CConstaterende datBarneveld
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Jaarverslaggeving 2022 (def).pdf

Gemeenteraad 28 juni 2023, gemeente BarneveldBij agendapunt: Jaarverslaggeving 202249.869 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

50

2.5 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen eind 2022, exclusief het resultaat van 2022, ligt met een ratio van 1,16 binnen de minimale bandbreedte van 1,0-1,2. Indien we overigens rekening houden met het rekeningresultaat 2022, zal deze waarde 1,64 zijn. 34,7 Weerstandsvermogen = -------- = 1,16 29,9

2.6 Financiële kengetallen Bij het beoordelen van de hoogte en de ontwikkeling van de ratio's moet gekeken worden naar de samenhang tussen ratio's en ontwikkeling ervan in de tijd. De uitkomst van een individuele ratio biedt een beperkt inzicht. In vergelijking met de programmabegroting 2022 en het jaarverslag 2021 is het aantal ratio's beperkt tot de meest belangrijke voor de interne beoordeling van de financiële positie. Deze selectie van ratio's wordt ook door de toezichthouder gebruikt en door het BBV verplicht voorgeschreven. De waarden van de kengetallen zijn ingedeeld in 3 categorieën. Deze categorieën sluiten aan bij de landelijk afgesproken signaleringswaarden. Categorie A is het minst risicovol, categorie C het meest. Mede gezien de ontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt is het goed de financiële kengetallen of ratio’s in beeld te hebben. Deze ratio’s zijn verhoudingsgetallen op basis van de balans- en/of exploitatiecijfers. Samen met het weerstandsvermogen kunnen we een beeld vormen van hoe de gemeente er in financieel opzicht voorstaat. Omdat er sprake is van balansvergelijkingen zal de toelichting bij de kengetallen meer dan in voorgaande jaren voornamelijk gaan over de vergelijking ten opzichte van de vorige jaarrekening (2021) in plaats van met de begroting.

NB: Doordat het rekeningresultaat 2021 nu in de cijfers is verwerkt wijken de kengetallen R2021 in positieve zin iets af van de in de JR 2021 opgenomen cijfers.

Weerbaarheid: kan de gemeente tegen een stootje? Netto schuldquote: Het kengetal netto schuldquote geeft de verhouding weer tussen de schuldenlast en de totale (geraamde) baten van de gemeente en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De signaalwaarden bij dit kengetal zijn 90130% is oranje (categorie B) en > 130% is rood (categorie C).

51

Gecorrigeerde netto schuldquote: De gecorrigeerde netto schuldquote is de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen. De signaalwaarden zijn gelijk aan die van de netto schuldquote. Solvabiliteit: Dit kengetal geeft het procentuele aandeel van het eigen vermogen op het totaal van het vermogen en geeft aan in hoeverre een organisatie op de lange termijn aan de financiële verplichtingen kan voldoen. De signaalwaarden bij dit kengetal zijn 20-50% is oranje (categorie B) en <20% is rood (categorie C). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Barneveld streeft naar minimaal 30% (eigen vermogen / totale vermogen). Grondexploitatie: Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten van de gemeente. Dit geeft inzicht in welke mate de grondexploitatie (op termijn) kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. De signaalwaarden bij dit kengetal zijn 20-35% is oranje (categorie B) en >35% is rood (categorie C).

Toelichting ontwikkeling kengetallen Weerbaarheid

1a Netto schuldquote De schuldquote is ten opzichte van zowel de begroting 2022 als de jaarrekening 2021 fors verbeterd en ligt nu zelfs onder de streefwaarde die de VNG hanteert. Belangrijkste oorzaak is de vertraging bij de realisatie van de voorgenomen investeringen (ruim € 30 miljoen per ultimo 2022) en het forse rekeningsaldo 2022. Hierdoor is er minder externe financiering aangetrokken. 1b Gecorrigeerde netto schuldquote Dit kengetal geeft het effect aan als alle aan derden verstrekte geldleningen buiten beschouwing worden gelaten. Mede door een afname van het investeringsvolume en aflossingen van de verstrekte leningen daalt deze schuldquote. 2. Solvabiliteit Bij de solvabiliteit is een kleine verbetering zichtbaar en de waarde ligt ruim boven de minimale streefwaarde van 20%. Dit wordt veroorzaakt doordat het eigen vermogen (exclusief resultaat 2022) ruim € 3 miljoen is afgenomen tov 2021. Omdat ook het totaal van de passiva op de balans is afgenomen met bijna € 5 miljoen is er per saldo toch sprake van een verbetering. 3. Kengetal grondexploitatie Dit kengetal is te lezen als een verbijzondering van de balansratio '1 Netto schuldquote'. In dit kengetal worden de bouwgronden (in exploitatie + niet in exploitatie) gedeeld door de totale inkomsten van de gemeente.

Dit kengetal neemt af omdat de boekwaarde van de bouwgronden afneemt van bijna € 69 miljoen ultimo 2021 naar € ruim € 41 miljoen ultimo 2022. Zie voor een uitgebreide toelichting ook de paragraaf grondbeleid.

52

Wendbaarheid: kan de gemeente zich relatief snel aanpassen aan veranderende omstandigheden? Structurele exploitatieruimte: Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze wordt vergeleken met de totale baten voor de mutatie op reserves. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De signaalwaarden bij dit kengetal zijn 0% is oranje (categorie B) en <0% is rood (categorie C). Belastingcapaciteit: Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller deze in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffingen niet kostendekkend behoeven te zijn, maar ook lager mogen worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). De signaalwaarden bij dit kengetal zijn 95-105% is oranje (categorie B) en >105% is rood (categorie C).

Toelichting ontwikkeling kengetallen Wendbaarheid

4 Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft voor 2022 een uitkomst van 15,6% en is een direct gevolg van het forse exploitatieoverschot 2022. 5. Onbenutte belastingcapaciteit Doordat de tarieven van andere gemeenten gemiddeld sneller zijn verhoogd is er een positief verschil van 1,3% ontstaan tussen de tarieven Barneveld en het landelijk gemiddelde.

Tabel financiële kengetallen Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorr. voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Gemeentelijke belastingcapaciteit

Rekening 2018 130,8% 121,3% 22,6% 43,1% 0,0% 104,3%

2019 147,1% 137,0% 21,0% 66,5% 0,0% 104,9%

2020 147,3% 138,5% 25,0% 39,6% 0,0% 102,5%

Begroting 2021 132,5% 124,0% 27,5% 39,5% 0,0% 100,7%

2022 120,0% 111,6% 28,0% 23,8% -15,6% 98,7%

2022 161,6% 150,7% 26,2% 48,5% 0,0% 105,1%

53

Paragraaf 3 Onderhoud kapitaalgoederen

3.1 Inleiding Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt een aanzienlijk beslag op de financiële middelen van de gemeente. Kapitaalgoederen zijn verdeeld naar de categorieën wegen, water en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beheerplannen legt de gemeenteraad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Met de vaststelling van de programmabegroting machtigt de raad het college om de uitgaven ten laste van de betreffende onderhoudsvoorzieningen te doen. De voorzieningen worden gevuld door jaarlijkse bijdragen en stortingen vanuit de verschillende programma's. Bedragen genoemd in deze paragraaf zijn in duizenden euro’s (x € 1.000).

3.2 Wegen De gemeente heeft op dit moment circa 4,3 miljoen m2 aan wegen en andere verhardingen (zoals fiets- en voetpaden) in beheer en eigendom. De gemeente is, als wegbeheerder, verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud. Beleidskader en -doelstelling 2017-2026 In 2016 heeft de raad de beleidsvisie Beheer en onderhoud wegen 2017-2026 vastgesteld. De vastgestelde beleidsdoelstelling is een gemiddeld kwaliteitsniveau Basis voor de gemeentelijke wegen en andere verhardingen. Monitoren beleidsdoelstelling: behalen kwaliteitsniveau Basis Om het jaar wordt de kwaliteit van het wegen vastgesteld. Dit gebeurt door het doen van een weginspectie. De in 2022 gerapporteerde resultaten van de laatste weginspectie vielen tegen en gaven aanleiding tot het opstellen van een beheerplan wegen. De resultaten van de volgende weginspectie volgen in 2024. Tussentijds wordt een prognose van de kwaliteitsontwikkeling gedaan op basis van het uitgevoerde onderhoud aan en investeringen in wegen. Beheerplan wegen 2023-2027 In november 2022 is het Beheerplan wegen 2023-2027 door de raad vastgesteld. Hierin is aangegeven wat de redenen zijn voor het (tot nu toe) niet behalen van een gemiddeld kwaliteitsniveau Basis. Belangrijkste reden is het ontbreken van geld voor het doen van investeringen in wegen. In het beheerplan is in beeld gebracht welke bedragen hiervoor nodig zijn in de aankomende jaren.

Daarnaast is in het beheerplan een passende strategie voorgesteld om de beleidsambitie (behalen gemiddeld kwaliteitsniveau Basis) binnen vier jaar te verwezenlijken. Daarbij is aangeven dat de haalbaarheid, naast voldoende financiële middelen, afhankelijk is van voldoende personele capaciteit (zowel in- als extern). Uitvoeringsplan wegen 2022 Het jaarlijkse uitvoeringsplan wegen vormt de onderbouwing voor de Voorziening wegen. Het uitvoeringsplan is vastgesteld door het college. Belangrijkste onderdelen van het uitvoeringsplan zijn: Een terugblik op het, in het voorgaande jaar, uitgevoerde onderhoud. Het, in het aankomende jaar, geplande onderhoud. Een financiële verantwoording. Uitgevoerd onderhoud Het in 2022 geplande onderhoud is uitgevoerd door de partijen waarmee de gemeente een meerjarige onderhoudscontract heeft. Een aantal geplande locaties is niet uitgevoerd. Onder speerpunt 327 Wegen is aangeven welke locaties dit betreft. Financiële verantwoording De uitgaven in 2022 passen binnen de beschikbare middelen in de Voorziening wegen. De jaarlijkse financiële verantwoording maakt onderdeel uit van het uitvoeringsplan wegen.

Voorziening groot onderhoud wegen

Voorziening Groot onderhoud wegen Voorziening Groot onderhoud wegen

Saldo 1-1-2022 3.500

Stortingen 4.158

bedragen x € 1.000 Saldo 31-12-2022 - 4.867 2.791

Vrijval

Stortingen groot onderhoud wegen

54

bedragen x € 1.000 Specificatie storting groot onderhoud wegen

Bedrag

- dotatie vanuit primaire begroting

2.218

- BT inhaalslag wegen Totaal

1.940 4.158

Onttrekkingen groot onderhoud wegen bedragen x € 1.000 Specificatie onttrekking groot onderhoud wegen

Bedrag

Zeumerseweg

454

Nieuw Milligenseweg

437

Damweg

383

Elementenonderhoud

333

Asselseweg

328

Kallenbroekerweg

308

Essenerweg

304

Garderbroekerweg

292

Postweg

261

Ringlaan

250

Stroeerschoolweg

235

Kerkendelweg

221

Wencopperweg

193

Hazendonkweg

163

Nijverheidsweg

143

Overhorsterweg

124

Stoutenburgerweg

120

Ouwendorperweg

102

Onderhoud diverse locaties Totaal

66 4.717

3.3 Water Beleidskader Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026 geeft invulling aan de verplichting vanuit de Wet Milieubeheer om de water- en riooltaken en de bekostiging hiervan vast te leggen. De kern van het GRP is de uitwerking van de gemeentelijke zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Daarnaast is er extra aandacht voor oppervlaktewater, klimaatadaptatie, duurzaamheid en samenwerking. Jaarlijks wordt aan de raad het uitvoeringsplan voor het komende jaar en een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en maatregelen gepresenteerd. Financiële consequenties De meerjarenbegroting in het GRP geeft een prognose tot het jaar 2100 waarbij er voor wordt gezorgd dat de voorziening voldoende op peil is om de benodigde maatregelen uit te kunnen voeren.

Egalisatievoorziening riolering GRP Egalisatievoorziening riolering GRP

Saldo 1-1-2022 2.584

Stortingen 351

bedragen x € 1.000 Saldo 31-12-2022 - 60 2.876

Vrijval

bedragen x € 1.000 Specificatie onttrekking/storting voorziening riolering

Begroting 2022

Rekening 2022

Lasten Exploitatiekosten Extracomptabele toerekening kosten Totaal lasten

4.438 765 5.203

4.757 765 5.522

Baten Inkomsten rioolheffing Overige baten Totaal baten

5.159 44 5.203

5.363 99 5.462

-

60 60

Verschil lasten-baten Mutatie egalisatievoorziening VGRP

3.4 Gebouwen 55

3.4 Gebouwen Beleidskader De werkzaamheden voor uitvoering planmatig onderhoud aan gemeentelijke gebouwen zijn opgenomen in de rapportage planmatig onderhoud 2022-2041. Hierin is inzichtelijk gemaakt welke onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn, gekoppeld aan de toekomstvisie voor het gebruik en beheer van de gebouwen. Daarbij is het efficiënt uitbesteden van planmatig onderhoudswerkzaamheden een doorlopend aandachtspunt. Door maatschappelijke en economische ontwikkelingen wordt er steeds meer gekeken naar de mogelijkheden van duurzame oplossingen binnen het vastgoed. Niet alleen bij nieuwbouw, maar juist bij bestaande bouw worden strengere eisen gesteld. In december 2021 is het verduurzamingsplan vastgesteld door de raad voor 16 panden. Hiervoor wordt nu een duurzaam meer-jarenonderhoudsplan (DMJOP) opgesteld. In de komende jaren zal ook voor het resterende maatschappelijk vastgoed een verduurzamingsplan worden ontwikkeld en vastgesteld. Verder wordt bekeken in hoeverre onderdelen van klimaat adaptief bouwen ingezet kunnen worden bij bestaand en nog te realiseren projecten. In 2020 is gestart met het verder professionaliseren van de werkprocessen rondom het vastgoed. Het vastgoedbeleid wordt in de komende jaren verder uitgewerkt. In de nota Vastgoedbeleid worden spelregels opgenomen voor het vastgoedbeheer.

De nota Accommodatiebeleid Sport & Cultuur is 20 januari 2022 vastgesteld door de Raad, dit is het afwegingskader van de gemeente voor de Vraag naar huisvesting door maatschappelijke organisaties. Vastgoedportefeuille De gemeente Barneveld heeft ongeveer 85 gebouwen in bezit waarop planmatig onderhoud plaats vindt. Dit betreft onder anderen huisvesting van gemeentelijke diensten, kleedruimten op sportcomplexen, opstallen bij begraafplaatsen, monumentale kerktorens, parkeergarage, brandweergarages en het Hulpverleningscentrum. Daarnaast zijn er nog overige eigendommen en woningen. De objecten worden periodiek geïnspecteerd op de onderhoudsconditie, volgens de NEN 2767. De gemiddelde staat van onderhoud van objecten is ten minste conditiescore 3, wat wil zeggen, sober maar doelmatig. De inspecties hebben in 2022 plaatsgevonden. Voor een deel van het vastgoed is de exploitatie overgedragen aan exploitanten, dit betreft; binnensportaccommodaties, zwembaden, Veluwehal en een aantal buurthuizen. Binnen de afspraken (demarcatielijsten) wordt het planmatig onderhoud door de gemeente uitgevoerd. Beheer en onderhoudsplan Technisch beheer Voor veiligheid & gezondheid en het waarde behoud van vastgoed is het van belang vastgoed in goede staat van onderhoud te houden. Technisch onderhoud is dan ook een kerntaak van team Vastgoed.

Technisch onderhoud bestaat uit: 1- Planmatig onderhoud (ook wel ‘meerjarig onderhoud’), 2- Niet planmatig onderhoud (ook wel ‘jaarlijks onderhoud’), dit betreft correctief-, preventief- en dagelijks onderhoud Van beide vormen van onderhoud worden de uitgangspunten toegelicht in het werkdocument Beheerplan Technisch Onderhoud (BPTO). In de nota Vastgoedbeleid en het werkdocument BPTO (in ontwikkeling), zijn de werkprocessen en uitgangspunten opgenomen voor het planmatig onderhoud.

Planmatig onderhoud Het meer-jarenonderhoudsplan 2022 – 2041, jaarschijf 2022 geeft een overzicht van de geprognotiseerde benodigde financiële middelen voor het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden. In de rapportage Planmatig onderhoud wordt inzichtelijk gemaakt welke structurele onderhoudswerkzaamheden noodzakelijk zijn, gekoppeld aan de toekomstvisie voor het gebruik en het beheer van de gebouwen. Daarnaast zijn mutaties op het gebouwenbestand en de meest omvangrijke werkzaamheden toegelicht. De technische conditie is bepalend of werkzaamheden worden uitgevoerd. Het merendeel van de gebouwen heeft een technische staat (conditie) van 2-3. Conditie 1 is nieuwbouwkwaliteit en conditie 6 is sloop. Op basis van de meerjarenbegroting in het onderhoudsplan gebouwen 20222041 is de voorziening voldoende op peil om de benodigde maatregelen uit te kunnen voeren. Het beeld is, dat vanaf 2023 de onttrekkingen gaan oplopen. Financiën Jaarlijks wordt de benodigde financiële dekking op de uitvoeringskosten in beeld gebracht. De financiële middelen (dotatiebedrag) worden jaarlijks voor het betreffende begrotingsjaar vastgesteld. De Voorziening Onderhoud Gebouwen voorziet in een dekking van kosten over de eerste 20 jaar. Conform de bepalingen in de Nota reserve en voorzieningen, wordt over de eerste 10 jaar een dekking van 100% aangehouden en voor de volgende jaren een dekking van 75%.

Als gevolg van wijzigingen in aantal en omvang gebouwen, bijvoorbeeld nieuwbouw, verbouw, veranderde wetgeving, sloop of afstoten, verschuift ook de opgave van het MJOP. Dit kan een positieve of negatieve invloed hebben op de onderhoudsvoorziening, dit wordt jaarlijks gemonitord. In 2022 hebben de onderhoudswerkzaamheden conform de planning plaatsgevonden. Een aantal werkzaamheden zijn uitgesteld. De reden van uitstel komt voort uit: Beleidsmatige beslissingen vanuit accommodatiebeleid, vastgoedbeleid en afwegingen op gebied van verduurzaming. In afwachten van de resultaten van deze beleidsdocumenten zullen onderhoudswerkzaamheden hieraan aangepast, dan wel gecombineerd tot uitvoering komen;

56

Op basis van inspecties is gebleken dat onderhoudswerkzaamheden uitgesteld kunnen worden. De totale onttrekking aan de voorziening onderhoud gemeentelijke gebouwen is lager dan begroot. In 2022 werd voor de onttrekking € 2.588.000 geraamd. De werkelijke onttrekking is uitgekomen op € 1.610.000. Het verschil van € 978.000 wordt onder meer veroorzaakt door: beleidsmatige beslissingen, waardoor werkzaamheden niet uitgevoerd zijn of uitgesteld zijn; doorschuiven van planmatig onderhoud op grond van inspecties en/of rapportages;

Voorziening Onderhoud gemeentelijke gebouwen Voorziening Onderhoud gem. gebouwen

Saldo 1-1-2022 4.119

Stortingen 1.495

bedragen x € 1.000 Saldo 31-12-2022 - 1.610 4.003

Vrijval

bedragen x € 1.000 Specificatie onttrekking voorziening gemeentelijke gebouwen - Begraafplaatsen - Binnensportaccomodaties - Brandweerkazernes - Buurthuizen - Gemeentehuis - Gemeentewerf en steunpunten - Hulpverleningscentrum - Kerktorens - Milieustraat - Onderwijshuisvesting - Overige Gebouwen - Sportcomplexen - Transferium - Bedrijfsgebouwen en woningen Totaal

Bedrag 16 813 6 1 190 83 95 18 0 2 304 48 6 28 1.610

57

Paragraaf 4 Financiering

4.1 Inleiding Onder financiering wordt het aantrekken van geldleningen verstaan. Om te kunnen investeren of om de exploitatie te kunnen dekken, wordt vreemd geld aangetrokken. Als de inkomsten van de gemeente (vanuit de algemene uitkering en de belastingen) niet gelijk lopen met de uitgaven, wordt bijvoorbeeld zogenaamd kort vreemd geld in de vorm van een kasgeldlening aangetrokken. Dit zijn geldleningen met een looptijd korter dan een jaar. Conform het treasurystatuut worden in deze paragraaf de kansen en risico’s rond financiering in beeld gebracht. Om de financieringsbehoefte zo goed mogelijk in te schatten, wordt een liquiditeitsprognose gemaakt die meerdere keren per jaar wordt geactualiseerd.

4.2 Beleid Algemeen Een algemeen uitgangspunt voor de treasury is om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Uiteraard passend binnen de kaders zoals opgenomen in het 'Treasurystatuut 2018', die weer gebaseerd zijn op onder andere de Wet Fido. Bij het aantrekken of uitzetten van geld is het van belang dat slechts beperkt risico wordt genomen bij het oversluiten (consolideren) van kasgeldleningen. Daarom worden vaste geldleningen voor (grote) investeringen aangetrokken op momenten dat de rente gunstig is en wordt het tijdelijk overschot aan liquide middelen zo beperkt mogelijk gehouden. De treasuryklankbordgroep overlegt periodiek en geeft mandaat voor het aantrekken van geldleningen. Voor het liquiditeitsbeheer zijn afspraken met de bank gemaakt voor het dagelijkse afromen van overbodige saldi op de rekeningen-courant bij de bank. Aangezien de financiering van de gemeenten in zijn totaliteit wordt beheerd, werken wij met één product 'treasury' waarin de kosten en opbrengsten begroot worden. Op basis van de totale leningenportefeuille wordt vervolgens gerekend met een gemiddeld rentepercentage. Na verrekening van aan de grondexploitatie door te belasten rente en van derden ontvangen rente ontstaat de aan de taakvelden toe te rekenen rentekosten. Als dit totaal bedrag wordt afgezet tegen de totale materiële vaste activa ontstaat de omslagrente.

Het BBV schrijft voor om deze rentekosten aan de taakvelden toe te rekenen.

4.3 Financiële aspecten Renteontwikkeling De gekozen looptijden in de grafieken van de renteontwikkelingen zijn aangepast omdat de gegevens van de oude looptijden (1 en 12 maanden en 25 en 50 jaar) niet allemaal vrij beschikbaar waren. De nu gekozen looptijden zijn gangbaar binnen de publieke sector en de informatie is vrij beschikbaar. In de grafiek van de renteontwikkeling van de geldleningen over 2013 t/m 2022 is te zien dat de rente tot en met 2021 daalde en vanaf maart 2022 vrij snel stijgt. Ook kruipen de rentes meer naar elkaar toe en is er minder verschil tussen de verschillende looptijden. Dit is in de grafiek, die de renteontwikkeling van 2022 laat zien, duidelijk zichtbaar. Treasuryresultaat Op het beleidsproduct Treasury vindt u de financiële resultaten van onze rente. Zowel de rentekosten als de opbrengsten worden daar verantwoord. Aan de kostenkant worden de rentekosten over onze opgenomen (geld)leningen hier verantwoord. De renteopbrengsten worden gevormd door de ontvangen rente op uitstaande leningen en de rente die we ten laste brengen van de grondexploitaties. Daarnaast wordt binnen het beleidsproduct Treasury ontvangen dividend verantwoord. Het gemiddeld gewogen rentepercentage van de langlopende leningen bedroeg over het jaar 2022 1,58% (2021 was 2,24%).

In onderstaande grafiek is de ontwikkeling van het gemiddelde gewogen rentepercentage van de opgenomen langlopende leningen weergegeven.

Rente ontwikkeling leningportefeuille

58

Renteontwikkeling meerjarig

Renteontwikkeling lopend jaar

schatkistbankieren

Overzicht schatkistbankieren Sinds enkele jaren is de wet verplicht schatkistbankieren van kracht geworden. Vanaf dat moment zijn alle decentrale overheden verplicht om hun overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Het woord ‘overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor het uitvoeren van de publieke taak. Alle deelnemers aan het schatkistbankieren hebben een privaatrechtelijke rekening-courantovereenkomst met de Staat der Nederlanden. De rekening-courant bij de schatkist is gekoppeld aan de BNG-bankrekening van de gemeente Barneveld. Via die bankrekening worden middelen naar de schatkist geboekt en weer teruggehaald. Dagelijks wordt het saldo boven de € 350.000 op de BNG-bankrekening automatisch afgeroomd naar de schatkist. Het terug overboeken moet handmatig plaatsvinden. Over het algemeen heeft Barneveld een financieringsbehoefte en is er geen sprake van een structureel financieringsoverschot. Sporadisch is er sprake van een tijdelijk financierings- c.q. liquiditeitsoverschot. Door de invoering van het schatkistbankieren dienen gemeenten in de toelichting op de balans te rapporteren over het drempelbedrag (maximum bedrag wat de gemeente aan liquiditeiten in eigen beheer mag aanhouden) en per kwartaal het bedrag aan liquiditeiten die buiten de schatkist zijn aangehouden.

Het drempelbedrag is per 1 juli 2021 verhoogd van 0,75% naar 2% van het begrotingstotaal. Zoals in de tabel af te lezen is, blijven de aangehouden liquide middelen buiten de schatkist per kwartaal gemiddeld onder het drempelbedrag. Hiermee geeft de gemeente uitvoering aan de wet betreffende het schatkistbankieren.

59

Tabel schatkistbankieren bedragen x € 1.000 1e kwartaal

Schatkistbankieren

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (1a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist 101.880 aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) (1b) Dagen in het kwartaal 90 (1) = (1a) / (1b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks 1.132 schatkist aangehouden middelen Drempelbedrag (2a) (2b)

2e kwartaal

3e kwartaal

4e kwartaal

93.184

20.608

17.756

91

92

92

1.024

224

193

149.781 149.781

149.781 149.781

149.781 149.781

149.781 149.781

-

-

-

-

(2) = nieuwe berekening

Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat Drempelbedrag vanaf 1 juli 2021

2.996

2.996

2.996

2.996

(3a) = (2) > (1) (3b) = (1) > (2)

Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag

1.864

1.972

2.772

2.803

(2c)

Ontwikkeling financieringsbehoefte

In de begroting 2022 is rekening gehouden met een fluctuerende financieringsbehoefte van per saldo zo'n € 10 miljoen extra. Hierbij was uitgegaan van een aflossingsbedrag van totaal € 11,5 miljoen. Vanwege de lage rente op kort geld en de verwachte inkomende kasstromen vanuit grondexploitaties zou de financieringsbehoefte voor een belangrijk deel met kortlopende leningen worden ingevuld. De realisatie in 2022 bestaat uit gedeeltelijke herfinanciering van aflossingen gedurende het jaar. Inclusief de aflossing van een fixe lening (aflossing ineens aan het einde van de looptijd) is in het jaar 2022 in totaal € 25,5 miljoen afgelost. Door de hogere aflossing dan begroot ontstond ook een grotere financieringsbehoefte dan begroot. De nieuw aangetrokken langlopende geldlening heeft een omvang van € 20 miljoen, een looptijd van 10 jaar en een rentepercentage van 0,28%.

Financieringsbehoefte bedragen x € 1.000 Financieringsbehoefte Stand van de opgenomen leningen per 1 jan. Aflossingen in de loop van het jaar Aangetrokken nieuwe leningen Stand van de opgenomen leningen per 31 dec.

Rekening 2022 206.982 - 25.496 20.000 201.485

4.4 Risicobeheer In de Wet Fido zijn kaders opgenomen ter beperking van het renterisico op de netto vlottende schuld (kasgeldlimiet) en het renterisico op de vaste schuld (renterisiconorm). Renterisico’s kunnen ook met behulp van derivaten afgedekt worden, de gemeente Barneveld maakt hier geen gebruik van. Daarnaast kan nog sprake zijn van een kredietrisico van aan derden verstrekte leningen. Renterisiconorm Op grond van de Wet Fido is voor gemeenten de zogenaamde renterisiconorm ingesteld. Doel hiervan is, dat gemeenten hun leningenportefeuille zodanig spreiden, dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid ingeval van herfinanciering en renteherziening van geldleningen. De renterisiconorm geeft een aanwijzing voor de gevoeligheid van de gemeente voor veranderingen in de rente. De renterisiconorm wordt afgezet tegen de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen. De renterisiconorm bedroeg in 2022 € 30 miljoen en moet afgezet worden tegen onze aflossingen van € 25,5 miljoen. Dit betekent dat onze gemeente in 2022 minder heeft afgelost dan de norm zou toestaan. Kasgeldlimiet Om het risico van kortlopende financiering te beperken is in de Wet Fido de kasgeldlimiet vastgesteld. De kasgeldlimiet is een vastgesteld percentage berekend over de lastenkant van de begroting.

Zodra de kortlopende (vlottende) financiering (rekening-courant en kasgeldleningen) boven dit bedrag uitkomt dient de gemeente over te gaan tot consolidatie. De kortlopende (vlottende) schuld kan dan omgezet worden in een langlopende geldlening (zodat de rente komt ‘vast te staan’).

60

De netto vlottende schuld is jaareinde € 15 miljoen en is dus per 31 december groter dan de toegestane kasgeldlimiet van € 12,7 miljoen. In verband met de onzekerheid vanuit verwachte opbrengsten grondexploitatie en de planning van de investeringen is ter voorkoming van overliquiditeit eind 2022 kort geld aangetrokken in plaats van langlopende geldleningen. In het eerste kwartaal 2023 zullen in overleg met de treasuryklankbordgroep de financieringsscenario's op basis van de dan beschikbare informatie opnieuw worden besproken. Onderstaand is de berekening weergegeven van de renterisiconorm en de kasgeldlimiet.

Renterisiconorm

Renterisico

bedragen x € 1.000 Jaar Jaar 2022 2021

Renterisico op vaste schulden Renteherziening o/g Renteherziening u/g Netto saldo herziening Aflossingen Renterisico vaste schulden

25.496 25.496

36.354 36.354

Toegestane renterisiconorm Omvang begroting (=grondslag) Renterisiconorm (in % van de grondslag) Minimumbedrag (wettelijk bepaald) Toegestane renterisiconorm

149.781 20% 2.500 29.956

147.846 20% 2.500 29.569

Toets renterisiconorm Onderschrijding Overschrijding

4.460 - 6.785

Tabel Kasgeldlimiet

Kasgeldlimiet Netto vlottende schuld Omvang vlottende schulden - Bankschulden - Kasgeldleningen (looptijd < 1 jaar) Omvang vlottende schulden

bedragen x € 1.000 Rekening Rekening 2022 2021

12.000 12.000

7.104 12.000 19.104

347 347

-

Netto vlottende schuld

11.653

19.104

Toegestane kasgeldlimiet Omvang begroting (=grondslag) Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) Toegestane kasgeldlimiet

149.781 8,5% 12.731

147.846 8,5% 12.567

Omvang vlottende middelen - Liquide middelen - Overige uitstaande gelden (looptijd < 1 jaar) Omvang vlottende middelen

Toets kasgeldlimiet Onderschrijding Overschrijding

1.079 - 6.537

Verstrekte leningen

Verstrekte leningen Stand van de verstrekte leningen per 1 jan. Nieuw verstrekte leningen Aflossingen in de loop van het jaar Stand van de verstrekte leningen per 31 dec.

bedragen x € 1.000 Rekening 2022 14.791 372 - 740 14.423

4.5 Garantieverplichtingen De gemeente verstrekt geen garanties, tenzij de gemeenteraad besluit om hiervan af te wijken. Dit kan zij doen om een publiek doel te dienen, waarbij aan randvoorwaarden wordt voldaan. De mogelijkheden om deze garanties af te geven, bepaald in wet Fido en het treasurystatuut, zijn beperkt. In 2010 is in de nota ‘Garantstellingen’ uitgewerkt welke beleidsregels hierbij gehanteerd worden. Ontwikkeling garantstellingen Begin 2022 stond de gemeente Barneveld garant voor een bedrag van € 75,9 miljoen. Dit

61

bedrag is gedurende het jaar 2022 gesteden naar € 92,4 miljoen. De belangrijksten stijgingen zijn zichtbaar bij de achtervangpositie van de gemeente in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (€ 10,7 miljoen) en bij de zorginstelling Nebo (€ 6 miljoen). Daarnaast zijn er enkele kleine mutaties in de garantstellingen zoals reguliere aflossing op leningen en daarmee verlaging van borgstellingen en nieuwe borgstellingen voor zorginstelling Nebo, Kortbalvereniging Spirit en de Stichting tennishal Barneveld, totaal € 0,2 miljoen. Waarborgfonds Sociale Woningbouw De achtervangpositie van de gemeente in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw vormt, samen met het aandeel van het Rijk, de derde zekerheid in de achtervangstructuur. De zekerstellingen zijn namelijk als volgt georganiseerd: de eerste zekerheid zijn de financiële middelen van de woningbouwcorporatie zelf. De tweede zekerheid bestaat uit de borgstellingreserve van het waarborgfonds. En als derde en laatste staan dus de overheden garant.

Verloop garantstellingen

Garantstellingen 2016 2017 2018 2019 2020 2021

Aantal gegarandeerde leningen

Totaal bedrag van de leningen

11 11 10 10 7 9

€ 151 mln € 144 mln € 141 mln € 150 mln € 133 mln € 180 mln

Waarvan gegarandeerd door de gemeente € 74 mln € 72 mln € 70 mln € 81 mln € 76 mln € 76 mln

62

Paragraaf 5 Grondbeleid

5.1 Inleiding In de huidige Nota Grondbeleid zijn de kaders gesteld waarbinnen de gemeente werkt. Actief en behoedzaam zijn daarin de kernbegrippen. Dat betekent dat de gemeente enerzijds zelf ontwikkelt maar ook ruimte biedt aan zelfrealisatie door derden en deze faciliteert. Om sturing te kunnen geven aan de gewenste invulling van projecten en waar mogelijk te kunnen delen in de winsten van ontwikkelingen, blijven eigen grondposities voor de gemeente van belang. De baten en lasten van de gemeentelijke grondexploitaties, worden verantwoord onder programma 2 en 3 (respectievelijk Bedrijvigheid en Bereikbaarheid en Woon- en leefomgeving). Een nadere toelichting is opgenomen in de actuele Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG 31 december 2022). Een grondexploitatie wijkt qua systematiek duidelijk af van de overige producten in het ‘gemeentelijke huishoudboekje’. Toekomstige lasten en baten op het project worden meegenomen in een saldo op eindwaarde. De baten en lasten worden geactiveerd en in de balans opgenomen onder ‘voorraden’. De afgelopen jaren zijn diverse projecten waar de gemeente zelf gronden in eigendom heeft verder ontwikkeld en in uitvoering genomen. Woningbouwlocatie Bloemendal neemt hierbij een prominente plaats in. Het jaar 2022 stond in het teken van het conflict in Oekraïne, met alle gevolgen van dien.

Materiaal en energie werden schaars waardoor prijzen van (bouw)producten en daaropvolgend diensten hard zijn gestegen. Om de inflatie te beteugelen is door de ECB de rente in stappen verhoogd. Gevolg van de hogere rente is dat ook de kapitaalmarktrente en hypotheekrente zijn verhoogd. Hierdoor is de maximale financierbaarheid en ook de maandelijkse betaalbaarheid van koopwoningen onder druk komen te staan. In 2023 is de stijgende lijn van de gemiddelde Vrij-opnaam prijzen gestabiliseerd. Desondanks blijft de vraag naar – vooral betaalbare – woningen groot; het is nog maar de vraag hoe de woningmarkt zich de komende jaren gaat ontwikkelen. In het risicomanagement bij de vorige jaarrekening was al rekening gehouden met het risico op stijgende kosten en een mogelijke stabilisatie van de woningprijzen. Bij de vorige jaarrekening werd voor de grondexploitaties een indexatie van de grondopbrengsten van 2,0% op de lange termijn gehanteerd. De opbrengstenstijging is ten opzichte van vorig jaar beperkter toegepast. Het uitgangspunt is ten alle tijden dat de gronden marktconform worden verkocht. De wereld van gebiedsontwikkeling is al jaren flink in beweging: het stikstofdossier blijft een onzekere factor in combinatie met het ontwikkelen van projecten. Afgelopen jaar is wel duidelijk geworden dat ook de aanlegfase stikstofruimte vereist.

De ontwikkelingen op het stikstofdossier worden nauwgezet gevolgd. Ook de discussies omtrent de impact van geitenhouderijen op de volksgezondheid zijn nog niet beslecht waardoor dit ook een onzekere factor in projecten blijft. In Barneveld wordt aan verschillende ruimtelijke projecten gewerkt. In 2022 zijn twee projecten (vrijwel) afgerond: de werken en werkzaamheden hebben plaatsgevonden of zijn opgenomen als een nog te betalen verplichting en alle gronden zijn verkocht. Bij de jaarrekening 2022 wordt aan de raad voorgesteld om de volgende projecten af te sluiten: Harselaar West West Holzenbosch III-Wikselaarse Eng Het actieve maar behoedzame grondbeleid van de afgelopen jaren heeft de gemeente mogelijkheden verschaft om actief sturing te geven op gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. Echter brengt niet elk project een positief resultaat met zich mee. Een ontwikkeling kan om diverse redenen een negatief resultaat kennen, waaronder het behalen van andere, bijvoorbeeld maatschappelijke doelstellingen, het ondervinden van tegenvallers zoals de kosten voor een bodemsanering en dergelijke. Indien een project verlieslatend is dient hiervoor een verliesvoorziening getroffen te worden. De voorliesvoorziening zal bij het afsluiten van een project met een negatief resultaat vrijvallen ter dekking van het tekort.

Bijstelling van de verliesvoorziening vindt éénmaal per jaar plaats in de P&C cyclus middels de actualisatie van de grondexploitaties in het MPG bij de jaarrekening. Indien er tussentijds aanleiding is om de verliesvoorziening bij te stellen zal hiervoor separate besluitvorming gevraagd worden. Het saldo van de verliesvoorziening per 1 januari 2022 bedroeg € 21,8 miljoen en na afsluiten Veller II € 20,9 miljoen. Door de actualisatie van de grondexploitaties zijn de resultaten gemuteerd en dient de verliesvoorziening te worden opgehoogd met € 7,4 miljoen naar een stand van € 28,3 miljoen per 1 januari 2023. Een toelichting op de mutaties van de verliesvoorziening wordt in het MPG gegeven.

5.2 Beleid 63

Voor alle projecten waar de jaarverslaggeving melding van maakt, voert de gemeente - zoals gezegd - een actief grondbeleid. In die gevallen is immers sprake van een door de gemeente te ontwikkelen eigen grondpositie. Een actief grondbeleid betekent kort gezegd, dat de gemeente de benodigde gronden verwerft, bouwrijp maakt en uitgeeft. In dit beleid zijn een actief grondaankoopbeleid, het vestigen van het voorkeursrecht en het zo nodig toepassen van de onteigening de uitvoeringsinstrumenten. Het concept faseren en doseren van woningbouwontwikkelingen wordt voortgezet. We onderzoeken of het aanbod voldoende aansluit bij de behoefte, waarbij we ook rekening houden met woningtrends. De resultaten worden meegenomen in de nieuwe Woonvisie Barneveld en doorvertaald naar de prestatieafspraken met Woningstichting Barneveld. In de komende periode zetten wij ook in op de huisvesting van kwetsbare groepen, starters en senioren met een accent op sociale huur en middeldure huur. We betrekken hierbij ook de demografische ontwikkelingen (ontwikkelingen van de bevolking, zoals het aantal inwoners, leeftijd en inkomen), inclusief de (toekomstige) vraag naar mantelzorgwoningen in en buiten de bebouwde kom. Jongeren en ouderen willen graag in de eigen gemeente kunnen blijven wonen; we bouwen primair om te voorzien in de eigen woningbehoefte.

Daarnaast richten we ons als het om bedrijventerreinen gaat, gelet op de blijvende dynamiek en de vraag van de markt, op een versnelde ontwikkeling van de bedrijventerreinen Harselaar-Zuid Fase 1b en Fase 2, Voorthuizen (Verbindingsweg) en Stroe. Bovenstaande houdt tevens een samenwerking met marktpartijen in, daar waar dat gewenst c.q. noodzakelijk is. Randvoorwaarde bij dit beleid is dat terughoudend wordt aangekocht in gebieden waarvoor nog geen bestemmingsplanprocedure is gestart, tenzij sprake is van een strategische noodzaak. Deze noodzaak dient achteraf expliciet aan de raad te worden verantwoord. Een actief grondbeleid maakt sturing door de gemeentelijke overheid van realisatie, de categorie woningen en de wijze van exploiteren van terreinen en gebouwen eenvoudiger. Bij een passief (= faciliterend) grondbeleid laat de gemeente de gewenste ruimtelijke ontwikkeling over aan de markt. Voor ontwikkellocaties waar de gemeente niet alle gronden in eigendom heeft, zoals Harselaar-Zuid, Thorbeckelaan-Noord, Bloemendal, Holzenbosch II, Verbindingsweg en Oostbroek is het van belang dat deze grote gebieden integraal worden ontwikkeld teneinde een goede ruimtelijke ordening te borgen. Per ontwikkelingslocatie is een masterplan (structuurvisie) opgesteld waarin de functies, het voorgenomen programma en hoofdstructuur van wegen, groen en water zijn vastgelegd.

Deze planfiguren hebben betrekking op het gehele, in de structuurvisie aangewezen, gebied. Aanvragen van derden worden hierop getoetst. Deze hoofdstructuur betreft bovenwijkse voorzieningen die door de gemeente worden voorgefinancierd. Deze kosten, en andere kosten die de gemeente maakt, zullen worden verhaald op de betrokken ontwikkelaars van de deellocaties (en dus ook deels ten laste van de gemeente voor haar aandeel van de gronden). Sinds 2015 wordt jaarlijks een Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) opgesteld. Deze wordt tegelijk met de jaarverslaggeving aan de raad aangeboden. In de jaarrekening, onder de toelichting op de voorraden, vindt u het jaarlijks overzicht grondexploitaties. Deze sluit aan op het MPG. In het MPG vindt u een uitgebreid overzicht van alle grondexploitaties, inclusief visualisaties, risico’s en een korte beschrijving van de projecten. In de jaarverslaggeving worden tevens de mutaties verwerkt vanuit het MPG zoals resultaatneming bij afsluiten van complexen, (terugdraaien van) tussentijdse winstnemingen en bijstellen van verliesvoorzieningen. Het MPG wordt als basis genomen voor deze mutaties. Op deze wijze sluiten jaarverslaggeving en MPG naadloos op elkaar aan. Kaderstelling / beslispunten. Het grondbeleid is uitgewerkt in de Nota Grondbeleid. Dit beleid is door de raad op 14 december 2016 vastgesteld.

De gemeente voert een actief maar behoedzaam grondbeleid. Samenvattend zijn in de Nota Grondbeleid twee beslispunten opgenomen die jaarlijks door de raad worden geactualiseerd en het college machtigen tot uitgaven: 1. Voorbereidingskredieten (Kaders Procesgang grondexploitaties 2016). Het college is door de raad gemandateerd (besluit Programmabegroting 2023) om in het jaar 2023 voorbereidingskredieten in te stellen tot een maximum van € 500.000 per complex. Het gaat hierbij om complexen die op de nominatie staan om binnen korte tijd in exploitatie te worden genomen. 2. Strategische grondaankopen (Grondbeleid 2016). Het college is door de raad gemachtigd (besluit Programmabegroting 2023) om in het jaar 2023 grond aan te kopen tot een bedrag van maximaal € 5 miljoen ten behoeve van strategische verwervingen buiten de in de Structuurvisie aangewezen zoekgebieden voor woningbouw en bedrijventerreinen. Overigens is het college, op grond van de Gemeentewet (artikel 160), bevoegd tot het plegen van aankopen binnen de in de Structuurvisie aangewezen zoekgebieden voor woningbouw en bedrijventerreinen.

5.3 Financiële aspecten Jaarlijks worden bij het opmaken van de jaarrekening en de Meerjarenprognose grondexploitaties (MPG) de definitieve resultaten vanuit de grondexploitatie opgemaakt, verwerkt en vastgesteld

Resultaten actualisatie

64

In de onderstaande tabel zijn de resultaten van de geactualiseerde grondexploitaties op eindwaarde weergegeven. In de tabel zijn ook de bij de jaarrekening 2022 af te sluiten projecten opgenomen.

bedragen x € 1.000 Resultaat op eindwaarde Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar - Centraal Harselaar-Zuid Fase 1A Harselaar West West Thorbeckelaan Noord Tolnegenweg Oost Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 Woningbouw Schoolterrein Hessenweg Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal Verbindingsweg Oostbroek Holzenbosch III-Wikselaarse Eng Totaal

Resultaat op eindwaarde

Richting

Eindwaarde datum

-1.120 -15.546 2.180 187 -811 -704 5.791

Negatief Negatief Positief Positief Negatief Negatief Positief

31-12-2025 31-12-2023 31-12-2023 31-12-2022 31-12-2027 31-12-2023 31-12-2031

79 1.823 179 -5.509 -4.566 137 34 - 17.846

Positief Positief Positief Negatief Negatief Positief Positief

31-12-2023 31-12-2024 31-12-2028 31-12-2032 31-12-2026 31-12-2027 31-12-2022

Strikt formeel is het niet juist om de resultaten op de verschillende eindjaren te salderen. Echter geeft dit globaal inzicht in de ontwikkeling van de grondexploitaties op hoofdlijnen. Het geprognosticeerd resultaat van alle projecten gesaldeerd bedraagt € 17,8 miljoen negatief. Gehanteerde parameters Bij de actualisatie van de grondexploitaties zijn de gehanteerde parameters op basis van marktontwikkelingen herzien. Dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen, waarbij de meest invloedrijke aanpassing de meerjarige indexering van de lasten betreft en worden de grondopbrengsten maar beperkt geïndexeerd, waarbij het uitgangspunt is dat de gronden te allen tijde marktconform verkocht dienen te worden. Als gevolg van de marktonwikkeling en daarmee de aangepaste parameters nemen de resultaten van de grondexploitaties af. De beperkte opbrengstenstijging weegt niet op tegen de kostenstijging. Verder werd bij de jaarrekening 2021 een hogere stijging van de grondopbrengsten verwacht dan nu gehanteerd in de parameters. De parameters zijn in de B&W vergadering van 24 januari 2023 vastgesteld door het college. Zoals in de inleiding benoemd is de onzekerheid op de woningmarkt en van de economie groot. In de risicoparagraaf is derhalve rekening gehouden met een risico op de indexatie van de grondopbrengsten.

Resultaten jaarrekening 2022 in vergelijking met jaarrekening 2021 In de onderstaande tabel zijn de resultaten van deze jaarrekening (2022) vergeleken met de resultaten uit vorige jaarrekening (2021).

bedragen x € 1.000 Verschil resultaat op eindwaarde

Resultaat op Resultaat op Verschil Verschil eindwaarde eindwaarde Winstneming gecorr. met (nieuw minus jaarrekening jaarrekening 20212 winstneming oud) 2021 2022 2022

Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar - Centraal Harselaar-Zuid Fase 1A Harselaar West West Thorbeckelaan Noord Tolnegenweg Oost Harselaar-Zuid Fase 1B en 2

-271 -15.174 2.988 10 -592 -692 7.370

-1.120 -15.546 2.180 187 -811 -704 5.791

-849 -372 -808 177 -219 -12 -1.579

-737 2

-849 -372 -1.545 177 -219 -12 -1.577

Woningbouw Schoolterrein Hessenweg Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal Verbindingsweg Oostbroek Holzenbosch III-Wikselaarse Eng Totaal

123 2.621 1.685 3.384 -4.184 3.225 23 516

79 1.823 179 -5.509 -4.566 137 34 - 17.846

-44 -798 -1.506 -8.893 -382 -3.088 11 - 18.362

38 536 -2 -118 -31 - 312

-6 -262 -1.508 -9.011 -382 -3.119 11 - 18.674

65

In de bovenstaande tabel zijn de eindwaarden van de projecten op verschillende eindwaardedata bij elkaar opgeteld. Strikt formeel is dat niet juist; echter geeft dit wel een beeld van de ontwikkeling van de resultaten van de gemeentelijke grondportefeuille. Om de resultaten vergelijkbaar te maken met de vorige jaarrekening is de in 2022 (correctie van de) genomen winst bij het resultaat op eindwaarde opgeteld. Ten opzichte van het geprognosticeerd resultaat van alle projecten bij de vorige jaarrekening (2021) is het geprognosticeerd resultaat afgenomen met € 18,7 miljoen, dit is na de correctie van de winstneming, die een positief effect heeft op het resultaat. Op hoofdlijnen zijn de verschillen met een effect van meer dan € 0,1 miljoen (verschil op resultaat op eindwaarde van de Jaarrekening 2022 minus de jaarrekening 2021) ontstaan door: 1. Thorbeckelaan Zuid Als gevolg van vertraging stijgt de raming voor de salarislasten met ruim €0,1 miljoen. De uitnamen van de gronden voor de westelijke rondweg zorgen voor lagere baten van €0,78 miljoen. 2. Harselaar-Centraal: Het inhoudelijk grootste effect voor Harselaar-Centraal betreft een nieuwe raming voor het WRM gedeelte, wat zorgt voor een nadeel van ruim €0,1 miljoen. Daarnaast heeft de rente een effect van bijna €0,2 miljoen als gevolg van een langere looptijd. 3.

Harselaar-Zuid Fase 1a De herijking van de bijdragen BoVo (Bovenwijkse Voorzieningen) en RO (Ruimtelijke Ontwikkeling) hebben het grootste effect op dit project, namelijk een nadelig effect van €1,53 miljoen. De correctie van de tussentijdse winstnemingen uit het verleden geeft een ‘voordeel’ van ruim €0,7 miljoen. De winstneming betreft een last voor de grondexploitatie, het terug draaien van de tussentijdse winstneming geeft dus lagere lasten in de grondexploitatie en heeft daarmee een positief effect op het resultaat. 4. Harselaar West West Op dit project is een voordelig verschil te zien van een kleine €0,2 miljoen euro wat hoofdzakelijk komt door de realisatie van hogere baten dan geraamd. 5. Thorbeckelaan Noord De oorzaak van het nadelige verschil van ruim €0,2 miljoen is tweeledig. De herijking van de bijdragen BoVo en RO hebben een nadelig effect van afgerond €0,1 miljoen. Het resterende deel van het nadelig verschil wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de toegepaste parameters voor de indexatie. 6. Harselaar-Zuid Fase 1b en 2 Het totale nadelig verschil van bijna €1,6 miljoen wordt in hoofdzaak veroorzaakt door de prijspeilcorrectie van ’22 naar ’23 (nadelig effect van ruim €0,6 miljoen) en de herijking van de BoVo en RO bijdragen (nadelig effect van €0,3 miljoen).

Het resterende nadeel van ongeveer €0,7 miljoen wordt in hoofdzaak veroorzaakt door toepassing van de parameters. 7. Holzenbosch I Het nadelig verschil van afgerond €0,8 miljoen wordt in hoofdzaak veroorzaakt door de volgende factoren: De prijspeilcorrectie ’22-’23 heeft een nadelig effect van €0,1 miljoen. Voor WRM zijn er extra kosten wat een nadelig effect heeft van €0,1 miljoen. Het grootste effect wordt veroorzaakt door de genomen tussentijdse winstneming van ruim €0,5 miljoen. 8. Holzenbosch II Het nadelig verschil van €1,5 miljoen wordt veroorzaakt door: De normatieve uitwerking heeft een nadelig effect door hogere lasten (met name bouw- en woonrijp maken) van ruim €0,5 miljoen en lagere baten van €0,2 miljoen. De prijspeilcorrectie heeft een effect van bijna €0,2 miljoen. De herijking van de BoVo en RO bijdragen hebben ook nadelig effect van bijna €0,2 miljoen. Het resterende nadeel van ongeveer €0,4 miljoen wordt in hoofdzaak veroorzaakt door toepassing van de parameters. 9. Bloemendal Het nadelige verschil van €8,9 miljoen wordt in hoofdzaak veroorzaakt door een viertal onderdelen. De prijspeilcorrectie ’22-’23 heeft een effect van bijna €3,0 miljoen. De herijking van de BoVo en RO bijdragen hebben een nadelig effect van ongeveer €2,7 miljoen. Inhoudelijk zijn een aantal effecten wat een nadelig effect heeft van €0,2 miljoen.

De rente heeft een nadelig effect van €0,5 miljoen. De correctie van de winstneming betreft een ‘voordeel’ van ruim €0,1 miljoen. Per saldo dus een nadelig effect van €6,3 miljoen. Dit negatieve saldo wordt gedempt door hogere baten van ruim €1,0 miljoen. Het resterende deel van het nadelige verschil wordt veroorzaakt door de toepassing van de parameters. 10. Verbindingsweg Het nadelige effect van bijna €0,4 miljoen wordt in hoofdzaak veroorzaakt door herijking van de BoVo en RO bijdragen (nadelig effect van ruim €0,1 miljoen) en prijspeilcorrectie (nadelig effect van ruim €0,1 miljoen). Het resterende nadelig effect betreft toepassing van de parameters en rente component.

66

11. Oostbroek Het nadelige verschil op Oostbroek betreft bijna €3,1 miljoen. Dit wordt grotendeels door een drietal effecten veroorzaakt. Ten eerste geeft de herijking van de BoVo en RO bijdragen een nadelig effect van €0,9 miljoen. Verder geeft de nieuwe directie raming voor bouw- en woonrijp maken een nadeel van een kleine €0,7 miljoen. Als derde zijn de baten met bijna €0,8 miljoen gedaald. Het resterende deel van het nadelige verschil wordt veroorzaakt door de toepassing van de parameters. Per saldo neemt het totaal resultaat op eindwaarde (op verschillende eindwaardedata) af van € 0,5 positief naar € 17,8 miljoen negatief. Daar komt bij dat de genomen tussentijdse winsten per saldo voor €313.000,- terug gedraaid worden, wat een ‘positief’ effect heeft voor de grondexploitaties (winstneming is een last voor de grondexploitatie, terugdraaien van genomen winst verlaagd de lasten van de winstneming). Dit is al verwerkt in deze cijfers.

bedragen x € 1.000 Resultaat afgesloten projecten Bedrijventerreinen Harselaar West - West Woningbouw Holzenbosch III- Wikselaarse Eng Totaal

Resultaat op eindwaarde

Richting

187

Positief

Vrijvallen resultaat

Positief

Vrijvallen resultaat

34

Actie

221

Het resultaat is, afgerond, € 221.000 positief. De raad wordt met de jaarverslaggeving gevraagd deze twee projecten af te sluiten. In de toelichtende MPG 31 december 2022 wordt nog eenmaal beknopt verslag gedaan over deze projecten. De winst valt ten gunste van het jaarrekeningresultaat.

Boekwaarde ontwikkeling In 2022 is geïnvesteerd in verschillende projecten. Als gebruikelijk lopen de lasten vooruit op de baten, waarmee de boekwaardestand naar verloop van tijd zou moeten verbeteren. Op het einde van het project wordt vaak nog geïnvesteerd in het woonrijp maken en de afronding van het project waardoor tegen het einde aan in sommige gevallen de boekwaarde wat negatiever kan worden. In onderstaande tabel zijn per project de boekwaarden per 31-12-2021 opgenomen en de boekwaardemutatie die plaats heeft gevonden in 2022. Ook is de huidige stand per project van de boekwaarde op 31-12-2022 opgenomen.

Boekwaarde Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar - Centraal Harselaar-Zuid Fase 1A Harselaar West West Thorbeckelaan Noord Tolnegenweg Oost Harselaar-Zuid Fase 1B en 2 Woningbouw Schoolterrein Hessenweg Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal Verbindingsweg Oostbroek Holzenbosch III-Wikselaarse Eng Totaal

Boekwaarde stand per 31-12-2021

Mutatie boekwaarde 2022

bedragen x € 1.000 Boekwaarde stand per 31-12-2022

-7.081 -14.954 -3.377 319 -1.278 -522 -5.987

-19 227 4.530 -132 -48 1 -240

-7.100 -14.727 1.153 187 -1.326 -521 -6.227

-730 -1.487 -2.454 -40.425 -6.415 -5.374 174 - 89.591

283 937 -71 14.757 611 -219 -140 20.477

-447 -550 -2.525 -25.668 -5.804 -5.593 34 - 69.114

Te zien is dat het totaal geïnvesteerd vermogen afneemt met bijna € 20,5 miljoen naar een totaal geïnvesteerd vermogen van afgerond € 69,1 miljoen. Met name op de projecten Harselaar-Zuid Fase 1A en Bloemendal zijn per saldo meer baten gerealiseerd dan lasten.

Winstneming

Winstneming Winstneming stand per 2022 31-12-2021

Richting

bedragen x € 1.000 Winstneming stand per 31-12-2022

Bedrijventerrein

67

Harselaar-Zuid Fase 1A Harselaar West West Harselaar-Zuid Fase 1B en 2

12.853 865 8

-737 Terugdraaien - Afsluiten grex 2 Winstneming

12.116 865 10

Woningbouw Schoolterrein Hessenweg Holzenbosch I Holzenbosch II Bloemendal Oostbroek Holzenbosch III-Wikselaarse Eng Totaal

620 6.099 2 118 32 1.002 21.599

38 Winstneming 536 Winstneming -2 Terugdraaien -118 Terugdraaien -31 Terugdraaien Afsluiten grex - 312

658 6.635 1 1.002 21.287

Tussentijdse winstneming grondexploitaties Voor projecten met een positief saldo op eindwaarde geldt dat er mogelijk sprake is van een tussentijdse winstneming. De tussentijdse winstneming vindt jaarlijks plaats en de hoogte ervan wordt berekend na de actualisatie van de grondexploitatie. De tussentijdse winstneming is al in de boekwaarde ontwikkeling meegenomen. De berekeningsmethode voor de tussentijdse winst is door de Commissie BBV omschreven. De methode staat bekend als de ‘percentage of completion’ (POC)-methode. Het voortgangspercentage is derhalve maatgevend voor de hoogte van de tussentijdse winst. De tussentijdse winst wordt berekend door: gerealiseerde kosten/totale kosten te vermenigvuldigen met gerealiseerde opbrengsten/totale opbrengsten en deze fractie (%) te vermenigvuldigen met de geprognosticeerde eindwaarde (resultaat). De methodiek is enkel van toepassing op winstgevende projecten. Volgens de BBV voldoet deze methode aan het ‘voorzichtigheidsprincipe’. Een belangrijke kanttekening hierbij is dat als de prognose van het eindresultaat van het project verslechterd er mogelijk winst teruggeboekt dient te worden. Gezien de winst vrijvalt aan het jaarrekeningresultaat kan dit betekenen dat er in plaats van een winstneming ook sprake kan zijn van het terugdraaien van een winstneming ten laste van het jaarrekeningresultaat.

Dit jaar bedraagt het saldo van de tussentijdse winstneming op projecten afgerond -/- € 312.000, de negatieve richting van dit bedrag houdt in dat er meer winst terug gedraaid dient te worden dan dat er winst genomen wordt. In de bovenstaande tabel is de (terugdraaien van de) winstneming per project opgenomen. De winstneming wordt als een boekwaarde kosten in de grondexploitaties verwerkt waardoor het resultaat op eindwaarde afneemt met het bedrag aan winstneming en de geprognotiseerde rente over de winstneming tot en met het eindjaar. Bij terugdraaien van de winstneming daalt de boekwaarde en het totale kostenniveau. Tot en met 1 januari 2022 is op de openstaande grondexploitaties totaal € 21.599.000,- aan winst genomen. Met de bovenstaande genoemde per saldo terug te draaien winst van dit jaar (‑/- € 312.000,-) bedraagt de totaal genomen winst per 1 januari 2023 € 21.287.000,-. Een belangrijke kanttekening bij de winstnemingen is dat deze zijn gebaseerd op het huidig bepaald resultaat. Als het grondexploitatieresultaat afneemt kan het zijn dat de winstneming (deels) dient te worden teruggedraaid, zoals ook blijkt dit jaar. Dit geldt voor alle projecten met een positief resultaat.

bedragen x € 1.000 Verlieslatende projecten Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar - Centraal Thorbeckelaan Noord Tolnegenweg Oost Woningbouw Bloemendal Verbindingsweg Totaal

Resultaat op eindwaarde

Eindwaarde datum

-1.120 -15.546 -811 -704

31-12-2025 31-12-2023 31-12-2027 31-12-2023

-5.509 -4.566 - 28.256

31-12-2032 31-12-2026

Verliesvoorziening ten behoeve van de verlieslatende projecten Bij de jaarrekening 2021 is een verliesvoorziening vastgesteld van afgerond € 20.913.000,-. De verliesvoorziening dient ter afdekking van de grondexploitaties met een negatief resultaat. De verliesvoorziening is opgenomen op eindwaarde. In de bovenstaande tabel zijn de verlieslatende grondexploitaties opgenomen De grondexploitaties zijn geactualiseerd waardoor de resultaten gewijzigd zijn. De resultaten op eindwaarde zijn verderop opgenomen onder “Toekomstresultaat”. Op basis van de bijgestelde resultaten dient de verliesvoorziening bijgesteld te worden. De verliesvoorziening dient te worden opgehoogd met in totaal € 7.343.000,-.

68

In de onderstaande tabel zijn de benodigde verliesvoorzieningen bij de jaarrekening 2022 per project opgenomen.

bedragen x € 1.000 Stand 31-12-2021

Mutatie 2022

Stand 31-12-2022

271 15.174 592 692

849 372 219 12

1.120 15.546 811 704

Woningbouw Bloemendal Verbindingsweg 4.184 Subtotaal verliesvoorziening o.b.v. mutatie resultaat grondexploitaties 1-1-2022 20.913

5.509 382 7.343

5.509 4.566 28.256

Ontwikkeling verliesvoorziening Verliesvoorziening o.b.v. resultaat grondexploitaties Bedrijventerrein Thorbeckelaan Zuid Harselaar - Centraal Thorbeckelaan Noord Tolnegenweg Oost

Afsluiten projecten Bij de jaarrekening 2022 worden geen verlieslatende Verliesvoorziening jaarrekening 2021

28.256

De benodigde verliesvoorziening per 31-12-2022 bedraagt € 28.256.000. De toename van de verliesvoorziening wordt vooral veroorzaakt door de forse stijging van de kosten als gevolg van de inflatie en beperkte indexatie van de baten. Het geprognosticeerde resultaat van het project Bloemendal bij de jaarrekening 2021 was nog positief. Gezien de lange looptijd en omvang van het project is het resultaat van het project gevoelig voor marktontwikkelingen. Hierdoor slaat het geprognosticeerd resultaat om naar een verlieslatend resultaat, waardoor er een verliesvoorziening gevormd dient te worden. In de onderstaande tabel is een totaalsaldo van de resultaten grondexploitatie opgenomen op basis van de hierboven gepresenteerde deelresultaten. Het resultaat van de grondexploitaties in de jaarrekening 2022 bedraagt € 7.433.000 negatief.

Resultaat grondexploitaties A. Resultaat afgesloten projecten B. Tijdelijk afgesloten projecten C. Tussentijdse winstneming D. Mutatie verliesvoorziening Totaal

bedragen x € 1.000 Resultaat 2022 221 n.v.t. -313 -7.341 - 7.433

5.4 Toekomstresultaat In de loop van 2023 kunnen naar verwachting de volgende genoemde projecten worden afgesloten: Harselaar-Centraal Harselaar-Zuid Fase 1A Tolnegenweg Oost Schoolterrein Hessenweg De grondexploitaties zullen naar huidige verwachting bij de jaarrekening van 2023 worden afgesloten of zoveel eerder als mogelijk.

69

Paragraaf 6 Verbonden partijen

6.1 Inleiding De paragraaf Verbonden partijen geeft inzicht in de relaties van de gemeente in derde rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én waarmee financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen dienen een publiek belang. De raad ziet erop toe dat de verbonden partijen bijdragen aan de doelstellingen in de programma’s. De functie van de paragraaf Verbonden partijen is dat inzicht te bieden. Definities Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk en een financieel belang heeft. Bestuurlijk belang: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Als geen sprake is van bestuurlijke zeggenschap, worden eventuele risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen beschreven. Financieel belang: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Als de financiële relatie uitsluitend bestaat uit inkomens- en/of vermogensoverdrachten (subsidies), is geen sprake van een financieel belang. Deze relaties worden niet in deze paragraaf beschreven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Barneveld&id=bc1cc9a5-6e99-48ab-b248-1c48c4af1438