CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Rapport Raad voor de Leefomgeving- Samenwerken, kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Gemeenteraad 28 oktober 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Instellen reclamebelasting bedrijventerrein Harselaar t.b.v. Ondernemersfonds Harselaar36.530 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

heerders die op regionaal niveau werken.

maken van het terrein. Dat succesvolle initiatief vormde vervolgens de

• Om de biodiversiteit op een bedrijventerrein te vergroten, kunnen afzon-

voedingsbodem om ook gezamenlijk aan verduurzaming te gaan werken.

derlijke bedrijven zorgen voor nestgelegenheden. Maar effectief wordt

In het BIZ-plan 2021-20257 worden een aantal activiteiten genoemd

zo’n maatregel pas echt als het bedrijventerrein gezamenlijk zorgt voor

waaraan gewerkt gaat worden, waaronder het vergroten van de collec-

een fourageergebied met voldoende groen en als de regio zorgt voor

tieve opwekking van duurzame energie en het aanbieden van concrete

ecologische verbindingszones met een of meer natuurgebieden in de

hulp aan ondernemers en eigenaren op het gebied van duurzaamheid.

omgeving.

(De Kort & Gradussen, 2023a; Stichting BIZ Schiebroek, 2020)

7

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 3

Dit is een vijfjaarsplan op basis waarvan de plaatselijke bedrijveninvesteringszone (BIZ) aan de slag gaat. Zie § 4.2.1 van deel 1 en § 1.4 van deel 2 voor meer uitleg over wat een BIZ behelst.

PRINT

29

Georganiseerde samenwerking heeft daarnaast als voordeel dat een bedrijventerrein beschikt over één aanspreekpunt met (gemeentelijke en regionale) overheden. Daardoor staan de betrokken ondernemers sterker; er wordt niet langer niet ‘over’ maar mét hen gesproken. Als de samenwerking op een bedrijventerrein resulteert in zichtbare kwaliteitsverbeteringen, groeit ook het vertrouwen bij de betrokken ondernemers in de waarde en toekomst van het bedrijventerrein. Dat bevordert vervolgens de bereidheid om verdere investeringen te doen in de verduurzaming van vastgoed, bedrijfsprocessen en andere kwaliteitsaspecten. Georganiseerde samenwerking op bedrijventerreinen kan dus belangrijke, positieve neveneffecten hebben. De kern is dat de samenwerkende bedrijven worden ontzorgd als ze collectieve taken in handen kunnen geven van een vereniging, zeker als deze een professionele parkmanager inhuurt. Deze taken hoeven niet alleen betrekking te hebben op verduurzaming (hoe wisselen we onderling energiestromen uit?) maar kunnen ook gaan over veiligheid (hoe beveiligen we ons bedrijventerrein zo efficiënt mogelijk?) en participatie in beleidsprocessen (hoe zorgen we dat onze stem wordt gehoord bij lokale bestuurders?). Bij al dit soort vraagstukken is organisatievorming noodzakelijk.

Niet voor niets kennen veel nieuw ontwikkelde bedrijventerreinen een verplichte bijdrage voor een organisatie die de bedrijven op het terrein vertegenwoordigt. In sommige gevallen is daaraan ook een verplicht lidmaatschap gekoppeld. De leden hebben zeggenschap over onder meer de besteding van het geld.

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 3

PRINT

30

4 BELEMMERINGEN VOOR VERDUURZAMING VAN BEDRIJVENTERREINEN Verduurzaming van reguliere bedrijventerreinen biedt veel meerwaarde voor zowel het bedrijfsleven als de rest van de samenleving. Toch komt het verduurzamingsproces maar mondjesmaat van de grond. In dit hoofdstuk zetten we de belangrijkste belemmeringen op een rij.

4.1 Enkele koplopers, weinig navolging Veel bedrijven zijn op een of andere manier bezig met verduurzaming (CBS, 2022). Maar uit verschillende studies komt naar voren dat verduurzaming van bedrijventerreinen vooralsnog nauwelijks op gang komt (Nordkamp et al., 2021; Senel et al., 2023). Voor zover er al verduurzamingsinitiatieven op bedrijventerreinen gaande zijn, richten de meeste daarvan zich op de aanpak van problemen rond energie en (in mindere mate) op m ­ aatregelen om de terreinen aan te passen aan klimaatverandering. Voor andere verduurzamingsopgaven bestaat relatief weinig aandacht. Er zijn nauwelijks bedrijventerreinen waar serieus wordt gewerkt aan substantiële, integrale verduurzamingsoplossingen. Er zijn wel enkele

PRINT

31

inspirerende en hoopgevende uitzonderingen. Een voorbeeld hiervan is het

In § 1.4 van deel 2 beschrijven we het verduurzamingsproces van Grote

bedrijventerrein Grote Polder in Zoeterwoude (zie kader).

Polder meer in detail. We belichten daar ook een ander bedrijventerrein dat het proces van verduurzaming ter hand heeft genomen.

Koploper: bedrijventerrein Grote Polder Grote Polder is een bedrijventerrein in Zoeterwoude. Het terrein heeft

Goede voorbeelden als deze zijn echter zoals gezegd schaars; het gaat om

sinds 20108 een succesvolle bedrijveninvesteringszone (BIZ): 95% van de

koplopers. De ‘bulk’ van de 3.400 reguliere bedrijventerreinen in Nederland

ondernemers is lid van de BIZ.9 In 2020 is de BIZ-status voor een tweede

staat nog aan het begin van de aanpak van hun verduurzamingsopgaven. In

maal verlengd, waarbij 85% van de 154 ondernemers op het terrein een

§ 4.2 hierna bespreken we de belangrijkste factoren die de verduurzaming

stem uitbracht; 97% stemde vóór.

van bedrijventerreinen op collectief niveau tegenhouden.

De belangrijkste taak van de BIZ is die van aanjager, informatieverstrekker en organisator van bijeenkomsten. In de eerste fase is gewerkt aan veiligheid, bereikbaarheid en uitstraling van het bedrijventerrein.

4.2 Inventarisatie van stagnerende factoren

Daarna is er in samenwerking met de gemeente aandacht gegeven aan openbaar groen, biodiversiteit, mobiliteit en duurzaamheid op en rond

4.2.1 Organisatiegraad laag

het terrein. Ook is onderzoek gedaan naar kosten en opbrengst van

Dat collectieve verduurzamingsmaatregelen op de meeste bedrijventer-

klimaatadaptieve maatregelen.

reinen tot op heden uitblijven, heeft voor een belangrijk deel te maken met

Samenwerking bij maatregelen op het gebied van energie en waterber-

het ontbreken van geformaliseerde samenwerking op deze terreinen. Veel

ging staat op de agenda.

maatregelen vereisen een collectieve aanpak en, gezien de omvang van de

In februari 2023 heeft de BIZ de toekomstvisie Kompas Grote Polder 2040

maatregelen, een georganiseerd samenwerkingsverband. De organisatie-

uitgebracht. Daarin zijn ambities opgenomen op het terrein van ruimte

graad op bedrijventerreinen is echter al tientallen jaren laag en bedraagt op

voor bedrijven, energietransitie, duurzame mobiliteit & bereikbaarheid en

dit moment circa 20% (De Kort & Gradussen, 2023a).

arbeidsmarkt. (BIZ Grote Polder, 2023) Waarom komt geformaliseerde samenwerking op bedrijventerreinen zo 8

9

Op 1 mei 2009 is de Experimenteerwet BIZ in werking getreden en zijn de eerste BIZ’en opgericht, waaronder die van de Grote Polder. Op 1 januari 2015 is de Wet op de bedrijveninvesteringszones in werking getreden. Zie § 4.2.1 van deel 1 en § 1.4 van deel 2 voor meer uitleg over wat een BIZ behelst.

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

moeizaam tot stand? Uit onze analyse komt naar voren dat hierbij de volgende factoren een rol spelen:

PRINT

32

• Het op gang brengen van samenwerking en het opzetten van een orga-

investeringsmaatschappij.10 In het laatste geval is er vaak sprake van een

nisatie kost veel tijd en inzet. Ondernemers kunnen hiervoor in veel

‘split incentive’-dilemma: de kosten van verduurzamingsmaatregelen zijn

gevallen geen ruimte vrijmaken, omdat ze hun handen vol hebben aan de

voor rekening van de eigenaar/erfpachter, terwijl de gebruiker/huurder

dagelijkse bedrijfsvoering. Om geformaliseerde samenwerking op gang

profiteert van het resultaat. Als gevolg van dit soort belangentegenstel-

te brengen, moet iemand de bedrijfsdeuren langs, mensen enthousias-

lingen is er niet zelden meer dan vrijwilligheid nodig om partijen op

meren, de eerste vergadering beleggen, plannen ontwikkelen enzovoort.

een bedrijventerrein samen de schouders onder verduurzaming te laten

Er is behoefte aan professionals – zoals parkmanagers – die dit proces

zetten.

vormgeven.

• Voor bedrijven heeft de verduurzaming van hun bedrijventerreinen niet

• Er is gebrek aan kennis en ervaring om samenwerking op te zetten en

altijd prioriteit. Voor veel ondernemers moet de basis – schoon, heel

formeel vast te leggen. Hoe maak je mensen enthousiast? Welke type

en veilig – eerst op orde zijn voordat ze aan verduurzaming toekomen.

organisatie moet je opzetten en wat zijn de voor- en nadelen? Hoe

Dat valt te begrijpen in het licht van de weinig florissante staat waarin

verdeel je de kosten? Dit soort vragen hebben de meeste ondernemers

sommige bedrijventerreinen verkeren. Van de reguliere bedrijventer-

niet eerder bij de hand gehad. Ook de te nemen collectieve maatregelen

reinen in Nederland is bijna een vijfde verouderd.11 Daarvan heeft een

vergen specifieke kennis die veel – met name kleinere – bedrijven niet

derde te maken met technische veroudering, onder andere veroorzaakt

in huis hebben. Deze ondernemers beschikken bovendien vaak niet

door achterstallig onderhoud (De Kort & Gradussen, 2023b). Dit achter-

over de benodigde capaciteit en/of financiële middelen om deze kennis

stallig onderhoud moet wat de betrokken ondernemers betreft éérst

in huis te halen – voor zover ze al beschikbaar is, gezien de schaarste

worden aangepakt.

aan adviseurs. Het ontbreekt aan een degelijke kennisinfrastructuur die

• Tot op heden is de BIZ-regeling van de rijksoverheidsbeleid niet effectief.

overheden, bedrijven en andere instanties van praktische kennis voorziet,

De regeling heeft nauwelijks geleid tot een hogere organisatiegraad op

kennisontwikkeling coördineert en goede voorbeelden deelt.

bedrijventerreinen. De BIZ-regeling houdt in dat ondernemers via een

• Het kost tijd en moeite om uiteenlopende belangen te overbruggen. Een

gemeentelijke heffing gezamenlijk betalen voor verbeteringen op hun

jonge ondernemer die net een loods heeft gekocht, is eerder bereid te investeren in verduurzamingsmaatregelen dan een ondernemer die niet ver meer van zijn pensioen af zit. En een lokale ondernemer die eigenaar/ erfpachter is van een kavel heeft meer belang bij verduurzaming van het terrein dan iemand die een bedrijfspand huurt van een buitenlandse

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

10 70% van de ondernemers op reguliere bedrijventerreinen is eigenaar van hun pand, 30% is huurder (De Kort & Gradussen, 2023a). 11 Veroudering omvat technische veroudering (zoals achterstallig onderhoud en gebreken aan technische voorzieningen), economische veroudering (denk aan incourante gebouwen en percelen), maatschappelijke veroudering (bijvoorbeeld tekortkomingen in de sociale veiligheid en arbeidsomstandigheden) en ruimtelijke veroudering (zoals niet-efficiënte inrichting en benutting van ruimtes); zie De Kort & Gradussen, 2023b.

PRINT

33

bedrijventerrein of in hun winkelgebied. Wie lid is van de aan de BIZ

4.2.3 Gebrek aan duidelijkheid over doelen en tijdpad

gekoppelde vereniging of coöperatie, beslist mee over de bestedingen.

Ondernemers die zijn gevestigd op een bedrijventerrein weten niet goed

Wie geen lid is betaalt wel, maar beslist niet mee (zie § 1.4 van deel 2

wat de overheid qua verduurzamingsmaatregelen van hen verwacht op

voor een gedetailleerde beschrijving). In 2023 waren er nog maar

de (middel)lange termijn.12 Het Rijk heeft voor het verduurzamen van

77 BIZ’en op de 3.800 reguliere en niet-reguliere bedrijventerreinen

bedrijven­terreinen geen concrete of meetbare doelen gesteld. Een belang-

(Schep & Pen, 2023).

rijke drijfveer om collectief te investeren ontbreekt zodoende.

Sommige provincies en gemeenten hebben aanvullende maatregelen getroffen om de organisatiegraad te verhogen. Zo stelt de provincie Zuid-

Door het gebrek aan duidelijkheid in de overheidskaders, ook wat het

Holland de energiesubsidieregeling alleen beschikbaar voor een georga-

tijdpad betreft, komen businesscases op bedrijventerreinen moeilijk rond.

niseerde groep bedrijven en is de gemeente Amsterdam heel actief in het

Veel ondernemers maken pas op de plaats. “Want anders hebben we

ondersteunen van de vorming van BIZ’en. Deze maatregelen hebben enig

zonnepanelen geplaatst en horen we later dat er een groen dak onder moet

effect gehad in winkelgebieden, maar nauwelijks op bedrijventerreinen

– en kunnen we weer van voor af aan beginnen.” Anderen zijn geremd door

(Schep, 2023).

de grote hoeveelheid bestaande en nieuwe regel- en wetgeving die zij op zich af zien komen: “Door die tsunami aan regels uit Brussel, Den Haag of

4.2.2 Vereiste investeringen te omvangrijk

de gemeente zie ik door de bomen het bos niet meer.”

Bepaalde collectieve verduurzamingsmaatregelen, zoals aanleg van een

Bijkomend probleem is de beschikbaarheid van data. De verduurzaming bij

energiehub of een warmtenet, zijn omvangrijk en dus kostbaar, maar wel

bedrijven en op bedrijventerreinen wordt nauwelijks gemonitord op natio-

maatschappelijk gewenst. Veel bedrijventerreinen kunnen deze kosten niet

naal niveau.

dragen, ook niet als alle bedrijven meebetalen. Dit betekent dat de (bedrijfseconomisch) onrendabele top van overheidswege zou moeten worden gefi-

4.2.4 Rijksbeleid versnipperd en niet doelgericht

nancierd. Ook kan financiering nodig zijn van de terugverdientijd, of spelen

Het Rijk heeft de afgelopen jaren niet in beeld gehad wat bedrijventerreinen

er problemen rond split incentives (Arcadis et al., 2021). Nationale fondsen

kunnen bijdragen aan de landelijke verduurzamingsdoelstellingen. Daarmee

die beschikbaar zijn voor verduurzamingsopgaven, zoals het Klimaat- en

zijn kansen gemist. Sinds kort groeit weliswaar de overheidsaandacht voor

transitiefonds en de Subsidieregeling Duurzame Energie SDE++, zijn op dit

bedrijventerreinen (zie hoofdstuk 1 van deel 2 voor een overzicht), maar er

moment echter nog onvoldoende gericht op bedrijventerreinen. 12 Voor energietransitiemaatregelen geldt dit in mindere mate.

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

PRINT

34

is nog altijd geen rijksbeleid dat zich specifiek richt op de verduurzaming

4.2.5 Te weinig kennis en capaciteit bij gemeenten

van bedrijventerreinen en waarin de verschillende verduurzamingsopgaven

De meeste gemeenten zijn onvoldoende toegerust om bedrijventerreinen

worden geïntegreerd. Het beleid is versnipperd over vier rijksprogramma’s

te verduurzamen. Enerzijds hebben ze veel kennis van de ondernemers

die zijn verdeeld over drie ministeries. Daartussen bestaat weinig coördi-

en de situatie op de bedrijventerreinen binnen hun gemeentegrenzen en

natie. In het verlengde hiervan is ook de taakverdeling tussen de verschil-

hebben ze een vinger in de pap als vergunningverlener en beheerder van

lende overheidslagen versnipperd en onduidelijk. Hierdoor weten deze

de openbare ruimte. Maar anderzijds missen ze de capaciteit, budgetten

niet altijd wie er aan zet is en weten bedrijven niet waar ze met hun vragen

en kennis om effectief te sturen op de verduurzaming op de terreinen.

terechtkunnen.

Bedrijventerreinen krijgen niet altijd de politieke prioriteit die ze verdienen en vaak is er meer aandacht voor het ontwikkelen van nieuwe bedrijven-

Een en ander heeft tot gevolg dat het Rijk geen overkoepelend toekomst-

terreinen dan voor het onderhouden en toekomstbestendig maken van

beeld heeft voor duurzame bedrijventerreinen en dus ook geen samenhan-

bestaande bedrijventerreinen.

gend beleid om dat toekomstbeeld te verwezenlijken. Wat is volgens het Rijk een duurzaam bedrijventerrein en wat niet? Welk belang en welke positie

De huidige situatie vraagt om bundeling van kennis en capaciteit en aanstu-

hebben ze in de samenleving? Een visie hierop ontbreekt. Dat verhindert

ring op provinciaal niveau. Verduurzaming van bedrijventerreinen vereist

een effectieve bundeling van beleidsprogramma’s en fondsen. Hierdoor

immers behalve een lokaal ook een provinciaal perspectief (EZK, 2022a).

is er nauwelijks sturing op een integrale aanpak en het samenvoegen van

Regionale coördinatie is belangrijk met het oog op onder meer ruimtelijke

verduurzamingsopgaven.

ordeningsvraagstukken die spelen bij herstructurering van bedrijventerreinen, de inpassing van bedrijventerreinen in energienetwerken, de

Het ontbreken van landelijke kaders heeft zijn weerslag op lokaal niveau.

aansluiting van bedrijventerreinen bij ecologische structuren en het creëren

Gemeenten beconcurreren elkaar om vestigingen van bedrijven binnen hun

van extra ruimte die de ontwikkeling van de circulaire economie vraagt

gemeentegrenzen te krijgen – met als triest neveneffect dat hier en daar

(Rood & Evenhuis, 2023). Gemeenten zijn daarvoor niet het meest geschikte

een ‘race to the bottom’ is ontstaan op het punt van de gestelde duurzaam-

bestuursniveau.

heidseisen (CRa, 2019). Ook is er regelmatig sprake van tegenstrijdige lokale regelgeving.

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

PRINT

35

4.2.6 Onzekerheid door groeiende ruimtedruk en gebrek aan

Herstructureringsmaatschappij Overijssel

herstructurering en ruimtelijke ordening

In de provincie Overijssel is sinds 2009 de Herstructureringsmaatschappij

Veel ondernemers kampen met onzekerheid over het voortbestaan van

Overijssel (HMO) actief. De organisatie heeft onder meer als doel om

‘hun’ bedrijventerrein. Tussen 2016 en 2021 verdwenen 148 van de in totaal

verouderde bedrijventerreinen nieuw leven in te blazen. Dit doet HMO

3.800 bedrijventerreinen in Nederland,13 onder meer door de oprukkende

door op te treden als regisseur, saneerder, investeerder, adviseur,

woningbouw (VNO-NCW, 2023). De druk op de ruimte vergroot onzeker-

beheerder en aanjager bij het opkopen en herstructureren van bedrijven-

heid over de toekomst voor een bedrijf op een bepaalde locatie en dat remt

terreinen. De provincie is 100% aandeelhouder van HMO. Het oogmerk

investeringen in verduurzaming.

van HMO is om de markt te verleiden tot investeren. In tien jaar tijd heeft HMO ongeveer € 600 miljoen aan private investeringen aangejaagd.

Vaak gaat verduurzaming van een bedrijventerrein samen met herstruc-

Daarnaast heeft HMO (met een startkapitaal van € 7,5 miljoen) meer dan

turering of zelfs verplaatsing van bedrijven. Soms moeten kavels

€ 100 miljoen aan investeringen revolverend kunnen inzetten.14 In totaal

worden opgekocht en opnieuw ontwikkeld om ‘schuifruimte’ te creëren

is hiermee 900 hectare aan bedrijventerreinen succesvol geherstructu-

of verouderde gebouwen te slopen. Herstructurering en verplaatsing

reerd. Het proces heeft ruim 1.000 banen opgeleverd.

zal bij de ontwikkeling van de circulaire economie aan belang winnen

(Herstructureringsmaatschappij Overijssel, 2023)

(Rood & Evenhuis, 2023). De markt wil of kan dat risico niet altijd dragen en daardoor stokt de herstructurering en dus de verduurzaming. Herstructureringsmaatschappijen (zie kader) kunnen hier een goede rol

4.2.7 Geen centrale aanspreekpunten over en weer

spelen, maar hun reikwijdte en slagkracht is in veel gevallen te beperkt.

Ondernemers die op een bedrijventerrein zijn gevestigd, missen een centraal aanspreekpunt bij de lokale en regionale overheid. Niet zelden moeten zij praten met ambtenaren van diverse afdelingen (doorgaans Economische Zaken, Duurzaamheid en Ruimtelijke Ordening) van gemeente of provincie om iets gedaan te krijgen. Dit kost veel tijd en energie.

13 Dit betreft alle bedrijventerreinen, niet alleen de reguliere bedrijventerreinen waarop dit advies zich richt.

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

14 ‘Revolverend’ houdt in dat het uitgeleende geld weer terugkomt en dan opnieuw beschikbaar is voor nieuwe leningen.

PRINT

36

Omgekeerd missen de lokale overheden een centraal aanspreekpunt op

traag, mede doordat aan de kant van de overheid de benodigde kennis

bedrijventerreinen. De ambtenaren van een gemeente zitten al snel met

niet wordt gebundeld. Het werkt tevens kostenverhogend, want bij het

tientallen ondernemers om de tafel in plaats van met het bestuur van een

ontbreken van standaarden rekenen verzekeraars hogere premies vanwege

organisatie die de ondernemers vertegenwoordigt. Ook dit kost veel tijd en

onzekerheid over de veiligheid (Nordkamp et al., 2021).

energie. 4.2.8 Beleidsmatige en juridische obstakels Diverse beleidsmatige en juridische obstakels staan snelle verduurzaming in de weg. Zo vormen bepalingen in de Elektriciteitswet een obstakel voor verduurzamingsinitiatieven op bedrijventerreinen. De wet staat een grotere rol van de eindgebruiker (denk aan flexibilisering van gebruik en aanbod of lokaal gebruik van lokaal opgewekte energie) niet toe. Daardoor is een efficiënter gebruik van de bestaande netcapaciteit niet goed mogelijk. Het wetsvoorstel Energiewet (EZK, 2023a) en het Nationaal plan energiesysteem (EZK, 2023b) voorzien voor een belangrijk deel in het wegnemen van deze belemmeringen, maar ook dit wetgevingsproces verloopt traag. Ook de versnippering van kennis en het ontbreken van standaarden hindert de verduurzaming op bedrijventerreinen. Verduurzaming gaat gepaard met innovaties waarvoor bestaande technische standaarden en bouwvoorschriften moeten worden herzien. Dit geldt bijvoorbeeld voor het plaatsen van zonnepanelen op bedrijfsdaken al of niet in combinatie met het aanbrengen van warmte-isolatie in het dak of het vergroenen van dak en gevel. Voor het toelaten van deze ingrepen moeten de standaarden voor constructie- en brandveiligheid worden herzien en brandweer- en vergunningvoorschriften worden aangepast. Deze processen verlopen onnodig

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 4

PRINT

37

5 AANBEVELINGEN In dit hoofdstuk doen we een aantal concrete aanbevelingen aan de rijksoverheid om de verduurzaming van bestaande reguliere bedrijventerreinen te versnellen. In de kern draaien onze aanbevelingen om drie observaties, die stuk voor stuk actie van het Rijk vereisen: (1) er is behoefte aan een toekomstbeeld voor bedrijventerreinen met meetbare doelen en een tijdpad; (2) verplichte organisatievorming op bedrijventerreinen is onontkoombaar als deze niet vanzelf tot stand komt en (3) er is een heldere rolverdeling nodig tussen de instanties die betrokken zijn bij de verduurzaming van bedrijventerreinen.

Deze drie actiepunten weerspiegelen tezamen de kernboodschap van ons advies: het is tijd voor een nieuw perspectief op bedrijventerreinen. Bedrijventerreinen moeten niet meer worden gezien als een stuk grond met bedrijfspanden er op, maar als een verzameling (zo niet een gemeenschap) van ondernemers die een geheel vormen dat meer is dan de som der delen. Een duurzaam bedrijventerrein biedt een platform voor samenwerking. Samenwerking tussen ondernemers onderling, samenwerking met overheden en samenwerking met andere betrokken partijen, variërend van netbeheerders tot verzekeringsmaatschappijen. Op een bedrijventerrein bevinden bedrijven zich immers in elkaars nabijheid en dat biedt kansen – ook op andere gebieden dan verduurzaming.

PRINT

38

Figuur 5: Aanbevelingen in een oogopslag

Voordelen voor bedrijven • • • • • •

Ontzorging en lagere kosten Duidelijkheid voor (middel)lange termijn Aantrekkelijke werkomgeving Meer inspraak bij (lokale) overheden Hogere vastgoedwaarde …toekomstbestendig!

Form uleer een toekomstbeeld

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 5

Samen werken

Voordelen voor maatschappij

kiezen voor toekomstbestendige bedrijventerreinen

Ma ak o

lijk rganisatievorming verleide en uitein delijk verplicht

• Sterke economie • Werkgelegenheid • Bijdragen aan transitiedoelen • … toekomstbestendig!

Zorg

voor heldere rolverdeling

PRINT

39

Hier kunnen netwerken ontstaan waarin ondernemers elkaar vinden, helpen

gedaan voor de verduurzaming van de zware industrie in 2050 (EZK, 2020).

en aanvullen. Hier kunnen bedrijven gezamenlijk een parkmanager (in deel-

In de brief die de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) recent

tijd) inhuren die hen helpt en ontzorgt bij het nemen van maatregelen. Hier

naar de Tweede Kamer heeft gestuurd over een innovatief en duurzaam

kan de (lokale) overheid een daadkrachtige partner vinden om ondernemers

perspectief op de Nederlandse economie (EZK, 2023c) ontbreekt zo’n visie

te helpen bij hun verduurzaming en het vormgeven van de maatschappe-

voor bedrijventerreinen. De minister wijdt in deze brief slechts één zin aan

lijke transities.

bedrijventerreinen.

Het is, kortom, tijd om niet alleen te streven naar duurzame bedrijven, maar

De vijf verduurzamingsopgaven die in dit advies centraal staan, zullen

ook naar duurzame bedrijventerreinen.

leidend moeten zijn bij de opstelling van het toekomstbeeld: de energietransitie, de ontwikkeling van een circulaire economie, klimaatadaptatie,

Figuur 5 geeft een samenvatting van onze aanbevelingen aan het Rijk. In

herstel van biodiversiteit en verbetering van ruimtelijke efficiëntie en

het vervolg van dit hoofdstuk voorzien we ze van een nadere toelichting en

landschapskwaliteit.

uitwerking. In hoofdstuk 6 van deel 2 beschrijven we het beoogde proces om te komen tot verduurzamingsmaatregelen op bedrijventerreinen.

In het toekomstbeeld zal de overheid aandacht moeten hebben voor ruimtelijke ordening. Herstructurering of herplaatsing van bedrijven kan belangrijk zijn om bedrijven met dezelfde milieucategorie bij elkaar gevestigd te

5.1 Formuleer een toekomstbeeld voor bedrijventerreinen

krijgen, hetgeen ruimtewinst kan opleveren. Bij het ontwikkelen van een

met meetbare doelstellingen en tijdpad

circulaire economie verdient ruimtelijke ordening extra aandacht, te meer daar de circulaire economie hoogstwaarschijnlijk meer ruimte zal vragen en

Aanbeveling 1.1 Formuleer een toekomstbeeld voor bedrijventerreinen

er soms ook behoefte zal zijn aan specifieke werklocaties, zoals kavels langs

Het is cruciaal dat er een toekomstbeeld voor bedrijventerreinen komt. Dit

waterwegen en kavels met een hoge milieucategorie (Rood & Evenhuis,

geeft de betrokken partijen een stip op de horizon en vergroot de bereid-

2023). Daarnaast hebben ondernemers om begrijpelijke redenen behoefte

heid om te investeren. Wat is een duurzaam bedrijventerrein en wat niet?

aan duidelijkheid over het voortbestaan van hun bedrijventerrein (bijvoor-

Op welke manier kunnen bedrijventerreinen en de daar gevestigde onder-

beeld vastgelegd in omgevingsvisies).

nemers bijdragen aan de verduurzamingsopgaven van Nederland? Het Rijk zou dit moeten vastleggen in een heldere visie, zoals het eerder heeft

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 5

PRINT

40

Aanbeveling 1.2 Ontwikkel een duurzaamheidslabel voor bedrijven­terreinen

bedrijventerreinen waar ze aan toe zijn, nu én in de toekomst. Met andere

met een duidelijk tijdpad voor periodieke aanscherping van landelijk

woorden: een duurzaamheidslabel ontzorgt ondernemers. Het duurzaam-

gestelde doelen

heidslabel beslaat de collectieve aspecten van het bedrijventerreinen.

Het Rijk zou het bovengenoemde toekomstbeeld moeten vertalen naar (een beperkt aantal) meetbare doelen voor bedrijventerreinen, vastgelegd

Een voordeel van een duurzaamheidslabel is dat koplopers daarmee

in landelijke wet- en regelgeving. De realisatie daarvan moet worden

kunnen worden beloond. Zo kunnen banken en verzekeraars gunstige

gekoppeld aan een helder tijdpad, waarin de doelen op voorspelbare

financiële condities koppelen aan een hoog duurzaamheidslabel, zoals nu

wijze worden aangescherpt. Ook hier zal de overheid naast ondernemers

al gebeurt met bedrijventerreinen die een veiligheidskeurmerk hebben.

moeten gaan staan. De door ondernemers ervaren onduidelijkheid over het

Immers, een hoog label duidt op toekomstbestendigheid, bijvoorbeeld

geheel van eisen betreffende duurzaamheid dat aan hen gesteld wordt, kan

omdat er maatregelen zijn genomen die kostenbesparend zijn, maar ook

(grotendeels) worden wegnomen met een duurzaamheidslabel. Het stellen

omdat klanten, toeleveranciers en investeerders in toenemende mate eisen

van meetbare doelen, vervat in een helder tijdpad, geeft ondernemers

stellen aan verduurzaming. Een duurzaamheidslabel helpt hen de weg te

duidelijkheid over wat er nu én in de toekomst van hen wordt gevraagd. De

vinden naar bedrijven op duurzame bedrijventerreinen. Ook de overheid

meeste van hen willen graag verduurzamen, maar hebben daarvoor wel

zelf zou koplopers met een hoog duurzaamheidslabel financieel kunnen

eenduidige kaders nodig die voor iedereen gelijk zijn (zie ook WRR, 2023).

belonen, bijvoorbeeld door een hoog label toe te voegen aan de voorwaarden voor subsidieverlening. Een duurzaamheidslabel is een beproefd

Een nationaal duurzaamheidslabel voor bedrijventerreinen is een instru-

instrument; de rijksoverheid hanteert immers al het verplichte energielabel

ment dat zowel beoogt om duurzaamheid van bedrijventerreinen te

voor gebouwen. In 2018 kondigde de overheid aan dat alle kantoorge-

stimuleren als om ondernemers van dienst te zijn. Met behulp van een

bouwen groter dan honderd vierkante meter vanaf 1 januari 2023 een

label worden de doelen en het tijdpad overzichtelijk gemaakt. In dit label

energielabel C zouden moeten hebben om nog gebruikt te mogen worden.

omschrijft het Rijk welke criteria er gelden voor het hoogste label (bijvoor-

Het verplichte energielabel C voor kantoren heeft geleid tot een versnelde

beeld label A, dat staat voor ‘volledig duurzaam’) tot en met het laagste

verbetering van de energieprestaties van kantoren en tot hogere vastgoed-

label (bijvoorbeeld label G, dat staat voor ‘niet duurzaam’). Tevens geeft

waarden (Eichholtz et al., 2023).

het Rijk aan welk label op een bepaald moment de wettelijke norm is en wanneer er op grond van wet- en regelgeving een ‘labelsprong’ naar een

Wij beseffen dat het ontwikkelen van een duurzaamheidslabel tijd vraagt,

hoger label moet worden gemaakt. Op deze manier weten bedrijven op

zowel omdat landelijke normen voor bedrijventerreinen nog moeten

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 5

PRINT

41

worden opgesteld als ook omdat het label nog moet worden ontwikkeld.

onder andere wie er verantwoordelijk zou moeten zijn voor het behalen van

Ook zal met een dergelijk systeem ervaring moeten worden opgedaan.

het duurzaamheidslabel, hoe kan worden gewaarborgd dat ondernemers

Daarom adviseren wij om in eerste instantie een duurzaamheidslabel voor

aan het roer blijven bij de verduurzaming van hun bedrijventerrein en hoe

bedrijventerreinen niet verplicht te stellen. Op de langere termijn, als het

een duurzaamheidslabel kan voorzien in maatwerk en aldus recht kan doen

duurzaamheidslabel zich heeft bewezen en bedrijventerreinen voldoende

aan de grote verschillen tussen de 3.400 reguliere bedrijventerreinen in

organisatiegraad hebben (zie aanbeveling 2), dienen de voor- en nadelen

Nederland.

van de verplichtstelling van een duurzaamheidslabel voor bedrijventerreinen te worden afgewogen. Overigens zouden andere instrumenten dan

Aanbeveling 1.3 Inventariseer beleidsmatige en juridische obstakels voor

een label ook geschikt kunnen zijn, zo lang ze maar de doelen en het tijdpad

verduurzaming en neem deze weg

bevatten.

Zoals besproken in hoofdstuk 4 zijn er diverse juridische en beleidsmatige obstakels die het proces van verduurzaming belemmeren. Wij bevelen het

Zoals gezegd helpt een duurzaamheidslabel ondernemers. Maar ook het

kabinet aan om de volgende complicaties zo snel mogelijk weg te nemen:

Rijk heeft baat bij een duurzaamheidslabel, omdat het de realisatie van de

• De Gaswet en de Elektriciteitswet bevatten bepalingen die op dit moment

nationale verduurzamingsopgaven kan versnellen. Daarnaast voorkomt

het onderling delen van energie op bedrijventerreinen bemoeilijken.

een nationaal duurzaamheidslabel beleidsconcurrentie tussen gemeenten

• Er zijn geen actuele veiligheidsstandaarden of normen voor onder meer

en bestrijdt het de wildgroei aan (private) labels en de daarbij behorende

het plaatsen van zonnepanelen op bedrijfspanden. Dit verhindert onder-

onduidelijkheid. Een aantal bestaande instrumenten (BREEAM-NL Gebied,

nemers om de verduurzaming op bedrijventerreinen effectief ter hand te

Maatlat Landelijke Groene en Klimaatadaptieve gebouwde omgeving; zie

nemen.

§ 1.8 in deel 2) zouden goede bouwstenen voor het door ons voorgestelde

• Kennis en ervaring wordt tot op heden onvoldoende gebundeld. Dit

duurzaamheidslabel kunnen zijn. Daarbij moet wel worden bedacht dat deze

belemmert verzekeraars en brandweer bij het beoordelen van risico’s en

instrumenten nog niet alle aspecten van verduurzaming afdekken, terwijl

gemeenten bij het verlenen van vergunningen.

bijvoorbeeld BREEAM-NL Gebied gedetailleerder en uitgebreider is dan wij voor ogen hebben.

Het Rijk zou volgens ons deze en andere obstakels periodiek moeten (laten) inventariseren en waar mogelijk wegwerken. Het Rijk kan dit het beste doen

In hoofdstuk 4 van deel 2 werken wij de uitgangspunten van een nationaal

in samenwerking met experts, Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen

duurzaamheidslabel voor bedrijventerreinen verder uit. Daar beschrijven wij

(ROM’s) en brancheorganisaties zoals MKB Nederland.

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 5

PRINT

42

5.2 Maak organisatievorming verleidelijk en uiteindelijk

gehoord bij (lokale) bestuurders?). Vast staat dat verduurzaming niet de

verplicht

enige gemeenschappelijke opgave is waar ondernemers op bedrijventer-

Samenwerking tussen ondernemers op bedrijventerreinen komt tot op

reinen zich de komende decennia voor gesteld zien. Voor al die opgaven is

heden nauwelijks van de grond door een gebrek aan organisatievorming.

organisatievorming cruciaal. Organisatievorming leidt immers tot onder-

In weerwil van jarenlange oproepen uit het veld en gezaghebbende

ling vertrouwen, tot meer investeringsbereidheid, tot visievorming (wat

adviezen (VROM-raad, 2006; THB, 2008), heeft het Rijk lange tijd ingezet op

willen we met elkaar?) en een tot een door het bedrijventerrein gedragen

vrijwillige organisatievorming. Dit heeft echter weinig opgeleverd. Het is

aanspreekpunt voor overheden en andere belanghebbenden. Niet voor

onwaarschijnlijk dat er in de nabije toekomst op vrijwillige basis voldoende

niets hanteren veel nieuw ontwikkelde bedrijventerreinen de eis om lid te

organisatievorming op bedrijventerreinen zal plaatsvinden. De urgentie is

worden van een organisatie die de bedrijven op het terrein vertegenwoor-

echter groot. Samenwerking tussen ondernemers (eigenaar/erfpachter en

digt, hetgeen zelden bezwaarlijk wordt gevonden. Het is hoog tijd om dat

huurder/gebruiker) is immers cruciaal om de meerwaarde van bedrijventer-

ook van bedrijven op bestaande bedrijventerreinen te vragen.

reinen te verzilveren (zie hoofdstuk 3 van dit deel 1). Wij vinden het dan ook noodzakelijk dat het Rijk met beleid de organisatiegraad op bedrijventer-

Aanbeveling 2.1 Verleid bedrijven tot samenwerking en organisatievorming

reinen gaat verbeteren. Het beleid moet ondernemers op bedrijventerreinen

Het Rijk zou samenwerking op bedrijventerreinen aantrekkelijk moeten

eerst verleiden tot en ondersteunen bij het aangaan van samenwerking in

maken. Dit kan met fiscale maatregelen, bijvoorbeeld door bedrijven die

georganiseerd verband en hen uiteindelijk daartoe verplichten.

zich hebben verenigd in een formeel samenwerkingsverband financieel voordeel te geven. Samenwerking kan ook met procedurele maatregelen

Organisatievorming versnelt niet alleen de verduurzaming op bedrijven-

interessant worden gemaakt. Bijvoorbeeld door bij de behandeling van

terreinen, het heeft ook belangrijke, positieve neveneffecten. Immers,

vergunningaanvragen voor bedrijventerreinen voorrang te verlenen

organisatievorming leidt ertoe dat bedrijven waar nodig meer gaan samen-

wanneer de aanvraag door een georganiseerd verband is ingediend. Tot slot

werken, dat ze bij deze gezamenlijke activiteiten worden ontzorgd en dat ze

kan het subsidie-instrument worden ingezet: overheden kunnen subsidies

collectieve taken in de handen van een professionele parkmanager kunnen

alleen verlenen aan projecten die door een bedrijventerrein als collectief

leggen. De samenwerking kan betrekking hebben op opgaven rond verduur-

worden aangevraagd.

zaming (hoe wisselen we onderling energiestromen uit?) maar ook over veiligheidsvraagstukken (hoe beveiligen we ons bedrijventerrein zo efficiënt mogelijk?) of over beleidsbeïnvloeding (hoe zorgen we dat onze stem wordt

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 5

PRINT

43

Aanbeveling 2.2 Ondersteun organisatievorming met startsubsidies en

Het fonds dat wij voorstellen maakt het mogelijk om relatief snel grote

kennis

stappen te zetten bij de verduurzaming van bedrijventerreinen. De inves-

Het Rijk zou bedrijven praktische ondersteuning en subsidie moeten

teringen van het fonds zullen bovendien een positief effect hebben op de

verlenen als zij een organisatie voor hun bedrijventerrein willen oprichten.

investeringsbereidheid van individuele ondernemers. Zij krijgen immers

Die subsidie zou een looptijd van minimaal twee jaar moeten hebben, zodat

duidelijkheid over hoe de transities neerslaan op hun bedrijventerrein en

de organisatie tijd krijgt zich goed te ontwikkelen.

welke aanvullende investeringen zij nog moeten doen.

Een deel van de subsidie kan worden geoormerkt voor het verplicht

Aanbeveling 2.4 Stel organisatievorming op bedrijventerreinen wettelijk

inhuren van een gecertificeerde parkmanager. Regionale Ontwikkelings­

verplicht

maatschappijen (ROM’s) zouden de certificering van parkmanagers kunnen

Bedrijventerreinen die zich in eerste instantie niet vrijwillig organiseren,

organiseren of, in een lichter scenario, een register van parkmanagers

zullen daar uiteindelijk van rechtswege toe moeten worden verplicht.

kunnen bijhouden. Deze taak past bij de rol die ROM’s kunnen spelen (zie

Hiervoor is een Wet organisatievorming bedrijventerreinen nodig. De

§ 5.3 van dit deel 1).

totstandkoming van zo’n wet kost enkele jaren; de wetgever moet dus tijdig aan de slag om de verplichtstelling in 2030 te kunnen laten ingaan.

Aanbeveling 2.3 Stimuleer collectieve projecten met een nationaal fonds

In de wet zal onder meer moeten worden vastgelegd dat zowel eigenaar/

voor verduurzaming van bedrijventerreinen

erfpachter als gebruiker/huurder op een bedrijventerrein lid moeten worden

Het Rijk zou de budgetten van bestaande verduurzamingsprogramma’s voor

van de vereniging die het bedrijventerrein vertegenwoordigt. Dit is nodig

bedrijven en bedrijventerreinen moeten bundelen in een nationaal fonds.

omdat de belangen van deze partijen uiteen kunnen lopen. Een eigenaar/

Dit fonds kan dan worden aangewend voor het subsidiëren van grootscha-

erfpachter heeft bijvoorbeeld weinig belang bij verduurzamingsoplossingen

lige, collectieve maatregelen op bedrijventerreinen, zoals de aanleg van een

op het gebied van energiegebruik, terwijl de gebruiker/huurder weer weinig

warmtenet of een energiehub. Het Rijk zou hieraan als voorwaarde moeten

profijt heeft van aanpassingen aan het bedrijfsgebouw voor het opvangen

verbinden dat het bedrijventerrein zich heeft georganiseerd in een vereni-

en vasthouden van water.

ging die vertegenwoordigd wordt door een gecertificeerde parkmanager. Ook een hoog genoeg duurzaamheidslabel van het bedrijventerrein zou een

De vereniging zou twee specifieke verplichtingen moeten krijgen. Ten eerste

voorwaarde kunnen zijn.

moet ze een gecertificeerde parkmanager in de arm nemen. Ten tweede moet ze een plan van aanpak (laten) opstellen over de verduurzaming

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 5

PRINT

44

van het bedrijventerrein. Centraal staat de vraag hoe het bedrijventerrein

rolverdeling tussen deze partijen is cruciaal om het verduurzamings-

van plan is om te verduurzamen conform wet- en regelgeving en hoe het

proces gestroomlijnd en vlot te laten verlopen. In hoofdstuk 6 van deel 2

gaat voldoen aan eventueel aanvullende verduurzamingsopgaven van de

beschrijven we het samenspel tussen betrokken overheden, bedrijven,

provincie (zie § 5.3 van dit deel 1). De gemeente is hierbij de belangrijkste

bedrijventerreinvereniging en andere instellingen zoals wij dat voor ons

gesprekspartner, als vergunningverlener en eigenaar van de openbare

zien.

ruimte op het bedrijventerrein. Het plan van aanpak is afgestemd met regionale stakeholders zoals het waterschap, de provincie, de netbeheerder en

Aanbeveling 3.1 Stop interdepartementale verkokering: wijs Ministerie van

omwonenden. De kosten die de vereniging maakt, kunnen naar rato worden

EZK aan als leidend departement

verdeeld (bijvoorbeeld gebaseerd op kavelgrootte) of volgens het profijtbe-

Er zijn op dit moment drie ministeries betrokken bij de verduurzaming van

ginsel (de bijdrage is dan afhankelijk van het voordeel dat betreffende partij

bedrijventerreinen: Infrastructuur en Waterstaat (IenW), Binnenlandse Zaken

geniet van een bepaalde collectieve maatregel).

en Koninkrijksrelaties (BZK) en Economische Zaken en Klimaat (EZK).15 De ervaring leert dat dit soort verkokering een voortvarende uitvoering van

Wij vinden wettelijk verplichte organisatievorming een noodzakelijk en

beleid kan belemmeren. Wij adviseren daarom het Ministerie van EZK aan

proportioneel middel om verduurzaming van bedrijventerreinen te bereiken.

te wijzen als het leidende departement. Het ondersteunen van bedrijven

In hoofdstuk 5 van deel 2 bespreken we de uitgangspunten van deze wet

– een belangrijk onderdeel van de verduurzamingsoperatie op bedrijventer-

in meer detail. We gaan daarbij in op de juridische implicaties van deze

reinen – behoort immers tot de primaire taken van EZK. Ook energietran-

verplichting en we belichten hoe ons voorstel zich verhoudt tot artikel 11 van

sitie valt onder de verantwoordelijkheid van dit departement. Dit vraagt wel

het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens, dat het

om nauwe afstemming met de bewindslieden van IenW (over het beleid

recht op vrijheid van vereniging verwoordt.

voor water en bodem, milieu, circulaire economie en klimaatadaptatie) en met de minister van VRO (over de ruimtelijke aspecten). Ruimtelijke ingrepen zijn belangrijk voor het tot stand brengen van duurzame

5.3 Zorg voor heldere taakverdeling en geef provincies

bedrijventerreinen.

centrale rol Als ‘werkplaats van de economie’ vervullen bedrijventerreinen een spilfunctie in de samenleving. Zodoende zijn diverse overheden en instellingen betrokken bij de verduurzaming van bedrijventerreinen. Een heldere

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 5

15 Zie hoofdstuk 1 van deel 2 voor een overzicht van de beleidsprogramma’s.

PRINT

45

Wij adviseren verder om het Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen,

Tabel 2: Rollen en taken van overheden en ROM’s

dat nu onder het Ministerie van BZK valt, te bestendigen en onder te brengen bij het Ministerie van EZK. Ook het hierboven door ons bepleite

Overheid / instelling

Rollen en taken

nationaal fonds voor verduurzaming van bedrijventerreinen (zie aanbeve-

Rijk

Kadersteller Formuleren toekomstbeeld voor duurzame bedrijventerreinen, vertalen verduurzamingsopgaven in wet- en regelgeving, ontwikkelen van duurzaamheidslabel met voorspelbare periodieke verhoging, toezien op nationale monitoring.

Provincies

Regievoerder op realisatie binnen kaders van het Rijk Vaststellen geografische grenzen van bedrijventerreinen, zo nodig oprichten verenigingen van bedrijven en benoemen bestuurders, zo nodig extra verduurzamingseisen opleggen, bepalen welk bedrijventerrein waar komt en blijft en met welke functie, toetsen van plannen van aanpak van bedrijventerreinen, toezien op behalen minimale duurzaamheidslabels en hierop handhaven.

Gemeenten

Vergunningverlener en lokale gesprekspartner van bedrijventerreinen Verstrekken van lokale vergunningen voor bedrijventerreinen, opstellen van omgevingsplannen, eigenaar van openbare ruimte op bedrijventerreinen, samen met bedrijventerreinen plannen van aanpak opstellen.

ROM’s

Expertisecentrum voor overheden, bedrijven en bedrijven­ terreinverenigingen Opzetten kennisinfrastructuur, delen van goede voorbeelden.

ling 2.3), zou volgens ons moeten worden aangestuurd door het Ministerie van EZK. Het bundelen van bestaande subsidiebudgetten (bijvoorbeeld voor de aanleg van warmtenetten of energiehubs op bedrijventerreinen) in dit fonds (zie aanbeveling 2.3) voorkomt eveneens verkokering. Aanbeveling 3.2 Maak een heldere taakverdeling en zorg voor financiële ondersteuning Wij stellen voor om de rollen en taken rond de verduurzaming van bedrijventerreinen tussen de betrokken overheidslagen en de ROM’s te verdelen zoals beschreven in tabel 2 hiernaast. De rol van regievoerder sluit aan bij de rol van provincies in het omgevingsbeleid. Provincies kunnen de hierboven beschreven taken in de praktijk wellicht deels delegeren of vormgeven in programma’s met een coalitie van belanghebbenden (zoals het programma De Grote Oogst in NoordBrabant; zie kader in § 1.5 van deel 2) of in samenwerking met de zogeheten ‘Werklandschappen van de Toekomst’, een brede beweging van partijen die met innovaties op diverse terreinen toewerken naar toekomstgerichte,

en ervaringen mogelijk maakt. De ROM’s en hun koepelorganisatie ROM

groene, gezonde en klimaatbestendige bedrijventerreinen. Ook kunnen

Nederland kunnen zo een goede basis vormen voor het versterken van

de provincies een deel van hun taken mogelijk neerleggen bij (metropool)

een kennisinfrastructuur. Het verdient aanbeveling dat ze daarbij gebruik-

regio’s of hiervoor ROM’s inschakelen. De ROM’s hebben regionale kennis

maken van bestaande kennisinstellingen. Deze kennisinfrastructuur zal de

en vormen een nationaal dekkend netwerk, hetgeen uitwisseling van kennis

komende jaren hard nodig zijn.

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 5

PRINT

46

Daarnaast moeten de provincies daar waar nodig, herstructurerings­

5.4 Tot slot

maatschappijen oprichten dan wel verstevigen, waarbij de ­financiering

Veel ondernemers die op reguliere bedrijventerreinen zijn gevestigd, onder-

bij voorkeur geregeld is via revolverende fondsen (zoals Herstructurerings­

kennen de urgentie om ‘hun’ terrein duurzamer in te richten. Toch komt bij

maatschappij Overijssel; zie kader in § 4.2.6 van dit deel 1). De dynamiek

‘de grote bulk’ van de bedrijventerreinen de noodzakelijke verduurzaming

op bedrijventerreinen is groot en bedrijfsvastgoed heeft een relatief korte

al jaren niet goed van de grond. Wij zijn ervan overtuigd dat samenwerking

levensduur. Herstructurering van bedrijventerreinen vraagt daarom perma-

op diverse schaalniveaus cruciaal is voor het op gang brengen van het

nente aandacht.

verduurzamingsproces. Ondernemers op bedrijventerreinen hebben daarbij dringend behoefte aan meer hulp van de overheid. Het wettelijk verplichten

Verder zullen de provincies samenwerking en dialoog moeten zoeken met

van organisatievorming op reguliere bedrijventerreinen is volgens ons een

gemeenten. Gemeenten spelen een cruciale rol omdat ze beschikken over

onmisbaar onderdeel van die hulp.

veel specifiek lokale kennis en direct betrokken zijn bij de bedrijventerreinen, mede door de bevoegdheden die zij hebben als lokaal gezag.

Verplichte organisatievorming kan overkomen als een forse inperking op de vrijheid van ondernemen. Maar de noodzaak om bedrijventerreinen in hoog

De rollen die wij hierboven hebben toebedeeld aan provincies, gemeenten

tempo te verduurzamen is groot. De ondernemers op deze terreinen zien

en ROM’s, betekenen een uitbreiding op hun huidige takenpakket. Zij zullen

immers grote vraagstukken op zich afkomen, zoals schaarste aan energie

daarvoor voldoende financiële armslag moeten krijgen. De rijksoverheid zal

en netwerkcapaciteit (netcongestie), personeel, ruimte en grondstoffen.

ervoor moeten zorgen dat alle betrokken overheidslagen voldoende budget

Die vraagstukken kunnen zij niet alleen oplossen. Juist daarom vinden wij

hebben om hun rol goed te kunnen vervullen. Het aanjagen van de verduur-

dat de overheid niet alleen een helder toekomstbeeld moet schetsen en

zaming van bedrijventerreinen zal grote sommen geld vragen. Wij bevelen

duidelijkheid moet geven over de concrete verduurzamingseisen, maar óók

aan dat het Rijk een inventarisatie maakt van de benodigde investeringen

organisatievorming verplicht moet stellen.

voor de verduurzamingsopgaven over de tijd voor alle overheidslagen. Het is belangrijk te beseffen dat de overheidsinvesteringen zullen worden

Veruit de meeste ondernemers zien verduurzaming als een oplossing en

gevolgd door investeringen van private partijen. Zij zullen financiële kansen

omarmen samenwerking waar dat meerwaarde biedt. Duurzame bedrijven-

zien omdat de waarde van het vastgoed zal stijgen.

terreinen bieden immers ook bedrijfseconomische voordelen. Bovendien worden alle bedrijven – of ze nu op een bedrijventerrein zijn gevestigd of niet – door steeds stringentere Europese en Nederlandse wetgeving

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 5

PRINT

47

gedwongen om steeds duurzamer te produceren. Uiteindelijk zullen alle bedrijven in 2050 circulair en CO2-neutraal moeten zijn. Een deel van de vereiste maatregelen kunnen bedrijven op een bedrijventerrein gezamenlijk nemen, wat efficiënter is dan wanneer ze het ieder afzonderlijk op eigen kracht zouden moeten doen. De meeste ondernemers waarmee wij spraken kijken uit naar kaders van de overheid om samenwerking op hun bedrijventerrein tot stand te laten komen. Verplicht lidmaatschap van een vereniging die met én namens hen de noodzakelijke verduurzaming collectief aanpakt zien zij als een verrijking van hun mogelijkheden. Zij willen samen werken aan toekomstbestendige bedrijventerreinen.

SAMEN WERKEN | DEEL 1: ADVIES | HOOFDSTUK 5

PRINT

48

DEEL 2 | TOELICHTING EN VERDIEPING

1 BELEID VOOR BEDRIJVENTERREINEN DOOR DE JAREN HEEN Begin deze eeuw richtte het overheidsbeleid voor bedrijventerreinen zich vooral op de herstructurering die in veel gevallen dringend nodig was. Mede als gevolg van de kredietcrisis liep de beleidsaandacht na 2010 echter flink terug. Inmiddels is duidelijk dat niet alleen sec de herstructurering, maar vooral ook de verduurzaming van bedrijventerreinen een urgent vraagstuk vormt. In dat kader hebben gemeenten, provincies en het Rijk sinds kort weer aandacht voor bedrijventerreinen.

1.1 Periode 2000-2010: aandacht voor bedrijventerreinen gericht op aanpak veroudering Bedrijventerreinen bestaan in Nederland zo’n honderd jaar. Ze zijn ontstaan in een tijd waarin wonen en werken uit elkaar groeiden – enerzijds doordat bedrijvigheid steeds vaker gepaard ging met lawaai- en stankoverlast, anderzijds doordat met de toegenomen mobiliteit een zekere afstand tussen ‘wonen’ en ‘werken’ niet langer een onoverkomelijk probleem vormde. In essentie dienen bedrijventerreinen tot op de dag van vandaag nog steeds voor het huisvesten van bedrijven die vanwege milieuhinder niet

PRINT

49

kunnen worden gemengd met andere functies. Op bedrijventerreinen ‘kan’

De aandacht ging in deze jaren nog hoofdzakelijk uit naar economische

meer dan in de stad of de dorpskern. Er is meer fysieke ruimte én meer

structuurversterking en revitalisering door herstructurering. Waarbij een

milieuruimte. Zo bezien zou je de keuze om bedrijven te concentreren op

van de voorgestelde maatregelen was het invoeren van een geïntegreerd

bedrijventerreinen als zodanig al kunnen beschouwen als een verduurza-

en duurzaam parkmanagement, waarbij niet werd benoemd wat ‘duurzaam’

mingsmaatregel. De terreinen vrijwaren het woonmilieu immers van activi-

behelst.

teiten die hinder veroorzaken (Van den Berghe, 2023). Het toenmalige kabinet besloot om werk te maken van de herstructurering Rond het jaar 2000 heeft de Nederlandse overheid meer aandacht gekregen

en nam de aanbevelingen van de taskforce op hoofdlijnen over. De krachten

voor de noodzaak om verouderde bedrijventerreinen te herstructureren. In

en budgetten van de Ministeries van EZ en VROM op het gebied van de

2007 werd in dat kader het gebruik van de zogenoemde SER-ladder geïntro-

herstructurering van bedrijventerreinen werden gebundeld en er werd

duceerd (SER, 1999).

gezamenlijk een integrale aanpak geformuleerd. Die integrale aanpak ging

In 2006 bracht de VROM-raad advies uit over bedrijventerreinen (VROM-

over het tegengaan van verrommeling van het landschap en verloedering

raad, 2006). Mede naar aanleiding van dit advies heeft het kabinet de

van bedrijventerreinen. Daarnaast werd een gezamenlijke regionale aanpak

‘Taskforce (her)ontwikkeling bedrijventerreinen’ (THB) ingesteld, de

gestimuleerd. In 2009 werd het ‘Convenant bedrijventerreinen 2010-2020’

commissie-Noordanus. Deze taskforce stelde in 2008 dat de herontwikke-

ondertekend door provincies, de VNG en de ministers van VROM en EZ

lingsopgave voor bedrijventerreinen complex en omvangrijk is (THB, 2008).

(IPO et al., 2009). Het convenant richtte zich op zorgvuldig ruimtegebruik,

Bedrijventerreinen worden gekenmerkt door versnipperd eigendom en ze

het behoud van openheid van het landschap en kwalitatief en kwantitatief

verouderen snel, constateerde de taskforce. Bovendien werden er volgens

voldoende bedrijventerreinen. En daarnaast was het de bedoeling om “een

de taskforce te gemakkelijk nieuwe terreinen ontwikkeld met onvoldoende

succesvol, duurzaam en economisch verantwoord bedrijventerreinenbeleid

landschappelijke kwaliteit. Ook sloot het aanbod vaak niet aan op de vraag.

af te spreken dat bijdraagt aan de economische en ruimtelijke kwaliteit van

Om deze redenen adviseerde de taskforce een collectieve aanpak van de

Nederland”.

achterstallige herstructureringsopgave. In het rapport van de taskforce – en ook in andere adviezen die rond die

1.2 Periode 2010-2020: minder aandacht voor bedrijventerreinen

tijd verschenen – speelde de ecologische duurzaamheid van bedrijventer-

In 2013 zette het Rijk de financiering behorend bij het convenant over de

reinen nauwelijks een rol, al was er aandacht voor landschapskwaliteit.

herstructurering van bedrijventerreinen stop. Daarmee eindigde ook de

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

PRINT

50

uitvoering van het convenant (Provincie Noord-Holland, 2016). Er was een

Tabel 3: Overzicht nationale en Europese beleidsdoelen voor verduurzamingsopgaven

aantal redenen waarom de herstructurering van bedrijventerreinen rond deze tijd op een laag pitje kwam te staan. Er was om te beginnen sprake

Opgave

Nationale beleidsdoelen

Europese beleidsdoelen

van een kredietcrisis en van een economische recessie. Deze lieten hun

Energietransitie

2030: • Ten minste 55% minder CO2-uitstoot dan in 1990 (Wijziging Klimaatwet) 2050: • Netto nul uitstoot broeikasgassen (Klimaatwet), 95% minder CO2-uitstoot dan in 1990 • Volledig schone energievoorziening • Mobiliteit volledig schoon

2030: • Netto emissie broeikasgassen 55% lager dan in 1990 (Europese Klimaatwet) 2050: • Klimaatneutrale economie (netto nul uitstoot broeikasgassen) ­(Europese Klimaatwet)

Ontwikkeling circulaire economie

2030: • Gebruik primaire grondstoffen 50% ­verminderd 2050: • Economie volledig c­ irculair

2030: • Grondstoffengebruik verminderd conform specifieke eisen per sector 2050: • Economie volledig c­ irculair

Klimaat­­ adaptatie

2050: • Inrichting Nederland 100% klimaatbestendig en waterrobuust • Overstromingskans in Nederland kleiner dan 1 op 100.000 • Nederland weerbaar tegen zoetwater­tekorten

Biodiversi­ teits­herstel

2027: • Doelen Kaderrichtlijn water volledig gerealiseerd • Uitbreiding Natuurnetwerk Nederland met 80.000 hectare (Natuurpact) 2030: • Doelen Vogel- en Habitatrichtlijn voor 70% gerealiseerd (Natuurpact)

sporen na in de Nederlandse samenleving: er was sprake van grootschalige leegstand van kantoren en bedrijfspanden. De gevolgen van deze leegstand voor bedrijventerreinen werden vanaf dat moment vooral gezien als conjuncturele verschijnselen, die geen specifieke beleidsinzet van het Rijk vergden. Daarnaast hadden zich in de tussentijd enkele fraudekwesties voorgedaan in het openbaar bestuur (met name in de provincies Noord-Holland en Limburg), waardoor overheidsinvesteringen in vastgoed gevoeliger waren komen te liggen. Het Rijk richtte de beleidsaandacht steeds meer op het verzilveren van kansen in plaats van de aanpak van problemen. Dit betekende de start van het topsectorenbeleid, waarbij de focus lag op innovatie en kansrijke sectoren.

1.3 Anno nu: groeiende aandacht voor verduurzaming van bedrijventerreinen Sinds enkele jaren is duidelijk dat er een steeds urgentere opgave ligt rond de verduurzaming van bedrijventerreinen.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

2030: • 20% natuurherstel (zowel land als water) in steden, landelijk gebied en beschermde natuurgebieden; geen netto verlies van groene ruimtes (Natuurherstelwet)

PRINT

51

Opgave

Nationale beleidsdoelen

Europese beleidsdoelen

2050: 2050: • Doelen Vogel- en Habitatrichtlijn volledig • Alle ecosystemen (wereldwijd) gerealiseerd hersteld, veerkrachtig en adequaat • Goede basiskwaliteit van natuur, binnen én beschermd; 5% toename van buiten natuurgebieden groene ruimte, minimaal 10% • Transitie naar samenleving waarin activiboomkruinbedekking in elke Euroteiten geen negatieve effecten hebben op pese stad; netto groei van groene natuurwaarden (en bij voorkeur bijdragen aan ruimte rond infrastructuur en versterking daarvan) (programma Natuur en grenzend aan gebouwen (Natuurprogramma Biodiversiteitsherstel) herstelwet) Efficiënt Zonder tijdpad: ruimtege• Ontwikkeling, behoud, versterking en benutbruik en ting van cultureel erfgoed en (inter)nationale landschapsunieke landschappelijke en natuurlijke kwalikwaliteit teit bij gebiedsontwikkeling en transformatie (Nationale Omgevingsvisie)

2050: • Beperken nieuw ruimtebeslag (voorgestelde EU-richtlijn)16

kwaliteit leefomgeving. Voor bedrijven die zijn gevestigd op een bedrijventerrein geldt dat zij aan een deel van deze opgave via een collectieve aanpak efficiënter uitvoering kunnen geven dan individueel. Dit vergt dan wel samenwerking op het niveau van het bedrijventerrein. Deze samenwerking komt slechts moeizaam op gang (zie deel 1). Hieronder een overzicht van het huidige beleid, gemeentelijk, provinciaal en rijksbeleid, gericht op bedrijventerreinen.

1.4 Gemeentelijk beleid voor verduurzaming van bedrijventerreinen Gemeenten staan relatief dicht bij de bedrijventerreinen en de bedrijven die daar gevestigd zijn; het is de overheidslaag die de meest directe relatie met bedrijventerreinen onderhoudt. Binnen de provinciale kaders maken

In tabel 3 hebben we de nationale en Europese beleidsdoelen samengevat

ze bestemmingsplannen en nemen ze besluiten over vergunningverlening.

die betrekking hebben op de vijf verduurzamingsopgaven die in dit advies

Daarnaast zijn gemeenten eigenaar en beheerder van de openbare ruimte

centraal staan. Daarbij hebben we de beleidsdoelen geselecteerd die rele-

en wegen op bedrijventerreinen en daarmee mede verantwoordelijk voor de

vant zijn voor op bedrijventerreinen gevestigde bedrijven.

gang van zaken op een bedrijventerrein. Ook kunnen gemeenten bedrijventerreinen ondersteunen bij de uitvoering van duurzaamheidsmaatregelen

Om de in het overzicht vermelde doelen te bereiken neemt de rijksoverheid

zoals het opwekken van hernieuwbare energie.

allerlei maatregelen gericht op verduurzaming. Deze maatregelen hebben vooral betrekking op individuele bedrijven. Er komt zodoende steeds meer

Samenwerking tussen de bedrijven op bedrijventerreinen kunnen

en striktere wet- en regelgeving op bedrijven af. Denk aan de regelgeving

gemeenten op verschillende manieren stimuleren. Bijvoorbeeld door een

uit het Bouwbesluit, het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Besluit

bedrijveninvesteringszone (BIZ) te faciliteren, of door ondernemersverenigingen c.q. parkmanagers te subsidiëren.

16

Zie Europese Commissie, 2023; Evers et al., 2023.

SAMEN WERKEN | DEEL 2: TOELICHTING EN VERDIEPING | HOOFDSTUK 1

PRINT

52

Sommige gemeenten gaan verder. Zo vindt de gemeente Veenendaal het

op een versnelde toekenning van gemeentelijke vergunningen. Dit

belangrijk om contact te houden met individuele ondernemers en een

vormde een extra prikkel voor de bedrijven.

regiefunctie te vervullen bij de verduurzamingsmogelijkheden. In Urk

In november 2022 ondertekenden vijf initiatiefnemers (vastgoedeige-

werkt de gemeente aan de aanleg van Energienet Urk. Hiermee kunnen

naren en ondernemers op Bergweide 4), de gemeente Deventer en de

(visverwerkende) bedrijven via een ondergronds netwerk warmte kwijt aan

stichting Deventer Economisch Perspectief (DEP) een intentieovereen-

woningen in een nabijgelegen wijk, terwijl ze koude terugkrijgen waarmee

komst en een plan. In het plan namen de initiatiefnemers het voortouw

hun koelmachines efficiënter kunnen draaien (Gemeente Urk, 2021;

voor investeringen in het verduurzamen van het eigen vastgoed en de

Noordoostpolder, 2023a). De gemeente heeft een meerderheidsbelang in

buitenruimte op de eigen kavels. Daarnaast verklaarden ze zich bereid

de organisatie die het energienet aanlegt en exploiteert (Noordoostpolder,

om op onderdelen te investeren in de publieke ruimte, waaronder een

2023b). In Deventer heeft de gemeente een grote rol gespeeld in de

nieuwe private ontsluiting, bijdragen aan openbare gedeelde parkeer-

verduurzaming van bedrijventerrein Bergweide 4, onder andere door duide-

voorzieningen en verduurzamingsmaateregelen op het gebied van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=cd406602-eb91-498a-820c-3de12d14674a