Bijlage D1 OER Omgevingsvisie Barneveld 2040
Tekst van het document
OER Omgevingsvisie Barneveld
projectnummer 0478907.100 definitief concept 12 maart 2025
www.anteagroup.nl
OER Omgevingsvisie Barneveld projectnummer 0478907.100 definitief concept 12 maart 2025
Auteurs Sjoerd Burger Jort Verhoeven Carlien van Dam
Opdrachtgever Gemeente Barneveld Postbus 63 3770 AB BARNEVELD
Gecontroleerd Just Verhoeven
datum 12 maart 2025
beschrijving
vrijgave Just Verhoeven
2
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Samenvatting
5
Inleiding Opbouw van de omgevingsvisie OER-beoordeling huidige situatie en referentiesituatie OER-beoordeling twee toekomstscenario’s OER-beoordeling voorkeursscenario Doorwerking in het omgevingsbeleid Wisselwerking tussen OER en omgevingsvisie Aandachtspunten Conclusie
5 5 6 8 11 13 14 14 15
1.
Inleiding
16
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Proces naar de Omgevingsvisie De mer-procedure Doel van het OER Leeswijzer
16 16 16 18 18
2.
Methodiek
19
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Onderzoeksopzet Beoordeling van de referentiesituatie Beoordeling van de toekomstscenario’s Beoordeling van het voorkeursalternatief Wisselwerking OER en omgevingsvisie
19 22 25 26 27
3.
Leefomgevingsfoto van Barneveld
28
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
Bodem, water en ondergrond Natuur Klimaatbestendigheid Ruimtelijke kwaliteit Energie en grondstoffen Gezonde leefomgeving Gezondheid en welzijn Vitale woonomgeving Mobiliteit Economie en werk Conclusie
28 40 48 56 65 73 83 92 102 113 121
4.
De toekomstscenario’s
122
4.1 4.2 4.3
Beschrijving toekomstscenario’s Beoordeling van de toekomstscenario’s Conclusie
122 123 136
5.
Beoordeling voorkeursalternatief
142
5.1 5.2 5.3
Beschrijving van het voorkeursalternatief Effectbeoordeling Eindbeoordeling van de Omgevingsvisie
142 144 155
6.
Doorwerking in het omgevingsbeleid
159
6.1 6.2 6.3 6.4
De beleidscyclus Doorwerking in programma’s Doorwerking in het Omgevingsplan Monitoring van de beleidsambities uit de omgevingsvisie
159 160 160 161
3
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
7.
Conclusie
163
7.1 7.2 7.3
Slotbeschouwing Aandachtspunten Leemten in kennis
163 163 167
Bijlage: tabellen op uitspraakniveau
168
1. Vooruit met Barneveld 2. Verder met Barneveld
168 191
4
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Samenvatting Inleiding De gemeente Barneveld heeft een ontwerp-omgevingsvisie opgesteld. Deze omgevingsvisie schetst op hoofdlijnen het beleid ten aanzien van de leefomgeving voor de komende jaren in de gemeente. De omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst, maar bepaalt wel de koers. In het document worden globale doelen en wensen voor toekomstige ontwikkeling gedeeld en vastgelegd. Bij het maken van goede ruimtelijke keuzes is oog voor de impact op de leefomgeving van groot belang. Daarom, en vanwege de wettelijke verplichting, is aanvullend op de omgevingsvisie dit omgevingseffectenrapport (OER) opgesteld. In het OER worden de milieu- en ruimtelijke effecten van de voorgestelde plannen uit de omgevingsvisie beoordeeld. Zo krijgen de milieu- en gezondheidsbelangen een vroegtijdige en volwaardige plek in de besluitvorming van de gemeente. De reden dat niet een traditioneel milieueffectenrapport (MER) gemaakt is, is dat in dit omgevingseffectenrapport de bredere effecten van de ruimtelijke plannen beschouwd zijn. Een milieueffectrapport (MER) richt zich specifiek op het beoordelen van de milieueffecten van een plan of project, zoals luchtkwaliteit en biodiversiteit.
Een omgevingseffectrapport (OER) daarentegen heeft een bredere scope en beoordeelt naast milieueffecten andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals ruimtelijke kwaliteit, gezondheid, en sociale impact. In het OER zijn de twee toekomstscenario’s en het uiteindelijke voorkeursscenario beoordeeld en is de impact ervan inzichtelijk gemaakt. Het resultaat is een OER dat aanbevelingen biedt om de omgevingsvisie verder aan te scherpen en handvatten biedt voor de verdere uitwerking van de visie.
Opbouw van de omgevingsvisie De omgevingsvisie begint met een voorwoord van de burgemeester en een inventarisatie van het huidige Barneveld. In deze inleidende hoofdstukken wordt verteld over waar Barneveld voor staat, wat de gemeente uniek maakt en wat de gedeelde waarden zijn die de gemeente in de toekomst wil nastreven en versterken. Door de huidige situatie goed in beeld te brengen, wordt er context gegeven aan de veranderingen en ontwikkelingen die in de toekomst gaan plaatsvinden in de gemeente. De omgevingsvisie richt zich op de vijf belangrijkste overkoepelende opgaven en uitdagingen die spelen in de gemeente Barneveld. Door de omgevingsvisie te benaderen vanuit deze vijf opgaven is het mogelijk het vraagstuk over hoe Barneveld er in 2040 uitziet integraal, maar ook overzichtelijk uit te werken. Om verdere uitwerking mogelijk te maken is in de omgevingsvisie de gemeente opgedeeld in vijf deelgebieden. De lagenbenadering (met functies, inrichting en dynamiek gekoppeld aan de hoofdfunctie) heeft geleid tot deze gebiedsindeling. De vijf deelgebieden zijn: de Veluwe, het Oostelijk buitengebied, het Recreatiegebied Voorthuizen, het Verstedelijkt gebied, en het Westelijk buitengebied. Deze aanpak maakt de omgevingsvisie flexibeler en beter afgestemd op de lokale context, wat bijdraagt aan een meer geïntegreerde en samenhangende ontwikkeling van de gemeente als geheel.
De visie is opgebouwd rond deze vijf overkoepelende thema's: • Gezond en toekomstbestendig: Focus op gezondheid, klimaatadaptatie, en duurzaamheid. • Prettig leven in vitale dorpen: Creëren van leefbare en vitale dorpen met voldoende voorzieningen. • Ruimte voor ondernemerschap: Ondersteuning van lokale en regionale economieën. • Waardevol landelijk gebied: Behoud en versterking van natuur en landschap. • Bereikbaarheid nu en in de toekomst: Verbetering van de infrastructuur en mobiliteit. Deze thema's worden in samenhang behandeld, waarbij de specifieke kenmerken en behoeften van de verschillende deelgebieden worden meegenomen. De thema’s lopen als een rode draad door het de omgevingsvisie heen.
5
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Het laatste hoofdstuk van de omgevingsvisie richt zich op de uitvoering ervan. De visie wordt nu vastgelegd, maar zal zich in de toekomst meer als een dynamisch document gaan gedragen. De uitgangspunten die nu worden vastgelegd zullen als uitgangspunt voor toekomstige ontwikkeling, maar een veranderende wereld vereist flexibiliteit en aanpassingsvermogen. De gemeente benadrukt hier het belang van periodieke evaluatie om de gestelde doelen uit de omgevingsvisie te toetsen.
OER-beoordeling huidige situatie en referentiesituatie Het OER is op soortgelijke wijze als de omgevingsvisie zelf opgesteld. Een OER begint altijd met een inventarisatie van de huidige situatie, de zogeheten leefomgevingsfoto (hoofdstuk 3). In de Leefomgevingsfoto zijn de huidige staat en de referentiesituatie (de autonome situatie in 2040, met een doorkijk naar 2050) beschreven. Dat is gebeurd op basis van openbare data. Op basis van de Leefomgevingsfoto kan worden bepaald wat er goed gaat, waar er ruimte voor verbetering is en welke uitdagingen moeten worden aangepakt. Daarnaast zijn trends en ontwikkelingen voor de toekomst uiteengezet. Zo wordt duidelijk waar op termijn knelpunten ontstaan en ontstaat zicht op hoe de gemeente Barneveld zich, zonder de invloed van een omgevingsvisie, tot 2040/2050 ontwikkelt. De eerste stap in het OER is het beoordelen van de referentiesituatie. Door de keuzes en het beleid van de omgevingsvisie af te zetten tegen de referentiesituatie wordt duidelijk wat de impact van de omgevingsvisie is op de leefomgeving. In het referentiekader hieronder zijn tien thema’s uit de (fysieke) leefomgeving opgenomen. Ieder thema kan worden uitgesplitst in enkele aspecten.
Per milieuthema is vervolgens een beoordelingskader met een basiswaarde (ondergrens) en streefwaarde (ideaal toekomstbeeld) en benodigde ontwikkelrichting om deze waarden te behalen opgesteld. Op deze manier is makkelijk na te gaan hoe bepaald is of een plan wel of niet positief bijdraagt aan de leefomgeving. Deze beoordelingen zijn vervolgens gebaseerd op objectief onderzoek en ‘expert judgement’.
6
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
In deze leefomgevingsfoto zijn de volgende aspecten in kaart gebracht: Tabel 0.1: Beoordelingskader OER omgevingsvisie Barneveld Aspect Criterium Bodemkwaliteit Bodem, water en ondergrond
Oppervlaktewater Grondwater Natuurgebieden
Natuur
Biodiversiteit Groene woonomgeving Wateroverlast
Klimaatbestendigheid
Droogtestress Hittestress Landschap
Ruimtelijke kwaliteit
Cultuurhistorie Archeologie Energiegebruik
Energie en grondstoffen
Duurzame energieopwekking CO2-uitstoot Circulariteit Luchtkwaliteit
Gezonde leefomgeving
Geluid Geur Omgevingsveiligheid Sociale cohesie Sociale inclusiviteit
Gezondheid en welzijn
Sociale veiligheid Sport en bewegen Gezonde levensstijl Woningvoorraad
Vitale woonomgeving
Voorzieningenniveau Leefbaarheid Autobereikbaarheid
Mobiliteit
Ov-bereikbaarheid Langzaam verkeer (o.a. fiets- en wandelnetwerk) Verkeersveiligheid Werkgelegenheid Vestigingsklimaat
Economie en werk
Werklocaties Landbouw Toerisme en recreatie
De huidige situatie van de gemeente Barneveld is in de leefomgevingsfoto beschreven met behulp van publieke meetgegevens en onderzoeksrapporten van onder andere het CBS, de GGD en het RIVM. Voor toekomstige ontwikkelingen zijn er echter veel onzekerheden, zoals technologische vooruitgang en sociaaleconomische trends. Deze onzekerheden worden meegenomen in beleidsmatige doorrekeningen en expert judgement, waarbij gebruik wordt gemaakt van bandbreedtes en trendgrafieken. Figuur 0.1 toont de samenvattingsgrafiek van de huidige situatie en de referentiesituatie in 2040. De grafiek voorspelt de ontwikkeling tussen nu en 2040 zonder invloed van een omgevingsvisie. De horizontale streepjes
7
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
staan voor een beoordeling (van negatief tot positief) van de huidige situatie. De balkjes geven de beoordeling van de referentiesituatie (2040) weer, met een bepaalde onzekerheidsmarge – vandaar een balkje en geen streepje. Te zien is dat Barneveld in de huidige situatie al relatief goed scoort op aspecten als gezondheid en welzijn en ruimtelijke kwaliteit. De aspecten natuur en energie en grondstoffen zijn minder positief beoordeeld in de huidige situatie. Natuurwaarden (op de Veluwe) staan namelijk onder druk en in de transitie naar energieneutraliteit moeten nog flinke stappen worden gezet. Bij dat laatste wordt dan bijvoorbeeld wel weer een positieve autonome ontwikkeling verwacht.
Figuur 0.1: Samenvattingsgrafiek huidige situatie en referentiesituatie 2040
OER-beoordeling twee toekomstscenario’s Naast het toetsen van de omgevingseffecten van plannen en visies kan een OER ook helpen bepaalde afwegingen te maken en bijdragen aan de besluitvorming en totstandkoming van de omgevingsvisie. Zo hebben het OER en de omgevingsvisie een interactieve wisselwerking op elkaar. Om de gemeente Barneveld te helpen bij het bepalen van de gewenste ontwikkelrichting naar 2040 toe zijn er twee toekomstige ontwikkelscenario’s ontwikkeld. Van deze toekomstscenario’s zijn vervolgens de omgevingseffecten in kaart gebracht. Deze effecten zijn vervolgens vergeleken met de huidige situatie en beoordeeld of deze bijdragen aan de verbetering van de fysieke leefomgeving en de doelstellingen van de gemeente Barneveld. De toekomstscenario’s schetsen twee mogelijke richtingen voor de ruimtelijke en economische ontwikkeling van Barneveld. Toekomstscenario 1: Vooruit met Barneveld Dit scenario zet in op een duurzame, geregisseerde ontwikkeling waarin de draagkracht van het natuurlijke systeem centraal staat. De bevolkingsgroei wordt beperkt (8.000 woningen), met nadruk op verdichting in Barneveld en Voorthuizen. Mobiliteit verschuift naar fiets en openbaar vervoer, terwijl de ruimteclaim van de auto afneemt. Bedrijventerreinen worden efficiënter ingericht en functiemenging staat centraal.
De gemeente geeft voorrang aan biodiversiteit, klimaatadaptatie en circulair bouwen. Het buitengebied wordt getransformeerd met meer ruimte voor natuur, water en extensievere landbouw. Dit scenario vraagt om actieve sturing en investeringen, maar draagt bij aan een gezondere leefomgeving en duurzame waardecreatie.
8
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Toekomstscenario 2: Verder met Barneveld In dit scenario wordt ingezet op groei en behoud van het traditionele, zelfredzame karakter van de gemeente. De bevolkingsgroei is hoger (10.000 woningen), verspreid over alle kernen, met uitbreiding van dorpen in plaats van verdichting. Werklocaties worden uitgebreid, met name in techniek en logistiek, en bedrijventerrein Harselaar groeit verder. Mobiliteit blijft autogericht, met extra wegen en ontsluitingen. De agrarische sector behoudt haar centrale rol, met ruimte voor andere functies zolang deze de landbouw niet belemmeren. De gemeente hanteert een faciliterende aanpak en legt inwoners en ondernemers zo min mogelijk verplichtingen op. De scenario’s verschillen in mate van regie, ruimtelijke inrichting en duurzaamheid. Voor een uitgebreide beschrijving en analyse, zie hoofdstuk 4. Beoordeling van de toekomstscenario’s In een poging de effecten en voornemens uit het toekomstscenario zo goed en objectief mogelijk te beoordelen is gekozen gebruik te maken van de zogeheten stoplichtmethode.
De beoordeling van de toekomstscenario’s is uitgewerkt in twee stappen. Eerst is per uitspraak uit de toekomstscenario’s beoordeeld of het effect positief, negatief of neutraal is ten opzichte van de referentiesituatie, volgens de stoplichtmethode. Hierbij worden positieve effecten groen gemarkeerd, negatieve rood en aandachtspunten of neutrale effecten geel. Op basis van hoe vaak een thema behandeld wordt in de scenario’s, zijn deze uitspraken vervolgens gekwantificeerd om zo tot een objectievere beoordeling te komen. In de tweede stap zijn de scenario’s als geheel vergeleken met de referentiesituatie, wat resulteert in samenvattingsgrafieken die de effecten per aspect visualiseren. De belangrijkste bevindingen zijn dat het scenario Vooruit met Barneveld het meeste positieve milieueffecten heeft. Door een omslag naar andere vormen van vervoer, en een natuurinclusiever landbouwbeleid verbeteren in dit scenario de lucht-, bodem- en waterkwaliteit aanzienlijk. Ook de hoeveelheid milieuhinder die Barnevelders ervaren neemt af. Deze veranderingen gaan mogelijk wel ten koste van de hoeveelheid bedrijvigheid en toeristen in de gemeente. De restricties op de agrarische sector en beperkte uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijventerreinen zorgen voor een kleinere groei van het aantal arbeidsplaatsen. Ook de totale hoeveelheid bedrijven stagneert.
Dit is niet direct een slechte ontwikkeling, gezien de vergrijzende bevolking en krapte op de arbeidsmarkt, maar wel een grote trendbreuk met de huidige situatie.
9
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 0.2: Samenvattingsgrafiek Vooruit met Barneveld en referentiesituatie 2040
Ook in de samenvattingsgrafiek van Vooruit met Barneveld valt op dat het scenario een positieve impact heeft op de ‘klassieke’ milieuthema’s: bodem, water en ondergrond, natuur, klimaatbestendigheid en gezonde leefomgeving. Dit zijn namelijk leidende principes binnen dit scenario. Ook op het gebied van energie en grondstoffen, ruimtelijke kwaliteit, gezondheid en welzijn en vitale woonomgeving, heeft dit scenario een (licht) positief effect ten opzichte van de referentiesituatie. Slechts op twee aspecten, mobiliteit en economie en werk, is de beoordeling (licht) negatief ten opzichte van de referentiesituatie. In het toekomstscenario Verder met Barneveld is ‘groei’ in brede zin groter dan in het scenario Vooruit met Barneveld. De levendigheid in de gemeente neemt toe. De kleinere kernen groeien hard en worden nieuw leven ingeblazen. De economische motor van Barneveld, de agrarische sector, blijft op volle toeren draaien en zorgt voor veel werkgelegenheid. Ook de bedrijventerreinen groeien, en de gemeente is goed bereikbaar met de auto. Deze grote groei en economische activiteit hebben wel als gevolg dat de natuur in de gemeente verder onder druk gezet wordt. Met name de Veluwe is kwetsbaar, en die wordt minder goed beschermd in dit scenario. Zodoende scoort dit scenario lager op de fysieke milieuaspecten, maar iets hoger op de thema's economie en werk en bereikbaarheid.
10
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 0.3: Samenvattingsgrafiek Verder met Barneveld en referentiesituatie 2040
Dit scenario heeft een positieve impact op ‘slechts’ vier van de tien aspecten uit het beoordelingskader: gezondheid, vitale woonomgeving, mobiliteit en economie en werk. Gezondheid en vitale woonomgeving worden gelijk beoordeeld ten opzichte van ‘Vooruit met Barneveld’. Uitgesproken positieve effecten zijn te zien bij de aspecten mobiliteit en economie en werk. Dat is het geval omdat de auto, de landbouw en de overige bedrijvigheid in dit aspect veel ruimte krijgen. Deze samenvatting betekent dat er bij zes aspecten sprake is van een negatief effect op de referentiesituatie 2040. Dat is het geval voor bodem, water en ondergrond, natuur, klimaatadaptatie, ruimtelijke kwaliteit, energie en grondstoffen en gezonde leefomgeving. De beoordeling van de twee toekomstscenario’s in dit OER heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het ‘voorkeursalternatief’: de inhoud van de uiteindelijke (ontwerp-)omgevingsvisie.
OER-beoordeling voorkeursscenario Nadat in de toekomstscenario’s de spreekwoordelijke ‘hoeken van het speelveld’ zijn opgezocht is het voorkeursscenario voor ontwikkeling van Barneveld opgesteld. Dit voorkeursscenario kan worden gezien als een realistische middenweg tussen beide scenario’s. Het schetst een Barneveld waarin er aandacht is voor mens, natuur en bedrijvigheid. De gemeente zet in op het faciliteren van een gezonde leefomgeving en stimuleert haar inwoners gezonde keuzes te maken. De kwetsbare natuur krijgt betere bescherming en wordt uitgebreid door de bebouwde omgeving te vergroenen, beekdalen in de gemeente meer ruimte te geven, groene overgangszones tussen stad en buitengebied aan te leggen en in de directe nabijheid van de Veluwe natuurinclusieve landbouw te gaan bedrijven die een positieve bijdrage levert aan de natuur en biodiversiteit in plaats van deze te bedreigen. In de toekomst wordt de groei (8.000 woningen) van de woningvoorraad ook verspreid over de kleinere kernen in de gemeente. Er wordt uitgegaan van een 70/30-verdeling van de nieuwe woningen tussen aan de ene kant Barneveld en Voorthuizen en aan de andere kant de kleine kernen. De huidige verdeling van de woningvoorraad is 80/20. Het resultaat hiervan is dat de kleine dorpen en kernen in de gemeente een impuls krijgen door een gegroeide bevolking en een meer gemêleerde bevolkingssamenstelling.
Door een bevolkingsgroei in de dorpen is er weer draagvlak voor voorzieningen als huisartsen, winkels en horecagelegenheden. In het voorkeursscenario is er nog steeds ruimte voor uitbreiding van bedrijventerrein Harselaar, maar in beperktere mate dan in toekomstscenario ‘Verder met Barneveld’. De gemeente biedt enkel nog ruimte aan
11
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
bedrijven die veel werkgelegenheid bieden (in tegenstelling tot bijvoorbeeld ver geautomatiseerde bedrijven met een hoge ruimtevraag en relatief laag aantal werknemers). Ook verbiedt de gemeente in de toekomst grootschalige distributiecentra en logistieke hubs om de zogeheten ‘verdozing’ van het landschap tegen te gaan. In het voorkeursscenario blijft de auto de belangrijkste vorm van vervoer in de gemeente. Het nut van de auto komt echter vooral te liggen bij verplaatsingen over langere afstand. Bij bewegingen binnen de kernen en de gemeente krijgen de fiets en voetgangers voorrang. De gemeente zou graag een groter aanbod van openbaar vervoer hebben, maar erkent dat door marktwerking en beheer van het aanbod door externe partijen de mogelijkheden beperkt zijn. Klimaatadaptatie krijgt veel aandacht. Barneveld benut de hoge zandgronden voor wateropslag en vergroent de bebouwde omgeving om hittestress en wateroverlast te verminderen. Stedelijk groen draagt ook bij aan biodiversiteit en mentale gezondheid. Daarnaast worden natuurverbindingen rond de kernen versterkt. De gemeente bevordert gezondheid door beweging te stimuleren en de luchtkwaliteit te verbeteren via elektrisch vervoer en circulaire landbouw. Sociale cohesie wordt versterkt door buurtmoestuinen en groene leefomgevingen. Hoewel de ambities breed gedragen worden, ontbreekt op sommige punten concrete uitwerking.
De impact van de veehouderij op natuur en water wordt beperkt uitgewerkt en het is daarom onzeker of mitigatie van negatieve effecten daadwerkelijk optreedt. Ook gezondheidsdoelen zijn niet altijd duidelijk uitgewerkt. Verdere concretisering in programma’s is noodzakelijk om de gewenste effecten te garanderen (zie hoofdstukken 6 en 7). Over het geheel genomen wordt het voorkeursscenario positief beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie, met aandachtspunten voor verdere uitwerking. De beoordeling in relatie tot de andere scenario’s wordt geïllustreerd in de onderstaande figuren. In de figuren hieronder is te zien hoe de beoordeling zich verhoudt tot de referentiesituatie (en de twee in hoofdstuk 4 beoordeelde toekomstscenario’s). De sterren geven de beoordelingen weer.
Figuur 0.4: Samenvattingsgrafiek VKA (voorkeursscenario omgevingsvisie) en referentiesituatie 2040
De beoordeling van het voorkeursalternatief is breder positief dan de beoordeling van de twee toekomstscenario’s. Daarbij waren duidelijk positievere beoordelingen op bepaalde thema’s te zien. Het voorkeursalternatief is meer in evenwicht.
12
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Figuur 0.5: Samenvattingsgrafiek VKA (voorkeursscenario omgevingsvisie) en scenario Vooruit met Barneveld
Figuur 0.6: Samenvattingsgrafiek VKA (voorkeursscenario omgevingsvisie) en scenario Verder met Barneveld
Doorwerking in het omgevingsbeleid De Omgevingswet introduceert een beleidscyclus met vier fasen: beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling. De omgevingsvisie vormt de basis, waarna uitwerking plaatsvindt in thematische en gebiedsgerichte programma’s. Het omgevingsplan vertaalt deze beleidsdoelen naar juridisch bindende regels en kaders.
13
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Voor gemeente Barneveld wordt geadviseerd om gebiedsgerichte programma’s op te stellen voor onder andere de Veluwe, Kootwijkerbroek, Barneveld, Voorthuizen en De Glind. Daarnaast wordt een programma mobiliteit aanbevolen om verschillende ambities te bundelen. Monitoring is essentieel om de voortgang van beleidsambities te bewaken en bij te sturen. Een helder raamwerk is nodig om indicatoren, verantwoordelijkheden en datagebruik vast te leggen. De gemeente dient bestaande monitoringsprogramma’s te benutten en monitoring te integreren in beleidsprocessen, bijvoorbeeld via dashboards of een leefomgevingsfoto die periodiek wordt bijgewerkt.
Wisselwerking tussen OER en omgevingsvisie Tussen 2022 en 2025 vond er regelmatig interactie plaats tussen OER en omgevingsvisie. Dit gebeurde op verschillende manieren. Allereerst sloten de auteurs van het OER af en toe aan in het projectteamomgevingsvisie, voor presentatie van mer-bevindingen, reflectie en discussie. Hiernaast heeft de beoordeling van de twee toekomstscenario’s voor input gezorgd die gebruikt is bij het opstellen van het voorkeursalternatief en is in november 2023 het eerste concept-voorkeursalternatief al vanuit de mer bekeken. Hierbij is door de OERauteurs een memo ‘Aandachtspunten voorkeursscenario’ opgesteld. Het projectteam heeft deze memo voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie kunnen gebruiken. Begin 2025, kort voor de afronding van de ontwerpomgevingsvisie, is ten slotte in twee overleggen expliciet ingegaan op de gebiedsgerichte uitwerkingen in de omgevingsvisie. Hierbij is vanuit mer-perspectief gekeken naar inhoud en onderbouwingen. Er is aangestipt waar knelpunten zaten en extra duiding nodig was.
Aandachtspunten Kijkend naar de inhoudelijke beschouwingen en de doorwerking in het omgevingsbeleid, is dit OER afgesloten met enkele aandachtspunten voor verdere uitwerking van de omgevingsvisie. Dit zijn de belangrijkste aandachtspunten: Aandachtspunten voor doorwerking in het omgevingsbeleid 1. Ontwikkeling van een afwegingskader • Stel een duidelijk en toepasbaar afwegingskader op voor ruimtelijke ontwikkelingen, met meetbare doelen en prestatie-indicatoren. Dit waarborgt beleidscontinuïteit en doelgerichte besluitvorming. 2. Gebiedsgerichte programma’s • Werk specifieke programma’s uit voor gebieden met complexe opgaven, zoals bijvoorbeeld de Veluwe, De Glind, Barneveld, Voorthuizen en eventueel (buitengebied) Kootwijkerbroek en Stroe, om ruimtelijke en economische ontwikkelingen samenhangend te benaderen. 3. Programma mobiliteit • Breng meer samenhang in de mobiliteitsambities door middel van een apart programma. Mer-inhoudelijke aandachtspunten 4. Bodem en water in ruimtelijke planning • Geef concretere invulling aan de afweging tussen verstedelijking en waterbeheer, met name bij beekdalen, en werk samen met het waterschap aan een gezamenlijke visie. 5. Consistentie tussen deelgebieden • Let op potentiële tegenstrijdigheden, zoals het ontmoedigen van nieuwe bezoekers op de Veluwe terwijl functieverandering en uitbreiding van voorzieningen wel mogelijk blijven.
De visie biedt echter handvatten voor het verbeteren van de milieusituatie hier, maar dit kan een aandachtspunt blijven. 6. Gebiedsspecifiek functieveranderingsbeleid • Voorkom ruimtelijke versnippering en ongewenste ontwikkelingen door per gebied duidelijke richtlijnen te stellen voor functiewijzigingen, landgoedontwikkeling en recreatie.
14
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
7. Onderbouwing van uitbreiding woningen en bedrijven • Motiveer bij verdere uitwerking van de visie de uitbreidingsplannen concreet, bijvoorbeeld in Stroe, Garderen en Harselaar, om rekening te houden met ecologische en ruimtelijke effecten op passend detailniveau. 8. Adaptiviteit in beleid • Houd rekening met externe factoren zoals Defensieactiviteiten, stikstofbeleid, nationale woningbouwsturing en netcongestie en ontwikkel strategieën om hier flexibel op in te spelen. 9. Mitigatie van negatieve effecten van landbouw • Het is onvoldoende duidelijk of de maatregelen omtrent de landbouw tot de beoogde verbetering van gezondheid, natuur en bodem zorgen. Stel daarom bij verdere uitwerking concretere kaders vast om negatieve gezondheidseffecten van intensieve landbouw te beperken en meetbare reductiedoelen te formuleren.
Conclusie Het voorkeursscenario voor de ontwikkeling van Barneveld richt zich op een duurzame balans tussen klimaat, economie en de gezondheid van haar inwoners. De gemeente zet stappen richting een toekomstbestendige leefomgeving, met (deels) vernieuwde rol voor de veehouderij. Tegelijkertijd wordt gezorgd voor werkgelegenheid en economische kansen. Naast economische ontwikkeling staat de gezondheid en het sociale welzijn van de inwoners centraal, met aandacht voor een gezonde fysieke leefomgeving en een sterke sociale samenhang. Dit voorkeursscenario biedt een realistisch perspectief, maar bij verdere uitwerking zijn concretisering en onderbouwing nodig om negatieve effecten te beperken en daadwerkelijk juiste keuzes te maken. Dit kan gebeuren in de volgende fase, waarin de visie wordt vertaald naar (thematische en gebiedsgerichte) programma’s. Daarbij is het van belang om een integraal afwegingskader te hanteren (zie aandachtspunt 1), zodat beleidskeuzes meetbaar worden en bijdragen aan de lange termijnambities van de gemeente. Ook samenwerking met regionale en landelijke partijen blijft essentieel om tot duurzame oplossingen te komen, vooral op het gebied van stikstofreductie, woningbouw en energievoorziening.
15
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding De Omgevingswet komt eraan. Met de invoering van de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ordening vereenvoudigen en samenvoegen. Een van de instrumenten van deze nieuwe wet is de omgevingsvisie, de vervanger van de structuurvisie. De gemeente Barneveld is bezig met het opstellen van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie schetst op hoofdlijnen het beleid ten aanzien van de leefomgeving. De omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst, maar bepaalt wel de koers. Hiermee stelt de gemeente kaders voor toekomstige ontwikkelingen. De gemeente wil bij het opstellen van deze kaders de impact die de visie heeft op de fysieke leefomgeving mee laten wegen. Hiervoor is het voorliggend omgevingseffectrapport (OER) opgesteld. In dit rapport is de omgevingsvisie van Barneveld beoordeeld op de te verwachten impact op de leefomgeving.
Figuur 1.1: Gemeente Barneveld
1.2
Proces naar de Omgevingsvisie In het proces naar de omgevingsvisie heeft de gemeente Barneveld twee scenario’s opgesteld, waarin vijf thema’s centraal staan. De twee scenario’s zijn onderscheidend en bieden per thema bouwstenen voor de uiteindelijke omgevingsvisie, als koers voor de ontwikkeling van de gemeente in de komende twintig jaar. Door onderzoek en gesprek is bepaald wat per scenario bijdraagt aan de aanpak van opgaven én hoe zich dat verhoudt tot belangen, wensen en behoeften. Zo is samen met inwoners, ondernemers en andere Barneveldse stakeholders, een richting geformuleerd.
1.3
De mer-procedure De procedure van de milieueffectrapportage (mer) voor de Omgevingsvisie van de gemeente Barneveld is een zorgvuldig proces dat is ontworpen om milieubelangen volledig te integreren in de besluitvorming. Deze procedure, nu onderdeel van de Omgevingswet die sinds 1 januari 2024 van kracht is, speelt een cruciale rol bij
16
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
het waarborgen dat de keuzes die gemaakt worden in de Omgevingsvisie, zowel de fysieke leefomgeving als het milieu in hun geheel in beschouwing nemen. Wetgeving en kader Voorheen was de mer-procedure vastgelegd in de Wet milieubeheer, specifiek in hoofdstuk 7. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn de regels rond de mer verplaatst naar afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit. Deze nieuwe wetgeving markeert een verschuiving van een focus op het milieu alleen, naar een bredere focus die de gehele fysieke leefomgeving omvat. Dit betekent dat de impact van keuzes in de Omgevingsvisie niet alleen beoordeeld wordt op milieueffecten, maar ook op de wijze waarop ze de leefomgeving als geheel beïnvloeden. Vandaar dat dit rapport een omgevingseffectrapport heet. Een milieueffectrapport (MER) richt zich specifiek op het beoordelen van de milieueffecten van een plan of project, zoals luchtkwaliteit en biodiversiteit. Een omgevingseffectrapport (OER) daarentegen heeft een bredere scope en beoordeelt naast milieueffecten andere aspecten van de fysieke leefomgeving, zoals ruimtelijke kwaliteit, gezondheid, en sociale impact. Start van de mer-procedure De mer-procedure begon officieel met de publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD).
Deze notitie heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen, waarbij belanghebbenden de mogelijkheid hebben gekregen om te reageren op de voorgestelde reikwijdte en het detailniveau van het omgevingseffectrapport (OER). Deze reacties en adviezen zijn vervolgens gebruikt bij het opstellen van dit OER. Stappen in de mer-procedure De procedure omvat verschillende stappen, die elk gericht zijn op het zo vroeg mogelijk en zo volledig mogelijk integreren van milieu- en omgevingsbelangen in de planvorming. De eerste stap in het proces is het opstellen van een zogenaamde ‘leefomgevingsfoto’. Deze foto geeft een gedetailleerd beeld van de huidige stand van zaken in de fysieke leefomgeving, inclusief milieuaspecten. Vervolgens worden verschillende toekomstperspectieven ontwikkeld en beoordeeld om de mogelijke gevolgen van verschillende beleidskeuzes te analyseren. Deze perspectieven dienen als basis voor de keuzes die gemaakt worden in de Omgevingsvisie. De beoordelingsstappen in het OER worden uitgevoerd met behulp van één beoordelingskader, dat de gehele scope van de fysieke leefomgeving representeert. Dit kader is ontworpen om de milieueffecten en de effecten op de fysieke leefomgeving te analyseren en om aanbevelingen te doen voor monitoring en evaluatie. Tijdens alle fasen van het OER-traject wordt hetzelfde beoordelingskader gebruikt.
Inzage en Toetsing Na de terinzagelegging van het ontwerp OER en de ontwerp Omgevingsvisie, wordt er wederom de mogelijkheid geboden voor inspraak. Dit is een belangrijk onderdeel van de procedure. Tijdens deze fase geeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie mer) een toetsingsadvies over het OER. Dit advies is essentieel, omdat het zorgt voor een onafhankelijke toetsing van de inhoud en de reikwijdte van het OER. Afsluiting van de mer-procedure De mer-procedure wordt afgerond met de vaststelling van de Omgevingsvisie door het bevoegd gezag, waarbij de resultaten van de terinzagelegging en het toetsingsadvies van de Commissie mer worden betrokken. Dit besluit markeert het einde van de formele mer-procedure, maar het begin van de implementatiefase van de Omgevingsvisie. Passende Beoordeling Een belangrijke component van de mer-procedure is de Passende beoordeling, die vereist is wanneer niet kan worden uitgesloten dat de Omgevingsvisie significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebieden. Deze beoordeling onderzoekt de mogelijke impact van de visie op beschermde natuurgebieden. Afhankelijk van de aard en omvang van de potentiële impact, kan de Passende beoordeling variëren in complexiteit. Vanwege de ligging van Natura 2000-gebied(en) in en net buiten de gemeente is er een Passende beoordeling bij de Omgevingsvisie uitgevoerd.
17
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
1.4
Doel van het OER Dit omgevingseffectrapport (OER) heeft als doel om het omgevingsbelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming rondom de omgevingsvisie. In het OER zijn de twee toekomstscenario’s en de uiteindelijke keuzes uit de omgevingsvisie beoordeeld en is inzichtelijk gemaakt wat de impact van de visie is op de leefomgeving. Het resultaat is dat het OER aanbevelingen biedt om de omgevingsvisie verder aan te scherpen en handvatten biedt voor de verdere uitwerking van de visie. Op deze manier ondersteunt het OER het besluitvormingsproces rondom de omgevingsvisie.
1.5
Leeswijzer Dit OER bestaat uit zeven hoofdstukken. Naast deze inleiding zijn dat: • Hoofdstuk 2: een toelichting op de aanpak van dit OER • Hoofdstuk 3: de beschrijving en beoordeling van de huidige situatie en de referentiesituatie (leefomgevingsfoto) • Hoofdstuk 4: de beoordeling van de toekomstscenario’s • Hoofdstuk 5: de beoordeling van het voorkeursalternatief (de omgevingsvisie) • Hoofdstuk 6: doorwerking in het omgevingsbeleid • Hoofdstuk 7: conclusie
18
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
2.
Methodiek Dit OER bestaat uit drie bouwstenen: 1. De beoordeling van de referentiesituatie (Leefomgevingsfoto). In de leefomgevingsfoto wordt de huidige en toekomstige staat van de leefomgeving inzichtelijk gemaakt. 2. De beoordeling van de twee toekomstscenario’s (strategische impactbeoordeling). 3. De beoordeling van de uiteindelijke keuzes uit de omgevingsvisie. De bouwstenen zijn de hoofdonderdelen van dit OER. In dit hoofdstuk zijn de drie hoofdonderdelen toegelicht. Op Figuur 2.1 zijn de drie bouwstenen verder uitgelicht.
Figuur 2.1: Bouwstenen van het OER
2.1
Onderzoeksopzet
2.1.1
Omgevingsvisie Voor het opstellen van de omgevingsvisie heeft de gemeente Barneveld verschillende stappen doorlopen. Figuur 2.2 geeft globaal de stappen van de totstandkoming van de omgevingsvisie weer.
19
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
DNA van Barneveld Identiteit, cultuur en kernwaarden vormen het startpunt
Thema's Vijf brede thema's, centraal in de structuur van het visietraject
Toekomstscenario's Onderscheidende maar realistische scenario's, beoordeeld in H4 OER
Voorkeursalternatief Beoordeeld in H5 OER Figuur 2.2: Stappen totstandkoming omgevingsvisie Barneveld
DNA van Barneveld De identiteit, cultuur en kernwaarden vormen het DNA van Barneveld. Het DNA bepaalt wat voor gemeente Barneveld is én wil zijn in 2040. De gemeente Barneveld heeft een rijk DNA met negen unieke dorpskernen. Elke kern draagt trots bij aan de veelkleurigheid, actieve mentaliteit en ondernemingsgeest van de gemeente. In 2040 streven de dorpskernen individueel en gezamenlijk naar een bloeiende toekomst. De directe wisselwerking met het Barnevelds DNA staat centraal in het proces, waarbij er zowel aandacht is voor het gemeenschappelijke als het eigen karakter van elke kern. Thema’s De omgevingsvisie volgt uit de aanpak van de opgaven in de leefomgeving, gevormd door diverse ontwikkelingen, zoals economische groei, klimaatverandering en bevolkingsgroei. Hieruit heeft de gemeente Barneveld vijf brede thema’s gedestilleerd. Daarbij wordt de veelzijdige leefomgeving omarmd, inclusief de identiteit van Barneveld. De thema’s vormen de centrale structuur in het proces van de totstandkoming van de omgevingsvisie. Dit zijn de vijf thema’s: • Gezond en natuurlijk Barneveld • Prettig leven in vitale dorpen • Ruimte voor ondernemerschap • Waardevol landelijk gebied • Bereikbaar nu en in de toekomst Toekomstscenario’s De gemeente Barneveld heeft twee toekomstscenario’s voor 2040 uitgewerkt. Deze toekomstscenario’s laten zien hoe de gemeente met de opgaven om kan gaan.
Het zijn onderscheidende maar realistische scenario’s om het gesprek over te voeren. Scenario 1 is ‘Vooruit met Barneveld’; scenario 2 is ‘Verder met Barneveld’. De toekomstscenario’s zijn in paragraaf 4.1 uitgebreider toegelicht. Voorkeursalternatief Het voorkeursalternatief weerspiegelt de keuzes die uiteindelijk in de omgevingsvisie worden gemaakt.
20
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
2.1.2
OER Parallel aan het proces van de totstandkoming van de omgevingsvisie zijn de hoofdstukken van dit OER geschreven. Dat heeft ertoe geleid dat bevindingen van dit OER tijdens het vormen van de omgevingsvisie meegenomen zijn. In Figuur 2.3 is te zien hoe het OER, naast de voor de omgevingsvisie gezette stappen, vorm heeft gekregen.
Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) Start mer-procedure en definiëring inhoud MER
DNA van Barneveld
Beoordelingskader
Identiteit, cultuur en kernwaarden vormen het startpunt
Aspecten en criteria (H2 OER)
Thema's
Leefomgevingsfoto
Vijf brede thema's, centraal in de structuur van het visietraject
Beoordeling huidige situatie en referentiesituatie 2040 (H3 OER)
Toekomstscenario's
Strategische impactbeoordeling
Onderscheidende maar realistische scenario's
Beoordeling van de twee toekomstscenario's (H4 OER)
Voorkeursalternatief
Beoordeling voorkeursalternatief
De basis voor de uiteindelijke keuzes in de omgevingsvisie
H5 OER
Figuur 2.3: Stappen totstandkoming omgevingsvisie Barneveld en relatie OER
De stappen van de omgevingsvisie en het OER bestaan naast elkaar. Er bestaan wel verbanden tussen de verschillende stappen. Zo vallen de vijf thema’s van de omgevingsvisie op hun eigen manier binnen het beoordelingskader. In de laatste twee stappen van beide trajecten is de interactie het grootst. De toekomstscenario’s en het voorkeursalternatief zijn in dit OER beoordeeld. Die beoordelingen hebben geleid tot aanbevelingen en waar nodig aanscherpingen van de omgevingsvisie. Daardoor was er sprake van een iteratief proces. Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) De gemeente Barneveld heeft een NRD opgesteld. Het opstellen van een NRD is de eerste stap in de merprocedure. In de NRD zijn de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek voor het op te stellen OER bepaald. Ook zijn betrokkenen hierdoor geïnformeerd over het uit te voeren milieuonderzoek en is hen de gelegenheid geboden om een reactie in te dienen over de aanpak van de mer De NRD kan gezien worden als een soort plan van aanpak voor de rest van de mer-procedure. Beoordelingskader Bij de mer is het gebruikelijk om aan de voorkant aan te geven op welke aspecten de (beoogde) ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving worden beoordeeld. In de NRD zijn de doelstellingen voor het beoordelingskader uiteengezet. Op basis daarvan is het beoordelingskader (zie paragraaf 2.2) van dit OER verder uitgewerkt.
21
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Leefomgevingsfoto De Leefomgevingsfoto vormt de eerste bouwsteen van dit OER (hoofdstuk 3). In de Leefomgevingsfoto zijn de huidige staat en de referentiesituatie (2040, met een doorkijk naar 2050) beschreven. Dat is gebeurd op basis van openbare data. Op basis van de Leefomgevingsfoto kan worden bepaald wat er goed gaat, waar er ruimte voor verbetering is en welke uitdagingen moeten worden aangepakt. Daarnaast zijn trends en ontwikkelingen voor de toekomst uiteengezet. Zo wordt duidelijk waar op termijn knelpunten ontstaan en ontstaat zicht op hoe de gemeente Barneveld zich, zonder de invloed van een omgevingsvisie, tot 2040/2050 ontwikkelt. Strategische impactbeoordeling De beoordeling van de twee toekomstscenario’s leidt tot een inzicht in de effecten die de twee uiterste beleidskeuzes hebben. Zo zijn de hoeken van het speelveld van de te maken keuzes voor de omgevingsvisie in beeld gebracht. Op basis hiervan zijn aanbevelingen voor het vormen van een voorkeursalternatief gedaan. Beoordeling voorkeursalternatief Het voorkeursalternatief is in twee stappen beoordeeld. Allereerst is beredeneerde beoordeling per aspect gegeven. Zo kan de beoordeling vergeleken worden met die van de referentiesituatie en de toekomstscenario’s. Daarnaast is een integrale beoordeling van het voorkeursalternatief opgenomen.
2.2
Beoordeling van de referentiesituatie De eerste stap in het OER is het beoordelen van de referentiesituatie. De referentiesituatie is de toekomstige situatie (2040, met een doorkijk naar 2050), zonder de gevolgen van het beleid van de omgevingsvisie. Door de keuzes en het beleid van de omgevingsvisie af te zetten tegen de referentiesituatie wordt duidelijk wat de impact van de omgevingsvisie is op de leefomgeving. In het referentiekader hieronder zijn tien thema’s uit de (fysieke) leefomgeving opgenomen. Ieder thema kan worden uitgesplitst in enkele aspecten.
22
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
Tabel 2.1: Beoordelingsaspecten en -criteria Aspect
Criterium Bodemkwaliteit
Bodem, water en ondergrond
Oppervlaktewater Grondwater Natuurgebieden
Natuur
Biodiversiteit Groene woonomgeving Wateroverlast
Klimaatbestendigheid
Droogtestress Hittestress Landschap
Ruimtelijke kwaliteit
Cultuurhistorie Archeologie Energiegebruik
Energie en grondstoffen
Duurzame energieopwekking CO2-uitstoot Circulariteit Luchtkwaliteit
Gezonde leefomgeving
Geluid Geur Omgevingsveiligheid Sociale cohesie Sociale inclusiviteit
Gezondheid en welzijn
Sociale veiligheid Sport en bewegen Gezonde levensstijl Woningvoorraad
Vitale woonomgeving
Voorzieningenniveau Leefbaarheid Autobereikbaarheid
Mobiliteit
Ov-bereikbaarheid Langzaam verkeer (o.a. fiets- en wandelnetwerk) Verkeersveiligheid Werkgelegenheid Vestigingsklimaat
Economie en werk
Werklocaties Landbouw Toerisme en recreatie
In hoofdstuk 3, de Leefomgevingsfoto, is per thema een overzicht gegeven van het bestaand beleid, de huidige situatie en de trends en ontwikkelingen. Voor ieder thema is vervolgens een beoordeling gegeven in de vorm van een grafiek. Ook in die beoordeling is gekeken naar de huidige situatie en de trend die in de toekomst verwacht wordt. Het gaat bij de beoordeling om een kwalitatieve inschatting, waarbij binnen een thema alle aspecten over het algemeen even zwaar wegen. In de trendgrafiek, die de beoordeling visualiseert, wordt tot 2050 vooruitgekeken. Ontwikkelingen binnen de thema’s en aspecten kennen over het algemeen namelijk een lange doorlooptijd. In onderstaand voorbeeld is sprake van een negatieve trend: de situatie is de afgelopen 20 jaar verslechterd. Vervolgens wordt aan de hand van beschikbare data een prognose gemaakt voor de toekomstige situatie van een
23
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
aspect op basis van autonome ontwikkelingen. Onzekerheden vormen de aanleiding voor het gebruik van een bandbreedte. In onderstaand voorbeeld wordt de trend van de afgelopen jaren tot stilstand gebracht of kan de situatie nog licht verder verslechteren.
Figuur 2.4: Voorbeeld beoordeling trendgrafiek
In de volgende stap is de informatie van de afzonderlijke aspecten samengebracht in een overzicht. Hierin is per aspect de huidige situatie en de toekomstige situatie (met bandbreedte) weergegeven. Op Figuur 2.5 is hiervan een voorbeeld opgenomen. Zowel de huidige situatie als de referentiesituatie is gebaseerd op de analyse uit hoofdstuk 3, de Leefomgevingsfoto. De grafiek geeft de verwachte ontwikkeling tussen nu en 2040 weer, zonder invloed van een Omgevingsvisie.
Figuur 2.5: Voorbeeld samenvattingsgrafiek huidige situatie en referentiesituatie 2040
24
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
2.3
Beoordeling van de toekomstscenario’s De twee toekomstscenario’s zijn in hoofdstuk 4 ten opzichte van de referentiesituatie (2040) beoordeeld. Dat betekent dat een positief effect niet per se impliceert dat de staat van de leefomgeving bij de keuze voor dat scenario goed is en alle doelstellingen worden bereikt. Het gaat dan enkel om een verbetering ten opzichte van de referentiesituatie. De toelichting op de beoordeling van de referentiesituatie is te vinden in hoofdstuk 3, de Leefomgevingsfoto. De beoordeling van de toekomstbeelden bestaat uit twee stappen. In de eerste stap is de beoordeling uitgevoerd aan de hand van de stoplichtmethode. Dit betekent dat per scenario op het niveau van de uitspraken (alle teksten) uit het document ‘De toekomstscenario’s’1 is aangegeven hoe de referentiesituatie in het scenario verandert. Alle relevant geachte passages uit de scenario’s zijn in twee omvangrijke tabellen in de bijlage opgenomen. Daarbij is per uitspraak, per aspect met kleuren aangegeven of het om een negatief of positief effect ten opzichte van de referentiesituatie gaat, of dat de passage een neutraal effect of aandachtspunt betreft. Waarom passages positieve of negatieve beoordelingen hebben gekregen, is in de vakken van de tabel beargumenteerd.
Kijkend naar de neutrale beoordelingen zijn er over het algemeen twee typen: beoordelingen die geen positief of negatief effect op het aspect hebben en beoordelingen die zowel een positief als een negatief effect op elkaar hebben. Uitspraken zonder effect zijn in de tabel wit/leeg gelaten. Uitspraken met een positief én een negatief effect zijn als aandachtspunt opgenomen. Deze uitspraken zijn in de tabel geelgekleurd en toegelicht. Ook uitspraken die andere aandachtspunten of risico’s bevatten zijn geel weergegeven. Tabel 2.2: Typen beoordelingen stoplichtmethode
Omdat de uitspraken afkomstig zijn uit het gemeentelijke document, is er in de tabellen in de bijlagen af en toe gebruikgemaakt van de we-vorm. Daar verwijst 'we' dus naar de gemeente Barneveld. Daarnaast zijn alle uitspraken gekoppeld aan de vijf thema’s die in het document ‘De toekomstscenario’s’ centraal staan: • Gezond en natuurlijk Barneveld • Prettig leven in vitale dorpen • Ruimte voor ondernemerschap • Waardevol landelijk gebied2 • Bereikbaar nu en in de toekomst Sommige uitspraken zijn aan meer dan één thema te koppelen. Dan is die kanttekening bij de uitspraak geplaatst. In de tabel zijn de uitspraken die bij meerdere thema’s passen maar bij één thema weergegeven, om dubbelingen te voorkomen. Voor de beoordeling maakt dat niet uit. Uiteindelijk is er namelijk op het niveau van de tien beoordelingsaspecten beoordeeld – en niet op het niveau van de vijf thema’s uit ‘De toekomstscenario’s. De tabellen in de bijlage tellen een verschillend aantal uitspraken: 69 en 85. Daarvoor zijn twee redenen: allereerst tellen de twee scenario’s in ‘De toekomstscenario’s’ niet precies evenveel uitspraken. Niet iedere uitspraak uit het ene scenario kent een ‘tegenuitspraak’ in het andere scenario. Ten tweede zijn, wanneer dat de beoordeling niet beïnvloedde, af en toe uitspraken samengevoegd.
Om een vertekend beeld te voorkomen, is in de weergave van de verdeling van uitspraken niet met absolute aantallen, maar met percentages gewerkt. In paragraaf 4.2 zijn samenvattingen van de twee tabellen uit de bijlage opgenomen. In die tabellen zijn niet de uitspraken uit de scenario’s, maar vijf korte samenvattingen opgenomen en beoordeeld. Het gaat om samenvattingen per thema uit ‘De toekomstscenario’s. Zo ontstaat een uitgebreid (bijlage) en een compacter (paragraaf 4.2) beeld van wat de keuze voor een scenario voor de aspecten van de leefomgeving betekent.
1
De toekomstscenario’s, Gemeente Barneveld. November 2022.
2
Dit thema is later hernoemd. In De toekomstscenario’s is het ‘Topregio toekomstgerichte landbouw’ genoemd.
25
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
In stap 2 zijn de scenario’s in zijn geheel vergeleken met de referentiesituatie. Kijkend naar het aantal negatieve effecten, positieve effecten en aandachtspunten, is op het niveau van de aspecten bepaald hoe het scenario de referentiesituatie beïnvloedt. Dat leidt per scenario tot een grafiek, zoals die in Figuur 2.6 is weergegeven. In de grafiek zijn per aspect de referentiesituatie en de situatie uit het scenario, met bandbreedte, inzichtelijk gemaakt. Zo ontstaat een helder beeld van hoe het scenario zich tot de referentiesituatie verhoudt.
Figuur 2.6: Voorbeeld samenvattingsgrafiek scenario t.o.v. referentiesituatie 2040
De samenvattingsgrafieken zijn het resultaat van zowel een kwantitatieve als een kwalitatieve analyse. In de tabellen uit stap 1 zijn de uitspraken uit de scenario’s namelijk kwantitatief inzichtelijk gemaakt. Dat houdt in dat er per aspect te zien is hoeveel positieve effecten, negatieve effecten en aandachtspunten er gemarkeerd zijn. Die aantallen vormen de basis van de argumentatie voor de positionering van het scenario in de samenvattingsgrafiek. Hoe groter het aantal positieve effecten is (ten opzichte van de negatieve), hoe positiever het scenario ten opzichte van de referentiesituatie is beoordeeld. Een groot aantal aandachtspunten kan tot twee zaken leiden. Allereerst bevatten aandachtspunten in veel gevallen risico’s, of indirecte, niet-concrete negatieve effecten. In dat geval beïnvloeden aandachtspunten de beoordeling van het scenario negatief. Ten tweede kunnen aandachtspunten voor onduidelijkheid richting 2040 zorgen. Als dat zo is, leidt dat tot een vergroting van de bandbreedte van de beoordeling van het scenario. Het aantal positieve effecten, negatieve effecten en aandachtspunten is niet één op één te vertalen naar de beoordeling in de samenvattingsgrafiek. Drie keer zoveel positieve effecten betekent dus niet dat de beoordeling drie keer zo goed is.
Hoewel de kwantificering van de effecten tot de eerste aanzet van de beoordeling leidt, is de precieze beoordeling van een aspect in de samenvattingsgrafiek het resultaat van expert judgement. Daarbij is een kwalitatieve duiding aan de uitspraken gegeven.
2.4
Beoordeling van het voorkeursalternatief Het voorkeursalternatief is in twee stappen beoordeeld. Allereerst is beredeneerde beoordeling per aspect gegeven. Zo kan de beoordeling vergeleken worden met die van de referentiesituatie en de toekomstscenario’s. Daarnaast is een beknopte integrale beoordeling van het voorkeursalternatief opgenomen. In deze paragraaf is het voorkeursalternatief beoordeeld aan de hand van de tien aspecten uit het beoordelingskader. Bij ieder aspect zijn eerst samenvattend de belangrijkste positieve effecten en
26
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
aandachtspunten uiteengezet. Daarna zijn deze toegelicht en volgt een beargumenteerde beoordeling, van zeer negatief tot zeer positief. Hierbij is vooral op de belangrijkste kansen en risico’s gefocust. Er is hier minder diepgaand op de criteria gefocust dan bij de beoordeling van de toekomstperspectieven, omdat daar de range aan potentiële omgevingseffecten al uiteengezet is. In hoofdstuk 6 en 7 is ingegaan op hoe kansen en risico’s behandeld kunnen worden met het oog op verdere uitwerking van de omgevingsvisie – zowel inhoudelijk als procedureel. In de figuren van paragraaf 5.3 is te zien hoe de beoordeling zich verhoudt tot de referentiesituatie en de twee in hoofdstuk 4 beoordeelde toekomstscenario’s. De sterren geven de beoordelingen, gegeven in paragraaf 5.2, weer.
Figuur 2.7: Samenvattingsgrafiek voorbeeld-VKA (voorkeursalternatief) en voorbeeldreferentiesituatie 2040
2.5
Wisselwerking OER en omgevingsvisie Het OER en de omgevingsvisie zijn parallel aan elkaar opgesteld. De inzichten uit het OER hebben bijgedragen aan het maken van keuzes voor de omgevingsvisie. In het OER zijn de milieu- en omgevingseffecten van de alternatieven en beleidsopties namelijk inzichtelijk gemaakt. Door dit parallel aan het participatieproces en de vorming van de omgevingsvisie te doen, snijdt het mes aan twee kanten. Ten eerste helpt het OER bij het maken van goede keuzes op het gebied van milieu en omgeving. Het OER levert namelijk (objectieve) argumentatie voor de keuzes in de omgevingsvisie. Ten tweede is het OER een kritische toets van deze omgevingsvisie. Het OER biedt in alle fasen van beleidsvorming aanbevelingen voor de aanscherping van de omgevingsvisie en geeft inzicht in de impact die de visie op de leefomgeving heeft.
27
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
3.
Leefomgevingsfoto van Barneveld De eerste stap van het OER is het schetsen van een goed beeld van huidige en toekomstige staat van de leefomgeving in de gemeente Barneveld. Hiervoor dient deze leefomgevingsfoto. Dit hoofdstuk geeft namelijk een overzicht van het bestaand beleid, de huidige situatie en de trends en ontwikkelingen. Dit is per thema en aspect (zoals in hoofdstuk 2 weergegeven) gedaan. Ieder thema is afgesloten met een beoordeling, in de vorm van een trendgrafiek.
3.1
Bodem, water en ondergrond
3.1.1
Inleiding, beoordelingskader en beleid Het bodem en watersysteem vormt de letterlijke basis van alle menselijke activiteiten en het natuurlijk systeem. Het ruimtegebruik in de ondergrond neemt daarnaast ook steeds meer toe. Dit hoofdstuk gaat in op de situatie van de bodem, water en ondergrond van de gemeente Barneveld. Vooral bodem en water krijgen een steeds grotere rol in het Nederlandse beleid. De belangrijkste stukken zijn hier kort aangestipt. Zo moet bijvoorbeeld het beleid Water en bodem sturend ervoor zorgen dat het bodem- en watersysteem leidend is bij de ruimtelijke inrichting.3 Beoordelingskader Aspect Bodem, water en ondergrond
Criterium Bodemkwaliteit
Streefwaarde Een vitale bodem.
Oppervlaktewater
Voldoende beschikbaar water, schoon en gezond water, ruimte voor water.
Grondwater
Voldoende beschikbaar water, schoon water.
Gewenste beweging Tegengaan van verdroging, verzuring, verzilting en bodemdaling. Verhogen van organische stofgehalte van de bodem. Voorkomen van nieuwe verontreinigingen. Waterkwaliteit verhogen. Tekorten en overlast/overstromingen voorkomen. Voorkomen van nieuwe verontreinigingen. Waterkwaliteit verhogen. Tekorten voorkomen.
Beleid Kader
Belangrijkste uitgangspunten
Kaderrichtlijn Water
De Kaderrichtlijn Water (KRW, Europees Parlement en de Raad, 2000) is een Europese richtlijn die normeringen stelt voor de kwaliteit van wateren in Europa. De KRW omvat de bescherming van alle soorten water, het herstel van ecosystemen in en rond water, vermindering van vervuiling in waterlichamen en de garantie voor duurzaam watergebruik door particulieren en bedrijven. Het doel van de richtlijn is een ‘goede toestand’ voor alle wateren in Europa.
Ontwerp Nationaal Water Programma 2022-2027
Het Nationaal Water Programma 2022-2027 (NWP) is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021. Hierin zijn de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan omschreven. Het NWP is in maart 2022 vastgesteld. In het NWP zijn de volgende hoofdambities geformuleerd: een veilige en klimaatbestendige delta; een concurrerende, duurzame en circulaire delta; een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur.
Regionaal waterprogramma 2021-2027
Het Regionaal waterprogramma heeft drie uitgangspunten: Voorkomen is beter dan genezen: De provincie werkt aan herstel en het versterken van het bodem- en watersysteem met nieuwe functies.
3
Kamerbrief over rol Water en Bodem bij ruimtelijke ordening, (demissionair) minister van Infrastructuur en Waterstaat, 25 november 2022.
28
datum 12 maart 2025 projectnummer 0478907.100 betreft OER Omgevingsvisie Barneveld
-
-
Gemeentelijk Rioleringsplan 2026
2021-
Bij ontwikkelingen die een negatief effect hebben op het bodem- en watersysteem wordt verwacht dat initiatiefnemers maatregelen nemen om deze te beperken en/of te compenseren. Bij uitdagingen wordt zo nodig gebruik gemaakt van een gebiedsgerichte aanpak. De provincie zet zoveel mogelijk in op samenwerking en het gebruik van nieuwe technieken.
In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2026 zet de gemeente Barneveld haar visie uiteen voor de waterketen. Deze visie heeft verschillende speerpunten: Stedelijk afvalwater: Afvalwater wordt afgevoerd uit de stedelijke omgeving. De trits Schoonhouden- Scheiden- Zuiveren wordt gevolgd. Hemelwater: De gemeente, het waterschap en de perceeleigenaren hebben de gezamenlijke plicht om overtollig regenwater een plek te geven. De gemeente zet in op het ontvlechten van hemelwater. Daarbij worden aangelegen bedrijven en burgers betrokken, om doelmatig af te koppelen. De gemeente gebruikt de trits Vasthouden-Bergen-Afvoeren. Grondwater: De gemeente kan en wil grondwater niet sturen. Wanneer er structurele problemen zijn wil de gemeente op lokaal niveau ingrijpen. Stedelijk oppervlaktewater: Water wordt zoveel mogelijk lokaal vastgehouden en geborgen. Water is een belangrijk ordenend principe voor de ruimte. De gemeente streeft naar een goed functionerend en gezond watersysteem met een goede gebruiks- en belevingswaarde. Klimaatadaptatie: We werken samen op regionaal niveau en pakken lokaal aan. In het Regionaal Adaptatie Plan (RAP) zijn vier speerpunten benoemd: (1) prettig wonen en werken, (2) aangenaam recreëren, (3) basisfuncties veiligstellen, (4) natuurlijk bodem- en watersysteem.
Duurzaamheid: Knelpunten bij het inrichten van de waterketen op het vlak van waterkwantiteit of -kwaliteit worden niet afgewenteld op aangrenzende gebieden of toekomstige generaties. Samenwerken: De aanpak van water wordt samen met inwoners en bedrijven gedaan. Ook binnen de gemeentelijke organisatie en met andere overheden wordt samenwerking nagestreefd.
Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050)
Vinding van Waterschap Vallei en Veluwe. En is ontwikkeld in de geest van de nieuwe Omgevingswet. Met deze BOVI2050 zet het waterschap koers naar een duurzame samenleving waarbij water gezien wordt als een ordenend principe. Hierbij wordt er gewerkt vanuit vier thema’s; Waardevolle leefomgeving: Wij willen dat de kwaliteit en waarde van de leefomgeving in 2050 minstens zo goed is als die van nu, anno 2019. Klimaatverandering: De gevolgen van klimaatverandering kunnen we alleen opvangen door de veerkracht van het natuurlijke bodem- en watersysteem te herstellen, evenals de verbinding tussen de stad en het omliggende landelijk gebied. Circulaire economie: Waterschap Vallei en Veluwe wil in 2050 volledig circulair zijn. Energietransitie: Waterschap Vallei en Veluwe wil graag bijdragen aan verduurzaming van de energieproductie- en gebruik in het eigen werkgebied. Hiernaast wil het waterschap in 2025 energieneutraal zijn en wil het de rioolwaterzuiveringsinstallaties (rwzi) inzetten als hubs voor waterstof, grondstoffen en duurzame energie.