CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Jaarverslaggeving 2024

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Jaarverslaggeving 202458.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

62

Paragraaf 6 Verbonden partijen

6.1 Inleiding De paragraaf Verbonden partijen geeft inzicht in de relaties van de gemeente in derde rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én waarmee financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen dienen een publiek belang. De raad ziet erop toe dat de verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen in de programma’s. De functie van de paragraaf Verbonden partijen is dat inzicht te bieden. Definities Als er sprake is van financiële risico’s, dan worden deze in de paragraaf weerstandsvermogen beschreven. Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Als geen sprake is van bestuurlijke zeggenschap, worden eventuele risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen beschreven. Financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Als de financiële relatie uitsluitend bestaat uit inkomens- en/of vermogensoverdrachten (subsidies), is geen sprake van een financieel belang. Deze relaties worden niet in deze paragraaf beschreven.

Als daartoe vanuit de kaderstellende rol aanleiding is, worden deze relaties direct bij de programma’s beschreven. Er zijn twee soorten verbonden partijen: 1. Publiekrechtelijk: de gemeenschappelijke regeling. Afhankelijk van de aard van samenwerking kan wel of geen rechtspersoon worden gecreëerd. Wordt er geen rechtspersoon gecreëerd dan bestaat de samenwerking vooral uit overleg. Wordt er wel een rechtspersoon in het leven geroepen, dan is er sprake van verlengd lokaal bestuur; 2. Privaatrechtelijk: rechtspersoon, zoals een vennootschap (BV, NV of CV), stichting en vereniging.

6.2 Beleid De gemeente wil de beoogde doelen, zoals geformuleerd in Kadernota en Programmabegroting, optimaal realiseren. In de meeste gevallen betekent dit dat de gemeente zelfstandig taken en resultaten kan realiseren. In een aantal gevallen is samenwerking met derden zinvol. De gemeente kan een relatie met een verbonden partij aangaan, indien de voordelen van de samenwerking opwegen tegen de nadelen. Mogelijke voor- en nadelen van verbonden partijen staan beschreven in de nota ‘Verbonden Partijen’ (2018). De visie en kaders van verbonden partijen moeten geen harnas zijn, maar een werkbaar en helder instrument. De afweging van voor- en nadelen is tenslotte slechts beperkt in cijfers uit te drukken. De beoordeling en weging van factoren is iets dat bij elke verbonden partij opnieuw zorgvuldig dient te gebeuren. Voor het aangaan van een verbonden partij zijn kaders in de nota ‘Verbonden Partijen’ geformuleerd.

6.3 Verbonden partijen

Financiële gegevens verbonden partijen bedragen x € 1.000 Eigen vermogen

Eigen vermogen

Vreemd vermogen

Vreemd vermogen

01-01-2024 Gemeenschappelijke regelingen Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) 9.309 Valleihopper Leisurelands* 77.432 Regio de Vallei 126 Omgevingsdienst de Vallei (OddV) 1.026 Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwaterketen en Grondwater Regio FoodValley 4.101 Totaal gemeenschappelijke regelingen 91.994

31-12-2024

01-01-2024

31-12-2024

2024

14.331 81.273 120 1.053 5.679 102.456

41.703 15.023 1 3.157 21.744 81.628

46.002 19.593 8.349 22.356 96.300

4.059 623 -6 547 59 1.577 6.859

Financiële gegevens verbonden partijen

Verwacht resultaat

Vennootschappen en coöperaties Coöperatie Parkeerservice UA* Ontwikkelingsmaatschappij Vitale vakantieparken (OMVV) Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO) PPS De Burgt Muziektheater Barneveld BNG Bank Alliander Totaal vennootschappen en coöperaties

2.200 g.n.b. 4.765 4.721 4.749 16.435

2.000 g.n.b. 4.660 4.777 6.038 17.475

3.600 g.n.b. 211 110.819 6.877 121.507

5.500 g.n.b. 159 123.164 6.908 135.731

- 200 g.n.b. - 105 403 1.048 1.146

Stichtingen en verenigingen Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten* Totaal stichtingen en verenigingen

2.983 2.983

2.451 2.451

1.765.854 1.765.854

2.041.255 2.041.255

5.967 5.967

Overige verbonden partijen Totaal Overige verbonden partijen Totaal verbonden partijen

-

-

-

-

-

111.412

122.382

1.968.989

2.273.286

13.972

Gemeenschappelijke regelingen Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)

63

Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM)

Openbaar belang

Financieel belang

De Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) voert voor de gemeenten Arnhem, Barneveld, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Nijkerk, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Wageningen, Westervoort en Zevenaar wettelijke taken uit rond brandweerzorg, publieke gezondheid, rampen en crisis. VGGM levert een bijdrage aan het behalen van gemeentelijke doelstellingen op programma 1 voor gezondheidszorg en programma 3 voor brandweerzorg. Barneveld betaalt € 7.673.705 als inwonersbijdrage (8,8% van de inbreng van gemeenten).

Bestuurlijk belang

In het Algemeen Bestuur van VGGM wordt de gemeente Barneveld vertegenwoordigd door burgemeester van der Tak. Burgemeester van der Tak neemt deel aan de bestuurscommissie veiligheid en wethouder de Heer neemt deel aan de bestuurscommissie gezondheid. De besluiten in het Algemeen Bestuur worden genomen met gewone meerderheid van stemmen (één stem per gemeente). Indien de stemmen staken, geeft de stem van de voorzitter de doorslag. Besluiten betreffende de begroting en de jaarrekening, alsmede de aan de begrotingen ten grondslag liggende beleidsplannen worden genomen op basis van gewogen stemrecht, waarbij de gemeente Barneveld (op basis van het inwoneraantal) 3 stemmen heeft.

Risico's

De risico's zijn beperkt en liggen voor een belangrijk deel op het terrein van bedrijfsvoering. Daar waar ook de komende jaren in geïnvesteerd gaat worden bij VGGM. We signaleren geen risico’s die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van Barneveld.

Valleihopper

Valleihopper

Openbaar belang

Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's

De Valleihopper verzorgt het geïndiceerd Wmo-vervoer voor de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel, Veenendaal en Wageningen. Het vervoer wordt verzorgd in opdracht van de deelnemende gemeenten. De organisatie is ondergebracht in de Bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO) Valleihopper. Voor de drie Utrechtse gemeenten wordt in opdracht van de Provincie Utrecht nog het aanvullend openbaar vervoer verzorgd. De bijdrage voor 2024 bedoeg circa € 400.000. Eventuele voor- en nadelen worden verrekend met de aangesloten gemeenten. Vertegenwoordiging vanuit alle colleges in het bestuur van BVO Valleihopper. Geen.

Leisurelands

Leisurelands

Openbaar belang

Financieel belang

Bestuurlijk belang Risico's

Leisurelands beheert 19 recreatiegebieden in Gelderland (en één in Limburg), waaronder Zeumeren. De inzet van Leisurelands is gericht op het verbeteren en exploiteren van de verschillende terreinen. De recreatiebranche is de afgelopen jaren in beweging. De consument wordt veeleisender en investeringen in de sector staan onder druk. Recreatieterrein Zeumeren is de komende jaren een proeftuin voor Leisurelands als het gaat om de toepassing van alternatieve energie (zonnepanelen en biovergassingsinstallatie) op recreatieterreinen. Tevens zet Leisurelands in op een kwalitatieve verbetering van het recreatiegebied. De gemeente Barneveld is samen met nog 22 andere gemeenten aandeelhouder van Leisurelands. De gemeente Barneveld heeft op basis van haar inwoneraantal 4,6% van de aandelen in bezit. De gemeente Barneveld verstrekt aan Leisurelands geen subsidie en Leisurelands keert geen dividend uit over de aandelen. Portefeuillehouder toerisme (economie) is gemandateerd om in de aandeelhoudersvergaderingen namens de gemeente Barneveld het woord te voeren en stemrecht uit te brengen op de door de gemeente Barneveld gehouden aandelen in het kapitaal van Leisurelands. Niet van toepassing.

Regio de Vallei

Regio de Vallei

Openbaar belang

Financieel belang Bestuurlijk belang

Regio De Vallei is een samenwerkingsverband op regionaal niveau dat bestaat uit de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Scherpenzeel en Wageningen. Binnen deze regio worden twee hoofdactiviteiten uitgevoerd: het beheren van het contract voor de inzameling van huishoudelijk afval en het gezamenlijk coördineren van beleid en inkoop op het gebied van GFT, PMD en huishoudelijk afval. De bijdrage van de gemeente Barnveld in 2024 bedraagt circa € 10.186. De verdeling kan iets anders worden, omdat de inwoneraantallen kunnen wijzigen. De portefeuillehouder Groen en Openbare Ruimte vertegenwoordigt de gemeente in het bestuur van Regio De Vallei. Het wijzigen of stopzetten van de GR kan juridische en/of financiële consequenties hebben.

Risico's

In de GR is voorzien in de mogelijkheid van uittreding. Daartoe moet het college een uittredingsplan opstellen en de regio moet worden gecompenseerd voor het nadeel dat de andere deelnemende gemeente lijden door het uittreden van een lid. De raad moet het uittredingsplan goedkeuren.

Omgevingsdienst de Vallei (OddV)

Omgevingsdienst de Vallei (OddV)

Openbaar belang Financieel belang

De Omgevingsdienst de Vallei is een samenwerkingsverband tussen de gemeenten Ede, Barneveld, Scherpenzeel, Nijkerk, Wageningen en de provincie Gelderland. De gemeenschappelijke regeling voert voor de deelnemers de taken Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving op grond van de Omgevingswet uit met als doel een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving. De deelnemersbijdrage van Barneveld voor 2024 is € 4.791.372.

64

Bestuurlijk belang Risico's

Wethouder Oosterwijk is lid van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur. De taak vergunningverlening valt in de portefeuille van wethouder Wijnne (RO) en het toezicht en de handhaving inde portefeuille van wethouder Oosterwijk. Het weerstandsvermogen is voldoende om de risico's op te vangen.

Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwaterketen en Grondwater Vallei en Veluwe

Centrumregeling Meten en Monitoren Afvalwaterketen en Grondwater Vallei en Veluwe

De Centrumregeling Meten en Monitoren legt de samenwerking vast tussen de gemeente Barneveld, diverse andere gemeenten in de regio en het Waterschap Vallei en Veluwe voor het verzamelen van data over de afvalwaterketen, het stedelijk oppervlaktewatersysteem en het grondwater. Een uitvoeringsteam (UVT) voert de taken uit.

Openbaar belang

De gemeente is verplicht om het functioneren van ons rioolstelsel, oppervlaktewater en grondwater te monitoren. Data, inzicht en advies zijn belangrijk voor inzicht in de systemen en om onderbouwde keuzen te maken voor maatregelenpakketten en strategieën. Ook als de omstandigheden wijzigen (bijvoorbeeld klimaatveranderingen). De gemeenschappelijke regeling staat garant voor kwaliteit, continuïteit, duurzaamheid en innovatie van de informatievoorziening tegen lage kosten. In opdracht wordt ook aanvullend advies uitgebracht. De Centrumregeling levert een bijdrage aan het behalen van de gemeenschappelijke doelen in programma 3 Woon- en Leefomgeving, 3.2 Aantrekkelijke leefomgeving.

Financieel belang

Bestuurlijk belang

Risico's

Het Waterschap draagt een derde van de kosten. De gemeenten dragen tweederde van het totaal waarbij elke gemeente een vast bedrag van € 2.000 bijdraagt vermeerderd met een percentage van de resterende som naar rato van haar inwoneraantal. De Barneveldse bijdrage voor 2024 bedroeg ca. € 56.000. De deelnemende gemeenten en het waterschap behouden hun eigen bestuurlijke structuur, bevoegdheden en verantwoordelijkheden (Art 2 lid 6 van de Centrumregeling). Wethouder Treep – van Hoeckel van de gemeente Soest is voorzitter van het bestuurlijk overleg. Wethouder Wijnne is lid van dat overleg, dat ten minste tweemaal per jaar plaatsvindt. De financiële gevolgen en risico’s zijn beperkt. De gemeente Barneveld levert vanuit het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) een bijdrage aan deze centrumregeling.

Regio FoodValley

Regio FoodValley Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang

Risico's

Regio Foodvalley is een samenwerkingsverband van meerdere gemeenten dat zich richt op regionale samenwerking en het realiseren van gemeenschappelijke beleidsdoelstellingen. Deze samenwerking omvat diverse programma's en projecten die bijdragen aan de strategische agenda van de regio. De bijdrage van Barneveld aan Regio Foodvalley in 2024 bedraagt 303.455 (bijdrage regiokantoor). voor het mbiliteitsfonds 64.409 en voor de programma's 388.276. Totaal €756.240. De vertegenwoordiging in het bestuur van Regio Foodvalley wordt verzorgd door de portefeuillehouder Regionale samenwerking Foodvalley. De ondersteuning door de gemeente Ede aan Regio Foodvalley wordt intensiever door de toenemende complexiteit van werkveld, regelgeving en processen. Momenteel worden de dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) geactualiseerd. De financiële impact hiervan op de begroting 2025 is nog onbekend, maar een stijging van huur- en energiekosten is al gemeld.

Vennootschappen en coöperaties Coöperatie Parkeerservice UA

Coöperatie Parkeerservice UA Ondersteuning bij het ontwikkelen, implementeren en uitvoeren van parkeerbeleid, zonder winstoogmerk. De deelnemende gemeenten (leden) zorgen samen voor inkoopkracht, schaalvoordeel en bundeling van kennis. Openbaar belang

Coöperatie Parkeerservice UA ondersteunt de gemeente Barneveld in de uitvoering van het parkeerbeheer. Op projectbasis wordt gewerkt aan het realiseren van activiteiten en maatregelen uit het Parkeerplan. Parkeerservice zoekt nieuwe leden. Tevens is het uitbreiden van het pakket aan diensten bij bestaande leden een belangrijk speerpunt.

Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's

De bijdrage voor het afsluiten van het raamcontract (beheer en onderhoud ‘straatparkeerapparatuur’, één Slagboomterrein, één Cameraparkeerterrein en nacalculatie geleverde diensten zoals beheer parkeervergunningen) is conform opdracht gefactureerd. Portefeuillehouder verkeer vertegenwoordigt de gemeente in de Algemene Leden Vergadering (ALV). Uitgangspunt van Coöperatie Parkeerservice UA is om kostendekkend te opereren. Er wordt gewerkt met een overeenkomst die jaarlijks wordt vastgesteld. Het lidmaatschap wordt daarmee jaarlijks verlengd. Voor opzegging geldt een opzegtermijn van één kalenderjaar.

Ontwikkelingsmaatschappij Vitale vakantieparken (OMVV)

Ontwikkelingsmaatschappij Vitale vakantieparken (OMVV)

Openbaar belang

Soms lopen lokale ontwikkelingen vast door complexe eigendomssituaties en/of problemen met de financiering. Als de markt het niet oplost en voor gemeenten het publiekrechtelijke spoor doodloopt, kan stevig ingrijpen nodig zijn. De elf Veluwse gemeenten en de provincie Gelderland, verenigd in het programma Vitale Vakantieparken, hebben daarvoor gezamenlijk de besloten vennootschap (bv) OMVV opgericht. In overleg met de betrokken gemeente kan de OMVV een rol spelen bij het aankopen en/of (tijdelijk) beheren van parken.

65

Financieel belang

€ 2.959 aan aandelen. Dat is 6,58% van de aandelen.

Bestuurlijk belang

Portefeuillehouder financiën is gemandateerd om de gemeente in de aandeelhoudersvergadering te vertegenwoordigen.

Risico's

De risico's zijn beperkt, omdat het aandeel van de gemeente Barneveld relatief klein is.

Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO)

Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO) Openbaar belang

Het participeren in ontwikkelingen in de regio en met name de woonwijk De Burgt.

Financieel belang

De gemeente heeft een geldlening uitstaan op GBO BV. Deze is grotendeels afgelost. Er staat nog voor € 0,4 miljoen uit. Daarnaast heeft de gemeente kosten voorgeschoten middels een rekeningcourantverhouding met GBO BV. Deze vordering op GBO BV is momenteel € 2,1 miljoen. Over beide bedragen wordt een rente in rekening gebracht aan GBO BV. Het maatschappelijk kapitaal bedraagt € 90.000; hiervan is € 18.151 geplaatst en volgestort. Voor de financiële resultaten wordt binnen de gemeente een voorziening aangehouden die jaarlijks muteert met het vaststellen van de jaarrekening van GBO BV.

Bestuurlijk belang

De Gemeente Barneveld is aandeeelhouder en bestuurder.

Risico's

Gemeente Barneveld Ontwikkeling (GBO) is 100% 'dochter' van de gemeente en dient slechts als hulpstructuur tot participatie. Voor de financiële risico's heeft de gemeente een voorziening getroffen die jaarlijks muteert op basis van de resultaten van GBO BV. Zodoende zijn de risico's nihil.

PPS De Burgt

PPS De Burgt Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's

Het ontwikkelen van nieuwbouwwijk de Burgt. De gemeente heeft geen direct financieel belang. Het financiële belang (deelnemingen en verstrekte leningen) loopt via GBO BV. De financiële resultaten vertalen zich jaarlijks in de jaarrekening van GBO BV. De Gemeente Barneveld is aandeelhouder en bestuurder van de beherende vennoten. De risico’s worden beperkt ingeschat als gevolg van afspraken rondom De Burgt die door de raad bekrachtigd zijn.

Muziektheater Barneveld

Muziektheater Barneveld Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang

Risico's

Het beschikbaar stellen van vastgoed om openbaar toegankelijke culturele voorstellingen en evenementen mogelijk te maken. Deelneming in geplaatst maatschappelijk kapitaal van € 6,1 miljoen. Het aandeel van de gemeente is 78,25%. De exploitatie van het Muziektheater is in handen van MTB BV. College van B&W is samen met Stichting Fonds 1845 eigenaar van het theatergebouw. Beide maken deel uit van de Algemene vergadering van aandeelhouders MTB BV. Wethouder Pluimers vertegenwoordigt de gemeente in de Algemene vergadering van aandeelhouders. MTB BV heeft één huurder, te weten Schaffelaartheater BV. De mate waarin de huurder zijn huur kan betalen is een risico. Aankomende jaren zal er meer onderhoud van het vastgoed nodig zijn. De bijdrage in de VVE zal hoger worden.

BNG Bank

BNG Bank Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang Risico's

Lage tarieven, laagdrempelige toegang tot de geld- en kapitaalmarkt, dividend en overige bancaire faciliteiten. 24.570 aandelen van totaal 55.690.720 aandelen, in casu 0,04%. Als aandeelhouder is er geen sprake van een gespecificeerde contractduur. Onder voorwaarden zou het aandeelbezit vervreemd kunnen worden. BNG Bank voldoet aan de Europese minimumeis ten aanzien van de zogenoemde leverage ratio van 3%. Deze ratio is in 2023 13%

Alliander

Alliander Openbaar belang Financieel belang Bestuurlijk belang

Zorgen voor een betrouwbaar en bestendig netwerk ten behoeve van transport energie. 557.962 aandelen in bezit van de in totaal 136.795.000. College treedt namens raad op bij onder andere aandeelhoudersvergaderingen. Als aandeelhouder is er geen sprake van een gespecificeerde contractduur. Onder voorwaarden zou het aandelenbezit vervreemd kunnen worden.

66

Risico's

Als aandeelhouder is er geen sprake van een gespecificeerde contractduur. Onder voorwaarden zou het aandelenbezit vervreemd kunnen worden. Solvabiliteit is goed.

Stichtingen en verenigingen Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten

Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten

Openbaar belang

Financieel belang Bestuurlijk belang

Risico's

Zorgen voor de verbetering van de kwaliteit van de volkshuisvesting en de gebouwde omgeving in brede zin. Doelstelling wordt nagestreefd door het verstrekken van leningen. De gemeente heeft via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) lopen: - garantstelling Woningstichting Barneveld; - VROM-starterslening; - duurzaamheidslening / stimuleringsregeling toekomstbestendig wonen. Het saldo van de uitstaande leningen (uitgaven minus inkomsten) was per 31 december 2023 € 6,141 miljoen voor 538 starters- en 326 duurzaamheidsleningen en 393 Toekomst Bestendig Wonen Leningen (TBWL) Lidmaatschap van gemeente Op 31 december 2023 bedroeg het SVn-vermogen 69 miljoen. Een deel daarvan reserveert SVn sinds 2014 voor het 10% eigen risico op verliezen bij NHG-hypotheken voor startersleningen. SVn neemt dit risico over van gemeenten, provincies en samenwerkingspartners en belast deze bij eventuele verliesdeclaraties niet door. De niet door NHG gegarandeerde verliesdeclaraties op de combinatielening (die samen met de starterslening wordt verstrekt) bekostigt SVn tijdens deze periode eveneens uit het SVn-vermogen. Ook SVn-plusleningen (€ 0,1 miljoen) en de eerste honderd verzilverleningen (€ 1,3 miljoen) financierden we uit het SVn-vermogen. Deze voldoen echter beide aan de voorwaarden van NHG. SVn betaalt de 10%

Overige verbonden partijen

Er zijn geen overige verbonden partijen.

67

Paragraaf 7 Bedrijfsvoering

7.1. Inleiding De gemeentelijke bedrijfsvoering heeft zich in 2024 verder ontwikkeld langs de lijnen van het programma Barneveld Groeit!. Daarbij is ingezet op uitvoering en implementatie, met behoud van de dagelijkse (interne en externe) dienstverlening. We gaan in deze paragraaf in op de thema’s: Organisatieontwikkeling Digitalisering en informatievoorziening Financiële strategie en in control zijn Rechtmatigheidstoelichting

7.2. Organisatieontwikkeling 2024 was het jaar waarin de organisatieontwikkeling is doorgezet van denken naar doen. De leergang Barnevelds Leiderschap is voortgezet en vertaald naar een aanpak voor de hele organisatie, gericht op integraal samenwerken, wendbaarheid en het versterken van eigenaarschap. Daarnaast zijn de bestuursopdrachten voor een aantal programma’s uitgewerkt en overgegaan naar de implementatiefase. Na pilots in 2023 is in 2024 een start gemaakt met het implementeren van Portfoliomanagement als instrument om keuzes en prioriteiten beter te kunnen afwegen. Ook is structureel aandacht besteed aan strategisch personeelsbeleid, duurzame inzetbaarheid en het verbeteren van de samenwerking binnen en tussen teams. Eind 2024 is een start gemaakt met het verder versterken van de integrale sturing van de organisatie, waarbij de verschillende instrumenten als planvorming, begrotingsmomenten, portfolio, etc zo goed mogelijk op elkaar aansluiten. Gebruik van nieuwe ‘dashboards’ met actuele financiële en HR data moet daarbij helpen.

7.3 Digitalisering & informatievoorziening De gemeente heeft in 2024 verdere stappen gezet richting een toekomstbestendige informatievoorziening. De migratie naar Microsoft Azure is gestart en de basis voor een vernieuwde ICT-infrastructuur is gelegd. Tegelijkertijd is Zaakgericht Werken verder geïmplementeerd en is de digitale archivering versterkt. De I-visie is vastgesteld en vormt de leidraad voor alle I-ontwikkelingen. I-Governance is doorontwikkeld tot een volwaardig sturingskader voor de informatievoorziening, inclusief portfoliomanagement. Er is ingezet op het versterken van digitale vaardigheden van medewerkers en op het structureel verankeren van datagedreven werken. Managementinformatie wordt steeds beter ontsloten, waarmee de informatiepositie van leidinggevenden verder is versterkt.

7.4 Financieel beleid en in control zijn In 2024 is verder gewerkt aan het realiseren van een financieel gezonde en voorspelbare organisatie. Realistisch begroten is steviger ingebed in beleid en processen, waarbij de P&C-cyclus en financiële verordeningen zijn aangescherpt. De informatiebeveiliging is verder opgeschroefd door inzet van een extern Security Operations Center en door het oefenen met nieuwe noodprotocollen op bestuurlijk en ambtelijk niveau. Daarnaast is gewerkt aan de voorbereiding op de Europese NIS2-richtlijn en AI-regelgeving. De organisatie is beter in staat om adequaat te reageren op risico’s en voldoet steeds beter aan de eisen van verantwoording en auditability.

7.5 Overhead berekening Per saldo resulteert een verschil binnen de organisatiekosten en de toerekening van de overhead in een nadeel van € 1.999.000 op de toerekening van de overhead. Dit bestaat uit een nadeel van €118.000 door de transformatie binnen Facilitair en Catering (personeel) en reparatie/vervanging materiaal. Financieel economische dienstverlening heeft een nadeel van €276.000 door extra storting mbt dubieuze debiteuren €88.000 en daarnaast extra inhuur personeel ivm personele wisselingen, ziekte en schaarste op de arbeidsmarkt. Informatie & Automatisering had een nadeel van €86.000 door dubbele kosten wegens invoering van nieuwe ICT-infrastructuur. Personeel & Organisatie was €473.000 incidenteel nadelig door extra stortingen mbt voorzieningen WAO, Spaarverlof en daarnaast minder ontvangen mbt UWV uitkeringen. Verder is er binnen de overige organisatiekosten een incidentele budgetoverheveling geweest van €294.000 die op het programma Barneveld groeit slaat. De doorbelaste kosten naar grondexploitaties heeft gezorgd voor een nadeel van € 1.364.000. Daarbij was er een voordeel van € 186.000 in verband met de doorbelaste kosten naar investeringsprojecten. De overige afwijkingen zijn relatief gering en zorgen voor een nadeel van € 162.000.

bedragen x € 1.000 Primitieve Begroting

Actuele Begroting

Rekening 2024

Verschil

Rekening 2023

Organisatiekosten Directie, management (inclusief ondersteuning) Personeel & Organisatie Informatie & Automatisering Financieel economische dienstverlening Huisvesting Facilitaire diensten Overige organisatiekosten Totaal Organisatiekosten

- 7.966 - 2.495 - 6.980 - 2.284 - 1.389 - 2.130 - 3.762 - 27.005

- 7.338 - 2.669 - 6.622 - 2.638 - 1.401 - 2.149 - 3.684 - 26.502

- 7.439 - 3.143 - 6.708 - 2.914 - 1.539 - 2.267 - 3.313 - 27.323

- 101 N - 473 N - 86 N - 276 N - 138 N - 118 N 372 V - 821 N

- 6.935 - 2.302 - 5.451 - 2.579 - 1.011 - 2.136 - 2.870 - 23.282

Toerekening overhead Doorbelaste kosten naar grondexploitaties Doorbelaste kosten naar investeringsprojecten Totaal Toerekening overhead

1.001 769 1.770

1.003 780 1.782

- 361 966 605

- 1.364 N 186 V - 1.178 N

329 - 226 103

- 25.235

- 24.719

- 26.718

- 1.999 N

- 23.179

Overhead

Totaal overheadkosten

68

7.6 Rechtmatigheid In de Rechtmatigheidsverantwoording, zoals opgenomen in de jaarrekening, licht het college van burgemeester en wethouders toe in hoeverre de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties financieel rechtmatig zijn. Alle geconstateerde onrechtmatigheden zijn in deze paragraaf toegelicht. Begrotingscriterium In de rechtmatigheidsverantwoording worden alle begrotingsafwijkingen als onrechtmatig aangemerkt. Het financieel handelen dat ten grondslag ligt aan de baten en lasten moet plaatsvinden binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting. Uitgangspunt is het niveau waarop de raad de (investerings)budgetten in de begroting geautoriseerd heeft. In de begroting van gemeente Barneveld zijn dit de programmaonderdelen en de investeringskredieten. Het merendeel van de geconstateerde begrotingsonrechtmatigheid betreft afwijkingen die zijn aangemerkt als acceptabele begrotingsafwijkingen. Een significant deel van de begrotingsonrechtmatigheid komt tot stand door het afboeken van vier verkochte gebouwen van de activa. Omdat hier sprake is van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren, wordt deze overschrijding aangemerkt als acceptabel.

Het gedeelte van de begrotingsonrechtmatigheid dat niet is aangemerkt als acceptabel heeft te maken met een lastenoverschrijding op programmaniveau en overschrijdingen op investeringskredieten. Op programma 4 Bestuur en interne dienstverlening is er sprake van een niet geautoriseerde lastenoverschrijding. Een uitgebreide toelichting hierop is opgenomen in Bijlage 3 Overzicht programma's en producten. De lastenoverschrijding op investeringskredieten heeft betrekking op 7 kredieten. Een nadere toelichting hierop is opgenomen in Bijlage 9 Investeringskredieten. Begrotingsafwijkingen komen jaarlijks terug en kunnen door de gemeente niet altijd worden beïnvloed. Openeinde regelingen, late betalingen door het Rijk, onvoorziene kostenstijgingen of het treffen van noodzakelijke voorzieningen, leiden bijna onherroepelijk tot begrotingsonrechtmatigheid. We blijven als gemeente kritisch naar het begrotingsproces kijken. Hierbij hebben we onder andere aandacht voor de totstandkoming van kredieten en het tijdig monitoren van de uitgaven op investeringskredieten. Voorwaarden criterium Het voorwaardencriterium gaat over het naleven van de eisen bij het financieel handelen. De eisen zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, waaronder de Europese aanbestedingsregelgeving.

Het gaat om zaken als de juiste doelgroep, termijn en grondslag, het voldoen aan administratieve bepalingen en normbedragen. Inkopen Ten aanzien van inkoop zijn voor het jaar 2024 onrechtmatige inkopen geïdentificeerd voor een bedrag van € 1.862.820,- in verband met niet naleven van de (Europese) aanbestedingsrichtlijnen. Ten opzichte van 2023 is bij de controle op de rechtmatigheid van inkopen een wijziging geweest in de controleaanpak. In 2024 is met data-analyse een meer integrale methodiek gehanteerd ten opzichte van de steekproefsgewijze aanpak in 2023. Het bedrag aan onrechtmatigheid op de inkopen is hierdoor hoger uitgevallen. Hoewel de uitgaven in 2024 integraal zijn geanalyseerd, zouden nieuwe onrechtmatigheden zich kunnen voordoen in toekomstige jaren. Hieronder is per categorie een nadere toelichting opgenomen van de onrechtmatige inkopen in 2024. Buitendiensten Voor de categorie buitendiensten is er een onrechtmatigheid geconstateerd van € 710.259,-. In verband met capaciteitsproblemen heeft de aanbesteding hiervan op zich laten wachten. IT Voor de categorie IT is er een onrechtmatigheid geconstateerd van € 510.814. De aard van deze uitgaven brengt met zich mee dat de aanbesteding van deze applicaties complexiteiten met zich meebrengt, omdat de gehele operationele organisatie afhankelijk is van deze applicaties.

Onderhoudsdiensten Voor de categorie onderhoudsdiensten is er een onrechtmatigheid geconstateerd van € 325.986,-. Deze onrechtmatigheid wordt veroorzaakt doordat er onvoldoende is gemonitord op het overschrijden van de Europese aanbestedingsgrens op leveranciers die structureel worden ingezet op diverse onderhoudswerkzaamheden. Advies- en ingenieursdiensten Voor de categorie advies- en ingenieursdiensten is er een onrechtmatigheid geconstateerd van € 185.798,-. Deze onrechtmatigheid wordt veroorzaakt doordat leveranciers structureel op diverse projecten worden ingezet. Dit heeft als gevolg dat er onvoldoende integraal beeld is op de uitgaven. Inhuur en overige diensten Voor de categorie inhuur en overige diensten is er een onrechtmatigheid geconstateerd van € 129.962,-. De onrechtmatigheid op inhuur wordt veroorzaakt doordat de inhuurprocedure niet volledig is nageleefd. De onrechtmatigheid op overige diensten is veroorzaakt doordat er onvoldoende is gemonitord op het overschrijden van de Europese aanbestedingsgrens. De organisatie is zich ervan bewust dat deze onrechtmatigheden opgelost moeten worden. De organisatie maakt hierbij onder andere de afweging op basis van de beschikbare capaciteit en het doel om aanbestedende diensten zo goed mogelijk te laten aansluiten op de operationele processen.

Het oplossen van de huidige onrechtmatigheden op inkoop is een meerjarenplan, waardoor niet alle onrechtmatigheden op korte termijn kunnen worden weggenomen. De organisatie is voornemens om preventief te sturen op de inkopen om te waarborgen dat de organisatie voor de toekomst structureel rechtmatig inkoopt. Hiervoor is het van belang dat de inkopen actief gemonitord worden op zowel teamniveau als voor de organisatie als geheel. Potentiële bedreigingen voor de rechtmatigheid van inkopen kunnen hiermee tijdig worden geadresseerd. Subsidies

69

Ten aanzien van de subsidies is een onrechtmatigheid geconstateerd van € 397.946,-. Het gaat hierbij om een begrotingssubsidie waarbij de verantwoording niet de gehele subsidie dekt. Daarnaast gaat het om een incidentele subsidie waarbij de verantwoordingseisen uit de Algemene Subsidieverordening (Asv) niet volledig zijn gehandhaafd. Desalniettemin zijn deze subsidies terecht verstrekt en is er geen sprake van misbruik en oneigenlijk gebruik. Ten aanzien van de subsidies is het proces aangescherpt en is het aannemelijk dat deze onrechtmatigheid er op termijn uitgaat. Naleving Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) De Wet FIDO bepaalt dat het aangaan van leningen, het uitzetten van middelen of het verlenen van garanties alleen mag voor de publieke taak. Enige uitzondering hierop is het uitzetten van overtollige middelen. Deze uitzettingen dienen dan een prudent karakter te hebben en niet gericht te zijn op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatig risico. Daarnaast bepaalt de Wet FIDO dat de gemiddelde netto vlottende schuld per kwartaal niet de kasgeldlimiet overschrijdt (bepaald in de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden) en dat het renterisico op de vaste schuld van de gemeente de renterisiconorm (bepaald in dezelfde uitvoeringsregeling), niet overschrijdt.

Wij hebben de bepalingen in de Wet FIDO nageleefd en hiermee rechtmatig gehandeld, zowel financieel als niet financieel. Een nadere toelichting is opgenomen in paragraaf 4.4 risicobeheer. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Bij fraude door een persoon of organisatie wordt bewust misbruik gemaakt van vertrouwen om een voordeel te behalen. Fraude is een verzamelnaam voor meerdere gerelateerde begrippen zoals niet-integer gedrag (integriteit), misbruik- en oneigenlijk gebruik, corruptie en criminaliteit. Het voorkomen van fraude en misbruik en oneigenlijk (M&O) gebruik is daarom binnen de organisatie een belangrijk aandachtspunt. Op dit moment heeft de gemeente nog geen centraal fraude en M&O beleid vastgesteld. Wel is er gedurende 2024 een uitgebreide frauderisicoanalyse opgesteld. Daaruit blijkt dat in de werkprocessen van de organisatie tal van maatregelen zijn genomen om het risico op fraude en onrechtmatig handelen zoveel mogelijk te reduceren. Te denken valt hierbij aan functiescheiding, toepassen van ‘meer ogen – principe’ en ICT- maatregelen op het gebied van identificatie en authenticatie. Daarnaast is in de organisatie ook aandacht voor de meer culturele en gedragskant van fraude en onrechtmatigheden. Voorbeelden hiervan zijn trainingen op het gebied van morele dilemma’s en beleid om een veilig werkklimaat te waarborgen.

Naast preventieve maatregelen voert de gemeente ook diverse verbijzonderde interne controles uit. Voor transactiestromen waarbij dergelijke risico's aanwezig zijn, wordt daarom beoordeeld of er indicaties zijn dat er sprake is van fraude. In 2024 zijn geen gevallen van interne fraude binnen de organisatie geconstateerd.

70

Paragraaf 8 Wet open overheid

In 2024 is gewerkt aan implementatie van de Wet open overheid (Woo).Zo maakten we informatiecategorieën actief openbaar en is de Woo-contactpersoon gestart. In 2024 hebben we daarnaast verschillende resultaten bereikt. Hiervoor hebben we ook (gedeeltelijk) de Woo-gelden ingezet. Informatiecategorieën die openbaar zijn gemaakt Op basis van Koninklijk Besluit tranche 1 (verplicht per 1 november 2024) en vooruitlopend op tranche 2 (verwachte verplichting eind 2025) van de Wet open overheid zijn de volgende informatie categorieën in 2024 openbaar gemaakt: Woo-verzoeken en -besluiten, aantal 49 (tranche 2); Lokale wet- en regelgeving, aantal 55 (tranche 1); Algemene informatie over de gemeenteraad, het college en de gemeentelijke organisatie worden gepubliceerd via de gemeentelijke website en de Woo-index (tranche 1); Contactgegevens voor het indienen van een Woo-verzoek (tranche 1); Een organogram van de gemeente Barneveld, geannoteerd met teambeschrijvingen (tranche 1). Deze zijn gepubliceerd op www.barneveld.nl, www.barneveld.bestuurlijkeinformatie.nl, Woo-index Gemeente Barneveld | Overheid.nl, OpenBarneveld | Barneveld Woo. Start Woo-contactpersoon Per januari 2024 is de Woo-contactpersoon gestart. De contactmogelijkheid met deWoo-contactpersoon is toegevoegd op de website.

Het indienen van een Woo-verzoek is geactualiseerd en gepubliceerd op de gemeentelijke website: Woo-verzoek (Wet open overheid) | Gemeente Barneveld Welke resultaten hebben we bereikt in 2024? Verdere implementatie van de Woo wordt georganiseerd als project Woo binnen het Programma Dienstverlening, in samenwerking met de lijnorganisatie: In 2024 is gestart met de voorbereiding om diverse Woo-categorieën per 1 november 2024 actief openbaar te kunnen maken. De gemeente Barneveld heeft in 2024 een eigen publicatieplatform geïmplementeerd, de voorbereidingen daarvoor zijn in 2023 gestart. De informatiehuishouding is in 2024 verder opgepakt in lijn met het jaar 2023 door zaakgericht werken stapsgewijs organisatiebreed in te voeren. De organisatie is bijgepraat over het belang en ontwikkelingen van de Woo tijdens een lunchsessie. De organisatie blijft op de hoogte door interne nieuwsberichten. In 2024 is een opleidingstraject Woo voor medewerkers ontwikkeld. Dit traject start in 2025. Naast invulling geven aan de Wet open overheid besteedt de gemeente Barneveld structureel aandacht aan het digitaal toegankelijk en vindbaar zijn van gepubliceerde documenten. We vinden het daarnaast belangrijk dat de documenten in begrijpelijke taal zijn geschreven en digitaal toegankelijk zijn.

Waar hebben we de Woo-gelden voor ingezet? De Woo-gelden zijn in 2024 ingezet voor: het afhandelen van de Woo-verzoeken; structurele formatie te organiseren voor de Woo-contactpersoon; het publicatieplatform; benodigde capaciteit voor het project Woo.

71

Jaarrekening Overzicht baten en lasten Toelichting baten en lasten

Conform het BBV (art. 24) is het verplicht een overzicht van de baten en lasten op te nemen in de jaarrekening. Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat onder andere per programma of per programmaonderdeel de gerealiseerde baten en lasten en het saldo daarvan. Daarnaast bevat het een overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen, de gerealiseerde kosten van de overhead en het bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting. Voor een toelichting op de belangrijkste (incidentele en structurele) afwijkingen wordt verwezen naar het hoofdstuk Financieel Resultaat en Bijlage 3 overzicht programma's en producten en Bijlage 8 incidentele baten en lasten. Ten opzichte van de Jaarverslaggeving 2023 is er tussen de baten en lasten in Programma 4 Bestuur en Interne dienstverlening een verschuiving ontstaan na de verkoop en afwaardering van diverse activa. Het saldo van het programma is ongewijzigd en dit heeft daarom geen financieel effect op de vergelijkende cijfers. Ten opzichte van de Programmabegroting 2024 is er tussen de Algemene dekkingsmiddelen en Overhead een verschuiving ontstaan doordat de begrote salariskosten aan een verkeerd grootboeknummer waren gekoppeld. Dit is op een later moment gecorrigeerd. Dit heeft geen financieel effect op de vergelijkende cijfers.

Ten opzichte van de Programmabegroting 2024 is er tussen Programma 1 Participatie en Ondersteuning en Programma 3 Woon- en leefomgeving een verschuiving ontstaan doordat een SiSa-regeling aan een verkeerd programma was gekoppeld. Dit is bij het opstellen van de Jaarverslaggeving 2023 al opgelost, waardoor de vergelijkende cijfers met 2023 wel aansluiten. Dit heeft verder geen financieel effect op de vergelijkende cijfers.

Begrotingsrechtmatigheid

In het kader van begrotingsrechtmatigheid dient (conform de BBV-voorschriften) aangegeven te worden in hoeverre afwijkingen ten opzichte van de actuele begroting rechtmatig zijn. In onderstaande tabel zijn de begrotingsafwijkingen (x € 1.000) opgenomen per programma. Een afwijking in de lasten van een programma groter dan € 50.000 wordt aangemerkt als onrechtmatig en toegelicht. Binnen Programma 4 Bestuur en interne dienstverlening is sprake van een overschrijding van het begrote lastenniveau die daarom als onrechtmatig wordt aangemerkt. In Bijlage 3 Programma's en producten worden per programma en beleidsproduct de financiële afwijkingen toegelicht.

Overzicht baten en lasten

bedragen x € 1.000 Rekening Verschil 2024

Rekening 2023

Primitieve Begroting

Actuele Begroting

- 76.138 - 48.237 - 72.675 24.438

- 105.620 - 54.026 - 67.017 12.991

- 106.170 - 55.362 - 80.850 25.488

- 94.099 - 53.047 - 79.931 26.884

12.071 V 2.315 V 919 V 1.396 V

Saldo van baten en lasten Programma's 1. Participatie en ondersteuning Lasten Baten 2. Bedrijvigheid en bereikbaarheid Lasten Baten 3. Woon- en leefomgeving Lasten Baten 4. Bestuur en interne dienstverlening

- 304

- 5.660

- 5.238

- 7.644

- 2.406 N

- 22.020 21.716

- 6.584 925

- 6.163 925

- 5.573 - 2.071

590 V - 2.996 N

- 25.121 - 62.775 37.654

- 41.728 - 66.913 25.185

- 43.031 - 69.396 26.365

- 32.323 - 68.327 36.005

10.708 V 1.068 V 9.640 V

- 2.476

- 4.207

- 2.539

- 1.086

1.453 V

- 10.478 8.002

- 8.038 3.832

- 8.258 5.719

- 13.632 12.546

- 5.374 N 6.827 V

97.252 121.581

97.676 123.011

104.154 128.874

104.701 130.850

546 V 1.976 V

Lasten Baten

- 1.345 122.926

- 1.657 124.668

- 2.279 131.153

- 1.827 132.677

452 V 1.524 V

Overhead Lasten Baten

- 23.179 - 24.065 886

- 25.235 - 25.518 283

- 24.719 - 25.151 432

- 26.718 - 27.068 350

- 1.999 N - 1.917 N - 82 N

Vennootschapsbelasting

- 1.149

-

-

569

569 V

- 1.149

-

-

569

569 V

-

- 100 - 100

-

-

-

21.114

- 7.945

- 2.016

10.601

12.617 V

Mutatie reserves Mutatie reserves Mutatie reserves

- 21 - 21

4.048 4.048

7.860 7.860

5.356 5.356

- 2.504 N - 2.504 N

Toevoegingen Onttrekkingen

- 19.338 19.316

- 4.877 8.925

- 2.330 10.190

- 3.619 8.975

- 1.290 N - 1.215 N

- 21

4.048

7.860

5.356

- 2.504 N

21.093

- 3.896

5.845

15.957

10.113 V

Lasten Baten Alg. dekkingsmiddelen, overhead, vpb en onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen

Lasten Onvoorzien Lasten Saldo van baten en lasten

Mutatie reserves Gerealiseerd resultaat

Balans en toelichting Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

Grondslagen voor waardering De jaarrekening is opgesteld op basis van de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) provincies en gemeenten.

72

Activa algemeen Activaposten (bezittingen) worden in beginsel gewaardeerd op basis van de vervaardigingsprijs (grondexploitaties) of verkrijgingsprijs (overig). Als de marktwaarde van een materieel actief blijvend lager is dan de boekwaarde, wordt het actief tot deze waarde afgewaardeerd. Voor verwachte verliezen bij grondexploitaties of het risico van oninbare vorderingen worden voorzieningen getroffen. Immateriële vaste activa Onder immateriële vaste activa worden opgenomen: kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en disagio; kosten van onderzoek en ontwikkeling. De afschrijvingstermijn op de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en disagio, is maximaal gelijk aan de looptijd van de lening. De afschrijvingstermijn van kosten onderzoek en ontwikkeling bedraagt ten hoogste vijf jaar. Materiële vaste activa Onderscheid wordt gemaakt in investeringen met economisch respectievelijk maatschappelijk nut. Investeringen met economisch nut dragen bij aan de mogelijkheid om middelen te verwerven (bijvoorbeeld door de kosten ervan in tarieven te verwerken). Tijdens de vervaardiging van een actief wordt rente toegerekend voor de benodigde financiering. Bij activering worden eventuele bijdragen van derden in mindering gebracht. De materiële vaste activa worden afgeschreven overeenkomstig de bij de financiële verordening behorende tabel afschrijvingstermijnen.

Afschrijving vindt plaats tegen een percentage van de aanschaffingswaarde, gebaseerd op de gemiddelde levensduur van de activa. Een aantal activa kennen een annuïtaire afschrijving. Afwijking van deze tabel is slechts mogelijk bij raadsbesluit. Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 5.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen, tenzij zij behoren tot een groep van activa. Kosten voor onderzoek en ontwikkeling worden niet geactiveerd tenzij deze binnen afzienbare tijd gevolgd worden door een investering in materiële vaste activa. De kosten komen in dat geval ten laste van de investering en worden in maximaal vijf jaar lineair afgeschreven. In de andere gevallen worden de kosten in het betreffende jaar in één keer afgeboekt. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Bij investeringen wordt begonnen met afschrijven in het jaar na ingebruikname van het activum. Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen, leningen, overige langlopende leningen en overige uitzettingen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs onder aftrek van eventuele aflossingen. Deelnemingen worden in afwijking hiervan gewaardeerd tegen marktwaarde indien deze waarde lager is dan de verkrijgingsprijs.

De bijdrage aan activa in eigendom van derden wordt gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdrage, verminderd met afschrijvingen. Onder uitzettingen worden aandelen, obligaties, maar ook leningen en vorderingen verstaan. Uitzettingen met een looptijd korter dan een jaar worden opgenomen onder de vlottende activa. Uitzettingen met een oorspronkelijke looptijd van langer dan een jaar worden gedurende de gehele looptijd onder de financiële vaste activa opgenomen. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden met de nominale waarde van leningen verrekend. Voorraden Onder de voorraden vallen de grondexploitaties. Het onderhanden werk van de grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen het saldo van de gerealiseerde kosten en opbrengsten. Dit gaat zowel om de directie kosten voor het verwerven, slopen en bouw- en woonrijp maken als ook de rente- en plankosten. Een eventuele voorziening voor verwachte verliezen wordt hierop in mindering gebracht. Vanaf 2016 is het verplicht om de POC-methode (percentage of completion) te hanteren om tussentijdse winstnemingen te bepalen. De gemeente Barneveld hanteert deze methode, in afwijking van de methode zoals die is vastgesteld in de nota 'Grondbeleid'. Passiva algemeen Voor zover niet anders vermeld, zijn passiva gewaardeerd tegen nominale waarde.

Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het onverdeeld resultaat over het boekjaar. Voorzieningen Voorzieningen worden gevormd ter afdekking van: Verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is in te schatten. Op balansdatum bestaande risico’s voor bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen, waarvan de omvang redelijkerwijs is in te schatten. Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b van het BBV. Langlopende schulden Deze schulden hebben een looptijd van meer dan 1 jaar en worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Eigen bijdrage op grond van de Wmo Een aanvrager van een voorziening, hulp in de huishouding, beschermd wonen of een financiële tegemoetkoming (persoonsgebonden budget) is op grond van de Wmo een bijdrage verschuldigd. De wetgever heeft bepaald dat de berekening, oplegging en incasso van deze eigen bijdrage wordt uitgevoerd door het CAK.

De informatie van het CAK (om privacyredenen beperkt) is ontoereikend om als gemeente de juistheid op persoonsniveau en volledigheid van de eigen bijdragen als geheel te kunnen vaststellen. Door deze systematiek te kiezen voor het vaststellen van de eigen bijdragen door het CAK bepaalt de wetgever in feite dat de verantwoordelijkheid voor de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen op grond van de Wmo geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Dit betekent dat door de gemeenten geen zekerheden over omvang en hoogte van de eigen bijdragen kunnen worden verkregen. Grondslagen voor resultaatbepaling Baten (opbrengsten) en lasten (kosten) worden gerangschikt conform de begroting en toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Uitzonderingen zijn dividenden en bepaalde personele lasten. Dividendopbrengsten uit deelnemingen worden geschat op basis van ervaringscijfers. Als het uiteindelijke dividend hiervan afwijkt wordt dit verantwoord in het jaar waarin het dividend wordt ontvangen.

73

Rente Er wordt rente toegerekend aan vaste activa en aan bouwgronden in exploitatie (BIE's). Afschrijvingen De afschrijvingen geschieden tijdsevenredig op basis van de verwachte economische levensduur en starten 1 januari volgend op het jaar van ingebruikname. Deze werkwijze hanteren wij vanaf begrotingsjaar 2013. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Grondslagen rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: − De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiëleverhoudingswet; − De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 7 februari 2024 door de raad is vastgesteld. Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de financiële verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn.

Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tijdig aan de raad zijn gemeld. Voor het M&O criterium heeft er toetsing plaatsgevonden op juistheid en volledigheid van de gegevens, die door de belanghebbenden zijn verstrekt om het voldoen aan voorwaarden aan te tonen. Dit ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van wet- en regelgeving. Omdat alleen bij misbruik sprake is van een onrechtmatigheid zijn eventuele gevallen van misbruik (mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordingen) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. − De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: Een verantwoordingsgrens van 1% van de lasten inclusief dotaties aan de reserve (zijnde € 1.994.000) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; Een rapporteringstolerantie van € 1.994.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen. Balansratio’s In de jaarverslaggeving is een aantal kengetallen opgenomen ter beoordeling van onze schuldpositie.

Deze zijn conform de BBV-regelgeving opgenomen in paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Een aantal van deze kengetallen heeft een direct verband met de balans van de gemeente.

Balans bedragen x € 1.000 Activa Vaste activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa

31-12-2023 1.080 277.742 14.290

31-12-2024

Passiva

31-12-2023

31-12-2024

2.780 307.584 15.137

Vaste passiva Eigen vermogen Reserves Onverdeeld resultaat

113.938 21.093

129.675 15.957

Vreemd vermogen Voorzieningen Langlopende schulden Totaal vaste passiva

12.712 189.779 337.522

12.555 191.022 349.209

Totaal vaste activa

293.112

325.501

Vlottende activa Voorraden Vorderingen Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa

49.791 27.383 9 17.661 94.844

53.196 12.343 372 20.983 86.894

Kortlopende schulden Liquide middelen Overlopende passiva Totaal vlottende passiva

24.238 293 25.903 50.434

20.652 -0 42.534 63.186

Totaal activa

387.956

412.395

Totaal passiva

387.956

412.395

- Gewaarborgde leningen

214.291

265.486

Recht verliescompensatie Vpb

Vlottende passiva

-

In bovenstaande balans wordt een verkorte omschrijving gebruikt voor de diverse posten. De terminologie volgens BBV is als volgt: Balanspresentatie: Terminologie BBV: - Vorderingen (activa) - Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Langlopende schulden (passiva) - Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer - Kortlopende schulden (passiva) - Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - Liquide middelen (passiva) - Banksaldi (deze zijn onderdeel van de netto-vlottende schulden)

Bezittingen en financiering

Bezittingen Op de activazijde van de balans staan de bezittingen van de gemeente benoemd, uitgedrukt in geld. Onderstaande grafiek geeft een beeld van de omvang van deze diverse bezittingen. Financiering De passivazijde van de balans geeft weer hoe de bezittingen zijn gefinancierd. Uit onderstaande grafiek is helder te zien dat dit voor circa 48% wordt gedaan met langlopende schulden.

74

Toelichting op de balans

Activa Vaste activa

Immateriële vaste activa Onder de immateriële vaste activa zijn met name kosten geactiveerd die gemaakt worden voor onderzoek en ontwikkeling. Voorbereidingskosten voor grondexploitaties worden ook opgenomen onder deze post voor maximaal 5 jaar. De stijging van de immateriële vaste activa wordt met name veroorzaakt door de uitgaven aan kosten van onderzoek en ontwikkeling. De afschrijvingen zijn in lijn met voorgaand jaar. Materiële vaste activa Er is vastgesteld dat enkele posten onder de materiële vaste activa in 2023 onder de verkeerde categorie waren opgenomen. In 2024 is dit gecorrigeerd, waardoor de boekwaarde per 1 januari 2024 in het verloopoverzicht op onderdelen niet aansluit met het saldo per 31 december 2023 in de jaarrekening 2023. De totale waarde van de materiële vaste activa per 1 januari 2024 is niet gewijzigd. De stijging van de materiële vaste activa in 2024 wordt met name veroorzaakt door hogere investeringen ten opzichte van voorgaand jaar en een lagere vermindering als gevolg van verkopen. De stijging van de investeringen worden met name veroorzaakt door hogere investeringen in grond-, weg- en waterbouwkundige werken en bedrijfsgebouwen. Omdat er door het jaar heen geen mutaties hebben plaatsgevonden voor de voorzieningen zijn de bedragen in 2024 hetzelfde gebleven.

Financiële vaste activa Het saldo van de financiële vaste activa is in lijn met het saldo eind 2023.De stijging wordt veroorzaakt door een ophoging van eerder verstrekte leningen rondom Volkshuisvesting.

Vaste activa Immateriële activa Materiële activa Financiële activa Totaal

Immateriële vaste activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling Bijdrage derden Totaal

Boekwaarde 1-1-2024 1.080 277.742 14.292 293.114

bedragen x € 1.000 BoekAfwaarwaarde deringen 31-12-2024 2.780 307.584 15.137 325.501

Vermeerderingen

Bijdrage derden

Verminderingen

Afschrijvingen

1.756 47.717 1.886 51.359

- 883 - 883

- 5.232 - 1.041 - 6.273

- 56 - 11.760 - 11.816

Vermeerderingen

Bijdrage derden

Verminderingen

Afschrijvingen

1.756 1.756

-

-

- 56 - 56

Boekwaarde 1-1-2024

Vermeerderingen

Bijdrage derden

Verminderingen

Afschrijvingen

Afwaarderingen

Boekwaarde 31-12-2024

29.856

2.759

-

- 395

-

-

32.219

Boekwaarde 1-1-2024 1.080 1.080

bedragen x € 1.000 BoekAfwaarwaarde deringen 31-12-2024 2.780 2.780

bedragen x € 1.000 Materiële vaste activa Economisch nut Gronden en terreinen

75

Grond-,weg- en waterbouwkundige werken Woonruimten Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Gronden in erfpacht Overige Totaal Economisch nut

14.527 1.448 144.649 3.526 6.465 10.460 5.767 216.699

8.722 26.753 1.721 663 601 41.218

- 826 94 - 732

- 14 -2 - 4.821 - 5.232

- 740 - 36 - 4.932 - 648 - 846 - 992 - 8.193

-

21.683 1.412 166.457 4.597 6.377 5.639 5.376 243.760

Economisch nut, dekking door heffing Gronden en terreinen Grond-,weg- en waterbouwkundige werken Bedrijfsgebouwen Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige Totaal Economisch nut, dekking door heffing

226 24.876 443 184 1.729 838 28.296

130 38 168

-

-

- 1.120 - 37 - 55 - 135 - 71 - 1.418

-

226 23.886 406 129 1.594 806 27.046

Maatschappelijk nut Gronden en terreinen Grond-,weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige Totaal Maatschappelijk nut

11 26.246 16 395 6.982 33.651

446 5.495 391 6.331

- 118 - 34 - 151

-

- 1.053 -8 - 22 - 1.066 - 2.150

-

457 30.569 8 373 6.273 37.681

- 816 - 87 - 903

-

-

-

-

-

- 816 - 87 - 903

277.742

47.717

- 883

- 5.232

- 11.760

-

307.584

Vermeerderingen

Bijdrage derden

Verminderingen

Afschrijvingen

1.886 1.886

-

- 1.041 - 1.041

-

Voorzieningen Voorzieningen gronden en terreinen Voorzieningen woonruimten Totaal Voorzieningen Totaal

Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking deelnemingen Leningen aan deelnemingen Overige langlopende leningen Totaal

Boekwaarde 1-1-2024 87 2.897 11.307 14.292

bedragen x € 1.000 BoekAfwaarwaarde deringen 31-12-2024 87 2.897 12.153 15.137

Vlottende activa Voorraden

In onderstaand overzicht worden de mutaties getoond van de diverse bouwgronden in exploitatie (BIE's). De vermeerderingen betreffen veelal kosten voor de aankoop en het bouw- en woonrijp maken van gronden. Onder verminderingen zijn de verkopen en erfpachten opgenomen alsmede grondmutaties tussen complexen onderling. Bij de resultaatnemingen gaat het om verlies- en winstnemingen in het boekjaar. Voor een nadere toelichting op de resultaten van de grondexploitaties wordt verwezen naar paragraaf 5 Grondbeleid.

Tabel voorraadontwikkeling bedragen x € 1.000 Boekwaarde 31-12-2024

Boekwaarde 1-1-2024

Vermeerderingen

Verminderingen

Resultaatnemingen

Voorraden bouwgrond Voorraden: Bouwgrond in exploitatie Totaal voorraden bouwgrond

58.730 58.730

8.625 8.625

- 7.473 - 7.473

- 725 - 725

59.157 59.157

Voorziening bouwgrond Voorziening bouwgrond in exploitatie Totaal voorziening bouwgrond

- 8.939 - 8.939

-

2.978 2.978

-

- 5.961 - 5.961

Totaal

49.791

8.625

- 4.495

- 725

53.196

Voorraden

Bouwgronden in exploitatie (BIE)

In onderstaand overzicht vindt is een uitsplitsing opgenomen van de bouwgronden in exploitatie (BIE's) naar de diverse lopende grondexploitaties. In de kolom ‘Resultaatneming t/m 2023' zijn de positieve en negatieve resultaten weergegeven die reeds zijn verwerkt in de boekwaarden begin boekjaar. Dit betreffen zowel afwaarderingen als voorlopige winstnemingen. De boekwaarde per grondexploitatie wordt weergegeven per begin- en per einde van het boekjaar. Deze boekwaarde is het saldo van de kosten minus de opbrengsten die in de betreffende grondcomplexen zijn gerealiseerd. Daar waar een grondexploitatie een negatieve boekwaarde laat zien, zijn reeds meer inkomsten gerealiseerd dan uitgaven. De kolom vermeerdering geeft het bedrag aan dat in het afgelopen jaar hebben per grondexploitatie is uitgegeven. De kolom vermindering geeft het bedrag weer van de inkomsten in het afgelopen jaar. Er zijn in 2024 geen projecten afgesloten. Voor de volgende projecten is in 2024 een tussentijdse winst genomen. De tussentijdse winst is, zoals het BBV verplicht, bepaald op basis van de percentage-ofcompletionmethode (POC),: Holzenbosch I Bloemendal Oostbroek fase 1 en 2 Voor het project Harselaar Zuid fase 1a, 1b en 2 is conform de POC-methode een tussentijds verlies genomen in 2024.

76

In de kolommen 'Nog te maken kosten' en 'Nog te ontvangen opbrengsten' zijn de nog te maken kosten en opbrengsten per grondexploitatie inzichtelijk gemaakt. Een specificatie van de kosten en opbrengsten is opgenomen in het MPG (meerjarenprognose grondexploitaties). Het MPG wordt gelijktijdig met de Jaarverslaggeving 2024 aan de raad aangeboden. Voor de actualisatie is gebruik gemaakt van een aantal rekenparameters. Bij de actualisatie van de grondexploitaties zijn de gehanteerde parameters op basis van marktontwikkelingen herzien waarbij als belangrijke bron de ‘Outlook grondexploitaties 2025’ van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling is gebruikt. In deze jaarlijkse publicatie worden op basis van onderzoek en diverse bronnen gefundeerde inschattingen gemaakt van de parameters voor grondexploitaties. De aanpassingen zijn nader toegelicht in de ‘Memo Parameters Grondexploitaties MPG 31-12-2024’ zoals vastgesteld door het College van B&W op 11 februari 2025. De belangrijkste wijzigingen zijn het doorvoeren van een opbrengsten- en kostenstijging voor de korte termijn. Het uitgangspunt blijft te allen tijde dat de gronden marktconform worden verkocht. Als gevolg van de marktontwikkelingen en de daarmee aangepaste parameters verbeteren de resultaten van de meeste grondexploitaties

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=5e2c7e83-ed91-4ae8-85a6-be8a54e29064