CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Jaarverslaggeving 2024

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Jaarverslaggeving 202458.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

In 2024; Is, vanwege een toename van het oppervlak aan wegen, een structureel aanvullend budget beschikbaar gesteld voor onderhoud; Zijn de investeringsopgaven vanuit beheer wegen uitgevoerd op basis van het uitvoeringsplan MIP 2024; Zijn de geplande onderhoudslocaties uitgevoerd op basis van het Uitvoeringsplan onderhoud wegen 2024; Is, aanvullend op de investeringsopgaven via het MIP, geïnvesteerd in het op niveau brengen van een aantal extra wegen. De raad heeft hiervoor een aanvullend krediet beschikbaar gesteld; Bleek voor een deel van de investeringsopgaven en de onderhoudslocaties realisatie in 2024 niet haalbaar. De realisatie daarvan vindt op een later moment alsnog plaats; Heeft, om de kwaliteitsontwikkeling te monitoren, een kwaliteitsmeting plaatsgevonden. De resultaten van deze meting zijn als volgt: Asfaltverhardingen: 87% voldoet aan kwaliteitsniveau Basis ten opzichte van 79% in 2022.Dat is een verbetering van +8%. 13% heeft een kwaliteitsniveau lager dan Basis. De richtlijn (en onze ambitie) is dat dit aandeel maximaal 10% mag zijn. Dat betekent dat er nog een verbetering van minimaal +3% nodig is. Elementenverhardingen: 85% voldoet aan kwaliteitsniveau Basis ten opzichte van 83% in 2022.Dat is een verbetering van +2%. 15% heeft een kwaliteitsniveau lager dan Basis. De richtlijn (en onze ambitie) is dat dit aandeel maximaal 10% mag zijn.

Dat betekent dat er nog een verbetering van minimaal +5% nodig is. Voorziening In onderstaande tabellen wordt een overzicht gegeven van de onttrekkingen en stortingen in de voorziening groot onderhoud wegen met een specificatie van de projecten waar deze betrekking op hebben.

Voorziening groot onderhoud wegen

Voorziening Groot onderhoud wegen Voorziening Groot onderhoud wegen

Saldo 1-1-2024 2.062

Stortingen 3.564

bedragen x € 1.000 OnttrekSaldo kingen 31-12-2024 - 4.218 1.408

Stortingen groot onderhoud wegen bedragen x € 1.000 Specificatie storting groot onderhoud wegen - dotatie vanuit primaire begroting

Bedrag 3.564

47

Totaal

3.564

Onttrekkingen groot onderhoud wegen bedragen x € 1.000 Specificatie onttrekking groot onderhoud wegen

Bedrag

Puurveenseweg

50

Dronkelaarseweg

51

Dwarsgraafweg

51

Stationsweg

56

Wielweg

60

Componistenwijk

64

Heetkamperweg

69

Norschoten

70

Peerweg

70

Lange Voren

70

Schoonengweg

80

Terschuur

111

Oosterbrinkweg

120

Vliegersveld

129

Baron van Nagellstraat

130

Eendrachtstraat

142

Helweg en Postweg

158

Lunterseweg

161

Harselaar-Oost

195

Oud Milligenseweg

200

Thorbeckelaan

222

De Burgt en Briellaerd

225

Harderwijkerkarweg en Heideweg-Oost

241

Brinkerweg

245

Rootselaar-west

393

Elementenverharding en diverse locaties Totaal

855 4.218

3.3 Riolering Beleidskader

Riolering Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026 is de uitwerking van de verplichting vanuit de Wet Milieubeheer om de water- en riooltaken en de financiering hiervan vast te leggen. De kern van het GRP is de uitwerking van de gemeentelijke zorgplicht voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast is er extra aandacht voor oppervlaktewater, klimaatadaptatie, duurzaamheid en samenwerking. Jaarlijks wordt via het MIP en het bijbehorende uitvoeringsplan een overzicht aan de raad gegeven van de uit te voeren activiteiten en maatregelen. Financiële consequenties Inkomsten en uitgaven voor riolering worden toegelicht in programma 3 Woon- en Leefomgeving. Alle uitgaven voor de riolering mogen worden doorberekend in de rioolheffing. De begrote inkomsten en uitgaven voor de riolering zijn met elkaar in evenwicht. Een eventueel voor- of nadeel in een jaar wordt verrekend via de voorziening riolering. Mutatie van de voorziening De voorziening, met als doel fluctuatie van de tarieven te voorkomen, is dit jaar aangesproken om het tekort binnen het beleidsproduct te dichten. In de primitieve begroting was geraamd € 7.000 terug te storten in de voorziening. De kosten zijn binnen het product echter € 196.000 hoger uitgevallen, vooral door de kosten van elektriciteit. Ook de btw-toerekening is hoger, als gevolg van hogere (btw-belaste) kosten.

De inkomsten (leges) zijn, zoals bij de Tweede Tussenrapportage al gemeld, lager uitgevallen dan primitief begroot voor een bedrag van uiteindelijk € 214.000. Uiteindelijk leidt dit tot een resultaat en onttrekking uit de voorziening van circa € 481.000.

Egalisatievoorziening riolering GRP Egalisatievoorziening riolering GRP

Saldo 1-1-2024 2.810

Stortingen -

Onttrekkingen - 481

bedragen x € 1.000 Saldo 31-12-2024 2.329

bedragen x € 1.000 Specificatie onttrekking/storting voorziening riolering

Begroting 2024

Rekening 2024

Lasten Exploitatiekosten Extracomptabele toerekening kosten Totaal lasten

4.915 1.221 6.136

5.119 1.327 6.446

Baten Inkomsten rioolheffing Overige baten Totaal baten

5.907 44 5.951

5.893 72 5.965

186 186

481 481

Verschil lasten-baten Mutatie egalisatievoorziening VGRP

3.4 Water Beleidskader

Beleid Het onderdeel water omvat onder andere beheer en onderhoud van afkoppelvoorzieningen (deze voorzieningen zorgen ervoor dat regenwater niet in het riool terecht komt maar in de bodem zakt), ecozones,

48

moerassen, sloten, paddenpoelen én oppervlaktewater(bodems). Ook het onderhoud aan civieltechnische water gerelateerde werken, zoals beekriolen, duikers, beschoeiingen en fonteinen hoort in deze categorie. De ambitie is: het watersysteem op orde brengen en houden; met de (water)partners de water gerelateerde opgaven oplossen door zoveel mogelijk voor ruimtelijke oplossingen te kiezen waarbij het water tegelijk een rol kan spelen in het vergroenen en verkoelen van de stad. Samen met het waterschap wordt gewerkt aan een verdere verduurzaming van de afvalwaterketen. Een reguliere taak is het dagelijks beheer en groot onderhoud van de riolering door vervanging en reparatie. Binnen het programma worden diverse projecten uitgevoerd. De belangrijkste zijn: maatregelen tegen wateroverlast, waterkwaliteitsmaatregelen, groot onderhoud en verbeteringen in de riolering, beekherstel en diverse afkoppelprojecten. Financiën Het beheer van de oppervlaktewater(bodems) wordt nu nog projectgewijs vormgegeven en wordt (na deze inhaalslag) omgevormd tot een systematische aanpak.

3.5 Groen Beleidskader

Beleidskader Zowel het bomenbeleidsplan als het groenbeheerplan zijn in ontwikkeling. Beiden zijn dit jaar in concept gereed. Vaststelling zal dan in 2025 plaatsvinden. Financiële consequenties De kosten voor beheer en onderhoud van Groen zijn opgenomen in de exploitatiebegroting. Daarnaast zijn er in het MIP investeringen opgenomen voor de vervanging van Groen.

3.6 Gebouwen Beleidskader

Het bezit van vastgoed is geen doel op zichzelf. Sinds januari 2023 is de nota Vastgoedbeleid voor het maatschappelijk vastgoed vastgesteld. De nota Vastgoedbeleid geeft uitvoering aan de vraag naar huisvesting, voortkomend uit het Accommodatiebeleid (vastgesteld door de Raad op 8 maart 2022) dat handvatten biedt voor het beoordelen van maatschappelijke activiteiten en de ondersteunende rol van de gemeente bij het accommoderen van deze activiteiten. Het vastgoed dat de gemeente bezit en/of beheert moet een maatschappelijk of strategisch doel dienen, zoals gebiedsontwikkeling. Het dient om gemeentelijke taken en doelen te bereiken. Strategisch vastgoedbeleid dient om de vraag naar ruimte vanuit de verschillende beleidsvelden en het aanbod vanuit het gemeentelijke vastgoed zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Hierbij wordt rekening gehouden met bestaand beleid en geldende wet- en regelgeving op bijvoorbeeld het gebied van duurzaamheid. In 2024 is een start gemaakt met het formuleren van strategisch vastgoedbeleid. Dit vormt het kader voor de verschillende integrale huisvestingsplannen (onderwijs, binnensport, buitensport, cultuur, dorps- en buurthuizen). Het strategische vastgoedbeleid en de integrale huisvestingsplannen worden in 2025 aan de gemeenteraad voorgelegd.

Technisch beheer Door goed onderhoud, rekening houdend met de technische kwaliteitsaspecten voor veiligheid & gezondheid, wordt de levensduur verlengd en de waarde van het vastgoed geborgd. Technisch onderhoud is dan ook een kerntaak van het team Vastgoed. Wanneer we spreken over technisch onderhoud wordt het onderscheid gemaakt tussen: 1- Planmatig onderhoud (ook wel ‘meerjarig onderhoud’) met een horizon van 20 jaar. 2- Niet planmatig onderhoud (ook wel ‘jaarlijks onderhoud’), dit betreft correctief, preventief en dagelijks onderhoud Het minimale onderhoudsniveau voor het gemeentelijk vastgoed is conditiescore 3 uit de NEN2767. Dit is het laagste onderhoudsniveau waarbij er geen achterstallig onderhoud optreedt. Rapportage planmatig onderhoud Het actuele meerjarenonderhoudsplan (MJOP) 2024-2043 geeft een prognose van de benodigde financiële middelen voor het uitvoeren van het meerjarig onderhoud. Het efficiënt uitbesteden van planmatige onderhoudswerkzaamheden is een doorlopend aandachtspunt. Met het aanvullend beschikbaar gestelde budget door de raad voor de 1e fase verduurzamen en de financiële middelen uit het meerjarig onderhoud, wordt op logische vervangingsmomenten de verduurzaming van het maatschappelijk vastgoed uitgevoerd. Dit volgens de landelijke richtlijn en de aanvullende doelstellingen van Barneveld.

Door de verduurzamingsmaatregelen op te nemen in het MJOP wordt in de toekomst gewerkt naar een duurzaam MJOP. Ook wordt onderzocht in hoeverre onderdelen van klimaat adaptief bouwen kunnen worden meegenomen bij het uitvoeren van technisch onderhoud. Bij de keuze voor het wel of niet uitvoeren van planmatig onderhoud wordt rekening gehouden met de termijn waarop het vastgoedobject in de toekomst nog in gebruik zal zijn. Vastgoedportefeuille Medio 2024 heeft de gemeente Barneveld 140 maatschappelijke vastgoed (deel)objecten, waarvan voor 55 (deel)objecten het juridisch eigendom is overgedragen aan scholen, buurthuizen of verenigingen. Voor 85 (deel)objecten wordt het planmatig onderhoud gedekt uit de Voorziening Onderhoud Gebouwen. Dit betreft objecten voor onder andere gemeentelijke diensten, kleedruimten op buitensportcomplexen, binnensportaccommodaties, zwembaden, de Veluwehal, buurthuizen, opstallen bij begraafplaatsen, monumentale kerktorens, parkeergarage (Transferium Noord) en brandweergarages waaronder het hulpverleningscentrum. Daarnaast verzorgt de gemeente onderhoud aan overige eigendommen zoals woningen, strategisch aangekocht vastgoed en objecten in de openbare ruimte.

Financiële consequenties

De Voorziening Onderhoud Gebouwen voorziet in een dekking van kosten voor planmatig onderhoud over de eerste 20 jaar. Hiervoor wordt jaarlijks een meerjarig onderhoudsprogramma (MJOP) geactualiseerd. Conform de bepalingen in de Nota reserve en voorzieningen, wordt over de eerste 10 jaar een dekking van 100% aangehouden en voor de volgende jaren een dekking van 75%. Als gevolg van wijzigingen in aantal en omvang gebouwen, zoals nieuwbouw, verbouw, veranderde wetgeving, sloop of afstoten, verschuift ook de opgave van het MJOP. Dit kan leiden tot een positieve of negatieve bijstelling van de onderhoudsvoorziening.

49

Deze eventuele bijstelling maakt onderdeel uit van het opstellen van de programmabegroting. In de programmabegroting was voor 2024 een onttrekking voorzien van € 2,6 mln. Door uitstel van een aantal onderhoudswerkzaamheden is de realisatie in 2024 uitgekomen op € 1,2 mln. De reden om het geplande planmatig onderhoud (nog) niet uit te voeren heeft voornamelijk te maken met beleidsmatige beslissingen vanuit het accommodatiebeleid, vastgoedbeleid en afwegingen op het gebied van verduurzaming. In 2025 zal met vaststellen door de raad van het strategisch vastgoedbeleid het beleidskader worden aangescherpt. Dit zal ook als basis worden gebruikt voor de toekomstige planning van het planmatig onderhoud van alle opgenomen vastgoedobjecten. Tot uitstel van onderhoudswerkzaamheden wordt overigens pas besloten als op grond van inspecties en rapportages gebleken is dat uitstel haalbaar is. In 2024 is het geplande onderhoud voor de volgende objecten uitgesteld: - gemeentehuis (uitstel werkzaamheden i.v.m. toekomstige investeringen huisvestingsvisie) - oude raadhuis (uitstel schilderwerk ivm eerst noodzakelijke vervanging glas i.v.m. verduurzaming) - gemeentewerf (uitstel werkzaamheden i.v.m. toekomstige investeringen huisvestingsvisie) - Bibliotheek (uitstel dakwerkzaamheden i.v.m. koppeling aan maatregelen verduurzaming) - Sporthal Oosterboshal (uitstel werkzaamheden i.v.m.

koppeling maatregelen verduurzaming) - Zwembad Oosterbosbad (vertraging onderhoud i.v.m. keuze om chloorinstallatie te vervangen door zoutelektrolyse) - Zwembad Veluwehal (vertraging onderhoud naar 2025)

Voorziening Onderhoud gemeentelijke gebouwen Voorziening Onderhoud gem. gebouwen

Saldo 1-1-2024 4.538

Stortingen 1.438

Onttrekkingen - 1.161

bedragen x € 1.000 Saldo 31-12-2024 4.815

bedragen x € 1.000 Specificatie onttrekking voorziening gemeentelijke gebouwen - Veluwehal - Transferium - Buurthuis Batu - Buitenzwembad Oosterbosbad - Sportaccommodaties overig - Brandweerkazernes en HVC - Zwermbad Huevelrand - Gemeentehuis - Milieustraat Otelaarweg - Sporthal Burgthof - Clubhuis Schietsport - sportcomplex Norschoten - Kerktorens - Gemeentewerf - Sportzaal Boog - Overige gebouwen Totaal

Bedrag 194 190 93 80 75 62 53 50 43 40 35 33 30 29 21 133 1.161

50

Paragraaf 4 Financiering

4.1 Inleiding Onder financiering wordt het aantrekken van geldleningen verstaan. Om te kunnen investeren of om de exploitatie te kunnen dekken, wordt vreemd geld aangetrokken. Als de inkomsten van de gemeente (vanuit de algemene uitkering en de belastingen) niet gelijk lopen met de uitgaven, wordt bijvoorbeeld zogenaamd kort vreemd geld in de vorm van een kasgeldlening aangetrokken, dit zijn geldleningen met een looptijd korter dan een jaar. Zoals uit het treasurystatuut volgt worden in deze paragraaf het beleid, de kansen en risico’s rond financiering uiteengezet.

4.2 Beleid Een algemeen uitgangspunt van treasury is om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Uiteraard passend binnen de kaders zoals opgenomen in het 'Treasurystatuut 2025', die weer gebaseerd zijn op onder andere de Wet Fido. Bij het aantrekken of uitzetten van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen bij het oversluiten (consolideren) van kasgeldleningen. Daarom worden vaste geldleningen voor (grote) investeringen aangetrokken op momenten dat de rente gunstig is en wordt het tijdelijk overschot aan liquide middelen zo beperkt mogelijk gehouden. Binnen Gemeente Barneveld is er een treasuryklankbordgroep die als doel heeft de activiteit treasury te evalueren en door te ontwikkelen. Voor het liquiditeitsbeheer zijn afspraken met de bank gemaakt voor het dagelijkse afromen van overtollige saldi op de rekeningen-courant bij de bank. Omdat de financiering van de gemeente in zijn totaliteit wordt beheerd, werken wij met een product 'treasury' waarop de kosten (rentelasten) en opbrengsten (rentebaten) begroot en geboekt worden. Op basis van de totale leningenportefeuille wordt vervolgens gerekend met een gemiddeld rentepercentage. Na verrekening van aan de grondexploitatie door te belasten rente en van derden ontvangen rente ontstaat de aan de taakvelden toe te rekenen rentekosten.

Als dit totaal bedrag wordt afgezet tegen de totale materiële vaste activa ontstaat de omslagrente. Het BBV schrijft voor om deze rentekosten aan de taakvelden toe te rekenen.

4.3 Financiële aspecten Renteontwikkeling In de grafiek van de renteontwikkeling van de geldleningen portefeuille van de gemeente over 2015 t/m 2024 is te zien dat de rente tot en met 2021 daalde en vanaf midden 2022 weer stijgt. Het gemiddeld gewogen rentepercentage bedroeg over het jaar 2024 1,90% (2023 was 1,66%). De stijging komt door de renteontwikkeling op de kapitaalmarkt, die de afgelopen jaren ook een stijging van de rente liet zien. Daarbij we zien dat de rentes voor de verschillende looptijden nog altijd dicht bij elkaar liggen. Hoewel de korte termijn rente (6 maanden Euribor) tot en met oktober 2024 nog boven de lange termijn rentes lag, is deze de laatste maanden daaronder gezakt. Treasuryresultaat Op het beleidsproduct Treasury vindt u de financiële resultaten van onze rente. Zowel de rentekosten als de renteopbrengsten worden daar verantwoord. De rentekosten zijn de kosten over onze opgenomen (geld)leningen. De renteopbrengsten worden gevormd door de ontvangen rente op uitstaande leningen, de rente die we ten laste brengen van de grondexploitaties en de rente die we ontvangen over onze overtollige middelen bij de schatkist. Daarnaast wordt binnen het beleidsproduct Treasury ontvangen dividend en terugontvangen dividendbelasting verantwoord.

51

Rente ontwikkeling leningportefeuille

Renteontwikkeling meerjarig

Renteontwikkeling lopend jaar

Schatkistbankieren

Alle decentrale overheden zijn verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor het uitvoeren van de publieke taak. Alle deelnemers aan het schatkistbankieren hebben een privaatrechtelijke rekening-courantovereenkomst met de Staat der Nederlanden. De rekening-courant bij de schatkist is gekoppeld aan de BNG-bankrekening van de gemeente Barneveld. Via die bankrekening worden middelen naar de schatkist geboekt en weer teruggehaald. Dagelijks wordt het saldo boven de € 350.000 op de BNGbankrekening automatisch afgeroomd naar de schatkist. Het van de schatkist terug naar de BNG-bankrekening overboeken moet handmatig plaatsvinden. Over het algemeen heeft Barneveld een financieringsbehoefte en is er geen sprake van een structureel financieringsoverschot. Sporadisch is er sprake van een tijdelijk financierings- of liquiditeitsoverschot. Door de invoering van het schatkistbankieren moeten gemeenten in de toelichting op de balans rapporteren over het drempelbedrag (het maximum bedrag dat de gemeente aan liquiditeiten in eigen beheer mag aanhouden) en het bedrag aan liquiditeiten die buiten de schatkist zijn aangehouden. Het drempelbedrag is 2% van het begrotingstotaal.

Zoals in de tabel af te lezen is, blijven de aangehouden liquide middelen buiten de schatkist per kwartaal op dagbasis gemiddeld ruim onder het drempelbedrag. Hiermee geeft de gemeente uitvoering aan de wet betreffende het schatkistbankieren.

52

Tabel schatkistbankieren bedragen x € 1.000 Schatkistbankieren Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middele (1a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (1b) Dagen in het kwartaal (1) = (1a) / (1b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Drempelbedrag (2a) (2b)

(2) = nieuwe berekening

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag vanaf 1 juli 2021

(3a) = (2) > (1) (3b) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

(2c)

1e kwartaal

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

28.227

28.540

27.993

33.869

91

91

92

92

310

314

304

368

175.828 175.828

175.828 175.828

175.828 175.828

175.828 175.828

-

-

-

-

3.517

3.517

3.517

3.517

3.206

3.203

3.212

3.148

Ontwikkeling financieringsbehoefte

In de begroting 2024 is rekening gehouden met een aanvullende langlopende financieringsbehoefte van € 40 miljoen en € 18,4 miljoen aan aflossingen in de loop van het jaar. In de realisatie van 2024 is er één langlopende lening van € 20 miljoen afgesloten en is er in totaal € 18,4 miljoen afgelost. De nieuw aangetrokken langlopende geldlening heeft een looptijd van 25 jaar en een rentepercentage van afgerond 3,09%.

Financieringsbehoefte bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte Stand van de opgenomen leningen per 1 jan. Aflossingen in de loop van het jaar Aangetrokken nieuwe leningen Stand van de opgenomen leningen per 31 dec.

Rekening 2024 189.156 - 18.430 20.000 190.726

4.4 Risicobeheer In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). Renterisico’s kunnen ook met behulp van derivaten afgedekt worden, de gemeente Barneveld maakt hier geen gebruik van. Daarnaast kan nog sprake zijn van een kredietrisico van aan derden verstrekte leningen. Renterisiconorm Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is, dat gemeenten hun leningenportefeuille zodanig spreiden, dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid bij herfinanciering en renteherziening van geldleningen. De renterisiconorm is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting en geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente. Het volume van de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen moeten binnen de norm blijven. De renterisiconorm bedroeg in 2024 € 35,2 miljoen, terwijl het totaal van de aflossingen (€ 18,3 miljoen) daar onder lag. Dit betekent dat gemeente Barneveld in 2024 binnen de norm is gebleven. Kasgeldlimiet Om het risico van kortlopende financiering te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgesteld.

De kasgeldlimiet is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting en wordt per kwartaal beoordeeld. De kortlopende (vlottende) financiering (rekening-courant en kasgeldleningen) mag deze limiet niet meer dan twee kwartalen achtereen overschrijden. Is dat wel het geval, dan dient de gemeente een plan te maken om binnen de limiet te komen, bijvoorbeeld door over te gaan tot consolidatie. Dat wil zeggen het omzetten van kortlopende (vlottende) schuld in langlopende financiering, waarmee voor een vaste rente kan worden gekozen en het renterisico kan worden beperkt. Met uitzondering van het tweede kwartaal, is de gemiddelde netto vlottende schuld van de Gemeente Barneveld binnen de kasgeldlimiet van € 14,9 miljoen gebleven. Verstrekte leningen In 2024 zijn de verstrekte leningen toegenomen met per saldo € 0,8 miljoen. Dit komt door hoofdzakelijk door het verstrekken van startersleningen vanuit het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten. Renteschema Het saldo van rentelasten en rentebaten wordt verantwoord op het taakveld Treasury. Voor een goed beeld van de totale kosten van de overige taakvelden, moet dit renteresultaat - na aftrek van het bedrag dat aan de grondexploitatie moet worden doorberekend - toegerekend worden aan de overige taakvelden. Dat wordt de renteomslag genoemd.

Het renteschema geeft inzicht hoe deze door- en toerekening gebeurt, zowel voor de actuele begroting (voorcalculatie) als voor de rekening (nacalculatie). De renteomslag wordt uitgedrukt in een omslagrentepercentage. De basis hiervoor is de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die bij de taakvelden horen en de voorraad gronden (vlottende activa). De werkelijke rentelasten en boekwaarden kunnen verschillen van de begrote rentelasten en boekwaarden die de basis waren voor het gecalculeerde omslagrentepercentage. Hierdoor kan het werkelijke renteresultaat dat aan de taakvelden moet worden doorbelast afwijken van het begrote renteresultaat dat aan de taakvelden is doorbelast. Als deze afwijking groter is dan 25%, dan moet de gemeente de doorbelasting aan de taakvelden aan het eind van het jaar corrigeren om de opgetreden afwijking ongedaan te maken. In 2024 was de afwijking minder dan 25% en daarom hoeft de gemeente Barneveld geen correctie te maken.

53

Renterisiconorm bedragen x € 1.000 Jaar Jaar 2024 2023

Renterisico Renterisico op vaste schulden Renteherziening o/g Renteherziening u/g Netto saldo herziening Aflossingen Renterisico vaste schulden

18.430 18.430

27.330 27.330

Toegestane renterisiconorm Omvang begroting (=grondslag) Renterisiconorm (in % van de grondslag) Minimumbedrag (wettelijk bepaald) Toegestane renterisiconorm

175.828 20% 2.500 35.166

165.294 20% 2.500 33.059

16.736

5.729

Toets renterisiconorm Onderschrijding Overschrijding

Tabel Kasgeldlimiet

Kasgeldlimiet Netto vlottende schuld Omvang vlottende schulden - Bankschulden - Kasgeldleningen (looptijd < 1 jaar) Omvang vlottende schulden Omvang vlottende middelen - Liquide middelen - Overige uitstaande gelden (looptijd < 1 jaar) Omvang vlottende middelen Netto vlottende schuld Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting (=grondslag) Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) Toegestane kasgeldlimiet Toets kasgeldlimiet Onderschrijding Overschrijding

bedragen x € 1.000 3e 4e kwartaal kwartaal

1e kwartaal

2e kwartaal

15.333 15.333

37.000 37.000

20.333 20.333

12.000 12.000

9.071 9.071

8.417 8.417

18.627 18.627

20.739 20.739

6.262

28.583

1.706

- 8.739

175.828 8,5% 14.945

175.828 8,5% 14.945

175.828 8,5% 14.945

175.828 8,5% 14.945

13.239

23.684

8.683 - 13.638

Verstrekte leningen bedragen x € 1.000 Rekening 2024 14.204 1.886 - 1.041 15.049

Verstrekte leningen Stand van de verstrekte leningen per 1 jan. Nieuw verstrekte leningen Aflossingen in de loop van het jaar Stand van de verstrekte leningen per 31 dec.

Renteschema bedragen x € 1.000 Actuele Begroting

Rekening 2024

Verschil

- 5.063 743

- 4.839 869

225 V 126 V

- 4.320

- 3.970

350 V

(+)

1.035

853

- 182 N

(+)

-

-

-

(-)

-

-

-

- 3.286

- 3.117

169 V

-

-

-

- 3.286

- 3.117

169 V

3.334

3.524

190 V

48

407

359 V

Renteschema a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering b. Externe rentebaten (idem)

(-) (+)

Saldo rentelasten en rentebaten c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen (contante waarde)

(-) (-)

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) f. Renteresultaat op het taakveld treasury

(-)

4.5 Garantieverplichtingen De gemeente verstrekt in beginsel geen garanties, tenzij de gemeenteraad besluit om hiervan af te wijken. Dit kan zij doen om een publiek doel te dienen, waarbij aan randvoorwaarden wordt voldaan. De mogelijkheden om deze garanties af te geven, bepaald in wet Fido en het treasurystatuut 2025, zijn beperkt. Ontwikkeling garantstellingen Begin 2024 stond de gemeente Barneveld garant voor een bedrag van € 96 miljoen. Dit bedrag is gedurende het jaar 2024 gedaald naar € 83 miljoen. De daling wordt gedreven door een aflossing van € 15 miljoen bij de waarborgpositie van de gemeente met betrekking tot vernieuwbouw JFC.

54

Waarborgfonds Sociale Woningbouw De achtervangpositie van de gemeente in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw vormt, samen met het aandeel van het Rijk, de derde zekerheid in de achtervangstructuur. De zekerstellingen zijn namelijk als volgt georganiseerd: de eerste zekerheid zijn de financiële middelen van de woningbouwcorporatie zelf. De tweede zekerheid bestaat uit de borgstellingreserve van het waarborgfonds. En als derde en laatste staan dus de overheden garant.

Verloop garantstellingen

Garantstellingen 2019 2020 2021 2022 2023 2024

Aantal gegarandeerde leningen

Totaal bedrag van de leningen

10 7 9 10 10 16

€ 150 mln € 133 mln € 180 mln € 207 mln € 214 mln € 265 mln

Waarvan gegarandeerd door de gemeente € 81 mln € 76 mln € 76 mln € 92 mln € 96 mln € 83 mln

55

Paragraaf 5 Grondbeleid

5.1 Inleiding Inleiding In de vigerende Nota Grondbeleid zijn de kaders gesteld waarbinnen de gemeente werkt. Actief en behoedzaam zijn daarin de kernbegrippen. Dat betekent dat de gemeente enerzijds zelf ontwikkelt maar ook ruimte biedt aan zelfrealisatie door derden en deze faciliteert. Om sturing te kunnen geven aan de gewenste invulling van projecten en waar mogelijk te kunnen delen in de winsten van ontwikkelingen, blijven eigen grondposities voor de gemeente van belang. De baten en lasten van de gemeentelijke grondexploitaties, worden verantwoord onder programma 2 en 3 (respectievelijk Bedrijvigheid en Bereikbaarheid en Woon- en leefomgeving). Een nadere toelichting is opgenomen in de actuele Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG 31 december 2024). Het MPG wordt gelijktijdig met de jaarverslaggeving 2024 aan de raad aangeboden. Een grondexploitatie wijkt qua verantwoordingssystematiek af van de overige producten in het ‘gemeentelijke huishoudboekje’.Toekomstige lasten en baten op een grondexploitatie worden meegenomen in een saldo op eindwaarde. De baten en lasten worden geactiveerd en in de balans opgenomen onder ‘voorraden’. Op basis van BBV regelgeving wordt gedurende de looptijd van de grondexploitatie bepaald of er een winst of verlies in het begrotingsresultaat moet worden verwerkt.

Het definitieve (restant) resultaat wordt vervolgens bij de afsluiting van de grondexploitatie in het begrotingsresultaat van het afsluitjaar verantwoord. De afgelopen jaren zijn diverse projecten waar de gemeente zelf gronden in eigendom heeft verder ontwikkeld en in uitvoering genomen. Woningbouwlocatie Bloemendal neemt hierbij een prominente plaats in. Ontwikkelingen / toekomstperspectief De situatie op de woningmarkt blijft gespannen. De vraag naar woningen overstijgt het aanbod en de woningbehoefte blijft groeien. Het woningaanbod is daarentegen beperkt en krimpt verder. Het aanbodniveau is eind 2024 historisch laag en de krapte op de markt leidt tot minder keuze en de noodzaak tot overbieden voor de koper. Het aantal woningtransacties is landelijk echter, ondanks het lage aanbod van woningen, het afgelopen jaar gestegen¹. Na de bijzondere ontwikkelingen in de afgelopen jaren (onder andere de stikstof- en energiecrisis, oorlog in Oekraïne, forse prijsstijgingen, omslag woningmarkt) was er in 2024 een beperkte kostenstijging (circa 0,5%) zichtbaar in de grond- weg- en waterbouw. Maar deze materiaalkosten bevinden zich nog wel op een hoog niveau naar aanleiding van de forse materiaalprijsstijgingen in voorgaande jaren. De personeelskosten zijn in 2024 flink gestegen (circa 6,5%) en de verwachting is dat dit voor 2025 aan zal houden.

Vanwege de opleving in de (nieuwbouw) woningmarkt, met stijgende woningprijzen, is het de verwachting dat deze stijging zich verder door zal zetten. Inkomensstijging, dalende rentes die leiden tot gunstiger financieringsopties en een algemeen verbeterd sentiment op de woningmarkt liggen hieraan ten grondslag¹. De reactie van de (nieuwbouw) markt is traag. Een mismatch tussen vraag en aanbod in woningtypes frustreert de doorstroommogelijkheden verder. Daarnaast is het voor huiseigenaren financieel aantrekkelijk te wachten met de verkoop van woningen door aanhoudende prijsstijgingen. Hiermee lijkt de situatie op de korte termijn niet te veranderen¹. De Europese Centrale Bank verwacht dat de inflatie in 2025 langzaam zal gaan dalen en in 2026-2027 rond het ECB-streefpercentage zit van 2%. De wereld van gebiedsontwikkeling is al jaren flink in beweging: het stikstofdossier blijft een onzekere factor in combinatie met het ontwikkelen van projecten. Afgelopen jaren is wel duidelijk geworden dat ook de aanlegfase stikstofruimte vereist. De gemeente heeft een taskforce stikstof opgericht om de ontwikkelingen op het stikstofdossier nauwgezet te volgen en hierop adequaat te kunnen anticiperen. Ook de aanwezigheid van bedrijvigheid met een milieucontour in de nabijheid van te ontwikkelen woningbouwlocaties zorgt voor onzekerheid in projecten.

En daarbij is de afgelopen jaren het probleem van netcongestie gekomen (het te vol geraken van het elektriciteitsnetwerk), waardoor de realisatie van toekomstige projecten flinke vertraging kan gaan oplopen. Middels de gemeentelijke taskforce netcongestie wordt de impact zo goed mogelijk in beeld gebracht en gaan we ook capaciteit inzetten om dit risico daar waar het mogelijk is te beheersen. Begin 2025 is het ‘Uitvoeringsplan Netcongestie’ opgesteld door de taskforce waarin de aanpak van netcongestie bij de gemeente Barneveld wordt beschreven. De invloed van netcongestie op de resultaten van projecten is op dit moment nog niet in cijfers uit te drukken. Af te sluiten projecten In Barneveld wordt aan verschillende ruimtelijke projecten gewerkt. In 2024 zijn er geen projecten afgerond. Vorig jaar was de intentie om het project Harselaar-Zuid Fase 1A af te sluiten in 2024, maar dit is doorgeschoven naar 2025 omdat nog niet alle kosten gerealiseerd zijn. Verliesvoorziening Het actieve maar behoedzame grondbeleid van de afgelopen jaren heeft de gemeente mogelijkheden verschaft om actief sturing te geven op gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Niet elk project sluit af met een positief resultaat.

Een ontwikkeling kan om diverse redenen een negatief resultaat kennen, waaronder het behalen van andere (maatschappelijke) doelstellingen, het ondervinden van tegenvallers zoals de kosten voor een bodemsanering of een historische boekwaarde die hoog is als gevolg van (dure) verwervingen en planwijzigingen in het project. Indien een project verlieslatend is wordt hiervoor een verliesvoorziening getroffen. De verliesvoorziening zal bij het afsluiten van een project met een negatief resultaat vrijvallen ter dekking van het tekort. Bijstelling van de verliesvoorziening vindt éénmaal per jaar plaats in de P&C cyclus middels de actualisatie van de grondexploitaties in het MPG bij de jaarrekening. Indien er tussentijds aanleiding is om de verliesvoorziening bij te stellen zal hiervoor separate besluitvorming gevraagd worden. Het saldo van de verliesvoorziening per 1 januari 2024 bedroeg € 8,9 miljoen. Door de actualisatie van de grondexploitaties zijn de resultaten gemuteerd en kan de verliesvoorziening voor de doorlopende grondexploitaties per saldo worden verlaagd met € 3,0 miljoen. Dit bedrag komt ten gunste van het gemeentelijke begrotingsresultaat 2024. Hierdoor bedraagt het saldo van de verliesvoorziening per 31 december 2024 circa € 5,9 miljoen. Een toelichting op de mutaties van de verliesvoorziening wordt in het MPG gegeven.

56

5.2 Beleid Grondbeleid gemeente Barneveld Voor alle projecten waar de jaarverslaggeving melding van maakt, voert de gemeente - zoals gezegd - een actief grondbeleid. In die gevallen is immers sprake van een door de gemeente te ontwikkelen eigen grondpositie. Een actief grondbeleid betekent kort gezegd, dat de gemeente de benodigde gronden verwerft, bouw- en woonrijp maakt en uitgeeft. In dit beleid is veelal sprake van een actief grondaankoopbeleid en zonodig het vestigen van een voorkeursrecht of onteigening. Monitoring van de woningbouwmarkt is van belang om na te gaan of het aanbod voldoende aansluit bij de behoefte om alert (bij) te kunnen sturen. Hiermee wordt ook rekening gehouden met woningtrends. De resultaten worden meegenomen in de herijking van de Woonvisie Barneveld en vertalen we door naar prestatieafspraken met Woningstichting Barneveld. In de komende periode blijven we ons inzetten op de huisvesting van kwetsbare groepen, starters en senioren met een accent op sociale huur en middeldure huur conform gemaakte afspraken vastgelegd in de Woondeal Foodvalley. Daarnaast richten we ons, als het om bedrijventerreinen gaat en gelet op de blijvende dynamiek en de vraag van de markt, op een versnelde ontwikkeling van de bedrijventerreinen Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 (Barneveld), Verbindingsweg (woon-werk kavels te Voorthuizen) en Tolnegenweg West (Stroe).

Dit leidt ook tot samenwerking met marktpartijen, daar waar dat gewenst c.q. noodzakelijk is. Randvoorwaarde bij dit beleid is dat terughoudend wordt aangekocht in gebieden waarvoor nog geen omgevingsplanprocedure is gestart, tenzij sprake is van een strategische noodzaak of kans. De verantwoording voor strategische verwervingen vindt plaats op grond van de vastgestelde kaders uit de Nota Grondbeleid 2016. Actief of faciliterend grondbeleid? Actief grondbeleid maakt sturing door de gemeentelijke overheid op realisatie, de categorisering van woningen en de wijze van exploiteren van terreinen en gebouwen eenvoudiger. Bij een passief (= faciliterend) grondbeleid laat de gemeente de gewenste ruimtelijke ontwikkeling over aan de markt. Voor ontwikkellocaties waar de gemeente niet alle gronden in eigendom heeft, zoals Harselaar-Zuid, Thorbeckelaan-Noord, Bloemendal, Holzenbosch II, Verbindingsweg en Oostbroek is het van belang dat deze grote gebieden integraal worden ontwikkeld teneinde een goede ruimtelijke ordening te borgen. Per ontwikkelingslocatie is een masterplan (structuurvisie) opgesteld waarin de functies, het voorgenomen programma en hoofdstructuur van wegen, groen en water zijn vastgelegd. Deze planfiguren hebben betrekking op het gehele, in de structuurvisie aangewezen, gebied. Aanvragen van derden worden hierop getoetst.

De gemeente Barneveld hanteert situationeel grondbeleid. Afhankelijk van de situatie encontext kiest zij de meest passende vorm van grondbeleid om optimaal te kunnen sturen op de ruimtelijke doelen en ambities. Concreet betekent dit actief waar het moet en faciliterend waar het kan. Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) De aanpassingen in de hoofdinfrastructuur betreft bovenwijkse voorzieningen die door de gemeente worden voorgefinancierd. Deze kosten, en andere kosten die de gemeente maakt, worden verhaald op de betrokken ontwikkelaars van de deellocaties (en dus ook deels ten laste van de gemeente voor haar aandeel van de gronden). In de onlangs geactualiseerde Nota Bovenwijkse Investeringen (NBI) 2025 wordt hier uitgebreid op ingegaan. Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) Sinds 2015 wordt jaarlijks een Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) opgesteld. Deze wordt tegelijk met de jaarverslaggeving aan de raad aangeboden. In de jaarrekening, onder de toelichting op de voorraden, vindt u het jaarlijks overzicht grondexploitaties. Deze sluit aan op het MPG. In het MPG vindt u een uitgebreid overzicht van alle grondexploitaties, inclusief visualisaties, risico’s en een korte beschrijving van de projecten.

In de jaarverslaggeving worden tevens de mutaties verwerkt vanuit het MPG zoals de resultaatneming bij het afsluiten van complexen, de resultaten van de tussentijdse winstnemingen en het bijstellen van verliesvoorzieningen. Het MPG wordt als basis genomen voor deze mutaties. Op deze wijze sluiten jaarverslaggeving en MPG naadloos op elkaar aan. Kaderstelling / beslispunten Het grondbeleid is uitgewerkt in de Nota Grondbeleid. Dit beleid is door de raad op 14 december 2016 vastgesteld. Momenteel wordt er gewerkt aan een geactualiseerde Nota Grondbeleid. De gemeente voert een actief maar behoedzaam grondbeleid. Op basis van de Nota Grondbeleid is het college van burgemeester en wethouders gemachtigd tot de volgende uitgaven: 1. Voorbereidingskredieten (Kaders Procesgang grondexploitaties 2016). Het college is door de raad gemandateerd (besluit Programmabegroting 2025) om in het jaar 2025 voorbereidingskredieten in te stellen tot een maximum van € 500.000 per complex. Het gaat hierbij om complexen die op de nominatie staan om binnen korte tijd in exploitatie te worden genomen. 2. Strategische grondaankopen (nota Grondbeleid 2016).

Het college is door de raad gemachtigd (besluit Programmabegroting 2025) om in het jaar 2025 grond aan te kopen tot een bedrag van maximaal € 5 miljoen ten behoeve van strategische verwervingen buiten de in de Structuurvisie aangewezen zoekgebieden voor woningbouw en bedrijventerreinen. Op grond van de Gemeentewet (artikel 160) is het college van burgemeester en wethouders bevoegd tot het plegen van aankopen binnen de in de Structuurvisie aangewezen zoekgebieden voor woningbouw en bedrijventerreinen.

57

5.3 Financiële aspecten Jaarlijks worden bij het opmaken van de jaarrekening en de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) de definitieve resultaten vanuit de grondexploitatie opgemaakt, verwerkt en vastgesteld. Resultaten actualisatie In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de geactualiseerde grondexploitaties op eindwaarde weergegeven. Er worden in 2024 geen projecten afgesloten.

bedragen x € 1.000 Eindwaarde datum

Resultaat op eindwaarde

Richting

Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar-Zuid Fase 1A Tolnegenweg West Thorbeckelaan Noord Harselaar-Zuid Fase 1B en 2

-2.423 715 971 -206 10.918

Negatief Positief Positief Negatief Positief

31-12-2027 31-12-2025 31-12-2029 31-12-2029 31-12-2032

Woningbouw Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal Verbindingsweg Oostbroek fase 1 en 2 De Eendracht Totaal

1.105 2.979 13.045 -3.150 1.255 -182 25.027

Positief Positief Positief Negatief Positief Negatief

31-12-2025 31-12-2029 31-12-2033 31-12-2030 31-12-2029 31-12-2030

Resultaat op eindwaarde

In de tabel worden de resultaten op verschillende einddata gesaldeerd. Dit is waarderingstechnisch niet geheel correct, maar het geeft wel een indicatie van de toekomstige (nog te verantwoorden) resultaatontwikkeling van de grondexploitaties. Het geprognosticeerd resultaat van alle projecten gesaldeerd bedraagt € 25 miljoen positief. Zoals eerder aangegeven is voor de grondexploitaties met een negatief resultaat een verliesvoorziening getroffen.

Rekenparameters Bij de actualisatie van de grondexploitaties zijn de gehanteerde parameters op basis van marktontwikkelingen herzien waarbij als belangrijke bron de ‘Outlook grondexploitaties 2025’ van Metafoor Ruimtelijke Ontwikkeling is gebruikt. In deze jaarlijkse publicatie worden op basis van onderzoek en diverse bronnen gefundeerde inschattingen gemaakt van de parameters voor grondexploitaties. De aanpassingen zijn nader toegelicht in de ‘Memo Parameters Grondexploitaties MPG 31-12-2024’ zoals vastgesteld door het College van B&W op 11 februari 2025. De belangrijkste wijzigingen zijn het doorvoeren van een opbrengsten- en kostenstijging voor de korte termijn. Het uitgangspunt blijft te allen tijde dat de gronden marktconform worden verkocht. Als gevolg van de marktontwikkelingen en de daarmee aangepaste parameters verbeteren de resultaten van de meeste grondexploitaties.

Resultaten jaarrekening 2024 in vergelijking met jaarrekening 2023 In de onderstaande tabel zijn de resultaten van deze jaarrekening (2024) vergeleken met de resultaten uit vorige jaarrekening (2023). De eindwaarden van de projecten (op verschillende eindwaardedata) zijn bij elkaar opgeteld. Om de resultaten vergelijkbaar te maken met de vorige jaarrekening is de in 2024 genomen (tussentijdse) winst bij het resultaat op eindwaarde opgeteld. Ten opzichte van het geprognosticeerd resultaat van alle projecten bij de vorige jaarrekening (2023) is het geprognosticeerd resultaat toegenomen met € 12,9 miljoen (inclusief de winstneming in 2024). Zie onderstaand overzicht.

bedragen x € 1.000 Verschil resultaat op eindwaarde

Resultaat op eindwaarde jaarrekening 2023

Resultaat op eindwaardeVerschil (nieuw jaarrekening minus oud) 2024

Winstneming 2024

Verschil gecorr. met winstneming 2024

Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar-Zuid Fase 1A Tolnegenweg West Thorbeckelaan Noord Harselaar-Zuid Fase 1B en 2

-1.324 709 2.072 -964 7.831

-2.423 715 971 -206 10.918

-1.099 6 -1.101 758 3.087

-3.041 -10

-1.099 -3.035 -1.101 758 3.077

Woningbouw Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal

1.286 1.412 5.937

1.105 2.979 13.045

-181 1.567 7.108

515 980

334 1.567 8.088

58

Verbindingsweg Oostbroek fase 1 en 2 De Eendracht Totaal

-5.468 1.136 -1.183 11.444

-3.150 1.255 -182 25.027

2.318 119 1.001 13.583

831 - 725

2.318 950 1.001 12.858

Op hoofdlijnen zijn de verschillen per project - met een effect van meer dan € 0,1 miljoen (verschil tussen resultaat op eindwaarde van de jaarrekening 2024 minus de jaarrekening 2023) - ontstaan door: Bedrijventerrein: 1. Thorbeckelaan Zuid (afname € 1,1 miljoen): Op basis van nieuw kaartmateriaal blijkt dat er minder uitgeefbare meters zijn dan werd verwacht. Dit levert dan ook meer kosten op voor het bouw- en woonrijpmaken en afname in uitgeefbare meters. Daarnaast zijn ook de plankosten op basis van een nieuwe raming hoger uitgevallen. 2. Harselaar-Zuid Fase 1A (afname € 3,0 miljoen): De afname van het resultaat bij Harselaar-Zuid Fase 1A komt door gestegen kosten voortkomend uit de afwikkeling van het exploitatieplan waarin een terugbetaling moet plaatsvinden en hogere bijdrage aan bovenwijkse investeringen (o.b.v. de actualisatie van het NBI). 3. Tolnegenweg-West (afname € 1,1 miljoen): De afname binnen dit project wordt veroorzaakt door hogere kosten voor het bouw- en woonrijpmaken en lagere grondopbrengsten vanwege minder uitgeefbare grond op basis van de laatste stedenbouwkundige inzichten. 4.Thorbeckelaan Noord (toename € 758.000): De toename van het resultaat komt door de herijking van de uitgifteprijzen. Die verhoging van de opbrengstenraming was hoger dan de toename van de kostenraming (voornamelijk door aangescherpte/hogere kosten bouwrijpmaken). 5.

Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 (toename € 3,1 miljoen): Het grootste (positieve) verschil voor de toename van het resultaat is verlaging van de bijdrage aan bovenwijkse investeringen (kostenpost), die ook bij de tweede tussentijdse rapportage (2024) was gemeld. Door een nieuwe raming zijn de plankosten ook afgenomen. Daartegenover staat een stijging van de kostenramingen grond- en bodemsanering en bouw- en woonrijpmaken. En lagere grondopbrengsten vanwege minder uitgeefbare grond. Woningbouw: 6. Holzenbosch I (toename € 334.000): De toename van het resultaat wordt veroorzaakt door het vervallen van kosten woonrijpmaken die lager zijn uitgevallen dan vooraf was geraamd. 7. Holzenbosch II (toename € 1,6 miljoen): Toename van het resultaat komt door een lagere te betalen bijdrage aan bovenwijkse investeringen, herijking van de uitgifteprijzen en de uitgifte van losse kavel met bijbehorende bijdrage voor plankosten. 8. Bloemendal (toename € 8,1 miljoen): Een verbetering van het financiële resultaat door de actualisatie van de uitgifteprijzen. Daarnaast is er een tweede school en een maatschappelijk programma ingepast. 9. Verbindingsweg (toename € 2,3 miljoen): De toename wordt verklaard door de verwerking van de geactualiseerde (lagere) kostenramingen voor het bouw- en woonrijpmaken.

Daarnaast is de bijdrage aan bovenwijkse investeringen (kostenpost) verlaagd, die ook bij de tweede tussentijdse rapportage (2024) was gemeld. Tevens heeft er een herijking van de opbrengsten plaatsgevonden op basis van een geactualiseerd stedenbouwkundig plan en leidt dit eveneens tot een toename in het resultaat. 10. Oostbroek (toename € 950.000): De toename van de grondexploitatie komt door de herijking van de gronduitgifteprijzen van het nog te realiseren programma. 11. De Eendracht (toename € 1,0 miljoen): Bij de actualisatie is het meerwerk rondom de sloop van diverse objecten verwerkt en is de kostenstijging verwerkt. De toename van de grondexploitatie komt door de herijking van de gronduitgifteprijzen van het nog te realiseren programma en verwachte toekomstige opbrengstenstijging door het later uitgeven van de gronden. Af te sluiten grondexploitaties In 2024 zijn er geen grondexploitaties afgesloten. De intentie was om in 2024 het project Harselaar-Zuid Fase 1A af te sluiten, maar deze is doorgeschoven naar 2025 omdat nog niet alle kosten gerealiseerd zijn.

Boekwaarde ontwikkeling In onderstaande tabel zijn per project de boekwaarden per 31-12-2023 opgenomen en de boekwaardemutatie die plaats heeft gevonden in 2024. Ook is de huidige stand per project van de boekwaarde op 31-12-2024 opgenomen. De totale boekwaarde per 31-12-2023 is van circa € 58,7 miljoen gestegen met circa € 0,4 miljoen naar een boekwaarde per 31-12-2024 van circa € 59,2 miljoen.

bedragen x € 1.000 Boekwaarde stand per 31-12-2023

Mutatie boekwaarde 2024

Boekwaarde stand per 31-12-2024

Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar-Zuid Fase 1A Thorbeckelaan Noord Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 Tolnegenweg West

4.261 917 1.358 6.592 1.554

429 -4.489 17 508 125

4.690 -3.572 1.375 7.100 1.679

Woningbouw Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal

978 2.608 25.539

702 -478 4.543

1.680 2.130 30.082

Boekwaarde

59

Verbindingsweg Oostbroek fase 1 en 2 De Eendracht Totaal

6.034 1.262 7.626 58.729

311 -2.070 830 428

6.345 -808 8.456 59.157

Tussentijdse winstneming grondexploitaties Voor projecten met een positief saldo op eindwaarde geldt dat er mogelijk sprake is van een tussentijdse winstneming. De tussentijdse winstneming vindt jaarlijks plaats en de hoogte ervan wordt berekend na de actualisatie van de grondexploitatie. De tussentijdse winstneming is al in de boekwaarde ontwikkeling meegenomen. De berekeningsmethode voor de tussentijdse winst is door de Commissie BBV omschreven. De methode staat bekend als de ‘percentage of completion’ (POC)-methode. Het voortgangspercentage is derhalve maatgevend voor de hoogte van de tussentijdse winst. De tussentijdse winst wordt berekend door: gerealiseerde kosten/totale kosten te vermenigvuldigen met gerealiseerde opbrengsten/totale opbrengsten en deze fractie (%) te vermenigvuldigen met de geprognosticeerde eindwaarde (resultaat). De methodiek is enkel van toepassing op winstgevende projecten. Volgens de BBV voldoet deze methode aan het ‘voorzichtigheidsprincipe’. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat als de prognose van het eindresultaat van het project alsnog weer verslechtert er mogelijk winst gecorrigeerd dient te worden en dit ten laste van het jaarrekeningresultaat wordt gebracht. Dit jaar is de tussentijdse winstneming per saldo negatief (- € 0,7 miljoen). Dit bedrag komt ten laste van het gemeentelijke begrotingsresultaat 2024.

In de onderstaande tabel is de winstneming per project opgenomen.

Winstneming

Winstneming stand per 31-12-2023

Winstneming 2024

13.365

-3.041

10

-10

7.016 822 427 21.640

515 980 831 - 725

Richting

bedragen x € 1.000 Winstneming stand per 31-12-2024

Bedrijventerrein Harselaar-Zuid Fase 1A Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 Woningbouw Holzenbosch I Bloemendal Oostbroek Totaal

Correctie winstneming Correctie winstneming

10.324 -

Winstneming Winstneming Winstneming

7.531 1.802 1.258 20.915

Tot en met 1 januari 2024 is op de openstaande grondexploitaties totaal € 21,6 miljoen aan winst genomen. Met de (terugboeking van de) tussentijdse winstneming van 2024 (- € 0,7 miljoen) bedraagt de totaal genomen winst per 1 januari 2025 € 20,9 miljoen. Actualisatie verliesvoorziening Bij de jaarrekening 2023 is een verliesvoorziening vastgesteld van afgerond € 8,9 miljoen. De verliesvoorziening dient ter afdekking van de grondexploitaties met een negatief resultaat. De verliesvoorziening is opgenomen op eindwaarde. De grondexploitaties zijn geactualiseerd waardoor de resultaten gewijzigd zijn. In de onderstaande tabel zijn de verlieslatende grondexploitaties opgenomen.

Resultaat op eindwaarde

bedragen x € 1.000 Eindwaarde datum

Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Thorbeckelaan Noord

-2.423 -206

31-12-2027 31-12-2029

Woningbouw De Eendracht Verbindingsweg Totaal

-182 -3.150 - 5.961

31-12-2030 31-12-2030

Verlieslatende projecten

Op basis van de bijgestelde resultaten is de verliesvoorziening bijgesteld, waardoor deze verlaagd kan worden met afgerond € 3,0 miljoen. In de volgende tabel is de ontwikkeling van de benodigde verliesvoorziening bij de jaarrekening 2024 per project opgenomen.

Ontwikkeling verliesvoorziening

Stand 31-12-2023

bedragen x € 1.000 Mutatie Stand 2024 31-12-2024

Verliesvoorziening o.b.v. resultaat grondexploit Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Thorbeckelaan Noord

1.325 964

1.098 -758

2.423 206

Woningbouw De Eendracht Verbindingsweg Subtotaal verliesvoorziening o.b.v. mutatie resultaat grondexploitaties

1.183 5.467 8.939

-1.001 -2.317 - 2.978

182 3.150 5.961

Afsluiten projecten Bij de jaarrekening 2024 worden geen verlieslatende projecten afgesloten Verliesvoorziening jaarrekening 2024

5.961

60

De benodigde verliesvoorziening per 31-12-2024 bedraagt circa € 6,0 miljoen. De afname van de verliesvoorziening wordt vooral veroorzaakt door een verbetering van de resultaten op eindwaarde van de projecten Thorbeckelaan Noord, De Eendracht en Verbindingsweg.

Resultaat grondexploitaties In de onderstaande tabel is een totaalsaldo van de resultaten in 2024 van de grondexploitaties opgenomen. Het resultaat van de grondexploitaties in de jaarrekening 2024 bedraagt afgerond € 2,3 miljoen positief.

bedragen x € 1.000 Resultaat grondexploitaties A. Resultaat afgesloten projecten B. Tijdelijk afgesloten projecten C. Tussentijdse winstneming D. Mutatie verliesvoorziening Totaal

Resultaat 2024 n.v.t. n.v.t. -725 2.978 2.253

5.4 Risicomanagement Risicomanagement

Risico’s en beheersmaatregelen In de loop der jaren heeft de gemeente door het ingezette grondbeleid een grondportefeuille van substantiële omvang verkregen. De risico’s die gepaard gaan met het bezit van gronden en de ontwikkeling daarvan worden door de gemeente onderkend. Risico’s De belangrijkste risico’s, in algemene zin, die kunnen worden onderscheiden zijn: Renteschommelingen (het risico is: stijgingen) op de leenportefeuille; Afname marktbehoefte. Dit komt tot uitdrukking door kostenverhogingen verband houdend met plan- en programma aanpassingen, lagere opbrengsten en/of verlate opbrengsten. Toename kosten door tegenvallende resultaten bij de uitvoering van werken en werkzaamheden. Dit kan betrekking hebben op een aanbesteding en/of de omvang van een bodemsanering (grond, grondwater, asbest). Aanwezigheid van belemmerende milieucirkels en/of richtlijnen door bestaande en/of veranderende weten regelgeving. Het ontwikkelpotentieel komt hiermee onder druk te staan (deel gebied zit op slot) De aanwezigheid van derden die niet geïnteresseerd zijn in de beoogde gebiedsontwikkeling. Dit kan resulteren in oplopende (rente)kosten op de gemeentelijke grondpositie en verlate opbrengsten. Door de verschuiving van een actieve naar een faciliterende grondpolitiek wordt dit risico belangrijker.

In zijn algemeenheid geldt dat indien de kans van optreden van een projectrisico groter of gelijk is aan 50%, deze in zijn geheel meegenomen is in de grondexploitatie (bijv. een kostenpost is verhoogd of toegevoegd of de einddatum is opgeschoven). Beheersmaatregelen Om genoemde risico’s te beperken zijn diverse beheersmaatregelen getroffen: De gemeente Barneveld kiest afhankelijk van de situatie en context de meest passende vorm van grondbeleid en bijbehorend instrumentaria om optimaal te kunnen sturen op de ruimtelijke doelen en ambities. Concreet betekent dit actief waar het moet en faciliterend waar het kan. In de praktijk betekent dit per project of locatie bekeken wordt of actief wordt ingezet op verwerving van gronden of dat er juist ontwikkelafspraken met grondeigenaren gemaakt kunnen worden. Dat laatste komt vaker voor dan voorheen het geval was met als inzet om te komen tot overeenkomsten met deze grondeigenaren. De behoedzame houding komt tot uitdrukking in de boekwaarden van de grondportefeuille. Deze neemt al sinds 2009 substantieel af. Het totaal van de opbrengsten (voornamelijk verkopen) overstijgt het totaal van de kosten (waaronder de kosten voor grondverwerving). De blootstelling van de gemeente aan de risico’s die kleven aan grondbezit neemt daarmee ook af.

De gemeente volgt de rente ontwikkelingen op de voet teneinde voor de gehele leenportefeuille een aantrekkelijke meerjarige rente te realiseren. Rondom het ontwikkelen van de gemeentelijke grondposities is een projectorganisatie ingericht. Hiermee kan effectief en efficiënt gehandeld worden. Grondeigenaren worden in een vroeg stadium benaderd om deel te nemen aan een ontwikkeling. Marktpartijen worden in een vroeg stadium benaderd om deel te nemen aan een ontwikkeling. Specialisten van de gemeente houden zich bezig met het monitoren van de behoefte voor woningbouw en bedrijventerreinen. Specialisten van de gemeente onderzoeken omgevingsaspecten (geluid, geur, verkeer, archeologie, flora en fauna, bodemkwaliteit, etc.) in relatie tot de beoogde planologische regeling. Ondanks de geïmplementeerde beheersmaatregelen is dit geen garantie dat de genoemde risico’s niet optreden. Om de financiële gevolgen hiervan af te dekken maakt de gemeente gebruik van verliesvoorzieningen en vrije reserves. Deze houden verband met voorzienbare respectievelijk onvoorziene risico’s. Deze worden hieronder nader toegelicht. Voorzienbare risico’s De voorzienbare risico’s zijn meegenomen bij het actualiseren van de grondexploitaties. Het gaat daarbij om voorzienbare tegen- en meevallers met betrekking tot kosten en opbrengsten en de fasering hiervan in de tijd.

De meest recente inzichten met betrekking tot planologie en planvorming (voorbereidingsprocedure en omgevingsaspecten) spelen hierbij ook een rol. De omvang van de voorzienbare risico’s worden in overleg met de projectleider en de overige betrokken interne vakdisciplines bepaald en verwerkt in de grondexploitatie. Het saldo op eindwaarde van een specifiek project kan hierdoor positief of negatief wijzigen. Een verdienlocatie kan overgaan in een verlieslocatie (of andersom). Voor zover sprake is van een verlieslocatie (en een bijbehorend voorzienbaar tekort) wordt, conform de systematiek uit het ‘Besluit begroting en verantwoording’ (BBV), een verliesvoorziening getroffen. Deze verliesvoorziening wordt eenmaal per jaar, met de jaarrekening, aangepast aan de geactualiseerde eindwaarde. De verliesvoorziening dient ter dekking van het tekort op het moment dat het project wordt afgesloten. Onvoorziene risico’s Naast de beschreven voorzienbare risico’s zijn er ook onvoorziene risico’s (onbenoemde en onbekende risico’s). Bij het bepalen van het saldo van een grondexploitatie is hier nog geen rekening mee gehouden. Om de onvoorziene risico’s af te dekken maakt de gemeente gebruik van haar reserves.

61

De onvoorziene risico’s van de (gehele) grondportefeuille zijn geïntegreerd bij het bepalen van het risicoprofiel voor het totaal van activiteiten van de gemeente. Hiervoor wordt tweemaal per jaar een risico-inventarisatie uitgevoerd. Het benodigd weerstandsvermogen wordt bepaald en afgezet tegen het beschikbare weerstandsvermogen. Bij het bepalen van het beschikbare weerstandsvermogen wordt gekeken naar de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen om financiële tegenvallers, die niet zijn begroot, op te vangen. Deze werkwijze is inmiddels enige jaren operationeel. Jaarlijks wordt hierover gerapporteerd in de programmabegroting en jaarverslaggeving. Geschetst beleid is vastgelegd in de ‘Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2020-2024’ (collegebesluit B-4.23, d.d. 15 september 2020). Ten behoeve van de risicoparagraaf in de jaarrekening 2024 is de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen voor het afdekken van de onvoorziene risico’s die gemoeid zijn met de grondportefeuille via de IFLO methode geactualiseerd. Bij deze actualisatie wordt rekening gehouden met de balanswaarde en nog te maken kosten van alle grondexploitaties (10% wordt meegenomen voor het benodigde weerstandsvermogen). Tevens is rekening gehouden met de mogelijke opdracht vanuit het Rijk (waarschijnlijk wettelijk ondersteund) om 67% betaalbare woningbouw te realiseren in de lopende woningbouwprojecten.

Deze programmamutatie naar 67% betaalbaar heeft direct financiële consequenties voor met name de grote woningbouwprojecten. Met de toevoeging van een aparte risicopost wordt geanticipeerd op de mogelijk consequenties van deze nieuwe regelgeving van het rijk. Het vraagt nog verdere afstemming en beoordeling in hoeverre de programmamutatie op verantwoorde wijze in de plannen kan worden verwerkt. Daardoor is deze programma aanpassing niet in de lopende grondexploitaties verwerkt, maar meegenomen in de bepaling van het benodigde weerstandsvermogen.

5.5 Toekomstresultaat In de loop van 2025 kunnen naar verwachting de volgende projecten worden afgesloten: Harselaar-Zuid Fase 1A Holzenbosch I In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de in 2025 geprognosticeerde af te sluiten grondexploitaties op eindwaarde 31 december 2025 opgenomen.

Prognose in 2025 af te sluiten grondexploitaties Bedrijventerrein Harselaar-Zuid Fase 1A Woningbouw Holzenbosch I Totaal

bedragen x € 1.000 Eindwaarde datum

Resultaat op eindwaarde

Richting

715

Positief

31-12-2025

1.105 1.820

Positief

31-12-2025

Deze twee grondexploitaties zullen zoals nu verwacht bij de jaarrekening van 2025 worden afgesloten of zoveel eerder als mogelijk. Door aanpassingen op het project en mee- of tegenvallers kan het resultaat van de grondexploitatie anders uitvallen dan nu berekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=5e2c7e83-ed91-4ae8-85a6-be8a54e29064