CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Rapport Raad voor de Leefomgeving- Samenwerken, kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Gemeenteraad 28 oktober 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Instellen reclamebelasting bedrijventerrein Harselaar t.b.v. Ondernemersfonds Harselaar36.530 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

lijkheid te scheppen over hun rol (zie kader).

energie, gezondheid en klimaat. Met deze aanpak hebben de bedrijven duidelijkheid over de steun die

Rol gemeente Deventer bij verduurzaming Bergweide 4

ze kunnen verwachten van de gemeente. De gemeente faciliteerde

Bergweide 4 maakt deel uit van een groot aaneengesloten bedrijvenge-

het proces, financierde een procesbegeleider en maakte budget vrij

bied van 300 hectare aan de rand van Deventer. Het is een zone waarin

om voorgenomen investeringen te subsidiëren. De uitvoering van de

tien bedrijven zijn gevestigd. Deze bedrijven en ook de gemeente vonden

verschillende projecten wordt gemonitord door de stichting DEP en de

het noodzakelijk om Bergweide 4 te verduurzamen. Er waren al jaren

gemeente. De initiatiefnemers bepalen het tempo, de gemeente is erbij

zorgen over criminaliteit, onveiligheid, veroudering van vastgoed, onaan-

betrokken. Als de bedrijven het stappenplan doorlopen, kunnen ze boven-

trekkelijk vestigingsklimaat en leegstand.

dien rekenen op een versnelde gemeentelijke ‘vergunningen-carrousel’.

De gemeente stelde als eis aan haar betrokkenheid dat de ondernemers

Dit vormt een belangrijke extra prikkel voor de bedrijven, naast afspraken

op Bergweide 4 in een stappenplan zouden vastleggen hoe de herstruc-

over financiering van de onrendabele top voor investeringen, de investe-

turering van het terrein zou worden aangepakt en dat zij zich aan de

ringen van de gemeente in de openbare ruimte en in herstructurering.

herstructurering zouden verbinden via een intentieovereenkomst. Als de bedrijven alle stappen uit het plan zouden doorlopen, konden ze rekenen

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

Bronnen: Intentieovereenkomst Herontwikkeling Noordzone bedrijventerrein Bergweide IV in Deventer, november 2022; Deventer Economisch Perspectief, 2021; Gemeente Deventer, 2023

PRINT

53

Op dit moment is op zo’n 20% van de reguliere bedrijventerreinen sprake

waarvan er 77 te vinden zijn op de 3.800 reguliere en niet-reguliere bedrij-

van een of andere vorm van organisatie (De Kort & Gradussen, 2023a). Er

venterreinen (Schep & Pen, 2023).17

is een aantal specifieke instrumenten dat gemeenten tot hun beschikking hebben om te bevorderen dat dit soort samenwerking op bedrijventerreinen

BIZ op bedrijventerrein Grote Polder in Zoeterwoude

op grotere schaal van de grond komt. We bespreken er hieronder enkele.

Op het bedrijventerrein Grote Polder is al sinds 2005 een Coöperatieve vereniging ‘Park Management Grote Polder’ (PMGP) actief, waar 50 van

Een bedrijveninvesteringszone (BIZ) is een wettelijk samenwerkingsinstru-

de circa 130 bedrijven lid van zijn. De gemeente Zoeterwoude startte

ment. Het basisidee is dat de ondernemers binnen een bepaald gebied

toen een revitaliseringsproject en stelde een parkeerverbod in voor de

(een bedrijventerrein of een winkelgebied) gezamenlijk meebetalen aan

openbare ruimte op het terrein. Ondernemers kregen de mogelijkheid

de werkzaamheden om het gebied te verbeteren. Een BIZ wordt ingesteld

stroken grond aan te kopen waar alleen parkeren en groen werd toege-

door de bedrijven zelf. Als er voldoende draagvlak is, heft de gemeente een

staan (‘multi-purpose stroken’). Onderdeel van de koopovereenkomst

BIZ-bijdrage bij alle bedrijven in het gebied. Het totaal van deze bijdragen

was een verplicht lidmaatschap van de vereniging met als doel het op

wordt gebruikt voor activiteiten die de kwaliteit van het gebied vergroten.

peil brengen en houden van de kwaliteit van het vestigingsmilieu op

Elke vijf jaar moet een BIZ een ‘doorstart’ maken en wordt het draagvlak

Grote Polder. Deze vereniging vormde in 2010 de basis voor het oprichten

onder de ondernemers in het gebied getoetst.

van een BIZ (op basis van de Experimentenwet BI-zones). De BIZ verkeert inmiddels in zijn derde periode en is nog altijd actief. Op Grote Polder is

De Wet BIZ bestaat sinds 2015 en wordt regelmatig geëvalueerd. Uit de

95% van de ondernemers lid van de BIZ.

laatste evaluatie blijkt dat de betrokken ondernemers de omslachtigheid en bewerkelijkheid van de totstandkomingsprocedure en de administratieve

Er is sprake van een nauwe relatie met de gemeente. De gemeente

lasten als probleem zien. In de evaluatie wordt geadviseerd om onder

is agendalid van de BIZ en regelmatig zijn wethouders aanwezig bij

voorwaarden de doorstart van een BIZ na vijf jaar gemakkelijker te maken

bestuursvergaderingen. Ondernemers zien dat ze als BIZ dingen gedaan

(Schep, 2023).

krijgen bij de gemeente en dat versterkt het succes van de BIZ. Zo wordt

Het instrument BIZ lijkt vooral populair te zijn bij ondernemers in winkelge-

bijvoorbeeld het bestemmingsplan aangepast en wordt een minimale

bieden. In totaal zijn er in Nederland zo’n 350 bedrijveninvesteringszones, 17 Bij deze berekeningen is er geteld op basis van aanwezige BIZ-verordeningen. In de praktijk vallen soms onder één verordening diverse bedrijventerreinen in een gemeente. Zodoende omvatten de genoemde 77 bedrijfsinvesteringszones in totaal 133 afzonderlijke bedrijventerreinen.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

PRINT

54

bedrijfsgrootte van 300 m2 toegevoegd als extra vestigingsvoorwaarde

Er zijn ook factoren die het functioneren van de BIZ Grote Polder

om de versnippering een halt toe te roepen. De BIZ heeft inmiddels

hinderen of die het succes van de BIZ bedreigen:

verschillende projecten gerealiseerd:

• De reikwijdte van de Wet BIZ is beperkt. In de wet staat dat activiteiten

• Er is een samenhangend plan gemaakt voor aanleg en beplanting van

altijd in het publieke domein moeten plaatsvinden en het algemeen

borders zowel op grond van de gemeente als van ondernemers.

nut moeten dienen. Om deze reden kan de aanleg van bijvoorbeeld

Daarin is Grote Polder een schakel tussen een aantal aansluitende

een warmtenet niet direct vanuit de BIZ worden uitgevoerd.

gebieden en duurzaamheidsinitiatieven zoals Groene Cirkels Heineken.

• De looptijd van een BIZ is maximaal vijf jaar. Daarna moeten alle

Het terrein is met verschillende bloemrijke borders een stuk aantrek-

bedrijven worden geraadpleegd over al of niet verlengen. De

kelijker en de biodiversiteit is versterkt. De BIZ onderzoekt nog of

toekomstvisie van de BIZ heeft een langere tijdshorizon. Zo’n langeter-

de borders kunnen worden geïrrigeerd vanuit het al aanwezige

mijnplanning is lastig onder te brengen in een BIZ-agenda.

hemelwaterstelsel.

• De belangen binnen een BIZ komen sterk uiteen te lopen zodra project-

• De bereikbaarheid van het terrein is verbeterd door middel van een

ontwikkelaars op vrijkomende kavels bedrijfspanden ombouwen

busverbinding. Ook zijn er acties geweest om (elektrisch) fietsen te

tot kleine units. De aard van de bedrijvigheid in kleine units varieert

stimuleren.

doorgaans van particuliere opslag tot kantoorwerkplek. Wanneer

• Er is onderzoek verricht naar de rentabiliteit van maatregelen ter voor-

de eigenaren/gebruikers van deze units geen voordeel ervaren van

koming van wateroverlast en hittestress. Op basis van de uitkomsten is

lidmaatschap van de BIZ, komt de volgende verlenging mogelijk in

besloten dat de BIZ deze klimaatadaptatiemaatregelen gaat uitvoeren.

gevaar.

• Met behulp van planvormingssubsidie van de Provincie Zuid-Holland

(BIZ Grote Polder, 2023; Bureau Lubbers et al., 2016)

is een toekomstvisie gemaakt getiteld ‘Kompas Grote Polder 2040’. Deze visie wordt gebruikt als een leidraad om te toetsen of de toekomstige activiteiten toekomstbestendig zijn. Doel van de toekomstvisie

Gemeenten kunnen ook een OZB-fonds (‘Leids model’) of een reclamebe-

is “het behouden en optimaliseren van een toekomstbestendig en

lastingfonds opzetten. Een OZB-fonds wordt gevoed uit een opslag op de

economisch vitaal bedrijventerrein Grote Polder waar het goed onder-

OZB voor alle niet-woningen binnen een gemeente. Een reclamebelasting-

nemen en prettig werken is”.

fonds wordt gevoed uit een belasting op reclame die wordt geheven in een specifiek gebied binnen de gemeente. Het geïnde geld wordt uitgekeerd in de vorm van een subsidie voor projecten met gezamenlijke doelen. Zo kan

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

PRINT

55

een ondernemersvereniging geld vanuit een OZB-fonds of reclamebelas-

Veel provincies hebben beleid om de verduurzaming van bedrijventerreinen

tingfonds krijgen om gezamenlijke projecten ter verbetering van het terrein

te stimuleren. Welke instrumenten daarvoor worden gebruikt, verschilt per

door te voeren. Datzelfde geldt voor ondernemers op een bedrijventer-

provincie. Grofweg zijn er drie groepen instrumenten:

rein die zijn verenigd in een Vereniging van Eigenaren (VVE)18 of in een

• investeringen in herstructurering van bedrijventerreinen als onderdeel

coöperatie.19

van de ruimtelijke strategie; • subsidies voor investeringen in duurzaamheidsmaatregelen; • subsidies voor planvorming (oftewel voor de aanloopfase van

1.5 Provinciaal beleid voor verduurzaming van

verduurzamingsprojecten).

bedrijventerreinen De provincie is voor de ruimtelijke ordening het bevoegd gezag. Deze

We zien de toepassing van deze instrumenten terug in de praktijk.

overheidslaag heeft een coördinerende en kaderstellende rol bij de plan-

Daarbij komen de eerste twee hierboven genoemde instrumenten het

ning van nieuwe bedrijventerreinen en de uitbreiding van bestaande

vaakst voor. Zo wordt in de provincie Overijssel als onderdeel van

bedrijventerreinen.

de ruimtelijke strategie in bedrijventerreinen geïnvesteerd door de

Het ligt voor de hand dat provincies zich ook bemoeien met de verduur-

Herstructureringsmaatschappij Overijssel (zie het kader in § 4.2.6 van deel

zaming van bedrijventerreinen; dit sluit immers aan bij hun ruimtelijke-

1). Datzelfde doet in de provincie Utrecht de Ontwikkelingsmaatschappij

ordeningstaken. Verduurzaming van bedrijventerreinen kan niet zonder

Utrecht.20 Herstructureringsmaatschappijen worden opgericht door de

een regionale invalshoek. Die is bijvoorbeeld nodig bij het realiseren van

provincie om de herstructurering van bedrijventerreinen te bevorderen.

nieuwe ruimtelijke schakels in de circulaire economie, bij het inpassen van energieplannen in de regionale energiestrategieën en bij het maken

De provincie Noord-Brabant verstrekt financiering voor verduurzaming

van blauw/groene verbindingen met de omgeving bij de vergroening van

van bedrijventerreinen in het kader van het programma ‘De Grote Oogst’

bedrijventerreinen.

(zie kader). En de provincie Gelderland zet subsidies in binnen de ‘Aanpak toekomstbestendige bedrijventerreinen’. De provincie Zuid-Holland ten slotte, beschikt over een algemene subsidieregeling voor bedrijventerreinen

18 Een VVE is in deze context vergelijkbaar met een ondernemersvereniging. Het belangrijkste verschil is dat van een VVE alleen eigenaren lid kunnen worden (De Kort & Gradussen, 2023a). 19 Omdat een coöperatie winstuitkeringen aan haar leden mag uitbetalen, is deze verenigingsvorm vaak meer gericht op samen ondernemen. Denk hierbij aan gezamenlijke inkoop van diensten of aan gezamenlijke energieopwekking.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

20 Zie voor meer activiteiten van provincies De Kort & Gradussen (2023a).

PRINT

56

die verduurzamingsmaatregelen treffen op het gebied van energie, circu-

Doorgaans stellen provincies alleen geld beschikbaar voor de uitvoerings-

laire economie, biodiversiteit of klimaatadaptatie.

fase van verduurzamingsbeleid. Geld voor de aanloopperiode – waarin de benodigde samenwerking tussen ondernemers op een terrein moet worden

Programma ‘De Grote Oogst’ in provincie Noord-Brabant

georganiseerd – is minder vaak beschikbaar. De provincie Zuid-Holland

Grote Oogst is een programma van de provincie Noord-Brabant. In

echter, kent wél planvormingssubsidies. Deze provincie hanteert ook de

samenwerking met onder andere gemeenten, VNO-NCW, parkmanage-

regel dat alleen een georganiseerde groep bedrijven de energiesubsidie­

ment, waterschappen en de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij zijn

regeling kan aanvragen (Provincie Zuid-Holland, 2020).

dertien bedrijventerreinen geselecteerd. Het gaat om terreinen waar rela-

De provincie Zuid-Holland heeft recent ook een ruimtelijke strategie vast-

tief veel winst valt te behalen met verduurzaming. De dertien terreinen

gesteld, vanuit de gedachte dat de route naar een circulaire samenleving

zijn samen goed voor 65% van het energieverbruik van alle in totaal

consequenties heeft voor de openbare ruimte. Voor de circulaire economie

zeshonderd bedrijventerreinen in de provincie. En er is op de terreinen

zijn immers plekken nodig om circulaire ketens te bouwen. De provinciale

veel kans op hitte, droogte en wateroverlast. Hier valt dus met een

ruimtelijke strategie geeft richting en voorwaarden bij ruimtelijke keuzes en

verduurzamingsslag de grootste oogst te behalen. Verduurzaming van de

houdt daarbij rekening met een grotere ruimtelijke regioschaal (Provincie

terreinen zal volgens de provincie ook het vestigingsklimaat ten goede

Zuid-Holland, 2022).

komen. De provincie streeft naar een energiebesparing van 50% in 2030. Ook moet het materiaalverbruik worden gehalveerd. Het idee is om lang­

1.6 Rijksbeleid voor verduurzaming van bedrijventerreinen

jarige samenwerkingen en financiering te organiseren met een concreet

Vanuit het Rijk heeft de aandacht voor bedrijventerreinen zich de afgelopen

plan van aanpak. De provincie stelt € 3,25 miljoen beschikbaar voor het

decennia beperkt tot de aanpak van verloedering, het vergroten van de

verduurzamen van de terreinen. Het geld is onder meer bedoeld voor het

aantrekkelijkheid en het reguleren van het ruimtegebruik. Van specifiek

opzetten van een organisatie op het bedrijventerrein. De opgedane kennis

verduurzamingsbeleid voor bedrijventerreinen is geen sprake. Het rijksbe-

bij de dertien projecten zal worden gedeeld met de overige zeshonderd

leid voor verduurzaming richt zich op individuele bedrijven en industrieclus-

bedrijventerreinen in Noord-Brabant. (Provincie Noord-Brabant (2023))

ters. Zelfs in het nationale klimaatakkoord komt het woord ‘bedrijventerrein’ niet voor.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

PRINT

57

1.6.1 Rijksbeleid gericht op individuele bedrijven

• Subsidieregeling Verduurzaming Mkb (SVM). Deze subsidieregeling is

De aandacht voor het verduurzamen van bedrijventerreinen groeit op rijks-

speciaal bedoeld voor ondernemers in het MKB. Zij kunnen een vergoe-

niveau inmiddels langzaam. Een deel van de rijksprogramma’s is gericht

ding krijgen voor het inhuren van een energieadviseur en ondersteuning

op individuele bedrijven, sectoren en/of industrieclusters. We vermelden

bij het uitvoeren van het advies.

hier kort de belangrijkste instrumenten. Het gaat om maatregelen waarmee

• Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE).

individuele bedrijven, al dan niet op reguliere bedrijventerreinen, worden

Woningeigenaren én zakelijke gebruikers kunnen op grond van deze

gestimuleerd om hun bedrijfsvoering te verduurzamen.

regeling subsidie krijgen voor de aankoop van een warmtepomp, zonne-

• Energie-investeringsaftrek (EIA). Deze regeling houdt in dat bedrijven

boiler, zonnepanelen en/of windturbine.

bijna de helft van de investeringskosten voor bedrijfsmiddelen die zorgen voor minder CO2-uitstoot, mogen aftrekken van de winst. • Milieu-investeringsaftrek (MIA) en Willekeurige afschrijving milieu-

Aanvullend op de hierboven genoemde financiële regelingen, die uitsluitend een stimulerend karakter hebben, is er de Energiebesparingsplicht.

investeringen (Vamil). Dit zijn belastingvoordelen die van toepassing zijn

Deze wettelijke regeling verplicht bedrijven en instellingen die meer dan

voor ondernemers die investeren in milieuvriendelijke bedrijfsmiddelen

50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas gebruiken, om alle energie­

en technieken.

besparende maatregelen te nemen die zich binnen vijf jaar terugverdienen.

• Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI). Op grond van deze regeling kunnen ondernemers subsidie krijgen voor investeringen in

Samenvattend: er is een groot aantal rijksmaatregelen waarvan bedrijven

CO2-besparende maatregelen die bewezen effectief zijn en die niet binnen

gebruik kunnen maken om te verduurzamen. Door de verscheidenheid aan

vijf jaar zijn terugverdiend.

instrumenten kan het voor kleinere, individuele ondernemers lastig zijn om

• Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+). Deze regeling maakt

erachter te komen van welke instrumenten ze gebruik kunnen maken. Om

het voor ondernemers mogelijk om innovatieve CO2-reducerende tech-

bedrijven te ondersteunen bij het bepalen wat voor hen geschikt is, heeft

nieken met behulp van subsidie te demonstreren en te testen.

RVO de regelhulp MKB Klimaatwerk ontworpen. Daarmee kunnen onder-

• Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). Op grond van deze regeling zijn subsidies beschikbaar voor het groot-

nemers uitzoeken welke regelingen er voor hen beschikbaar zijn en welke kansen en verplichtingen daarmee zijn verbonden.

schalig opwekken van hernieuwbare energie of het verminderen van CO2-uitstoot.

Overigens profiteren kleine ondernemers minder van de beschikbare subsidies voor verduurzaming, omdat de geldbedragen vaak pas achteraf

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

PRINT

58

worden uitgekeerd. De ondernemer moet dan de investering eerst zelf

zich richt behoren onder meer ‘Beter benutten van bestaande bedrijventer-

voorschieten, maar de financiële ruimte daarvoor ontbreekt vaak (Qredits,

reinen’ en ‘Bedrijventerreinen als katalysator voor verduurzaming’.

2023). RVO (2022) constateert dat ondernemers een grote complexiteit in het instrumentarium van de overheid ervaren, waardoor ondernemers

In het kader van het programma wordt onderzocht hoe de samenwerking

niet meer aan de zoektocht beginnen en afhaken bij de transities. Dikwijls

tussen ondernemers op een bedrijventerrein kan worden versterkt en wat

moeten ook extra kosten worden gemaakt voor adviseurs (RVO, 2022).

de rol van bedrijveninvesteringszones daarbij kan zijn. Initiatieven op het

Bovendien maakt de veelheid aan afzonderlijke regelingen het ingewikkeld

gebied van herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen worden

voor ondernemers om opgaven te combineren.

door het ministerie verzameld en gedeeld ter inspiratie. Ook is een aanpak aangekondigd om ondernemers te helpen bij een collectieve aanpak van de

1.6.2 Rijksbeleid gericht op collectieve aanpak

verduurzaming. Hiertoe is een pakket maatregelen ontworpen dat het voor

Er zijn ook rijksprogramma’s die (zijdelings of direct) gericht zijn op de

ondernemers gemakkelijker moet maken om gezamenlijk te investeren in

verduurzaming van bedrijventerreinen en die meer nadruk leggen op een

slimme systeemoplossingen of een decentraal energiesysteem.

collectieve aanpak. Dit gaat om afzonderlijke programma’s, afkomstig van verschillende ministeries, met name de Ministeries van BZK en EZK. We

Programma ‘Verduurzaming bedrijventerreinen Nederland’

bespreken deze rijksprogramma’s hieronder.

In december 2020 heeft het Ministerie van BZK aan TNO en een aantal andere partijen subsidie verstrekt voor het opzetten van het

Naast programma’s gericht op bedrijventerreinen heeft het Ministerie van

‘Versnellingsprogramma Verduurzaming bedrijventerreinen’. In de eindrap-

EZK de nota Perspectief op de Nederlandse economie (EZK, 2023c) uitge-

portage (Nordkamp et al., 2021) worden een groot aantal knelpunten gesig-

bracht, waarin staat dat de ontwikkelmogelijkheden van bedrijventerreinen

naleerd, waaronder: ondernemers hebben primair aandacht voor eigen

aandacht krijgen, “en dus ook bedrijventerreinen met ruimte voor bedrijven

bedrijfsvoering; overheidsondersteuning is versnipperd, veel gaat over

met een hogere milieu-impact die noodzakelijk zijn voor de circulaire- en

maar niet mét ondernemers; gemeenten en provincies hebben onvoldoende

energietransitie”.

personele capaciteit; goede voorbeelden en belemmeringen worden onvoldoende uitgewisseld; er is onvoldoende organiserend vermogen op

Programma ‘Werklocaties, ruimte voor economische activiteit’

bedrijventerreinen. Vervolgens worden in de eindrapportage de contouren

Het programma ‘Werklocaties, ruimte voor economische activiteit’ valt

geschetst van een programma dat de verduurzaming op bedrijventerreinen

onder het Ministerie van EZK (2022a). Tot de thema’s waarop dit programma

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

PRINT

59

kan versnellen. Inmiddels is dit initiatief onder de naam ‘Programma

en datacenters. Er wordt gewerkt aan bestuurlijke afspraken tussen Rijk en

Verduurzaming Bedrijventerreinen’ ondergebracht bij TKI Urban Energy.21

provincies over onder meer behoefteraming, regionale meerwaarde, herge-

Doel van het programma is (a) het verzamelen van kennis en (b) het

bruik van bestaande bedrijventerreinen, zorgvuldige inpassing en inrichting.

begeleiden en verbinden van partijen, projecten en initiatieven om de

Ook wordt op basis van gezamenlijk onderzoek gewerkt aan afspraken over

verduurzamingsambities en klimaatdoelstellingen te behalen. Bestaande

de clustering van nieuwe grootschalige bedrijven op bepaalde bedrijventer-

(regionale) initiatieven worden versterkt en gefaciliteerd. De behoeften

reinen. Hierbij wordt maximaal ingezet op intensiveren, herstructureren en

van ondernemers en gemeenten zijn leidend in de (door) ontwikkeling van

herontwikkelen van bedrijventerreinen met meervoudig ruimtegebruik als

het programma. De nadruk van het programma ligt op de energietransitie,

uitgangspunt, aldus de minister van EZK in een recente brief aan de Tweede

omdat het bedrijfsleven daar om vraagt.

Kamer (EZK, 2023d).

Het programma valt onder het Ministerie van BZK. Ook de minister van EZK verwijst in haar brief ‘Ruimte voor economie’ (2022a) naar dit programma

Programma’s in de Nationale Woon- en Bouwagenda

als uitvoering van de doelstelling om met het verduurzamen en vergroenen

In de Nationale Woon- en Bouwagenda van de minister voor VRO (BZK,

van bedrijventerreinen een substantiële bijdrage te leveren aan het klimaat-

2022a) is een aantal programma’s opgenomen die van invloed zijn op

akkoord. Bedrijventerreinen zijn volgens de minister een katalysator van

de verduurzaming van bedrijventerreinen: het programma ‘Versnelling

verduurzaming in Nederland.

verduurzaming gebouwde omgeving’, het programma ‘Mooi Nederland’ en het programma ‘NOVEX’:

Programma ‘Grip op grootschalige bedrijfsvestigingen’

• Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving. Dit programma

Binnen het programma ‘Grip op grootschalige bedrijfsvestigingen’ werken

richt zich hoofdzakelijk op verduurzaming rond het energiegebruik in

de Ministeries van BZK, EZK, IenW samen met de provincies aan ruimte

woningen. Maar één van de programmalijnen betreft utiliteitsgebouwen

voor grootschalige22 vestigingen van bedrijven. Het programma is bedoeld

(BZK, 2022b). Daarbij is er specifiek aandacht voor het ontzorgen van

om iets te doen aan het tekort aan ruimte voor nieuwe bedrijfsvestigingen

ondernemers in het MKB die hun gebouwen energiezuinig willen maken.

en aan de negatieve ruimtelijke effecten van grootschalige distributiecentra

Daarnaast is er aandacht voor het verduurzamen van bedrijventerreinen. Dit onderdeel van het programma is vormgegeven in het hierboven al

21 TKI staat voor ‘Topconsortia voor Kennis en Innovatie’. TKI Urban Energy is een samenwerking van het Ministerie van EZK en het bedrijfsleven. 22 Bedrijfsvestigingen met een omvang van meer dan vijf hectare: grootschalige distributiecentra, grootschalige (circulaire) productiebedrijven, bouw- en maakindustrie, datacenters met een omvang van vijf tot tien hectare en fabrieken voor hernieuwbare energieproductie.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

genoemde programma ‘Verduurzaming bedrijventerreinen Nederland’. Voor bedrijventerreinen worden aanjaagteams ingesteld die de organisatiegraad moeten verhogen en vastgoedeigenaren moeten begeleiden bij

PRINT

60

het doen van investeringen in zowel het besparen als het opwekken en

Rijksbreed programma ‘Circulaire economie’

opslaan van energie.

Nederland streeft naar een volledig circulaire economie in 2050. Dit bete-

• Mooi Nederland. Dit programma richt zich op ‘goed rentmeesterschap’

kent dat het gebruik van fossiele en kritieke grondstoffen zoveel mogelijk

en ‘de balans bewaren tussen het slim omgaan met ruimtevragers en

moet worden verminderd. Ze moeten worden vervangen door hernieuw-

de kwaliteit van onze leefomgeving’. Er wordt onder andere gewerkt aan

bare, algemeen beschikbare en secundaire grondstoffen. Het kabinet heeft

het clusteren van grootschalige bedrijfsvestigingen op de juiste plekken.

aangekondigd dat een intensivering van het beleid nodig is om de doelen te

Daarnaast wordt gezocht naar oplossingen waarmee werklocaties in

halen (IenW, 2021). Daarbij zal het kabinet nu meer gaan inzetten op samen-

steden circulair kunnen worden gemaakt (BZK, 2022c).

hang van circulaire economie met de klimaat- en energietransitie (EZK,

• NOVEX. Dit programma geeft uitvoering aan de Nationale

2022b). Het bestaande rijksbrede programma ‘Circulaire economie’ richt

Omgevingsvisie en richt zich op het eerlijk verdelen van de ruimte in

zich op goederen uit de maakindustrie, kunststoffen, de circulaire bouweco-

Nederland (BZK, 2022d). Het programma NOVEX heeft twee hoofdpij-

nomie, consumptiegoederen, biomassa en voedsel.

lers: regie per provincie en gebiedsgerichte regie in NOVEX-gebieden (gebieden met een stapeling van nationale opgaven die gebiedsgericht

Agenda Natuurinclusief (onderdeel programma ‘Natuur’ uit stikstofaanpak)

moeten worden geordend en geprioriteerd, bijvoorbeeld het Groene Hart

De ‘Agenda Natuurinclusief’ is onderdeel van het programma ‘Natuur’ uit

en de Lelylijn). In december 2022 hebben de provincies hiertoe een start-

de Structurele aanpak stikstof, dat zich richt op herstel en versterking van

pakket ontvangen (BZK, 2022e) gericht op de pijler ‘regie per provincie’.

de Nederlandse natuur. De agenda is opgesteld door het Ministerie van

De opdracht aan de provincies is om de nationale ruimtelijke doelen in

LNV, het Interprovinciaal Overleg, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en

te passen en te combineren met de lokale doelen en ambities op het

LandschappenNL (LNV, 2022a). Het kabinet werkt samen met de consorti-

gebied van ruimte. Daarbij moet rekening worden gehouden met een

umpartners aan natuurherstel en -versterking binnen én buiten de natuur-

afstemming tussen de twee pijlers (de pijler gebiedsgericht en de pijler

gebieden (LNV, 2022b). Dit betekent een transitie naar een samenleving

provincie). De provincies krijgen tot 1 oktober 2023 om per provincie de

waarin maatschappelijke en economische activiteiten zodanig zijn verweven

puzzel te leggen. De voorstellen van de provincies gaan deel uitmaken

met de natuur, dat ze geen negatieve effecten hebben op natuurwaarden en

van afspraken tussen de provincies en het Rijk, die op hun beurt een

bij voorkeur bijdragen aan versterking van de natuur. De agenda richt zich

belangrijke bouwsteen vormen voor de Nota Ruimte (BZK, 2023).

in eerste instantie op negen domeinen: bouw, energie, financiële sector, gezondheid, infrastructuur, landbouw, onderwijs en bewustwording, vrije

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

PRINT

61

tijdseconomie en water. Recent is daar een tiende domein aan toegevoegd:

de vorige eeuw om economische achterstand van regio’s tegen te gaan.

bedrijventerreinen (Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving, 2023).

Sinds 2021 hebben de ROM’s een landsdekkende structuur. Dat was nodig vanwege de taak die de ROM’s vervulden bij het verstrekken van overbrug-

Programma ‘Werklandschappen van de toekomst’

gingsleningen tijdens de coronacrisis.

In het programma ‘Werklandschappen van de toekomst’ worden een groot aantal bedrijventerreinen in Nederland dankzij een impuls uit het Nationaal

Er zijn in Nederland in totaal negen ROM’s. De Staat (in casu het Ministerie

Groeifonds de komende jaren getransformeerd naar groene, klimaatbe-

van EZK) is in elk van de ROM’s voor 45 tot 54% medeaandeelhouder. Bij

stendige en energie-efficiënte plekken, waar werknemers prettig kunnen

elke ROM zijn daarnaast één of meer provincies medeaandeelhouder. Soms

werken in een gezonde omgeving. Het programma, dat wordt uitgevoerd

maken ook grote gemeenten en universiteiten deel uit van de publieke

door een consortium onder leiding van het Instituut voor natuureducatie

aandeelhouders. In totaal werken bij de ROM’s zo’n vijfhonderd mensen.

(IVN), is ingediend door het Ministerie van BZK. De beoogde grootschalige vergroening van bedrijventerreinen moet positieve effecten opleveren op het gebied van onder meer klimaatadaptatie, biodiversiteit en arbeidspro-

1.7 Vooruitblik op relevante beleidsontwikkelingen

ductiviteit en zo bijdragen aan brede welvaart (Nationaal Groeifonds, 2023). 1.7.1 Relevante ontwikkelingen in EU-beleid 1.6.3 Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

De EU heeft ambitieuze verduurzamingsdoelen, die in Nederland ook voor

De Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) worden genoemd

bedrijventerreinen gevolgen hebben.

als partner in de uitwerking van het programma Werklocaties. De ROM’s hebben zich aan de rijksoverheid gepresenteerd als dé uitvoeringsinstantie

Europees klimaatbeleid

voor het versnellen van de energietransitie. De ROM’s zijn verenigd in het

Met de ‘Green Deal’-beleidsinitiatieven heeft de Europese Commissie (2022)

samenwerkingsverband ROM Nederland.

een stip op de horizon gezet. Doel van het pakket maatregelen uit de Green Deal is om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn. De Europese klimaatwet

Regionale ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s) zijn “ondernemingen met

(aangenomen door de Europese Raad) en het wetgevingspakket ‘Fit-for-55’

publieke aandeelhouders, gericht op het versterken van de economie en

regelen tezamen de uitvoering daarvan.

werkgelegenheid in een regio” (ROM, 2023). Dat doen ze door te inves-

Doel van het Fit-for-55-pakket is om de uitstoot van broeikasgassen in 2030

teren en te innoveren. De ROM’s zijn opgericht vanaf de jaren zeventig van

met 55% omlaag te brengen ten opzichte van 1990. Het pakket bestaat uit

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

PRINT

62

tien wetsvoorstellen gericht op besparing en vergroening van energie,

EU-Actieplan voor de circulaire economie

emissiereductie en het instellen van een sociaal klimaatfonds. Aan de

In maart 2020 heeft de Europese Commissie een actieplan voor de circulaire

wetsvoorstellen zijn streefcijfers gekoppeld voor energie-efficiency en

economie gepresenteerd. Het actieplan moet een bijdrage leveren aan

hernieuwbare energie. Die streefcijfers zijn onder andere overgenomen in

klimaatneutraliteit in 2050. Het is de bedoeling dat duurzame producten de

het beleidsprogramma ‘Versnelling verduurzaming gebouwde omgeving’.

norm worden in Europa. De Commissie wil daartoe de gehele levenscyclus van producten verduurzamen. Het actieplan omvat niet alleen initiatieven

Strategische keuzes rond TEN-T en TEN-E

om te vergroenen bij het ontwerp en het samenstellen van producten,

Het Trans-European Transport Network (TEN-T), dat grensoverschrijdend

maar ook initiatieven om te komen tot meer hergebruiken en recycling van

verkeer (snelwegen, spoorlijnen, energienetten) in de EU faciliteert, is van

producten en grondstoffen (Europese Commissie, 2020).

belang voor de locatiekeuze en clustering van grootschalige bedrijfsvestigingen. De Europese richtsnoeren voor het TEN-T-netwerk worden gebruikt

Natuurherstelwet ook voor stedelijke gebieden

om te bepalen waar de mobiliteit en logistiek in Europa met prioriteit zal

De Europese Natuurherstelwet (Europees Parlement, 2023) is gericht op het

worden geoptimaliseerd. Dit moet de regie op de vestiging van distributie-

herstel van ecosystemen – met name ecosystemen met veel potentie om

centra meer houvast geven. Er is echter wel sprake van een discrepantie

CO2 te binden en vast te leggen, en ecosystemen die natuurrampen helpen

tussen beleid en werkelijkheid (zie CRa, 2019).

voorkomen of de gevolgen ervan kunnen verminderen. De wet is niet alleen

Naast TEN-T is er ook TEN-E, wat staat voor Trans-European Networks for

gericht op natuur en biodiversiteit in beschermde gebieden. Er zijn ook

Energy. De richtsnoeren voor dit trans-Europees energienetwerk gaan over

concrete doelen opgenomen voor herstel van ecosystemen in stedelijke

het moderniseren, CO2-vrij maken en onderling verbinden van grensover-

gebieden. Groene ruimtes in steden en met name voldoende bomen zijn

schrijdende energie-infrastructuur, als onderdeel van het klimaatneutraal

van belang voor het beperken van hittebelasting, voor watermanagement,

maken van de EU tegen 2050 (Raad van de Europese Unie, 2022).

voor gezondheid van bewoners en voor de gezondheid van de ecosystemen

Verduurzaming van transport en mobiliteit zal zijn weerslag hebben op

in de stad en het omringende landelijk gebied. Voor stedelijke gebieden is

bedrijventerreinen. Zowel elektrische laadstations als waterstoftankstations

als doel vastgelegd dat er geen netto verlies van groene ruimte in stede-

zullen als gevolg van de energietransitie voor een deel op deze terreinen

lijke gebieden mag optreden vanaf 2030. Daarnaast moet vanaf 2040 het

terechtkomen (zie § 2.2 van deel 1). Afstemming met Europese strategische

totale stedelijk oppervlak dat is voorzien van boomkruinbedekking verplicht

keuzes over het transportnetwerk is dan ook cruciaal.

toenemen.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

PRINT

63

1.7.2 Relevante ontwikkelingen in nationale wetgevingstrajecten

wanneer er wordt gekozen voor een collectief warmtesysteem als vervan-

Er wordt op dit moment nieuwe nationale wetgeving voorbereid gericht

ging voor verwarming door middel van aardgas. Ook bepalen gemeenten

op flexibilisering van het energiesysteem. Dit moet barrières voor verduur-

welk warmtebedrijf verantwoordelijk wordt voor de realisatie en exploitatie

zaming wegnemen. Op andere verduurzamingsaspecten zijn er op dit

van het betreffende warmtenet. Onder voorwaarden kunnen gebouweige-

moment geen concrete wetgevingstrajecten.

naren ervoor kiezen geen gebruik te maken van het warmtenet (‘opt out’). Voor ondernemers is van belang dat de Wet collectieve warmte hen gaat

Energiewet en Nationaal plan energiesysteem

verplichten om hun restwarmte beschikbaar te stellen tegen uitkoppel-

Het kabinet heeft in het wetsvoorstel Energiewet (EZK, 2023a) en het

kosten, dus zonder vergoeding (Senel et al., 2023).

concept voor het Nationaal plan energiesysteem (EZK, 2023b) nieuwe regels aangekondigd die het elektriciteitssysteem moeten flexibiliseren. Dit is nodig om te voorkomen dat Nederland ‘op slot gaat’ tijdens de verbouwing

1.8 Sturingsinstrumenten

van het elektriciteitsnet (EZK, 2023e). Daarmee zou de energietransitie in

Er is op dit moment een aantal publieke en private instrumenten gericht

gevaar komen. De nieuwe regels moeten het mogelijk maken de bestaande

op het meten (van aspecten) van verduurzaming van bedrijven en/of

netcapaciteit beter te benutten (zie § 3.1 van dit deel 2). Onderdeel van de

bedrijventerreinen:

regels zijn het vergroten van de ruimte voor decentrale energieopwek-

• De Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde

king en een grotere mate van zelfbeschikking voor eindafnemers. Hiermee

omgeving. Deze maatlat is onderdeel van de Nationale aanpak

komen er ook voor bedrijventerreinen meer mogelijkheden om zelf energie

Klimaatadaptatie gebouwde omgeving. Het instrument bevat concrete

op te wekken, energie onderling te delen, energie (tijdelijk) op te slaan en

normen als ondergrens, beperkt zich tot klimaatadaptatie en biodiversi-

data uit te wisselen.

teit en is dus niet gericht op andere duurzaamheidsaspecten. • De BREEAM-NL Gebied. Deze certificeringsmethode is vollediger, maar

Wet collectieve warmte

stuurt nauwelijks op een te behalen minimumgrens per onderdeel.

Het kabinet wil per 1 januari 2025 de Wet collectieve warmte in werking

• De Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties. Deze inter-

laten treden. Doel van deze wet is het optimaal zekerstellen van publieke

nationale duurzaamheidsdoelen zijn heel algemeen geformuleerd en

belangen waar onder de betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaam-

bieden weinig houvast voor een individueel bedrijventerrein.

heid van warmte. Omdat warmtenetten worden gezien als een essentiële nutsvoorziening, krijgen gemeenten de regie om te bepalen waar en

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

• De Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD). Deze richtlijn van de Europese Unie, die bedrijven verplicht om te rapporteren over hun

PRINT

64

impact op het klimaat, is vooralsnog alleen gericht op individuele, grote bedrijven. Kortom: een sturingsinstrument gericht op álle duurzaamheidsaspecten van een bedrijventerrein is er op dit moment nog niet. Een duurzaamheidslabel zou hierin naar ons oordeel kunnen voorzien.

2 MOGELIJKE VERDUURZAMINGSMAATREGELEN Voor het verduurzamen van een bedrijventerrein bestaat geen vast sjabloon. Er kan worden gekozen uit een grote hoeveelheid maatregelen. Sommige van die maatregelen kunnen individuele bedrijven zelfstandig nemen. Voor andere maatregelen geldt dat ze alleen in samenwerking (goed) realiseerbaar zijn. Soms volstaat daarbij samenwerking met andere ondernemers, in andere situaties is ook samenwerking met instanties in de regio nodig. De maatregelen die we in dit hoofdstuk opsommen geven een indicatie van wat er mogelijk is; ze vormen geen uitputtend overzicht.

2.1 Verduurzamingsmaatregelen die individuele bedrijven kunnen nemen Sommige verduurzamingsmaatregelen kan een bedrijf individueel nemen, onafhankelijk van maatregelen die de andere bedrijven op het terrein nemen en onafhankelijk van aanpassingen in de omliggende regionale openbare ruimte (zie hoofdstuk 3 in deel 1). Onderstaand schema geeft een overzicht van maatregelen die in deze categorie vallen, uitgesplitst per transitieopgave.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

PRINT

65

Tabel 4: Maatregelen op het niveau van individuele bedrijven Opgave

Maatregelen

Energietransitie (inclusief transitie naar duurzame mobiliteit)

• Restwarmte van bedrijfsprocessen benutten • Energiebesparende maatregelen nemen zoals isoleren bedrijfspand • Op piekmomenten minder energie gebruiken of gebruikmaken van opgeslagen energie (peak shaving en/of congestiemanagement) • Zonnepanelen plaatsen op bedrijfsdaken en/of bovenop parkeerplaatsen • Gecombineerd parkeren en opladen van auto en/of fiets

Totstandkoming circulaire economie

Klimaatadaptatie

• Processen inrichten voor opslag herbruikbare grondstoffen en halffabricaten • Processen inrichten voor reparatie en hergebruik producten • Bij renovatie of verbouwing principes van circulair bouwen toepassen • Materialenpaspoort laten maken voor bedrijfspanden • Groene gevels en groene bedrijfsdaken laten aanleggen, met overhangende daken voor meer schaduw • Zonwering laten aanbrengen langs bedrijfsgevels • Lichte kleur met hoge reflectiefactor toepassen op bedrijfs­ gevels en -daken • Regenwater benutten voor grondwaterreserve door afkoppeling waterafvoer van riool • Waterdoorlatende parkeerplaatsen laten aanleggen

Biodiversiteits­ herstel

• Nestgelegenheid creëren voor vogels en vleermuizen • Lichthinder voor nachtdieren beperken • Meer groen aanbrengen op kavels van bedrijfspanden • Inheemse planten gebruiken

Verbetering landschapskwaliteit en ruimtegebruik

• Bijeenplaatsen gebouwen mogelijk maken door emissie- en hinderreductie • Bij renovatie of verbouwing meerlaags bouwen toepassen • Voorzieningen laten treffen voor gestapeld parkeren • Voorkomen van leegstand

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 2

2.2 Verduurzamingsmaatregelen die om een collectieve aanpak vragen Andere verduurzamingsmaatregelen zijn alleen te realiseren door bedrijventerrein als collectief. Onderstaand schema geeft een overzicht van maatregelen die in deze tweede categorie vallen, opnieuw uitgesplitst per transitieopgave. Tabel 5: Maatregelen die samenwerking vragen op het niveau van bedrijventerrein Opgave

Maatregelen

Energietransitie (inclusief transitie naar duurzame mobiliteit)

• Collectief inkopen van benodigde werkzaamheden en ­deskundigheid • Duurzaam opgewekte energie delen (via energiehandels­ platform) • Netcongestie voorkomen via een energy hub • Restwarmte delen via een lokaal warmtenet • Ruimte reserveren voor e-laadstations, energy hubs en ­warmtenetten • Bevorderen van gebruik collectief en/of openbaar vervoer

Totstandkoming circulaire economie

• Collectief inkopen van benodigde werkzaamheden en ­deskundigheid • Restmaterialen onderling uitwisselen • Ruimte reserveren voor opslag en logistiek (bouwhub) • Parkeerplekken creëren voor deelauto’s • Inrichten reparatiewerkplaatsen en ruimtes om apparaten te delen

Klimaatadaptatie

• Collectief inkopen van benodigde werkzaamheden en deskundigheid • Ruimte reserveren voor gezamenlijke wateropvang • Hittestress reduceren door het planten van bomen en struiken

PRINT

66

Opgave

Maatregelen

Biodiversiteits­ herstel

• Collectief inkopen van benodigde werkzaamheden en deskundigheid • Terrein ecologisch inrichten en beplanting laten aanbrengen • Waterpartijen laten aanleggen met natuurlijke zuivering (helofyten) • Straatverlichting vergroenen met vleermuisvriendelijke lampen

Verbetering landschapskwaliteit en ruimtegebruik

• Collectief inkopen van benodigde werkzaamheden en deskundigheid • Mengen van functies • City hubs inrichten voor groen goederentransport naar stadscentra • Herverkaveling doorvoeren voor minder ruimtebeslag per bedrijf • Collectief opzetten van voorzieningen zoals parkeergarages

2.3 Verduurzamingsmaatregelen waarvoor samenwerking met

Tabel 6: Maatregelen die samenwerking vragen op het niveau van de regio Opgave

Maatregelen

Energietransitie (inclusief transitie naar duurzame mobiliteit)

• Aanleggen van warmtenet waarmee restwarmte kan worden benut • Afstemmen energieopwekking en -gebruik op Regionale Energiestrategie • Inrichten van platforms voor kennisuitwisseling over energietransitie

Totstandkoming circulaire economie

• Organiseren van reststroomuitwisseling (inrichten en organiseren van platform) • Anticiperen op circulaire activiteiten door het reserveren van ruimte (bijvoorbeeld watergebonden locaties bij herstructurering reserveren voor transport over het water) • Optimale goederenstromen waarborgen bij relocatie van bedrijven(terrein)

Klimaatadaptatie

• Water en bodem leidend laten zijn bij herstructurering • Inrichten van platforms voor kennisuitwisseling over klimaatadaptatie

Biodiversiteits­ herstel

• Zorgen voor ecologische verbindingszones met omliggende gebieden • Inrichten van platforms voor kennisuitwisseling over biodiversiteitsherstel

Verbetering landschapskwaliteit en ruimtegebruik

• Bij herstructurering zorgen voor transportmogelijkheden over water • Bedrijven met gelijke mate van milieubelasting bij elkaar plaatsen • Inrichten van platforms voor kennisuitwisseling over efficiënt ruimtegebruik

regionale instanties nodig is Tot slot zijn er verduurzamingsmaatregelen waarbij samenwerking buiten het eigen bedrijventerrein met instanties in de regio of andere bedrijventerreinen nodig is om ze te laten slagen. Denk hierbij aan maatregelen waarbij restmaterialen uitgewisseld worden tussen verschillende bedrijventerreinen. Of de situatie dat een naastgelegen woonwijk gebruik maakt van restwarmte van het bedrijventerrein.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 2

PRINT

67

3 POTENTIE VAN DUURZAME BEDRIJVENTERREINEN

én de relatieve omvang ervan ten opzichte van het totale energieverbruik in Nederland. Tabel 7: Energieverbruik op reguliere Nederlandse bedrijventerreinen, 2019

In dit hoofdstuk schetsen wij een beeld van de potentiële bijdrage van

Jaarlijks energieverbruik op reguliere bedrijventerreinen in absolute cijfers

Aandeel ten opzichte van jaarlijks energieverbruik op álle bedrijventerreinen

Aandeel ten opzichte van jaarlijks energieverbruik in heel Nederland

reguliere, duurzame bedrijventerreinen aan de nationale transitieop-

Gas

2,5 miljard m3

10-15%

5-10%

gaven. We doen dit aan de hand van diverse beschikbare berekeningen.

Elektriciteit

23 miljard kWh

50-60%

15-20%

Wanneer harde data op nationale schaal ontbreken, gebruiken we voor-

Bron: De Kort & Gradussen, 2023b

beelden van (clusters van) bedrijventerreinen in specifieke regio’s. Waar mogelijk vermelden we ook wat bepaalde verduurzamingsmaatregelen kunnen opleveren in termen van waardecreatie voor de betreffende bedrijven zelf.23

In deze paragraaf bespreken we de potentie die reguliere bedrijventerreinen hebben om, als bepaalde verduurzamingsmaatregelen worden getroffen, bij te dragen aan de energietransitie. Die potentie zit met name in de mogelijkheden die de terreinen hebben om energiebesparing te reali-

3.1 Energietransitie

seren, om schone energie op te wekken, om via warmtenetten de directe

Reguliere bedrijventerreinen zijn verantwoordelijk voor een significant

omgeving van warmte te voorzien en om door middel van energiehubs het

deel van het Nederlandse energieverbruik. Dit geldt vooral voor het

energienet te ontlasten. Dit laatste is van groot belang, want overbelasting

stroomverbruik. Tabel 7 toont het absolute energieverbruik op reguliere

van het Nederlandse elektriciteitsnet (‘netcongestie’) vormt in toenemende

bedrijventerreinen, de relatieve omvang ervan ten opzichte van het totaal

mate een probleem. Er zijn in grote delen van Nederland wachtlijsten voor

aan Nederlandse bedrijventerreinen (inclusief de grote industriële clusters)

het aansluiten van nieuwe bedrijven én van bestaande bedrijven die hun stroomcapaciteit willen uitbreiden. Ook zijn er wachtlijsten voor bedrijven

23 Veel verduurzamingsmaatregelen leiden tot waardecreatie voor bedrijven. De toekomstbestendigheid van een bedrijf groeit bijvoorbeeld als er meer zekerheid is over de energievoorziening op de lange termijn. En de vastgoedwaarde stijgt als er niet alleen in het eigen bedrijf, maar ook in de andere bedrijven en in de openbare ruimte wordt geïnvesteerd.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 3

die grootschalige installaties voor het opwekken van zonne- of windenergie aan het net willen koppelen.

PRINT

68

Figuur 7: Capaciteitskaarten elektriciteitsnetwerk Nederland voor afname

In het officiële jargon: de netbeheerder kan in de rode gebieden de afname

(A) en voor invoeding van elektriciteit (B), oktober 2023

van stroom door bedrijven via nieuwe stroomaansluitingen niet langer verzorgen, noch de invoeding van door bedrijven opgewekte stroom op het elektriciteitsnet. Ook in de oranje gebieden is voorlopig geen extra transportcapaciteit beschikbaar, maar hier biedt de bestaande transportcapaciteit nog wel ruimte voor het invoeden en afnemen van stroom indien met het betreffende bedrijf afspraken kunnen worden gemaakt over congestiemanagement. Dit betekent dat het bedrijf op piekmomenten het netwerk niet mag gebruiken en dat de netbeheerder een aangepast tarief rekent voor het gebruik van het elektriciteitsnet (Netbeheer Nederland, 2023a). De netcongestieproblematiek vormt een belemmering voor de voortgang van de energietransitie. In dat licht is de bijdrage die bedrijventerreinen aan de energietransitie kunnen leveren des te relevanter. Hieronder lichten we per thema toe waaruit die bijdrage kan bestaan.

De kaarten uit figuur 7 geven de netcongestie weer in het Nederlandse elek-

Energiebesparing

triciteitsnet (stand van zaken oktober 2023).24 In de rode gebieden is geen

Met isolatiemaatregelen aan bedrijfspanden kunnen ondernemers op

extra transportcapaciteit beschikbaar. Dit betekent (a) dat aanvragen voor

bedrijventerreinen hun stroom- en gasverbruik omlaag brengen. De

nieuwe elektriciteitsaansluitingen (of uitbreidingen van bestaande aanslui-

optelsom van de energiebesparing die individuele bedrijven op een bedrij-

tingen) niet kunnen worden gehonoreerd, en (b) dat nieuwe installaties voor

venterrein weten te realiseren, draagt bij aan het verlagen van de netbelas-

het opwekken van zonne- of windenergie niet kunnen worden aangesloten.

ting en/of het beter benutten van de netcapaciteit.

24 Bron: Netbeheer Nederland (2023a). Beide kaarten hebben betrekking op grootverbruikers­ aansluitingen op het midden- en laagspanningsnetwerk.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 3

PRINT

69

Over de exacte potentie voor energiebesparing op reguliere bedrijventer-

Energieopwekking

reinen zijn op nationale schaal geen harde cijfers beschikbaar. Wel heeft CE

Bedrijfspanden van na 2005 hebben doorgaans een dakconstructie die

Delft voor negen bedrijventerreinen in de gemeente Utrecht verschillende

geschikt is voor de plaatsing van zonnepanelen. De Stec Groep heeft

besparingsopties doorgerekend (Naber et al., 2021). De berekening betrof

recent berekend dat met het totale dakoppervlak van deze relatief nieuwe

in totaal 2.313 panden op een oppervlakte van 350 hectare. Het effect van

bedrijfspanden op reguliere bedrijventerreinen in potentie 30-35% van het

isolatiemaatregelen werd geschat op 40% reductie van de warmtevraag. Bij

totale elektriciteitsverbruik op reguliere bedrijventerreinen kan worden

oudere panden kan dit oplopen tot circa 60% reductie van de warmtevraag.

opgewekt. Met andere woorden: ongeveer een derde van de energie die

Het effect van deze besparing op het totale energieverbruik zou aanzienlijk

bedrijventerreinen nodig hebben, kunnen ze in principe zelf opwekken

zijn, want de ruimteverwarming voor gebouwen en loodsen bleek in de

(De Kort & Gradussen, 2023b).

onderzochte casus goed voor grofweg de helft van de totale energievraag. CE Delft heeft in de zojuist genoemde studie naar bedrijventerreinen in de Nordkamp et al. (2021) hebben een schatting gemaakt van het energiebe-

gemeente Utrecht ook een berekening gemaakt van wat zonnepanelen op

sparingspotentieel25 op bedrijventerreinen. De auteurs taxeren de besparing

bedrijfsdaken zouden kunnen opleveren. Daaruit kwam naar voren dat in

op het jaarlijkse gas- en elektriciteitsverbruik en hebben dit potentieel

potentie tussen de 35% en 95% van het totale elektriciteitsverbruik op deze

vervolgens gekwantificeerd in termen van CO2-reductie. Voor alle reguliere

bedrijventerreinen zou kunnen worden opgewekt met eigen zonnepanelen

bedrijventerreinen tezamen kwamen zij uit een potentiële CO2-reductie

(Naber et al., 2021).

van 1,7 megaton. Dat is 1 megaton meer dan bedrijven op dit moment verplicht zijn te realiseren op grond van de energiebesparingsplicht uit

In de praktijk zijn er echter belemmeringen waardoor de potentie voor

het Activiteitenbesluit milieubeheer. Dit extra potentieel is even groot als

het opwekken van energie op bedrijventerreinen deels onbenut blijft.

de CO2-reductie die is vastgelegd in de klimaatafspraken voor de gehele

De al genoemde netcongestie vormt zo’n belemmering. Andere belem-

utiliteitsbouw in Nederland, dus inclusief alle bedrijfsvestigingen buiten de

meringen hangen samen met overheidsregels. Zo mogen bedrijven op een

bedrijventerreinen (Nordkamp et al., 2021).

bedrijventerrein volgens de huidige regelgeving geen gebruikmaken van zonne-energie die afkomstig is van het dak van de buurman. Bovendien ontbreken er vooralsnog heldere veiligheidsvoorschriften en -standaarden.

25 De schatting van Nordkamp et al. (2021) heeft betrekking op middelgrote en kleine energiegebruikers op bedrijventerreinen. Deze afbakening komt in grote lijnen overeen met de afbakening in dit advies.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 3

Verzekeringspremies zijn mede daardoor hoog (Nordkamp et al., 2021).

PRINT

70

Er ligt een wetsvoorstel om vanaf 2025 zonnepanelen op nieuwe

Bedrijven in het gebied en de netbeheerder leggen in het groepscontract

bedrijfspanden van meer dan 250 m2 verplicht te stellen. Deze verplichting

afspraken vast over de capaciteitsgrenzen op het net, over aansprakelijkheid

zal gepaard moeten gaan met de benodigde aanpassingen in de regel­

bij overtreding van die grenzen en over flexibiliteit in individuele transport-

geving. Daarnaast zullen maatregelen nodig zijn om de vraag- en aanbod­

capaciteit van een bedrijf. De netbeheerder heeft daarmee zekerheid over de

systematiek te flexibiliseren; zie hierna.

belasting van het netwerk en de bedrijven krijgen meer ruimte voor gebruik én voor het aanleveren van duurzame energie (‘invoeden’).

Energiehubs In het Nationaal plan energiesysteem, thans in concept gereed (EZK, 2023b),

Sturing van de vraag naar en het aanbod van energie op bedrijventerreinen

is een belangrijke rol weggelegd voor zogenaamde energiehubs als onder-

is op verschillende manieren te realiseren, bijvoorbeeld door:

deel van een decentraal energiesysteem (EZK, 2023f). Een energiehub is

• afspraken te maken met de netbeheerder over momenten van levering

een afgebakend gebied waar partijen lokaal opgewekte stroom met elkaar delen. Bedrijventerreinen zijn bij uitstek geschikt om te fungeren als ener-

en gebruik (peak shaving); • gezamenlijke te investeren in opslagcapaciteit (batterijen) of conversie

giehub. De vraag naar en het aanbod van energie worden dan binnen de

van energie (tussen elektriciteit, waterstof of warmte);

hub gestuurd, terwijl het bedrijventerrein volledig aangesloten blijft op het

• gebruik te maken van gezamenlijke laadinfrastructuur;

landelijke elektriciteitsnetwerk. Op die manier zorgt een energiehub ervoor

• een handelsplatform in te richten voor onderlinge levering van lokaal

dat het bestaande elektriciteitsnetwerk beter kan worden benut waardoor

opgewekte duurzame energie.

er meer transportruimte vrijkomt voor lokaal duurzaam opgewekte stroom. Die lokaal opgewekte stroom is vervolgens lokaal inzetbaar voor de elektrifi-

Hieronder bespreken we een drietal voorbeelden die laten zien wat de

catie van gebouwverwarming of van productieprocessen.

potentie is van een energiehub op bedrijventerreinen. In twee gevallen gaat het om pilots waarbij bedrijventerreinen de ruimte kregen om binnen

Voorwaarde om een energiehub te kunnen laten functioneren is dat de deel-

bestaande regelgeving specifieke afspraken te maken over een energie­hub.

nemende bedrijven zich verenigen in een collectief (De Bruin et al., 2023).

De betrokken partijen ontwikkelden nieuwe onderlinge samenwerkings­

Dit collectief kan met de netbeheerder afspraken maken en een groepscon-

vormen en een nieuwe rolverdeling tussen de netbeheerder en de

tract afsluiten. Het collectief krijgt dan meer flexibiliteit om netcapaciteit tot

bedrijven in het gebied om gezamenlijk efficiënter gebruik te maken van

aan het tussenstation van de netbeheerder te benutten, terwijl de netbe-

het elektriciteitsnet. In het wetsvoorstel Energiewet en het Nationaal plan

heerder de garantie heeft dat het netwerk niet wordt overbelast.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 3

PRINT

71

energiesysteem is regelgeving aangekondigd die een verdere uitrol van dit soort initiatieven mogelijk maakt.

• Bedrijvenpark Pannenweg II Nederweert. Op het aan de A2 tussen Eindhoven en Maastricht gelegen bedrijvenpark Pannenweg II bevinden zich circa honderd bedrijven die zich hebben verenigd. Deze vereniging

• Energiecollectief Schiphol Trade Park. Schiphol Trade Park is een bedrij-

zorgt voor groenvoorziening, verlichting en beveiliging op het terrein.

venterrein van 140 hectare. Vijftien nieuwe bedrijven op het terrein die

De ambitie is om het park te verduurzamen en over enkele jaren volledig

zich rond 2021 aandienden bij netbeheerder Liander, kregen te horen

energieneutraal te zijn. Daartoe zijn plannen ontwikkeld voor het ontwik-

dat ze zeker tot 2026 zouden moeten wachten op een netaansluiting. De

kelen van een energiehub zodat het plaatsen van zonnepanelen op de

gebiedsontwikkelaar, Schiphol Area Development Company, heeft toen

bedrijfspanden weer mogelijk wordt. Dit is aangevuld met een energie-

samen met de bedrijven een energiecollectief gevormd. Er is een virtueel

handelsplatform. In juni 2023 werden de eerste twintig bedrijven als

net gemaakt waarbinnen de netspanning real time kan worden gemoni-

pilot aangesloten op een gezamenlijk energiehandelsplatform en een

tord. Het energiesysteem bewaakt op die manier de belasting van het net,

energiemanagementsysteem. Daarmee leveren bedrijven onderling

achter de aansluiting van Liander. Alleen op piekmomenten is er inzet

energie aan elkaar, wordt het energienetwerk beter benut en kan boven-

nodig van batterijen en een gasgenerator. De batterijen en gasgenerator

dien energie worden ingekocht als er op het terrein een tekort is. Voor

zijn eigendom van de afzonderlijke bedrijven, die van de coöperatie een

de netbeheerder betekent dit een ontlasting van het elektriciteitsnetwerk

vergoeding ontvangen voor de inzet ervan (Van der Wijk & Kop, 2022).

en dus voor de bedrijven op het terrein en in de regio meer ruimte op

De vier bedrijven op het terrein met ‘gecontracteerd vermogen’ stellen

het netwerk. Geschat wordt dat voor een gemiddeld bedrijventerrein

de vrije ruimte op het net beschikbaar aan de andere vijftien bedrijven

van 100 bedrijven, deze voorziening een directe besparing van minimaal

en krijgen daarvoor een vergoeding. Liander betaalt een vergoeding

226,8 ton CO2 per jaar oplevert (Energiehandelsplatform Pannenweg,

voor de ontlasting van het net. Met de bestaande netcapaciteit kan het

2023). Voor de 3424 reguliere bedrijventerreinen zou dat gaan om mini-

energiecollectief nu samen met Liander binnen de capaciteit van de vier

maal 0,8 Mton CO2 per jaar.

gecontracteerde netaansluitingen ook de vijftien niet-gecontracteerde bedrijven bedienen. De collectieve oplossing is goedkoper, duurzamer en

• Oost-Nederland. Provincie Gelderland en Overijssel lieten samen met

sneller beschikbaar dan de gangbare route, waarbij de netbeheerder het

de regionale ontwikkelingsmaatschappij Oost NL onderzoeken wat de

bestaande netwerk uitbreidt om zo alle afzonderlijke aanvragen voor te

potentiële bijdrage is van energiehubs op bedrijventerreinen in de regio

contracteren vermogen te kunnen honoreren.

Oost-Nederland. Het onderzoek betrof een steekproef van vijftig van de 700 bedrijventerreinen in die regio. Royal HaskoningDHV heeft een

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 3

PRINT

72

schatting gemaakt van de mogelijke opbrengst van een energiehub. De

Warmtenetten

uitkomst was dat hiermee 2,5 gigawatt zonne-energie en 4 terawattuur

Bedrijventerreinen bieden ook veel mogelijkheden voor het delen van

windenergie kan worden ingepast in het bestaande netwerk.

warmte en koude. Landelijke cijfers ontbreken, maar de voorbeelden die we

Het beter benutten van de bestaande netcapaciteit betekent dat naar

hieronder bespreken geven een indruk van de potentie.

schatting € 270 tot € 350 miljoen aan investeringen niet meer nodig is, doordat onderstations van het Liander-netwerk niet hoeven worden

• De gemeente Urk heeft plannen voor een warmtenet (zie ook § 1.4 van dit

uitgebreid. Bovendien resulteert de overstap naar schoon opgewekte

deel 2). Via een warmte/koude-net wordt overtollige warmte van visver-

energie naar schatting in 1 megaton minder CO2-uitstoot per jaar. Dit

werkende bedrijven naar de aangrenzende woonwijk geleid. Dit geza-

betekent dat op de betreffende bedrijventerreinen de totale CO2-emissie

menlijke energienet maakt bewoners en bedrijven minder afhankelijk van

met 18 tot 27% omlaag kan worden gebracht. De ambitie uit de Regionale

gas. Het zorgt bovendien voor een vermindering van het stroomverbruik

Energiestrategie van Oost-Nederland kan hiermee voor 35 tot 50%

met 25% ten opzichte van individuele oplossingen in respectievelijk de

worden gerealiseerd (Royal HaskoningDHV, 2022).

woonwijk en de bedrijven (Noordoostpolder, 2023a+b). • De gemeente Haarlem wil in 2040 gasvrij zijn. Met de aanleg van een

De drie voorbeelden laten zien dat de potentie van een energiehub op

gezamenlijk warmtenet wordt voorzien in een deel van de warmtevraag

bedrijventerreinen groot is. In de beide pilots hebben de bedrijven op het

op het bedrijventerrein Waarderpolder en de aangrenzende woonwijk

bedrijventerrein zich verenigd in een collectief. Via het collectief is een

(Gemeente Haarlem, 2023).

groepscontract afgesloten met de netbeheerder, tegelijk behielden de

• In de gemeente Venlo heeft de Stichting Duurzame bedrijventerreinen

afzonderlijke bedrijven een eigen contract met een energieleverancier. Het

recent de mogelijkheden verkend voor een warmtenet. In eerste instantie

bereikte resultaat is in alle gevallen een grotere beschikbare transportca-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=cd406602-eb91-498a-820c-3de12d14674a