CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Jaarverslaggeving 2024

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente BarneveldBij agendapunt: Jaarverslaggeving 202458.334 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

27

Wat hebben we daarvoor gedaan? Om tot resultaat te komen zijn inspanningen gedaan gericht op de: Versterking van de samenwerking uitgewerkt naar drie schillen: - samenwerking binnen de gemeente Barneveld via gebiedsregie en participatie (b.v. met inwoners, Plaatselijke (dorps)belangen en wijkplatforms) - samenwerking in de directie regio's (via regio Foodvaley en regio Amersfoort) - samenwerking in bredere netwerken (b.v. richting provincies, Den Haag en Brussel) Versterking van dienstverlening en communicatie - via programma Dienstverlening - via nieuwe Communicatievisie Versterking van de organisatie - via afgerond programma Barneveld groeit! Bij de hiernavolgende speerpunten verantwoorden we specifiek wat er per onderdeel zoal aan inspanningen is gedaan. Al deze inspanningen tezamen hebben bijgedragen aan de toekomstbestendige eigentijdse organisatie, die in 2024 uit de steigers is gekomen. Een organisatie gericht op dienstverlening vanuit het perspectief van onze inwoners en het ondersteunen van goed bestuur, dat in zijn handelen voortdurend "groeien in verbinding" centraal stelt en daarnaar handelt. Een gemeente die klaar is om de grote opgaven doelgericht en integraal op te pakken en die vooral ook in externe verbinding en met draagvlak weet vorm te geven. Het in 2024 afgeronde programma Barneveld groeit! heeft hier veel aan bijgedragen.

28

4.1 Bestuur 411 Raad Speerpunt Samenwerken in netwerken

Doel

Het komen tot een passende vorm van samenwerking tussen gemeenten, inwoners, ondernemers en partners bij maatschappelijke vraagstukken. 1. Gebiedsgericht werken - Dorpsplannen en Gebiedsagenda’s Samen met de dorpen en wijken is aan de slag gegaan om hun eigen plannen en visies te vertalen naar gedeelde gebiedsagenda's per dorp. Dit is gedaan aan de hand van het interne proces dat hiervoor in 2023 is opgesteld. Het is een intensief proces dat zeker nog niet overal is afgerond. Integendeel, het is dynamisch en behoeft voortdurend bijsturing en inspelen op nieuwe initiatieven.De gemeenteraad hebben wij hierover tussentijds geïnformeerd via memo over de stand van zaken tussentijdse resultaten. Het gebiedsgerichte werken en de daaraan gekoppelde gebiedsregisseurs heeft volop hun intrede gedaan en zijn niet meer weg te denken in de verbinding tussen samenleving en gemeente en vice versa. - Vernieuwde samenwerkingsaanpak met dorpen en wijken In 2024 is een plan van aanpak vastgesteld om te komen tot een vernieuwde samenwerkingsaanpak met dorpen en wijken (voorheen Dorpenbeleid). Aan de hand hiervan is in 2024 gewerkt aan de vernieuwde samenwerkingsaanpak.

Deze aanpak is opgebouwd langs drie sporen: Spoor 1: Samenwerking met dorpen en wijken Hiervoor is in 2024 meerdere keren met plaatselijk belangen en wijkplatforms gesproken over duidelijke rollen, verwachtingen en mandaten, een ondersteuningsstructuur vanuit de gemeente en duidelijk proces en kaders voor het dorpsplan en gebiedsagenda. Spoor 2: Samenwerking met partners in de wijk Gebiedsgericht werken sluit aan bij andere beleidskaders, zoals het sociaal domein en het integraal veiligheidsplan. Spoor 3: Binnen de interne gemeentelijke organisatie. De transitie naar gebiedsgericht werken vereist ook een cultuuromslag binnen de gemeentelijke organisatie. Maar ook een betere en soepelere inpassing van activiteiten in onze eigen begrotingscyclus en besluitvorming. Hier is in 2024 veel tijd en aandacht aan besteed met afspraken daaromtrent. Bij het opstellen van de vernieuwde samenwerkingsaanpak is steun verkregen van de provincie Gelderland, die graag aansluit om de in het eerste halfjaar van 2025 vast te stellen samenwerkingsaanpak met dorpen en wijken ook om te zetten naar een algemene aanpak voor andere Gelderse gemeenten. De gemeente Barneveld is niet uniek. Veel gemeenten zijn hier mee bezig. Een goede samenwerkingsaanpak bevordert de bestuurskracht van de gemeente: te midden van een schaalsprong voeling en binding houden met gemeenschappen.

Verantwoording

2. Participatie Sinds 1 januari 2023 werken we volgens het nieuwe participatiebeleid. In 2024 zijn de aanbevelingen uit de eerste evaluatie (zomer 2023) uitgevoerd aan de hand van een actieplan. Er hebben veel participatietrajecten plaatsgevonden. in 2024 224 projecten geweest met participatie. Daarvan zijn er 43 zaken spoor 2 geweest en de rest spoor 1. In kleine als ook grote trajecten en op alle participatietreden, voorbeelden zijn de herinrichting van het Oldebarneveldplein, herinrichting van de Wolweg, Economische visie en herstel Pastoriebos. Wat is er zoal gedaan: - Samen leren en ontwikkelen: In de hele organisatie is het bewustzijn vergroot dat we inwoners en organisaties betrekken. De vaardigheden om met inwoners in gesprek te gaan is verbeterd, er wordt meer nagedacht over verantwoordelijkheidsverdeling tussen inwoners en gemeente, verwachtingenmanagement en terugkoppeling. Hoewel het nog niet altijd goed gaat, zie je dat het bewustzijn en de vaardigheden vergroot zijn. Door ervaringen te delen en een toolkit op te stellen is het lerend vermogen vergroot. De leergang participatie is opgezet met verschillende trainingen en een lunchlezing Leren Luisteren, coaching on the job is voorgezet. Er heeft een werksessie met de gemeenteraad plaatsgevonden.

- Doorontwikkeling spoor 3 (inwonersinitiatieven): Er is een plan voor een initiatievenmakelaar opgesteld en in de begroting is budget beschikbaar gesteld voor een pilot in 2025. - Hulpmiddelen, standaardisatie en methoden: Er is een verkenning uitgevoerd naar online participatietools. Er is een toolkit ontwikkeld met standaard formats voor bijvoorbeeld uitnodigingen, de website, draaiboeken voor participatiebijeenkomsten en participatieverslagen. Er is een participatiekalender opgezet. Er wordt duidelijkere informatie op projectwebsites gegeven over hoe het participatieproces eruit ziet, wat inwoners kunnen verwachten, wanneer en waarover ze mogen meepraten. Ook wordt geëxperimenteerd met andere werkvormen, dan voornamelijk inloopbijeenkomsten of informatiebijeenkomsten, zoals meestal wordt ingezet. Inwoners kunnen nu vaker online hun reactie geven of reageren op sfeerbeelden tijdens een markt of pizzasessie voor jongeren. Hiermee bereiken we meer verschillende doelgroepen. - Borging, capaciteit, implementatieperiode en evaluatiemomenten: Er is een ontwikkelagenda 2025 opgesteld. Er is verkend hoe de borging in de organisatie geregeld kan worden. In de zomer van 2024 is een tweede evaluatie uitgevoerd onder andere met input van de raad en het inwonerspanel.

29

Speerpunt Dienstverlening en communicatie

Doel

Betere dienstverlening voor inwoners, bedrijven en instellingen, waarbij zij in het contact met de gemeente ervaren: 'Ik ben blij met Barneveld'. 1. Dienstverlening Werken aan betere dienstverlening is een continu proces. In 2024 lag daarbij de focus op het verder op orde brengen van de digitale processen, die voor iedereen goed en makkelijk toegankelijk zijn. Via tijdige informatieverstrekking aan onze inwoners in begrijpelijke taal. Door het optimaliseren van het interne informatiezaaksysteem, waardoor wij inwoners sneller en eenduidig en antwoord hebben kunnen geven waardoor zij minder het “van het kastje naar de muur” -gevoel beleefden. Onderstaande resultaten hebben concreet daaraan bijgedragen. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer De gemeente Barneveld voldoet aan de zorgplicht per 1 januari 2024 van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv). Inmiddels is de inwerkingtreding van de Wmebv verder uitgesteld tot 1 januari 2026. Zaaksysteem Werken met het zaaksysteem is verder ingevoerd in 2024, met name voor de onderdelen bestuurlijke besluitvorming, beleid en overige producten. Adoptie en borging voor zaakgericht werken zal ook in 2025 nog de nodige aandacht vragen.

Verantwoording

Inwonerspanel In 2024 zijn 4 onderzoeken uitgevoerd met het inwonerspanel, te weten over het herontwerp van de gemeentelijke website, burgerparticipatie, servicenormen en afvalbeleid. Doorontwikkeling van dienstverleningskanalen Om het gebruik van meerdere dienstverleningskanalen in samenhang te optimaliseren haakt de gemeente aan bij de landelijke ontwikkeling van een chatbot. De landelijke doorontwikkeling heeft in 2024 vertraging opgelopen waardoor implementatie van een pilot in Barneveld vertraging heeft opgelopen. In 2025 is implementatie wel voorzien. Begrijpelijke taal Het project Begrijpelijke taal is afgerond en geborgd in de organisatie. Ruim 450 brieven zijn aangepast in beter begrijpelijke taal (B1-niveau), tevens zijn enkele beeldbrieven beschikbaar en is structureel aandacht georganiseerd voor begrijpelijke taal. Datagestuurd werken In 2024 kunnen we nog beter datagestuurd werken in onze dienstverlening door het gebruik van dashboards op basis van actuele data. Robuuste frontoffice De projecten Robuuste frontoffice en Kwaliteitszorg KCC zijn in een langzamer tempo opgepakt. Deze ontwikkelingen worden in 2025 verder opgepakt.

30

Doel

Vanuit de nieuwe communicatievisie, die duidelijk richting geeft aan hoe we willen communiceren met de samenleving, ontwikkelen we ons tot een informerende en luisterende gemeente. Een gemeente die de samenleving ingaat, proactief is en op de juiste momenten en op een goede manier de samenleving informeert en het gesprek aangaat. 2. Communicatie Informatievoorziening inwoners Bij verschillende projecten hebben we op een positieve manier laten zien wat we doen en gerealiseerd hebben en dat we daar trots op zijn. Voorbeelden hiervan zijn de Integrale Cultuurvisie, Waardevol Landelijk gebied en Bestaanszekerheid. En ook projecten als de brug Lunterseweg en het Pastoriebos. Toch vinden we zelf dat dit onderdeel van onze communicatievisie nog wat meer onze aandacht mag krijgen. We vinden het belangrijk inwoners mee te nemen in de resultaten die van waarde zijn. Huisstijl We hebben ons huisstijlbeleid gemaakt en geïmplementeerd. Er ligt een Huisstijlwijzer, Schrijfwijzer, een Fotografiewijzer en een Illustratiewijzer. Zo krijgen we een herkenbare en eenduidige uitstraling bij alle uitingen van de gemeente Barneveld. Er ligt een gedegen plan van aanpak om in de lijn vervolg te geven aan het project Begrijpelijke Taal. We geven workshops en bieden collega’s een pakket aan tips en tools om hun communicatie begrijpelijk te maken.

Verantwoording

Innovatie website Barneveld.nl heeft een flinke renovatie ondergaan. Met de nieuwe huisstijl, de nieuwe structuur en de nieuwe zoekfunctie staat er staat nu een toekomstbestendige website, die aansluit bij de informatiebehoefte van de inwoners. Ook is er een nieuwe website gelanceerd voor het geven van informatie vanuit de WOO: open.barneveld.nl. Newsroom De newsroom heeft een grote professionalisering doorgemaakt. In de integrale weekstart bespreken we welk nieuws er die week naar buiten gaat en onder andere ook welke bewonersbijeenkomsten en raadvragen er zijn en welke vragen er bij inwoners leven. Zo kan de organisatie daarop inspelen. Daarnaast monitort de Newsroom de zaken die spelen in de samenleving en houdt de organisatie hiervan op de hoogte. Ook maken we op specifieke onderwerpen rapportages of omgevingsanalyses. Hierdoor versterken we een open en luisterende houding in de organisatie. Interne communicatie We hebben onderzoek gedaan naar de behoefte en beleving van de interne communicatie in de organisatie. Hieruit komen sterke punten en punten die verbeterd kunnen worden. We hebben een conceptvisie op interne communicatie opgesteld en werken aan een plan van aanpak om de interne communicatie te versterken op die onderdelen die verbetering nodig hebben.

31

Speerpunt Versterken positie gemeente Barneveld in de regio

Doel

Verstevigen van de positie van de gemeente Barneveld binnen de regio en buiten en buiten de regio richting andere overheden en relevante netwerken. We doen dit: vanuit de gedachte wat goed is voor een ander is ook goed voor de gemeente Barneveld door daarbij steeds na te gaan hoe deelname effectief kan bijdragen het realiseren van de eigen Barneveldse strategische bestuurlijk opgaven; 2024 stond in het het teken van het systematisch vormgegeven van regionale positionering, inrichting van public affairs en lobby vanuit het team Strategie & Regie in samenwerking met het strategie-netwerk binnen de organisatie. Om daarmee bij te dragen aan het vergroten van de kansen op succes en op het bereiken van de inhoudelijke doelen, die we als gemeente hebben. 1. Herijkte rolneming binnen de regionale samenwerking - Primair is de samenwerking binnen de regio Foodvalley. Daarbinnen ligt het zwaartepunt van de bestuurlijke en ambtelijk samenwerking. Daarnaast blijft de gemeente Barneveld aangesloten op de regio Amersfoort aangezien veel zaken vanuit die regio eveneens van invloed zijn. Wel is samenwerking minder intensief gemaakt en ligt de focus primair op afstemming via het algemene overleg van bestuurders (BORA) en inhoudelijk op het thema 'bereikbaarheid'.

- Binnen regio Foodvalley hebben wij actief bijgedragen: de thema's van verstedelijking, waardevol landelijk gebied en bereikbaarheid en mobiliteit Evenzo is er de samenwerking met betrekking tot de Jeugdzorg en via het Integraal Zorgakkoord geïntensiveerd. - Voor de lange termijn koers van de regio heeft de gemeente Barneveld haar rol. Zo heeft burgemeester Van der Tak namens de regio het proces van voorbereiding en totstandkoming van de strategische agenda Foodvalley 2026-2030 geleid. Daarbij is via consultatie van organisatie en gemeenteraad proactief de Barneveldse inzet opgehaald en verwerkt. Dan gaat het met name over het belang van Food, bereikbaarheid rondom A1-A30, en de verbinding en uitbouw van de Kennisas Wageningen-Ede met eigen kennis en met de Barneveldse (agro)maakindustrie Aanzetten voor een concreet uitwerkingsplan van de strategische agenda is direct gestart met daaraan tevens verbonden een publicaffairs en lobbyplan.

Verantwoording

2. Geactualiseerd Public Affairs- en Lobbybeleid Intensivering van de lobby en de inrichting van de functie van public affairs binnen onze organisatie stond voor ons in 2024 centraal, hetgeen aansluit bij de motie, die eerder door de gemeenteraad hierover is aangenomen (Kadernota 2024). Daarvoor hebben wij aan de hand van een externe analyse eerst het beleid uit 2020 geëvalueerd en voorzien van een nieuw handelingsperspectief. Dit alles is besproken met de raad. Inhoudelijk bezien is er een lobbyagenda vastgesteld met meer focus. Eén van de uitkomsten van de externe analyse t.a.v. onze public affairs en lobby is dat dat niet alles tegelijkertijd kan. Het stellen van prioriteiten is nodig. De volgende prioriteiten zijn bepaald: Realisatie ‘A1-A30’ (+ knooppunt Hoevelaken) Agendering ‘Oostelijke Rondweg’ De punten 1 en 2 in combinatie uit te voeren met het thema Wonen door de raad ingebracht Vormgeven van ‘Waardevol Landelijk gebied’ Defensie: invulling ‘nota Ruimte voor Defensie De prioritering voor 2025 betekent nadrukkelijk niet dat er ‘niet aan andere dossiers wordt doorgewerkt’ of dat er vanuit onze PA- en lobby functie geen enkele aandacht voor andere dossiers is. Onze organisatie, en in bijzonder de PAdiscipline, moet immers altijd kansen en bedreigingen monitoren en ook kunnen acteren op (interne en externe) behoeften.

Op onderdelen zijn onder andere de volgende resultaten behaald: A1/A30.Ondanks pauzering van grote infrastructurele verkeersprojecten, wordt een deel van de problematiek met betrekking tot aansluiting A1/A30 samen met het Rijk opgepakt. Aanpak van de zogenaamde verkeersonveilige situatie bij de 'botsbocht'. Daarnaast blijft het vizier onveranderd op de lange termijn aanpak. Met betrekking tot de plannen van Defensie hebben wij samen opgetrokken met de regio en provincie en in het bijzonder met de gemeenten Apeldoorn, Ermelo. Dit heeft ertoe geleid dat de focus van een grote kazerne in landelijk gebied ten westen van de A30 is verlaten. Met name de mogelijk herontwikkeling van kazernes Stroe en Ermelo is nu nadrukkelijk in beeld gekomen. Verder is de gemeente Barneveld als onderdeel van de regio Foodvalley opgenomen in een nieuwe regiodeal (25 miljoen) met het Rijk Daarmee kan de regio versneld werken aan slimme oplossingen om beperkte ruimte goed te benutten, innovatie te stimuleren en ontmoetingen via cultuur en sport te bevorderen. Tenslotte maakt de gemeente Barneveld aanspraak op provinciale gelden om te investeren ten behoeve van specifieke maatschappelijke voorzieningen. In 2025 zal daarover meer duidelijkheid komen.

Naast de inhoudelijke inzet is er tevens gewerkt aan de vormgeving van de functie van public afairs binnen de organisatie, met daarbij aandacht voor: - werving voor een eigen lobby- en PA-functionaris te starten - voorbereiding van een een structurele en strategische informatievoorziening - inschakeling van het organisatiebrede strategie netwerk, in nauwe afstemming met bestuurders - verdere uitwerking van in- en externe profilering & stakeholdersmanagement 3. Voorbereiding komst van team 'Strategie & Regie Door de inrichting van het team ‘Strategie en Regie’ (met daarbinnen public affairs en Lobby) geven we concreet invulling aan de wens om het strategisch vermogen van de gemeente te versterken. We hebben daarbij de keuze gemaakt dat dit team een rol kan nemen in het definiëren van de opgaven die op onze gemeente afkomen (‘opgavenverkenning’), alsmede een aanjaagfunctie kan vervullen in de organisatie. Strategisch handelen is echter iets van onze gehele organisatie én is één van de elementen uit onze organisatievisie ‘Barneveld Groeit’. Ook biedt de inrichting van dit team de mogelijkheid om de regionale positionering en lobby meer systematischer vorm te geven. In 2024 hebben wij de komst samen met de organisatie voorbereid en ingericht.

4.2 Interne dienstverlening 422 Ondersteuning organisatie Speerpunt Versterken realisatiekracht middels Barneveld groeit

32

Doel

We werken aan een toekomstbestendige en robuuste organisatie. De manier waarop we als organisatie (samen)werken sluit aan bij de groei en schaalsprong van de gemeente naar een zelfbewuste regionale speler, de veranderende rol als netwerkpartner, dienstverlening conform de ambitie ‘Blij met Barneveld’ en alle andere huidige en toekomstige (verander)opgaven. In 2024 is verder gewerkt aan de meerjarige organisatieontwikkeling voor een sterke en meer toekomstbestendige organisatie, ondersteund vanuit het programma Barneveld groeit!. Dit gebeurde via diverse ontwikkellijnen: Opgavegericht werken (met programmatisch werken en portfoliomanagement) Versterken strategische vermogen Versterken interne dienstverlening (bedrijfsvoering) Mens in ontwikkeling Opgavegericht werken (met programmatisch werken en portfoliomanagement) In 2024 is het sturingsmodel ‘Sturing in Verbinding’ opgeleverd, dat onderscheid maakt in de sturing op vaste, reguliere werkzaamheden en dynamische werkvormen zoals programma’s en projecten. De verschillende sturingsrollen en verantwoordelijkheden zijn daarin inzichtelijk gemaakt, evenals de verschillende overlegvormen en de ondersteunende processen voor besluitvorming. Voor alle medewerkers is er daarmee een heldere structuur gekomen, zodat duidelijk is hoe de organisatie stuurt, samenwerkt en hoe verantwoordelijkheden zijn verdeeld.

Het helpt ons om flexibeler te kunnen werken en op integrale wijze onze doelen te bereiken. Programmatisch werken is ingevoerd met gestandaardiseerde methodieken en instrumenten, wat de eenduidigheid van werken voor lopende en nieuwe programma’s heeft vergroot. Het programma Bestaanszekerheid is dit jaar gestart en er is veel voorbereidend werk gedaan om de programma’s voor de fysieke ontwikkelopgave en het Waardevol landelijk gebied te laten starten. Als organisatie hebben we een duidelijk overzicht welke (beoogde) programma’s bijdragen aan de bestuurlijke opgaven inclusief doorlooptijd, de fase van het programma en de programmavorm. Daarnaast zijn we gestart om portfoliomanagement en het gerelateerde capaciteitsmanagement organisatiebreed uit te rollen, nadat vorig jaar ervaring op was gedaan met kleinere pilots. Onze ambitie hierin is duidelijk: we willen vanuit een meer ad-organisatie waarin soms alles belangrijk lijkt, doorgroeien naar een organisatie met een gestructureerde en gestandaardiseerde werkwijze voor portfoliomanagement. Om deze beweging mogelijk te maken, zijn portfoliotafels per aandachtsgebied en een strategische portfoliotafel op concernniveau beoogd. Voor alle tafels zijn de werkzaamheden in beeld en de portfoliotafel voor Leefomgeving loopt. De andere tafels volgen daarna.

Verantwoording

Versterken strategische vermogen In 2024 zijn aanpassingen in de organisatiestructuur en in werkprocessen voorbereid om het strategisch vermogen van de organisatie verder te versterken. Allereerst is de implementatie en start van het nieuwe team Strategie en Regie voorbereid. Na een uitgebreide verkenning in de organisatie, volgde de vaststelling van een advies- en inrichtingsplan en werd een adviestraject met de OR doorlopen. Het nieuwe team biedt per 1 januari 2025 plek in de organisatie aan concernstrategie, programmamanagement, public affairs en lobby en regiozaken. De werving voor een aantal functies in het nieuwe team is gestart en diverse functies zijn vervuld. Voor een effectieve invulling van de public affairs en lobbyfunctie is in 2024 aanvullend onderzoek en advies uitgevoerd, waarbij de prioritaire lobbydoelen zijn bepaald. Om de strategische slagkracht van de organisatie verder te versterken, is daarnaast gewerkt aan de ontwikkeling van een breed strategie netwerk in de organisatie. Dit netwerk brengt de competenties en expertise van verschillende aandachtsgebieden binnen de organisatie samen. Belangrijke opgaveverkenningen, zoals ‘Bereikbaar nu en in de toekomst’ en ‘Ruimte voor ondernemers’, zijn uitgevoerd om toekomstige beleidsrichtingen te bepalen.

Versterken interne dienstverlening (bedrijfsvoering) De informatievoorziening voor bedrijfsvoering en concernsturing is verbeterd. Een concernplan voor effectieve sturing van de gehele organisatie, teamplannen per team en programmajaarplannen voor ieder programma zijn ontwikkeld. Diverse verbeteringen in de P&C-cyclus zijn doorgevoerd, met onder andere een verscherpt meerjaren investeringsplan (MIP) dat een betere planning van investeringen op de lange termijn mogelijk maakt en helpt bij het prioriteren van investeringen, het afstemmen op strategische doelen en het waarborgen van financiële haalbaarheid. Daarnaast zijn verbeteringen doorgevoerd in diverse bedrijfsprocessen, waaronder die voor de digitale werkomgeving, administratie, registraties, contractmanagement, archief en documentatie, website en interne communicatie. Mens in ontwikkeling In 2024 is volop ingezet in de gewenste ontwikkeling van onze medewerkers. Het ingezette leiderschapsontwikkeltraject voor leidinggevenden is voortgezet om management te ondersteunen in hun sleutelrol in de organisatie. Daarnaast is het opleidingsportaal (Barneveld Academie) versterkt met een uitgebreider aanbod aan trainingen en activiteiten voor medewerkers, afgestemd op de gewenste ontwikkelingen. Verder is in 2024 Strategische PersoneelsPlanning (SPP) ingevoerd en in de organisatie uitgerold.

SPP helpt de organisatie om nu en in de toekomst over de juiste mensen met de juiste vaardigheden te beschikken. Dit is essentieel om goede dienstverlening aan onze inwoners te bieden, gemeentelijke ambities waar te maken en een aantrekkelijke werkgever te blijven.

33

Wat heeft het gekost? bedragen x € 1.000 Rekening Verschil 2024

Rekening 2023

Primitieve Begroting

Actuele Begroting

- 3.246 - 1.565 - 1.054 - 626

- 3.157 - 1.436 - 1.029 - 692

- 3.438 - 1.517 - 1.230 - 692

- 3.991 - 1.742 - 1.575 - 674

- 553 N - 225 N - 345 N 18 V

4.2 Interne dienstverlening 421 Beheer overige eigen gebouwen en gronden 422 Ondersteuning organisatie

- 25.105 - 402 - 24.703

- 29.553 - 1.168 - 28.385

- 28.082 312 - 28.394

- 27.799 1.236 - 29.035

283 V 924 V - 641 N

4.3 Algemene dekkingsmiddelen 431 Treasury 432 Belastingen 433 Algemene uitkering 434 Overige baten en lasten 436 Werken voor derden

123.127 1.628 16.494 105.465 - 707 246

126.179 559 17.179 107.141 - 521 1.822

133.136 698 17.373 112.967 - 17 2.114

135.405 1.126 17.886 114.242 979 1.172

2.269 V 428 V 513 V 1.274 V 996 V - 943 N

Saldo van baten en lasten

94.776

93.469

101.615

103.615

2.000 V

Mutatie reserves 4.4 Resultaatbepaling 441 Mutaties reserves

7.924 7.924

4.048 4.048

7.860 7.860

6.518 6.518

- 1.342 N - 1.342 N

4. Bestuur en interne dienstverlening Saldo van baten en lasten 4.1 Bestuur 411 Raad 412 B&W 413 Bestuurlijke samenwerking

Mutatie reserves Resultaat

7.924

4.048

7.860

6.518

- 1.342 N

102.700

97.517

109.476

110.133

657 V

De financiële afwijkingen worden per programma en beleidsproduct toegelicht inBijlage 3 Overzicht programma's en producten.

34

Paragrafen Paragraaf 1 Lokale heffingen

1.1 Inleiding De inkomsten van de gemeente komen uit verschillende bronnen. De hoofdmoot wordt gevormd door de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Ruim 19% van de gemeentelijke inkomsten wordt gegenereerd vanuit het eigen belastinggebied. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan dit gebied dat wordt gevormd door de belastingen, de leges en de overige heffingen die de gemeente oplegt. Het (meerjaren)beleid ten aanzien van de lokale belastingen is opgenomen in de op 13 november 2024 door de raad vastgestelde Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2024-2027. Er is informatie opgenomen over de volgende zaken: het beleid ten aanzien van de lokale belastingen; een overzicht van de begrote en de werkelijk ontvangen inkomsten uit belastingen; een toelichting op de grootste afwijkingen tussen begrote en werkelijke inkomsten; de lokale lastendruk; informatie over bezwaar, beroep en kwijtschelding. De lokale belastingen zijn een belangrijk onderdeel van de “eigen” inkomsten van de gemeente en worden meestal gebruikt als algemeen dekkingsmiddel voor het te voeren beleid. In november 2023 heeft de rekenkamercommissie Vallei & Veluwerand het rapport “Onderzoek naar heffingen en leges in Barneveld” aangeboden aan de gemeenteraad.

Het college heeft naar aanleiding van dit rapport in juni 2024 een plan van aanpak opgesteld hoe de aanbevelingen van de rekenkamer kunnen worden opgevolgd. Het debat heeft vervolgens hierover plaatsgevonden en waar mogelijk heeft uitwerking al plaatsgevonden met de vertaling naar de beleidsproducten voor 2025 (onder meer verhoging van het overheadpercentage voor verschillende heffingen). Verdere afwegingen (of heroverwegingen) zal dit jaar bij de Kadernota plaatsvinden. Ook zal dit jaar nog de verdere uitwerking van de aanbevelingen plaatsvinden.

1.2 Beleid Algemene uitgangspunten Het beleid voor de lokale belastingen is vastgelegd in de verschillende verordeningen en in de Nota lokaal belastinggebied Barneveld 2024-2027. Het tarievenbeleid wordt jaarlijks geformuleerd bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten in de Kadernota. Onroerendezaakbelastingen (OZB) Voor de OZB betekent dit, afgezien van de groei, een stijging van de opbrengst met 4% inflatie voor eigenaren woningen en voor de eigenaren en gebruikers van niet-woningen. De groei betreft de toename van de waarde en daarmee de opbrengst door nieuwbouw en verbouwing. Afvalstoffenheffing In 2021 is analoog aan de rioolheffing een egalisatievoorziening ingesteld waarin het positieve verschil tussen de toerekenbare kosten afvalstoffeninzameling en de afvalstoffenheffing is gestort. De middelen in de egalisatievoorziening kunnen in de komende jaren aangewend worden om kostenstijgingen te compenseren, waardoor de tarieven niet of minder behoeven te worden verhoogd. In 2024 is het tarief met 2% verhoogd. Rioolheffing In het in mei 2021 vastgestelde GRP is een jaarlijkse stijging van 4% voorzien om kostendekkend te zijn. Dit komt mede door de ambities om de klimaatadaptatie ook vorm te geven. Deze lijn is in 2024 voortgezet. Grafrechten De kostendekkendheid binnen het product grafrechten is lager dan begroot.

De oorzaak hiervoor is dat de lastenontwikkeling hoger is gebleken dan de stijging van het tarief. Om een inhaalslag te maken, en daarmee te groeien richting kostendekkendheid, is bij de programmabegroting 2025 voorgesteld en besloten om de tarieven gemiddelde genomen met 25% te verhogen.

35

Tarieven tabel

2023

2024

Stijging t.o.v. vorig jaar

0,0747 0,2054 0,1620

0,0744 0,2080 0,1641

-0,4% 1,3% 1,3%

Hondenbelastingen - voor de 1e hond - voor de 2e hond - voor elke volgende hond - kennels

€ 53,70 € 74,30 € 91,90 € 128,00

€ 55,75 € 77,25 € 95,50 € 133,00

3,8% 4,0% 3,9% 3,9%

Toeristenbelasting - tarief per overnachting - seizoenplaats - jaarplaats

€ 1,14 € 213,20 € 213,40

€ 1,19 € 222,50 € 222,80

4,4% 4,4% 4,4%

€ 214,00

€ 222,50

4,0%

€ 214,00

€ 222,50

4,0%

€ 1.050,00

€ 1.090,00

3,8%

€ 214,00

€ 222,50

4,0%

€ 196,80 € 328,00

€ 200,70 € 334,50

2,0% 2,0%

€ 201,60

€ 209,65

4,0%

Tarieven lokale heffingen Onroerende zaakbelastingen - eigenaren woningen, in % van de waarde - eigenaren niet-woningen, in % van de waarde - gebruikers niet-woningen, in % van de waarde

Forensenbelasting - waarde minder dan € 87.000 of panden waarvoor geen waarde is vastgesteld - waarde meer dan € 87.000 vermeerderd met 0,83% van het bedrag waarmee de heffingsgrondslag € 87.000 te boven gaat. Met dien verstande dat een maximumbedrag geldt van: - voor woningen/onderkomens waarvoor geen waarde is vastgesteld op grond van de WOZ bedraagt het tarief Afvalstoffenheffing - éénpersoonhuishoudens - meerpersoonshuishoudens Rioolheffing: - vastrecht tot 350 m3 afvalwater

1.3 Tarieven en inkomsten Vergelijkend overzicht opbrengsten uit belastingen Binnen het gemeentelijk belastinggebied wordt onderscheid gemaakt in belastingen en rechten. Belastingen zijn bijdragen in de algemene middelen van de gemeente. Tegenover het betalen van belasting staat geen direct aanwijsbare tegenprestatie. Voor de tarieven van de belastingen zijn geen beperkingen opgenomen. Voorbeelden van belastingen zijn: onroerendezaakbelastingen, forensenbelasting, toeristenbelasting en hondenbelasting. Rechten worden geheven ter dekking van de kosten van dienstverlening door de gemeente. In de wet is bepaald dat de geraamde opbrengst niet hoger mag zijn dan nodig om 100% van de geraamde kosten te dekken. Dit houdt in dat de kostendekkendheid op basis van de begroting wordt beoordeeld. Een beoordeling achteraf is niet in de wet opgenomen. Voorbeelden van rechten zijn de begrafenisrechten, rioolheffing en leges voor verschillende diensten. Een lagere dekking is een beleidsvrijheid van de gemeente. Het overzicht van de belastingen wordt weergegeven in bijgaande tabellen en grafieken. In onderstaande tabel ziet u tevens de begroting en werkelijke cijfers.

36

Tabel lokale heffingen bedragen x € 1.000 Rekening Verschil 2024

Rekening 2023

Primitieve Begroting

Actuele Begroting

Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen) 01. Onroerende zaakbelastingen woningen 02. Onroerende zaakbelastingen niet-woningen 03. Hondenbelasting 04. Toeristenbelasting 05. Forensenbelasting 06. Reclamebelasting Totaal Belastingen (Algemene dekkingsmiddelen)

7.849 7.213 213 1.039 1.230 121 17.665

8.258 7.442 246 734 1.272 125 18.077

8.361 7.758 236 850 1.315 125 18.645

8.371 7.813 233 1.040 1.364 124 18.946

10 54 (2) 191 49 (1) 301

Rechten (Tariefsgebonden) 07. Rioolheffing 07. Rioolheffing - kwijtschelding 08. Afvalstoffenheffing 08. Afvalstoffenheffing - kwijtschelding 09. Begrafenisrechten 10. Parkeergelden 11. Parkeerboetes 12. Marktgelden 13. Leges burgelijke stand 14. Leges burgerzaken 15. Leges Wabo vergunningen 16. Leges bestemmingsplannen 17. Overige leges Totaal Rechten (Tariefsgebonden)

5.686 (128) 6.719 (167) 821 807 129 34 128 607 3.407 983 272 19.299

6.232 (125) 7.111 (155) 1.101 718 103 36 145 855 2.266 1.097 192 19.575

6.032 (125) 6.961 (155) 851 718 103 36 180 1.086 3.266 1.097 300 20.349

6.020 (127) 6.944 (164) 835 877 146 34 149 1.095 3.732 899 283 20.724

(12) (2) (17) (9) (16) 160 42 (3) (31) 9 466 (197) (17) 375

Totaal lokale heffingen

36.964

37.653

38.994

39.670

676

Lokale heffingen

Toelichting grootste afwijkingen

ad 2) Onroerende zaakbelastingen niet-woningen Het voordelig resultaat van € 54.000 is ontstaan door de groei van de gemeente. ad 4) Toeristenbelasting Er is sprake van een hogere opbrengst Toeristenbelasting door toename van het aantal recreatieve objecten, bestandsoptimalisatie en door toename van het aantal recreatieve overnachtingen. ad 10) Parkeergelden Een voordeel van € 160.000 heeft betrekking op meer parkeerbewegingen waardoor, meer parkeeropbrengsten zijn binnengehaald, dan dat er begroot is. ad 15) Leges Wabo vergunningen De werkelijke legesbaten zijn € 466.000 hoger dan begroot door meer verleende vergunningen dan verwacht. De vergunningverlening is vraaggestuurd, waardoor dit moeilijk planbaar is. Daarnaast vormt de planning van fysieke bouwprojecten, zeker in de voorbereidingsfase, een onzekere factor die van invloed is op het moment van de vergunningaanvraag en de legesbaten. ad 16) Leges bestemmingsplannen De ontvangen legesbaten bestemmingsplannen zijn € 197.000 lager dan begroot. Het aantal aanvragen bestemmingsplanprocedures is vraaggestuurd en derhalve niet goed te voorspellen.

Grafiek belastingen

Grafiek rechten

37

1.4 Kostendekkendheid Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

Voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing wordt hieronder een uitgebreidere kostendekkendheid weergegeven. Gerekend wordt met een opslag van de overhead ten opzichte van de salariskosten die toegerekend worden aan de betreffende heffing (50%). In de verzameltabel is de kostendekkendheid van de verschillende leges op hoofdlijnen weergegeven en een totaal kostendekkendheidspercentage.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing

bedragen x € 1.000 Rekening 2024

Begroting 2024 Bedrag

%

Bedrag

%

5.580 - 651 4.929

79% -9% 70%

5.636 - 988 4.648

81% -14% 67%

979 388 785 2.152

14% 5% 11% 30%

1.007 406 908 2.321

14% 6% 13% 33%

Totale kosten

7.081

100%

6.968

100%

Totale opbrengst heffing

6.961

Kosten Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten product Overhead Aandeel straatreiniging (m.i.v. 2025: 40%) BTW Toe te rekenen kosten product

Overschot / tekort, te verrekenen met voorziening afvalstoffenheffing Dekkingspercentage opbrengsten

6.944

- 120

- 24 98%

100%

Kostendekkendheid rioolheffing

Kostendekkendheid rioolheffing

bedragen x € 1.000 Rekening 2024

Begroting 2024 Bedrag

%

Bedrag

%

4.528 - 44 4.484

74% -1% 74%

4.713 - 72 4.642

74% -1% 73%

956 388 265 1.609

16% 6% 4% 26%

939 406 388 1.733

15% 6% 6% 27%

Totale kosten

6.093

100%

6.374

100%

Totale opbrengst heffing

5.907

Overschot / tekort, te verrekenen met voorziening GR Dekkingspercentage opbrengsten

- 186

Kosten Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product Toe te rekenen kosten product Overhead Aandeel straatreiniging (m.i.v. 2025: 60%) BTW Toe te rekenen kosten product

5.893 - 481 97%

92%

Kostendekkendheid grafrechten

Onderstaande tabel geeft de kostendekkendheid binnen het product grafrechten weer. Uit deze tabel blijkt dat het percentage kostendekkendheid lager is dan begroot. In de tweede tussenrapportage 2024 is de begroting bijgesteld. Op basis van de bijgestelde begroting is de afwijking in dekkingspercentage marginaal.

Kostendekkendheid grafrechten

bedragen x € 1.000 Rekening 2024

Begroting 2024 Bedrag

%

Bedrag

%

Kosten

38

Netto kosten product Kosten product Inkomsten product, excl. heffingen Netto kosten product

1.208 -1 1.207

79% 0% 79%

1.370 -2 1.368

83% 0% 82%

329 329

21% 0% 21%

291 291

18% 0% 18%

Totale kosten

1.536

100%

1.659

100%

Totale opbrengst heffing

1.100

Tekort Dekkingspercentage opbrengsten

- 436

Toe te rekenen kosten product Overhead Rente Toe te rekenen kosten product

835 - 825 72%

50%

Kostendekkendheid heffingen

bedragen x € 1.000 Kostendekkendheid heffingen

Lasten taakveld

Overhead incl. rente

BCF /BTW

Totaal lasten

Leges

Andere inkomsten

Dekkings %

5.636 4.713 1.370 8.412 1.927 22.058

1.413 1.345 291 1.190 592 4.830

908 388 1.296

7.956 6.446 1.661 9.602 2.519 28.184

6.944 5.893 835 4.631 1.319 19.622

988 72 2 55 65 1.181

100% 92% 50% 49% 54% 73%

Afvalstoffenheffing Rioolheffing Grafrechten Leges omgevingsvergunning Leges burgerzaken Totaal

1.5 Lokale lastendruk Om een indruk te hebben wat de “lokale lastendruk” is, wordt berekend wat de huishoudens aan belasting moeten betalen. Daarbij worden de voor huishoudens gebruikelijke heffingen (de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffen- en rioolheffing) betrokken. Door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) wordt jaarlijks een atlas van de lokale lasten opgesteld. De bruto woonlasten van meerpersoonshuishoudens lopen, volgens de COELO Atlas voor 2024, uiteen van € 675 tot € 1.988 per jaar. Landelijk gezien bevindt Barneveld zich op plaats 112 van de 345 gemeenten en is Barneveld met € 940 een gemeente met een lastendruk ruim onder het gemiddelde (€ 994). De stijging in 2024 van de lokale lasten in Barneveld is 2,7%. Het grote verschil tussen de woonlasten in de goedkoopste en de duurste gemeente (€ 1.313) is enigszins misleidend. De frequentieverdeling van de gemeentelijke woonlasten is namelijk zeer vlak. In 73% van de gemeenten liggen de woonlasten tussen de € 800 en de € 1.100. Aan de onderkant en de bovenkant van de verdeling zit een beperkt aantal uitschieters. Hoewel het maximum op € 1.988 ligt, komen 16 gemeenten boven de € 1.300 uit.

Het bedrag van de bruto woonlasten is opgebouwd uit de onroerende zaakbelasting, waarbij wordt uitgegaan van de gemiddelde woningwaarde (zowel landelijk, als provinciaal, als voor Barneveld), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

Tabel lokale lastendruk Lokale lastendruk

2023

2024

Lastenstijging (%)

Hoogste tarieven - Landelijk - Gelderland

1.874 1.231

1.988 1.307

6,1% 6,2%

Laagste tarieven - Landelijk - Gelderland

652 652

675 679

3,5% 4,1%

Gemiddelde tarieven - Landelijk - Gelderland - Barneveld

944 940 915

994 997 940

5,3% 6,1% 2,7%

Bron: COELO Atlas van de lokale lasten (www.coelo.nl)

1.6 Bezwaar, beroep en kwijtschelding Bezwaar en beroep Wie het niet eens is met een opgelegde aanslag kan een bezwaarschrift indienen bij de gemeente. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen 6 weken na het opleggen van de aanslag. Behoudens een deel van de no cure no pay-bezwaren, is voor nagenoeg alle overige bezwaren tegen de bij het reguliere kohier opgelegde aanslagen, voor eind november 2024 uitspraak gedaan. De uitspraken voor het restant van de no cure no pay bezwaren zijn in februari 2025 genomen. Voor degenen die het niet eens zijn met de uitspraak bestaat er de mogelijkheid om beroep in te stellen bij de rechtbank, hoger beroep bij het gerechtshof en cassatieberoep bij de Hoge Raad. Kwijtschelding Voor de inwoners van Barneveld zonder vermogen en met een laag inkomen bestaat de mogelijkheid om kwijtschelding te vragen voor de aanslag van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Door gegevensuitwisseling met het Inlichtingenbureau (waar gegevens uit de administraties van UWV, RDW en Belastingdienst worden gecombineerd), wordt nagegaan of een eerder verleende kwijtschelding leidt tot een ambtshalve kwijtschelding in het volgende jaar. Betrokkenen hoeven daarvoor dan niet zelf opnieuw een aanvraag in te dienen.

39

In de begroting 2024 is een gelijkblijvend bedrag geraamd in de omvang van de kwijtschelding (€ 280.000) als in 2023. In werkelijkheid is er 753 keer kwijtschelding gevraagd. 622 aanvragen zijn geheel of gedeeltelijk gehonoreerd en 131 afgewezen. Het totale bedrag aan kwijtschelding is hiermee uitgekomen op ca. € 290.000. In circa 50% van de gehonoreerde aanvragen is automatisch kwijtschelding verleend op grond van de hiervoor aangegeven gegevensuitwisseling met het Inlichtingenbureau.

40

Tabel ontwikkeling kwijtschelding Kwijtscheldingen 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024

Aangevraagd

Afgewezen

830 788 785 761 758 785 753

106 139 162 120 137 141 131

Geheel of gedeeltelijk toegewezen 724 649 649 641 621 644 622

Bedrag kwijtschelding € 292.716 € 266.422 € 272.832 € 272.994 € 278.171 € 294.187 € 290.290

Grafiek ontwikkeling kwijtschelding

41

Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing

2.1 Inleiding Informatie over het weerstandsvermogen is van belang om te weten of en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Deze tegenvallers kunnen incidenteel of structureel van aard zijn, maar hebben altijd invloed op de financiële positie van de gemeente. Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn, is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de financiële risico's die de gemeente loopt en de kans dat de risico's daadwerkelijk optreden. De mate van flexibiliteit van de gemeentebegroting speelt een belangrijke rol bij de bepaling van het weerstandsvermogen: hoe snel kunnen tegenvallers worden opgevangen door ombuigingen van bestaand beleid, al dan niet in combinatie met belastingverhogingen. Ook de omvang van de vrij aanwendbare reserves is daarbij van belang. Vanuit het provinciaal toezicht zijn geen directe normen voor het weerstandsvermogen aangegeven. Wel wordt bewaakt dat de algemene reserve een bepaalde minimum omvang heeft. Begrippenkader Onder het weerstandsvermogen wordt een kengetal verstaan, namelijk de verhouding tussen de direct beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit:

Weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit -----------------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit

Met de direct beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken. Onder benodigde weerstandscapaciteit verstaan we de gevolgen van alle risico's waarvoor nog geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Tot het treffen van dergelijke maatregelen behoren onder andere het instellen van voorzieningen, het afdekken van risico's met verzekeringen, of andere risicobeperkende acties.

2.2 Beleid In de Nota Risicomanagement & Weerstandsvermogen 2020 - 2024 is het beleid vastgesteld ten aanzien van het kwantificeren en kwalificeren van risico's en de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit. Ook is de beoordeling en kwalificatie van de berekende weerstandsratio in bandbreedtes vastgesteld. Het weerstandsvermogen wordt concernbreed twee maal per jaar bepaald - ten tijde van de begroting en ten tijde van de jaarrekening - en in paragraaf 2 Weerstandsvermogen en Risicobeheersing opgenomen. Risico's en reserves zijn continu aan verandering onderhevig, zo is ook het weerstandsvermogen in deze paragraaf een momentopname. Er wordt daarom gewerkt met streefwaardes en bandbreedtes in plaats van met exacte getallen. De geldende bandbreedtes van het weerstandsvermogen zijn in onderstaande tabel weergegeven.

Weerstands vermogen

Effect

Maatregel

< 1,0

onder minimale streefwaarde

College B&W neemt maatregelen om binnen twee jaar > 1,0 te komen. Deze zijn gericht op het verlagen van de benodigde weerstandscapaciteit en/of het verhogen van de beschikbare weerstandscapaciteit.

1,0 – 1,2

minimale streefwaarde optimale bandbreedte maximale streefwaarde boven maximale streefwaarde

College B&W maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan.

1,2 – 1,6 1,6 – 2,0 > 2,0

n.v.t. College B&W maakt analyse en geeft de meerjarige verwachting aan. n.v.t.

2.3 Beschikbare weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit geeft de mate aan waarin de gemeente zelf in staat is om niet begrote kosten te dekken door structurele middelen vrij te maken. Hierbij kan gedacht worden aan de mogelijkheden die er zijn tot het verhogen van de inkomsten, bijvoorbeeld via belastingverhoging. Bij de incidentele weerstandscapaciteit gaat het om de aanwezigheid van vrij besteedbare middelen die eenmalig kunnen worden ingezet. In het kader van het weerstandsvermogen binnen deze paragraaf zullen wij slechts rekening houden met de incidentele weerstandscapaciteit. In onderstaande tabel is een vergelijkend overzicht gegeven van de weerstandscapaciteit per begin en einde van het boekjaar. Algemene reserves (1) Voor de berekening van de weerstandscapaciteit worden alleen de vrij besteedbare reserves meegenomen. Deze vrij besteedbare reserves treffen wij aan bij de groep van algemene reserves. Voor de bestemmingsreserves geldt dat voor wijziging van de bestemming een raadsbesluit nodig is en er dus geen sprake is van een vrij besteedbare reserve. Voorzieningen zijn niet vrij besteedbaar en behoren daarom niet tot de weerstandscapaciteit. Stille reserves (2) Stille reserve is het verschil tussen de hogere directe opbrengstwaarden bij verkoop en de boekwaarden van de diverse activa.

Hierbij kan worden gedacht aan panden, aandelen en bedrijfsmiddelen. De directe opbrengstwaarde dient bekend te zijn en bovendien moeten de betreffende activa direct verkoopbaar of verhandelbaar zijn. Dit is met de gemeentelijke activa zelden het geval. Mede daarom zijn de stille reserves als een p.m.-post opgenomen.

bedragen x € 1.000

42

Weerstandscapaciteit

31-dec-2023

31-dec-2024

Beschikbare weerstandscapaciteit 1. Algemene reserves 2. Stille reserves Beschikbare weerstandscapaciteit

35.049 p.m. 35.049

40.495 p.m. 40.495

Benodigde weerstandscapaciteit

38.400

27.800

0,91

1,46

Weerstandsfactor

2.4 Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is gebaseerd op de financiële risico’s die de gemeente loopt. Om deze risico’s te analyseren, wordt tweemaal per jaar een inventarisatie uitgevoerd, waarbij de kans en de financiële impact van elk risico worden ingeschat. Met behulp van de Monte Carlo-methode, een breed geaccepteerde simulatie, wordt met 90% zekerheid berekend welk bedrag nodig is om de verwachte financiële risico’s die zich mogelijk na 2024 voordoen te kunnen opvangen. Ultimo 2024 is dit bedrag vastgesteld op 27,8 miljoen euro, terwijl de beschikbare capaciteit 40,5 miljoen euro bedraagt, wat resulteert in een weerstandsfactor van 1,46. Deze methode houdt rekening met het feit dat niet alle risico’s tegelijkertijd optreden, waardoor de benodigde buffer lager uitvalt dan de som van alle individuele risico’s. De berekeningen dienen als hulpmiddel om de financiële buffer te bepalen, maar zijn geen exacte wetenschap. Het is belangrijk om de weerstandsfactor in samenhang met andere financiële kengetallen te beoordelen, en niet als enige indicator van de financiële positie. Het risicoprofiel is bepaald door te inventariseren welke risico's er bestaan en de financiële effecten in te schatten wanneer ze zich voor doen. Daarbij is voor de waarschijnlijkheid/kans gebruik gemaakt van de volgende indeling:

Hieronder hebben wij 10 meest impactvolle risico’s opgenomen:

43

2.5 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen eind 2024, exclusief het resultaat van 2024, ligt met een ratio van 1,46 binnen de optimale bandbreedte van 1,2 tot 1,6. Berekening weerstandsvermogen: 40,495 miljoen / 27,800 miljoen = 1,46 Omdat het huidige weerstandsvermogen binnen de optimale bandbreedte ligt is het bij de resultaatbestemming van het rekeningresultaat 2024 niet noodzakelijk om aan de algemene reserve toe te voegen. Rekening houdend met de potentiële risico's en het verwachte negatieve resultaat zoals opgenomen in de eerste tussenrapportage 2025, blijft het weerstandsvermogen binnen de optimale bandbreedte.

2.6 Financiële kengetallen Bij het beoordelen van de hoogte en de ontwikkeling van de ratio's moet gekeken worden naar de samenhang tussen ratio's en ontwikkeling ervan in de tijd. De uitkomst van een individuele ratio biedt een beperkt inzicht. In vergelijking met de Programmabegroting 2024 en de Jaarverslaggeving 2023 is het aantal ratio's beperkt tot de meest belangrijke voor de interne beoordeling van de financiële positie. Deze selectie van ratio's wordt ook door de toezichthouder gebruikt en door het BBV verplicht voorgeschreven. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in drie categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk afgesproken signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. Mede gezien de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt is het goed de financiële kengetallen of ratio’s in beeld te hebben. Deze ratio’s zijn verhoudingsgetallen op basis van de balans- en/of exploitatiecijfers. Samen met het weerstandsvermogen kunnen we een beeld vormen van hoe de gemeente er in financieel opzicht voorstaat. Weerbaarheid: kan de gemeente tegen een stootje? Netto schuldquote: Het kengetal netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de netto schuldenlast en de totale baten van de gemeente en geeft een indicatie va de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

De netto schuldenlast zijn het totaal van de langlopende en kortlopende schulden verminderd met het totaal van de langlopende (behalve verstrekte leningen) en kortlopende vorderingen. Een verhouding van 100% betekent dat de netto schuldenlast even hoog is als de totale baten van de gemeente. De signaalwaarden bij dit kengetal zijn oranje bij 90-130% (categorie B) en rood bij >130% (categorie C). Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: De netto schuldenlast kan leningen bevatten die de gemeente heeft afgesloten en die vervolgens zijn doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties. Omdat die woningcorporaties op hun beurt jaarlijks aflossen dekt dit een deel van de rentelasten en de aflossingen in de exploitatie van de gemeente. Dit verlaagt de netto schuldquote. Om inzicht te krijgen in het effect van het doorlenen is er het kengetal netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De signaalwaarden zijn gelijk aan die van de netto schuldquote. Solvabiliteit: Dit kengetal geeft het procentuele aandeel van het eigen vermogen op het totaal van het vermogen en

44

geeft aan in hoeverre een organisatie op de lange termijn aan de financiële verplichtingen kan voldoen. De signaalwaarden bij dit kengetal zijn oranje bij 20-50% (categorie B) en rood bij <20% (categorie C). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Barneveld streeft naar minimaal 30% (eigen vermogen / totale vermogen). Grondexploitatie: Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente. Dit geeft inzicht in welke mate de grondexploitatie (op termijn) kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. De signaalwaarden bij dit kengetal zijn oranje bij 20-35% (categorie B) en rood bij >35% (categorie C). Wendbaarheid: heeft de gemeente ruimte om bij te sturen? Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. De som van de structurele baten minus de structurele lasten en de structurele onttrekkingen minus de structurele toevoegingen aan de reserves wordt vergeleken met de totale baten vóór de mutaties reserves. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De signaalwaarden bij dit kengetal zijn oranje bij 0% (categorie B) en rood bij 105% (categorie C).

Belastingcapaciteit: Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin in het volgende begrotingsjaar financiële tegenvallers of ruimte voor nieuw beleid kan worden opgevangen met een belastingverhoging. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig, in dit geval de landelijk gemiddelde tarieven. De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing). Naast de OZB wordt gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing, omdat deze heffingen niet kostendekkend behoeven te zijn, maar ook lager mogen worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). De signaalwaarden bij dit kengetal zijn oranje bij 95105% (categorie B) en rood bij >105% (categorie C).

Toelichting ontwikkeling kengetallen Weerbaarheid

1a Netto schuldquote De schuldquote is ten opzichte van de realisatie 2023 licht gestegen, wat wordt veroorzaakt door een stijging van de netto schuldenlast en een daling van het totale saldo van baten. De hogere netto schuldenlast wordt enerzijds veroorzaakt door een lager saldo schatkistbankieren en anderzijds door hogere overlopende passiva door hoger bedrag vooruit ontvangen bedragen specifieke uitkeringen van het Rijk. Het relatief hoge saldo schatkistbankieren per eind 2023 is in de loop van 2024 gebruikt voor de toegenomen investeringen in vaste activa. Het kengetal is beter dan de begroting 2024, met name als gevolg van lagere vaste schulden (lagere langlopende financieringsbehoefte dan verwacht) en hogere baten, met name BUIG, incidentele baten vanuit grondexploitaties en verkoop vastgoed, en hogere algemene uitkering. De netto schuldquote ligt onder de streefwaarde die de VNG hanteert. 1b Gecorrigeerde netto schuldquote Dit kengetal geeft het effect aan als alle aan derden verstrekte geldleningen buiten beschouwing worden gelaten. Evenals bij de netto schuldquote ligt de realisatie 2024 iets boven de realisatie 2023, maar onder de begroting 2024. Hiervoor geldt dezelfde verklaring als bij de netto schuldquote, omdat het totaal aan derden verstrekte leningen slechts weinig is gewijzigd. Ook dit kengetal ligt beneden de streefwaarde die de VNG hanteert. 2.

Solvabiliteit De solvabiliteit is stabiel gebleven ten opzichte van boekjaar 2023 en ligt ruim boven de minimale streefwaarde van 30%. Het eigen vermogen is in gelijke mate meegegroeid met de groei van de totale balans (met name als

45

gevolg van de investeringen in vaste activa). 3. Kengetal grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe groot de waarde van de bouwgronden (in exploitatie + niet in exploitatie) is ten opzichte van de totale inkomsten van de gemeente. Dit is belangrijk om te kunnen beoordelen of de gemeente veel geïnvesteerd heeft in bouwgronden in exploitatie en wellicht daar risico’s over loopt en of er een reële verwachting is dat bij verkoop van deze gronden eventuele schulden kunnen worden afgelost. In het algemeen geldt: hoe lager dit percentage hoe lager het risicoprofiel met betrekking tot het terugverdienen van de investeringen in de grondexploitaties. In 2024 is dit kengetal is met 3 procentpunt gestegen omdat in vergelijking met 2023 de boekwaarde van de bouwgronden is gestegen hoofdzakelijk als gevolg van een daling van de voorziening, terwijl de totale baten lager waren. De uitkomst is echter nog steeds ruim binnen de norm van 50%. Zie voor een uitgebreide toelichting op de grondposities ook de paragraaf grondbeleid.

Toelichting ontwikkeling kengetallen Wendbaarheid

4. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal kan door de jaren heen fluctueren, afhankelijk van de structurele baten en lasten in die jaren. In principe is elke positieve uitkomst goed, hoewel een te hoog positief percentage een indicatie kan zijn van minder realistisch begroten. Voor 2024 is de uitkomst 6,3%, wat boven het begrote kengetal van 1,1% ligt en ook boven de uitkomst van 2023 (2,1%). Dit komt doordat het werkelijke structurele begrotingsoverschot relatief meer voordelig afwijkt van de begroting en vorig jaar dan de totale baten van de begroting en vorig jaar zijn veranderd. 5. Onbenutte belastingcapaciteit Voor boekjaar 2024 zijn de totale woonlasten van een gemiddeld gezin binnen de gemeente Barneveld 5,4% lager dan het landelijk gemiddelde. Dat is een stijging ten opzichte van boekjaar 2023 (4,0%), wat betekent dat in 2024 de gemiddelde landelijke woonlasten procentueel harder zijn gestegen dan die van gemeente Barneveld.

Tabel financiële kengetallen Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Gemeentelijke belastingcapaciteit

Rekening 2020 147,3% 138,5% 25,0% 39,6%

2021 132,5% 124,0% 27,2% 39,5%

102,5%

100,6%

2022 123,1% 114,5% 30,6% 24,4% 3,3% 94,8%

Begroting 2023 90,5% 83,9% 34,8% 23,1% 2,1% 96,0%

2024 106,8% 99,5% 35,3% 25,8% 6,3% 94,6%

2024 157,4% 149,1% 22,9% 30,6% 1,1% 97,4%

Op basis van de uitkomst van de financiële kengetallen hierboven, is de conclusie dat de financiële positie van de gemeente goed is. Het geeft de gemeente de ruimte om zelfstandig financiële beslissingen te blijven nemen.

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen

3.1 Inleiding Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt een aanzienlijk beslag op de financiële middelen van de gemeente. Kapitaalgoederen zijn verdeeld naar de categorieën wegen, water & riolering, groen en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beheerplannen legt de gemeenteraad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Met de vaststelling van de programmabegroting machtigt de raad het college van burgemeester en wethouders om de uitgaven ten laste van de betreffende onderhoudsvoorzieningen te doen. De voorzieningen worden gevuld door jaarlijkse bijdragen en stortingen vanuit de verschillende programma's. Bedragen genoemd in deze paragraaf zijn in duizenden euro’s (x € 1.000).

3.2 Wegen Beleidskader

Doel: Wat willen we bereiken en binnen welke kaders?

46

Het beleidskader is bepaald in de Beleidsvisie beheer en onderhoud wegen 2017-2026. Het voornaamste doel is het bereiken van een gemiddeld kwaliteitsniveau Basis voor veilig begaanbare wegen. Op dit moment zijn we nog niet op het gewenste kwaliteitsniveau, maar we komen wel dichterbij. In november 2022 is het Beheerplan wegen 2023-2027 goedgekeurd, waarin de aanpak is uitgewerkt om dit gemiddelde kwaliteitsniveau Basis te bereiken. Inhoud: Wat hebben we gedaan om het gewenste kwaliteitsniveau te bereiken? Het beheer van de gemeentelijke wegen bestaat uit: Kleinschalig onderhoud om onveilige situaties te voorkomen en te verhelpen. Grootschalig onderhoud om de wegen in stand te houden. Elk jaar stelt het college een uitvoeringsplan voor groot onderhoud vast, dat ter informatie aan de raad wordt voorgelegd. Investeringen voor het vervangen van verouderde wegen, Levensduurverlengend Onderhoud (LVO) en de aanleg van bermbeton. De realisatie hiervan gebeurt zoveel mogelijk binnen projecten. Elk jaar stelt de raad een uitvoeringsplan voor investeringen vast. Monitoren kwaliteitsontwikkeling In het jaar 2024 is een rapportage kwaliteitsontwikkeling door het college vastgesteld en ter informatie voorgelegd aan de raad. Hierin staat het actuele kwaliteitsniveau van de gemeentelijke wegen en de verhouding tot de voorgaande kwaliteitsmeting (2022).

In de jaren daartussen wordt een prognose gegeven van de verwachte kwaliteitsontwikkeling. Financiën: hoe vindt de financiering plaats? Kleinschalig onderhoud direct vanuit de exploitatie; Grootschalig onderhoud via structurele stortingen/onttrekkingen vanuit de exploitatie in de voorziening onderhoud wegen, gebaseerd op het Beheerplan wegen. Vanaf de begroting 2025 is een extra storting van structureel € 50.000 opgenomen, zodat de voorziening van voldoende omvang blijft. Investeringen via het Meerjaren Investeringsplan (MIP). Per investering (project) is een krediet beschikbaar. Risico's Financiën: per 1 januari 2025 geldt een nieuwe richtlijn voor het gebruik van lage temperatuur asfalt. Waarschijnlijk stijgt hierdoor de kostprijs van asfalt. Daarnaast zijn ook andere onvoorziene prijsstijgingen denkbaar. Capaciteit: door de krappe arbeidsmarkt is het lastig om goed personeel te werven en vast te houden. Tijd: steeds meer invloed door andere projecten/wegwerkzaamheden (ook die van andere wegbeheerders), waarbij gelijktijdige uitvoering niet mogelijk is. Daarnaast de beperktere periode van uitvoering door de nieuwe richtlijn voor lage temperatuur asfalt. Het advies is dit asfalt na oktober niet meer te verwerken. Voorheen werd asfalt tot eind december verwerkt.

Bereikbaarheid: door het toenemend aantal projecten/wegwerkzaamheden en de toename van de verkeersintensiteit (Barneveld groeit) wordt het bereikbaar houden van de gemeente Barneveld steeds lastiger. Beleidskader Als gemeente hebben we de wettelijke plicht onze wegen op een verantwoorde wijze te beheren en te onderhouden. We hanteren hiervoor een gemiddeld kwaliteitsniveau Basis, zoals in 2016 door de raad is vastgesteld. Aanvullend hierop is in 2022 het Beheerplan wegen 2023-2027 vastgesteld door de raad. Met het beheerplan wordt voldaan aan de aangescherpte regelgeving vanuit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Op basis van de inzichten vanuit het beheerplan zijn aanvullende financiële middelen beschikbaar gesteld. Deze zijn nodig voor het behalen van een gemiddeld kwaliteitsniveau Basis. Status In het beheerplan wegen is vastgelegd hoe we een gemiddeld kwaliteitsniveau Basis bereiken en wat daarvoor nodig is aan middelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=5e2c7e83-ed91-4ae8-85a6-be8a54e29064