CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Ontwerp Programmabegroting 2024 (1)

Gemeenteraad 8 november 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Ontwerp-Programmabegroting 202443.996 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Wat gaat het kosten? Financiële tabel

3. Woon- en leefomgeving Saldo van baten en lasten 3.1 Woningen (kwantitatief en kwalitatief) 311 Volkshuisvesting 312 Grondexploitatie woningen 3.2 Aantrekkelijke leefomgeving 321 Veiligheid 322 Groen 323 Begraven 324 Afvalinzameling en -verwerking 325 Riolering & water 326 Milieu & ruimtelijke ordening 327 Wegen

bedragen x € 1.000 Begroting 2024 Lasten

Baten

Saldo

- 2.170 - 2.170 -

-

- 2.170 - 2.170 -

- 42.960 - 7.104 - 4.988 - 1.303 - 5.689 - 4.386 - 11.508 - 6.895

20.095 123 15 1.172 7.874 5.857 5.019 36

- 22.865 - 6.981 - 4.973 - 131 2.185 1.471 - 6.489 - 6.859

34

328 Reiniging en vuilbeheersing

- 1.087

-

- 1.087

- 22.160 - 1.673 - 6.725 - 1.177 - 2.976 - 1.438 - 305 - 7.866

5.466 1.029 281 140 280 904 2.833

- 16.694 - 644 - 6.444 - 1.037 - 2.696 - 534 - 305 - 5.033

Saldo van baten en lasten

- 67.289

25.561

- 41.728

Totaal

- 67.289

25.561

- 41.728

3.3 Adequate voorzieningen 331 Publiekszaken 332 Huisvesting onderwijs 333 Bibliotheek 334 Kunst en cultuur 336 Overige accomodaties 337 Speelvoorzieningen 335 Sportaccommodaties

Lasten en baten per beleidsproduct

4. Samenwerken, dienstverlenen en besturen

Inleiding Als gemeente Barneveld zijn we er voor de samenleving. Daarbij richten we onze blik niet alleen de gemeente in, maar ook naar buiten als regiopartner. Uitvoering van de grote opgaven vanuit het Rijk zoals woningbouw, landbouw en klimaat zijn groot van omvang worden in samenhang via de provincie en regio aangepakt. Wij pakken onze eigen positie richting regio en andere overheden en netwerken en zetten in op een vroegtijdige, gerichte en slimme beïnvloeding. Ervoor zorgen dat de Barneveldse opgaven, behoeften en wensen ook daar worden geagendeerd en worden ondergebracht in de landelijke programma's en beleid. In programma 4 'Samenwerken, dienst verlenen en besturen' laten we zien hoe onze werkzaamheden, samenwerkingen en projecten met elkaar gericht zijn op een positieve beleving: 'Ik ben blij met Barneveld'. Het betekent dat we er alles aan doen om ervoor te zorgen dat onze inwoners, bedrijven en partners de contacten met de gemeente Barneveld als positief ervaren. Vanuit een eigentijdse invulling van onze rol en binnen de mogelijkheden die wij hebben. Dit betekent ook dat 'nee' een antwoord kan zijn. Belangrijk daarbij is dat we uitgaan van een continu veranderende wereld, daarin meebewegen en in contact staan met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen. We bieden ruimte om mee te praten. Om samen in gesprek te zijn en te blijven.

College en ambtelijke organisatie bouwen in 2024 daarmee verder aan een klimaat waarbij we in verbinding staan met de Barneveldse samenleving. Een samenleving die nieuwe initiatieven kan aandragen en een organisatie die initiatieven op basis van visie en kaders ook daadwerkelijk kan faciliteren. Groeien in verbinding.

Wat willen we bereiken? Het doel van programma 4 'samenwerken, dienstverlenend en besturen' is:

35

'een open en bereikbare gemeente die er voor Barneveld is, goed luistert naar haar inwoners, samenwerkt, uitgaat van de eigen kracht van inwoners en hen ondersteunt waar het nodig is.' Het is ook een gemeente die proactief en extern gericht is om zo de eigen opgaven te stimuleren. De huidige tijd is een tijd van overgang en groei. 2024 kenmerkt zich dan ook door het continueren van de ingezette beweging: We zetten de maatschappelijke opgaven, de doelen, centraal in ons werk. We maken steeds meer gebruik van kennis en inzichten van buiten en laten dat naar binnen doorwerken in onze organisatie, prioritering en aanpak. Gebiedsgericht werken stelt ons in staat om effectief te werken aan en te prioriteren op wat een buurt of gebied nodig heeft. We maken bewuste keuzes hoe inwoners, ondernemers en partners mee kunnen denken over beleid en waar zij een actieve rol kunnen spelen in projecten. Daarbij werken met gebiedsregisseurs die de verbindende schakel zijn tussen gemeente en samenleving. We zijn proactief en effectief in onze netwerken via Public Affairs en lobbyagenda gericht op externe beïnvloeding van beleid voor de gemeente Barneveld relevante punten en opgaven en gericht op verkrijgen van meer financiering daarvoor van hogere overheden.

Vanuit de nieuwe communicatievisie die duidelijk richting geeft aan hoe we willen communiceren met de samenleving, ontwikkelen we ons tot een informerende en luisterende gemeente. Een gemeente die de samenleving ingaat, proactief is en op de juiste momenten en op een goede manier de samenleving informeert en het gesprek aangaat. Eenvoudige vragen en dienstverlening bedienen we snel, efficiënt en integraal. Zo maken we ruimte om bij complexe vragen één aanspreekpunt te kunnen bieden en ruimte te creëren voor de menselijke maat. Voor al onze dienstverlening geldt: de gemeente Barneveld komt tijdig met een duidelijk antwoord. We werken onverminderd aan een toekomstbestendige en robuuste organisatie, ter ondersteuning van het besturen in verbinding gericht op een daadkrachtige uitvoering van de opgaven.

Wat gaan we daarvoor doen? Wat we doen om het effect te bereiken beschrijven we in de speerpunten. Daarbij staat niet alles wat we doen in de speerpunten. Wel staan daar die zaken waar de gemeente Barneveld in 2024 prioriteit aan geeft. Dit zijn zowel nieuwe activiteiten als het waarmaken van eerdere toezeggingen. En tot slot die standaard werkzaamheden die in 2024 extra aandacht vragen.

4.1 Bestuur 411 Raad Speerpunt Samenwerken in netwerken

Vernieuwing van de samenwerkingsaanpak met inwoners, ondernemers, organisaties en (overheids)partners, waarbij het accent veel meer komt te liggen op het samen vormgeven en uitvoeren van beleid, initiatieven en activiteiten. Doel (lange termijn)

We doen dit: via Participatiebeleid; via Gebiedsgericht werken; via Afspraken/spelregels met dorpen en wijken aan de voorkant over het reguleren van wederzijdse verwachtingen en behoeften.

36

Door middel van het programma "samenwerken in netwerken" zetten we in op de volgende activiteiten: We zetten de huidige activiteiten op basis van het Participatiebeleid ook in 2024 voort. Aanvullend zullen we de aanbevelingen vanuit de eerste tussentijdse evaluatie Participatiebeleid (2023) omzetten naar een Actieplan voor 2024 per gedefinieerd spoor binnen de beschikbare mogelijkheden: Spoor 1: inwonersparticipatie bij ruimtelijke initiatieven Spoor 2: inwonersparticipatie bij initiatieven van de overheid Spoor 3: overheidsparticipatie bij maatschappelijke initiatieven vanuit de gemeenschap Doorontwikkelen van gebiedsgericht werken: Zorgen voor verdere uitrol en borging gebiedsgericht werken en participatie binnen de gemeentelijke werkprocessen: systeem- en leefwereld met elkaar verbinden. Omzetten van visies/plannen die door dorpen en wijken zelf zijn opgesteld naar met gemeente gedeelde dorps/wijkagenda's. Daarin zijn de met concrete acties opgenomen afgewogen en geborgd binnen de gemeentelijke P&C-documenten.

Inhoud

Dorpenbeleid --> Participatie van dorpen en wijken Samenwerkingsaanpak aan voorkant afspreken, zodat wijken dorpen goed kunnen participeren, met aandacht voor aspecten als: hoe werken we samen: basisafspraken gecombineerd met maatwerk per dorp/wijk hoe reguleren wij over en weer de verwachtingen met welke middelen en beïnvloedingsmogelijkheden samenwerkingsaanpak ondersteunt het verder brengen van participatie en gebiedsgericht werken Het programma Samenwerken in Netwerken wordt uitgebreid met de pijler Public Affairs/lobby en Regio. De doelen. activiteiten en middelen daarvoor zijn in deze Programmabegroting vooralsnog een apart speerpunt ondergebracht (zie hierna). Financiën De activiteiten worden vanuit de bestaande begroting gedekt. Participatie: 2024 . Op grond van de aanbevelingen die voortvloeien uit gehouden evaluatie van Participatiebeleid en met inachtneming van beschikbare capaciteit gerichte keuzes maken m.b.t. uit te voeren trajecten (op te nemen in Actieplan). Planning Gebiedsgericht werken: Volgens planning Actieplan gebiedsgericht werken Dorpenbeleid naar Dorpenparticipatie Start 1e helft 2024, Vaststelling Q2/3 2024 Risico’s

Hoog ambitieniveau in relatie tot aanwezige capaciteit.

Speerpunt Dienstverlening en communicatie

Doel (lange termijn)

Eigentijdse dienstverlening, die zich kenmerkt door dienstbaarheid en meedenken. Onze gemeenschappelijke vertrekpunten: uw vraag centraal (niet 'van kastje naar de muur') digitaal waar het kan persoonlijk en betrokken

37

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Doel (lange termijn)

Inhoud

Financiën Planning Risico's

Door middel van programma dienstverlening zet de gemeente Barneveld het werk aan de volgende prioriteiten voort: uitbreiding mogelijkheden digitale dienstverlening en versterken digitale toegankelijkheid van gemeentelijke online diensten en informatie snellere afhandeling van (aan)vragen en meldingen door standaardisatie van processen het bieden voortgangsinformatie over de afhandeling van (aan)vragen of melding via een persoonlijke internetpagina; als de indiener dat wenst. begrijpelijke taal in standaardbrieven van de gemeente In 2024 verwachten we op deze prioriteiten aan nieuwe wetgeving (wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer) te kunnen voldoen. Daarmee komt er ruimte voor doorontwikkeling en nieuwe prioriteiten, zoals: robuuste Frontoffice - het versterken van de interactie tussen de klantcontactkanalen (website, balie, post, telefonie, WhatsApp, social media, chat) het afstemmen van ons aanbod in producten en diensten op basis van verzamelde en geanalyseerde gegevens over het gebruik van de producten en diensten het verkennen van het bieden van ondersteuning bij digitale dienstverlening en informatievoorziening door middel van een intelligente chatbot meer gemeentelijke informatie actief openbaar en vindbaar maken (wet Open Overheid) Er is een bedrag van € 210.000 incidenteel aangevraagd (beleidstoevoeging) .

2024 01-07-2024: afronding project zaakgericht werken / ingangsdatum Wmebv -

Vanuit de nieuwe communicatievisie die duidelijk richting geeft aan hoe we willen communiceren met de samenleving, ontwikkelen we ons tot een informerende en luisterende gemeente. Een gemeente die de samenleving ingaat, proactief is en op de juiste momenten en op een goede manier de samenleving informeert en het gesprek aangaat. Op basis van de in 2023 herziene visie op communicatie, zet de gemeente Barneveld in 2024 in op de volgende prioriteiten: Meer en actiever laten zien waar de gemeente Barneveld aan werkt, wat het verhaal erachter is en welke resultaten dit oplevert voor de samenleving. Zo dragen we meer bij aan meer inzicht en zoveel mogelijk begrip over wat de gemeente doet, het waarom en de processtappen die we doorlopen. We willen zo begrijpelijk mogelijk communiceren, op tijd en volledig. Daarbij gebruiken we een eigentijdse en herkenbare huisstijl en voegen we meer beeld aan uitingen toe. Zo bereiken we meer inwoners, online en offline, en spelen we in op de verschillende manieren waarop mensen informatie ontvangen en verwerken. Het verder ontwikkelen van www.barneveld.nl. De gemeente werkt continu aan een kwalitatief goede informatievoorziening en digitale toegankelijkheid van haar website. Het versterken van een open en luisterende houding in de organisatie door omgevingsanalyses te bieden via een gemeentelijke newsroom.

Vanuit de newsroom krijgt de organisatie beter en sneller mee wat er in de samenleving speelt. Dit is belangrijke informatie voor medewerkers om mee te nemen in lopende en toekomstige processen. Het versterken van de interne communicatie; onder andere via het vernieuwen van de informatievoorziening via intranet en het versterken van de ondersteuning naar de organisatie op dit punt. We zien goede interne communicatie als de basis voor een goede uitvoering van de strategische opgaven en goede communicatie naar buiten toe. Er is een bedrag van € 35.000 structureel en € 126.000 incidenteel aangevraagd (beleidstoevoeging) . 2024 -

Speerpunt Versterken positie gemeente Barneveld in de regio

38

Doel (lange termijn)

Inhoud

Verstevigen van de positie van de gemeente Barneveld binnen de regio en buiten en buiten de regio richting andere overheden en relevante netwerken. We doen dit: vanuit de gedachte wat goed is voor een ander is ook goed voor de gemeente Barneveld door daarbij steeds na te gaan hoe deelname effectief kan bijdragen het realiseren van de eigen Barneveldse strategische bestuurlijk opgaven; Het beschreven doel maakt onder de noemer van Public Affairs, lobby en Regio onderdeel uit van het eerder genoemde Programma "samenwerken in netwerken". Public Affairs/lobby en Regio wordt daarin als aparte pijler uitgewerkt in activiteiten met bijbehorende resultaten. Voor 2024 zet de gemeente Barneveld in op de volgende prioriteiten: Rolneming gemeente Barneveld binnen de regio Foodvalley en binnen de regio Amersfoort evalueren, actualiseren en opnieuw vaststellen. Door de eigen behoeften scherp te maken en te koppelen aan een herijkte rolneming binnen de regio's. Evaluatie en actualisatie Public Affairs-beleid (2020) gericht op intensivering van de lobbyactiviteiten. Als onderdeel daarvan stakeholdersanalyse uitvoeren en positiebepaling in de netwerken. Als onderdeel daarvan een lobby-uitvoeringsplan opstellen als handelingsperspectief voor actieve beïnvloeding door de gemeente Barneveld Extra lobbytrajecten uitvoeren aan de hand van het lobby-uitvoeringsplan.

Nagaan hoeveel structurele middelen hiervoor in totaliteit nodig zijn en hoe de route is die we daarnaar gaan lopen. Positioning-paper voor gemeente Barneveld vaststellen als basis en centraal uitgangspunt voor hierboven beschreven acties. Met deze prioriteiten geven we invulling aan de bij de Kadernota 2024 aangenomen motie 8 betreffende intensivering lobbyactiviteiten. Zo zorgen we ervoor dat de gemeente Barneveld beter in staat is om te komen tot een actieve en effectieve externe beïnvloeding. Om daarmee de opgaven voor de gemeente Barneveld op de door de gemeente gewenste wijze verder te brengen en de gemeente Barneveld gereed te maken voor de toekomst.

Benutten van beschikbare middelen (capaciteit) binnen begroting Om zo de gevraagde intensivering van PA-beleid in combinatie met lobbyactiviteiten uit te kunnen voeren, is extra incidenteel budget nodig. Het extra benodigd incidenteel budget van € 100.000 is onderdeel van de binnen deze begroting opgenomen lijst van beleidstoevoegingen voor 2024. Financiën Ook is er een structurele beleidstoevoeging opgenomen voor 1fte strategisch kabinetsadviseur Verder wordt bezien wat extra nodig is aan structurele inzet van middelen en capaciteit voor het geactualiseerde PA-beleid en lobby bij de Kadernota voor 2025. Planning 2024 Risico’s Afgezien van mogelijk krapte in capaciteit op voorhand geen risico's

4.2 Interne dienstverlening 422 Ondersteuning organisatie Speerpunt Versterken realisatiekracht middels Barneveld Groeit Doel (lange Een gemeentelijke organisatie met meer strategische slagkracht om vroeg aan te kunnen haken termijn) bij ontwikkelingen in gemeente en regio; en een organisatie die de groei van de gemeente kwantitatief en kwalitatief waar kan maken.

39

Inhoud

Financiën Planning Risico’s

Het gaat hier om een meerjarige transitie van de organisatie dat wordt ondersteund vanuit het programma Barneveld groeit. Afgelopen jaar stond vooral in het teken van ontwikkelen en voorbereiden. In 2024 gaan we een volgende fase in: van denken naar doen. Vanuit 4 ontwikkellijnen rollen we uit: Mens in ontwikkeling doorbouwen aan positionering/ontwikkeling competenties ( teamleiders en CT) ontwikkelen,faciliteren en stimuleren nieuwe competenties behorend bij de opgaven: strakkere en wendbare processen gericht op behalen inhoudelijke doelen, Versterken strategische vermogen: Werken vanuit scenario's, vergroten van strategische slagkracht: proactief signaleren, duiden en focus aanbrengen m.b.t. ontwikkelingen en opgaven waarmee de gemeente krijgt dan wel al te maken heeft. Versterken van de "van buiten naar binnen-blik". We starten met een strategisch team/overleg wat het speelveld voor elke opgave in kaart brengt. Om zo bij te dragen aan samenhang en focus m.b.t. Barneveldse opgaven Opgaven gericht werken: Aan de slag met de uitrol van de organisatiebreed geformuleerde programma's als uitwerking van de geformuleerde bestuurlijke opgaven vanuit het coalitieakkoord.

Voor elk programma is er een (bestuurlijk) opdrachtgever en opdrachtnemer, is de bestuurlijke opdracht helder geformuleerd, de scope van het programma en rol van de gemeente uitwerkt , duidelijk in welke fase het programma zich bevindt (initiatief, plan, realisatie, evaluatie). Afstemming met regulier lijn organisatie. Krachtige bedrijfsvoering Accent op versterken financiële sturing, basisprocessen op orde houden en naar volgende fase brengen via de roadmap versterking interne dienstverlening. Dit draagt bij aan de kwaliteit en stabiliteit van de interne organisatie. Door strategische kaders te bieden aan de bedrijfsvoering, kunnen verantwoordelijken in de uitvoering de ruimte krijgen om efficiënter, effectiever en meer integraal keuzes te maken in de dagelijkse taken. De organisatie wordt daarmee omgevingsbewuster en kan eerder tot actie overgaan. Er is een beleidstoevoeging opgenomen voor € 500.000 structureel en € 200.000 incidenteel ten behoeve van het inrichten van het programmatisch werken en concernstrategie. 2024 : via planning ontwikkelsporen Barneveld groeit Afgezien van mogelijk krapte in capaciteit op voorhand geen risico's

Wat gaat het kosten? Financiële tabel bedragen x € 1.000 4. Bestuur en interne dienstverlening Saldo van baten en lasten 4.1 Bestuur 411 Raad 412 B&W 413 Bestuurlijke samenwerking

Begroting 2024 Lasten Baten

Saldo

- 3.401 - 1.680 - 1.029 - 692

244 244 -

- 3.157 - 1.436 - 1.029 - 692

- 31.172 - 2.032 - 29.140

1.569 864 705

- 29.603 - 1.168 - 28.435

- 741 - 284 - 1.423 - 38 - 525 1.530

126.970 843 18.652 107.179 4 292

126.229 559 17.229 107.141 - 521 1.822

Saldo van baten en lasten

- 35.314

128.783

93.469

Mutatie reserves 4.4 Resultaatbepaling 441 Mutaties reserves

- 4.877 - 4.877

8.925 8.925

4.048 4.048

Mutatie reserves

- 4.877

8.925

4.048

Totaal

- 40.191

137.708

97.517

4.2 Interne dienstverlening 421 Beheer overige eigen gebouwen en gronden 422 Ondersteuning organisatie 4.3 Algemene dekkingsmiddelen 431 Treasury 432 Belastingen 433 Algemene uitkering 434 Overige baten en lasten 436 Werken voor derden

Lasten en baten per beleidsproduct

40

41

Paragrafen Paragraaf 1 Lokale heffingen 1.1 Inleiding

Na de algemene uitkering uit het gemeentefonds zijn de gemeentelijke heffingen (belastingen, leges en rechten) de belangrijkste inkomstenbronnen van de gemeente. Deze heffingen zijn de enige inkomstenbronnen waarop de gemeenteraad invloed kan uitoefenen. Met name voor de zuivere belastingen, de heffingen waar geen direct aanwijsbare tegenprestatie van de overheid tegenover staat, is er geen maximum bedrag of opbrengst aangegeven. Voor leges en andere betalingen voor overheidsdiensten is bepaald dat er geen winst mag worden gemaakt. De opbrengst van de heffing mag dan totaal niet hoger zijn dan de kosten die de gemeente moet maken om de diensten te verlenen. De opbrengsten van de gemeentelijke heffingen zijn geraamd onder de verschillende producten. Het (meerjaren)beleid ten aanzien van de lokale belastingen is opgenomen in de op 16 december 2014 door de raad vastgestelde Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2014. Voor zover het beleid van specifieke belastingen afwijkt van de in de nota opgenomen uitgangspunten, is dat hieronder bij die belasting aangegeven. Een actualisatie van deze nota wordt naar verwachting in het voorjaar van 2024 aan de raad voorgelegd. In deze paragraaf komen de volgende zaken aan de orde: het beleid ten aanzien van de verschillende heffingen en de tarieven; de lokale lastendruk; gegevens over kwijtschelding.

Na de zomer van 2022 is de rekenkamercommissie Vallei & Veluwerand op verzoek van de auditcommissie gestart met een onderzoek naar de lokale heffingen. Doel is inzicht krijgen in de opbouw en kostendekkendheid van de tarieven en hoe deze zich verhouden tot tarieven van vergelijkbare gemeenten. Het rapport van de rekenkamercommissie zal in het najaar van 2023 worden aangeboden aan de gemeenteraad.

Diagram lokale heffingen

1.2 Beleid

Algemeen Het beleid voor de lokale belastingen is vastgelegd in de verschillende verordeningen en in de Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2014. Het tarievenbeleid wordt jaarlijks geformuleerd bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten in de Kadernota. In het coalitieakkoord 20222026 is ten aanzien van de inflatieontwikkeling aangegeven dat gewerkt wordt met een driejaarsgemiddelde in plaats van het vijfjaarsgemiddelde dat in de vorige bestuursperiode werd gebruikt. Hiermee volgen de inkomsten beter en sneller de werkelijke ontwikkeling van de inflatie, waardoor we het huidige voorzieningenniveau kunnen behouden zonder grote ombuigingen. Voor 2024 is het percentage voor de inflatieontwikkeling vastgesteld op 4%. Dit geldt voor alle belastingen, heffingen en leges tenzij er vanwege maximale kostendekkendheid of wettelijke maximumtarieven aanpassingen noodzakelijk zijn. Onroerendezaakbelastingen (OZB) Voor de OZB betekent dit, afgezien van de groei, een stijging van de opbrengst met 4% inflatie

42

voor eigenaren woningen en voor de eigenaren en gebruikers van niet-woningen. Op het moment dat uit herwaardering blijkt dat de woningwaarden zijn gedaald, kan dit tarief met een maximum van 7% stijgen. De groei betreft de toename van de waarde en daarmee de opbrengst door nieuwbouw en verbouwing. Na het afronden van de hertaxatie, doen wij een voorstel waarbij de tarieven voor 2024 definitief worden vastgesteld en ook rekening wordt gehouden met de gemiddelde waardeontwikkeling van de objecten.

Afvalstoffenheffing Als gevolg van inflatie nemen de kosten binnen het product Afval toe. Onder andere de stijging van de salarislasten als gevolg van de nieuwe CAO hebben hogere kosten als gevolg. Het tarief wordt daarom per 2024 met 2% verhoogd. Op basis van de actuele kostenonderbouwing is er daarnaast een onttrekking uit de egalisatievoorziening (ingesteld per 2021) benodigd. In 2024 wordt in vervolg op een doelmatigheidsonderzoek het meerjarig benodigde tarief en de voorgenomen inzet van de voorziening vastgesteld. Rioolheffing In het in mei 2021 vastgestelde GRP is een jaarlijkse stijging van 4% voorzien om kostendekkend te zijn. Dit komt mede door de ambities om de klimaatadaptatie ook vorm te geven. Gelet op de uitvoeringsconsequenties wordt nog nader bezien of gestalte wordt gegeven aan de nieuwe Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing van de VNG. De (mogelijke) invoering zal dan ingaan voor het belastingjaar 2025. Grafrechten Bij de Programmabegroting 2018 is geconstateerd dat de opbrengsten uit de grafrechten niet volledig de kosten dekken. Daarbij is besloten dat de tarieven naar volledige kostendekkendheid moeten groeien. Dit overeenkomstig het algemene uitgangspunt van 'de gebruiker betaalt'.

Uit deze notitie blijkt dat een verhoging van de tarieven van de grafrechten met 7% voor een periode van zes jaar (2019-2024) volstaat om tot kostendekkende tarieven te komen. Vanaf de Programmabegroting 2019 worden de tarieven jaarlijks met 7% verhoogd. In 2024 wordt deze lijn, voor de laatste keer, voortgezet. In 2024 volgt een beheerplan Begraven. Uit het beheerplan volgt een voorstel omtrent meerjarig benodigde tarieven en de daarbij behorende kostendekkendheid. Omgevingswet De komst van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging maakt het noodzakelijk de legesverordening met bijbehorende tarieventabel aan te passen aan deze nieuwe wetgeving. De Omgevingswet treedt per 1 januari 2024 in werking zodat een op de Omgevingswet aangepaste legesverordening ter besluitvorming aan u wordt voorgelegd. 1.3 Tarieven en inkomsten Tarieven begrotingsjaar

2023

2024

Lastenstijging

Onroerende zaakbelastingen** eigenaren woningen, in % van de waarde eigenaren niet-woningen, in % van de waarde gebruikers niet-woningen, in % van de waarde

€ 0,0747 € 0,2054 € 0,1620

€ 0,0799 € 0,2197 € 0,1733

7,0% 7,0% 7,0%

Afvalstoffenheffing - éénpersoonhuishoudens - meerpersoonshuishoudens

€ 196,80 € 328,00

€ 200,70 € 334,50

2,0% 2,0%

Rioolheffing - vastrecht tot 350 m3 afvalwater

€ 201,60

€ 209,65

4,0%

Hondenbelastingen - voor de 1e hond - voor de 2e hond - voor elke volgende hond - kennels

€ 53,70 € 74,30 € 91,90 € 128,00

€ 55,75 € 77,25 € 95,50 € 133,00

3,8% 4,0% 3,9% 3,9%

Toeristenbelasting - per overnachting - per seizoenplaats - per jaarplaats

€ 1,14 € 213,20 € 213,40

€ 1,19 € 222,50 € 222,80

4,4% 4,4% 4,4%

€ 214,00 € 214,00

€ 222,50 € 222,50

4,0% 4,0%

€ 1.050,00

€ 1.090,00

3,8%

Tarieven lokale heffingen

Forensenbelasting - bij een WOZ-waarde van € 87.000 of minder - bij een WOZ-waarde van meer dan € 87.000 vermeerderd met 0,93% van het bedrag waamee de heffingsmaatstaf een bedrag van € 87.000 te boven gaat. Met dien verstande dat per woning een maximumbedrag geldt van:

43

- voor woningen/onderkomens waarvoor geen waarde is vastgesteld op grond van de WOZ bedraagt het tarief:

€ 214,00

€ 222,50

4,0%

**De tarieven voor de OZB van de niet woningen zijn voorlopig verhoogd met 7% omdat de uitkomsten van de herwaardering nog niet beschikbaar zijn. Na de afronding van de jaarlijkse hertaxatie zal uiterlijk januari 2024 een voorstel worden gedaan om de tarieven voor 2024 definitief vast te stellen.

Inkomsten uit heffingen bedragen x € 1.000 Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen) 01. Onroerende zaakbelastingen woningen 02. Onroerende zaakbelastingen niet-woningen 03. Hondenbelasting 04. Toeristenbelasting 05. Forensenbelasting 06. Reclamebelasting 07. Precariobelasting Totaal Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen)

7.476 6.763 197 837 1.205 119 2.969 19.566

7.836 7.173 237 764 1.301 120 17.431

8.258 7.442 246 734 1.272 125 18.077

Rechten (Tariefsgebonden) 08. Rioolheffing 08. Rioolheffing - kwijtschelding 09. Afvalstoffenheffing 09. Afvalstoffenheffing - kwijtschelding 10. Begrafenisrechten 11. Parkeergelden 12. Parkeerboetes 13. Marktgelden 14. Leges burgerlijke stand 15. Leges dienstverlening 16. Leges Wabo vergunningen 17. Leges bestemmingsplannen 18. Overige leges Totaal Rechten (Tariefsgebonden)

5.363 - 115 6.622 - 156 725 812 70 36 138 673 2.262 1.015 178 17.623

5.654 - 115 6.631 - 155 898 718 103 36 145 806 2.266 1.097 192 18.275

6.232 - 125 7.111 - 155 1.101 718 103 36 145 855 2.266 1.097 192 19.575

Totaal lokale heffingen

37.189

35.706

37.653

Lokale heffingen

1.4 Kostendekkendheid

Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt hieronder een uitgebreidere kostendekkendheid weergegeven. Gerekend wordt met een opslag van de overhead ten opzichte van de salariskosten die toegerekend worden aan de betreffende heffing (50%). In de verzameltabel is de kostendekkendheid van de verschillende leges op hoofdlijnen weergegeven en een totaal kostendekkendheidspercentage (rekening houdend met de in deze programmabegroting voorgestelde tariefsaanpassingen).

Afvalstoffenheffing

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

bedragen x € 1.000 Begroting 2024

Begroting 2023 Bedrag

%

Bedrag

%

5.434 - 640 4.793

83% -10% 73%

5.765 - 651 5.114

79% -9% 70%

765 338 666 1.769

12% 5% 10% 27%

979 385 785 2.149

13% 5% 11% 30%

Totale kosten

6.562

100%

7.263

100%

Totale opbrengst heffing

6.429

Kosten Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten product Overhead Aandeel straatreiniging (m.i.v. 2021: 50%) BTW Toe te rekenen kosten product

7.111

44

Tekort Dekkingspercentage opbrengsten

- 132

- 152 98%

98%

Rioolheffing bedragen x € 1.000 Begroting 2024

Begroting 2023

Kostendekkendheid rioolheffing

Bedrag

%

Bedrag

%

4.369 - 44 4.326

79% -1% 78%

4.538 - 44 4.494

74% -1% 74%

649 306 230 1.185

12%

16%

4% 16%

956 385 265 1.606

4% 20%

Totale kosten

5.511

94%

6.100

94%

Totale opbrengst heffing

5.514

Kosten Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten product Overhead Aandeel straatreiniging (m.i.v. 2021: 50%) BTW Toe te rekenen kosten product

Overschot, te verrekenen met voorziening VGRP Dekkingspercentage opbrengsten

6.107

4

7 100%

100%

Leges en heffingen bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Grafrechten Leges omgevingsvergunning Leges burgerzaken

Lasten Overhead taakveld incl. rente 5.765 4.538 1.208 5.966 1.673 19.149

1.364 1.341 329 1.128 621 4.783

BCF /BTW

Totaal lasten

Andere Leges inkomsten

785 265 - 100 950

7.914 6.143 1.537 5.966 2.294 23.854

7.111 6.107 1.100 3.363 1.029 18.709

Dekkings %

651 44 1 250 946

98% 100% 72% 59% 45% 82%

1.5 Lokale lastendruk

Om een indruk te krijgen van de 'lokale lastendruk' wordt berekend wat de huishoudens aan belasting moeten betalen. Daarbij wordt gekeken naar de voor huishoudens gebruikelijke heffingen: de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing. Door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen wordt jaarlijks een atlas van de lokale lasten opgesteld. Deze atlas geldt voor de VNG als een officiële publicatie die de lokale lasten in beeld brengt. De bruto woonlasten van meerpersoonshuishoudens lopen, volgens de Atlas voor 2023, uiteen van € 652 tot € 1.874 per jaar. Landelijk gezien bevindt de gemeente Barneveld zich op plaats 145 van de 342 gemeenten en is Barneveld nog altijd een gemeente met een gemiddelde lastendruk.

Tabel lokale lastendruk

Lokale lastendruk

2023

2024

Lastenstijging (%)

Barneveld tarieven - Barneveld (meerpersoons huishoudens)

€ 892

€ 915

2,6%

€ 1.736 € 1.170

€ 1.874 € 1.231

7,9% 5,2%

Gemiddelde tarieven - Landelijk - Gelderland

€ 904 € 916

€ 944 € 940

4,4% 2,6%

Laagste tarieven - Landelijk - Gelderland

€ 667 € 668

€ 652 € 652

-2,2% -2,4%

Hoogste tarieven - Landelijk - Gelderland

45

Bron: COELO Atlas van de lokale lasten (www.coelo.nl/digatlas/index)

1.6 Kwijtschelding

Inwoners met een laag inkomen kunnen kwijtschelding krijgen voor de aanslag van de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de onroerendezaakbelasting. Bij de beoordeling van het verzoek vindt er een toets plaats naar inkomen en vermogen. De gemeente mag alleen kwijtschelding verlenen als het inkomen niet hoger ligt dan 100% van het bijstandsniveau. Mensen die duurzaam een laag inkomen hebben en in aanmerking zijn gekomen voor kwijtschelding hoeven niet jaarlijks een nieuw verzoek om kwijtschelding in te dienen. Ieder jaar wordt onderzocht of hun aanslagen automatisch kunnen worden kwijtgescholden. Naar verwachting wordt er in 2023 ongeveer 750 keer geheel of gedeeltelijk kwijtschelding verleend tot een totaalbedrag van € 270.000. Voor 2024 zal dit een lichte toename tonen tot € 280.000.

Tabel ontwikkeling kwijtschelding bedragen x € 1.000 Kwijtscheldingen Kwijtschelding rioolheffing Kwijtschelding afvalstoffenheffing Totaal

Rekening 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

- 115 - 156 - 271

- 115 - 155 - 270

- 125 - 155 - 280

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen 2.1 Inleiding

Informatie over het weerstandsvermogen is van belang om te weten of en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Deze tegenvallers kunnen incidenteel en structureel van aard zijn, maar hebben altijd invloed op de financiële positie van de gemeente. Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn, is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de financiële risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. De mate van flexibiliteit van de gemeentebegroting speelt een belangrijke rol bij de bepaling van het weerstandsvermogen: hoe snel kunnen tegenvallers worden opgevangen door ombuigingen van bestaand beleid, al dan niet in combinatie met belastingverhogingen? Ook de omvang van de vrij aanwendbare reserves is daarbij van belang. Vanuit het provinciaal toezicht zijn geen directe normen voor het weerstandsvermogen aangegeven; wel wordt bewaakt dat de algemene reserve een bepaalde minimumomvang heeft. Begrippenkader Onder het weerstandsvermogen wordt een kengetal verstaan, namelijk de verhouding tussen de direct beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandsvermogen = beschikbare weerstandscapaciteit : benodigde weerstandscapaciteit.

Met de direct beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. Onder benodigde weerstandscapaciteit verstaan we alle risico’s waarvoor nog geen maatregelen zijn getroffen, die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Tot het treffen van dergelijke maatregelen behoren onder andere het instellen van voorzieningen, het afdekken van risicogebieden met verzekeringen of andere risicobeperkende acties.

2.2 Beleid

Eind 2020 is de Nota risicomanagement & weerstandsvermogen 2020-2024 geactualiseerd en daarin zijn de hoofdlijnen van beleid ongewijzigd. Het weerstandsvermogen wordt concernbreed twee maal per jaar bepaald, ten tijde van de begroting en de jaarrekening. Risico's en reserves zijn continu aan verandering onderhevig, zo is ook het weerstandsvermogen in deze paragraaf een momentopname. In de paragraaf

46

weerstandsvermogen wordt er daarom gewerkt met streefwaardes en bandbreedtes in plaats van met exacte getallen. De bandbreedtes van het weerstandsvermogen zijn gehandhaafd als in onderstaande tabel.

Weerstands vermogen < 1,0

1,0 – 1,2 1,2 – 1,6 1,6 – 2,0 > 2,0

Effect

Maatregel

onder minimale College neemt maatregelen om binnen twee jaar > 1,0 te komen. Deze zijn gericht streefwaarde op het verlagen van de benodigde weerstandscapaciteit en/of het verhogen van de beschikbare weerstandscapaciteit. minimale college maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan. streefwaarde optimale n.v.t. bandbreedte maximale college maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan. streefwaarde boven maximale n.v.t. streefwaarde

2.3 Beschikbare weerstandscapaciteit

De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet-begrote kosten te dekken door structurele middelen vrij te maken. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten (bijvoorbeeld via belastingverhoging). Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. Binnen deze paragraaf houden wij slechts rekening met de incidentele weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel is een vergelijkend overzicht gegeven van de geprognosticeerde weerstandscapaciteit per begin/einde van het boekjaar 2024. Algemene reserves (1) Voor de berekening van de weerstandscapaciteit worden alleen de vrij besteedbare reserves meegenomen. Deze vrij besteedbare reserves treffen wij aan bij de groep van algemene reserves. Voor de bestemmingsreserves geldt dat voor wijziging van de bestemming een raadsbesluit nodig is en er dus geen sprake is van een vrij besteedbare reserve. Voorzieningen zijn niet vrij besteedbaar en behoren daarom niet tot de weerstandscapaciteit. Stille reserves (2) Stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarden bij verkoop en de boekwaarden van de diverse activa. Hierbij kan worden gedacht aan panden, aandelen en bedrijfsmiddelen.

De directe opbrengstwaarde dient bekend te zijn en bovendien moeten de betreffende activa direct verkoopbaar of verhandelbaar zijn. Dit is met de gemeentelijke activa zelden het geval. Mede daarom zijn de stille reserves als een PM-post opgenomen.

Tabel weerstandscapaciteit bedragen x € 1.000 Prognose Prognose ultimo ultimo 2023 2024

Realisatie ultimo 2020

Realisatie ultimo 2021

Realisatie ultimo 2022

Beschikbare weerstandscapaciteit 1. Algemene reserves 2. Stille reserves Beschikbare weerstandscapaciteit

34.023 p.m. 34.023

45.589 p.m. 45.589

34.743 p.m. 34.743

35.244 p.m. 35.244

32.049 p.m. 32.049

Benodigde weerstandscapaciteit

13.700

22.600

29.900

25.300

29.880

2,48

2,02

1,16

1,39

1,07

Weerstandscapaciteit

Weerstandsratio

2.4 Benodigde weerstandscapaciteit

Voor de begroting 2024 zijn de risico’s onlangs geactualiseerd. Waar mogelijk zijn maatregelen getroffen om risico's te beperken. Vervolgens is er een risicosimulatie uitgevoerd. Deze

47

risicosimulatie resulteerde in een een totaal risicobedrag van € 29,88 miljoen. Het benodigde weerstandsvermogen is nagenoeg hetzelfde als bij de jaarverslaggeving 2022. De top tien van belangrijkste risico's is niet gewijzigd ten opzichte van de jaarrekening 2022, wel hebben er kleine verschuivingen plaatsgevonden binnen de top tien. De belangrijkste tien risico's (mix van omvang/geld en kans) in volgorde van grootte van impact: 1. onvoorziene risico's grondexploitaties; 2. stagneren van taken door arbeidsmarkt en transitie organisatie; 3. beheerkwaliteit nieuwe wijken blijft achter; 4. maatschappelijke partners onder druk door economische ontwikkelingen; 5. kosten jeugdwet, WMO en participatiewet nemen toe; 6. cyber risico (digitale omgeving wordt van buitenaf aangevallen of geblokkeerd); 7. instroom statushouders; 8. groter beroep op voorzieningen Sociaal Domein door economische ontwikkelingen en naeffecten COVID-19; 9. onvoldoende managementinformatie voor adequate sturing; 10. misbruik van informatie, diefstal, omkoping, fraude. Risico’s zijn ook inzichtelijk bij (en integraal onderdeel van) alle speerpunten van de vier programma’s. De risico’s van verbonden partijen zijn in paragraaf 6 in beeld gebracht.

2.5 Weerstandsvermogen Weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen

=

32,0 / 29,88 = 1,07

Het weerstandsvermogen komt uit op een factor van 1,07. Dit is net onder de optimale bandbreedte (1,2 - 1,6), maar wel binnen de minimale streefwaarde. Het weerstandsvermogen is licht gedaald ten opzichte van het niveau van de jaarverslaggeving 2022. Ten opzichte van de jaarverslaggeving 2022 zijn de risico's geactualiseerd. Hierbij is het benodigde weerstandsvermogen gelijk gebleven. De daling van de factor wordt veroorzaakt door een afname van de algemene reserve van 2,7 miljoen euro. Het weerstandsvermogen moet mede worden beoordeeld in het licht van de solvabiliteit. De beschikbare weerstandscapaciteit maakt hier onderdeel van uit. De solvabiliteit (zie paragraaf 2.6) bevindt zich boven de minimale streefwaarde, maar nog onder de optimale streefwaarde. Het is daarom verstandig geen specifieke besluiten te nemen die het weerstandsvermogen en de solvabiliteit omlaag brengen.

2.6 Balansprognose en financiële kengetallen

Wij besteden in de P&C documenten aandacht aan balansratio's. Dit zijn verhoudingsgetallen op basis van de balans en/of exploitatietotalen. Ook maken we een balansprognose en worden kengetallen opgenomen conform de voorgeschreven berekeningssystematiek. De gegevens zijn geactualiseerd en aangesloten op de stand van de jaarrekening 2022.

Meerjarenbalans bedragen x € 1.000 Prognose meerjarenbalans

Realisatie Ultimo 2022

Begroting Begroting Ultimo Ultimo 2023 2024

MJR Ultimo 2025

MJR Ultimo 2026

MJR Ultimo 2027

Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa

819 279.343 14.511 294.673

1.801 278.541 14.511 294.853

2.651 303.416 14.511 320.578

2.340 317.678 14.511 334.529

2.366 324.778 14.511 341.655

1.928 324.778 14.511 341.217

Vlottende activa Voorraden Vorderingen Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa

41.293 12.414 347 23.059 77.113

54.235 12.414 23.059 89.708

51.322 12.414 23.059 86.795

32.582 12.414 23.059 68.055

41.362 12.414 23.059 76.835

38.084 12.414 23.059 73.557

371.786

384.561

407.373

402.584

418.490

414.774

Totaal activa

48

Vaste passiva Eigen vermogen Reserves Onverdeeld resultaat

100.060 13.856

101.243 5.629

97.195 - 3.897

95.066 1.399

93.476 - 7.226

92.752 - 8.897

Vreemd vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Totaal vaste passiva

14.104 202.175 330.195

14.866 199.843 321.581

14.294 221.412 329.003

14.384 240.230 351.078

14.939 257.548 358.737

14.232 261.479 359.566

Vlottende passiva Kortlopende schulden Liquide middelen Overlopende passiva Totaal vlottende passiva

22.690 18.902 41.591

43.078 19.902 62.980

58.468 19.902 78.370

31.604 19.902 51.506

39.851 19.902 59.753

35.305 19.902 55.207

371.786

384.561

407.373

402.584

418.490

414.774

Totaal passiva

In bovenstaande balans wordt een verkorte omschrijving gebruikt voor de diverse posten. De terminologie volgens BBV is als volgt: Balanspresentatie: - Vorderingen (activa) - Langlopende schulden (passiva) - Kortlopende schulden (passiva) - Liquide middelen (passiva)

Terminologie BBV: - Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Banksaldi (deze zijn onderdeel van de netto-vlottende schulden)

Toelichting meerjarenbalans

Voor het opstellen voor de prognose van de meerjarenbalans zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - de materiële vaste activa: hierin is een toename opgenomen op basis van het onderhanden werk 2023 en het Meerjaren Investeringsplan 2024-2027 en een afname op basis van de vaste, toekomstige afschrijvingen; - de financiële vaste activa: er is een inschatting gemaakt op basis van gemaakte afspraken en het historisch verloop van de portefeuille; - de grondvoorraad (inclusief voorziening) is gebaseerd op het actuele Meerjarenplan Grondexploitaties (MPG). Er is, net als in voorgaande jaren, nog geen rekening gehouden met (verwachte) winsten; - de reserves: er is een inschatting gemaakt op basis van vaste en incidentele stortingen en onttrekkingen; - de langlopende schulden: op basis van het verloop gebaseerd op de huidige vaste leningenportefeuille en een inschatting van aan te trekken nieuwe geldleningen. De post 'kortlopende schuld' is de sluitpost en geeft een indicatie voor de resterende nog aan te trekken financiering in de betreffende jaren. Dit kan kortlopend dan wel langlopend afgesloten worden.

Financiële kengetallen

Bij het beoordelen van de hoogte en de ontwikkeling van de ratio’s moet gekeken worden naar de samenhang tussen ratio’s en ontwikkeling ervan in de tijd. De uitkomst van een individuele ratio biedt een beperkt inzicht.

Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de schuldenlast en de inkomsten. Op basis van de score kan een oordeel worden gevormd in hoeverre het inkomen van de gemeente toereikend is om de aan de schuldverplichtingen te voldoen. Als streefwaarde hanteert de VNG een netto schuldquote van 130% als bovengrens. Gecorrigeerde netto schuldquote De effectieve netto schuldquote is de netto schuldquote minus uitleenquote (verstrekte geldleningen). Kengetal grondexploitatie Het totaal van voorraad bouwgrond (in exploitatie genomen gronden en niet in exploitatie genomen gronden) afgezet tegenover de inkomsten van de gemeente. Hoe lager het percentage, hoe beter. Solvabiliteit Het procentuele aandeel van het eigen vermogen op het totaal van het vermogen. Deze ratio geeft aan in hoeverre een organisatie op de lange termijn aan financiële verplichtingen kan

49

voldoen. De algemeen gehanteerde streefwaarde is minimaal 20% (eigen vermogen/totale vermogen), maar liever meer dan 30% (streefwaarde).

Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte is het structurele exploitatieresultaat uitgedrukt in de totale baten voor de mutatie op reserves. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft aan hoeveel een gemeente zijn inkomsten kan verhogen bij een slechtweerscenario. Daartoe worden de gemiddelde woonlasten (OZB, riool en afvalstoffenheffing) van de gemeente vergeleken met het landelijk gemiddelde. Als de gemeentelijke gemiddelde woonlasten onder het landelijk gemiddelde liggen is er ruimte aanwezig om tarieven te verhogen, uiteraard voor zover de kostenonderbouwing bij de riool- en afvalstoffenheffing dit toelaten.

Toelichting financiële kengetallen

De kengetallen zijn op basis van de jaarrekening 2022, aangevuld met de gegevens uit het lopende begrotingsjaar 2023 en de meerjarenbegroting en -perspectief, tot stand gekomen.

50

1a. Netto schuldquote De schuldquote stijgt als gevolg van het investeringsvolume. Hierdoor is ook een verhoging van het vreemd vermogen (combinatie van lang en korte geldleningen) noodzakelijk. In de prognose meerjarenbalans is een stijging voorzien van de langlopende en kortlopende geldleningen. 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Dit kengetal geeft het effect aan als alle aan derden verstrekte leningen buiten beschouwing worden gelaten. Dit kengetal laat hetzelfde effect zien als de netto schuldquote. 2. Solvabiliteit De solvabiliteit neemt de komende jaren licht af van 28% in 2023 naar uiteindelijk 20% in 2027. Dit is conform de minimale streefwaarde van 20%. 3. Kengetal Grondexploitatie Dit kengetal is te lezen als een verbijzondering van de balansratio '1 Netto schuldquote'. In dit kengetal worden de bouwgronden (in exploitatie + niet in exploitatie) gedeeld door de totale inkomsten van de gemeente. Dit kengetal verbetert van 31% in 2023 naar circa 24% in 2027. Dit wordt veroorzaakt doordat de komende jaren diverse voorraden bouwgrond in exploitatie afgesloten zullen worden. 4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten.

Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In 2026 en 2027 is dit kengetal negatief (-3,6% in 2026 en -5,2% in 2027). 5. Gemeentelijke belastingcapaciteit De gemeentelijke belastingcapaciteit laat de ontwikkeling van de lokale belastingen en heffingen voor een gemiddeld gezin zien afgezet tegen de gemiddelde belastingdruk van gemiddeld Nederland. Bij een score onder de 100% is de belastingdruk lager dan gemiddeld Nederland. Barneveld ligt vanaf de begroting 2023 onder het landelijk gemiddelde.

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.1 Inleiding

Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt beslag op een aanzienlijk deel van de financiële middelen. Kapitaalgoederen zijn verdeeld naar de categorieën wegen, groen, water en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beheerplannen legt de gemeenteraad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Met de vaststelling van de programmabegroting machtigt de raad het college van burgemeester en wethouders om de uitgaven ten laste van de eventuele onderhoudsvoorzieningen te brengen.

3.2 Wegen

Doel: wat willen we bereiken en wat zijn daarvoor de kaders? Het beleidskader is vastgesteld in de Beleidsvisie beheer en onderhoud wegen 2017-2026. Naast veilig begaanbare wegen is het belangrijkste doel is dat het gemiddeld kwaliteitsniveau van de gemeentelijke wegen minimaal Basis moet zijn. Op dit moment is dat niet het geval. In november 2022 is het Beheerplan wegen 2023-2027 vastgesteld. Hierin is aangeven hoe we ervoor zorgen dat het kwaliteitsniveau Basis wordt bereikt. Inhoud: wat gaan we doen om het gewenste kwaliteitsniveau te bereik? Kleinschalig onderhoud: om onveilige situaties op te voorkomen en te verhelpen wordt kleinschalig onderhoud uitgevoerd door eigen medewerker en aannemers. Kleinschalig onderhoud vindt plaats op basis van eigen constateringen en meldingen. Grootschalig onderhoud: om de wegen in stand te houden is op iedere weg eens in de zoveel jaar een grootschalige onderhoudsmaatregel noodzakelijk. Jaarlijks wordt bepaald voor welke wegen een onderhoudsmaatregel nodig is. Via het jaarlijks uitvoeringsplan groot onderhoud wegen wordt dit vastgesteld door het college. Het uitvoeringsplan wordt ter kennisname aangeboden aan de raad. De uitvoering vindt plaats via de raamcontracten asfalt- en elementenonderhoud.

51

Investeringen: de investeringen vanuit beheer wegen zijn het vervangen van verouderde wegen, Levensduurverlengend Onderhoud (LVO) en de aanleg van bermbeton. Dit zoveel als mogelijk binnen integrale projecten. Investeringen vinden plaats via het jaarlijks uitvoeringsplan investeringen dat wordt vastgesteld door de raad.

Monitoren kwaliteitsontwikkeling In 2024 volgt een rapportage kwaliteitsontwikkeling. Hierin wordt aangeven wat het kwaliteitsniveau is van de gemeentelijke wegen en wat er is bereikt ten opzichte van de vorige kwaliteitsmeting. Financiën: hoe vindt de financiering plaats? De financiering is als volgt: Kleinschalig onderhoud rechtstreeks via de exploitatie. In de programmabegroting is het hiervoor beschikbare budget geactualiseerd naar de huidige omvang van het areaal (autonome ontwikkeling). Grootschalige onderhoud via een jaarlijkse storting (dotatie) vanuit de exploitatiebegroting in de voorziening wegen. Investeringen in wegen zijn opgenomen in het MIP. De basis voor deze investeringen zit in het beheerplan wegen, waarin naast onderhoud ook de benodigde investeringen zijn begroot. Om te komen tot de invulling van het uitvoeringsplan 2024 is een afweging gemaakt op de integrale projecten. Het totale kader waarbinnen we handelen wordt bepaald door beschikbaar budget, maar ook door beschikbare capaciteit. We kiezen ervoor eerst af te maken wat al is gestart (onderhanden werk en uitvoeringsplan 2023), wat een aanzienlijk aandeel van de capaciteit claimt (voorbeeld is de Churchillstraat).

En ook de onverwachte vervanging van de drie bruggen, die vanwege veiligheid geld en capaciteit claimen krijgt prioriteit (een investering van € 1,4 miljoen voor de bruggen Stoutenburgerweg en € 2 ton voor de brug Lunterseweg). Hierdoor is er onvoldoende capaciteit beschikbaar voor het opstarten van alle nieuwe investeringsprojecten zoals deze in het MIP zijn opgenomen. De afweging is gemaakt om ontsluitingswegen met een hoge verkeersintensiteit hoger te prioriteren. Om die reden zijn de Apeldoonsestraat (urgent vanuit beheer) en de Wolweg (urgent qua verkeersveiligheid) opgenomen in het uitvoeringsplan 2024. Een aantal wegen met een hoge urgentie, maar een lagere verkeersintensiteit (o.a. Postweg, Molenweg, Bakkersweg) zijn niet opgenomen voor 2024 en zullen voor 2025 opnieuw worden afgewogen. Risico's Onvoldoende middelen met name voor de investeringsopgaven. Onvoldoende personele capaciteit met name voor het verwezenlijken van de voorgenomen investeringsopgaven binnen het investeringsplafond. Onvoorziene prijsstijgingen.

Voorziening groot onderhoud wegen bedragen x € 1.000 Voorziening Groot onderhoud wegen

Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december

Begroting 2024

MJR 2025

MJR 2026

MJR 2027

6.355 3.564 - 3.404 6.515

6.515 3.536 - 3.404 6.647

6.647 2.531 - 3.304 5.874

5.874 2.706 - 3.404 5.176

3.3 Water

Beleidskader Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) en vigerende beleidsplannen. Het Gemeentelijk Rioleringsplan geeft invulling aan de verplichting vanuit de Wet milieubeheer om de water- en riooltaken en de bekostiging hiervan vast te leggen. Het GRP 2021-2026 is op 26 mei 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. De kern van het GRP is de invulling van de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater en grondwater. Daarnaast is er extra aandacht voor oppervlaktewater, klimaatadaptatie, duurzaamheid en samenwerking binnen het Platform Vallei en Eem. Jaarlijks worden aan de raad het uitvoeringsplan voor het komende jaar en een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en maatregelen gepresenteerd. Financiële consequenties

52

De genoemde inkomsten en uitgaven komen overeen met de bedragen genoemd in het GRP 2021-2026. De meerjarenbegroting in het GRP geeft een prognose tot het jaar 2026, waarbij ervan uit wordt gegaan dat de voorziening voldoende op peil is om de benodigde maatregelen uit te kunnen voeren. De voorziening riolering heeft als doel om schommelingen in de tarieven op te vangen. De komende periode vinden er vooral stortingen in de voorziening plaats, om in latere jaren (na 2026) de verhoogde kosten te kunnen dekken.

Voorziening riolering GRP bedragen x € 1.000 Voorziening riolering GRP

Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december

Begroting 2024

MJR 2025

MJR 2026

MJR 2027

2.745 427 - 127 3.046

3.046 742 - 127 3.661

3.661 699 - 127 4.234

4.234 699 - 127 4.806

3.4 Groen

Beleidskader

Bomenbeleidsplan: In 2023 / 2024 willen we een Bomenbeleidsplan opstellen. Het bevat het beleid rond bomen, het behouden, beschermen en ontwikkelen van (waardevolle)bomen en boomstructuren en het beheer/ onderhoud van bomen. Gemeente Barneveld wil haar bomen graag op een goede en toekomstgerichte manier beheren om op die manier bomen te behouden. Daarnaast bestaat ook de wens tot het investeren in herplant en nieuwplant van bomen. Om dit te bereiken, is een heldere visie nodig en moeten alle facetten op elkaar afgestemd zijn. Op dit moment zijn de verschillende onderdelen van het beleid- en beheerplannen verouderd, incompleet of ontbreken ze in het geheel. De ervaring leert ons echter dat groen en bomen niet altijd vanzelfsprekend zijn. In de bebouwde omgeving staat groen constant onder druk. De ruimte is er schaars en kostbaar en andere functies worden ook belangrijk gevonden. De gemeente Barneveld is volop in ontwikkeling en er moet zuinig met de bestaande groen en bomen worden omgegaan. Ontwikkelingen brengen echter ook kansen met zich mee om op een eigentijdse manier met groen en bomen om te gaan en nieuwe waarden te ontwikkelen. Om op een goede manier met bomen om te gaan moet er een goed beeld zijn van wat waardevol is en hoe we dat willen beschermen, behouden en ontwikkelen.

Vanwege de geringe capaciteit binnen de gemeente is er in de begroting dekking om procesbegeleiding en opstellen van het plan extern vorm te geven

Vergroeningsvoorstel Barneveld centrum Separaat van het Bomenbeleidsplan is er een Vergroeningsvoorstel Barneveld Centrum, opgesteld in samenwerking met Plaatselijk Belang. In overleg met Plaatselijk Belang Barneveld Centrum wordt het planten van bomen in het centrum verder uitgewerkt. De provincie Gelderland bood de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor het aanplanten van bomen om hittestress tegen te gaan. De subsidie vereist een eigen bijdrage van 50%. De subsidieaanvraag is inmiddels goedgekeurd. Voorbereidende werkzaamheden vinden plaats in september. Het planten van de bomen zal op 15 november op de nationale boomfeestdag plaatsvinden. Beheerplan Op dit moment is de afdeling bezig met het opstellen van een beheerplan voor de begraafplaatsen. Dit zou kunnen dienen als opstap naar een beheerplan voor al het groen in de wijken. Een planning hiervoor is nog niet gemaakt.

3.5 Gebouwen

Beleidskader Met de nota Vastgoedbeleid zijn de bestaande vastgoed kaders (spelregels) op één plaats samen gebracht, waarbij een strategische visie op het vastgoed wordt ontwikkeld, “visie en sturing op het vastgoedbeheer”. Doelstelling hierbij is het vastgoed in bezit van de gemeente Barneveld, op een doeltreffende en doelmatige wijze te beheren. Sinds januari 2023 is de nota Vastgoedbeleid voor het maatschappelijk vastgoed vastgesteld voor Team Vastgoed. Nadat voor het overige gemeentelijke vastgoed het vastgoedbeleid is opgesteld, wordt het integrale vastgoedbeleid voor

53

besluitvorming voorgelegd aan het college van B&W en de Raad. Na besluitvorming over de nota Vastgoedbeleid wordt het Meerjaren Plan Maatschappelijk Vastgoed (MPMV) opgesteld, hierin worden de concrete doelstellingen(visie) opgenomen ten aanzien van doelmatigheid(financieel), doeltreffendheid(gebruik), en de technische/functionele uitgangspunten voor gebouwen. De nota Vastgoedbeleid geeft uitvoering aan de Vraag naar huisvesting, voortkomend uit het Accommodatiebeleid dat de handvatten biedt voor het beoordelen van maatschappelijke activiteiten en de ondersteunende rol van de gemeente bij het accommoderen van deze activiteiten. De nota Accommodatiebeleid Sport & Cultuur is op 8 maart 2022 vastgesteld door de Raad. Technisch beheer Voor veiligheid & gezondheid en het waarde behoud van vastgoed is het van belang vastgoed in goede staat van onderhoud te houden. Technisch onderhoud is dan ook een kerntaak van team Vastgoed. Wanneer we spreken over technisch onderhoud wordt het onderscheid gemaakt tussen: 1- Planmatig onderhoud (ook wel ‘meerjarig onderhoud’) en 2- Niet planmatig onderhoud (ook wel ‘jaarlijks onderhoud’), dit betreft correctief-, preventief- en dagelijks onderhoud Van beide vormen van onderhoud worden de uitgangspunten toegelicht in het werkdocument Beheerplan Technisch Onderhoud (BPTO).

In de nota Vastgoedbeleid(kaders) en het werkdocument BPTO (in ontwikkeling), zijn de werkprocessen en uitvoeringseisen opgenomen voor het planmatig onderhoud Planmatig onderhoud De rapportage planmatig onderhoud 2024-2043 geeft een overzicht van de geprognotiseerde benodigde financiële middelen voor het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden. Hierin wordt inzichtelijk gemaakt welke structurele onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn, gekoppeld aan de toekomstvisie voor het gebruik en het beheer van de gebouwen. Daarnaast zijn mutaties op het gebouwenbestand, de gewijzigde wetgeving en de meest omvangrijke werkzaamheden toegelicht. Het efficiënt uitbesteden van planmatige onderhoudswerkzaamheden is een doorlopend aandachtpunt. Door aangescherpte wetgeving en maatschappelijke en economische ontwikkelingen wordt er steeds meer gekeken naar de mogelijkheden voor het verduurzamen van het vastgoed. Niet alleen bij nieuwbouw, maar juist bij bestaande bouw worden strengere eisen gesteld. Er wordt momenteel gewerkt aan een voorstel voor een duurzaam meerjarig onderhoudsplan (DMJOP). Verder wordt bekeken in hoeverre onderdelen van klimaat adaptief bouwen, kunnen worden meegenomen in het uitvoeren van onderhoud.

Vastgoedportefeuille De gemeente Barneveld heeft ongeveer 140 maatschappelijke vastgoed objecten, waarvan voor ongeveer 55 objecten het juridisch eigendom is overgedragen aan scholen, buurthuizen of verenigingen. Voor ongeveer 85 gemeentelijke vastgoed objecten worden de planmatige werkzaamheden gedekt vanuit de Voorziening Onderhoud Gebouwen. Dit betreft objecten voor onder andere gemeentelijke diensten, kleedruimten op buitensportcomplexen, binnensportaccommodaties, zwembaden, de Veluwehal, buurthuizen, opstallen bij begraafplaatsen, monumentale kerktorens, parkeergarage (Transferium Noord) en brandweergarages waaronder het hulpverleningscentrum. Daarnaast verzorgt de gemeente onderhoud aan overige eigendommen in opdracht van beleidsafdelingen, zoals woningen, strategisch aangekocht vastgoed en objecten in de openbare ruimte. Voorziening Onderhoud Gebouwen (onderhoud kapitaalgoederen) Jaarlijks wordt de benodigde financiële dekking op de uitvoeringskosten in beeld gebracht. De financiële middelen worden jaarlijks door het college vastgesteld. Aan de hand van deze financiële prognose wordt het gemiddelde jaarlijkse dotatiebedrag berekend voor de periode 2024-2043. De Voorziening Onderhoud Gebouwen voorziet in een dekking van kosten over de eerste 20 jaar, 2024-2043.

Conform de bepalingen in de Nota reserve en voorzieningen, wordt over de eerste 10 jaar een dekking van 100% aangehouden en voor de volgende jaren een dekking van 75%.

Voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen bedragen x € 1.000 Voorziening Onderhoud gemeentelijke gebouwen

Stand per 1 januari Toevoeging Onttrekking Stand per 31 december

Begroting 2024

MJR 2025

MJR 2026

MJR 2027

2.261 1.438 - 2.634 1.065

1.065 1.438 - 2.246 258

258 1.438 - 815 881

881 1.438 - 2.152 167

54

5.6 Meerjaren Investeringsplan (MIP)

Algemeen In het uitvoeringsplan 2024 zijn de nieuwe investeringen opgenomen waarmee we in 2024 starten. Een groot gedeelte van deze investeringen wordt in de jaren 2025 en 2026 afgerond. Sinds 2022 werken we in Barneveld met de systematiek van het Meerjarig Investering Plan (MIP), waarbij we alle (geplande en gewenste) investeringen voor de komende 10 jaar in een overzicht bij elkaar brengen. Het werken met een MIP en uitvoeringsagenda is een ontwikkeltraject waarbij we steeds meer vooraf integraal kijken wat noodzakelijk en mogelijk is. Met het uitvoeringsplan 2024 hebben we een volgende grote stap gezet. In dit uitvoeringsplan is, naast financiën ook de beschikbare capaciteit bepalend geweest. Welke nieuwe investeringen kan de organisatie aan op basis van capaciteit, rekening houdende dat er ook al veel is opgestart (onderhanden werk) of gepland (Uitvoeringsplan 2023). Dit is een complex proces omdat hiervoor integrale planning en afstemmingen nodig zijn, niet alleen vanuit het MIP maar ook bijvoorbeeld vanuit de woningbouwopgave. Daarnaast is het investeringsplafond verder vertaald in de structurele kapitaallasten. Of de investeringen financieel haalbaar zijn is afhankelijk of de kapitaallasten gedekt kunnen worden in de begroting. Bij de kadernota 2024 is het MIP 2024 - 2033 vastgesteld. Deze is uitgangspunt geweest voor het huidige uitvoeringsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=e7ee2464-ebc6-4f6d-b4dd-5063e9d6430c