandachtspunt is. Klimaatverandering zorgt ook voor droogte. De toename in droogte zorgt ervoor dat het natuurbrandrisico toeneemt en planten en dieren vaker te maken krijgen met droogtestress. Warmte kan ook te veel worden, en leiden tot hittestress. Op dit moment bestaat er binnen verschillende kernen een licht hitte-eiland: een verhoging in temperatuur. Door een toename in warme en hete dagen, en een bebouwde stedelijke omgeving binnen kernen kan de hittestress verder toenemen. Op verschillende bestuurlijke niveaus wordt actie genomen om de klimaatverandering te beperken (klimaatmitigatie) of aan te passen aan het veranderende klimaat (klimaatadaptatie). Door onzekerheid over de mate waarin de maatregelen effectief zijn en worden doorgevoerd, bestaat er een marge van onzekerheid naar de toekomst toe.
Hoewel het doel klimaatadaptiviteit is, is de uitdaging van de komende decennia groot en lijken aanvullende beleidskeuzes nodig te zijn. Hoewel de verwachte toekomstige ontwikkeling (licht) positief is, is er méér beleidsinzet nodig om op een (zeer) positieve beoordeling in 2040-2050 uit te komen.
55
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3.4
Ruimtelijke kwaliteit
3.4.1
Inleiding, beoordelingskader en beleid In dit hoofdstuk Ruimtelijke kwaliteit is ingegaan op cultuurhistorische en landschappelijke waarden in de gemeente Barneveld. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed [RCE] onderscheidt drie categorieën, waarop het beoordelingskader is gebaseerd: 1. Landschappelijke elementen, gebieden en ruimtelijke patronen waarin de historische wisselwerking tussen mens en maatschappij enerzijds en de fysieke omgeving anderzijds tot uitdrukking komt: het historische landschap; 2. Historische gebouwen, erven, tuinen, parken en stedenbouwkundige structuren; 3. In de bodem (op land en onder water) bewaarde sporen en resten van menselijke bewoning vanaf het eerste begin van de menselijke bewoning. Beoordelingskader Aspect Ruimtelijke kwaliteit
Criterium Landschap
Streefwaarde Zuinige omgang met de gebruikswaarde, beeldwaarde en toekomstwaarde van de ruimtelijke omgeving.
Cultuurhistorie
Instandhouding cultuurhistorische waarden. Erfgoed een volwaardige plek geven in ruimtelijke ontwikkelingen. Instandhouding archeologische waarden.
Archeologie
Gewenste beweging Verbetering en behoud van de kernkwaliteiten: stedelijk landschap en architectonische kwaliteit, niet-stedelijk landschap, (groen)structuren, verrommeling tegengaan. Verbetering en behoud van de kernkwaliteiten.
Behoud aandacht archeologie.
voor
Beleid Kader
Belangrijkste uitgangspunten
Structuurvisie kernen Barneveld 2022
De ruimtelijke kwaliteit is van groot belang voor de woonkwaliteit. Dat betekent enerzijds dat nieuwbouw van woon- en werklocaties zorgvuldig moet gebeuren, maar tegelijk is aansluiting zoeken bij bestaande kwaliteiten belangrijk. Uitgangspunten voor de ruimtelijke kwaliteit in Barneveld zijn: Herkenbaar houden van historische lintbebouwing als dragers van de dorpse structuur. Veel aandacht voor inbreiden binnen de dorpse structuur. Accentueren van de entrees met aansprekende bebouwing en/of groen. Aandacht voor groen en blauw in de uitbreidingswijken. Aandacht voor groene overgangen tussen dorp en buitengebied, het behouden van zichtlijnen en het accentueren van contrasten. In de kern Barneveld komt ruimte voor stedelijke accenten (grotere bouwblokken, meer hoogte) in een dorpse sfeer.
Coalitieakkoord Gemeente Barneveld 2022-2026
De coalitie hecht veel waarde aan het landschap van Barneveld en staat pal voor onder andere de grote natuurgebieden, de kenmerkende beken en het kleinschalige coulisselandschap. De gemeente gaat het landschap versterken door toe te werken naar 10 procent uitbreiding aan landschapselementen (onder andere heggen, hagen en houtwallen) richting 2030. Daarmee sluit Barneveld aan bij het landelijk Aanvalsplan versterking landschappelijke identiteit via landschapselementen. Zo draagt de gemeente bij aan de opname van stikstof, CO2 en fijnstof, wordt de biodiversiteit verhoogd en het landschap mooier en meer divers. Bij natuurherstel of versterking van het landschap zoekt de gemeente ook de combinatie met de bekenstructuur. Barneveld gaat de komende periode aan de slag met het formuleren van een integrale visie op cultuur, met aandacht voor alle cultuurwaarden in de gemeente. Daarbij onderzoeken zij hoe cultuurbeleving en cultuureducatie verder bevorderd kunnen worden.
56
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Landschapsontwikkelingsplan Gelderse Vallei (2005)
Het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) stemt het landschapsbeleid van acht (voormalige) gemeenten in de Gelderse Vallei op elkaar af. Landschaps- en natuurontwikkeling in het buitengebied wordt gestimuleerd. Het behouden, versterken en verbeteren van de landschappelijke identiteit en haar groenblauwe structuur staan hierbij voorop. In het LOP zijn vier kenmerkende gebieden onderscheiden, waarvan er twee binnen de gemeente Barneveld vallen: de Vallei en de Veluwe. In de Vallei is de versterking van het landschappelijk raamwerk de belangrijkste ambitie. Op de Veluwe is het verbeteren van het recreatienetwerk een ontwikkeling die aandacht verdient. Ook de versterking van het ecologische netwerk is hier belangrijk.
Ontwikkelbeeld Amersfoort
De landschappelijke aantrekkelijkheid wordt benoemd als dé troef van de regio Amersfoort. In het Ontwikkelbeeld Amersfoort is Barneveld als focusgebied aangewezen, waar wonen, werken en hoogwaardige openbare ruimte samenkomen. Het is van belang om de verbinding van de kern Barneveld met het omliggende landschap te versterken.
Erfgoedverordening 2016
De erfgoedverordening is in juli 2016 geactualiseerd en is gericht op het behouden en beschermen van de bestaande monumenten.
Notitie Cultuurhistorisch beleid 2018
De Notitie Cultuurhistorisch beleid bepaalt de cultuurhistorische waarden en hoe de gemeente daarmee wil omgaan binnen de kaders die de wet stelt. Deze notitie wordt gebruikt bij het opstellen van bestemmingsplannen. In het kader van dit document zijn verschillende basiskaarten opgesteld: archeologie (geomorfogenetische kaart en archeologische waarden- en verwachtingenkaart8); cultuurlandschap (inventarisatiekaart9 en waarderingskaart10); stedenbouw (ontwikkelingskaart en waarderingskaart11). De bescherming van erfgoed en archeologie is verankerd in de bestemmingsplannen, waarbij ook de Omgevingswet wordt geïntegreerd via een paraplu-bestemmingsplan. De regioarcheoloog speelt een cruciale rol in het waarborgen van het erfgoed en archeologisch beleid, en neemt beslissingen op basis van de richtlijnen uit het beleid en de bestemmingsplannen. De gemeente heeft (beperkte) financiële middelen ter ondersteuning van onderhoud aan gemeentelijke monumenten. De gemeente heeft voor de monumenten die in eigen bezit zijn een lidmaatschap bij de Monumentenwacht afgesloten. De gemeente verstrekt actief en passief adviezen aan monumenteneigenaren; daarbij vult ze de actieve rol in door het organiseren van een periodieke informatieavond en de passieve rol door bij verbouwingswensen mee te denken met de initiatiefnemer.
De ambtelijke organisatie van de gemeente Barneveld neemt de cultuurlandschappelijke inventarisatie en waardering als vast onderdeel op in haar eigen werkproces. Datzelfde geldt voor de stedenbouwkundige inventarisatie en waardering. Daarnaast gebruikt de ambtelijke organisatie van de gemeente Barneveld de cultuurhistorische inventarisatie en waardering bij haar toeristisch-recreatieve projecten. In de tabel historische stedenbouwkundige waardenkaarten zijn veertien stedenbouwkundig waardevolle gebieden aangewezen, die op de ‘historisch stedenbouwkundige waardenkaarten’ van Barneveld, Garderen en Voorthuizen zijn weergegeven. In dit beleidsdocument is een toetsingskader met betrekking tot deze gebieden opgesteld.
Barneveld in Beeld, Ruimtelijke atlas en Welstandsnota (2012)
In de Barneveldse welstandsnota wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende welstandsregimes: • Welstandsvrij: voor deze gebieden geldt geen beoordeling (meer) door de dorpsbouwmeester. • Beperkt welstandsregime: het gebouw of het object wordt beoordeeld in relatie tot haar omgeving (de zogenoemde stedenbouwkundige benadering).
8
Naar een zinvol archeologiebeleid; Toelichting op de archeologische waarden- en verwachtingenkaart voor de gemeente Barneveld. P.A.C. Schut & P. Kloosterman. 9 Historische landschappen van de gemeente Barneveld. Jan Neefjes (Overland), 2015. 10
Historische landschapselementen; Toelichting op de historische landschapselementen in de gemeente Barneveld. P.A.C. Schut.
11
Bouwen en groeien; Stedenbouwkundige historie van de 9 dorpen in de gemeente Barneveld. H. van de Top & W.J. Nijboer.
57
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
• •
Regulier welstandsregime: het gebouw of het object wordt beoordeeld in relatie tot haar omgeving, maar ook als zelfstandig object (de zogenoemde architectonische benadering). Bijzonder welstandsregime: het gebouw of het object wordt beoordeeld in relatie tot haar omgeving, als zelfstandig object en voor wat betreft de details van het gebouw (de zogenoemde esthetische benadering).
Het verschil tussen de welstandsregimes heeft te maken met een beoordeling op één, twee of maximaal drie schaalniveaus: omgeving, gebouw en detail.
3.4.2
Huidige situatie Landschap De geschiedenis van de gemeente Barneveld gaat ver terug. Al in de twaalfde eeuw werd Barneveld voor het eerst op schrift genoemd. De eerste boeren die zich er vestigden gaven de voorkeur aan de wat hogere gronden, waarbij een hoogteverschil van enkele decimeters al een verschil kon maken. In de nattere, lager gelegen gebieden, hoogden boeren hun akkers op. Zo zijn honderdduizenden kubieke meters grond verzet. Het ontginningslandschap is vandaag de dag nog steeds kenmerkend voor delen van de gemeente (de paarse gebieden in Figuur 3.27).
Figuur 3.27: Landschapstructuur gemeente Barneveld (bron: Groenstructuurplan Barneveld, 2011)
Er zijn verschillende typen landschappen te herkennen. In het uiterste oosten van de gemeente wordt het bosen heidelandschap van de Veluwe aangetroffen. Rondom de kern Barneveld is het landschap aangeduid als ‘kampenlandschap en oude hoeven’. Dit deel van de gemeente kent een hoog Valleigehalte: gemengde verschijningsvormen, met een accent op een besloten cultuurlandschap. Tussen dit deel van de gemeente en de Veluwe is het ontginningslandschap gelegen. Op verschillende plekken, verspreid over de gemeente, is sprake van een coulisselandschap, met kleinschalige afgebakende cultuurgronden.
58
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
De plaats Barneveld vervult als vanouds een marktfunctie in de Gelderse Vallei. De historische kern van het dorp Barneveld wordt gevormd door het knooppunt van de huidige Schoutenstraat-Langstraat, Amersfoortsestraat en Jan van Schaffelaarstraat. In de loop van de 18e eeuw is het gebied rond de huidige Nieuwstraat-Raadhuisplein een wezenlijk onderdeel van de dorpskern gaan vormen. Tot de Tweede Wereldoorlog vindt de ontwikkeling van Barneveld vooral plaats langs en tussen deze straten. Na de oorlog zijn hele wijken projectmatig gebouwd. Zo groeide de kern flink. In Figuur 3.28 is de ontwikkeling van Barneveld tussen 1960 en nu (2020) te zien.
Figuur 3.28: Ontwikkeling kern Barneveld (bron: topotijdreis.nl)
Aanvankelijk ontwikkelde de bebouwing zich vooral langs de huidige Langstraat en Jan van Schaffelaarstraat. In de loop van de 19e eeuw ontstond er ook bebouwing langs de huidige Nieuwstraat. Hierdoor werd de min of meer driehoekige kern van het dorp gevormd, die nog steeds goed herkenbaar is. In het centrum van Barneveld zijn twee ringstructuren te onderscheiden. In de historische kern ligt het winkelachtje, dat vanuit de historie op organische wijze gegroeid is. Daaromheen is een centrumring gelegen. Deze twee structuren onderscheiden zich van elkaar in het gebruik en in de uitstraling. Het winkelachtje is ingericht voor de voetganger; de centrumring heeft een doorstroomfunctie en verbindt het centrum met enkele parkeerplaatsen. De kernen in de gemeente Barneveld zijn sterk verschillend en hebben hun eigen kwaliteiten. Wel is er een aantal bindende elementen te noemen, zoals het dorpse karakter, de historische agrarische linten, de nabijheid van het agrarische en natuurlijke buitengebied.
59
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.29: Te onderscheiden ringstructuren in het centrumgebied (bron: visie Barneveld-centrum)
Figuur 3.30 is de visiekaart die in de Structuurvisie kernen Barneveld 2022 opgenomen is. Hierin is de historische lintbebouwing als drager van de dorpse structuur weergegeven. Ook zijn er enkele te verbeteren dorpsentrees aangegeven.
Figuur 3.30: Visiekaart (bron: Structuurvisie kernen Barneveld 2022)
De cultuurhistorische waardenkaart van provincie Gelderland laat ook verschillende elementen in de gemeente Barneveld zien die van cultuurhistorische waarde zijn. Nabij de kern Barneveld ligt historische buitenplaats Kasteel De Schaffelaar, een rijksmonument.
60
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.31: Cultuurlandschappelijke waardenkaart (bron: gemeente Barneveld, 2018)
Op de welstandskaart (Figuur 3.32) is het welstandsbeleid van de gemeente weergegeven. Met dit beleid geeft de gemeente aan op welke plekken de ruimtelijke kwaliteit een algemeen belang vertegenwoordigt. Op andere plekken wordt daarentegen meer ruimte gegeven aan het particuliere belang van bewoner en eigenaar. De toelichting van de verschillende welstandsregimes is in de tabel van het beleidskader (paragraaf 3.4.1) te vinden.
61
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 3.32: Welstandskaart (bron: Welstandsnota Barneveld in Beeld, 2012)
Cultuurhistorie In de gemeente Barneveld liggen 48 rijksmonumenten (Monumentenregister cultureel erfgoed). De rijksmonumenten liggen verspreid over de gemeente en zijn van diverse origine (Figuur 3.33). In het noordoosten van de gemeente liggen diverse archeologische rijksmonumenten, zoals grafheuvels of plekken met resten van bewoning. Ook enkele kerken, boerderijen en een kasteel zijn beschermd als rijksmonument. Naast rijksmonumenten telt de gemeente ook 155 gemeentelijke monumenten. In de gemeente liggen geen beschermde stads- en dorpsgezichten.